CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 9 Quicscan natuur

(oud) Commissie Ruimtelijke Ontwikkeling 10 februari 2021, gemeente HeerlenBij agendapunt: Bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad17.857 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

51

Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, of anderszins teniet is gegaan, draagt de rechthebbende zorg voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand. Als de beplanting niet aan slaat moet deze binnen drie jaar na de herbeplanting vervangen worden.

Het verbod op vellen en de herplantplicht is niet van toepassing op - het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel als bedoeld in artikel 2.2 (Natura 2000); - het vellen van houtopstanden voor de aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen, of - het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in en aantoonbaar wordt gerealiseerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode.

De wijze van vellen en herplanten wordt dan zodanig uitgevoerd dat: a. geen afbreuk wordt gedaan aan bijzondere natuur- of landschapswaarden; b. de te vellen houtopstanden geen deel uitmaken van een boskern; c. herbeplanting op een bosbouwkundig verantwoorde wijze plaatsvindt; d. de grond waarop herbeplanting plaatsvindt ten minste dezelfde kwaliteit heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond, en e. de grond waarop de herbeplanting plaatsvindt ten minste een gelijke oppervlakte heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond.

52

Bijlage 1b Achtergrond bescherming Natuurnetwerk Nederland In deze bijlage wordt kort ingegaan op de achtergronden van het Natuurnetwerk Nederland. Aan deze bijlage kunnen geen rechten worden ontleend. Voor de volledige informatie wordt verwezen naar de Structuurvisie Infrastructuur en ruimte en de provinciale verordeningen ruimte.

Om flora- en faunasoorten in staat te stellen om op lange termijn te overleven en zich te ontwikkelen zijn vanuit ruimtelijk oogpunt twee zaken essentieel: het behoud van leefgebieden en de mogelijkheden om zich te kunnen verplaatsen tussen leefgebieden. In internationaal verband heeft Nederland zich met het Biodiversiteitsverdrag en de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn (Natura 2000) gecommitteerd aan afspraken over soorten (flora en fauna) en leefgebieden van soorten (habitats). Binnen de door het Rijk gestelde kaders begrenzen, beschermen en onderhouden de provincies een natuurnetwerk met de juiste ruimtelijke,

water-

en

milieucondities

voor

kenmerkende

ecosystemen

van

(inter)nationaal

belang.

Dit

provincie-

en

landsgrensoverschrijdende netwerk is de herijkte nationale Ecologische Hoofdstructuur (EHS), nu het Nationale natuurnetwerk (NNN) geheten. De provincies geven bij de inzet van middelen voor inrichting en beheer prioriteit aan internationale verplichtingen voortvloeiend uit Natura 2000, de Kaderrichtlijn Water en de soortenbescherming. De natuur in de EHS blijft goed beschermd met een ‘nee, tenzij’-regime. Binnen de EHS zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de EHS niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. De flexibiliteit in begrenzing en de mogelijkheden om ontwikkelingen toe te staan, die in het beleidskader Spelregels EHS zijn uitgewerkt (EHS-saldobenadering, herbegrenzen EHS, compensatie), blijven hierbij overeind.

De uitwerking van het nee,tenzij regime vindt plaats in de provinciale omgevingsverordeningen of verordeningen Ruimte. In de provincie Limburg wordt het NNN gevormd door de Goudgroene natuurzone. De regels ter bescherming van deze Goudgroene natuurzone zijn opgenomen in de geconsolideerde versie (gc05) van de Omgevingsverordening Limburg 2014.

Paragraaf 2.6 Goudgroene natuurzone Artikel 2.6.1 Begrippen In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. Goudgroene natuurzone: gebied dat op de kaarten behorende bij deze verordening is aangeduid als Goudgroene natuurzone; b. wezenlijke kenmerken en waarden Goudgroene natuurzone: voor bestaande natuurgebieden de actueel aanwezige natuurbeheertypen en de nagestreefde natuurdoeltypen en voor te realiseren natuurgebieden de nagestreefde natuurdoeltypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het Provinciaal Natuurbeheerplan.

Artikel 2.6.2 Bescherming Goudgroene natuurzone Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied dat deel uitmaakt van de Goudgroene natuurzone, maakt geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk die de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied aantasten.

53

Artikel 2.6.3 Ontwikkelingen van groot openbaar belang Het verbod van artikel 2.6.2 is niet van toepassing op nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten, indien: a. er sprake is van een groot openbaar belang; b. er geen reële alternatieven zijn en c. uit het ruimtelijk plan blijkt dat en hoe negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en voor het overige worden gecompenseerd, waarbij: 1. de compensatie niet mag leiden tot verlies van areaal, samenhang en kwaliteit van de wezenlijke kenmerken en waarden; en 2. de compensatie plaatsvindt: - op financiële wijze of - in natura in nog niet gerealiseerde delen van de Goudgroene natuurzone.

