Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 9 Quicscan natuur
Tekst van het document
In onderstaande tabel 7 zijn de waarnemingen van beschermde zoogdiersoorten weergegeven uit de laatste vijf jaar in een straal van circa 1 km rond het plangebied. Tabel 7: Overzicht van waargenomen soorten in een straal van 1 km rond beide deelgebieden (bron: NDFF Quickscanhulp). Voor de in grijs weergegeven soorten geldt een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen en bestendig beheer of onderhoud. Beschermingsregime Beschermde soort
Habitatrichtlijnsoort
Andere soorten
Aardmuis
X
Bosmuis
X
Bunzing
X
Das
X
Dwergspitsmuis
X
*Eekhoorn
X
Egel
X
Grote bosmuis
X
Haas
X
Hermelijn
X
Huisspitsmuis
X
Konijn
X
Ondergrondse woelmuis|
X
27
Quickscan natuurwaarden Fietsverbinding & Watermaatregelen
Beschermingsregime Beschermde soort
Habitatrichtlijnsoort
Aardmuis
Andere soorten X
Ree
X
Rosse woelmuis
X
**Steenmarter
X
Veldmuis
X
Vos
X
Wezel
X
Wild zwijn
X
Bever
X
Gewone dwergvleermuis
X
Gewone/Grijze grootoorvleermuis
X
Gewone grootoorvleermuis
X
Hamster
X
Laatvlieger
X
*Vrijstelling geldt voor de maanden maart, april en juli t/m november. **Vrijstelling geldt van 15 augustus t/m februari. Deelgebied Vrakelbergerweg Tijdens het veldbezoek werd vastgesteld dat het plangebied deel uit kan maken van het leefgebied van diverse algemeen voorkomende zoogdieren. Het gaat dan om Konijn, Haas, Vos, enkele kleine marterachtigen en diverse soorten muizen. Voor de algemene soorten (in tabel 7 grijs weergegeven) geldt een vrijstelling van verbodsbepalingen in geval van ruimtelijke ontwikkelingen. Na de uitvoering van de werkzaamheden blijft het gebied deel uitmaken van het leefgebied van deze soorten. Voor deze soorten is geen nader onderzoek of een ontheffing nodig bij het uitvoeren van ruimtelijke ontwikkelingen. Das Das is bekend van het gebied ten noorden van de Vrakelbergerweg. In 2014, 2016 en 2017 zijn hier onder meer verkeersslachtoffers gevonden. De aanleg van het fietspad ten zuiden van de weg vergroot de oversteek tussen het gebied waar de vermoedelijke burcht ligt (noordkant van de weg) en een deel van het foerageergebied (agrarisch gebied ten zuiden van de weg). De oversteek wordt er waarschijnlijk niet gevaarlijker door omdat met name auto’s een bedreiging vormen.
Indien gezocht wordt naar een plus bij deze ontwikkeling zou het aanbrengen van een dassenraster en dassentunnel of het aanbrengen van verkeersremmende maatregelen helpen de populatie te behouden. Tijdens het veldbezoek werd een duidelijke wissel gevonden op de noordelijke helling van de weg, de locatie is in onderstaande figuur weergegeven.
28
Quickscan natuurwaarden Fietsverbinding & Watermaatregelen
Figuur 21: Locatie wissel Das langs de Vrakelbergerweg.
Figuur 22: Waarnemingen Das is de omgeving van de Vrakelbergerweg in de afgelopen vijf jaar (NDFF).
Indien gezocht wordt naar een plus bij deze ontwikkeling zou het aanbrengen van een dassenraster en dassentunnel of het aanbrengen van verkeersremmende maatregelen helpen de populatie te behouden. Door de aanleg van het fietspad gaat een kleine oppervlakte van het foerageergebied verloren (oppervlak fietspad), relatief gezien gaat het om een zeer kleine oppervlakte en blijft voldoende foerageergebied ten zuiden van de weg beschikbaar. Grote bosmuis en Wild zwijn Deze soorten komen voor in gebieden met enige dekking. Deze ontbreekt in het plangebied Vrakelbergerweg. Voorkomen kan daar uitgesloten worden op grond van het agrarisch gebruik. Bever Open water en aangrenzende oevers die geschikt zijn als leefgebied voor Bever ontbreken in het plangebied. Maatregelen voor Bever zijn niet nodig.
29
Quickscan natuurwaarden Fietsverbinding & Watermaatregelen
Vleermuizen Het plangebied maakt deel uit van het foerageer- en migratiegebied van diverse soorten vleermuizen. De bomen die gekapt worden maken geen deel uit van een doorlopend lijnvormig element. Tijdens het veldbezoek is specifiek gelet op aanwezigheid van geschikte holten in de te kappen bomen. Geschikte holten werden niet aangetroffen. Nader onderzoek of een ontheffing voor vleermuizen is niet nodig. Hamster Hamster leeft met name in graanakkers of percelen met Luzerne. Waarnemingen in de NDFF uit het plangebied en de directe omgeving ontbreken Gezien het ontbreken van graanakkers in de nabije omgeving van het plangebied en het intensieve gebruik van de akkers kan het voorkomen van Hamster in het plangebied op voorhand uitgesloten worden. Deelgebied Daelsweg Tijdens het veldbezoek werd vastgesteld dat het plangebied deel uit kan maken van het leefgebied van diverse algemeen voorkomende zoogdieren. Het gaat dan om alle grijs weergegeven soorten. Das komt voor in het plangebied. Gezien de vele waarnemingen in het bosgebied ten zuiden van het plangebied is het aannemelijk dat daar een burcht aanwezig is. Op voorhand kan echter niet worden uitgesloten dat een (bij)burcht aanwezig is in of nabij het plangebied. Het voorkomen van dassenburchten, Grote bosmuis, Wild zwijn en de in de tabel genoemde vleermuissoorten kan niet op voorhand uitgesloten worden.
In het plangebied Daelsweg dient onderzoek uitgevoerd te worden naar het voorkomen van dassenburchten, mogelijke verblijfplaatsen in bomen en opstallen van Steenmarter en vleermuizen. Indien deze aanwezig zijn en verblijfplaatsen en/of functionele omgeving aangetast worden dient een ontheffing te worden aangevraagd op grond van de Wet natuurbescherming. Voor Grote bosmuis en Wild zwijn is specifiek onderzoek naar vaste verblijfplaatsen niet noodzakelijk. Aangenomen mag worden dat beide soorten voorkomen in of nabij het plangebied. Waarschijnlijk kan gewerkt worden op basis van een goedgekeurde gedragscode om overtredingen van verbodsbepalingen te voorkomen. Als voor overige soorten toch een ontheffing aangevraagd moet worden, kan overwogen worden ook voor Grote bosmuis en Wild zwijn een ontheffing aan te vragen.
3.4.
Vogels
In de Wet natuurbescherming zijn verbodsbepalingen opgenomen met betrekking tot vogels in het Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. In grote lijnen komen deze verbodsbepalingen op het volgende neer: - het is verboden vogels te doden of te vangen, - het is verboden in gebruik zijnde nesten en rustplaatsen te beschadigen of weg te nemen, - het is verboden eieren te beschadigen, te rapen of onder zich te hebben, - het is verboden vogels te storen behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Een ontheffing of vrijstelling is mogelijk onder bepaalde voorwaarden (zie ook bijlage 1).
