CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bestemmingsplan Heerenveen - Centrum-Oost fase 3

Raadsvergadering 24 oktober 2024, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Bestemmingsplan Heerenveen - Centrum Oost (parkeergarage en supermarkt)23.724 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

Heerenveen - Centrum-Oost fase 3 Heerenveen

DATUM IMRO IDN

10-09-2024 NL.IMRO.0074.BPNbkpleineo-OW01

PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

20210443

AUTEUR STATUS

Rho Adviseurs vastgesteld

Inhoudsopgave

Toelichting

6

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Plangebied

7

1.3

Planologische regeling

8

1.4

Leeswijzer

9

Beschrijving van het plan

10

2.1

Huidige situatie

10

2.2

Toekomstige situatie

11

Hoofdstuk 3

Beleidskader

16

3.1

Rijksbeleid

16

3.2

Provinciaal beleid

19

3.3

Gemeentelijk beleid

21

3.4

Dienstenrichtlijn

26

Milieu- en omgevingsaspecten

30

4.1

Mer-beoordeling

30

4.2

Milieuzonering

31

4.3

Water

32

4.4

Geluid

34

4.5

Bodem

37

4.6

Archeologie

38

4.7

Cultuurhistorie

39

4.8

Ecologie

39

4.9

Externe veiligheid

42

4.10

Luchtkwaliteit

42

4.11

Kabels en leidingen

43

Hoofdstuk 5

Juridische vormgeving

44

5.1

Het juridische systeem

44

5.2

Toelichting op de bestemmingen

44

Uitvoerbaarheid

45

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 6

3/1084

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

45

6.2

Economische uitvoerbaarheid

46

Bijlagen toelichting

47

Bijlage 1

Verkeersonderzoek

49

Bijlage 2

Dynamische parkeerbalans

77

Bijlage 3

Watertoets

93

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek

101

Bijlage 5

Aanvullende geluidberekening

875

Bijlage 6

Aanvulling akoestisch onderzoek 2024

883

Bijlage 7

Verkennend bodemonderzoek

905

Bijlage 8

Stikstofonderzoek

993

Bijlage 9

Quickscan flora en fauna

1019

Bijlage 10

Nader onderzoek ecologie

1043

Bijlage 11

Nota van zienswijzen

1057

Regels Hoofdstuk 1

1064 Inleidende regels

1065

Artikel 1

Begrippen

1065

Artikel 2

Wijze van meten

1069

Bestemmingsregels

1070

Artikel 3

Centrum - Kernwinkelgebied

1070

Artikel 4

Verkeer - Verblijfsgebied

1072

Artikel 5

Wonen - Uit te werken

1073

Hoofdstuk 3

Algemene regels

1074

Artikel 6

Anti-dubbeltelregel

1074

Artikel 7

Algemene bouwregels

1075

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

1076

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

1077

Artikel 10

Algemene wijzigingsregels

1078

Artikel 11

Overige regels

1079

Hoofdstuk 2

4/1084

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

1080

Artikel 12

Overgangsrecht

1080

Artikel 13

Slotregel

1081

Verbeelding

5/1084

1083

Toelichting

6/1084

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De gemeente Heerenveen heeft de ambitie om het centrumgebied toekomstbestendig te maken en een kwaliteitsimpuls te geven. Om hier richting aan te geven, is de centrumvisie 'Centrum Heerenveen: ook 'n gouden plak' vastgesteld. Er worden nu kansen gezien voor de ontwikkeling aan de oostkant van het centrum. Door herstructurering kan het centrum qua retail compacter worden gemaakt en de vrijkomende ruimte worden ingevuld met woningbouw en andere functies zoals cultuur en aantrekkelijke verblijfsruimtes in het openbaar gebied. Op basis van de visie is een stedenbouwkundige uitwerking gemaakt voor het oostelijk deel van het centrum, dat het Burgemeester Kuperusplein, het Gashoudersplein en daaraan gelegen bebouwing en het 'cultuurcluster' Ernst van Harenplein omvat. Dit deel van het centrum wordt in vijf fasen aangepakt. Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op fase 2, de bouw van de parkeergarage op het Burgemeester Kuperusplein en op fase 3, de verplaatsing van de Albert Heijn van de ABC-locatie (Albert Heijn, Blokker, C&A) naar het Burgemeester Kuperusplein. De huidige locatie van de Albert Heijn wordt ook in dit bestemmingsplan meegenomen, omdat door de verplaatsing van de Albert Heijn niet een extra mogelijkheid moet worden gecreëerd voor de vestiging van een supermarkt.

Op de huidige locatie van de Albert Heijn zullen uiteindelijk woningen worden gerealiseerd, maar zal in onderhavig plan worden bestemd met een uit te werken woonbestemming. De geldende beheersverordening Heerenveen Centrum staat de beoogde ontwikkeling niet toe. Beleidsmatig bestaat echter ruimte voor herstructurering. Dit bestemmingplan geeft hieraan invulling en biedt een planologisch-juridisch toetsingskader voor de beoogde herontwikkeling.

1.2

Plangebied

In figuur 1.1 is de ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven. Het plangebied is gelegen in het centrum van Heerenveen en betreft het Burgemeester Kuperusplein, de huidige Albert Heijn en de nieuwe locatie van de Albert Heijn.

7/1084

Figuur 1.1

1.3

Ligging en begrenzing van het plangebied

Planologische regeling

Het plangebied is geregeld in de Beheersverordening Heerenveen Centrum, die is vastgesteld op 21 maart 2016. In de beheersverordening is het bestaande gebruik vastgelegd. Voor het plangebied zijn daarbij de aanduidingen 'Waarde-Archeologie 2', 'Centrum-Kernwinkelgebied', 'bouwvlak klasse L', 'bouwvlak klasse A', 'Verkeerscentrum', 'woongebouw', 'recreatieve voorzieningen op 2e bouwlaag', van toepassing. Verder is het plangebied geregeld in de Beheersverordening parkeren, vastgesteld op 7 oktober 2021, de Correctieve beheersverordeningen centrum, vastgesteld op 16 december 2019 en de Partiële herziening beheersverordeningen kamerverhuur, vastgesteld op 16 december 2021. In de Beheersverordening Parkeren is geregeld dat een omgevingsvergunning alleen kan worden verleend als er voldoende parkeergelegenheid is. De Correctieve beheersverordeningen centrum voorziet in een correctieve aanpassing van al vastgestelde beheersverordeningen. De Partiële herziening beheersverordeningen kamerverhuur legt het kamerverhuurbeleid van de gemeente juridisch planologisch vast. Op 14 december 2023 is de eerste aanpassing Partiële herziening beheersverordening kamerverhuur vastgesteld. Deze aanpassing ziet op de verbetering en de eenduidigheid van de regels. De raad heeft op 14 december 2023

8/1084

ook een voorbereidingsbesluit genomen. Dit voorbereidingsbesluit is genomen om er voor te zorgen dat er nieuwe woningen in het centrum worden gerealiseerd die niet voldoen aan een niet-optimale woonkwaliteit. In het plangebied is geen ondergrondse parkeergarage mogelijk, omdat een ondergrondse parkeergarage uitsluitend is toegestaan op gronden ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage'. Op de locatie van de huidige supermarkt is de bestemming Centrum-Kernwinkelgebied van toepassing. Binnen deze bestemming is het niet toegestaan om te wonen. Tot slot is de huidige bebouwing op de nieuwe Albert Heijn-locatie te klein om de nieuwe Albert Heijn te kunnen realiseren.

