Bijlage 2.6 Eindrapportage IGV Emmeloord
Tekst van het document
Compacte Stad – Station Oost
Maakstad – Station Zuid
Let op: Het doel is niet om een toekomstbeeld te kiezen, maar om lessen te trekken uit de toekomstbeelden. We maken de hoeken van het speelveld inzichtelijk. Wat is er zoal denkbaar op de schaal van de Noordoostpolder, Emmeloord en de types stationsomgevingen? In het volgende hoofdstuk reflecteren we op deze inzichten.
Ecostad – Station West
25
Het regionale verhaal • Een beschrijving van het ‘Daily Urban System’ van Noordelijk Flevoland en de relatie tussen de stad Emmeloord en de omliggende plaatsen. • Een beschrijving van de relatie tussen de Noordelijk Flevoland en omliggende de regio’s Zwolle, Lelystad, Heerenveen? Het verhaal op stadsschaal • De unieke kwaliteiten van het station in relatie tot de stad, en welke ontwikkelingen daardoor denkbaar zijn. De beleving van de stationsomgeving • De ruimtelijke kwaliteit, verblijfskwaliteit (en sociale veiligheid) van de stationsomgeving. • Het nieuwe programma (wonen, werken, voorzieningen, groen én mobiliteit) dat wordt georganiseerd rondom het station. • De inpassing van station, spoortracé en bijkomende functies (busstation, P&R).
26
4.2 Aanvullende uitgangspunten In dit overzicht worden de thematische uitgangspunten uit hoofdstuk 3 aangevuld met een aantal aanvullende uitgangspunten. Technische / spoorse uitgangspunten Uitgangspunten spoortracés • Er wordt gekeken naar 2 tracés uit het onderzoek Lelylijn Alternatieven: tracé Oost en tracé West. Zie paragraaf 2.4 voor toelichting. • In sommige toekomstbeelden worden kleine aanpassingen gedaan aan de ligging van het spoortracé t.o.v. het onderzoek. Hierbij zijn technische uitgangspunten uit het onderzoek vastgehouden (maten van boogstralen, lengte van perrons, benodigde hoogteliggingen), maar de nieuwe tracés zijn niet volledig technisch uitgewerkt en getoetst. Zie ze dus eerder als ‘kwalitatieve beschouwing’; ze laten zien hoe nieuwe kansen ontstaan (voor bijvoorbeeld stedelijke ontwikkeling) door op een aantal plekken af te wijken. • In het bundelingsalternatief (A6+Lelylijn) is gerekend met een ontwerpsnelheid van 200km/h. Dit betekent grofweg boogstralen van 2500m en hellingbanen van ca. 700 meter lengte om 6 meter hoogte te overbruggen om een lokale weg ongelijkvloers te kruisen. • Compacte stad: het spoor komt aan de oostzijde van de A6 te liggen, gebruikmakend van de reserveringsstrook van de gemeente. In de voorverkenning blijft het spoortracé langer aan de oostzijde van de A6.
• Maakstad: het spoor komt aan de noordzijde van de A6 te liggen, zodat het station beter aansluit op de bestaande stad. In het onderzoek blijft het spoor aan de zuidzijde van de A6. Een boogstraal van 2500 meter is waarschijnlijk niet in te
•
passen waardoor de snelheid van de treinen lager zal zijn dan 200km/uur. De lijn komt volgens het bundelingsalternatief aan de zuidzijde van Urk de Noordoostpolder in (vanuit een tunnel onder het Ketelmeer), het spoor kruist de A6 waarbij het logisch is alle kruisingen met lokale wegen en vaarten op +1 (toelichting op p.27) aan elkaar te rijgen. Bij de keuze voor het westelijke tracé (vrij-liggend), is sprake van een nieuwe ‘doorsnijding’ van het landschap. Deze IGV laat vooral de kansen en knelpunten van de inpassing zien op de schaal van de stationsomgeving. De verdere inpassing (voor en na Emmeloord) moet in vervolgonderzoek nader onderzocht worden.
Uitgangspunten stations • Stations liggen in rechtstand. • Stations kunnen worden uitgevoerd met een eilandperron of zijperrons. De uitvoering heeft gevolgen voor de maatvoering van stations. De totale lengte van een station met een eilandperron is ca. 1300 meter, voor een station met zijperrons is de perronlengte maatgevend, 340 meter. • Minimale breedte station met een eilandperrons is 23,8 meter, want: • Eilandperron minimale breedte: 3,6 meter. • Stijgpunten naar perron trap 3 meter. • Hart spoor tot rand kunstwerk 5 meter • Hart spoor tot perronrand ca. 1,8 meter. • Minimale breedte station met zijperrons is 22,3 meter, want: • Zijperron minimale breedte: 3,6 meter. • Stijgpunten naar perron trap 3 meter. • Afstand hart spoor tot perronrand ca. 1,8 meter. • Afstand tussen de sporen (hart spoor tot hart spoor) 5,5 meter.
De basisalternatieven die zijn uitgezocht in het MIRT-onderzoek Lelylijn-alternatieven Bron: Onderzoek Lelylijn-alternatieven (2024)
De basisalternatieven in relatie tot Emmeloord. Waaruit de 3 mogelijke stationslocaties zijn af te leiden. Bron: eigen bewerking
De basisalternatieven op de schaal van de Noordoostpolder. Waarbij duidelijk wordt hoe de rode en donkerblauwe tracés worden gebundeld aan de A6 (stations Oost en Zuid), en de lichtblauwe en paarse een nieuwe doorsnijding vormen van het landschap (station West)
27
Uitgangspunt zelfde dienstregeling, andere onderbouwing vervoerswaarde • Deze IGV kiest voor dezelfde dienstregeling in de drie toekomstbeelden. • De manier waarop, en de gemakkelijkheid waarmee de stations aan de benodigde vervoerswaarde (het aantal in- en uitstappers per werkdag) komen verschilt wel. Zo zal in het toekomstbeeld Ecostad de vervoerswaarde vermoedelijk lastiger te bereiken zijn door de lage dichtheid van wonen, het beperkte programma binnen de stationsomgeving (geen werk, klein voorzieningencluster) en de grote afstand tot het centrum en de afhankelijkheid van reizigers uit Urk. Het hoofdstuk 5 Reflectie gaat dieper in op de risico's en mogelijke maatregelen die genomen kunnen worden om de gewenste vervoerswaarde te bereiken. • Uit het onderzoek Lelylijn Alternatieven volgt een bandbreedte van te verwachten in- en uitstappers (per werkdag, excl overstappers) per dienstregeling: • Trein 2x/u: 3.500 • Trein 4x/u: 4.400 • Trein 8x/u: 4.200 • Deze verwachtte omvang van in- en uitstappers is vergelijkbaar met station Almere Oostvaarders of Dronten. • We kunnen deze getallen echter niet zo overnemen in deze IGV. Ze zijn namelijk gebaseerd op de WLO Hoog 2040 prognose . In deze prognose zit een verwachtte groei van de Noordoostpolder + Urk van ongeveer 5.000 huishoudens, grofweg 13.000 inwoners.
Daarmee komt de het totaal van de Noordoostpolder + Urk op ongeveer 87.000 inwoners.
•
•
Deze IGV rekent mét de hogere groeiambitie. Dus, stel: de Noordoostpolder + Urk groeit niet met 5.000 huishoudens, maar met 13.000 huishoudens. Deze IGV komt dan uit op ongeveer 107.800 inwoners in plaats van 87.000. Welke nieuwe bandbreedte aan inuitstappers is dan realistisch? • Met 87.000 inwoners zijn 3.500 tot 4.400 in- uitstappers (max 5% van inwoners). • Met 107.800 inwoners zijn er dan 4.330 tot 5.450 in- uitstappers. • Echter is te verwachten dat de nieuwe doelgroep waarvoor extra wordt gebouwd (voornamelijk rondom het station) meer gebruik zal maken van de Lelylijn. Het percentage inwoners dat gebruik maakt van de Lelylijn komt dan hoger te liggen dan 5%. • Een eerste groffe schatting komt uit op een ordegrootte van 4.500 - 7.000 inuitstappers. Daarbij moet worden gedacht aan een station als Meppel (ondergrens) of Assen (bovengrens).
Station Assen, intercity-station met momenteel rond de 7.400 in- en uitstappers per dag.
Snelle rekensom: hoe dezelfde groeiambitie anders wordt uitgevoerd per toekomstbeeld, heeft effect op de ordegrootte in- en uitstappers. Dit is een groffe schatting, maar het geeft een beeld bij de bandbreedte.
