VNG onderzoek samenwerking gemeenten herstel toeslagenaffaire
Tekst van het document
Onderzoek samenwerking met gemeenten bij de hersteloperatie kinderopvangtoeslag
Referentie: Status: Datum:
21.A2000021673D5.2 Definitief 19 maart 2021
Inhoudsopgave Managementsamenvatting 1. Inleiding 2. Aanpak 3. Bevindingen 3.1 Belangrijke aandachtspunten bij het onderzoek 3.2 Gemeentelijke hulp aan gedupeerden 3.3 Factoren die van invloed zijn op de gemeentelijke hulp 3.4 Macroraming 4. Conclusie en aanbevelingen 4.1 Conclusies 4.2 Aanbevelingen
3 8 13 17 18 20 32 34 47 38 40
Bijlagen I. Overzicht deelnemers begeleidingsgroep en stuurgroep II. Overzicht documentatie III. Overzicht betrokken gemeenten IV. VNG-matrix V. Omvang en kenmerken potentiële groep gedupeerden VI. Detailuitkomsten VII. Verschilanalyse VNG-matrix
42 43 44 45 46 48 51 53
Deze rapportage is tot stand gekomen in opdracht van het Ministerie van Financiën en met medewerking van VNG en diverse gemeenten. Zie hoofdstuk 2 voor een nadere toelichting van de onderzoeksverantwoording en bijlage I voor een overzicht van de betrokken organisaties. Alle rechten voorbehouden. KPMG aanvaardt geen aansprakelijkheid voor het gebruik van dit rapport anders dan waarvoor het is opgesteld en aanvaardt geen aansprakelijkheid jegens andere partijen dan het Ministerie van Financiën als formele opdrachtgever. De aard van de werkzaamheden houdt in dat wij geen accountantscontrole, beoordelingsopdracht of andere assurance opdracht hebben uitgevoerd op de aan ons aangeleverde cijfers. Daarom kan aan onze rapportage geen zekerheid met betrekking tot de getrouwheid van financiële of andere informatie worden ontleend. Wij benadrukken dat KPMG geen beslissingen neemt of participeert in enig besluitvormingsproces. In deze rapportage worden derhalve geen keuzes gemaakt. © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden
2
Management samenvatting
Managementsamenvatting De Belastingdienst Toeslagen en gemeenten werken samen om ouders te helpen die door de problemen met kinderopvangtoeslag getroffen zijn De afgelopen periode is duidelijk geworden dat bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslagregeling fouten zijn gemaakt. Als gevolg van de problemen met de kinderopvangtoeslag kunnen ouders in de problemen zijn gekomen op diverse domeinen (zoals op het gebied van financiën, wonen, zorg, gezin en werk). De Belastingdienst wil de gedupeerden ouders zo snel mogelijk recht doen en het vertrouwen herstellen. De aanvullende hulp en ondersteuning op de diverse leefdomeinen kan de Belastingdienst zelf niet bieden en de Belastingdienst heeft daarom via VNG aan gemeenten gevraagd om deze hulp aan te bieden. VNG heeft een matrix opgesteld om inzicht te geven in de werkzaamheden die gemeenten (zullen) uitvoeren, de vormen van hulp die zij inzetten en de verwachte kosten die gemeenten verwachten te maken voor een bepaalde hulpvraag. In dit onderzoek is in kaart gebracht welke hulp gemeenten verwachten te bieden aan gedupeerden en welke kosten hiermee gemoeid zijn Voor de Belastingdienst en de VNG is het belangrijk dat de soorten hulp, de lengte van de trajecten en de personele inzet van gemeenten worden geverifieerd.
De inzichten uit dit onderzoek over de verwachte inzet en bijbehorende kosten van gemeenten voor de hersteloperatie dient binnen een kort tijdsbestek gereed te zijn, zodat de resultaten in het voorjaar besproken kunnen worden. De uitkomsten van dit onderzoek zijn gebaseerd op gegevens van de Belastingdienst en van twaalf gemeenten. Zes gemeenten hebben cijfers aangeleverd. Deze zijn met hen besproken in interviews. De uitkomsten zijn ter validatie voorgelegd aan een tweede groep van zes gemeenten. Gedurende de beperkte beschikbare (doorloop)tijd van dit onderzoek zijn er diverse ontwikkelingen geweest die de positie van gedupeerden en hun daadwerkelijke ondersteuningsbehoefte kunnen beïnvloeden In dit onderzoeksrapport is de impact van de volgende ontwikkelingen kwalitatief geduid en, waar mogelijk, is ook de impact kwantitatief meegenomen in de analyses omtrent de kostenramingen: ― De uitwerking van de gegevensuitwisseling tussen de Belastingdienst en gemeenten, waarbij gemeenten worden gemachtigd om contact op te © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden
(1/4) nemen met de gedupeerde inwoners van de kinderopvangtoeslagaffaire. ― De totstandkoming van de Catshuisregeling Kinderopvangtoeslag, waarin onder meer staat opgenomen dat gedupeerde ouders die zich bij de Belastingdienst hebben gemeld een tegemoetkoming ontvangen van €30.000. ― Het kwijtschelden van publieke schulden van gedupeerden door de Belastingdienst, CAK, SVB, UWV, DUO en CJIB. Hierbij heeft VNG gemeenten ook opgeroepen om schulden kwijt te schelden. ― Overleg met private schuldeisers om tot eenzelfde oplossing als bij de publieke schuldeisers te komen, namelijk dat ook zij de openstaande schulden van gedupeerden zullen kwijtschelden. ― Op 19 januari 2021 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen die het Kabinet verzoekt om indien nodig de private schulden van de gedupeerden over te nemen zodat gedupeerden de tegemoetkoming €30.000 kunnen behouden. Bij het schrijven van dit conceptrapport is de uitwerking van deze motie nog niet vastgesteld. De precieze invulling en uitvoering van de hiervoor geschetste ontwikkelingen zijn onduidelijk, daardoor is de impact op de kostenraming onzeker.
Gemeenten zijn nog niet of pas recent gestart met het bieden van hulp aan de potentiële groep gedupeerden, daardoor beschikken zij in dit stadium in beperkte mate over representatieve ervaringscijfers over het percentage gedupeerden met een hulpvraag op de verschillende leefgebieden De cijfers in dit rapport zijn dan ook inschattingen en verwachtingen van gemeenten die ten dele zijn gebaseerd op ervaringen met de hulp aan gedupeerden. Ervaringscijfers zijn in dit stadium met name gebaseerd op de groep die al reeds bekend was bij de gemeenten. Dit zijn veelal gedupeerden met complexe problematiek die een hulpvraag hebben op meerdere leefgebieden. Deze groep vraagt intensieve begeleiding dat vaak gepaard gaat met hoge kosten. De omvang van de potentiële groep gedupeerden met een hulpvraag en hun specifieke ondersteuningsbehoefte is op dit moment nog niet eenduidig vast te stellen. Dit komt doordat gemeenten pas sinds zeer recent contact kunnen leggen met de potentiële groep gedupeerden die zich bij de Belastingdienst heeft gemeld.
4
Managementsamenvatting Daarnaast is de totale omvang van de potentiële groep gedupeerden, zoals die initieel was geraamd door de Belastingdienst, nog aan verandering onderhevig. Dit komt onder meer door de toegenomen bekendheid van en aandacht voor de problematiek van gedupeerden en de hulp aan en compensatie van gedupeerden die momenteel in gang wordt gezet.
(2/4) Fase 1: Vinden gedupeerden
Fase 2: Eerste contact en inventarisatie
Fase 3: Maken PvA
Fase 4: Uitvoeren PvA
Fase 5: Nazorg
% Financiën % Gezinssituatie
De totale omvang van de potentiële groep gedupeerden bestaat volgens de inschatting van Belastingdienst Toeslagen uit 28.000 gedupeerden (peildatum februari 2021) Het aantal potentieel gedupeerden is aan wijzigingen onderhevig. In dit onderzoek wordt uitgegaan van de meest actuele inschatting. Het begrip ‘gedupeerde van de kinderopvangtoeslag’ is door Belastingdienst Toeslagen als volgt gedefinieerd: ‘een belanghebbende die mogelijk recht heeft op een tegemoetkoming of een compensatie als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen’. In dit onderzoek is bij deze definitie aangesloten. Deze personen komen bij de Belastingdienst in aanmerking voor herstel en/of compensatie van de (werkelijke) geleden schade. Een groot deel van deze potentiële groep gedupeerden is in (financiële) problemen gekomen. Daarbij kan naast financiële compensatie ook behoefte zijn aan aanvullende (gemeentelijke) hulp. Op basis van recente inschattingen van Belastingdienst Toeslagen blijkt dat er onder de groep van 22.000 zelfmelders aanmeldingen zitten die waarschijnlijk geen recht hebben op herstel, omdat men geen gedupeerde is van de kinderopvangtoeslag.
