CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.6 Eindrapportage IGV Emmeloord

Raadsmarkt 2 februari 2026, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Tafel 1 technische vragen over Eindrapportage Masterplan Lelylijn en Integrale Gebiedsverdieping Lelylijn Heerenveen (ROM)20.184 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Masterplan Lelylijn Integrale gebiedsverdieping Emmeloord

december 2026

Inhoudsopgave Managementsamenvatting

4

Reflectie

42

Inleiding

12

Aandachtspunten voor het vervolg

50

Achtergrond en aanleiding Doel en reikwijdte Twee tracés, drie stationslocaties Emmeloord langs de lijn

Hoofdopgaven en kansen Lelylijn

16

Wonen als integrale gebiedsopgave Regiokern Emmeloord Toegang tot talent Gebruiks- én belevingswaarde van de polder Een multimodale Noordoostpolder

Toekomstbeelden en hotspots

24

Drie schaalniveaus Aanvullende uitgangspunten Compacte Stad – station Oost Maakstad – station Zuid Ecostad – station West 3

01

Management samenvatting

1

Managementsamenvatting

Inleiding Deze rapportage is het resultaat van een verkennende studie naar toekomstperspectieven voor Noordelijk Flevoland, met focus op Emmeloord en in relatie tot de komst van de Lelylijn. Het is één van de vier gebiedsverdiepingen die zijn bedoeld om de volgende stap te zetten in het onderzoek naar de Lelylijn en om de realisatie van deze spoorverbinding dichterbij te brengen en lokale overheden inzichten te geven waar kansen voor investeringen liggen, zowel met als zonder Lelylijn. De uitkomsten zijn bedoeld om mogelijkheden, samenhangen en aandachtspunten zichtbaar te maken en vormen geen richtinggevende keuzes. Deze studie biedt géén nieuw beleid, vastomlijnde visie of keuze, maar verkent ruimtelijke mogelijkheden, kansen en aandachtspunten als input voor vervolgstappen in het MIRT-proces. De uitwerking is gebied specifiek en integraal – ruimtelijke, economische, vervoerskundige en ecologische thema’s worden in samenhang beschouwd. Het onderzoek is uitgevoerd in nauwe samenwerking met lokale en regionale stakeholders. Scope en opzet • Doel: Het inzichtelijk maken van ruimtelijke perspectieven, ontwikkelopties en scenario’s voor drie mogelijke stationslocaties in Emmeloord, als basis voor verdere verkenning.

• Onderzoeksvragen: Hoe werken verschillende stationslocaties (oost, zuid, west) door in verstedelijking, woningbouw, werk, voorzieningen, recreatie, water en bodem, natuur en infrastructuur? Welke kansen en risico’s ontstaan voor een toekomstbestendige, samenhangende gebiedsontwikkeling?

•

•

Lagenbenadering: Analyse van de fysieke onderleggers (water, bodem), bestaande infrastructuurnetwerken, huidige en toekomstige gebiedsontwikkeling en verstedelijkingslogica. Reikwijdte: Aandacht voor de verbinding met omliggende regio (noordelijk Flevoland: Noordoostpolder en Urk), en de mogelijke impact op bereikbaarheid, economische ontwikkeling en ruimtelijke kwaliteit.

In deze studie zijn drie onderscheidende toekomstbeelden voor Emmeloord/Noordelijk Flevoland opgesteld. Hierin is niet alleen gekeken naar mogelijke tracé- en stationslocaties, maar ook naar de samenhang met gebiedsontwikkeling, kostenoptimalisatie en de effecten op de toekomstbeelden en inzichten per stationslocatie. Keuze van tracés en stationslocaties Het vertrekpunt voor dit onderzoek zijn de tracéalternatieven uit het MIRT-onderzoek Lelylijnalternatieven (2024). Daarbij zijn twee hoofdtracés onderzocht voor Emmeloord: • Bundelingstracé: Loopt langs de A6/A7 en maakt stationslocaties mogelijk aan de oost- of zuidrand van Emmeloord. • Vrij-liggend tracé: dit tracé laat het bundelingsprincipe los. Dit biedt ruimte voor een stationslocatie aan de westkant van Emmeloord Hieruit volgen drie onderzochte stationslocaties: Oost, Zuid en West. Andere opties, zoals een tracé dwars door het centrum of een station aan de noordzijde, zijn voor nu buiten beschouwing gelaten. Voor het eerst is het vrij-liggend tracé op dit detailniveau meegenomen, om de kansen en knelpunten van een westelijke

stationslocatie inzichtelijk te maken. De technische uitgangspunten uit eerdere onderzoeken blijven leidend, met waar nodig kleine aanpassingen op basis van ruimtelijke ontwikkelingen of technische eisen. Hoofdopgaven en kansen voor Emmeloord en de Noordoostpolder Het rapport benoemt vijf centrale hoofdopgaven voor Emmeloord en de Noordoostpolder, die richtinggevend zijn voor de gebiedsontwikkeling en de inpassing van de Lelylijn. Deze opgaven zijn gebaseerd op voorgaand onderzoek en regionale omgevingsvisies, en vormen het kader waarlangs de impact van verschillende toekomstbeelden is geanalyseerd. De vijf hoofdopgaven zijn: 1. Wonen als integrale gebiedsopgave: Inspelen op de groeiende woningvraag door het toevoegen van diverse en kwalitatief hoogwaardige woonmilieus, die zowel regionale als nationale woningbehoeften adresseren. 2. Regiokern Emmeloord (voorzieningen): Versterken van Emmeloord als centrale regiokern, met een breed en toekomstbestendig aanbod aan voorzieningen, onderwijs, zorg, sport en cultuur. 3. Toegang tot talent (werken en onderwijs): Verbeteren van de economische structuur door het creëren van aantrekkelijke werk- en leeromgevingen, het binden van jongeren en het faciliteren van innovatie, met name in de agrofoodsector. 4.

Gebruiks- en belevingswaarde van de polder (landschap, ecologie, water en bodem): Versterken van de unieke kwaliteit van het polderlandschap, met aandacht voor natuur, recreatie, cultuurhistorie en duurzame 5

landbouw. Meer ruimte voor en rekening houden met water en bodem. 5. Een multimodale Noordoostpolder (mobiliteit): Werken aan een toekomstbestendig en multimodaal mobiliteitssysteem, waarin OV, fiets, auto en langzaam verkeer goed op elkaar aansluiten, en de bereikbaarheid van Emmeloord en de regio wordt verbeterd.

Compacte stad (station Oost)

De Lelylijn wordt gezien als een sleutelproject om deze hoofdopgaven te versterken. De komst van de lijn biedt kansen om wonen, werken, voorzieningen en bereikbaarheid te verbeteren, en zo een bijdrage te leveren aan zowel regionale als nationale vraagstukken. Drie toekomstbeelden Om deze kansen, maar ook de belemmeringen en aandachtspunten weer te geven is voor elk van de drie stationslocaties (Oost, Zuid, West) een uitgewerkt toekomstbeeld opgesteld. De toekomstbeelden zijn bewust onderscheidend van elkaar gemaakt en laten daarmee de hoeken en de kansen van het speelveld zien. Het streven was niet om een optimale versie te ontwikkelen, maar om duidelijk verschillende versies te maken die inzicht geven in de kansen die verschillende versies van de Lelylijn voor de ontwikkeling van Emmeloord kunnen bieden en vice versa.,. Elk beeld is opgebouwd rond een specifieke stationslocatie en verschillende mate van verdichting en verstedelijking. De toekomstbeelden laten zo zien hoe keuzes in spoorinfrastructuur en stationslocatie door kunnen werken in de ruimtelijke ontwikkeling, met specifieke aandacht voor de lagen water, bodem, infrastructuur, gebruik en verstedelijking.

6

Ecostad (station West)

Maakstad (station Zuid)

Toekomstbeeld 1: De Compacte Stad – Station Oost De Compacte Stad zet in op verdichting en vergroting van het bestaande stedelijk weefsel rondom het centrum van Emmeloord. Het station wordt aan de oostzijde van het centrum geplaatst, op loop- en fietsafstand van het bestaande voorzieningenhart. In dit toekomstbeeld worden 11.000 woningen toegevoegd, waarvan ca. 650 in de bestaande stad en de overige woningen in de compacte, hoogstedelijke nieuwe wijk

Toekomstbeeld 2: De Maakstad – Station Zuid De Maakstad draait om een grootschalige stadsuitbreiding aan de zuidzijde van Emmeloord, waarbij het station wordt gepositioneerd in het industrie- en havengebied Nagelerweg aan de zuidflank, direct langs de A6. Hier ontstaat een nieuwe gemengde stadswijk. In dit toekomstbeeld worden 10.550 woningen toegevoegd, waarvan ca. 450 in de bestaande stad, 3.500 rond het nieuwe station en 6.680 in de wijken in getransformeerde bedrijventerrein.

