CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Armoedebeleid gemeente Heerenveen

Raadsvergadering 1 december 2022, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Rapport Rekenkamercommissie over Armoedebeleid19.439 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Doelstelling

Het hebben van een goede zorgverzekering voor inwoners met een laag inkomen. (beleidsdoel nr. 1, 2, 9 en 6 in Bijlage 3).

Doelgroep

Inwoners van gemeente Heerenveen die 18 jaar of ouder zijn en aantoonbaar een inkomen hebben die niet hoger is dan 120% van het sociaal minimum. Het vermogen wordt niet getoetst.

Uitvoerders

AV Frieso en Heerenveense zorgregeling (HZR)

Begrotingsjaar

2019: € 500.000 / 2020: € 375.000 / 2021: € 375.000

Benutting

2019: € 395.000 / 2020: € 472.000 / 2021: € 405.000

Aantal personen met inkomen tot 120%

2019: 4.854 / 2020: 4.639 / 2021: onbekend (zie hierboven)

Bereik

2019: 1.625 personen waarvan 1335 AV Frieso en 290 HZR 202014: 1.775 personen waarvan 1375 AV Frieso en 400 HZR 2021: 1.860 personen waarvan 1509 AV Frieso en 351 HZR

Bereik t.o.v. doelgroep

2019: 33,5% 2020: 38,3% 2021: onbekend (zie hierboven)

Zorgregelingen → Wat valt op? Van de zorgregelingen heeft in 2019 33,5% van de rechthebbenden hier daadwerkelijk gebruik van gemaakt. Dat betekent dat 4.854 personen recht hadden op deze zorgregelingen en dat 1.625 deze zorgregeling(en) hebben aangevraagd. Omdat de cijfers voor 2021 niet beschikbaar zijn, kan niet een representatief beeld geschetst worden van de trends m.b.t. het bereik van de zorgregelingen over de afgelopen jaren.

14 In jaarrekening 2020, pag. 25 staan 1507 deelnemers genoemd en niet 1375 (input regisseur Armoede). Deze verschillen in

de cijfers zijn ook geconstateerd in het jaar 2019: 1335 AV Frieso en 485 HZR terwijl de input regisseur 1335 AV Frieso en 290 HZR is.

20

Wat verder opvalt is dat in het jaar 2020 in vergelijking met de 2019 en 2021 meer geld besteed is aan de zorgregelingen (benutting). Dat zou kunnen worden verklaard doordat hierin een vaststelling van het voorgaande jaar is verwerkt (afrekening 2019 t.l.v. 2020). Een ander punt wat opvalt is dat er een toename in het aantal personen te zien is dat gebruik maakt van de zorgregelingen. Daarbij dient opgemerkt te worden dat er verschillen zijn in de aanlevering van de cijfers door de ambtelijke organisatie met de cijfers zoals deze opgenomen zijn in de jaarrekeningen. Overigens is het wel zo dat ook in de jaarrekeningen een toename in gebruik v.w.b. deze zorgregelingen te zien is. Het budget is bij lange na niet toereikend bij toenemend gebruik. Kindregelingen

De kindregelingen zijn regelingen voor schoolgaande kinderen uit huishoudens met een minimuminkomen. De regelingen moeten er voor zorgen dat ook deze kinderen kunnen meedoen aan bijvoorbeeld zwemlessen, sport- of muziekactiviteiten of een schoolreisje.

Doelstelling

Bevorderen van participatie en voorkomen van sociale uitsluiting. Daarnaast het voorkomen van opvoed- en opgroeiproblemen. (beleidsdoel nr. 1, 2, 6, 9, 12 en 13 in Bijlage 3).

Doelgroep

Kinderen van 0 t/m 17 jaar, inkomen tot 120% van het sociaal minimum

Uitvoerders

Stichting Leergeld Heerenveen e.o. (bedient gemeente Heerenveen en Weststellingwerf), het Jeugdsportfonds Friesland (JFS) en het Jeugdsport Cultuurfonds (JFC).

Begrotingsjaar

201915: € 158.000 2020: € 160.380 2021: € 196.176

Benutting (besteding)16

2019: € 149.145 2020: € 193.100 2021: € 163.876

Aantal huishoudens met inkomen tot 120% met kinderen

2019: 553 2020: 382 2021: onbekend.

Aantal kinderen van ouders met inkomen tot 120% = A

2019: 826 2020: 752 2021: onbekend. Zelfde reden als hierboven

Bereik (aantal bereikte kinderen) = B

2019: 588 (Leergeld 536, JFS 49 en JFC 3) kinderen 202017: 613 (Leergeld 563 en JFS en JFC 50) kinderen 2021: onbekend, zie hierboven

Bereik t.o.v. doelgroep = B/A

2019: 71% 2020: 82 % 2021: onbekend, zie hierboven

Kindregelingen → Wat valt op? T.a.v. het bereik van de kindregelingen wordt opgemerkt dat (bijvoorbeeld voor 2020) het bereik 82% was. Dat betekent dat 82% van de daartoe rechthebbenden daadwerkelijk gebruik gemaakt 15 In de cijfers “Infosessie 2020-02-20 Presentatie armoede schulden en laaggeletterdheid” wordt een bedrag van € 185.000

genoemd voor 2019. De begrote bedragen Kindregelingen doorgekregen van de regisseur Armoedebestrijding. 16 De bestedingscijfers betreffende de toekenningen over het vermelde jaar, gecorrigeerd met de vaststelling van het voorgaande jaar. De bedragen doorgekregen van de regisseur Armoedebestrijding. 17 Totaal 2020 ontleend aan de jaarrekening 2020, Leergeld aan jaarverslag Stichting Leergeld

21

hebben van de kindregelingen. 752 personen hadden het recht op deze kindregelingen en 613 hebben deze kindregeling(en) aangevraagd. Omdat de cijfers voor 2021 nog niet beschikbaar zijn, kan niet een representatief beeld geschetst worden van de trends m.b.t. het bereik of het aantal kinderen dat gebruik maakt van de kindregelingen. Wel is de afgelopen jaren een toename zichtbaar als het gaat om beschikbare budgetten voor de kindregelingen, evenals een toename in de gemaakte kosten voor deze regelingen met als uitschieter het jaar 2020. Participatiefonds 18+

Bijvoorbeeld voor inburgering (zwemlessen, bibliotheek). Participatiefonds 18+ is niet in een regeling vastgelegd.

Doelstelling

Bevorderen van participatie en voorkomen van sociale uitsluiting (voornamelijk beleidsdoel nr. 1 en nr. 6 in Bijlage 3).

Doelgroep

Inwoners van gemeente Heerenveen die 18 jaar of ouder zijn (jongvolwassenen)

Uitvoerders

de gemeentelijke organisatie (Meitinkers, consulenten W&I) en via de regiegroep Armoede (alle betrokken organisaties)

Begrotingsjaar = A

2019: € 110.000 2020: € 111.100 2021: € 112.211

Benutting (besteding) = B

2019: € 29.927 2020: € 49.236 2021: € 29.284

Bereik (benutting budget) = B/A

2019: 27,2% 2020: 44,3% 2021: 26,1% 18

Participatiefonds 18+ → Wat valt op? T.a.v. het bereik van het Participatiefonds 18+ valt op te merken dat bijvoorbeeld voor het jaar 2021 het bereik 26,1% was. Het betekent dat het beschikbare budget € 112.211,- maar voor slechts € 29.284 is gebruikt. Het heeft geresulteerd in een bereik van slechts 26,1%. In de afgelopen jaren is een toename zichtbaar van beschikbare budgetten voor het Participatiefonds 18+. De besteding van de gelden is vrij constant, waarbij opvalt dat het bereik vrij laag is; de beschikbare gelden worden voor slechts 26 of 27% daadwerkelijk besteed. Wel is als uitschieter het jaar 2020 zichtbaar waarin een aanzienlijk hoger bedrag is besteed ten opzichte van de andere jaren en daarmee een fors hogere bereik (benutting budget) is gerealiseerd.