Jaarrond beschermde nesten Nesten van een aantal soorten zijn jaarrond beschermd; ook de functionele omgeving van deze jaarrond beschermde nesten is beschermd. Storing met als gevolg het (tijdelijk) verlaten van een jaarrond beschermd nest wordt eveneens beschouwd als vernielen van het nest als daardoor het broedsucces vermindert. De lijst van soorten met een jaarrond beschermd nest is hieronder opgenomen:
30
Quickscan natuurwaarden Fietsverbinding & Watermaatregelen
Tabel 8: Lijst jaarrond beschermde vogelnesten (Beleidsregel passieve soortenbescherming Limburg, 2017). Van de vet weergegeven soorten zijn territoria aangetroffen in of in de directe omgeving van het plangebied. Soort
Categorie
Soort
Categorie
Soort
Categorie
Boerenzwaluw
2
Huiszwaluw
2
Roek
1
Boomvalk
3
Kerkuil
1
Slechtvalk
2
Bosuil
2
Oehoe
1
Steenuil
1
Gierzwaluw
2
Ooievaar
2
Torenvalk
3
Grote gele kwikstaart
2
Ransuil
3
Wespendief
3
Havik
3
Raaf
3
Zwarte wouw
3
2
Rode wouw
3
Huismus Categorie 1: Categorie 2:
Jaarrond gebruikte nesten (ook buiten broedseizoen gebruik van de nestplaats). Zeer plaatstrouwe broedvogels of soorten die afhankelijk zijn van bebouwing Deze soorten broeden elk broedseizoen op dezelfde plaats en zijn daarin zeer conservatief. De fysieke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar
Categorie 3:
Plaatstrouwe vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest omdat ze niet of nauwelijks in staat zijn om zelf een nest te bouwen. Deze soorten zijn niet in staat een geheel eigen nest te bouwen en maken gebruik van oude kraaiennesten of nesten waar zij eerder gebroed hebben. Of ze bouwen een nieuw nest op het oude nest van het voorgaande jaar en zijn extra kwetsbaar voor verstoring. Hier vallen ook roofvogels onder die zich sinds kort aan het vestigen zijn in de provincie waarvan de staat van instandhouding nog verre van gunstig van is.
Soorten waarbij getoetst moet worden of voldoende functioneel leefgebied aanwezig blijft Voor de soorten in onderstaande tabel dient te worden vastgesteld dat er voldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is voor de soort om zich te kunnen vestigen. In dat geval geldt geen jaarronde bescherming van het nest. Als er onvoldoende alternatieve leefomgeving aanwezig is, geldt wel een jaarronde bescherming. Tabel 9: Soorten waarvan het nest jaarrond beschermd is als er onvoldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is voor de soort om zich te kunnen vestigen. (Beleidsregels passieve soortenbescherming Limburg, 2017). Van de vet weergegeven soorten zijn territoria aangetroffen in of in de directe omgeving van het plangebied. Bijeneter
Grauwe klauwier
Kwartelkoning
Roerdomp
Wulp
Blauwe reiger
Grutto
Oeverzwaluw
Sperwer
Zomertortel
Buizerd
IJsvogel
Paapje
Spotvogel
Zwarte specht
Draaihals
Kramsvogel
Ringmus
Visdief
Categorie 4:
Nesten van plaatstrouwe vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen indien de nestplaats verloren gaat. Ze zijn dusdanig kwetsbaar dat de functionaliteit niet in het geding mag komen. Indien de omgeving van de bekende nestplaats vernietigd wordt moet worden bepaald of er voldoende functionaliteit behouden blijft.
Nesten van andere soorten zijn buiten het gebruik voor de voortplanting niet beschermd. Voor kunstmatige nestgelegenheid geldt dat deze verplaatst mogen worden als de functionaliteit effectief behouden blijft ondanks de verplaatsing.
31
Quickscan natuurwaarden Fietsverbinding & Watermaatregelen
Deelgebied Vrakelbergerweg In 2010 en 2011 is door de provincie Limburg in de omgeving van het plangebied een broedvogelkartering uitgevoerd gericht op zeldzame en schaarse broedvogels. Hierbij werden in en nabij het plangebied territoria van diverse karakteristieke broedvogels van agrarisch gebied aangetroffen zoals Veldleeuwerik, Gele kwikstaart, Kwartel (ten zuiden van de Vrakelbergerweg). Ten noorden van Vrakelbergerweg waren talloze territoria aanwezig van kleine zangvogels zoals Grasmus, Kneu, Geelgors, Grauwe vliegenvanger maar ook van Grote bonte specht en Grauwe klauwier (waarneming.nl). In de broedvogelpopulatie is naar verwachting weinig verandering opgetreden in de afgelopen jaren. In de afgelopen vijf jaar zijn verschillende waarnemingen van Grauwe klauwier bekend, ook van een waarschijnlijk broedpaar. De waarnemingen komen uit het natuurgebied ten noorden van de Vrakelbergerweg. De werkzaamheden gaan gepaard met veel rijbewegingen van vrachtverkeer (aan en afvoer materiaal en grond) en zwaar materieel. In de huidige situatie is de Vrakelbergerweg ook vrij druk maar het is niet helemaal uit te sluiten dat de werkzaamheden in het broedseizoen voor een dergelijke verstoring zorgen dat de soort niet tot broeden komt op deze locatie. Het is bij wet verboden vogels zodanig te storen dat deze storing van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding.
Gedeputeerde Staten beschouwen een zodanige verstoring dat een jaarrond beschermd nest of vaste rust- en verblijfplaats van een beschermde soort wordt verlaten, als vernielen van de rust- of verblijfplaats, als bedoeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming. Dat is ook het geval indien een jaarrond beschermd nest of vaste rust- en verblijfplaats van een beschermde soort tijdelijk wordt verlaten indien dat het voorplantingssucces vermindert. Grauwe klauwier is opgenomen in categorie 4 (zie hierboven). De soort wordt voldoende flexibel geacht om zich elders te vestigen, functioneel leefgebied is in de omgeving nog volop aanwezig. Uit het oogpunt van de zorgplicht (Wet natuurbescherming) verdient het echter de voorkeur om de werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen. Kramsvogel (eveneens opgenomen in categorie 4) werd tijdens de broedvogelkartering van de provincie broedend aangetroffen ten zuiden van de Vrakelbergerweg (buiten het plangebied). Niet bekend is of de soort recent nog heeft gebroed in deze omgeving, de soort is uiterst zeldzaam geworden als broedvogel in Limburg. Het nest van deze soort is jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is. Voor deze soort geldt hetzelfde als voor de Grauwe klauwier.
Bij voorkeur worden de werkzaamheden uitgevoerd buiten het broedseizoen; de (voormalige) nestboom blijft behouden. Torenvalk, Steenuil, Havik, Bosuil, Buizerd en Sperwer kwamen in 2010 in de kilometerhokken waarin het plangebied ligt, voor. Exacte locaties van territoria en/of nesten van deze soorten worden niet vermeld op de site van de provincie. Tijdens het veldbezoek is het plangebied en de (te kappen) bomen langs de wegen beoordeeld op geschiktheid als broedgelegenheid voor deze soorten. Geschikte broedbomen of broedlocaties in de nabije omgeving van het plangebied waren niet aanwezig. Het plangebied maakt mogelijk deel uit van het foerageergebied van genoemde soorten, deze functie blijft tijdens en na het uitvoeren van de werkzaamheden behouden. Deelgebied Daelsweg In 2010 en 2011 is door de provincie Limburg in de omgeving van het plangebied een broedvogelkartering uitgevoerd gericht op zeldzame en schaarse broedvogels. Uit deze kartering blijkt dat in de omgeving van het te ontwikkelen fietspad enkele zeldzame en schaarse broedvogels voorkomen. Daarnaast kan ervan uitgegaan worden dat ook algemeen voorkomende soorten broeden in het plangebied. In het kilometerhok waarin het plangebied ligt werden verder territoria van zeven 32
Quickscan natuurwaarden Fietsverbinding & Watermaatregelen
soorten roofvogels gevonden. Aangenomen mag worden dat de afgelopen jaren de broedvogelpopulatie niet wezenlijk anders is samengesteld. Alle in gebruik zijnde nesten zijn beschermd. Dit betekent dat kapwerkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd moeten worden. Mogelijk zijn in het plangebied ook jaarrond beschermde nesten aanwezig, bijvoorbeeld van Bosuil, Torenvalk of Sperwer die aangetroffen zijn in het kilometerhok. Het plangebied met en bufferzone van circa 20 meter dient onderzocht te worden op het voorkomen van jaarrond beschermde nesten. Indien aanwezig kan een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming nodig zijn om deze nesten te verwijderen en/of in de functionele omgeving in te grijpen. 3.5.
