Bijlage 2 Bestemmingsplan Heerenveen - Centrum-Oost fase 3
Tekst van het document
Ten behoeve van de ontwikkeling is het geluidsaspect onderzocht voor de bouw van de parkeergarage en de verplaatsing van de supermarkt. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in bijlage 4 en bijlage 5. Met betrekking tot milieubelastende activiteiten wordt aangegeven dat de wijzigingen van het parkeren op het Burgemeester Kuperusplein niet zorgen voor een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit geldt ook voor een eventueel terras. Een goede bouwkundige scheiding tussen de woningen en de supermarkt is wel van belang. De supermarkt zal moeten voldoen aan de geluidsnormen zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 2.17). In het Activiteitenbesluit staan geluidsnormen op gevels van gebouwen én geluidsnormen in inen aanpandige gebouwen, zoals in dit geval de bestaande appartementen boven de nieuwe supermarkt. Bij de melding Activiteitenbesluit zal moeten worden aangetoond dat de supermarkt voldoet aan deze geluidsnormen.
Conclusie Geconcludeerd wordt dat, gezien het gemengd gebied, er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
4.3
Water
Toetsingskader De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Wetterskip Fryslân, verantwoordelijke voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van de ontwikkeling dient de digitale watertoets doorlopen te worden om Wetterskip Fryslân in te lichten over het voornemen. De beschrijving van de wateraspecten sluit zoveel mogelijk aan bij de indeling van het Waterbeheerplan en de Leidraad Watertoets in de thema's Veilig, Voldoende en Schoon.
32/1084
Toetsing Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap. Het resultaat van de check is opgenomen in bijlage 3. De uitkomst van deze toets is dat de korte procedure moet worden gevolgd. Voor de korte procedure verstrekt het waterschap standaard een wateradvies. Dit wateradvies geeft handvatten om de uitkomsten en aandachtspunten van de watertoetsaanvraag mee te nemen in het opstellen van het ruimtelijke plan. Veilig Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt mogelijk de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied wordt bebouwd of verhard. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Gezien het feit dat het plangebied al volledig is verhard, is er geen sprake van een verhardingstoename en hoeft er niet gecompenseerd te worden in het plangebied.
Wel moet in verband met de bouw van de parkeergarage grondwater worden onttrokken. Afstemming hierover dient plaats te vinden met het waterschap. Voldoende water Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Bij de inrichting van het plangebied kan hierop geanticipeerd worden door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te richten. Door nú maatregelen te nemen, worden steden en dorpen mooier en wordt grote schade in de toekomst voorkomen. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Met de inrichting van het Burgemeester Kuperusplein wordt hier reeds rekening mee gehouden door de keuze voor een groenere inrichting. Schoon water Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. In dit geval wordt rioolwater aangesloten op het gemeentelijk riool. Hemelwater wordt waar mogelijk afgekoppeld en geïnfiltreerd op het eigen perceel of aangesloten op een nabij gelegen oppervlaktewater.
Hierover is reeds met het waterschap contact geweest. De aanlegwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn om verontreiniging van het water te voorkomen. Er dient aangelegd te worden met milieuvriendelijk en duurzaam materiaal.
33/1084
Conclusie Indien afstemming met het waterschap plaatsvindt, zodat rekening kan worden gehouden met de relevante wateraspecten staat het aspect water de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
4.4
Geluid
Toetsingskader Wet geluidhinder Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging. Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (binnen- of buitenstedelijk).
Bestemmingen met een binnenstedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. Activiteitenbesluit In het Activiteitenbesluit zijn geluidsnormen opgenomen waar inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer (bedrijven), aan moeten voldoen. Toetsing Ten behoeve van de bouw van de parkeergarage en de verplaatsing van de Albert Heijn is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in bijlage 4. Omdat later bleek dat de ingang van de parkeergarage in dit onderzoek was ingetekend conform het stedenbouwkundig plan 'n Gouden Rand, direct aan de Koornbeursweg, zijn aanvullende berekeningen uitgevoerd met de ingang van de parkeergarage halverwege het Burgemeester Kuperusplein, zoals het plan er in de meest actuele situatie uitziet. De resultaten van deze aanvullende berekeningen zijn opgenomen in bijlage 5. Er zijn drie varianten berekend: 1. Huidige situatie inclusief autonome groei; 2. Toekomstige situatie verplaatsen Albert Heijn, parkeerkelder met 1 ondergrondse parkeerlaag, terrassen mogelijk in de plint bij de Albert Heijn; 3. Toekomstige situatie verplaatsen Albert Heijn, parkeerkelder met 2 ondergrondse parkeerlagen, terrassen mogelijk in de plint bij de Albert Heijn.
Bij het onderzoek is de akoestische situatie in beeld gebracht ter plaatse van omliggende woningen en ter plaatse van de nieuwe of geplande woonbestemmingen binnen het plangebied. Hieruit volgen de volgende
34/1084
conclusies. Activiteitenbesluit Er kan door de nieuwe Albert Heijn worden voldaan aan de normen uit het Activiteitenbesluit. Bij de toets aan het Activiteitenbesluit moet nog wel worden getoetst of ook voldaan wordt aan de normen die gelden voor de bestaande appartementen boven de nieuwe Albert Heijn. Omdat dit te maken heeft met de bouwkundige uitvoering, komt dit bij de uitwerking van de plannen aan de orde. De parkeergarage zal ook onder het Activiteitenbesluit komen te vallen. De bijdrage van de in- en uitrit is daarom ook getoetst aan de geluidnormen van dit besluit. De bijdrage van variant 2 valt met 49 dB(A) net onder de norm van 50 dB(A) (etmaalwaarde) en de bijdrage van 53 dB(A) t.g.v. variant 3 zit hier 3 dB(A) boven. Via maatwerk mag een geluidsnorm verhoogd worden tot maximaal 55 d(A) waarbij een afweging gemaakt moet worden over de bijdrage t.o.v. het heersende omgevingsgeluid. Daarnaast moet het geluid in woningen (Bouwbesluit) niet boven het wettelijk niveau van 35 dB(A) uitkomen. Het heersend geluidniveau is in deze omgeving hoog en wordt met name veroorzaakt door het wegverkeer. De gevels van woningen moeten een minimum geluidwering bezitten van 20 dB. Met een geluidbelasting op de gevel van 53 dB(A) kan een geluidsniveau gehaald worden dat onder het vereiste geluidsniveau in woningen van het Bouwbesluit valt.
Het verhogen van de geluidnorm van het Activiteitenbesluit met 3 dB(A) is daarmee aanvaardbaar. Wet geluidhinder De 50 nieuwe woningen op de huidige Albert Heijn locatie zijn volgens de Wet geluidhinder 'geluidgevoelig'. Daarom is getoetst of op deze woningen voldaan wordt aan de normen uit de Wet geluidhinder. Uit het onderzoek blijkt dat er ter plaatse van de nieuwe woonbestemming (wonen-uit te werken) voldaan wordt aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Bij de uitwerking van het woongebied zal onderzocht moeten worden wat de precieze geluidbelasting op de gevels van de woningen wordt. Eventueel moet hiervoor een hogere grenswaarde worden vastgesteld, of moeten er doeltreffende maatregelen genomen worden om de geluidbelasting te beperken tot de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. In de regels van dit bestemmingsplan is een voorwaarde opgenomen voor het uit te werken woongebied: de geluidbelasting op de nieuwe woningen moet voldoen aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder, óf aan een vastgestelde hogere grenswaarde. Goede ruimtelijke ordening (cumulatieve geluidbelasting) Behalve toetsing aan de wettelijke normen, is onderzocht of er wat geluid betreft, sprake is van 'goede ruimtelijke ordening'. In het onderzoek is daarom de cumulatieve geluidbelasting berekend op woningen in- en om het plangebied.