5.2

Besteding, verantwoording over prestaties en monitoring

In deze paragraaf zal achtereenvolgens ingegaan worden op: ● 5.2.1 de besteding van de middelen en de toereikendheid ervan; ● 5.2.2 de wijze van verantwoording over de prestatie; ● 5.2.3 de wijze van monitoring m.b.t. de nagestreefde prestaties

18 De bedragen voor het participatiefonds 18+ zijn ontvangen van de regisseur Armoedebestrijding.

22

5.2.1

De besteding van de middelen en de toereikendheid ervan

In deze paragraaf wordt inzichtelijk gemaakt hoeveel middelen de gemeente Heerenveen jaarlijks besteed heeft aan armoedebeleid over de jaren 2019,2020, 2021. Daarbij wordt inzichtelijk gemaakt of dat toereikend is (geweest) met het oog op de realisatie van de doelstellingen. De begroting- en realisatie cijfers zijn aangeleverd door de ambtelijke organisatie op ons verzoek voor dit onderzoek:

Product

Omschrijving

Begroting

Realisatie

Resultaat

Minimabeleid 192019

Bijzondere bijstand

1.768.000

1.540.000

228.000

Collectieve ziektekosten verzekering

500.000

395.000

105.000

afrekening 2019 tlv 2020

Terugvordering & verhaal

- 18.000

- 128.000

110.000

hogere bate op terugvordering

Bijzondere bijstand

1.785.000

1.584.000

201.000

Collectieve ziektekosten verzekering

375.000

472.000

97.000/-

Terugvordering & verhaal

- 118.000

- 59.000

-59.000

Bijzondere bijstand

1.849.000

1.786.000

63.000

Collectieve ziektekosten verzekering

375.000

405.000

30.000/-

Terugvordering & verhaal

- 118.000

- 124.000

6.000

Minimabeleid 2020

Minimabeleid 2021

Toelichting

hogere last door afrekening 2019 van de Friesland

incl. flankerend beleid (corona steun i.s.m. uitgaven)

Bezuinigingen Bij de beantwoording van de vraag of de middelen toereikend zijn (geweest), is het ook van belang in te gaan op de vastgestelde en doorgevoerde ombuigingen / bezuinigingen voor wat betreft het armoedebeleid. In de perspectiefnota is vanaf 2023 € 375.000 ziektekostenverzekering als ombuiging meegenomen, maar deze is bij amendement bij de begroting 2022 voor de jaren 2023 e.v. teruggedraaid ten laste van het begrotingssaldo. In de begroting 2022 is structureel een taakstelling van € 180.000 (10% van het budget) geboekt op het minimabeleid door het budget bijzondere bijstand te verlagen. Bij de Bijzondere bijstand is het opvallend dat de beschikbare budgetten over de afgelopen jaren niet geheel benut zijn; in 2019 en 2020 is sprake van ca. € 200.000 dat niet besteed is en 2021 laat een stijgende lijn zien wat de besteding van het budget betreft t.o.v. de jaren daarvoor. Hiermee lijken de middelen toereikend te zijn geweest met het oog op de realisatie van de doelstellingen die in de Kadernota zijn vastgesteld (o.a. inwoners ondersteunen om optimaal mee te doen bij werk en participatie en eenzaamheid en een sociaal isolement voorkomen en succesvol bestrijden). De vraag 19 De beschreven budget voor Minimabeleid omvat ook de kwijtschelding van belastingen, subsidies kindfondsen, Voedselbank,

de barones en Stichting urgente Noden.

23

is echter wel of de middelen vanaf 2022 toereikend zullen zijn om de doelstellingen te realiseren aangezien een taakstelling van € 180.000 is ingeboekt m.i.v. het jaar 2022. Bij de Collectieve ziektekostenverzekering is het opvallend dat in 2020 in vergelijking met 2019 en 2021 het meeste geld besteed is aan de zorgregelingen. De verklaring van de gemeente is dat hierin een vaststelling van het voorgaande jaar is verwerkt (afrekening 2019 t.l.v. 2020). Over de afgelopen jaren (2019 t/m 2021) is er per saldo € 22.000 meer besteed dan beschikbaar is geweest vanuit de budgetten. Hiermee lijken de middelen net niet toereikend te zijn geweest met het oog op de realisatie van de doelstellingen die in de Kadernota zijn vastgesteld. Uit de vorige paragraaf is gebleken dat over de afgelopen jaren de middelen toereikend zijn geweest voor wat betreft de Kindregelingen en Participatiefonds 18+ o.b.v. huidig bereik; er zijn minder gelden besteed dan beschikbaar zijn gesteld. Als het bereik optimaal zou zijn geweest, was er een fors tekort geweest.

5.2.2

De wijze van verantwoording over de prestatie

In de jaarstukken 2019-2021 worden de kosten op het niveau van thema ‘Zorg en Welzijn’ verantwoord. De kosten specifiek voor het armoedebeleid zijn opgenomen onder het onderdeel Minimabeleid dat een bredere scope kent dan de definitie Armoede in dit onderzoek. Het resultaat van het armoedebeleid of toegespitst op de specifieke regeling vanuit het armoedebeleid kan daardoor hieruit niet afgeleid worden. De inkomsten en uitgaven specifiek voor het armoedebeleid (en per regeling) worden (nog) niet inzichtelijk gemaakt in de gebruikelijke verantwoordingscyclus. In de jaarstukken 2019 worden wel de volgende relevante afwijkingen ten opzichte van de begroting toegelicht op het onderdeel (product) Minimabeleid: ‘Het overschot op het minimabeleid ad € 201.000 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een lagere last op de collectieve ziektekostenverzekering van € 105.000 en een hogere bate op terugvordering en verhaal van € 110.000.’ In de jaarrekening 2020 en 2021 worden geen afwijkingen m.b.t. het onderdeel Minimabeleid toegelicht. Naast de hierboven genoemde financiële verantwoording zijn er ook de prestatiedialogen tussen Beleid en Uitvoering in de vorm van structurele overleggen gevoerd, waarin nieuwe beleid- of wetswijzigingen of nieuwe ontwikkelingen en huidige stand van zaken (van projecten) besproken worden.

De prestatiedialogen zijn weliswaar geen verantwoordingstool richting Raad, maar kunnen als middel gebruikt worden om het proces te optimaliseren en het doelbereik te vergroten. Tussen Beleid en Uitvoering worden bijvoorbeeld periodiek prestatiedialogen gevoerd over schuldhulpverlening. Hier komen de volgende onderwerpen aan bod: ● integraliteit armoedebeleid en hoe dit bewaakt wordt en hoe dit gaat; ● promoten van de regelingen om het bereik te vergroten; ● vergroten van de verbinding van het beleid met uitvoering en externe partijen. Dan zijn er ook prestatiedialogen voor de Participatiewet vanuit inkomensperspectief. Meest recente onderwerp in de prestatiedialogen zijn de toenemende achterstanden in de energierekeningen (energiearmoede) en hoe hier in de uitvoering het meest effectief vorm aan te geven.

5.2.3

De wijze van monitoring m.b.t. de nagestreefde prestaties en effecten

In het paragraaf monitoring in Kadernota Sociaal Domein 2019-2025 is als ambitie benoemd dat zoveel mogelijk de maatschappelijke effecten van de gemeentelijke inspanningen gemeten zullen worden. Ook is hierbij benoemd dat jaarlijks over de voortgang van de kadernota gerapporteerd wordt naast - of gelijktijdig met - de vaste momenten van de perspectiefnota, de begroting en de jaarrekening. In deze jaarlijkse rapportage dient dan ingegaan te worden op:

24

● ● ● ●

de realisatie per doelstelling (zie Bijlage 3 met de 15 doelstellingen), met daarbij de trends van de afgelopen jaren. Bij afwijkingen tussen de doelstellingen en realisaties wordt een analyse toegevoegd van oorzaken en gevolgen. de te nemen maatregelen met de verwachte effecten en kosten. de actuele risico’s die het realiseren van de doelstelling in de weg kunnen staan, maar die buiten de cirkel van invloed liggen. een prognose van één jaar vooruit waarin het verwachte effect van de te nemen maatregelen verwerkt is die aanleiding kan geven om een (of meerdere) doelstelling(en) te wijzigen. Dit wordt dan een beslispunt.

Voor wat betreft het armoedebeleid dient in deze jaarlijkse rapportage het gebruik van de voorzieningen gemeten te worden door cijfermatig inzicht in de volgende indicatoren: ● aantal uitkeringsdossiers Pwet ● aantal cliënten Bijzondere Bijstand ● aantal cliënten minimaregelingen In de jaarrekening 2020 zien we deze dashboard cijfers terug van het aantal uitkeringsdossiers Pwet en het aantal cliënten minimaregelingen (ook uiteengezet naar de specifieke regeling). Van die laatste ontbreken echter de dashboard cijfers specifiek ingaand op de regeling participatiefonds 18+. Ook is het aantal cliënten Bijzondere Bijstand niet terug te vinden in de jaarrekening 2020. In de jaarrekening 2021 zijn deze dashboard cijfers alleen opgenomen voor het aantal uitkeringsdossiers Pwet. Voor dit onderzoek hebben we de monitor Sociaal Domein / Participatie (uitvoering werk) ontvangen die primo 2022 door het College is vastgesteld. Via deze monitor is het de bedoeling geweest het vooral verhalend te vertellen naast kwantitatieve cijfers zodat er ook duiding op komt. We hebben geconstateerd dat deze monitor informatie bevat over het realiseren van maatschappelijke effecten en deze monitor geeft aan op welke wijze in 2021 gewerkt is aan de uitvoeringsopgaven uit het uitvoeringsprogramma Werk (2020-2022) en hoe deze opgaven bijdragen aan de bovenliggende doelen.