1.4

Leeswijzer

Na dit hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plan gegeven. Daarbij wordt ingegaan op de bestaande situatie en de gewenste ontwikkeling. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het van belang zijnde beleidskader, waarna in hoofdstuk 4 een toetsing aan de omgevingsaspecten volgt. Wanneer deze van toepassing zijn, worden daarbij de uitgangspunten voor het bestemmingsplan genoemd. In hoofdstuk 5 volgt een toelichting op de werking van het bestemmingsplan en de daarin opgenomen regeling. Het laatste hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, waarbij aandacht wordt besteed aan de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.

9/1084

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving van het plan

Huidige situatie

Huidige locatie supermarkt AH-vastgoed heeft de wens geuit om de huidige supermarkt beter te laten functioneren. De huidige Albert Heijn is nu in het ABC-complex gevestigd. In dit complex zijn ook Blokker en C&A gevestigd. De winkels zijn bereikbaar via een passage. Het complex is in de jaren 80 van de vorige eeuw gebouwd, maar deze plek en de logistiek lopen tegen grenzen aan. Het parkeren vindt plaats op het Gashoudersplein. Dit plein grenst aan het ABC-complex. De bevoorrading van de Albert Heijn vindt ook plaats via dit plein, waardoor voetgangers, auto's, fietsers en vrachtauto's van dezelfde ruimte gebruik maken. Hierdoor kan de bevoorrading van de winkel niet op een verkeersveilige wijze plaatsvinden. Bovendien ademt de huidige supermarkt te weinig kwaliteit en aantrekkingskracht uit. Nieuwe locatie supermarkt De nieuwe locatie voor de supermarkt is gelegen aan het Burgemeester Kuperusplein. Hier is reeds een detailhandelsvestiging met een snookercentrum op de verdieping, maar een deel van het vastgoed staat leeg. Parkeerterrein Het Burgemeester Kuperusplein is een openbaar parkeerterrein en heeft met 275 parkeerplaatsen een belangrijke functie voor het parkeren in het centrum. Het plein is hoofdzakelijk op verkeerskundige wijze ingericht waarbij de auto centraal staat en er weinig ruimte is voor voetgangers.

Rondom het parkeerterrein zijn onder andere dienstverlenende instellingen, een bibliotheek en een bioscoop gesitueerd. In figuur 2.1 is een luchtfoto weergegeven van de huidige situatie.

10/1084

Figuur 2.1

2.2

Luchtfoto van de huidige situatie

Toekomstige situatie

De ontwikkeling van het plangebied is onderdeel van een grote herontwikkeling van het centrum van Heerenveen. Er is een nieuwe centrumvisie opgesteld, die betrekking heeft op een groot deel van het centrum en die voor meerdere deelgebieden vernieuwingen voorziet. Burgemeester Kuperusplein en parkeergarage Het Burgemeester Kuperusplein wordt opnieuw ingericht, waarbij het maaiveld wordt vergroend. Dit betekent dat het aantal parkeerplaatsen wordt gereduceerd tot 150. Onderdeel van de centrumontwikkelingen is daarnaast het vergroenen van het Gashoudersplein en het Ernst van Harenplein, waardoor ook op deze pleinen het aantal parkeerplaatsen reduceert. Om het aantal parkeerplaatsen in de directe nabijheid van de voorzieningen op niveau te houden, wordt een ondergrondse parkeergarage met 2 bouwlagen voor 350 parkeerplaatsen gerealiseerd. Dit betekent een toename van 225 parkeerplaatsen op het Burgemeester Kuperusplein ten opzichte van de huidige situatie. De verkeerskundige situatie op het plein wordt aangepast. Vanwege het feit dat een tweede parkeerlaag wordt overwogen, is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen in

11/1084

dit bestemmingsplan. Supermarkt De Albert Heijn die is gevestigd in het ABC-complex zal worden verplaatst naar de huidige panden aan het Burgemeester Kuperusplein. Deze panden worden ingericht als supermarkt. De bovengelegen appartementen en het snookercentrum worden in stand gehouden. De toegang van de nieuwe Albert Heijn vindt plaats aan het Burgemeester Kuperusplein en de bevoorrading aan het Gashoudersplein. Hierdoor is deze locatie beter en veiliger te bevoorraden. Bovendien ontstaat door deze verplaatsing de mogelijkheid om leegstaand vastgoed uit de markt te nemen. Voor de bestaande winkeliers zal een oplossing worden gevonden binnen de totale herontwikkeling van dit gebied, dan wel in de directe omgeving binnen bestaand leegstaand vastgoed. De Albert Heijn zal pas worden verplaatst na het gereedkomen van de parkeergarage. Aan de westkant van het pand waarin de supermarkt wordt gevestigd is op de begane grond ruimte voor horeca (categorie 1) en detailhandel. Woningbouw Op de huidige locatie van de supermarkt zullen woningen worden gerealiseerd. Het herontwikkelen van het ABC complex vormt met een aantal andere ontwikkelingen in het centrum de laatste fase van de uitvoering van de centrumvisie.

In dit bestemmingsplan wordt voor de huidige locatie van de Albert Heijn een uit te werken woonbestemming opgenomen om de winkelvloeroppervlakte in het centrum gelijk te houden danwel te verkleinen. Met de uit te werken woonbestemming mogen er niet direct woningen gebouwd worden, maar is eerst nog nadere uitwerking en onderzoek noodzakelijk. Op termijn wordt dit gebied wel als woongebied uitgewerkt. In dit bestemmingsplan is een maximum aantal van 50 woningen opgenomen voor deze locatie. Het woningtype is nog niet bekend. In figuur 2.3 is een aantal impressies weergegeven van de nieuwe supermarkt en het Burgemeester Kuperusplein.

12/1084

Figuur 2.3

Impressies van het plangebied

2.2.1 Stedenbouwkundige visie en uitwerking Het plangebied maakt deel uit van het centrum van Heerenveen. In december 2019 heeft de gemeenteraad de centrumvisie 'Centrum Heerenveen: Ook 'n gouden plak' vastgesteld. De voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied vormen met de eerste fase het startschot voor de herontwikkeling van het centrum van Heerenveen, zoals opgenomen in de centrumvisie. Het voornemen is om ook de overige deelprojecten in de toekomst te realiseren, zodat een volledig gerenoveerd en modern centrum ontstaat. Onder andere de uitgangspunten uit deze visie hebben geresulteerd in een stedenbouwkundige uitwerking 'n Gouden rand' dat in januari 2022 is vastgesteld door de gemeenteraad. Het stedenbouwkundig plan is een uitwerking van de abstracte visiekaart die in de centrumvisie is gepresenteerd. Met dit stedenbouwkundig plan wordt de basis gelegd voor de verdere uitwerking van de verschillende inrichtingsplannen die in een volgende fase gemaakt worden (zie ook paragraaf 3.3). De bouw van de parkeergarage en de sloop en verplaatsing (Scapino) van enkele bestaande winkels is de tweede fase van de uitvoering van de visie en de verplaatsing van de Albert Heijn de derde fase. De eerste fase heeft betrekking op een woontoren die aan het Burgemeester Kuperusplein wordt gerealiseerd. Deze woontoren is ten oosten van de nieuwe Albert Heijnlocatie gelegen.

