1.7 Bijlage 7 Bestemmingsplan Klaverblad Noordoost_sm
Tekst van het document
6 (20)
3
Uitgangspunten Ladder
In dit hoofdstuk worden de ruimtelijke uitgangspunten van het plan ten aanzien van de Ladder behandeld en wordt het plan in verhouding tot de begrippen ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ en ‘buiten bestaand stedelijk gebied’ toegelicht. 3.1
Ruimtelijke uitgangspunten
3.1.1 Ligging en bereikbaarheid Het plangebied voor het plan Klaverblad Noordoost (KNO) ligt langs de A7 ten noordoosten van de kern Heerenveen. Het plangebied is gelegen ten noorden van de A7, tussen knooppunt Heerenveen en afslag Tjalleberd. In het noorden wordt het plangebied omsloten door de watergang Binnendykster Haadfeart, in het oosten door de weg Pastoriesingel en in het westen door de weg Mercurius. Het plangebied zal ontsloten worden via de Pastoriesingel en de A7-aansluiting Tjalleberd.
Luinjeberd
Internationaal Bedrijventerrein Friesland
Heerenveen Figuur 1: Ligging Klaverblad Noordoost (KNO) (wit vlak)
3.1.2 Ruimtelijke opzet Klaverblad Noordoost bestaat uit een gebied van circa 120 ha aan de noordzijde van de A7, tegenover het bedrijventerrein IBF Heerenveen. Hier wil de gemeente Heerenveen een gebiedsontwikkeling realiseren die bestaat uit een bedrijventerrein van ongeveer 20 ha (netto), een zonnepark van ongeveer 30 ha en ongeveer 50 ha natuurinclusieve landbouw. In de inrichting van het plangebied wordt rekening gehouden met landschappelijke aspecten zoals de verkavelingsstructuur en zichtlijnen. Het bedrijventerrein wordt gefaseerd ontwikkeld. In eerste instantie wordt netto 20 ha bedrijventerrein ontwikkeld, waarvan de helft bestemd als ‘Bedrijventerrein’, de overige 10 ha als ‘Agrarisch’ met een
7 (20)
wijzigingsbevoegdheid tot ‘Bedrijventerrein’. In deze Ladderonderbouwing wordt dus uitgegaan van de realisatie van netto 20 hectare bedrijventerrein. In de regels van het bestemmingsplan wordt voor de wijzigingsbevoegdheid de voorwaarde opgenomen dat deze Ladderonderbouwing geactualiseerd moet worden bij gebruikmaking van deze wijzigingsbevoegdheid. 3.1.3 Doelgroep Bedrijventerrein Klaverblad Noordoost richt zich op een breed scala aan bedrijven die uitbreidingsruimte zoeken of nieuwvestiging voor ogen hebben. Vanwege de goed bereikbare locatie aan de A7 is het terrein met name geschikt voor (grootschalige) industriële en logistieke bedrijven. Op deze locatie is namelijk een directe ontsluiting op het hoofdwegennet (A- en N-wegen) voor (vracht)verkeer aanwezig. De toekomstige bedrijfsactiviteiten hebben een milieucategorie van ten hoogste 4.2. De minimale kavelgrootte voor deze bedrijven is 2 ha. De minimale kavelgrootte en de maximale milieucategorie worden geborgd in het bestemmingsplan. Bij eventuele reststroken kunnen bij uitzondering bedrijven worden toegestaan op een kavel kleiner dan 2 hectare. De bedrijvenlijst die bij het bestemmingsplan wordt gevoegd, waarop de bedrijfsactiviteiten staan die zijn toegestaan, wordt breed ingestoken.
3.2 Uitgangspunten van de Ladder De Ladder is een motiveringsvereiste voor ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. In de toelichting van het bestemmingsplan dient dan een motivering voor de Ladder te zijn opgenomen. De Ladder is verankerd in artikel 3.1.6 lid 2 Bro en luidt als volgt: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.’ De Ladder voor duurzame verstedelijking uit 2012 is herzien. De herziening is op 1 juli 2017 in werking getreden. De belangrijkste wijziging betreft een vereenvoudiging door het loslaten van de afzonderlijke treden. Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. De Ladder is alleen van toepassing op een plan dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Is dit het geval is een beschrijving van de behoefte nodig. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied is een uitgebreidere motivering vereist waarin wordt ingegaan op de vraag waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien.
We gaan hierna achtereenvolgens in op de vraag (1) of er, in het geval van KNO, sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en (2) of de ontwikkeling binnen of buiten bestaand stedelijk gebied is gelegen. 3.2.1 Nieuwe stedelijke ontwikkeling Is er sprake van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, dan is een plan Ladderplichtig. Een stedelijke ontwikkeling wordt in artikel 1.1.1 Bro gedefinieerd als een: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijk voorzieningen’.
8 (20)
In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang van een stedelijke ontwikkeling vastgesteld; jurisprudentie geeft meer duidelijkheid. Voor bedrijventerreinen is de ondergrens veelal afhankelijk van de locatie en van de aard van het plan. Voor ontwikkelingen in de vorm van een terrein is 'in beginsel' geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m² bedraagt. Gezien de beoogde ontwikkeling van meerdere hectares netto bedrijventerrein, wordt aangenomen dat Klaverblad Noordoost een stedelijke ontwikkeling is. De Ladder is alleen van toepassing als de stedelijke ontwikkeling nieuw is. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe bestemmingsplan meer bebouwing mogelijk maakt of een functiewijziging van zodanige aard en omvang dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Aan beide voorwaarden wordt bij Klaverblad Noordoost voldaan. De bebouwingsmogelijkheden nemen toe en er wordt een bedrijventerreinbestemming toegekend aan de gronden in het plangebied waarmee de functie van het gebied wijzigt. In het vigerende bestemmingsplan heeft het gebied immers een agrarische functie. Ofwel: het nieuwe bestemmingsplan is Ladderplichtig. 3.2.2 Buiten bestaand stedelijk gebied Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied is extra motivering vereist.
De begrenzing van ‘bestaand bebouwd gebied’ en ‘buitengebied’ in de provincie Fryslân staat in de Verordening Romte weergegeven. De globale ligging van Klaverblad Noordoost ten opzichte van het buitengebied staat weergegeven in figuur 1.
