Conceptnotulen raadsvergadering d.d. 24 september 2025
Tekst van het document
Daarop is het kernthema: hoe begeleiden we de mensen naar betaald werk? Mevrouw Stöcker geeft ook wel in haar betoog aan: de doelen die we ons stellen om betere resultaten te halen. Ik denk dat voor datgene wat ik zo even heb aangegeven, dat dat ook de steun van haar fractie mag hebben. Ik weet niet of mijn antwoord voldoende was met betrekking tot het uitbreiden van de doelgroep, want ik heb het gevoel dat wij de hele doelgroep voor zover die fit te maken valt voor de job – dat zijn dus ook gehandicapten of andere mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt – de kans willen geven om in te stromen. Wij richten ons dan wel primair op de bijstandsgerechtigden. Als het UWV wil aanhaken, dan zullen ze ook trajecten moeten inkopen en daar zijn ze wel toe bereid, ook na de crisis van vanavond, denk ik. De voorzitter Ja, dat lijkt me wel. Wethouder Houben Financieel vind ik het bedrag van 15,6 miljoen voor twee organisaties een hele hoop geld. Ik kan mij voorstellen dat je nog meer geld zou kunnen uit en willen geven om allerlei dingen mogelijk te maken die er nu nog niet zijn, maar ik reken daarbij ook vooral op heel veel support vanuit het bedrijfsleven. Bedenk dat de inrichting van die leergangen – zo noem ik ze dan maar even – en dus de volledige inrichting van een logistiek door één van onze medisch technologische partners van Trilandis wordt ingericht.
Het is heel erg belangrijk dat ik nu ontdek dat de bedrijven, het bedrijfsleven en ook clusters van het bedrijfsleven enorm eager zijn om hierin te investeren en misschien ook wel zo eager zijn dat ze over tien jaar als wij grote groepen van de huidige kaartenbakken misschien aan het werk hebben kunnen helpen. Misschien dat ze dan over tien of vijftien jaar wel zeggen: het is zo belangrijk dat wij een Bovengrondse Vakschool hebben, dat we daar een deel van onze gewenste populatie misschien toch een opleiding kunnen geven, want het is een vakschool waarin mensen echt worden begeleid om fit te worden voor de job. Financieel is wat mij betreft nu een taakstelling om het in ieder geval binnen de begroting te redden. Dan krijgen we natuurlijk - omdat wij ook niet flauw zijn om zo’n brief over de huidige stand van zaken pas morgen te versturen in plaats van vandaag. Om het beeld compleet te maken krijg je natuurlijk te maken met raadsleden die daar wat van vinden en zeggen: wat je vandaag had bedacht, had dat het liefst maar een paar maanden eerder bedacht. Ik kan u
Pagina 62 van 120
vertellen dat ik de afgelopen twee en een halve maand verschrikkelijk veel tijd heb moeten steken in de Bovengrondse Vakschool. Er was ooit een organisatie. Ik heb het net geroemd: WerkvoorHeerlen waaruit in feite deze hele organisatie is ontstaan en waar je nu ook alles aan hebt opgehangen. Dat zijn dan het hele personeel, de hele backoffice, docenten, coachen en iedereen die daar nu een rol speelt zijn verbonden aan WerkvoorHeerlen. Vervolgens is er een moment gekomen dat je merkt dat als je koerst op een separate ontwikkeling dat als een groenbedrijf dat een van je partners is naar de toekomst toe als ik kijk naar al die sectoren die je dadelijk wil bedienen. Is groen dadelijk onze partner? Is het een bedrijf waar mensen zich kunnen oriënteren in de groen- en onderhoudssector? Als je ervaart dat er een soort van – ik zeg geen competitie – een tegenstrijdige ontwikkeling zou kunnen zijn in een belangenstrijd of competentiestrijd – laat ik het zo zeggen – dan moet je op enig moment de knoop doorhakken en zeggen: het kan niet langer zo zijn dat de latende organisatie – dat is WerkvoorHeerlen – een enorme stempel gaat drukken op de toekomst van de Bovengrondse Vakschool. Het kleinere smaldeel zal WerkvoorHeerlen zijn en het veel grotere smaldeel zal de Bovengrondse Vakschool zijn.
We hebben dus een moment gekend – dat ligt alweer heel lang onder ons – dat we vervolgens de rol van kwartiermaker overdroegen aan een nieuwe club kwartiermakers. Daar zat de wethouder bij. Daar zat het SW-bedrijf WerkvoorHeerlen bij. Daar zaten vertegenwoordigers vanuit werkgevers bij. Daar zat ook de club van WerkvoorHeerlen bij. Ik heb de afgelopen twee en een halve maand moeten constateren dat het niet verstandig is om te denken dat het ontvlechten per 1 januari op een bepaald laag tempo tot resultaat leidt. Ik wil u dan ook zeggen dat voor het ingrijpen op dat probleem, ik daar zelf wel behoorlijke stevige stappen in heb moeten nemen. Overigens niet alleen ik. Dat is echt ook een zaak die besloten is en waarbij ook de top van onze eigen organisatie nadrukkelijk is betrokken om hier een aantal stappen te zetten. Natuurlijk zit die hier nu niet in de bedragen die hier staan. Voor zover mogelijk gaan we dat misschien nog een keer terug … Ik heb geen rekeningresultaat van deze organisatie. Ik weet niet wat de onderuitputting is, maar dit is een zaak die voor de gemeente Heerlen van enorm groot belang is. Dit is voor een deel chefsache in die zin dat wij als gemeente er alles aan moeten doen om de komende drie en een halve maand – de tijd die we nog hebben is misschien 55 dagen – te zorgen dat die ontvlechting er absoluut staat op 1 januari.
Ik vind het verstandig dat we daar nu een nieuwe kwartiermaker voor aanstellen die drie en een halve maand tot drie maanden de tijd krijgt om dat te doen. De voorzitter Interruptie van de heer Jacobs. Meneer Jacobs, Forum voor Democratie (interruptie) Ik denk dat ik in mijn verhaal duidelijk ben geweest. Ik heb helemaal geen moeite met een kwartiermaker. Dat heeft u mij ook niet horen zeggen. Waarschijnlijk is dat als ik zie wat hij of zij moet gaan doen, van essentieel belang. Ik heb alleen gezegd: waar ik moeite mee heb, is dat we kosten die redelijk beperkt zijn zoals kosten van de notaris en de Kamer van Koophandel, heel pontificaal in het voorstel staan. Dan ook dat we de kwartiermaker die naar mijn mening – als ik het zo inschat – minimaal het tienvoudige is. Ik denk dat ik me dan nog voorzichtig uitdruk. Die laten we nu uit een raadsvoorstel weg en dan om 18.32 uur via een mail zit die erin. Daar heb ik moeite mee. Ik heb geen moeite met de kwartiermaker, maar ik heb er wel heel veel moeite mee hoe dat nu is gegaan. Ik vind het geen goede gang van zaken op deze manier. Dat is wat ik ermee bedoelde, dus bent u dat met mij eens? De voorzitter
Pagina 63 van 120
Mevrouw Schreurs ook nog even. Mevrouw Schreurs, Partij Hoensbroeks Belang (interruptie) Daar was ik het wel mee eens, maar ik had een hele andere vraag over het verhaal van WerkvoorHeerlen. Wij staan best positief ten opzichte van de Bovengrondse Vakschool en het voorstel dat dit een zelfstandig verhaal moet worden. Dat vinden we allemaal prima, maar WerkvoorHeerlen was oorspronkelijk opgericht om juist diverse onderdelen vorm te geven. De deals met Vebego zijn, ook uit hun behoefte aan personeel, al sinds jaar en dag dat daar honderden mensen worden opgeleid en dat zij daarin investeren. Dat is ook al jaren aan de gang. Dat de medical services allemaal betrokken zijn en de opleidingstrajecten vormgeven is ook al langer aan de gang. De vraag is: op het moment dat je de Bovengrondse Vakschool die rol toebedicht en deelt met die werkgever – dat is allemaal prima en daar staan we ook 100 procent achter – wat blijft er dan over voor WerkvoorHeerlen? Als het alleen een groenbedrijf is, hoe past dat dan in het concept wat je hebt dat je normaal met werkgeverdeals- en trajecten maakt? Want dan zal je met de hoveniersbedrijven in de regio trajecten moeten maken waar mensen dan naar doorschuiven.