Hiervoor wordt een aparte bestemmingsplanprocedure doorlopen. Voor dit plan wordt een Beeldkwaliteitsplan opgesteld die als aanvulling op de welstandsnota wordt vastgesteld. 2.2.2 Verkeer Verkeersafwikkeling De ontwikkeling betreft de verplaatsing van een supermarkt en de bouw van een parkeergarage onder het Burgemeester Kuperusplein en de herinrichting van het Burgemeester Kuperusplein. Een goede ontsluiting van de parkeergarage is cruciaal om een goede doorstroming op het wegennetwerk en daarmee een goede

13/1084

bereikbaarheid te borgen. Om inzicht te krijgen in de gewijzigde verkeersstromen door de bouw van de parkeergarage is een verkeersonderzoek uitgevoerd, waarvan de resultaten zijn opgenomen in bijlage 1. Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling is gebruik gemaakt van het gemeentelijk verkeersmodel 'Verkeersmodel 2030 Heerenveen'. In het onderzoek zijn vier varianten onderzocht: Variant 1: Huidige situatie maaiveld parkeren (2030 – 8 jaar) in 2022; Variant 2a: Maaiveld parkeren, 1 jaar voor realisatie (2030 – 6 jaar) in 2024; Variant 2b: Ontwikkelingen + maaiveld en -1 laag parkeren, 10 jaar na realisatie (2030 + 5 jaar) 2035; Variant 2c: Ontwikkelingen + maaiveld en -1 + -2 laag parkeren, 10 jaar na realisatie (2030 + 5 jaar) 2035. Variant 2b en 2c hebben betrekking op de situatie met parkeergarage. Resultaten In het verkeersonderzoek worden de volgende beoordelingsschalen gehanteerd: I/C verhoudingen rotondes (intensiteit/capaciteit): Een I/C verhouding van 0,7 (70%) en lager is acceptabel. Hierbij zal geen of weinig doorstromingsproblemen optreden; Een I/C verhouding van 0,7 – 0,9 kan op bepaalde momenten doorstromingsproblemen plaatsvinden zoals tijdens de ochtend- en/of avondspits; Een I/C verhouding van 0,9 (90%) of hoger geeft een indicatie dat structureel filevorming optreedt. Wachttijden kruispunten: Een wachttijd van maximaal 15 seconde is acceptabel.

Hierbij zal geen of weinig doorstromingsproblemen optreden; Een wachttijd van 20 seconden of hoger geeft een indicatie dat structureel filevorming optreed. Enkelstrooksrotonde Burgemeester Falkenaweg – Koornbeursweg Volgens de gehouden berekeningen bedraagt de I/C verhouding (intensiteit/capaciteit) van de westelijke tak van de rotonde circa 71% in de avondspitsperiode. Volgens Royal Haskoning DHV kunnen er op bepaalde momenten doorstromingsproblemen plaatsvinden, zoals tijdens de ochtend- en/of avondspits. Dit betekent dat de westelijke tak in de avondspitsperiode een aandachtspunt is. In- en uitgang Parkeergarage Burgemeester Kuperusplein Uit de uitgevoerde berekening blijkt dat de wachttijd in de avondspitsperiode, voor zowel variant 2b als 2c, maximaal 15 seconden bedraagt. Dit betekent dat de verkeersafwikkeling op de in- en uitgang van de parkeergarage niet zorgt voor knelpunten. Enkelstrooksrotonde Koornbeursweg – Europalaan – Van Kleffenslaan – Atalantastraat Volgens de gehouden berekeningen blijkt dat de rotonde een maximale I/C verhouding kent van circa 48%. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de rotonde een vlotte doorstroming kent en de rotonde geen

14/1084

aandachtspunt is. De ingrepen die plaatsvinden ten behoeve van de verkeersafwikkeling vinden gedeeltelijk plaats buiten het plangebied. De gesignaleerde aandachtspunten zullen worden gemonitord. Daar waar nodig zullen maatregelen worden genomen om de doorstroming te garanderen.

Bevoorrading supermarkt De bevoorrading van de Albert Heijn zorgt in de bestaande situatie nog voor diverse conflictpunten door met name kruisende verkeersbewegingen van bezoekers en bevoorradingsverkeer. In de nieuwe situatie wordt dat met het verplaatsen van de supermarkt en een herinrichting van het Gashoudersplein opgelost. Het laden en lossen van de nieuwe supermarkt zal aan de Gashouderpleinkant plaatsvinden. Ook de winkels aan de Sieverstraat die nu aan de kant van het Gashoudersplein worden bevoorraad, kunnen in de toekomstige situatie via het Gashouderplein worden bevoorraad. 2.2.3

Parkeren

Voor het parkeren geldt als uitgangspunt dat er binnen het plangebied voldoende ruimte moet zijn voor het opvangen van de parkeerbehoefte, om parkeeroverlast in de omgeving van het plangebied te voorkomen. De (her)ontwikkelingen hebben invloed op de parkeervraag. In omvang maar ook op welk moment in de week. Ten behoeve van de ontwikkelingen in het centrum-oost is een dynamische parkeerbalans opgesteld, die is opgenomen in bijlage 2. Deze parkeerbalans is opgesteld met als doel het aantonen en onderbouwen van de uitvoerbaarheid van specifiek de ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. Hierin zijn 2 scenario's doorgerekend. Door de bouw van de parkeergarage worden maximaal 350 parkeerplaatsen gecreëerd. Daarentegen wordt het aantal parkeerplaatsen op het maaiveld van het Burgemeester Kuperusplein gereduceerd tot maximaal 150 parkeerplaatsen. Dit bestemmingsplan gaat uit van scenario 1 van de parkeerbalans. Door vergroening van het Gashoudersplein en het Ernst van Harenplein neemt de parkeercapaciteit op deze pleinen af. Uit de parkeerbalans blijkt dat binnen het invloed gebied van de herontwikkelingen in Centrum-Oost waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft, voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Ten aanzien van het verkeer en parkeren worden voor dit plan geen capaciteitsproblemen voorzien.

15/1084

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.

Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Uitvoering De NOVI gaat vergezeld van een uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda zijn onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen te vinden. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. De ontwikkeling in het plangebied raakt geen opgaven die zijn opgenomen in de NOVI.

16/1084

3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving bevat van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Toetsing In het Bro (artikel 3.1.6) is geregeld dat een toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voorzien in duurzame verstedelijking. De regeling houdt in dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevat. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit bestemmingsplan stelt een herontwikkeling van een bestaand stedelijk gebied voor, zoals bedoeld in de begripsbepaling van het Bro.

Er is daarom geen afweging over de mogelijkheden om de ontwikkeling binnen stedelijk gebied te realiseren nodig. Wel moet overwogen worden of er behoefte is voor de stedelijke ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. Het gaat hierbij alleen om het nieuw toe te voegen programma. Supermarkt en detailhandel De Albert Heijn heeft in het ABC-complex circa 2.100 m2 eroppervlak (2.625 m2 bvo) inclusief de Gall & Gall. In de nieuwe situatie krijgt dit deel een uit te werken woonbestemming en dit deel gaat dus af van het huidige verkoopvloeroppervlak. Dit geldt ook voor de bestaande kiosken aan het Burgemeester Kuperusplein. Deze zijn in de nieuwe situatie niet meer aanwezig. De verkoopoppervlakte van deze kiosken is circa 250 m2 (300 m2 bvo). Dit betekent een afname van (2.625 + 300=) 2.925 m2 bvo. De nieuwe Albert Heijn krijgt een brutovloeroppervlakte van circa 2.800 m2 inclusief de Gall & Gall. Verder wordt detailhandel / daghoreca mogelijk op de hoek van de Sieverstraat en het Burgemeester Kuperusplein met een oppervlakte van circa 1.000 m2 vvo (1.250 m2 bvo) In de huidige situatie is in dit pand circa 1.200 m2 vvo (1.500 m2 bvo) in gebruik als detailhandel. De totale toename is daarmee (2.800 + 1.250 - 1.500=) 2.550 m 2 bvo.

