CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

VNG onderzoek samenwerking gemeenten herstel toeslagenaffaire

Commissie Mens en Maatschappij 6 juli 2021, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Ondersteuning gemeente Heerenveen gedupeerden toeslagenaffaire22.287 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Fase 3. Maken Plan van Aanpak Vaste kosten per gedupeerde

€0,-

Uren inzet per gedupeerde

2 uur – 16 uur

Kosten per gedupeerde

€136 - €1.088

Percentage gedupeerden

5% - 100%

In deze fase wordt samen met de gedupeerde een plan van aanpak opgesteld en wordt nader stilgestaan bij de specialismes die nodig zijn om de gedupeerde te helpen. Uit de gesprekken met de gemeenten blijkt dat het maken van een PvA in sommige gevallen wordt uitgevoerd door een wijkteam. Wijkteams verlenen hulp- en dienstverlening onder de regie en verantwoordelijkheid van gemeente. Het type medewerker data wordt ingezet bij deze fase varieert van schaal 8 tot schaal 10. De ureninzet van gemeenten voor fase 3 loopt uiteen van 2 uur tot 16 uur per gedupeerde. Deze bandbreedte is te verklaren door het verschil in ervaring die gemeenten tot nu toe hebben opgedaan. Zo kent een gemeente met name gedupeerden die naar verwachting een minder complexe ondersteuning nodig hebben. Het maken van een Plan van Aanpak voor deze groep gedupeerden kost beperkt tijd. De verwachtingen van gemeenten over de omvang van de potentiële groep gedupeerden in deze fase loopt sterk uiteen van 5% - 100% van de totale potentiële groep gedupeerden. In de onderstaande figuur zijn de inschattingen van de zes gemeenten voor fase 3 visueel weergegeven: 5%

10-25%

33%

35-50%

100%

7%

0%

© 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden

Schaal 8 – Schaal 9

Schaal medewerker

10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Inschattingen / ervaringscijfers gemeente eerst potentiële groep gedupeerden Ervaringscijfers gemeente op basis van recente inventarisatie lijst gedupeerden BD/Toeslagen

22

3.2 Gemeentelijke hulp aan gedupeerden Tot heden heeft alleen één gemeente een eerste inventarisatie uitgevoerd bij de potentiële groep gedupeerden op basis van de lijst van de Belastingdienst. Van de potentiële groep gedupeerden die niet bekend is bij de gemeente heeft op basis van de eerste inschattingen circa 7% een hulpvraag. Circa de helft van de potentiële groep gedupeerden is al bekend bij deze gemeente. Van deze groep heeft circa 50% in het verleden hulp gekregen op het gebied van schuldhulpverlening. Indien hiervoor wordt gecorrigeerd ligt deze gemeente dichter bij de mediaan. Het verschil in bandbreedte over het percentage gedupeerden waar fase 3 op van toepassing is loopt uiteen. Dit is te verklaren door de verschillende ervaringen die gemeenten tot nu toe hebben opgedaan. Uit het gesprek met een gemeente blijkt dat de afgelopen jaren sterk is ingezet op vroegsignalering. Hierbij werden ook de gedupeerden van de kinderopvangtoeslag die bekend stonden als ‘fraudeur’ (waarvan achteraf pas duidelijk was dat deze onterecht het stempel fraudeur kregen) waar dat kon zo veel als mogelijk geholpen.

Fase 4. Uitvoeren Plan van Aanpak Fase 4a. Begeleiding Vaste kosten per gedupeerde Uren inzet per gedupeerde Schaal medewerker

€0,2 uur – 40 uur Schaal 9 – Schaal 10

Kosten per gedupeerde

€136 - €2.720

Percentage gedupeerden

5% - 100%

Fase 4a Begeleiding: Tijdens deze fase is doorlopend contact met de gedupeerden om de vertrouwensband te verbeteren en ondersteuning te bieden op de vijf domeinen waarop een gedupeerde mogelijk een hulpvraag kan hebben. Daarnaast zal de medewerker van de desbetreffende gemeente doorlopend contact houden met en de Belastingdienst. Vanuit gemeenten wordt over het algemeen ondersteuning aangeboden op de domeinen: financiën, gezinssituatie, werk / dagbesteding, wonen en gezondheid. Gemeenten hebben op basis van de huidige ervaringen met de gedupeerden laten weten dat gedurende het uitvoeren van de diverse hulptrajecten met name gewerkt zal worden aan het herstellen van vertrouwen. De ureninzet van gemeenten voor fase 4a varieert daarmee van 2 uur tot 40 uur per gedupeerde. Deze ruime bandbreedte is te verklaren door het verschil in ervaring die gemeenten tot nu toe hebben opgedaan. Het aantal uur voor begeleiding hangt sterk samen de verwachte duur van het traject. De inschattingen variëren van een aantal maanden tot een aantal jaar. Daarnaast is het voor enkele gemeenten momenteel nog zoeken hoe ver de werkzaamheden reiken voor het herstellen van vertrouwen. Dit laatste zal ook nauw samenhangen met het beleid dat een gemeente in het verleden heeft gevoerd richting de potentiële groep gedupeerden van de kinderopvangtoeslag.

Zo kan het voorkomen dat een beleid in een gemeenten rondom ondersteuning in het verleden nu ertoe kan leiden dat gedupeerde minder behoefte hebben aan herstel van vertrouwen. Dit blijft uiteraard per situatie en omstandigheden van de gedupeerden verschillen.

© 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden

23

3.2 Gemeentelijke hulp aan gedupeerden De verwachtingen van gemeenten over de omvang van de potentiële groep gedupeerden die in deze fase door gemeenten wordt geholpen loopt uiteen van 5% - 100%. Het verschil in bandbreedte voor deze stap is te verklaren op basis van de verschillende ervaringen die gemeenten hebben meegemaakt. Fase 4b. Financiën (algemeen) Vaste kosten per gedupeerde

€4.000

Uren inzet per gedupeerde

10 uur – 22 uur

Schaal medewerker

Schaal 8 - Schaal 9

Kosten per gedupeerde

€680 - €4.000

Percentage gedupeerden

5% - 100%

Fase 4b. Financiën: dit hulptraject omvat onder meer het onderhouden van contact met schuldeisers, het aanbieden van informatie en advies op het gebied van financiën, inkomensreparatie, aanvragen inkomensregelingen, (gespecialiseerde) schuldhulpverlening, juridische hulp, budgetbeheer/coach en waar nodig bewindvoering.

Context gemeentelijke schuldhulpverlening in het sociaal domein Vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) zijn gemeenten verantwoordelijk voor het ondersteunen van hun inwoners bij het voorkomen en oplossen van schulden. Gemeenten bepalen zelf welke instrumenten zij inzetten voor het aanpakken van schulden. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in het verleden een onderzoek laten uitvoeren naar de integrale kosten van gemeentelijke schulphulpverlening. Deze kosten worden hieronder weergegeven: Gemeentelijke schulphulpverlening Aanmelden en intake

8 uur

€

Informatie en advies

4 uur

€

261

€

279

€

855

€

968

€

622

Crisis interventie Stabilisatie: budgetbeheer

In het kader op de rechterzijde van deze pagina zijn de kengetallen opgenomen over gemeentelijke schulphulpverlening in het sociaal domein om de inschattingen over gedupeerden van kinderopvang toeslag in perspectief te plaatsen. © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden

13 uur

Stabilisatie: beschermingsbewind Stabilisatie: budgetcoaching

De huidige ervaringen van gemeenten laten zien dat de meeste gedupeerden behoefte hebben aan ondersteuning op het domein van financiën. De ureninzet van gemeenten voor algemene hulp op financiën varieert van 10 - 22 uur per gedupeerde. De weergegeven bandbreedte heeft te maken met de inschattingen die gemeenten hebben over de behoefte van de gedupeerden voor het traject financiën. Het type medewerker dat wordt ingezet bij dit hulptraject varieert van schaal 8 tot schaal 9. Inschattingen over de grootte van de groep waarop deze stap van toepassing is varieert van 5% - 100%.

Ureninzet Kosten

9 uur

Betalingsregeling en herfinanciering Schuldregelingen (minnelijke regeling)

15 uur

WNSP- verklaring Nazorg

2 uur

520

€

482

€

1.024

€

273

€

154

Het is belangrijk om te vermelden dat de gepresenteerde cijfers betrekking hebben op een reguliere burger, waarbij de ondersteuningsbehoefte kan verschillen met een gedupeerde van de kinderopvangtoeslag. Bron: Rapport ‘Kosten en baten van schuldhulpverlening: op weg naar effectieve schuldhulp’, Aarts De Jong Wilms Goudriaan Public Economics, d.d. juli 2011.