De cumulatieve geluidbelasting is de optelling van de geluidbelasting van het verkeer op de Koornbeursweg, de Albert Heijn inclusief winkelwagens, de terrassen en de parkeerbewegingen en verkeersbewegingen op het BK-plein zelf. Uit het onderzoek blijkt dat de cumulatieve geluidbelasting op de bestaande appartementen aan de westzijde van het BK-plein, hoog is. Wanneer we uitgaan van de worstcase situatie wat geluid betreft, dus de ingang van de parkeergarage
35/1084
halverwege het Burgemeester Kuperusplein, is de cumulatieve geluidbelasting bij één parkeerlaag 63 dB (variant 2 uit het onderzoek) en bij twee parkeerlagen 64 dB (variant 3 uit het onderzoek) op deze woningen. Wanneer er geen ontwikkelingen zouden plaatsvinden en de situatie blijft zoals nu (variant 1), is de cumulatieve geluidbelasting op deze woningen 61 dB. De huidige geluidbelasting is ook te zien in figuur 4.1. Hier is te zien dat de bestaande situatie een vrij hoge geluidbelasting kent (61-65 dB).
Figuur 4.1
Cumulatieve geluidbelasting (bron: Atlas van de leefomgeving)
Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting nu en in de toekomst met name wordt veroorzaakt door de Koornbeursweg. Het toevoegen van de parkeergarage leidt niet tot veel extra geluid door deze weg: voor de Koornbeursweg gaat het in de huidige situatie om een bijdrage van 59,8 dB, in variant 2 om 59,9 dB en in variant 3 om 60,4 dB. Uit de berekeningen blijkt dat, als de parkeergarage wordt gerealiseerd, de geluidtoename met name wordt veroorzaakt door de rijroute naar de parkeergarage. De bijdrage vanwege de rijroute naar de parkeergarage is voor de huidige situatie nihil en voor variant 2 en 3 respectievelijk 56 en 59 dB. De bijdrage vanwege de in- en uitrit van de parkeergarage en de nieuwe Albert Heijn en terrassen op de totale geluidbelasting is verwaarloosbaar. De geluidbelasting veroorzaakt door parkeerbewegingen op het plein zelf, neemt af. Uit bovenstaande beschrijving blijkt dat de cumulatieve geluidbelasting op de woningen in de huidige situatie uitkomt op 'tamelijk slecht' (61-65 dB). In de toekomstige situatie, met één of twee parkeerlagen, neemt deze cumulatieve geluidbelasting iets toe maar blijft het niveau 'tamelijk slecht'. Ook blijkt dat de geluidbelasting met name wordt veroorzaakt door het wegverkeer op de Koornbeursweg en de rijroute naar de parkeergarage.
De toename van geluid door de toename van verkeer op de Koornbeursweg is klein en maatregelen aan de Koornbeursweg zijn daarom niet doeltreffend. Het meest doeltreffend is om op de rijroute naar de parkeergarage een maatregel toe te passen waarin voor wegverharding gekozen wordt waardoor het geluid
36/1084
afneemt. Deze rijroute moet immers toch nog worden aangelegd en de maatregel is het meest effectief, gezien het feit dat deze rijroute behoorlijk bijdraagt op de totale belasting. Deze maatregel moet daarom worden toegepast bij het aanleggen van de rijroute. Met het nemen van deze maatregel wordt de nieuwe situatie als aanvaardbaar geacht. Dit is ook gelet op het feit dat het plein wordt vergroend, wat bijdraagt aan het leefklimaat op en rondom het plein, en gelet op het feit dat de geluidbelasting elders in dit deel van het centrum door de ontwikkeling afneemt, bijvoorbeeld aan het Gashoudersplein en aan de oostzijde van het Burgemeester Kuperusplein. In het geheel bekeken wordt daarom geconcludeerd dat de geluidbelasting aanvaardbaar is. Het aspect geluid staat de beoogde ontwikkeling bij alle drie de varianten niet in de weg. Omdat ten opzichte van het akoestisch onderzoek van 2022 en de aanvulling daarop, de ligging van de in- en uitgang van de parkeergarage en het parkeerterrein op het Burgemeester Kuperusplein wordt gewijzigd, is het akoestisch onderzoek aangevuld. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage In dit rapport is daarom de bijdrage van het parkeren op- en onder het Burgemeester Kuperusplein opnieuw berekend.
Daarnaast is de cumulatieve geluidsbelasting op de omliggende woningen rond het Burgemeester Kuperusplein opnieuw bepaald en getoetst aan een goede ruimtelijke ordening. Uit het onderzoek blijkt dat per saldo er op een aantal punten rond het Burgemeester Kuperusplein sprake van een toename van de geluidsbelasting is, op een aantal punten blijft de geluidsbelasting gelijk en op een aantal punten is er sprake van een afname van de geluidsbelasting. Daarnaast blijkt uit het akoestisch onderzoek van mei 2022, dat er in de nieuwe situatie sprake is van een verbetering van het woon- en leefklimaat rond het Gashoudersplein. Een groot deel van het parkeren verdwijnt van die locatie door de nieuwe ontwikkelingen. Een groot deel van de geluidsemissie van de AH verdwijnt bij de woningen rond het Gashoudersplein. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het plangebied. Uit het bovenstaande blijkt dat het aspect geluid de geoogde ontwikkeling niet in de weg staat.
4.5
Bodem
Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Toetsing In het kader van de aanleg van een parkeergarage aan het Burgemeester Kuperusplein is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 7. Uit het onderzoek blijkt het volgende: Zintuiglijk zijn in de grond geen bijmengingen waargenomen die kunnen duiden op eventuele aanwezigheid
37/1084
van bodemverontreiniging. In de grond en op het maaiveld zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen waargenomen. In de grond zijn geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters aangetoond. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde concentraties aan de onderzochte parameters gemeten. Uit het voorgaande blijkt dat de hypothese "verdacht" voor het terrein formeel dient te worden aanvaard. De gemeten overschrijdingen van de streefwaarden zijn echter dermate gering dan wel van natuurlijke oorsprong, dat zij vanuit milieukundig oogpunt geen bezwaar vormen. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt niet dat de voormalige activiteiten (gasfabriek en chemische wasserij) nabij de onderzoekslocatie hebben geleid tot verontreiniging van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. Er wordt nog wel aangegeven dat bij werkzaamheden waarbij grond die vrijkomt en elders zal worden hergebruikt, het Besluit bodemkwaliteit van toepassing is. Andere onderzoeken volgen bij de uitwerking als onder andere de diepte van de grondwerkzaamheden bekend is. De ontgronding is vergunningplichtig. Na vaststelling van het bestemmingsplan wordt het plan technisch uitgewerkt en de vergunning voor ontgronding aangevraagd.