Basis zijn dus de doelen uit het Tussendocument (Bijlage 3) en de opdracht en doelen uit het uitvoeringsprogramma Werk. In deze monitor wordt gewerkt met de stoplichtenmethode (kleuren: groen, oranje en rood). Op deze manier wordt zichtbaar gemaakt of de uitvoering naar wens verloopt, vertraging oploopt of bijvoorbeeld om verschillende redenen nog niet is gestart. Met deze monitor lijkt de bedoeling geslaagd te zijn om naast kwantitatieve gegevens ook verhalend informatie te verstrekken en meer inzicht te geven aan de Raad waarin apart aan de Raad wordt gerapporteerd en verantwoording wordt afgelegd en vooruit wordt gekeken. Er is nog geen monitor sociaal domein breed, alleen is er tot dusverre een monitor Werk. Er worden echter wel stappen gezet in de ontwikkeling ervan. Ook de monitor armoede, schulden en laaggeletterdheid is nog niet gereed. Op het moment van het schrijven is derhalve niet de ambitie vanuit de Kadernota gerealiseerd om de maatschappelijke effecten van de gemeentelijke inspanningen te meten en jaarlijks te rapporteren (over de voortgang van de kadernota voor wat betreft het armoedebeleid en de realisatie van de bovenliggende doelen, zoals gevisualiseerd in bijlage 3).

Uit de interviews is verder gebleken dat er dashboardcijfers zijn met betrekking tot de omvang van de instroom en uitstroom van de bijstandscliënten en aantal inburgeringstrajecten maar niet over de indicatoren m.b.t. het armoedebeleid. Hier is nog geen vaste monitor voor en er bestaat behoefte aan meer monitoringstools om bijvoorbeeld inzicht te verkrijgen in de bereikbaarheid van de regelingen. Daarmee kan vastgesteld worden dat op basis van de aangeleverde documenten over de afgelopen jaren en uit de interviews is gebleken dat onvoldoende het beoogde inzicht m.b.t. de realisatie van de nagestreefde prestaties en beoogde effecten in het armoedebeleid d.m.v. de indicatoren wordt gegeven. Aangezien de doelen niet scherp geformuleerd zijn vooraf (beleidsdoelstellingen), kan niet hierover het beoogde inzicht worden gegeven achteraf. En enkel met het inzicht in het aantal uitkeringdossiers en slechts gedeeltelijk genereren van de dashboard cijfers per regeling, kan niet het inzicht gegeven worden in de realisatie van het bestrijden van de armoede.

25

5.3

Informatievoorziening en communicatie inwoners

In dit hoofdstuk wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze de informatievoorziening aan- en communicatie met de inwoners is geregeld en wat het beeld is van de uitvoerende partijen en partners als het om bereik van de doelgroep gaat. In paragraaf 5.6 wordt inzichtelijk gemaakt welk beeld ervaringsdeskundigen hiervan hebben; de informatievoorziening, communicatie en ondersteuning van de gemeente en de uitvoerende partners.

5.3.1

Aanwezige informatievoorziening en communicatie:

Via de website van de gemeente Heerenveen wordt diverse informatie en documentatie gedeeld met de inwoners als het gaat om ondersteuning bij een laag inkomen. Jaarlijks wordt op deze website de budgetgids gepubliceerd en een papieren versie is gratis af te halen bij het gemeentehuis of de bibliotheek. In deze budgetgids is informatie te vinden wat er allemaal mogelijk is en bij wie (en voor welke zaken) de inwoner terecht kan (Meitinkers, Caleidoscoop, Team Jeugd en Gezin, Stichting Maatschappelijk Werk Heerenveen en diverse vrijwilligersorganisaties) voor hulp en ondersteuning bij een laag inkomen. Deze budgetgids is voorzien van een leeswijzer die de lezer wegwijs maakt in de diverse regelingen. Ook staan diverse en handige links op deze website vermeld naar bijvoorbeeld: - energietoeslag voor huishoudens met een laag inkomen; - subsidie energie maatwerkadvies eigen woning; - aanvragen bijstand; - bijdrage in ziektekostenregeling; - financiële bijdrage in de kosten voor kinderen; - bijzondere bijstand; - individuele inkomenstoeslag; - individuele studietoeslag; - schuldhulpverlening; - kwijtschelding gemeentelijke belastingen; - financiële hulp voor zelfstandige ondernemers; - budgetvoorlichting Nibud; - online huishoudboekje; - recepten voor lekkere maaltijden voor € 5 - € 10.

Naast deze schriftelijke en digitale informatievoorziening wordt de toegangspoort via de Meitinkers ook gepromoot. Zowel via de budgetgids als via de website wordt verwezen naar de Meitinkers als de inwoner er zelf niet uit komt. Ook wordt de mogelijkheid geboden op locatie of telefonisch een afspraak te maken of via WhatsApp te communiceren met de gemeente.

5.3.2

Beeld van de uitvoerende partijen en partners m.b.t. het bereik van de doelgroep:

Op basis van interviews is in dit onderzoek nader onderzocht wat het beeld is van de uitvoerende partijen en partners als het om bereik van de doelgroep gaat. Schuldhulpverlening: Vanuit schuldhulpverlening wordt als aandachtspunt genoemd dat als NVVK20 lid de gemeentelijke uitvoering zich gecommitteerd heeft aan de NVVK belofte: dat mensen niet buiten de boot mogen vallen en dat drempels weggenomen dienen te worden. ‘dan kun je heel veel regelingen bedenken maar volgens mij is deze belofte en de mindset veel belangrijker voor hoe je met de inwoners omgaat’ Ook wordt vanuit de uitvoeringspartners aangegeven dat woningbouwcorporaties en energiebedrijven tegenwoordig dicht op mensen zitten die hun huur niet kunnen betalen. Signalen 20 NVVK: Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren

26

komen daardoor vroegtijdig binnen. Dat wordt als effectief preventiemiddel gezien, omdat je daarmee voorkomt dat mensen dieper in de schulden geraken. Energiepakket: Vanuit de uitvoeringspartners wordt de gerichte aanpak met betrekking tot het energiepakket benadrukt: ‘Als het gaat om het verstrekken van energiepakketten dan gaan we niet alleen per brief de informatie verstrekken, maar we gaan ook per postcode gericht kijken waar er wel of niet al gebruik van gemaakt wordt. Dus er wordt ook gekeken naar het daadwerkelijk gebruik.’ Voedselbank: Uit het interview met de Voedselbank blijkt dat in de gemeente Heerenveen in corona tijd geen toename is geweest van aanvragen van de Voedselbankpakketten. Er zijn bijvoorbeeld slechts een paar aanvragen geweest door zzp-ers, de verwachting was anders. Het aantal aanvragen is nagenoeg stabiel gebleven de afgelopen twee jaar. Primo 2022 zijn er circa 210 en voor corona waren dat 230 aanvragen. Het verwachte beeld van de toename van de aanvragen in de corona tijd is niet uitgekomen. Wel is sinds april een toename in de aanvragen zichtbaar door de stijgende energielasten. Volgens de Voedselbank zit dat effect er nog aan te komen, dat moet nog blijken.