Onderscheidende uitgangspunten: • Nabijheid en verdichting: Nieuwe woningbouw en voorzieningen worden zo veel mogelijk rondom het station en het bestaande centrum geconcentreerd. Dit bevordert lopen, fietsen en OV-gebruik en beperkt autoverkeer. • Kwaliteitsslag centrum: Het centrum van Emmeloord blijft het primaire voorzieningencluster. De komst van de Lelylijn wordt benut om hoogwaardige, bovenregionale voorzieningen aan te trekken en het centrum te versterken. • Groene mantel: De stationsomgeving en centrumrand worden vergroend, met ruimte voor sport, recreatie, passende bebouwing, ontmoeting en klimaatadaptatie. • Infrastructuur: De Urkerweg wordt getransformeerd tot stadsboulevard. Er is weinig extra auto infrastructuur nodig; mobiliteit is multimodaal, met prioriteit voor fiets en OV. • Water en bodem: Door ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te concentreren, wordt druk op kwetsbare bodems en waterhuishouding geminimaliseerd. • Sociaal: Kansen om jongeren, starters en ouderen te binden door diversiteit aan woningtypologieën nabij voorzieningen en OV.

Onderscheidende uitgangspunten: • Transformatie bedrijventerrein Nagelerweg: dit gebied aan de zuidflank wordt gefaseerd omgevormd tot een gemengde wijk met ruimte voor innovatieve werkmilieus, nieuwe woonvormen en stedelijke voorzieningen. • Stedelijke diversiteit: Er ontstaat een veelzijdig stadsdeel, met een stedelijk karakter aan de Nagelerweg en een meer industrieel karakter aan de Zuidervaart en de insteekhavens. Dichtheden variëren van hoogstedelijk rond het station tot meer open aan de randen. • Verbondenheid: Goede verbindingen worden gelegd met het bestaande Emmeloord (ook over de A6), met multimodale knooppunten, busstation, P+R en deelmobiliteit. • Natuurpoort Schokland: Station Zuid fungeert als toegangspoort tot Schokland, met nog aan te leggen recreatieve routes en nieuwe natuuren recreatiegebieden in de polder. • Water en bodem: nieuwe stadsontwikkeling vindt plaats op te transformeren gronden. Hier moeten nog de nodige klimaatadaptieve maatregelen worden getroffen, om hittestress aan te pakken en wateropgaven een plek te bieden. • Gefaseerde groei: De ontwikkeling kan in stappen plaatsvinden, waarbij het aanbod van woningen en werkplekken aansluit op de marktvraag en infrastructuur geleidelijk wordt uitgebreid.

Toekomstbeeld 3: De Ecostad – Station West In de Ecostad ligt het station aan de westzijde van Emmeloord, op de as richting Urk. Hier ligt de nadruk op gezonde, groene, klimaatadaptieve stadsuitbreiding in combinatie met hoogwaardige natuur, water en recreatie. In dit toekomstbeeld worden 8.500 woningen toegevoegd in het nieuwe stadsdeel Ecowijk en 650 woningen in de bestaande stad, in totaal 9.150. Onderscheidende uitgangspunten: • Groen en gezond wonen: Nieuwe woonwijken worden ruim opgezet, met aandacht voor natuur-inclusief bouwen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Er is veel ruimte voor water, groen, wandelen en fietsen. • Een station in West ligt op de belangrijkste as tussen Emmeloord en Urk; beide plaatsen kunnen zo optimaal profiteren van het station. • Het westelijke spoortracé is een nieuwe doorsnijding van het landschap, wat vraagt om een zorgvuldige inpassing met oog voor de kwaliteiten van de polder. Om de impact te beperken wordt het tracé opgenomen in een nieuw stedenbouwkundig plan voor Emmeloord West, dat veel kwaliteit toegevoegd aan dit deel van de stad. • Nieuwe identiteit: De westelijke uitbreiding biedt ruimte voor een nieuwe stadswijk met een eigen karakter, losser van het bestaande centrum en meer gericht op regionale verbindingen (ook met Urk).

• Bereikbaarheid: Station West ligt minder centraal ten opzichte van het centrum van Emmeloord, waardoor extra aandacht nodig is voor goede fiets- en OV-verbindingen naar het centrum en de omliggende dorpen. • Water en bodem: De ontwikkeling speelt actief in op bodem- en wateropgaven, met innovatieve oplossingen voor waterberging en natuurontwikkeling.

7

Belangrijkste inzichten Deze gebiedsverdieping biedt een samenhangend beeld voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van Emmeloord in relatie tot de Lelylijn. Het rapport levert inzichten en handelingsperspectieven voor beleidskeuzes en investeringsafwegingen in de mogelijke volgende fases van het MIRT-traject en de gebiedsontwikkeling in de Noordoostpolder/ Noordelijk Flevoland. Algemene overkoepelende inzichten en aanbevelingen: • Water en bodem: In alle toekomstbeelden is aandacht voor bodemdaling, waterbeheer en klimaatadaptatie essentieel, zowel in bestaand stedelijk gebied en in nieuwe stedelijke ontwikkelingen als in het buitengebied. Door op een aantal plekken mee te bewegen met bodemdaling en vernatting ontstaan kansen voor natuurontwikkeling, recreatiegebieden, andere vormen van landbouw en innovatieve woontypologieën. Grootschalige stedelijke ontwikkeling in bodemdalingsgebied raden we af. In de toekomstbeelden is dit ook niet naar voren gekomen als noodzakelijke of wenselijke ontwikkelrichting. Er zijn genoeg ontwikkelmogelijkheden in en tegen de huidige stad aan op gronden zonder sterke bodemdaling. • Recreatie en natuur: Onderzoek de kansen van het netwerk van vaarten, tochten, plassen. Dit netwerk is een goed uitgangspunt voor een groen-blauw raamwerk voor de polder dat naast ecologisch ook recreatief interessant is.

Daar passen ingrepen bij als natuurlijke oevers en fiets- en wandelroutes. Een nieuw spoortracé moet de belangrijke vaarten niet afsnijden, daarmee gaan interessante routes over water verloren. 8

•

•

•

Infrastructuur: De keuze voor de stationslocatie beïnvloedt niet alleen de bereikbaarheid, maar ook de stedelijke structuur en mobiliteitsnetwerken (fiets, OV, auto). Stationslocaties in Oost- en West sluiten bijvoorbeeld beter aan op bestaande OV netwerken en passen makkelijker in de ringwegstructuur voor de auto. Wel vragen ze om een visie op de Urkerweg/Korte- en Lange dreef; deze centrum-as is interessant als OV en fietsroute tussen centrum en station. Het liefst wordt doorgaand verkeer hier sterk teruggedrongen of beperkt (zeker met de groeiambitie in het achterhoofd). Een stationslocatie in Zuid vraagt om grotere infrastructurele investeringen. De ringweg moet worden aangepast, en nieuwe verbindingen tussen Zuidflank en de bestaande stad zijn nodig om het gebied en het station goed op elkaar aan te sluiten. Vergroten vervoerswaarde: Er zijn meerdere knoppen om aan te draaien om de vervoerswaarde van het station te versterken en te zorgen voor meer in- en uitstappers. Zet in op complete ontwikkeling rondom het station, met een mix van wonen, voorzieningen én werk en zorg voor een goede aansluiting op het onderliggend regionale fiets- en OVnetwerk voor bereikbaarheid van en naar de dorpen. Doorgaand verkeer buitenom: Met de schaalsprong van de stad zal het verkeer toenemen. Doorgaand verkeer wil je dan het liefst om centrum heen leiden.