Voor het 'uit te werken woongebied' zal bij de concrete planontwikkeling het aspect bodem aan de orde worden gesteld, omdat op die locatie een bodemgevoelige functie wordt gerealiseerd. Een bodemonderzoek zal in het kader van de vergunningverlening worden uitgevoerd. Conclusie Het aspect bodem staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
4.6
Archeologie
Toetsingskader In de Erfgoedwet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Voor Heerenveen wordt gebruik gemaakt van de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE). De kaart is opgemaakt voor twee perioden: de ijzertijd-middeleeuwen en de steentijd-bronstijd. Toetsing Op de provinciale archeologisch verwachtingskaart FAMKE is het perceel voor de periode ijzertijd middeleeuwen aangeduid als “geen onderzoek noodzakelijk”. Dit advies wordt gegeven als op basis van eerder onderzoek is gebleken dat er zich geen archeologische resten in de bodem bevinden, of wanneer de archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de periode ijzertijd middeleeuwen op gefundeerde gronden zodanig laag is dat de kans op aantasting bij de meeste ingrepen zeer klein is.
38/1084
Op basis van de provinciale archeologische verwachtingskaart voor de periode steentijd - bronstijd is voor het plangebied een karterend onderzoek noodzakelijk. In deze gebieden kunnen zich op enige diepte archeologische lagen uit de steentijd bevinden, die zijn afgedekt door een veen- of kleidek. Recent is er een update van het FAMKE doorgevoerd. Deze is nog niet officieel gepubliceerd, maar wordt wel gehanteerd door de gemeente Heerenveen. Op basis van deze update geldt dat er geen onderzoek noodzakelijk is voor deze locatie. Aanvullend archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk op basis van het FAMKE. Archeologisch onderzoek in het kader van het voorliggende bestemmingsplan kan achterwege blijven. Mochten er bij overige bodemingrepen desondanks toch bodemvondsten worden gedaan, dan dienen die gemeld te worden bij de provinciaal archeoloog. Conclusie Het aspect archeologie staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
4.7
Cultuurhistorie
Toetsingskader De rol van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening is de laatste jaren sterk toegenomen. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee veelal een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening. Toetsing De oude linten van de plaats Heerenveen vormen de historische structuur van waaruit Heerenveen zich in de loop der eeuwen heeft ontwikkeld. Het is een noord-zuid structuur, die loopt vanaf de Leeuwarderstraatweg in het noorden tot de Wolvergaasterweg in het zuiden. Gaandeweg is het centrum ontstaan, waarvan de Dracht de straat is geworden met de voornaamste voorzieningen. Eind 20e eeuw is het centrum verder uitgebreid en is het Burgemeester Kuperusplein en de aangrenzende bebouwing gerealiseerd. De planontwikkeling heeft geen invloed op de bestaande structuren. De gemeente Heerenveen heeft in zijn erfgoednota cultuurhistorisch beleid vastgelegd. In de nota is het plangebied niet aangewezen als cultuurhistorisch waardevol. Het plangebied maakt geen deel uit van een cultuurhistorisch waardevol gebied. Er is geen nader onderzoek naar cultuurhistorie noodzakelijk.
Conclusie Het aspect cultuurhistorie staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
4.8
Ecologie
Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Deze zijn geregeld in de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb). Met de
39/1084
Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura 2000-gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: • soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; • soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; • overige soorten. Toetsing De ontwikkeling van het plangebied betreft de herinrichting van de gebouwen ten behoeve van de verplaatsing van de Albert Heijn en de bouw van een parkeergarage en de herinrichting van het parkeerterrein. Ten behoeve van deze ontwikkeling is een ecologische quickscan worden uitgevoerd. Op deze manier is onderzocht of als gevolg van de uitvoering van het plan sprake is van effecten op wettelijk beschermde soorten flora en fauna en/of natuurgebieden (Natura 2000), alsook in het kader van houtopstanden. Bij deze quickscan is een inschatting gemaakt van de (mogelijk) binnen de invloedssfeer van het plan aanwezige beschermde natuurwaarden en de effecten van de voorgenomen plannen op deze waarden.
Gebiedsbescherming Natura 2000 en NNN Het plangebied maakt geen deel uit van beschermde gebieden als Natura 2000 en Natuur Netwerk Nederland (Voormalige EHS). De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn de Deelen op ruim 6 kilometer is, het Sneekermeergebied op ruim 8,7 kilometer, Rottige Meenthe & Brandemeer op circa 9,5 kilometer en Van Oordt's Mersken op ruim 11 kilometer afstand tot het plangebied. Gezien de afstand zal de ontwikkeling in het plangebied geen significante gevolgen hebben voor omringende beschermde natuurgebieden. Stikstof De ontwikkeling van het plangebied zou wel kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden in de omgeving. Daarom is voor deze ontwikkeling beoordeeld of deze significante effecten heeft voor de stikstofdepositie binnen daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden. Met het programma AERIUS Calculator is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. Deze berekening is onder meer uitgevoerd op basis van gegevens van het verkeersonderzoek (zie bijlage 1). De resultaten van het stikstofonderzoek zijn opgenomen in bijlage 8. Deze berekening is geactualiseerd, waarbij tevens de opmerkingen van de provincie zijn meegenomen.
Uit de berekening blijkt dat zowel in de aanleg- als de exploitatiefase de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is.
40/1084
Soortenbescherming Ten aanzien van de soortenbescherming gelden onder andere algemene verboden tot het verwijderen van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten, het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings- of vaste rustplaatsen of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten of het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort. Het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten vormt een te onderzoeken aspect omdat met de plannen effecten kunnen gaan ontstaan op soorten die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming. In verband met het herinrichten van de bebouwing, waarbij mogelijk verbouwwerkzaamheden plaatsvinden en een mogelijke kap van bomen ten behoeve van de bouw van de parkeergarage en de herinrichting van het burgemeester Kuperusplein is op basis van de Wet natuurbescherming een ecologisch onderzoek in de vorm van een quickscan uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 9. Uit de quickscan is het volgende naar voren gekomen: Algemene broedvogels Binnen het plangebied kunnen vogelsoorten tot broeden komen waarvan de nesten geen jaarronde bescherming genieten, maar wel beschermd zijn wanneer er sprake is van een broedgeval. Het advies is om de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren.
Vleermuizen (verblijfplaatsen) De aanwezigheid van en negatieve effecten op kraam-, zomer-, paar- en winterverblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied kan niet op voorhand uitgesloten. Het gaat hier vooral om potentiële verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis en de laatvlieger, maar strikt genomen kunnen ook verblijfplaatsen van soorten als watervleermuisen en meervleermuis niet worden uitgesloten. Dit geldt zowel voor de locatie waar de Albert Heijn nu gevestigd is, als de locatie waar deze gevestigd zal worden. Het advies om nader onderzoek uit te laten voeren om de aanwezigheid van verblijfplaatsen vast te stellen, dan wel uit te sluiten is overgenomen. Een vervolgonderzoek is uitgevoerd, waarvan de resultaten zijn opgenomen in bijlage 10. Hieruit blijkt dat tijdens het onderzoek één paarverblijf van de ruige dwergvleermuis en één paarverblijf van de gewone dwergvleermuis is geconstateerd. Er wordt een ontheffing bij de provincie Friesland aangevraagd op de Wet natuurbescherming voor het verwijderen van deze paarverblijven. Deze ontheffing kan verkregen worden door het aanbieden van voldoende alternatieve verblijfplaatsen die een overeenkomstige functie kunnen vervullen als de aangetroffen verblijven van de ruige en gewone dwergvleermuis.