Vandaar ook mijn vraag: waarom stromen die mensen bijvoorbeeld niet door naar Heerlen zelf? Wat is de doorstroom naar Heerlen zelf de afgelopen jaren überhaupt geweest van bijvoorbeeld SW’ers of mensen die bij WerkvoorHeerlen zaten? Je hebt namelijk ook een voorbeeldfunctie. Hoe geven wij dat dan vorm? Als je nadenkt over de constructie, wat is dan überhaupt nog de positie van WerkvoorHeerlen? De voorzitter Wethouder. Wethouder Houben Met betrekking tot dat laatste: veel groenbedrijven, openbare werken en de buitendienst hebben heel erg lang gebruik kunnen maken van WSW’ers. Iedereen weet dat die groep steeds kleiner wordt. Die droogt op een gegeven moment op. Dat is het moment dat je je ook als gemeente kunt afvragen: komt er niet een moment dat je ze in dienst moet nemen? Maar wij hebben een groot deel van het groenonderhoud belegd bij WerkvoorHeerlen. Ik denk dat het een beetje lood om oud ijzer is als we hier nu de vraag stellen: zou je ze niet als gemeente in dienst kunnen nemen? Ze zitten daar, denk ik, heel goed op hun plek.
Ik wil ook nog een keer naar u duidelijk stellen dat voor zover ik het nu zie – dat spreek ik hier ook uit – dat het heel veel commitment is aan de kant van de ondernemingsraad, van de directie, van het bestuur van WerkvoorHeerlen en van de ontwikkelende Bovengrondse Vakschool, dat de richting die we nu met elkaar opgaan echt wel goed met elkaar is doorgesproken en dat dit een route is die we met z’n allen willen. Dat is omdat we het inderdaad van belang vinden dat we een beetje kleur bekennen. Groen is een kleur, maar de Bovengrondse Vakschool heeft ook een kleur. Ik denk dat dat eigenlijk twee werelden zijn die we niet meer met elkaar moeten verwisselen. Ik kom dadelijk nog wel even bij een aantal punten van u terug, maar naar meneer Jacobs: bij een grote organisatie zoals die van ons met een omzet van 508 miljoen – volgend jaar wordt het nog wat meer – kom je elke dag tegen dat mensen uitvallen en tijdelijk moeten worden vervangen, dat we interims in dienst moeten nemen en dat het niet altijd mogelijk is om goede mensen te krijgen. Dan moet je toch voor de time being maatregelen nemen. Ik vind op zichzelf: het feit dat wij nu gekozen hebben voor een tijdelijke kwartiermaker van een paar maanden hoort in principe in datzelfde rijtje thuis. Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. Wij doen dat niet wekelijks, maar ik denk zeker maandelijks
Pagina 64 van 120
moeten beslissingen nemen over het invullen van plekken in onze organisatie met tijdelijke medewerkers die uurtje factuurtje berekenen, omdat we geen andere mensen kunnen vinden. Ik vind het absoluut noodzaak dat we deze keuze hebben moeten maken. Als we het eerder hadden geweten, dan hadden we dit in het raadsstuk wat al veel eerder is behandeld, ook zo gedaan. De kwartiermaker is overigens pas vanaf afgelopen maandag – als ik het goed heb – aan het werk gegaan. Het is een hell of a job zal ik u vertellen. We hebben daarvoor een specialist aangetrokken die alle zeilen moet bijzetten om te zorgen dat we samen tot die goede afdronk komen op 1 januari. Dus het is absoluut noodzakelijk dat we het doen. Ik had het u graag eerder laten weten en mee willen nemen in een plan om inderdaad tot die ontvlechting te komen. Wat heb ik hier nog staan? Mevrouw Schreurs. Ik hoor dadelijk wel of ik wat van uw betoog heb gemist, maar ik denk dat ik in mijn beantwoording tot nu toe de meeste punten wel heb aangeroerd. Dat heb ik nu ook gedaan met de vragen die de heer Jacobs heeft gesteld. Nogmaals, meneer Jacobs, de begroting is wat mij betreft taakstellend. U gaf nog aan: er komen drie bestuursleden en dat gaat wel weer een extra centje kosten. Dat weet ik niet.
Het zijn bestuursleden die daar een bepaalde vergoeding voor ontvangen, maar ik ga er nu niet van uit dat dat enorme kapitalen zullen zijn. Dat is over het algemeen niet gebruikelijk. Voor wat betreft een extra directeur: die directeur zat al in de begroting. Het was alleen nog niet ingevuld. De voorzitter Interruptie van de heer Pauwels. Meneer Pauwels. De heer Pauwels, CDA (interruptie) Ik heb nog een vraag. We focussen ons op 1 januari 2026 wat betreft de oprichting van de nieuwe stichting. Daarvoor moet echter ontvlochten worden. Is een ontvlechting niet automatisch gekoppeld aan een oprichting en een ontvlechtingsakte? Welke rol spelen wij dan nog op 31 december 2025? Komt de raad dan nog aan zet? Wethouder Houben Als de raad … Want dat is de vraag die wij vandaag aan u voorleggen. U kunt een zienswijze geven met de betrekking tot de oprichting van stichting BVS. Heeft u dat gedaan, dan gaan wij binnen no time die nieuwe stichting oprichten. Daar komt een nieuw bestuur en dat bestuur staat ook in voor de belangen van de Bovengrondse Vakschool vanaf het moment dat ze er zijn. Schouder aan schouder met de latende organisatie gaan wij de komende maanden toewerken naar de ontvlechting.
Dan zal het in principe zo zijn dat in de komende maanden de hele organisatie van WerkvoorHeerlen nog de kapstok is waaraan alles ophangt, maar het moet op 1 januari leiden tot een volstrekte ontvlechting op het gebied van financiën en van personeel. Daar was een vraag over. Die had te maken – die kwam van meneer Rozestraten – met: welke mensen werken dadelijk waar? Je hebt twee organisaties. Ze zitten in één gebouw. De ene doet ander werk dan de andere, maar wij stellen ons inderdaad voor dat het mogelijk moet zijn een aantal functies in een hybride vorm neer te zetten. Bijvoorbeeld mensen die controle – laat ik een voorbeeld noemen – uitvoeren die misschien voor 80 procent voor de ene werken en voor 20 procent voor de andere. Een administrateur die voor zoveel procent human resources manager is en ga zo maar door. Dus dat gaan we zeker organiseren. Die ontvlechting is in feite nu going concern. Dat is een opdracht binnen de organisatie en met de menskracht die wij hebben onder leiding van een nieuwe kwartiermaker voor de komende maanden om te zorgen dat die ontvlechting ook een feit zal zijn.
Pagina 65 van 120
Meneer Rozestraten, dat verhaal over een vereniging en stichting: er zijn wat voorbeelden van genoemd. Laat ik het zo zeggen: die vereniging of die stichting gaat een beetje over de vraag hoe de mensen die in de organisatie worden begeleid, kunnen participeren in de wijze waarop die organisatie wordt vormgegeven. Daar zou je de mensen als het ware vooraan moeten stellen en zeggen: wat willen jullie nu? We hebben tot nu toe geconstateerd dat dat niet zo’n bijster groot succes is geweest. We zien ook dat naast het feit dat je hier een hele belangrijke sociaalmaatschappelijke taak hebt dat je mensen moet ontwikkelen, er ook een keiharde target is waar we kijken naar de centen. Het belang van het wel slagen van deze organisatie is dat de targets die worden afgesproken en de uitstroom die er uiteindelijk moet komen die veel hoger ligt dan de uitstroom tot nu toe, een zakelijke kant is. Dus wat dat betreft is het een beetje een hybride organisatie. Aan de ene kant moet ik proberen de mensen zo goed mogelijk te motiveren om mee te doen en uiteindelijk de weg naar buiten te vinden. Buiten betekent in dit geval richting de werkgevers. Aan de andere kant wil ik de organisatie ook dusdanig motiveren dat het product dat moet worden geleverd uiteindelijk de participatie van heel veel mensen is. Dat zijn dus niet alle mensen, maar dat de meeste mensen participeren op de arbeidsmarkt.
