Bijlage 1 - Themabegroting 2026 incl rectificatie
Tekst van het document
60
•
•
Dankzij een tijdelijke versterking van de uitvoeringscapaciteit op het gebied van vergunningverlening en toezicht, werken we uiterlijk in 2026 tachtig procent van de achterstanden weg van de wettelijk verplichte werkzaamheden. In 2026 gaan we de aanpassingen van het bestaande tijdelijke omgevingsplan oppakken. voor het mogelijk maken van ontwikkelingen (onder andere op het gebied van wonen). hHierbij gaan we werken volgens de nieuwe landelijke digitale standaard die hoort bij het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
Versnelling woningbouw • In het domein Ontwikkeling versterken en professionaliseren we in 2026 de organisatie van het projectmatigwerken met het projectbureau. • Energie was altijd een vanzelfsprekende randvoorwaarde die nog op het laatste moment kon worden geleverd. Door energieschaarste kan gebiedsontwikkeling echter stilvallen of alleen met een netbewuste aanpak doorgang vinden. Dit vraagt om pionieren. Daarom starten we bij één van onze woningbouwlocaties een pilot samen met Liander, waarbij we netbewust bouwen in de praktijk brengen. Zo kunnen we ervaringen opdoen en de aanpak optimaliseren, zodat we op termijn netbewust bouwen breder kunnen implementeren in toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. • In 2026 start de bouw van het laatste deel Skoatterwâld – Kop van Skoatterwâld. Samen met een corporatie en ontwikkelaar leveren we hier de eerste woningen op. • Aan de andere kant van de snelweg ronden we het ontwerptraject in Hepkema’s park af en starten we het planologisch traject. • Vanuit parallel-plannen is inzet gericht om processen naast elkaar te laten plaatsvinden zodat er op korte termijn veel extra woningen op de markt komen. • Ook in het centrum leveren worden enkele woningbouwprojecten opgeleverd, waaronder de ABN-locatie en Geert Willigen Plein locatie.
• In Akkrum maken we in 2026 een visie op woningbouw, waarin we de nieuwe woningbouwlocatie(s) vastleggen en een bredere stedenbouwkundige uitwerking maken. Heerenveen-West In december 2025 staan de raden van de gemeenten Heerenveen en De Fryske Marren voor het belangrijke besluit om het plan van aanpak vast te stellen. Wat betreft Heerenveen-West staat 2026 in het teken van projectformatie en organisatie en de start van het opstellen van een nieuwe integrale gebiedsvisie. Ook maken we afspraken met marktpartijen en voeren we - afhankelijk van de gekozen samenwerkingsvorm tussen gemeenten - de hiervoor benodigde acties uit (waaronder de grenscorrectie).
Samenwerking in majeure ontwikkelingen Wat willen we bereiken? Lelylijn In 2025 en 2026 werken we aan het Masterplan Lelylijn met het doel om een besluit over de vervolgfase (MIRT-verkenning) dichterbij te brengen. In dit masterplan ontwikkelen we een visie voor honderd jaar over het Lelylijn-gebied, onderzoeken we alternatieve financieringsmogelijkheden én worden integrale gebiedsverdiepingen gedaan in Heerenveen, Drachten, Groningen en Emmeloord. Doel is om een aantal integrale
61
toekomstbeelden te schetsen voor 2050-2060 en zicht te krijgen op de impact van de Lelylijn op de ontwikkeling van - in ons geval - Heerenveen. Fries Stedelijk Netwerk (FSN) Voor de lange(re) termijn hebben wij, samen met Leeuwarden, Smallingerland en SûdWest Fryslân (de F4-gemeenten), een sterke propositie en strategie ten aanzien van wonen, werken, mobiliteit en voorzieningen. Vanuit het Fries Stedelijk Netwerk kunnen we met een groei in het woningaanbod en ontwikkeling van de economie, bijdragen aan de landelijke opgave voor voldoende en versnelde woningbouw, meer draagvlak onder voorzieningen (zoals het ziekenhuis) en het opvangen van de gevolgen van vergrijzing (versterken en behoud economie). Bij het bestuurlijk overleg leefomgeving (BOL) zijn afspraken gemaakt met de Rijksoverheid. Zo bezien we met het Rijk - gelijktijdig met het uitwerken van de verstedelijkingsstrategie en investeringsagenda - welke gerichte ondersteuning kan helpen om de provincie en de F4-gemeenten verder te brengen, onder meer in het licht van economisch beleid en de woningbouwopgave. Het Fries Stedelijk Netwerk wordt opgenomen in het Stedelijk Netwerk Nederland en zo onderdeel van de Ontwerp Nota Ruimte (de Nationale omgevingsvisie). Doel: In 2026 brengen we in samenwerking met andere overheden, de kansen en impact van toekomstige grote ruimtelijke ontwikkelingen voor Heerenveen in beeld.
Zo kunnen we deze integraal meenemen in de nieuwe omgevingsvisie, samen met lokale ruimtelijke ontwikkelingen zoals project 380 KV en de woningbouwopgave. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? Lelylijn In 2026 objectiveren we de integrale toekomstbeelden voor 2050-2060 en de impact van de Lelylijn op de ontwikkeling van Heerenveen aan de hand van indicatoren brede welvaart. Fries Stedelijk Netwerk (FSN) De provincie Fryslân en de F4-gemeenten werken samen de verstedelijkingspropositie Fries Stedelijk Netwerk 2050 uit tot een verstedelijkingsstrategie en investeringsagenda. Hierbij betrekken we ook de andere Friese gemeenten. De aanpak hiervoor is in voorbereiding en vindt in ieder geval in 2026 plaats.
Veiligheid Wat willen we bereiken? Veiligheid raakt ons allemaal. Iedereen in onze gemeente moet hier veilig kunnen wonen, verblijven, werken en ondernemen. In 2023 stelden we het Integrale Veiligheidsplan 2023-2026 vast waarin we onze ambities en doelen vastlegden. Recente onderzoeken, zoals het rekenkameronderzoek naar toezicht en handhaving in de openbare ruimte, laten echter zien dat onze huidige capaciteit niet in lijn is met de gestelde ambities. Dankzij extra investeringen in 2026 zijn we beter in staat de veiligheidsopgaven uit te voeren, met name op het gebied van toezicht en handhaving, door boa's die je zichtbaar aantreft op straat en zo een direct aanspreekpunt kunnen zijn op het moment dat je ze nodig hebt. Doel: We verkleinen de kans op ondermijnende criminaliteit in onze gemeente door extra ondermijningscontroles uit te voeren.
62
Wat gaan we daarvoor doen in 2026? • We stellen het uitvoeringsplan Integraal Veiligheidsplan (IVP) 2026 vast, waarin we realistische ambities en doelen opnemen die aansluiten bij onze capaciteit. • We stellen een nieuw Bibob-beleid vast. • We verhogen onze toezicht en handhavingsactiviteiten met extra ondermijningscontroles.
Besluiten rondom parkeren in de Perspectiefnota Bij het vaststellen van de Perspectiefnota zijn verschillende besluiten genomen over parkeren. Deze maatregelen gaan voor een deel in 2026 en voor een deel in 2027. De ombuigingen hebben grotendeels als doel om te zorgen voor hogere inkomsten of lagere uitgaven. De verhoging van de parkeeropbrengsten is hier onderdeel van. Het gaat om de volgende punten: 1. Geert Willigengarage • Het uurtarief wordt in 2026 verhoogd van € 1,80 naar € 2,00 per uur (ombuigingsvoorstel 31). • Het dagtarief blijft € 7,00. 2. Sportstad • Vanaf 2027 wordt ook bij Sportstad betaald parkeren ingevoerd (ombuigingsvoorstel 18). 3. Straatparkeren • Het uurtarief voor parkeren op straat gaat in 2026 omhoog van € 1,80 naar € 2,00 (ombuigingsvoorstel 40). • Het dagtarief blijft € 9,00. 4. Parkeervergunningen voor bewoners • De jaarlijkse kosten voor een parkeervergunning in vergunninghoudersgebieden stijgen van € 48,96 naar € 102,00 (ombuigingsvoorstel 41) Dit is op de tarieven van 2025 daarnaast zal de inflatie hier nog wel op worden toegepast. • Hiermee worden de kosten gelijkgetrokken met die van bewoners in het gebied voor betaald parkeren. De tarieven worden voorgesteld bij de actualisatie van de tarieven welke in december van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Aangenomen motie Tegemoetkoming centrumondernemers en inwoners Daarnaast is er een motie aangenomen waarin wordt gevraagd om: • Een onderzoek naar de mogelijkheden voor een tijdelijke tegemoetkoming tijdens de periode waarin gewerkt wordt aan een bruisender, groener en toekomstbestendiger centrum (tot uiterlijk 31 december 2028). • In dat onderzoek ook het gesprek aan te gaan met de HCOV over hun ideeën en mogelijkheden. • Uiterlijk op 1 januari 2026 een voorstel aan de gemeenteraad te doen voor deze tijdelijke regeling, gericht op ondernemers en inwoners in het centrum. Vervolg Deze wijzigingen hebben invloed op de aanpak in 2026. De gemeenteraad wordt actief betrokken bij de verdere ontwikkelingen op dit gebied.