Op de vraag in hoeverre de doelgroep voldoende wordt bereikt, zegt de Voedselbank dat ze van het landelijk bestuur de cijfers over het bereik ontvangen en dat geconstateerd wordt dat de doelgroep nog onvoldoende goed bereikt wordt. Daarbij geeft het landelijk bestuur aan om te onderzoeken of er nog drempels weggenomen kunnen worden. Dat kan bijvoorbeeld door de eerste keer een pakket al te verstrekken, alvorens er een intake gedaan is. Het vermoeden is dat er meer gegadigden zijn dan aanmeldingen. Door de Voedselbank wordt geopperd dat mensen schaamte hebben om de Voedselbank te bezoeken. Dat is de drempel die de Voedselbank ervaart; men wil niet bij de Voedselbank gezien worden. Verder waarschuwt de Voedselbank Heerenveen voor de gevolgen van de verhuizing (medio 2022) van de locatie. Er dient een oplossing te komen voor mensen die slecht ter been zijn. De nieuwe locatie van de Voedselbank is verder weg van het centrum, dat kan tot problemen leiden en wellicht tot nog meer drempels en mogelijk gevolgen voor het bereik. ‘Nu gaan de vrijwilligers van Caleidoscoop nog weleens mee. Om discussie over het pakket te voorkomen moet de cliënt wel zelf mee om het pakket op te halen (om achteraf niet te horen te krijgen dat de begeleider/vrijwilliger iets meegenomen heeft).

Het punt van de toenemende afstand voor cliënten is wel besproken in de regiegroep Armoede maar de vraag ‘hoe krijg je het pakket bij de cliënten’ is wel een ondergeschoven kindje geweest’. Caleidoscoop: In het interview met Caleidoscoop wordt aangegeven dat de organisatie niet een specifieke opdracht heeft als het gaat om armoedebestrijding. Steunpunt de Barones wordt ingezet als er sprake is van juridische vragen (bijvoorbeeld over uitkeringen, subsidies, toeslagen). Er wordt aangegeven dat de Barones dichtbij en laagdrempelig is voor inwoners. Ook zijn er budgetmaatjes (vrijwilligers) bij Caleidoscoop die door schuldhulp en vroeg signalering ingezet worden in minder complexe situaties (en als inwoners het zelf willen) bij schuldhulpverlening om gedragsverandering te realiseren bij de inwoners en om te voorkomen dat ze (weer) in problemen raken. Stichting Leergeld: Bij de stichting wordt een toename van de aanvragen gemerkt. In de afgelopen weken (maart-april 2022) zijn aanvragen van 20 gezinnen ontvangen. Dit wordt als een ongekende grote hoeveelheid aangemerkt. Hier zitten ook vluchtelingen uit Oekraïne en Syrië bij. De stichting geeft aan dat de toename van de aanvragen ook te maken kan hebben met het recent verschenen artikel in de krant over stichting Leergeld en Jeugdsportfonds. De vraag is dan of het geïnterpreteerd kan worden als

27

een toename van armoede of dat communicatie helpt om het bereik te vergroten of dat het een combinatie van deze factoren is. Participatieraad over bereik: In het interview wordt door de Participatieraad aangegeven dat het belangrijk is om ervoor te zorgen dat het bereik de komende jaren vergroot wordt. Dat het bijvoorbeeld duidelijker gemaakt wordt naar ouders toe waar hun kind voor in aanmerking komt. Dat op de website van de gemeente handige linkjes geplaatst worden om de bekendheid van de regelingen te vergroten, zoals nu voor de energietoeslag. ‘Ik weet wel dat het bij de scholen onder de aandacht wordt gebracht, maar het blijft belangrijk hier aandacht aan te blijven geven, omdat niet alle ouders alle kranten en nieuwssites lezen. Praktijkondersteuners en huisartsen kunnen hierin ook wat betekenen. Waar ze signalen oppikken, wordt dat wel doorgegeven.’

5.4

Overige projecten en preventieactiviteiten

Onderstaand wordt een aantal projecten en preventieactiviteiten vermeld die ook ten doel hebben om armoede tegen te gaan. ● Preventief budgetbeheer en financieel ontzorgen statushouders Binnen het team Schuldhulp worden naast het opzetten van schuldregelingen ook andere, meer preventieve werkzaamheden uitgevoerd om te voorkomen dat inwoners schulden maken. Zo wordt voor sommige inwoners budgetbeheer verzorgd, dit kan naast de schuldregeling plaatsvinden. Het team is ook verantwoordelijk voor het financieel ontzorgen van statushouders. ● Pilot budgetcoaching voor statushouders Binnen de bestaande gemeentelijke formatie worden schuldenregelingen en het beheer uitgevoerd. Er is geen structurele formatieruimte voor budgetcoaching voor statushouders. Dat vraagt ook een intensieve begeleiding en specifieke vaardigheden. Naast coaching in financiën is ook coaching in de Nederlandse bureaucratie van belang. Het financieel ontzorgen van statushouders is echter wel een verplichting vanuit de Wet Inburgering. Voorheen werden trainingen door Vluchtelingenwerk verzorgd, maar er ligt inmiddels een besluit dat dit door de gemeentelijke organisatie uitgevoerd moet worden. Gestreefd wordt om extra formatie (kwantitatieve en kwalitatieve capaciteit) voor een pilot budgetcoaching voor statushouders te regelen en medio 2022 hiervoor iemand aan te stellen. De pilot loopt intussen.

● Pilot welzijn op recept Huisartsen die meedoen aan deze pilot kunnen gemakkelijker doorverwijzen naar Welzijn, Team Jeugd en Gezin en de Meitinkers, zodat deze mensen met problemen wat sneller gesignaleerd worden. Als mensen bij de huisarts komen met schuldenproblematiek kunnen ze doorverwezen worden naar deze welzijnscoaches. Klachten zoals vermoeidheid en angstgevoelens hebben lang niet altijd een medische oorzaak. Vaak spelen onderliggende sociaal maatschappelijke problemen een rol, zoals verlies van werk en eenzaamheid. Welzijn op Recept is in hoge mate een vorm van integrale zorg. Integrale zorg is een andere manier van organiseren waarbij de inwoner en zijn hele leven centraal staat. Voor Welzijn op Recept betekent dit dat zorg en welzijn nauw met elkaar samenwerken om samen de juiste zorg te kunnen leveren. ● Project Vroegsignalering Schuldhulp Sinds de nieuwe wet op de Vroegsignalering (verankerd in de Wgs; Wet gemeentelijke schuldhulpverlening) is voor het team Schuldhulp zichtbaar dat signalen eerder opgepakt worden, bijvoorbeeld als mensen de ziektekosten of energierekening niet betalen. Op vroegsignalering zijn recentelijk 2 medewerkers gezet vanuit de gemeente die toegespitst hierop werkzaam zijn.

De indruk van het team Schuldhulp is dat dit effect heeft bijvoorbeeld doordat huisuitzettingen bijna niet meer voorkomen (alleen bij illegale praktijken zoals hennepteelt). Verder is m.i.v. het jaar 2021 de monitor vroegsignalering ontwikkeld waarin ook de toename van het aantal meldingen zichtbaar is over de afgelopen kwartalen, maar ook het hogere percentage van het aantal succesvolle contacten (33%) t.o.v. het landelijke percentage (16%) zichtbaar is.

28

● Inzet energiecoaches Uit de ontvangen subsidiegelden van het Rijk zijn 2 medewerkers van de gemeente als energiecoaches ingezet per februari 2022 die in Jubbega en Hoornsterzwaag pilot zijn gestart. Zij leggen daarbij huisbezoeken af bij de inwoners in huurwoningen of koopwoningen met een WOZwaarde tot € 200.000. Het doel is de inwoners te helpen energie en geld te besparen door kleine aanpassingen door te voeren om energie te besparen. Verder is het de bedoeling via ledenbijeenkomst meer aandacht te geven aan dit thema en nog meer de energiepakketten te promoten. ● Thuisadministratie verzorgen i.s.m. Humanitas Humanitas wordt ingezet als stukken verzameld moeten worden door de inwoner voor het op orde maken van de administratie. ● Budgetmaatjes i.s.m. Caleidoscoop Budgetmaatjes van Caleidoscoop zijn vrijwilligers die getraind zijn om op een laagdrempelige en persoonlijke manier hulp te bieden aan mensen met financiële problemen. Budgetmaatjes worden ingezet waar nodig, bijvoorbeeld voor het op orde maken van de administratie. Volgens de geïnterviewden hebben die budgetmaatjes soms net wat meer ingang. Soms worden budgetmaatjes naast schuldhulpverlening ingezet. Budgetmaatjes ondersteunen dus maar bieden ook handvatten om in de toekomst uit de schulden te blijven.

● Spreekuren MBO Bij het budget loket bij het Friesland College vinden spreekuren plaats en wordt voorlichting (bijvoorbeeld in de vorm van gastcolleges) gegeven door Schuldhulpverlening. Het doel is om handvatten te geven om in de toekomst uit de schulden te blijven. ● Signalen uit de wijk Op wijkniveau (via Caleidoscoop en preventieteams per wijkzone) worden gebied-scans gemaakt om te bepalen waar de problematiek zit en waar collectief op ingestoken kan worden. Als bijvoorbeeld binnen een wijkzone veel schuldenproblematiek voorkomt, pakt Caleidoscoop dit op via die scans eventueel met het team Schuldhulp.