Amfibieën
In onderstaande tabel 10 zijn waarnemingen opgenomen van beschermde soorten in een straal van 1 kilometer rond het plangebied in de laatste vijf jaar. Tabel 10: Overzicht waargenomen soorten in een straal van 1 km rond het plangebied (bron: NDFF Quickscanhulp). Voor de in grijs weergegeven soorten gelden vrijstellingen bij ruimtelijke ontwikkelingen en bestendig beheer of onderhoud (zie ook bijlage 1). Beschermingsregime Beschermde soort
Habitatrichtlijnsoort
Andere soorten
Alpenwatersalamander
X
Bastaardkikker
X
Bruine kikker
X
Gewone pad
X
Kleine watersalamander
X
Vuursalamander
X
Geelbuikvuurpad
X
Vroedmeesterpad
X
Vrakelbergerweg Dit plangebied bestaat uit agrarisch gebied en vormt geen geschikt verblijfshabitat voor de soorten die in de omgeving van het plangebied voorkomen. Nader onderzoek of een ontheffing voor deze soorten zijn niet nodig. Daelsweg Vuursalamander en Geelbuikvuurpad zijn alleen bekend uit het Natura 2000 deelgebied ten zuiden van de Daelsweg; Vroedmeesterpad (zie figuur 23) en Alpenwatersalamander zijn ook bekend uit het plangebied zelf. Naar verwachting komen ook algemenere soorten voor. Geschikte voortplantings- en verblijfslocaties van Vroedmeesterpad in het plangebied en directe omgeving dienen verder in kaart gebracht te worden en beoordeeld dient te worden of op deze locaties ook andere beschermde soorten amfibieën voorkomen. Een ontheffing is nodig om deze verblijfplaatsen te vernietigen en vanwege het risico op het doden van individuen.
33
Quickscan natuurwaarden Fietsverbinding & Watermaatregelen
Figuur 23: Verspreiding van Vroedmeesterpad in de afgelopen vijf jaar (NDFF).
3.6.
Reptielen
In onderstaande tabel 11 zijn waarnemingen opgenomen van beschermde soorten in een straal van 1 kilometer rond het plangebied in de laatste vijf jaar (zie tabel). Tabel 11: Overzicht waargenomen soorten in een straal van 1 km rond het plangebied (bron: NDFF Quickscanhulp). Voor de in grijs weergegeven soorten gelden vrijstellingen bij ruimtelijke ontwikkelingen en bestendig beheer of onderhoud (zie ook bijlage 1). Beschermingsregime Beschermde soort
Habitatrichtlijnsoort
Andere soorten
Hazelworm
X
*Levendbarende hagedis
X
Voor Levendbarende hagedis geldt een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen in de periode 15 augustus t/m 15 oktober (zie ook bijlage 1).
Vrakelbergerweg Hazelworm komt voor ten noorden van de weg. Levendbarende hagedis is ten noorden van de Vrakelbergerweg waargenomen en incidenteel ook ten zuiden van de weg (NDFF). Het plangebied bestaat grotendeels uit agrarisch gebied en dit vormt geen geschikt verblijfshabitat voor de soorten die in de omgeving van het plangebied voorkomen. In de bermen kan Levendbarende hagedis voorkomen, voorkomen van Hazelworm is zeer onwaarschijnlijk vanwege het ontbreken van een strooisellaag, wel kunnen zwervende exemplaren voorkomen. Voor Levendbarende hagedis geldt een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen in de periode 15 augustus t/m 15 oktober. Indien de berm in die periode ongeschikt gemaakt wordt (bijvoorbeeld door het afschrapen van de begroeiing) kan er ook buiten de vrijstellingsperiode gewerkt worden. Voor het aantasten van de bermen buiten deze vrijgestelde periode is een ontheffing nodig of dient er gewerkt te worden op basis van een goedgekeurde gedragscode. Nader onderzoek is niet nodig in het plangebied Vrakelbergerweg.
34
Quickscan natuurwaarden Fietsverbinding & Watermaatregelen
Figuur 24: Verspreiding van Levendbarende hagedis in de laatste 10 jaar in de omgeving van het plangebied (NDFF).
Daelsweg Beide soorten komen voor in het plangebied, verkeersslachtoffers van Hazelworm zijn aangetroffen op de Daelsweg (waarneming.nl). Door de ruimtelijke ontwikkeling wordt leefgebied van beide soorten aangetast, mogelijk treedt schade op aan individuen. Voor Levendbarende hagedis geldt een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen in de periode 15 augustus t/m 15 oktober. Indien het plangebied in die periode ongeschikt gemaakt wordt (bijvoorbeeld door het afschrapen van de begroeiing) en uitgerasterd wordt met reptielkerend raster, kan er ook buiten de vrijstellingsperiode gewerkt worden. Voor Hazelworm geldt geen vrijstelling. Mogelijk kan voor beide soorten gewerkt worden op basis van een goedgekeurde gedragscode. Gezien de noodzaak voor het aanvragen van een ontheffing voor Vroedmeesterpad en de aanwezigheid van andere beschermde diersoorten, wordt echter geadviseerd ook voor Hazelworm en Levendbarende hagedis mitigerende en eventueel compenserende maatregelen integraal (voor alle relevante soorten) uit te werken in een activiteitenplan/ecologisch werkprotocol (bij te voegen bij de ontheffingsaanvraag).
3.7.
Vissen
Permanent open water ontbreekt in het plangebied. Er vinden geen overtredingen plaats in relatie tot deze soortgroep.
35
Quickscan natuurwaarden Fietsverbinding & Watermaatregelen
3.8.
Overige beschermde soorten
In onderstaande tabel 12 zijn waarnemingen opgenomen van overige soorten in een straal van 1 km rond het plangebied in de laatste vijf jaar (zie tabel). Tabel 12: Overzicht waargenomen soorten in een straal van 1 km rond het plangebied (bron: NDFF Quickscanhulp). Beschermingsregime Beschermde soort
Habitatrichtlijnsoort
Andere soorten
Bruin dikkopje
X
Grote parelmoervlinder
X
Grote vos
X
Grote weerschijnvlinder
X
Iepenpage
X
Kleine ijsvogelvlinder
X
Sleedoornpage
X
Veldparelmoervlinder
X
Vliegend hert
X
Bosbeekjuffer
X
Theunisbloempijlstaart
X
Deelgebied Vrakelbergerweg Het plangebied is ongeschikt als voortplantingsgebied voor de in de tabel genoemde soorten of voor overige soorten. Nader onderzoek of een ontheffing voor overige beschermde soorten is niet nodig. Deelgebied Daelsweg Het plangebied lijkt op basis van het oriënterend veldbezoek weinig geschikt als voortplantingsgebied voor de in de tabel genoemde dag- en nachtvlindersoorten door het ontbreken van waardplanten. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het gebied enkel vanaf de Daelsweg beoordeeld is. Gegevens van beschermde vlindersoorten in het plangebied in de NDFF ontbreken. Mochten er onverwacht tijdens de florakartering veel waardplanten worden aangetroffen van een van de beschermde vlindersoorten en/of voortplanting vastgesteld worden, dan dient een nieuwe inschatting gemaakt te worden. Aangezien stromend water ontbreekt (leefgebied van Bosbeekjuffer) en oude eikenstoven (voortplantingslocaties van Vliegend hert) eveneens ontbreken, is ook het voorkomen van de Bosbeekjuffer en Vliegend hert uit te sluiten. De noodzaak van het aanvragen van een ontheffing voor vlindersoorten dient nader bepaald te worden na de florakartering. Voor de overige soorten is geen nader onderzoek of een ontheffing nodig.
36
Quickscan natuurwaarden Fietsverbinding & Watermaatregelen
4.
Houtopstanden, hout en houtproducten
4.1.
