Bijlage 1 - Themabegroting 2026 incl rectificatie
Tekst van het document
Doel: in de periode 2023 – 2030 willen we minimaal tweeduizend woningen toevoegen, waarvan zeshonderd sociale huurwoningen. We doen dit op basis van de Woonvisie, Heerenveen Groeit en het Convenant Sociale Huur. 29
Onze ambitie voor woningbouw loopt natuurlijk ook na 2030 door. In 2026 maken we op basis van het woonbehoefte-onderzoek een nieuwe analyse. De ontwikkelingen in Heerenveen-west zijn zo snel als mogelijk noodzakelijk om ambities voor de woningbouw mogelijk te maken. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? • De tweeduizend woningen worden in de periode 2026-2030 toegevoegd in ruim zestig projecten, verdeeld over de kern Heerenveen (ongeveer veertienhonderd woningen) en de dorpen (ongeveer zeshonderd woningen). De gemeente treedt hierbij zowel actief als faciliterend op. Enkele grote projecten zijn: Heerenveen West; A32-zone; Akkrum.
30
Landschap in balans Landschap in Balans
Met het programma Landschap in Balans werken we aan drie transities: ruimte, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Het wordt passen en meten in onze gemeente, want huizen, zonnepanelen, wegen, landbouw en natuur verdienen allemaal een plek. Maar waar? En hoe voorkomen we dat deze zaken een te grote impact hebben op dat waar we zuinig op zijn: de natuur, de bodem en het water? Dit spanningsveld vraagt de komende jaren een integrale aanpak. De Omgevingswet helpt ons hierbij. Ons klimaat verandert. Het wordt warmer, natter en droger. Hittegolven en hevige buien worden het nieuwe normaal en we krijgen vaker te maken met (langdurige) periodes van droogte. Dit alles vormt een bedreiging voor de gezondheid en bezittingen van onze inwoners, bedrijven en bezoekers. De genoemde feiten vragen van ons dat we ons aanpassen aan een nieuw klimaat (klimaatadaptatie). Dit betekent dat we moeten accepteren dat dit het nieuwe normaal is en dat we niet om enige overlastgevende gevolgen van deze veranderingen heen kunnen. Schade valt tot op zekere hoogte te voorkomen, maar hier komt nogal wat bij kijken. Een klimaatrobuuste inrichting - waarmee we zo goed mogelijk zijn voorbereid op overlast en schade zo veel mogelijk voorkomen - vraagt om een grote investering.
Verstandig werken (werk met werk maken en 'geen spijt-maatregelen’) en onze beperkte middelen vragen om een zorgvuldige, decennialange aanpak. In deze bestuursperiode maken we hiermee een start. We doen dit met het beleidsplan Klimaatadaptatie en het hieraan gekoppelde uitvoeringsplan. Beide producten zijn in 2024, in combinatie met het Watertakenplan 2025-2029, vastgesteld. De biodiversiteit – ecosysteemdiversiteit, soortendiversiteit en genetische diversiteit – nam de afgelopen decennia fors af. De leefomgeving van planten en dieren is minder geworden: er is minder voedsel, minder veiligheid, minder ruimte voor voortplanting en verbinding en minder variatie. Als gemeente maken we bij ons eigen beheer en onderhoud al lange tijd ecologische keuzes, maar we willen meer impact maken. De soortenrijkdom neemt ook deze bestuursperiode nog af, maar we maken een start voor een steviger aanpak – vastgelegd in het groenstructuurprogramma. Doelen • Een klimaatbestendig(er) inrichting van de ruimte, waarbij water en bodem sturend zijn. • Een grotere biodiversiteit door hierop te sturen bij inrichting en beheer. • De omgevingsvisie als basis voor al ons ruimtelijk beleid en ons handelen. • Ruimte voor (nieuwe) ontwikkelingen en stimuleren dat deze de kwaliteit van de directe leefomgeving actief versterken.
• De historie, identiteit en waarde(n) van onze leefomgeving zijn beter herkenbaar en inspireren en enthousiasmeren onze bewoners en bezoekers. • Duidelijker profilering van gebieden voor recreatie en toerisme. 31
Maatschappelijke effecten • Vanwege een tekort aan middelen stellen we de maatschappelijke effecten bij. Dit gebeurt op basis van de door de gemeenteraad vast te stellen Omgevingsvisie 2.0 (2026), het Groenstructuurprogramma en het beleidsplan Klimaatadaptatie (2024 en/of 2025).
Landschap en brede welvaart in samenhang Wat willen we bereiken? Het landschap wordt de natuurlijke integrale drager bij de uitwerking van ruimtelijke ontwikkelingen en de impact op de brede welvaart geeft richting aan de te maken keuzes. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? In de nieuwe omgevingsvisie, die naar verwachting eind 2026 wordt vastgesteld, nemen we landschap en brede welvaart samenhangend mee als uitgangspunt. Bij grote ruimtelijke ontwikkelingen, zoals Heerenveen-West en gebiedsvisie Akkrum, nemen we de doelen van dit programma mee in de uitwerking.
Klimaatadaptatie Wat willen we bereiken? In 2050 wil de gemeente Heerenveen klimaatadaptief zijn. Dit betekent dat de openbare ruimte zo is ingericht dat klimaatverandering (wateroverlast, hitte en droogte) minder ontwrichtende effecten heeft op de maatschappij. Om dit te bereiken, zijn in het beleidsplan Klimaatadaptatie (onderdeel van het Watertakenplan 2025-2029) diverse knelpunten in kaart gebracht. Dit zijn concrete locaties waar wateroverlast, hitte of droogte een probleem is of kan zijn. In 2026 pakken we een aantal van deze knelpunten aan. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? • Het klimaatadaptiever maken van het centrum Heerenveen; regenwater wordt deels afgekoppeld en er komt meer groen. • In diverse straten of buurten richten we de openbare ruimte opnieuw in. Hier wordt minder verharding teruggebracht, komt er meer groen en/of zorgen we voor een goede afstroming van regenwater (Kattebos, President Kennedylaan en Jelle van Damweg). • In 2026 wordt de Friese Klimaatatlas vernieuwd met een nieuwe stresstest.
Biodiversiteit Wat willen we bereiken? In het kader van de Europese Wet Natuurherstel moeten alle lidstaten in 2026 een nationaal herstelplan opstellen. In 2026 wordt duidelijk wat de (financiële en ruimtelijke) impact van het herstelplan is en in hoeverre dit aanpassingen vraagt van de openbare ruimte en het ingezette beleid voor vergroting biodiversiteit en klimaatadaptatie. In de notitie biodiversiteit is in 2024 de opgave beschreven voor biodiversiteit - zowel wereldwijd als voor Heerenveen - evenals de doelen en maatregelen die we al nastreven en wat we als gemeente Heerenveen nog meer kunnen doen om de biodiversiteit te vergroten.
32
We werken de notitie biodiversiteit uit in concreet beleid via het groenstructuurprogramma en in het biodiversiteitsbeleid dat we in 2026 ter vaststelling voorleggen. Het groenstructuurprogramma (onder andere de Natuurnetwerkkaart) en het biodiversiteitsbeleid bieden kaders en richtlijnen voor beheer, inrichting en monitoring. We verwachten hiermee in hoofdlijnen al aan te sluiten op de doelen van een Nationaal herstelplan. In het kader van klimaatadaptatie en biodiversiteit voeren we projecten uit om de openbare ruimte te vergroenen (groen en bomen). Dit betreft kleine ‘groen voor grijs’ projecten, maar ook grotere herinrichtingen. Daarnaast vergroten we biodiversiteit in de wijken met een herinrichting van de openbare ruimte en verdere optimalisering van ecologisch (maai-)beheer. Doel : In 2026 hebben we een uitgewerkt biodiversiteitsbeleid, passend binnen de financiële kaders, met kaders en richtlijnen voor uitvoering en monitoring die aansluiten op de verplichtingen vanuit de Wet Natuurherstel. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? • In 2026 stelt het college een Groenstructuurprogramma vast. Het Groenstructuurprogramma wordt ter informatie voorgelegd aan de raad. • In 2026 stellen we biodiversiteitsbeleid vast met daarin een kader/richtlijnen voor uitvoering en monitoring en keuzes voor monitoring.