Want anders kom ik hier over drie jaar weer terug … Ik niet, maar iemand anders, want ik blijf niet aan de gang. Geintje. Laat ik het zo zeggen: we moeten daar wel duidelijk zijn. Een deel van de middelen blijft natuurlijk bij WerkvoorHeerlen. Maar al hebben we het over 10, 11 of 12 miljoen van de Bovengrondse Vakschool, als de uitstroom niet datgene is waar de samenleving om vraagt, namelijk heel veel mensen die nu met een grote afstand tot de arbeidsmarkt inactief zijn en die we 50 jaar een beetje genegeerd hebben … Jongens, er is weinig werk. Er is nu eenmaal veel werkloosheid. Als je niet wil, dan hebben we de bijstand. Enfin, bedenk zelf maar een hele hoop verhalen van hoe het is gegaan. Wij hebben ons als samenleving nooit echt goed ontfermd over deze groep. Voor een deel vonden we het ook wel goed zo. Dat is dezelfde samenleving die op dit moment zegt: wij hebben jullie nodig. Wij hebben jullie echt nodig, want wij missen dadelijk de handjes aan de bedden. Wij missen de mensen in de thuiszorg. Er zijn horecabedrijven die het niet meer redden, omdat ze geen personeel meer hebben en die deuren veel eerder sluiten of dagen niet open zijn. Afijn, ik kan nog wel een tijdje doorgaan. De voorzitter Interruptie van de heer Bertholet, dus u kunt niet ongebreideld doorgaan. Meneer Bertholet. De heer Bertholet, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Ik bied eens een interruptie.
U mag wat mij betreft de zin gewoon afmaken in het verhaal, maar ik heb een vraag. Wij beslissen hier toch vandaag alleen, want u heeft het ook over een principebesluit, van de stichting als rechtsvorm? Ik verwacht van u dat straks als die ontvlechting plaatsgevonden heeft naar aanleiding van die voorstellen van die kwartiermaker, dat u bij ons terugkomt om met dat uitgewerkte voorstel te komen waarin ook de statuten van beide rechtspersoonlijkheden opgenomen zijn en de verdeling van die 15,6 miljoen. Wij verwachten van het college dat we daar als raad dan wel … U vraagt alleen vandaag onze zienswijze, maar we willen straks wel een zegje hebben in zaken zoals die concrete invulling en die inrichting van die beide rechtspersonen. Wethouder Houben Vanavond liggen de statuten van de BVS voor. WerkvoorHeerlen heeft statuten en heeft een bestuur, dus wat dat betreft zouden wij morgen aan de slag kunnen gaan met het invullen van een aantal zaken. Ik vind uw vraag meer dan terecht. Laat wel zien wat het heeft opgeleverd op het moment dat je de komende drie en een halve maand die ontvlechting regelt. Hoeveel
Pagina 66 van 120
geld en hoeveel formatie gaat er naar de ene en de andere club? Ik wil zeker toezeggen dat er een moment gaat komen dat we u gaan informeren en ook de discussie via de commissie willen voeren met: hoe is het gegaan enzovoort. De voorzitter Wanneer kunt u die toezegging gestand doen? Want dat spreken we hier altijd af in deze raad. Wethouder Houben In principe is op 1 januari de zaak rond, dus ik zeg Q1 van volgend jaar. De voorzitter Prima. Er is een aanvullende vraag van de heer Bertholet en daarna ga ik naar de heer Janssen. De heer Bertholet, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Het gaat toch, denk ik, om een substantieel bedrag wat natuurlijk ook op de begroting een behoorlijke invloed heeft. Wethouder Houben Nee, het is geen substantieel bedrag. Wij werken met een kwartiermaker die dat de komende drie en een halve maand gaat doen tegen hele normale tarieven. De voorzitter Meneer Janssen. Wethouder Houben Het lijkt me ook geen zaak van de raad om de invulling te moeten voorleggen van alle kwartiermakers en tijdelijke afdelingshoofden enzovoort. Dat is nu eenmaal aan het college. De voorzitter Interruptie van de heer Janssen. Daarna ronden we af. Meneer Janssen, Jongerenpartij Heerlen (interruptie) Via u voorzitter en hopelijk afrondend: ik had hier hamerstuk opgeschreven. Het is uitgebreid besproken in de commissie. Het is heel duidelijk.
Ik constateer eigenlijk dat ik naast nog wat beantwoording van vragen een hele toelichting krijg op wat de BVS is. Volgens mij als je nu in deze raad niet weet wat de BVS is, wat die doet en waar ze naartoe werken, dan vraag ik me af wat we de afgelopen jaren hebben gedaan. Dus ik zou het misschien handig vinden als we ons beperken tot het stuk - er komen nog een aantal stukken aan – en dat we gewoon gaan besluiten en doorgaan, want er staat nog wel wat op de agenda en ik denk niet dat dit bijdraagt aan het hele debat over de inhoud van waar dit stuk over gaat. De voorzitter De vragen zijn volgens mij ook beantwoord. Wethouder Houben Ja. De maat was vol, meneer Janssen. Ik probeer altijd genoegdoening te geven en in te gaan op al uw gerechtvaardigde wensen om antwoord te krijgen op bepaalde vragen.
Pagina 67 van 120
De voorzitter Dus ga ik ervan uit dat na dit uitgebreide betoog er geen behoefte is aan een tweede termijn. Dat lijkt mij. Toch wel? Wel of niet? Mevrouw Stöcker, toch nog. Tweede termijn Mevrouw Stöcker-Bus, SP Ik wil het wel heel kort houden, want op zich houd ik wel van het optimisme dat de wethouder uitstraalt ten aanzien van instroom of uitstroom van de bijstandsgerechtigden. Ik mag hopen dat dat ook enige realiteitszin heeft. Daarnaast zou ik toch nog willen meegeven: ik vind de Bovengrondse Vakschool een heel mooi iets. In het kader ook van Trots op Heerlen zou ik zeker nu het nog aan de voorkant zit en het nog over de naamgeving gaat, het niet onverstandig vinden om Heerlen daaraan toe te voegen. Bovengrondse Vakschool Heerlen Stichting. De voorzitter Dank u wel. Wethouder Houben Daar zullen we nog over nadenken. Dank in ieder geval voor de support. De voorzitter Kunnen we instemmen met dit voorstel? Dat is het geval. Dank u wel. 14. Verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) Maankwartier/ project De voorzitter Alleen de heer Leers, gaat uw gang. Eerste termijn De heer Leers, Hart-Leers Voorzitter, dank u wel. Het is natuurlijk gek dat er rechtszaken gevoerd moeten worden over het openbaar maken van stukken, maar helaas is dat zo. Ik kan me nog herinneren dat ruime tijd geleden hier ook werd besproken om zaken aangaande het Maankwartier openbaar te maken.
Er stond in een bijzin dat er nog wat documenten ook dan het licht zouden zien en openbaar zouden worden. Dat heeft een hoop gekrakeel en gerommel opgeleverd. Uiteindelijk bleek dat – ik zal het diplomatiek zeggen – een misverstand van de andere kant. Maar wat nu betreft, komt er een heel oud stuk, want volgens mij zijn die stukken uit 2011, 2012, 2013 of nog ouder. Dat komt nou in de openbaarheid. Ik vraag mij alleen af: per wanneer gaat dat gebeuren? In eerste instantie dacht ik: vanaf morgen. Hoe wordt het één en ander openbaar? Zetten we dat pontificaal op de website of hoe gaat dat gebeuren? In de eerste termijn laat ik het hierbij. De voorzitter Dank u wel, meneer Leers. Dit is inderdaad een heel bijzonder besluit, maar het heeft ook iets te maken met een wetswijziging die tussendoor is gebeurd, waardoor niet alleen het college het besluit kon nemen en u het moet goedkeuren om die openbaarmaking op te heffen. Dat
Pagina 68 van 120
gaan we vanaf morgen doen. We gaan even kijken op welke manier dat het beste kan gebeuren, maar we zorgen dat u zo snel mogelijk in die stukken kan komen. Zo eenvoudig is het wat mij betreft. Akkoord? Kunt u hiermee instemmen? Dat is het geval. Dank u wel. 15. Drie nieuwe woonpijlers: Investeren, Koesteren en Reguleren (Aanvraag Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) De voorzitter Ik geeft het woord aan de heer Verreck. Eerste termijn De heer Verreck, Partij van de Arbeid Dank u wel, meneer de voorzitter. Als raad staan we voor een belangrijk besluit, namelijk of we de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek – wie verzint het – ook wel de Rotterdamwet genoemd – wie verzint dat nu weer – gaan inzetten in 19 buurten en 44 aanpalende straten van Heerlen. Laten we beginnen met het voorstel te nemen om het in Parkstad gewoon de Passartwet te noemen. Dan hebben we een beetje een handige naam die ook nog een beetje bij de regio hoort in plaats van Rotterdam. Ik moet altijd aan de Rotterdamstraat denken bij de Rotterdamwet, maar dat is weer een andere straat. Laten we het in ieder geval de Passartwet noemen. Dus ik zal het vanaf nu het gewoon over de Passartwet hebben. We voegen dus wat de Partij van de Arbeid betreft een belangrijk instrument toe aan de gereedschapskist om meer sturing te krijgen op de leefbaarheid en veiligheid.