63
Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000
Rekening Omschrijving
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
-533
-412
-423
-423
-422
-422
2.1 Verkeer en vervoer
-8.766
-10.390
-9.423
-9.856
-10.475
-10.656
2.2 Parkeren
-1.182
-1.318
-1.249
-1.417
-1.559
-2.045
-17
-16
-20
-21
-21
-20
-581
-4.418
-1.614
-1.533
-1.554
-1.427
-10.651
-4.317
-5.630
-5.142
-2.747
-1.666
-1
-3
-4
-4
-4
-4
-6.231
-7.053
-6.877
-6.809
-7.021
-7.180
-615
-741
-713
-713
-713
-713
7.2 Riolering
-6.737
-5.923
-5.815
-6.112
-5.959
-5.561
7.3 Afval
-6.318
-6.601
-6.988
-6.970
-7.001
-7.022
7.4 Milieubeheer
-2.786
-3.161
-2.123
-2.142
-2.163
-2.164
-441
-650
-666
-659
-664
-663
8.1 Ruimte en leefomgeving
-1.782
-2.319
-2.154
-1.582
-1.573
-1.484
Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
-8.304
-17.781
-19.888
-14.343
-15.552
-10.833
-4.773
-8.009
-5.162
-5.223
-4.702
-4.733
-59.719
-73.111
-68.750
-62.948
-62.129
-56.594
590
334
417
431
356
356
Lasten 1.2 Openbare orde en veiligheid
2.3 Recreatieve havens 2.4
Economische havens en waterwegen
3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur Bedrijvenloket en 3.3 bedrijfsregelingen Openbaar groen en 5.7 (openlucht) recreatie 6.3 Inkomensregelingen
7.5 Begraafplaatsen en crematoria
8.2
8.3 Wonen en bouwen Totaal lasten
Baten 2.1
Verkeer en vervoer
2.2
Parkeren
1
2
2
2
2
2
2.3
Recreatieve havens
18
10
10
10
10
10
2.4
Economische havens en waterwegen
499
1.686
338
338
338
338
3.2
Fysieke bedrijfsinfrastructuur
13.034
4.888
6.146
5.034
2.619
1.337
3.3
Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
-
1
1
1
1
1
3.4
Economische promotie
51
56
73
77
81
81
5.7
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
65
87
22
22
22
22
7.2
Riolering
8.115
7.764
7.816
7.816
7.816
7.816
7.3
Afval
7.194
7.652
8.130
8.132
8.145
8.165
7.4
Milieubeheer
648
882
514
514
514
514
7.5
Begraafplaatsen en crematoria
448
297
311
311
311
311
8.1
Ruimte en leefomgeving
426
476
478
478
348
128
64
8.2
Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
6.240
11.820
19.630
13.887
15.094
10.362
8.3
Wonen en bouwen
2.109
5.300
2.424
2.539
1.974
1.974
Totaal baten
39.440
41.252
46.310
39.590
37.629
31.414
Geraamd saldo van baten en lasten
-20.279
-31.859
-22.440
-23.358
-24.500
-25.179
Toevoegingen reserve
-4.549
-2.846
-1.817
-1.140
-1.026
-2.650
Onttrekking reserve
4.002
11.738
1.213
308
199
2.107
Geraamd resultaat
-20.826
-22.967
-23.044
-24.190
-25.327
-25.722
Toelichting tabel Afwijkingen groter dan € 50.000 worden hieronder toegelicht. Hierbij vergelijken wij de gewijzigde begroting 2025 met de begroting 2026 en verder. 2.1 Verkeer en vervoer (lagere lasten € 967.000 en hogere baten € 83.000) Wanneer nutsbedrijven in onze grond sleuven graven, ontvangen wij een vergoeding om de schade aan de bestrating te herstellen. De kosten hiervan komt vaak later dan het ontvangen van de vergoeding. Daarom is in 2024 een bedrag van € 150.000 uit de vergoeding overgeheveld naar 2025 voor de herstelwerkzaamheden. Dat is incidenteel en niet weer beschikbaar voor 2026. In de Perspectiefnota 2026 is wel een structurele opbrengst opgenomen voor deze leges en daar staan de kosten van een toezichthouder tegenover. Bij het vaststellen van de Perspectiefnota 2026 is ook de ombuiging in het kader van de voorziening groot onderhoud kapitaalgoederen besloten. Hierdoor wordt de dotatie aan de voorziening over een langere periode (12 in plaats van 10 jaar). Dit levert voor dit onderdeel een lagere dotatie van € 586.000. In 2025 wordt er een subsidie ontvangen in het kader van de Light Challenge, daar staan voor hetzelfde bedrag uitgaven tegenover. Die inkomsten en uitgaven zijn er niet voor 2026. Dat gaat om een bedrag van bijna € 70.000.
Bij het vaststellen van de Perspectiefnota 2026 is ook een aantal ombuigingen vastgesteld, waaronder het verlagen van het budget voor verkeer met € 160.000. Daarentegen zijn de kapitaallasten voor 2026 hoger geraamd, dit komt vooral doordat het project rondom de verbeteringen van de A32 en ook de herinrichting van Akkrum zijn afgerond en daarvan de kapitaallasten gaan lopen. 2.2 Parkeren (lagere lasten € 69.000) De doorbelaste salariskosten zijn € 95.000 lager. Per saldo heeft niet geen impact op het resultaat. 2.4 Economische havens en waterwegen (lagere lasten € 2.804.000 en lagere baten € 1.348.000) In 2025 waren bedragen begroot voor het baggeren van het stedelijk water dat op termijn wordt overgedragen aan het Wetterskip Fryslân. Daar stond ook een bijdrage vanuit het waterschap tegenover. Het waren incidentele bedragen die niet beschikbaar zijn voor 2026.
65
3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur (lagere lasten € 1.313.000 en lagere baten € 1.258.000) Een groot onderdeel van dit taakveld betreft de bouwgronden voor bedrijven. Deze grondexploitaties wijzigen jaarlijks. De kosten zijn afhankelijk van ontwikkelingen en de opbrengsten van de mogelijkheid tot verkopen van de bouwgronden. Voor een wat meer uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de paragraaf grondbeleid. 5.7 Openbaar groen en (openlicht) recreatie (lagere lasten € 176.000 en lagere baten € 65.000) In dit taakveld valt onder andere het natuurvriendelijk isoleren. Hiervoor is een specifieke uitkering uit de regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren ontvangen in 2025, waarvoor ook in dat jaar de uitgaven zijn begroot. Dat geldt niet voor 2026. Tevens waren er in 2025 een aantal incidentele budgetten beschikbaar voor klimaatadaptatie en beleid biodiversiteit. Deze bedragen zijn voor één jaar beschikbaar gesteld of overgeheveld. Totaal gaat dit om een bedrag van € 425.000. Daarentegen zijn er hogere lasten in 2026 door de geactualiseerde verdeling van de uren van onze mensen die in het groen werken. Per saldo heeft dat geen invloed op het resultaat. 7.2 Riolering (lagere lasten € 75.000 en hogere baten € 85.000) De lagere lasten zijn een combinatie van meerdere oorzaken.