Zorgplicht Er kunnen andere soorten voorkomen in het plangebied waarvoor een vrijstelling geldt in het geval van schade aan deze soorten. De zorgplicht van de Wnb schrijft echter voor dat men verplicht is om alles wat redelijkerwijze mogelijk is, te doen of juist te laten om schade aan wilde planten en dieren zoveel mogelijk te voorkomen. Dit bijvoorbeeld tot uiting worden gebracht door altijd zo te werken, dat dieren kunnen ontsnappen en/of deze te verplaatsen naar een geschikt biotoop in de directe omgeving. Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.
41/1084
Conclusie Indien verblijfplaatsen van vleermuizen worden aangetroffen, dient een ontheffing te worden aangevraagd en compenserende en mitigerende maatregelen te worden getroffen. Bovendien is de zorgplicht van toepassing. Daarmee staat het aspect ecologie met betrekking tot soortenbescherming de beoogde ontwikkeling niet in de weg. Het aspect ecologie staat ook met betrekking tot gebiedsbescherming de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
4.9
Externe veiligheid
Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals bijvoorbeeld vuurwerk, aardgas of lpg. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen(bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn alsmede op het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. Toetsing Voor de inventarisatie van de aanwezige risicobronnen met de daarbij behorende veiligheidszones is de risicokaart geraadpleegd. Op circa 460 meter vanaf de rand van het plangebied ligt de spoorlijn Heerenveen-Steenwijk. Normaliter worden er via deze spoorlijn geen gevaarlijke stoffen getransporteerd. Derhalve is deze spoorlijn niet in het Basisnet spoor vastgelegd. De spoorlijn wordt niet aangemerkt als een risicobron. Daarbij komt dat de spoorlijn op meer dan 200 meter afstand ligt en daardoor ook niet relevant is voor externe veiligheid in het kader van dit bestemmingsplan. De Rijksweg A32 waarover wel gevaarlijke stoffen worden getransporteerd en in het Basisnet Weg is opgenomen ligt op meer dan 200 meter vanaf de rand van het plangebied en is daarom niet relevant voor externe veiligheid. De afstand bedraagt circa 670 meter. Op circa 400 meter van het plangebied is een buisleiding gelegen.
Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van deze leiding. Conclusie Gezien de afstand van het plangebied tot de spoorweg, de A32 en de buisleiding vormt het aspect externe veiligheid geen beperking voor de ontwikkeling van het plan.
4.10 Luchtkwaliteit Toetsingskader Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing.
42/1084
Toetsing Er worden met dit plan maximaal 50 woningen mogelijk gemaakt. De ontwikkeling heeft wel effect op de verkeersstromen, maar zal niet leiden tot dermate meer verkeer. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is in eerste instantie niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
4.11 Kabels en leidingen Toetsingskader Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. Toetsing In of nabij het plangebied lopen geen hoofdleidingen of -kabels. Ook liggen er geen relevante zones over het plangebied. Conclusie Voor dit bestemmingsplan zijn geen zones en/of hoofdleidingen waarmee rekening dient te worden gehouden.
43/1084
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische vormgeving
Het juridische systeem
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
5.2
Toelichting op de bestemmingen
In het voorliggende bestemmingsplan wordt de beoogde situatie vastgelegd. Het plangebied in dit plan heeft drie bestemmingen, te weten: Centrum - Kernwinkelgebied De gronden met de bestemming 'Centrum - Kernwinkelgebied' zijn bedoeld voor detailhandel en horecabedrijven in categorie 1 op de begaande grond. Dienstverlenende bedrijven en instellingen zijn ook mogelijk binnen deze bestemming. Woningen zijn alleen vanaf de tweede bouwlaag toegestaan en mogen alleen gestapeld worden gebouwd. Op de tweede bouwlaag is wel een biljartcentrum mogelijk. Verkeer - Verblijfsgebied De gronden met de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' zijn onder andere bedoeld voor wegen en straten, fiets- en voetpaden, trottoirs, pleinen, terrassen en dergelijke. Bovendien is hier ondergronds parkeren mogelijk. Het ondergronds parkeren is mogelijk voor één bouwlaag. Met een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken en kunnen er ook twee bouwlagen worden gerealiseerd. Wonen - Uit te werken De gronden met de bestemming 'Wonen - Uit te werken' zijn bestemd voor maximaal 50 woningen. Deze bestemming moet nog nader worden uitgewerkt.
44/1084
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Ruimtelijke ordening is voor een groot deel een belangenafweging. Uit deze belangenafweging blijkt de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Om dit aan te tonen doorloopt het bestemmingsplan de in de wet vastgelegde bestemmingsplanprocedure. Voorafgaand aan de bestemmingsplanprocedure heeft de raad de definitieve versie van de centrumvisie vastgesteld. Vooroverleg en inspraak Het voorontwerp wordt op basis van de inspraakverordening niet voor inspraak ter inzage gelegd. Er vindt geen vooroverleg plaats met overleginstanties. Afstemming met het Wetterskip heeft reeds plaatsgevonden. Inspraak heeft plaatsgevonden op basis van 'n Gouden Rand (stedenbouwkundige uitwerking van de gebiedsdeals E, F en G). Hierbij is specifiek ingezoomd op de volgende onderdelen: Faciliteiten Historisch waterverbindend Heerenveen Ontmoeten Cultuur Groen Toegankelijkheid Verkeer Activiteiten Verbinden Winkels Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van vrijdag 6 januari 2023 tot en met donderdag 16 februari 2023 voor een ieder ter inzage gelegen. Tijdens deze periode bestond de mogelijkheid om schriftelijk of mondeling zienswijzen in te dienen. Eén en ander is op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt door middel van een publicatie in het Gemeenteblad, de Heerenveense Courant en de website van de gemeente. Er zijn vier schriftelijke zienswijzen ingediend.
Deze zienswijzen zijn beantwoord door de gemeente in de zienswijzennota, welke is opgenomen in bijlage 11. Een aantal zienswijzen heeft geleid tot aanpassingen in de toelichting en de regels. Vaststelling Daarnaast is de toelichting aangepast naar de meest recente situatie en om de plannen te verduidelijken. Dat heeft er ook in geresulteerd dat enkele wijzigingen in de toelichting en de regels zijn doorgevoerd. Het bestemmingsplan wordt vervolgens gewijzigd vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat voor belanghebbenden de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen.
45/1084
6.2
Economische uitvoerbaarheid
De kosten die gepaard gaan met de verplaatsing van de supermarkt en de invulling van de panden (de private delen van de ontwikkeling), worden door de private initiatiefnemer gedragen. De kosten voor de realisatie van de parkeergarage en inrichting van openbare ruimte worden door de gemeente gedragen. Voor dit deel is een budget beschikbaar gesteld. Verder is een samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen de private initiatiefnemer en de gemeente over onder andere de plankosten. Tevens is het aspect planschade meegenomen in deze overeenkomst. De plannen zijn daarmee economisch uitvoerbaar.