Dit instrument is misschien wel datgene dat wat ons betreft het grootste effect heeft om de instroom van mogelijke inwoners te gaan reguleren. De Passartwet is en wordt een onderdeel van het fundament van de drie Heerlense woonpijlers: investeren. Via het nieuwe Woonfonds wordt de woningvoorraad uitgebreid en kwalitatief verbeterd. In het raadsvoorstel is er 11 miljoen euro voor het Woonfonds. Kan de wethouder een toelichting geven op de wijze waarop dit gevuld gaat worden en zijn er al toezeggingen met betrekking tot de vulling van dit Woonfonds? Koesteren. Inwoners en nieuwe bewoners die gaan bijdragen aan de veerkracht van de stad en krijgen voorrang bij woningtoewijzing. We lazen dat Zuyderland enthousiast reageert op de plannen van de gemeente. Dat is in de afgelopen jaren ook wel eens anders geweest. Dat is mijn ervaring. Ik wil van de wethouder weten of hij een toelichting kan geven op hoe we die woningtoewijzing expliciet gaan doen. Gaan we dat via de gemeente doen? Gaat de corporatie het doen? Hoe gaan we het gewoon uitvoeren? Als laatste gaan we reguleren. Met de Passartwet wordt de instroom van kwetsbare groepen in overbelaste buurten beperkt. Dat is misschien wel het allerbelangrijkste onderdeel van deze wet: het erop sturen dat inwoners van bijvoorbeeld de Randstad zonder binding met de regio worden afgescheept.
Wij hebben hier tijdens de commissievergadering uitgebreide verhalen gehoord van verschillende mensen hoe dat gebeurt. Maar ook hier weer: hoe gaan we dit nu controleren en vooral handhaven? We hebben nog één vraag. Er zijn verschillende uitzonderingsgroepen binnen die Passartwet. Kan de wethouder een toelichting geven op welke dat nou zijn en wat zou het effect ervan kunnen zijn binnen de eerdergenoemde buurten? Tot zover. De voorzitter Dank u wel. Interruptie van de heer Reijnders.
Pagina 69 van 120
De heer Reijnders, SP (interruptie) Ik heb een korte vraag aan de heer Verreck. Is de heer Verreck zich ervan bewust dat deze wet en deze maatregelen van toepassing zijn op maar liefst – dan moet ik het even goed zeggen – 19 buurten en 44 straten alleen in Heerlen en dan ook nog in Kerkrade en Brunssum? Want het lijkt erop dat hij denkt dat dat van toepassing is op één buurt in Heerlen. De voorzitter Meneer Verreck. De heer Verreck, Partij van de Arbeid Als u goed geluisterd heeft: in het begin heb ik het gehad over 19 buurten en 44 aanpalende straten. Dat heb ik in het begin van mijn betoog genoemd. Ik realiseer me heel goed dat het ook gaat over Brunssum en Kerkrade. Alleen volgens mij zitten wij echt wel in de raad van Heerlen en niet in de raad van Brunssum en dan vooral niet in de raad van Kerkrade. Al hadden we dat ooit moeten herindelen, maar dat is een ander verhaal. We zitten in Heerlen. Ik kies er dan toch voor om het niet de Heëleschwet te noemen of de Brunssum-Noordwet te noemen. Ik denk: ik ben toch een klein beetje chauvinistisch. Volgens mij had een van de insprekers in de commissie het over de Passartwet. We mogen het ook de Heerlerheidewet noemen of de wat voor wet dan ook, maar laten we het een beetje een lokale naam geven. Dat is een beetje mijn oproep die ik in ieder geval wil meegeven. We mogen het ook Parkstadwet noemen.
Ook goed, maar laten we het een lokale naam meegeven. Dat was mijn oproep. De voorzitter Nog een interruptie van de heer Reijnders. De heer Reijnders, SP (interruptie) De intentie wordt zeer geprezen, maar ik wil nog wel iemand uitdagen straks. De voorzitter Dank u wel. Dan ga ik naar D66, de heer Dragstra. De heer Dragstra, D66 Dank u wel, voorzitter. Ik vind de Passartwet niet zo’n hele geschikte naam, maar daar komen we misschien nog wel uit. D66 is voorstander van dit raadsvoorstel. De Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek is een hele mond vol inderdaad, maar het is wel een behoorlijk lastige afweging voor onze fractie geweest. Om te beginnen zien we dat de leefbaarheid in best wel wat wijken en buurten in onze stad de afgelopen decennia behoorlijk achteruitgegaan is gegaan op het gebied van veiligheid, overlast en ook op het gebied van sociale cohesie. Dat is voor een deel te wijten aan de instroom van buitenaf, zoals ook uit cijfers naar voren komt en waar bijvoorbeeld ook het Programma Heerlen Noord nadrukkelijk aandacht op heeft gevestigd. Daar waar de leefbaarheid onder druk staat, moeten we er alles aan doen om deze situatie te verbeteren. Daar hebben we als gemeente Heerlen de afgelopen periode al verschillende maatregelen voor ingezet.
Het zijn maatregelen die grotendeels ook moeten samenhangen met de aanvraag van hoe we het ook precies gaan noemen, maar in ieder geval de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek.
Pagina 70 van 120
Tegelijkertijd zijn we er ons van bewust dat de voorgestelde maatregelen, zoals selectieve woningtoewijzing, ook risico’s met zich meebrengen. Het is erg belangrijk dat we er goed op letten dat we geen onbedoelde stigmatisering of uitsluiting van kwetsbare groepen veroorzaken. We moeten voorkomen dat deze maatregelen leiden tot discriminatie. We moeten ook heel zorgvuldig omgaan met hoe we deze wet toepassen. De uitvoering daarvan moet goed doordacht en transparant zijn, anders kan het eerder de gemeenschap schaden dan helpen. Wat ons betreft is het cruciaal dat we deze maatregelen goed monitoren. We moeten echt weten of deze wet werkt zoals bedoeld en of de leefbaarheid daadwerkelijk verbeterd. Het is niet alleen belangrijk om te reguleren wie wel of niet op bepaalde plekken komt te wonen. We moeten er ook voor zorgen dat de situatie op de lange termijn echt verbeterd. Vandaar dat wij ook een aantal punten en vragen hebben. Allereerst de beheersbaarheid van de uitvoering. Daar is het natuurlijk in de commissie ook al uitgebreid over gegaan. We hebben natuurlijk nog een brief gekregen over hoe de uitvoeringscapaciteit wordt geborgd en met name wat de consequenties zijn als de uitvoeringscapaciteit niet op peil blijkt te zijn. Hoe gaan we daar verder op anticiperen? Daarnaast zijn er natuurlijk ook de juridische en ethische risico’s.
De wet kan juridische en ethische risico’s oproepen, zoals net ook al benoemd is. Hoe wordt ervoor gezorgd dat de wet op een eerlijke en rechtvaardige manier wordt uitgevoerd? Is er bijvoorbeeld een onafhankelijke commissie of instantie die toezicht houdt op de toepasbaarheid van de wet om juridische problemen te voorkomen? Dan een heel belangrijk punt wat ook net genoemd is: die verantwoording en transparantie. Hoe zorgen we ervoor dat er transparantie is in de uitvoering van de wet? Worden de criteria voor woningtoewijzing openbaar gedeeld? Kunnen bewoners inzicht krijgen in hoe beslissingen van woningtoewijzing worden genomen? Wat is het proces van bewoners om bezwaar te maken tegen weigering of het ontbreken van de voorrang bij toewijzing? Daarnaast – daar is het ook in de commissie over gegaan – ook de betrokkenheid van private huurders. Dat is natuurlijk ook best een lastig punt. Hoe wordt de medewerking van particuliere huurders geborgd en in hoeverre zijn private verhuurders verplicht om de criteria van de WBMGB te volgen? Wat gebeurt er als particulieren zich niet aan die wet houden? De voorzitter Interruptie van de heer Reijnders? De heer Reijnders, SP (interruptie) Dank u wel, voorzitter. D66 heeft kennelijk lang getwijfeld, omdat ze toch zorgen hebben over die fundamentele vrijheden die dan misschien een stukje worden afgenomen.