28
Uitgangspunt aantal sporen + ruimtereserving • In het onderzoek Lelylijn Alternatieven wordt uitgegaan van viersporigheid ter plaatse van sprinterstations, de intercitysporen worden om het sprinterstation geleid. In de gebiedsverdiepingen is in alle varianten gekozen voor een compact intercitystation met 2 sporen. In alle gevallen moet viersporigheid in de toekomst wel mogelijk zijn. Denk aan goederenvervoer of Intercity diensten die station Emmeloord direct passeren. • We adviseren een ruimer gebied voor het station aan te houden, enige flexibiliteit voor de toekomst is aan te bevelen. Voor 4-sporigheid gaat het om een reservering van 14 meter extra t.o.v 2-sporigheid (7m per toekomstig spoor). Toelichting ligging spoortracé op +1 of +2 • Het spoortracé kan op maaiveld liggen of verhoogd op een grondlichaam of kunstwerk. Als er sprake is van een verhoogde ligging noemen we dat +1 of +2. Daarmee wordt bedoeld dat onder het tracé voldoende vrije hoogte is voor het eronder passeren van voertuigen. In de paktijk betekent dit voor +1 dat de beschikbare vrije hoogte onder het kunstwerk ca 4,5 meter is. Afhankelijk van de uitvoering van het kunstwerk waarop het spoor rijdt ligt de bovenzijde van het spoor op ca. 6m boven maaiveld. Voor +2 is dat het dubbele. • In alle varianten is sprake van een (deels) hoge ligging van het spoor.
Ter plaatse van kruisende infrastructuur (wegen en vaarwegen) zijn viaducten voorzien. De hoogteverschillen worden overbrugd met taluds. • De inpassing van het spoor is vergelijkbaar met de inpassing van de snelweg: het uitgangspunt is een ligging op maaiveld, op- en afritten met taluds en kunstwerken ter plaatse van kruisende infrastructuur.
Uitgangspunt wel/geen alzijdige ontwikkeling station • Om de opgave breed te verkennen is een alzijdige ontwikkeling niet het uitgangspunt. Vanuit de wens naar onderscheidende toekomstbeelden en overweging van ruimtelijke kwaliteit maken we juist verschillen. • Altijd hogere bebouwxingsdichtheden rondom het station toepassen, wel met variatie in de programmering (wonen-werkenplintprogramma). • Soms past in het toekomstbeeld een alzijdige stedelijke ontwikkeling minder goed. Eerder groene, recreatieve functies (Ecostad). • Werk bij station en scholen zorgen voor benutten tegenspits. Maar ook hier variëren we in, is niet heilig. Soms is het station meer een ‘woonstation’, of een ‘natuurpoort’, dan een compleet ‘woon-werk station’.
•
•
Uitgangspunten rekenig houden met water en bodem •
•
Nieuwe stedelijke ontwikkeling zal rekening houden met water en bodem. Nieuwe wijken komen in principe niet in gebieden met sterke bodemdaling en/of vernatting. Een uitzondering hierop is dat er wordt gekeken naar innovatieve vormen (kleinschalig van aard) die juist goed samen kunnen gaan met vernatting, zoals drijvend bouwen. Hiervan worden een á twee mogelijkeheden verbeeld. Voor landelijk gebied dat te maken krijgt met (sterk) veranderde condities voor water en bodem wordt een aantal richtingen geschetst hoe meebewegen met deze condities nieuwe kansen kan opleveren. Denk hierbij aan nieuwe natte natuur en aangepaste landbouw, in combinatie met recreatieve routes. Dit blijven globale suggesties, deze IGV heeft niet tot
•
doel uitgewerkte oplossingsrichtingen te schetsen voor het buitengebied (waaronder de agrarische functies). Toekomstbestendige ontwikkeling gaat over meer dan toevoegen van programma als wonen, werken en voorzieningen. Er zal ook, in toenemende mate, ruimte nodig zijn voor recreatie, klimaatadaptatie, klimaatmitigatie én ecologie. De IGV laat zien hoe deze opgaven op verschillende manieren een plek kunnen krijgen; van technische oplossingen in hoogstedelijke wijken tot meer natuurlijke ingrepen in een eco-wijk. Ter inspiratie wordt onder andere uit de Regionale Sponsstrategie (regio Zwolle) geput. De toekomstbelden zullen allen inzetten op een verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater. Het watersysteem met vaarten, tochten, kavelsloten en plassen biedt namelijk plek aan flora en fauna en vervult in het relatief ‘open’ Flevolandse landschap een belangrijke groenblauwe dooradering. De opgave voor waterkwaliteit is vooral gericht op het behoud en de verbetering van de ecologische kwaliteit en het verminderen van antropogene invloeden op de chemische kwaliteit. In de toekomstbeelden vertaalt zich dit door naar ingrepen als geleidelijke, natuurvriendelijkere oeverovergangen en ruimte voor wateropvang (en filtering) in het stedelijk gebied zelf. De potentie van de vaarten, tochten en sloten als recreatiegebieden wordt ook op verschillende manieren opgezocht.
Met inachtneming van het feit dat veel water in de polder komt uit kwelstromen en in (veel) minder mate uit waterinlaat; waardoor aantrekkelijk zwemwater niet vanzelfsprekend is.
29
4.3 Compacte Stad – Station Oost In het kort – 3 onderscheidende uitgangspunten 1. Een station in Oost zorgt voor een stationsomgeving zo dicht mogelijk bij het huidige centrum. Van centrum naar station loop je straks in 10 minuten, over een stadsboulevard die geladen wordt met nieuw programma. 2. Tussen centrum en nieuwe compacte wijk ligt een zeer goed bereikbare plek geschikt als onderwijslocatie én aanvullend voorzieningencentrum met plek voor sport, cultuur, wellicht zelfs een nieuw gemeentehuis. Deze zone is daarnaast belangrijk om voldoende sociale veiligheid te garanderen op de route tussen centrum en station in. 3. De focus ligt op hoogstedelijke ontwikkeling en nabijheid (van wonen, werken, voorzieningen en groen). Alle kansen op kwalitatief verdichten van de bestaande stad worden gegrepen. Randen langs de groene mantel worden benut, vanwege de hoge groene kwaliteiten. Maar ook rondom het centrum en de Urkerweg wordt op termijn verder verdicht.
30
Thematische toelichting Station en netwerk: Emmeloord Centraal •
•
•
•
Er komt een station aan de Oostkant van Emmeloord. Goed bereikbaar vanuit Marknesse, Ens, Kampen en Zwolle. Gelegen aan de Marknesserweg; één van de assen van het historische assenkruis van de polder. Het spoortracé ligt aan de oostzijde van de A6 gebundeld met de snelweg (allebei verhoogd, op +1) en maakt gebruik van de reserveringsstrook die hier ligt. Het station zelf wordt onder de bundel A6/spoortracé geschoven. Hier komt ook het busstation en ruimte voor fietsparkeren. P+R en deelmobiliteit krijgen ruimte op enige afstand. De compacte opzet van de stationsomgeving, in combinatie met goede voet- en fietsverbindingen, maakt een modal shift mogelijk. In dit gebied gelden de STOMP principes. Het station is bereikbaar met de auto, maar de prioriteit ligt allereerst op voetganger en fietser, dan OV, deelmobiliteit en tot slot de privéauto. De ringstructuur van Emmeloord wordt compleet met het verbinden van de Kamperweg en Kuinderweg. Zo wordt
autoverkeer (bijvoorbeeld reizigers uit Urk) om het centrum van Emmeloord geleid, zodat er ruimte ontstaat voor HOV bussen en de fiets op de Markenesserweg/Lange Dreef. De nieuwe ring vormt ook de ontsluiting en begrenzing van de nieuwe compacte wijk.
•
Wonen: Een uniek stadsdeel •
•
Zowel in het centrum als in de nieuwe wijk worden (hoog)stedelijke woonmilieus toegevoegd. Er wordt gebouwd met oog voor jongeren, starters en senioren, doelgroepen die nu moeilijk passende woningen vinden in de regio. De compacte ontwikkeling zorgt daarnaast voor stedelijke voorzieningen, onderwijs, groen en werk op loop- en fietsafstand. Dit verhoogt de aantrekkelijkheid van Emmeloord als woonplaats voor diverse doelgroepen, van jong tot oud. Er landen nieuwe stedelijke woontypologieën (zoals urban villa’s) in het Emmelerbos / de groene mantel die optimaal gebruik maken van recreatief groen en bestaande sportvoorzieningen. De verdichting vindt zoveel mogelijk binnen bestaande stadcontouren
plaats, waarbij de aanwezige kwaliteiten van groen en recreatie behouden blijven en worden benut. Het stedelijke, compacte stadsdeel vormt een groot contrast met de huidige stad en het omliggende polderlandschap. Er moet goed worden nagedacht over maximale bouwhoogte (passend bij de maat- en schaal van bijv. de Poldertoren), zichtlijnen in de polder, en de relatie van stad-nieuwe wijk en landschapnieuwe wijk.
