CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Kapitaalgoederen 2021-2022 incl. Beheerplannen Verhardingen, Kunstwerken, Oevers, Groen

Raadsvergadering 7 oktober 2021, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Nota kapitaalgoederen openbare ruimte, Beheerplannen verhardingen, kunstwerken, oevers, groen en gemeentelijke gebouwen 2021 -202220.212 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Nota Kapitaalgoederen 2021 & 2022 met doorkijk naar 2025 Grip op de assets in de leefomgeving projectnummer 0460309.100 31 augustus 2021

 

  

 

Het algemene beeld ten aanzien van de kapitaalgoederen binnen alle structuurelementen is niet overal van een gelijk niveau; Er is in hoofdzaak in de Centra vrijwel geen sprake van zwerfvuil en onkruid. Het beeld is netjes en verzorgd. Er zijn geen risico's ten aanzien van het intreden van verloedering van de omgeving of een slechte waardering van inwoners of middenstand en bezoekers; Er is enige sprake van ontbrekende delen, uitspoeling of functieverlies bij oevers en bruggen. Er is enige sprake van overhangende takken, ontbrekende beplanting, dood hout, kuilen en kale plekken in berm of gazon. Er is enige sprake van dwarsonvlakheid, spoor - en scheurvorming bij wegen, er zijn redelijk veel reparaties zichtbaar, dit heeft enige impact op het aanzien en comfort, maar de veiligheid is niet in het geding. Er is in het buitengebied aanzienlijk veel sprake van overhangende takken, ontbrekende beplanting, dood hout, waardoor op specifieke locaties de (sociale) veiligheid kan afnemen; Er is gemeentebreed aanzienlijk veel sprake van kuilen en kale plekken in bermen.

32

Nota Kapitaalgoederen 2021 & 2022 met doorkijk naar 2025 Grip op de assets in de leefomgeving projectnummer 0460309.100 31 augustus 2021

5. Vervolg

33

Nota Kapitaalgoederen 2021 & 2022 met doorkijk naar 2025 Grip op de assets in de leefomgeving projectnummer 0460309.100 31 augustus 2021

5

Vervolg Met de in deze Nota doorgezette methodiek, waarmee in 2016 beleidskeuzes zijn gemaakt, wordt verder invulling gegeven aan het structurele integraal beheer van de openbare ruimte op basis van beeldkwaliteit. Er wordt daarmee een methodiek ingezet die vanuit een eenvoudig te begrijpen systematiek inzichtelijk maakt welke acties en stappen er nodig zijn om adequaat te beheren. Belangrijk is dan om de behaalde kwaliteit te meten, op basis van de resultaten bij te sturen op de bedrijfsvoering, burgers te betrekken bij het beheer (participatie) en om terug te koppelen aan het bestuur ten aanzien van reële resultaten en vastgestelde doelen. Op basis van duidelijke meetlatten is er een eenduidig kwaliteitsbeeld afgegeven, waarmee bestuur, beheerders en gebruikers geïnformeerd kunnen worden over werkwijze, beleid en stand van zaken en waarmee de uitgangspunten voor het gewenste beheerniveau van de kapitaalgoederen zijn vastgelegd.

Figuur 24 Beheermodel Antea Group

In 2022 vindt een herijking plaats. Bij deze herijking wordt aan de hand van een aantal scenario’s het beleidskader opnieuw afgewogen door de raad. Met inzicht in de meest actuele budgetten, het te beheren areaal, kwaliteit(keuze) en risico’s.

34

Bijlage 1 Audit Fysiek Domein

Bijlage 1 Audit Fysiek Domein

Grootboek/Kostensoort

Groen

Onderwerp

Beleid en beheer groen (600063)/Uitvoeringspro Uitvoering gramma (4343067) onderhoud groen

Financieel Demografische impact/Prijzen/Lonen/Wet- en regelgeving/Overig

Ontwikkelingen Uitwerking

Consequenties

Algemene bevinding: Gemeenteraad heeft eerder de keuze gemaakt het budget te handhaven en areaal in te krimpen (in plaats van budget omhoog en areaal behouden). Areaal uitbreiding wordt uit dit budget betaald en niet meegenomen in de grondexploitatie nieuwbouw. Er wordt hiervoor op een creatieve wijze omgegaan met de verdeling van speeltoelstellen/playgrouds.

Benoem de risico's/kanttekening en (incl. gevolg NARIS)

Advies

1.Budget vooralsnog niet ophogen met financieel risico midden. 2.Ontwikkeling budget monitoren. 3.Heroverwegen bij de Nota Kapitaalgoederen 2021 ev. 4.Niet opnemen in Naris.

Algemene bevinding: De uitvoering vindt plaats op 1.Budget blijkt bij basis van het niveau, dat door de raad is heroverweging 1.Budget handhaven. vastgesteld. 3 keer per jaar vindt een schouw kapitaalgoederen te 2.Heroverwegen bij de Nota plaats. Schouwers beoordelen niet hun eigen wijk. laag te zijn. Kapitaalgoederen 2021 ev. 1.Budget handhaven. 2.Heroverwegen bij de Nota Kapitaalgoederen 2021 ev. 3.Bij onvoldoende budget 1.Ophef bij inwoners. nieuwe uitbreidingen in 2.Inwoners voeren exploitatie meenemen en eigen kracht niet niet dekken uit reguliere meer uit, waardoor onderhoudsbudget. kosten weer bij 4.Beheerbudget koppelen gemeente aan eigen kracht na een terechtkomen. periode van 4/5 jaar of 3.Creatieve playgrounds opruimen als oplossingen lukken eigen kracht naar gemeente niet meer. terugkomt.

197.354 1.Nota Kapitaagoederen 2021 ev.

1.Risico's zijn benoemd onder "ontwikkelingen".

Keuze met financiële consequenties: In 2018 zijn de bruggelden afgeschaft (opbrengsten ca. € 89.000 per jaar). Bruggen moeten hierdoor vaker open/dicht (meer vaartuigen laten de brug bedienen en varen er niet meer onderdoor. Dit leidt tot extra slijtage en daarmee meerkosten (raming € 10.000 per jaar bij Onderhoud R&W). Het herinvoeren van bruggelden levert (raming) € 89.000 op en vookomt extra kosten van € 10.000. Dit kan met de huidige bezetting van brugwachters. Dit raakt het beleid Recreatie & Toerisme. Het Akkrum heeft sterk advies is bruggelden opnieuw invoeren. Als hiervoor ingezet op afschaffen 1.Voer de bruggelden niet wordt gekozen moet dit budget met € 10.000 bruggelden. opnieuw in € 89.000. worden opgehoogd. Voor een deel valt deze onder Herinnvoeren kan tot 2.Heroverwegen bij de Nota de Nota Kapitaalgoederen. ophef leiden. Kapitaalgoederen 2021 ev.

Keuze zonder financiële consequenties: Vooralsnog lukt het door efficient en creatief werken binnen de begroting te blijven. Dit staat wel onder druk. Deze wordt meegenomen in de Nota Kapitaalgoederen 2021 ev.

1.Door aangescherpte wet- en regelgeving zijn er mogelijke aanpassingen nodig voor de CT kunstwerken (geen scanners/ nieuwe eurocode). 2.Bruggen vaker open/dicht door afschaffen liggelden. 3.Nota Kapitaalgoederen 2021 ev.

1.Prijstijgingen/kostenstijgingen mn door: duurzaamheid/circulair, verscherpte regelgeving/milieueisen (PAS/PFAS), areaaluitbreiding en meer betrokkenheid inwoners (onderhoud dreigt daardoor sneller herinrichting te worden). 590.042 2.Nota Kapitaalgoederen 2021 ev.

127.765 1.Nota Kapitaalgoederen 2021 ev.

Begroting 2020 structureel

Onderhoud R&W 45.955 + + Bruggelden 0

Straatwerk

Beleid en beheer groen (600063)/Onderhoud/b eheer speeltoestellen/playgrou Speeltoestellen en nds (4343071) Playgrouds Wegen

Kunstwerken (600150)/ Onderhoud R&W (4343107) + Bruggelden (8340050)

Onderhoud Verhardingen (600148)/Straatwerk (4341014)

Nota Kapitaalgoederen 2021 & 2022 met doorkijk naar 2025 Grip op de assets in de leefomgeving projectnummer 0460309.100 31 augustus 2021

1.Indien bruggelden niet opnieuw worden ingevoerd budget Onderhoud R&W met € 10.000 verhogen.