Dit gaat om circa 20% van de 22.0000 zelfmelders die op 1 februari 2021 bekend zijn.1 De verschillende fasen en activiteiten, zoals deze zijn opgenomen in de VNG-matrix worden breed herkend door de betrokken gemeenten bij dit onderzoek De individuele behoefte onder gedupeerden loopt echter vaak uiteen. De inzet varieert met name op de hulptrajecten financiën, gezinssituatie en gezondheid.
Totale omvang gedupeerden
% gedupeerden met PvA
% Werk / dagbesteding % Wonen
% gedupeerden met nazorg
% Gezondheid
Figuur 1. Visuele weergave VNG-matrix
De complexiteit van de problematiek van gedupeerden is een belangrijke kostenbepalende factor. Aan de ene kant van het spectrum zit een gemeente die op dit moment met name gedupeerden heeft met een complexe meervoudige problematiek. Dit zijn gedupeerden met een hulpvraag op meerdere leefgebieden. Deze groep vraagt intensieve begeleiding dat vaak gepaard gaat met hoge kosten. Aan de andere kant van het spectrum zit een gemeente waar de gedupeerden die zich in dit stadium melden met name een lichte ondersteuningsbehoefte hebben. Factoren die eveneens van invloed zijn op de intensiteit van de gemeentelijke hulp aan gedupeerden zijn de inrichting van de werkzaamheden en het gehanteerd beleid voor en tijdens de hersteloperatie van een individuele gemeente. Naast de verwachte ureninzet per gedupeerde voor de verschillende fasen van de VNG-matrix maken gemeenten ook algemene inrichtings- en coördinatiekosten bij de uitvoering van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. Dit betreft onder meer de kosten die gemeenten maken bovenop de kosten die samenhangen met de al bestaande taken die gemeenten voor burgers uitvoeren. Deze zijn niet meegenomen in de VNGmatrix, maar worden wel gemaakt door gemeenten bij de uitvoering van de hersteloperatie en zijn nader toegelicht in hoofdstuk 3. Kamerbrief 2021-0000027896 ‘hersteloperatie t.b.v. AO 10 februari 2021’, Ministerie van 5 Financiën d.d.
8 februari 2021. 1
© 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden
% gedupeerden met intake door gemeenten
Managementsamenvatting
(3/4)
De macroraming van de gemeentelijke hulp aan gedupeerden is middels drie scenario’s in kaart gebracht: 1. Het basisscenario voor meerjarige hulp aan gedupeerden komt uit op EUR 85 – 103 mln. 2. Op het moment dat de huidige voorstellen rondom het wegnemen van publieke en private schulden op korte termijn gestalte krijgen dan zijn de verwachte ondersteuningskosten EUR 55 – 67 mln. 3. Indien 20% van de 22.000 zelfmelders geen recht heeft op herstel dan zijn de verwachte ondersteuningskosten EUR 69 – 87 mln. Indien scenario 2 en 3 worden gecombineerd zijn de verwachte ondersteuningskosten EUR 45 – 57 mln. Daarnaast bedragen de algemene inrichtings- en coördinatiekosten van de hersteloperatie ca. EUR 8,3 mln. voor een periode van één jaar. Het macrobudget in tabel 1 is gebaseerd op de mediaan van de (onzekere) inschattingen van de betrokken gemeenten in dit onderzoek. In alle scenario’s is de impact van de gegevensuitwisseling tussen Belastingdienst Toeslagen
en gemeenten meegenomen. De veronderstelling is dat in fase 1 van de 6.000 potentieel gedupeerden die zich nog niet hebben gemeld bij de Belastingdienst tussen de 10-90% wordt gevonden. Scenario 1. Basis (EUR 85 – 103 mln.) Het basisscenario voor de meerjarige hulp aan gedupeerden van ca. EUR 85 – 103 mln. is gebaseerd op de totale huidige populatie van circa 28.000 potentieel gedupeerden waarbij circa 40% van de potentieel gedupeerden een hulpvraag heeft. Scenario 2. Impact financiële ontwikkelingen (EUR 55 – 67 mln.) De financiële maatregelen (€30.000 compensatie, kwijtschelden publieke schulden en mogelijk overnemen private schulden door de overheid) leiden in het beste geval tot het wegvallen van budgetbeheer (EUR 16,6 – 20,1 mln.) en bewindvoering (EUR 13,1 – 15,9 mln.). Het totaalbedrag valt met EUR 55 – 67 mln. in vergelijking met scenario 1 EUR 30 – 36 mln. lager uit.
Scenario 1. Basis Fase 1 Vinden gedupeerden 2 Eerste contact en inventarisatie 3 Maken plan van aanpak 4a Uitvoering PvA 4b Uitvoering PvA 1. Wonen 2. Financiën 2.1 Budgetbeheer 2.2 Bewindvoering 3. Gezondheid 4. Werk/dagbesteding 5. Gezinssituatie 5 Nazorg Totaal:
Kosten Percentagea Potentieel aantal mediaan mediaan gedupeerden 100% 6.000 € 130 100%, 10-90% 22.600 - 27.400 € 620 40% 9.040 - 10.960 € 2.140 40% 9.040 - 10.960 € 500 € 1.260 € 2.450 € 5.800 € 1.450 € 540 € 3.310 € 190
10% 40% 30% 10% 5% 5% 15% 30%
2.260 - 2.740 9.040 - 10.960 6.780 - 8.220 2.260 - 2.740 1.130 - 1.370 1.130 - 1.370 3.390 - 4.110 6.780 - 8.220
Scenario 2. Impact financiële Scenario 3. 20% zelfmelders ontwikkelingen geen recht op herstel Macrobudget Potentieel aantal Macrobudget Potentieel aantal Macrobudget in mln. euro’s gedupeerden in mln. euro’s gedupeerden in mln. euro’s 6.000 6.000 2,9 - 3,6 22.600 - 27.400 2,9 - 3,6 22.600 - 27.400 2,9 - 3,6 5,6 - 6,8 9.040 - 10.960 5,6 - 6,8 7.280 - 9.200 4,5 - 5,7 19,4 - 23,5 9.040 - 10.960 19,4 - 23,5 7.280 - 9.200 15,6 - 19,7 1,1 - 1,4 11,4 - 13,8 16,6 - 20,1 13,1 - 15,9 1,6 - 2,0 0,6 - 0,7 11,2 - 13,6 1,3 - 1,6 85 - 103
2.260 - 2.740 9.040 - 10.960 1.130 - 1.370 1.130 - 1.370 3.390 - 4.110 6.780 - 8.220
1,1 - 1,4 11,4 - 13,8 1,6 - 2,0 0,6 - 0,7 11,2 - 13,6 1,3 - 1,6 55 - 67
1.820 - 2.300 7.280 - 9.200 5.460 - 6.900 1.820 - 2.300 910 - 1.150 910 - 1.150 2.730 - 3.450 5.460 - 6.900
0,9 - 1,2 9,2 - 11,6 13,4 - 16,9 10,6 - 13,3 1,3 - 1,7 0,5 - 0,6 9,0 - 11,4 1,0 - 1,3 69 - 87
Tabel 1. Overzicht kosten per fase van de VNG-matrix a Het percentage in fase 1 heeft betrekking op de potentiële groep gedupeerden waarvan de gegevens niet zijn gedeeld met gemeenten (6.000). De kosten van fase 1 zijn opgenomen bij algemene inrichtings- en coördinatiekosten. In fase
2 heeft het eerste percentage (100%) betrekking op de gedupeerden waarvan de gegevens wel gedeeld zijn met gemeenten (22.000 in scenario 1 en 2) en het tweede percentage (10%-90%) op de groep waarvan de gegevens niet zijn gedeeld met gemeenten (6.000). Vanaf fase 3 hebben de percentages betrekking op de potentiële groep gedupeerden waarmee gemeenten verwachten contact hebben (22.600 – 27.400 in scenario 1 en 2). In scenario 3 heeft dit percentage betrekking op 18.200 – 23.000. © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden
6
Managementsamenvatting In het verlengde hiervan zullen gemeenten naar verwachting ook minder tijd besteden aan het opstellen van het plan van aanpak aangezien de daadwerkelijke hulpverlening naar verwachting afneemt. Het is op dit moment niet mogelijk om hier een betrouwbare inschatting van te maken. Scenario 3. 20% zelfmelders geen recht op herstel (EUR 69 – 87 mln.) Indien 20% van de 22.000 zelfmelders – 4.400 potentieel gedupeerden – geen recht heeft op herstel dan zijn de verwachte ondersteuningskosten EUR 69 – 87 mln. Het totaalbedrag valt daarmee in vergelijking met scenario 1 ca. EUR 16 mln. lager uit.