Dat voorkomt opstoppingen op de centrum-as Urkerweg/ Korte- en Lange Dreef, en geeft de kans tot herinrichting van deze as met meer ruimte voor andere weggebruikers dan de auto. Een belangrijke missing link in de huidige

•

•

•

ringstructuur is tussen rotonde Kuinderweg en de Amsterdamweg. Wel of niet bundelen: Het vraagstuk bundelen spoortracé met snelweg of niet, is een fundamentele. Beiden kennen voor- en nadelen. Bundelen voorkomt een nieuwe doorsnijding van de polder maar vraagt investeringen in sociale veiligheid en verblijfskwaliteit rondom het station en andere onderdoorgangen. Het vrij-liggende tracé voegt een grote nieuwe doorsnijding toe aan het unieke wederopbouwlandschap van Noordoostpolder, maar levert wel een aangenamere stationslocatie op die goed bereikbaar is voor Emmeloord én Urk. Gebiedsontwikkeling: Concentratie van wonen, werken, voorzieningen en recreatie biedt kansen voor schaal- en kwaliteitssprongen in mobiliteit, voorzieningenniveau en leefkwaliteit. Verdichting en nabijheid zijn hierbij belangrijke principes. Compact ontwikkelen zorgt voor meer draagvlak voor (hoog)frequent OV, hoogwaardige voorzieningen, beter benutten van bestaande infrastructuur en maakt lopen en fietsen aantrekkelijker. Landschappelijke inpassing: Elke variant biedt kansen om recreatie, natuur en cultuurhistorie (werelderfgoed Schokland, Urk) beter te verbinden en zichtbaar te maken. Ongeacht de ligging in oost, zuid en west kan het station een functie als buitenpoort vervullen. Vanuit zuid vertrekken mogelijk de mooiste routes.

In west zien we de meeste kans op integratie van landschap en stationsomgeving. In oost zal een station in een stedelijker omgeving liggen, waarbij vooral de groene mantel en het stadspark zorgen voor de landschappelijke kwaliteiten.

•

•

Fasering woningbouw: In elk toekomstbeeld is een gefaseerde, gestage en bewuste woningbouwontwikkeling voorwaardelijk. De Lelylijn is er pas over ongeveer 1,5 tot 2 generaties. Grondbeleid: Start als gemeente met actief grondbeleid in de bestaande stad. Er liggen kansen om veel kwaliteit toe te voegen binnen de huidige contouren, maar deze vragen wel om sturingsmogelijkheden.

Concrete inzichten en vragen uit de drie toekomstbeelden: • De compacte stad (station in Oost) lijkt veel op te lossen, maar investeren in leefbaarheid en verblijfskwaliteit is essentieel. Op veel van de hoofdopgaven heeft dit toekomstbeeld het passende antwoord. Door de compactheid van de ontwikkeling en de stationslocatie die een goede verbinding met de bestaande stad mogelijk maakt, wordt een succesvolle schaalsprong gemaakt op het vlak van wonen, werken, voorzieningen, mobiliteit (modal shift) én recreatie. De stad als geheel profiteert en zet een stap in stedelijkheid. De grootste kanttekeningen komen uit technische hoek (complexiteit inpassing), klimaatadaptatie, én vanuit sociale veiligheid en leefbaarheid. Dit zijn geen kleine mitsen en maren, maar serieuze zorgpunten. Er zal flink geïnvesteerd moeten worden in de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van het gebied rond het station. Er is veel programma nodig, ook in de avonduren. Maar ook de vormgeving van het stadspark, de onderdoorgangen en bufferzone tussen infrabundel en stedelijke ontwikkeling moet met veel aandacht worden ontworpen.

•

•

De Maakstad (station in Zuid) is complex, maar biedt een nieuwe ontwikkelrichting voor de stad. Maakstad is de meest complexe ontwikkelrichting. De technische opgave (inpassing van station en spoor), de uitvoering (opkopen, uitplaatsen én mixen met bedrijven) en de fasering (lastige eerste fase, veel afhankelijkheden bij rest van de fases). Wat je in ruil voor die inspanningen krijgt is wél iets nieuws. De stad heroriënteert zich op het ontwikkelen van de noord-zuid as (langs de Nagelerweg en Zuidervaart), die in het hart van de stad aansluit op de al ontwikkelde oostwest as. Zo ontstaat een stad die het volledige historische assenkruis benut. Denk daarbij aan de Nagelerweg als stadboulevard met ontwikkeling aan weerzijden. De fundamentele vraag blijft echter of deze noord-zuid ontwikkeling wel samen moet gaan met een station op die plek inclusief alle complicaties. Veel kwaliteit mogelijk in de Ecostad (station in West), maar hoe komt het spoortracé in de polder? Ecostad past goed bij het huidige Emmeloord en de kwaliteiten van de polder; rust, ruimte, groen. Het biedt een gewild leefmilieu dat veel doelgroepen, in de polder en daarbuiten, zoeken. Hier wil je wonen, óók zonder Lelylijn. Ook zorgt het voor een complete en integrale afronding van de stad aan de westzijde, hoewel wel op grotere afstand van het huidige centrum. Ook zal Urk optimaal mee profiteren.

Het grote vraagstuk wordt echter duidelijk bij het uitzoomen naar de schaal van de Noordoostpolder: het spoortracé vormt een nieuwe doorsnijding van het polderlandschap. In hoeverre kan deze doorsnijding de kwaliteiten van de polder bewaren, en hoeveel levert de Ecostad op om deze ingreep te overwegen?

No regrets: Waar kan Noordelijk Flevoland/ Emmeloord vanaf vandaag in gaan investeren ongeacht de komst van de Lelylijn? • Centrumzone doorontwikkelen: De centrumzone van Emmeloord kan een volgende impuls goed gebruiken. Door hier gericht verder te verdichten en het programma te versterken, kan een deel van de groeiambitie landen in de bestaande stad, dicht bij het huidige zwaartepunt van voorzieningen. Dit biedt kansen om gelijktijdig een kwaliteitssprong te maken in het voorzieningenniveau én in de openbare ruimte. Goede pleinen, verblijfsruimtes en plekken voor ontmoeting zijn hierbij essentieel. Door wonen, voorzieningen en openbare ruimte sterker met elkaar te verweven, kan het centrum zijn rol als hart van Emmeloord verder versterken en toekomstbestendig maken. • Invulling van de groene mantel: De groene mantel rondom Emmeloord biedt ruimte om in te spelen op een groeiende behoefte aan sport, recreatie en klimaatadaptatie. Dit gebied kan zich ontwikkelen tot een robuuste groen-blauwe zone die de stad begrenst en tegelijkertijd kwaliteit toevoegt aan het dagelijks leven. Naast ruimte voor beweging en ontmoeting kan hier ook plek zijn voor passende, landschappelijk ingepaste bebouwing. Daarmee draagt de groene mantel niet alleen bij aan gezondheid en biodiversiteit, maar ook aan een duidelijke en herkenbare overgang tussen stad en landschap.

• Gemeentehuis en andere openbare voorzieningen verplaatsen: Het verkennen van een nieuwe locatie voor het gemeentehuis en andere openbare voorzieningen in de groene mantel is een reële optie. Dit kan bijdragen aan het ontlasten van de centrumzone en tegelijk nieuwe impulsen geven aan de randen van de 9

•

•

•

10

stad. Een ligging nabij station Oost ligt hierbij voor de hand, vanwege de bereikbaarheid en de koppeling met openbaar vervoer. Zo kunnen publieke functies fungeren als katalysator voor nieuwe stedelijke milieus, zonder de bestaande structuur te overbelasten. Herontwikkeling Bouwerskamp en benutten van het kanaal: De Bouwerskamp biedt kansen voor herontwikkeling, waarbij de kwaliteiten van het kanaal en de insteekhavens nadrukkelijk kunnen worden benut. Door wonen, werken en recreatie te verbinden aan het water ontstaat een aantrekkelijk stedelijk milieu met een eigen identiteit. Het kanaal kan daarbij fungeren als structurerend element en als drager van verblijfskwaliteit, langzaam verkeer en recreatief gebruik. Hiermee wordt een nu onderbenut gebied beter geïntegreerd in de stad. Nagelerweg alzijdig ontwikkelen: De Nagelerweg biedt een kans voor binnenstedelijke ontwikkeling. Door deze (historische) as alzijdig te ontwikkelen, kan een meer stedelijk profiel ontstaan dat verschillende functies met elkaar verbindt. Met name de nu nog agrarische kavel aan de rand van de bestaande stad vormt een logische uitbreidingslocatie. Door hier zorgvuldig te verdichten, wordt de stad afgerond en versterkt, zonder versnippering of uitleglocaties verder het landschap in. Ontwikkeling Emmeloord West als integraal plan: De ontwikkeling van Emmeloord West vraagt om een integrale benadering.