Zo was er in 2025 nog een incidenteel budget beschikbaar voor advieskosten € 152.000, welke voor 2026 niet is geraamd, datzelfde geldt voor een budget voor inhuur. Daarentegen is wel de indexatie doorgevoerd en zijn de kosten voor straatvegen en de rente in de kapitaallasten hoger dan in 2025. De hogere baten komen uit de toerekening van indexatie aan de rioolheffing. 7.3 Afval (hogere lasten € 387.000 en hogere baten € 478.000) De hogere lasten betreffen met name de gestegen kosten afvalinzameling, afvalverwerking en de kosten bij de milieustraten. Daarnaast is de onttrekking uit de voorziening lager dan voorgaand jaar, doordat de voorziening voor van derden verkregen middelen langzamerhand uitgeput begint te raken. Al deze wijzigingen zorgen ervoor dat meer kosten in rekening gebracht worden via de afvalstoffenheffing, waardoor de baten ook hoger zijn. In de baten zit daarnaast ook nog een incidentele bijdrage Single Use Plastics (SUP), waarvan op dit moment duidelijk is dat we deze gaan ontvangen. De ontwikkelingen voor de toekomst hiervan zijn nog onduidelijk. 7.4 Milieubeheer (lagere lasten € 1.038.000 en lagere baten € 368.000) In 2025 was een SPUK (specifieke uitkering) beschikbaar in het kader van Energiearmoede. Dit is incidenteel geld dat in 2026 niet begroot is, daardoor ontstaat een verschil in de uitgaven van bijna € 1 miljoen.
Daarnaast is voor 2026 (tot en met 2030) een verwachte inkomst vanuit de CDOKE gelden geraamd waar ook de uitgaven tegenover staan die zijn opgenomen in de ombuigingen. Op deze wijze vindt de dekking plaats, zoals die is bedoeld. Voor € 2026 betreft dit een geraamde inkomst van € 500.000. Per saldo zorgen beide mutaties voor een lagere bate in 2026 ten opzichte van 2025 van € 368.000.
66
8.1 Ruimte en leefomgeving (lagere lasten € 165.000) Voor de voorbereiding en uitwerking van de ontwikkelingen rondom Heerenveen-West was een bedrag van € 75.000 incidenteel beschikbaar gesteld voor 2025. Hiervoor is in 2026 geen bedrag geraamd. Daarnaast was voor het programma Landschap in balans en voor de verder uitwerking van de omgevingswet een bedrag overgeheveld uit 2024 van € 424.000. Dat betreft ook incidenteel geld en is ook niet voor 2026 geraamd. Bij de Perspectiefnota 2026 is in het kader van de maatschappelijke opgave wonen meer capaciteit beschikbaar gekomen. Een deel van die uitbreiding is op dit taakveld terecht gekomen. 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) (hogere lasten € 2.107.000 en hogere baten € 7.930.000) Dit taakveld betreft de bouwgronden voor woningbouw. Deze grondexploitaties wijzigen jaarlijks. De kosten zijn afhankelijk van ontwikkelingen en de opbrengsten van de mogelijkheid tot verkopen van de bouwgronden. Voor een wat meer uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de paragraaf grondbeleid. 8.3 Wonen en bouwen (lagere lasten € 2.847.000 en lagere baten € 2.876.000) Net als bij taakveld 8.1 is ook hier sprake van een hogere lasten doordat bij de Perspectiefnota 2026 is in het kader van de maatschappelijke opgave wonen meer capaciteit beschikbaar gekomen.
Daarentegen is een aantal incidentele bedragen van 2025 in 2026 niet of lager geraamd het gaat hier om de lokale aanpak isolatie (SPUK NIP) van € 2.289.000 en CDOKE gelden. Dat is ook de verklaring voor de lagere baten.
67
Middelen, mensen en bestuur
US MINSKEN EN MIDDELS Input vanuit de raadsagenda • Dienstverlening van de gemeente Input vanuit het hoofdlijnenakkoord • Programma’s, prioriteiten en portemonnee
Aansluiting met programma's Dienstverlenende overheid In dit programma zijn geen nieuwe doelen opgenomen voor het uitvoeringsjaar 2026. In 2025 is de visie op dienstverlening voorgelegd aan de raad en op basis van dit besluit vindt de uitvoering plaats. In de paragraaf Bedrijfsvoering lichten we dit verder toe.
69
Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000
Rekening Omschrijving
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
0.1 Bestuur
-3.911
-3.242
-3.536
-3.416
-3.416
-3.416
0.2 Burgerzaken
-2.446
-2.063
-2.262
-2.298
-2.262
-2.135
-3.186
-2.471
-2.394
-2.480
-2.518
-2.506
-532
-44
198
648
590
166
1.2 Openbare orde en veiligheid
-
-2
-2
-2
-2
-2
6.3 Inkomensregelingen
-2
-27
-2
-2
-2
-2
8.3 Wonen en bouwen
-5
-19
-19
-19
-19
-19
-10.081
-7.870
-8.018
-7.570
-7.630
-7.915
1
-
-
-
-
-
Lasten
0.3
Beheer overige gebouwen en gronden
0.5 Treasury
Totaal lasten
Baten 0.1
Bestuur
0.2
Burgerzaken
1.171
1.015
1.251
1.297
1.216
1.216
0.3
Beheer overige gebouwen en gronden
2.833
1.755
1.801
1.801
1.717
1.717
0.5
Treasury
1.132
370
188
187
187
187
1.2
Openbare orde en veiligheid
20
24
25
25
25
25
8.3
Wonen en bouwen
-
3
3
3
3
3
Totaal baten
5.157
3.167
3.268
3.314
3.148
3.149
Geraamd saldo van baten en lasten
-4.924
-4.703
-4.750
-4.256
-4.482
-4.766
Toevoegingen reserve
-372
-547
-47
-47
-47
-47
Onttrekking reserve
1.039
580
120
-
-
-
Geraamd resultaat
-4.257
-4.670
-4.677
-4.303
-4.529
-4.813
70
Toelichting tabel Afwijkingen groter dan € 50.000 worden hieronder toegelicht. Hierbij vergelijken wij de gewijzigde begroting 2025 met de begroting 2026 en verder. 0.1 Bestuur (hogere lasten € 294.000) In het kader van de verkiezingen is er in de Perspectiefnota 2024 een extra budget van € 120.000 toegekend voor extra ondersteuning van de griffiewerkzaamheden. Daarnaast is de bijdrage voor de gemeenteraadsleden verhoogd waardoor ook de lasten zijn gestegen. 0.2 Burgerzaken (hogere lasten € 199.000 en hogere baten € 236.000) De hogere baten (€ 236.000) komen voort uit extra leges door de verwachte piek in de aanvragen voor reisdocumenten en rijbewijzen. Door de extra inkomsten dragen we ook € 100.000 meer af aan leges. Daarnaast verwachten we meer medewerkers in te zetten, wat leidt tot € 31.000 hogere salariskosten en € 60.000 hogere inhuurkosten. De inschatting op extra baten en lasten voor reisdocumenten is gebaseerd op een rekenmodel. In de praktijk kan dit afwijken. Zo zien we dat in 2025 meer aanvragen zijn dan gedacht. Naast de hogere piek in verlopen reisdocumenten komt dat ook door verloren reisdocumenten, toegenomen verhuisbewegingen richting onze gemeente en de leeftijdsopbouw van inwoners.
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden (lagere lasten € 77.000) Het onderhoud van de diverse gebouwen en gronden is geactualiseerd en aangepast op het huidige bezit van de onroerende zaken. Hierdoor is een klein deel van de kosten vrij komen te vallen. 0.5 Treasury (hogere lasten € 242.000 en lagere baten € 182.000) Op basis van de verwachte inkomsten en uitgaven in het komende jaar, mede op basis van de geactualiseerde investeringsbegroting, zijn de verwachte renteopbrengsten en rentelasten aangepast.