Indien scenario 2 en 3 worden gecombineerd zijn de verwachte ondersteuningskosten EUR 45 – 57 mln. In dit combinatiescenario wordt ervan uitgegaan dat de verwachte impact van de financiële ontwikkelingen (in het beste geval het wegvallen van budgetbeheer en bewindvoering) zich voor zal doen én dat 20% van de 22.000 zelfmelders – 4.400 potentieel gedupeerden – geen recht heeft op herstel. In tabel 1 op de vorige pagina zijn de bedragen in scenario 3 cursief gedrukt en geel gearceerd die in dit combinatiescenario wegvallen. Algemene inrichtings- en coördinatiekosten (EUR 8,3 mln.) De algemene inrichtings- en coördinatiekosten van de hersteloperatie zijn circa EUR 8,3 mln. voor een periode van een jaar. Mogelijk kan na een half jaar of een jaar de coördinatie van de hersteloperatie worden afgebouwd, omdat de hulptrajecten door de reguliere organisatie worden uitgevoerd en gecoördineerd. De calculatie van de algemene inrichtings- en coördinatiekosten gaat uit van één jaar. Aantal gedupeerden Aantal gemeenten Kosten per gemeente Subtotaal 1 - 50 287 € 12.000 € 3.444.000 50 - 100 33 € 48.000 € 1.584.000 100 - 1.000 21 € 120.000 € 2.520.000 > 1.000 3 € 250.000 € 750.000 Totaal: € 8.298.000 Tabel 2. Overzicht van algemene inrichtings- en coördinatiekosten voor gemeenten bij de hersteloperatie kinderopvangtoeslag
(4/4) Op basis van de analyse en conclusies in dit onderzoek worden drie aanbevelingen meegegeven voor het bekostigen van de hulp van gemeenten aan gedupeerden in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag: 1. Actualiseer de inzichten in dit rapport zodra gemeenten beter zicht hebben op de omvang en kenmerken van en de hulp aan gedupeerden. De verwachting is dat gemeenten vanaf mei 2021 beter zicht hebben over de omvang en hulpbehoefte onder gedupeerden, omdat zij dan in de gelegenheid zijn geweest om breder contact te leggen met de gedupeerden in hun gemeente. Voor een scherper beeld van de kosten voor de gemeentelijke hulp is het wenselijk om de betrokken gemeenten bij dit onderzoek te vragen om hun inschattingen en eerste ervaringscijfers te actualiseren op basis van hun eerste ervaringen met een grotere potentiële groep gedupeerden. Naast de actualisatie is het gelet op de lange doorlooptijd van diverse hulptrajecten wenselijk om op een later moment een nieuwe tweede meting uit te voeren. De verwachting is dat in het najaar de hulpverlening daadwerkelijk is gestart en al wordt uitgevoerd, daarmee is het beeld over de duur en omvang van de hulptrajecten scherper. Daarnaast is het beeld over de totale omvang van de potentiële groep gedupeerden stabieler en is de impact van de diverse ontwikkelingen preciezer vast te stellen. 2.
Doe recht aan de onzekerheden van de uitkomsten bij het gebruik van dit rapport. Houd bij de bekostiging en het vormgeven van de verdeelsleutel rekening mee met de in dit onderzoek geconstateerde verschillen tussen gemeenten. Voor een aantal gemeenten zal één vast bedrag of één gemiddelde kostprijs per gedupeerde onvoldoende zijn om goede hulp te kunnen bieden aan gedupeerden. 3. Maak separate afspraken over de daadwerkelijke bekostiging en verdeling van middelen over gemeenten. Tot slot is aan te bevelen om separate afspraken te maken over de daadwerkelijke bekostiging en verdeling van middelen over gemeenten. Het is daarbij van belang om recht te doen aan geconstateerde verschillen tussen gemeenten. Belangrijk aspect van de afspraken betreft de verdeling van de risico’s op mogelijke over- en onder compensatie van de daadwerkelijke kosten die gemeenten maken.
Hiermee zijn de totale uitvoeringskosten voor de hersteloperatie kinderopvangtoeslag voor gemeenten ca. EUR 53 – 111 mln. © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden
7
1. Inleiding
1. Inleiding Achtergrond De afgelopen periode is duidelijk geworden dat bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslagregeling fouten zijn gemaakt. Als gevolg van de problemen met de kinderopvangtoeslag kunnen ouders in de problemen zijn gekomen op diverse domeinen (zoals op het gebied van schuldhulpverlening, wonen, zorg, gezin en werk). De Belastingdienst wil de gedupeerden ouders zo snel mogelijk recht doen en het vertrouwen herstellen. De aanvullende hulp en ondersteuning op de diverse leefdomeinen kan de Belastingdienst zelf niet bieden en de Belastingdienst heeft daarom via VNG aan gemeenten gevraagd om deze hulp aan te bieden. Op 28 september jl. is een akkoord gesloten tussen de Belastingdienst Toeslagen en VNG voor de samenwerking met gemeenten om aanvullende hulp te bieden bij de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. Gemeenten ontvangen hierbij een specifieke uitkering voor het ondersteunen en helpen van gedupeerden van de kinderopvangtoeslag. Onderdeel van de afspraken is dat een onafhankelijk extern bureau toetst welke werkzaamheden gemeenten uitvoeren voor gedupeerde ouders.
Tevens dient te worden gekeken hoeveel ouders welke hulp nodig hebben om zo meer inzicht te krijgen over de kosten van de werkzaamheden van gemeenten voor de totale populatie Het Ministerie van Financiën heeft, in samenwerking met VNG, in 2020 de regeling ‘Specifieke uitkering gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek’ opgesteld om de eerste financiële bijdrage aan gemeenten uit te keren. Deze regeling is 26 november 2020 gepubliceerd in de Staatscourant. De verdeling van deze middelen is gebaseerd op het aantal gedupeerden dat zich tot dan toe per gemeenten hebben gemeld.2 Om gemeenten te ondersteunen bij de werkzaamheden die betrekking hebben op de hersteloperatie kinderopvangtoeslag heeft VNG een steunpunt opgezet waar gemeenten terecht kunnen met vragen over de hersteloperatie. Daarbij heeft VNG ook een matrix opgesteld om inzicht te geven in de werkzaamheden die gemeenten (zullen) uitvoeren, de vormen van hulp die zij inzetten en de verwachte kosten die gemeenten denken te maken voor een
bepaalde hulpvraag. Deze matrix is ook met enkele gemeenten overlegd. Doel van het onderzoek Voor de Belastingdienst en de VNG is het belangrijk dat de soorten hulp, de lengte van de trajecten en de personele inzet van gemeenten worden geverifieerd, zodat gemeenten de juiste vergoeding kunnen ontvangen voor de (verwachte) werkzaamheden. Dit dient binnen een kort tijdsbestek gereed te zijn, zodat de resultaten in het voorjaar besproken kunnen worden. Vraagstelling KPMG is door VNG en Belastingdienst Toeslagen gevraagd om een onafhankelijk onderzoek uit te voeren en de reeds opgestelde VNG-matrix te valideren. De totale uitvoeringskosten die gemeenten (zullen) maken voor de hersteloperatie kinderopvangtoeslag worden in dit rapport aan de hand van de VNG-matrix op een objectieve manier geanalyseerd. Hierbij wordt onder meer gekeken naar hoeveel gedupeerden welke type hulp nodig hebben om zo inzicht te krijgen in de kosten van de werkzaamheden van gemeenten voor de totale populatie. De centrale vraag van dit rapport is daarom: Welke hulp verwachten gemeenten te bieden aan gedupeerden van de kinderopvangtoeslag en welke kosten zijn hiermee gemoeid voor de huidige en de te verwachten totale populatie?