Bijlage 2 Impressie voortzetting huidige beleid

Bijlage 2 Impressie voortzetting huidige beleid Impressie: Voortzetting huidige beleid

Bijlage 3 Kader voor beheer en onderhoud Wetten, regels, programma's en beleidsdoelen

Bijlage 3 Kader voor beheer en onderhoud Wet- en regelgeving Bij het beheren van de openbare ruimte speelt wet- en regelgeving een belangrijke rol. Deze weten regelgeving geeft niet alleen een richting of wettelijke plicht aan voor de mate van kwaliteit van de inrichting en/of van de instandhouding maar geeft ook aan op welke wijze de uitvoering van de inrichting of het beheer en onderhoud moet plaatsvinden. In deze bijlage wordt de meest relevante wet- en regelgeving beschreven, die uitgangspunt vormt voor het beheer en onderhoud in de gemeente Heerenveen. Wegenwet De gemeente is bij wet verantwoordelijk voor het beheer van de openbare wegen (tevens van toepassing op civieltechnische kunstwerken gelegen in openbare wegen). De essentie betreft dat de beheerder moet optreden als ‘goede rentmeester’ en de zorg heeft kapitaalvernietiging te voorkomen. De wettelijke zorgplicht is vastgelegd in de Wegenwet. Artikel 15 1. Het Rijk, de provincie, de gemeente en het waterschap is verplicht een weg te onderhouden, wanneer dat bestemd is tot een openbare weg. 2. Het Rijk, de provincie, de gemeente en het waterschap is verplicht een weg (inclusief bijbehorende duiker) te onderhouden, wanneer zij een openbare weg gedurende tien achtereenvolgende jaren heeft onderhouden, ook al was bij de aanvang van die tien jaren de weg nog niet openbaar. 3.

Tot het onderhoud van een weg als in het eerste en het tweede lid bedoeld, behoort mede het onderhoud van de bijbehorende berm of bermsloot, echter slechts voor zover het onderhoud van de berm of de bermsloot een bijdrage levert aan de instandhouding en de bruikbaarheid van de weg en voor zover het onderhoud niet, uit welke hoofde ook, tot de verplichting van anderen behoort. Artikel 16 De gemeente heeft te zorgen, dat de binnen haar gebied liggende wegen, met uitzondering van de wegen, welke door het Rijk of ene provincie worden onderhouden, van die bedoeld in artikel 17 en van die, waarop door een ander tol wordt geheven, verkeren in goeden staat. In algemene zin houdt dit in dat de beheerder vanuit de wegenwet de zorgplicht heeft voor (het onderhoud van) de objecten en voorzieningen in de openbare ruimte en dat de aansprakelijkheid bij optredende schade door het niet voldoen aan deze zorgplicht geregeld is in het Burgerlijk Wetboek. De algemene aansprakelijkheidsregeling staat in artikel 6:162 (zie verderop in deze paragraaf). Waterwet De Waterwet regelt het beheer van regen- en grondwater en verbetert de samenhang tussen het waterbeheer en de ruimtelijke ordening. Traditioneel ging waterbeheer vooral over beheer van meren, waterwegen, havens en kunstwerken (bijvoorbeeld baggeren en beschoeiing). Tegenwoordig strekt de zorgplicht zich ook uit tot hemel- en grondwater.

In algemene zin houdt dit in dat de beheerder vanuit de waterwet de zorgplicht heeft voor (het onderhoud van) de objecten en voorzieningen in de openbare ruimte die de afstroming/opvang van hemelwater, de kwaliteit en peil van het grondwater en de afvoer van afvalwater regelen. Deze zorgplicht heeft met name impact op het Watertakenplan.

Nota Kapitaalgoederen 2021 & 2022 met doorkijk naar 2025 Grip op de assets in de leefomgeving projectnummer 0460309.100 31 augustus 2021

Wet Natuurbescherming In het verleden beschermde de Boswet bomen en houtopstanden in het buitengebied met als doel te voorkomen dat het bestaande bosareaal verder afneemt. In algemene zin hield dit in dat de beheerder moest voorkomen dat het bestaande bosareaal in het buitengebied afneemt, of alternatieven moet bieden. Sinds 1 januari 2017 is de Boswet opgehouden te bestaan en is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De Boswet is vrijwel geheel ondergebracht in de nieuwe Wet natuurbescherming. De belangrijkste elementen van de Boswet zijn onveranderd opgenomen in de nieuwe wet: de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. Ook wordt de bescherming van soorten geregeld. Op de lijst van beschermde soorten staan alle in het wild levende zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën en een aantal vissen, libellen, vlinders en plantensoorten. Dit maakt de lijst zo breed dat bij alle werkzaamheden in het groen; bossen, natuurterreinen en parken, rekening moet worden gehouden met de Flora- en Faunawet. De wet kent een zorgplicht. Hierbij moet voldoende zorg in acht genomen worden voor in het wild levende dieren en planten. Om helder te krijgen wat 'voldoende zorg' is, wordt er gewerkt met gedragscodes.

Deze gedragscodes worden door beheerders en beschermingsorganisaties gezamenlijk opgesteld. Het Ministerie van EL&I6 moet ze vervolgens goedkeuren. Werken volgens een goedgekeurde gedragscode betekent dat je, volgens het Ministerie, voldoet aan de zorgplicht. Het Ministerie heeft daarom de gedragscodes opgenomen in het Besluit vrijstelling dier- en plantensoorten. Als de beheerder volgens een goedgekeurde gedragscode werkt, heeft hij/zij vrijstelling van het verbod op doden, verstoren en beschadigen. Zorgplicht t.a.v. bomen7 Uit bovenstaande artikelen is ook de zorgplicht ten aanzien van bomen voortgekomen. Het woord zorgplicht is niet letterlijk genoemd, maar is ontstaan in de rechtspraak. Er zijn drie vormen van zorgplicht. De algemene zorgplicht bestaat eruit dat er sprake moet zijn van regulier en regelmatig onderhoud en uitwendige controle op gebreken aan de boom (de zogenaamde boomveiligheidscontrole). Afhankelijk van leeftijd, boomsoort, omvang en groeiplaats gaat het dan over jaarlijkse tot vijfjaarlijkse controles. Wanneer de boom op een plaats staat waarbij is te voorzien dat bij omvallen of afbreken van een tak er aanzienlijke schade kan ontstaan, dan is er sprake van verhoogde zorgplicht. Een dergelijke boom moet minstens jaarlijks worden gecontroleerd en behoeft eventueel extra onderhoud. Ook geldt er een onderzoeksplicht.

Wanneer uitwendige gebreken worden geconstateerd of andere aanwijzingen bestaan over een gebrek, dan dient een nader onderzoek plaats te vinden. Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen De veiligheid van speeltoestellen is geregeld in het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS). Dit Warenwetbesluit heeft betrekking op het ontwerp- en fabricageproces, de keuring voor de ingebruikname, Nederlandstalige gebruiksaanwijzing met aanwijzingen, veiligheidsinstructies, waarschuwingen en andere relevante informatie, het bijhouden van een logboek of actueel dossier en het verrichten van onderhoudswerkzaamheden.

6

Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

7 bron: www.bomenrecht.nl

Nota Kapitaalgoederen 2021 & 2022 met doorkijk naar 2025 Grip op de assets in de leefomgeving projectnummer 0460309.100 31 augustus 2021

Het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen is van toepassing op onder andere speeltoestellen in de publieke ruimte. In het WAS is de definitie van een speeltoestel: inrichting die bestemd is voor vermaak of ontspanning, waarbij uitsluitend van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt. Burgerlijk Wetboek Een bijzondere algemene aansprakelijkheidsregel wordt gevonden in het Burgerlijk Wetboek artikel 6:162 en 6:174: Artikel 6:162 1. Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden. 2. Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond. 3. Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt. Artikel 6:174 1.

De bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend. 2. Bij erfpacht rust de aansprakelijkheid op de bezitter van het erfpachtrecht. Bij openbare wegen rust zij op het overheidslichaam dat moet zorgen dat de weg in goede staat verkeert, bij kabels en leidingen op de kabel- en leidingbeheerder, behalve voor zover de kabel of leiding zich bevindt in een gebouw of werk en strekt tot toevoer of afvoer ten behoeve van dat gebouw of werk.

