Bijlage 1 Watertakenplan Heerenveen_2025-2029
Tekst van het document
We zorgen voor voldoende ruimte rondom de oppervlaktewateren om ze te kunnen onderhouden.
* Op enkele locaties is dit zeer moeilijk te behalen. Hier streven we naar het behalen van deze doelstelling, op basis van doelmatigheid bepalen we wat we uitvoeren.
29/69
Kader voor hittestress*
Wat we willen is:
• De kans op hittestress verminderen in de openbare ruimte op de plekken waar het het meest nodig is. • Prioriteit geven aan de kwetsbare groepen, zoals ouderen, zieken en buitensporters. • De oppervlaktewaterkwaliteit waarborgen om de ontwikkeling van blauwalgen en andere verontreiniging te voorkomen. Dit doen we door:
• Te accepteren dat het op sommige plekken warm kan worden en hiermee rekening te houden in het normale leven.
• Meer bomen te planten op de plekken waar die nu nog weinig staan en het mogelijk is om bomen te planten.
• De hoeveelheid verharding te verminderen: we bekijken hoe breed de straat en stoep moeten zijn voor de verwachte gebruikers ervan. Ook passen we waar mogelijk meer open verharding toe.
• Nieuwe regels op te stellen voor nieuwbouw en verbouwing. Hierin vragen we om meer groen op en •
rondom gebouwen, een slimme oriëntatie op de zon en goede isolatie. Waar sprake is van een slechte oppervlaktewaterkwaliteit, zoeken we naar oplossingen. Bijvoorbeeld door een betere doorspoeling te regelen. **
* De inzet vanuit de watertaken zal voor hittestress nihil zijn vergeleken met de inzet voor wateroverlast en droogte. ** Wetterskip Fryslân is hierin leidend in het nemen van maatregelen.
Kader voor droogte
Wat we willen is:
• Groen beschermen tegen droogte. • Waar mogelijk houden we het water vast in het bebouwd gebied, door laagtes te maken waar het water in • •
kan blijven staan en kan infiltreren in de bodem. Ook kijken we naar andere infiltratievoorzieningen die we zouden kunnen toepassen. Waar mogelijk houden we het water vast het in landelijk gebied, door samen met het waterschap te zorgen voor minder afvoer van water in droge periodes. Het minimaliseren van schade aan houten paalfunderingen als gevolg van (te) lage grondwaterstanden. Om dit te bereiken werken we samen met andere partijen, zoals het Wetterskip Fryslân, om oplossingen te vinden en te implementeren.
Dit doen we door:
• De hoeveelheid verharding te verminderen: we bekijken hoe breed de straat en stoep moeten zijn voor de • •
verwachte gebruikers ervan. Ook passen we waar mogelijk meer open verharding en andere infiltratievoorzieningen toe, zodat water kan infiltreren. In overleg te gaan met het waterschap om water vast te houden in landelijk gebied. Infiltratievoorzieningen goed te beheren, zodat ze voldoende (blijven) functioneren.
30/69
Aanpak particulier terrein Van onze bewoners en bedrijven verwachten we dat zij meewerken aan het klimaatbestendig maken van Heerenveen. Een groot deel van het grondgebied is particulier bezit, daar zijn ook aanpassingen nodig. Wij gaan communiceren en stimuleren dat zij: • zo min mogelijk verharding aanleggen op hun eigen terrein (en als er wordt gekozen voor verharding, dan bij voorkeur waterdoorlatende verharding); • zo min mogelijk hemelwater afvoeren naar openbaar terrein/riolering; • zoveel mogelijk hemelwater hergebruiken voor bv. bewateren tuin/ planten; • zoveel mogelijk groen aanleggen op eigen terrein; • hun pand zo aanleggen en gebruiken dat het niet kwetsbaar is voor hitte, neerslag en droogte. Bijvoorbeeld door slaapruimtes op het noorden te situeren; • hun handelen aanpassen op de omstandigheden als Figuur 6-3 Overstromende regenton bij veel er extreem weer is/dreigt. Bijvoorbeeld door niet neerslag in korte tijd meer door straten te rijden die (tijdelijk) vol staan met water en door in de schaduw te blijven op het heetst van de dag. Als we merken dat dit onvoldoende wordt opgepakt, dan kunnen we overgaan op het verplichten van onderdelen hiervan. Voordat we een verplichting instellen doen we onderzoek naar de redelijkheid en doelmatigheid. Alleen als de baten opwegen tegen de kosten stellen we zo nodig een verplichting in.
Met dit watertakenplan zetten we vooral in op communiceren, stimuleren en samenwerken om gezamenlijk de opgaven aan te pakken, in plaats van deze in de komende beleidsperiode verplichtend te maken. Een uitzondering hierop is klimaatbestendig bouwen en de eisen die we daartoe gaan opstellen.
6.3 Acties 6.3.1
Wat hebben we nu?
In de Friese Klimaatatlas hebben we de uitkomsten van de klimaatstresstest opgenomen. Voor hevige neerslag, hitte, droogte en overstromingen is op kaarten getoond waar de ergste effecten worden verwacht. Ons beeld hierbij is: • Dat bij hevige neerslag op enkele locaties veel water blijft staan, maar dat het aantal locaties waar dit kan gebeuren relatief beperkt is; • Dat er meerdere gebieden erg warm worden; • Dat overal in de gemeente Heerenveen een risico bestaat voor droogte en lagere grondwaterstanden; • Dat beperkte delen van de gemeente Heerenveen risico lopen bij een overstroming (vanuit de zee of het IJsselmeer).
31/69
Figuur 6-4 Op www.frieseklimaatatlas.nl zijn de uitkomsten van de klimaatstresstest terug te vinden
6.3.2
Wat gaan we doen?
Om inzicht te krijgen in wat we moeten doen om klimaatbestendig te worden, hebben we in 2024 een beleids- en uitvoeringsplan voor klimaatadaptatie opgesteld. Dit plan bevat een gedetailleerde beschrijving van de acties en onderzoeken die nodig zijn voor klimaatadaptie. Daarnaast willen we bewoners en bedrijven ook betrekken en stimuleren om hun eigen terreinen meer klimaatbestendig te maken. Hiervoor zetten we onze subsidieregeling voort, zodat ze financiële ondersteuning kunnen ontvangen bij het nemen van passende maatregelen. Tabel 6-1 Acties en onderzoeken, prijspeil 2025
Acties
Jaar
Klimaatadaptieve maatregelen (in planperiode)
Budget
Doel
Zie tabel 5-3
Klimaatadaptieve maatregelen (na planperiode)
jaarlijks
€ 553.000
Heerenveen klimaatadaptief
Subsidieregeling klimaatadaptatie
jaarlijks
€ 60.000
Heerenveen klimaatadaptief
Stresstesten
2025
€ 40.000
Heerenveen Klimaatadaptief
Actualisatie uitvoeringsprogramma
2027
€ 25.000
Heerenveen Klimaatadaptief
Calamiteitenplan voor extreme weersomstandigheden
2025
€ 15.000
Heerenveen Klimaatadaptief
Invulling geven aan de maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving
2025
€ 10.000
Heerenveen Klimaatadaptief
32/69
7
Doel 4: Integraal werken met de waterketen en het watersysteem
7.1 Visie We merken dat de verbondenheid van de waterketen en watersysteem ervoor zorgt dat onze watertaken goed worden uitgevoerd. De waterketen bestaat uit het door de mens ’gemaakte’ stelsel dat bestaat uit het oppompen van drinkwater, transport via drinkwaterleidingen naar woningen en bedrijven, gebruik van het water, inzameling en transport via het rioolstelsel (in veel situaties aangevuld met hemelwater) en het afvoeren van dit rioolwater naar de RWZI of een riooloverstort. Het watersysteem is het ’natuurlijke’ stelsel van oppervlaktewateren en grondwater (soms aangevuld met technische voorzieningen). Om tot de beste acties te komen moeten we de gehele waterketen en het gehele watersysteem beschouwen. Zo houden we bij al ons handelen zoveel mogelijk rekening met de waterkwantiteit en waterkwaliteit. Door de verbondenheid is dit nodig: als één onderdeel niet goed functioneert, dan ontstaan er problemen bij de andere onderdelen. We willen daarom bij al ons handelen de verschillende onderdelen beschouwen en periodiek de hele waterketen en het watersysteem tegen het licht houden. De samenwerking met andere (Friese) overheden (gemeenten, provincie en Wetterskip Fryslân) is in de (water)keten en het –systeem van groot belang, aangezien ook veel verantwoordelijkheden en taken bij het Wetterskip Fryslân liggen.
Met het Wetterskip Fryslân hebben we afspraken gemaakt over het beheer van de stedelijke wateren (’overdracht stedelijk water’), zodat verantwoordelijkheden helder zijn en we goed kunnen samenwerken aan de watertaken. Op een aantal punten zoeken we nog overeenstemming, daar werken we de komende jaren aan. Voor wat betreft het waterbeheer willen we graag in gesprek met het Wetterskip Fryslân over wie nu precies voor welke taken verantwoordelijk is en hoe we die taken oppakken. Hierover bestaat soms nog onduidelijkheid (zoals o.a. beschreven in het hoofdlijnenakkoord 20222026).