Zeg ik dat zo goed? Wat heeft D66 uiteindelijk toch over de streep getrokken om – dat vermoed ik – hier positief over te besluiten? De heer Dragstra, D66 Ik wil inderdaad ook sowieso positief afsluiten met dat we dit voorstel steunen en dat we kritisch blijven bij de uitvoering. Ik heb het eigenlijk in het begin van mijn betoog genoemd. We zien juist ook wel dat de sociale cohesie en de leefbaarheid in onze wijken en onze stad onder druk staan en dat daar ook bepaalde zware maatregelen die we voor een deel wel genomen hebben, nodig zijn. Daarom staan wij achter dit voorstel en vinden we het ook belangrijk dat dit gebeurt, maar we willen wel dat dit op een kwalitatief goede manier gebeurt. Vandaar dat wij deze kritische vragen inderdaad ook stellen. De voorzitter
Pagina 71 van 120
Interruptie van mevrouw Géron. Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren (interruptie) Dank u, voorzitter. Ik heb meneer Dragstra even laten uitspreken, maar ik hoor hem ook net zoals mijn collega van de SP zeggen: vrijheden, discriminatie enzovoort. Maar meneer Dragstra, bent u het met mij eens dat dit eigenlijk een fout is van het systeem dat wij hier gecreëerd hebben in Nederland? Als we dit doen, dan betekent dat dus ook dat we landelijk ons inzetten, zodat het onderliggende systeem verandert. Mensen worden verdreven door torenhoge huren, gebrek aan betaalbare woningen et cetera. Die fout ligt niet bij ons, maar we krijgen nu wel eindelijk grip op wonen en op de situatie in onze wijken. Dus ik was begonnen met de vraag of meneer Dragstra het daarmee eens was. De voorzitter Meneer Dragstra. De heer Dragstra, D66 Ik heb dat ook in mijn betoog inderdaad toegelicht. Daar ben ik het ook mee eens. We zien inderdaad dat mensen vanuit andere plekken in het land genoodzaakt worden om te verhuizen naar bijvoorbeeld onze regio of naar Parkstad. We zien inderdaad ook dat dat in onze wijken bepaalde situaties met zich meebrengt. Mensen die bijvoorbeeld geen netwerk om zich heen hebben en een al wat complexere situatie hebben, komen uiteindelijk dieper en dieper in de problemen als er daadwerkelijk een dobbelsteentje de verkeerde kant op valt.
Dus op dat gebied zien wij heel erg duidelijk dat het nodig is, maar we vinden wel dat goed bekeken moet worden of deze aanpak effectief is en of we daadwerkelijk ook de juiste effecten zien. De voorzitter Gaat u verder met uw betoog, meneer Dragstra. De heer Dragstra, D66 Ik was eigenlijk aan het einde van mijn betoog dat we inderdaad dit voorstel steunen, maar graag wil ik ook de beantwoording van de wethouder afwachten en vooral kritisch betrokken willen zijn bij de uitvoering. Tot zover. De voorzitter Dan ga ik naar de buren. Meneer Van den Berg van de VVD. De heer Van den Berg, VVD Voorzitter en mijn collega raadsleden, vandaag spreken we over een belangrijk en omvangrijk voorstel voor de introductie van drie nieuwe woonpijlers: investeren, koesteren, reguleren en de aanvraag van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, beter bekend als de Wbmgp of de Rotterdamwet. Voorzitter, dit voorstel raakte de kern van wat ons als VVD bezighoudt, namelijk de toekomst van Heerlen als een stad waar het prettig wonen, werken en samenleven is. Heerlen kent buurten waar armoede en sociale problematiek zich generaties lang opstapelen. Daarnaast zien we dat de instroom van kwetsbare groepen uit andere regio’s de druk verder opvoert. Al enige tijd zetten we de maatregelen in die we afgesproken hebben in het thema Grip op Wonen.
Om het complete plaatje te krijgen, wil de VVD van de wethouder een tussenstand weten. Hoe is het gesteld met de uitvoerbaarheid en de verhuurverordening, met onder andere het meldpunt slecht verhuurderschap, verhuurdersvergunning, de leegstandsaanpak,
Pagina 72 van 120
Keurmerk Kamerverhuurpanden, woonkwaliteitseisentoets, opkoopbescherming en het verhuurregister? Het is een hele gereedschapskist vol die wij hier vastgesteld hebben. Kan de wethouder aangeven of dit georganiseerd is? Is er voldoende capaciteit en is dit ook alom bekend bij hen die ermee van doen hebben? De voorzitter Interruptie van de heer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Voorzitter, dank u. Ik ken de heer Van den Berg als iemand die altijd ook heel erg kritisch is op de afspraken die we hebben gemaakt met betrekking tot hoe we omgaan in de raad en in commissies. Ik heb hem diverse keren horen reageren op collega’s op het moment dat die vragen stellen in de raad die eigenlijk gewoon thuishoren in de commissie. Dus ik vraag me af, meneer Van den Berg: waarom bewaart u deze vragen voor de raad? De voorzitter Meneer Van den Berg. De heer Van den Berg, VVD Meneer De Groot, deze vragen heb ik ook in de commissie gesteld. Ik heb ook gesteld: hoe is het nou met het goed verhuurderschap en hoe is het daarmee ingericht? Ik heb daar naar mijn mening onvoldoende antwoord op gekregen. De wethouder hoeft wat mij betreft niet tot achter de komma duidelijk te maken hoe het ermee gesteld is.
We hebben vanmiddag allemaal een memo gezien van de wethouder waar die heeft aangegeven hoe hij dat gaat organiseren, maar wat mij betreft mag hij dat ook nog even duiden daarin hoe hij die organisatie voor ogen ziet. Er is natuurlijk niks mis mee, want als we kijken naar de Wet betaalbare huur, dan moest er eigenlijk al vanaf medio 2024 wat organiseert zijn. Ik vraag aan de wethouder – ik reflecteer op uw vraag daarin – wat daar de stand van zaken in is. De voorzitter Nog een interruptie van de heer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) U geeft zelf al aan dat de wethouder daar op een bepaalde manier antwoord op heeft gegeven. U geeft ook aan dat u dat begrijpt. Dan kunt u wel zeggen: dan stel ik de vragen nog een keer. Dan kan de wethouder daar nog een keer op reflecteren, maar dat is toch niet de normale gang van zaken, meneer Van den Berg? Kom op zeg. De voorzitter Meneer Van den Berg. De heer Van den Berg, VVD Ik weet niet wat ik daar verder op moet antwoorden, behalve dat ik doorga met mijn betoog daarin. Ik denk wel dat dat een juiste reflectie van mij is. Voorzitter, ik ga door. Er ligt voor: investeren, koesteren en reguleren. Als VVD zullen wij aangeven wat wij waarderen en sterk vinden in dit plan, maar ook eerlijk benoemen waar onze zorgen liggen. Die laatste liggen bij de uitvoeringskracht en met name de financiële onderbouwing.
Voorzitter, de eerste pijler investeren juichen wij van harte toe. Wij zijn blij dat dit college niet langer kiest voor een beleid van krimp en berusting, maar juist voor groei en
Pagina 73 van 120
ambitie. Het is noodzakelijk dat Heerlen toewerkt naar een gezonde en gemengde woningvoorraad en naar het perspectief van 100.000 inwoners in 2050. Elementen van de VVD-D66-motie onderzoek naar de inrichting van een Groeifonds zien we hierin terug, maar ook niet helemaal. Kan de wethouder reflecteren op de aangenomen motie en hoe hij die uitvoering daarin ziet? Voorzitter, wij kunnen op zichzelf aangeven dat de oprichting van een nieuw Woonfonds van 11 miljoen euro een goede zaak is. Het is een fonds dat niet alleen publiek, maar ook privaat wordt gevuld. Werkgevers, instellingen en investeerders die belang hebben bij een aantrekkelijke stad worden mede aan boord gehaald. Dat past bij ons liberaal gedachtegoed. De overheid schept voorwaarden, maar uiteindelijk bouwen we samen. Belangrijk is wel dat dit fonds daadwerkelijk een motor wordt. Dat betekent niet verzanden in bureaucratie, maar concrete projecten mogelijk maken. De ambitie om duizenden extra woningen te realiseren, is een stevige ambitie en die moeten we en kunnen we waarmaken als we willen. We willen zien dat deze woningen werkelijk divers zijn: koop, huur, midden en hogere segmentenhuur, zodat zowel Heerlenaren en iedereen in Nederland naar deze gemeente en regio kan komen, omdat we hier de werkgevers en aantrekkelijke woningen hebben in het echte centrum van Europa.