Inleiding
Ten aanzien van de bescherming van houtopstanden is de Wet natuurbescherming relevant. Voor meer informatie over dit afwegingskader wordt verwezen naar bijlage 1. De conclusies in dit hoofdstuk worden samengevat in hoofdstuk 5 Eindconclusies. Het is op grond van de Wet natuurbescherming verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. Daarnaast gelden voor het kappen van bomen en houtopstanden regels per gemeente. Deze regels zijn opgesteld in een gemeentelijke verordening. In dit hoofdstuk wordt ingezoomd op de te kappen bomen en de te nemen vervolgstappen.
4.2.
Te kappen bomen en houtopstanden
In de werktekeningen zijn de te kappen bomen weergegeven. Het betreft kleine aantallen bomen die een laanbeplanting vormen (niet doorlopend).
4.3.
Bescherming houtopstanden in de Wet natuurbescherming
Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaalaantal rijen. De te kappen bomen/bosdelen vallen binnen de definitie van houtopstand12 (zie ook bijlage 1); de rijbeplanting is weliswaar niet aaneensluitend maar bestaat wel uit meer dan twintig bomen. Het is op grond van de Wet natuurbescherming verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. De verbodsbepaling heeft op een aantal situaties geen betrekking zoals op uit populieren of wilgen bestaande eenrijige beplantingen langs landbouwgronden. In het plangebied betreft de kap slechts enkele wilgen, overige bomen te kappen bomen zijn vooral Zomereiken en Esdoorn.
12 Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend die:
a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaalaantal rijen. Het is op grond van de Wet natuurbescherming verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. 37
Quickscan natuurwaarden Fietsverbinding & Watermaatregelen
4.4.
Bescherming houtopstanden in de Algemene plaatselijke verordening (APV) Weert
Bij het vellen van bomen geldt een meldingsplicht op grond van de APV. In de meeste gevallen is voor het kappen van een houtopstand een vergunning nodig op grond van de APV. Verder is het verboden (behoudens uitzonderingen) zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een houtopstand, welke voorkomt in het plaatselijk bomenregister, te vellen of te doen vellen. De kaarten van de relevante gemeenten zijn geraadpleegd. De relevante gemeenten zijn Gulpen-Wittem, Voerendaal, Heerlen (in de gemeente Simpelveld worden geen bomen gekapt). Bomenkaart Heerlen: niet raadpleegbaar. In deze gemeente wordt één boom gekapt. Tijdens het veldbezoek werd geconstateerd dat het niet gaat om een monumentale of zeer oude/karakteristieke boom. Bomenkaart Voerendaal https://geo.gegevenshuis.nl/index.php?@Voerendaal. In Voerendaal worden bomen geveld die opgenomen zijn op de kaart van beschermde opstanden (zie figuur 25). Een omgevingsvergunning dient te worden aangevraagd.
Figuur 25: Te kappen bomen maken deel uit van beschermde houtopstanden op grond van de APV gemeente Voerendaal (omcirkelde bomen en de te kappen bomen in de groene vlakken).
Monumentale bomen Gulpen Wittem https://www.monumentaltrees.com/nl/map/nld/limburg/gulpenwittem/ In deze gemeente worden geen monumentale bomen gekapt (niet in plangebied aanwezig). Dit betekent dat er alleen een meldingsplicht geldt op grond van de APV.
4.5.
Conclusie houtopstanden, hout en houtproducten
Wet natuurbescherming Houtopstanden: bij kap van houtopstanden buiten de bebouwde kom is een melding bij Gedeputeerde Staten nodig. APV gemeente Voerendaal: Voor de kap van de aangegeven bomen in figuur 22 is een omgevingsvergunning nodig omdat deze bomen beschermd zijn. APV gemeente Gulpen-Wittem: Alleen een kapmelding is nodig. 38
Quickscan natuurwaarden Fietsverbinding & Watermaatregelen
5.
Conclusies en eindconclusies
5.1.
Conclusies gebiedsbescherming
5.1.1.
Natura 2000
Tabel 13: Conclusies Natura 200013 Deelgebied Vrakelbergerweg Het
plangebied
overlapt
niet
Deelgebied Daelsweg met
Natura
2000, de
Het plangebied overlapt met het Natura 2000-gebied
werkzaamheden vinden plaats buiten het Natura 2000-
Kunderberg, een deel van het fietspad is gepland in de rand
gebied.
van een deelgebied van het Natura 2000-gebied plaats (en een deel daarbuiten)
Kwalificerende habitatsoorten zijn niet bekend uit het
Het Natura 2000-gebied is alleen aangewezen voor
aangrenzende Natura 2000-gebied, noch uit de directe
habitattypen (niet voor habitatsoorten of vogelsoorten)
omgeving. Eventueel optredende storingsfactoren zijn niet van invloed op de leefgebieden van kwalificerende habitatsoorten. Tijdens de werkzaamheden aan de Vrakelbergerweg zal
Oppervlakteverlies van habitattypen of uitbreidingslocaties
tijdelijk een verhoogde N-emissie optreden door mobiele
daarvan treedt niet op, deze zijn niet aanwezig in het
werktuigen en project gerelateerd verkeer. Om te bepalen of
plangebied. Significante gevolgen in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen zijn daardoor uit te sluiten.
een project-gerelateerde stikstofdepositie plaatsvindt op deze
Het totaaloppervlak van het Natura 2000-gebied neemt (zeer
of andere kwalificerende habitattypen is door M-tech in maart
beperkt) af.
2020 een Aerius-berekening uitgevoerd. Hieruit blijkt dat, na interne saldering, de project-gerelateerde stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden 0,00 mol/ha/jaar is. Significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden als gevolg van project-gerelateerde stikstofdepositie kunnen daarom uitgesloten worden. Omdat interne saldering is toegepast is een vergunningaanvraag Wet natuurbescherming nodig. Optische verstoring kan voorkomen. Deze is niet van dien
Versnippering treedt in ecologische zin op doordat de
aard dat populaties van typische soorten dreigen te
deelgebieden fysiek verder van elkaar gescheiden worden.
verdwijnen uit het Natura 2000-gebied
Voor de gekarteerde oppervlakten kwalificerende habitattypen heeft dit geen negatieve gevolgen, deze worden niet kleiner, wel gaat potentieel uitbreidingsareaal verloren. Door de verbreding van de infrastructuur ontstaat een extra barrière met name voor de grondgebonden typische soorten. Deze lopen meer kans om slachtoffer te worden van verkeer of predatoren (vanwege de toegenomen openheid en afstand tussen de leefgebieden). Dit, samen met het oppervlakteverlies en het mechanische effect (grondverzet) heeft een effect op de kwaliteit van het gebied. Tijdens de werkzaamheden aan de Daelsweg zal tijdelijk een verhoogde N-emissie optreden door mobiele werktuigen en project gerelateerd verkeer. Om te bepalen of een
13
Juridisch gezien kunnen de afzonderlijke deelgebieden gezien worden als twee afzonderlijke projecten. De ontwikkeling in
deelgebied Vrakelbergerweg is niet onlosmakelijk verbonden met de ontwikkeling in deelgebied Daelsweg. Daarom kan er voor beide deelgebieden een aparte conclusie getrokken worden. 39
Quickscan natuurwaarden Fietsverbinding & Watermaatregelen
project-gerelateerde stikstofdepositie plaatsvindt op deze of andere kwalificerende habitattypen is door M-tech in maart 2020 een Aerius-berekening uitgevoerd. Hieruit blijkt dat, na interne saldering, de project-gerelateerde stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden 0,00 mol/ha/jaar is. Significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden als gevolg van project-gerelateerde stikstofdepositie kunnen daarom uitgesloten worden. Omdat interne saldering is toegepast is een vergunningaanvraag Wet natuurbescherming nodig.
5.1.2.