Bijlage 4 Beheerplannen

Verhardingen, Kunstwerken, Oevers en Groen

Beheerplan Verhardingen Kapitaalgoederen 2021-2022

Concept v2.2 31 augustus 2021

4.1 Beheerplan Verhardingen

Beheerplan Verhardingen Kapitaalgoederen 2021-2022

Inleiding In de Nota Kapitaalgoederen 2021 – 2022 (met een doorkijk tot en met 2025) zijn de effecten aangegeven bij voortzetting van het in 2016 vastgestelde beleid voor het beheer van de verhardingen in de gemeente Heerenveen. In 2022 vindt een herijking plaats van dit beleidskader. Bij deze herijking moeten keuzes worden gemaakt voor het in de toekomst te hanteren kwaliteitsniveau, de hiervoor benodigde middelen en de financiering/dekking hiervan. Het afwegen en maken van deze keuzes zal moeten leiden tot een nieuwe Nota Kapitaalgoederen voor de periode 2023-2027 en vaststelling door de raad in 2022. Dit alles gebaseerd op de dan meest actuele inzichten en financiële uitgangspunten. Onderhoud aan wegen wordt bekostigd vanuit de exploitatiebegroting. Vervangingen worden geactiveerd, er is dan sprake van een investering. Activeren (een investering) leidt daarbij tot “een kapitaallast” (rente en aflossing). In de praktijk van alledag worden de termen groot onderhoud en vervangen/investering vaak door elkaar gebruikt. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) geeft hierin echter de duidelijke verschillen en regels aan. Onderhoud is het uitvoeren van preventieve dan wel correctieve maatregelen om een object in goede staat (op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau) te houden of te brengen. Onderhoud kan worden onderscheiden in klein en groot onderhoud.

Het uitvoeren van onderhoud is niet levensduur verlengend, maar het object behoudt zijn waarde binnen de geplande levensduur. Van een investering is pas sprake bij een significante kwaliteitsverbetering in verwachte levensduur of functionaliteit. Dan wordt er waarde toegevoegd. Dit is sowieso het geval bij nieuwe aanleg of algehele vervanging zoals rehabilitatie/reconstructie van een weg. Aanvullend geeft de BBV hierbin aan dat ook maatregelen aan een bestaand object (mogen) gelden als investering, als dat leidt tot:   

Een significante kwaliteitsverbetering (bijvoorbeeld een investering in de herinrichting van een weg); Een levensduurverlenging; Aanpassingen om te voldoen aan wet- en regelgeving.

Samengevat betekent dit: 

Beheer, klein onderhoud en groot onderhoud mag niet geactiveerd worden en wordt bekostigd uit de exploitatiebegroting.  Levensduur verlengende- of kwaliteit verbeterende maatregelen en vervangingen mogen wel worden geactiveerd. Dit beheerplan, behorende bij de Nota Kapitaalgoederen 2021 – 2022 (opgesteld in 2021), geeft inzicht in de afbakening en kaders, het te beheren areaal, de kwaliteit en de (financiele) opgave voor het wegbeheer.

Afbakening en kader Het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen vindt plaats op basis van de BOR methodiek (Beheer Openbare Ruimte). De norm wordt bepaald door de landelijk gehanteerde en erkende CROW systematiek en richtlijnen voor wegbeheer. Binnen de asset wegen vallen naast de verhardingen ook de onderdelen openbare verlichting en bebording. Voor de onderdelen openbare verlichting en bebording wordt verwezen naar de Nota Kapitaalgoederen 2021-2022 (hoofdstukken 3 en 4). Het onderdeel verhardingen is in dit beheerplan nader beschreven.

46

Beheerplan Verhardingen Kapitaalgoederen 2021-2022

De verharding is onderverdeeld in fietspaden, vorige verharding, parkeren, rijbanen en voetpaden op basis van een gebiedsindeling:  Bedrijventerrein;  Buitengebied;  Centra;  Groengebied;  Hoofdwegen;  Woongebied. Bij het beheren van de openbare ruimte speelt wet- en regelgeving een belangrijke rol. Deze wet- en regelgeving geeft niet alleen een richting of wettelijke plicht aan voor de mate van kwaliteit van de inrichting en/of van de instandhouding maar geeft ook aan op welke wijze de uitvoering van de inrichting of het beheer en onderhoud moet plaatsvinden. De gemeente is bij wet verantwoordelijk voor het beheer van de openbare wegen (tevens van toepassing op civieltechnische kunstwerken gelegen in openbare wegen). De essentie betreft dat de beheerder moet optreden als ‘goede rentmeester’ en de zorg heeft kapitaalvernietiging te voorkomen. De wettelijke zorgplicht is vastgelegd in de Wegenwet. In 2016 is het ‘Kwaliteitsplan Kapitaalgoederen en beheer 2016-2020’ vastgesteld. Destijds is er inzicht gegeven in drie beheerscenario’s. De gemeenteraad heeft gekozen voor het scenario ‘bewust beheer’. Dit scenario is onder andere tot stand gekomen met input van bewoners en leidde bijvoorbeeld tot extra aandacht voor de verzorgingsgraad van de openbare ruimte in centrumgebieden. Ook voor de Nota Kapitaalgoederen 2021 – 2022 is dit beleidskader “bewust beheer” het uitgangspunt.

Voor het beheer van wegen betekent dit dat de verharding, fietspaden en verkeerstekens op een basisniveau worden onderhouden. Basis betekent dat de assets voldoende onderhouden zijn, er geen sprake is van kapitaalvernietiging, maar er nog wel wat op de kwaliteit aan te merken is. Conform de normen van CROW mag er dan ook sprake zijn van enige dwarsonvlakheid, scheurvorming of rafeling en zijn er redelijk veel zichtbare reparaties. Veilig gebruik zonder risico’s is een belangrijk uitgangspunt. Voor het kwaliteitsplan wordt gebruik gemaakt van kwaliteitsniveaus. In de kwaliteitscatalogus van het CROW worden 5 kwaliteitniveaus’s onderscheiden: Niveau Zeer hoog Hoog Basis Laag Zeer laag

Algemene beschrijving Uitstekend onderhouden, als nieuw Goed onderhouden, bijna niets op aan te merken Voldoende onderhouden, wel wat op aan te merken Sober tot voldoende, enige achterstanden bij het onderhoud Onvoldoende onderhouden, flinke achterstanden, kapot

Rapportcijfer Cijfer > 9,5 Cijfer 7,5 – 9,4 Cijfer 5,5 – 7,4 Cijfer 3,5 – 5,4 Cijfer < 3,4

Elk kwaliteitsniveau bevat omschrijvingen en criteria met meetbare en toetsbare normen, zodat keuzes eenduidig kunnen worden toegepast in beleid en getoetst kunnen worden. In onderstaande figuur is per kwaliteitsniveau een impressie gegeven van asfaltverharding.

47

Beheerplan Verhardingen Kapitaalgoederen 2021-2022

Areaal De gemeente beheert ongeveer 3,9 miljoen m² verharding. In de onderstaande tabel is per type en per structuurelement het aantal m² opgenomen. Totaal Fietspad Asfalt Beton Elementen Overige verharding Asfalt Beton Elementen Parkeren Asfalt Beton Elementen Rijbaan Asfalt Beton Elementen Voetpad Asfalt Beton Elementen Halfverharding Onverharde paden

Bedrijventerrein

Buitengebied

216.376 19.295 28.416

18.899 6.203 1.532

58.759 11.985 410

17.729 4.851 188.519

3.123 543 30.041

5.142 976 18.353

28.743 494 213.800

1.585 34 14.408

1.627.474 103.040 864.545

Centra

Groengebied 5.520

Hoofdwegen

15.701

64.078 1.107 10.438

18.912

196 40 143

4.525 3.148 41.951

4.692 144 79.119

4.574

2.859

482

778

7.248

23.408

55

11.914

18.465 459 156.767

263.502 162 65.706

641.441 97.139 46.642

19.069

631

17.517

3.445

338.727 2.997 52.499

364.105 2.741 678.736

8.137 5.409 593.669

97 18.023

1.079 31 11.806 42.385

1.507 50 55.790

720

108 292 77.802

5.443 4.939 429.528

42.285 3.920.499

423.859

947.971

139.497

11.232

619.563

1.820.761

335 50

69.120

Woongebied

Kwaliteit en proces Beleid Het huidige beleid (onderhoudsscenario) wordt in 2021 en 2022 voortgezet. Voor wegen resulteert dit in ‘alles op een basisniveau’. Daarmee is het gebruik veilig en is er geen sprake van kapitaalvernietiging. Weginspectie De basis voor het bepalen van de opgave binnen het wegbeheer is het resultaat van de weginspectie. De globale visuele weginspectie volgens de nieuwste publicaties 146 t/m 147 van de CROW - waarbij het gehele areaal aan verhardingen wordt beoordeeld en de kwaliteit van de verharding wordt gerapporteerd – resulteert in een basisplanning en – begroting op basis van de kwalitatieve staat van het areaal (korte termijn) en cyclische normeringen voor onderhoud (langere termijn). Gelijktijdig worden de kleinschalige schades opgenomen en gerapporteerd. De gemeente voert deze inspectie elke 2 jaar uit, om inzicht te hebben in de huidige staat van de assets en hierop te kunnen anticiperen ten aanzien van de kwaliteitsontwikkeling in relatie tot het beschikbare budget. De laatste inspectie is in het najaar van 2020 uitgevoerd. Planning en begroting Na oplevering van de weginspecties worden de resultaten geïmporteerd in het beheersysteem Obsurv. Met behulp van dit systeem en vastgelegde rekenregels wordt een kwalitatieve planning wegen opgesteld.