7.2 Strategie De waterketen (drinkwater, riolering, RWZI) en het watersysteem (neerslag, oppervlaktewater, grondwater) zijn beide belangrijk voor ons en zijn nauw verbonden met elkaar. Het is belangrijk dat: 1) de waterkwaliteit goed is, 2) dat er voldoende water is bij droogte en 3) dat er voldoende ruimte is om water op te vangen bij neerslag. Samen met het Wetterskip Fryslân en onze partners in het Fries Bestuursakkoord Water en Klimaat (FBWK) werken we hieraan.
33/69
Een goede waterkwaliteit Om de waterkwaliteit op orde te houden doen we het volgende: • Waar mogelijk voorkomen we dat hemelwater vervuild raakt. We volgen de tritsen: vasthouden, bergen, afvoeren en schoonhouden, scheiden en zuiveren; • We onderhouden de watergangen. Samen met het Wetterskip Fryslân maken we een onderhoudsplan, waarin per watergang het onderhoud is aangegeven. In het kader van ecologie kan (indien wenselijk) de begroeiing van de kanten om en om blijven staan, dit leggen we vast in het onderhoudsplan. Ook geven we hierin aan hoe we met invasieve exoten omgaan. Samen met het Wetterskip Fryslân kijken we naar waterkwaliteitsknelpunten. Er is één locatie (Schoterlandse Compagnonsvaart) in Jubbega waar mogelijk vanuit de Kaderrichtlijn Water aanpassingen nodig zijn. Het is mogelijk dat de aanwezige nooduitlaten/overstort hierbij een rol spelen. Om hier helderheid in te krijgen laat de gemeente, in samenwerking met het waterschap en andere gemeenten, een monitoring uitvoeren.
Figuur 7-1 Brede watergang naast het Abe Lenstrastadion in Heerenveen
Voldoende water bij droogte Samen met het Wetterskip Fryslân zorgen we voldoende capaciteit in het watersysteem om droogteproblematiek tegen te gaan. Onze oppervlaktewateren houden we met baggeren op voldoende diepte, zodat er voldoende water kan worden vastgehouden. Bij probleemlocaties onderzoekt het Wetterskip Fryslân in samenwerking met de gemeente of maatregelen nodig zijn. Voldoende ruimte voor water Er moet voldoende capaciteit zijn om het vrijkomende hemelwater te verwerken. Dat kan met het aanleggen van extra oppervlaktewater, maar ook met berging op het maaiveld, onder het maaiveld, of door minder verharding te realiseren of infiltratie te bevorderen. Bij het verminderen van de verharding bekijken we hoe breed de straat en stoep moeten zijn voor het verwachte aantal gebruikers. Ook passen we waar mogelijk meer open verharding toe, zodat water kan infiltreren.
34/69
We kijken of we in rustige wijken groen kunnen toevoegen en/of de verharding kunnen beperken. Het watersysteem in Heerenveen loopt tegen de grenzen aan van de capaciteit. Hierdoor is het moeilijk voor het oppervlaktewater om extra water op te vangen, wat de uitvoering van de afkoppelplannen bemoeilijkt. We zijn in overleg met het Wetterskip Fryslân om samen alternatieven of oplossingen te vinden. Deze oplossingen kunnen bijvoorbeeld betekenen dat de capaciteit van de watergangen of duikers vergroot worden om afkoppelen mogelijk te maken. De oplossingen worden op maat gemaakt en de aanpak kan variëren. Het is belangrijk dat we alert blijven op de capaciteit van het systeem en nauw samenwerken met het Wetterskip Fryslân. Het Wetterskip Fryslân is bezig met een robuuster watersysteem met minder verschillende peilvakken. In het waterstructuurplan wordt hier verder invulling aan gegeven. Afkoppelbeleid Het watersysteem bestaat binnen gemeente Heerenveen uit veel verschillende en soms erg kleine peilvakken. Afkoppelen binnen kleine peilvakken is soms ongewenst vanwege het effect op het lokale waterpeil. In het waterstructuurplan wordt onderzocht waar afkoppelen wel en niet mogelijk is, en welke maatregelen dit probleem kunnen oplossen.
7.2.1.1
Wat hebben we nu?
In Gemeente Heerenveen liggen tientallen kilometers watergangen en (berm)sloten die door ons worden onderhouden. We verwijderen jaarlijks de begroeiing en zorgen dat ze op voldoende diepte zijn. Wetterskip Fryslân verzorgt het peilbeheer.
7.2.1.2
Wat gaan we doen?
Om alle belangen bij de waterketen en het watersysteem goed in beeld te brengen, stellen we een nieuw waterstructuurplan op. En we onderzoeken de mogelijkheid om de verbeterd gescheiden rioolstelsels om te bouwen, zodat er minder hemelwater naar de RWZI’s gaat en meer hemelwater in de oppervlaktewateren terechtkomt. Tabel 7-1 Acties en onderzoeken, prijspeil 2025
Acties
Jaar
Budget
Doel
Waterstructuurplan
2025
€ 20.000
Integrale benadering waterketen en watersysteem
Monitoring overstorten Jubbega
2025
€ 10.000
Samenwerken in de waterketen
Jaarlijks
€ 37.000
Integrale benadering waterketen en watersysteem
Gezamenlijk onderzoek verantwoordelijkheden gemeente en Wetterskip Fryslân
2025
€ 10.000
Integrale benadering waterketen en watersysteem
35/69
Onderzoek ombouwen verbeterd gescheiden rioolstelsel*
2025
€ 25.000
Integrale benadering waterketen en watersysteem
* Mogelijk leidt dit onderzoek tot investeringen. Hiervoor gebruiken we het jaarlijkse budget voor hydraulische verbetermaatregelen.
Bij de overdracht van de stedelijke wateren zijn er afspraken gemaakt over de toestand van de wateren. Over de achterstanden in baggerwerkzaamheden en onderhoud aan peilregulerende kunstwerken zijn afspraken gemaakt.
36/69
8
Doel 5: Samenwerken aan een toekomstbestendig en duurzaam Heerenveen
8.1 Visie 8.1.1
Duurzaamheid
Heel Nederland moet in 2050 een energietransitie hebben ondergaan en over zijn gegaan tot een circulaire economie. In het duurzaamheidsprogramma ’Samen duurzaam in Heerenveen’ is dit uitgewerkt voor Heerenveen. Ook hebben we transitieplannen opgezet voor circulariteit: ‘Op weg naar een Circular Valley’ en voor de energietransitie ‘Transitievisie Warmte’. Ook de watertaken gaan hierin mee veranderen. Zo is de riolering nu, met de vele gemalen die er nodig zijn om het water te verpompen, nog één van de grootste energieverbruikers binnen de gemeentelijke organisatie. We werken voor de lange termijn: vrijvervalriolen gaan vaak langer dan 60 jaar mee, omdat we robuust ontwerpen en robuuste/degelijke materialen gebruiken. Om in 2050 een duurzame(re) waterketen te hebben is het belangrijk dat we inzetten op minder energie gebruiken en toepassing van circulaire materialen.
8.1.2
Samenwerken aan een toekomstbestendig Heerenveen
Alleen door integraal te werken kunnen we aan de ambities van Heerenveen uitvoering geven. Onze ondergrondse riolering vormt één van de grootste infrastructuren van de gemeente. Bovengronds zorgen watergangen en vijvers voor veel beeldbepalende plekken. In de gebieden waar we vanuit de watertaken aan de slag gaan, spelen regelmatig ook ambities voor woningbouw, verkeersveiligheid, biodiversiteit, energietransitie en vele andere thema’s. Door dit samen op te pakken (benutten van meekoppelkansen) kunnen we alle ambities een plek geven. We werken samen binnen de gemeente, maar ook met bewoners en bedrijven en met andere overheden zoals Wetterskip Fryslân. Iedereen draagt zijn/haar steentje bij om de ambities waar te maken. In onder meer het Provinciaal Bestuurlijk Overleg Water (PBOW) en in het Fries Bestuursakkoord Water en Klimaat(FBWK) krijgt de samenwerking en afstemming tussen de overheden de Friese gemeenten, Wetterskip Fryslân en de provincie Fryslân vorm. Om de samenwerking makkelijker te maken spreken wij duidelijk uit wat verplichtingen zijn en wat verwachtingen zijn. Dit geven we een plek in onder meer de Omgevingswet-plannen en/of in een nieuw Fries Bestuursakkoord Water en Klimaat (FBWK). Vanuit de watertaken dragen we hieraan bij.