Figuur 2: Buitengebied en globale ligging Klaverblad Noordoost
Hieruit blijkt dat het planvoornemen in het buitengebied en dus buiten bestaand stedelijk gebied is gelegen. Artikel 1.1.1 Bro geeft daarnaast als definitie van bestaand stedelijk gebied:
9 (20)
‘Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Het nieuwe bestemmingsplan maakt een ontwikkeling mogelijk van een buitenstedelijk gebied naar een plan met een bedrijfsfunctie (bedrijventerrein). We constateren dat de ligging niet kan worden gezien als ‘binnen het bestaand stedelijk gebied’. Een extra afweging van alternatieven binnen bestaand stedelijk gebied is daarom noodzakelijk.
10 (20)
4
Vraag-aanbod analyse kavels
In dit hoofdstuk wordt de analyse beschreven ten aanzien van vraag en aanbod van alle kavels in Zuidoost Fryslân. Ook wordt ingegaan op het specifieke segment van kavels groter dan 2 ha. Allereerst wordt de programmatische aanpak van ontwikkeling van bedrijventerreinen behandeld. 4.1 Programmering bedrijventerreinen Zoals in de Nationale Omgevingsvisie is aangegeven (zie paragraaf 2.1) moeten tekorten en overschotten van kantoren, winkels en bedrijventerreinen voorkomen worden. Een zorgvuldige raming van ruimtebehoefte en aanbod op regionaal niveau is daarbij van groot belang voor een efficiënt ruimtegebruik. Gemeenten willen enerzijds geen ’nee’ moeten verkopen zodra er een initiatief voor een bedrijfsvestiging bij de gemeente binnenkomt. Anderzijds wil de gemeente ook niet op te grote schaal bedrijfslocaties ontwikkelen vanwege financiële risico’s en efficiënt ruimtegebruik. Het ontwikkelen en verkopen van kavels is een proces van jaren met soms ook forse fluctuaties. Gemeenten werken daarom altijd met een voorraad aan bedrijventerrein. Op regionaal niveau worden ook keuzes gemaakt welke bedrijfsactiviteiten waar mogen ontplooien en waar niet. Tussen het eerste idee voor ontwikkeling van een bedrijventerrein en de realisatie van een bedrijfslocatie zit vele jaren.
Voor het gebied moet een masterplan of visie opgesteld worden, programmatische uitgangspunten moeten worden bepaald (hoeveel hectares bedrijventerrein, groen, water), planologisch moet er veel geregeld worden (m.e.r., structuurvisie, bestemmingsplan, et cetera), onderzoeken moeten worden uitgevoerd, vergunningen moeten worden aangevraagd, et cetera. Al deze stappen nemen zo 5 tot 10 jaren in beslag. Een gemeente dient dus altijd aan voorraadvorming te doen: vroegtijdig plannen ontwikkelen voordat het harde aanbod op nul uitkomt. Een ‘frictieleegstand’ van 4 à 5% is dan ook normaal en kenmerkend voor een gezonde bedrijventerreinenmarkt1. Frictieleegstand is de leegstand die voor een gezonde bedrijventerreinenmarkt gewenst wordt geacht, omdat het daarvoor nodig is dat er altijd een zeker niveau van aanbod in de bestaande bebouwing beschikbaar is, zodat bedrijvigheid die wil uitbreiden of verplaatsen voldoende alternatieven heeft. Ook voor het percentage onbebouwde reserves kan een basisniveau van 5% worden gehanteerd. Met deze voorraadvorming wordt rekening gehouden in de regionale programmering van bedrijventerreinen. Door gebruik te maken van vraagprognose-onderzoeken wordt inzicht verkregen in de verwachte vraag voor de komende jaren. Zo kunnen overheden op tijd met de planvorming starten.
1 Bureau Louter (2021). Bedrijventerreinen in Fryslân. Vraagprognose tot 2035
11 (20)
4.2 Vraagprognose In deze paragraaf wordt ingegaan op de prognose van de vraag naar kavels voor de korte en lange termijn. Ook wordt de specifieke vraagprognose naar het segment grootschalige kavels (groter dan 2 ha) behandeld. Een liggend streepje (-) tussen twee jaartallen om een periode aan te duiden betekent ‘tot’. Voorbeeld: 2026-2030 is 2026 tot en met 2029 (of van 1 januari 2026 tot 1 januari 2030). 4.2.1 Vraag totaal De gemeenten in de regio concluderen in de Afspraken ZO 2019-2026/2030 dat, mede dankzij de ontwikkeling in Heerenveen en Drachten, de regio het in economisch opzicht goed gaat. Productie- en logistieke activiteiten nemen nog altijd een groot deel van de werkgelegenheid in Zuidoost Fryslân voor hun rekening. Met name Heerenveen en Drachten tellen een relatief groot aantal snelgroeiende bedrijven en laten een sterke ontwikkeling van de werkgelegenheid zien. Het beleidsdocument Afspraken ZO 2019-2026/2030 concludeert dat de totale beoogde vraag naar oppervlaktes bedrijventerrein voor de periode 2019-2030 in de regio Zuidoost 100,0 ha bedraagt (zie figuur 3). Gemeente Heerenveen Smallingerland Opsterland Weststellingwerf Ooststellingwerf Totaal Correctie na 2025
Vraag in ha 2019-2030 42,1 21,8 19,0 9,2 0,5 92,5 +7,5
Totale vraag 100,0 Figuur 3: Totale vraag 2019-2030 (bron: Afspraken ZO 2019-2026/2030)