24

3.2 Gemeentelijke hulp aan gedupeerden Context gemeentelijke schuldhulpverlening in het sociaal domein (vervolg) Volgens de branchevereniging voor schuldhulp waar ongeveer 90% van de gemeenten en schuldhulpverleningsorganisaties zijn aangesloten was de gemiddelde schuld van een particulier in een schuldhulptraject rond de €39.209 in 2019. Daarbij waren er gemiddeld genomen 13 schuldeisers. De schuldeisers die het vaakst voorkomen in de schuldpakketten van mensen met schulden zijn: -

Belastingdienst

-

Zorgverzekeraars

-

Incasso-organisaties

-

Deurwaarders

-

Gemeentelijke belasting / waterschapsbelasting

Op basis van de cijfers in het sociaal domein blijkt dus dat de publieke schuldeisers het vaakst voorkomt bij personen die in een schuldhulptraject zitten. Bron: Jaarverslag Nvvk 2019, https://jaarverslag.nvvk.eu/2019/cijfers/index.html

Fase 4b. Financiën (bewindvoering) Vaste kosten per gedupeerde

€2.000 - €8.000

Uren inzet per gedupeerde

-

Schaal medewerker

-

Kosten per gedupeerde

€2.000 - €8.000

Percentage gedupeerden

0% - 50%

Naast budgetbeheer kan ook bewindvoering (beschermingsbewind) een onderdeel zijn van het hulptraject financiën. Deze trajecten kunnen een of meerdere jaren duren. De inzet en kosten voor bewindvoering zijn vastgelegd in de ‘Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren 2021’. Volgens deze regeling is de jaarbeloning, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing voor een bewindvoerder €1.187. Dit bedrag kan worden verhoogd indien de bewindvoerder te maken heeft met aanvangswerkzaamheden, problematische schulden, beheer van persoonsgebonden budget, zie hiervoor het onderstaande kader. Regeling indexering beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren 2021

Fase 4b. Financiën (budgetbeheer) Vaste kosten per gedupeerde

€3.600

Uren inzet per gedupeerde

4 uur – 36 uur

Schaal medewerker

Schaal 9

Kosten per gedupeerde

€2720 - €3.600

Percentage gedupeerden

0% - 50%

Voor budgetbeheer (onderdeel van het hulptraject financiën) varieert de inzet van 4 – 36 uur per gedupeerde. Daarbij wordt vaak een schaal 9 medewerker ingezet. De grootte van de potentiële groep gedupeerden waar budgetbeheer noodzakelijk is varieert van 0% - 50%.

© 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden

Bewindvoerder

Beloning Per maand

Jaarbeloning

€ 1.187

€

99

Beloning bewind met problematische schulden

€ 1.536

€

128

Aanvangswerkzaamheden

€

559

-

Aanvangswerkzaamheden na voorafgaand budgetbeheer (eenmalig)

€

419

-

Verhuizing, ontruiming of verkoop woning (eenmalig)

€

349

-

Beheer Persoonsgebonden budget (PGB) (eenmalig)

€

523

-

Opmaken eindrekening en -verantwoording (eenmalig)

€

210

-

Bron: Regeling indexering beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren 2021, artikel 3 lid 3 en 5.

25

3.2 Gemeentelijke hulp aan gedupeerden Overzicht instroom beschermingsbewind Beschermingsbewind is een maatregel die door een kantonrechter wordt uitgesproken. De tarieven voor bewindvoerders zijn door het ministerie van Justitie en Veiligheid vastgelegd in de regeling beloning curatoren, bewindvoerder en mentoren. De kosten voor het beschermingsbewind worden vanuit de bijzondere bijstand van een gemeente betaald, indien de persoon een inkomen heeft tot 110% van de bijstandsnorm. Voor beschermingsbewind is de instroom en dienstverlening van gemeenten aan reguliere burgers minder dan 10%.

Echter, diverse gemeenten laten ook dat de nadruk komt te liggen op het begeleiden van gedupeerden bij het besteden van de tegemoetkoming van €30.000. Daardoor worden nog steeds activiteiten verwacht op dit leefgebied. De impact van deze ontwikkelingen op de kosten die gemeenten gaan maken wordt nader toegelicht in paragraaf 3.3. Fase 4b. Gezinssituatie

Vaste kosten per gedupeerde

€0,-

Uren inzet per gedupeerde

5 uur – 78 uur

Schaal medewerker

Schaal 8 - Schaal 10

Kosten per gedupeerde

€315 - €5.304

Percentage gedupeerden

0% - 60%

Bron: Rapport ‘Schuldhulpverlening loont: een onderzoek naar de kosten en baten van schuldhulpverlening’, Regioplan en Hogeschool Utrecht d.d. juli 2011

Gemeenten schatten de kosten voor bewindvoering in tussen de €5.800 - €8.000 voor een traject van 3 á 4 jaar. Inschattingen over de grootte van de groep waarop bewindvoering van toepassing is, ligt rond de 50% op basis van het gesprek met een gemeente. Andere gemeenten hebben nog geen inschatting gemaakt over de omvang van de groep die bewindvoering nodig heeft. Dit komt mede doordat de nieuwe ontwikkelingen hier mogelijk invloed op hebben. Recent is de Catshuisregeling Kinderopvangtoeslag vastgesteld, waarmee gedupeerden ouders die zich melden bij de Belastingdienst een tegemoetkoming van €30.000 ontvangen. De overheid kijkt daarnaast naar mogelijkheden om publieke schulden kwijt te schelden en naar aanleiding van de motie Wilders naar het overnemen van private schulden. Bij het schrijven van dit conceptrapport is de uitwerking van deze motie nog niet vastgesteld. De verwachting is dat een groot deel van de gedupeerden die voorheen een hulpbehoefte had op het gebied van financiën dankzij deze ontwikkelingen nu geholpen zal zijn. © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden

Fase 4b. Gezinssituatie: dit hulptraject omvat onder meer opvoedondersteuning, jeugdhulp, hulp bij huiselijk geweld, relatiegesprekken, kindpakket, opvang en ondersteunen bij vormen van eigen netwerk. De ureninzet voor dit type hulptraject blijkt erg lastig in te schatten voor gemeenten. De ureninzet varieert van 5 – 78 uur. Het verschil in ureninzet komt doordat dit traject vaak maatwerk betreft, waarbij met name specialistische jeugdhulp trajecten erg intensief kunnen zijn. Daarbij speelt ook mee dat gemeenten bij dit hulptraject ook gebruik maken en/of verwijzen naar het fonds dat de overheid heeft opgezet om kinderen van gedupeerden ouders te helpen. De type medewerker die wordt ingezet bij het hulptraject gezondheid varieert van schaal 8 tot schaal 10. Inschattingen van gemeenten over de grootte van de groep in deze fase varieert van 0% - 60% op basis van de ervaringen van de betrokken gemeenten in dit onderzoek.

26

3.2 Gemeentelijke hulp aan gedupeerden Fase 4b. Werk / dagbesteding

woonlastencompensatie en het onderhandelen over de hypotheek.

Vaste kosten per gedupeerde

€0,-

Uren inzet per gedupeerde

6 uur – 10 uur

Schaal medewerker

Schaal 8 - Schaal 9

Kosten per gedupeerde

€315 - €680

Percentage gedupeerden

0% - 25%

Fase 4b. Werk / dagbesteding: dit hulptraject omvat onder meer arbeidsbemiddeling, begeleiding naar de arbeidsmarkt, et aanbieden van leer-werktrajecten, bemiddeling en coaching, activering en dagbesteding. Gedupeerden zijn potentieel (gedwongen) minder gaan werken of zijn volledig gestopt met arbeidsparticipatie. Over het algemeen wordt het hulptraject werk/dagbesteding aangeboden nadat de gedupeerden voldoende zijn ondersteund op de andere leefdomeinen en de blik kan worden gericht op de toekomst. De ureninzet bij dit hulptraject varieert van 6 - 10 uur per gedupeerde. Daarbij zit het type medewerker die wordt ingezet bij dit hulptraject in schaal 8 of 9. Inschattingen van gemeenten over de grootte van de potentiële groep gedupeerden in deze fase varieert van 0% - 25%. Fase 4b. Wonen Vaste kosten per gedupeerde Uren inzet per gedupeerde Schaal medewerker

€0,2 uur – 13 uur Schaal 8 - Schaal 9

Kosten per gedupeerde

€136 - €819

Percentage gedupeerden

0% - 30%

De ureninzet bij dit hulptraject varieert van 2 - 13 uur per gedupeerde. De daadwerkelijke ureninzet blijkt volgens de gemeenten nauw samen te hangen met de contacten die er binnen een gemeenten zijn met woningcorporaties. De inzet van gemeenten is met name gericht op het aanvragen van een urgentieverklaring. De medewerker die wordt ingezet bij dit hulptraject zit in schaal 8 of 9. Inschattingen over de grootte van de groep waarop deze stap van toepassing is varieert van 0% - 30%. Daarbij is het belangrijk om te melden dat gemeenten die momenteel 0% ondersteuningsbehoefte inschatten op dit moment nog geen ervaring hebben met het helpen van gedupeerden op dit domein.