5.5

Samenwerking in de keten en beeld van uitvoerende partners

In het team Beleid en Regie van de gemeentelijke organisaties houden zich twee medewerkers gedeeltelijk bezig met het armoedebeleid. Armoedebeleid is gecombineerd met Laaggeletterdheid en Schuldhulpverlening (die combinatie is ook inhoudelijk in het Uitvoeringsprogramma gemaakt). De uitvoering van het armoedebeleid is over meerdere teams verdeeld. Het gaat om het team Schuldhulpverlening, team Inkomen, team Poort en team Werk. De Meitinkers zijn de ‘vooruitgeschoven posten’. Als inwoners aanvragen willen doen voor bijzondere bijstand of schuldhulp verloopt het contact vaak via de Meitinkers. Externe partners zijn mede uitvoerders van het armoedebeleid. Gemeentelijke medewerkers spreken zich in positieve zin uit over het netwerk van partners. Onze kracht zit vooral in het netwerk van maatschappelijke organisaties die in de regiegroep Armoede zitten. We hebben daar één op één relatie mee, maar ook via de regiegroep helpen ze elkaar en versterken ze elkaar en zo ook onze inwoners. Partners die taken uitvoeren op het terrein van armoede en gesubsidieerd worden door de gemeente zijn: ● Humanitas; ● Voedselbank; ● De Barones; ● SUN (stichting Urgente Noden); ● Vluchtelingenwerk; ● Maatschappelijk werk;

29

● ● ● ●

Caleidoscoop (budgetmaatjes); Steunpunt de moaie dei; Stichting Houvast; Stichting Leergeld.

Samenwerking in de keten Gemeente en uitvoerende organisaties delen informatie en werken samen in de Regiegroep Armoede. In de groep wordt informatie gedeeld zowel op initiatief niveau als op casus niveau. De uitvoerende partners en deelnemers van de Regiegroep geven aan dat de samenwerking tussen gemeente en organisaties goed is. Ook tussen uitvoerende organisaties onderling wordt er intensief/nauw samengewerkt. “Mijn indruk is positief over de gemeente Heerenveen. We hebben goed overleg met Meitinkers en ook met budgetbeheerders kunnen we goed overweg”.

De waardering over de regiegroep Armoedebeleid komt naar voren in het onderstaande. Dat gaat ook wel goed, het is nuttig. Daar word je wel geïnformeerd (weggeefwinkel, of moestuinproject). In die groep hoor je dat soort initiatieven en ook hoe de beleidsstukken eruitzien. Ook daar krijg je info over. De aanwezige drie woningbouwcorporaties zitten niet in de Regiegroep armoede, maar daarmee is wel separaat overleg. Er worden met de corporaties prestatieafspraken gemaakt. Eén van de uitwerkingen ervan is de ‘Instrumentenkoffer”. Dat is een overzicht van dat wat de gemeente in huis heeft en wat de corporaties aan instrumenten hebben (bijv. afspraken over huisuitzettingen). Dit met het doel om mensen te helpen van over de gehele lijn van preventie tot aan situaties waar huisuitzetting aan de orde is. Naast de Regiegroep Armoedebeleid bestaat er ook een werkgroep Financieel Gezond Heerenveen. Daar zitten o.a. Humanitas, het Vluchtelingenwerk, de budgetmaatjes, Barones en Caleidoscoop aan tafel. Het doel van de werkgroep is wat specifieker dan de regiegroep Armoede. Bedoeling is om te kijken hoe men elkaar kan ondersteunen bij het werk. Ieder zit er weer vanuit een andere positie, zo wordt aangegeven. Er wordt ook wel gedeeld waar men tegenaan loopt.

Er is sprake van een op samenwerking gerichte aanpak (Regiegroep Armoede, werkgroep financieel gezond), daarover zijn de deelnemers van de Regiegroep/werkgroep het eens. Er wordt wel melding gemaakt van verloop. Verbetersuggesties op samenwerken Naast de positieve signalen over samenwerking in de keten, komen er ook nog enkele verbetersuggesties vanuit de geïnterviewde organisaties: -

De veronderstelling is dat er in de samenwerking tussen praktijkondersteuners en gemeente nog meer ‘te halen’ is als het gaat om het onderkennen van armoede/schuldenproblematiek; dat er nog beter preventief samengewerkt kan worden. De budgetmaatjes worden naar mening van de partners nog te weinig ingezet. We zien dat budgetmaatjes te weinig ingezet worden en dat vinden we jammer, omdat je zo kansen mist om vrijwilligers in te zetten als hulp. We kijken nu met de gemeente om deze budgetmaatjes samen met het loket van de Barones meer in te zetten. Meer het sociaaljuridische veld te laten groeien om te helpen en inwoners te coachen. Dat gaat bijvoorbeeld om voorlichting om ook zo eventuele fraude bij de uitkeringen te voorkomen.

30

Externe ontwikkelingen en aandachtspunten- partnerorganisaties wijzen op het volgende; ●

●

Energietransitie is een belangrijke ontwikkeling die op ons afkomt, zeker voor mensen met een minimuminkomen. De huren in relatie tot huurtoeslagen blijven een spannend aspect. Als de kosten toenemen en het inkomen niet, dan weet je van tevoren dat het grote problemen gaat opleveren. Daarbij lijkt de inzet bij energie-armoede met name generiek in plaats van specifiek.

Het is natuurlijk een open deur dat als de energieprijzen gaan stijgen dat dat consequenties heeft voor mensen. Maar veel mensen gaan er op een verkeerde manier mee aan de haal. Uit studies zie ik naar voren komen dat de impact van de verhoging van de energieprijzen met name zal landen bij gezinnen met oudere kinderen (meerdere opladers, digitale apparaten, douche-gebruik etc.). Dat is een onbelicht aspect. Het is dus beter om rekening te houden met de gezinssamenstelling dan om met generieke maatregelen te komen die gericht zijn om het gemiddelde label van E naar B te krijgen. ● ●

In Heerenveen kunnen inwoners gebruik maken van relatief veel, maar kleine ondersteunende maatregelen. Het leren van andere experimenten kan de keuze voor de inrichting in Heerenveen beïnvloeden. Er is zorg over kwetsbare mensen die bij bepaalde/sommige particuliere budgetbeheerders zitten.

Het tarief wat de cliënt afdraagt is 150 euro per maand en ik vraag me in sommige situaties af of dat wel nodig is. Er is een aantal particuliere budgetbeheerders die weinig hoeven te doen voor de cliënt en zo gemakkelijk aan hun geld komen. Er zitten ook wel een aantal goede tussen, maar toch vraag ik me af of het zo moet.

5.6

Beeld van ervaringsdeskundigen – Persona’s

In dit onderzoek hebben we een beperkt aantal ervaringsdeskundigen, dus inwoners die op of onder de armoedegrens leven en te maken hebben of gehad hebben met schulden, geïnterviewd. Het geeft een indruk hoe de inzet van de gemeente en partners beleefd wordt, wat de bekendheid van de regelingen is, hoe ze er op geattendeerd zijn en hoe gemakkelijk of moeilijk het aanvragen was. De intentie was niet om een representatief beeld op te halen bij alle inwoners die in armoede leven, maar aan een paar casussen te toetsen hoe de uitvoering van het beleid beleefd wordt. Achtereenvolgens beelden van 5 Persona’s uit de doelgroep: Persona 1 ● In noodsituatie na scheiding van betrokkene, werd heel snel via maatschappelijk werk een geschikte woonruimte voor de persoon in kwestie met haar kinderen gevonden. Ook het aanvragen van de bijstand ging bij de gemeente Heerenveen met spoed. Veel waardering voor de wijze waarop er hulp en ondersteuning geboden werd. ● Individuele huurtoeslag, daarvoor moest bij de eerste keer wat papierwerk aangeleverd worden (niet echt als een probleem ervaren). Daarna kon de persoon in kwestie vrij gemakkelijk zelf een aanvraag doen. Betrokkene vindt het fijn dat het nu ook digitaal aangevraagd kan worden.