Naast het beantwoorden van de hoofdvraag wordt in dit rapport antwoord gegeven op de volgende deelvragen: 1. a) In hoeverre komen de werkzaamheden die gemeenten (zullen) uitvoeren om gedupeerden te helpen overeen met de matrix die VNG hiervoor heeft opgesteld? b) In hoeverre komen de kosten per fase, zoals opgenomen in de matrix van VNG overeen met de inschatting van de kosten van de gemeenten? 2. Wat zijn indicatoren (kostendrivers) die iets zeggen over de mate waarin gemeenten meer of minder kosten hebben voor de ondersteuning voor gedupeerden? 2 Vierde voortgangsrapportage Kinderopvangtoeslag, Staatssecretaris van Financiën –Toeslagen en
Douane Alexandra C. van Huffelen d.d. 4 december 2020 © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden
9
1. Inleiding 3.
a) Wat is de verwachting van de grootte (of percentage) binnen de populatie gedupeerden dat hulp nodig heeft van de gemeenten? b) Wat is - van de groep die hulp nodig heeft van de gemeenten - de grootte (of percentage) per fase/type hulpvraag?
VNG-matrix Ter ondersteuning van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag heeft VNG in het najaar van 2020 een matrix opgesteld die inzicht bied in de werkzaamheden die gemeenten (zullen) uitvoeren, de vormen van hulp die zij inzetten en de verwachte kosten die gemeenten denken te maken voor een bepaalde hulpvraag voor gedupeerden van de kinderopvangtoeslag. De VNG-matrix is gebaseerd op de ervaringscijfers van verschillende professionals en is op verschillende momenten afgestemd met een diverse groep gemeenten (zoals de gemeenten Tilburg, Amsterdam, Dordrecht, Den Haag). Hierbij is gekeken naar wat een gemeente nodig heeft om de diverse hulptrajecten te faciliteren en naar waar gedupeerden mogelijk behoefte aan hebben. Voor de inzet en tijdsduur van trajecten is vaak aangesloten bij wat binnen het sociaal domein gebruikelijk is.3 Voor de salarisschalen en uurtarieven is aangesloten bij de Handleidingoverheidstarieven (HOT) van het jaar 2020. De uurtarieven inclusief overhead zijn gehanteerd. Daarbij is een correctie op de HOT toegepast. Op grond van het ‘Rapport veldonderzoek kosten wet inburgering’ van AEF (2019) zijn de tarieven uit de HOT door de VNG verhoogd met EUR 4 per uur. Hiermee is getracht om beter aan te sluiten bij de kostenniveaus die gangbaar zijn bij gemeenten. Bij het opstellen van de matrix is tevens rekening gehouden met BTW.
Daarbij is de mogelijkheid dat gemeenten een deel van de werkzaamheden uitbesteden aan een externe partij, waardoor de VNG-matrix ook werkt met btw-compensatie volgens de richtlijnen van het Btwcompensatiefonds (BCF).4
gekeken naar de gemiddelde inzet van een gemeente per fase en per type hulpvraag voor een gedupeerden. Naast de kosten per gedupeerde die gemeenten maken bij de uitvoering van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag, kan er ook sprake zijn van algemene inrichtings- en coördinatiekosten. Bijvoorbeeld voor het opzetten en coördineren van de hulpverlening. Deze kosten zijn niet direct toe te wijzen aan de ondersteuning van een individuele gedupeerden. Deze kosten kunnen bestaan uit eenmalige kosten (bijv. opstartkosten voor het opzetten van een meldpunt of het opstellen van een projectplan) en uit structurele kosten (kosten voor de projectleider gedurende het uitvoeren van de gemeentelijke hulp). In de VNGmatrix zijn deze algemene inrichtings- en coördinatiekosten niet in kaart gebracht. Op basis van een omvang van 22.000 gedupeerden komt de VNG-matrix uit op een totaalbedrag van €78.400.080,-. De volledige VNG-matrix is opgenomen in bijlage IV. Context onderzoek Iedere gemeente kan de uitvoering van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag op zijn eigen manier inrichten. De uitvoeringskosten van een gemeente hangen niet alleen samen met de (gemeentelijke) inrichting van de uitvoering, maar ook met de daadwerkelijke ondersteuningsbehoefte van een individu die woonachtig is in die gemeente.
Doordat de hersteloperatie van gemeenten pas recentelijk van start is gegaan, is tot op heden maar beperkte inzicht over de precieze ondersteuningsbehoefte onder de totale potentiële groep gedupeerden. Een complicerende factor bij het in kaart brengen van de ondersteuningsbehoefte is dat dit vaak maatwerk betreft en afhangt van de behoefte en omstandigheden van een specifieke individu. Dit betekent dat grote onderlinge verschillen kunnen optreden in de manier van hulpverlening tussen verschillende gedupeerden.
De berekeningen in de VNG-matrix zijn gemaakt per gedupeerde, waarbij is 3 Interview KPMG met VNG d.d. 7 januari 2021
© 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden
4 Interview KPMG met VNG d.d. 7 januari 2021
10
1. Inleiding In dit onderzoek wordt in eerste instantie aangesloten op de ervaringen die gemeenten al hebben opgedaan met het helpen van gedupeerden van de kinderopvangtoeslag. Aangezien de groep gedupeerden die nu geholpen wordt slechts een beperkte selectie is van het totaal aantal gedupeerden, ligt de nadruk van het onderzoek op de verwachtingen die gemeenten en professionals – op basis van de huidige inzichten – hebben over de ondersteuningsbehoefte bij de totale groep gedupeerden. De inzichten uit het onderzoek worden gebruikt voor het opstellen van de Voorjaarsbegroting. Daardoor moet het onderzoek uiterlijk eind februari afgerond zijn. Hierdoor resteert effectief een korte doorlooptijd voor het onderzoek. Gegeven de korte doorlooptijd waarin het onderzoek moest worden afgerond (eind december 2020 tot en met februari 2021), was er slechts beperkte ruimte voor een diepgaande analyse naar de (verwachte) uitvoeringskosten voor iedere afzonderlijke gemeenten. De informatieverzameling heeft zich feitelijk geconcentreerd in drie werken in de periode medio januari tot en met begin februari. Gedurende de korte doorlooptijd van het onderzoek zijn er ook diverse ontwikkelingen geweest die de daadwerkelijke werkzaamheden van gemeenten en de daaraan gelieerde kosten kunnen beïnvloeden.
Dit betreft onder meer de tegemoetkoming van €30.000 vanuit de Catshuisregeling Kinderopvangtoeslag aan gedupeerden ouders, het kwijtschelden van publieke schulden en mogelijk afkopen van schulden die gedupeerden hebben bij private schuldeisers.5 Voorgaande laat zien dat op dit moment nog grote onzekerheden zijn rondom de te verwachte ondersteuning van gedupeerden door gemeenten alsmede de potentiële omvang van de groep gedupeerden die ondersteuning nodig heeft. Om deze redenen zijn in dit rapport de uitkomsten in bandbreedtes weergegeven. Op bepaalde onderdelen zijn ook aannames gedaan. Deze aannames worden in het voorliggende rapport nader toegelicht. De impact van de nog lopende ontwikkelingen zijn ook kwalitatief geduid en, waar mogelijk, kwantitatief meegenomen in de analyses over de macroraming.
Afbakening ― Het onderzoek richt zich op de kosten die gemeenten verwachten te maken bij de uitvoering van de regeling hersteloperatie kinderopvangtoeslag en de daarmee gepaarde eventuele additionele kosten. De (verwachte) kosten voor VNG en Belastingdienst in relatie tot de hersteloperatie kinderopvangtoeslag zijn in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. ― Het onderzoek richt zich op het opstellen van een macroraming. Het vormgeven van een verdeelsleutel voor de vergoeding aan gemeenten voor de hulp aan gedupeerden is buiten scope van dit onderzoek. ― Dit onderzoek schetst een beeld van de uitvoeringspraktijk bij gemeenten en richt zich op het valideren en aanscherpen van de reeds opgestelde VNG-matrix. ― De aangeboden trajecten van gemeenten zijn niet of recent gestart. De hulptrajecten kennen bij complexe problematiek een doorlooptijd van meerdere jaren. Meerdere gemeenten hebben hierbij aangegeven dat dit onderzoek (te) vroeg wordt uitgevoerd, omdat tot op heden nog maar beperkte ervaring is opgedaan met hulp aan gedupeerden. De eerste ervaringen zijn mogelijk niet representatief voor de totale populatie gedupeerden. De cijfers in dit rapport zijn dan ook inschattingen en verwachtingen van gemeenten die ten dele zijn gebaseerd op ervaringen met de hulp aan gedupeerden.