Door hier een duidelijke begrenzing van de stad aan te brengen, ontstaat helderheid over waar verstedelijking eindigt en waar landschap begint. Tegelijkertijd biedt dit kansen om robuuste groen- en recreatiestructuren

•

aan deze zijde van de stad te realiseren. Zo wordt Emmeloord West niet alleen een uitbreidingsgebied, maar ook een belangrijk recreatief en landschappelijk onderdeel van de stad. Transformatie van de Urkerweg tot stadsboulevard: De Urkerweg, die overgaat in de Korte- en Lange Dreef kan transformeren van verkeersroute naar een volwaardige stadsboulevard. In combinatie met het completeren van de ringweg waarmee doorgaand verkeer om het centrum wordt geleid. Dit maakt het mogelijk de Urkerweg in te richten met meer aandacht voor verblijfskwaliteit, langzaam verkeer en stedelijke functies. Daarmee wordt deze route niet langer een barrière, maar een verbindend element binnen de stad.

11

02

Inleiding

2 Inleiding 2.1 Waarom een IGV? Achtergrond en aanleiding Voor het Masterplan Lelylijn zijn integrale gebiedsverdiepingen uitgevoerd voor vier gebieden: Groningen, Drachten, Heerenveen en Emmeloord. Deze gebiedsverdiepingen zijn bedoeld om de volgende stap te zetten in het onderzoek naar de Lelylijn en om de realisatie van deze spoorverbinding dichterbij te brengen. Door het verzamelen en analyseren van relevante informatie willen we inzicht krijgen in de opgaven, kansen en opties die samenhangen met de mogelijke komst van de Lelylijn. Dit inzicht is van grote waarde voor de volgende fase, de MIRTVerkenning en draagt eraan bij dat de Lelylijn goed wordt verankerd in plannen op alle schaalniveaus.

inpassing van de Lelylijn in beeld en de ruimtelijke impact op de omgeving, met bijzondere aandacht voor verdichting, stedelijke en landschappelijke inpassing, waterbeheer en programmatische invulling. Door deze verdieping en visievorming voegen de rapportages ook waarde toe voor de betrokken gebieden als de Lelylijn er uiteindelijk niet zou komen.

De aanpak kenmerkt zich door een integrale en beeldvormende benadering, waarbij ruimtelijke, economische, vervoerskundige en ecologische aspecten gezamenlijk worden onderzocht. In de eerste fase, grotendeels uitgevoerd in 2025, zijn per gebied toekomstbeelden opgesteld. Hierin is niet alleen gekeken naar mogelijke tracé- en stationslocaties, maar ook naar de samenhang met gebiedsontwikkeling, kostenoptimalisatie en de effecten op de omgeving. In de tweede fase, in 2026, worden deze toekomstbeelden verder uitgewerkt en onderbouwd door de gemeente Noordoostpolder, zodat ze onderling goed vergelijkbaar zijn. Ook wordt dan voorgesorteerd op het maken van keuzes. In beide fasen draait het expliciet om het in kaart brengen van opties en het verdiepen van inzichten, zonder al keuzes te maken.

Het masterplan richt zich op de periode tot 2050, met een doorkijk naar 2125, en sluit aan op het MIRT onderzoek uit 2024 en de ambities uit eerdere beleidskaders en gebiedsvisies. De uitwerking vond plaats in nauwe samenwerking met gemeenten, provincie, Rijk, waterschap en andere stakeholders, waarbij brede welvaart, duurzaamheid, kostenoptimalisatie en uitvoerbaarheid centraal staan.

C N

O C

Dit rapport is het eindresultaat van de gebiedsverdieping Emmeloord. We presenteren hierin verschillende toekomstbeelden voor de ontwikkeling langs het tracé en stations. We brengen de kansen en beperkingen van de

T P E

Omdat elke kern en stationslocatie een eigen karakter en opgave kent, is voor elk gebied een gebiedsspecifieke aanpak gevolgd. Voor Groningen en Heerenveen ligt de nadruk op inpassing en kostenramingen, terwijl in Emmeloord en Drachten de uitwerking van nieuwe stationslocaties centraal staat.

Deze gebiedsverdiepingen staan niet op zichzelf, maar maken onderdeel uit van een bredere onderzoeks- en realisatiecontext. Zo wordt het financieel masterplan onderzocht, worden mogelijkheden voor gefaseerde uitvoering verkend en wordt gekeken naar de impact van de Lelylijn over 100 jaar. Met deze integrale gebiedsverdiepingen hopen we een bijdrage te leveren aan het dichterbij brengen van de MIRT-Verkenning. We creëren hiermee een stevig fundament voor weloverwogen keuzes rond de Lelylijn en een toekomstbestendige gebiedsontwikkeling in Noord-Nederland. 13

2.2 Doel en reikwijdte van het onderzoek Het resultaat van de integrale gebiedsverdiepingen is inzicht in de toekomstige ruimtelijke perspectieven van het ruime gebied rond de stationsomgevingen van de vier locaties, uitgaande van de realisatie van de Lelylijn, mogelijke opties en de daarbij horende stappen richting realisatie. Deze rapportage biedt een integraal beeld op alle relevante thema’s rondom gebiedsontwikkeling en spoor-infra/-bediening, inclusief programma en ruimtelijke neerslag, landschap, inpassing, economie en water. Hierbij sluiten de toekomstbeelden aan bij de uitkomsten van eerdere onderzoeken, zoals het MIRTonderzoek en het NOVEX Ontwikkelperspectief, en vormen ze een vervolg op de rapportage Ontwikkelperspectief Lelylijn (17 september 2024). Het doel van deze rapportage is niet om keuzes te maken, maar om mogelijkheden en scenario’s inzichtelijk te maken die als basis dienen voor verdere verkenning. Dit betekent dat de scope zich richt op het verkennen van de ruimtelijke potentie, de kansen en aandachtspunten voor de ontwikkeling van de stationsomgevingen en omliggende gebieden, in samenhang met de realisatie van de Lelylijn. Specifiek voor Emmeloord staat de relatie tussen het toevoegen van een spoorverbinding en station, de ontwikkeling van de stationsomgeving en de verstedelijking van de gemeente centraal.

Het gaat concreet om drie mogelijke stationslocaties; in het oosten, zuiden en westen. Er wordt onderzocht hoe deze verschillende stationslocaties doorwerken in de mogelijkheden voor woningbouw, werkgebieden, voorzieningenclusters, ruimte voor recreatie en natuur en infrastructuur, evenals de kansen en risico’s die samenhangen met het realiseren van een toekomstbestendige en 14

samenhangende gebiedsontwikkeling. Hierbij worden ook de relaties met omliggende regio, zoals Noordoostpolder en Urk, en de mogelijke impact van de Lelylijn op bereikbaarheid, economische ontwikkeling en ruimtelijke kwaliteit meegenomen. De integrale gebiedsverdieping Emmeloord biedt daarmee een integrale verkenning van de toekomstperspectieven voor de stationsomgevingen, met aandacht voor ruimtelijke samenhang, duurzame ontwikkeling en de kansen die de Lelylijn biedt voor zowel Emmeloord als de bredere regio.

2.3 Aanscherping en afstemming IGV's Deze IGV belicht de hoeken van het speelveld voor Emmeloord / de Noordoostpolder. Hierbij is naar een breed pallet van kansen (en knelpunten) gekeken. Zonder nog al te veel ‘aan de voorkant’ ontwikkelmogelijkheden in te kaderen door te kijken wat wel/niet past in relatie tot de andere stations aan de Lelylijn. Die nadere afstemming is echter wel degelijk nodig. Welke kwaliteiten heeft Emmeloord / de Noordoostpolder uit zichzelf én in relatie tot de andere mogelijke stations? Hoe vullen de stations langs de lijn elkaar aan? Wat kan waar het beste landen?