In april 2021 is door Bureau Louter2 de vraagprognose van de bedrijventerreinen in de provincie Fryslân geactualiseerd tot 2026 en 2035. In de prognose voor de periode 20212026 en 2026-2035 wordt uitgegaan van vier scenario’s. De twee middenscenario’s (TM- en SE-scenario) worden door Louter het meest waarschijnlijk geacht. De twee buitenste scenario’s (RC- en GE-scenario) geven vooral een bandbreedte aan tussen een zeer ongunstige economische ontwikkeling en relatief gunstige ontwikkeling. Voor de periode 2021-2026 wordt verwacht dat de vraag naar bedrijventerreinen in de regio Zuidoost gemiddeld genomen tussen de 13,9 en 14,9 ha per jaar zal zijn, uitgaande van de middenscenario’s. Voor de gemeente Heerenveen ligt dit aantal tussen de 5,1 en 5,5 ha per jaar. Voor de periode 2026-2035 wordt ingeschat dat de verwachte vraag naar bedrijventerreinen in de regio Zuidoost volgens de middenscenario’s tussen de 13,0 en 14,1 ha per jaar is. In de gemeente Heerenveen is de verwachting tussen de 4,4 en 4,7 ha per jaar. De verwachte vraag per jaar neemt dus iets af ten opzichte van 2021-2026, maar blijft aanhouden. 2 Bureau Louter (2021). Bedrijventerreinen in Fryslân. Vraagprognose tot 2035
12 (20)
Het onderzoek van Bureau Louter houdt een termijn aan tot 2035, terwijl deze Ladderonderbouwing uitgaat van een termijn tot 2030 om de vraag naar kavels te bepalen. Daarom zijn de gegevens van Bureau Louter voor 2026-2035 in het kader van deze onderbouwing geïnterpoleerd om de vraag voor 2026-2030 te bepalen. Uitgaande van de twee middenscenario’s is de beoogde totale vraag in Zuidoost Fryslân tot 2030 circa 122 tot 132 ha (zie figuur 4). Binnen de gemeente Heerenveen bedraagt de beoogde totale vraag tussen de 43 en 46 ha tot 2030. Periode Regio Zuidoost Fryslân Gemeente Heerenveen Vraag in ha 2021-2026 69,5 - 74,5 25,5 - 27,5 Vraag in ha 2026-2030 52,0 - 57,6 17,6 - 18,8 Vraag in ha 2021122 - 132 43 - 46 20303 Figuur 4: Geactualiseerde totale vraag 2021-2030 (bron: Bureau Louter 2021)
4.2.2 Vraag grote kavels (> 2 ha) Het grootste aandeel van de vraag naar kavels komt uit de sectoren Distributie, Industrie, Perifere detailhandel en Verzorgende diensten, zoals Bureau Louter constateert in de rapportage ‘Vraagprognoses tot 2035’. Dit is te zien in de huidige uitgegeven hectares bedrijventerrein, maar deze vraag naar kavels vanuit deze sectoren houdt ook de komende jaren (2021-2026 en 2026-2035) aan. Deze vraagbehoefte van industrie en logistiek is gebaat bij bedrijventerreinen met ruime kavels en infrastructuur die goed is ontsloten op auto(snel)wegen. Hiervoor komen in aanmerking de terreinen in Heerenveen (A7/A32/N32) en Smallingerland (A7/N31). Vanuit provinciaal beleid mogen bovendien in de gemeenten Opsterland (behoudens A7-zuid), Weststellingwerf en Ooststellingwerf in principe geen kavels groter dan 1 ha worden uitgegeven. In de rapportage van Future Insight4 constateert de Stec Groep dat circa 30% van de totale vraag naar kavels ten behoeve van grootschalige industrie en logistiek is. Deze brede sector heeft een ruimtebehoefte van kavels van meer dan 2 ha. Voor Zuidoost Fryslân betekent dit, als onderdeel van de totale vraag van circa 122 tot 132 ha, een vraagbehoefte van grootschalige industrie en logistiek van ongeveer 36 tot 40 ha tot 2030.
4.3 Aanbod In deze paragraaf wordt ingegaan op het huidige aanbod en de prognose van het aanbod naar kavels voor de korte en lange termijn. Ook wordt het specifieke aanbod naar het segment grootschalige kavels (groter dan 2 ha) behandeld. 4.3.1 Aanbod totaal Uit de Afspraken ZO 2019-2026/2030 wordt geconstateerd dat op 1 januari 2019 in de gemeenten van de regio Zuidoost nog 209 ha uitgeefbare kavels op bedrijventerreinen beschikbaar waren zoals in figuur 5 staat weergegeven.
3 Voor de leesbaarheid is de som van beide periodes een afgerond getal
4 Future Insight (2018). Quickscan bedrijventerreinen Zuidoost Fryslân; afstemming tussen vraag en aanbod.
13 (20)
Gemeente Heerenveen Smallingerland Opsterland Weststellingwerf Ooststellingwerf
Aanbod in ha in 2019 66,5 98,0 5,0 19,5 20,0
Deprogrammeren 11,0 39,0 0,0 3,0 9,0
Aanbod na deprogrammeren 55,5 59,0 5,0 16,5 11,0
Totale vraag 209,0 62,0 Figuur 5: Aanbod en deprogrammeren (bron: Afspraken ZO 2019-2026/2030)
147,0
Om meer balans te brengen in het aanbod en de behoefte, en om ruimte te creëren voor noodzakelijke nieuwe ontwikkelingen deprogrammeert de regio bedrijventerreinkavels, oftewel, aangewezen kavels bedrijventerrein worden weggenomen uit het aanbod. Het deprogrammeren van bedrijventerreinen kan op twee manieren, namelijk juridisch en bestuurlijk: • Bij juridisch deprogrammeren wordt het bestemmingsplan aangepast waardoor een bestemming als ‘bedrijventerrein’ of ‘bedrijfsdoeleinden’ wordt ingewisseld voor een andere bestemming die de vestiging van bedrijven uitsluit (bijvoorbeeld agrarisch of natuur). Dat omvat ook het intrekken van eventuele wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten. • Bestuurlijk deprogrammeren houdt in dat het bestemmingsplan ongewijzigd blijft maar op andere wijze wordt bereikt dat bedrijfsvestiging is uitgesloten, bijvoorbeeld doordat B&W zich verbinden om ter plekke geen bedrijfsgrond meer uit te geven of geen gebruik maken van een bevoegdheid tot wijziging van een bestemmingsplan. In de Afspraken ZO 2019-2026/2030 is vastgesteld dat de regio Zuidoost Friesland zes bedrijventerreinen van gezamenlijk 62 ha gaat deprogrammeren, zowel bestuurlijk als juridisch. Door te deprogrammeren wordt ruim 62 ha (potentieel) aanbod uit de markt gehaald.