― De potentiële groep gedupeerden van de kinderopvangtoeslag, en daarmee potentieel ook de groep die in aanmerking komt voor gemeentelijke hulp, is zeer divers. Daarom is, na overleg met de opdrachtgevers, voor dit onderzoek gekozen om aan te sluiten bij het begrip ‘gedupeerde van de kinderopvangtoeslag’ zoals deze door Belastingdienst Toeslagen als volgt is gedefinieerd: ‘een belanghebbende die mogelijk recht heeft op een tegemoetkoming of een compensatie als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen’ .
Kamerbrief 2021-0000010042 ‘Brief hersteloperatie t.b.v. debat 19 januari’, Ministerie van Financiën d.d. 19 januari 2021; Motie van het lid Wilders over private schulden van slachtoffers overnemen, d.d. 19 januari 2021. 5
© 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden
11
1. Inleiding ― De precieze totale omvang van de populatie gedupeerden is onbekend. Tijdens dit onderzoek zijn wij uitgegaan van de gegevens van de Belastingdienst en van de gemeenten om een inschatting te maken over de totale populatie gedupeerden en hun ondersteuningsbehoefte. De totale omvang van de potentiële groep gedupeerden bestaat volgens de inschattingen van Belastingdienst Toeslagen uit potentieel 28.000 gedupeerden gemeten in februari 2021. Dit is een inschatting van het aantal ouders dat mogelijk gedupeerd zijn en niet het aantal dat zich heeft gemeld. Deze inschatting heeft alleen betrekking op de gedupeerden van de kinderopvangtoeslag en niet van andere toeslagen. In dit onderzoek wordt aangesloten bij de inschattingen van de Belastingdienst Toeslagen over potentieel 28.000 gedupeerden voor de kinderopvangtoeslag. Het aantal gedupeerden dat zichzelf nog zal melden bij de Belastingdienst Toeslagen neemt mogelijk de komende periode toe, vanwege onder andere de toegenomen bekendheid van en aandacht voor de problematiek van gedupeerden en de hulp aan en compensatie van gedupeerden die momenteel in gang wordt gezet. De gepresenteerde cijfers in dit rapport over de potentiële groep gedupeerden zijn daarmee nog aan verandering onderhevig. In bijlage V is een nadere beschrijving opgenomen van de omvang en kenmerken van de potentiële groep gedupeerden.
― Belastingdienst Toeslagen en VNG hebben KPMG niet verzocht een controleopdracht uit te voeren op de reeds bestaande gegevens. Er zijn dan ook geen werkzaamheden uitgevoerd die bij controle- of beoordelingsopdrachten van jaarrekeningen van toepassing zijn. Leeswijzer Dit rapport richt zich vooral op het inzichtelijk maken van de totale uitvoeringskosten die gemeenten zullen gaan maken. In hoofdstuk 2 is de gehanteerde aanpak beschreven. Hoofdstuk 3 zet de belangrijkste bevindingen van dit rapport uiteen. Op basis van deze bevindingen zijn in hoofdstuk 4 de conclusies en aanbevelingen van dit onderzoek opgenomen.
© 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden
12
2. Aanpak
2. Aanpak Gedurende de uitvoering van de opdracht is frequent afgestemd met Belastingdienst Toeslagen, VNG en diverse gemeenten om de interpretatie van gegevens te beoordelen. Dit onderzoek is uitgevoerd in vier fasen: Fase 1: Voorbereiding en kick-off
Fase 2: Informatieverzameling
Fase 3: Analyses en validatie
Fase 4: Rapportage
Figuur 2. Overzicht verschillende fasen van het onderzoek
Deze fasen worden hieronder nader toegelicht: Fase 1. Voorbereiding en kick-off In deze eerste fase is een kick-off gehouden waarin samen met de begeleidingsgroep de onderzoeksvragen, de gehanteerde onderzoeksaanpak, onderzoeksmethodiek, informatiebehoefte, planning en betrokkenheid van stakeholders is besproken. Gedurende het onderzoek is de begeleidingsgroep nauw betrokken gebleven bij de voortgang van het onderzoek. Zo is de leidraad voor de gesprekken met gemeenten afgestemd met de begeleidingsgroep en zijn tussentijdse bevindingen voorgelegd en besproken tijdens bijeenkomsten. Naar aanleiding van de startbijeenkomst zijn de te hanteren definities aangescherpt en is de te betrekken groep gemeenten bij dit onderzoek nader afgestemd met de opdrachtgevers. Een volledig overzicht van de betrokken organisaties in de begeleidingsgroep en stuurgroep is te vinden in bijlage I. De opdrachtgevers hebben gedurende het onderzoek ook een kick-off bijeenkomst georganiseerd voor de stuurgroep. Tijdens deze bijeenkomst hebben de opdrachtgevers de aanpak van het onderzoek besproken met de stuurgroep. De rol van de stuurgroep is met name gericht op het afstemmen van het conceptrapport versie 0.5, versie 0.9 en versie 1.0. Fase 2.
Informatieverzameling In het onderzoek is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van reeds beschikbare informatie (zie bijlage II voor een overzicht van de bestudeerde informatie). In deze fase is relevante informatie verzameld en zijn interviews afgenomen met © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden
Belastingdienst Toeslagen, VNG. Ook zijn individuele werksessies georganiseerd met zes gemeenten. De interviews met Belastingdienst Toeslagen, VNG en de individuele werksessies met gemeenten hebben zich met name gericht op de thema’s zoals beschreven in figuur 3. Tijdens het interviews met de Belastingdienst lag de focus onder meer op het nader duiden van de omvang, de kenmerken en karakteristieken van gedupeerden en mogelijke verschillen die er zijn te verwachten binnen deze groep. Het interview met VNG was met name gericht op om de gemaakte aannames en onderbouwing achter de reeds opgestelde VNG-matrix nader te duiden. 1. Potentiële omvang groep gedupeerden ▪ ▪
▪
Inschatting van het totaal aantal potentiële gedupeerden Inschatting van het aantal potentiële gedupeerden met een hulpvraag Inschatting van het aantal hulpvragers per soort hulpvorm / traject
2. Ondersteuning per type hulptraject ▪
▪
Uitvoering van activiteiten per hulptraject (financiën, gezinssituatie, werk/dagbesteding, wonen en gezondheid) door de gemeenten Overige activiteiten van gemeenten n.a.v. de hersteloperatie
3. (Verwachte) kosten per fase/type hulp ▪
▪
Kwantificeren en omzetten van activiteiten naar kostenramingen Valideren kengetallen en kritische parameters
Figuur 3. Thema’s van de interviews en werksessies
Samen met de opdrachtgevers is besloten om in totaal twaalf gemeenten te betrekken bij dit onderzoek. De gemeenten zijn geselecteerd op basis van de omvang van het aantal gedupeerden (zelfmelders) per gemeente, de grootte van een gemeente (gemeten op basis van het inwoneraantal) en de geografische ligging van een gemeente om zo ook de ervaringen van diverse type gemeenten verspreid door het land, voor zover relevant, mee te nemen bij dit onderzoek. De selectie van de te betrekken gemeenten is afgestemd met de opdrachtgevers en de gemeente zijn vervolgens via de warme contacten van VNG benaderd. Bijlage III bevat een overzicht van de betrokken gemeenten in dit onderzoek. 14
2. Aanpak De gemeenten uit de Pilotgroep - bestaande uit de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Tilburg - zijn betrokken geweest bij de totstandkoming van de VNG-matrix en hebben ook bredere ervaring opgedaan bij het aanbieden van ondersteuning aan gedupeerden van de kinderopvangtoeslag. Deze groep gemeenten is uitgenodigd voor een werksessie van twee uur per gemeente om de onderbouwing van de VNG-matrix op basis van reeds opgedane ervaringen nader te duiden. Naast de Pilotgroep is ook een referentiegroep bestaande uit de gemeenten Almere, Arnhem en Den Haag - uitgenodigd voor een werksessie om op basis van de eigen ervaringen met de potentiële groep gedupeerden te komen tot een inschatting van de verwachte werkzaamheden en de daarmee gelieerde uitvoeringskosten voor gemeenten. Voorafgaand aan iedere werksessie zijn de gemeenten gevraagd om relevante ervaringscijfers en kengetallen te delen, zodat daar tijdens de werksessie nader bij stil kon worden gestaan. Indien een gemeente tot op heden nog maar beperkte ervaring heeft opgedaan met het bieden van ondersteuning aan gedupeerden is gevraagd om ervaringscijfers aan te leveren over de trajecten die een gemeente nu al aanbiedt aan mensen met een soortgelijke ondersteuningsbehoefte. Bijvoorbeeld in het sociaal domein.