Parallel hieraan vinden wij het positief dat er fors geïnvesteerd wordt in het verduurzamen en levensloopbestendig maken van bestaande voorraad. Dit is goed voor het klimaat, maar vooral ook voor onze inwoners die langer zelfstandig willen wonen en minder afhankelijk willen zijn van zorgvoorzieningen. Kortom, investeren is voor de VVD de hoeksteen van dit beleid. Het is dé manier om Heerlen aantrekkelijk te maken en om werkenden, gezinnen en professionals hiernaartoe te krijgen. Thema twee, voorzitter: koesteren. Wij herkennen dat Heerlen te vaak haar talent verliest. Jongeren trekken weg. Zorgverleners en leraren werken hier, maar wonen elders en dat terwijl onze stad ze keihard nodig heeft. De inzet van de Rotterdamwet om via artikel 9 bepaalde beroepsgroepen zoals leraren, zorgmedewerkers, politiemensen en mensen in techniek en logistiek voorrang te geven bij woningtoewijzing, steunen wij. Dat is een instrument dat helpt om Heerlen aantrekkelijker te maken voor mensen die de ruggengraat van onze samenleving vormen. We willen hier wel een kanttekening bij plaatsen. Voor de VVD is het essentieel dat deze voorrangsregelingen zorgvuldig worden uitgevoerd: transparant, duidelijk en zonder nodeloze bureaucratie. Het moet niet zo zijn dat jonge starters of middeninkomens worden verdrongen, maar juist dat er een evenwichtige verdeling ontstaat.
Koesteren betekent voor ons dus vooral ruimte maken voor de mensen die Heerlen sterker maken en ervoor zorgen dat zij hier kunnen en willen wonen. Thema drie, voorzitter. Dat is de pijler reguleren. Hier spreken we over de toepassing van de Rotterdamwet. Daarmee krijgt Heerlen de mogelijkheid om in 19 buurten en 44 straten voorwaarden te stellen aan woningzoekenden. Via artikel 8 kan worden geëist dat mensen inkomen uit werk of studie hebben. Via artikel 9 kan voorrang worden gegeven aan cruciale beroepen. Via artikel 10 kan screening plaatsvinden bij het vermoeden van overlast of criminaliteit. We erkennen de noodzaak. Heerlen kan niet de opvangstad van Nederland blijven. Te vaak zien wij dat kwetsbare bewoners uit rijkere gemeenten hier terechtkomen, terwijl die gemeenten zelf hun verantwoordelijkheid ontlopen. Het is niet eerlijk dat de zwaarste lasten al jarenlang op de smalste schouders terechtkomen. De VVD steunt dus de keuze om selectieve woningtoewijzing toe te passen, maar we zijn ons ook bewust van de risico’s. Het werken met de Rotterdamwet vraagt veel van onze uitvoeringsorganisatie. Handhaving, vergunningverlening en screening vraagt capaciteit en expertise die er naar onze mening nu niet of nauwelijks is. In het raadsvoorstel lezen we ook dat dit een uitvoeringsrisico vormt.
Pagina 74 van 120
Onze boodschap is helder. Reguleren kan alleen succesvol zijn als de uitvoering stevig staat. Half werk leidt tot teleurstellingen, juridische procedures en frustratie bij bewoners. De VVD wil daarom van het college op een zo kort mogelijke termijn een concreet uitvoeringsplan hebben inclusief capaciteit en budget voordat we daadwerkelijk met de uitvoering starten. Voorzitter, dit thema is niet benoemd, maar is voor de VVD wel belangrijk. Dat is namelijk het thema financiën. Hier komen we met een belangrijke en kritische noot, namelijk de financiële onderbouwing. Het plan dat ons voorligt is groot en ambitieus, maar het wordt aan de raad gepresenteerd zonder financiële dekking. In het raadsvoorstel lezen we dat de noodzakelijke inzet van middelen pas in de begroting van november aan de orde komt. Dat vinden wij als VVD eigenlijk te mager. We willen duidelijkheid vooraf. Daar heeft deze raad in deze uitdagende tijd recht op. Hoeveel gaat de uitvoering en de handhaving van de Rotterdamwet kosten? Hoe wordt het nieuwe Woonfonds structureel gevoed? Hoe voorkomen we dat alle lasten straks bij de gemeente neerkomen, terwijl private partijen onvoldoende bijdragen? De VVD wil op voorhand geen blanco check uitschrijven. Wij staan positief tegenover de pijlers, maar willen inzicht in de financiële haalbaarheid. In onze ogen kan de raad dan pas in principe een weloverwogen besluit nemen.
Voorzitter, de drie woonpijlers investeren, koesteren en reguleren, bieden Heerlen een stevige koers richting een betere en meer veerkrachtigere stad. Investeren is de motor. Koesteren is het hart en reguleren is de noodzakelijke bescherming. De VVD steunt deze koers in principe, omdat het aansluit bij onze ambitie voor onze groeiende en vitale stad, maar wij stellen heldere voorwaarden: financiële onderbouwing. Geen besluit zonder duidelijkheid over kosten en dekking. Uitvoeringskracht wordt geborgd. Capaciteit en expertise moeten op orde zijn voordat de Rotterdamwet wordt ingevoerd. Samenwerken met private partijen. Het Woonfonds moet publiek en privaat gedragen worden. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan – ik heb daar geen twijfel over – dan kan Heerlen eindelijk een omslag maken van krimp naar groei en van kwetsbaarheid naar kracht. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel. Ik kijk naar de heer Jacobs. Die had ook het woord of niet? Het is uw avond. Meneer Jacobs, Forum voor Democratie Voorzitter, ik houd het kort, maar krachtig. U kent mij wel een beetje en de wethouder kent mij ook wel een beetje onderhand. Als ik het woord regulering zie in combinatie met een overheid, dan begint bij mij alles te kriebelen. Maar ik heb toch wel sympathie voor deze wet. Ik zie de achtergrond waarom hij deze wet wil invoeren.
Misschien dat een aantal mensen het zal verbazen, maar ik ga met die wet instemmen. Ik heb wel een aantal vragen en een aantal maren. Ik meen dat er een aantal onderzoeken zijn. Het is de Rotterdamwet. Als ik die onderzoeken zie, dan heeft die wet in Rotterdam gefaald. Het heeft niet geleid tot meer leefbaarheid. Kennelijk zijn dat onderzoeken van het ministerie. Dus mijn concrete vraag aan de wethouder is: wat gaan we hier anders doen dan in Rotterdam, zodat het hier wel gaat lukken? De tweede vraag: de wethouder weet dat ik nogal fan ben van Milton Friedman. Eén van zijn uitspraken is – ik zal hem even voorlezen – nothing is so permanent as a temporary government program. Dan weet u wel wat ik bedoel. In principe is deze wet vier jaar geldig. Daarna is die sowieso niet meer geldig, maar mijn vraag aan de wethouder is: stel u voor dat u na twee jaar erachter komt dat die wet niet werkt en dat het toch niet is wat we er ons van voorgesteld hebben, bent u dan bereid om te zeggen dat we hem ook weer intrekken? Of zegt u: voor mij is die vier jaar een keiharde termijn en ik ga kijken na vier jaar, want dan kan ik pas de resultaten zien of weet ik het? Ik zou een reflectie daarop willen hebben.