2.4 Emmeloord: de keuze uit twee tracés en drie stationslocaties. Het vertrekpunt voor tracé en stationskeuze in deze IGV zijn de tracéalternatieven uit het MIRTonderzoek Lelylijn-alternatieven (2024). In dit onderzoek worden meerdere tracés geschetst. Ter hoogte van Emmeloord lopen deze soms aan de westzijde en soms aan de zuid- en oostzijde van de stad. •

•

•

•

•

Het ‘bundelingstracé’ loopt van Groningen naar Lelystad zoveel als mogelijk gebundeld met de snelweg A6 en A7. Dit maakt stationslocaties mogelijk aan de zuid- of oostrand van Emmeloord. Het ‘vrij-liggende tracé’ laat de bundeling met de A6 als principe los. Dit maakt stationslocaties mogelijk aan de westrand van Emmeloord. Zodoende komen we tot een scope van 3 stationslocaties die nader onderzocht moeten worden voor Emmeloord. Oost, Zuid en West. Dit vertaalt zich door in drie toekomstbeelden (Oost = Compacte stad, Zuid = Maakstad, West = Ecostad). Buiten het MIRT-onderzoek Lelylijn alternatieven zijn nog meer tracés denkbaar. Denk aan een tracé dwars door de bestaande stad (een lange tunnel), met een mogelijke stationslocatie in het huidige centrum. Dergelijke opties nemen we niet mee in deze IGV. Maar ze komen mogelijk in een volgende verkenningsfase aan bod. Het meenemen van het ‘vrij-liggende tracé’ is nog niet eerder op dit detailniveau gedaan. In de Impactanalyse naar de impact van de Lelylijn voor de Noordoostpolder (SITE en MUST), is dit tracé niet meegenomen als optie. Met als argumentatie dat bundeling de voorkeur verdient boven het toevoegen van een nieuwe

‘doornsnijding van het landschap’. Deze IGV wil echter de hoeken van het speelveld laten zien, en daar hoort een onderzoek naar kansen en knelpunten van een station in het westen van Emmeloord bij. De tracés uit voorgaand onderzoek zijn dus leidend. Dat betekent echter niet dat we ze altijd 1-op-1 overnemen in deze IGV. Zo maken we, beargumenteert vanuit bijvoorbeeld de stedelijke ontwikkeling, soms de keuze om het tracé aan de andere kant van de A6 te bundelen (oost in plaat van west) of om bochten net eerder of later in te zetten (wel met behoud van dezelfde boogstralen en eisen aan perronlengte/rechtligging). De technische uitgangspunten uit voorgaand onderzoek blijven dus leidend. Een gedetaileerde technische uitwerking van de aanpassingen is echter niet gedaan in deze IGV; de traceverianten moeten dus kwalitatief worden beschouwd.

15

03

Hoofdopgaven en kansen Lelylijn

3 Hoofdopgaven en kansen Lelylijn Om de effecten van de Lelylijn in beeld te krijgen is het belangrijk om eerst de bestaande opgaven scherp te hebben. Er wordt gekeken naar opgaven op de schaal van Noordelijk Flevoland, bestaande uit de gemeenten Urk en Noordoostpolder, en specifieker naar de stad Emmeloord. Sommige opgaven hebben een directe relatie met de Lelylijn, andere eerder indirect. De centrale vraag is: ‘wat kan de komst van de Lelylijn betekenen in de aanpak van deze opgaven?’ De analysefase van dit onderzoek maakt gebruik van een rijke basis aan voorgaand onderzoek naar de Noordoostpolder, Urk en de Lelylijn. Een belangrijk startpunt is de Impactanalyse van MUST uit 2024, waarin 5 hoofdopgaven van de Noordoostpolder worden benoemd. Deze structuur wordt vastgehouden. Daarnaast wordt geput uit de Omgevingsvisies voor de Noordoostpolder en Urk, waarin een drietal kernopgaven voor de gemeenten zijn opgesteld. De analyse is verder aangescherpt met input uit het NOVEX Ontwikkelperspectief Lelylijn, het MIRT onderzoek Lelylijn-alternatieven en meerdere verdiepende onderzoeken naar de impact van de Lelylijn (Wonen – Companen, Economie – Bureau Buiten, Natuur – Royal HaskoningDHV, en anderen). Dat leidt tot een opbouw van 5 hoofdopgaven. Dat zijn opgaven op het vlak van: voorzieningen, wonen, werken, landschap en mobiliteit.

Voor elk van deze opgaven wordt de doorvertaling gemaakt naar ‘wat kan de Lelylijn hierin betekenen?’. Deze vraag leidt tot een aantal uitgangspunten, die in de toekomstbeelden straks op verschillende manieren ingevuld worden.

Verwerking 1e maakdag De hoofdopgaven zijn op de 1e Maakdag (8 juli 2025) gepresenteerd en gezamenlijk doorvertaald naar hoe deze met de komst van de Lelylijn aangepakt kunnen worden. Zo werd de consensus duidelijk om opgaven op het vlak van wonen (deels) aan te vliegen door compacter en stedelijker te gaan ontwikkelen. Ook op het vlak van werken werden duidelijke kansen benoemd; plaats bieden voor doorontwikkeling van innovatie én productie passen goed bij het economisch profiel van de polder. De input en inzichten uit de maakdag zijn meegenomen in de uitgangspunten in de volgende paragrafen.

Opgave voor de regio in relatie tot nationale opgaven De hoofdopgaven zoals deze in dit hoofdstuk worden toegelicht zijn de belangrijkste opgaven die spelen in Noordelijk Flevoland. Dat wil echter niet zeggen dat deze opgaven zich niet verhouden tot regio-overstijgende, nationale vraagstukken. Zo kan het aanpakken van de mismatch tussen de huidige woningvoorraad en woningvraag (een regionale opgave) prima samengaan met een bijdrage aan de aanpak van de nationale woningbouwopgave. Evengoed kan de aanpak van de regionale opgave om jongeren aan de regio te binden, leiden tot het uitbouwen van een hooginnovatieve agrofoodsector van (inter)nationaal belang. Laten zien hoe de regio een bijdrage kan leveren aan nationale opgaven (en deze waar mogelijk samen laat gaan met de aanpak van regionale opgaven) maakt het verhaal vóór de komst van de Lelylijn alleen maar sterker. In de volgende paragrafen zal dan ook regelmatig een bruggetje naar nationale opgaven worden gemaakt. Zo ontstaan eerste suggesties voor onderdelen van een mogelijk bod naar het Rijk, die duidelijk maken wat Emmeloord/Noordelijk Flevoland kan bieden voor Nederland. En daarbij is de komst van de Lelylijn natuurlijk zeer wenselijk.

Hier volgt alvast een voorzetje: Noordelijk Flevoland kan met de komst van de Lelylijn: • een bijdrage leveren aan de nationale woningbouwopgave, door ten minste 5.000 woningen bij te bouwen, in nabijheid van het station. Op termijn wordt zelfs naar 10.000 gekeken (waarvan een deel in omliggende dorpen, wat zal zorgen voor vitaliteit van de kernen en een evenwichtige ontwikkeling van de Noordoostpolder). • bijdragen aan een sterkere Nederlandse economie, door ruimte te bieden voor innovatie voor een internationaal georienteerde agrofoodsector • bijdragen aan de voedselzekerheid van Nederland, • ruimte bieden aan innovatieve nieuwe mobiliteitsvormen (zoals zelfrijdend vervoer) in het Mobiliteit en Infrastructuur Test Centrum (MITC), waar heel Nederland van meeprofiteert, • bijdrage aan het spreiden van toerisme, door het polderlandschap beleefbaar te maken en belangrijke attracties te verbinden.

17

3.1 Wonen als integrale gebiedsopgave (de opgaven voor wonen) De opgave: Het wonen in Noordelijk Flevoland kenmerkt zich als dorps en landelijk, veruit de meeste wijken zijn gebouwd in lage dichtheden. In die wijken staat een eenzijdig aanbod dat vooral bestaat uit eengezinswoningen. Dit maakt de Noordoostpolder gevoelig voor de (landelijke) trend van huishoudensverdunning en vergrijzing. De mismatch tussen de woningvoorraad en de woonbehoefte wordt groter. Met name jongeren, alleenstaanden, empty-nesters en senioren hebben steeds meer moeite om passende en betaalbare woningen te vinden. Hierdoor stagneert de doorstroming. Starters worden genoodzaakt een woning elders te vinden, waardoor de bevolkingssamenstelling uit balans raakt, wat doorwerkt in het draagvlak voor voorzieningen en daarmee de leefbaarheid. De vraag is hoe de komst van de Lelylijn kan helpen bij het aanpakken van de mismatch in de woonvoorraad. Er zullen woningen bij moeten komen die de doorstroming weer op gang kunnen krijgen. Maar er zal evengoed moeten worden gekeken naar het type woningen dat past bij nieuwe doelgroepen die met de komst van een station naar de regio komen. Het wordt bouwen voor huidige bewoners én nieuwe bewoners.