De informatie uitvraag aan gemeenten en de bijbehorende opzet van de werksessies is vooraf besproken met de opdrachtgevers en daarna ter toetsing voorgelegd aan de begeleidingsgroep. Inhoudelijke aandachtspunten vanuit zowel de opdrachtgevers als de begeleidingsgroep zijn verwerkt voordat de gesprekken met de gemeenten zijn gevoerd. Hierbij hebben de opdrachtgevers ook een ‘standing-invitation’ gekregen om een werksessie bij te wonen.
verstrekte informatie van de gemeenten - op basis van de besproken uitkomsten - aangevuld. Deze informatie is vervolgens teruggelegd bij gemeenten, waarbij is verzocht om de informatie te valideren en waar nodig aan te vullen. Deze zes gemeenten zijn kort voor afronding van het onderzoek wederom gesproken om hun eerste ervaringen te inventariseren met het contact leggen van de gedupeerden op de lijst die zij recent van de Belastingdienst hebben ontvangen. Eén van de deze gemeenten was reeds gestart met bellen en heeft de eerste ervaringen gedeeld. De resultaten uit de werksessies zijn vervolgens schriftelijk voorgelegd aan een referentiegroep bestaande uit de gemeenten Capelle aan den IJsel, Lelystad, Zutphen, Gorinchem, Hilversum en Utrecht. Deze groep is qua omvang, gemeten naar inwonersaantal en het aantal gedupeerden, gemiddeld genomen kleiner dan de gemeenten uit de pilot- en referentiegroep. De gemeenten in de validatiegroep hebben daardoor mogelijkerwijs een andere kostenstructuur die door middel van deze stap worden gevalideerd. In de onderstaande tabel is de verdeling van de betrokken gemeenten bij dit onderzoek per categorie weergegeven. Pilotgroep
Referentiegroep
Validatiegroep
Totaal
Klein
0
0
2
2
Middelgroot
0
0
3
3
Tijdens iedere werksessie is op basis van de ontvangen data 6 gekeken naar
Groot (incl. G4)
3
3
1
7
de algemene kosten en de kosten per gedupeerde die een gemeente verwacht te gaan maken. Daarnaast zijn gemeenten gevraagd om met behulp van bandbreedtes aan te geven wat de verwachte procentuele omvang is van de potentiële groep gedupeerden per fase van de VNG-matrix.
Totaal
3
3
6
12
De kengetallen van iedere gemeente zijn vergeleken met de cijfers uit de VNG-matrix. Bij afwijkingen ten opzichte van VNG-matrix is nader onderzocht wat de verklaring is van het verschil. Na afloop van iedere sessie is de vooraf © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden
Type gemeentena
Tabel 3. Overzicht betrokken type gemeenten 6 De
ontvangen cijfers van gemeenten tijdens de werksessie zijn met name gebaseerd op de inschattingen en ervaring van de professionals en niet op basis van tijdregistratie. a Bij het type gemeente is gekeken naar de omvang van een gemeente (gemeten op basis van het inwoneraantal), waarbij de categorieën als volgt zijn gedefinieerd. ‘’Klein’’ heeft betrekking op gemeenten met minder dan 50.000 inwoners. ‘’Middelgroot’’ betreft gemeenten met een inwoneraantal tussen 50.000 en 100.000 inwoners. ‘’Groot’’ betreft gemeenten met meer dan 100.000 inwoners, waarbij G4 verwijst naar de vier grootste gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht).
15
2. Aanpak Daarnaast is er gesproken met twee persoonlijk zaakbehandelaars van Belastingdienst Toeslagen om hun ervaringen met het doorverwijzen van gedupeerden naar gemeenten in kaart te brengen. Fase 3. Analyses en validatie In de vorige fase is een concreter beeld ontstaan van de verwachte werkzaamheden die gemeenten (zullen) uitvoeren voor de hersteloperatie kinderopvangtoeslag en de ondersteuningsbehoefte onder de gedupeerden. In deze fase is door het onderzoeksteam op basis van de opgehaalde en gevalideerde informatie een kostenraming opgesteld, waarbij een inschatting is gemaakt van het totaal aantal personen binnen de populatie dat hulp nodig heeft per fase / type hulpvraag. Fase 4. Rapportage De inzichten uit voorgaande fasen zijn in deze fase vastgelegd in het conceptrapport versie 0.5. Dit conceptrapport is gedeeld met de opdrachtgevers, de begeleidingsgroep en de stuurgroep. De belangrijkste aandachtspunten bij de 0.5-versie van het rapport zijn tijdens de bijeenkomsten met beide gremia besproken, waarna de feedback is verwerkt in de 0.9-versie van het concept rapport. Deze versie is vervolgens afgestemd met de opdrachtgevers, de begeleidingsgroep en de stuurgroep. De feedback is verwerkt in de 1.0-versie van het concept rapport. Deze versie is afgestemd met de stuurgroep alvorens het rapport definitief is gemaakt.
© 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden
16
3. Bevindingen
3.1 Belangrijke aandachtspunten bij het onderzoek Belangrijkste aandachtspunten bij de gepresenteerde resultaten: ▪ Gemeenten zijn nog niet of pas recent gestart met het bieden van hulp aan de potentiële groep gedupeerden, daardoor beschikken zij in dit stadium in beperkte mate over representatieve ervaringscijfers over het percentage gedupeerden met een hulpvraag op de verschillende leefgebieden. Ervaringscijfers zijn in dit stadium met name gebaseerd op de groep die al reeds bekend was bij de gemeente. Dit zijn veelal gedupeerden met complexe problematiek en een hulpvraag op meerdere leefgebieden. ▪ Er spelen diverse recente ontwikkelingen die van invloed zijn op de positie van gedupeerden, de ondersteuningsbehoefte en daarmee ook op de uitvoeringskosten van gemeenten. De precieze invulling en uitvoering van deze ontwikkelingen is een nog lopende discussie, waardoor de impact op de kostenraming onzeker is. ▪ De precieze totale omvang van de potentiële groep gedupeerden en hun ondersteuningsbehoefte is op dit moment nog niet eenduidig vast te stellen. Het aantal gedupeerden neemt mogelijk de komende periode toe. Deze paragraaf geeft een beschrijving van de drie belangrijkste aandachtspunten bij dit onderzoek en de wijze waarop hiermee is omgegaan in het onderzoek. De uitkomsten van dit onderzoek dienen te worden gelezen in de context van deze aandachtspunten. 1.
Gemeenten zijn nog niet of pas recent gestart met het bieden van hulp aan de potentiële groep gedupeerden, daardoor beschikken zij in dit stadium in beperkte mate over representatieve ervaringscijfers over het percentage gedupeerden met een hulpvraag op de verschillende leefgebieden De cijfers in dit rapport zijn dan ook inschattingen en verwachtingen van gemeenten die ten dele zijn gebaseerd op ervaringen met de hulp aan gedupeerden. © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden
Op dit moment staan gemeenten aan het begin van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag en is zowel de totale populatie als de daadwerkelijke ondersteuningsbehoefte van gedupeerden nog niet scherp in beeld. Gemeenten zijn niet of pas recent gestart met het bieden van hulp aan de eerste potentiële groep gedupeerden. Cijfers over de hulpbehoefte van gedupeerden en de daaraan gelieerde gemeentelijke inspanningen zijn in dit onderzoek gebaseerd op: ― De ervaring die gemeenten hebben opgedaan met het bieden van hulp aan de eerste potentiële groep gedupeerden die zichzelf bij de gemeenten hebben aangemeld. Ervaringscijfers zijn in dit stadium met name gebaseerd op de groep die al reeds bekend was bij de gemeente. ― Inschattingen die gemeenten hebben gemaakt - op basis van de huidige ervaring en kennis - over hoe de totale ondersteuningsbehoefte voor de potentiële groep gedupeerden eruit zal zien. ― Ervaringscijfers waarover gemeenten beschikken bij het ondersteunen van burgers die bij een gemeente in aanmerking komt voor hulp. Onbekend is hoeverre deze cijfers representatief zijn voor de totale populatie gedupeerden. Naar eigen zeggen zijn de ervaringscijfers van gemeenten tot nu toe met name gebaseerd op de eerste casussen die bij de gemeenten bekend zijn. Dit zijn veelal gedupeerden met complexe problematiek en een hulpvraag op meerdere leefgebieden.