De blauwe omgevingsvisie Fryslân klimaatbestendig 2050+ laat ook zien waar de uitdagingen liggen voor Heerenveen en hoe dit binnen de provincie gezamenlijk opgepakt kan worden. Dit moet binnen de provincie en voor de individuele gemeenten echter nog nader worden uitgewerkt.
37/69
We willen werken vanuit de positieve gedachte dat we Heerenveen prettiger, veiliger en mooier maken door uitvoering te geven aan de watertaken. Dit doen we voor en met de inwoners van Heerenveen. Met dit alles werken we aan een toekomstbestendig en duurzaam Heerenveen. We werken vanuit het vertrekpunt dat water een toegevoegde waarde is voor de leefomgeving en dat iedereen kan bijdragen aan een goed functionerend watersysteem. Voor recreatie, natuur en een waardevolle leefomgeving is het belangrijk dat er mooi, veilig en schoon water beschikbaar is. Dit kunnen we alleen bereiken als iedereen eraan meewerkt.
8.2 Strategie 8.2.1
Duurzaamheid
Onze watertaken zijn onderdeel van een grotere inzet om Heerenveen voor te bereiden op de toekomst, waarbij duurzaamheid een belangrijk onderdeel is. Met de watertaken dragen we waar mogelijk bij aan dit grotere doel. Energietransitie Waar mogelijk voeren we werkzaamheden voor rioolvervanging en klimaatadaptatie gelijktijdig uit met de werkzaamheden voor de energietransitie. We hebben plannen om in Heerenveen over te stappen op duurzame energie. De transitievisie Warmte laat zien wat de plannen zijn om Heerenveen over te laten stappen op duurzame energie. In de transitievisie staat welke duurzame warmteopties elke buurt, wijk of dorp heeft om aardgas als warmtebron in gebouwen te vervangen en in welke volgorde we wijken afgekoppeld kunnen worden van het aardgas. Om voor 2050 de energietransitie te hebben doorlopen zullen grote investeringen nodig zijn, waarmee wijk na wijk panden worden aangepast. Hierbij wordt de infrastructuur aangepast en worden de voorzieningen in panden aangepast. In de uitvoering van deze werkzaamheden zoeken we de samenwerking en koppelen we zo veel mogelijk onze maatregelen. Ondertussen moeten de watertaken ook energiezuiniger worden uitgevoerd. De vele rioolgemalen zorgen voor een grote energievraag, ongeveer 30% van de gemeentelijke energierekening komt voort uit de watertaken.
Door de verbeterd gescheiden stelsels waar mogelijk om te bouwen naar volledig gescheiden stelsels wordt bespaard op pomp(draai)uren en daarmee op energie. Daarnaast lopen er ook onderzoeken naar de mogelijkheden van inzet van riothermie (het halen van warmte uit het rioolwater en elders toepassen) en/of aquathermie (het halen van warmte uit het oppervlaktewater). In de volksmond wordt dit ook wel eens teo en tea genoemd. Teo staat daarbij voor thermische energie uit oppervlaktewater en tea voor thermische energie uit afvalwater. Circulariteit In het Rijksbrede Programma Nederland Circulair is vastgesteld dat we in 2050 circulair moeten zijn. Dit betekent dat we efficiënter moeten omgaan met grondstoffen, gebruik moeten maken van duurzame en hernieuwbare grondstoffen, en producten circulair moeten ontwerpen. De komende jaren streven we ernaar om circulariteit een integraal onderdeel te maken van al onze aanbestedingen. Op basis van het transitieplan "Op weg naar een Circular Valley" streven we ernaar dat circulariteit vanzelfsprekend wordt in onze werkwijze. We willen circulaire criteria en eisen opnemen bij inkoop en aanbestedingen, en deze laten meewegen bij de keuze voor een aanbieder. Daarnaast streven we ernaar
38/69
om circulaire toepassingen zoveel mogelijk in de praktijk te brengen bij geschikte aanbestedingen. Op dit moment is circulariteit nog geen verplichting bij aanbestedingen van watertaken. We volgen de geldende aanbestedingsregels en kijken naar aanvullende mogelijkheden. Zo zamelen we bijvoorbeeld oude PVC-leidingen in en laten we ze verwerken door een organisatie die ze hergebruikt. Daarnaast passen we vaker reparatie toe in plaats van grootschalige vervanging. We stellen altijd als eis dat restmaterialen worden verwerkt door een gecertificeerde partij, en soms leveren we restmaterialen direct aan een organisatie die ze hergebruikt. Dit blijven we doen. Biodiversiteit Op veel plekken wordt gewerkt aan het verbeteren van de biodiversiteit. Door groen aan te leggen waar het kan en ruimte te geven aan gevarieerde gebiedseigen beplanting, ontstaan meer kansen voor natuur. Bovendien heeft groen een positieve rol in klimaatadaptatie. Stenen vervangen door groen draagt bij aan het vasthouden en afvoeren van water, maar ook in het voorkomen van hittestress. Met aangepast maaibeleid voorkomen we dat grote gebieden in één keer kaal worden gemaakt. In oppervlaktewateren onderzoeken we de waterkwaliteit, om te zien of er de juiste omstandigheden zijn voor een goede biodiversiteit. Dit is verder uitgewerkt in het Groen Structuur Plan.
Waar vervanging van “harde oevers” (zoals damwanden) aan de orde is kijken we naar mogelijkheden van toepassing natuurvriendelijke(re) oevers.
8.2.2
Samenwerken aan een toekomstbestendig Heerenveen
Vanuit ieders verantwoordelijkheid werken we aan onze visie. Om iedereen duidelijk te maken wat we van hen verwachten verstrekken we informatie op onze website over goed gebruik van de riolering en oppervlaktewateren. Ook stimuleren we het klimaatbestendig maken van particuliere terreinen met subsidies (www.eenvooreengroener.nl) en subsidie. Ondertussen houden we met onze toezichthouders en handhavers toezicht op naleving van de regels die we hebben vastgelegd in wetten en verordeningen. Waar nodig treden we op. Met een integrale en gebiedsgerichte aanpak maken we Heerenveen klaar voor de toekomst. Wij brengen onze uitgangspunten voor de watertaken in bij deze gebiedsgerichte aanpak en kijken hoe deze het beste samengebracht kunnen worden bij de andere taken. Dit betekent echter niet dat we altijd integraal werken. Soms moeten we snel handelen, bijvoorbeeld bij een storing/calamiteit. Dan is het handelen enkel vanuit de watertaken aan de orde. Integraal werken doen we als: • Er meerdere opgaven samenkomen in één gebied en deze een logisch verband hebben. Zo hebben groen, wegen en RO-projecten vaak verband met water; • Er de mogelijkheid is om onze opgaven een plek te geven. Dit betekent dat we in een vroeg stadium meedenken over de wijze waarop we integraal gaan werken. Dit zal vooral gebeuren samen met Wetterskip Fryslân; • Er een duidelijke opgave ligt voor de watertaken.
Soms is de opgave er pas op langere termijn. Als we werkzaamheden meer dan 5 jaar naar voren moeten halen om integraal te kunnen werken, dan achten we dit (in principe) ondoelmatig;
39/69
•
Er de mogelijkheid is om een andere opgave (deels) in te vullen met de werkzaamheden die wij uitvoeren. Bijvoorbeeld doordat wij vanuit de watertaken minder verharding willen en daarmee op die plekken de biodiversiteit kunnen versterken.
8.3 Acties 8.3.1 8.3.1.1
Duurzaamheid Wat hebben we nu?
Op dit moment combineren we werkzaamheden waar dat mogelijk en doelmatig is. Er vindt regelmatig afstemming plaats om zo te onderzoeken waar we kunnen samenwerken en plannen op elkaar kunnen worden afgestemd.
8.3.1.2
Wat gaan we doen?
Om vanuit de waterketen bij te dragen aan de energietransitie, circulaire economie en biodiversiteit gaan we verschillende onderzoeken en experimenten uitvoeren. Hiermee vergaren we kennis en ervaring die we gebruiken om de waterketen duurzamer te maken. Tabel 8-1 Acties en onderzoeken, prijspeil 2025
Acties
Jaar
Budget
Doel
Onderzoek energiezuinige gemalen
2025
€ 7.000
Duurzame waterketen
Experiment circulaire materialen
2028
€ 7.000
Duurzame waterketen
8.3.2 8.3.2.1
Samenwerken aan een toekomstbestendig Heerenveen Wat hebben we nu?
Om samenwerking mogelijk te maken hebben we regelmatig contact met de belangrijkste partijen voor de waterketen, zoals het waterschap, de provincie en andere Friese gemeenten. We delen informatie en plannen, participeren in overleggen en houden betrokkenen actief op de hoogte van projecten. Verder geven we op onze website uitleg over de watertaken. Ook betrekken we omwonenden en gebruikers bij grootschalige projecten in hun omgeving.
8.3.2.2
Wat gaan we doen?