Dit is een planning met een looptijd van maximaal 5 jaar, die wordt bepaald op basis van de bij de globale visuele weginspecties geconstateerde kwaliteit van de wegvakonderdelen. De gemeten kwaliteit wordt getoetst aan de richtlijn waarmee bepaald wordt in welk planjaar een maatregel (onderhoud en vervanging) plaats moet vinden. Op basis van de schade wordt de bijbehorende maatregel met kosten vastgesteld. Voor de lange termijn wordt gebruik gemaakt van cyclische maatregelpakketten. In de basisplanning en - begroting wordt geen rekening gehouden met prioritering op basis van bepaalde beleidsuitgangspunten (bijvoorbeeld het toeristische belang van fietspaden), gelijkmatige begrotingsbudgetten en budgetbeperkingen. De resultaten van de kwalitatieve planning worden door het beheersysteem op netwerkniveau gepresenteerd waarbij voor het gehele wegennet de totaalbedragen per planjaar worden getoond. Deze bedragen per planjaar vormen de input voor de onderbouwing van de opgave voor het wegbeheer. 48

Beheerplan Verhardingen Kapitaalgoederen 2021-2022

Kwaliteit 2020 De resultaten uit de weginspectie worden eveneens vertaald naar een rapportcijfer, conform de BOR methodiek. In de onderstaande tabel zijn de rapportcijfers per type verharding en structuurelement (gebied) gepresenteerd.

Toets met huidige beleid Het huidige beleidsuitgangspunt voor wegen is een (gemiddeld) basisniveau.

Bedrijventerreinen Op de bedrijventerreinen (asfalt; 287.000 m² en elementen; 129.000 m²) is het basisniveau (gemiddeld) niet gehaald. Er wordt respectievelijk een 5,2 en een 5,3 gescoord. Deze niveaus zitten tegen de ondergrens van een basisniveau aan. Buitengebied In het buitengebied is het beleidsuitgangspunt een basisniveau (gemiddeld) gehaald. De elementenverharding haalt dit basisniveau niet. Het areaal elementen in het buitengebied is echter beperkt ten opzichte van het totale areaal in dit gebied. Het aandeel gesloten verharding (asfalt en beton) is in het buitengebied namelijk veruit het grootst. Centra, groengebieden, hoofdwegen In deze gebieden is het uitgangspunt basisniveau gehaald. Woongebied Het uitgangspunt een gemiddeld basisniveau is hier net niet gehaald. Voor asfalt wel maar niet voor elementen (gemiddeld een 5,1). De hogere scores (blauw: zeer hoog en groen: hoog) voor beton en elementen betreft in alle gevallen een zeer klein aandeel van het areaal. Een onderhoudsmaatregel heeft hier gemiddeld genomen veel impact op het kwaliteitscijfer. Dit geldt ook voor het aandeel areaal aan asfalt in het centrum. Het areaal aan elementen in het groengebied omvat nog geen 1.000 m².

49

Beheerplan Verhardingen Kapitaalgoederen 2021-2022

Budgetplanning en – begroting 2021 en 2022 Op basis van de gemaakte planningen, ontwikkelingen binnen de gemeente, (interne) afspraken en/of bijdragen aan projecten, beschikbare middelen, maatregeltoetsing en kennis van de plaatselijke situatie, is door de wegbeheerder het uiteindelijke onderhoud-/vervangingsplan opgemaakt voor de jaren 2021 en 2022. Dit resulteert in de uitvoering van de volgende werken: Uit te voeren maatregelen 2021

Vervanging

Regulier onderhoud

Reconstructie Leeuwarderstraatweg

€

850.000

Herinrichting kern Katlijk

€

300.000

Herinrichting Gaasterlandlaan/Oostergo/Westergo en Montferdlaan

€

450.000

Verkeersmaatregelen De Knipe<> Bontebok/gekoppeld project aanbrengen damwand Schoterlandse Compagnonsvaart

€

150.000

Willem de Zwijgerlaan (Skoatterwâld) incl. banden

€

140.000

Aanbrengen slijtlagen diverse wegen

€

120.000

Aanbrengen freesvakken/diverse reparaties

€

60.000

Aanbrengen belijning/ figuraties diverse

€

30.000

Herstraten delen Prins Bernhardweg

€

70.000

Herstraten diverse calamiteiten/diverse reparaties/diverse voetpaden (klein onderhoud)

€

135.000

Jaarlijks onderhoud aan (on)verharde paden (klein onderhoud)

€

15.000

Kapellewei

€

30.000

De Pean

€

80.000

Bijdrage aan Herinrichting Jubbega centrum

€

155.000

€

695.000

Totaal

€

Uit te voeren maatregelen 2022

1.890.000

Vervanging

Herinrichting Wjitteringswei

€

350.000

Herinrichting Ulbe Twijstrawei/Mounedyk

€

180.000

Herinrichting Gaasterlandlaan/Oostergo/Westergo en Montferdlaan

€

-

Herinrichting Hiddingalaan e.o. (fase 1/2022)

€

450.000

Herinrichting Breedpad (deel van Compagnonsweg tot aan de spoorbrug)

€

150.000

Frederik Hendriklaan (Skoatterwâld) incl. banden

€

130.000

Asfalt Venus (versterkingsdeklaag)

€

230.000

Asfalt Jupiter (versterkingsdeklaag)

€

120.000

Regulier onderhoud

Bijdrage aan Herinrichting Jubbega centrum

€

195.000

Aanbrengen slijtlagen Pean en Kapellewei (2020)

€

25.000

Aanbrengen freesvakken/diverse reparaties

€

30.000

Aanbrengen belijning/figuraties diverse

€

25.000

Industrieweg en De Kuinder (Oudeschoot)

€

195.000

Rotondes diverse

€

140.000

Herstraten diverse calamiteiten/diverse reparaties/diverse voetpaden (klein onderhoud)

€

85.000

Jaarlijks onderhoud aan (on) verharde paden (klein onderhoud) €

Totaal

1.610.000

€

15.000

€

710.000

Consequenties voor de bredere afweging om te komen tot een uitvoeringsplan voor 2021 en 2022 leiden er toe dat voor een deel van het via Obsurv geplande werk niet in de jaren 2021 en 2022 kan worden uitgevoerd en daarmee doorschuift naar 2023 en verder. Het uitstellen van maatregelen kan consequenties hebben voor 50

Beheerplan Verhardingen Kapitaalgoederen 2021-2022

de zwaarte van de geplande maatregelen. Met name voor asfalt dient hier vinger aan de pols gehouden te worden. Ook externe factoren als strenge vorst en/of langdurige droogte kunnen van invloed zijn op de verdere verslechtering van de doorgeschoven wegvakonderdelen. Door o.m. periodieke (2 jaarlijkse) inspecties wordt “vinger aan de pols” gehouden en vindt indien noodzakelijk bijstelling plaats op basis van de constateringen.

Financien De voortzetting van het huidige beleid vraagt om een gemiddelde budgetbehoefte ten aanzien van het reguliere en klein onderhoud en vervangingsinvesteringen van € 2.450.000 (gemiddeld over de jaren 2021 en 2022). Voor de periode 2023-2025 bedraagt dit gemiddelde €3.020.000 (uitgaande van voortzetting van huidig beleid). Het gemiddelde over de periode 2021-2025 bedraagt €2.790.000. 2021 Wegen technische staat klein onderhoud vervanging verzorging

2022

Gem. 2021-2022

Gem. 2023-2025*

Gem. 2021-2025*

€ € € €

545.000 150.000 1.890.000 -

€ € € €

610.000 100.000 1.610.000 -

€ € € €

580.000 130.000 1.750.000 -

€ € € €

2.290.000 230.000 500.000 -

€ € € €

1.600.000 190.000 1.000.000 -

€

2.585.106

€

2.320.179

€

2.450.000

€

3.020.000

€

2.790.000

* Het gemiddelde van de jaren 2023 tot en met 2025 (en daarmee ook 2021-2025) betreft een indicatie op basis van voortzetting van huidig beleid en is afgerond op € 10.000. Bij de herijking in 2022 in combinatie met een nieuwe Nota Kapitaalgoederen 2023-2027 worden de exacte effecten voor die periode inzichtelijk gemaakt. Deze keuzes (bijvoorbeeld verhoging kwaliteit fietspaden) zullen van invloed zijn op de gepresenteerde cijfers in deze nota voor 2023-2025, vandaar dat hier nu gemiddelden zijn opgenomen. Naast de nog te maken keuzes in de nieuwe Nota Kapitaalgoederen zullen nieuwe inzichten, inspecties of voortgang van projecten ook van invloed zijn op de hier gepresenteerde cijfers.