Deze groep vraagt intensieve begeleiding dat vaak gepaard gaat met hoge kosten. Deze gedupeerden met een acute hulpvraag hebben zich (via de Belastingdienst) gemeld bij hun gemeente. De voorzichtige verwachting van gemeenten is dat de ondersteuningsbehoefte van de totale potentiële groep gedupeerden gemiddeld minder groot is. Tegelijkertijd is het mogelijk dat gedurende de hulpverlening meer problematiek boven tafel komt, waardoor uitbreiding van de ondersteuning noodzakelijk is voor het herstel. Gemeenten hebben recent van de Belastingdienst toegang gekregen tot de lijst gedupeerden in hun gemeente. Uit een inventarisatie blijkt dat één van de zes gemeenten in dit onderzoek reeds is gestart met het bellen van gedupeerden. De cijfers kunnen daarom in dit stadium nog beperkt aangescherpt worden op basis van de ervaringen met een bredere potentiële groep gedupeerden.
18
3.1 Belangrijke aandachtspunten bij het onderzoek ➢ Om recht te doen aan de onzekerheden zijn de uitkomsten in dit rapport weergegeven in bandbreedtes voor zowel de (verwachte) kosten per fase als het percentage gedupeerden waarop een bepaalde fase van toepassing is. ➢ De kosten per gedupeerde zijn in kaart gebracht voor drie archetypen. Een gedupeerde zonder ondersteuningsbehoefte, een gedupeerde met een lichte ondersteuningsbehoefte en een gedupeerde met een zware ondersteuningsbehoefte.
2. Er spelen diverse recente ontwikkelingen die van invloed zijn op de positie van gedupeerden, de ondersteuningsbehoefte en daarmee ook op de uitvoeringskosten van gemeenten. De precieze invulling en uitvoering van deze ontwikkeling is een nog lopende discussie, waardoor de impact op de kostenraming onzeker is. Zoals beknopt vermeld in de inleiding van dit onderzoek zijn er diverse ontwikkelingen die de daadwerkelijke werkzaamheden van gemeenten en de daaraan gelieerde uitvoeringskosten kunnen beïnvloeden. Deze ontwikkelingen worden hieronder in meer detail toegelicht: ― De uitwerking van de gegevensuitwisseling tussen de Belastingdienst en gemeenten, waarbij gemeenten worden gemachtigd om contact op te nemen met de gedupeerde inwoners van de kinderopvangtoeslagaffaire. ― De Catshuisregeling Kinderopvangtoeslag, waarin onder meer staat opgenomen dat gedupeerden ouders die zich bij de Belastingdienst hebben gemeld een tegemoetkoming ontvangen van €30.000. ― Het kwijtschelden van publieke schulden van gedupeerden door de Belastingdienst, CAK, SVB, UWV, DUO en CJIB. Daarnaast heeft VNG gemeenten opgeroepen om schulden kwijt te schelden. ― Overleg met private schuldeisers om tot eenzelfde oplossing als bij de publieke schuldeisers te komen, namelijk dat ook zij de openstaande schulden van gedupeerden zullen kwijtschelden.
― Op 19 januari 2021 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen die het Kabinet verzoekt om indien nodig de private schulden van de slachtoffers over te nemen zodat ze de € 30.000 kunnen behouden. Bij het schrijven van dit conceptrapport is de uitwerking van deze motie nog niet © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden
vastgesteld. Al deze ontwikkelingen kunnen de positie van gedupeerden en hun daadwerkelijke ondersteuningsbehoefte beïnvloeden. Zo kan het voorkomen dat er minder gedupeerden dan verwacht gebruik zullen maken van de gemeentelijke hulp en/of gemeenten andere type(n) hulp gaan aanbieden aan gedupeerden. Het is volgens gemeenten aannemelijk dat als gevolg van de ontwikkelingen bij de gemeentelijke financiële ondersteuning budgetbeheer en bewindvoering (gedeeltelijk) wegvalt en dat meer nadruk komt te liggen op het begeleiden van gedupeerden bij de besteding van € 30.000.
➢ De impact van de hiervoor geschetste ontwikkelingen worden in de volgende paragrafen kwalitatief geduid en, waar mogelijk, is de impact ook kwantitatief meegenomen in de kostenramingen. 3. De precieze totale omvang van de potentiële groep gedupeerden en hun ondersteuningsbehoefte is op dit moment niet vast te stellen. Het aantal gedupeerden neemt mogelijk de komende periode toe. Op dit moment is er geen eenduidig beeld over de precieze omvang van de potentiële groep gedupeerden bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag. Om in aanmerking te komen voor de tegemoetkoming uit de Catshuisregeling Kinderopvangtoeslag, kwijtschelden van publieke schulden en mogelijk ook private schulden dienen gedupeerden zichzelf bij de Belastingdienst te melden. De totale omvang van de potentiële groep gedupeerden kan hierdoor mogelijk nog veranderen. ➢ In dit onderzoek is aangesloten bij de meest recente inschattingen die de Belastingdienst heeft over de omvang van de potentiële groep gedupeerden van de kinderopvangtoeslag. De macroraming is zo opgesteld dat deze eenvoudig aan te passen is indien de omvang en hulpvraag van de potentiële groep gedupeerden verandert.
19
3.2 Gemeentelijke hulp aan gedupeerden Belangrijkste bevindingen gemeentelijke hulp aan gedupeerden: ▪ De verschillende fasen en stappen van de VNG-matrix worden breed herkend door gemeenten. Daarnaast maken gemeenten algemene kosten voor het coördineren van de hulpverlening. ▪ Gemeenten zijn nog niet of pas recent gestart met het bieden van hulp aan de potentiële groep gedupeerden, daardoor beschikken zij in dit stadium in beperkte mate over representatieve ervaringscijfers over het percentage gedupeerden met een hulpvraag op de verschillende leefgebieden. De individuele behoeften onder gedupeerden lopen uiteen, waardoor het voor gemeenten lastig is om de totale hulpvraag en hun bijbehorende inzet op dit moment nauwkeurig in te schatten. ▪ De inzet varieert met name op de hulptrajecten financiën, gezinssituatie en gezondheid. Deze paragraaf geeft een beschrijving van de gemeentelijke hulp aan gedupeerden van de kinderopvangtoeslag. In lijn met de VNG-matrix worden vijf fasen onderscheiden. In figuur 4 zijn alle fasen visueel weergegeven. Fase 1: Vinden gedupeerden
Fase 2: Eerste contact en inventarisatie
Fase 3: Maken PvA
Fase 4: Uitvoeren PvA (inkoop/uitvoering trajecten)
Fase 5: Nazorg
% Financiën % Gezinssituatie Totale omvang gedupeerden
% gedupeerden met intake door gemeenten
% gedupeerden met PvA
% Werk / dagbesteding % Wonen % Gezondheid
% gedupeerden met nazorg
Uit de gesprekken met de gemeenten komt naar voren dat de fasen van de VNG-matrix over het algemeen aansluiten bij hoe gemeenten hun hulptrajecten vormgeven. Daarbij komen de voorziene activiteiten per fase op hoofdlijnen ook overeen met hetgeen gemeenten zelf verwachten. De verschillende fasen en bijbehorende activiteiten worden op de volgende pagina’s één voor één toegelicht. Er wordt specifiek aandacht besteed aan het percentage gedupeerden per fase en de kosten voor de hulp bestaande uit vaste kosten (‘out-of-pocket’-kosten) en personele kosten (uren inzet maal de schaal van de betreffende medewerker). Fase 1. Vinden gedupeerden €25 - €50
Vaste kosten per gedupeerde
1,5a uur – 10b uur
Uren inzet Schaal medewerker
Schaal 9 – Schaal 11
Kosten per gedupeerde
€25 - €126
Percentage gedupeerden
100%c
Het uitgangspunt van de originele VNG-matrix is dat er geen gegevens werden gedeeld tussen de gemeenten en de Belastingdienst. De aanname was daarom dat gemeenten individueel verschillende werkzaamheden zouden verrichten om de gedupeerden zelf te vinden, zoals het plaatsen van advertenties in lokale huis-aan-huis bladen en het verspreiden van oproepen via de kanalen van de gemeente en maatschappelijke organisaties. Zoals vermeld in de inleiding zijn er sinds de totstandkoming van de VNGmatrix veel ontwikkelingen geweest die de daadwerkelijke inzet van gemeenten beïnvloeden. Medio januari 2021 is bijvoorbeeld een Machtigingsbesluit tussen de Belastingdienst en de VNG ondertekend. Dit besluit leidt ertoe dat gemeenten via de Belastingdienst toegang krijgen tot de lijst met gedupeerden die bij de Belastingdienst bekend is. a Verwachte ureninzet per gedupeerden in fase 1. b Verwachte ureninzet in totaal aan verwachte uren voor fase 1.