Per saldo bedraagt de afname op de huidige locatie van Albert Heijn 2.925 m2 bvo en de toename op de nieuwe locatie van supermarkt met detailhandel/horeca 2.550 m 2 bvo. In de praktijk neemt de metrage met 375 m2 bvo af. Er zijn dan ook geen onderzoek en nadere onderbouwing van de effecten op de detailhandelsstructuur nodig. Woningbouw Voor de woningbouw in het plangebied geeft het gemeentelijk woonbeleid, resulterend in een woningbouwprogrammering en regionale woningbouwafspraken, inzicht in de behoefte aan nieuwe woningen. In het woonplan en het daarbij behorende achtergronddocument wordt ingegaan op ontwikkelingen en trends en ook verwachtingen op de woningmarkt. De verwachting is dat de bevolking van de gemeente Heerenveen zal

17/1084

blijven toenemen, hoewel de groei langzamerhand afneemt. De provincie Fryslân heeft in januari 2017 de 'de bevolking en huishoudensprognose 2016-2040' vastgesteld. Hierin wordt op termijn een afname van het aantal inwoners verwacht, maar tot 2030 nog wel een groei van het aantal huishoudens. Als het aantal huishoudens groeit, zal ook de woningvoorraad verder moeten groeien om ieder huishouden te kunnen huisvesten. Voor de regio Zuidoost Fryslân wordt tot 2030 rekening gehouden met een verwachte gemiddelde groei van het aantal huishoudens met bijna 4% van 2020 tot 2035. De prognose is de aanleiding geweest voor nieuwe regionale woningbouwafspraken voor de periode 2016 tot 2026. De geprognosticeerde woningbehoefte voor de regio Zuidoost Fryslân bedraagt circa 3.400 woningen. Voor de gemeente Heerenveen is mede op basis hiervan een woningbouwruimte van 1.313 woningen vastgelegd, waarvan 30% binnen de kern Heerenveen. Aanvullend binnenstedelijk kan nog 20% gerealiseerd worden. De gemeente Heerenveen heeft in 2023 de woonvisie en in 2024 de woningbouwstrategie vastgesteld. Hierop wordt ingegaan in respectievelijk paragraaf 3.3.5 en paragraaf 3.3.6. De mogelijkheid voor de bouw van woningen in het plangebied is in deze documenten opgenomen. In de Woningbouwstrategie 'Heerenveen groeit' heeft de gemeente aangegeven de komende jaren te willen groeien.

De vraag naar woningen is groot en de ambities zijn hoog, maar de gemeente wil op een gerichte en duurzame manier de groei realiseren. De gemeente wil dat er tot 2030 minstens 2000 nieuwe woningen bijkomen, waarvan ongeveer 600 sociale huurwoningen en ongeveer 740 betaalbare koopwoningen. Als uitgangspunt voor Heerenveen Groeit heeft het college een specifieker doel vastgesteld. Dit doel is om bij de woningbouwambitie tot 2030 uit te gaan van 2500 woningen, wat een middenweg is tussen de minimale en maximale doelen uit de Woonvisie. Veel van deze nieuwe woningen, ongeveer twee derde deel, komen in de kern Heerenveen. De gemeente wil daarbij efficiënt omgaan met de ruimte: meer woningen bouwen zonder dat dit ten koste gaat van de bestaande groene gebieden. Een deel van de nieuw te bouwen woningen zal in het centrum van Heerenveen worden gerealiseerd. In het ABC-complex wordt in de woningbouwprogrammering uitgegaan van circa 50 woningen in totaal. De huidige Albert Heijnlocatie wordt nog nader uitgewerkt en is ook op die manier in dit bestemmingsplan opgenomen. Er is reeds aangegeven dat het woningbouwprogramma wordt geactualiseerd en dat er mogelijk een hoger aantal wooneenheden voor het ABC-complex wordt opgenomen. Op de huidige Albert Heijnlocatie kunnen maximaal 50 wooneenheden worden gerealiseerd. Dit aantal is als maximum opgenomen in dit bestemmingsplan.

Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, voldoet aan het uitgangspunt van duurzame verstedelijking. De vraag naar woningen in Heerenveen overstijgt het aanbod, hetgeen heeft geresulteerd in het opnemen van het plan in het woningbouwprogramma. Kwalitatief is het programma afgestemd op de demografische ontwikkeling van Heerenveen en wordt een onderscheidende invulling gegeven aan het plan. Het plan komt tot stand via herontwikkeling van bestaand stedelijk gebied en doet daarbij ook recht aan de ruimtelijke kwaliteit van deze omgeving. Bovendien sluit de nieuwe supermarkt aan op de huidige situatie.

18/1084

Uit het voorgaande blijkt dat de voorgenomen woningbouw passend is binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma. Zie paragraaf 3.3.4, 3.3.5 en 3.3.6 voor uitgebreidere toelichting op de verschillende beleidsdocumenten. De behoefte aan het voornemen is daarin voldoende aangetoond. Bovendien ligt de locatie binnen bestaand stedelijk gebied. Daarnaast is uiteengezet dat door de nieuwe supermarkt geen sprake is van toename van verkoopvloeroppervlakte in het gebied. Dit wordt geborgd via een privaatrechtelijke overeenkomst, waarin wordt vastgelegd dat de huidige locatie van de supermarkt niet meer mag worden gebruikt voor detailhandel als de nieuwe supermarkt in gebruik wordt genomen. De supermarkt blijft binnen het kernwinkelgebied. Het voornemen is door het bovenstaande in overeenstemming met de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Provincie Fryslân 'De romte diele' De hoofdambitie van de provincie voor de Friese leefomgeving is brede welvaart in een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. In de Omgevingsvisie werkt de provincie de provinciale ambities, opgaven, doelen en werkwijze voor de komende jaren uit. De werkwijze is gestoeld op negen principes: Inhoudelijke principes 1. zuinig ruimtegebruik; 2. omgevingskwaliteit als ontwerpbasis; 3. koppelen van ambities; 4. gezondheid en veilig; Samenwerkingsprincipes 5. rolbewust; 6. decentraal wat kan; 7. ja, mits; 8. aansluiting zoeken; 9. sturen op proces, ruimer op inhoud. Dit is vertaald naar vier urgente opgaven die de provincie wil aanpakken: 1. Fryslân houdt de leefomgeving vitaal, leefbaar en bereikbaar; 2. Fryslân zet de energietransitie met kracht voort; 3. Fryslân wordt klimaat-adaptief ingericht; 4. Fryslân versterkt de biodiversiteit. Toetsing De opgave Fryslân houdt de leefomgeving vitaal, leefbaar en bereikbaar bestaat onder meer uit het grootschalig opknappen van bestaande bebouwing en het aanbod aan woningen afstemmen op de bevolking. De provincie stimuleert dit. Daarnaast zet de provincie in op zorgvuldig ruimtegebruik en gaat inbreiding boven uitbreiding. Benutting van bestaande locaties en bestaande capaciteit staat voorop.

Wanneer in het bestaand gebied niet aan de behoefte kan worden voldaan, wordt pas naar uitbreiding gekeken. De provincie voert periodiek prognoses uit naar de behoefte aan woningbouw en ondersteund gemeenten met het toepassen van de Ladder voor

19/1084

duurzame verstedelijking. In de visie wordt met betrekking tot winkelcentra aangegeven dat de toename van de aantrekkelijkheid van stads- en dorpscentra en de afname van de leegstand in de centra als doel wordt gesteld. Centrumgebieden met publieksfuncties vormen het kloppende hart van steden en dorpen. Er zijn vitale MKB-bedrijven nodig om de levendigheid en aantrekkelijkheid te behouden. Leegstand doet hier afbreuk aan. In de regels van de verordening wordt daarom uitgegaan van concentratie van detailhandel in het kernwinkelgebied en het gebied direct daarop aansluitend. De gemeente is verantwoordelijk voor het bepalen van de omvang van het kernwinkelgebied op basis van lokaal maatwerk. Zonder extra inzet van gemeenten kan de leegstand toenemen en structureel worden. In dit plan worden 'probleemlocaties' aangepakt door verplaatsing en herbestemming. Bovendien wordt een mogelijkheid voor woningbouw gecreëerd. Hiermee is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Daarmee is het voornemen in overeenstemming met de provinciale omgevingsvisie.