Werken: Kennispark Emmeloord •
De stationsomgeving is de plek waar de kenniseconomie van de Noordoostpolder bloeit. Emmeloord Centraal is een belangrijk station langs de Lelylijn is de poort voor het nieuwe Kennispark, waar een hogeschool en technologische maakbedrijven een plek hebben gevonden. De Munt ontwikkelt zich verder als proeftuin, waar pionierende ondernemers uit de regio zich clusteren. Ze hebben hier keuze uit kantoren, labs voor starten scale-ups, maar ook grotere kavels waar opoverslag en productie plaatsvinden.
Referenties
Spoordok, Leeuwarden
Werkspoorpad, Utrecht
Europaallee, Zurich, Zwitserland
31
Voorzieningen: Stedelijke Centrum-as
Landschap, water en bodem: Poldertour
•
•
•
Tussen de Poldertoren en het station wordt het centrumgebied uitgebreid. Tijdens een wandeling van nog geen kwartier vind je alles wat je van een stad kan verwachten. Winkels, onderwijs, culturele en maatschappelijke voorzieningen, sport, en nieuwe woonvormen. De stad is niet alleen flink gegroeid in het aantal inwoners, maar ook in het voorzieningenaanbod. Denk aan goede restaurants en een groot poppodium. Het zijn voorzieningen die nieuwe doelgroepen aantrekken, maar waar huidige bewoners evengoed van profiteren. Deze voorzieningen zijn naar de stad gekomen dankzij de sterke focus op de ontwikkeling van de centrum-as. Elders in de Noordoostpolder heeft minder ontwikkeling plaatsgevonden. Dat maakt dat veel dorpen afhankelijk zijn van goede verbinding met het centrum.
•
• •
Vanuit het station start de ‘Poldertour’; vanaf hier pakt men de fiets of het OV richting de recreatieve bestemmingen in de polder. Van de Wellerwaard tot het Kuinderbos en via de bollenvelden naar het Waterloopbos. Ook zijn er mooie fietsroutes te maken langs de ‘Vergeten Randmeren’ en de pittoreske havens van Blokzijl en Vollenhoven. Hoogstedelijk ontwikkelen vraagt om genoeg groen nabij. De groene mantel kan hierin de rol aannemen van stadspark. Denk aan een divers en meer programma, zoals ruimte voor sport, recreatie en evenementen. Maar ook een gebied met veel ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. De nieuwe ontwikkeling ligt in een gebied met geen tot lichte bodemdaling en vernatting. In een compacte ontwikkeling zullen klimaataptieve en -mitigerende maatregelen slim moeten worden opgelost. Er kan worden gedacht aan natuurlijke oevers en verbreding van de Zwolsevaart, wateropvang een plek geven in de groene mantel, en technische oplossingen (water ondergronds opbergen)
in de wijk zelf. Denk bijvoorbeeld aan de Superspons in Zwolle (een stationsplein waar ook 650.000 liter water kan worden opgevangen). De technische maatregelen zorgen echter voor een complexe ontwikkeling. Ook is het de vraag hoe robuust het systeem is; de compacte wijk kan een potentieel knooppunt vormen in het grotere watersysteem. En omdat ruimte voor klimaatadaptatie en -mitigatie beperkt is, is opschalen bij verdere klimaatverandering lastiger. Op stadsniveau betekent compact ontwikkelen een beperkte afname van (landbouw)gronden gelegen aan de randen. En minder verharding / afdekking van de bodem in vergelijking met uitgespreide ontwikkelingen. De uitbreiding volgt zoveel mogelijk de oorspronkelijke polderverkaveling.
•
•
•
Programma • •
Referenties
• • • • •
Bogaardplein, Rijswijk
32
Bike Republic Hoge Kempen
Stationsgebied (20ha): zeer hoogstedelijk (150wo/ha) = 3.000 woningen. Rest van compacte wijk fase 1 (55ha): stedelijk (60-100wo/ha) = 5.100 woningen. Rest van compacte wijk fase 2 (30ha): laagstedelijk (30wo/ha) = 1.100 woningen. Sport-wijk (in Groene mantel) (15ha): laagstedelijk (30wo/ha) = 450 woningen. Park-wijk (Nagelerweg) (25ha): laagstedelijk (30wo/ha) = 750 woningen. In bestaande stad + 650. Totaal: 11.000 woningen.
Stationsomgeving Kansen en knelpunten stationsomgeving • Aan de centrum-as: het busstation wordt aan de centrum-as gelegd, onder de bundel van snelweg en spoor. Er zijn snelle verbindingen naar het centrum, Urk en richting Marknesse. De Marknesserweg wordt een stadsboulevard met meer ruimte voor voetganger, fietser en bus. Doorgaand verkeer wordt zo veel mogelijk via de ringweg omgeleid. • Een hoge knoopwaarde: in de 4 kwadranten rondom het station komt veel programma samen. Een stedelijk woongebied, kantoren, een onderwijscluster, sport, cultuur en recreatie. Het programma zorgt voor een goede benutting van de tegenspits. • Verbinding gebieden aan weerzijde infrabundel: De barriere tussen de huidige stad en de nieuwe ontwikkeling aan de oostzijde A6 wordt met het toevoegen van het spoortracé groter. Goede, aantrekkelijke en veilige verbindingen onder deze infra bundel door zijn noodzakelijk. Er zal een goede balans moeten zijn tussen voldoende verbindingen (fijnmazigheid gebied) en genoeg trechtering voor voldoende levendigheid.
•
•
Verblijfsklimaat een kritiek punt: een goed verblijfsklimaat en leefbaarheid is een grote opgave bij een stationomgeving die wordt doorkruist door grote weg- en spoorinfra. Denk aan geluidsoverlast van voorbijrazend verkeer, grote barrieres (geluidsschermen, taluds). Sociale veiligheid: sociale veiligheid is een serieus zorgpunt vanwege de ligging en bundeling met een breed tracé van de A6. Woningen komen op enige afstand van het station te liggen (want kunnen niet te dicht op de infrabundel komen). De groenstrook tussen bebouwing en de infrabundel kan ook bijdragen aan sociale onveiligheid. De stationsomgeving en route naar het centrum zal echt moeten worden geactiveerd met functies als sport, cultuur en horeca. Om zo, ook in de avonduren, een gebied te zijn waar men zich veilig en gezien voelt.
Referenties
Station Ede-Wageningen
33
4.4 Maakstad – Station Zuid In het kort – 3 onderscheidende uitgangspunten 1. Een station in Zuid vormt de aanleiding voor een gefaseerde transformatie van het havenen industriegebied Nagelerweg tot een gemengde wijk, waarin een divers palet aan woon- en werkmilieus een plek krijgen. Alles goed verbonden met de huidige stad en binnen de A6. 2. Het ontwikkelgebied is veelzijdig stuk stad. Er is een stedelijk karakter aan de Nagelerweg, en een meer industrieel karakter aan de Zuidervaart en de insteekhavens. Er is plek voor nieuwe woonvormen én nieuwe werkmilieus. 3. Station Zuid is de ‘natuurpoort’ van Schokland. Hier kom je via een recreatieve route door een nieuw polderlandschap met meer natte natuur, en toekomstbestendige agrarische bedrijven.