Figuur 4. Visuele weergave VNG-matrix © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden
c Dit percentage heeft betrekking op het verschil tussen de verwachte totale omvang van de
potentiële groep gedupeerden in een gemeente en het aantal gedupeerden dat onder meer via het Machtigingsbesluit al in beeld is bij dezelfde gemeenten.
20
3.2 Gemeentelijke hulp aan gedupeerden De gegevens die gemeenten daarmee ontvangen bestaan uit: BSN, Naam, Telefoonnummer (mits bekend) en E-mailadres (mits bekend).7 Gemeenten kunnen met deze gegevens de gedupeerden die op de lijst staan benaderen om te inventariseren of er een hulpbehoefte is. Uit de gesprekken met gemeenten blijkt dat het Machtigingsbesluit ertoe leidt dat het voor gemeenten naar verwachting minder inspanning vergt om gedupeerden te vinden. Desalniettemin blijven enkele activiteiten bestaan in deze fase, zoals het plaatsen van een advertentie en het oprichten van een gemeentelijke meldpunt. Dit komt doordat gemeenten niet de gegevens krijgen van alle gedupeerden binnen hun gemeentegrenzen, daarom zullen gemeenten actief blijven zoeken naar de gedupeerden die nog niet in beeld zijn. De inzet van gemeenten in deze fase kent twee aspecten. Het opzetten van een meldpunt en het vinden van de gedupeerden die nog niet in beeld zijn. De ureninzet van gemeenten in fase 1 varieert van in totaal 5-10 uur voor het opzetten van een meldpunt en enkele aanvullende handelingen. Voor een aantal gemeenten is dit voldoende als totale inzet voor fase 1, terwijl sommige gemeenten ureninzet van 1,5 uur verwachten per gedupeerden voor deze fase.
In plaats van een bepaalde ureninzet per gedupeerden of in totaal voor fase 1 zijn er een aantal gemeenten die verwachten rond de €25-€50 per gedupeerde uit te geven voor deze fase. Het verschil tussen de ureninzet van in totaal 5-10 uur in fase 1, een ureninzet van 1,5 uur per gedupeerde of het uitgeven van rond de €25-€50 per gedupeerde wordt met name verklaard door de mate waarin gemeenten naast het inrichten van een meldpunt - communicatiekosten verwachten. Enkele gemeenten voorzien hier geen aanzienlijke kostenpost, omdat zij reeds beschikken over advertentieruimte. Andere gemeenten verwachten wel kosten te gaan maken voor het opzetten van campagnes en het plaatsen van advertenties.
De reden dat gemeenten in fase 1 activiteiten verwachten uit te voeren komt met name doordat het Machtigingsbesluit alleen inzicht geeft in de gegevens © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden
van de gedupeerden die zich bij de Belastingdienst hebben gemeld. Er blijft daardoor een potentiële groep gedupeerden over die nog niet bekend is bij de Belastingdienst. Deze groep proberen gemeenten zelf te bereiken. Het aantal gedupeerden dat een gemeenten beoogt te bereiken hangt af van het verschil tussen de verwachte totale omvang van de potentiële groep gedupeerden in een gemeente en het aantal gedupeerden dat onder meer via het Machtigingsbesluit al in beeld is bij dezelfde gemeente. Fase. 2 Eerste contact en inventarisatie Vaste kosten per gedupeerde
€0,-
Uren inzet per gedupeerde
0,5 uur – 5 uur
Schaal medewerker
Schaal 8 – Schaal 10
Kosten per gedupeerde
€63 - €365
Percentage gedupeerden
30% - 100%
In fase 2 wordt door gemeenten contact gelegd met de gedupeerden die bij hen bekend zijn. Hierbij vindt een eerste inventarisatie plaats waarbij wordt gekeken of een gedupeerde openstaat voor ondersteuning door de gemeente. Indien deze behoefte er is dan wordt beoordeeld of er sprake is van een crisissituatie. Uit de gesprekken met de diverse gemeenten blijkt dat de VNG-matrix op dit onderdeel niet altijd wordt gevolgd en dat gemeenten in sommige gevallen fase 2 en fase 3 samenvoegen. Daardoor is niet precies te achterhalen wat de ureninzet is voor het leggen van het eerste contact en inventarisatie in verhouding tot de ureninzet voor het opstellen van het plan van aanpak. Alle betrokken gemeenten hebben wel aangegeven dat iedere gedupeerden die bij hen bekend is telefonisch zal worden benaderd. Een aantal gemeenten sturen een briefkaart of gaan bij de gedupeerde thuis langs als zij de gedupeerde telefonisch niet kunnen bereiken. Bijvoorbeeld omdat gedupeerden zijn gewisseld van telefoonnummer of het telefoonnummer is afgesloten. Het type medewerker dat wordt ingezet in deze fase varieert van schaal 8 cao sociaal werk tot raadslieden die behoren tot schaal 10. 7
Vraag en antwoord over het machtigen van gemeenten om contact op te nemen met gedupeerde inwoners van de kinderopvangtoeslagaffaire (FAQ Machtigingsbesluit), Vereniging van Nederlandse Gemeenten d.d. januari 2021.
21
3.2 Gemeentelijke hulp aan gedupeerden De totale ureninzet voor deze stap varieert van 0,5 uur tot 5 uur. Deze bandbreedte is, zoals hiervoor genoemd, te verklaren door het verschil in de aanpak die een gemeente kan hanteren. Zo heeft de 0,5 uur betrekking op het benaderen van een gedupeerde en het eerste telefoongesprek voor een inventarisatie, waarbij gemeenten die 5 uur inschatten voor deze stap meer tijd voorzien voor de inventarisatie, omdat er bovenal een luisterend oor zal worden aangeboden zodat gedupeerden hun verhaal kwijt kunnen. Bij het leggen van het eerste contact kunnen verschillende situaties zich voordoen zoals: ― Gedupeerden zijn naar meermaals proberen onbereikbaar. In dat geval sturen gemeenten veelal een brief naar de gedupeerde of gaan bij de gedupeerde op huisbezoek. ― Er is geen hulpbehoefte (meer) bij de gedupeerde. ― Er is wel een hulpbehoefte bij de gedupeerde, maar deze wil liever niet worden geholpen. ― Gedupeerden met een erg beperkt hulpvraag. Bijvoorbeeld alleen op zoek naar een luisterend oor en enkele vragen die voor een gedupeerde nog onbeantwoord zijn. ― Gedupeerden met een gemiddelde hulpvraag. ― Gedupeerden met complexe problematiek en behoefte aan (intensievere) ondersteuning verdeeld over meerdere hulptrajecten. De verwachtingen van gemeenten over de omvang van de potentiële groep gedupeerden in deze fase loopt uiteen van 30% - 100%.
De ruime bandbreedte bij deze fase is te verklaren door de uiteenlopende ervaringen die gemeenten hebben. Uit het gesprek met een gemeente blijkt dat de groep gedupeerden die momenteel wordt geholpen voornamelijk bestaat uit mensen die een complexe hulpbehoefte. Volgens deze gemeente zijn er naar verwachting maar weinig gedupeerden die geen aanvullende hulp willen. Een andere gemeente heeft echter tot op heden andere ervaringen. Ervaring van deze gemeente is dat er maar een beperkte groep gedupeerden is die daadwerkelijk gemeentelijke hulp nodig zal hebben en dat de gevraagde hulp veelal lichte ondersteuning betreft.