Omgevingsverordening Limburg
Tabel 14: Conclusies provinciale gebiedsbescherming Deelgebied Vrakelbergerweg
Deelgebied Daelsweg
Ontwikkelingen vinden plaats in
Ontwikkelingen vinden plaats in de Goudgroene natuurzone en de Bronsgroene
Bronsgroene landschapszone.
landschapszone.
Bronsgroene landschapszone
Goudgroene natuurzone
Bronsgroene landschapszone
Kernkwaliteiten zijn beperkt aanwezig
Wezenlijke kenmerken en waarden
Nog niet duidelijk is of de aanwezige
(reliëf).
worden aangetast (onder meer
kernkwaliteit (steilranden) worden
oppervlakteverlies, beheertypen gaan
aangetast.
verloren*, aanwezige flora en fauna wordt aangetast, geomorfologie en geslotenheid van de landschapsstructuur). Versterking kernkwaliteiten vindt plaats
Groot openbaar belang en het
Indien deze wordt aangetast dient
door het bijplanten in de bestaande
ontbreken van reële alternatieven dient
compensatie plaats te vinden. Hiervoor
graften. Andere maatregelen kunnen
te worden aangetoond door
treedt de beleidsregel
zijn het herstel van graften, aanplanten
initiatiefnemer(s).
Natuurcompensatie in werking.
van hagen en het natuurlijk inrichten van de buffers in combinatie met het nemen van maatregelen tegen verkeersslachtoffers van Das. Indien dit aangetoond kan worden dan dient een ruimtelijk plan opgesteld te worden waaruit blijkt hoe negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en voor het overige worden gecompenseerd. Hiervoor treedt de beleidsregel Natuurcompensatie in werking. *Voor de oppervlakten die verloren gaan wordt verwezen naar paragraaf 2.3.3.1 en bijlage 8.
40
Quickscan natuurwaarden Fietsverbinding & Watermaatregelen
5.2.
Conclusies soortbescherming
Het plangebied maakt deel uit van het leefgebied van beschermde diersoorten. Specifieke soort- en soortgroepgerichte maatregelen zijn in onderstaande tabel opgenomen. Tabel 15: Conclusies soortbescherming
Flora
Deelgebied Vrakelbergerweg
Deelgebied Daelsweg
Geen beschermde soorten bekend,
Vlakdekkend onderzoek nodig in bloeiperiode (april-augustus)
beschermde soorten zijn niet te
gericht op beschermde soorten en waardplanten van vlinders
verwachten.
(zie ‘Overige soortgroepen). Standplaats Ruige lathyrus bij voorkeur behouden of planten verplaatsen.
Zoogdieren
Maatregelen Das zijn gewenst.
Nader onderzoek naar voorkomen verblijfplaatsen Das, Steenmarter, vleermuizen. Bij voorkomen is ontheffing nodig. Aanvullend Grote bosmuis opnemen in eventuele ontheffingsaanvraag Wet natuurbescherming.
Broedvogels
Diverse soorten broedvogels zijn
Nader onderzoek naar voorkomen jaarrond beschermde nesten
bekend uit gebied ten noorden van de
in het plangebied en een zone van 20 meter ten noorden van
Vrakelbergerweg. Met name voor
het plangebied (minimaal twee veldbezoeken in broedperiode).
Grauwe klauwier en Kramsvogel is
Indien aanwezig dienen zo mogelijk mitigerende maatregelen
het uit oogpunt van de zorgplicht
genomen te worden, bij vernietiging van nesten is een
sterk aan te raden voorbereidende
ontheffing nodig.
werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen (globaal kan een periode aangehouden worden van 15 maart-15
augustus
voor
het
broedseizoen). Amfibieën
Geen beschermde soorten bekend,
Vroedmeesterpad en Alpenwatersalamander komen voor in het
beschermde soorten zijn niet te
plangebied. Nader onderzoek is nodig naar Vroedmeesterpad,
verwachten.
overige
soorten
meenemen.
Ontheffing
en
opstellen
activiteitenplan/ecologisch werkprotocol is nodig. Reptielen
Reptielen:
soort
Reptielen: Hazelworm en Levendbarende hagedis zijn bekend
(Levendbarende hagedis) mogelijk
uit het plangebied. Mogelijk kan gewerkt worden op basis van
aanwezig in de zuidelijke berm van
een goedgekeurde gedragscode. Gezien de noodzaak voor het
de Vrakelbergerweg. Vrijstelling in de
aanvragen van een ontheffing voor Vroedmeesterpad en de
periode 15 augustus t/m 15 oktober.
aanwezigheid van andere beschermde diersoorten wordt echter
Buiten
deze
aanvragen
beschermde
periode of
ontheffing
werken
met
goedgekeurde gedragscode.
geadviseerd ook voor Hazelworm en Levendbarende hagedis mitigerende
en
eventueel
compenserende
maatregelen
integraal voor alle relevante soorten uit te werken in een activiteitenplan/ecologisch werkprotocol (bij te voegen bij de ontheffingsaanvraag).
Overige
Geen beschermde soorten bekend,
Gegevens van beschermde vlindersoorten in het plangebied in
soortgroepen
beschermde soorten zijn niet te
de NDFF ontbreken. Mochten er onverwacht tijdens de
verwachten.
florakartering veel waardplanten worden aangetroffen van een van
de
beschermde
vlindersoorten
en/of
voortplanting
vastgesteld worden, dan dient een nieuwe inschatting gemaakt te worden.
41
Quickscan natuurwaarden Fietsverbinding & Watermaatregelen
5.3.
Conclusies houtopstanden
Wet natuurbescherming Houtopstanden: Bij kap van houtopstanden buiten de bebouwde kom is een melding bij Gedeputeerde Staten nodig. APV gemeente Voerendaal: Voor de kap van de aangegeven bomen in figuur 25 is een omgevingsvergunning nodig omdat deze bomen beschermd zijn. APV gemeente Gulpen-Wittem: Alleen een kapmelding is nodig.
5.4.
Eindconclusie deelgebied Vrakelbergerweg
Door interne saldering vindt geen project-gerelateerde stikstofdepositie plaats; wel dient een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden omdat interne saldering is toegepast. Werkzaamheden zo mogelijk uitvoeren in de periode 15 augustus t/m 15 oktober in verband met vrijgestelde periode voor Levendbarende hagedis. Als dit niet mogelijk is dient op basis van een goedgekeurde gedragscode gewerkt te worden óf een ontheffing te worden aangevraagd voor deze soort; in beide gevallen is inzet van een ecoloog nodig (opstellen werkprotocol, controle plangebied, begeleiding werkzaamheden). Uitloop tot in het broedseizoen is toegestaan mits vóór het broedseizoen gestart wordt. Voor het kappen van de bomen in dit deelgebied is een kapmelding nodig bij de gemeente GulpenWittem.
5.5.
Eindconclusie deelgebied Daelsweg
Het laten uitvoeren van een passende beoordeling en het aanvragen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Natura 2000) wordt door de provincie Limburg nodig geacht als het tracé een kwalificerend habitattype doorkruist of een uitbreidingslocatie daarvoor (afstemming heeft plaatsgevonden met de provincie Limburg hierover). Dit is in het aangepaste ontwerp niet meer het geval. Door interne saldering vindt geen project-gerelateerde stikstofdepositie plaats; wel dient een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden omdat interne saldering is toegepast. Omdat de ontwikkelingen ten koste gaan van de Goudgroene natuurzone (en Natura 2000) dient ten eerste het groot openbaar belang en het ontbreken van reële alternatieven te worden aangetoond door initiatiefnemer(s). Als dit aangetoond kan worden dan dient een ruimtelijk plan opgesteld te worden waaruit blijkt hoe negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en voor het overige worden gecompenseerd.