Via de budgetgids kwam persoon in kwestie erachter dat de mogelijkheid bestond om individuele huurtoeslag aan te vragen, ze is niet via een inkomensspecialist op de hoogte gebracht van de regeling. Een gezinscoach van het Leger des Heils heeft inwoner gewezen op de budgetgids. ● Voor een specifieke situatie is bijzondere bijstand aangevraagd (en toegekend) ● Inwoner heeft twee kinderen onder de 10 jaar, heeft zwemlessen zelf betaald en zoekt naar mogelijkheden om de kinderen te laten sporten. Stichting Leergeld is niet bekend, ook het Jeugdsportfonds en Cultuurfonds is niet bekend. Ook niet op de mogelijkheid geattendeerd via school in bijv. nieuwsbrieven ed. ● Inwoner maakt zich zorgen over het energiecontract. ● Inwoner heeft een energiepakket van woningbouwcorporatie gehad. ● Inwoner krijgt automatisch de energietoeslag van € 800,- vanwege het bekend zijn bij de gemeente als bijstandscliënt.

31

Persona 2 ● Alleenstaande inwoner met twee tieners ontvangt circa 10 jaar bijstand. Geeft aan dat je goed moet kunnen rekenen om rond te komen, is dankbaar voor de hulp en ondersteuning. ● Maakt voor de kinderen gebruik van de regelingen van Stichting Leergeld. Werd er via de gemeentelijke contactpersoon op gewezen. Voor de jongste van de kinderen zijn schoolreisjes en sport betaald. De oudste van kinderen heeft in het verleden niet van de mogelijkheid gebruik gemaakt, was toen niet bekend en ook niet door school hierop geattendeerd. Bij het jongste kind heeft de school wel info gedeeld over de mogelijkheden van Stichting Leergeld. ● Met de bijstandsuitkering heeft inwoner te maken gehad met een onderzoek (handhaving). Door anderen kreeg inwoner naar eigen zeggen problemen. Toen moesten er bewijzen aangeleverd worden en is de uitkering (tijdelijk) gestopt. ● Inwoner heeft vorig jaar bijzondere bijstand aangevraagd voor een wasmachine en even later voor een koelkast. Dat is via de gemeentelijke contactpersoon gegaan. Daar heeft inwoner zelf navraag gedaan bij inkomensconsulent. Het is voor het eerst aangevraagd. Eerder was niet nodig. ● Via de budgetgids zag inwoner de mogelijkheid om bijzondere bijstand aan te vragen. ● Betrokkene maakt geen gebruik van de Voedselbank. Dat is volgens betrokkene ook niet nodig. Door de toeslagen die inwoner krijgt is dat niet nodig.

● Inwoner heeft navraag gedaan of er recht bestaan op energietoeslag. Informatie via balie gemeentehuis, dat dat in betreffende situatie automatisch zou gaan. ● Vraagt aandacht voor het volgende: “ik denk als mensen iets hebben, moeten ze niet te laat zijn zich te melden bij de gemeente. Dat vind ik wel belangrijk. Dat heb ik zelf pas later gedaan. Mijn contactpersoon weet alles van mijn situatie. Dat is iemand die alles weet. Dat vind ik heel belangrijk. Op tijd contact opnemen dat is belangrijk. De gemeente kan niet weten wat er in jouw huis speelt. Dus gewoon aan de bel trekken. Dat vind ik heel belangrijk. Problemen stapelen zich gauw op’. ● De volgende tip wordt meegegeven: “Verder zeg ik: eerlijk zijn, niet liegen dat is belangrijk. Als je fouten gemaakt hebt, dan moet je daar eerlijk over zijn. De gemeente denkt dan ook met jou mee. Ik ben wel tevreden met de ambtenaren. Ik kan wel zeggen ik ben blij met onze gemeente’. ● Via eigen initiatief nu een betaalde baan van 8 uur per week. Inwoner heeft contactpersoon gebeld, omdat er voor het eerst een betaalde baan is. Contactpersoon heeft duidelijke informatie verstrekt over rechten en plichten. Persona 3 ● Betrokkene woont circa 20 jaar in Nederland en sinds 4 jaar in Heerenveen. Persoon in kwestie woont alleen, heeft geen familie hier. Betrokkene heeft gezondheidsklachten.

● Betrokkene vindt het moeilijk om rond te komen, heeft bijstand en heeft in een schuldenregeling gezeten. Regeling duurde 3 jaar. Betrokkene heeft deze drie jaar als slecht ervaren, heeft stress veroorzaakt, betrokkene had er moeite mee om geld te vragen en had het gevoel dat budgetbeheerders misbruik maakten van hun positie. ● Is zeer tevreden met de inkomensconsulent. Betrokkene heeft individuele inkomenstoeslag aangevraagd en werd daar door de inkomensconsulent op gewezen. ● Bij vragen wordt gemakkelijk contact gelegd met de inkomensconsulent. Heeft ook contact met Meitinkers over Wmo vervoer en huishoudelijke hulp. ● Lastig is dat het niet mogelijk is om geld aan de kant te leggen voor bepaalde klussen. Bijvoorbeeld stormschade waarvoor een eigen risico geldt van 200 euro. ● Heeft contact gehad met gemeente over energietoeslag en weet dat het automatisch geregeld wordt als je in de bijstand zit. ● Persoon heeft een nieuwbouwwoning, heeft een energiebesparend pakket gehad en huis heeft zonnepanelen. ● Heeft in de periode van de schuldenregeling wel een pakket van de Voedselbank gehad, maar wil dat niet meer omdat de persoon in kwestie aangeeft dat de producten niet vers zijn. Persona 4 ● Betrokkene is alleenstaand met twee kinderen (1 onder de 10 en een tiener).

32

● ●

● ● ●

● ● ● ●

Door omstandigheden is betrokkene in bewindvoering terecht gekomen. Betrokkene zat in een WSNP traject. Zegt dat het lastig is om zowel aan de WSNP bewindvoerder als aan de externe bewindvoerder verantwoording af te leggen. Is inmiddels schuldenvrij. Heeft wel erg nare ervaring met een externe bewindvoerder die steken heeft laten vallen en ook juist schulden veroorzaakt heeft. Heeft van de gemeente tips en ruggensteun (kracht) gekregen om de bewindvoerder ter verantwoording te roepen in een rechtszaak. Heeft bijzondere bijstand gehad voor een wasmachine en heeft individuele huurtoeslag gehad. Heeft een energiepakket gekregen en weet dat ze in aanmerking komt voor energietoeslag. In de periode van bewind maakte betrokken gebruik van de Voedselbank. Werd door de contactpersoon van de gemeente hiervoor aangemeld. Betrokkene vond dat een leuke ervaring (‘Je komt mensen tegen die in hetzelfde schuitje zitten’). Voedselbank gaf betrokkene geen gevoel van schaamte, het was heel open, zo wordt aangegeven. Via Stichting Leergeld kwam er vergoeding voor de sport van de kinderen, laptops voor de kinderen en het gezin heeft vakantie via Stichting Leergeld gehad. Heeft altijd goede uitleg gehad van inkomensconsulent en werd gewezen op regelingen. Heeft de budgetgids geraadpleegd en aanvullende toelichting (gebeld met gemeente) opgevraagd.

Met alle medewerkers van de gemeente heeft betrokkene goede ervaring ‘ik heb met hen goede ervaring, heel passend bij de situatie. De ondersteuning van de gemeente was goed. Ik zou zeggen, ga zo door’. Sinds kort heeft betrokkene een betaalde baan.

Persona 5 ● ● ● ● ●

5.7

Betrokkene is direct na studie in bijstand terecht gekomen. Heeft geen sollicitatieplicht i.v.m. gezondheidsproblemen. Heeft periodiek contact met de gemeente. Woont in een huurwoning van de woningbouwcorporatie en heeft een energiepakket ontvangen en krijgt energietoeslag. Betrokkene kent de budgetgids. Consulent helpt bij aanvraag regelingen, omdat betrokkene dat niet zo goed kan. Betrokkene kan rondkomen en zegt dat er goed op de centjes gelet wordt. Ervaring is dat de gemeente alles doet en een goede behandeling geeft’. De geïnterviewde hoopt dat andere bijstandscliënten ook zo’n goede behandeling krijgen en ervaren.

Toetsing aan de norm

Toelichting op het al dan niet behalen van de norm uit het normenkader: Onderstaand staan de normen weergegeven die behoren bij de onderzoeksvragen die betrekking hebben op deelvraag 2 die in gaat op het uitvoeringsperspectief. Het oordeel t.a.v. het halen van de norm wordt onderstaand eveneens weergegeven. In bijlage 1 is een uitgebreider normenkader opgenomen waarin de bevindingen en het oordeel toegelicht worden. Norm

Oordeel

Ingezette regelingen dragen bij aan het behalen van de geformuleerde doelstellingen.