• We laten IVN tuinrangers 100 adviezen maken voor inwoners van onze gemeente om hun tuin biodiverser in te richten. • Bij ruimtelijk ontwikkelingen en onderhoud en renovatie is vergroting biodiversiteit en klimaatadaptatief inrichten een uitgangspunt. • Afronding project Monitoring insecten en vegetatie pilot bermbeheer rond Aldeboarn. • Vergroening openbare ruimte en optimalisatie ecologisch beheer ten behoeve van vergroting biodiversiteit
Duurzaamheid Wat willen we bereiken? Klimaatadaptatie en biodiversiteit zijn samen met de energietransitie en circulariteit onderdeel van het brede thema duurzaamheid. Onder de paragraaf Bedrijfsvoering leest u meer over hoe we duurzaam werken onderdeel maken van onze (inkoop)processen en projecten. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? • In 2026 werken we er verder naartoe dat duurzaamheid onderdeel uitmaakt van onze gemeentelijke projecten en processen. We doen dit onder andere door herkenbaar te maken dat duurzaamheid een vast onderdeel is van raadsvoorstellen.
33
Energie van morgen
Energie van morgen
De energietransitie is de overgang van een fossiel, centraal energiesysteem naar een duurzaam, decentraal energienetwerk. Als gemeente dragen we bij aan het samenspel tussen eindgebruikers, (technische) marktontwikkeling en kennisontwikkeling, regelgeving en andere overheden. Doelen • Meer besparing en duurzame verwarming in de gebouwde omgeving. • Meer duurzaam opgewekte elektriciteit en een toekomstbestendige energieinfrastructuur. • Meer duurzame mobiliteit. • Verduurzaming van het energiegebruik in de industrie. Maatschappelijke effecten • In 2030 is twintig procent van de gebouwen aardgasvrij. • Duurzame warmtebronnen zijn goed beschikbaar. • In 2030 besparen we 26 procent van de energie ten opzichte van 2018. • In 2030 is de helft van het gemeentelijk vastgoed verduurzaamd. • Gemeente Heerenveen gebruikt alleen nog maar duurzame energie. • Gemeente Heerenveen vraagt om minimaal vijftig procent duurzame energie bij de inkoop van diensten en producten. • We besparen energie in de openbare ruimte. • Duurzaam energiegebruik door bedrijven. • Duurzaam energiegebruik door maatschappelijke organisaties; • Alle huishoudens met energie-armoede hebben toegang tot (financiële) hulp en advies. • In 2030 wekken we zeventig procent van de benodigde elektriciteit duurzaam op in de gemeente. • In 2030 zijn er geen knelpunten meer in de (terug-) levering van energie (elektriciteit).
• Belanghebbenden zijn volledig in de gelegenheid om te participeren in relatie tot de veranderende leefomgeving. • De gemeente zet alle inkomsten van zonneparken in voor het stimuleren van lokale duurzame initiatieven en projecten. • De gemeente heeft een platform ontwikkeld met als doel om participatie en draagvlak te vergroten en om goede ideeën te benutten en/of te creëren met de lokale samenleving. • Er is een visie op duurzame mobiliteit in 2030. • Verduurzamen mobiliteit gemeentelijke organisatie. • Energiebesparing en verduurzaming energiegebruik.
34
Natuurvriendelijk isoleren Wat willen we bereiken? Energiebesparing is een essentieel onderdeel van de energietransitie. Daarom stimuleren we het isoleren van woningen, onder andere via de subsidies. Met ca. € 8 miljoen uit het Nationaal Isolatie Programma kunnen 3688 woningen worden geïsoleerd. Voor isolatie van spouwmuren en daken aan de buitenzijde geldt echter een beperking vanuit de wet Natuurbescherming: nu mag slechts bij maximaal 6% van de woningen per CBS-buurt worden toegepast. In Heerenveen wordt al veel geïsoleerd en komen in veel gebieden de limieten dichterbij. Om voor álle gebouwen in Heerenveen spouwmuur- en dakisolatie mogelijk te maken, is een Soortenmanagementplan (SMP) nodig. Dat geeft aan hoe de isolatiemaatregelen uitgevoerd moeten worden zonder beschermde diersoorten - zoals vleermuizen en laagvliegende vogels – te schaden. Het opstellen van een SMP duurt minimaal 2 jaar (2026 en 2027). De aanbesteding en start van het onderzoek wordt gedaan in 2026. Daarna mogen alle spouwmuren en daken volgens de aanwijzingen van het SMP geïsoleerd worden. Doel: We stimuleren energiebesparing door natuurvriendelijk isoleren mogelijk te maken. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? • We beginnen met het opstellen van een SMP.
Publiek energiebedrijf Wat willen we bereiken? Het verwarmen van gebouwen gaan we in de toekomst doen met alternatieven voor aardgas. Veel alternatieven gebruiken stroom (o.a. warmtepompen) en leveren congestie op de elektriciteitsnetten op. Daarom is het ook nodig om andere duurzame warmtebronnen in te zetten, zoals warmtenetten en duurzame gassen. Bij de aanleg van warmtenetten moet een publieke partij een meerderheidsaandeel in een warmtebedrijf hebben, volgens de Wet Collectieve Warmte (WCW). Deze wet beoogt een goede borging van betaalbaarheid en leveringszekerheid en past in de verschuiving van privaat eigenaarschap naar publiek eigenaarschap en sturing. De publieke partij kan de gemeente zijn, maar ook de provincie, waterschap, OVEF of andere overheden of een mix hiervan. Voor Heerenveen is verkend of en hoede gemeente een rol kan nemen in een ‘publiek energiebedrijf’ (PEB). Het doel van het onderzoek is om onze rol te onderzoeken in een publiek energiebedrijf, dit vooruitlopend op de verwachte landelijke wetgeving waarin publieke sturing wordt geborgd. Dit wordt eind 2025 afgerond met een raadsvoorstel. Afhankelijk van het raadsbesluit start in 2026 de samenwerking met (een mix van) overheden, bedrijven en de netbeheerder om warmtenetten in Heerenveen te realiseren.
Het doel is om zo betaalbare, betrouwbare en duurzame warmte te leveren aan onze inwoners en ondernemers. Daarnaast bestaat ook nog de mogelijkheid om nationaal deel te nemen via Energie Beheer Nederland (EBN). Doel: In 2026 onderzoeken we of en zo ja hoe we de realisatie van een warmtenet in Heerenveen willen organiseren.
35
Wat gaan we daarvoor doen in 2026? • In 2026 werken we het raadsbesluit verder uit, zoals de financiële en organisatorische aspecten van de mogelijke samenwerking met de andere publieke en maatschappelijke organisaties (zoals de provincie, andere gemeenten, OVEF en de netbeheerder). Hierbij worden alle opties in kaart gebracht.
Toekomstgericht energiesysteem Wat willen we bereiken? Verduurzaming door elektrificatie zet in deze fase van de energietransitie de elektriciteitsnetten onder grote druk. Om in 2030 geen knelpunten meer te hebben in de (terug-) levering van elektriciteit, is het nodig om nu te gaan werken aan andere energiesystemen. Energie was eerder een vanzelfsprekende randvoorwaarde die altijd en op het laatste moment geleverd kon worden; door energieschaarste kan gebiedsontwikkeling stilvallen of alleen met een netbewuste aanpak doorgang vinden. Dat vraagt om pionieren. We richten ons daarom op toekomstbestendige woningbouw en bedrijventerreinen. Bij de bedrijventerreinen neemt de gemeente de rol van initiatiefnemer en ondersteuner aan, om een collectief van bedrijven te vormen, dat zelf met een toekomstbestendig energiesysteem bezig gaat. Besproken wordt hoe mogelijke groepscontracten, lokale smart grids of energy hubs een oplossing kunnen vormen voor de energievoorziening van bedrijven en een nieuw onderdeel van het toekomstig energiesysteem kan zijn. Op Heerenveen Zuid heeft zich inmiddels een collectief gevormd, op IBF zijn de verkenningen gaande en op KNO maakt het toekomstbestendige energiesysteem onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling.
Duurzame woningbouw gaat over circulair bouwen, over biodivers en klimaatadaptief ontwerpen en inrichten en voor wat betreft energie gaat het om netbewust bouwen, dat wil zeggen met minimale impact op het elektriciteitsnet, door energieverbruik te beperken, te spreiden en slim te sturen. Dit gebeurt bijvoorbeeld door energiezuinig te ontwerpen, lokaal op te wekken en te gebruiken als dan niet in combinatie met energieopslag in de wijk, en slimme technieken toe te passen om piekbelasting te voorkomen. Zo ontdekken we oplossingen voor de netcongestie die nu grote knelpunten veroorzaken bij ruimtelijke ontwikkelingen. Vanwege het innovatief karakter is samenwerken met en lobby bij Liander, TenneT en met Ministerie van Klimaat en Groene Groei een wezenlijk onderdeel. Binnen de Friese Energietafel en het actieprogramma Netcongestie gaan we het concept van netbewust bouwen verder uitwerken en concreet toepassen. Daarbij zetten we actief in op samenwerking met diverse partners, zowel binnen als buiten de gemeente. Doel: In 2026 leren we of en hoe netbewust bouwen gebiedsontwikkeling mogelijk en schaalbaar maakt. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? • We starten bij één van onze woningbouwlocaties een pilot met Liander, waarbij we netbewust bouwen in de praktijk brengen.