51

Concept v2.1 31 augustus 2021

4.2 Beheerplan Kunstwerken

Beheerplan Kunstwerken Kapitaalgoederen 2021-2022

Inleiding In de Nota Kapitaalgoederen 2021 – 2022 (met een doorkijk tot en met 2025) zijn de effecten aangegeven bij voortzetting van het in 2016 vastgestelde beleid voor het beheer van kunstwerken in gemeente Heerenveen. In 2022 vindt een herijking plaats van dit beleidskader. Bij deze herijking moeten keuzes worden gemaakt voor het in de toekomst te hanteren kwaliteitsniveau, de hiervoor benodigde middelen en de financiering/dekking hiervan. Het afwegen en maken van deze keuzes zal moeten leiden tot een nieuwe Nota Kapitaalgoederen voor de periode 2023-2027 en vaststelling door de raad in 2022. Dit alles gebaseerd op de dan meest actuele inzichten en financiële uitgangspunten. Onderhoud aan kunstwerken wordt bekostigd vanuit de voorziening. Vervangingen worden geactiveerd, er is dan sprake van een investering. Activeren (een investering) leidt daarbij tot “een kapitaallast” (rente en aflossing). In de praktijk van alledag worden de termen groot onderhoud en vervangen/investering vaak door elkaar gebruikt. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) geeft echter duidelijke verschillen en regels aan. Onderhoud is het uitvoeren van preventieve dan wel correctieve maatregelen om een object in goede staat (op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau) te houden of te brengen. Onderhoud kan worden onderscheiden in klein en groot onderhoud.

Het uitvoeren van onderhoud is niet levensduur verlengend, maar het object behoudt zijn waarde binnen de geplande levensduur. Van een investering is pas sprake bij een significante kwaliteitsverbetering in verwachte levensduur of functionaliteit. Dan wordt er waarde toegevoegd. Dit is sowieso het geval bij nieuwe aanleg of algehele vervanging van bijvoorbeeld een brug. Aanvullend geeft de BBV hierbin aan dat ook maatregelen aan een bestaand object gelden als investering, als dat leidt tot: 

Een significante kwaliteitsverbetering (bijvoorbeeld een investering in de vervanging van een aanzienlijk deel van een brug);  Een levensduurverlenging;  Aanpassingen om te voldoen aan wet- en regelgeving. Samengevat betekent dit: 

Beheer, klein onderhoud en groot onderhoud mag niet geactiveerd worden en wordt bekostigd uit de exploitatiebegroting en/of uit een ingestelde voorziening.  Levensduur verlengende- of kwaliteit verbeterende maatregelen en vervangingen mogen wel worden geactiveerd. Dit beheerplan, behorende bij de Nota Kapitaalgoederen 2021 – 2022 (opgesteld in 2021), geeft inzicht in de afbakening en kaders, het te beheren areaal, de kwaliteit en de (financiele) opgave voor het kunstwerkenbeheer. Afbakening en kader Het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen vindt plaats op basis van de BOR methodiek (Beheer Openbare Ruimte). De norm wordt bepaald door de landelijk gehanteerde en erkende CROW systematiek en richtlijnen voor kunstwerkenbeheer. Daarnaast worden ook de geldende NEN-normering (2767-4) in acht genomen. Binnen de asset kunstwerken worden de volgende onderdelen meegenomen:  Bruggen (vast en beweegbaar)  Tunnels/viaducten  Steigers  Duikers

53

Beheerplan Kunstwerken Kapitaalgoederen 2021-2022

De kunstwerken zijn onderverdeeld op basis van een gebiedsindeling:  Bedrijventerrein;  Buitengebied;  Centra;  Groengebied;  Hoofdwegen;  Woongebied. Daarnaast is voor ieder kunstwerk het materiaaltype bekend. Dit is van belang omdat hout bijvoorbeeld een kortere levensduur kent dan metaal, waardoor de afschrijftermijnen bij vervangingsinvesteringen verschillen. Bij een kunstwerk met een combinatie van materialen is de hoofd draagconstructie bepalend voor de afschrijvingstermijn. Bij het beheren van de openbare ruimte speelt wet- en regelgeving een belangrijke rol. Deze wet- en regelgeving geeft niet alleen een richting of wettelijke plicht aan voor de mate van kwaliteit van de inrichting en/of van de instandhouding maar geeft ook aan op welke wijze de uitvoering van de inrichting of het beheer en onderhoud moet plaatsvinden. De gemeente is bij wet verantwoordelijk voor het beheer van de kunstwerken. De wettelijke zorgplicht vanuit de Wegenwet is ook van toepassing op de civieltechnische kunstwerken, omdat deze gelegen zijn in openbare wegen. De essentie betreft dat de beheerder moet optreden als ‘goede rentmeester’ en de zorg heeft kapitaalvernietiging te voorkomen. In 2016 is het ‘Kwaliteitsplan Kapitaalgoederen en beheer 2016-2020’ vastgesteld. Destijds is er inzicht gegeven in drie beheerscenario’s. De gemeenteraad heeft gekozen voor het scenario ‘bewust beheer’.

Dit scenario is onder andere tot stand gekomen met input van bewoners en leidde bijvoorbeeld tot extra aandacht voor bijvoorbeeld de verzorgingsgraad van de openbare ruimte in centrumgebieden. Ook voor de Nota Kapitaalgoederen 2021 – 2022 is dit beleidskader “bewust beheer” het uitgangspunt. Voor het beheer van kunstwerken betekent dit dat alle civieltechnische kunstwerken op een basisniveau worden onderhouden. Basis betekent dat de assets voldoende onderhouden zijn, er geen sprake is van kapitaalvernietiging, maar er nog wel wat op de kwaliteit aan te merken is. Conform de normen van CROW mag er dan ook enige sprake zijn van ontbrekende delen of functieverlies en reparaties mogen zichtbaar zijn. Veilig gebruik door de gebruiker zonder risico’s is een belangrijk uitgangspunt. Voor het kwaliteitsplan wordt gebruik gemaakt van kwaliteitsniveaus. In de kwaliteitscatalogus van het CROW worden 5 kwaliteitniveaus’s onderscheiden: Niveau Zeer hoog Hoog Basis Laag Zeer laag

Algemene beschrijving Uitstekend onderhouden, als nieuw Goed onderhouden, bijna niets op aan te merken Voldoende onderhouden, wel wat op aan te merken Sober tot voldoende, enige achterstanden bij het onderhoud Onvoldoende onderhouden, flinke achterstanden, kapot

Elk kwaliteitsniveau bevat omschrijvingen en criteria met meetbare en toetsbare normen, zodat keuzes eenduidig kunnen worden toegepast in beleid en getoetst kunnen worden. In de figuur hiernaast is per kwaliteitsniveau een impressie gegeven van een (kleine) brug.

54

Rapportcijfer Cijfer > 9,5 Cijfer 7,5 – 9,4 Cijfer 5,5 – 7,4 Cijfer 3,5 – 5,4 Cijfer < 3,4

Beheerplan Kunstwerken Kapitaalgoederen 2021-2022

Areaal De gemeente beheert 558 civieltechnische kunstwerken . In de onderstaande tabel is per type en per structuurelement het aantal kunstwerken opgenomen.

In de afgelopen jaren (2016 – 2020) is het gehele areaal kunstwerken in de gemeente opnieuw geïnspecteerd en geïnventariseerd. Hieruit is gebleken dat veel objecten niet, of niet goed, in het beheersysteem waren verwerkt. Dit heeft geresulteerd in een optimalisatie van het beheersysteem Obsurv. Hierdoor is er een toename te zien in het areaal. Er zijn ca. 260 meer kunstwerken bekend (in 2016 stonden er 294 kunstwerken in Obsurv). De grootste toename is onder vaste bruggen (85), gevolgd door duikers (83) en steigers (42).