46/1084
Bijlagen toelichting
47/1084
48/1084
Bijlage 1
49/1084
Verkeersonderzoek
HaskoningDHV Nederland B.V. Mobility & Infrastructure
Notitie / Memo Aan: Van: Datum: Kopie: Ons kenmerk: Classificatie: Goedgekeurd door:
Gemeente Heerenveen Royal HaskoningDHV 14 oktober 2022 BI5044-MI-NT-221014-1409 Projectgerelateerd Click or tap here to enter text. Verkeersonderzoek Ontwikkeling Parkeergarage Burgemeester Kuperusplein
Onderwerp:
1
Inleiding
Aanleiding van het verkeersonderzoek is de centrumplanontwikkeling van de gemeente Heerenveen. Onderdeel van deze centrumplanontwikkeling is het verplaatsen van supermarkt Albert Heijn en de realisatie van een ondergrondse parkeergarage op de locatie Burgemeester Kuperusplein (BK-plein). Voor deze ontwikkeling is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. In het bestemmingsplan is het van belang inzicht te krijgen in de gewijzigde verkeersstromen naar aanleiding van de plannen voor een ondergrondse parkeergarage op het BK-plein. De gemeente Heerenveen heeft Royal HaskoningDHV gevraagd een verkeersonderzoek op macroniveau uit te voeren voor ondergenoemde punten. Op deze manier wil de gemeente komen tot een voorkeursoplossing ter verwerking in het bestemmingsplan en de benodigde input ontvangen voor het geluidsonderzoek in het bestemmingsplan. Wij hebben deze vraag als volgt vertaald:
Kan het parkeerterrein/garage en de directe omgeving de aan- en afvoer van het verkeer aan?
Kunnen omliggende kruispunten de aan- en afvoer van het verkeer aan en welke aanpassingen zijn hiervoor nodig? Rekening houdend met conflictpunten op kruispunten;
Navolgend op de bovenstaande vraag, is het studiegebied in het paarse kader in afbeelding 1.1 aangegeven. In het studiegebied zijn de volgende straten en locaties opgenomen:
1. Enkelstrooksrotonde Burgemeester Falkenaweg – Koornbeursweg;
2. Voorrangskruispunt met opstelstroken parkeergarage Burgemeester Kuperusplein;
3. Fietspad Koornbeursweg: eenrichtingsfietspaden beide zijden (in de voorrang);
4. Enkelstrooksrotonde Van Kleffenslaan – Koornbeursweg – Atalantastraat – Europalaan.
4
2
1
Afbeelding 1.1 Studiegebied Verkeersonderzoek BK-plein (paars). 14 oktober 2022
BI5044-MI-NT-221014-1409
1/26
2
Werkwijze/ uitgangspunten
In dit hoofdstuk is ingegaan op de uitgangspunten welke van belang zijn voor de input van het verkeersmodel en daarmee het verkeersonderzoek. De uitgangspunten zijn per categorie ingedeeld. 1. Parkeergarage Burgemeester Kuperusplein: o
Capaciteit:
Maaiveld huidig: 275 parkeerplaatsen
Maaiveld + 1 of 2 lagen, realisatiejaar 2025;
o
150 parkeerplaatsen begane grond/maaiveld;
250 parkeerplaatsen verdieping -1;
225 parkeerplaatsen verdieping -1 i.c.m. verdieping -2;
225 parkeerplaatsen verdieping -2;
TOTAAL: 600 parkeerplaatsen
Verkeersgeneratie (motorvoertuigen per etmaal) van de parkeerplaatsen op basis van gemiddelde bezetting:
De verkeersgeneratie o.b.v. de parkeerplaatsen zijn aangeleverd door de gemeente Heerenveen. In deze gegevens zijn de berekeningen van de verkeersgeneratie met aantallen en rekenwijze opgenomen. De verkeersgeneratie van de varianten is als volgt:
Maaiveld (huidig 275 parkeerplaatsen): o
Gemiddelde werkdag: 1.200 mvt/etm
o
Gemiddelde zaterdag: 3.300 mvt/etm
Maaiveld + -1 laag (toekomst 400 parkeerplaatsen): o
Gemiddelde werkdag: 1.700 mvt/etm
o
Gemiddelde zaterdag: 4.800 mvt/etm
Maaiveld + -2 lagen (toekomst 600 parkeerplaatsen): o
Gemiddelde werkdag: 2.600 mvt/etm
o
Gemiddelde zaterdag: 7.100 mvt/etm
2. Ontwikkelingen: o
o
Wonen;
92 sociale huurappartementen;
Verkeersgeneratie berekenen: CROW, publicatie 381;
Uitgangspunten: sociale huurappartementen in sterk stedelijk gebied, in het centrum;
Verkeersgeneratie: 270 (op basis van max. 2,9 bewegingen per woning per werkdag) en 240 verkeersbewegingen per etmaal (op basis van max. 2,6 bewegingen per woning per weekdag);
Winkelen
Verplaatsing entree supermarkt Albert Heijn van Gashouderplein naar het BK-plein waarbij:
14 oktober 2022
De verkeersgeneratie gelijk is gebleven omdat de geringe toename BVO in de toekomstige situatie niet leidt tot noemenswaardige extra verkeersgeneratie;
BI5044-MI-NT-221014-1409
2/26
De verdeling in het model is aangepast op de werkelijke toekomstige situatie.
3. Omliggende wegen: o
Aan- en afvoer naar parkeergarage BK-plein waarbij:
Toekomstige situatie: Linksafvak vanaf rotonde Burgemeester Falkenaweg naar ingang parkeergarage BK-plein;
Toekomstige situatie: Rechtsafvak vanaf kruispunt Koornbeursweg naar parkeergarage BK-plein;
Toekomstige situatie: Verkeer vanaf parkeergarage BK-plein is verplicht rechtsaf te slaan;
o
Fietspad Koornbeursweg: eenrichtingsfietspaden per wegzijde (in de voorrang);
o
Enkelstrooksrotonde Burgemeester Falkenaweg – Koornbeursweg: enkelstrooksrotonde;
o
Enkelstrooksrotonde Van Kleffenslaan – Koornbeursweg – Atalantastraat – Europalaan:
Waarbij de fietsers op het parallelle eenrichtingsfietspaden ter hoogte van de rotonde geen voorrang hebben.
Varianten Het verkeersmodel Heerenveen is in 2015 opgesteld en in 2018 is er een herkalibratie (ijking aan nieuwe tellingen) geweest voor het deel nabij de A32. Met bovenstaande gegevens over het BK-plein zijn de volgende varianten met het Verkeersmodel 2030 Heerenveen doorgerekend:
Variant 1: Huidige situatie maaiveld parkeren (2030 – 8 jaar) in 2022;
Variant 2a: Maaiveld parkeren, 1 jaar voor realisatie (2030 – 6 jaar) in 2024;
Variant 2b: Ontwikkelingen + maaiveld en -1 laag parkeren, 10 jaar na realisatie (2030 + 5 jaar) 2035;
Variant 2c: Ontwikkelingen + maaiveld en -1 + -2 laag parkeren, 10 jaar na realisatie (2030 + 5 jaar) 2035.