Door dit deprogrammeren en het beperkt toevoegen van specifiek aanbod wordt het harde aanbod uit 2019 teruggebracht van 209 tot 147 ha. Het aanbod is in 2021 bij de actualisatie opnieuw in kaart gebracht (zie figuur 6). Daaruit bleek dat er nog 136 ha uitgeefbare kavels zijn in de regio. Gemeente
Aanbod in ha Aanbod in ha In 2019 In 2021 Heerenveen 66,5 64,75 Smallingerland 98,0 43,26 Opsterland 5,0 6,5 Weststellingwerf 19,5 12,6 Ooststellingwerf 20,0 10,0 Totale vraag 209,0 136,8 Figuur 6: Aanbod in 2019 (bron: Afspraken ZO) en 2021 (bron: aangeleverd door Provincie Fryslân)
Ten aanzien van het huidige aanbod (136,8 ha) en de verwachte vraag tot 2030 (122 tot 132 ha) is er sprake van een verwachte overcapaciteit van circa 5 tot 15 ha in 2030. Deze overcapaciteit ligt rond de frictieleegstand van circa 5% van het totale aanbod. 5 Het aanbod in Heerenveen is exclusief de realisatie van Klaverblad Noordoost
6 Het aanbod van 43,2 ha is het aanbod na bestuurlijk deprogrammeren (i.e. 39 ha (Nijtap, Vrijburgh, Azeven
Drachten laatste fase))
14 (20)
4.3.2 Aanbod grote kavels (> 2 ha) Kwalitatief gezien is er een mismatch tussen vraag en aanbod in de regio Zuidoost: de beschikbaarheid van grote kavels (> 2 ha) is laag. Navraag bij de gemeenten wijst uit dat voor grote kavels de regio Zuidoost een beperkt aanbod heeft in de harde planvoorraad: • In Smallingerland is in 2021 nog circa 7 ha beschikbaar, verdeeld over drie kavels. Twee kavels van 2 ha zijn gelegen op bedrijventerrein De Haven, waarbij de verplichting geldt dat bedrijven die zich daar vestigen watergebonden moeten zijn. Op bedrijventerrein Azeven-Noord is nog een kavel van 3 ha beschikbaar; • De voorraad van grote kavels in Heerenveen is in 2021 bepaald op 20,5 ha; • In de overige gemeenten van de regio Zuidoost worden geen grote kavels aangeboden. Geconcludeerd kan worden dat in de regio Zuidoost Fryslân ten opzichte van de vraag voor dit segment van grote kavels (36-40 ha, zie paragraaf 4.2.2) voor industrie en logistiek nog in beperkte mate grote kavels (> 2 ha) beschikbaar zijn, namelijk 23,5 ha. Aangezien het aanbod van grote kavels een uniek segment is, wordt voor dit aanbod niet alleen naar de regio Zuidoost gekeken. Ook voor de regio Zuidwest (gemeenten De Fryske Marren en Súdwest-Fryslân) zijn afspraken over bedrijventerreinontwikkeling vastgelegd in een bedrijventerreinenvisie. De meest recente visie dateert uit oktober 2017.
Grote kavels worden in principe alleen in Sneek aangeboden. Op het gebied van grote kavels was in de regio Zuidwest geen hard aanbod aanwezig in 2017. De gemeente Súdwest-Fryslân ontwikkelt nu wel bedrijventerrein De Hemmen III. De vraag naar grootschalige kavels groter dan 2 ha moet hier worden opgevangen. De Hemmen III wordt in twee fasen ontwikkeld. De eerste fase van circa 12,5 ha biedt ruimte voor bedrijven van minimaal 1 ha. Voor een tweede fase van 12,5 ha zijn nog geen concrete plannen. 4.4 Resumé Gezien de huidige uitgifte en prognose tot 2030, aangevuld met het voornemen om te deprogrammeren, bedraagt het harde aanbod in Zuidoost Fryslân nog 136,8 ha tot 2030. De vraag tot 2030 wordt geschat op 122 tot 132 ha. Met in achtneming van de frictieleegstand van 5% is te concluderen dat het aanbod en de vraag aan elkaar gelijk zijn omstreeks 2030. Ten aanzien van het segment van kavels groter dan 2 ha is het aanbod in Zuidoost voor de sector logistiek en distributie beperkt, namelijk 23,5 ha. De vraag naar grote kavels tot 2030 bedraagt circa 36 tot 40 ha en overstijgt dus het aanbod.
15 (20)
5
Aanbod in bestaand stedelijk gebied
In hoofdstuk 4 is de regionale vraag en aanbod voor Zuidoost Fryslân inzichtelijk gemaakt. Dit hoofdstuk gaat in op het actuele harde aanbod en mogelijkheden door herstructurering in de gemeente Heerenveen. 5.1 Bouwen binnen bestaand stedelijk gebied Hieronder wordt ingegaan op de huidige plancapaciteit van Heerenveen voor alle kavels en specifiek voor grote kavels. Daarnaast worden de mogelijkheden tot herstructurering van bestaande bedrijventerreinen in Heerenveen verkend. 5.1.1 Aanbod kavels Heerenveen In het document Afspraken ZO 2019-2026/2030 is per gemeente een overzicht gemaakt van het aanbod in 2018. In de gemeente Heerenveen was op 1 januari 2018 nog circa 84,9 ha beschikbaar. Stec Groep7 heeft in het eerste kwartaal van 2021 een actualisatie gemaakt, waarbij bleek dat er nog 51,7 ha beschikbaar was. Daarnaast zijn in de loop van 2021 op Spikerboor, Haskerveen / Kanaal West en IBF nog terreinen verkocht. In figuur 7 staan de vier bedrijventerreinen van de gemeente Heerenveen weergegeven met het aanbod in 2018, 2021 en de meest actuele capaciteit in het derde kwartaal van 2021. Bedrijventerrein
Aanbod Aanbod Aanbod 2018 Q1 2021 Q3 2021 Spikerboor 1,8 0,3 0,0 De Kavels 6,2 2,8 2,8 Haskerveen / Kanaal West 16,4 10,4 9,0 IBF 60,5 38,5 35,4 Totale aanbod 84,9 51,7 47,2 Figuur 7: Hard aanbod bedrijventerreinen Heerenveen 2018 (bron: Afspraken ZO 2019-2026/2030) en 2021 (bron: Monitor Grondbedrijf gemeente Heerenveen, juli 2021)
Op Spikerboor is dus geen aanbod meer en ook De Kavels is grotendeels uitverkocht. De actuele voorraad bevindt zich voornamelijk op bedrijventerreinen Haskerveen / Kanaal West en IBF. 5.1.2 Aanbod grote kavels Heerenveen Ten aanzien van grote kavels in de gemeente Heerenveen kan het volgende geconcludeerd worden: • Op De Kavels beschikt de gemeente Heerenveen over één kavel van circa 2,2 ha; • De beschikbare kavels op bedrijventerrein Haskerveen / Kanaal West zijn in principe niet bedoeld voor transport en logistiek. De ambitie van de gemeente Heerenveen is om Haskerveen te profileren als cluster gericht op het sluiten van kringlopen (circulariteit). Bij de uitgifte van kavels houdt de gemeente hier rekening mee. Drie kavels van in totaal 8,1 ha zijn beschikbaar; • Het bedrijventerrein IBF heeft nog één kavel van circa 3,6 ha en één kavel van circa 6,6 ha beschikbaar. De overige 25,2 ha van het aanbod op dit bedrijventerrein betreft kavels kleiner dan 2 ha.