71
Algemene dekkingsmiddelen In dit onderdeel wordt een toelichting gegeven op de lasten en baten die niet rechtstreeks aan een thema zijn toe te schrijven. Dit betreft de volgende onderdelen: • overzicht algemene dekkingsmiddelen; • overhead; • vennootschapsbelasting (VPB); • en onvoorzien. Overzicht algemene dekkingsmiddelen Dit overzicht omvat de volgende onderdelen: • dividend; • lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is; • uitkering gemeentefonds; • saldo van de financieringsfunctie (treasury); • en overige algemene dekkingsmiddelen. Bedragen x € 1.000
Rekening Omschrijving
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
-217
-228
-289
-289
-289
-289
-
-40
-62
-60
-62
-64
-493
-366
-295
-292
-292
-292
-218
-211
-260
-260
-260
-260
-132
-624
289
423
1.781
1.861
-1.059
-1.469
-617
-477
878
956
Treasury
120
162
162
162
162
162
0.61 OZB woningen
8.376
8.438
9.569
9.914
9.919
9.923
0.62 OZB niet-woningen
8.823
8.860
10.030
10.300
10.303
10.305
0.63 Parkeerbelasting
3.405
3.623
3.516
4.017
4.017
4.622
0.64 Belastingen overig
247
186
215
215
215
215
Lasten 0.61 OZB woningen 0.63 Parkeerbelasting 0.64 Belastingen overig 0.7
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
0.8 Overige baten en lasten Totaal lasten
Baten 0.5
0.7
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
126.621
129.448
135.239
136.219
133.351
135.028
0.8
Overige baten en lasten
246
132
138
138
138
138
Totaal baten
147.838
150.850
158.869
160.965
158.105
160.394
Geraamd saldo van baten en lasten
146.779
149.381
158.252
160.488
158.983
161.351
-169
-
-
-
-
-
Onttrekking reserve
-
-
173
172
172
-
Geraamd resultaat
146.611
149.381
158.425
160.660
159.155
161.351
Toevoegingen reserve
72
Toelichting tabel Afwijkingen groter dan € 50.000 worden hieronder toegelicht. Hierbij vergelijken wij de gewijzigde begroting 2024 met de begroting 2025 en verder. 0.61 en 0.62 Onroerend zaakbelasting (hogere lasten € 61.000 en hogere baten € 2.301.000) Zie voor een uitgebreidere toelichting de paragraaf lokale heffingen. De onroerendezaakbelasting wordt gebaseerd op de verwachte WOZ-waarde. Daar wordt ook de uitbreiding van areaal in meegenomen. Daarnaast is op basis van de vastgestelde ombuigingen het tarief verhoogd. Al deze zaken zorgen voor een hogere opbrengst. De hogere lasten hebben te maken met een toerekening van uren aan dit taakveld. Per saldo heeft dat geen invloed op het resultaat. 0.63 Parkeerbelasting (lagere opbrengsten € 107.000) Bij de Voorjaarsrapportage 2025 zijn de opbrengsten voor straatparkeren naar beneden bijgesteld. De verwachting is dat deze opbrengsten voor 2026 wel worden gerealiseerd. Hierdoor zijn de opbrengsten hoger geraamd dan in 2025. Een deel van dit verschil wordt opgevangen door een hoger tarief voor straatparkeren, zoals dat ook is opgenomen in de vastgestelde ombuigingen. Vanaf 2027 worden de opbrengsten nog hoger geraamd, vanwege de uitbreiding van het gebied waar parkeergeld wordt geïnd.
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds (hogere opbrengsten € 5.791.000) De berekening van de omvang van deze uitkeringen is gebaseerd op de Meicirculaire 2025 (laatst bekende circulaire voor het opstellen van de Themabegroting). De indexaties die door het Rijk zijn verwerkt zijn hierin meegenomen. De overige afwijkingen in de algemene uitkering worden veroorzaakt door: • Demping terug van gemeentefonds jeugd € 1.320.000 • Tekorten jeugdzorg commissie van Ark € 1.380.000 • Verzachten van het ingroeipad van de Hervormingsagenda € 1.100.000 0.8 Overige baten en lasten (lagere lasten € 913.000) Bij het vaststellen van de ombuigingen bij de behandeling van de Perspectiefnota 2026 is een taakstelling ingesteld op de kosten voor bedrijfsvoering van € 1,5 miljoen. Deze taakstelling moet op 1 januari 2026 zijn ingevuld en is daardoor nog niet verdeeld over de taakvelden waar het betrekking op heeft. Dit komt bij de Voorjaarsrapportage 2026. Ook is een aantal stelposten in het kader van de algemene uitkering vrij komen te vallen.
73
Overhead Overhead omvat alle kosten die samenhangen met de sturing en de ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. De overhead is geen onderdeel meer van de thema's. Bedragen x € 1.000
Rekening Omschrijving
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
0.4 Overhead
-26.714
-34.069
-28.147
-27.566
-27.389
-29.519
Totaal lasten
-26.714
-34.069
-28.147
-27.566
-27.389
-29.519
492
144
13
13
13
13
492
144
13
13
13
13
-26.222
-33.925
-28.134
-27.553
-27.376
-29.506
Toevoegingen reserve
-2.219
-200
-
-
-
-
Onttrekking reserve
7.113
8.442
1.717
157
-
2.093
Geraamd resultaat
-21.328
-25.684
-26.417
-27.396
-27.376
-27.413
Lasten
Baten 0.4
Overhead
Totaal baten
Geraamd saldo van baten en lasten
Toelichting tabel Afwijkingen groter dan € 50.000 worden hieronder toegelicht. Hierbij vergelijken wij de gewijzigde begroting 2024 met de begroting 2025 en verder. 0.4 Overhead (lagere lasten € 5.922.000 en lagere baten € 131.000) Mede door de inrichting van de nieuwe organisatie heeft er een gewijzigde toerekening plaatsgevonden aan de verschillende taakvelden. Per medewerker wordt een inschatting gemaakt hoeveel tijd de medewerker veerwacht wordt te besteden aan de verschillende taakvelden. Door de nieuwe inrichting is ook deze verdeling gewijzigd, maar het betreft een verschuiving van het ene naar het andere taakveld. Op totaalniveau heeft dit geen impact, dus per saldo heeft dit geen effect op het resultaat.
74
VPB Op dit taakveld staat de raming van het te betalen bedrag aan vennootschapsbelasting. Vennootschapsbelasting is vooral van toepassing op grondexploitaties. Bedragen x € 1.000
Rekening Omschrijving
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)
-443
-266
-250
-39
-39
-39
Totaal lasten
-443
-266
-250
-39
-39
-39
-443
-266
-250
-39
-39
-39
-
-
-
-
-
-
Onttrekking reserve
339
-
211
-
-
-
Geraamd resultaat
-104
-266
-39
-39
-39
-39
Lasten
Baten
Totaal baten
Geraamd saldo van baten en lasten Toevoegingen reserve
Onvoorzien Voor onvoorziene lasten is structureel € 1.000 begroot. Bedragen x € 1.000
Rekening Omschrijving
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
0.8 Overige baten en lasten
-
-1
-1
-1
-1
-1
Totaal lasten
-
-1
-1
-1
-1
-1
-
-
-
-
-
-
Totaal baten
-
-
-
-
-
-
Geraamd saldo van baten en lasten
-
-1
-1
-1
-1
-1
Toevoegingen reserve
-
-
-
-
-
-
Onttrekking reserve
-
-
-
-
-
-
Geraamd resultaat
-
-1
-1
-1
-1
-1
Lasten
Baten 0.8
Overige baten en lasten
75
Paragrafen
76
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf geeft inzicht in de actuele risico's en het vermogen om deze risico's op te vangen. De grondslag van deze paragraaf is vastgelegd in het BBV. Deze paragraaf is aangevuld met een aantal relevante financiële kengetallen die een beeld geven van de financiële positie van onze gemeente. Risico's en weerstandsratio Algemeen Bij het weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om niet begrote, onverwachte en substantiële tegenvallers op te vangen zonder het beleid te veranderen. Een sluitende begroting zonder weerstandscapaciteit betekent dat iedere tegenvaller een probleem oplevert en dwingt tot het nemen van maatregelen. Een buffer is daarom wenselijk. Hoe groot die buffer precies moet zijn is afhankelijk van veel factoren. Het in kaart brengen van risico's is dan ook een belangrijke factor bij de beoordeling van de financiële positie, omdat deze niet (automatisch) tot uitdrukking komen in de begroting- en jaarcijfers. De resultaten van de risico inventarisatie komen tot uitdrukking in deze paragraaf. In deze paragraaf wordt enerzijds de relatie benoemd tussen weerstandsvermogen, weerstandscapaciteit en risicomanagement, anderzijds wordt de huidige stand van zaken beschreven.
De paragraaf bevat volgens het BBV (Besluit Begroten en Verantwoorden) voorschriften ten minste: a) een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b) een inventarisatie van de risico's; c) het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; d) een kengetal voor de: • netto schuldquote; • netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • solvabiliteitsratio; • grondexploitatie; • structurele exploitatieruimte; en • belastingcapaciteit. e) een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Achtergrond Gemeente Heerenveen vind het wenselijk om risico's die van invloed zijn op de bedrijfsvoering beheersbaar te maken. Door inzicht in de risico's wordt de organisatie in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen, zodat de risico’s nu en de risico’s gerelateerd aan toekomstige investeringen in verhouding staan tot de vermogenspositie van de organisatie. Om inzicht in de risico’s van de gemeente te kunnen verkrijgen, is er een risicoinventarisatie uitgevoerd. Hieronder wordt verslag gedaan van de resultaten van de risico-inventarisatie. Op basis van de geïnventariseerde risico’s is daarnaast het weerstandsvermogen berekend.