Kwaliteit en proces Beleid Het huidige beleid (onderhoudsscenario) wordt voortgezet. Voor kunstwerken resulteert dit in ‘alles op een basisniveau’. Daarmee is het gebruik veilig en is er geen sprake van kapitaalvernietiging. Kunstwerken inspectie De basis voor het bepalen van de opgave binnen het kunstwerkenbeheer is het resultaat van de inspectie. De conditiemetingen (inspecties) volgens de NEN 2767-4 - waarbij de kwaliteit van het gehele areaal aan kunstwerken wordt beoordeeld of het nog voldoet aan de functie. Dit resulteert in een basisplanning en begroting op basis van de kwalitatieve staat van het areaal (korte termijn) en cyclische normeringen voor onderhoud (langere termijn). Gelijktijdig worden de kleinschalige schades opgenomen en gerapporteerd. De gemeente voert elke 5 jaar een volledige inspectie uit, om inzicht te hebben in de huidige staat van de assets en hierop te kunnen anticiperen ten aanzien van de kwaliteitsontwikkeling in relatie tot het beschikbare budget. Tussendoor vinden er gerichte inspecties plaats. De laatste volledige inspectie is in 2019 uitgevoerd. Planning en begroting Na oplevering van de kunstwerkinspecties worden de resultaten geïmporteerd in het beheersysteem Obsurv. Met behulp van dit systeem en vastgelegde rekenregels wordt een kwalitatieve planning kunstwerken gedraaid.

Dit is een planning met een looptijd van maximaal 5 jaar, die wordt bepaald op basis van de bij de visuele inspecties (NEN 2767-4) beoordeelde kwaliteit van de kunstwerkonderdelen. De gemeten kwaliteit wordt getoetst aan de richtlijn waarmee bepaald wordt in welk planjaar een maatregel (onderhoud en vervanging) plaats moet vinden. Op basis van de schade wordt de bijbehorende maatregel met kosten vastgesteld. Voor de lange termijn wordt gebruik gemaakt van cyclische maatregelpakketten. In de basisplanning en - begroting wordt geen rekening gehouden met prioritering op basis van bepaalde beleidsuitgangspunten (bijvoorbeeld de esthetische waarde van kunstwerken in het centrum), gelijkmatige 55

Beheerplan Kunstwerken Kapitaalgoederen 2021-2022

begrotingsbudgetten en budgetbeperkingen. De resultaten van de kwalitatieve planning worden door het beheersysteem op netwerkniveau gepresenteerd waarbij voor het geheel aan kunstwerken de totaalbedragen per planjaar worden getoond. Deze bedragen per planjaar vormen de input voor de onderbouwing van de opgave voor het kunstwerkenbeheer. Kwaliteit 2020 Kunstwerken en oevers worden geïnspecteerd op basis van de NEN 2767-4, die zes labels/kwaliteitsniveaus hanteert (zie figuur rechts). Toetsing aan het beleid op basis van beeldkwaliteit is met deze inspectiemethode niet direct mogelijk. Wel wordt duidelijk dat er de afgelopen jaren veel werk is uitgevoerd aan de kunstwerken. 196 objecten scoren uitstekend. Veruit de meeste kunstwerken (243) scoren goed. 58 met redelijk en 16 met matig. In totaal scoren 29 kunstwerken slecht tot zeer slecht. In de figuur hiernaast worden de kwaliteitsscores uit de kunstwerkeninspecties gepresenteerd.

Budgetplanning en – begroting 2021 en 2022 Op basis van de uitgevoerde inspecties is een kwalitatieve planning voor het uit te voeren onderhoud en vervangingen voor de komende jaren opgesteld. Voor 2021 en 2022 resulteert dit in de uitvoering van de volgende werken: Uit te voeren maatregelen 2021

Vervanging *

Regulier onderhoud

Beweegbare brug Doelhôf

€

213.000

Beweegbare Brug Boerestege

€

170.400

Brug Eastein

€

2.130

Brug Krompaed

€

1.420

Herenwalsterbrug

€

4.260

Lytstestege

€

2.130

Poolsbrug

€

5.680

Smellebrêge

€

2.130

Spinhûsstege

€

2.130

Stationsbrug

€

4.970

Terbandsterbrug

€

6.390

Trambrug

€

7.100

€

422.000

Brug Albert Mol's Menninge

€

71.000

Brug Brandeleane

€

156.200

Steiger Sake Visserstrjitte

€

4.260

Vlonder Konvitspaed

€

113.600

Boarnebrug (elektromechanisch)

€

213.000

Totaal

€

558.000

56

Beheerplan Kunstwerken Kapitaalgoederen 2021-2022

Uit te voeren maatregelen 2022

Vervanging *

Brug De Stekker

€

81.503

Brug Hellingbaas

€

82.511

Brug Park De Heide

€

41.296

Duiker Denemarkendreef

€

19.055

Duiker Duitslanddreef

€

17.694

Duiker Energielaan

€

6.049

Helling Wetterwille

€

2.662

Steiger Amelandlaan

€

12.098

Steiger Deelenweg

€

2.516

Steiger Mauritslaan

€

18.450

Steiger Sake Visserstrjitte

€

37.808

Zijlroedebrug (elektromechanisch)

€

213.000

Smallebrêge (elektromechanisch)

€

355.000

Ter Bandsterbrug (slagboominstallatie)

€

33.370

Totaal

€

923.000

Regulier onderhoud

€

-

*) In de begroting 2022 kan sprake zijn van kleine afwijkingen (a.g.v. toepassing financiële verordening) Meerjarenperspectief De budgetbehoefte is berekend op basis van de kwalitatieve planning voor de jaren 2021 tot en met 2025. De cyclische planningen laten zien dat na 2025 voor kunstwerken de budgetbehoefte gaat oplopen. Op basis van de cyclische planning is er voor kunstwerken een grote piek zichtbaar in 2030. Dit betreft met name groot vervangingswerk in het woongebied. Door op reguliere momenten te inspecteren houdt de gemeente vinger aan de pols ten aanzien van de ontwikkelingen.

Financien Budgetbehoefte De voortzetting van het huidige beleid vraagt om een gemiddelde budgetbehoefte ten aanzien van het reguliere onderhoud en vervangingsinvesteringen van € 950.000 (gemiddeld over de jaren 2021 en 2022). Voor de periode 2023-2025 bedraagt dit gemiddelde € 920.000 (uitgaande van voortzetting van huidig beleid). Het gemiddelde over de periode 2021-2025 bedraagt € 930.000. 2021 CT kunstwerken technische staat vervanging

€ €

421.740 558.060

€ € -

2022

Gem. 2021-2022

Gem. 2023-2025* Gem. 2021-2025*

923.012

€ €

€ €

180.000 740.000

€ €

190.000 740.000

€

-

210.000 740.000

anders

€

€

250.000

€

150.000

hout**

€

558.060

€

923.012

€

740.000

€

490.000

€

590.000

verzorging

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€

979.800

€

923.012

€

950.000

€

920.000

€

930.000

57

€

-

Beheerplan Kunstwerken Kapitaalgoederen 2021-2022

* Het gemiddelde van de jaren 2023 tot en met 2025 (en daarmee ook 2021-2025) betreft een indicatie op basis van voortzetting van huidig beleid en is afgerond op € 10.000. Bij de herijking in 2022 in combinatie met een nieuwe Nota Kapitaalgoederen 2023-2027 worden de exacte effecten voor de periode t/m 2027 inzichtelijk gemaakt. De hierin door de raad te maken keuzes (bijvoorbeeld duikers in plaats van bruggen) zullen van invloed zijn op de gepresenteerde cijfers in deze nota voor 2023-2025, vandaar dat hier nu gemiddelden zijn opgenomen. Naast de nog te maken keuzes in de nieuwe Nota Kapitaalgoederen zullen nieuwe inzichten, inspecties of voortgang van projecten ook van invloed zijn op de hier gepresenteerde cijfers. ** Hout en/of elektromechanische installaties Stand voorziening Het onderhoud van kunstwerken wordt gefinancierd middels de voorziening. Aan de voorziening wordt jaarlijks een dotatie/toevoeging gedaan, waarvan de hoogte wordt gebaseerd op de uit te voeren werken zoals opgenomen in onderhoudsplanning. Vervolgens vindt bij uitvoering van onderhoud een onttrekking aan de voorziening plaats. De stand van de voorziening van civiele kunstwerken is weergegeven in onderstaande tabel. 2021 Stand 1/1 Storting Onttrekking stand 31/12

€ € € €

524.681 85.348 421.740 188.289

2022 € € €

2023

188.289 85.348 273.637

€ € € €

58

273.637 85.348 122.756 236.229

2024 € € € €

236.229 85.348 189.546 132.032

2025 € € €

132.032 85.348 217.380 -

Concept v2.1 31 augustus 2021

4.3 Beheerplan Oevers

Beheerplan Oevers Kapitaalgoederen 2021-2022

Inleiding In de Nota Kapitaalgoederen 2021 – 2022 (met een doorkijk tot en met 2025) zijn de effecten aangegeven bij voortzetting van het in 2016 vastgestelde beleid voor het beheer van de oevers in de gemeente Heerenveen. In 2022 vindt een herijking plaats van dit beleidskader. Bij deze herijking moeten keuzes worden gemaakt voor het in de toekomst te hanteren kwaliteitsniveau, de hiervoor benodigde middelen en de financiering/dekking hiervan. Het afwegen en maken van deze keuzes zal moeten leiden tot een nieuwe Nota Kapitaalgoederen voor de periode 2023-2027 en vaststelling door de raad in 2022. Dit alles gebaseerd op de dan meest actuele inzichten en financiële uitgangspunten. Onderhoud aan oevers wordt bekostigd vanuit de voorziening. Vervangingen worden geactiveerd, er is dan sprake van een investering. Activeren (een investering) leidt daarbij tot “een kapitaallast” (rente en aflossing). Er is bij oevers meestal sprake van vervangingen. Herstel van damwanden/beschoeiing leidt meestal tot vervanging (nieuw voor oud) en niet tot onderhoud (behoudens beperkt herstel of oplossen calamiteit/lek). In de praktijk van alledag worden de termen groot onderhoud en vervangen/investering vaak door elkaar gebruikt. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) geeft hierin echter de duidelijke verschillen en regels aan.