Het Verkeersmodel 2030 Heerenveen is als basis gebruikt om de volgende beweegredenen:
Alle ontwikkelingen rondom de A32 zone (K. R. Poststraat en Oranje Nassaulaan) zijn meegenomen;
In het Verkeersmodel 2018 zijn de ontwikkelingen van de A32 zone niet meegenomen;
Rekenen vanuit 2018 naar toekomstige jaren kan, vanwege het ontbreken van de A32 zone ontwikkelingen, een te vertekenend beeld geven van de verkeersintensiteiten;
Om bovenstaande reden is het representatiever door terug te rekenen vanuit 2030 dan te rekenen vanuit 2018.
Verkeersmodel Heerenveen 2030 Voor de nieuwe verkeerssituatie parkeergarage maaiveld + -1 en/of -2 laag op locatie Burg. Kuperusplein, is door de gemeente een stedenbouwkundig ontwerp opgesteld (Uitwerking N Gouden Rand 210702-12 Stedenbouwkundige verkenning.pdf). De situatie waaraan bovenstaand document refereert, is de basis voor het statisch verkeersmodel. Het verkeersmodel heeft een weergave gegeven van de volgende momenten: - Motorvoertuigen op wegvakniveau per variant, per etmaal en per werkdag;
14 oktober 2022
BI5044-MI-NT-221014-1409
3/26
-
o Cijfers fungeren als basis voor akoestisch onderzoek FUMO; Personenauto equivalent (pae) op kruispuntniveau per: o Gemiddelde avondspits: dit is het uurgemiddelde van een twee uur durende avondspits; o Maatgevende avondspits: dit is het drukste uur van een twee uur durende avondspits; o Maatgevend zaterdag uur: gebaseerd op basis van de aangeleverde verkeerstellingen uit de jaren 2018 en 2019.
Akoestisch onderzoek FUMO De aanpassingen van het wegennet rondom de projectlocatie Burgemeester Kuperusplein hebben effect op onder andere de luchtkwaliteit. Ten behoeve van de aanpassing van het huidige bestemmingsplan is akoestisch onderzoek benodigd. De gemeente Heerenveen heeft FUMO gevraagd dit onderzoek uit te voeren. Doordat Royal HaskoningDHV de varianten doorrekent en hier verkeersgegevens uit genereert, heeft Royal HaskoningDHV de verkeersgegevens voor FUMO opgesteld. Daarmee is er eenduidigheid in gebruik van verkeersgegevens. De werkwijze en resultaten van de input voor het akoestisch onderzoek zijn opgenomen in Bijlage 1 “BI5044-MI-NT-221014-1742-Memo verkeerscijfers BK plein Heerenveen.pdf”.
3
Resultaten en analyse
De resultaten van de doorgerekende varianten is te verdelen op wegvak- en kruispuntniveau: 1. Wegvak: a. Intensiteit (mvt/etm) gemiddelde werkdag vanuit het verkeersmodel; b. De intensiteit/capaciteit (I/C) -verhouding: om te bepalen of wegvakken niet overbelast raken in maatgevende uren. Vanuit het verkeersmodel is inzicht gegeven in de intensiteit in verhouding met de capaciteit van een wegvak; Een I/C verhouding van 0,7 (70%) en lager is acceptabel. Hierbij zal geen of weinig doorstromingsproblemen optreden; Een I/C verhouding van 0,7 – 0,9 kan op bepaalde momenten plaatsvinden zoals tijdens de ochtend- en/of avondspits; Een I/C verhouding van 0,9 (90%) of hoger geeft een indicatie dat structureel filevorming optreed. 2. Kruispunt: Meerstrooksrotondeverkenner: berekenen van capaciteiten en gemiddelde wachttijden van verschillende rotondevormen. Per onderdeel zijn de resultaten per onderzoek en is een korte analyse met conclusie per navolgende paragrafen opgenomen.
14 oktober 2022
BI5044-MI-NT-221014-1409
4/26
3.1
Wegvak: Intensiteiten
Wat betreft de wegvakintensiteiten is uitgegaan van de volgende wegvakken, gelegen tussen de genoemde kruispunten, in tabel 3.1 in Heerenveen: Nr.
Straat
Wegvak vanaf kruispunt
Wegvak tot kruispunt
1
Koornbeursweg
Molenplein
Burgemeester Falkenaweg
2
Koornbeursweg
Burgemeester Falkenaweg
Burgemeester Kuperusplein
3
Atalantastraat
Van Kleffenslaan
A. Kuypersweg
4
Europalaan
Koornbeursweg
C. Gerritsmastraat
5
Coehoorn van Scheltingaweg
Koornbeursweg
Van Oenemastraat
6
Van Oenemastraat
Koornbeursweg
Meineszstraat
7
Burgemeester Falkenaweg
Koornbeursweg
J. P. Engelmanstraat
8
Entree Parkeergarage BK-plein
Koornbeursweg
9
Minckelerstraat
Van Kleffenslaan
Gashoudersplein
10
Van Kleffenslaan
Koornbeursweg
P. J. Troelstralaan
11 Van Kleffenslaan P. J. Troelstralaan Gashoudersplein Tabel 3.1: wegvakken ten behoeve van meetlocaties verkeersmodel Heerenveen.
Bovenstaande tabel laat ook de meetlocatie op de Van Oenemastraat zien. Dit wegvak komt voort uit de wegvakken welke de FUMO heeft opgevraagd. Echter komt de Van Oenemastraat niet voor in het verkeersmodel Heerenveen. Om die reden zijn geen gegevens bekend van wegvak 6, Van Oenemastraat. De locaties met behorende nummering uit tabel 3.1 zijn in onderstaande overzichtskaart in afbeelding 3.2 opgenomen.
Afbeelding 3.2: meetlocaties verkeersmodel Heerenveen.
In onderstaande tabel 3.3 zijn de gegenereerde resultaten van het verkeersmodel opgenomen. De resultaten zijn in detail opgenomen in bijlage 3.1a – 3.1d. De intensiteiten betreffen de afgeronde intensiteitswaarden op doorsnede (som van beide richtingen) van de wegvakken op een gemiddelde werkdag per etmaal.
14 oktober 2022
BI5044-MI-NT-221014-1409
5/26
Variant 1 (2022)
Variant 2a (2024)
Variant 2b (2035)
Variant 2c (2035)
Maaiveldparkeren
Maaiveldparkeren
Maaiveld-parkeren + -1 laag parkeren + ontwikkelingen
Maaiveld-parkeren + 1 + -2 laag parkeren + ontwikkelingen
Verschil variant 2b t.o.v. variant 2a
Verschil variant 2c t.o.v. variant 2b
Wegvak
Doorsnede mvt/etm
Doorsnede mvt/etm
Doorsnede mvt/etm
Doorsnede mvt/etm
Verschil %
Verschil %
1
11500
11700
12300
13600
5,1%
10,6%
2
9300
9500
11000
12400
15,8%
12,7%
3
7300
7400
8100
8600
9,5%
6,2%
4
2100
2100
2400
2600
14,3%
8,3%
5
600
600
600
700
0,0%
16,7%
6
0
0
0
0
0
0
7
6800
6900
7400
7900
7,2%
6,8%
8
1600
1600
2100
3100
31,3%
47,6%
9
1900
1900
600
1000
-68,4%
66,7%
10
3900
4000
4700
5000
17,5%
6,4%
4100
4300
-10,8%
4,9%
11 3600 3700 Tabel 3.3: meetlocaties verkeersmodel Heerenveen.