Fase 4b. Gezondheid

Vaste kosten per gedupeerde

€0,-

Uren inzet per gedupeerde

5 uur - 32 uur

Schaal medewerker

Schaal 8 - Schaal 11

Kosten per gedupeerde

€315 - €2.592

Percentage gedupeerden

0% - 60%

Fase 4b. Gezondheid: dit traject omvat onder meer hulp bij de collectieve zorgverzekering, indicatiestelling 2e lijnszorg, zoeken en begeleiding specialistische ggz hulp en uitvraag medische zorg (zowel achterstallige zorg zoals tandarts als nieuwe medische zorg zoals therapie). Belastingdienst vergoedt de feitelijke kosten aan een gedupeerde.

Fase 4b. Wonen: dit hulptraject bevat onder meer het onderhouden van contact met woningcorporaties, hulp bij stroomafsluiting en dreigende huisuitzetting, hulp bij inschrijving woning en het zorgen voor noodopvang of een briefadres, hulp bij © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden

27

3.2 Gemeentelijke hulp aan gedupeerden De ureninzet bij dit hulptraject is over het algemeen al meegenomen onder fase 4a (algemene begeleiding van gedupeerden). Daarbij heeft een gemeente aanvullende ureninzet voorzien van 32 uur aan specialistische hulp ter overbrugging naar de GGZ. De medewerker die wordt ingezet bij dit hulptraject zit in schaal 11. Een andere gemeente verwacht 5 uur aan ureninzet voor de coördinatie met een medewerker van schaal 8. Inschattingen over de grootte van de groep in deze fase is 60%.

weergegeven voor de fases van het hulpverleningstraject.

Fase 5. Nazorg Vaste kosten per gedupeerde

€0,-

Uren inzet per gedupeerde

0,5 uur – 15 uur

Schaal medewerker

Schaal 8 - Schaal 9

Kosten per gedupeerde

€63 - €1.020

Percentage gedupeerden

0% - 75%

Na afronding van het hulptraject bieden gemeenten nazorg en wordt regelmatig contact onderhouden. Indien nodig wordt ook budgettraining aangeboden. De ureninzet voor nazorg varieert van 0,5 tot 15 uur per gedupeerde. Het verschil in ureninzet voor deze fase kan worden verklaard doordat sommige gemeenten ervan uitgaan dat een beperkt aantal keer zal worden gebeld met de gedupeerde. Andere gemeenten voorzien intensievere nazorg. Ook in deze fase speelt de complexiteit van de problematiek en de intensiteit van de geboden zorg in fase 4 een bepalende rol. Inschattingen van gemeenten over de grootte van de groep in deze fase lopen uiteen van 0% - 75%. Hierbij verwachten de gemeenten die 0% aangeven geen gedupeerden voor een nazorgtraject op basis van de huidige observaties er ervaringen.

Op de volgende pagina is een samenvattend figuur opgenomen. In het figuur is in bandbreedtes per fase de hulp van gemeenten per gedupeerde © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden

28

3.2 Gemeentelijke hulp aan gedupeerden In onderstaand figuur zijn de kosten per fase en het percentage van de totale potentiële groep gedupeerden waarop een fase van toepassing is visueel weergegeven. Hierbij is de mediaan per fase opgenomen. De mediaan is berekend op basis van de beschikbare informatie van de betrokken gemeenten. De omvang van de potentiële groep gedupeerden die zich nog niet heeft gemeld bij de Belastingdienst en waarvan de gegevens dus niet bekend zijn bij gemeenten, is berekend als het verschil tussen de totale omvang van de potentiële groep gedupeerden en het aantal dat per 11 februari 2021 bij de Belastingdienst bekend was als zelfmelder (28.000 - 22.000 = 6.000). Het figuur laat zien wat de kosten per fase zijn en het percentage van de potentiële groep gedupeerden per fase. # Potentiële gedupeerden hersteloperatie (~ 25.000)

Totale potentiële groep gedupeerden ~ 28.000

# gedupeerden die zich nog niet hebben gemeld ~ 6.000 100%

# gedupeerden die zich hebben gemeld ~ 22.000

Fase 2. Eerste contact en inventarisatie [€130]

Fase 1. Vinden gedupeerden

Fase 3. Maken PvA [€620]

50% # gedupeerden gevonden door Belastingdienst Toeslagen ~ 3.000

40% * 25.000 = 10.000 gedupeerden Fase 4A. Begeleiding PVA [€2.140]

# gedupeerden voor hersteloperatie gemeenten ~25.000 (22.000 + 3.000)

40% * 25.000 = 10.000 gedupeerden

30% * 25.000 = 7.500 gedupeerden Fase 4B. Budgetbeheer [€2.450]

15% * 25.000 = 3.750 gedupeerden Fase 4B. Gezinssituatie [€3.310]

Fase 4B. Financiën [€1.260]

60% * 25.000 = 15.000 gedupeerden

40% * 25.000 = 10.000 gedupeerden

10% * 25.000 = 2.500 gedupeerden Fase 4B. Wonen [€500]

5% * 25.000 = 1.250 gedupeerden Fase 4B. Werk/ dagbesteding [€540]

5% * 25.000 = 1.250 gedupeerden Fase 4B. Gezondheid [€1.450]

10% * 25.000 = 2.500 gedupeerden Fase 4B. Bewindvoering [€5.800]

30% * 25.000 = 7.500 gedupeerden Fase 5. Nazorg [€190]

Uitstroom

Figuur 5. Overzicht kosten en percentage gedupeerden per fase van de VNG-matrix

© 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden

29

3.2 Gemeentelijke hulp aan gedupeerden Een belangrijke bepalende factor voor de kosten die gemeenten maken voor de hulp aan gedupeerden betreft de zwaarte van de ondersteuningsbehoefte. Om dit te illustreren zijn de kosten per gedupeerde in kaart gebracht voor drie archetypen. Een gedupeerden zonder ondersteuningsbehoefte, een gedupeerde met een lichte ondersteuningsbehoefte en een gedupeerde met een zware ondersteuningsbehoefte. De uitkomsten van deze analyse zijn hieronder opgenomen. Per gemeente verschilt het welk(e) type(n) het meest voorkomen. Op dit momenteel is nog onduidelijk wat de kenmerken zijn van de totale populatie gedupeerden. Geen Lichte Zware ondersteuningsbehoefte ondersteuningsbehoefte ondersteuningsbehoefte

Fase 1: Vinden gedupeerden Fase 2: Eerste contact en inventarisatie Fase 3: Maken PvA

Fase 4a: Uitvoeren PvA

Alleen financiën algemeen

Alle vijf leefgebieden

€ 4.346 - € 9.193

€ 12.604 - € 22.188

Fase 5: Nazorg Kosten per gedupeerde (mediaan – maximum)

€ 131 - € 365

Figuur 6. Overzicht ondersteuningsbehoefte voor drie archetypen gedupeerden © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden

30

3.2 Gemeentelijke hulp aan gedupeerden Algemene inrichtings- en coördinatiekosten gemeentelijke hulp aan gedupeerden Naast de verwachte ureninzet per gedupeerde voor de verschillende fasen van de VNG-matrix maken gemeenten ook algemene inrichtings- en coördinatiekosten bij de uitvoering van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. Dit betreft onder meer de kosten die gemeenten maken bovenop de kosten die samenhangen met de al bestaande taken die gemeenten voor burgers uitvoeren. Deze zijn niet meegenomen in de VNGmatrix, maar worden wel gemaakt door gemeenten bij de uitvoering van de hersteloperatie. In dit onderzoek zijn ook de kosten voor fase 1 Vinden van gedupeerden meegenomen onder algemene kosten. Kosten verband houdend met verantwoording van de besteding van de middelen konden niet in kaart worden gebracht, omdat nog onduidelijk is hoe de verantwoording eruit komt te zien.

gedupeerden. De kosten op jaarbasis van een fulltime projectleider zitten gemiddeld rond de €120.000. Dit is van toepassingen voor gemeenten met tussen de ca. 100 en ca. 1.000 gedupeerden. 3.