Beleid over weerstandscapaciteit en risicomanagement Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen De nota ‘risicomanagement en weerstandsvermogen’ is in december 2024 door de Raad vastgesteld. Doel van deze nota is dat de raad het beleidskader voor het
77
risicomanagement en het weerstandsvermogen vaststelt. Deze nota vloeit voort uit de “Financiële verordening gemeente Heerenveen” (cf. artikel 212 gemeentewet) en het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten). De raad is verantwoordelijk voor een begroting die duurzaam en reëel in evenwicht is en een weerstandsvermogen dat van voldoende omvang is. Vanuit deze verantwoordelijkheid stelt de raad het beleid omtrent het risicomanagement en het weerstandsvermogen op en houdt toezicht hierop. Risicomanagement bij Heerenveen: het beheersen van risico’s door op een gestructureerde wijze expliciet risico’s te inventariseren, beheersmaatregelen uit te voeren en te evalueren ter vermijding/vermindering van die risico’s. Dit alles in een cyclisch proces waarin de inventarisaties voortdurend up-to-date worden gehouden. Doel: integraal risicomanagement: Vanuit de huidige fase waarin we risico’s gestructureerd en overzichtelijk op geld zetten aan de hand van vaste methodieken zetten we een volgende stap naar integraal risicomanagement, dat geïntegreerd is in de bedrijfsprocessen en opgenomen is in het DNA van onze organisatie.
Met deze werkwijze bepalen we de risico’s vanuit de organisatie (in plaats vanuit de onderdelen) en krijgen we een volledig en betrouwbaar beeld van de risico’s om daadwerkelijk op te kunnen sturen: • het leidt tot een betere beheersing van de risico’s door vooraf rekening te houden met toekomstige ontwikkelingen en gebeurtenissen die impact kunnen hebben op kosten, tijd en/of kwaliteit. • Het leidt tot het vergroten van het risicobewustzijn in de gehele gemeentelijke organisatie. Weerstandscapaciteit De beschikbare risicobuffer bestaat uit het geheel aan middelen dat beschikbaar is om de risico’s in financiële zin af te dekken, de zogenaamde beschikbare weerstandscapaciteit. Bij Heerenveen bestaat dit uit de algemene reserve. De benodigde weerstandscapaciteit betreft de optelsom van alle risico’s waarvoor geen dekking is gegeven, bijvoorbeeld via een verzekering of in de begroting. Het relateren van de buffer aan de benodigde weerstandscapaciteit levert de ratio weerstandsvermogen op. Deze ratio geeft aan in welke mate we de risico's, indien zij zich op enig moment voordoen, kunnen opvangen. Risicomanagement: Er is een aantal factoren van invloed op de hoogte van het weerstandsvermogen. Zo gaan we bij de berekening van de risicosimulatie uit van het vastgestelde zekerheidspercentage van 90%. Ook de ratio weerstandsvermogen is een factor die van invloed is.
Deze is vastgesteld op de waarderingscategorie C (bandbreedte van tussen de 1,0 en de 1,4). Tenslotte is de vermenigvuldiging van de risico’s met de factor 1,2 van invloed op de hoogte van het weerstandsvermogen. De reden daarvan is dat er van te voren niet ingeschatte risico’s kunnen optreden (“de zogenaamde zwarte zwanen”) en dat er daarnaast altijd een bepaalde mate van onzekerheid bij de inschatting van risico’s is.
78
Inventarisatie van de weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve. De ratio weerstandsvermogen wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Voor 2026 ziet dat er als volgt uit: Uit bovenstaande volgt een ratio weerstandsvermogen van 2,7. Dit valt binnen categorie A, waarmee we voldoen aan het door de Raad vastgestelde waarderingscategorie C. Bij de jaarrekening bedroeg de ratio 2,9. Deze lagere ratio wordt met name veroorzaakt door de stijging van de risico’s grondexploitatie van 3,5 in jaarrekening 2024 naar 5,0 miljoen in de begroting 2026. Deze ratio wordt aan de hand van de onderstaande tabel beoordeeld. Ratio >2 1,4 – 2,0
Waardering
Betekenis
A B
Uitstekend Ruim voldoende
1,0 – 1,4
C
Voldoende
0,8 – 1,0
D
Matig
0,6 – 0,8
E
Onvoldoende
< 0,6
F
Ruim onvoldoende
Ontwikkeling ratio weerstandsvermogen:
Inventarisatie van de risico's Risico’s exclusief grondexploitatie Om de risico's van de gemeente Heerenveen in kaart te brengen, is door de organisatie een risicoprofiel opgesteld. De afgelopen periode zijn nieuwe risico’s geïnventariseerd en is het risicoprofiel uit de jaarrekening 2023 geactualiseerd. Voor het kunnen opvangen van de risico’s die geïnventariseerd zijn, zijn we genoodzaakt een financiële buffer aan te houden. Aangezien niet alle risico’s tegelijkertijd en in maximale opvang optreden, wordt gebruik gemaakt van de Monte Carlo risicosimulatie om de hoogte van de financiële reserve te bepalen. Deze risicosimulatie is een computergestuurde techniek waarbij een fysiek proces niet één keer, maar vele malen wordt gesimuleerd. Via kansberekening (hoe vaak zal de gebeurtenis zich voordoen) en de ingeschatte schade (indien de gebeurtenis zich daadwerkelijk voordoet) wordt de benodigde financiële buffer berekend. De totale maximale financiële omvang van de risico’s van Heerenveen bedraagt op dit moment € 69,0 miljoen. De top 10 risico’s vertegenwoordigen een waarde van € 60,7 miljoen. Op basis van de ingevoerde risico's is de hierboven genoemde risicosimulatie uitgevoerd. Achteraan in deze paragraaf worden de top 10 risico's gepresenteerd met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit.
Bij de berekening van de risicosimulatie gaan we uit van het door de gemeente Heerenveen vastgestelde zekerheidspercentage van 90%. Uit de risicosimulatie in de
79
tabel hieronder, volgt dat met 90% zekerheid kan worden gesteld dat alle risico’s zijn afgedekt met een bedrag van € 14,4 miljoen (was: € 14,5 miljoen bij jaarrekening 2024). Onderstaande figuur en tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie. De berekende € 14,4 miljoen x factor 1,2 voor zwarte zwanen2 betekent een totaal van: € 17,3 miljoen exclusief grondexploitatie. Zekerheidspercentage 10 25 50 75 80 90 95 99
Bedrag 1.777.117 2.555.201 3.952.170 9.520.876 10.935.319 14.432.348 17.518.419 22.826.876
Risico’s grondexploitatie De risico’s voor de voor de grondexploitatie worden per 1-1 van het begrotingsjaar in kaart gebracht en verwerkt in de jaarrekening. Bij de begroting vindt vervolgens een actualisatie plaats. In verband met de in juni door de Raad vastgestelde gebiedsvisie A32 is er voor die grondexploitaties waar dit betrekking op heeft een uitgebreide risicoanalyse uitgevoerd. Hierbij wordt een inschatting van de financiële risico’s op de grondexploitaties gemaakt. Er wordt rekening gehouden met algemene risico’s (onvoorziene stijging van kosten en daling van opbrengsten, rente veranderingen etc.) en specifiek per grondexploitatie worden risico’s benoemd. Ook voor de grondexploitatie risico’s wordt gebruik gemaakt van de Monte Carlo risicosimulatie om de hoogte van de financiële reserve te bepalen en ook wordt uitgegaan van het vastgestelde zekerheidspercentage van 90%. Per grondexploitatiecomplex wordt berekend wat de totale omvang van de risico’s is. Omvang risico GREX De totale maximale financiële omvang van de risico’s in de grondexploitatie van Heerenveen bedraagt op dit moment € 15,3 miljoen. Deze risico’s worden voor € 11,1 miljoen afgedekt door de verliesvoorziening. De totale risico’s in de grondexploitaties leggen voor € 5 miljoen beslag op de algemene reserve. Dit was ten tijde van de jaarrekening 2024 € 3,5 miljoen.