Vanuit tabel 3.3 zijn de volgende resultaten opvallend: - Variant 2b (2035, -1 laag): o Een sterke toename van ca. 31% op de aansluiting parkeergarage BK-plein (WV8); o Toename van ca. 13% op de Koornbeursweg (WV2); o Sterke daling van bijna 70% bij de Minckelerstraat (WV9); Deze daling is te wijten aan het feit dat de parkeercapaciteit aan de Minckelerstraat in 2035 sterk is gereduceerd ten opzichte van 2024. o Toename van 17,5% verkeer in variant 2b (2035, 1-laag) bij de Van Kleffenslaan (WV10); - Variant 2c (2035, -2 laag); o Toename van ca. 13% op de Koornbeursweg (WV2) en ca. +17% op de Coehoorn van Scheltingaweg (WV5); o Toename van ca. 48% meer verkeer op aansluiting parkeergarage BK-plein (WV8); o Toename van bijna 70% op de Minckelerstraat (WV9); o Geringe toename tussen de 2,5 en 10% op de overige wegvakken.
14 oktober 2022
BI5044-MI-NT-221014-1409
6/26
3.2
Wegvak: I/C verhouding
In bijlage 3.2.a – 3.2.f zijn de modelplots met intensiteit/capaciteitsverhoudingen opgenomen van variant 2b en 2c. De plots geven een weergave tijdens een gemiddeld ochtendspits-, avondspitsuur en maatgevend uur op zaterdag. Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling in stedelijk gebied geeft de IC ene indicatie, maar het beste kan dit nader worden onderzocht door een simulatie op te stellen. De bevindingen met betrekking tot de I/C verhoudingen in variant 2b (2035, 1-laag) en 2c (2035, 2-laag) zijn als volgt: - Ochtendspits: o Nauwelijks tot geen verschil (0 – 2%) in IC-verhoudingen tussen beide varianten op het omliggende wegennet van het Burgemeester Kuperusplein en in het centrum van Heerenveen aanwezig; - Avondspits: o Nauwelijks tot geen verschil (0 – 2%) in IC-verhoudingen tussen beide varianten op het omliggende wegennet van het Burgemeester Kuperusplein en in het centrum van Heerenveen aanwezig; o De IC-verhouding op de aansluiting parkeergarage Burgemeester Kuperusplein ligt tussen de 38 en 50%. In variant 2c is de toename in de aanvoer van de parkeergarage toegenomen met 4%; o De IC-verhouding rondom de rotonde Burgemeester Falkenaweg ligt het hoogst in het studiegebied, namelijk tussen de 56 tot 84%; o Het zwaartepunt in beide varianten ligt met name op het zuidwestelijke wegvak op de rotonde van de Burgemeester Falkenaweg.
Hier ligt de IC verhouding tussen de 90 – 92% in de avondspits in beide varianten. De druk op dit wegvak ligt hoger door de combinatie van verkeer, komende uit oostelijke- en westelijke richting, naar zuidelijke richting. Een reden welke ook meespeelt is dat verkeer vanaf parkeergarage BK-plein een keerbeweging kan maken op de rotonde Burgemeester Falkenaweg. - Maatgevend zaterdag uur: o Nauwelijks tot geen verschil (0 – 2%) in IC-verhoudingen tussen beide varianten op het omliggende wegennet van het Burgemeester Kuperusplein en in het centrum van Heerenveen aanwezig; o De IC-verhouding op de aan- en afvoerende weg van het Burgemeester Kuperusplein ligt tussen de 29 en 56% in variant 2b. In variant 2c is de toename in de aan- en afvoer van de parkeergarage toegenomen met 9 tot 10%; o Op de rotonde Burgemeester Falkenaweg ligt de IC-verhouding in beide varianten tussen de 50 en 65%. Analyse en conclusie De IC-verhouding op de aansluiting parkeergarage Burgemeester Kuperusplein in de avondspits ligt tussen de 38 en 50%. De rotonde is met name een aandachtspunt in de avondspits. Op de specifiek het zuidwestelijke wegvak van de rotonde ligt de IC verhouding in variant 2b en 2c op 90 – 92%.
3.3
Kruispunten: Meerstrooksrotondeverkenner en methode Harders
In deze paragraaf is per kruispunt ingegaan op de verkeersbelasting rondom de beoogde situatie van de parkeergarage op het Burgemeester Kuperusplein. In alle berekeningen is uitsluitend gekeken naar de situaties variant 2b (2035, 1-laag) en 2c (2035, 2-laag). Per kruispunt is de volgende methode toegepast: - Paragraaf 3.3.1 Enkelstrooksrotonde Burgemeester Falkenaweg o Meerstrooksrotondeverkenner:
14 oktober 2022
BI5044-MI-NT-221014-1409
7/26
-
-
3.3.1
Door middel van de Meerstrooksrotondeverkenner is de capaciteit en wachttijd voor bepaalde stromen van gemotoriseerd bepaald; Belangrijkste aanvulling is dat de Meerstrooksrotondeverkenner in principe geen rekening houdt met langzaam verkeer (fietser en/of voetganger) in- of uit de voorrang. Paragraaf 3.3.2 Kruispunt Burgemeester Kuperusplein – Koornbeursweg: o Methode Harders: toegepast om een inschatting te geven van de verliestijden van verkeersbelasting op een (voorrangs-)kruispunt zonder verkeerslichten; Paragraaf 3.3.3 Enkelstrooksrotonde Koornbeursweg – Europalaan – Van Kleffenslaan – Atalantastraat: o Meerstrooksrotondeverkenner: Door middel van de Meerstrooksrotondeverkenner is de capaciteit en wachttijd voor bepaalde stromen van gemotoriseerd bepaald; Belangrijkste aanvulling is dat de Meerstrooksrotondeverkenner in principe geen rekening houdt met langzaam verkeer (fietser en/of voetganger) in- of uit de voorrang.
Enkelstrooksrotonde Burgemeester Falkenaweg – Koornbeursweg
De rotonde Burgemeester Falkenaweg – Koornbeursweg is een éénstrooksrotonde. Om te bepalen of de rotonde de verkeersstroom en -stromen aan kan, is met behulp van de meerstrooksrotonde een berekening voor de I/C verhouding uitgevoerd. De intensiteit/capaciteit (I/C) -verhouding is toegepast om te bepalen of wegvakken niet overbelast raken in maatgevende uren. Vanuit het verkeersmodel is inzicht gegeven in de intensiteit in verhouding met de capaciteit van een wegvak; Een I/C verhouding van 0,7 (70%) en lager is acceptabel. Hierbij zal geen of weinig doorstromingsproblemen optreden; Een I/C verhouding van 0,7 – 0,9 kan op bepaalde momenten plaatsvinden zoals tijdens de ochtend- en/of avondspits; Een I/C verhouding van 0,9 (90%) of hoger geeft een indicatie dat structureer filevorming optreed. De berekening voor de I/C verhouding is toegespitst op een gemiddeld avondspitsuur, een maatgevend avondspitsuur (gemiddeld avondspitsuur + 10%) en een maatgevend zaterdaguur. In onderstaande tabel 3.4 is het overzicht met de resultaten van een éénstrooksrotonde vanuit de Meerstrooksrotondeverkenner te zien. In bijlage 3.3.1 zijn de invoergegevens en output van de Meerstrooksrotondeverkenner opgenomen.