Gemeenten met relatief veel gedupeerden. Een beperkt aantal gemeenten maken aanzienlijk meer algemene kosten door naast het aanstellen van een projectleider ook een coördinator in te zetten voor de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. De geschatte kosten van de projectorganisatie zijn gemiddeld ca. €250.000 per jaar. Daarnaast zijn een aantal eenmalig opstartkosten zoals het opstellen van een communicatieplan en scholing van het (bel)team dat de intakegesprekken en -bezoeken met gedupeerden uitvoert. De eenmalige kosten bedragen ongeveer €10.000. Dit is van toepassing voor gemeenten met meer dan ca. 1.000 gedupeerden.

Uit gesprekken met de gemeenten is gebleken dat de algemene inrichtingsen coördinatiekosten grofweg te onderscheiden zijn naar de drie categorieën. De kosten zijn gerelateerd aan de inzet van een projectleider / coördinator van de hersteloperatie. 1.

Gemeenten met relatief weinig gedupeerden. Deze gemeenten maken beperkt extra algemene kosten voor de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. Grotendeels is de hulp aan gedupeerden onderdeel van de reguliere taakuitvoering van gemeenten. Op basis van de inzichten uit de validatiegroep blijkt dat gemeenten met relatief weinig gedupeerden algemene kosten maken van gemiddeld ca. €12.000 (halve dag per week voor projectleider / coördinator). Dit zijn gemeenten met tussen de 1 en 50 gedupeerden. Voor gemeenten met tussen de 50-100 gedupeerden wordt uitgegaan van gemiddeld ca. €48.000 (twee dagen per week voor projectleider / coördinator).

2.

Gemeenten met een gemiddeld aantal gedupeerden. Deze gemeenten maken extra algemene kosten, omdat een projectleider wordt aangesteld voor de interne en externe coördinatie van de hulp aan © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden

31

3.3 Factoren die van invloed zijn op de gemeentelijke hulp De volgende factoren zijn van invloed zijn op de intensiteit van de gemeentelijke hulp aan gedupeerden: ▪ Inrichting van de werkzaamheden en het gehanteerd beleid voor en tijdens de hersteloperatie ▪ Complexiteit van de problematiek van gedupeerden ▪ Impact en uitvoering van de lopende ontwikkelingen Uit gesprekken met gemeenten komen diverse indicatoren (kostendrivers) naar voren die iets zeggen over de mate waarin gemeenten meer of minder kosten maken voor gedupeerden. Deze worden in deze paragraaf nader toegelicht. 1. Inrichting van de werkzaamheden en het gehanteerd beleid voor en tijdens de hersteloperatie Iedere gemeente richt de uitvoering van hulp binnen het sociaal domein op haar eigen manier in. Zoals beschreven in paragraaf 3.2 maken diverse gemeenten gebruik van externe organisaties voor de hulp op de verschillende leefgebieden, zoals wijkteams, maatschappelijke organisaties of een externe schuldhulporganisatie. Hierdoor zullen verschillende medewerkers betrokken zijn bij de hulp aan een gedupeerde. Ook binnen een gemeente kunnen verschillende afdelingen betrokken zijn, zoals wonen en werk en inkomen. Een goede en intensieve onderlinge samenwerking van een gemeente met maatschappelijke organisaties en nauwe contacten van een gemeente met schuldeisers en woningcorporaties leiden tot een lagere ureninzet.

Daarnaast is ook het gevoerde beleid een belangrijke factor die impact heeft op de kosten die gemeenten verwachten te maken. Enkele gemeenten hebben ingezet op vroeg signalering door zo tijdig mogelijk hulp aan te bieden. Dit leidt ertoe dat in deze gemeenten de ondersteuningsbehoefte van gedupeerden naar de toekomst toe minder groot is. Naast het gevoerde beleid van een specifieke gemeente in het verleden heeft ook het toekomstige beleid dat een bepaalde gemeente zal uitvoeren tijdens © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden

de hersteloperatie kinderopvangtoeslag een impact op de kosten. De definitie die een gemeente kan hebben van het begrip herstel is daarbij erg belangrijk. Uit de gesprekken met gemeenten komt naar voren dat aan de ene kant kan worden gestreefd naar herstel tot een bepaald minimumniveau (‘de basis op orde’). Dit zal minder inzet vragen dan als gemeenten ernaar streven gedupeerden te helpen totdat de situatie volledig is hersteld zoals die was voordat men een gedupeerden werd. Het gevoerde beleid van gemeenten tijdens de hersteloperatie is ook afhankelijk van de wensen en eisen die een gemeenteraad stelt bij de uitvoering van de hersteloperatie. Zo heeft een meerderheid van de gemeenteraad in een bepaalde gemeente gevraagd om bij de uitvoering extra aandacht te besteden aan de ondersteuning van de kinderen van de gedupeerde ouders. Dit leidt naar verwachting tot meer ondersteuning op het leefgebied gezinssituatie. Dat gemeenten bij de hersteloperatie een extra stap zetten blijkt ook uit het feit dat er (extra) hulp wordt ingekocht. Zo heeft een gemeente op het hulptraject gezondheid specialistische hulp voorzien ter overbrugging van de wachtlijsten voor de GGZ. 2. Complexiteit van de problematiek van gedupeerden en de daadwerkelijke hulpbehoefte Gemeenten hebben tot op heden verschillende ervaringen opgedaan bij de hulp aan gedupeerden.

Aan de ene kant van het spectrum heeft een gemeente gedupeerden met complexe meervoudige problematiek. Dit zijn gedupeerden met een hulpvraag op meerdere leefgebieden. Deze groep vraagt intensieve begeleiding dat vaak gepaard gaat met hoge kosten. De gemeente onderzoekt momenteel de verklaringen voor de relatief complexe problematiek van de gedupeerden in hun gemeente. In dit stadium zijn eenduidige verklaringen niet voor handen. Een mogelijke verklaring is dat in de gemeente relatief veel laaggeletterden zijn, die sneller in grotere problemen terecht kunnen komen. Aan de andere kant van het spectrum zit een gemeente waar de gedupeerden die zich in dit stadium melden met name een lichte ondersteuningsbehoefte hebben. 32

3.3 Factoren die van invloed zijn op de gemeentelijke hulp De inschattingen van de gemeenten zijn gebaseerd op huidige ervaringscijfers met gedupeerden. In hoeverre dit ook representatief is voor de potentiële groep gedupeerden die momenteel nog niet in beeld of nog niet is geholpen, is onbekend. 3. Impact en uitvoering van de lopende ontwikkelingen op het bredere dossier toeslagenaffaire In paragraaf 3.1 van dit rapport zijn een aantal recente ontwikkelingen beschreven die de daadwerkelijke werkzaamheden van gemeenten en de daaraan gelieerde kosten kunnen beïnvloeden. Tijdens de totstandkoming van dit rapport is nog geen definitieve invulling vastgesteld over de wijze waarop de overheid de publieke schulden van gedupeerden gaat kwijtschelden en of de private schulden van de gedupeerden worden overgenomen. Ook de precieze invulling en uitvoering van de compensatie is onbekend. Uit de gesprekken met gemeenten komt naar voren dat er in dit stadium geen zicht is op de precieze uitvoering van de verschillende ontwikkelingen en wat dit van gemeenten vraagt. Wel is de verwachting dat als de voorgenomen plannen worden gerealiseerd de impact met name betrekking heeft op de hulpverlening op het gebied van financiën. Hulp op het gebied van financiën is verreweg het meest gevraagde hulptraject bij gemeenten. Deze hulp kan mogelijk sterk worden verminderd.

Budgetbeheer en bewindvoering is bijvoorbeeld niet of zeer beperkte mate nog nodig. Wel zien gemeenten voor henzelf een rol weggelegd bij het begeleiden van gedupeerden bij de besteding van de tegemoetkoming van €30.000.

© 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden

33

3.4 Macroraming De macroraming van de gemeentelijke hulp aan gedupeerden is middels drie scenario’s in kaart gebracht: 1. Het basisscenario voor meerjarige hulp aan gedupeerden komt uit op EUR 85 – 103 mln. 2. Op het moment dat de huidige voorstellen rondom het wegnemen van publieke en private schulden op korte termijn gestalte krijgen dan zijn de verwachte ondersteuningskosten EUR 55 – 67 mln. 3. Indien 20% van de 22.000 zelfmelders geen recht heeft op herstel dan zijn de verwachte ondersteuningskosten EUR 69 – 87 mln. Indien scenario 2 en 3 worden gecombineerd zijn de verwachte ondersteuningskosten EUR 45 – 57 mln. Daarnaast bedragen de algemene inrichtings- en coördinatiekosten van de hersteloperatie ca. EUR 8,3 mln. voor een periode van een jaar. Hiermee zijn de totale uitvoeringskosten voor de hersteloperatie kinderopvangtoeslag voor gemeenten ca. EUR 53 – 111 mln. De kosten die gemeenten maken voor de hulp aan gedupeerden zijn onder te verdelen in (i) algemene inrichtings- en coördinatiekosten bij de uitvoering van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag, en (ii) de inzet per gedupeerde voor de verschillende fasen van de VNG-matrix. Voor deze beide aspecten wordt in deze paragraaf inzicht geboden in macroraming. I.