Aanvullend op wat we al doen blijven we actief communiceren over lozingsgedrag en verwachtingen. Om verbinding te blijven zoeken met andere vakgebieden hebben we een meerjarenplanning integraal werken. Hier tonen we de projecten die vanuit de watertaken nodig zijn. Ook blijven we bijdragen aan de Friese samenwerking in de waterketen.
40/69
Tabel 8-2 Acties en onderzoeken, prijspeil 2025
Acties
Jaar
Budget
Doel
Communicatie lozingsgedrag en verwachtingen
Jaarlijks
€ 10.000
Een duurzaam Heerenveen
Meerjarenplanning integraal werken – watertaken
jaarlijks
€ 5.000
Integraal werken
Figuur 8-1 Lindegracht in centrum Heerenveen met drijvende tuintjes
41/69
9
Organisatie en Financiën
Voor de uitvoering van de watertaken hebben we voldoende middelen nodig: genoeg personeel en genoeg geld voor al onze uitgaven. In dit hoofdstuk staat beschreven hoeveel nodig is en hoe dat bekostigd wordt.
9.1 Personele capaciteit Om de beschreven plannen uit te voeren is voldoende personeel nodig. Om inzichtelijk te maken hoeveel personele capaciteit (fte) nodig is om de gemeentelijke watertaken goed uit kunnen voeren, maken we gebruik van formatietool ‘personele capaciteit’ uit de Kennisbank Stedelijk Water van Stichting RIONED. In deze tool wordt onderscheid gemaakt in de binnen- en buitendienst. In de binnendienst is daarnaast een onderverdeling gemaakt in de functieprofielen beleidsmedewerker, beheerder, ontwerper, gegevensbeheerder, projectleider/werkvoorbereider/toezichthouder. Hierbij moet worden opgemerkt dat het duidelijke onderscheid in functieprofielen in theorie makkelijker te maken is dan in de praktijk. In de praktijk vult een medewerker vaak taken van verschillende functieprofielen uit. Een beleidsmedewerker voert bijvoorbeeld vele taken uit die gemeente-overstijgend zijn, een beheerder voert ook beleidsactiviteiten uit, vooral op tactisch en operationeel niveau. Desondanks geeft de berekening wel inzicht in de beschikbare en benodigde capaciteit. De benodigde formatie is gebaseerd op het areaal, de geplande investeringen voor de komende jaren en de mate van uitbesteding. De benodigde eigen formatie vergelijken we met de huidige formatie, hieruit volgt het verschil. Tabel 9-1 Verwachte aantal fte benodigd voor de werkzaamheden o.b.v. formatietool RIONED.
De aantallen zijn afgerond, dit is de reden voor verschillen van 0,1 fte.
functieprofiel Beleidsmedewerker Beheerder Ontwerper Gegevensbeheerder Projectleider, werkvoorbereider, toezichthouder* Subtotaal binnendienst Buitendienst
benodigde formatie (fte) 1,7
uitbesteed (fte) 0,3
benodigde eigen formatie huidige (fte) formatie (fte) 1,4 1,2
3,5
0,5
3,0
1,0
-2,0
1,0
0,5
0,5
0,2
-0,3
0,5
0,1
0,4
0,4
0,0
1,9
0,5
1,5
1,5
0,0
8,5
1,8
6,7
4,3
-2,4
8,8
5,6
3,2
2,2
-1,0
6,5
-3,4
17,3 7,4 9,9 totaal * de financiële dekking voor de projectleider, werkvoorbereider, toezichthouder is opgenomen in de VAT-kosten die zijn verwerkt in de investeringen
verschil (fte) -0,2
42/69
Uit de analyse blijkt een tekort van 3,4 fte. Er is met name een tekort in de rol beleidsmedewerker, beheerder en de buitendienst. Door het integraal oppakken van projecten komen er de komende jaren meer taken bij. Er is steeds meer sprake van noodzaak tot extra afstemming met diverse partijen doordat werkzaamheden zoveel mogelijk integraal worden opgepakt. Ook vraagt participatie meer inzet. Klimaatverandering is een ander nieuw vraagstuk dat voor extra werkzaamheden zorgt om de leefomgeving voor te bereiden op weersextremen. Om dit goed op te nemen in werkprocessen is extra inzet nodig, nog boven op het tekort in het voorgaande overzicht. We verwachten daarom dat het tekort eerder uitkomt op 3,9 tot 4,4 fte. Uitbreiding van de capaciteit is nodig om de werkzaamheden volgens plan uit te kunnen voeren. Het langdurig werken met te weinig personeel leidt tot overbelasting van het zittende personeel, vertraging in uitvoering van de werkzaamheden en vervangingsopgaven, suboptimale oplossingen, mogelijke kapitaalvernietiging en vergroot het risico op het optreden van calamiteiten. Omdat het erg lastig is om voldoende gekwalificeerd personeel aan te trekken zetten we voorlopig in op uitbreiding van 3 fte. Het gaat hier om een beheerder riolering/water, een adviseur klimaatadaptatie en een medewerker buitendienst.
Omdat de inzet van de adviseur klimaatadaptatie, werkzaamheden betreft op het gebied van water(overlast), droogte en hitte is deze formatie uitbreiding niet volledig ten laste te brengen van het product riolering. Hitte is immers, in afwijking van water(overlast) en droogte, geen activiteit die ten laste van de riolering en daarmee de rioolheffing kan worden gebracht. Het is daarom passend om 50% van de fte klimaatadaptatie toe te rekenen aan de algemene middelen. We gaan daarom in de kostendekkingsberekening uit van structurele uitbreiding van 2,5 fte. De laatste jaren merken we dat de personele capaciteit van de organisaties waarmee we werken ook krap is. De huidige arbeidsmarktomstandigheden leiden ertoe dat het steeds moeilijker wordt specialisten en/of vakmensen voldoende en tijdig in te kunnen zetten op de diverse opgaven. Hierdoor kan er vertraging optreden in het moment van onderhoud of reparatie. Ook kan er sprake zijn van een hoger inhuurtarief, of bestaat er kans op uitval van systemen en functies, langere herstelperiodes en/of meer inzet op tijdelijke (vaak kostenverhogende) oplossingen. Gevolg hiervan kan zijn dat (op onderdelen) in de nota beoogde kwaliteitsniveaus (tijdelijk) niet zullen worden bereikt of niet kunnen worden gehandhaafd.
Vertraging door bijvoorbeeld onvoldoende capaciteit bij nutsbedrijven (voor het omleggen kabels/leidingen of het realiseren van aansluitingen) kunnen ook van invloed zijn op de voorbereiding, de uitvoering en de planning.
9.2 Kosten Om de ambities en werkzaamheden van dit programma uit te voeren zijn voldoende financiële middelen nodig. Voor de komende 20 jaar hebben we op basis van de actuele situatie, ervaringen uit het verleden en landelijke kengetallen de totale kosten geraamd. Er is rekening gehouden met een rente van 2% op de kapitaallasten en geen rentetoevoeging aan de rioolvoorziening. Investeringen worden lineair of direct afgeschreven. Alle bedragen zijn op prijspeil januari 2025 (hiervoor zijn we uitgegaan van prijspeil 2024 en een inflatie van 4,5%) en exclusief BTW. Jaarlijks moeten bedragen met de werkelijk opgetreden inflatie worden geïndexeerd, dat geldt ook voor de berekende rioolheffing.
43/69
Om in beeld te brengen hoe de bedragen zich kunnen ontwikkelen door inflatie, is als variant een berekening gemaakt waarin gedurende de planperiode een inflatiecorrectie van 4,5% per jaar is toegepast op de verwachte investeringen (en niet op de exploitatie). Deze werkwijze is gebruikelijk voor de gemeentelijke administratie. Hiermee zijn de bedragen voor 2025, 2026, 2027, 2028, 2029 geschat op het prijspeil van dat betreffende jaar. Na de planperiode (vanaf 2030), gaan we uit van 2% inflatie per jaar. Bijlage 1 bevat de uitgangspunten van de kostendekkingsberekening en bijlage 2 gedetailleerde tabellen met de onderbouwing van de kostendekkingsberekening. Exploitatie en onderzoek Voor de exploitatie (het dagelijks beheer) en onderzoeken is in 2025 een bedrag van € 4.763.000 nodig, exclusief BTW. Investeringen De investeringen zijn opgedeeld in investeringen die direct worden afgeschreven en investeringen die langjarig worden afgeschreven. Investeringen die direct worden afgeschreven ten laste van de voorziening vervangingsinvesteringen riolering: • Vrijvervalriolen; • Gemaalvervangingen; • Pers- en drukleidingen.
Investeringen die worden geactiveerd en dus langjarig afgeschreven worden: • Klimaatadaptatie bovengronds (afschrijvingstermijn 30 jaar); • Klimaatadaptatie ondergrond (afschrijvingstermijn 50 jaar); • Hydraulische verbetermaatregelen (afschrijvingstermijn 50 jaar); • Nieuwe aanleg riolering (afschrijvingstermijn 50 jaar).