Pagina 75 van 120
In de commissie maakte ons commissielid een opmerking. Ik moest eerlijk gezegd het woord opzoeken, want ik wist niet wat het betekende. Hij had het over redundante regelingen. Ik merkte uit uw antwoord dat u best bereid bent om die reguleringen die we nu in de afgelopen jaren allemaal hebben gehad nog eens een keer onder de loep te nemen en daar nog eens kritisch naar te kijken. Heb ik zo goed begrepen dat dat inderdaad het geval is en dat als deze Rotterdamwet is ingevoerd, dat u daar nog eens kritisch naar kan kijken? Wellicht dat een regeling redundant is. Voor zover mijn eerste termijn. De voorzitter Interruptie van de heer Leers. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Voorzitter, nu moet ik nog toch even. Voor de tweede keer hoor ik het woord redundant. Eén keer heb ik het ook in de raadscommissie gehoord. Nu ben ik in de overtuiging dat dat overbodig betekent. Klopt dat of niet? Want anders dan heb ik het verkeerd, dat het zo de vuilnisbak in kan. Is het redundant? Meneer Jacobs, Forum voor Democratie Ik ben fan van ChatGPT. Hij zegt hier tegen mij: ja, redunante regeling is een bestaande term die verwijst naar overtollige of dubbele systemen, onderdelen of functies die als back-up dienen om de betrouwbaarheid en continuïteit te waarborgen. Dus u heeft gelijk, meneer Leers. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Waarvoor hartelijke dank.
De voorzitter Het is toch fijn dat we dit zo allemaal doen naar elkaar. Zullen we nu gaan stemmen? Sorry. Ik ga naar meneer Daamen van Partij Hoensbroeks Belang. De heer Daamen, Partij Hoensbroeks Belang Dank u wel, voorzitter. Ik ga de heer Van den Berg niet overtreffen qua hoeveelheid, denk ik. Gelukkig maar. Ik heb het net met mijn collega erover gehad. Er werden allerlei mooie namen genoemd, maar ik vind eigenlijk: ere wie ere toekomt. Ik ga het gewoon de Gelderblomwet noemen, want dat is de grondlegger en de persoon die zich daar keihard voor heeft ingezet. Dat vind ik ook dan bij deze ook wel de Gelderblomwet. Voorzitter, dat deze wet nodig is, heeft gisteravond de bijeenkomst bij De Koffiepot andermaal bewezen. Voor de mensen die er niet bij waren – ik geloof dat meneer Van den Berg er helaas ook niet bij was – dan had u meteen gezien wat de noodzaak was van deze wet. Het voorliggende raadsvoorstel getuigt van visie, lef en daadkracht. Er wordt gekozen voor een koers die niet alleen problemen benoemt, maar ook concrete oplossingen aandraagt. Met de drie woonpijlers investeren, koesteren en reguleren – dat is al een paar keer gezegd vanavond en iedereen weet dat nu dus – leggen we een stevige basis voor een toekomstig en veerkrachtig Heerlen. We gaan de uitdaging van kwetsbare buurten niet uit de weg, maar we gaan er juist mee aan de slag.
Door gebruik van de Gelderblomwet – dat scheelt weer een moeilijk woord grootstedelijke problematiek et cetera waar iedereen over struikelt – hebben we instrumenten in handen om grip te krijgen op de instroom en dynamiek in de buurten die onder zware druk staan. Dat is essentieel voor het doorbreken van de vicieuze cirkel van armoede, overlast en voor veiligheid.
Pagina 76 van 120
Daarnaast is de uitgebreide en totale benadering de meerwaarde. Het gaat hier niet alleen om losse maatregelen, maar om de totale samenhangende strategie die de sociaaleconomische en fysieke leefomgeving waar iedereen mee te maken heeft versterkt. Investeren in een aantrekkelijk en duurzaam woningaanbod. Dat is één van de grote pijlers met oog voor vooral menging van bevolkingsgroepen en toekomstbestendigheid. We moeten de mensen koesteren die bijdragen aan de stad door hen kansen te geven, zodat ze kunnen blijven wonen in Heerlen en daar ook hun woonruimte vinden. We moeten de verhuisbewegingen reguleren die juist nu zo onder druk staat op kwetsbare buurten, zodat er weer balans en leefbaarheid kan ontstaan met een goede spreiding dus. Zoals gezegd, verdient dit voorstel alle lof, omdat het niet alleen vanuit problemen redeneert, maar juist vanuit kansen en ambities. Een ander sterk punt is de brede steun en samenwerking en dan vooral de samenwerking met woningcorporaties, politie, Rijksoverheid en regionale partners die nauw betrokken zijn bij de voorbereiding. Hierdoor ontstaat een gezamenlijk draagvlak en verantwoordelijkheid voor de uitvoering.
De koppeling aan het Nationaal Programma Heerlen Noord, wat een ander vastgesteld beleid is, op wonen, de leegstandsregeling en de zelfbewoningsplicht laten allemaal zien dat het geen losstaande initiatieven zijn, maar onderdeel van een totaalpakket. Tenslotte is het waardevol dat het voorstel zorgvuldig omgaat met monitoring en evaluatie, want het is structureel wel heel erg belangrijk dat het goed te monitoren zijn en dat we dan zien wat de effecten zijn. Wat levert het ons nou op? Die opmerking werd gisteravond ook verschillende keren gemaakt. Onze conclusie is dan ook het volgende: met dit voorstel zet Heerlen een grote stap voorruit richting een stad waar het prettig wonen, leven en werken is. De drie woonpijlers bieden een stevig, realistisch en ambitieus antwoord op de uitdagingen waar we als stad tegenaanlopen. Het is het plan dat balans brengt tussen beschermen en wat kwetsbaar is en bouwen aan een sterke toekomst. Partij Hoensbroeks Belang is alleen maar heel erg positief over dit voorstel en steunt dat van ganser harte. De voorzitter Dank u wel. Meneer Hoogers van de PVV. De heer Hoogers, PVV Voorzitter, dank u wel. De noodzaak om kwetsbare buurten te ontzien, is niet meer dan duidelijk.
Ook gisteren in de buurtbijeenkomst over de Hoofdstraat in Hoensbroek is het glashelder geworden dat de bewoners genoeg hebben van overlast, behoefte hebben aan veiligheid, maar vooral dat de huidige bewoners op de eerste plek gezet worden. Als PVV gaan wij dan ook niet in de weg liggen van de toepassing van de Rotterdamwet, de Passartwet, de Gelderblomwet of hoe je het ook wil noemen. Eindelijk hebben we een instrument om hardnekkige problematiek in de wijken aan te pakken, al is dit volgens sommige bewoners uit Hoensbroek gisteren iets te laat. Maar, voorzitter, er is een groot risico. Regels blijven zich opstapelen waar wij als gemeente blijven ingrijpen op eigendomsrechten van onze inwoners, bedrijven en corporaties. Kan de wethouder toezeggen dat er kritisch wordt gekeken naar welke regels overbodig worden zodra dit voorstel ingaat? Zo blijft ook de regeldruk beheersbaar. Voorzitter, u, maar ook de wethouder waren er gisteren bij. U heeft ook moeten zorgen voor de inwoners. De inwoners maken zich zorgen over de selectie en de PVV deelt die zorgen. De wethouder heeft gisteren verteld dat de Rotterdamwet op gespannen voet staat met de taakstelling van statushouders. Kan de wethouder toezeggen dat hij in Den Haag zal aandringen op de lijn van de Rotterdamwet, de Gelderblomwet of hoe je het ook wil noemen
Pagina 77 van 120
en dat het voor strengere selectie en meer veiligheid zal zorgen en niet op de Haagse taakstelling die ons dwingt om bijvoorbeeld statushouders voorrang te geven? Voorzitter, de invoering hiervan is ook een mooi moment om een nulmeting te starten om daadwerkelijk in kaart te brengen dat de overlast daalt en het veiligheidsgevoel in de wijken stijgt. Dank u wel. De voorzitter Interruptie van de heer Verreck. De heer Verreck, Partij van de Arbeid (interruptie) Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik heb twee vragen. Hoor ik de heer Hoogers nu vragen: laten we nu maar de Nederlandse wetgeving gewoon aan onze laars lappen? Het ene moment hoor ik hem vragen: laten we nu maar de wetgeving op het gebied van de taakstelling van asielzoekers gewoon maar aan onze laars lappen. Laten we dat maar niet doen. Ik ben wel heel benieuwd: in de commissie had de PVV het over dat deze wetgeving een soort van Sovjetsysteem zou zijn. Dus ik ben wel heel benieuwd waar nu het inzicht kwam van de PVV dat het misschien toch wel een goed idee zou zijn om deze wet door te voeren, dus er moet ergens een soort lampje zijn gaan branden bij hen met: deze wet is misschien wel een voordeel. De voorzitter Meneer Hoogers. De heer Hoogers, PVV Voorzitter, die lamp heeft altijd gebrand, want wij hebben nooit gezegd dat we tegen dit voorstel waren, ook niet tijdens onze commissies.