De stijging van de risico’s in de grondexploitaties worden met name veroorzaakt door het verwerken van de gebiedsvisie A32. Samengevat alle risico’s In onderstaande tabel is het totaal aan risico’s opgenomen voor 2026: 1. Grondexploitaties 2. Overige risico's Totaal
2
€ 5,0 miljoen € 17,3 miljoen € 22,3 miljoen
Zwarte zwanen: 80
Ontwikkeling risico’s In onderstaand overzicht zien we de ontwikkeling van de risico’s van het grondbedrijf (blauwe lijn) en de overige risico (oranje) vanaf de jaarrekening 2020.
Overzicht niet gekwantificeerde risico’s met hoge kans van voorkomen: 1.
Netcongestie Er is geen capaciteit op het elektriciteitsnet voor uitbreidingen op bestaande en nieuwe grondexploitaties, dit kan leiden tot uitstel of afstel van investeringen en het niet behalen van doelen. Voor de grondexploitaties en grootste projecten (zoals centrumontwikkeling en huisvesting onderwijs) is de impact verwerkt in het project. Voor overige projecten is het risico lastig in te schatten.
2.
Verbonden partijen Er spelen diverse risico's op het gebied van verbonden partijen. Te denken valt aan grote investeringsverplichtingen die de partijen niet zelf kunnen dragen en waarbij de gemeente wordt gevraagd om in te springen. Ook het risico dat verbonden partijen continuïteitsproblemen krijgen is momenteel actueel. In de paragraaf verbonden partijen worden deze risico’s per verbonden partij toegelicht. Momenteel wordt de nota samenwerken geactualiseerd waarbij de grip op verbonden partijen in relatie tot de diverse een belangrijk onderdeel is.
3.
Lange termijn financiën Bij de perspectiefnota 2026 zijn ombuigingen doorgevoerd waardoor de begroting voor 2026 en 2027 een positief begrotingssaldo hebben. Voor de jaren 2028 en verder is er nog sprake van financiële onzekerheden. We staan voor een gezamenlijke uitdaging om een financieel en gezond meerjarenperspectief te creëren voor de gemeente Heerenveen. In een tijd van onzekerheden binnen de gemeentefinanciën – zoals de herijking van het gemeentefonds, mogelijke 81
bezuinigingen van het Rijk en nieuwe gemeentelijke taken – blijven externe ontwikkelingen invloed hebben op onze begroting. 4.
Krapte op de arbeidsmarkt / ziekteverzuim / werkdruk Zowel bij de gemeente Heerenveen als ook landelijk is sprake van een lastig bedrijfsvoeringsvraagstuk, namelijk een tekort aan gekwalificeerd personeel. Dit is ook een landelijke trend. Uit de landelijke personeelsmonitor 2024 blijkt dat: o Vacatures zowel landelijk als bij Heerenveen moeilijk vervulbaar zijn. o landelijk de werkdruk een serieus probleem is. De belangrijkste oorzaken van lang of extra lang verzuim zijn werkdruk & stress en fysieke aandoeningen. 9 op de 10 gemeenten geeft aan dat werkdruk een actueel thema is. o Het ziekteverzuim hoog is (6,2%). Bij Heerenveen ligt het percentage op 7,5%. Gemeenten gemiddeld 20% van de loonsom besteedden aan externe inhuur om in de krappe arbeidsmarkt toch werk gedaan te krijgen. Bij Heerenveen is dat 27%. Risico: Werkzaamheden kunnen we niet volledig en tijdig realiseren. Dit levert expliciete aandachtspunten op, prioritering, wat kan wel en wat kan niet, wat kan anders. Beheersmaatregel: Er zijn diverse acties onderhanden. Er is in de perspectiefnota 2026 geld beschikbaar gesteld voor een extra recruiter om vacatures sneller in te vullen. In het kader van ziekteverzuim is er verzuimbeleid opgesteld en is het inzetbaarheidsprotocol geactualiseerd. Ook volgen alle teammanagers een leiderschapstraject waarin aandacht is voor duurzame inzetbaarheid van medewerkers.
Ook het hebben ven een strategisch personeelsplanning is onderdeel de acties die worden gezet om dit risico te minimaliseren.
5.
Wet DBA De belastingdienst heeft aangekondigd vanaf 2025 strenger te gaan handhaven. Als de Belastingdienst oordeelt dat een zzp’er feitelijk als werknemer functioneert, kan de gemeente met terugwerkende kracht tot 5 jaar terug loonbelasting en sociale premies moeten betalen. Het risico is dat er boetes kunnen volgen bij ernstige of opzettelijke overtredingen. Daarnaast kan de zzp’er aanspraak maken op rechten zoals vakantiedagen, loondoorbetaling bij ziekte en pensioenopbouw indien de arbeidsrelatie achteraf als dienstverband wordt aangemerkt. beheersmaatregel: op dit moment wordt inzichtelijk gemaakt welke inhuurcontracten de gemeente allemaal heeft (mede i.r.t. rechtmatigheid), wat de risico’s in dit kader zijn en wat er nodig is om dit risico op te lossen.
6.
Olympische Spelen Gemeente Heerenveen is kandidaat voor het organiseren van het langebaan schaatsten voor de Olympische winterspelen. Het besluit over mogelijke toekenning is naar verwachting in december 2025. Gezien de onzekerheid zijn er in de begroting 2026 geen middelen gereserveerd. Wel is er een bedrag van € 1,25 miljoen gereserveerd in een bestemmingsreserve bij de jaarrekening 2024. Op dit moment zijn de mogelijke gevolgen (en kansen) nog onzeker.
7.
Project heroverweging huisvesting Na besluitvorming in uw Raad (eind 2025) over het project wordt een uitgebreide risicoanalyse uitgevoerd door het projectteam. De uitkomsten daarvan worden vervolgens opgenomen in de eerstvolgende van toepassing zijnde paragraaf weerstandsvermogen.
82
8.
Strategische risico’s Leefomgeving
Binnen het domein Leefomgeving zijn diverse strategische risico’s onderkend. Deze risico’s hebben betrekking op waterbeheer, bodemgebruik, klimaatverandering, landbouw, infrastructuur en economische ontwikkeling. Hoewel de gemeente vaak niet het bevoegde gezag is, kan zij wel geraakt worden door de gevolgen van deze risico’s. De impact op inwoners, bedrijven en gemeentelijke assets kan aanzienlijk zijn. Water en bodem De provincie Fryslân kent drie landschapstypen met elk hun eigen wateropgaven: zoute kwel in het kleigebied, bodemdaling in het veenweidegebied en snelle afwatering op zandgronden. Door ontwatering van het veenweidegebied verdwijnen natuurlijke tegenkrachten, wat negatieve effecten versterkt. Beleidswijziging van 'peil volgt functie' naar 'functie volgt peil' is noodzakelijk, maar heeft grote gevolgen voor landbouw, CO₂uitstoot en ruimtelijke ordening. Landbouwproblematiek Het huidige waterbeheer is technisch en financieel niet houdbaar. Een hoger grondwaterpeil vermindert landbouwopbrengsten in veengebieden, maar verbetert duurzaamheid op klei- en zandgronden. Juridische risico’s ontstaan door mogelijke conflicten tussen gemeentelijke bestemmingsplannen en provinciaal waterbeleid. Funderingsproblematiek Verdroging en bodemdaling leiden tot schade aan funderingen van woningen en infrastructuur, vooral bij houten paalfunderingen en op staal gefundeerde gebouwen.
De gemeente kan aansprakelijk worden gesteld en schade ondervinden aan eigen infrastructuur. Gaswinning Door afname van gaswinning in Groningen neemt de winning in Friese velden toe. Dit veroorzaakt maaivelddaling, wat de wateropgaven verergert en schade aan eigendommen kan veroorzaken. Juridische procedures en schadeclaims zijn mogelijke gevolgen. Stikstof De Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering vereist maatregelen om depositie te verminderen. Het UPS-programma van Fryslân heeft directe gevolgen voor vergunningverlening en uitvoering van gemeentelijke projecten. Waterkwaliteit en drinkwater De KRW stelt eisen aan chemisch en ecologisch gezond water. Gemeenten moeten bijdragen aan de uitvoering. De druk op drinkwater neemt toe door bevolkingsgroei en klimaatverandering. ASV-gebieden kunnen ruimtelijke beperkingen opleggen. Klimaatverandering Toenemende droogte, hitte en neerslag vragen om klimaatrobuuste inrichting van de openbare ruimte. Ondanks maatregelen blijven restrisico’s bestaan. Juridische aansprakelijkheid bij schade door extremen is een reëel risico.