34
Thematische toelichting Station en netwerk: Station Zuidflank •
•
•
•
•
Er komt station aan de Zuidkant van Emmeloord, gelegen aan/over de Zuidervaart. Via de Nagelerweg, één van de historische assen, is men in 10min fietsen (35min lopen) bij de Poldertoren in het centrum. Het station ligt dichtbij de afrit A6 - Hannie Schaftweg, en is snel te bereiken vanuit Urk en Lelystad. Verkeer vanuit Ens/Kampen/Zwolle en Marknesse moet via de Amsterdamweg en Nagelerweg, een wat ongelukkigere route. Het spoortracé ligt aan de noordzijde van de A6 (+1), gebundeld met de snelweg (die ligt op maaiveld). Deze ligging is noodzakelijk voor de dubbele oversteek van de A6 (voor en na het station). Het station opent richting de nieuwe stadsontwikkeling van Zuidflank. Het voorplein bevat een bushalte, fietsparkeerruimte, P+R en deelmobiliteit. Richting het zuiden biedt het station uitzicht op het polderlandschap en Schokland. Dit station is niet alzijdig ontwikkeld. De sprong over de A6 naar het zuiden is niet
• •
wenselijk: het zou een geïsoleerd stadsdeel worden, waarbij grote vraagtekens zijn over de ruimtelijke kwaliteit (gelegen aan de A6, doorsneden door hoogspanningstracés en een transformatorstation). Genoeg vervoerswaarde creëren vraagt dus om hogere dichtheden van de ontwikkeling die wél naast het station ligt. De afstand van het zuidelijke station tot de rest van de stad is groter dan bij een station in oost. Bestaande wijken liggen verder weg en goede routes naar de zuidelijke locatie bestaan nog niet. Goede verbinding met de bestaande stad vraagt om een flinke inspanning.
Wonen: Mix aan milieus •
De woon-werkontwikkeling van Zuidflank vindt gefaseerd plaats. In de eerste fase wordt de directe stationsomgeving hoogstedelijk ontwikkeld met kantoren langs spoor en A6, en woningbouw langs de Nagelerweg, die uitgroeit tot stadsboulevard van station tot centrum. In de Bouwerskamp (het oudste bedrijventerrein van de stad) wordt getransformeerd met
•
voorzieningen, wonen en werk. In de daaropvolgende fases verkleurd de rest van Zuidflank. Eerst tot aan de Zuidervaart, in vervolgfases daar voorbij. Hoe westelijker, hoe meer de nadruk op (klassieke) bedrijvigheid komt te liggen.
Werken: Innovatielab Zuidflank •
•
Zuidflank fungeert als werk-wijk en innovatielab voor maakindustrie, onderzoek en experimenten, met focus op de agri-techsector. Hier worden nieuwe agrarische machines ontwikkeld voor pionierende bedrijven in de Noordoostpolder. Via de vaarten is het innovatielab verbonden met omliggende dorpen. Zelfvarende “roboats” vervoeren onderdelen, waardoor een regionaal netwerk van maak- en innovatiedistricten ontstaat voor kennis- en materiaaluitwisseling.
Referenties
Little Coolhaven, Rotterdam
Havenkwartier, Deventer
Performance Factory, Enschede
35
Voorzieningen: Onderscheidend voorzieningencentrum •
Het centrum van Emmeloord behoudt het stedelijke tot regionale voorzieningenniveau. Rond het nieuwe station ontstaat een wijkcentrum met sporthal, scholen, winkels en ander programma afgestemd op de opzet en het karakter van Zuidflank.
•
Landschap, water en bodem: Schokland in een nieuw polderlandschap •
Het station is een startpunt van recreatieve routes richting UNESCO Werelderfgoed Schokland. In 20 minuten fiets je vanaf het station naar het voormalig eiland. De fiets- en wandelroutes doorkruisen een stuk polder waar de bodemdaling en vernatting sterker spelen dan elders. Meebewegen met deze veranderende condities biedt kansen voor nieuwe natuurontwikkeling en andere agrarische bedrijfsvoering en gewassen. Het gebied wordt een combinatie van het huidige polderlandschap in combinatie met meer
•
ruimte voor water, recreatie en ecologie. Recreatie en ecosysteemdiensten kunnen hier een aanvullende inkomstenbron vormen voor agrariërs. De herontwikkeling van een bedrijventerrein tot woon-werk gebied vraagt om het toevoegen van veel meer ruimte voor water en groen. Zeker het verouderde Bouwerskamp heeft last van een sterk hitte-eiland effect: hier is minder verharding en meer schaduw een vereiste voor een aangenaam en gezond verblijfsklimaat. Verder moet er een nieuw groen-blauw raamwerk komen in het gebied. Daarin kan het water/de vaarten een stuk beleefbaarder, door de kades te verbreden en te vergroenen. Binnenin het gebied zijn groene ‘stapstenen’ nodig voor complete (ecologische) verbindingen. Een kanttekening bij het centraal stellen van de vaarten als drager van een recreatief-blauw netwerk is dat de waterkwaliteit nog niet geschikt is om in zwemmen. Water komt in de Noordoostpolder voornamelijk uit kwel, vanuit de grond, waardoor aanvoer van schoon water lastiger is.
Programma • •
Referenties • • • • • • Broparken, Linköping, Zweden
36
Referentie buitengebied
Stationsgebied (35ha): hoogstedelijk (100wo/ha) = 3.500 woningen. Zuidflank woon-werk (40ha): stedelijk (60wo/ha) = 2.400 woningen. Zuidflank werk-woon (25ha): laagstedelijk (30wo/ha) = 750 woningen. Bouwerskamp (7ha): laagstedelijk (30wo/ ha) = 210 woningen. Fase 2 – tot Zuidervaart (68ha): mixed (40wo/ha) = 2.720 woningen. Fase 3 – overkant Zuidervaart (20ha): laagstedelijk (30wo/ha) = 600 woningen. In bestaande stad + 450. Totaal: 10.550 woningen.
Stationsomgeving Kansen en knelpunten stationsomgeving •
•
•
Gelegen aan het water: het station ligt, in tegenstelling tot andere toekomstbeelden, niet aan een directe as verbonden met het centrum van Emmeloord. Hierdoor is een knik noodzakelijk, richting de Nagelerweg. Daartegenover staat de (potentiële) kwaliteit van de Zuidervaart als aantrekkelijke route met fiets- en wandelpaden langs de kades. Verhogen van het spoor: het spoor moet op +2. Vanwege de oversteek van de Nagelerweg en de A6 in oostelijke richting. Het stationsgebouw wordt onder het spoor geplaatst op +1. Daaronder komt ruimte voor een P+R en parkeren. Verleggen van de ring: het zuidelijke deel van de ringweg van Emmeloord komt langs het station. Dit betekent dat naast het spoortracé ook een weg moet worden ingepast boven de A6 en onder het bestaande bedrijventerrein. De dikte van dit pakket wordt rondom het station zodanig dat hier waarschijnlijk sloop noodzakelijk is. Dit zijn relatief nieuwe bedrijfspanden/kantoren.
•
•
Waarom niet aan de Nagelerweg: een stationslocatie aan de Nagelerweg lijkt logischer, want beter verbonden met het huidige centrum en de rest van de stad. Deze locatie is echter niet mogelijk door de bocht die het spoor moet maken om gebundeld met de A6 richting het noorden te lopen. De locatie aan de Zuidervaart is daarom de meest oostelijke ligging mogelijk voor het station. Alzijdig of niet: de stationsomgeving alzijdig ontwikkelen heeft de voorkeur, om de nabijheid van het station te benutten en vervoers- en knoopwaarde te verhogen. Een ontwikkeling ten zuiden van de bundel A6/spoor is echter problematisch om meerdere redenen. In dit gebied ligt een hoogspanningsstation en -tracé, de dikke infra-bundel zorgt voor een sterke barrière (om over te steken moet men met een brug of tunnel), en de ontwikkeling zou vrijwel los komen te liggen van de rest van de stad.
Referenties
Station Lansingerland
37
4.5 Ecostad – Station West In het kort – 3 onderscheidende uitgangspunten 1. Een station in West ligt op de belangrijkste as tussen Emmeloord en Urk; beide plaatsen kunnen zo optimaal profiteren van het station. 2. Het westelijke spoortracé ligt, als enige tracé, niet gebundeld langs de A6. Dat biedt kansen om een station met een aangename verblijfsruimte te maken – een stationsomgeving met een karakter van ruimte, groen en gezondheid dat past bij de polder en de wensen van toekomstige inwoners die dit soort woningen elders niet kunnen vinden of betalen. 3. Het westelijke spoortracé is een nieuwe doorsnijding van het landschap, wat vraagt om een zorgvuldige inpassing met oog voor de kwaliteiten van de polder. Om de impact te beperken wordt het tracé opgenomen in een nieuw stedenbouwkundig plan voor Emmeloord West, dat veel kwaliteit toegevoegd aan dit deel van de stad.