Onderhoud is het uitvoeren van preventieve dan wel correctieve maatregelen om een object in goede staat (op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau) te houden of te brengen. Onderhoud kan worden onderscheiden in klein en groot onderhoud. Het uitvoeren van onderhoud is niet levensduur verlengend, maar het object behoudt zijn waarde binnen de geplande levensduur. Van een investering is pas sprake bij een significante kwaliteitsverbetering in verwachte levensduur of functionaliteit. Dan wordt er waarde toegevoegd. Dit is sowieso het geval bij nieuwe aanleg of algehele vervanging van bijvoorbeeld een damwand. Aanvullend geeft de BBV hierbin aan dat ook maatregelen aan een bestaand object (mogen) gelden als investering, als dat leidt tot:   

Een significante kwaliteitsverbetering (bijvoorbeeld een investering in de vervanging van een beschoeiing); Een levensduurverlenging; Aanpassingen om te voldoen aan wet- en regelgeving.

Samengevat betekent dit: 

Beheer, klein onderhoud en groot onderhoud mag niet geactiveerd worden en wordt bekostigd uit de exploitatiebegroting en/of uit een ingestelde voorziening.  Levensduur verlengende- of kwaliteit verbeterende maatregelen en vervangingen mogen wel worden geactiveerd. Dit beheerplan, behorende bij de Nota Kapitaalgoederen 2021 – 2022 (opgesteld in 2021), geeft inzicht in de afbakening en kaders, het te beheren areaal, de kwaliteit en de (financiele) opgave voor het oeverbeheer. Afbakening en kader Het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen vindt plaats op basis van de BOR methodiek (Beheer Openbare Ruimte). De norm wordt bepaald door de landelijk gehanteerde en erkende CROW systematiek en richtlijnen voor oeverbeheer. Daarnaast worden ook de geldende NEN-normering (2767-4) in acht genomen. Binnen de asset oevers worden de volgende onderdelen meegenomen:  Beschoeiing  Damwand  Natuurlijke oever  Kade 60

Beheerplan Oevers Kapitaalgoederen 2021-2022

De oevers zijn onderverdeeld op basis van een gebiedsindeling:  Bedrijventerrein;  Buitengebied;  Centra;  Groengebied;  Hoofdwegen;  Woongebied. Daarnaast is voor ieder type oever het materiaaltype bekend. Dit is van belang omdat hout bijvoorbeeld een kortere levensduur kent dan metaal, waardoor de afschrijftermijnen bij vervangingsinvesteringen verschillen. Bij het beheren van de openbare ruimte speelt wet- en regelgeving een belangrijke rol. Deze wet- en regelgeving geeft niet alleen een richting of wettelijke plicht aan voor de mate van kwaliteit van de inrichting en/of van de instandhouding maar geeft ook aan op welke wijze de uitvoering van de inrichting of het beheer en onderhoud moet plaatsvinden. De gemeente is bij wet verantwoordelijk voor het beheer van de oevers. De wettelijke zorgplicht van oevers is geborgd in de Waterwet en Wegenwet (voor civieltechnische constructies). De essentie betreft dat de beheerder moet optreden als ‘goede rentmeester’ en de zorg heeft kapitaalvernietiging te voorkomen. In 2016 is het ‘Kwaliteitsplan Kapitaalgoederen en beheer 2016-2020’ vastgesteld. Destijds is er inzicht gegeven in drie beheerscenario’s. De gemeenteraad heeft gekozen voor het scenario ‘bewust beheer’.

Dit scenario is onder andere tot stand gekomen met input van bewoners en leidde bijvoorbeeld tot extra aandacht voor bijvoorbeeld de verzorgingsgraad van de openbare ruimte in centrumgebieden. Ook voor de Nota Kapitaalgoederen 2021 – 2022 is dit beleidskader “bewust beheer” het uitgangspunt. Voor het beheer van oevers betekent dit dat alle oevers op een basisniveau worden onderhouden. Basis betekent dat de assets voldoende onderhouden zijn, er geen sprake is van kapitaalvernietiging, maar er nog wel wat op de kwaliteit aan te merken is. Conform de normen van CROW mag er dan ook enige sprake zijn van bijvoorbeeld uitspoeling of functieverlies. Veilig gebruik door de gebruiker zonder risico’s is een belangrijk uitgangspunt. Voor het kwaliteitsplan wordt gebruik gemaakt van kwaliteitsniveaus. In de kwaliteitscatalogus van het CROW worden 5 kwaliteitniveaus’s onderscheiden: Niveau Zeer hoog Hoog Basis Laag Zeer laag

Algemene beschrijving Uitstekend onderhouden, als nieuw Goed onderhouden, bijna niets op aan te merken Voldoende onderhouden, wel wat op aan te merken Sober tot voldoende, enige achterstanden bij het onderhoud Onvoldoende onderhouden, flinke achterstanden, kapot

Elk kwaliteitsniveau bevat omschrijvingen en criteria met meetbare en toetsbare normen, zodat keuzes eenduidig kunnen worden toegepast in beleid en getoetst kunnen worden. In de figuur op hiernaast is per kwaliteitsniveau een impressie gegeven van een beschoeiing.

61

Rapportcijfer Cijfer > 9,5 Cijfer 7,5 – 9,4 Cijfer 5,5 – 7,4 Cijfer 3,5 – 5,4 Cijfer < 3,4

Beheerplan Oevers Kapitaalgoederen 2021-2022

Areaal De gemeente beheert ruim 55 kilometer oevers. In de onderstaande tabel is per type en per structuurelement de hoeveelheid (strekkende meter) oevers opgenomen.

In de afgelopen jaren (2016 – 2020) is het gehele areaal oevers in de gemeente opnieuw geïnspecteerd en geïnventariseerd. Hieruit is gebleken dat veel oevers niet, of niet goed, in het beheersysteem waren verwerkt. Dit heeft geresulteerd in een optimalisatie van het beheersysteem Obsurv. Hierdoor is er een toename te zien in het areaal. Het totale areaal oevers is met ca. 20.000 m1 gestegen, waarvan de grootste stijging onder beschoeiingen (15.000 m1). Kwaliteit en proces Beleid Het huidige beleid (onderhoudsscenario) wordt voortgezet. Voor oevers resulteert dit in ‘alles op een basisniveau’. Daarmee is het gebruik veilig en is er geen sprake van kapitaalvernietiging. Bij vervangingen wordt wel gekeken om daar waar mogelijk is natuurvriendelijke oevers te maken. Oever inspectie De basis voor het bepalen van de opgave binnen het oeverbeheer is het resultaat van de inspectie. De conditiemetingen (inspecties) volgens de NEN 2767-4 - waarbij de kwaliteit van het gehele areaal aan oevers wordt beoordeeld of het nog voldoet aan de functie. Dit resulteert in een basisplanning en -begroting op basis van de kwalitatieve staat van het areaal (korte termijn) en cyclische normeringen voor onderhoud (langere termijn). Gelijktijdig worden de kleinschalige schades opgenomen en gerapporteerd.