Deze pilot maakt het mogelijk om ervaringen op te doen en de aanpak te optimaliseren, zodat we netbewust bouwen op termijn breder kunnen implementeren in toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen.
36
Dienstverlenende overheid
Dienstverlenende overheid
De transitie overheid is de beweging om als overheid van buiten naar binnen te denken en te doen. Het doel hiervan is om de lokale democratie te versterken en de kloof tussen burger en politiek te verkleinen door samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties te werken aan maatschappelijke opgaven. Als lokale overheid zoeken we naar een nieuwe balans in de relatie met onze inwoners, ondernemers en de markt. Wij zijn vaak een onderdeel van een groter netwerk waarin we gezamenlijk aan maatschappelijke opgaven werken. Afhankelijk van de opgave bepalen we onze rol. Deze kan regisserend, verbindend of faciliterend zijn. Bij elke rolinvulling is een goed samenspel belangrijk tussen bestuur, samenleving en organisatie. Doelen • We zijn meer gericht op de verwachtingen en de behoeften van inwoners en ondernemers, nu en in de toekomst. Zo is onze dienstverlening vraaggerichter. • We behandelen (complexe) vragen meer samenhangend. We werken procesgerichter en over de grenzen van afdelingen 1 heen. • We pakken (eenvoudige) vragen waar het kan efficiënt en digitaal op. • We richten participatie processen samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in, passend bij onze rol en de opgave. Maatschappelijke effecten • In 2025 is 75 procent van de inwoners en ondernemers tevreden over de dienstverlening in de gemeente Heerenveen.
• In 2025 heeft 75 procent van de inwoners en ondernemers vertrouwen in de gemeente Heerenveen als betrouwbare samenwerkingspartner. • In 2025 is 75 procent van de inwoners en ondernemers tevreden over de bejegening van de gemeente Heerenveen. • Per 1 januari 2026 behandelen we tachtig procent van de meervoudige complexe (aan)vragen met één aanspreekpunt. • Eind 2026 is tachtig procent van de dienstverlenende processen lean ingericht en sturen we op zowel efficiency als klanteffect.
1
Sinds de organisatieverandering spreken we nu van domeinen 37
Verdere vertaling van de visie op dienstverlening Wat willen we bereiken? De samenleving verandert en daarmee veranderen ook de verwachtingen van inwoners, ondernemers en partners. In 2025 stelden we een nieuwe visie op dienstverlening vast die richting geeft aan hoe we als gemeente betrouwbaar, toegankelijk en in verbinding willen werken. In 2026 vertalen we deze visie door naar een concreet uitvoeringsplan, samen met de teams in de organisatie. Dit plan biedt ruimte voor maatwerk per domein en zet aan tot actie. Zo maken we onze ambities zichtbaar in de praktijk – voor inwoners én voor collega’s. Doel: In juni 2026 is de vastgestelde visie op dienstverlening uitgewerkt in een uitvoeringsplan met een financiële vertaling voor de begroting 2027. Dit plan geeft richting aan de verbetering van onze dienstverlening tot en met 2029, met concrete acties per domein of team. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? • Aan het eind van het tweede kwartaal van 2026 stellen de directie en het college een organisatiebreed uitvoeringsplan vast, waarin de ambities uit de visie zijn vertaald naar concrete doelen, acties en benodigde middelen per jaar. • In de tweede helft van 2026 stellen de teams hun eigen plannen op voor de verbetering van de dienstverlening binnen hun domein, passend bij de overkoepelende visie en de beleidsambities van de nieuwe raad en het college.
Verbeteren kwaliteit dienstverlening Wat willen we bereiken? In de aanloop naar het uitvoeringsplan starten we in 2026 met initiatieven die aansluiten bij de inhoudelijke lijn van de nieuwe visie op dienstverlening. Denk aan thema’s als participatie, begrijpelijke communicatie, digitalisering en klantgerichte processen. Hierbij houden we ruimte om de visie verder te concretiseren. Doel: In 2026 geven we een eerste invulling aan deze nieuwe koers met activiteiten die bijdragen aan toegankelijke, begrijpelijke en gebruiksvriendelijke dienstverlening. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? • We verbeteren in 2026 de participatie van onze inwoners met de actualisatie van de inspraakverordening naar een participatieverordening, de opzet van een digitaal participatieplatform en met een toolbox voor participatie in projecten. • We voeren in 2026 bij minimaal twee dienstverleningsprocessen een klanttevredenheidsonderzoek uit. De resultaten analyseren en verwerken we in een halfjaarlijkse managementrapportage waarmee we gericht sturen op de verbetering van onze dienstverlening. • We maken in 2026 een vervolgstap in het procesgericht werken door kennis en kunde te faciliteren en ontwikkelen in de lean-methode. Daarnaast optimaliseren we elk jaar een aantal processen.
38
Thema's
39
Sociale Leefomgeving
Us Mienskip Input vanuit de raadsagenda • Bestaanszekerheid van inwoners • Cultuur Input vanuit het hoofdlijnenakkoord • Samen werken aan welzijn • Geven om gezondheid en zorg • Een sterke sociale samenhang • Verbinding zoeken in vrije tijd • Een veilige gemeente
Aansluiting met programma's Binnen dit thema is er sprake van inhoudelijke samenhang met de programma's: • Gezond welzijn vernieuwen • Meedoen aan de samenleving • Een thuis voor iedereen • Energie van morgen
Wet maatschappelijke opvang (Wmo) Wat willen we bereiken? De inzet op het beheersen van de Wmo-uitgaven en het versterken van de sociale basis is noodzakelijker dan ooit. De gemeente staat voor grote uitdagingen: een toenemende zorgvraag door vergrijzing, een groeiend aantal inwoners met complexe ondersteuningsbehoeften, en tegelijkertijd beperkte financiële ruimte. Deze ontwikkelingen zetten de uitvoerbaarheid en betaalbaarheid van maatwerkvoorzieningen onder druk. Daarom is eind 2023, na de besluitvorming over MJP-II, een duidelijke koers ingezet: Eenvoudig en sober waar het kan, professioneel waar het moet. Met deze koers willen we collectieve en voorliggende voorzieningen versterken, onnodige maatwerkvoorzieningen beperken en de samenwerking tussen formele en informele ondersteuning verbeteren. Doel: Uiterlijk eind 2026 is de inzet van maatwerkvoorzieningen voor dag- en thuisondersteuning gestabiliseerd en niet verder toegenomen ten opzichte van 2025. De toename in de inzet van hulp bij het huishouden blijft beperkt tot de verwachte cliëntgroei van drie procent als gevolg van de vergrijzing. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? • Per 1 januari 2026 is de budget- en administratief arme inkoopvariant voor hulp in het huishouden geïmplementeerd.
Inwoners zijn goed geïnformeerd en begeleid bij de overgang naar de nieuwe situatie en het aantal aanbieders is teruggebracht naar twee.
41
•
•
•
In het tweede kwartaal van 2026 krijgen de Friese gemeenteraden een nieuwe regionale kadernota maatschappelijke opvang ter besluitvorming voorgelegd. Deze kadernota verbindt de brede aanpak dakloosheid, de woonzorgvisie en de urgentieverordening. In het vierde kwartaal van 2026 is de inkoop van begeleiding (dag- en thuisondersteuning) opnieuw ingekocht en gegund. Hierin is verbinding gelegd met informele ondersteuning. Ook is er samenhang met de lokale woonzorgagenda met het doel om gebruik (nul procent stijging) en uitgaven (enkel indexatie) te stabiliseren. Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2026 is er een gemeentelijk beleidsplan toezicht voor Wmo en jeugd om de kwaliteit en rechtmatigheid van Wmovoorzieningen te verbeteren.