38
Thematische toelichting Station en netwerk: Poort van de Polder •
•
•
•
Er komt station aan de Westkant van Emmeloord centrum. Gelegen aan de Urkerweg, een historische as tussen Urk (30min fiets, 10min busverbinding) en Emmeloord (10min fiets). Het spoortracé ligt vrij in het landschap en begrenst de stad aan de westzijde. Het tracé ligt op +1, vanwege de oversteek van de Urkervaart, maar zakt daarna naar maaiveldniveau. Er komt een gelijkvloerse spoorwegovergang ter plaatse van de Espelerlaan en Pilotenweg. Het station ligt aan de Urkerweg, met een goed busstation, P+R, fietsenstalling en ruimte voor deelmobiliteit. Het is makkelijk te bereiken vanuit Urk, Lelystad, Zwolle. Verkeer uit het oosten (Marknesse) moet via de ringweg om het centrum van Emmeloord worden geleid. De stationsomgeving is stedelijk, maar ruimer, groener en meer ontspannen van opzet dan de stationsomgevingen van andere toekomstbeelden. Dat zorgt, in combinatie met de grotere afstand naar het centrum, voor een lagere vervoerswaarde. Ter compensatie zal een HOV-buslijn die van Urk en Marknesse naar
•
het station loopt, voor de nodige voeding vanuit en naar de regio moeten zorgen. Het ontspannen karakter komt ook terug in het mobiliteitsprofiel van de wijk. De auto wordt geparkeerd aan de randen van de wijk in mobiliteitshubs. Binnenin komen woonerven/ autoluwe gebieden.
•
Wonen: Landschappelijk wonen in de stad •
•
•
Het nieuwe station vormt de aanleiding om in Emmeloord West aan de slag te gaan. Er is geen grote sloop-nieuwbouw nodig, veel van de gronden zijn landbouwgrond in eigendom van het Rijk. Het gebied vraagt wel om een overkoepelend stedenbouwkundig plan dat verder gaat dan de ‘wijkje erbij-aanpak’ die nu plaatsvindt aan deze rand van de stad. De stad moet groeien in balans. Dat betekent dat in west-Emmeloord naast woningen ook voorzieningen, recreatie en groen moet worden toegevoegd. Omdat grotere groenstructuren nog ontbreken in dit deel van de stad, en omdat het een vast ontwerpprincipe van de polder is, komt er een nieuwe goene mantel rondom de wijken met groene inprikkers de buurten in. Er worden lage tot stedelijke woonmilieus
toegevoegd, die naarmate ze dichter bij het station komen oplopen in dichtheid. Centraal staat het groen-blauwe karakter van de wijk. Er is plek voor recreatie, natuur, waterberging en kleinschalig landbouw, moestuinen en andere collectieve buitenruimte. Op termijn is een sprong over het spoor mogelijk, zoals “Wetland villages”: woonvormen die inspelen op veranderende water- en bodemcondities, zoals drijvend wonen of ontwikkelingen vergelijkbaar met Almere Pampus, waar Water en Bodem sturend echt is omarmd bij de inrichting van stedelijk gebied.
Werken: Economische as Urk - Marknesse •
Rondom het station komt weinig bedrijvigheid. Maar langs de Urkerweg – Markensserweg zit des te meer economische activiteit. De Port of Urk en de Maritieme Service Haven ontwikkelen sterk door. Ook werklocaties in Emmeloord, Marknesse en de MITC campus hebben veel potentie. Snelle en frequente busverbindingen langs de route zijn belangrijk, en het trein- en busstation moet hier goed op aansluiten.
Referenties
Dahliablok, Rotterdam
Østergården, Kopenhagen Denemarken
Brainport Smart District, Helmond
39
Voorzieningen
Landschap, water en bodem
•
•
•
•
•
Aan de westzijde van het station komt een cluster van regionale voorzieningen gefocust op sport en gezondheid. Denk aan een groot sportcomplex. Maar ook verzorgingstehuizen en kleinere zorgfuncties. Dit profiel past goed bij de kwaliteiten van het gebied - groen, ruim en ontspannen. Het grote zorgcluster (en ziekenhuis) ligt echter aan de oostzijde, langs de Urkerweg. Beiden zijn goed bereikbaar met het OV en de fiets. Het voorzieningencluster ligt tussen Emmeloord en Urk in. Beide kernen profiteren zo optimaal. Ook blijven veel bezoekers (per auto) op deze manier uit de stad. Het nieuwe voorzieningencluster ligt op grote afstand van het huidige centrum van Emmeloord. Maar het profiel is duidelijk anders; rondom het station komen bijvoorbeeld weinig winkels en horeca. Het zwaartepunt blijft duidelijk in de huidige stad liggen. De vraag is echter wel of het cluster niet te decentraal ligt, om bijvoorbeeld sportaccomodaties bereikbaar te maken voor iedereen.
•
•
•
Landschap en stad zijn in dit toekomstbeeld zo veel mogelijk verweven met elkaar. Het groene mantel principe wordt herhaalt, maar krijgt extra vingers de wijken in. Water en bodem zijn als sturende uitgangspunten meegenomen in de ontwikkeling van het gebied. Groen en water krijgen ruimte tot in de haarvaten van de wijk. De ruimere opzet maakt meer ruimte voor groen mogelijk, zeker ook omdat de auto aan de randen van de wijk wordt geparkeerd. De opzet biedt veel ruimte voor klimaatadaptatie. Het zorgt voor een robuust watersysteem. De wijk functioneert als spons, water wordt opgevangen daar waar het valt. In de toekomst kan er bovendien nog meer ruimte worden gevonden voor additionele wateropvang en -opslag. Daar staat tegenover dat de luwere wijken wél meer ruimte opeisen dan een compacte wijk. Het gaat hier met name ten kosten van landbouwgrond. Het plan integreert het spoortracé in een landschappelijk ontwerp. Een soort ‘poldertracé-park’ (zie referentie: the Underline).
Natuur en recreatie lopen langs en onder het spoortracé door. Het tracé ligt verhoogt (op kunstwerken) ten hoogte van het station. Een duurdere variant trekt deze hoge ligging door langs de hele stad, in plaats van terug naar maaiveld te zakken voor de Pilotenweg. Toch vormt het spoortracé een nieuwe barriere en doorsnijding, waarvan de impact groot is. Juist ook op de schaal van de hele Noordoostpolder. De uitvoering van het tracé (verhoogd of maaiveld, kunstwerken of spoordijk) maken veel uit voor de ervaring van het tracé en de relatie tussen stad en polder. Ook in de kruising met vaarten en erftoegangswegen zijn keuzes te maken: worden de wegen onder het spoort getunnelt? Verder naar het westen word een deel van de polder steeds natter. Er wordt meebewogen met de vernatting. Er komt meer ruimte voor nieuwe natuur en recreatie. Dit nieuwe recreatiegebied dient tevens als groene buffer tussen Emmeloord, Tollebeek en Urk in, om te voorkomen dat beiden tegen elkaar aan groeien op lange termijn. Er is ruimte voor kleinschalige woonconcepten die innovatief omgaan met de natte condities, zoals drijvende enclaves.
•
•
Referenties Programma •
Stationsgebied (5ha): stedelijk (80wo/ha) = 400 woningen.
•
Ecowijk compact (30ha): laagstedelijk (35wo/ha) = 1.000 woningen Ecowijk landschappelijk wonen (250ha): laagstedelijk (30wo/ha) = 7.500 woningen In bestaande stad + 250. Totaal: 9.250 woningen
• • • The Underline, Miami
40
Hertha Hurnaus, Aspern
Stationsomgeving Kansen en knelpunten stationsomgeving •
•
•
•
Station als Poort van de Polder: het tracé ligt op +1. Onder het spoor kunnen de belangrijke verbindingen probleemloos doorlopen; de Urkerweg, Urkervaart en de nieuwe fiets- en voetgangsverbinding tussen de nieuwe wijk en het zorg-sport cluster in het westen. Zo ontstaat een mooie overgang tussen stad en landschap. Kans vrijliggend trace: het tracé is niet gebundeld aan de snelweg, zoals in andere toekomstbeelden. Dit zorgt voor een aangenamer verblijfsklimaat. Ook is de aanleg minder complex. Afstand tot het centrum: de afstand richting het centrum is in dit toekomstbeeld het grootst (40min lopen, 10min fietsen). Wel is de Urkerweg een logischere en directere verbinding met het centrum dan de route richting het zuidelijke station in Maakstad (35min lopen, 8min fietsen). Veel potentiële treinreizigers zullen daarom met de auto of de fiets naar het station komen. Zeker die laatste moet zeer goed
•
•
gefaciliteerd worden. Dat betekent een uitstekende fietsenstalling, goed bereikbaar en goed verbonden met het station. Maar er zal ook voldoende parkeergelegenheid moeten komen voor reizigers (uit omliggende plaatsen, met name Urk). Drukte op de Urkerweg: wat kan de kwaliteit van de Urkerweg worden? Het is de belangrijkste as naar het station, maar daarnaast ook een drukke verbinding voor ander verkeer richting het centrum van Emmeloord. Ook op de Hannie Schaftweg is drukte (door de rustige wijken!) te verwachten, door verkeer van/naar Lelystad of Zwolle. Sociale veiligheid westzijde station. De westzijde van het stationsgebied heeft wat weg van een campusomgeving, met sport en onderwijsgebouwen. De vraag is hoe hier ‘s avonds voldoende ‘ogen op straat’ zijn om te zorgen voor een veilige omgeving.