3.2.2

Verordening Romte Fryslân

De Verordening Romte Fryslân 2014 stelt regels aan ruimtelijke plannen en projecten. Volgens de begrenzing tussen het buitengebied en het stedelijk gebied ligt het plangebied binnen het stedelijk gebied. Hier wordt ruimte geboden voor het ontwikkelen van stedelijke functies voor zover deze naar aard en omvang passen bij de kern. In artikel 1 van de verordening worden regels gegeven gericht op het bundelen van stedelijke functies in stedelijk gebied. Indien dit niet mogelijk is, kan aansluitend op bestaand stedelijk gebied een uitbreidingslocatie worden toegestaan. Volgens de verordening valt de locatie binnen het bestaand stedelijk gebied. Hier kunnen stedelijke functies, zoals wonen, toegevoegd worden. In Artikel 3 van de verordening is specifiek aangegeven dat een ruimtelijk plan mogelijkheden voor woningbouw kan bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. In paragraaf 3.3 is nader uiteengezet hoe het voornemen binnen het woningbouwprogramma past. Daarmee is het plan in overeenstemming met artikel 3 van de Verordening Romte Fryslân. Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het plan in overeenstemming is met de Verordening Romte Fryslân 2014.

In Artikel 4.5 van de verordening is aangegeven dat om de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de kernwinkelgebieden te behouden, er beperkingen worden opgelegd aan gebieden buiten de kernwinkelgebieden.

20/1084

3.2.3 Omgevingsverordening Fryslân 2021 (ontwerp 16-02-2021) In 2023 treedt mogelijk de Omgevingswet in werking. Op dat moment vervallen alle huidige verordeningen voor de fysieke leefomgeving van rechtswege en moeten provincies één Omgevingsverordening hebben. Het ontwerp van deze verordening voor de provincie Friesland is inmiddels opgesteld. Met betrekking tot woningbouw krijgen gemeenten meer regie en verantwoordelijkheid. De provincie hoeft namelijk niet meer los in te stemmen met een woonplan en woningbouwprogramma. Het wegnemen van deze extra stap gaat woningbouwplannen versnellen. Gemeenten moeten wel aantonen dat de projecten binnen de regionale woningbouwafspraken passen. Omgevingsverordening Provincie Fryslân Op 8 februari 2024 is de Omgevingsverordening in werking getreden. In de verordening zijn regels opgenomen die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen stedelijk gebied en betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling is mogelijk van invloed op beschermde diersoorten. In paragraaf 4.8 wordt op het aspect ecologie ingegaan. In de verordening is bepaald dat nieuwe woningen mogen worden gerealiseerd als deze binnen de regionale woningbouwafspraken passen. Hierover is reeds afstemming.

De beoogde ontwikkeling voldoet aan het gestelde in de Omgevingsverordening van Provincie Fryslân.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Visie Detailhandel en horeca De gemeenteraad heeft op 27 januari 2022 de visie detailhandel en horeca vastgesteld. Deze visie is een actualisatie van de detailhandelsstructuurvisie uit 2011. Het vastleggen van actuele kaders over hoe de gemeente omgaat met detailhandel is van belang om de verschillende winkelcentra in de gemeente Heerenveen toekomstbestendig te maken. Niet alleen de fysieke uitstraling, bereikbaarheid en het economisch functioneren van winkelgebieden, maar ook de profilering van winkelgebieden en innovatief ondernemerschap speelt hierbij een grote rol. In de visie is aangegeven dat winkelfuncties in het centrum van Heerenveen op termijn verder worden geconcentreerd in het kernwinkelgebied. In aanloopstraten werkt de gemeente mee aan functieverandering naar wonen, dienstverlening, kantoren of andere functies die passen in het gebied. In het nieuwe detailhandelsbeleid bakent de gemeente de mogelijkheden en de begrenzing van de winkelgebieden in Heerenveen verder af. In de centrumvisie voor Heerenveen is dit nader uitgewerkt. 3.3.2 Centrum Heerenveen: Ook 'n gouden plak De visie Centrum Heerenveen: Ook 'n gouden plak is opgesteld vanuit de gezamenlijke ambitie voor het centrum van Heerenveen om te komen tot een sfeervol en gastvrij centrum voor bezoekers die langer blijven en vaker komen.

Dit wil de gemeente bereiken door opgaven aan te pakken aan de hand van 3 opgaven: Compact & Compleet; Ontvangen & Ontmoeten; Bruisen en Beleven. Aan de hand van de 3 opgaven en met een gebiedsgerichte benadering (gebiedsdeal) wil de gemeente de gezamenlijke ambitie realiseren. In de visie is het centrum van Heerenveen onderverdeeld in deelgebieden. Per

21/1084

deelgebied wordt bekeken hoe een initiatief daadwerkelijk gerealiseerd kan worden. Wat betreft 'compact & compleet' is het voornemen om het centrum compacter te maken door specifieke centrumfuncties en voorzieningen zoals retail en horeca meer te concentreren en de aanloopgebieden te transformeren naar wonen en functies die ondersteunend zijn aan het centrum. Het kernwinkelgebied is opgedeeld in acht deelgebieden, waaronder de ABC Locatie/Omgeving Gashoudersplein en Burgemeester Kuperusplein. Per deelgebied is een aantal opgaven benoemd en wordt een gebiedsdeal gesloten waarin alle belanghebbende partijen binnen het deelgebied vastleggen gezamenlijk tot een ontwikkeling te komen. De gebiedsopgave voor de ABC Locatie/ Omgeving Gashouderplein is gericht op: Volwaardige inbedding in centrumstructuur Herontwikkeling tot compact winkelcluster Toevoegen wonen Parkeren reorganiseren Bevoorrading Verbinding cultuurcluster De gebiedsopgave voor het Burgemeester Kuperusplein is gericht op: Herinrichting van het plein met ontmoetingsplek en groen; Parkeren zo mogelijk ondergronds brengen; Medalplaza; Selfiespot; Herontwikkeling postkantoor + woningbouw. In figuur 3.1 is een uitsnede van de plankaart van de centrumvisie weergegeven. Dit plan heeft betrekking op: 1.

Herontwikkeling van het ABC complex: Dit biedt mogelijkheden om nieuwe woningen aan het centrum toe te voegen en om een cluster van cultuurvoorzieningen te realiseren rondom het Ernst van Harenplein. 3. Nieuwe locatie Albert Heijn. 7. Veel parkeergelegenheid op en onder het Burgemeester Kuperusplein.

22/1084

Figuur 3.1

Uitsnede plankaart centrumvisie Heerenveen

In de centrumvisie is benoemd dat het bestaande raamwerk aan bebouwingen versterkt dient te worden en op een aantal plekken van een kwaliteitsimpuls voorzien moet worden. Ter plaatse van het plangebied is opgenomen dat de bestaande bebouwingsstructuur opgewaardeerd dient te worden. Met dit bestemmingsplan wordt dit voorzien. Bovendien draagt de ontwikkeling bij aan het compact en compleet maken van het centrum van Heerenveen. Door het verplaatsen van de Albert Heijn, het toevoegen van woningen, het herinrichten van het Burgemeester Kuperusplein en het ondergronds parkeren mogelijk te maken wordt met de plannen in dit bestemmingsplan aangesloten op de centrumvisie. 3.3.3 'n Gouden Rand, stedenbouwkundige uitwerking van de gebiedsdeals E,F & G Het stedenbouwkundig plan 'n Gouden Rand is een uitwerking van de abstracte visiekaart die in de bovengenoemde centrumvisie is gepresenteerd. Met dit stedenbouwkundig plan wordt de basis gelegd voor de verdere uitwerking van de verschillende inrichtingsplannen die in een volgende fase gemaakt worden. In januari 2022 is deze stedenbouwkundige uitwerking vastgesteld door de gemeenteraad. Heerenveen en haar centrum kennen een aantal kenmerkende elementen. Elementen die het centrum haar unieke identiteit geven, zoals beeldbepalende (historische) bebouwing, belangrijke infrastructuur en belangrijke groen en water structuren.