Hoe ligt die balans? Hoe moet worden omgegaan met inkomensverschillen, segregatie, stijging in grondprijzen en woningwaarde? De verwachte instroom van hogere inkomensgroepen kan namelijk een opwaartse druk op de woningprijzen veroorzaken, waardoor het voor inwoners in de Noordoostpolder met een bescheidener inkomen lastiger wordt om een passende woning te vinden (TNO analyse 18

Brede Welvaarteffecten Lelylijn). Belangrijke aandachtspunten zijn daarbij: • Voorkomen van verdringing van lokale doelgroepen • Maatregelen nemen om betaalbaarheid te borgen • Waarborgen dat instroom van hogere inkomensgroepen niet ten koste gaat van een evenwichtige sociale samenstelling Een andere opgave om rekening mee te houden is de veroudering van de bestaande voorraad. Grote delen van de stad zijn gebouwd in dezelfde periodes (1945-1960 en 1960-1975). De opgaven voor verduurzaming of algehele stedelijke vernieuwing zal in dezelfde periode vallen als de opgave voor nieuwbouw. Hoe worden deze opgaven met elkaar opgepakt? Tot slot wellicht de meest ingewikkelde opgave. De grootte van de groeiambitie die komt kijken bij een station in Emmeloord, is zodanig dat deze zou moeten worden gezien als een integrale gebiedsopgave. Met de komst van 13.000 extra woningen (toelichting in kader hiernaast) moeten voorzieningen, werk, groen en mobiliteit mee groeien. Het gaat om een ontwikkeling die even groot is als het huidige Emmeloord (12.000 woningen). Waar en hoe landt deze groeiambitie? Hoe kan een stad als Emmeloord op een toekomstbestendige manier zo’n grote ontwikkeling laten plaatsvinden?

Toelichting groeiambitie. De druk op de woningmarkt is groot. De provincie Flevoland wil met het programma ‘Flevoland bouwt aan Nederland’ in beeld krijgen hoe het tot 2050 grofweg 100.000 extra woningen kan bouwen. De gemeente Noordoostpolder wil haar steentje bijdragen en verkent de kansen en mogelijkheden om 5.000 tot 10.000 extra woningen te bouwen. Deze 5.000 tot 10.000 woningen komen bovenop de autonome woningbehoefte (ca 3.000 woningen) van de Noordoostpolder. In de ‘Verkenning groeiambitie Noordoostpolder’ (2022) is onderbouwd hoe 5.000 extra woningen tot 2050 toekomstbestendig kunnen landen in de Noordoostpolder. In het NOVEX Ontwikkelperspectief Lelylijn wordt geschetst hoe, in een hoogdynamisch scenario, een groei met 7.500 extra woningen mogelijk is. In deze IGV werken we met een ambitie voor 10.000 extra woningen voor Noordelijk Flevoland. Mede omdat de scope van deze IGV verder rijkt dan 2050. En omdat gemeente Urk wordt meegenomen. De groeiambitie krijgt gefaseerd een plek: in eerste fases zullen de toekomstbeelden rond de 5.000 woningen toevoegen. De resterende 5.000 zijn meegenomen als mogelijke ontwikkelrichtingen.

Bron: Verkenning Groeiambitie Noordoostpolder (2022)

Wat kan de Lelylijn betekenen? Op dit moment staan er in Noordelijk Flevoland ruim 27.000 woningen. De groeiambitie van 10.000 woningen bovenop de autonome groei, betekent dus een toename van de woningvoorraad met 38%. In potentie een nieuwe kern ter grootte van Emmeloord, die voor een deel landt in de dorpen, maar merendeels in Emmeloord en nabij het nieuw station. Het toekomstbestendig vormgeven van een kleine verdubbeling van de stad betekent een serieuze schaalsprong die vraagt om een integrale aanpak van mobiliteit, voorzieningen, economie en duurzaamheid. Het verhaal is een stuk breder dan alleen woningbouw. Het is daarom noodzakelijk om anders te gaan verstedelijken. Emmeloord is vanaf 1960 verdund van 90 inwoners/hectare naar 27 inwoners/ hectare in 2024. Een verdubbeling van de stad in dezelfde dichtheden zal zorgen voor grote afstanden tot voorzieningen en werk, resulterend in meer en langere vervoersbewegingen, en dus problemen in bereikbaarheid. Ook worden kansen gemist om door middel van concentratie en nabijheid te zorgen voor genoeg draagvlak voor schaal- en kwaliteitssprongen in mobiliteitssystemen, voorzieningencentra en groengebieden. Ook zullen de nieuwe ontwikkelingen van de stad een goede combinatie moeten worden van woning, woonomgeving en landschap.

De doelgroepen die van buiten Noordelijk Flevoland komen vragen om woonmilieus die zowel uitstekend bereikbaar zijn, dichtbij hoogwaardige voorzieningen liggen én diverse woontypologieën bevatten. Dat vraagt dus om iets nieuws. Niet meer van hetzelfde.

Uitgangspunten voor toekomstbeelden: • Het verdubbelen van een stad kan op allerlei manieren. In de toekomstbeelden onderzoeken we dan ook uiteenlopende wijze waarop de ontwikkeling kan plaatsvinden. Toch staan een aantal principes vast, omdat deze randvoorwaardelijk zijn voor toekomstbestendig ontwikkelen van de stad. • Zo is nabijheid een belangrijk uitgangspunt. Dat kan nog verschillen tussen nabijheid in afstand en nabijheid in tijd (door bijvoorbeeld uitstekende verbindingen). Het punt is dat er wordt gezorgd voor nabijheid van wonen, werk, voorzieningen en groen. Dit dient meerdere doelen: • Lange afstanden worden voorkomen, waardoor de keuze voor OV, de fiets of te voet vanzelfsprekend en aantrekkelijk is. • Geen onnodige belasting van het bestaande wegennet, waardoor de investeringen in nieuwe infrastructuur beperkt kunnen worden. • Meer concentratie zorgt voor genoeg draagvlak voor een schaalsprong in voorzieningen en openbaar vervoer. Randvoorwaardelijk voor goed wonen. • Meer concentratie / compact ontwikkelen zorgt voor een beperktere aantasting van het landschap. Nieuwe ontwikkelingen zullen ten koste gaan van landbouwgrond, of andere functies – deze impact willen we beperkt houden. • Een afgeleide van nabijheid is het uitgangspunt om nieuwe ontwikkelingen goed te verbinden met het huidige centrum.

Een Emmeloord met 20.000 woningen (35.000-40.000 inwoners) heeft behoefte aan een sterk stadshart. Dit wil je niet aan de randen van de stad hebben, maar in het hart. Daarom moet het huidige centrum worden doorontwikkeld, en dus ook goed

Voor wie zijn dan die 10.000 extra woningen? Met de 3.000 woningen uit de planvoorraad wordt de autonome groei in de Noordoostpolder al gedekt. Voor wie worden die extra 10.000 woningen dan gebouwd? Uit de Verkenning groeiambitie volgt de volgende onderbouwing: “de extra woningen richten zich voornamelijk op een doelgroep van buiten de gemeente Noordoostpolder. Deze doelgroep heeft specifieke wensen als het gaat om de woning en de woonomgeving. Met name de bereikbaarheid en het voorzieningenniveau spelen een belangrijke rol. Daarom kan het toevoegen van de extra woningen niet los gezien worden van uitstekende bereikbaarheid. De komst van de Lelylijn en de daarbij behorende stationsontwikkeling is dan ook een nadrukkelijke voorwaarde voor groei.” Verder specificeert het onderzoek de primaire doelgroepen en gewenste typologieën. Het zal in de Noordoostpolder met name gaan om gezinnen, senioren, starters, zorgdoelgroepen en studenten. Deze vragen een divers aanbod aan woontypologieën. Denk aan ruime gestapelde woningen, gezinsvriendelijke stadswoningen, collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) en woon-werk units. In deze IGV zullen we de vraag op verschillende manieren een plek geven, grotendeels in Emmeloord, maar ook deels in Urk en de andere dorpen in de Noordoostpolder.

De toekomstbeelden zullen dus in ieder geval ruimte moeten bieden voor: • Wonen in bijzondere woonmilieus en woonvormen. • Initiatief (particulier, collectief). • Ruime woningen met buitenruimte voor een betaalbare prijs. • Woningen voor senioren (levensloopbestendig). • Woningen voor starters.