Referenties
Station Driebergen-Zeist
41
05 42
Reflectie
5. Reflectie Dit hoofdstuk reflecteert op de toekomstbeelden in twee delen. Eerst wordt er gekeken naar de robuustheid en het aanpassingsvermogen van de toekomstbeelden; met name in welke mate hun fasering ze in staat stelt om om te gaan met onzekerheid (op de korte en lange termijn). Daarna wordt in beeld gebracht wat de impact van de toekomstbeelden is op de hoofdopgaven voor de Noordoostpolder en Urk. Uit de vergelijking tussen de drie toekomstbeelden volgen een paar belangrijke bevindingen.
5.1 Reflectie op robuustheid en aanpassingsvermogen De toekomstbeelden in deze IGV zijn op twee manieren getest op hun robuustheid. Allereerst zit in elk van de toekomstbeelden een voorgestelde fasering. Sommige stappen in deze fasering zijn makkelijker te realiseren of minder afhankelijk van externe factoren dan andere, waardoor bepaalde toekomstbeelden robuuster zijn dan andere. Daarnaast zijn de toekomstbeelden getest op hun robuustheid op de lange termijn in een botsproefsessie. Hierin zijn de drie toekomstbeelden uit deze IGV vergeleken met vier scenario’s voor de Lelylijn over 100 jaar. De belangrijkste inzichten uit deze botsproef worden hier gedeeld. Inzichten fasering Wat opvalt zijn de verschillen in complexiteit in de aanleg van de spoorlijn en de stadsontwikkeling. De Ecostad lijkt op het oog het minst ingewikkeld. Het spoortracé hoeft niet gebundeld te worden aan de A6, waardoor een hoop ingewikkelde en kostbare oversteken en onderdoorgangen hier in mindere mate nodig zijn. En de voorgestelde stadsontwikkeling vindt plaats op Rijksgronden, waar nu nog geen bebouwing staat. Zodoende lijkt Ecostad relatief snel te ontwikkelen, althans, het infrastructurele deel (spoortracé en station) en de stationsomgeving. De kanttekening hierbij is dat programma als groen en voorzieningen in dit deel van de stad ontbreken, de ringweg moet worden
aangepast en de afstand tot het centrum het grootst is. Groeien in balans en het voorkomen van lange vervoersbewegingen naar het centrum is in de Ecostad geen vanzelfsprekendheid. De tegenpool van Ecostad is de Maakstad, met het station in Zuid. Om dit station en spoortracé te realiseren is grondaankoop nodig, zal een strook bestaand bedrijventerrein gesloopt moeten worden en zal een stuk ringweg aangelegd moeten worden. Om de stadsontwikkeling mogelijk te maken zal de gemeente instrumenten en middelen moeten hebben om aan te sturen op gefaseerde verkleuring van het bedrijventerrein Nagelerweg. Dit is een kostbaar en tijdrovend proces. Het is bovendien de vraag hoe de economische ontwikkeling van Emmeloord/de Noordoostpolder er dan uit ziet, en of het wel verstandig is om een (watergebonden)bedrijventerrein deels te laten verkleuren. De Maakstad kent nog een unieke complicatie. Het is het enige toekomstbeeld waar geen alzijdige ontwikkeling van het station wordt geschetst. In de Compacte stad wordt het station omgeven door een campusomgeving, een werkgebied en een hoogstedelijke wijk. In de Ecostad wordt het station omgeven door een woonwijk en een sport- en zorgcluster. Het (gefaseerd) ontwikkelen van het zuidelijk deel van het station Maakstad is echter minder vanzelfsprekend. De oversteek over de A6
is lastig, de ontwikkeling zou volledig los liggen van de bestaande stad, en het gebied wordt doorkruist door een hoogstpanningstracé en -station. Maar bovenal moet worden benadrukt dat de Lelylijn er pas over 1,5 tot 2 generaties ligt. Een gefaseerde, gestage en bewuste woningbouwontwikkeling is voorwaardelijk. De vraag is welk toekomstbeeld hier het beste bij aansluit. De Compacte stad, en dan met name de ingrepen in de groene mantel en het verder ontwikkelen van de centrum-as, lijken ontwikkelingen waar de stad al voor de komst van de lijn veel profijt van heeft. Het sluit aan bij de huidige koers van kansen benutten in en rondom het huidige centrum. In de Maakstad zit een voorstel voor stedelijke vernieuwing/ herstructurering van Bouwerskamp, wat ook een waardevolle ingreep kan zijn, ongeacht station of stationslocatie. Ecostad is wellicht de ontwikkeling waar de stad als geheel het minst aan heeft; er wordt veel van hetzelfde toegevoegd en door de beperkte concentratie is een schaalsprong in voorzieningen en mobiliteit is hier lastiger te realiseren. Het biedt daarentegen wél woonmilieus die, ook zonder komst van de Lelylijn, aantrekkelijk zijn en een grote doelgroep aanspreken.
43
Inzichten robuustheid lange termijn De toekomstbeelden zijn ‘gebotst’ met vier scenario’s voor de Lelylijn over 100 jaar. Deze vier scenario’s verschilden in conjunctuur (veel of weinig mondiale handel, migratie, economische groei) en klimaattransitie (snel of vertraagd). Daar volgen een paar bevinden uit, over robuustheid op de lange termijn: •
•
•
•
44
De Compacte stad en de Maakstad zorgen beiden voor een diversere en sterkere regionale economie, door nieuwe werkmilieus aan te bieden en onderwijs en kennis aan de Noordoostpolder te binden. De Ecostad doet dit in mindere mate, de economie blijft eenzijdiger gericht op landbouw en agroinnovatie, en lijkt daarom het meest gevoelig voor economische (laag)conjunctuur. Andersom, in het geval van sterke economische groei, profiteren de Compacte stad en Maakstad ook het meest. Ecostad Emmeloord sluit in zo’n situatie minder aan bij hoogdynamische knopen als Heerenveen en Groningen, maar biedt wellicht wél een rustig, groene woonmilieu. Emmeloord als aantrekkelijke woonstad, voor mensen die elders werken. De Compacte stad zorgt voor een sterke clustering van wonen, werk en voorzieningen, waarmee Emmeloord een sterke en goed bereikbare regiokern blijft. Ook in een toekomst met lage economische- en demografische groei. Het meer uitgespreide Ecostad doet dat minder. Demografische krimp in een uitgespreide stad zet openbaar vervoer en voorzieningen onder druk. De Maakstad sluit goed aan op de regionale economie van de Noordoostpolder. Het havenindustriegebied Nagelerweg functioneert als machinekamer van de polder, verbonden met
•
de andere dorpen via vaarten en wegen. Het toekomstbeeld kan wellicht goed functioneren in én een hoogdynamisch scenario (opschalen naar een innovatief bovenregionaal netwerk) én een laagdynamisch scenario (goed onderling verbonden netwerk van bedrijven in de eigen polder). Een snelle klimaattransitie wordt door de toekomstbeelden op verschillende manieren ingevuld. Zo zorgt de Compacte stad voor de minste ruimtelijke impact (kleinste footprint) en sterkste modal shift, in combinatie met natuurlijke én technische maatregelen voor energieopwekking en groen- en wateropgaven in de stad. De Maakstad nut de potentie van Schokland en de vernatting van de polder volledig uit in de vorm van een nieuw natuurgebied, waar veel ruimte is voor waterberging en biodiversiteit, terwijl het maakdistrict inzet op duurzame (agrarische)innovaties voor in de polder. In de Ecostad ligt minder focus op economische innovatie die inspeelt op de klimaattransitie. De focus ligt eerder op het verweven van stad en landschap en daarbij horende innovatieve woonvormen.