Al deze structuurdragers samen vormen een raamwerk. Binnen het plangebied ligt een aantal opgaven om het raamwerk te versterken. Deze opgaven richten zich onder andere op:

23/1084

het transformeren van divers vastgoed. Dit draagt bij aan het compacter maken van het centrum – de juiste voorzieningen op de juiste plaats - en het toevoegen van woningen dragen bij aan een levendig(er) centrum; het versterken van de groenstructuur; het creëren van plekken waar ontmoeting gestimuleerd wordt. In het bijzonder de omgeving van het Burgemeester Kuperusplein; het verbeteren van de route(s) voor het bevoorradingsverkeer; het aantrekkelijk inrichten van de openbare ruimte. Het centrum van Heerenveen wordt de komende jaren in verschillende fases ontwikkeld. Per deelgebied wordt bekeken hoe een initiatief daadwerkelijk gerealiseerd kan worden. Voor het op gang brengen van een ontwikkeling wordt een overeenkomst gesloten met alle betrokken partijen, een zogenaamde gebiedsdeal. Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt binnen de deelgebieden F (ABC Complex, Gashoudersplein) en G (Burgemeester Kuperusplein). Kern van de visie vormt de bouw van een woontoren (fase 1), de bouw van de parkeergarage (fase 2) en de verplaatsing van Albert Heijn (fase 3). Deze 3 elementen vormen de ruggengraat van de visie en zijn onderling onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Deze 3 fasen zijn om die reden samen met de investeerders op het meest concrete niveau uitgewerkt. In figuur 3.2 is de visiekaart opgenomen met de fasering.

24/1084

Figuur 3.2

Fasering stedenbouwkundige uitwerking

Met betrekking tot het verplaatsen van de supermarkt wordt het volgende genoemd in de stedenbouwkundige uitwerking. Het verplaatsen van de Albert Heijn van het Gashoudersplein naar het Burgemeester Kuperusplein biedt veel kansen om verschillende opgaven aan te pakken en zal hiermee het centrum een boost geven. Het verplaatsen van de supermarkt richting het Burgemeester Kuperusplein biedt een oplossing om leegstaand vastgoed uit de markt te nemen, woningbouw te realiseren op de plaats van de bestaande supermarkt en om een veilige bevoorrading van de supermarkt te organiseren. Om deze verplaatsing mogelijk te maken zal bestaand (deels leegstaand) vastgoed aan het Burgemeester Kuperusplein worden getransformeerd. Voor bestaande winkeliers zal, in overleg met hen, een oplossing worden gevonden binnen de totale herontwikkeling van dit gebied, dan wel in de directe omgeving binnen bestaand leegstaand vastgoed. Per saldo zal er minder winkelvloeroppervlak worden gerealiseerd. Op de plaats van de huidige supermarkt ontstaat ruimte voor het toevoegen van stadswoningen. Over het wonen in het centrum wordt het volgende gesteld. Bij een herontwikkeling van het ABC complex liggen er kansen om woningen/appartementen in een luxer segment, die zich oriënteren op het plantsoen, toe te voegen aan het woningaanbod.

Daarnaast is de bouw van de parkeergarage opgenomen in de stedenbouwkundige uitwerking. Hierin wordt gesteld dat om het maaiveld te vergroenen door parkeerplaatsen te verwijderen en om tegelijkertijd het aantal parkeerplaatsen in de directe nabijheid van de voorzieningen op niveau te houden, een ondergrondse parkeergarage een vereiste. is Het inpassen van een ondergrondse parkeergarage in bestaand stedelijk gebied is een complexe opgave. Gezien de beschikbare ruimte leent het Burgemeester Kuperusplein zich het beste voor een parkeergarage. Om de eerste fase mogelijk te maken is een ander bestemmingsplan opgesteld. Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de uitvoering van fase 2 en 3. 3.3.4 Regionale woningbouwafspraken Zuidoost-Fryslân 2016-2026 Binnen de regio Zuidoost Fryslân, die de gemeenten Smallingerland, Ooststellingwerf, Weststellingwerf, Opsterland en Heerenveen omvat, zijn woningbouwafspraken gemaakt, die instemming hebben van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân. De woningbehoefte voor de regio en de verschillende gemeenten is gerelateerd aan de provinciale huishoudensprognose 2013-2040, waar voor de gemeente Heerenveen van 2012 tot 2030 een groei van 2.339 huishoudens wordt voorzien. De regionale woningbouwafspraken betreffen zowel binnenstedelijk gebied als uitleggebied, en zijn kaderstellend voor de gemeentelijke woningbouwprogrammering.

Voor de periode 2016 tot en met 2026 vraagt de regio om de maximale woningbouwruimte vast te stellen op 3.750 woningen. Deze woningbouwruimte is onderling verdeeld op basis van het aandeel huishoudens binnen de gemeenten. Passend bij de programma's heeft dit per gemeente tot een passend voorstel geleid met het aandeel binnen- en buitenstedelijk. Voor de gemeente Heerenveen geldt een maximale woningbouwruimte van 1.313 woningen, waarvan 30% binnenstedelijk binnen de kern Heerenveen en 70% hier buiten. Aanvullend binnenstedelijk kan nog eens 20%

25/1084

gerealiseerd worden. 3.3.5 Woonvisie heerenveen 2023-2028 De gemeente Heerenveen heeft in oktober 2023 de woonvisie vastgesteld. De volgende vijf prioriteiten staan centraal in de woonvisie: 1. Heerenveen groeit: we groeien met minimaal 2000 woningen tot 2030; 2. Een gevarieerde bevolking vraagt om het toevoegen van betaalbarewoningen; 3. We hechten waarde aan vitale kernen en gemengde wijken; 4. Een inclusieve gemeente vraagt om een gevarieerd woonzorglandschap; 5. Een duurzaam thuis staat in een klimaatadaptieve woonomgeving. In de woonvisie zijn de prioriteiten uitgewerkt. Het centrumgebied van onder andere Heerenveen wordt genoemd als gebied die een kwaliteitsimpuls verdient. Woningbouw kan hier een katalysator zijn. Het centrumgebied van Heerenveen wordt genoemd als mogelijkheid waar inbreiding boven uitbreiding gaat. In de woonvisie is ook aangegeven dat groen een positieve bijdrage kan leveren aan een prettig leefklimaat. De groenere inrichting van het Burgemeester Kuperusplein zal positief zijn voor het centrumgebied en de bewoners in het centrum. 3.3.6 Woningbouwstrategie: Heerenveen groeit De gemeente Heerenveen heeft in de verschillende plannen doelen opgesteld. Het doel van dit document is om te laten zien hoe de woningbouwdoelen vanuit beleid vertaald worden naar het woningbouwprogramma.

Eén van de doelen is de woningbouwambitie om tot 2030 2500 woningen te realiseren. Veel van de nieuwe woningen worden gerealiseerd in de kern Heerenveen, waarbij zo efficiënt mogelijk moet worden omgegaan met de beschikbare ruimte. In het centrum van Heerenveen zal verdichting van wonen plaatsvinden. De ABC-locatie is ook opgenomen in de woningbouwstrategie voor de bouw van woningen in verschillende segmenten.