Hiervoor treedt de beleidsregel Natuurcompensatie in werking Nader onderzoek naar de volgende soorten is nodig (onderzoeksgebied dient nader bepaald te worden): • Beschermde soorten planten en waardplanten van beschermde soorten vlinders, • Das, Steenmarter, vleermuizen (gebruik gebied en voorkomen vaste rust- en verblijfplaatsen), • Jaarrond beschermde nesten, • Vroedmeesterpad en overige beschermde soorten amfibieën (voortplantingswateren, overwinteringsverblijfplaatsen), • Hazelworm, Levendbarende hagedis. Als tijdens het onderzoek andere beschermde soorten worden aangetroffen, dienen deze ook verder in kaart gebracht te worden. 42
Quickscan natuurwaarden Fietsverbinding & Watermaatregelen
Na het uitvoeren van het soortenonderzoek wordt duidelijk welke soorten voorkomen, welke functies het plangebied heeft voor deze soorten en welke vervolgstappen (ontheffing) en mitigerende en/of compenserende maatregelen genomen dienen te worden. Voor het uitvoeren van het onderzoek dient rekening gehouden te worden met een tijdspanne van ongeveer een jaar (onderzoek april-september, daarna verwerking resultaten). Voor de te kappen bomen in dit deelgebied dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd bij de gemeente Voerendaal, een deel van de bomen is opgenomen op de kaart van beschermde opstanden. Let op! Het betreft hier enkel de bomen die in de situatietekeningen (zie bijlage 7) als te kappen zijn weergegeven. Mogelijk worden voor het te kappen bos ten noorden van de Daelsweg aanvullende eisen gesteld.
43
Quickscan natuurwaarden Fietsverbinding & Watermaatregelen
6.
Literatuurlijst en websites
Buggenum H.J.M. van, R.P.G. Geraeds & A.J.W. Lenders, 2009. Herpetofauna van Limburg. Verspreiding en ecologie van amfibieën en reptielen in de periode 1980 - 2008. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Dienst Landelijk Gebied/Staatsbosbeheer, 2016. Natura 2000-beheerplan Kunderberg (158). Europese Gemeenschappen, Richtlijn no. 79 - 409 inzake het behoud van de Vogelstand. Brussel, 1979. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no. 92 - 43 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna. Brussel, 1992. Huizenga C.E., R.W. Akkermans, J.C. Buys, J. van der Coelen, H. Morelissen & L.S.G.M. Verheggen, 2010. Zoogdieren van Limburg, verspreiding en ecologie in de periode 1980 - 2007. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Lange R., P. Twist, A. van Winden & A. van Diepenbeek, 1994. Zoogdieren van West-Europa. Stichting Uitgeverij van de KNNV, VZZ i.s.m. Vereniging Natuurmonumenten, 1994. Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 2012. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Provincie Limburg, 2017 Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg. Provinciaal blad, 6 december 2017. Provincie Limburg, 2017. Geconsolideerde versie (gc03) van de omgevingsverordening Limburg 2014.
Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijke milieu in Europa, 1979. Bern.
www.limburg.nl www.natuurgegevenslimburg.nl www.verspreidingsatlas.nl www.waarneming.nl Wegwijzer PAS Bepaling Vergunningplicht: www.bij12.nl/wp-content/uploads/2018/05/Kip03.pdf
44
Bijlage 1a Achtergronden Wet natuurbescherming In deze bijlage wordt kort ingegaan op een relevant geachte selectie uit de Wet natuurbescherming. Aan deze bijlage kunnen geen rechten worden ontleend. Voor de volledige tekst wordt verwezen naar de Wet natuurbescherming.
Wet Natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De wet bestaat uit 12 hoofdstukken waarvan voor deze quickscan de eerste vier hoofdstukken relevant zijn: - Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen - Hoofdstuk 2: Natura 2000 - Hoofdstuk 3: Soorten - Hoofdstuk 4: Houtopstanden, hout en houtproducten De overige hoofdstukken behandelen vrijstellingen, beschikkingen en verplichtingen, financiële bepalingen, handhaving, overige aspecten, overgangsrecht en de wijziging en samenloop van en met andere wetten en/of wetsvoorstellen. De quickscan beperkt zich tot toetsing aan de eerste vier hoofdstukken. Eventueel relevante bepalingen over vrijstellingen (bijvoorbeeld bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud) worden in de quickscan ook meegenomen,
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verleent ontheffingen en vergunningen voor ruimtelijke ingrepen die gevolgen voor de natuur kunnen hebben zoals: •
Projecten van gebieden die niet op provinciaal niveau zijn ingedeeld.
•
Hoofdwegen, hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen.
• Kustbescherming: primaire waterkeringen zoals kustverdediging en rivierveiligheidsmaatregelen, zoals Ruimte voor de Rivier projecten. •
Activiteiten op militaire terreinen en oefengebieden.
•
Landelijk energietransportnetwerk (hoogspanningsverbindingen vanaf 220kV).
•
Gastransportnetwerk
•
Activiteiten van of door een lid van het Koninklijk Huis
•
Valkeniersaktes
Voor alle andere ontheffingen en vergunningen is de provincie verantwoordelijk.
In deze bijlage worden kort de kaders van de wet geschetst voor de gebiedsbescherming (Natura 2000), de soortbescherming en de houtopstanden.
•
Natura 2000
De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo wordt voorkomen dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Natura 2000 vormt de component gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden (www.synbiosys.alterra.nl).
Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
45
Voor de habitattypen en (vogel)soorten waarvoor de Natura 2000-gebieden worden aangewezen, zijn door de overheid instandhoudingsdoelen opgesteld. Toetsing vindt altijd plaats in het licht van deze instandhoudingsdoelen. Ontwikkelingen alleen plaats kunnen vinden als zekerheid verkregen is omtrent het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten. Er is sprake van significante gevolgen als de instandhoudingsdoelstellingen door menselijk handelen (mogelijk) niet gehaald worden. Een vergunning kan alleen verleend worden als zeker is dat het plan of project niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken. Met andere woorden: er mogen best activiteiten ontplooid worden in of bij een Natura 2000-gebied, zolang een activiteit maar niet leidt tot significante gevolgen.
Voor alle Natura 2000-gebieden worden beheerplannen opgesteld. Daarin staan de instandhoudingsdoelen, hoe deze doelen bereikt kunnen worden en voorbeelden van welke activiteiten zijn toegestaan en welke vergunningplichtig zijn. Natura 2000 heeft een externe werking. Dit betekent dat ook activiteiten buiten het Natura 2000-gebied, die negatieve gevolgen kunnen hebben voor het Natura 2000gebied, getoetst moeten worden aan de Wet natuurbescherming (denk bijvoorbeeld aan verdroging van een natuurgebied als gevolg van grootschalige wateronttrekking enkele kilometers verder).
In de quickscan wordt, als dat nodig is, een paragraaf opgenomen waarin de kans op significante negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt beoordeeld. Deze paragraaf kan gezien worden als een voortoets op grond waarvan overleg gevoerd kan worden met bevoegd gezag over de noodzaak van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming. Als significant negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is in veel gevallen een passende beoordeling en een vergunning nodig.
•
Soortbescherming
Onafhankelijk van gebieden worden ook soorten beschermd in de Wet natuurbescherming. Ten aanzien van soorten gelden drie beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes komen gedeeltelijk overeen met elkaar, in detail verschillen ze echter. De groepen waarvoor de verschillende beschermingsregimes in het leven zijn geroepen worden hieronder weergegeven met de belangrijkste verbodsbepalingen. In de daaropvolgende lijsten worden de afzonderlijke beschermde soorten weergegeven.
1. Soorten van de Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van deze vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen, eieren te rapen of onder zich te hebben en vogels zodanig te storen dat deze storing van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding.