7 Stec Groep (2021). Advies uitgiftetempo bedrijventerreinen Heerenveen; actualisatie 2021
16 (20)
Deze gegevens leiden tot de tabel in figuur 8, waarin het huidige actuele aanbod van alle kavels en het actuele aanbod van grote kavels staan weergegeven. Bedrijventerrein
Aanbod kavels Q3 2021 (ha) 0,0 2,8 9,0
Aanbod grote kavels Q3 2021 (ha) 0,0 2,2 8,1
Spikerboor De Kavels Haskerveen / Kanaal West IBF 35,4 10,2 Totale aanbod 47,2 20,5 Figuur 8: Hard aanbod kavels groter dan 2 ha (bron: Monitor Grondbedrijf gem. Heerenveen, juli 2021)
De grote kavels voor grootschalige distributie en logistiek zijn, zoals hierboven beschreven, enkel op bedrijventerrein De Kavels en IBF gewenst. Op deze bedrijventerreinen is nog circa 20,5 ha beschikbaar. Op bedrijventerrein Haskerveen / Kanaal West wordt ruimte geboden voor andere sectoren dan grootschalige industrie en logistiek. 5.1.3 Herstructurering (vervangingsvraag) Herstructurering is een vorm van zorgvuldig ruimtegebruik: als de bestaande terreinen op orde zijn of ondernemers op verouderde terreinen een duidelijk perspectief hebben op revitalisering van het terrein voorkomt dit onnodige verhuisbewegingen naar voornamelijk nieuwe bedrijventerreinen. Een aantal jaren geleden is in de regio de onbebouwde leegstand in beeld gebracht. Onbebouwde leegstand is onbebouwd terrein dat in bezit is bij bedrijven, bijvoorbeeld gekocht met het oog op toekomstige uitbreiding. Waar de regio meende dat er kansen lagen zijn gesprekken aangegaan met deze bedrijven. Dat heeft in sommige gevallen geleid tot het (door andere bedrijven) kunnen benutten van deze gronden, zo ook in Heerenveen. De mogelijkheden voor herstructurering van bedrijventerreinen in Heerenveen zijn verkend. Heerenveen-Zuid Voor Heerenveen-Zuid geldt dat er geen mogelijkheden zijn voor herstructurering. Het terrein is volledig uitgegeven en de gemeente heeft geen uitgeefbare grond meer beschikbaar.
Op de locatie Jongbloed binnen Heerenveen-Zuid (Oudeschoot) komt 4 ha vrij, maar deze locatie wordt ingevuld met woningbouw en is ook bestemd als zodanig bestemd. Het vestigen van bedrijven op deze locatie is niet mogelijk. Kanaal Voor bedrijventerrein Kanaal is herstructurering ook niet mogelijk. Er is geen uitgeefbare grond meer in het bezit van de gemeente. Er is nog één locatie onbebouwd en gereserveerd als mogelijke uitbreidingslocatie. Vanwege de ligging (ingesloten tussen snelweg en waterwegen) leent dit industriegebied zich niet echt voor herstructurering. Grote kavels (> 2 ha) kunnen hier niet ingepast worden. 5.2 Resumé Ten aanzien van de beschikbare ruimte binnen bestaand stedelijk gebied kan de conclusie getrokken worden dat er nog enig aanbod aanwezig is (47,2 ha in het derde kwartaal van 2021). In combinatie met de vraagprognoses voor de komende jaren voor de gemeente (tussen de 43 en 46 ha tot 2030) en een frictieleegstand van 5% is te concluderen dat het aanbod en de vraag aan elkaar gelijk zijn omstreeks 2030.
17 (20)
Voor grootschalige kavels is het aanbod in de gemeente Heerenveen circa 20,5 ha, verspreid over zes kavels. In Smallingerland (Drachten) is nog één grootschalige kavel van 3 ha beschikbaar. In totaal is er dus 23,5 hectare harde aanbod aanwezig. Ten aanzien van de regionale vraag naar grote kavels (36 tot 40 ha) tot 2030 is het aanbod onvoldoende om te voorzien in de vraag voor die periode. Er is een regionale behoefte naar circa 12,5 tot 16,5 hectare bedrijventerrein met grote kavels voor de transport en logistiek. Daarnaast is herstructurering van bedrijventerreinen in Heerenveen niet mogelijk om nog extra (grootschalige) bedrijven te kunnen vestigen. Bouwen binnen bestaand stedelijk gebied is dus geen optie ten aanzien van de uitgangspunten.
18 (20)
6
Conclusie
Voorliggende Ladderonderbouwing heeft de actuele en verwachte vraag en het harde aanbod van bedrijventerreinen in Zuidoost Fryslân en specifiek voor Heerenveen inzichtelijk gemaakt. Hieruit blijkt dat tot 2030 de regio nog kan faciliteren in de vraag naar kavels in het algemeen. Met het aanbod van 136,8 ha in 2021, en de verwachte vraag van 122 tot 132 ha tot 2030 wordt het resterende aanbod in de regio Zuidoost teruggebracht tot circa 5 tot 15 ha tot 2030. Met in achtneming van de frictieleegstand van 5% is te concluderen dat het aanbod en de vraag aan elkaar gelijk zijn omstreeks 2030. Daarnaast is er een gering aanbod van grote kavels (> 2 ha) in de regio Zuidoost nabij de auto(snel)wegen in Drachten en Heerenveen. Enerzijds is het actuele aanbod van grote kavels voor grootschalige logistiek en industrie in Zuidoost Fryslân zeer beperkt, waarbij Drachten en Heerenveen de enige mogelijke locaties zijn (respectievelijk 3 ha en 20,5 ha). Anderzijds houdt de vraag naar grote kavels de komende jaren aan. Tot 2030 wordt verwacht dat de vraag circa 36 tot 40 ha zal zijn. Binnen bestaand stedelijk gebied zijn geen mogelijkheden om te faciliteren in deze vraag. Uitbreiding buiten bestaand gebied is de enige mogelijkheid om te kunnen voorzien in de vraag naar grote bedrijfskavels in Heerenveen.