Investeringen (x 1000 Euro)
4.500 4.000 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000
500 0
2025
2028
2031
vrijverval riolen / MIP
2034 jaar gemalen
2037
2040
2043
pers- en drukleidingen
Figuur 9-1 Geschatte investeringskosten komende 20 jaar die direct worden afgelost
44/69
Posten
2025
2026
2027
2028
2029
€ 2.787.000
€ 2.430.000
€ 1.172.000
€ 1.487.000
€ 2.811.000
€ 100.000
€ 478.000
€ 234.000
€ 619.000
€ 375.000
-
-
-
-
€ 42.000
Klimaatadaptatie
€ 470.000
€ 340.000
€ 405.000
€ 265.000
€ 615.000
Hydraulische verbetermaatregelen
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
Aanleg nieuwe riolering
€ 250.000
€ 250.000
€ 250.000
€ 250.000
€ 250.000
Onderzoek
€ 285.000
€ 150.000
€ 170.000
€ 164.000
€ 70.000
Exploitatie
€ 4.763.000
€ 4.832.000
€ 4.832.000
€ 4.832.000
€ 4.832.000
€ 852.000
€ 839.000
€ 827.000
€ 814.000
€ 802.000
€ 1.331.000
€ 1.280.000
€ 982.000
€ 1.098.000
€ 1.388.000
Vrijvervalriolen Gemalen Pers- en drukleidingen
Kapitaallasten uit het verleden BTW Totaal
Figuur 9-2 Uitgaven in de planperiode in euro (prijspeil 2025)
Posten
2025
2026
2027
2028
2029
€ 2.787.000
€ 2.539.000
€ 1.280.000
€ 1.697.000
€ 3.352.000
€ 100.000
€ 499.000
€ 256.000
€ 706.000
€ 447.000
-
-
-
-
€ 50.000
Klimaatadaptatie
€ 470.000
€ 355.000
€ 442.000
€ 302.000
€ 733.000
Hydraulische verbetermaatreg elen
€ 100.000
€ 105.000
€ 109.000
€ 114.000
€ 119.000
Aanleg nieuwe riolering
€ 250.000
261.000
273.000
285.000
298.000
Onderzoek
€ 285.000
€ 150.000
€ 170.000
€ 164.000
€ 70.000
Exploitatie
€ 4.763.000
€ 4.832.000
€ 4.832.000
€ 4.832.000
€ 4.832.000
€ 852.000
€ 839.000
€ 827.000
€ 814.000
€ 802.000
€ 1.331.000
€ 1.314.000
€ 1.024.000
€ 1.179.000
€ 1.557.000
Vrijvervalriolen Gemalen Pers- en drukleidingen
Kapitaallasten uit het verleden BTW Totaal
Figuur 9-3 Uitgaven in de planperiode in euro (prijspeil nominaal voor de investeringen, uitgaande van 4,5% inflatie in de komende planperiode)
Oude Kapitaallasten Kapitaallasten (afschrijvings- en rentekosten) van in het verleden gedane investeringen worden als jaarlijks kostenpost meegenomen.
45/69
BTW We nemen de compensabele BTW van de investeringen en van de exploitatie mee in de berekening van de rioolheffing. Voor de exploitatie en onderzoeken is dit gemiddeld € 512.000 per jaar. Voor de investeringen verschilt dit per jaar, gemiddeld is het zo’n € 850.000 per jaar.
9.3 Kostendekking Huidige heffingsgrondslag en hoogte van de rioolheffing Om alle kosten te kunnen dekken, wordt rioolheffing geheven volgens de “Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2024”. De hoogte van het tarief voor 2024 is vastgesteld voor de volgende categorieën: Tabel 9-2 Rioolheffingstarief per categorie
Categorie Eenpersoonshuishouden Twee-of meer persoons huishouden Niet-woning
2024 € 190,€ 253,€ 380,-
De onderbouwing van de rioolheffingsmaatstaf is te vinden in de jaarlijkse rioolheffingsverordening. Voorziening We maken gebruik van twee financiële voorzieningen voor de riolering. Dit bestaat uit een voorziening toekomstige vervangingsinvesteringen en een voorziening van derden verkregen middelen. Per 1-1-2025 wordt de stand van deze beide voorzieningen gezamenlijk geraamd op € 14.903.000. Via de rioolheffing geïnd geld moet voor het rioleringsdoel worden aangewend en blijft daarom in een voorziening. Deze voorziening is in de rioolheffingsberekening als een tariefsegalisatievoorziening (artikel 44 lid 2 BBV) meegenomen. In de gemeentelijke administratie wordt deze voorziening uitgesplitst in twee eerder genoemde voorzieningen. Heffingseenheden Een gemiddeld huishouden (twee- of meerpersoons) betaalt in 2024 € 253,00 rioolheffing per jaar. Deze categorie hanteren we in de berekening als referentie-eenheid. Dat betekent dat de berekende rioolheffing geldt voor deze categorie. Voor de berekening van het aantal referentie-eenheden delen we de rioolheffingsinkomsten van 2024 door het tarief van een gemiddeld huishouden. Dit brengt het totaal aantal referentie-heffingseenheden voor 2025 op 27.514. Uit de woonvisie volgt dat er t/m 2030 gemiddeld 250 woningen per jaar worden gebouwd. Voor de periode 2031 t/m 2045 wordt in de berekening eveneens uitgegaan van 250 woningen per jaar.
9.4 Rioolheffingsberekening De huidige rioolheffing moet stijgen om de komende 20 jaar kostendekkend te blijven. We hebben twee stijgingsscenario’s uitgewerkt: 1. Een stijgingsscenario op prijspeil 2025, waar jaarlijks de inflatiecorrectie nog op moet worden toegevoegd;
46/69
2. Een stijgingsscenario dat rekening houdt met een verwachte kostenstijging in de toekomst. In scenario 1 is een stijging van 4 euro per jaar (ca. 1,5%) benodigd tot 2030. Daarna stijgt het tarief met 13 euro per jaar (ca. 4,3%) tot 2036.
450
20.000 18.000 16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0
400
Rioolheffingen, euro
350 300 250 200 150 100 50 0 2025
2028
2031
2034
jaarlijks benodigd
2037
2040
Voorziening, euro*1000
Rekening houdend met de toekomstige kostenstijging en inflatiecorrectie van 4,5% in de planperiode en daarna 2% is een stijging nodig met 10 euro per jaar (ca. 3,7%) in de planperiode. Daarna stijgt het tarief met 19 euro per jaar (ca. 5,5%) tot 2036
2043
voorgesteld tarief
voorziening
500 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0 2025
20.000 18.000 16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0 2028
2031
jaarlijks benodigd
2034
2037
2040
Voorziening, euro*1000
Rioolheffingen, euro
Figuur 9-4 Stijgingscenario 1 - rioolheffing prijspeil 2025
2043
voorgesteld tarief
voorziening
Figuur 9-5 Stijgingscenario 2 - rioolheffing met 4,5% kostenstijging in planperiode en 2% na de planperiode
47/69
In beide scenario’s sluit de voorziening na 20 jaar op 0 euro. Dat betekent dat de berekening voor 100% kostendekkend is. Voor de volledige tabellen van de rioolheffingsberekening, zie Bijlage 2.
9.5 Risicoparagraaf De gekozen uitgangspunten hebben een grote invloed op de uitkomst van de rioolheffingsberekening. Ten opzichte van het aflopende Watertakenplan zijn hierin enkele zaken gewijzigd. Hier lichten we toe welke risico’s we hierin zien en hoe we hiermee omgaan. Te beschouwen termijn In het vorige Watertakenplan werd de rioolheffing bepaald op basis van een doorkijk van 80 jaar, in plaats van de 20 jaar die nu wordt beschouwd. Deze doorkijk van 20 jaar sluit aan op de systematiek die er voor de andere kapitaalgoederen wordt gebruikt. Bij het vorige Watertakenplan was gekozen voor 80 jaar, omdat riolen lange levensduren kennen en hiermee alle kosten in beeld waren. Door de kortere termijn te beschouwen is de verwachte stijging van de investeringen vanaf 2045 niet meegenomen in de rioolheffingsberekening. Het investeringsniveau verdubbelt dan bijna, omdat er vanaf 1960 veel woningen/wijken zijn aangelegd en naar verwachting de riolen in deze straten aan vervanging toe raken. Hierbij wordt de rioleringsvoorziening teruggebracht naar nul, omdat in de rioolheffingsberekening alleen 100% van de kosten in de beschouwde periode in rekening mag worden gebracht. Op het punt dat de uitgaven gaan stijgen, is de voorziening dus juist leeg. Met regelmatige herberekeningen van de rioolheffing willen we de ontwikkeling in beeld houden.
Met evaluaties willen we bijhouden of de vervanging van de vrijvervalriolen op schema ligt en of de geschatte technische levensduur van 80 jaar reëel is. Bij een volgende rioolheffingsberekening is de kans groot dat het benodigde tarief (extra) stijgt, omdat er dan naar verwachting meer investeringen binnen de beschouwde periode vallen.