•

verbonden zijn met de nieuwe wijken. Deze mate van verstedelijking en verdichting vraagt om hoge ambities op het vlak van klimaatbestendig en natuurinclusief bouwen, voldoende groen en ruimte voor spelen, sporten en ontmoeten in een relatief klein oppervlak aan openbare ruimte. Ook de sociale kant is van belang. De schaalsprong moet ervoor zorgen dat nieuwe en bestaande bewoners goed samenleven. 19

3.2 Regiokern Emmeloord (de opgaven voor voorzieningen) De opgave: Emmeloord is het voorzieningencentrum van de Noordoostpolder, met basisscholen, middelbare scholen, mbo, een ziekenhuislocatie, gemeentehuis, sportvoorzieningen, bibliotheek en regionaal busstation. De stad vervult de rol van regiokern waar omliggende dorpen deels op steunen. De dorpen hebben daarnaast hun eigen voorzieningen zoals basisscholen, kinderopvang, eerstelijnszorg, sport en buurthuizen. Een deel hiervan staat onder druk door vergrijzing en een tekort aan personeel. Een trend die overigens op veel meer plekken in Nederland speelt. Concreet voor de Noordoostpolder betekent het echter een groeiende afhankelijkheid van Emmeloord, vooral op het gebied van onderwijs en zorg. De vraag is wat de komst van de Lelylijn hierin kan betekenen. Krijgen we één nog sterke regiokern en (zeer) afhankelijke dorpen, of zal er sprake zijn van een sterke regiokern én zelfstandiger dorpen met een robuuster eigen voorzieningenaanbod? Welke maatregelen zijn nodig om de hele Noordoostpolder mee te laten profiteren?

Wat kan de Lelylijn betekenen? De Lelylijn kan een meervoudige impuls geven aan het voorzieningenaanbod in de Noordoostpolder. Een betere bereikbaarheid van de regio helpt bij het aantrekken en behouden van benodigde beroepsgroepen (zoals in zorg en onderwijs). En extra woningbouw gekoppeld aan de Lelylijn levert meer inwoners en daarmee meer draagvlak voor voorzieningen op. De impuls is van zodanige grootte dat de gemeente op meer kan inzetten dan alleen instandhouding van voorzieningen. Er liggen kansen voor een echte kwaliteitssprong. Dat betekent niet alleen meer voorzieningen, maar ook een ander soort voorzieningen. Dit is niet alleen wenselijk maar wellicht randvoorwaardelijk, want een groot deel van de nieuwe doelgroepen die worden beoogd verlangt ook een hoger voorzieningenniveau dan dat de stad (en regio) nu biedt. Denk aan hoger onderwijs en betere culturele voorzieningen. De vraag is daarnaast hoe de komst van het station kan doorwerken tot in de voorzieningencentra in de dorpen. Een goed bereikbaar en veelzijdiger voorzieningenaanbod in Emmeloord kan helpen om jongeren (en ouderen) perspectief te bieden in de dorpen. Als zij langer in de dorpen blijven, wordt het draagvlak in de dorpen groter en kunnen meer voorzieningen overeind blijven. Tot slot kan de Lelylijn ook het tweede grote voorzieningencentrum van de regio, dat van Urk, een impuls geven.

Door te zorgen voor goede verbinding met het station worden trekpleisters als het historische Oude dorp beter bereikbaar. Emmeloord als sterke regiokern waar de NOVEX-Lelylijn een schaalsprong voorstelt. Bron: Ontwikkelperspectief NOVEX-Lelylijn.

20

Uitgangspunten voor toekomstbeelden: • Goede bereikbaarheid van voorzieningen is belangrijk. Het helpt daarom om slim te clusteren op locaties die goed ontsloten zijn, met het OV, de fiets en te voet. Logische plekken voor voorzieningencluster zijn het centrum van Emmeloord, wijkcentra, ‘speciale clusters’ (zoals het onderwijscluster) en de nieuwe stationsomgeving. • Het is interessant om te onderzoeken hoe de verdeelsleutel van voorzieningen tussen deze gebieden kan verschillen. Hoe wordt de impuls van de Lelylijn verspreid over huidige en nieuwe voorzieningenclusters? Een belangrijk uitgangspunt is dat het huidige centrum van de stad altijd het belangrijkste voorzieningencluster blijft. Een verschuiving van het zwaartepunt van de stad is niet wenselijk. Ook is goede afstemming tot de voorzieningenclusters belangrijk; symbiose in plaats van onderlinge concurrentie. • Met de Lelylijn kan worden ingezet op een kwaliteitsslag van het voorzieningenaanbod. Onderzocht moet worden welke (grotere) bovenregionale voorzieningen de stad zou kunnen aantrekken. • De komst van de Lelylijn kan ook een positief effect hebben op het voorzieningenniveau van Urk en de andere dorpen.

Het wordt aantrekkelijker om in het dorp te blijven wonen, waardoor meer draagvlak voor voorzieningen ontstaat (een basisschool, zorg, sport, etc.) • Voorzieningen moeten goed bereikbaar zijn voor de dorpen, niet alleen per auto maar ook met OV en fiets. Daarom clusteren we voorzieningen op multimodaal bereikbare locaties, zoals OV-knooppunten.

3.3 Toegang tot talent (de opgaven voor werken en onderwijs) De opgave: Het ondernemerschap heeft in Noordelijk Flevoland altijd hoog in het vaandel gestaan. De polder kent veel innovatie, maakindustrie, logistiek en dienstverlening. Er zijn zelfs meer banen dan arbeidskrachten, uitzonderlijk voor een plattelandsgemeente. Het behoud van deze sterke en diverse economie is echter niet vanzelfsprekend. Er is schaarste aan passend opgeleid personeel en jongeren vertrekken, een knelpunt voor de doorontwikkeling van de regionale economie. Het bieden van aantrekkelijke woonruimte voor studenten, werknemers en arbeidsmigranten is daarbij een belangrijke sleutel. Maar ook het versterken van de samenwerking van overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Ook ruimtelijk gezien liggen er opgaven. De innovatieve bedrijven in Noordelijk Flevoland liggen verspreid over de polder, waardoor bundeling van innovatiekracht lastig is. Fysiek clusteren op multimodaal bereikbare locaties zou helpen om de agglomeratiekracht te vergroten. En om de banen beter bereikbaar te maken met het OV. Hetzelfde geldt voor het onderwijs (de gemeente is al bezig met de Onderwijscampus Noordoostpolder in Emmeloord).

Een van deze mogelijke concentratie-assen loopt van Urk, via de Urkerweg, naar Emmeloord en vervolgens via de Marknesserweg naar Marknesse, het glastuinbouwcluster en het Waterloopbos/het MITC (Mobiliteit en Infrastructuur Test Centrum). Een tweede as loopt vanuit Emmeloord naar het zuiden, via Ens en Kampen naar Zwolle.

Wat kan de Lelylijn betekenen? De komst van de Lelylijn kan de toegang tot talent vergroten. De regio wordt beter bereikbaar voor werknemers en studenten van buitenaf, zoals uit Lelystad en Heerenveen. Ook kan de spoorverbinding jongeren stimuleren in de regio te blijven, omdat onderwijs en werk buiten de Noordoostpolder beter bereikbaar worden. Deze combinatie van aantrekken en vasthouden van talent kan zorgen voor een grotere arbeidsmarkt met voldoende juist opgeleid personeel. Van groot belang voor een toekomstbestendige regionale economie in de Noordoostpolder. Een nieuw station vormt een goede locatie voor het clusteren van innovatieve bedrijven en onderwijs. Bedrijven/onderwijsinstellingen hebben hier toegang tot een grote, bovenregionale pool aan werknemers en studenten. Het toevoegen van dit soort functies rondom het station zorgt daarnaast voor het beter benutten van de ‘tegenspits’ (de treinen richting Emmeloord). Daarnaast kan het station een logisch overstappunt vormen van trein naar OV, waarmee andere belangrijke werklocaties beter bereikbaar worden. Denk aan de MITC Marknesse en de Port of Urk.

Uitgangspunten voor toekomstbeelden: • Elk toekomstbeeld zal zoeken naar manieren om jongeren aan te trekken en te binden aan de regio. De mate waarin dat gebeurd en de gekozen oplossingsrichtingen zullen verschillen. • Toevoegen van werk en voorzieningen goed bereikbaar vanaf het station benut de tegenspits. Het helpt om meer mensen in de trein richting Emmeloord te krijgen. De manier waarop kan verschillen. Goede bereikbaarheid kan door fysieke nabijheid, of door nabijheid in tijd/goede verbindingen. • Doelgroepen zonder auto, zoals jongeren, studenten en ouderen, zijn afhankelijk van voorzieningen bij OV-knooppunten. Onderwijsen zorgclusters worden daarom bij voorkeur bij het station of een ander OV-knooppunt gepositioneerd. • Idealiter wordt werk toegevoegd op plekken die multimodaal bereikbaar zijn. Zo blijft de toename van autogebruik beperkt. Dat bekent inzetten op OV diensten en fietsroutes richting werkgebieden.