83
Vestigingsklimaat Ruimtedruk, netcongestie, arbeidsmarktkrapte en focus op woningbouw belemmeren economische ontwikkeling. Het MKB heeft moeite met innovatie. Verminderd verdienvermogen kan leiden tot lagere werkgelegenheid en welvaart. Uitvoering Veranderende eisen aan materiaal en werkwijze leiden tot hogere kosten. Deze zijn nog niet verwerkt in reguliere begrotingen. Aanpassing van middeleninzet is noodzakelijk om uitvoering te waarborgen. Financiële en maatschappelijke impact Veel van de opgaven zijn opgenomen in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en het Frysk Programma Landelijk Gebied (FPLG). De kosten voor uitvoering bedragen € 5,4 miljard, inclusief € 1,4 miljard voor stikstofmaatregelen. Het niet oplossen van deze opgaven kan leiden tot maatschappelijke schade van honderden miljoenen euro’s. Landelijk bedraagt de schade door stikstof jaarlijks ca. € 14 miljard.
84
Nr.
Invloed (%) Risicogebeurtenis
Netto Kans (%)
Netto Financieel Maximum
Risk0028
37,16 De kosten voor programma Centrum vallen hoger uit en het doel wordt niet behaald
29
19.770.000
Risk0011
9,71 Hoge vraag PW waarvoor geen budget is ondanks zorgplicht.
75
1.200.000
9,23 Garantstelling treedt in werking voor leningen waarbij we garant staan.
10
11.847.000
75
1.400.000
47
2.250.000
10
10.000.000
5
11.900.000
25
1.100.000
70
317.000
25
926.000
Risk0002 Risk0023 Risk0012 Risk0014 Risk0036 Risk0038 Risk0005 Risk0047
8,15 Het budget voor de Jeugdzorg is niet toereikend 8,03 De kosten van het project 'Heerenveen beter bereikbaar' vallen hoger uit. 7,76 Een inbraak waarbij informatie wordt gestolen of gegijzeld 3,08 Financiële problemen verbonden partijen 2,33 Door derden kunnen juridische claims worden ingediend bij de gemeente 2,30 Hoog ziekteverzuim percentage langdurig verzuim gehele organisatie 1,85 Tegenpartij van uitstaande leningen kan niet aan verplichtingen voldoen
85
Financiële kengetallen Voor een goede meting voor de gezondheid van de gemeentefinanciën is het presenteren van een aantal (voorgeschreven) financiële kengetallen van belang. Zie onderstaande infographic.
86
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de resultaten van de financiële kengetallen. Kengetallen 1 2 3 4 5 6
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorr. voor alle leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Realisatie Begr. 2025 2024 35,5% 35,2% 30,4% 6,4% 3,3% 88,0%
na wijz. 59,8% 59,4% 23,1% 5,3% 0,1% 87,2%
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2026 73,5% 73,1% 20,0% 2,4% 0,0% 93,7%
2027 86,0% 85,6% 19,1% -0,4% 0,4% 93,7%
2028 101,0% 100,6% 16,7% 0,6% -1,1% 93,7%
2029 120,2% 119,7% 14,3% -1,7% -0,9% 93,7%
Conclusie Alle kengetallen laten een negatieve trend zien. Waar we in de begroting 2025 nog voldoen aan het gros van de geadviseerde normen constateren wij dat vanaf 2028 de situatie op bepaalde onderdelen zorgelijk is. Het al eerder genoemde investeringsprogramma zorgt voor een forse financieringsbehoefte wat zichtbaar wordt in de ontwikkeling van de solvabiliteit en de netto schuldquote. In 2029 bedraagt de solvabiliteit 14,3% en is daarmee lager dan de geadviseerde ondergrens van 20%. Een toename van vreemd vermogen en de afname van de algemene reserve zijn hier de oorzaak van. De netto schuldquote nadert de kritisch grens van 130% waarop gemeenten wordt geadviseerd direct actie te ondernemen. Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Indien de netto schuldquote boven de 100% ligt spreekt men van een hoge gemeenteschuld. Hoger dan 130% betekent dat gemeenten wordt geadviseerd direct maatregelen te treffen om de schulden te verminderen. We zien een stijl stijgende lijn in de netto schuldquote waarbij de verwachting voor 2029 wel zorgwekkend is. Criterium voor mate van gezondheid: "De netto schuldquote is lager of gelijk aan 100%".
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Het aandeel verstrekte leningen is stabiel en zeer gering. De uitkomsten hiervan zijn in lijn met de netto schuldquote zonder dat deze gecorrigeerd is voor verstrekte leningen. Daarmee is de conclusie gelijk dat de stijgende lijn die we zien in de jaren 2026naar 2029 zorgwekkend is. Zeker de verwachting voor 2028 met een schuldquote boven de 100% is niet gezond. Dit is één van de inzetten van het project Duurzaam en Gezond Financieel Perspectief. Criterium voor mate van gezondheid: "De netto schuldquote gecorrigeerd is lager of gelijk aan 100%".
87
Netto Schuldquote
Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
Hoe lager dit percentage, hoe beter
Hoe lager dit percentage, hoe beter
140,00%
140,00%
120,00%
120,00%
100,00%
100,00%
80,00%
80,00%
60,00%
60,00%
40,00%
40,00%
20,00%
20,00%
0,00%
0,00% 2024
2025
2026
2027
2028
2029
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen op lange termijn te voldoen. Bij een ratio kleiner dan 20% heeft een gemeente zijn bezit zeer zwaar belast met schuld. Het licht staat dan op rood. Normaal bevindt de ratio van een gemeente zich tussen de 20% en 70%. We zien dat de solvabiliteitsratio voor 2025 en 2026 nog wel boven of op de 20% wordt ingeschat, maar op basis van de huidige cijfers zakt deze naar een zorgelijke 14,3%. Criterium voor mate van gezondheid: "De solvabiliteitsratio is groter of gelijk aan 20%". Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten. Grondexploitaties kunnen een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. Dat de grondexploitatie voor 2026 nog positief is en de jaren daarna negatief wordt, komt mede doordat de huidige grondexploitaties allemaal in de eindfase bevinden en nog nieuwe exploitaties opgestart moeten worden. Criterium voor mate van gezondheid: "De grondexploitatie is minimaal 0%".
Solvabiliteit
Grondexploitatie
Hoe hoger dit percentage, hoe beter
Hoe lager dit percentage, hoe beter
35,00%
7,00% 6,00%
30,00%
5,00%
25,00%
4,00%
20,00%
3,00% 2,00%
15,00%
1,00% 0,00%
10,00%
-1,00%
5,00%
2024
2025
2026
2027
2028
-2,00%
0,00%
-3,00% 2024
2025
2026
2027
2028
2029
88
2029
Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Mede door de negatieve verwachte resultaten voor de jaren 2028 en verder is deze ratio negatief. Criterium voor mate van gezondheid: "De structurele exploitatieruimte is groter of gelijk aan 0%". Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de lokale lastendruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De uitkomsten laten zien dat wij naar verwachting onder het landelijk gemiddelde blijven. Criterium voor mate van gezondheid: "De woonlasten ten opzichte van het landelijke gemiddelde zijn lager dan 100%".
Structurele Exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Hoe hoger dit percentage, hoe beter
Hoe lager dit percentage, hoe beter
4,00%
96,00%
3,50%
94,00%
3,00% 2,50%
92,00%
2,00% 1,50%
90,00%
1,00%
88,00%
0,50% 86,00%
0,00% -0,50% -1,00% -1,50%
2024
2025
2026
2027
2028
2029
84,00% 82,00% 2024
2025
2026
2027
2028
89
2029
Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen De gemeente beheert in de openbare ruimte diverse kapitaalgoederen (die we ook wel assets noemen). Kapitaalgoederen zijn zaken die van waarde zijn en/of waarde creëren voor de samenleving/gemeente. Het gaat daarbij onder andere om wegen (verhardingen), civieltechnische kunstwerken (bruggen, tunnels), oevers en kaden, groen (waaronder bomen), gebouwen, riolering en water. Ook openbare verlichting, speelvoorzieningen, bebording en straatmeubilair zijn assets. Het beleidsmatig en financieel kader waarmee we onze belangrijkste kapitaalgoederen duurzaam in stand houden, is geborgd in de Brede Nota Kapitaalgoederen 2023-2027 en het Watertakenplan 2025-2029. Eind 2022 is de Brede Nota Kapitaalgoederen 2023-2027 door de raad vastgesteld. Onderdeel hiervan zijn de beheerplannen voor verhardingen, civieltechnische kunstwerken, oevers/kaden, groen en vastgoed (gebouwen en kunst). In deze beheerplannen zijn de onderhoudsopgaven, de benodigde budgetten, de onderbouwing van de onderhoudsvoorzieningen en de vervangingsinvesteringen opgenomen. Met de vaststelling van de Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 - 2027 zijn de volgende beleidskaders vastgesteld: • We zetten het huidige beleid voort zoals dit is vastgesteld in 2016 en 2021 (dus: 'bewust beheer' voor de openbare ruimte en conditiescore 3 voor het vastgoed).