Investeringen (x 1000 Euro)
12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0 2025
2035
2045
2055
Klimaatadaptatie, nieuwen aanleg, BRP gemalen
2065
2075
2085
2095
pers- en drukleidingen vrijverval riolen / MIP
Figuur 9-6 Verwacht investeringsverloop komende 80 jaar
48/69
Onzekerheid inflatie- en rentepercentage De afgelopen jaren hebben we gemerkt dat de kostenstijging hoog kan oplopen. Doordat rioleringswerkzaamheden relatief veel materiaal en energie kosten, stegen de uitgaven flink. We hebben aannames gedaan om de kostenstijging voor de investeringen de komende jaren in te schatten. De grote fluctuaties van de afgelopen jaren maakten dit lastig. Ook is de kostenstijging niet toegepast op de exploitatie, dit is gebruikelijk in de gemeentelijke administratie. Met regelmatige herberekeningen van de rioolheffing willen we de ontwikkeling in beeld houden. Als de inflatie anders verloopt en dit heeft grote invloed op de rioolheffing, dan verwerken we dit in de rioolheffingsverordening. Onzekerheid uitvoering, o.a. door personele capaciteit In de afgelopen jaren zijn er veel projecten vertraagd, doordat bij ons of bij de organisatie met wie we werken vertraging optrad. Dit heeft vooral te maken met krapte op de arbeidsmarkt en beperkte beschikbaarheid van materialen. Wachttijden nemen toe en dat zorgt steeds vaker voor vertraging in de uitvoering. Om de werkzaamheden volgens plan uit te kunnen voeren is de gevraagde uitbreiding van capaciteit noodzakelijk. Met een tussentijdse evaluatie houden we in beeld welke projecten er wel en niet zijn uitgevoerd.
Als we merken dat er op grote schaal vertraging optreedt, dan kunnen we kiezen voor een eerdere herberekening van de rioolheffing.
49/69
Bijlage 1: Uitgangspunten Kostendekkingsberekening In deze bijlage zijn de uitgangspunten voor de kostendekkingsberekening weergegeven. 1.
Berekeningsmethode De rioolheffingsberekening wordt uitgevoerd met behulp van de contantewaardemethode. Deze methode is geschikt om de effecten en de trend op langere termijn zichtbaar te maken. Met de contante-waardemethode is een vergelijking van uitgaven en inkomsten in verschillende jaren mogelijk. De toekomstige uitgaven en inkomsten van elk jaar in de beschouwde periode worden contant gemaakt naar 1 januari startjaar. In de te verwachten inkomsten zit één onbekende: de hoogte van de benodigde inkomsten per aansluiting. Door de contante waarde van de te verwachten inkomsten gelijk te stellen aan de contante waarde van de te verwachten uitgaven, worden de kosten per heffingseenheid berekend. Voor toekomstige investeringen wordt in de contante-waardebenadering geen specifieke wijze van afschrijving of financiering verondersteld. De diverse afschrijvingsmethoden (lineair, afschrijving op annuïteitsbasis) verschillen onderling wel door een andere (boekhoudkundige) verdeling van lasten in de tijd, maar de contante waarde van de jaarlijkse lasten is in deze methoden steeds gelijk aan de contante waarde van de investeringen. Het inflatie- en rentepercentage worden gebruikt voor het contant maken van de toekomstige uitgaven en inkomsten. Dit gebeurt op de volgende wijze:
CWx (U j ) = U j (cwf )
( j − x)
(1 + i ) = U j (1 + r )
( j−x)
waarbij: x
= startjaar berekening
Uj
= uitgave in jaar (j) op prijspeil startjaar
i
= inflatie (in decimalen, bijvoorbeeld 0,015)
r
= rente (in decimalen, bijvoorbeeld 0,04)
cwf
= contante-waardefactor { = (1+i) / (1+r) }
CWx(Uj)
= contante waarde in jaar x van investering U in het jaar
Het totaal aan uitgaven en inkomsten over de beschouwde periode is met elkaar in evenwicht. 2.
Planningshorizon Bij de berekening van de rioolheffing is uitgegaan van een planningshorizon van 20 jaar: 2025 t/m 2044.
3.
Prijspeil Alle in het Watertakenplan genoemde uitgaven zijn op prijspeil januari 2025. Hiervoor is de indexatie van het CBS, Grond-, weg en waterbouwsector (GWW, 4221), gebruikt tot januari 2024. Voor de indexatie van januari 2024 tot januari 2025 gaan we uit van het 4,5%. Dit percentage wordt gemeentebreed gehanteerd.
4.
Indexering rioolheffing Het in het Watertakenplan berekende tarief van scenario 1 moet jaarlijks met de optredende inflatie worden geïndexeerd. Dit wordt jaarlijks bij de vaststelling van de begroting afgehandeld.
50/69
5.
Eenheidsprijzen Voor de berekening van de investeringskosten van de rioleringsobjecten is gebruik gemaakt van de eenheidsprijzen vanuit lokale ervaring, gecombineerd met die uit de Kennisbank stedelijk water van Stichting Rioned.
6.
Toeslagen Voor de toeslagen zijn conform de Kennisbank Stedelijk Water de volgende waarden gehanteerd: uitvoeringskosten 10% (inrichting werkterrein, uitzetwerkzaamheden), algemene kosten, winst en risico 12%, voorbereiding, honorarium en toezicht 15%. Totaal (1,10 * 1.12 * 1,15 - 1) = 42%.
7.
Rentevoet Er is een rentevoet van 1,8% in 2025, 2,0% in 2026 en 2,3% in 2027 en verder gehanteerd. Dit percentage wordt niet toegerekend aan het bedrag in de voorziening.
8.
Afschrijvingsmethode Investeringen worden deels direct afgeschreven deel lineair afgeschreven.
9.
Afschrijvingstermijnen De technische afschrijvingstermijn (levensduur) heeft invloed op de hoogte van de rioolheffing, die bepaalt immers in welk jaar een object op de vervangingsplanning verschijnt. Het is daarom belangrijk de technische levensduur van de rioleringsobjecten zo goed mogelijk in te schatten. In de praktijk wordt hierbij gebruik gemaakt van inspectiegegevens. De in de berekening gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn weergegeven in tabel B1. Tabel B1 Object
Overzicht gehanteerde afschrijvingstermijnen (jaar) Afschrijvingstermijn Financieel
Technisch
Riolen (vrijverval+pers/druk)
direct
80
Gemalen
direct
45
Aanleg nieuwe riolering
50
80
Klimaatadaptatie bovengronds
30
-
Klimaatadaptatie ondergronds
50
-
Hydraulische verbetermaatregelen
50
-
10. Egalisatievoorziening In onze gemeente wordt gebruik gemaakt van twee financiële voorziening riolering. Dit bestaat uit een voorziening toekomstige vervangingsinvesteringen en een voorziening van derden verkregen middelen. Deze worden gezamenlijk gebruikt als egalisatievoorziening om ongewenste schommelingen in de rioolheffing te voorkomen (BBV art. 44, lid 2). Dit leidt tot een gelijkmatige verdeling van de lasten voor de burger, over een aantal begrotingsjaren. Er wordt geen rente aan de egalisatievoorziening toegevoegd. 11. Doorlopende kapitaallasten ná 2044 De na 2044 doorlopende kapitaallasten zijn buiten beschouwing gelaten. 12. Rioolheffing en BTW De geraamde BTW op zowel goederen als diensten en investeringen mogen in het riooltarief worden meegenomen. In de rioolheffingsberekening is de compensabele BTW meegenomen over de jaarlijkse kosten (exploitatie) en over de investeringen. 13. Nieuwe investeringen voor nieuwbouw Nieuwe investeringen voor uitbreidingslocaties worden deels verrekend via de rioolheffing en ook via de grondexploitatie (GREX).
51/69
14. Interne verrekeningen Binnen de gemeente is gedetaileerd bekeken welke posten kunnen worden toegerekend aan de rioolheffing. De posten die we gedeeltelijk toerekenen en de posten die we nader hebben bekeken lichten we hier toe: • Hekkelen/maaien watergangen wordt voor 50% toegerekend aan de rioolheffing. Om de zorgplicht voor hemelwater in te vullen wordt hemelwater ingezameld en afgevoerd. We proberen dit zoveel mogelijk met watergangen te doen, omdat deze er al liggen, ruime capaciteit hebben en het water hierdoor schoon blijft (het wordt niet gemengd met rioolwater). De onderhoudskosten van de watergangen rekenen we daarom toe aan de rioolheffing. De watergangen hebben naast de functie voor het inzamelen en afvoeren van hemelwater ook een functie in de ruimtelijke ordening (inrichting en beleving van de openbare ruimte, zwemmen, et cetera). We verdelen de kosten daarom over deze twee functies. • Baggeren van watergangen wordt voor 75% toegerekend aan de rioolheffing. Door te baggeren wordt de waterdiepte op het gewenste peil gehouden, wat nodig is voor de capaciteit van de watergang. Het is ook nodig voor de waterkwaliteit, want met het baggeren wordt vervuiling van de bodem verwijdert. We schatten in dat baggeren eerder nodig is vanwege de watercapaciteit, dan vanwege de waterkwaliteit. We rekenen daarom een iets groter deel toe aan de rioolheffing, namelijk 75%.