5.2 Impact toekomstbeelden op de hoofdopgaven Op de volgende pagina’s wordt de impact van de toekomstbeelden gevalueerd. Dit wordt gedaan aan de hand van de hoofdopgaven voor de Noordoostpolder en Urk (uit hoofdstuk 3, zie lijstje onderaan). Waarbij het thema landschap/natuur/ landbouw is uitgesplitst naar polder en stad, om meer recht te doen aan de verschillende invulling van deze twee gebieden. Ook is uitvoerbaarheid toegevoegd als extra punt van evaluatie. De kleuren geven een indicatie van het effect dat het toekomstbeeld heeft op de opgave. Hierbij kan rood zoiets betekenen als: ‘toekomstbeeld helpt niet bij het aanpakken van de opgave / of vergroot zelfs de opgave’. Geel staat voor ‘pakt de opgave aan, maar met kanttekeningen’. Groen staat voor ‘pakt de opgave succesvol aan’. Ter herhaling, de 5 hoofdopgaven van de Noordoostpolder en Urk: • Opgave wonen: Wonen als integrale gebiedsopgave • Opgave voorzieningen: Regiokern Emmeloord • Opgave werk en onderwijs: Toegang tot talent • Opgave landbouw/ecologie/water. Gebruiksén belevingswaarde van de polder • Opgave mobiliteit: Een multimodale Noordoostpolder
Voorzieningen
Compacte Stad - Station Oost
Directe stationsomgeving
Wonen
Veel mogelijk door Wat is de nabijheid centrum én woonkwaliteit naast de groene zone. Hoger A6/spoorbundel? onderwijs, cultuur, Geluid, barrieres, sport, nieuw sociale veiligheid. gemeentehuis
Werken en onderwijs
Mobiliteit
Water en bodem
Gebruik en belevingswaarde polder / landschap
Grote opgave om te zogen voor sociale veiligheid, zeker 's avonds
De gebiedsontwikkeling is De vraag is in welke zeer compact, wat mate hoogstedelijk ruimte voor water en wonen zich verhoudt groen schaars maakt. tot bedrijvigheid op de Er zijn veel complexe, Flinke modal shift In hoeverre past dit Munt (geluidsoverlast, dure technische mogelijk door hoogstedelijke milieu transport, etc). Ander oplossingen nodig. compacte opzet en bij de doelgroepen die profiel voor deel van Het grotere nabijheid wonen, naar de NOP willen de Munt wellicht watersysteem is werken, voorzieningen. komen? wenselijk (meer daardoor minder kantoren dan logistiek robuust, want de georienteerde hoogstedelijke wijk bedrijven) vormt een potentieel groot knelpunt
Nieuwe gebiedsontwikkelingen
Uitvoerbaarheid
Grote vraagtekens bij verblijfskwaliteit station en stationsomgeving door Lijkt goed uitvoerbaar. bundeling met A6 Spoor maakt gebruik
Plek voor water en een vitale bodem rondom het station in de vorm van een groot stadspark (onderdeel van de groene mantel) en de Zwolse Vaart (met natuurlijke, verbrede oevers). Aan de stedelijke zijde zijn technische oplossingen nodig (Superspons Zwolle). Complexe opgave.
Aantrekkelijk milieu voor werken en onderwijs nabij station. Locatie zeer goed ontsloten met OV/goed bereikbaar voor jongeren/ studenten.
Gebruik en belevingswaarde stad
van bestaande reserveringsstrook. Bundeling tracé en plaatsing station is wel een complexe ontwerpuitdaging.
Uitbreidingrichting is niet de meest aantrekkelijke locatie: een te revitaliseren gedateerd bedrijventerrein en veel grote infra.
Geen tot lichte bodemdaling en vernatting.
Verbinding tussen nieuwe ontwikkeling en de bestaande stad is niet vanzelfsprekend door dikke infrabundel
Afhankelijk van uitkopen / verhuizen bedrijven verouderd bedrijventerrein.
Stad
Stedelijke modal-shift Ook in de rest van de is randvoorwaardelijk. stad wordt verdicht op Compacte groei stad Hoe gaat dit samen en nabijheid. veel locaties. Ruimte met het hoge Kwaliteitsimpuls door Nieuwe ontwikkeling IN de stad voor water Aanbod voor jongeren Versterkt huidige Kans voor geleidelijke autogebruik van de centrum-as en bodem is dus maakt goed gebruik en ouderen brengt stadscentrum door ontwikkeling De Munt Groei zoveel mogelijk bestaande stad? schaars. Kwalitatieve van bestaande doorstroming en nabijheid en boulevard (B, C). Ook andere binnen bestaande verdichting, met structuren stad. balans woningmarkt. met programma. bedrijventerreinen contouren stad. aandacht voor water Aanpak van de Waar mogelijk ook veel Tussenzone met Goede bereikbaarheid kunnen en bodem, is daarom centrum-as is wel verdichting in de ruimte voor sport, recreatiegebieden doorontwikkelen essentieel maar ook noodzakelijk (ruimte bestaande stad, waar cultuur en publieke oosten van de polder. (Zuidflank, complex. Weinig voor OV en fietser, meer doelgroepen van functies. bedrijventerrein A6). restruimte in de voetganger) meeprofiteren Groene mantel als toekomst voor Ringstructuur Zuidstadspark . Stad benut additionele oost compleet de aanwezige groene klimaatadaptatie. kwaliteiten beter
Regio
Hoogstedelijk bouwen Door compacte past minder bij ontwikkeling onstaat doelgroepen die een stevige regiokern, rustiger willen wonen. die Krijgen deze elders in toekomstbestendig is. de NOP plek?
Lelylijn
Vervoerswaarde
Kosten
Veel regionale voorzieningen en programma nabij IC station
Gemiddeld complex. Bundeling ingewikkelder dan vrij, stadsontwikkeling eenvoudiger
Tussenzone met ruimte voor (boven)regionale voorzieningen zoals onderwijs
Regionale bereikbaarheid Intercitystation als hub
Compacte verstedelijking betekent minimale afname open (agrarisch) landschap. En meer ruimte voor water (opvang, opslag) aan de randen van de stad
De 'Poldertour' als concept. Maar er worden geen grote nieuwe groen- of blauwe netwerken voorgestelt
45
Voorzieningen
Directe stationsomgeving
Maakstad - Station Zuid
Nieuwe gebiedsontwikkelingen
Wonen
Werken en onderwijs
Middelgroot Kantoren en onderwijs voorzieningencluster Directe omgeving is bij het station zijn ook Lastige infra-puzzel, bij het station. minder geschikt voor goed bereikbaar met auto en bus moeten Bereikbaarheid vanuit wonen door de auto en bus (afrit voorlangs het station rest stad is minder (oa naastgelegen spoor en A6). Multimodaal worden ingepast. door knik vanaf snelweg. regionaal cluster Nagelerweg)
Water en bodem
Gebruik en belevingswaarde polder / landschap
Beperkte ruimte voor water en bodem. De Zuidervaart krijgt natuurlijke oevers. Maar de stationsomgeving is compact en minder groen van opzet.
Grote vraagtekens bij Poort van Schokland. verblijfskwaliteit. Met direct een goede Minder kwalitatief fietsverbinding over gebied. de A6 Kantoren/bedrijven en spoor/A6 bundel.
Gemengd wonen en Ontwikkeling Zuidflank werken. Ruimte voor is groot genoeg voor experimentele één tot twee woonvormen/ wijkcentra. Centrum architectuur. Emmeloord blijft belangrijk. Bereikbaarheid hiervan vraagt om verbindingen over de Urkervaart (meer dan alleen Nagelerweg).
Stad
Mogelijk enkele grotere stedelijke Veel woningen erbij voorzieningen, nabij binnen de A6, maar station en afrit A6. toch (op Bioscoop, Bouwerskamp na) vrij congrescentra. Maar perifeer gelegen. Extra gebied moet geen 2e verbindingen nodig Bataviastad worden.
Regio
Stadscentrum niet goed per voet bereikbaar, blijft voor regionale functie afhankelijk van autobereikbaarheid
Het landschap richting Zuidflank als Beperkte modal shift, Schokland zet volledig machinekamer voor de maar wél een station in op nieuwe kansen Uniek woonmilieu in polder. Maakindustrie recreatie, natuur en dat zich uitstekend de regio en agro-innovatie leent als P+R, door landbouw die rekening sluiten goed aan bij nabijheid afrit A6 houden met water en kracht van de NOP bodem.
Vervoerswaarde
Kosten
Veel werkgelegenheid, minder voorzieningen. Geen alzijdige ontwikkeling, wel IC station.
Grote complexiteit, zowel gebiedsontwikkeling als inpassing spoortracé en benodigde kunstwerken.