3.4

Dienstenrichtlijn

3.4.1 Juridisch kader Arrest Visser Vastgoed en Appingedam-uitspraak Uit het arrest van het Europese Hof van Justitie van 30 januari 2018 in de zaak Visser Vastgoed (HvJ 30 januari 2018, ECLI:EU:C:2018:44) volgt dat een bestemmingsregeling moet voldoen aan de Dienstenrichtlijn. De Dienstenrichtlijn bepaalt – kort gezegd - dat een bestemmingsplan alleen vestigingsbeperkingen ten aanzien van een dienst mag bevatten als deze vestigingsbeperkingen: 6. niet-discriminerend, 7. noodzakelijk en 8. evenredig zijn. Detailhandel in goederen is een dienst in de zin van de Dienstenrichtlijn en een beperking moet dus aan die voorwaarden voldoen. Hierover heeft de Afdeling bestuursrechtspraak de eerste richtinggevende uitspraak gedaan inzake het bestemmingsplan Stad Appingedam (ECLI:NL:RVS:2019:2569; 201309296/6/R3.; 24 juli 2019).

26/1084

Op grond van een serie Afdelingsuitspraken over bestemmingsplannen en de Dienstenrichtlijn, in het verlengde van de Appingedam-uitspraak, blijkt dat branche- en maatvoeringsbeperkingen mogelijk zijn in het licht van de Dienstenrichtlijn, mits goed onderbouwd. Het uitsluiten van supermarkten en andere vestigingsbeperkingen, zoals maatvoeringseisen, voldoen doorgaans aan het discriminatieverbod. Uit jurisprudentie blijkt dat het actief sturen op detailhandelsstructuur ter bescherming van de vitaliteit en leefbaarheid van de binnenstad en wijk- en buurtcentra als een dwingende reden van algemeen belang geldt en daarmee wordt voldaan aan de voorwaarde van 'noodzakelijkheid' van die beperking. Of een vestigingsbeperking de evenredigheidstoets doorstaat vergt specifiek onderzoek. In het bestemmingsplan worden maximumoppervlaktematen opgenomen voor de supermarkt en voor detailhandel/daghoreca. Het betreft maatvoeringseisen die een beperking betekenen voor diensten. Hierna wordt toegelicht dat deze vestigingsbeperking in het bestemmingsplan in de vorm van maatvoeringseisen voldoet aan artikel 15, derde lid van de Dienstenrichtlijn. De vestigingsbeperking levert ook een zinvolle bijdrage aan het bereiken van de doelstellingen zoals opgenomen in de voorgaande paragrafen en met name in paragraaf 3.3.

3.4.2 Toetsing aan de Dienstenrichtlijn Discriminatieverbod Het bestemmingsplan maakt ten aanzien van de opgenomen vestigingsbeperking voor detailhandel en horeca, geen direct of indirect onderscheid naar nationaliteit of, voor vennootschappen, de plaats van hun statutaire zetel van de te vestigen winkels. Hiermee wordt derhalve voldaan aan het discriminatieverbod in artikel 15, derde lid, onder a, van de Dienstenrichtlijn. Noodzakelijkheid Het noodzakelijkheidsvereiste betreft de vraag of een vestigingsbeperking is gerechtvaardigd door een dwingende reden van algemeen belang. a. Bij een dwingende reden van algemeen belang gaat het als eerste om 'bescherming van het milieu en het stedelijk milieu'. b. Met name is van belang om via bestemmingsplanregelingen te bevorderen dat een centrumgebied en andere winkelgebieden de eigen dynamiek behouden. c. Een mix van winkels in het centrumgebied en andere winkelgebieden kan worden behouden en bevorderd, afgestemd op de behoefte en het koopgedrag van de consument, als tegelijkertijd elders brancheringsbeperkingen, zoals het niet toestaan van niet-volumineuze detailhandel, zijn opgenomen. d. Daarmee wordt beoogd een aantrekkelijk centrumgebied en andere winkelgebieden te bevorderen, om de vitaliteit en leefbaarheid van het centrumgebied en andere winkelgebieden te behouden en leegstand in binnenstedelijk gebied te voorkomen.

Het beleid ten aanzien van het centrumgebied van Heerenveen is gericht op concentratie van detailhandel in het kernwinkelgebied. In de Visie Detailhandel en horeca is aangegeven dat winkelfuncties in het centrum van Heerenveen op termijn verder worden geconcentreerd in het kernwinkelgebied.

27/1084

De visie Centrum Heerenveen: Ook 'n gouden plak is opgesteld vanuit de gezamenlijke ambitie voor het centrum van Heerenveen om te komen tot een sfeervol en gastvrij centrum voor bezoekers die langer blijven en vaker komen. Dit wil de gemeente bereiken door opgaven aan te pakken aan de hand van 3 opgaven: Compact & Compleet, Ontvangen & Ontmoeten en Bruisen & Beleven. Met het stedenbouwkundig plan 'n Gouden Rand wordt de basis gelegd voor de verdere uitwerking van de verschillende inrichtingsplannen die in een volgende fase gemaakt worden. Kern van de visie vormt onder meer de bouw van een woontoren (fase 1), de bouw van de parkeergarage (fase 2) en met name van de verplaatsing van Albert Heijn (fase 3). Deze 3 elementen vormen de ruggengraat van de visie en zijn onderling onlosmakelijk aan elkaar verbonden. De ontwikkeling in dit bestemmingsplan draagt bij aan het compact en compleet maken van het centrum van Heerenveen. Door het verplaatsen van de Albert Heijn, het toevoegen van woningen, het herinrichten van het Burgemeester Kuperusplein en het ondergronds parkeren mogelijk te maken wordt met de plannen in dit bestemmingsplan aangesloten op de visies en de uitwerkingen hiervan. Ingezet wordt op een combinatie van een supermarkt en detailhandel/daghoreca anderzijds.

Voor deze functies is een onderverdeling in oppervlaktematen nodig, om te waarborgen dat ruimte beschikbaar is voor detailhandel, anders dan een supermarkt, en daghoreca. Duidelijk is dat de 'bescherming van het milieu en het stedelijk milieu' de dwingende reden van algemeen belang is voor de concentratie van detailhandel en horeca in het kernwinkelgebied en het weghalen van oppervlaktematen elders. Aan de vestigingsbeperkingen voor detailhandel en horeca in dit plangebied liggen dan ook dwingende redenen van algemeen belang ten grondslag. Dit rechtvaardigt het opnemen van de voorgestelde vestigingsbeperkingen. De bestemmingsregeling voldoet aan het noodzakelijkheidscriterium in artikel 15, derde lid onder b van de Dienstenrichtlijn (noodzakelijkheid). Evenredigheid De vestigingsbeperking in het bestemmingsplan ten aanzien van detailhandel en horeca (maatvoeringseisen) is een evenredige maatregel. Daarbij wordt in jurisprudentie aan de volgende aspecten getoetst. De maatregel is geschikt en effectief. Met het reguleren van oppervlaktematen voor detailhandel en horeca wordt het volgende bereikt: 1. De oppervlakteregeling voor enerzijds een supermarkt en anderzijds andere detailhandel met horeca waarborgt dat deze functies gecombineerd worden gerealiseerd. Dit draagt bij aan de aantrekkelijkheid van het centrumgebied in totaliteit en van het plangebied in het bijzonder. 2.