• Waterbodemsaneringen worden voor 100% toegerekend aan de rioolheffing. Bij een waterbodemsanering wordt zwaarder vervuilde grond verwijderd uit de watergang. Vooral rondom riooloverstorten zijn waterbodemsaneringen nodig. We schatten in dat 75% van de waterbodemsaneringen voortkomen uit riooloverstorten, daarom rekenen we dit deel toe aan de rioolheffing. • Onderhoud aan kademuren en damwanden rekenen we voor 20% toe aan de rioolheffing. Kademuren en damwanden hebben twee functies: ze zorgen ervoor dat de watergang zijn profiel behoudt en daarmee voldoende capaciteit heeft en ze zorgen ervoor dat er langs de watergang ruimte ontstaat om bijvoorbeeld te parkeren. We schatten in dat het grootste deel van de kademuren en damwanden bedoeld is om een functie langs de watergang mogelijk te maken en slechts een beperkt deel van de kademuren en damwanden ooit is aangelegd om de capaciteit van de watergang op orde te houden. • Onderhoud aan duikers rekenen we voor 75% toe aan de rioolheffing. Ook hier geldt dat het onderhoud vooral bedoeld is om de capaciteit op orde te houden, net zoals bij het baggeren van watergangen. We rekenen daarom 75% toe aan de rioolheffing. • Onderhoud aan verhardingen rekenen we voor 8% toe aan de rioolheffing.
Dit doen we omdat mankementen aan de riolering soms zorgen voor bovengrondse schade, bijvoorbeeld als een scheur in het riool ervoor zorgt dat zand van onder het wegdek in het riool loopt. Zo’n scheur in het riool hoeven we niet altijd te repareren, maar bovengronds moeten we wel de verharding herstellen. Deze toerekening is gebaseerd op de inschatting dat de onderhoudstoestand van de riolering leidt tot een 10% kortere levensduur van de verharding. Bij 80% van de verharding ligt er een riool onder. We rekenen daarom voor deze 80% een 10% kortere levensduur mee, daarom rekenen we 8% van het verhardingsbudget toe aan riolering. • Investeringen in verhardingen rekenen we ook voor 8% toe aan de rioolheffing. Hiervoor geldt dezelfde argumentatie als bij het onderhoud aan verhardingen. • Straatvegen rekenen we voor 70% toe aan de rioolheffing (inclusief stortkosten). Het straatvegen gebeurt om een goede beeldkwaliteit te krijgen en
52/69
• •
om te voorkomen dat vervuiling in kolken en in het riool terechtkomt (en daar tegen hoge kosten moet worden verwijderd). Doordat de beeldkwaliteit laag/basis is, is het aantal straatveegrondes om deze reden beperkt. Het straatvegen vindt daardoor nog vooral plaats om te voorkomen dat vuil in het riool terechtkomt. We schatten in dat 70% van de straatveegwerkzaamheden toe te rekenen zijn aan de rioolheffing. Perceptiekosten rekenen we voor 100% toe aan de rioolheffing. De kosten zijn gebaseerd op de werkelijk bestede uren om de rioolheffing te innen. Kwijtscheldingen rekenen we voor 100% toe aan de rioolheffing.
53/69
Bijlage 2: Tabellen Kostendekkingsberekening
54/69
Gemalen 2 (in de planperiode)
Tabel 1a
bedragen * EURO 1.000 Nr
lokatie gem aal
prijspeil 2025 aanlegjaar bouw k
mech/el
cap
investering vervanging m ech/el deel
m3/h 1e vv-jaar
excl. BTW
BTW
8 transportgem alen aanpakken 2025: 100.000 voorbereidingskosten 2026 TRG IBF1 TRG Oranje Nassualaan
1998 2001
480 330
2025 2025
205,000 172,600
43,050 36,246
2027 TRG Skynmakker TRG Hebkemabos
1991 1996
45 300
2026 2026
69,000 165,200
14,490 34,692
2028 TRG Karst de Jongw eg TRG de Greiden
1998 2000
800 800
2027 2027
259,300 259,300
54,453 54,453
2029 TRG Jutte TRG IBF 2
2001 2013
140 500
2028 2028
116,300 208,900
24,423 43,869
1455,600
305,676
Extra kosten voor om leiden afvalw ater voor 5/8 gemalen 50.000
Kosten bepaald aan de hand van Kennisbank Stedelijk Water, kostenkengetallen Om rekenfactor index KBSW (pp 2021) naar 2025 1,35 Formule: Kosten = factor * Basisprijs*capaciteit ^macht bouw kundig capaciteit factor basisprijs macht 0-10 m3/h (drukrioolunit) 1 5.500 10-50 m3/h 0,0145 99.000 1 51-200 m3/h 0,2 99.000 0,35 201-1250 m3/h 0,0075 99.000 1 Project: Scenario: Filenaam:
Actualisatie watertakenplan Heerenveen 2025-2029 Projectnummer:
5102-0001
KD Model 2023 - Watertakenplan Heerenveen 2025Datum:
0
28-aug-24
55/69
Gemalen 1 (na de planperiode)
Eerste maatregeljaar is
bedragen * EURO 1.000 Nr
prijspeil 2025
Lokatie gem aal
Eenheidsprijs bk
BBB Transportgemalen Grote gemalen Middel gemalen Kleine gemalen Mini gemalen Particuliere gemalen RWA gemalen Telemetrie
2025
aantal
aannames en schattingen in rood 45 jaar investering vervanging bouw k deel
14 3 14 66 144 410 252 11
jaarlijks jaarlijks jaarlijks jaarlijks jaarlijks jaarlijks jaarlijks jaarlijks
mech/el
1e vv-jaar
excl. BTW
4,279 40,112 28,880 42,117 26,340 1,471 0,000
Tabel 1b 20 jaar investering vervanging m ech/el deel
BTW
1e vv-jaar
0,000 jaarlijks 0,000 jaarlijks 0,899 jaarlijks 8,423 jaarlijks 6,065 jaarlijks 8,845 jaarlijks 5,531 jaarlijks 0,309 jaarlijks 0,000
excl. BTW
BTW
35,178 32,908 32,003 40,219 96,140 215,801 76,446 4,907 0,000
7,387 6,911 6,721 8,446 20,189 45,318 16,054 1,030 0,000
534
112
Projectnummer:
5102-0001
Datum:
15-aug-24
vraag: uitstelfactor van 65% toepassen? (w atertakenplan 2020) Partculiere gemalen meenemen in kostendekking? Investering per jaar uit Kosten onderhoud rioolgemalen (installaties) (John de Jong & Patrick de Vries)
Deel exploitatie (incl. uitstelfactor 65%) Deel ME (incl. uitstelfactor 65%) Deel BK (incl. uitstelfactor 65%) Bergbezinkvoorzieningen Raming voor vervangen/verw ijderen 14 stuks in periode 2080-2089
€ € €
272.015 346.841 93.079
4.680
BK Kosten bepaald aan de hand van Kennisbank Stedelijk Water, kostenkengetallen Om rekenfactor index KBSW (pp 2021) naar 2025 1,35 Formule: Kosten = factor * Basisprijs*capaciteit ^macht bouw kundig capaciteit factor basisprijs macht 0-10 m3/h (drukrioolunit) 1 5.500 10-50 m3/h 0,0145 99.000 1 51-200 m3/h 0,2 99.000 0,35 201-1250 m3/h 0,0075 99.000 1 Project: Scenario: Filenaam:
factor 1 0,121 0,121 0,121
143
m ech/elektr. basisprijs 6.900 99.000 99.000 99.000
30
M/E
macht 0,46 0,46 0,46
Actualisatie watertakenplan Heerenveen 2025-2029 0 KD Model 2023 - Watertakenplan Heerenveen 2025
56/69
Pers- en drukleidingen
Tabel 2
bedragen * EURO 1.000 Jaar
prijspeil 2025 Vervangingskosten (op basis van leeftijd en kostenkengetallen)
2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 2046 2047 2048 2049 2050 2051 2052 2053 2054 2055 2056 2057 2058 2059 2060 2061 2062 2063 2064 2065 2066 2067 2068 2069 2070 2071 2072 2073 2074 2075 2076 2077 2078 2079 2080
41,174 3,062 60,356 405,362 4,661 382,025 231,204 26,311 32,302 34,732 239,403 21,951 6,971 27,549 415,799 57,087 784,259 342,889 18.411,395 14,977 218,327 85,877 137,880 21,921 148,654 20,653 12,043 11,508 20,742