Algemene inrichtings- en coördinatiekosten gemeentelijke hulp aan gedupeerden Dit betreft onder meer de kosten die gemeenten maken bovenop de kosten die samenhangen met de al bestaande taken die gemeenten voor burgers uitvoeren. Deze zijn niet meegenomen in de VNG-matrix, maar worden wel gemaakt door gemeenten bij de uitvoering van de hersteloperatie. In dit onderzoek zijn ook de kosten voor fase 1 Vinden van gedupeerden meegenomen onder algemene kosten. Kosten verband houdend met verantwoording van de besteding van de middelen konden niet in kaart © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden

worden gebracht, omdat nog onduidelijk is hoe de verantwoording eruit komt te zien. Uit gesprekken met de gemeenten is gebleken dat de algemene inrichtingsen coördinatiekosten grofweg te onderscheiden zijn naar de drie categorieën. De kosten zijn gerelateerd aan de inzet van een projectleider / coördinator van de hersteloperatie. 1.

2.

3.

Gemeenten met relatief weinig gedupeerden. Deze gemeenten maken beperkt extra algemene kosten voor de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. Grotendeels is de hulp aan gedupeerden onderdeel van de reguliere taakuitvoering van gemeenten. Op basis van de inzichten uit de validatiegroep blijkt dat gemeenten met relatief weinig gedupeerden algemene kosten maken van gemiddeld ca. €12.000 (halve dag per week voor projectleider / coördinator). Dit zijn gemeenten tussen de 1 en 50 gedupeerden. Voor gemeenten met tussen de 50 en 100 gedupeerden wordt uitgegaan van gemiddeld ca. €48.000 (twee dagen per week voor projectleider / coördinator). Gemeenten met een gemiddeld aantal gedupeerden. Deze gemeenten maken extra algemene kosten, omdat een projectleider wordt aangesteld voor de interne en externe coördinatie van de hulp aan gedupeerden. De kosten op jaarbasis van een fulltime projectleider zitten gemiddeld rond de €120.000. Dit is van toepassingen voor gemeenten met tussen de ca. 100 en ca. 1.000 gedupeerden. Gemeenten met relatief veel gedupeerden. De geschatte kosten van de projectorganisatie zijn ongeveer gemiddeld ca. €250.000 per jaar. Dit is van toepassing voor gemeenten met meer dan ca. 1.000 gedupeerden.

Op basis van de aantallen gedupeerden per gemeente (peildatum 26 januari 2021) komt dit neer op ca. EUR 8,3 mln. per jaar. Het is momenteel onduidelijk voor welke periode de algemene inrichtings- en coördinatiekosten worden gemaakt en hoe intensief de benodigde ondersteuning zal zijn. Dit maakt het bedrag onzeker. Mogelijk kan na een half jaar of een jaar de coördinatie van de hersteloperatie worden afgebouwd, omdat de hulptrajecten door de reguliere organisatie worden uitgevoerd en gecoördineerd. De calculatie van de algemene inrichtings- en coördinatiekosten gaat uit van één jaar. 34

3.4 Macroraming Aantal gedupeerden Aantal gemeenten Kosten per gemeente Subtotaal 1 - 50 287 € 12.000 € 3.444.000 50 - 100 33 € 48.000 € 1.584.000 100 - 1.000 21 € 120.000 € 2.520.000 > 1.000 3 € 250.000 € 750.000 Totaal: € 8.298.000

personele kosten (uren inzet maal de schaal van de betreffende medewerker) en/of waar relevant vaste kosten (‘out-of-pocket’-kosten). Naast de kosten per fase is ook het percentage gedupeerde opgenomen om daarmee het macrobudget uit te rekenen. Voor zowel de kosten per fase als het percentage gedupeerden is in de tabel de mediaan weergegeven. Deze is berekend op basis van de inschattingen van de betrokken gemeenten bij dit onderzoek. De opbouw van de macroraming maakt het mogelijk om deze te actualiseren op een later moment indien nieuwe inzichten voorhanden zijn.

Tabel 4. Overzicht van algemene inrichtings- en coördinatiekosten voor gemeenten bij de hersteloperatie kinderopvangtoeslag

II. Inzet per gedupeerde voor de verschillende fasen van de VNG-matrix Naast de algemene inrichtings- en coördinatiekosten maken gemeenten ook kosten die direct samenhangen met het helpen van gedupeerden. Deze kosten zijn middels drie scenario’s in kaart gebracht. De uitkomsten zijn in de tabel hieronder opgenomen.

In alle scenario’s is de impact van de gegevensuitwisseling tussen Belastingdienst Toeslagen en gemeenten meegenomen. De veronderstelling is dat in fase 1 van de 6.000 potentieel gedupeerden die zich nog niet hebben gemeld bij de Belastingdienst tussen de 10-90% wordt gevonden. In bijlage VI. Detailuitkomsten is doorgerekend als dit percentage 50% is.

De totale kosten per gedupeerde in een bepaalde fase bestaat uit de Scenario 1. Basis Fase 1 Vinden gedupeerden 2 Eerste contact en inventarisatie 3 Maken plan van aanpak 4a Uitvoering PvA 4b Uitvoering PvA 1. Wonen 2. Financiën 2.1 Budgetbeheer 2.2 Bewindvoering 3. Gezondheid 4. Werk/dagbesteding 5. Gezinssituatie 5 Nazorg Totaal:

Kosten Percentagea Potentieel aantal mediaan mediaan gedupeerden 100% 6.000 € 130 100%, 10-90% 22.600 - 27.400 € 620 40% 9.040 - 10.960 € 2.140 40% 9.040 - 10.960 € 500 € 1.260 € 2.450 € 5.800 € 1.450 € 540 € 3.310 € 190

10% 40% 30% 10% 5% 5% 15% 30%

2.260 - 2.740 9.040 - 10.960 6.780 - 8.220 2.260 - 2.740 1.130 - 1.370 1.130 - 1.370 3.390 - 4.110 6.780 - 8.220

Scenario 2. Impact financiële Scenario 3. 20% zelfmelders ontwikkelingen geen recht op herstel Macrobudget Potentieel aantal Macrobudget Potentieel aantal Macrobudget in mln. euro’s gedupeerden in mln. euro’s gedupeerden in mln. euro’s 6.000 6.000 2,9 - 3,6 22.600 - 27.400 2,9 - 3,6 22.600 - 27.400 2,9 - 3,6 5,6 - 6,8 9.040 - 10.960 5,6 - 6,8 7.280 - 9.200 4,5 - 5,7 19,4 - 23,5 9.040 - 10.960 19,4 - 23,5 7.280 - 9.200 15,6 - 19,7 1,1 - 1,4 11,4 - 13,8 16,6 - 20,1 13,1 - 15,9 1,6 - 2,0 0,6 - 0,7 11,2 - 13,6 1,3 - 1,6 85 - 103

2.260 - 2.740 9.040 - 10.960 1.130 - 1.370 1.130 - 1.370 3.390 - 4.110 6.780 - 8.220

1,1 - 1,4 11,4 - 13,8 1,6 - 2,0 0,6 - 0,7 11,2 - 13,6 1,3 - 1,6 55 - 67

1.820 - 2.300 7.280 - 9.200 5.460 - 6.900 1.820 - 2.300 910 - 1.150 910 - 1.150 2.730 - 3.450 5.460 - 6.900

0,9 - 1,2 9,2 - 11,6 13,4 - 16,9 10,6 - 13,3 1,3 - 1,7 0,5 - 0,6 9,0 - 11,4 1,0 - 1,3 69 - 87

Tabel 5. Overzicht kosten per fase van de VNG-matrix a Het percentage in fase 1 heeft betrekking op de potentiële groep gedupeerden waarvan de gegevens niet zijn gedeeld met gemeenten (6.000). De kosten van fase 1 zijn opgenomen bij algemene inrichtings- en coördinatiekosten. In fase