Artikel 2.6.4 Saldobenadering bij samenhangende ontwikkelingen 1. Het verbod van artikel 2.6.2 is niet van toepassing bij een combinatie van onderling samenhangende activiteiten, waarvan één of meer afzonderlijk een negatief effect hebben op de Goudgroene natuurzone, maar waarvan de gecombineerde uitvoering leidt tot een verbetering van de kwaliteit en samenhang van de Goudgroene natuurzone op gebiedsniveau. 2. Toepassing van de saldobenadering als bedoeld in het eerste lid, vindt alleen plaats, indien: a. de combinatie van plannen, projecten of handelingen binnen één samenhangende gebiedsvisie wordt gepresenteerd; b. per saldo sprake is van verbetering van de natuurwaarden in en rond het gebied, waarbij de samenhang van de goudgroene natuurzone verbetert; c. ten aanzien van de te nemen maatregelen ter verbetering van de natuurwaarden in de gebiedsvisie wordt aangegeven: - de aard, omvang, locaties en tijdvak van realisatie van deze maatregelen, en - op welke wijze deze maatregelen feitelijk en planologisch duurzaam worden geborgd. d. de uitvoering van deze visie voldoende is gegarandeerd; e. de kwaliteitswinst niet wordt gefinancierd uit reguliere middelen voor realisatie van de

Artikel 2.6.5 Kleinschalige ingrepen 1. Het verbod van artikel 2.6.2 is niet van toepassing op een individuele, kleinschalige ingreep die leidt tot een verbetering van de Goudgroene natuurzone in het desbetreffende gebied. 2. Toepassing van het eerste lid vindt alleen plaats indien uit het ruimtelijk plan blijkt dat: a. de voorgestelde ingreep slechts leidt tot een beperkte aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden en samenhang van de Goudgroene natuurzone in het desbetreffende gebied; b. de voorgestelde ingreep leidt tot een kwalitatieve versterking van de Goudgroene natuurzone; c. de oppervlakte natuur van de Goudgroene natuurzone ten minste gelijk blijft, en d. de kwaliteitswinst niet wordt gefinancierd uit reguliere middelen voor realisatie van de Goudgroene natuurzone;

Artikel 2.6.6 Wijzigen van de begrenzing Gedeputeerde Staten kunnen de begrenzing van de Goudgroene natuurzone wijzigen: 1. ten einde de ecologische kwaliteit te verbeteren, voor zover a. de oorspronkelijke kwalitatieve en kwantitatieve ambities van de Goudgroene natuurzone worden behouden of versterkt; b. vaststaat welk onderdeel van de Goudgroene natuurzone verdwijnt en op welke alternatieve locatie dit onderdeel wordt gerealiseerd en c. de oppervlakte natuur van de Goudgroene natuurzone ten minste gelijk blijft. 2. na toepassing van artikel 2.6.3 tot en met 2.6.5.

54

Artikel 2.6.7 Beleidsregels 1. Gedeputeerde Staten stellen beleidsregels vast voor wijze waarop invulling wordt aan de bepalingen van de artikelen 2.6.3 tot en met 2.6.5. 2. Gedeputeerde Staten stellen beleidsregels14 vast voor de wijze waarop de compensatie als bedoeld in artikel 2.6.3 dient te worden uitgevoerd.

Voor ruimtelijke activiteiten in de Goudgroene natuurzone zie stroomschema volgende pagina.

In de Omgevingsverordening ruimte van de provincie Limburg is ook de bescherming opgenomen van de Zilvergroene natuurzone en de Bronsgroene landschapszone. Deze zones flankeren de Goudgroene natuurzone. Voor deze zones geldt dat de kernkwaliteiten behouden dienen te blijven. De kernkwaliteiten zijn beschreven in bijlage 5.

14

Dit is de Beleidsregel natuurcompensatie Limburg.

55

56

Bijlage 2 Gegevens NDFF

57

58

59

60

Bijlage 3 Aeriusberekening

Voor de deelgebieden zijn aparte berekeningen uitgevoerd. Deze worden als PDF bijgeleverd.

61

Bijlage 4 Gemeentegrenzen De donkergrijze lijn vormt de gemeentelijke grens.

Gemeente Voerendaal

Gemeente Gulpen-Wittem Deelgebied Vrakelbergerweg: het westelijke deel behoort tot de gemeente Gulpen-Wittem, het oostelijke deel tot de gemeente Voerendaal.