14 oktober 2022
BI5044-MI-NT-221014-1409
8/26
Variant 2b (2035)
Variant 2c (2035)
Maaiveld-parkeren + -1 laag parkeren + ontwikkelingen
Maaiveld-parkeren + -1 + -2 laag parkeren + ontwikkelingen
I/C verhouding
Zwaartepunt
Wachttijd (s)
I/C verhouding
Zwaartepunt
Wachttijd (s)
Gemiddeld AS uur
71%
Westelijke tak
11,1
72%
Westelijke tak
11,6
Gemiddeld AS uur + 10%
81%
Westelijke tak
17,9
82%
Westelijke tak
19,2
Maatgevend 38% Oostelijke tak 4,5 43% Oostelijke tak 4,7 zaterdaguur Tabel 3.4: Intensiteit/capaciteitsverhouding en wachttijden rotonde Burgemeester Falkenaweg. AS = Avondspits.
In de Meerstrooksrotondeverkenner is dieper ingegaan op de kruispuntstromen zoals de links- en rechtsafslaande bewegingen waarbij de takken van de rotonde maatgevend zijn. Hoe hoger de intensiteit, hoe hoger de I/C verhouding welke per tak anders is. Tijdens de avondspitsen is duidelijk te zien dat het zwaartepunt bij de rotonde Burgemeester Falkenaweg op de westelijke tak ligt. In een gemiddeld avondspitsuur ligt de intensiteit op ca. 71% van de capaciteit en de wachttijd ligt rond de 11,1 seconden. Wanneer een factor +10% aan de intensiteit wordt toegevoegd voor een maatgevend avondspitsuur, stijgt de wachttijd met ca. 0.5 seconden en neemt het percentage IC verhouding met 1% toe. In een maatgevend zaterdaguur ligt de intensiteit op de rotonde een stuk lager en is de wachttijd gehalveerd ten opzichte van een maatgevend avondspitsuur. Dit gegeven is te verklaren doordat een zaterdag geen piekintensiteiten kent maar een intensiteit meer verdeeld over een aantal uren. Tijdens spitsen is het piekmoment hoger door de omstandigheden zoals school- en/of werktijden. Het verschil tussen ochtend-, avondspitsen en maatgevende zaterdaguren blijkt eveneens uit de aangeleverde verkeerstellingen van de gemeente Heerenveen. Analyse en conclusie Op basis van de Meerstrooksrotondeverkenner met een IC van ca.
71% in de avondspitsperiode, is de westelijke tak van de rotonde een aandachtspunt in de avondspitsperiode.
3.3.2
In- en uitgang Parkeergarage Burgemeester Kuperusplein
Voor de berekening van de doorstroming van gemotoriseerd verkeer op het kruispunt Burgemeester Kuperusplein – Koornbeursweg is gebruik van methode Harders. Deze methode berekent de verliestijden van de verkeersbelasting op het kruispunt. Per methode is ingegaan op een gemiddeld avondspitsuur, een maatgevend avondspitsuur (gemiddeld avondspitsuur + 10%) en een maatgevend zaterdaguur. In bijlage 3.3.2 zijn de invoergegevens en resultaten van de Methode Harders opgenomen. Methode Harders Onderstaande tabel geeft een overzicht van de resultaten van de wachttijden uit Methode Harders. Hierbij is ingegaan op een gemiddeld avondspitsuur, een maatgevend avondspitsuur (gemiddeld avondspitsuur + 10%) en een maatgevend zaterdaguur. In bijlage 3.3.2 zijn de invoergegevens en output van de Methode Harders opgenomen.
14 oktober 2022
BI5044-MI-NT-221014-1409
9/26
Variant 2b (2035)
Variant 2c (2035)
Maaiveld-parkeren + -1 laag parkeren + ontwikkelingen
Maaiveld-parkeren + -1 + -2 laag parkeren + ontwikkelingen
Vanaf:
Koornbeursweg Oost
Koornbeursweg West
Gemiddeld AS uur
0
< 15, linksaf
Gemiddeld AS uur + 10%
0
< 15, linksaf
Burg. Kuperusplein < 15, rechtsaf < 15, rechtsaf
Koornbeursweg Oost
Koornbeursweg West
Burg. Kuperusplein
0
< 15, linksaf
< 15, rechtsaf
0
< 15, linksaf
< 15, rechtsaf
Maatgevend 0 < 15, linksaf 0 0 < 15, linksaf 0 zaterdaguur Tabel 3.5: Wachttijden (sec) kruispunt Burgemeester Kuperusplein – Koornbeursweg. AS = Avondspits.
Bij het kruispunt Burgemeester Kuperusplein – Koornbeursweg is het verkeersbeeld met betrekking tot de wachttijd in beide varianten hetzelfde. Ook is te zien dat de wachttijd voor het verkeer vanaf de Koornbeursweg West naar de parkeergarage Burgemeester Kuperusplein en vice versa in de avondspitsen oploopt tot minder dan 15 seconden (bijna geen wachttijd) in beide varianten. Verkeer vanaf de Koornbeursweg Oost op de doorgaande richting en rechts afslaande richting naar de parkeergarage BK-plein hebben in beide varianten met geen wachttijd te maken. Analyse en conclusie methode Harders Het verkeer rondom de aansluiting parkeergarage Burgemeester Kuperusplein geeft in beide varianten en tijdens alle gemeten periodes hetzelfde verkeersbeeld. Voor de doorgaande richting op de Koornbeursweg Oost is geen vertraging te zien. De Koornbeurs West richting parkeergarage BK-plein heeft te maken met een wachttijd tot max. 15 seconden. Ook het verkeer vanaf parkeergarage BK-plein richting Koornbeursweg Oost heeft een acceptabele wachttijd van max. 15 seconden. Belangrijke kanttekening in deze berekening is dat geen rekening gehouden is met het feit dat fietsers aanwezig zijn op het aan beide zijden gelegen eenrichting fietspad. Het is niet inzichtelijk wat de verkeersstromen betekenen voor de doorstroming en/of verkeersveiligheid voor fietsers.
Daarnaast is de afwikkeling en/of verkeerscirculatie op het maaiveld en de toegang naar de Burgemeester Kuperusgarage niet meegenomen. Wanneer hier hinder ontstaat, kan in de praktijk terugslag ontstaan naar de inrit van het terrein vanaf de Koornbeursweg. De gebruikte verkeersgegevens zijn gegenereerd uit het statisch verkeersmodel. Om de situatie beter te kunnen beoordelen, is de aanbeveling een dynamisch verkeersmodel op te stellen. Hierdoor zijn onder andere conflictpunten en doorstromingsproblemen beter inzichtelijk te maken.
3.3.3
Enkelstrooksrotonde Koornbeursweg – Europalaan – Van Kleffenslaan – Atalantastraat
De rotonde Burgemeester Koornbeursweg – Europalaan – Van Kleffenslaan - Atalantastraat is een éénstrooksrotonde. Om te bepalen of de rotonde de verkeersstroom en -stromen aan kan, is met behulp van de meerstrooksrotonde een berekening voor de I/C verhouding uitgevoerd. De intensiteit/capaciteit (I/C) -verhouding is toegepast om te bepalen of wegvakken niet overbelast raken in maatgevende uren. Vanuit het verkeersmodel is inzicht gegeven in de intensiteit in verhouding met de capaciteit van een wegvak;