De geplande realisatie van bedrijventerrein Klaverblad Noordoost beslaat circa 20 ha netto, waarvan 10 ha bestemd als ‘Bedrijventerrein’, de overige 10 ha als ‘Agrarisch’ met een wijzigingsbevoegdheid tot ‘Bedrijventerrein’. Er bestaat voldoende actuele regionale behoefte om het bedrijventerrein Klaverblad Noordoost te ontwikkelen, met name binnen het beoogde segment grootschalige industrie en logistiek.
19 (20)
Bijlage 2
Notitie
Waterstructuurplan bedrijventerrein Klaverblad Noordoost Notitie Documentnummer:
N02-D01-21211203-lwf
Status en datum:
Definitief/01 4 juni 2021
Auteur:
ing. L.C. van der Werf en ing. R.H.M. Eeftink
Opdrachtgever:
Gemeente Heerenveen Postbus 15000 8440 GA Heerenveen
BIJLAGEN I.
Waterhuishouding, peilgebieden, dammen, duikers, riolering KNO Heerenveen
II.
Uitgangspuntennotitie
Waterstructuurplan bedrijventerrein Klaverblad Noordoost Notitie N02-C01-21211203-lwf
Inleiding Gemeente Heerenveen is bezig met het ontwikkelen van het bedrijventerrein Klaverblad Noordoost in Heerenveen (KNO). Roelofs Advies en Ontwerp is gevraagd onderzoek uit te voeren naar de waterhuishoudkundige aspecten van de voorgenomen ontwikkeling en hierin te adviseren. Voorliggende notitie bevat het waterstructuurplan. Eerder is door Roelofs een uitgangspuntennotitie opgesteld. Deze hebben wij als bijlage toegevoegd.
Plangebied Het plangebied KNO beslaat een oppervlakte van 133 ha. Hierbij is in fase 1 uitgegaan van een netto uitgeefbaar terrein van 63 ha voor natuurinclusieve landbouw, 20 ha zonnepark en 10 ha bedrijven (netto uitgeefbaar terrein). De rest van het plangebied bestaat uit water, groen en wegen. In afbeelding 1 is de ligging van het plangebied weergegeven. In fase 2 zou aanvullend 10 ha bedrijfsgrond gerealiseerd worden, dit gaat onder andere ten koste van landbouwgrond.
Afbeelding 1: Plangebied KNO
Waterstructuurplan bedrijventerrein Klaverblad Noordoost – Notitie N02-D01-21211203-lwf
1
Notitie In afbeelding 2 is het voorlopig ontwerp stedenbouwkundig plan KNO van 21 mei 2021 weergegeven (VO+).
Afbeelding 2: Voorlopig ontwerp (VO+) stedenbouw KNO (21 mei 2021)
In afbeelding 2 is alleen fase 1 (oranje) weergegeven. Fase 2 komt direct ten westen van fase 1. Tijdens het vooroverleg met gemeente Heerenveen en Wetterskip Fryslân is besloten dat de bermsloot langs de A7 niet als waterberging zal worden gebruikt. Het waterschap heeft een voorkeur voor een watergang ten noorden van het zonnepark. Ten zuiden van het zonnepark komt een watergang parallel aan de bermsloot van de A7 met een plas-draszone (zie afbeelding 3). Bovendien komt er een landtong van circa 7 m breedte tussen de watergang en de bermsloot te liggen ten behoeve van onderhoud.
Afbeelding 3: Principeschets watergang met plas-draszone ten zuiden van het zonnepark
Waterstructuurplan bedrijventerrein Klaverblad Noordoost – Notitie N02-D01-21211203-lwf
2
Notitie Hoogteligging gebied In afbeelding 4 is de hoogteligging van het bestaande maaiveld weergegeven (bron AHN4). Te zien is dat het talud van de overgang over de A7 aan de oostkant relatief hoog ligt.
Afbeelding 4: Hoogteligging plangebied (bron AHN4)
Aan de oostkant dient het terrein t.b.v. het bedrijventerrein te worden opgehoogd, de natuurinclusieve landbouw aan de westkant en het zonnepark blijven globaal op dezelfde hoogte liggen als het bestaande maaiveld. Voor de aanleg van de waterpartijen dient ontgraving plaats te vinden, waarbij gestreefd wordt naar een sluitende grondbalans. De bestaande maaiveldhoogtes liggen tussen de NAP – 0,75 m en NAP – 1,50 m.
Waterstructuurplan bedrijventerrein Klaverblad Noordoost – Notitie N02-D01-21211203-lwf
3
Notitie Bodemopbouw en geohydrologie De bodem bestaat uit matig fijn zand met veenlagen. Deze veenlagen worden niet in alle boringen, afkomstig uit Dinoloket, aangetroffen. De bodem vertoont, wat betreft de veenlagen, een grote mate van heterogeniteit. Op enkele meters diepte zit een leemlaag.
Afbeelding 5: Bodemopbouw (bron Dinoloket)
Waterstructuurplan bedrijventerrein Klaverblad Noordoost – Notitie N02-D01-21211203-lwf
4
Notitie Oppervlaktewater In afbeelding 6 zijn de leggergegevens van de watergangen en waterpeilen in de bestaande situatie weergegeven. Te zien is dat aan de zuidoostkant een duiker van het bedrijventerrein IBF onder de A7 door ligt. Deze duiker sluit aan op een leggerwatergang die het water afvoert naar de Binnendijkse Hoofdvaart. De Binnendijkse Hoofdvaart heeft een peil van NAP – 2,60 m. Bovenstrooms van de inlaat in de Binnendijkse Hoofdvaart zit een afsluiter die als waterscheiding fungeert. Benedenstrooms van de inlaat voert de Binnendijkse Hoofdvaart af richting de Pastoriesingel.