Tot slot zorgt de impuls van 10.000 woningen (15.000-20.000 inwoners) ook voor een grote impuls in arbeidspotentieel. De vraag is echter in hoeverre men naar de Noordoostpolder komt om er te gaan werken, of dat een aanzienlijk deel blijft pendelen naar steden als Amsterdam en Groningen. Het zou veel opleveren voor de Noordoostpolder als werklocaties zoals de Munt, de MITC en de Port of Urk aanspraak kunnen maken op het aangetrokken arbeidspotentieel. Differentiatie werkmilieus. Bron: Ontwikkelperspectief NOVEX-Lelylijn.

21

3.4 Gebruiks- én belevingswaarde van de polder (de opgaven voor landbouw, ecologie en water) De opgave: In het oorspronkelijke polderontwerp heeft de agrarische gebruikswaarde altijd de boventoon gevoerd. Het landschap stond (en staat) ten dienst van de landbouw en dat is terug te zien in de grote verkavelingsstructuur en beperkte belevingswaarde. Recreatie- en natuurgebieden hebben minder aandacht gekregen, terwijl de behoefte gezien de groeiambitie flink zal groeien. Zowel aan nieuwe gebieden, als aan betere onderlinge recreatieve en/of ecologische verbindingen. Daarnaast bepalen veranderende bodem- en watercondities het nieuwe speelveld voor de agrarische sector. In delen van de polder leiden bodemdaling en waterproblemen al tot urgente knelpunten; het land wordt op sommige plekken te nat voor de huidige functie of teelten. Wateroverlast, watertekort en verzilting zijn allen indicatoren voor het bereiken van de grenzen van het watersysteem. De opgave is om toe te werken naar een robuuster en vitaler water en bodemsysteem. Dat vraagt om de nodige klimaatadaptieve maatregelen in buitengebied én bebouwd gebied. Wat kan de Lelylijn betekenen? Er liggen kansen om bijzondere plekken zoals het Kuinderbos, Waterloopbos en Schokland beter met elkaar te verbinden. Het verhaal van het wederopbouwlandschap en van Urk kan beter zichtbaar en beleefbaar worden.

Het nieuwe station kan hierin de toegangspoort vormen voor bezoekers. Het tracé zelf kan een landschappelijk element vormen, die bijdraagt aan de verbinding van recreatie- en natuurgebied. De doorsnijding blijft echter een grote impact hebben, die 22

bijvoorbeeld ter hoogte van de erftoegangswegen vraagt om verhoging van het spoor of tunnels. Waar bodemdaling en vernatting de huidige functie onhoudbaar maken, zijn nieuwe bedrijfsmodellen nodig, met bijvoorbeeld nieuwe teelten, ecosysteemdiensten of koppeling met recreatie. Samen met agrariërs en het waterschap zal in de sterke bodemdalingsgebieden samen gezocht moeten worden naar de beste oplossingen. De Lelylijn heeft hier geen directe invloed op. Wel zal de lijn zich moeten verhouden tot de nattere gebieden, wat invloed heeft op de inpassing van het spoortracé. Uitgangspunten voor toekomstbeelden: • Het landschap is naast functioneel ook monumentaal: het is aangemerkt als wederopbouwgebied van nationale betekenis en herbergt UNESCO-werelderfgoed Schokland. De beleefbaarheid kan beter. Ook vanuit toeristisch oogpunt is dit interessant, het kan een belangrijke aanvullende economische pijler zijn voor de regio. • Ingrepen zoals een nieuw spoortracé moeten rekening houden met de unieke kwaliteiten van het polderlandschap als openheid, rust en regelmaat. Tracéopties die het landschap doorsnijden sluiten we niet op voorhand uit; wel zoeken we naar zorgvuldige inpassing. • De groeiambitie vergroot de recreatieve druk, en vraagt om meer ruimte voor recreatie en natuur.

Tegelijkertijd vragen veranderende condities van water en bodem ook voor meer ruimte; bijvoorbeeld voor een klimaat robuust watersysteem en klimaat robuuste inrichting van zowel het landelijk als stedelijk gebied. In alle toekomstbeelden is daarom meer ruimte voor natuur, recreatie, water, bodem en klimaatadaptatie opgenomen. Deze ruimtevragers kunnen soms slim worden gecombineerd.

Oorspronkelijke Plan van Uitgifte met aanduiding bedrijfsgrootte (1947) Bron: Landschapsvisie Noordoostpolder (2012)

Visie ontwikkelkansen Bron: Landschapsvisie Noordoostpolder (2012)

3.5 Een multimodale Noordoostpolder (de opgaven voor mobiliteit) De opgave: De Noordoostpolder was van oorsprong een fietsgemeente met overal voorzieningen op redelijke fietsafstand, maar is snel daarna een echte autogemeente geworden. Veel werkgebieden zijn alleen per auto bereikbaar en alternatieven zijn beperkt. Vooral ’s avonds en in het weekend rijden weinig bussen, wat de bereikbaarheid voor OV-afhankelijke groepen, zoals jongeren, bemoeilijkt. Het autobezit neemt eerder toe dan af. Met name in woonbuurten en bij voorzieningencentra levert dit hoge parkeerdruk op. Belangrijke doorgaande wegen in Emmeloord kennen al opstoppingen. Met de grote groeiambitie zal de stad vastlopen zonder modal shift. Een shift die niet alleen nodig is bij de nieuwe bewoners en werknemers, maar ook in de bestaande wijken en werkgebieden. Er is dus een grote opgave om te zorgen dat het OV, fiets en deelmobiliteit volwaardige alternatieven vormen voor de auto.

Uitgangspunten voor toekomstbeelden: • Een verdubbeling van de stad vraagt om een serieuze modal shift. Dit betekent investeren in alternatieven voor de auto: betere busverbindingen, vraaggestuurd OV, inspelen op de elektrische fiets en sterke voet- en fietsverbindingen op korte afstanden. • Het vraagt ook om keuzes; in hoeverre blijven we het autogebruik (en gemak) faciliteren? In de toekomstbeelden verkennen we verschillende oplossingsrichtingen. In sommige wijken komt de auto bijvoorbeeld niet standaard voor de deur, maar op afstand in centrale hubs (zoals in de Merwedekanaalzone).

Fietsen zit in het DNA van de Noordoostpolder Foto van een Walcheren boer in Marknesse

Wat kan de Lelylijn betekenen? De auto blijft belangrijk, maar alternatieven moeten aantrekkelijker worden. Het station kan hierin een belangrijke plek vormen als mobiliteitshub voor bus en vervoer-op-afroep. Op langere termijn zijn zelfrijdende flexibelere OV diensten voorstelbaar. De elektrische fiets is een vervoersmiddel met veel potentie in de Noordoostpolder. De oorspronkelijke opzet van Emmeloord en de dorpenring is namelijk deels uitgetekend met de fiets in gedachten (Afstanden van 6–10 km, circa 25 minuten). Deze kans benutten vraagt om comfortabele, doorlopende (snel)fietsroutes en goed georganiseerde fietsparkeerplekken, vooral bij het station. 23

04

Toekomstbeelden en hotspots

4 Toekomstbeelden en hotspots Om de effecten van de komst van een station aan de Lelylijn in Noordelijk Flevoland te onderzoeken zijn drie toekomstbeelden uitgewerkt. Deze drie toekomstbeelden variëren in de locatie van het station, de manier waarop ze aansluiten op de bestaande stad en het omringende landschap en de wijze waarom vorm en inhoud wordt gegeven aan wonen, werken en mobiliteit. Voorafgaand worden nog een aantal aanvullende uitgangspunten (4.2) benoemd die gelden voor alle toekomstbeelden; deze verklaren onder andere technische keuzes over spoortracé en stations. De toekomstbeelden (4.3 t/m 4.5) zijn opgebouwd aan de hand van 3 onderscheidende uitgangpunten, die vervolgens leiden tot een uitgebreide beschrijving van de volledige ontwikkeling (wonen, werken, voorzieningen, mobiliteit, landschap, water en bodem) op de schaal van de regio, de stad Emmeloord en de directe stationsomgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=188314c4-4a46-4267-b142-38387e83fa7a