En ja, we hebben het een Sovjetsysteem genoemd, maar dat kwam ook omdat er regels blijven opstapelen die inbreuk maken op onze eigendomsrechten, zoals ik het ook net benoemd hebt. En ja, de wethouder heeft gisteren ook de vraag gekregen van één van onze inwoners hoe dat dan zit met de statushouders. Toen werd er volgens mij ook heel open verteld: het staat op gespannen voet. Dus het is enerzijds de taakstelling en anderzijds de Rotterdamwet. Het is op dat moment – tenminste, zo heb ik het begrepen en misschien dat de wethouder dat ook kan bevestigen – zo dat het nog niet duidelijk is welke wet of welke regeling nu voorrang heeft. Dat zou ik graag toegezegd willen krijgen. De voorzitter Interruptie van de heer Reijnders. De heer Reijnders, SP (interruptie) Dank, voorzitter. Volgens mij zijn de kern en de criteria zeer eenvoudig. Als je niet uit deze regio komt, dan willen we graag dat je werk of inkomen hebt, zodat je iets kunt bijdragen. Daarvoor is het inderdaad goed om kritisch te zijn op uitzonderingen, want voor je weet is de uitzondering de regel. Maar mijn vraag aan de PVV is: als een statushouder wordt geplaatst en hij heeft hier een baan, is hij dan welkom als het aan de PVV ligt? De voorzitter Meneer Hoogers. De heer Hoogers, PVV
Pagina 78 van 120
Voorzitter, ook dat is een afweging die dan gemaakt moet worden. Ik denk dat het dan een goede stap in de juiste richting is om al in ieder geval het criterium op te stellen dat de statushouder werk moet hebben. De voorzitter Nog een interruptie van de heer Reijnders. De heer Reijnders, SP (interruptie) Het idee is dat het er eigenlijk niet zo toedoet of je statushouder bent, paars bent of vijf neuzen hebt, als je maar werk hebt. Dus volgens mij is het criterium glashelder. Dus ik zou er niet ook nog eens allerlei categorieën van mogelijke mensen bij willen vangen, want volgens mij maakt dat de wet niet beter. Hoe kijkt de PVV ernaar? De voorzitter Meneer Hoogers. De heer Hoogers, PVV Voorzitter, via u. Volgens mij is dat nu juist wel hetgeen wat gaat gebeuren, omdat die wet op dusdanig gespannen voet staat. Vandaar ook de vraag aan de wethouder: wat gaat er nu gebeuren? Welke regeling gaat voorrang krijgen? De voorzitter Dank u wel. Ik zag ook een interruptie van de heer Van den Berg. De heer Van den Berg, VVD (interruptie) Voorzitter, voordat het een hele discussie gaat worden over met name de bedreiging die er voor onze stad is en waarom we dan ook met name de Rotterdamwet zouden willen invoeren geef het beestje maar een naam – mis ik zeker aan de kant van de PVV, wat nou de kansen zijn.
Ik bedoel, hij heeft het over de bedreigingen, de Hoofdstraat en noem het maar allemaal op, maar welke kansen ziet hij in datgene wat hier voorligt? Wat is nou zijn idee rondom het investeren in onze stad wat ook onderdeel is van het voorstel dat er ligt? De voorzitter De heer Hoogers. De heer Hoogers, PVV Voorzitter, één woord: leefbaarheid. Als de VVD gisteren ook aanwezig was bij de buurtbijeenkomst, dan had de VVD ook met eigen ogen kunnen zien wat het betekent om niet leefbaar te kunnen wonen in een wijk en – wat het ook betekent – om in een wijk alleen maar kwetsbaren geconcentreerd te hebben en wat dit ook doet met de inwoners. De voorzitter Nog een interruptie van de heer Van den Berg. De heer Van den Berg, VVD (interruptie) Voorzitter, dat is de investering en die snap ik natuurlijk ook wel, maar dat is niet datgene wat ik bedoel. Het is de investering in onze stad, in onze fysieke ruimte, in onze woningen en in onze werkgevers. Welk idee heeft meneer Hoogers daar dan bij? Want dat is volgens mij ook de kern die hier raakt bij dit voorstel.
Pagina 79 van 120
De voorzitter Meneer Hoogers. De heer Hoogers, PVV Daar ga ik heel kort in zijn, want volgens mij heb ik het antwoord al gegeven: de leefbaarheid. De voorzitter Dank u wel. Laatste interruptie van de heer Van den Berg. De heer Van den Berg, VVD (interruptie) Dan zou ik graag van meneer Hoogers willen weten: wat vindt hij nou van dat Woonfonds? De voorzitter Wat vindt u van het Woonfonds, meneer Hoogers? De heer Hoogers, PVV Volgens mij hebben we het hier niet over het Woonfonds, maar hebben we het nu even over de Gelderblomwet, de Rotterdamwet, de Passartwet en welke overlast we daarmee kunnen gaan voorkomen in onze kwetsbare buurten. De voorzitter Nee, ik heb drie interruptie toegestaan. Ik ga verder. Ik ga naar meneer Damen van de Fractie Damen. Niet het woord? Dan ga ik naar de SP met de heer Reijnders. De heer Reijnders, SP Dank u, voorzitter. Het is 22.30 uur. Ik begon al moe te worden. Maar in alle eerlijkheid: nu ik weet dat de heer Jacobs voorstemt, heb ik een ongelofelijke boost gekregen, dus ik kan er weer even tegen. Dank daarvoor, meneer Jacobs. De Heerlenwonenwet. Voorzitter, vandaag is een belangrijke dag. Eigenlijk moet dat belangrijkste moment nog komen, terwijl de dag al bijna voorbij is, want we gaan een heel belangrijk en misschien wel historisch besluit nemen om verder te bouwen aan stabiele en sterke buurten in onze stad.
Dat doen we door ingrijpende maatregelen te nemen met behulp van de Wbmgp, de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. Waarom doen we dat? Omdat de in-, door en uitstroom van bewoners van buiten de regio naar onze volksbuurten echt zorgwekkende vormen heeft aangenomen. We hoeven niet meer bij die oorzaken stil te staan. We weten al allemaal dat die mensen vaak met verhuispremies worden weggejaagd. Ik zou het nog wel voor de wat meer liberaal denkende politici – dat zijn er heel wat volgens de SP – nog even willen memoreren dat we in 2016 de Woningwet geflexibiliseerd hebben. Vrije markt, dereguleren, lekker bezig. Vandaag de dag zijn meer dan 50 procent van alle huurcontracten in de Randstad en in de grote steden flexibele huurcontracten. Dat is die vrije wereld waar dus een huurbaas jou gewoon de straat op kan flikkeren, terwijl er helemaal geen woningen zijn. Ik zou de discussie over die fundamentele vrijheden en die fundamentele rechten toch graag in de toekomst wat meer willen verplaatsen naar het moment dat we denken: hosanna, de markt gaat hier alles reguleren. De problemen zijn ondertussen op die woningmarkt immens. We hebben geen goedkope woningen meer en mensen zijn niet meer zeker van het dak boven hun hoofd en dat leidt tot problemen.
Pagina 80 van 120
De voorzitter U heeft twee interrupties. Meneer Leers en meneer Van den Berg. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Voorzitter, dank u wel. Ik heb een stukje gelezen dat in Heerlen de afgelopen jaren 462 huurwoningen verkocht zijn door huurbazen vanwege het feit dat het zich helemaal niet meer rendeert om de woningen in de verhuur te hebben. Dus wat dat betreft: ik denk dat er zich iets heel anders afspeelt op de markt. Dat is dat er steeds minder huurwoningen zijn, omdat verhuurders zeggen: doe het maar van de hand, want voor ons loont het niet meer. Dat is de realiteit. Daardoor ontstaan er juist nog meer problemen. Dat is wetgeving waar u misschien niks aan kan doen, maar volgens mij steekt zo de vork in de steel. 462 woningen die van huur naar koop zijn gegaan, zijn er nogal wat in de afgelopen jaren in onze stad. De voorzitter Bent u dat met hem eens, meneer Reijnders? De heer Reijnders, SP Het is een heel gericht voorbeeld en een ontwikkeling die feitelijk is. Ik denk dat wij inderdaad wat meer aan de kant van huurders staan en kennelijk de heer Leers wat meer aan de kant van verhuurders, dus het feit wat hij mij nu vertelt, staat volgens mij op geen enkele manier in contrast met wat ik net vertelde. De voorzitter Tweede interruptie op dat punt van de heer Leers.