TOTALEN
BTW 8,646 0,643 12,675 85,126 0,979 80,225 48,553 5,525 6,783 7,294 50,275 4,610 1,464 5,785 87,318 11,988 164,694 72,007 3.866,393 3,145 45,849 18,034 28,955 4,604 31,217 4,337 2,529 2,417 4,356 -
-
4.666,43
Uitgangspunten vervangingsinvesteringen, in EURO, excl. BTW, prijspeil startjaar Prijstijging (pp 2021) naar 2025 1,35
Project: Scenario: Filenaam:
Actualisatie watertakenplan Heerenveen 2025-2029 0 KD Model 2023 - Watertakenplan Heerenveen 2025
Projectnummer:
5102-0001
Datum:
15-aug-24
57/69
Meerjareninvesteringsprogramma (MIP) bedragen * EURO 1.000
Tabel 3
prijspeil 2025
Investering
Totaal
Jaar
Omschrijving investering
2025 2025 2025 2025 2025 2025
Beheerplan vrijvervalriolen
excl. BTW 2.787
2025 2025 2025 2025 2026 2026 2026 2026 2026 2026 2026 2026 2026
Beheerplan vrijvervalriolen
2.430
2027 2027 2027 2027 2027 2027
Beheerplan vrijvervalriolen
1.172
2027 2027 2028 2028 2028 2028 2028 2028 2028 2028
Beheerplan vrijvervalriolen
2029 2029 2029 2029 2029 2029
Beheerplan vrijvervalriolen
Totalen
-
1.487
-
-
Project:
Actualisatie watertakenplan Heerenveen 2025-2029
Scenario: Filenaam:
0 KD Model 2023 - Watertakenplan Heerenveen 2025
-
-
510 246 312 -
10.687
590 2.244
Projectnummer:
5102-0001
Datum:
15-aug-24
2.811
-
BTW 585 -
58/69
Vrijvervalriolen
8.031
prijspeil 2025
Vervanging jaar 2025 2026 2027 2028 2029
80% vervangen, 20% relinen 25% afkop. 10% w erk met w erk korting 599 -
2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 2046 2047 2048 2049 2050 2051 2052 2053 2054 2055 2056 2057 2058 2059 2060 2061 2062 2063 2064 2065 2066 2067 2068 2069 2070 2071 2072 2073 2074 2075 2076 2077 2078 2079 2080 2081 2082 2083 2084 2085 2086 2087 2088 2089 2090 2091 2092 2093 2094 2095 2096 2097 2098 2099 2100 2101 2102 2103 Totalen
Tabel 4
Achterstand tot 2025:
bedragen * EURO 1.000
4.045 89 7.946 1.802 243 3.492 7.750 966 3.786 8.686 280 4.234 1.848 1.768 2.918 3.179 7.105 3.632 13.836 1.185 3.915 12.456 9.940 2.180 484 3.671 4.523 4.656 7.880 1.097 6.348 83 2.609 15.708 1.996 3.220 4.958 14.118 4.076 2.890 1.421 15.522 2.881 14.727 11.178 13.994 10.699 2.134 7.354 3.029 2.501 12.422 6.069 7.756 20.742 3.367 18.227 6.938 9.728 997 3.568 3.788 7.652 3.265 3.312 6.503 3.699 2.627 2.045 1.234 190 395.769
-
Achterstand gem iddeld over 1e 10 jaar
Middelen in blokken
803 803 803 803 803
2.071 2.071 2.071 2.071 2.071
803 803 803 803 803
2.071 2.071 2.071 2.071 2.071 3.309 3.309 3.309 3.309 3.309 3.309 3.309 3.309 3.309 3.309 5.993 5.993 5.993 5.993 5.993 5.993 5.993 5.993 5.993 5.993 3.353 3.353 3.353 3.353 3.353 3.353 3.353 3.353 3.353 3.353 6.679 6.679 6.679 6.679 6.679 6.679 6.679 6.679 6.679 6.679 8.411 8.411 8.411 8.411 8.411 8.411 8.411 8.411 8.411 8.411 8.276 8.276 8.276 8.276 8.276 8.276 8.276 8.276 8.276 8.276 2.859 2.859 2.859 2.859 2.859 2.859 2.859 2.859
8.031
Totaal MIP
van 10 jaar
-
Project:
Actualisatie watertakenplan Heerenveen 2025-2029
Scenario: Filenaam:
0 KD Model 2023 - Watertakenplan Heerenveen 2025
403.800
2.787 2.430 1.172 1.487 2.811
-
excl. BTW 2.787 2.430 1.172 1.487 2.811
BTW 585 510 246 312 590
2.071 2.071 2.071 2.071 2.071 3.309 3.309 3.309 3.309 3.309 3.309 3.309 3.309 3.309 3.309 5.993 5.993 5.993 5.993 5.993 5.993 5.993 5.993 5.993 5.993 3.353 3.353 3.353 3.353 3.353 3.353 3.353 3.353 3.353 3.353 6.679 6.679 6.679 6.679 6.679 6.679 6.679 6.679 6.679 6.679 8.411 8.411 8.411 8.411 8.411 8.411 8.411 8.411 8.411 8.411 8.276 8.276 8.276 8.276 8.276 8.276 8.276 8.276 8.276 8.276 2.859 2.859 2.859 2.859 2.859 2.859 2.859 2.859 404.133
435 435 435 435 435 695 695 695 695 695 695 695 695 695 695 1.259 1.259 1.259 1.259 1.259 1.259 1.259 1.259 1.259 1.259 704 704 704 704 704 704 704 704 704 704 1.403 1.403 1.403 1.403 1.403 1.403 1.403 1.403 1.403 1.403 1.766 1.766 1.766 1.766 1.766 1.766 1.766 1.766 1.766 1.766 1.738 1.738 1.738 1.738 1.738 1.738 1.738 1.738 1.738 1.738 600 600 600 600 600 600 600 600 84.868
Projectnummer:
5102-0001
Datum:
28-aug-24
59/69
Exploitatieuitgaven bedragen in EURO
Tabel 5 prijspeil 2025
Exclusief onderzoekskosten, zie tab el 6. Uitgaven excl. BTW
Omschrijving
BTW
Bron
600090 600090 600090 600090 600090 600090 600090 600090 600090 600090 600090 600090 600090 600090 600090
Doorbelasting salariskosten BBF Jz Doorbelasting salariskosten IBOR Doorbelasting salariskosten R&W Personeel van derden Advieskosten Overige goederen en diensten Doorbelasting kosten ingeleend personeel BBF Jz Doorbelasting kosten ingeleend personeel IBOR Doorbelasting kosten ingeleend personeel R&W Doorbelasting overige personele kosten BBF Jz Doorbelasting kosten overige personele kosten IBOR Doorbelasting kosten overige personele kosten R&W Tractie Uitbetalen subsidies Incassokosten
79.000 452.000 254.000 88.000 159.000 152.000 7.000 47.000 10.000 8.000 5.000 10.000 31.000 63.000 3.000-
600092 600092
Straatvegen (toerekening 70%) Interne bijdrage riolering verhardingen
338.000 261.000
600093 600093
Waterbodemsanering interne bijdrage riolering
67.000 238.000
600094 600094 600094 600094 600094 600094 600094 600094 600094 600094 600094
Energie Vergoeding energie Telefoon en internet overige goederen en diensten Onderhoud R&W Rioolreparaties Storingen, calamiteiten en klachten Reinigen en inspecteren hoofdriool Reinigen/calamiteiten gemalen en kolken Stortkosten riool- en kolkenslib Onderhoud rioolgemalen
450.000 5.000 22.000 24.000 2.000 211.000 76.000 156.000 240.000 26.000 284.000
600095
Rioolaansluitingen
98.000
600296
Kwijtscheldingen Overhead
366.000 375.335
Extra personeel als gevolg van formatietool RIONED 2025 Extra personeel als gevolg van formatietool RIONED 2026 en verder
161.700 231.000
33.390 31.920
6.510
70.980 14.070 94.500 1.050 4.620 5.040 420 44.310 15.960 32.760 50.400 5.460 59.640 20.580 -
-
Totaal 2025 Totaal 2026 en verder
Project:
Actualisatie watertakenplan Heerenveen 2025-2029
Scenario: Filenaam:
0 KD Model 2023 - Watertakenplan Heerenveen 2025
4.763.035 4.832.335
419.790
Projectnummer:
5102-0001
Datum:
18-sep-24
60/69
Onderzoeksuitgaven bedragen in EURO
Tabel 6 prijspeil 2025 Uitgaven excl. BTW
Onderzoeksuitgaven voor het w atertakenplan jaarlijks jaarlijks jaarlijks jaarlijks jaarlijks jaarlijks
Ontw ikkeling databaheer Beheer grondw atermeetnet Toezicht en handhaving Subsidieregeling klimaatadaptatie Samenw erking in de w aterketen Communicatie aangaande w ater en riolering
jaarlijks 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2026 2026 2026 2026 2027 2027 2027 2028 2028 2028