Oppervlaktematen zijn ook effectief om de ruimtelijke effecten, in dit geval het parkeren, te reguleren. Bij het ontbreken hiervan kan een parkeertekort ontstaan, althans het voorkomen van een parkeertekort is dan niet gewaarborgd. Met de oppervlaktematen wordt ook gestuurd op een passende parkeerbalans. De maatregel wordt coherent en systematisch toegepast en doorstaat de hypocrisietest Het beleid van de gemeente is gericht op concentratie van voorzieningen in het centrumgebied en ook op transformatie van het plangebied. Het vormt één van de eerste fasen van deze ontwikkeling. In eerder vastgestelde beheersverordeningen is een onderscheid gemaakt tussen de diverse diensten, met name detailhandel en horeca. Daarmee ligt de oppervlakteregeling gericht op differentiatie van de verschillende diensten in het verlengde. Voor de fasen van verdere uitwerking van de visies in regels van het bestemmingsplan/omgevingsplan zullen vergelijkbare bepalingen worden opgenomen.

28/1084

Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat sprake is van het consistent en systematisch toepassen van de maatregel. De maatregel gaat niet verder dan nodig om het nagestreefde doel/de nagestreefde doelen te bereiken en het effect kan niet worden bereikt met andere, minder beperkende maatregelen voor het gebruik als detailhandel. Het onderscheiden van functies en dan met name het verschil tussen supermarkt enerzijds en andere detailhandel/daghoreca anderzijds kan niet op een andere wijze worden gewaarborgd. Overeenkomsten en dergelijke zijn daarvoor ontoereikend. Het gaat hier ook om een oppervlakteregeling die nodig is om zowel de differentiatie als een goede parkeerbalans te waarborgen. Met een parkeernorm kan dus niet worden volstaan. Het bestemmingsplan is het aangewezen instrument om de genoemde waarborgen te reguleren. De beoogde ontwikkeling met de bijbehorende vestigingsbeperking in de vorm van een oppervlakteregeling waarborgt het functioneren en de vitaliteit van en dynamiek in het centrumgebied. Deze vestigingsbeperking voldoet aan artikel 15, derde lid onder c van de Dienstenrichtlijn. 3.4.3 Conclusie De beoogde ontwikkelingen en de daaraan gekoppelde oppervlakteregeling als vestigingsbeperking, geven invulling aan het gemeentelijk beleid.

De vestigingsbeperking voldoet ook aan het discriminatieverbod en de noodzakelijkheids- en evenredigheidscriteria in artikel 15, derde lid onder a, b en c van de Dienstenrichtlijn.

29/1084

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Mer-beoordeling

Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, moet in principe een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht wordt of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 7 juli 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden.

Toetsing In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). Kenmerken van het project Het project voorziet in de bouw van een parkeergarage en de verplaatsing van de Albert Heijn. Bovendien wordt de huidige locatie van de Albert Heijn een uit te werken woongebied voor maximaal 50 woningen. Met het bestemmingsplan wordt een parkeergarage mogelijk gemaakt en het kernwinkelgebied van het centrum verkleind, waarbij de vrijgekomen ruimte als uit te werken woongebied wordt bestemd. Plaats van het project Het plangebied ligt in een binnenstedelijk gebied, in het centrum van Heerenveen. De bouw van de parkeergarage is afhankelijk van de fasering van andere bouwprojecten. De realisatie van het parkeerterrein aan de Veldschans moet gerealiseerd zijn alvorens wordt begonnen met de bouw van de parkeergarage. Op deze manier blijft het centrum goed bereikbaar. Na de bouw van de parkeergarage kan pas begonnen worden met de ontwikkeling van de nieuwe Albert Heijn. Kenmerken potentiële effecten Het doel van de aanpak van het centrum is een aantrekkelijker en compacter centrum.

Eén van de onderdelen

30/1084

daarvan is de parkeergarage. De bouw van de parkeergarage zal niet leiden tot extra verkeersbewegingen in het centrum. Het verkeer en het parkeren wordt wel anders georganiseerd. Een ander onderdeel van de aanpak van het centrum is het verplaatsen van detailhandel en het anders inrichten van het detailhandelvastgoed. Hierbij wordt een deel van het detailhandelvastgoed getransformeerd naar woongebied. De ontwikkelingen leiden uitsluitend tot lokale effecten. Anders dan de effecten die enkel optreden tijdens de realisatie van het plan, treedt er vooral een verschuiving in de milieuzonering op. Deze effecten zijn in paragraaf 4.2 beschreven. De beoogde ontwikkeling blijft ruim onder de drempelwaarde. Daarnaast blijkt, vooruitlopend op de beoordeling van de verschillende milieu- en omgevingsaspecten in het vervolg van dit hoofdstuk, dat, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten er geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden door het plan. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een mer-procedure. De gemeente is voor dit project zowel initiatiefnemer als bevoegd gezag, waardoor deze toetsing niet in een aparte aanmeldnotitie opgenomen hoeft te worden. Conclusie Er zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen door het plan optreden. Het doorlopen van een mer-procedure is niet nodig.

4.2

Milieuzonering

Toetsingskader Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. De VNG brochure Bedrijven en milieuzonering wordt gebruikt als hulpmiddel bij de onderbouwing van ruimtelijke ordeningsbesluiten. De brochure bevat een indeling van bedrijfstypen in milieucategorieën. Naar mate een bedrijfstype in een hogere milieucategorie is ingedeeld, moet een grotere afstand worden aangehouden ten opzichte van woningen. Bij de toepassing van de brochure wordt onderscheid gemaakt in twee omgevingstypen: het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied en het omgevingstype gemengd gebied. Het omgevingstype rustige woonwijk / rustig buitengebied is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Toetsing Dit plan maakt de bouw van een parkeergarage en de verplaatsing van de Albert Heijn mogelijk. Bovendien wordt de huidige locatie van de Albert Heijn bestemd met een uit te werken woongebied. De ontwikkeling vindt plaats in het centrum van Heerenveen, een gebied met een hoge mate van functiemenging. Hierdoor wordt het gebied bestempeld als gemengd gebied en kan de richtafstand worden verlaagd met 1 afstandsstap.

De 50 woningen die worden gerealiseerd op de huidige Albert Heijnlocatie zijn passend in het centrumgebied, omdat het een gemengd gebied betreft. Detailhandel is milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 meter en kan nog worden verlaagd met 1 afstandsstap. De woonlocatie kan voldoen aan de richtafstand. In zijn

31/1084

algemeenheid zijn bedrijven en instellingen uit ten hoogste milieucategorie 1 en 2 goed verenigbaar met de woonfunctie. In een gemengd gebied wordt die functiewisseling aanvaardbaar geacht. Een parkeerterrein en ondergronds parkeren behoort tot milieucategorie 2. Hiervoor is een richtafstand van 30 meter van toepassing. Voor de bestaande woningen in de directe omgeving van het plangebied verandert de milieucategorie niet door de bouw van een parkeergarage. Een parkeerterrein zoals nu op het Burgemeester Kuperusplein, valt namelijk ook onder categorie 2. Het uit te werken woongebied ligt op een afstand van meer dan 40 meter van het parkeerterrein aan het Burgemeester Kuperusplein. Door de ligging in gemengd gebied, waardoor de richtafstand kan worden verkleind naar 10 meter, zijn er ook geen beperkingen van het uit te werken woongebied en de reeds aanwezige aangrenzende parkeerterreinen. Een supermarkt valt onder milieucategorie 1, waarvoor een richtafstand van 10 meter van toepassing is. Deze kan worden gereduceerd tot 0 meter vanwege de ligging in gemengd gebied. Naast de supermarkt komt ook ruimte voor andere detailhandel en horeca van categorie 1 met terras. Ook hiervoor geldt dat deze functies goed verenigbaar zijn met de woonfunctie in gemengd gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=212f8be7-3c6b-4d07-b397-faa592be01a7