2 heeft het eerste percentage (100%) betrekking op de gedupeerden waarvan de gegevens wel gedeeld zijn met gemeenten (22.000 in scenario 1 en 2) en het tweede percentage (10%-90%) op de groep waarvan de gegevens niet zijn gedeeld met gemeenten (6.000). Vanaf fase 3 hebben de percentages betrekking op de potentiële groep gedupeerden waarmee gemeenten verwachten contact hebben (22.600 – 27.400 in scenario 1 en 2). In scenario 3 heeft dit percentage betrekking op 18.200 – 23.000. © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden

35

3.4 Macroraming Scenario 1. Basis (EUR 85 – 103 mln.) Het basisscenario voor de meerjarige hulp aan gedupeerden van ca. EUR 85 – 103 mln. is gebaseerd op de totale huidige populatie van circa 28.000 potentieel gedupeerden waarbij circa 40% van de potentieel gedupeerden een hulpvraag heeft. Een vergelijking van de uitkomsten van dit scenario met de VNG-matrix is opgenomen in bijlage VII. Scenario 2. Impact financiële ontwikkelingen (EUR 55 – 67 mln.) Alhoewel de precieze uitwerking van de financiële ontwikkelingen (€30.000 compensatie, kwijtschelden publieke schulden en mogelijk overnemen private schulden door de overheid) op het moment van het schrijven van dit rapport nog niet bekend zijn, kan op basis van de gesprekken met gemeenten al wel een inschatting worden gedaan dat in het beste geval budgetbeheer (EUR 16,6 – 20,1 mln.) en bewindvoering (EUR 13,1 – 15,9 mln.) weg zullen vallen. Het totaalbedrag valt met EUR 55 – 67 mln. in vergelijking met scenario 1 EUR 30 – 36 mln. lager uit. In het verlengde hiervan zullen gemeenten naar verwachting ook minder tijd besteden aan het opstellen van het plan van aanpak aangezien de daadwerkelijke hulpverlening naar verwachting afneemt. Het is op dit moment niet mogelijk hier een betrouwbare inschatting van te maken, daarom is dit niet meegenomen in de macroraming.

met 20% minder zelfmelders. Indien scenario 2 en 3 worden gecombineerd zijn de verwachte ondersteuningskosten EUR 45 – 57 mln. In dit combinatiescenario wordt ervan uitgegaan dat de verwachte impact van de financiële ontwikkelingen (in het beste geval het wegvallen van budgetbeheer en bewindvoering) zich voor zal doen én dat 20% van de 22.000 zelfmelders – 4.400 potentieel gedupeerden – geen recht heeft op herstel. In tabel 5 op de vorige pagina zijn de bedragen in scenario 3 cursief gedrukt en geel gearceerd die in dit combinatiescenario wegvallen. III. Totale uitvoeringskosten van gemeenten bij de hersteloperatie Op basis van reeds uitgevoerde analyses en de huidige omvang van de totale potentiële groep gedupeerden zijn de uitvoeringskosten van gemeenten voor de hersteloperatie kinderopvangtoeslag begroot op: ― Algemene inrichtings- en coördinatiekosten van ca. EUR 8,3 mln. per jaar. ― Inzet per gedupeerde voor de verschillende fasen van de VNG-matrix van ca. EUR 45 - 103 mln. Hiermee zijn de totale uitvoeringskosten voor de hersteloperatie kinderopvangtoeslag voor gemeenten ca. EUR 53 – 111 mln.

Scenario 3. 20% zelfmelders geen recht op herstel (EUR 69 – 87 mln.) Indien 20% van de 22.000 zelfmelders – 4.400 potentieel gedupeerden – geen recht heeft op herstel dan zijn de verwachte ondersteuningskosten EUR 69 – 87 mln. Het totaalbedrag valt daarmee in vergelijking met scenario 1 circa EUR 16 mln. lager uit. De gegevens van 22.000 zelfmelders zijn reeds door Belastingdienst Toeslagen gedeeld met gemeenten, dus ook de gegevens van de zelfmelders die mogelijk geen recht hebben op herstel. Daarom is in de calculatie gerekend met 22.000 zelfmelders tot en met fase 2. Vanaf fase 3 is gerekend © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden

36

4. Conclusies en aanbevelingen

4.1 Conclusies Gemeenten zijn nog niet of pas recent gestart met het bieden van hulp aan de potentiële groep gedupeerden, daardoor beschikken zij in dit stadium in beperkte mate over representatieve ervaringscijfers over het percentage gedupeerden met een hulpvraag op de verschillende leefgebieden De cijfers in dit rapport zijn dan ook inschattingen en verwachtingen van gemeenten die ten dele zijn gebaseerd op ervaringen met de hulp aan gedupeerden. Ervaringscijfers zijn in dit stadium met name gebaseerd op de groep die al reeds bekend was bij de gemeenten. Dit zijn veelal gedupeerden met complexe problematiek daardoor een hulpvraag heeft op meerdere leefgebieden. Deze groep vraagt intensieve begeleiding dat vaak gepaard gaat met hoge kosten. De omvang van de potentiële groep gedupeerden met een hulpvraag en hun specifieke ondersteuningsbehoefte is op dit moment nog niet eenduidig vast te stellen. Dit komt doordat gemeenten pas sinds zeer recent contact kunnen leggen met de potentiële groep gedupeerden die zich bij de Belastingdienst heeft gemeld. Daarnaast is de totale omvang van de potentiële groep gedupeerden, zoals die initieel was geraamd door de Belastingdienst, nog aan verandering onderhevig.

Dit komt onder meer door de toegenomen bekendheid van en aandacht voor de problematiek van gedupeerden en de hulp aan en compensatie van gedupeerden die momenteel in gang wordt gezet. De totale omvang van de potentiële groep gedupeerden bestaat volgens de inschatting van Belastingdienst Toeslagen uit 28.000 gedupeerden (peildatum februari 2021) Het aantal potentieel gedupeerden is aan wijzigingen onderhevig. In dit onderzoek wordt uitgegaan van de meest actuele inschatting. Het begrip ‘gedupeerde van de kinderopvangtoeslag’ is door Belastingdienst Toeslagen als volgt gedefinieerd: ‘een belanghebbende die mogelijk recht heeft op een tegemoetkoming of een compensatie als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen’. In dit onderzoek is bij deze definitie aangesloten.

compensatie van de (werkelijke) geleden schade. Een groot deel van deze potentiële groep gedupeerden is in (financiële) problemen gekomen. Daarbij kan naast financiële compensatie ook behoefte zijn aan aanvullende (gemeentelijke) hulp. Op basis van recente inschattingen van Belastingdienst Toeslagen blijkt dat er onder de groep van 22.000 zelfmelders aanmeldingen zitten die waarschijnlijk geen recht hebben op herstel, omdat men geen gedupeerde is van de kinderopvangtoeslag. Dit gaat om circa 20% van de 22.0000 zelfmelders die op 1 februari 2021 bekend zijn. De verschillende fasen en activiteiten, zoals deze zijn opgenomen in de VNG-matrix worden breed herkend door de betrokken gemeenten bij dit onderzoek De individuele behoefte onder gedupeerden loopt echter vaak uiteen. De inzet varieert met name op de hulptrajecten financiën, gezinssituatie en gezondheid. De complexiteit van de problematiek van gedupeerden is een belangrijke kostenbepalende factor. Aan de ene kant van het spectrum zit een gemeente die op dit moment met name gedupeerden heeft met een complexe meervoudige problematiek. Dit zijn gedupeerden met een hulpvraag op meerdere leefgebieden. Deze groep vraagt intensieve begeleiding dat vaak gepaard gaat met hoge kosten.

Aan de andere kant van het spectrum zit een gemeente waar de gedupeerden die zich in dit stadium melden met name een lichte ondersteuningsbehoefte hebben. Factoren die eveneens van invloed zijn op de intensiteit van de gemeentelijke hulp aan gedupeerden zijn de inrichting van de werkzaamheden en het gehanteerd beleid voor en tijdens de hersteloperatie van een individuele gemeente.

Deze personen komen bij de Belastingdienst in aanmerking voor herstel en/of © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden

38

4.1 Conclusies Naast de verwachte ureninzet per gedupeerde voor de verschillende fasen van de VNG-matrix maken gemeenten ook algemene inrichtings- en coördinatiekosten bij de uitvoering van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. Dit betreft onder meer de kosten die gemeenten maken bovenop de kosten die samenhangen met de al bestaande taken die gemeenten voor burgers uitvoeren. Deze zijn niet meegenomen in de VNGmatrix, maar worden wel gemaakt door gemeenten bij de uitvoering van de hersteloperatie en zijn nader toegelicht in hoofdstuk 3. De macroraming van de gemeentelijke hulp aan gedupeerden is middels drie scenario’s in kaart gebracht: 1. Het basisscenario voor meerjarige hulp aan gedupeerden komt uit op EUR 85 – 103 mln. 2. Op het moment dat de huidige voorstellen rondom het wegnemen van publieke en private schulden op korte termijn gestalte krijgen dan zijn de verwachte ondersteuningskosten EUR 55 – 67 mln. 3. Indien 20% van de 22.000 zelfmelders geen recht heeft op herstel dan zijn de verwachte ondersteuningskosten EUR 69 – 87 mln. Indien scenario 2 en 3 worden gecombineerd zijn de verwachte ondersteuningskosten EUR 45 – 57 mln. Daarnaast bedragen de algemene inrichtings- en coördinatiekosten van de hersteloperatie ca. EUR 8,3 mln. voor een periode van een jaar.