• Het onderhoudsniveau voor fietspaden stellen we bij naar een hoog niveau in plaats van het eerder gehanteerde basisniveau. • We stellen per 2023 een onderhoudsvoorziening in voor het kapitaalgoed verhardingen. • We hanteren de (financiële) voorschriften zoals die zijn opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording (de BBV). • De de financiële verordening van de gemeente Heerenveen en de wijze van het activeren van investeringen wordt gehanteerd. We maken de actuele staat van het onderhoud periodiek inzichtelijk door inspecties en schouw. De resultaten vertalen we, rekening houdend met de vastgestelde beheerplannen, naar de uitvoering. De financiële effecten van die beheerplannen worden in tijd en geld vertaald in de (meerjaren)begroting. In aansluiting op de planning en control cyclus verantwoorden we de resultaten in de jaarrekening en stellen we ze zo nodig bij. Op deze manier werken wij aan het vastgestelde kwaliteits- en veiligheidsniveau met extra aandacht voor het onderhoudsniveau voor de fietspaden. Met deze beleidskaders voorkomen we achterstallig onderhoud en kapitaalvernietiging. Voor het kapitaalgoed riolering en water is het beleid vastgelegd in het Watertakenplan 2025-2029. Hierin zijn vijf doelen opgenomen: 1. We willen voldoen aan wet- en regelgeving (zorgplichten). 2. We willen het areaal goed beheren. 3.
We willen de gemeente Heerenveen klimaatadaptief maken. 4. We willen integraal kijken naar de waterketen en het watersysteem. 5. We willen samenwerken aan een toekomstbestendig en duurzaam Heerenveen.
90
Met name de eerste drie doelen hebben een directe relatie met het (onderhoud) van het kapitaalgoed riolering. De doelen zijn vervolgens vanuit visie en strategie vertaald in concrete acties waaronder onderhoud, renovatie en vervanging van riolering en gemalen (inclusief het beheerplan voor de vervangingen) en diverse klimaatmaatregelen. Beheerplannen per kapitaalgoed: Beheerplannen per kapitaalgoed
Naam beheerplan
Vastgesteld in raad
Looptijd
Verhardingen
Brede nota kapitaalgoederen 2023 - 2027
19-12-2022
2023 t/m 2027 Nee
Civieltechnische kunstwerken
Brede nota kap.goederen 2023 - 2027
19-12-2022
2023 t/m 2027 Nee
Oevers en kaden
Brede nota kap.goederen 2023 - 2027
19-12-2022
2023 t/m 2027 Nee
Gemeentelijke gebouwen
Brede nota kap.goederen 2023 - 2027
19-12-2022
2023 t/m 2027 Nee
Kunstobjecten
Brede nota kap.goederen 2023 - 2027
19-12-2022
2023 t/m 2027 Nee
Riolering
Watertakenplan 2025 - 2029
19-12-2024
2025 t/m 2029 Nee
Sportvelden en sportaccommodaties
Accommodatieplan Sport
9-11-2021
2022 t/m 2036 Nee
Openbaar groen
Brede nota kap.goederen 2023 - 2027
19-12-2022
2023 t/m 2027 Nee
Achterstallig onderhoud?
De totale onderhoudskosten per kapitaalgoed bedraagt als volgt : (Bedragen x € 1.000)
Overzicht onderhoudskosten per kapitaalgoed
Begroting Begroting Begroting Begroting 2026 2027 2028 2029
Verhardingen (wegen, fiets- en voetpaden etc.)
5.154
4.988
5.354
5.454
Civieltechnische kunstwerken (bruggen, viaducten en steigers)
2.301
1.044
1.367
1.377
Oevers en kaden (beschoeiing, damwand, oevers & kaden)
1.219
1.227
1.246
1.119
Gemeentelijke gebouwen en overig vastgoed
6.782
7.980
9.548
10.475
Kunstobjecten (beeldende kunst)
35
35
35
36
Riolering (beheer en instandhouding riolering)
6.840
5.133
6.231
6.222
Sportvelden en sportaccommadaties
1.956
1.707
2.666
2.233
Openbaar groen
3.574
3.504
3.702
3.861
27.861
25.618
30.149
30.777
Totaal onderhoudskosten kapitaalgoederen
Infrastructuur Wegen (verhardingen) De gemeente beheert in totaal ruim vier miljoen vierkante meter aan verhardingen. Het gaat om verharding met verschillende functies zoals wegen, fietspaden, voetpaden en parkeerterreinen. Verharding moet veilig en functioneel te gebruiken zijn en er mag geen sprake zijn van kapitaalvernietiging. Hierin is voorzien met de in december 2022 vastgesteld Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 t/m 2027. Daarbij is met ingang van 2023 ook besloten om een onderhoudsvoorziening verhardingen in te stellen. Onderdeel van deze nota is het
91
Beheerplan Verhardingen 2023 t/m 2027, waarin we het onderhoud en de vervangingsinvesteringen hebben vastgelegd. De gemeente voert elke twee jaar een inspectie uit naar de kwaliteit van de verhardingen. Op basis hiervan anticiperen we op de staat van het onderhoud in relatie tot het beschikbare budget. Alles wordt vastgelegd in het gemeentelijke beheerssysteem Obsurv. Aan de hand van rekenregels stellen we een kwalitatieve planning op, die we omzetten naar een beheerplan en naar uitvoeringsplannen. Op een aantal plekken, zo constateerden we in 2022, werd het basisniveau (ondergrens rapportcijfer 5,5) niet gehaald. Met name de asfaltverharding op bedrijventerreinen en in woongebieden vraagt om extra inzet. Deze extra inzet is geborgd in de Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 t/m 2027 en het daarin opgenomen beheerplan verhardingen. De Brede Nota Kapitaalgoederen kent een planhorizon van tien jaar (tot en met 2032) waarop de omvang van de onderhoudsvoorziening is bepaald. Beheerplannen kennen een looptijd van vijf jaar, waarbij de huidige lopen van 2023 tot en met 2027. Voor de periode 2028 en verder moeten we de Brede Nota Kapitaalgoederen en een nieuw beheerplan actualiseren en opnieuw vaststellen. Deze geldt (in principe) voor de periode 2028 tot en met 2037 (het beheerplan van 2028 tot en met 2032).
Gelet op onder meer beperkingen in de beschikbaarheid van voldoende voorbereidingsen uitvoeringscapaciteit, noodzakelijke afstemming en participatie, vergunningen en ontheffingen gaan we uit van een iets langere doorlooptijd. De middeleninzet voor wat betreft de onderhoudsvoorziening is hierop bijgesteld. In analogie geldt dit ook voor de hierna beschreven kapitaalgoederen/assets civieltechnische kunstwerken en oevers en kaden. De volgende werkzaamheden zijn in de planning voor 2026 opgenomen: • Herinrichting Kattebos Noord, deel Oude veenscheiding tot Valeriaan (Heerenveen); • Herinrichting President Kennedylaan/ Rembrandtlaan (Heerenveen); • Herinrichting Jelle van Damweg Fase 2 (Jubbega); • Voorbereiding herinrichting Lange Miente (Akkrum); • Voorbereiding renovatie Brouwerslaan/Wilhelminalaan (Heerenveen); • Voorbereiding herinrichting van Goghlaan (Heerenveen). Op basis van het beheerplan voeren we naast de genoemde renovatie- en herinrichtingsprojecten ook groot onderhoud aan verhardingen uit, zoals: het aanbrengen van asfalt-deklagen, het aanbrengen van asfalt-slijtlagen en het herstraten van wegen, fiets- voetpaden. Daarnaast voeren we kleinere reparaties (klein onderhoud) uit aan wegen, fiets- voetpaden.
92
De totale beheer- en onderhoudskosten (inclusief kapitaallasten) zijn als volgt: (Bedragen x € 1.000)
Overzicht onderhoudskosten verhardingen Klein onderhoud