Niet aan voldaan

Projecten dragen bij aan het behalen van de geformuleerde doelstellingen

Gedeeltelijk voldaan

Over de jaren 2019 t/m 2021 wordt de uitvoering gemonitord en hierover wordt periodiek verantwoording afgelegd.

Niet aan voldaan

De geformuleerde resultaten over de jaren 2019 t/m 2021 zijn daadwerkelijk gerealiseerd.

Niet aan voldaan

Er is inzicht in de omvang van de middelen die de gemeente jaarlijks besteedt aan armoedebeleid

Gedeeltelijk voldaan

De middelen over de jaren 2019 t/m 2021 waren toereikend met het oog op de te realiseren resultaten

Gedeeltelijk voldaan

33

Gemeente en uitvoeringsorganisaties ervaren de samenwerking in de keten als constructief en effectief

Voldaan

Ervaringsdeskundigen ervaren de ondersteuning en informatievoorziening vanuit gemeente en uitvoerende partners als positief

Voldaan

5.8

Conclusie

Samengevat resulteert dit in de volgende bevindingen: ●

Vooraf zijn per regeling niet (toereikend) doelstellingen geformuleerd. Hierdoor kan achteraf niet een conclusie getrokken worden of de ingezette regeling bijdraagt aan het behalen van de geformuleerde doelstellingen.

●

Er worden diverse projecten, pilots en preventieactiviteiten ingezet, maar de bijdrage ervan aan de vooraf geformuleerde doelstellingen is niet direct herleidbaar (zie ook de voorgaande conclusie). Wel is m.i.v. het jaar 2021 de monitor vroegsignalering ontwikkeld waarin o.a. de toename van het aantal meldingen inzichtelijk wordt over de afgelopen kwartalen en ook het hogere percentage succesvolle contacten (33%) t.o.v. het landelijke percentage (16%) zichtbaar is.

●

Ten aanzien van het financiële bereik van de regelingen blijkt dat het budget van Bijzondere bijstand (incl. individuele toeslagen) over de afgelopen jaren niet volledig benut is (ca. € 200.00 onbenut) en 2021 laat een stijgende lijn zien wat de besteding van het budget betreft t.o.v. de jaren daarvoor. Hiermee lijken de middelen toereikend te zijn geweest met het oog op de realisatie van de doelstellingen. De vraag is of de middelen vanaf 2022 toereikend zullen zijn om de doelstellingen te realiseren aangezien een taakstelling van € 180.000 is ingeboekt m.i.v. het jaar 2022. Verdere cijfers omtrent het bereik zijn niet genereerbaar voor de Bijzondere bijstand.

●

Over de afgelopen jaren (2019 t/m 2021) is er per saldo € 22.000 meer besteed aan zorgregelingen dan beschikbaar gesteld.

●

Over de afgelopen jaren zijn de middelen toereikend geweest voor wat betreft de Kindregelingen en Participatiefonds 18+; er zijn minder gelden besteed dan beschikbaar is geweest vanuit de budgetten. Als het bereik optimaal zou zijn geweest, was er een fors tekort geweest.

●

Met betrekking tot het bereik van regelingen zijn niet alle cijfers genereerbaar, o.a. wordt het gebrek aan betrouwbare cijfers in Stimulansz (software) genoemd waardoor cijfers m.i.v. 2021 niet aangeleverd zijn/worden.

●

De Kindregelingen laten het hoogste bereikpercentage zien, 71% en 82% in 2019 en 2020. De Zorgregelingen laten een bereikpercentage zien van 33,5% en 38,5% in 2019 en 2020 en het participatiefonds 18+ laat het laagste bereikpercentage zien van 27%, 44% en 26% in 2019-2021.

●

Voor dit onderzoek hebben we de monitor Sociaal Domein / Participatie (uitvoering Werk) ontvangen die primo 2022 door het College is vastgesteld. Met deze monitor lijkt de bedoeling geslaagd te zijn om naast kwantitatieve gegevens ook verhalend informatie te verstrekken en meer inzicht te geven aan de Raad waarin apart aan de Raad wordt gerapporteerd en verantwoording wordt afgelegd over de kadernota en vooruit wordt gekeken. De monitor bevat informatie over het realiseren van maatschappelijke effecten en geeft aan op welke wijze in 2021 gewerkt is aan de uitvoeringsopgaven uit het Uitvoeringsprogramma Werk (2020-2022) en hoe deze opgaven bijdragen aan de bovenliggende doelen (bijlage 3).

34

●

Er is nog geen monitor sociaal domein breed, alleen (bovengenoemde) monitor Werk, maar er worden stappen gezet in de ontwikkeling. Hierin zal ook een monitor terugkomen op armoede, schulden en laaggeletterdheid. Op het moment van het schrijven is derhalve niet de ambitie vanuit de Kadernota gerealiseerd om de maatschappelijke effecten van de gemeentelijke inspanningen te meten en jaarlijks te rapporteren (over de voortgang van de kadernota voor wat betreft het armoedebeleid en de realisatie van de bovenliggende doelen/bijlage 3).

●

Uit de interviews is gebleken dat er dashboardcijfers zijn met betrekking tot de omvang van de instroom en uitstroom van de bijstandscliënten en aantal inburgeringstrajecten, maar niet over de indicatoren m.b.t. het armoedebeleid. Hier is nog geen vaste monitor voor en er bestaat behoefte aan meer monitoringstools om bijvoorbeeld inzicht te verkrijgen in de bereikbaarheid van de regelingen.

●

Er wordt op diverse manieren (digitaal, schriftelijk en persoonlijk) informatie verstrekt aan de inwoners en ook vindt via verschillende kanalen communicatie plaats met de inwoners.

●

Het beeld van de uitvoerende partijen en partners m.b.t. het bereik van de doelgroep is over het algemeen goed. Wel waarschuwt de Voedselbank Heerenveen voor de gevolgen van de verhuizing (medio 2022) van de locatie. Er dient een oplossing te komen voor mensen die slecht ter been zijn. De nieuwe locatie van de Voedselbank is verder weg van het centrum. Dat kan tot problemen leiden en wellicht effect hebben op het bereik.

●

De gemeente en de uitvoerende partners werken constructief samen. Het is een aanpak die op samenwerking gericht is en die door zowel gemeente als uitvoerende partners als nuttig ervaren wordt. Er ontstaan korte lijntjes, men informeert elkaar en versterkt elkaar. De wijze waarop de regievoering door partners beleefd wordt is positief.

●

Er is in de samenwerking en in de wijze van uitvoeren echter nog meer winst te behalen met name als het gaat om vroegtijdig armoede- en schuldenproblematiek te onderkennen en aan te pakken (v.b. hechtere samenwerking praktijkondersteuners en Meitinkers, betere inzet budgetmaatjes, meer specifieke aanpak van energiearmoede).

●

De wijze waarop getracht wordt om de inwoners te bereiken, wegwijs te maken of te ondersteunen bij het aanvragen van een voorziening/regeling wordt, een uitzondering daargelaten, bijzonder positief gewaardeerd. Zo wordt de budgetgids als nuttig ervaren, echter de ondersteuning vanuit de gemeente om achtergrondinformatie te geven blijft nodig. Uit gesprekken met ervaringsdeskundigen blijkt dat niet alle regelingen goed bekend zijn bij de doelgroep.

●

Alhoewel het niet ‘hard’ te maken is, lijkt met name de inwoner die bekend is bij de gemeente (bijstandsuitkering) vindbaar. Zo krijgt deze automatisch de energietoeslag overgemaakt en worden deze inwoners geïnformeerd via het directe lijntje met de inkomens consulent. Vraag is of andere doelgroepen ‘ouderen, werkenden met laag inkomen’ voldoende gevonden worden.

35

6.