Specialistische jeugdhulp Wat willen we bereiken? Binnen het uitvoeringsplan is expliciet aandacht voor de beheersing van de kosten op jeugdhulp. Dit is geen doel op zich, maar wel een belangrijke voorwaarde om duurzame, passende en beschikbare ondersteuning te realiseren voor jeugdigen en gezinnen. De visie en het uitvoeringsplan reiken verder dan alleen financiële kaders. Ze richten zich op het liefdevol, gezond, veilig en kansrijk opgroeien van jeugdigen. Betaalbaarheid is essentieel om de continuïteit en toegankelijkheid van jeugdhulp te waarborgen. Door grip te krijgen op de kosten kan meer financiële ruimte ontstaan voor investeringen in preventie, vroegsignalering en de versterking van de pedagogische basis. Dit draagt bij aan het voorkomen van zwaardere hulpvragen en het verminderen van de druk op jeugdhulp. We zetten hiermee nadrukkelijk in op de beweging om een verschuiving van zorg naar voorliggend veld te creëren. We koppelen kostenbeheersing in het uitvoeringsplan aan een bredere transformatie, namelijk het investeren in voornoemde beweging. Deze aanpak sluit aan bij de gedachte dat voorkomen beter is dan genezen. Door nu te investeren in een sterke basis en preventieve structuren, beperken we op termijn de inzet van intensieve jeugdhulp en daarmee ook de kosten. Gedurende de looptijd van het uitvoeringsplan monitoren we de kostenontwikkeling actief.
We kijken hierbij naast de uitgaven ook naar: -
de effectiviteit van de interventies;
-
de doelmatigheid van inkoop en samenwerking;
-
de impact op het welzijn van jeugdigen en gezinnen;
-
de invloed van externe verwijzers, zoals huisartsen, medisch specialisten op het volume en de aard van de instroom in de jeugdhulp;
-
en de werking van de open-einde-regeling, waarbij we de financiële risico’s van onbeperkte toegang tot zorg afwegen tegen de noodzaak van tijdige en passende hulp.
Op basis van deze inzichten sturen we bij waar nodig, met als doel een gezond financieel fundament en een kwalitatief sterk jeugdstelsel.
42
Doel: We zetten vol in op de beweging van zorg naar preventie en op de beheersmaatregelen waarmee we over 2026 de eerder geconstateerde kostenstijging op zijn minst willen stabiliseren - en waar mogelijk terugdringen - ten opzichte van 2025. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? De beheersmaatregelen worden samengebracht in een integraal uitvoeringsplan. De raad wordt via de P&C cyclus geïnformeerd over de voortgang van de in 2026 te nemen beheersmaatregelen, namelijk: • Een onderzoek naar de inzet van POH-jeugd, waarna in het tweede kwartaal van 2026 een advies volgt aan het college. • Een onderzoek naar de (on)mogelijkheden om Welzijn op Recept uit te breiden voor jongeren, waarna in het tweede kwartaal van 2026 een advies volgt. • Het maken van afspraken over verwijzingen met externe verwijzers, zoals huisartsen en jeugdartsen. In het derde kwartaal moet duidelijk zijn hoe we concreet kunnen samenwerken. • De (door)ontwikkeling van het dashboard jeugd. In het eerste kwartaal van 2026 moet er duidelijkheid zijn over de ontwikkelingen (instroom, uitstroom, financiële prognoses) binnen de jeugdhulp. Dit helpt ons om prognoses te maken en ons beleid af te stemmen.
Sportstad en Thialf Wat willen we bereiken? Sportstad en Thialf zijn instrumenten die bijdragen aan meerdere gemeentelijke doelen. Doorontwikkeling en versterking hiervan zijn belangrijk. Doel: In 2026 onderzoeken we wat er mogelijk is om de bijdragen van Sportstad en Thialf te vergroten op het gebied van gezondheid, vitaliteit, participatie en verduurzaming. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? • Samen met de stakeholders formuleren we een nieuwe visie voor Sportstad. Deze wordt ter vaststelling voorgelegd aan de betreffende gremia, waaronder de gemeenteraad (dit moet in het vierde kwartaal 2026 klaar zijn). • De nieuwe afspraken rond het gemeentelijke zwembad worden samen met Sportstad ingericht en uitgewerkt (dit moet uiterlijk 31 mei 2026 klaar zijn). Vervolgens worden deze jaarlijks gemonitord en met de gemeenteraad gedeeld. • Samen met de stakeholders maken we de uitdagingen van Thialf en de ijshockeyhal concreet. We zoeken naar oplossingen en leggen de opties voor aan de gemeenteraad (gereed vierde kwartaal 2026) • Samen met stakeholders onderzoeken we de kansen voor Heerenveen als voorbereidingscentrum van de winterspelen. Dit werken we uit om ons 'Stad van Sport-profiel' te versterken (dit moet in het vierde kwartaal 2026 klaar zijn).
43
Asiel en Migratie Wat willen we bereiken? Wij streven naar een warm welkom voor al onze nieuwe inwoners, waarmee we een gastvrije gemeente zijn die zich sterk maakt voor haar medemens. Het is nog niet duidelijk of wetsvoorstellen zoals het intrekken van de voorrang van statushouders en de Spreidingswet tot uitvoering komen. De zogenaamde Regeling Tijdelijke Bescherming (Oekraïners) is wel verlengd tot maart 2027. Doel: In 2026 dragen wij als gastvrije gemeente bij aan structurele en zorgvuldige opvang en integratie van nieuwe inwoners passend bij de wetgeving en met draagvlak in de gemeenschap. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? • We anticiperen op de ontwikkelingen om te voldoen aan de bepalingen van de Spreidingswet en we voeren, indien nodig, een samenlevingsgesprek over de invulling en uitvoering van deze wet. • Om te voldoen aan de opgelegde taakstelling, zetten we ons gedurende 2026 samen met de woningbouwcorporaties in voor het huisvesten van statushouders. • We zetten in om de achterstand op de taakstelling statushouders in te halen. • In 2026 houden wij minimaal 314 bedden beschikbaar voor de meer structurele opvang van Oekraïense ontheemden en houden wij 75 noodveldbedden beschikbaar voor de HUB-functie van onze gemeente.
44
Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000
Rekening Omschrijving
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Lasten 1.1
Crisisbeheersing en brandweer
-3.704
-4.139
-4.175
-4.175
-4.175
-4.175
1.2
Openbare orde en veiligheid
-1.161
-1.143
-1.486
-1.481
-1.480
-1.479
2.2
Parkeren
-3
-
-
-
-
-
2.3
Recreatieve havens
-8
-27
-30
-30
-30
-30
3.3
Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
-78
-95
-98
-97
-99
-99
3.4
Economische promotie
-514
-615
-590
-583
-586
-589
4.2
Onderwijshuisvesting
-351
-328
-328
-328
-328
-328
4.3
Onderwijsbeleid en leerlingenzaken
-997
-2.034
-1.366
-1.366
-1.366
-1.366
5.1
Sportbeleid en activering
-1.149
-1.102
-1.206
-891
-896
-899
5.2
Sportaccommodaties
-3.294
-3.427
-4.386
-4.411
-4.478
-4.525
5.3
Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
-3.468
-3.041
-3.229
-3.209
-3.139
-3.138
5.4
Musea
-414
-573
-901
-599
-474
-474
5.5
Cultureel erfgoed
-138
-66
-61
-61
-61
-61
5.6
Media
-1.451
-1.719
-1.548
-1.345
-1.345
-1.344
-858
-1.156
-755
-749
-750
-750
-6.350
-6.202
-6.283
-5.312
-5.312
-5.312
-1.475
-1.426
-1.361
-1.351
-1.360
-1.351
-
-2.828
-575
-537
-537
-537
-2.956
-2.799
-2.855
-3.106
-3.369
-3.595
6.711 Huishoudelijke hulp (WMO)
-7.338
-8.086
-9.086
-9.091
-9.101
-9.114
6.712 Begeleiding (WMO)
-5.667
-6.273
-5.581
-5.578
-5.579
-5.578
6.713 Dagbesteding (WMO)
-2.297
-2.688
-2.437
-2.434
-2.434
-2.434
Overige 6.714 maatwerkarrangementen (WMO)
-
-
-
-
-
-
6.751 Jeugdhulp ambulant lokaal
-
-414