Afbeelding 6: Legger Wetterskip Fryslân
Het waterpeil in de leggerwatergang binnen het plangebied is NAP – 2,30 m. Dat is ook het waterpeil op het bedrijventerrein IBF aan de zuidkant van de A7, welke gestuwd wordt door een V-stuw ten behoeve van de landelijke afvoer. De leggerwatergang die van het zuiden naar het noorden door het plangebied stroomt betreft een hoofdwatergang. Er dient rekening gehouden te worden met onderhoudsstroken van 5 m aan beide zijden van de hoofdwatergang. Dit geldt ook voor het deel van de hoofdwatergang tussen de percelen die ingezet worden als zonnepark. Wetterskip Fryslân heeft de afmetingen van de hoofdwatergangen aangegeven (zie afbeelding 7).
Waterstructuurplan bedrijventerrein Klaverblad Noordoost – Notitie N02-D01-21211203-lwf
5
Notitie
Afbeelding 7: Dimenisonering hoofdwatergangen (Wetterskip Fryslân)
Het plangebied bestaat op dit moment uit twee peilgebieden (NAP – 2,30 m aan de oostkant, NAP – 2,60 m aan de westkant). Het water in het peilgebied NAP – 2,30 m voert af richting een te realiseren peilgestuurde (automatische) klepstuw ten behoeve van de landelijke afvoer aan de noordoostzijde van het plangebied, net voor de inlaat op de Binnendijkse Hoofdvaart. De watergangen binnen het plangebied voeren af in de richting van deze nieuwe stuw. De bestaande stuw ter plaatse van de A7 kan hierdoor komen te vervallen. Het water in het peilgebied met een peil van NAP – 2,60 m voert af naar de noordkant (Binnendijkse Hoofdvaart). Een kleine uitstulping van het lage peilgebied ligt ter plaatse van het bedrijventerrein fase 2. Dit stukje (ca 3 ha) zal t.z.t. dan bij het hoge peilgebied betrokken worden, de bestaande watergang wordt immers gedempt. Daarnaast wordt ten behoeve van de doorstroming een peilwijziging doorgevoerd voor het peil rondom het meest westelijk gelegen deel van het zonnepark. Dit dient nog wel met Wetterskip Fryslân afgestemd te worden. De watergangen aan weerszijden van de peilscheiding dienen niet met elkaar verbonden te worden. Hiermee wordt de bestaande peilscheiding in stand gehouden.
De te graven watergang aan de noordkant van het zonnepark is bedoeld om het water uit de van noord naar zuid afvoerende watergangen in het peilgebied op te vangen en af te voeren naar de hoofdwatergang. Deze te graven watergang dient onderhouden te worden vanaf het fiets/wandelpad tussen het bedrijventerrein en het zonnepark.
Drooglegging en ontwateringsdiepte Gemeente Heerenveen hanteert een droogleggingseis van 0,80 m onder de wegen. De vloerpeilen van de bebouwing liggen hier minimaal 0,20 m boven. Uitgaande van een oppervlaktewaterpeil van NAP – 2,30 m zou dat betekenen dat de weghoogte op minimaal NAP – 1,50 zou komen en de vloerpeilen op NAP – 1,30 m. Uitgaande van een gesloten grondbalans wordt uitgegaan van de wegen op NAP – 1,00 m, de kavels worden aangelegd op ca. NAP -1,10/1,05 m en de vloerpeilen van de bebouwing komt op NAP – 0,80 m. Hiermee wordt ruimschoots aan de droogleggingseis voldaan.
Waterstructuurplan bedrijventerrein Klaverblad Noordoost – Notitie N02-D01-21211203-lwf
6
Notitie Ontwerp HWA-riool en retentie regenwater Compensatie verhard oppervlak In het plan is rekening gehouden met de realisatie van het in twee fasen te realiseren bedrijventerrein. De fasen betreffen elk 10 ha (netto uitgeefbaar terrein). Op basis van de eerder benoemde bebouwings- en verhardingspercentages bedraagt het verhard oppervlak binnen de fases elk 9,4 ha (totaal 18,8 ha). Voor de wegen binnen het plangebied wordt 4,1 ha aangehouden. Binnen het plangebied worden een aantal watergangen gedempt. Deze dienen in zijn geheel gecompenseerd te worden. Het verhard oppervlak dient voor 10% gecompenseerd te worden. In de huidige situatie is er sprake van 0,4 ha verhard oppervlak binnen het plangebied (conform BGT). In de toekomstige situatie neemt het verhard oppervlak toe met 22,5 ha tot 22,9 ha. Dat betekent dat er 2,3 ha gecompenseerd dient te worden in oppervlaktewater. Het plan voorziet in 2,70 ha aan nieuw oppervlaktewater. Dat betekent dat er binnen het VO voldoende rekening gehouden is met compensatie.
Afvoer hemelwater van verharde oppervlakken In het ambitiedocument is aangegeven dat gestreefd wordt naar het (zo lang mogelijk) vasthouden van schoon hemelwater in het gebied in oppervlaktewater of in de bodem. De stappen vanuit de duurzaamheid in de trits ‘vasthouden – bergen – afvoeren’ en de trits ‘schoonhouden – scheiden – zuiveren’ worden daarbij gevolgd. Het infiltreren van regenwater in de ondergrond is in dit gebied niet mogelijk. In de ondergrond zitten slecht doorlatende lagen en er is sprake van kwel en relatief hoge oppervlaktewaterpeilen. Voorgesteld is daar waar mogelijk platte daken van gebouwen uit te voeren als groen- of waterdak, waardoor er sprake is van (enige vorm van) waterberging en verdamping. Voor de afvoer van het overtollige regenwater van de daken en het regenwater van de terreinen en wegen worden hemelwaterriolen aangelegd naar de (te realiseren) watergangen. Indien mogelijk kunnen daken rechtstreeks op de dichtstbijzijnde watergang afvoeren en kunnen wegen afwateren naar een naastgelegen berm. Wegen die niet grenzen aan een watergang worden in de banden gezet en voorzien van kolken en een regenwaterriool naar de dichtstbij zijnde watergang. In afbeelding 8 is schetsmatig aangegeven naar welke kant wegen en bedrijven zouden kunnen afwateren (in bijlage I is meer detail te zien).