Bevindingen: informatievoorziening aan de Raad

6.1

Betrokkenheid Raad en informatievoorziening

In deze paragraaf wordt ingegaan op de betrokkenheid van de Raad en de informatievoorziening aan de Raad als het gaat om het armoedebeleid. Uit interviews met ambtelijke vertegenwoordigers komt naar voren dat ze de Raad betrokken hebben bij het proces rondom de Kadernota en ook bij het uitvoeringsprogramma Armoedebeleid is dat het geval geweest. Verder wordt aangegeven dat er twee keer per jaar een soort prognose voor het sociaal domein opgesteld wordt (Wmo, Jeugd) die met de Raad gedeeld wordt. Ad hoc vinden er ook themasessies met de Raad plaats bijvoorbeeld over bewindvoering waarin Team Schuldhulp en Beleid uitleg geven over hoe de werkwijze en verantwoording (vooral cijfers en aantal aanmeldingen) richting de Raad is ingeregeld. De informatievoorziening richting de Raad is niet structureel van aard, vindt niet periodiek plaats, maar ad hoc vanuit Beleid. Dat de informatievoorziening richting de Raad niet structureel geborgd is in het proces, wordt ook door de geïnterviewde raadsleden aangegeven. Hierdoor ontstaat het gevoel bij sommige raadsleden dat ze achter de zaken aanlopen en de betrokkenheid gemist wordt, ook aan dat start van een beleidsproces. Juist in het begin wordt het van belang geacht, zodat de Raad beter kaders kan vaststellen, aldus de geïnterviewden.

Ook wordt door sommige raadsleden aangegeven dat de Raad ook zelf een meer proactieve rol hierin kan aannemen en de regie kan pakken en minder afwachtend zou moeten zijn. Aan de andere kant wordt ook aangegeven dat er een ontwikkeling plaatsvindt in het gezamenlijk vinden van de juiste paden en verbindingswegen tussen de Raad en de uitvoering bijvoorbeeld in de vorm van themasessies. Als voorbeeld wordt het proces rondom het Jeugdzorgbeleid en het bijbehorend raadsvoorstel genoemd. ‘We moeten actief mensen uit de organisatie vragen stellen en ons daarin laten betrekken.’

Ook is in de interviews met de Raad aangegeven dat als je als raadslid informatie opvraagt, je deze informatie wel kunt krijgen al is het niet in een proces geborgd. Op dit moment vindt niet periodieke informatieterugkoppeling naar de Raad plaats (die afgestemd is op de behoefte van de Raad) over uitvoering van beleid, de voortgang en de inzet van middelen wat voorheen wel gebeurde. Genoemd wordt hierbij de jaarlijkse bijeenkomst met de Raad waarin informatie teruggekoppeld wordt over de bereikbaarheid en besteding van de middelen van het armoedebeleid. Er is vanuit de Raad behoefte aan frequentere en gestructureerde informatievoorziening.

6.2

Besluitvorming armoedebeleid

In bovenstaande paragraaf is meer in algemene zin de betrokkenheid van en informatievoorziening aan de Raad beschreven. In deze paragraaf kijken we nog wat specifieker naar de besluitvorming rondom beleid en uitvoering in deze. In de raadsvergadering van 22 april 2021 is het uitvoeringsprogramma armoede, schuldhulpverlening en laaggeletterdheid 2020 -2022 vastgesteld. Daaraan voorafgaand is het voorstel in de commissie SAZA van 7 april 2021 besproken. Uit interviews met Raad en griffie komt naar voren dat ter voorbereiding op de behandeling in de commissie van het uitvoeringsprogramma er gezocht is naar een manier om het stuk op een gestructureerde manier te behandelen. Ter voorbereiding is er een infosessie geweest met de Raad waarvoor lector schulden & incasso mevr. Jungmann was uitgenodigd. Verder is er door de griffie een analyse/samenvatting gemaakt dat ook aan de raadsleden is gestuurd met de vraag om aan te geven over welke onderdelen de discussie zou moeten plaatsvinden.

36

Een aantal zaken bemoeilijkte de discussie in de commissie en Raad, zo wordt aangegeven: ● bij vaststelling van de kadernota sociaal domein is er niet fundamenteel in de Raad gediscussieerd over armoedebeleid. Doelen in de kadernota werden als abstract ‘als hoog over’ ervaren. Behandeling van het thema armoede vond (in deze raadsperiode) nu min of meer voor het eerst plaats aan de hand van een uitvoeringsprogramma, wat vervolgens leidde tot het door elkaar lopen van verantwoordelijkheden van College en Raad; ● in het uitvoeringsprogramma zijn maatschappelijke effecten (wat streef je na of wil je bereiken), inspanningen en resultaten te weinig scherp gemaakt; ● sommige raadsleden vinden dat er veel informatie op hun af komt waardoor ze niet goed overzicht kunnen houden ‘wij krijgen best wel veel informatie en ik merk bij mijzelf wel dat we zoveel bij de kop hebben dat het weleens uit mijn eigen scope verdwijnt’. Achteraf wordt geconcludeerd dat: ● de discussie in de commissie en Raad zich (te) veel bewoog op uitvoeringsniveau; ● de discussie over doelen ‘aan de voorkant’ tussen College en Raad te weinig gevoerd is; ● de gewenste maatschappelijke effecten niet smart genoeg zijn gemaakt.

6.3

Belemmeringen

en

succesfactoren

Raad

inzake

armoedebeleid

Tot slot nog een aantal belemmeringen en succesfactoren/aanbevelingen die betrekking hebben op het armoedebeleid: ●

Raadsleden vinden de wettelijke kaders soms te knellend en te weinig ruimte bieden om dat te doen wat nodig is. In de ‘boodschappen affaire’ is de Raad door het College van B&W goed meegenomen, zo zeggen raadsleden. Wel heeft het geleerd dat het belangrijk is als er vastgesteld beleid is, nu het armoedebeleid, en het om wat voor redenen niet goed uitvoerbaar is, dat het dan teruggekoppeld wordt. Dat hoort volgens raadsleden ook bij het goed aanhaken van de Raad.

●

Als inhoudelijk issue wordt meegegeven dat het belangrijk is om bij het armoedebeleid niet alleen te denken vanuit bijstandscliënten, maar ook te denken aan werkende armen. Raadsleden realiseren zich dat deze groep moeilijker in beeld te krijgen is, maar men vindt het wel belangrijk om hier zicht op te krijgen.

●

Qua procesverbetering wordt de suggestie gedaan om periodiek een plenaire sessie in te plannen over beleid en uitvoering waarin de Raad wordt bijgepraat ( en dus niet iedere keer ‘los’ op de agenda). Dit sluit aan bij het ook in de vorige paragraaf gemelde gemis aan een meer structurele borging van informatie over het gevoerde armoedebeleid.

6.4

Toetsing aan de norm

Norm

Oordeel

De betrokkenheid van de Raad is in het proces goed geborgd.

niet voldaan

De Raad ervaart de frequentie en de wijze waarop ze in het proces betrokken worden als voldoende.

niet voldaan

De informatievoorziening over de uitvoering van beleid , de voortgang en de inzet middelen gebeurt periodiek en is afgestemd op de behoefte van de Raad.

niet voldaan

Raad en griffie zijn positief over hoe de besluitvorming van beleid naar uitvoering is verlopen

niet voldaan

37

6.5

Conclusie

Samengevat resulteert dit in de volgende bevindingen: De Raad is via de Kadernota en het uitvoeringsprogramma betrokken. ●

Ad hoc vinden themasessies met de Raad plaats bijvoorbeeld over Bewindvoering waarin Team Schuldhulp en Beleid toelichten hoe de werkwijze en verantwoording (vooral cijfers en aantal aanmeldingen) richting de Raad is ingeregeld. De informatievoorziening richting de Raad is niet structureel geborgd.

●

Op dit moment vindt er geen periodieke terugkoppeling naar de Raad plaats (die afgestemd is op de behoefte van de Raad) over uitvoering van beleid, de voortgang en de inzet van middelen wat voorheen wel gebeurde.

●

De Raad heeft in het besluitvormingsproces te weinig de ruimte gehad of gepakt om kaderstellend het armoedebeleid vorm te geven.

●

De inhoudelijke sturingsmogelijkheid van de Raad is beperkt, omdat maatschappelijke effecten en resultaten niet scherp gemaakt zijn.

●

De Raad ontvangt veel informatie over het sociaal domein, maar lijkt in de veelheid het overzicht op de uitvoering van de kadernota (en als onderdeel ervan het armoedebeleid) te verliezen wat de controlerende rol bemoeilijkt.

●

Wat tot de verantwoordelijkheid van de Raad en tot de verantwoordelijkheid van het College behoort in deze is diffuus.

●

Raadsleden zoeken naar mogelijkheden om op procesniveau en inhoudsniveau gerichter te kunnen acteren.

38

Bijlage 1 – Normenkader Deelvraag 1

Beleid

deelvragen

Normen

Bevindingen hoofdlijnen

Oordeel

Welke beleidsdoelstellingen zijn geformuleerd? En zijn ze concreet en meetbaar gemaakt?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=58bab69a-2938-497b-bc5c-6028c9754569