-1.003
-961
-961
-961
6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal
-16.235
-12.614
-16.623
-16.578
-16.579
-16.578
6.753 Jeugdhulp ambulant landelijk
-
-257
-839
-797
-797
-797
6.761 Jeugdhulp met verblijf lokaal
-
-357
-368
-364
-365
-364
Jeugdhulp met verblijf landelijk
-
-257
-264
-260
-260
-260
-
-1.095
-1.154
-1.152
-1.152
-1.152
Openbaar groen en 5.7 (openlucht) recreatie Samenkracht en 6.1 burgerparticipatie Toegang en 6.21 eerstelijnsvoorzieningen WMO Toegang en 6.22 eerstelijnsvoorziening Jeugd Hulpmiddelen en diensten 6.60 (WMO)
6.763
6.791 PGB Wmo
45
Jeugdhulp met verblijf regionaal
-8.368
-4.475
-4.673
-4.666
-4.666
-4.666
6.811 Beschermd wonen (WMO)
-320
-307
-331
-328
-328
-328
-79
-150
-156
-156
-156
-156
6.821 Jeugdbescherming
-2.378
-2.257
-2.358
-2.354
-2.354
-2.354
6.822 Jeugdreclassering
-232
-411
-425
-421
-421
-421
6.91 Coordinatie en beleid Wmo
-
-574
-626
-586
-586
-585
6.92 Coordinatie en beleid Jeugd
-
-574
-626
-586
-586
-585
-2.440
-2.687
-2.752
-2.752
-2.752
-2.752
6.792
6.812
Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO)
7.1
Volksgezondheid
8.1
Ruimte en leefomgeving
-955
-804
-692
-620
-3.485
-487
8.3
Wonen en bouwen
-14
-406
-227
-228
-229
-230
-74.689
-77.406
-81.457
-79.544
-82.576
-79.854
Totaal lasten Baten 2.2
Parkeren
28
19
20
20
20
20
2.3
Recreatieve havens
16
16
16
16
16
16
3.3
Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
106
85
89
89
89
89
3.4
Economische promotie
313
271
409
409
409
409
4.3
Onderwijsbeleid en leerlingenzaken
988
1.404
811
811
811
811
5.1
Sportbeleid en activering
-
15
76
76
76
76
5.2
Sportaccommodaties
211
336
340
340
340
340
5.3
Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
1.046
656
886
886
886
886
5.6
Media
241
284
51
-
-
-
Openbaar groen en (openlucht) recreatie Samenkracht en burgerparticipatie Hulpmiddelen en diensten (WMO)
217
240
-
-
-
-
1.412
1.320
742
-
-
-
48
-
-
-
-
-
6.711 Huishoudelijke hulp (WMO)
571
534
560
560
560
560
-
11
12
12
12
12
1.201
158
165
165
165
165
5.7 6.1 6.60
6.712 Begeleiding (WMO) 6.811 Beschermd wonen (WMO) 6.812
Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO)
1
-
-
-
-
-
8.1
Ruimte en leefomgeving
200
69
34
480
1.135
-
6.600
5.419
4.212
3.865
4.520
3.385
-68.088
-71.987
-77.246
-75.679
-78.056
-76.469
Toevoegingen reserve
-2.860
-
-
-446
-
-
Onttrekking reserve
3.633
1.915
300
-
1.865
-
Geraamd resultaat
-67.315
-70.073
-76.946
-76.125
-76.191
-76.469
Totaal baten
Geraamd saldo van baten en lasten
46
Toelichting tabel Afwijkingen groter dan € 50.000 worden hieronder toegelicht. Hierbij vergelijken wij de gewijzigde begroting 2025 met de begroting 2026 en verder. 1.2 Openbare orde en veiligheid (hogere lasten € 343.000) In de Perspectiefnota 2026 is een extra bedrag van € 400.000 beschikbaar gesteld voor onder andere extra inzet van Boa’s, maar ook inzet op andere vlakken op het gebied van veiligheid, zoals ondermijning en juridisch advies. Het is duidelijk dat deze investering niet direct zorgt dat al onze doelen en ambities op het gebied van veiligheid worden behaald, maar het is hiermee een balans tussen ambities en financiële haalbaarheid. 3.4 Economische promotie (hogere baten € 138.000) Bij het vaststellen van de Perspectiefnota 2026 is ook voorgesteld om het tarief voor de toeristenbelasting aan te passen. Voor meer gedetailleerde informatie wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen. 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken (lagere lasten € 668.000 en lagere baten € 593.000) De begroting was in 2025 incidenteel voor zowel de lasten als de baten € 593.000 hoger door de toevoeging van de Spuk onderwijsachterstanden en de Spuk op basis van de Regeling specifieke uitkering inhalen COVID-19 gerelateerde onderwijsvertragingen Omdat deze gerelateerd zijn aan corona en voor 31 juli 2025 moeten zijn besteed komend deze niet terug in 2026.
Daarnaast is er in 2026 in het kader van de verschuiving van maatwerk naar preventie € 100.000 budget overgeheveld naar taakveld 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie voor opgroeien in een kansrijke omgeving (OKO). Dit is in de Voorjaarsrapportage 2025 toegelicht. 5.1 Sportbeleid en activering (hogere lasten € 104.000 en hogere baten € 61.000) De begrote lasten voor 2026 zijn hoger door doorbelasting van salariskosten (€ 62.000) en indexatie. Vanaf 2023 is er een aanpassing doorgevoerd waarbij de gecombineerde rol van vakleerkracht en buurtsportcoach vervalt. Het onderwijs is nu zelf financieel verantwoordelijk voor de inzet van vakleerkrachten. De bate voor deze regeling € 58.000 ontvangen wij niet meer. 5.2 Sportaccommodaties (hogere lasten € 959.000) De toename van de lasten ontstaat doordat bij de Perspectiefnota 2026 structureel een exploitatiebijdrage voor het zwembad is toegekend van € 1.005.000. Daarnaast was in 2025 een incidentele bijdrage voor onderzoek naar uitbreiding sportpark Skoatterwâld (€ 60.000) begroot die in 2026 niet opnieuw is begroot. Bij de Perspectiefnota 2026 is een ombuiging vastgesteld voor het onderhoud van de sportvelden, waardoor het budget hiervoor in de begroting 2026 is verlaagd (€ 75.000).
5.3 Cultuurpresentatie, - productie en - participatie (hogere lasten € 188.000 en hogere baten € 230.000) De toename van de lasten ten opzichte van 2025 ontstaat door wijzigingen vanuit MJP deel 2 - 2023. Omdat door de verplaatsing naar het ABC complex de exploitatiekosten van de bibliotheek toenemen is in MJP deel 2-2023 voor 2026 € 125.000 meer begroot voor verhoging van de subsidie. In 2025 was incidenteel geld beschikbaar voor Museum Belvédère voor aanpassing van de faciliteiten vanuit de Perspectiefnota 2024 (€ 50.000). Bij de Perspectiefnota 2026 zijn tevens de ombuigingen vastgesteld. Het lastenbudget van het Posthuis is met € 100.000 te verhogen. Hier staat een hogere bate voor het 47
Posthuis van € 200.000 tegenover. Dit betreft de technische ombuiging Mens & maatschappij. 5.4 Musea (hogere lasten € 328.000) Bij het besluit over de realisatie van het Cultuurkwartier is besloten om, onder voorwaarden, een eenmalig subsidie (€ 300.000) in 2026 aan Museum Heerenveen toe te kennen voor de opstelling “De Friese Droom”. De voorwaarden zijn dat er een getekende intentieverklaring en een door de participanten gedragen plan op hoofdlijnen is gepresenteerd aan de raad. 5.6 Media (lagere lasten € 171.000 en lagere baten € 233.000) In 2025 zijn, zowel aan de baten als lastenkant, de bedragen voor de SPUK Bibliotheek meegenomen (€ 232.000). In 2026 is dit bedrag niet van toepassing. 5.7 Openbaar Groen en (openlucht) recreatie (lagere lasten € 401.000 en lagere baten € 240.000) Deze verschillen komen doordat in het 2025 (en ook de jaren ervoor) bedragen beschikbaar waren gesteld in het kader van de RegioDeals. Voor 2026 is dat niet meer het geval, waardoor nu lagere lasten en ook lagere baten zijn. 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie (hogere lasten € 81.000 en lagere baten € 578.000) De verschillen op de lasten tussen 2025 en 2026 op dit taakveld zijn als volgt: • In 2026 is in het kader van de beweging van maatwerk naar preventie van taakveld 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken € 100.000 overgeheveld voor opgroeien in een kansrijke omgeving (OKO).