2. Soorten van de Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Het is verboden deze dieren opzettelijk te doden of te vangen, te verstoren, eieren opzettelijk te vernielen of te rapen, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en het is verboden planten opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
46
3. Nationaal aangewezen (overige soorten). Dit zijn soorten genoemd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de bescherming van in nationaal opzicht te beschermen soorten, die zijn genoemd op de Vogel- of Habitatrichtlijn (art. 3.10 - 3.11 Wet natuurbescherming). Reden voor de bescherming is de maatschappelijke overtuiging dat deze dieren bescherming behoeven. Andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd. Het is verboden vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen of vaatplanten opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
De wet voorziet in mogelijkheden voor het verlenen van vrijstellingen. Deze vrijstellingen dienen steeds bij verordening door provinciale staten te worden verleend. Bij het verlenen van de vrijstelling moet aan dezelfde voorwaarden worden voldaan als bij het verlenen van een ontheffing. Aan Gedeputeerde staten van de provincies is in de Wet natuurbescherming beleidsvrijheid toegekend. De provincie Limburg heeft ter invulling van deze beleidsvrijheid ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ vastgesteld. Doel is om ruimte voor (ruimtelijke) ontwikkelingen in Limburg te bieden, soorten in een gunstige staat van instandhouding te houden en administratieve lasten en onderzoekslasten te minimaliseren. In deze beleidsregels worden verbodsbepalingen nader uitgelegd, worden indieningsvereisten voor een ontheffingsaanvraag uiteengezet, de eisen die aan onderzoek gesteld worden en wordt ingegaan op de ontheffing. Waar nodig worden in deze quickscan de beleidsregels betrokken. In onderstaande tabel zijn de soorten van de habitatrichtlijn en de andere soorten opgenomen. Tabellen met vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zijn opgenomen in de quickscan. Na deze tabel volgt een tabel met soorten waarvoor een vrijstelling is opgenomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud.
HABITATRICHTLIJN Zoogdieren Baardvleermuis
Myotis mystacinus
Kleine hoefijzerneus
Rhinolophus hipposideros
Bechstein’s vleermuis
Myotis bechsteinnii
Laatvlieger
Eptesicus serotinus
Bever
Castor fiber
Lynx
Lynx lynx
Bosvleermuis
Nyctalus leisleri
Meervleermuis
Myotis dasycneme
Brandt’s vleermuis
Myotis brandtii
Mopsvleermuis
Barbastella barbastellus
Bruinvis
Phocoena phocoena
Nathusius’ vleermuis
Pipistrellus nathusii
Euraziatische lynx
Lynx lynx
Noordse woelmuis
Microtus oeconomus
Franjestaart
Myotis nattereri
Otter
Lutra lutra
Gewone dolfijn
Delphinus delphis
Rosse vleermuis
Nyctalus noctula
Gewone dwergvleermuis
Pipistrellus pipistrellus
Tuimelaar
Tursiops truncatus
Gewone grootoorvleermuis
Plecotus auritus
Tweekleurige vleermuis
Vespertilio murinus
Hazelmuis
Muscardinus avellanarius
Vale vleermuis
Myotis myotis
Ingekorven vleermuis
Myotis emarginatus
Wilde kat
Felis silvestris
Kleine dwergvleermuis
Pipistrellus pygmaeus
Wolf
Canus lupus
Boomkikker
Hyla arborea
Muurhagedis
Podarcis muralis
Geelbuikvuurpad
Bombina variegata
Poelkikker
Rana lessonae
Gladde slang
Coronella austriacus
Rugstreeppad
Bufo calamita
Heikikker
Rana arvalis
Vroedmeesterpad
Alytes obstreticans
Kamsalamander
Triturus cristatus
Zandhagedis
Lacerta agilis
Knoflookpad
Pelobates fuscus
Reptielen en amfibieën
Dagvlinders Donker pimpernelblauwtje
Maculinea nausithous
Tijmblauwtje
Maculinea arion
Grote vuurvlinder
Lycaena dispar
Zilverstreephooibeestje
Coenonympha hero
Pimpernelblauwtje
Maculinea teleius
47
Nachtvlinders Teunisbloempijlstaart
Proserpinus proserpina
Libellen Bronslibel
Oxygastra curtisii
Noordse winterjuffer
Sympecma paedisca
Gaffellibel
Ophiogomphus cecilia
Oostelijke witsnuitlibel
Leucorrhinia
Gevlekte witsnuitlibel
Leucorrhinia pectoralis
Rivierrombout
Stylurus flavipes
Groene glazenmaker
Aeshna viridis
Sierlijke witsnuitlibel
Leucorrhinia caudalis
Conegonus oxyrrhynchus
Steur
Acipenser sturio
Drijvende waterweegbree
Luronium natans
Kruipend moerasscherm
Apium repens
Groenknolorchis
Liparis loeselii
Zomerschroeforchis
Spiranthes aestivalis
Brede geelrandwaterroofkever
Dytiscus latissimus
Heldenbok
Cerambyx cerdo
Gestreepte waterroofkever
Graphoderus bilineatus
Juchtleerkever
Osmoderma eremita
Unio crassus
Platte schijfhoren
Anisus vorticulus
Blaasvaren
Cystopteris fragilis
Kleine wolfsmelk
Euphorbia exigua
Groensteel
Asplenium viride
Kluwenklokje
Campanula glomerata
Schubvaren
Ceterach officinarum
Knollathyrus
Lathyrus linifolius
Akkerboterbloem
Ranunculus arvensis
Knolspirea
Filipendula vulgaris
Akkerdoornzaad
Torilis arvensis
Korensla
Arnoseris minima
Akkerogentroost
Odontites vernus
Kranskarwij
Carum verticillatum
Beklierde ogentroost
Euphrasia rostkoviana
Kruiptijm
Thymus praecox
Berggamander
Teucrium montanum
Lange zonnedauw
Drosera longifolia
Bergnachtorchis
Platanthera montana
Liggende ereprijs
Veronica prostrata
Blauw guichelheil
Anagallis arvensis
Moerasgamander
Teucrium scordium
Bokkenorchis
Himantoglossum hircinum
Muurbloem
Erysimum cheiri
Bosboterbloem
Ranunculus polyanthemos
Naakte lathyrus
Lathyrus aphaca
Bromopsis ramosa
Naaldenkervel
Scandix pecten-veneris
Pijlscheefkelk
Arabis hirsuta
Vissen Houting Vaatplanten
Kevers
Weekdieren Bataafse stroommossel
NATIONAAL Planten
Bosdravik Brave hendrik
Chenopodium
bonus-
henricus
Brede wolfsmelk
Euphorbia platyphyllos
Roggelelie
Lilium bulbiferum
Breed wollegras
Eriophorum latifolium
Rood peperboompje
Daphne mezereum
Bruinrode wespenorchis
Epipactis atrorubens
Rozenkransje
Antennaria dioica
Dennenorchis
Goodyera repens
Ruw parelzaad
Lithospermum arvense
Dreps
Bromus secalinus
Scherpkruid
Asperugo procumbens
Echte gamander
Teucrium chamaedrys
Schubzegge
Carex lepidocarpa
Franjegentiaan
Gentianella ciliata
Smalle raai
Galeopsis angustifolia
Geelgroene wespenorchis
Epipactis muelleri
Spits havikskruid
Hieracium lactucella
Geplooide vrouwenmantel
Alchemilla subcrenata
Steenbraam
Rubus saxatilis
Getande veldsla
Valerianella dentata
Stijve wolfsmelk
Euphorbia stricta
Gevlekt zonneroosje
Tuberaria guttata
Stofzaad
Monotropa hypopitys
Glad biggenkruid
Hypochaeris glabra
Tengere distel
Carduus tenuiflorus
48
Gladde zegge
Carex laevigata
Tengere veldmuur
Minuartia hybrida
Groene nachtorchis
Coeloglossum viride
Trosgamander
Teucrium botrys
Groot spiegelklokje
Legousia speculum-veneris
Veenbloembies
Scheuchzeria palustris
Grote bosaardbei
Fragaria moschata
Vliegenorchis
Ophrys insectifera
Grote leeuwenklauw
Aphanes arvensis
Vroege ereprijs
Veronica praecox
Honingorchis
Herminium monorchis