Lelylijn
Gebruik en belevingswaarde stad
Uitvoerbaarheid
Complex, mogelijk sloop nodig van relatief jonge bedrijfspanden om tracé en nieuwe ringweg in te pasen.
Het bedrijventerrein Zuidflank moet een nieuw groen-blauw netwerk krijgen. Bestaande vaarten Lastige infra-puzzel, kunnen een auto en bus moeten aangrijpingspunt Gebied is zelf stenig, via Nagelerweg Grotere afstand tot vormen voor meer industrieel van richting station (ring groengebied (de water (opvang en karakter. Grote opgave Complex. Moet in wordt verlegt naar het groene mantel), in opslag) in de wijk. om de polder te zuiden). Veel verkeer plaats daarvan vaarten fases (Bouwerskamp, Groene boulevards ervaren. Wel kans om Nagelerweg eerst). over één weg. In en insteekhavens. In zijn in potentie ook de vaarten + bedrijvige conflict met fiets en welke mate beleefbaar Daarna ingewikkeldere goed mogelijk. Een DNA van de polder te ontwikkeling in voetganger die te maken? combinatie van ervaren. bestaand (goed richting het centrum technische en functionerend) willen. natuurlijke bedrijventerrein. maatregelen voor Inpassing tracé + veel klimaatadaptatie is mitigerende denkbaar, met de maatregelen voor nadruk op technisch. verblifjs- en woonkwaliteit
Past minder goed bij de woonvraag naar ruimte en groene woningen
46
Mobiliteit
Werkmilieu waarin bedrijfsleven en onderwijs samen komen. Testlabs, maakindustrie, creatieve industrie, verwerking, etc.
Urkervaart als recreatieve drager Er moet regulier voor oude en nieuwe bedrijventerrein elders stad (vraagt wel een gecompenseerd grote omslag in worden. Twee denken, en aanpak richtingen: Munt C + kades). hoek Hannie Stadsboulevard Schaftweg/Urkervaart. Nagelerweg.
Minder sterke bijdrage Water krijgt een aan modal shift, centralere plek in de afstanden tot stad, kanalen worden centrum, beleefbaarder en sportvoorzieningen, belangrijker voor onderwijs zijn groter. opvang en opslag
Hoog. Recreatieve routes lopen, via nieuwe natte natuur en innovatieve landbouw naar Schokland.
Voorzieningen
Ecostad - Station West
Directe stationsomgeving
Middelklein voorzieningencentrum. Beperkt draagvlak (sprinterstation + wijken in lage dichtheid). Wel enige aanloop uit Urk?
Dichtheden die meer aansluiten bij de bestaande stad. Maar de stad breidt in oppervlakte flink uit, afstanden worden groter, alles komt aan de randen te liggen.
Stad
Lelylijn
Aangenaam & gezond wonen. Weinig geluidsoverlast / goede luchtkwaliteit.
Werken en onderwijs
Mobiliteit
Ideale locatie voor onderwijs en zorg. Groene omgeving. Goed bereikbaar vanuit Urk en Emmeloord.
Lastige puzzel: Urkerweg als enige toevoer van het station. Grotere afstand tot A6, dus meer verkeer over ringstructuur
Gebruik en belevingswaarde stad
Uitvoerbaarheid
Groene en blauwe netwerken lopen tot in Lager. Veel ruimte de stationsknoop. Het Hoog. Station is een (gebouwde) echte natuurpoort. De voor recreatie, groen, water. Wel minder programma is het polder is te beleven dynamiek in de wijk, meest bescheiden, tot in de haarvaten vooral wonen. wat meer ruimte laat van de wijken. voor water, bodem, ecologie.
Minder complex. Grond is eigenlijk al klaar om op te bouwen. Aanleg nieuwe ringstructuur is wel een vereiste. Afstand tot centrum maakt het een losse ontwikkeling in het akkerland.
Water en bodem
Gebruik en belevingswaarde polder / landschap
De lagere dichtheden Woontypologieën die van de woonwijken goed passen bij de Minder complex. Wel laten in potentie wensen van de Grotere wijken in ingrepen nodig vooraf: Uitdaging om in te ruimte voor Groen- en waterrijk. doelgroepen lagere dichtheid, Groene Mantel west in infa ligt er deels nog zetten op autoluwe natuurlijke ingrepen Maar weinig ‘point of groeiambitie (ruim, vragen om niet, groenstructuur combinatie met wijken, auto’s die de water en interest’ in de wijken. groen, ruimte voor traditionelere opzet afvangen in hubs aan ligt er nog niet. groene inprikkers de bodemcondities Meer op community CPO, drijvende Typische uitbreiding wijken in. Maakt het van wijkhart met eigen de randen. En dat versterken. Deze zijn schaal (gedeelde woningen). Maar de vs inbreiding polderlandschap op school? Minder terwijl autogebruik ook makkelijker tuinen, speelveldjes) lage dichtheden discussie. Misschien buurtniveau handige clustering, hoger zal liggen door opschaalbaar dan echt actieve vragen wel om grote sneller, maar wellicht beleefbaar. dus meer druk op grotere afstanden (tot centra. (mogelijke overmaat?), oppervlaktes, minder vinden personeel, etc. centrum, werk etc) minder wat een robuuster nabijheid van toekomstbestendig. uitgangspunt geeft voorzieningen. voor de toekomst.
Nieuwe gebiedsontwikkelingen
Regio
Wonen
Geen nieuwe werklocaties in de stad, wel goede bereikbaarheid naar werklocaties langs de as Urk-EmmeloordMarkensse.
Lager. Volop ruimte Op stadsschaal wordt voor groen, water, Modal shift zal juist veel open grond Hoog. Een nieuw sport stadslandbouw. Maar langzamer verlopen. gebruikt voor nieuwe en onderwijscluster verder weinig Autobezit blijft groter woonwijken, door de voor de stad komt in belevingswaarde. (zeker door lage dichtheden. Meer het polderlandschap Grote afstanden, sprinterstation en afdekking dus, dan bij te liggen. weinig concentratie grotere afstanden) zeer compacte van activiteit (meer ontwikkeling. rust dan reuring)
Station komt te liggen Het plan introduceert De nieuwe Kans op aantrekkelijk, tussen Emmeloord en (en bengrenst) een doorsnijding van het groen en gezonde Urk. Daardoor levert groen landschap, met tracé heeft op NOP omgeving voor een Emmeloord wat in ruimte voor vernatting niveau grote gevolgen onderwijs en (grotere afstand), en nieuwe natuur, / tast (unieke) zorgcluster voor de maar krijgt Urk een tussen Emmeloord, kwaliteiten mogelijk regio. goed bereikbaar Tollebeek en Urk. sterk aan. station.
Stadscentrum niet goed per voet bereikbaar, blijft voor regionale functie afhankelijk van autobereikbaarheid
Vervoerswaarde
Kosten
Lagere dichtheden oostzijde, geen woonof werkprogramma westzijde, grote afstand tot centrum: Sprinterstation.
Minste complexiteit. Spoortracé niet gebundeld, uitleglocaties op Rijksgronden. Maar hele tracé optillen (keuze ivm zichtlijn polder) is echter wel duur
47
Voorzieningen
Verschillen toekomstbeelden
Voorzieningen
Concrete inzichten en vragen uit de drie toekomstbeelden: De compacte stad (station in Oost) lijkt veel op te lossen, maar investeren in leefbaarheid en verblijfskwaliteit is essentieel. Op veel van de hoofdopgaven heeft dit toekomstbeeld het passende antwoord. Door de compactheid van de ontwikkeling en de stationslocatie die een goede verbinding met de bestaande stad mogelijk maakt, wordt een succesvolle schaalsprong gemaakt op het vlak van wonen, werken, voorzieningen, mobiliteit (modal shift) én recreatie. De stad als geheel profiteert en zet een stap in stedelijkheid. De grootste kanttekeningen komen uit technische hoek (complexiteit inpassing), klimaatadaptatie, én vanuit sociale veiligheid en leefbaarheid. Dit zijn geen kleine mitsen en maren, maar serieuze zorgpunten. Er zal flink geïnvesteerd moeten worden in de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van het gebied rond het station. Er is veel programma nodig, ook in de avonduren. Maar ook de vormgeving van het stadspark, de onderdoorgangen en bufferzone tussen infrabundel en stedelijke ontwikkeling moet met veel aandacht worden ontworpen. De Maakstad (station in Zuid) is complex, maar biedt een nieuwe ontwikkelrichting voor de stad. Maakstad is de meest complexe ontwikkelrichting.