• De structurele financiering van drie bestaande meedoenlocaties € 750.000 van taakveld 6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo) is overgeheveld. • Twee nieuwe meedoenlocaties (€ 500.000) worden gefinancierd uit de compensatie voor de inkomensafhankelijke bijdrage huishoudelijke hulp die beschikbaar is gesteld in de algemene uitkering bij de Meicirculaire 2025. • In 2025 was een budget voor onderzoek ziekenhuis (€ 147.000) incidenteel geraamd. • In 2025 was incidenteel een budget voor de zorgtransities opgenomen (€ 530.000). • In 2025 waren overhevelingen vanuit 2024 meegenomen (€ 262.000). Deze incidentele bedragen zijn in 2026 niet geraamd. • Bij de Perspectiefnota 2026 is besloten om in de ombuiging het budget voor experimenten te verlagen (€ 46.000). • Overige effecten betreffen lasten van Spuk regelingen en andere subsidie regelingen die in 2025 wel en in 2026 (nog) niet zijn begroot. De begrote baten zijn € 578.000 lager dan in 2025. Dit wordt veroorzaakt doordat de Spuk hoofdlijnen GGZ (€ 142.000), de Spuk FRIZA (€ 139.000) en lokale aanjager (€ 82.000) niet zijn begroot. De Brede SPUK is voor 2026 € 194.000 lager begroot dan in 2025, een aantal onderdelen loopt niet door in 2025.
48
6.21 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen WMO (lagere lasten € 65.000) Er is sprake van een lagere doorbelasting van salariskosten aan dit taakveld. Door de doorbelasting van de salariskosten over de taakvelden van de Wmo te herzien realiseren we een verdeling die beter aansluit bij de werkzaamheden per taakveld. Dit heeft geen gevolgen voor het resultaat binnen Wmo. 6.22 Toegang en eerstelijnsvoorziening Jeugd (lagere lasten € 2.253.000) Bij de Najaarsrapportage 2024 is besloten tot incidenteel extra formatie voor de flexschil van Team Jeugd en Gezin (€ 500.000) voor 2025. Bij de Perspectiefnota 2026 is opnieuw incidenteel € 250.000 beschikbaar gesteld, dit is verwerkt bij in taakveld 0.4 overhead. Daarnaast worden er in 2026 minder lasten doorbelast aan dit taakveld (€ 1.757.000). Door de salariskosten te herverdelen over de taakvelden Jeugd komen wij tot een zuiverdere doorverdeling. Dit is binnen het aandachtsgebied Jeugd een neutrale mutatie. 6.60 Hulpmiddelen en diensten (WMO) (hogere lasten € 55.000) Voor 2026 is bij de Perspectiefnota 2026 een structurele bijdrage voor demografische ontwikkelingen toegekend (€ 254.000). Dit omdat er wordt verwacht dat door de vergrijzing het aantal cliënten toeneemt. De taakstelling op de Wmo (2023 MJP-2), € 1.900.000 in 2026, wordt voor € 280.000 ingevuld op dit taakveld. Hierdoor dalen de lasten ten opzichte van 2025.
6.711 - 6.91 Taakvelden WMO (hogere lasten € 199.000) Voor de Huishoudelijke hulp Wmo (taakveld 6.711) is voor 2026 structureel € 640.000 indexatie op reële prijsontwikkeling toegekend vanuit de Perspectiefnota 2024. Daarnaast stijgen de lasten voor de Huishoudelijke hulp door de reguliere indexatie (€ 424.000). Tevens door het schuiven met budgetten tussen taakvelden WMO in eerdere jaren is het budget structureel verhoogd voor de Huishoudelijke hulp (€ 472.000). In de Perspectiefnota 2026 is structureel € 145.000 indexatie toegekend voor loonstijging huishoudelijke hulp als gevolg van de nieuwe CAO. Er is een beweging naar voorliggende voorzieningen. Voor de bekostiging van 3 meedoen centra is vanuit de begroting voor huishoudelijke hulp € 750.000 structureel overgeheveld naar taakveld 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie. De taakstelling op de Wmo (2023 MJP-2), € 1.900.000 in 2026, wordt voor € 1.287.00 ingevuld op dit taakveld. Hierdoor dalen de lasten ten opzichte van 2025. Door stijging van de doorbelasting van salariskosten en een herverdeling van salariskosten over de taakvelden Wmo stijgt de doorbelastingen met € 172.000. Door de doorbelasting van de salariskosten over de taakvelden van de Wmo te herzien realiseren we een verdeling die beter aansluit bij de werkzaamheden per taakveld.
6.751 - 6.92 Taakvelden Jeugdhulp (hogere lasten € 5.563.000) Bij de Perspectiefnota 2024 is vanaf 2026 structureel € 200.000 extra toegekend voor Jeugdhulp, tevens is het structureel verwachte tekort van € 2,6 miljoen toegekend. De doorbelasting van salariskosten is € 1,8 miljoen hoger dan in 2025. Door de salariskosten te herverdelen over de taakvelden Jeugd komen wij tot een zuiverdere doorbelasting. Dit is binnen het aandachtsgebied Jeugd een neutrale mutatie. Overige verschillen worden veroorzaakt door de reguliere indexatie. 7.1 Volksgezondheid (hogere lasten € 64.000) De bijdrage (€ 56.000) aan de Veiligheidsregio is overeenkomstig de begroting 2026 van de Veiligheidsregio aangepast.
49
8.1 Ruimte en leefomgeving (lagere lasten € 112.000) De lagere lasten worden deels veroorzaakt doordat in 2025 een incidentele last was opgenomen voor de aanleg van kabels en leidingen nabij het Gashouderplein en het Burgemeester Kuperusplein. Daarnaast zijn er minder uren toegeschreven aan de centrumvisies van Heerenveen, Akkrum, Jubbega en Aldeboarn. Dit op basis van de inschatting van de uren. 8.3 Wonen en bouwen (lagere lasten € 179.000) In 2025 was incidenteel geld beschikbaar voor een subsidieregeling in het kader van lokale energie initiatieven. Dat geld is voor 2026 niet beschikbaar.
50
Economische leefomgeving
Us Ekonomy Input vanuit het hoofdlijnenakkoord • Economische eensgezindheid • Vitaal werken, genoeg verdienen
Aansluiting met programma's Binnen dit thema is er sprake van inhoudelijke samenhang met de programma's: • Toonaangevend in een circulaire samenleving • Energie van morgen • Landschap in balans • Dienstverlenende overheid • Meedoen aan de samenleving • Een thuis voor iedereen • Gezond welzijn vernieuwen
Economische ontwikkeling Wat willen we bereiken? In de Perspectiefnota 2026 schetsten we een aantal grote ontwikkelingen waarmee gemeenten en ondernemers op het gebied van economische ontwikkeling te maken hebben. Namelijk: • Een diverse economie die doorlopend in ontwikkeling is. In deze tijd van transities, digitalisering, circulariteit, duurzame energie en geopolitieke veranderingen is het belangrijk dat de economie wendbaar en dynamisch is én blijft. Hierbij staat het verdienvermogen onder druk. Innovatie en productiviteitsgroei zijn (mede in verband met de krapte op de arbeidsmarkt) belangrijk om onze brede welvaart te behouden; • Schaarste die ons vestigingsklimaat en ondernemersklimaat onder druk zet. We zien schaarste op het gebied van arbeid, ruimte, energie en grondstoffen; • En een economische ontwikkeling die regionale samenwerking en een integrale benadering vereist. Het is noodzakelijk dat we zorgvuldig afgestemde keuzes maken en zorgen voor een goede samenwerking tussen gemeenten onderling en met de provincie, ontwikkelmaatschappijen, onderwijs- en kennisinstellingen en ondernemers.
Uitgaande van deze grote ontwikkelingen en transities willen we in 2026 de volgende zaken bereiken: • verduurzaming en energietransitie bij bedrijven; • versnelling van de circulaire economie; • slimme groei van recreatie en toerisme; • versterking van het (boven)regionale vestigings- en ondernemersklimaat (waaronder de samenwerking met onderwijs en ondernemers); • en een optimale dienstverlening voor onze ondernemers, met een focus op het MKB.
52
Doel: In 2026 dragen we met onze inzet en activiteiten bij aan een verantwoorde en slimme groei van de economie, die bijdraagt aan onze brede welvaart en de maatschappelijke transities. We hebben hierbij extra aandacht voor het brede MKB dat de drager is van onze economie en werkgelegenheid. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? • De havengebonden/watergebonden economie is een nieuw aandachtsgebied voor onze gemeente. We onderzoeken of het wenselijk is om hiervoor een visie of uitvoeringsplan op te stellen. • We maken een visie voor de gastvrijheidseconomie, daarin leggen we onze ambitie en focus vast voor de komende jaren. De visie gaat ter kennisneming naar de raad. De ruimtelijke aspecten van de gastvrijheidseconomie (waar willen we welke vormen van verblijfsaccommodatie toestaan) zal onderdeel worden van de omgevingsvisie. • We stellen samen met de andere F4 gemeenten, Innovatie Pact Fryslân en de provincie een strategische agenda economische ontwikkeling op en werken gezamenlijk aan de versterking van de economische structuur in Fryslân (waaronder een economic board). Voor de werkzaamheden die bijdragen aan de programma's Toonaangevend in een circulaire samenleving en Energie van morgen verwijzen we naar betreffende programma's.