Wilde ridderspoor
Consolida regalis
Kalkboterbloem
Ranunculus polyanthemos
Wilde averuit
Artemisia campestris
Kalketrip
Centaurea calcitrapa
Wilde weit
Melampyrum arvense
Karthuizeranjer
Dianthus carthusianorum
Wolfskers
Atropa bella-donna
Karwijsalie
Selinum carvifolia
Zandwolfsmelk
Euphorbia seguieriana
Kleine ereprijs
Veronica verna
Zinkviooltje
Viola lutea subsp. calaminaria
Kleine schorseneer
Scorzonera humilis
Zweedse kornoelje
Cornus suecica
Kevers Viegend hert
Lucanus cervus
Libellen Beekrombout
Gomphus vulgatissimus
Gewone bronlibel
Cordulegaster boltonii
Bosbeekjuffer
Calopteryx virgo
Hoogveenglanslibel
Somatochlora arctica
Donkere waterjuffer
Coenagrion armatum
Kempense heidelibel
Sympetrum depressiusculum
Gevlekte glanslibel
Somatochlora flavomaculata
Speerwaterjuffer
Coenagrion hastulatum
Aardbeivlinder
Pyrgus malvae
Kleine heivlinder
Hipparchia statilinus
Bosparelmoervlinder
Melitaea athalia
Kleine ijsvogelvlinder
Limenitis camilla
Bruin dikkopje
Erynnis tages
Kommavlinder
Hesperia comma
Bruine eikenpage
Satyrium ilicis
Sleedoornpage
Thecla betulae
Duinparelmoervlinder
Argynnis niobe
Spiegeldikkopje
Heteropterus morpheus
Gentiaanblauwtje
Maculinea alcon
Veenbesblauwtje
Plebejus optilete
Grote parelmoervlinder
Argynnis aglaja
Veenbesparelmoervlinder
Boloria aquilonaris
Grote vos
Nymphalis polychloros
Veenhooibeestje
Coenonympha tullia
Grote weerschijnvlinder
Apatura iris)
Veldparelmoervlinder
Melitaea cinxia
Iepenpage
Satyrium w-album
Zilveren maan
Boloria selene
Cottus rhenanus
Gestippelde alver
Alburnoides bipunctatus
Beekprik
Lampetra planeri
Grote modderkruiper
Misgurnus fossilis
Elrits
Phoxinus phoxinus
Kwabaal
Lota lota
Alpenwatersalamander
Mesotriton alpestris
Meerkikker
Rana ridibunda
Bruine kikker
Rana temporaria
Middelste groene kikker
Pelophylax kl. esculentus
Gewone pad
Bufo bufo
Vinpootsalamander
Lissotriton helveticus
Kleine watersalamander
Lissotriton vulgaris
Vuursalamander
Salamandra salamandra
Adder
Vipera berus ssp. berus
Levendbarende hagedis
Zootoca vivipara
Hazelworm
Anguis fragilis
Ringslang
Natrix natrix
Dagvlinders
Kreeftachtigen Europese rivierkreeft
Astacus astacus
Vissen Beekdonderpad
Amfibieën
Reptielen
49
Zoogdieren Aardmuis
Microtus agrestis
Konijn
Oryctolagus cuniculus
Boommarter
Martes martes
Molmuis
Arvicola scherman
Bosmuis
Apodemus sylvaticus
Ondergrondse woelmuis
Pitymys subterraneus
Bunzing
Mustela putorius
Ree
Capreolus capreolus
Damhert
Dama dama
Rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
Das
Meles meles
Steenmarter
Martes foina
Dwergmuis
Micromys minutus
Tweekleurige bosspitsmuis
Sorex coronatus
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
Veldmuis
Microtus arvalis
Edelhert
Cervus elaphus
Veldspitsmuis
Crocidura leucodon
Eekhoorn
Sciurus vulgaris
Vos
Vulpes vulpes
Egel
Erinaceus europeus
Waterspitsmuis
Neomys fodiens
Eikelmuis
Eliomys quercinus
Wezel
Mustela nivalis
Gewone bosspitsmuis
Sorex araneus
Wild zwijn
Sus scrofa
Grote bosmuis
Apodemus flavicollis
Woelrat
Arvicola terrestris
Haas
Lepus europeus
Gewone zeehond
Phoca vitulina
Hermelijn
Mustela erminea
Grijze zeehond
Halichoerus grypus
Huisspitsmuis
Crocidura russula
VRIJSTELLING RUIMGTELIJKE ONTWIKKELINGEN 3.8 LIMBURG (bijlage II zorgplicht, gehele jaar of vrijstelling in de maanden die genoemd zijn) Nederlandse naam
Periode
Nederlandse naam
Periode
Bruine kikker
Gehele jaar
Haas
Gehele jaar
Gewone pad
Gehele jaar
Hermelijn
Gehele jaar
Kleine watersalamander
Gehele jaar
Huisspitsmuis
Gehele jaar
Meerkikker
Gehele jaar
Konijn
Gehele jaar
Middelste groene kikker
Gehele jaar
Ondergrondse woelmuis
Gehele jaar
Hazelworm
juli, augustus en september
Molmuis
Gehele jaar
Levendbarende hagedis
15 aug t/m 15 oktober
Ree
Gehele jaar
Aardmuis
Gehele jaar
Rosse woelmuis
Gehele jaar
Bosmuis
Gehele jaar
Steenmarter
15 aug t/m februari
Bunzing
Gehele jaar
Tweekleurige bosspitsmuis
Gehele jaar
Dwergmuis
Gehele jaar
Veldmuis
Gehele jaar
Dwergspitsmuis
Gehele jaar
Vos
Gehele jaar
Eekhoorn
maart, april en juli t/m nov
Wezel
Gehele jaar
Egel
Gehele jaar
Woelrat
Gehele jaar
Gewone bosspitsmuis
Gehele jaar
GECONSOLIDEERDE VERSIE (GC03) VAN DE OMGEVINGSVERORDENING LIMBURG 2014
Artikel 3.8.3 Vrijstelling ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer of onderhoud 1.
In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, onder a en b, van de Wet natuurbescherming is het aan eenieder toegestaan om de in bijlage II bij dit artikel aangewezen soorten te vangen en hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
2.
De soorten bedoeld in het eerste lid mogen worden gevangen met behulp van schepnetten, schermen, vangemmers, vangkooien
3.
Het vangen van dieren, bedoeld in het eerste lid, is slechts toegestaan wanneer het niet redelijkerwijs mogelijk is om de dieren te
en kastvallen.
verdrijven van de locatie waar de werkzaamheden plaatsvinden
50
4.
De in het eerste lid genoemde vrijstellingen gelden ten behoeve van de volgende belangen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; c. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; d. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied.
5.
De vrijstellingen gelden gedurende de periode genoemd in bijlage II bij de betreffende soort.
Wet Natuurbescherming ontheffing/vrijstelling Of een ontheffing of vrijstelling verleend kan worden of van toepassing is, ligt aan de voorwaarden die gesteld zijn in de wet. Deze voorwaarden zijn zwaarder bij soorten van de vogel- en habitatrichtlijn en minder zwaar bij overige soorten. Een voorbeeld: voor een overige soort kan bij een ontheffingsaanvraag als belang het uitvoeren van een ruimtelijke ontwikkeling genoemd worden, voor een vogelrichtlijnsoort geldt dit belang niet en moet aangetoond worden dat er geen andere bevredigende oplossing is en dat de voorgenomen ontwikkeling een groot belang dient (bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid). De belangen staan genoemd in de wet.
•
Houtopstanden, hout en houtproducten
Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen.
Het is op grond van de Wet natuurbescherming verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. Provinciale staten kunnen bij verordening regels stellen over een dergelijke melding. Deze regels kunnen in elk geval betrekking hebben op: a. de gegevens die bij de melding worden verstrekt, b. de termijn waarbinnen de melding wordt gedaan, en c. de wijze waarop de melding wordt gedaan. Gedeputeerde staten kunnen het vellen van houtopstanden telkens voor ten hoogste vijf jaar verbieden ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden.
De verbodsbepaling heeft geen betrekking op: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en 3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.