Het macrobudget in tabel 1 is gebaseerd op de mediaan van de (onzekere) inschattingen van de betrokken gemeenten in dit onderzoek. In alle scenario’s is de impact van de gegevensuitwisseling tussen Belastingdienst Toeslagen en gemeenten meegenomen. De veronderstelling is dat in fase 1 van de 6.000 potentieel gedupeerden die zich nog niet hebben gemeld bij de Belastingdienst tussen de 10-90% wordt gevonden. Scenario 1. Basis (EUR 85 – 103 mln.) Het basisscenario voor de meerjarige hulp aan gedupeerden van circa EUR 85-103 mln. is gebaseerd op de totale huidige populatie van circa 28.000 potentieel gedupeerden waarbij circa 40% van de potentieel gedupeerden een hulpvraag heeft. © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden

Scenario 2. Impact financiële ontwikkelingen (EUR 55 – 67 mln.) De financiële maatregelen (€30.000 compensatie, kwijtschelden publieke schulden en mogelijk overnemen private schulden door de overheid) leiden in het beste geval tot het wegvallen van budgetbeheer (EUR 16,6 – 20,1 mln.) en bewindvoering (EUR 13,1 – 15,9 mln.). Het totaalbedrag valt met EUR 55 – 67 mln. in vergelijking met scenario 1 EUR 30 – 36 mln. lager uit. In het verlengde hiervan zullen gemeenten naar verwachting ook minder tijd besteden aan het opstellen van het plan van aanpak aangezien de daadwerkelijke hulpverlening naar verwachting afneemt. Het is op dit moment niet mogelijk hier een betrouwbare inschatting van te maken. Scenario 3. 20% zelfmelders geen recht op herstel (EUR 69 – 87 mln.) Indien 20% van de 22.000 zelfmelders – 4.400 potentieel gedupeerden – geen recht heeft op herstel dan zijn de verwachte ondersteuningskosten EUR 69 – 87 mln. Het totaalbedrag valt daarmee in vergelijking met scenario 1 circa EUR 16 mln. lager uit. Indien scenario 2 en 3 worden gecombineerd zijn de verwachte ondersteuningskosten EUR 45 – 57 mln.

In dit combinatiescenario wordt ervan uitgegaan dat de verwachte impact van de financiële ontwikkelingen (in het beste geval het wegvallen van budgetbeheer en bewindvoering) zich voor zal doen én dat 20% van de 22.000 zelfmelders – 4.400 potentieel gedupeerden – geen recht heeft op herstel. Algemene inrichtings- en coördinatiekosten (EUR 8,3 mln.) De algemene inrichtings- en coördinatiekosten van de hersteloperatie zijn circa EUR 8,3 mln. voor een periode van een jaar. Mogelijk kan na een half jaar of een jaar de coördinatie van de hersteloperatie worden afgebouwd, omdat de hulptrajecten door de reguliere organisatie worden uitgevoerd en gecoördineerd. De calculatie van de algemene inrichtings- en coördinatiekosten gaat uit van één jaar.

Hiermee zijn de totale uitvoeringskosten voor de hersteloperatie kinderopvangtoeslag voor gemeenten circa EUR 53 – 111 mln. 39

4.2 Aanbevelingen Op basis van de analyse en conclusies in dit onderzoek worden drie aanbevelingen meegegeven voor het bekostigen van de hulp van gemeenten aan gedupeerden in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. Aanbeveling 1: Actualiseer de inzichten in dit rapport zodra gemeenten beter zicht hebben op de omvang en kenmerken van en de hulp aan gedupeerden Zoals vermeld in dit rapport zijn gemeenten nog niet of pas recent gestart met het bieden van hulp aan de potentiële groep gedupeerden, daardoor beschikken zij in dit stadium in beperkte mate over representatieve ervaringscijfers over het percentage gedupeerden met een hulpvraag op de verschillende leefgebieden. Daarnaast spelen er diverse ontwikkelingen die van invloed zijn op de positie van gedupeerden, de ondersteuningsbehoefte en daarmee ook op de uitvoeringskosten van gemeenten. De precieze invulling en uitvoering van deze ontwikkeling is een nog lopende discussie, waardoor de impact op de kostenraming onzeker is. Ook is de precieze totale omvang van de potentiële groep gedupeerden en hun ondersteuningsbehoefte op dit moment niet vast te stellen. Het aantal gedupeerden neemt mogelijk de komende periode toe. Gelet op deze factoren is het aan te bevelen om de uitkomsten in dit rapport te actualiseren, zodra gemeenten beter zicht hebben op de omvang en kenmerken van en de hulp aan gedupeerden.

Gemeenten zijn net gestart of gaan binnenkort starten met het inventariseren van de ondersteuningsbehoefte van de potentiële groep gedupeerden binnen hun gemeentegrenzen. Ze doen dit aan de hand van de lijst met gegevens die zij hebben ontvangen van Belastingdienst Toeslagen. De verwachting is dat gemeenten in mei 2021 hier beter inzicht in hebben. Voor een scherper beeld van de kosten voor de gemeentelijke hulp is het wenselijk om de betrokken gemeenten bij dit onderzoek te vragen om hun inschattingen en eerste ervaringscijfers te actualiseren op basis van hun eerste ervaringen met een grotere potentiële groep gedupeerden.

uit te voeren. De verwachting is dat in het najaar de hulpverlening daadwerkelijk is gestart en al wordt uitgevoerd, daarmee is het beeld over de duur en omvang van de hulptrajecten scherper. Gemeenten zijn dan naar verwachting beter in staat om met grotere nauwkeurigheid een beeld te schetsten over de (meerjarige) hulp aan gedupeerden. Daarnaast is het beeld over de totale omvang van de potentiële groep gedupeerden stabieler en is de impact van de diverse ontwikkelingen preciezer vast te stellen. Aanbeveling 2: Doe recht aan de onzekerheden van de uitkomsten bij het gebruik van dit rapport In dit rapport zijn diverse onzeker factoren geïdentificeerd, zowel ten aanzien van de hulp per gedupeerde (p-component) alsook de omvang van de potentiële groep gedupeerden met een hulpvraag (q-component). Daarnaast is geconstateerd dat de verschillen tussen gemeenten aanzienlijk zijn. Het is aan te bevelen om bij het gebruik van dit rapport hier recht aan te doen. Het gaat hierbij om in ieder geval de volgende aspecten: ― Bekostiging aan gemeenten: uit het onderzoek komen grote verschillen tussen gemeenten naar voren. Houd hier bij de bekostiging en het vormgeven van de verdeelsleutel rekening mee. Voor een aantal gemeenten zal één vast bedrag of één gemiddelde kostprijs per gedupeerde onvoldoende zijn om goede hulp te kunnen bieden aan gedupeerden.

Dit heeft mogelijk een negatief effect op het slagen van de hersteloperatie. Vice versa zal dit voor andere gemeenten leiden tot een overcompensatie van de werkelijke kosten. ― Verantwoording door gemeenten: uit de gesprekken komt naar voren dat de wijze van en diepgang van de registratie per gemeente verschilt. Sluit daarom bij de verantwoording van de kosten aan bij reguliere manier van verantwoorden, zodat de administratieve lasten voor gemeenten beperkt blijft. Dit kan immers een belemmerende factor vormen voor tijdige, goede en efficiënte hulpverlening.

Naast de actualisatie is het gelet op de lange doorlooptijd van diverse hulptrajecten wenselijk om op een later moment een nieuwe tweede meting © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden

40

4.2 Aanbevelingen Aanbeveling 3: Maak separate afspraken over de daadwerkelijke bekostiging en verdeling van middelen over gemeenten Tot slot is aan te bevelen om separate afspraken te maken over de daadwerkelijke bekostiging en verdeling van middelen over gemeenten. Het is daarbij van belang om recht te doen aan geconstateerde verschillen tussen gemeenten. Belangrijk aspect van de afspraken betreft de verdeling van de risico’s op mogelijke over- en onder compensatie van de daadwerkelijke kosten die gemeenten maken. Gelet op de ontwikkelingen op dit dossier kan het wenselijk zijn om de gemaakte afspraken te actualiseren zodra het beeld over de omvang en kenmerken van de potentiële groep gedupeerden en de ondersteuningsbehoefte stabieler is.