Bestaanszekerheid Wat willen we bereiken? Ook in 2026 zetten we ons beleid voor bestaanszekerheid door. Hierbij zijn we uiteraard afhankelijk van de landelijke politieke ontwikkelingen: • De nieuwe Participatiewet in balans lijkt gefaseerd door te gaan. • De landelijke en gemeentelijke armoederegelingen worden vereenvoudigd, met meer aandacht voor de positie van werkenden. • Samen met de andere aandeelhouders sturen we op een positief rendementsherstel van Caparis en een solide liquiditeits- en solvabiliteitspositie. Hiervoor zetten we onder andere onze transitiemiddelen van het impulsbudget sociale ontwikkelbedrijven in. Bestaanszekerheid in de gemeente Heerenveen betekent: het hebben van een stabiel en voldoende besteedbaar inkomen, toegang tot betaalbare zorg en de mogelijkheid tot gezond eten, gelijke kansen in het onderwijs, veilig en fatsoenlijk kunnen werken en betaalbaar kunnen wonen. Het Werkcentrum Fryslân is onderdeel van een landelijke hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur. Hiervoor opent iedere arbeidsmarktregio een Werkcentrum. Het Werkcentrum Fryslân is er voor iedereen met vragen over werk. Alle huidige 28 samenwerkingspartners van Fryslân Werkt zijn onderdeel van het Werkcentrum Fryslân. De start is in oktober 2025 met de lancering van de website www.werkcentrumfryslan.nl en een fysieke pilotlocatie in de deelregio Midden in Leeuwarden.
Met de naam Werkcentrum Fryslân zorgen we voor één centrale toegang en één herkenbare naam en plek voor inwoners en werkgevers. Het Werkcentrum Fryslân
53
zorgt voor meer gemak en overzicht bij onze inwoners en werkgevers en voorkomt dat inwoners en werkgevers tussen wal en schip vallen. Doel: In 2026 zorgen we ervoor dat meer werkzoekenden, werkenden en werkgevers de weg weten te vinden naar werk en participatie. Voor wie niet in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien, verzorgen we de bijstand. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? • We zorgen ervoor dat de omvang van de bijstand stabiliseert en bij voorkeur daalt van 1.180 naar 1.160 uitkeringen. • We stimuleren (nog meer) het gebruik van onze zorgkostenregeling voor inwoners met een lager inkomen, de Heerenveen Zorgt Regeling (HZR): van duizend naar twaalfhonderd toekenningen. • We zetten onze vroegsignaleerders in om schulden van inwoners eerder met hen op te lossen en/of te stabiliseren. Het gaat hier om circa 3.000 meldingen die wij jaarlijks ontvangen van de woningcorporaties, zorgverzekeraars en energiebedrijven wanneer er sprake is van een betalingsachterstand. • We passen de Participatieverordeningen aan (op basis van de nieuwe Participatiewet).
Heerenveen 'n Gouden Plak Wat willen we bereiken? 'Regio Heerenveen: ’n Gouden Plak' heeft de afgelopen jaren haar meerwaarde bewezen. De stichting ondersteunt diverse evenementenorganisatoren bij het organiseren en promoten van hun evenementen, zorgt voor de verbinding met organisatoren en is actief betrokken bij het aantrekken van aansprekende evenementen. Dit is zeker ook gericht op topsport, want wij geloven dat de topsport kansen creëert voor breedtesport - ofwel de amateursporten die door alle lagen van de bevolking worden beoefend. Doel: We halen minimaal 1 nieuw (inter)nationaal (top)sportevenement naar onze regio en organiseren minimaal viermaal per jaar een Event Academy. Hiermee zorgen we voor de verbinding met lokale evenementenorganisatoren en laten we hen leren op onder andere het gebied van duurzaamheid, gezondheid en vitaliteit. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? • Op basis van ons recent vastgestelde evenementenbeleid en -profiel geven we in 2026 samen met 'Regio Heerenveen: ’n Gouden Plak' verder invulling aan ons algemene doel en de specifieke punten uit het vastgestelde beleid. • We organiseren bijeenkomsten om evenementenorganisatoren te (ver)binden en hun evenementen voorbereid te houden op toekomstige ontwikkelingen.
• We stellen een meerjarenstrategie op waarbij we de rol van het evenementenbureau binnen het lokale evenementenbeleid kaderen en vastleggen.
54
Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000
Rekening Omschrijving
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
3.1 Economische ontwikkeling
-1.768
-1.756
-1.497
-1.533
-1.264
-1.265
4.2 Onderwijshuisvesting
-4.277
-7.284
-5.752
-6.900
-7.539
-8.121
-1.495
-1.218
-1.622
-1.210
-1.210
-1.210
-12.001
-10.937
-11.288
-1.278
-1.278
-1.278
6.3 Inkomensregelingen
-28.683
-28.855
-26.324
-26.305
-26.302
-26.304
6.4 WSW en beschut werk
-10.018
-10.279
-9.526
-9.513
-9.512
-9.491
6.5 Arbeidsparticipatie
-2.478
-2.278
-3.317
-3.318
-3.315
-3.312
-60.720
-62.607
-59.326
-50.056
-50.419
-50.980
Lasten
Onderwijsbeleid en leerlingenzaken Samenkracht en 6.1 burgerparticipatie 4.3
Totaal lasten
Baten 3.1
Economische ontwikkeling
180
515
248
273
3
3
4.2
Onderwijshuisvesting
135
259
41
230
230
230
8
2
2
2
2
2
12.235
10.144
10.010
-
-
-
24.014
24.982
22.160
22.160
22.160
22.160
141
105
-
-
-
-
Totaal baten
36.712
36.007
32.461
22.666
22.396
22.396
Geraamd saldo van baten en lasten
-24.008
-26.600
-26.864
-27.390
-28.024
-28.585
Toevoegingen reserve
-2.115
-2.209
-
-
-
-
Onttrekking reserve
3.236
4.468
573
28
-
-
Geraamd resultaat
-22.887
-24.340
-26.291
-27.362
-28.024
-28.585
4.3 6.1
Onderwijsbeleid en leerlingenzaken Samenkracht en burgerparticipatie
6.3
Inkomensregelingen
6.5
Arbeidsparticipatie
55
Toelichting tabel Afwijkingen groter dan € 50.000 worden hieronder toegelicht. Hierbij vergelijken wij de gewijzigde begroting 2025 met de begroting 2026 en verder. 3.1 Economische ontwikkeling (lagere lasten € 259.000 en lagere baten € 267.000) Het grootste verschil in dit taakveld komt door de CDOKE-regeling (SPUK-regeling waarvan de huidige tranche loopt t/m 2027). De besteding van deze SPUK-gelden is niet in alle jaren gelijk. Hierdoor is de afwijking op de baten en lasten ten opzichte van 2025 identiek, want de kosten worden gedekt uit de specifieke uitkering. 4.2 Onderwijshuisvesting (lagere lasten € 1.532.000) In 2025 zijn er een aantal incidentele posten begroot die niet begroot worden in 2026, wat leidt tot een daling van de begrote lasten ten opzichte van 2025. Dit zijn overheveling van de bij de Perspectiefnota 2024 toegekende middelen voor 1 e inrichting 3 scholen (€ 98.000), bij de Voorjaarsrapportage 2025 toegekende middelen voor uitbreiding Internationale schakelklas voor het voorgezet onderwijs (ISK VO) (€ 50.000) en desinvestering school Tjalleberd (€ 97.000). Ook zijn de incidentele overgehevelde IHP budgetten (€ 2.115.000) nog niet begroot in 2026. Wanneer blijkt dat deze in 2025 nog niet volledig benut zijn, zullen wij met een voorstel tot overheveling komen.