De gemeente voert elke 5 jaar een volledige inspectie uit, om inzicht te hebben in de huidige staat van de assets en hierop te kunnen anticiperen ten aanzien van de kwaliteitsontwikkeling in relatie tot het beschikbare budget. Tussendoor vinden er gerichte inspecties plaats. De laatste volledige inspectie is in 2019 uitgevoerd. Planning en begroting Na oplevering van de oeverinspecties worden de resultaten geïmporteerd in het beheersysteem Obsurv. Met behulp van dit systeem en vastgelegde rekenregels wordt een kwalitatieve planning oevers gedraaid. Dit is een planning met een looptijd van maximaal 5 jaar, die wordt bepaald op basis van de bij de visuele inspecties (NEN 2767-4) beoordeelde kwaliteit van de oeveronderdelen. De gemeten kwaliteit wordt getoetst aan de richtlijn waarmee bepaald wordt in welk planjaar een maatregel (onderhoud en vervanging) plaats moet vinden. Op basis van de schade wordt de bijbehorende maatregel met kosten vastgesteld. Voor de lange termijn wordt gebruik gemaakt van cyclische maatregelpakketten. In de basisplanning en - begroting wordt geen rekening gehouden met prioritering op basis van bepaalde beleidsuitgangspunten (bijvoorbeeld de esthetische waarde van damwanden in het centrum of een lager risico van beschoeiingen met gebreken in het buitengebied), gelijkmatige begrotingsbudgetten en budgetbeperkingen.

De resultaten van de kwalitatieve planning worden door het beheersysteem op netwerkniveau gepresenteerd waarbij voor het geheel aan oevers de totaalbedragen per planjaar worden 62

Beheerplan Oevers Kapitaalgoederen 2021-2022

getoond. Deze bedragen per planjaar vormen de input voor de onderbouwing van de opgave voor het oeverbeheer. Kwaliteit 2020 Oevers worden geïnspecteerd op basis van de NEN 2767-4, die zes labels/kwaliteitsniveaus hanteert (zie figuur rechts). Toetsing aan het beleid op basis van beeldkwaliteit is met deze inspectiemethode niet mogelijk. Het grootste deel van de oevers scoren uitstekend tot redelijk. Dit betreft 37.616 strekkende meter. Dit past binnen het vastgestelde beleidsuitgangspunt van een basisniveau. 17.580 strekkende meter oever scoort matig, slecht of zeer slecht. Deze oevers hebben nog onderhoud nodig. Er is sprake van de nodige opgaaf voor vervanging. Waar mogelijk wordt bij vervanging gekeken naar aanbrengen van een natuurlijke oever in plaats van vervanging (nieuw voor oud) van de aanwezige constructie. In de figuur rechts worden de kwaliteitsscores uit de oeverinspecties gepresenteerd. Budgetplanning en – begroting 2021 en 2022 Op basis van de uitgevoerde inspecties is een kwalitatieve planning voor de komende jaren opgesteld. Voor 2021 en 2022 zijn er alleen vervangingen gepland en geen groot onderhoud. Er is bij oevers meestal sprake van vervangingen. Herstel van damwanden/beschoeiing leidt meestal tot vervanging (nieuw voor oud) en niet tot onderhoud (behoudens beperkt herstel of oplossen calamiteit/lek).

Daarnaast wordt bij een totale herinrichting ook gekeken naar de aanwezige oeverbescherming en deze wordt tegelijkertijd aangepakt (bv. kades Breedpad en Mounedyk). Dit resulteert in de uitvoering van de volgende werken: Uit te voeren vervangingen 2021 *

Kosten

Uit te voeren vervangingen 2022 *

Kosten

Buorren

€

42.600

Damwand Amelius van Oenmapark

€

26.852

Damwand De Opfaert

€

9.372

Damwand Badweg

€

18.208

Damwand De Seine

€

116.440

Damwand Boudewijn Leenheerstraat

€

3.799

Damwand De Warring

€

42.600

Damwand Communicatielaan

€

6.352

Damwand De Wimpel

€

127.800

Damwand De Lûken

€

44.462

Damwand Folkert Kuipersstrjitte

€

26.980

Damwand De Warring

€

3.992

Damwand It Rûm

€

42.600

Damwand De Wimpel

€

82.572

Damwand Konvitspaed

€

170.400

Damwand Eerste Compagnonweg

€

22.710

Damwand Ljouwerterdyk

€

14.200

Damwand Leppedyk

€

6.200

Damwand Mounedyk

€

107.920

Damwand Ljouwerterdyk

€

10.284

Damwand Opsteker

€

16.330

Damwand Oranje Nassaulaan

€

2.662

Damwand Sake Visserstrjitte

€

110.760

Damwand Sake Visserstrjitte

€

12.213

Damwand Ulbe Twijnstrawei

€

19.170

Damwand Willem Jehannes Koopmansstrjitte

€

8.520

It Bjinstap

€

49.700

Kade Breepad

€

1.136.000

Kade Meyerweg

€

2.556.000

Oever Sake Visserstrjitte

€

239.980

Totaal

€

4.837.000

Totaal

€

240.000

*) In de begroting 2022 kan sprake zijn van kleine afwijkingen (a.g.v. toepassing financiële verordening) 63

Beheerplan Oevers Kapitaalgoederen 2021-2022

Meerjarenperspectief De budgetbehoefte is berekend op basis van de kwalitatieve planning voor de jaren 2021 tot en met 2025. De cyclische planningen laten zien dat na 2025 voor oevers de budgetbehoefte varieert. Voor oevers is in 2030 wel een grote piek zichtbaar. Dit betreft o.m. de vervanging van oevers in het buitengebied. Door op reguliere momenten te inspecteren houdt de gemeente vinger aan de pols ten aanzien van de ontwikkelingen.

Financien Budgetbehoefte De voortzetting van het huidige beleid vraagt om een gemiddelde budgetbehoefte ten aanzien van het reguliere onderhoud en vervangingsinvesteringen van € 2.538.840 (gemiddeld over de jaren 2021 en 2022). Voor de periode 2023-2025 bedraagt dit gemiddelde € 960.000 (uitgaande van voortzetting van huidig beleid). Het gemiddelde over de periode 2021-2025 bedraagt € 1.580.000. 2021

2022

Gem. 2021-2022

Gem. 2023-2025* Gem. 2021-2025*

240.305

€ €

2.538.840

€ €

70.000 880.000

€ €

40.000 1.540.000

€

22.709

€

1.857.355

€

130.000

€

820.000

€

217.596

€

681.485

€

750.000

€

720.000

€

-

€

-

€

-

€

-

€

240.305

€

€

960.000

€

1.580.000

Oevers technische staat vervanging

€ €

4.837.372

€ €

anders

€

3.692.000

hout

€

1.145.372

verzorging

€ €

4.837.372

2.538.840

* Het gemiddelde van de jaren 2023 tot en met 2025 (en daarmee ook 2021-2025) betreft een indicatie op basis van voortzetting van huidig beleid en is afgerond op € 10.000. Bij de herijking in 2022 in combinatie met een nieuwe Nota Kapitaalgoederen 2023-2027 worden de exacte effecten voor de periode t/m 2027 inzichtelijk gemaakt. De hierin door de raad te maken keuzes (bijvoorbeeld duikers in plaats van bruggen) zullen van invloed zijn op de gepresenteerde cijfers in deze nota voor 2023-2025, vandaar dat hier nu gemiddelden zijn opgenomen. Naast de nog te maken keuzes in de nieuwe Nota Kapitaalgoederen zullen nieuwe inzichten, inspecties of voortgang van projecten ook van invloed zijn op de hier gepresenteerde cijfers. Stand voorziening Het onderhoud van oevers wordt gefinancierd middels de voorziening. Aan de voorziening wordt jaarlijks een dotatie/toevoeging gedaan, waarvan de hoogte onder andere gebaseerd op de uit te voeren werken zoals opgenomen in onderhoudsplanning. Vervolgens vindt bij uitvoering van onderhoud een onttrekking aan de voorziening plaats. De stand van de voorziening van oevers is weergegeven in onderstaande tabel. Stand 1/1 Storting Onttrekking stand 31/12

€ €

2021 138.655 17.065

€

155.720

€ €

2022 155.720 17.065

€

172.785

-

-

64

€ € € €

2023 172.785 17.065 151.666 38.184

€ € € €

2024 38.184 17.065 28.340 26.910

€ € €

2025 26.910 17.065 43.975

-

Beheerplan Oevers Kapitaalgoederen 2021-2022

Investeringen De investeringen (vervangingen) brengen kapitaallasten met zich mee (afschrijving en rente). Voor hout wordt in de financiële verordening een afschrijvingstermijn van 20 jaar aangehouden en voor andere materialen geldt een termijn van 40 jaar. In onderstaand overzicht is weergegeven wat de kapitaallasten op lange termijn voor de vervangingsinvesteringen van 2021 en 2022 zijn. Investeringen 40 jaar Investering Afschrijving Rente Kapitaallast Investeringen 20 jaar Investering Afschrijving Rente Kapitaallast

€

€

2021 3.692.000 -

€ € € €

2021 1.145.372 -

€ € € €

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=5ea43c20-eecf-45eb-a5eb-8f41e2eb2f6f