Gemeente Heerlen

Gemeente Voerendaal

Gemeente Simpelveld

Deelgebied Daelsweg: de gehele weg ligt in de gemeente Voerendaal met uitzondering van het deel nabij de A76, hier ligt de grens van de gemeente Heerlen. Ingrepen aan de zuidkant van de weg (profilering talud) vinden plaats in de gemeente Simpelveld.

62

Bijlage 5 Kernkwaliteiten Bronsgroene landschapszone en Zilvergroene natuurzone

63

Plateau van Ubachsberg (Handboek Kernkwaliteiten Nationaal Landschap Zuid-Limburg

64

Leidende beginselen zijn L01 Benadrukken cultuurhistorisch erfgoed, L05 Vergroenen dorpsranden, L06 Herstel van kleine landschapselementen, L08 Zorgvuldige omgang met bebouwing in kwetsbare delen, L09 Passend bouwen in dorpsstructuur en dorpssilhouet, L10 Herstructurering bebouwd gebied, L03 Bos en groene verdichting op steile hellingen, L07 Herstel van bronnen Nieuwe ontwikkelingen: de ruimtelijke ontwikkelingen zijn ontwikkelingen op het gebied van infrastructuur en water. Aanleg van infra Handvat Kernkwaliteiten NLZL: De aanleg van infrastructuur heeft altijd een grote impact op het landschap. Grootschalige ontwikkelingen, zoals de ondertunneling van de A2 in Maastricht en de gebiedsontwikkeling rond de Buitenring Parkstad, vinden echter voor het grootse deel plaats buiten het beschermingsgebied maar wel binnen het NLZL. Het merendeel van ontwikkelingen binnen het NLZL in infrastructuur vindt plaats op een lager schaalniveau. Hierbinnen valt onder andere de opwaardering en reconstructie van bestaande wegen en de vergroting van de verkeersveiligheid. In het landschap komt dit tot uiting in een verbreding of aanpassing van de tracés, het aanpassen van de berm(beplanting), de aanleg van rotondes, het uitbreiden van parkeergelegenheden in de kern en het verharden van land- of holle wegen.

De groeiende nadruk op verkeersveiligheid en civiel- technische oplossingen hiervoor leiden tot een uniformer wegprofiel en een afname van gebiedseigen karakter van wegprofielen. Hierdoor verdwijnt een deel van de beleving van het NLZL vanaf de weg. Deze beleving wordt juist door toeristen hoog gewaardeerd. Het is daarom gewenst niet louter uit te gaan van civieltechnische oplossingen maar meerdere disciplines op het gebied van cultuur en landschap in een vroeg stadium bij het wegontwerp te betrekken. Aanleg van waterbuffers Handvat Kernkwaliteiten NLZL: De voornaamste opgave binnen dit thema in het NLZL is om te komen tot meer robuuste en natuurlijk functionerende, veerkrachtige watersystemen, waardoor risico’s op wateroverlast en watertekort verminderen en deze risico’s ook bij klimaatverandering beheersbaar en maatschappelijk acceptabel blijven. In de Maasvallei speelt in dit verband tevens de opgave voor hoogwaterveiligheid. In POL 2014, in het Provinciaal Waterplan 2016-2021 en in het Waterbeheersplan van het waterschap is de bestuurlijke ambitie vastgelegd om de kans op wateroverlast in bebouwde gebieden in Zuid-Limburg te reduceren (tot 1:100 per jaar). Daarbij is als randvoorwaarde opgenomen dat de maatregelen haalbaar, betaalbaar en inpasbaar zijn.

De insteek is innovatieve liefst brongerichte robuuste maatregelen toe te passen volgens het principe van vasthouden, bergen en afvoeren. De maatregelen dienen zo veel mogelijk in synergie met landschap, natuur en andere belangen te worden ontworpen en gerealiseerd. Deze opgave biedt grote kansen om naast de wateropgave ook de landschappelijke kwaliteiten te versterken door het realiseren van een meer veerkrachtig watersysteem. Dit bijvoorbeeld door te zorgen voor meer natuurlijke opstuwing in de beken, water vasthouden in de zijdalen door het inrichten van een natuurlijker dalbodem, het herstel van hagen en graften op de hellingen (verminderen erosie en afstroming water).

65

Bijlage 6 Typische soorten

66

Zie ook volgende bladzijde.

67

68

69

Bijlage 7 Situatietekeningen Vrakelbergerweg tracé fietspad (in PDF beschikbaar)

70

Daelsweg tracé fietspad Viforis, 16-04-2019 (in PDF beschikbaar)

71

Bijlage 8 Overlap fietspad met de Goudgroene natuurzone ViForis, 02-12-2019 (in PDF beschikbaar)

72

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=0ec56b78-f7a1-4fa8-855c-8b2f393bc18b