In het kader van de jaarlijkse actualisatie van het programma Toekomstwijs (Integraal Huisvestingsplan voor het primair en voortgezet onderwijs (IHP PO en IHP VO)) stijgen de afschrijvings- en rentelasten. De stijging komt met name door de rentelasten en toegepaste indexering. In lijn met de verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs indexeren we jaarlijks onze investeringen met de BDB Index. Tevens desinvesteren we in een aantal scholen die we vervangen. De begrote last voor 2026 stijgt hierdoor met (€ 800.000). 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken (hogere lasten € 404.000) Bij de Perspectiefnota 2026 is incidenteel € 400.000 toegekend voor het opvangen van stijging van de lasten van leerlingenvervoer door indexatie en nieuwe en wettelijke voorwaarden rondom duurzaamheid bij leerlingenvervoer. 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie (hogere lasten € 351.000 en lagere baten € 134.000) De begrote lasten stijgen met € 430.000 door de doorbelasting van de salariskosten voor de taak inburgering naar dit taakveld. Dit betreft een interne verschuiving om te komen tot een zuiverdere doorbelasting. In 2025 was voor de Spuk onderwijsroute incidenteel zowel voor de lasten als de baten € 134.000 opgenomen. Deze komt niet terug in 2026.
6.3 Inkomstenregelingen (lagere lasten € 2.531.000 en lagere baten € 2.882.000) In 2025 hebben we een hogere bijdrage ( € 2,8 miljoen) uit de BUIG (Gebundelde uitkering in het kader van de bekostiging van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz) ontvangen. Wanneer we voor 2026 een hogere bijdrage ontvangen zal dit aan de gemeenteraad worden voorgelegd en de verwachting is dat dit resultaatneutraal verwerkt zal worden. Bij de Voorjaarsrapportage 2025 is voor de aanpassing van de BUIG in de lasten incidenteel € 770.000, voor aanpassing BUIG studietoeslag € 123.000 en voor loonkostensubsidie € 1.928.000 begroot.
56
6.4 WSW en beschut werk (lagere lasten € 753.000) Bij de Perspectiefnota 2026 is structureel € 100.000 toegekend vanuit het impulsbudget. In de decentralisatie- en integratie uitkering bij de Meicirculaire 2025 is € 326.000 beschikbaar gesteld ter dekking van de gestegen loonkosten als gevolg van de nieuwe Cao WSW. Dit is aan het budget voor WSW toegevoegd. Tevens is in de decentralisatieen integratie uitkering bij de Meicirculaire 2025 € 67.000 beschikbaar gesteld voor het ontwikkelen van een nieuwe sociale infrastructuur voor inwoners met een arbeidsbeperking. De doorbelasting van de salariskosten is € 1.248.000 lager. Dit betreft grotendeels de doorbelasting voor de jobcoaches, deze is verschoven naar taakveld 6.5 Arbeidsparticipatie. Daar horen ze ook en dat maakt de doorbelasting zuiverder. 6.5 Arbeidsparticipatie (hogere lasten € 1.038.000 en lagere baten € 105.000) De begrote lasten stijgen met € 1,1 miljoen door de doorbelasting van de salariskosten van de jobcoaches. De werkzaamheden van jobcoaches hebben betrekking op arbeidsparticipatie en zij stonden bij taakveld 6.4, per saldo heeft dit geen resultaateffect. Dit leidt tot een zuiverdere doorbelasting. De in 2025 begrote ESF bijdrage voor actieve en sociale inclusie (€ 105.000) is niet begroot in 2026 omdat deze nog niet bekend is.
57
Fysieke leefomgeving
Us Romte Input vanuit de raadsagenda • Wonen en volkshuisvesting • Duurzaamheid Input vanuit het hoofdlijnenakkoord • Opgaven uit het onderwijs • Wonen waar je wil • Een betere bereikbaarheid • Doen en laten in landschap en milieu
Aansluiting met programma's Binnen dit thema is er sprake van inhoudelijke samenhang met de programma's: • Een thuis voor iedereen • Landschap in balans • Energie van morgen • Toonaangevend in de circulaire samenleving • Dienstverlenende overheid
Beleidshuis van de omgevingswet Wat willen we bereiken? Het beleidshuis van de Omgevingswet is het kader voor alle ruimtelijke ontwikkelingen. In het beleidshuis voor de Omgevingswet maken we met de omgevingsvisie duidelijk waar we als gemeente naartoe willen tot 2050. Hoe we dit willen bereiken, werken we in omgevingsprogramma's uit. Deze verschillende beleidsdocumenten zijn de basis voor de juridische regels in het omgevingsplan. Doel: We versterken in 2026 de kwaliteit van de leefomgeving voor nu en de toekomst. Dit doen we door de langetermijnvisie uit te werken voor het omgevingsplan in de vorm van integrale beleidsmatige uitgangspunten. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? • Naar verwachting stelt de raad in december 2025 de uitgangspunten vast voor de nieuwe omgevingsvisie. In 2026 werken we de uitgangspunten verder uit. Parallel hieraan onderzoeken we de omgevingseffecten van de beleidskeuzes (OER). We actualiseren de definitieve omgevingsvisie en willen deze in het vierde kwartaal van 2026 of in het eerste kwartaal van 2027 ter vaststelling aan de raad aanbieden. • We stellen een nieuw mobiliteitsbeleid op. In 2025 is de Mobiliteitsvisie 2040 in de raad vastgesteld en in de eerste helft van 2026 leggen we het Mobiliteitsplan 2035 aan de raad voor. De Mobiliteitsvisie 2040 geeft richting aan de ontwikkeling van verkeer en vervoer in de gemeente op de lange termijn.
De visie vormt het strategische kader voor beleid en investeringen en draagt bij aan een bereikbare, leefbare, veilige en duurzame gemeente. De Mobiliteitsvisie 2040 en
59
•
•
Mobiliteitsplan 2035 worden daarna vertaald naar een uitvoeringsprogramma met een looptijd 2 á 3 jaar. Op 13 februari 2025 heeft de minister het wetsvoorstel Wet Versterking regie volkshuisvesting ter behandeling naar de Tweede Kamer gezonden. In het ontwerpbesluit van deze wet staat onder andere dat verschillende overheden een volkshuisvestingsprogramma en een urgentieverordening moeten opstellen. Wij werken daarom in de tweede helft van 2026 de woonvisie uit in een omgevingsprogramma volkshuisvesting. De urgentieverordening, die we in een provinciebrede samenwerking maken, bieden we naar verwachting in het vierde kwartaal van 2025 ter vaststelling aan de raad aan. In 2026 blijven we doorwerken aan de realisatie van één omgevingsplan voor de hele gemeente en willen we de werkzaamheden voor een standaard regelset afronden. Dit jaar gaan we aan de slag met een deel van de kern Heerenveen en maken we een begin met het deel buitengebied.
Maatschappelijke woonopgave Wat willen we bereiken? Met het vaststellen van de woonvisie heeft de raad het doel gesteld om tot 2030 minimaal tweeduizend woningen aan onze woningvoorraad toe te voegen. We willen van Heerenveen een thuis maken, waardoor we een goede mix van woningtypes en betaalbaarheidsklassen maken bij het toevoegen van woningen. Hierbij wordt rekening gehouden met de opgaven uit de vastgestelde woonzorgvisie. In Heerenveen Groeit zijn de projectlocaties benoemd waarop ingezet wordt om de uitbreiding van de woningvoorraad te bouwen. Heerenveen-West is de grootste uitleglocatie, die nodig is om ook in de toekomst in de woonbehoefte te voorzien. Heerenveen groeit en kijkt verder dan de autonome groei. Met onze inzet binnen het Fries Stedelijk Netwerk zetten wij in op het realiseren van meer woningen, om daarmee bij te dragen aan de nationale woonbehoefte. Daarnaast biedt de mogelijke komst van de Lelylijn unieke kansen voor verdere uitbreiding van onze gemeente. Wij bereiden ons voor op groei – doordacht, duurzaam en met oog voor de toekomst. Doel: In 2026 geven we uitvoering aan de maatschappelijke woonopgave door het proces van initiatief tot oplevering bij woningbouwontwikkelingen te versnellen en door de basis op orde te brengen van de hiervoor benodigde ambtelijke capaciteit.
Wat gaan we daarvoor doen in 2026? Basis op orde • We versterken in 2026 de ontwikkelprocessen om woningbouwprojecten te versnellen. Met het structureel op orde brengen van de ambtelijke basiscapaciteit zorgen we voor een goede verbinding tussen de maatschappelijke opgave, om de ambities op het gebied van volkshuisvesting in aantal, typologie en kwaliteit, ook gerealiseerd te krijgen. Daarnaast beoordelen we onze processen om te bepalen waar verbeteringen en versnelling aangebracht kunnen worden. Om dit te kunnen realiseren is het van belang dat we de vacatures kunnen vervullen in de huidigeze lastige arbeidsmarkt.