© 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden

41

Bijlagen

Bijlage I. Overzicht deelnemers begeleidingsgroep en stuurgroep Begeleidingsgroep

Stuurgroep

1

Belastingdienst

1

Belastingdienst

2

Gemeente Arnhem

2

Gemeente Almere

3

Gemeente Den Haag

3

Gemeente Amsterdam

4

Gemeente Rotterdam

4

Ministerie van Financiën

5

Ministerie van Financiën

5

VNG

6

VNG

© 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden

43

Bijlage I . Overzicht documentatie Documentatie

Documentatie 14

Rapport ‘Ongekend Onrecht’, Parlementaire ondervragingscommissie d.d. 17 december 2020.

15

Rapport ‘Veldonderzoek kosten wet inburgering’ Andersson Elffers Felix d.d. 30 augustus 2019.

16

Rapport ‘Verkenning geregistreerde problematische schulden’, Centraal Bureau voor de Statistiek, d.d. maart 2019.

17

4

Besluit forfaitair bedrag en verruiming compensatieregeling, Staatssecretaris van Financiën en Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 15 januari 2021.

Rapport ‘schuldenproblematiek in beeld huishoudens met geregistreerde problematische schulden 2015-2018’, Centraal Bureau voor de Statistiek, d.d. september 2020.

5

Handleiding Overheidstarieven 2020, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties d.d. november 2019.

18

Rapport ‘Schuldhulpverlening loont: een onderzoek naar de kosten en baten van schuldhulpverlening’, Regioplan en Hogeschool Utrecht d.d. juli 2011.

6

Handreiking Financiële verantwoording specifieke uitkering hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire, Vereniging van Nederlandse Gemeenten, februari 2021.

19

Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, d.d. 1 januari 2021.

7

Jaarverslag Nvvk 2019, https://jaarverslag.nvvk.eu/2019/cijfers/

20

Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek, Ministerie van Financiën d.d. 18 november 2020.

8

Kamerbrief 2020-0000247404 ‘AO herstel 15 december 2020’, Ministerie van Financiën d.d. 14 december 2020.

21

Uitkomsten query Toeslagenschulden OGS populatie, Belastingdienst Toeslagen, d.d. 16 december 2020.

9

Kamerbrief 2021-0000010042 ‘Brief hersteloperatie t.b.v. debat 19 januari’, Ministerie van Financiën d.d. 19 januari 2021.

22

10

Kamerbrief 2021-0000027896 ‘hersteloperatie t.b.v. AO 10 februari 2021’, Ministerie van Financiën, d.d. 8 februari 2021.

Verslag van een algemeen overleg over Hersteloperatie kinderopvangtoeslagen vaste commissie voor Financiën 31 066 nr. 718, d.d. 3 november 2020.

23

Vierde voortgangsrapportage Kinderopvangtoeslag, Staatssecretaris van Financiën – Toeslagen en Douane Alexandra C. van Huffelen d.d. 4 december 2020.

24

Vijfde voortgangsrapportage Kinderopvangtoeslag, Staatssecretaris van Financiën – Toeslagen en Douane Alexandra C. van Huffelen d.d. 1 februari 2021.

25

Vraag en antwoord over het machtigen van gemeenten om contact op te nemen met gedupeerde inwoners van de kinderopvangtoeslagaffaire (FAQ Machtigingsbesluit), Vereniging van Nederlandse Gemeenten d.d. januari 2021.

1

Algemene Handreiking Ondersteuning gedupeerde ouders Kinderopvangtoeslagaffaire, Vereniging van Nederlandse Gemeenten, januari 2021.

2

CAO Rijk 2021, Staat der Nederlanden, d.d. 12 november 2020.

3

CAO Sociaal Werk, Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening 2019 – 2021, FNV Zorg en Welzijn, CNV Zorg en Welzijn en Sociaal Werk Nederland d.d. 11 december 2019.

11

Motie van het lid Wilders over private schulden van slachtoffers overnemen, d.d. 19 januari 2021.

12

Plan van aanpak ‘Ondersteuning door gemeenten van gedupeerden kinderopvangtoeslagregeling’ versie 1.0, Belastingdienst Toeslagen d.d. 26 oktober 2020.

13

Rapport ‘Kosten en baten van schuldhulpverlening: op weg naar effectieve schuldhulp’, Aarts De Jong Wilms Goudriaan Public Economics, d.d. juli 2011. © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden

mentoren,

44

Bijlage I I. Overzicht betrokken gemeenten Gemeenten

Omvang 1

Aantal gedupeerden per 12 oktober 2020 2

Aantal gedupeerden per 26 januari 2021 3

Classificatie

1

Amsterdam

Groot

693

1.383

Pilotgroep

2

Rotterdam

Groot

1.087

1.923

Pilotgroep

3

Tilburg

Groot

126

204

Pilotgroep

4

Arnhem

Groot

129

245

Referentiegroep

5

Den Haag

Groot

701

1.065

Referentiegroep

6

Almere

Groot

483

812

Referentiegroep

7

Utrecht

Groot

236

459

Validatiegroep

8

Capelle aan den IJssel

Midden

117

219

Validatiegroep

9

Lelystad

Midden

86

173

Validatiegroep

10

Hilversum

Midden

38

70

Validatiegroep

11

Gorinchem

Klein

28

51

Validatiegroep

12

Zutphen

Klein

22

38

Validatiegroep

1 De omvang van een gemeenten is gemeten op basis van het inwoneraantal, waarbij de categorieën als volgt zijn gedefinieerd. Klein heeft betrekken op gemeenten met minder dan 50.000

inwoners. Middelgroot betreft gemeenten met een inwoneraantal tussen 50.000 en 100.000 inwoners en groot betreft meer dan 100.000 inwoners in een gemeenten, zie ook https://www.uitvoeringvanbeleidszw.nl/binaries/uitvoeringvanbeleidszw/documenten/publicaties/subsidies/veranderopgave-inburgering-pilots/tabel-aantal-inwoners-gemeenten-per-1-januari2019/tabel-aantal-inwoners-gemeenten-per-1-januari-2019/Aantal+inwoners+gemeenten+per+1+januari+2019+gesorteerd+op+aantal+inwoners.pdf 2 Dit betreft het aantal gedupeerden per gemeenten gemeten op 12 oktober 2020, zie https://services.belastingdienst.nl/toeslagen-herstel/wp-content/uploads/sites/3/2020/10/Lijst-per-

gemeente-en-woonplaats-I-12102020.pdf 3 Dit betreft het aantal gedupeerden per gemeenten gemeten op 26 januari 2021.

© 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden

45

Bijlage IV. VNG-matrix Fase

Uren

Schaal

Kosten (= uren x uurtarief)

Vaste kosten € 40

1. Vinden gedupeerden

Totale kosten

% van de 22.000 gedupeerden

Aantal gedupeerden Macrobudget Werkzaamheden

€ 40

100%

22.000

€ 880.000 Het vinden van gedupeerden is primair de verantwoordelijkheid van de Belastingdienst. De VNGmatrix gaat er vanuit dat gemeenten hier individueel ook werkzaamheden doen, zoals lokale advertenties plaatsen enzovoort.

2. Eerste contact en inventarisatie

5 uur

9

€ 340

€ 340

35%

7.700

€ 2.618.000 In deze stap wordt het eerste contact met de ouder gelegd. Daarbij wordt een eerste inventarisatie gedaan en kan worden gekeken naar of er sprake is van een crisissituatie.

3. Maken plan van aanpak

11 uur

9

€ 748

€ 748

24%

5.280

€ 3.949.440 Samen met de burger wordt een plan van aanpak opgesteld en wordt nader stilgestaan bij de specialismes er nodig zijn om de gedupeerden te helpen.

4a. Uitvoering PvA: begeleiding

40 uur

9

€ 2.720

€ 2.720

24%

5.280

€ 14.361.600 Er is doorlopend contact met de burger om de vertrouwensband te verbeteren en ondersteuning te bieden op de vijf domeinen

4b. Wonen

7 uur

9

€ 476

€ 476

8%

1.760

€ 837.760 Het onderhouden van contact met woningbouwverenigingen, hulp bij stroomafsluiting en dreigende huisuitzetting, hulp bij inschrijving woning en zorgen voor noodopvang of briefadres, hulp bij woonlastencompensatie en onderhandelen over hypotheek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=35815d29-6fdc-47a7-becf-bbcf4e5a2c56