Dit is bij de verdere uitwerking wel afhankelijk van de uitgifte van de kavels. Te zien is dat in een deel van de wegen HWA-riolen worden gelegd, naar de watergangen. De diameters van de HWA-riolen dienen bij de verdere uitwerking te worden vastgesteld en zijn afhankelijk van de verkaveling, de bebouwing op de kavels en hoeveel verhard oppervlak er rechtstreeks naar oppervlaktewater kan afvoeren en hoeveel er op de riolering wordt aangesloten. Aandachtspunt is dat de peilscheiding tussen de twee peilgebieden in stand gehouden dient te worden door middel van gronddammen. Tussen watergangen in hetzelfde peilgebied dienen duikers te worden gerealiseerd met een minimale diameter ø 500 mm (beton). Diameters of afmetingen van de duikers in de hoofdwatergang worden door het waterschap vastgesteld.
Waterstructuurplan bedrijventerrein Klaverblad Noordoost – Notitie N02-D01-21211203-lwf
7
Notitie
Afbeelding 8: Waterhuishouding plangebied (zie ook bijlage I)
Het regenwater wordt in het aanwezige oppervlaktewater geborgen. Aan de noordkant van het plan komt een (automatische) stuwconstructie waarover het te veel aan water kan worden afgevoerd naar de Binnendijkse Hoofdvaart (landelijke afvoer).
Voorstel DWA-riolering Klaverblad Noordoost richt zich op verschillende typen bedrijven, in een grootschalige opzet (groter dan 2 ha). De bedrijven moeten kwaliteit en duurzaamheid hoog in het vaandel hebben staan. Gemeente Heerenveen kiest er dan ook voor om de bedrijvenlijst breed in te steken: activiteiten die conflicteren met al bestaande activiteiten in de directe omgeving (bv. op IBF) zijn uitgesloten, maar verder wordt de categorie toe te laten bedrijven zo breed mogelijk gehouden. De maximaal toegestane milieucategorie is 4.2. Voor de te verwachten hoeveelheden afvalwater wordt vooralsnog uitsluitend gerekend met huishoudelijk afvalwater (toiletten, douches, schrobputten en bedrijfskantines). Hierbij wordt rekening gehouden met een afvalwaterstroom van maximaal 1,0 m³/uur per hectare over het bruto oppervlak. Bij volledige bebouwing van de 20 ha bedrijventerrein dient dus rekening gehouden te worden met 20 m³/uur aan afvalwater. Omdat dit een vrij beperkte stroom afvalwater betreft is de ambitie om het afvalwater lokaal te gaan zuiveren niet interessant. Voorgesteld wordt om op het bedrijventerrein KNO centraal een rioolgemaal te plaatsen waar het huishoudelijk afvalwater naar wordt afgevoerd via DWA-riolen ø 250 mm (PVC). Waarbij de eerste 100 meter op 1:250 wordt uitgelegd en daarna 1:400.
Het rioolgemaal dient zodanig geplaatst te worden dat het functioneren geen belemmering vormt tijdens de ontwikkeling van de verschillende fases. Het rioolgemaal dient voorzien te worden van twee pompen (elkaars reserve).
Waterstructuurplan bedrijventerrein Klaverblad Noordoost – Notitie N02-D01-21211203-lwf
8
Notitie Bovenstaand uitgangpunt voor de afvalwaterstroom is gebaseerd op een kengetal (Kennisbank Stedelijk Water van Stichting Rioned) voor huishoudelijk afvalwater van bedrijventerreinen. Wanneer er een bedrijf komt met heel veel bedrijfsafvalwater, dient hier opnieuw naar gekeken te worden. Voorgesteld wordt om aan te sluiten op de aanwezige persleiding met diameter ø 160 mm, die het afvalwater van de kern Terband afvoert naar het bedrijventerrein IBF, en vandaar naar de RWZI Heerenveen. In overleg met een pompenleverancier dient bekeken te worden of hier het afvalwater van KNO op kan inprikken. In afbeelding 9 is schetsmatig de ligging van het rioolgemaal (tussen fase 1 en 2) weergegeven, evenals de persleiding en zijn schetsmatig enkele DWA-riolen ingetekend. De kruising van de DWAriolen onder de hoofdwatergang door is een punt van aandacht.
Afbeelding 9: Details riolering fase 1 (zie ook bijlage I)
Waterstructuurplan bedrijventerrein Klaverblad Noordoost – Notitie N02-D01-21211203-lwf
9
Notitie
I. Waterhuishouding, peilgebieden, dammen, duikers, riolering KNO Heerenveen
Waterstructuurplan bedrijventerrein Klaverblad Noordoost – Notitie N02-D01-21211203-lwf
10
Notitie
II.
Uitgangspuntennotitie
Waterstructuurplan bedrijventerrein Klaverblad Noordoost – Notitie N02-D01-21211203-lwf
11
Notitie
Uitgangspunten waterhuishouding Klaverblad Noordoost Notitie Documentnummer:
N01-D02-21211203-rek
Status en datum:
Definitief/02 17 mei 2021
Auteurs:
ing. L.C. van der Werf en ing. R.H.M. Eeftink
Opdrachtgever:
Gemeente Heerenveen Postbus 15000 8440 GA Heerenveen
BIJLAGEN I.
Ruimtegebruik KNO fase VO
II.
AHN3
III. Ecologische onderbouwing Uitgangspunten waterhuishouding Klaverblad Noordoost Notitie N01-D02-21211203-rek
Inleiding Gemeente Heerenveen is bezig met het ontwikkelen van het bedrijventerrein Klaverblad NoordOost in Heerenveen (KNO). Het plangebied KNO beslaat een oppervlakte van 133 ha. Hierbij is in fase 1 uitgegaan van een netto uitgeefbaar terrein van 63 ha voor natuurinclusieve landbouw, 20 ha zonnepark en 10 ha bedrijven (zie bijlage I). De rest van het plangebied bestaat uit water, groen en wegen. In afbeelding 1 is het plangebied weergegeven. In fase 2 zou aanvullend 10 ha bedrijfsgrond gerealiseerd worden, dit gaat onder andere ten koste van landbouwgrond.
Afbeelding 1: plangebied KNO
Uitgangspunten waterhuishouding Klaverblad Noordoost – Notitie N01-D02-21211203-rek
1
Notitie Aan Roelofs Advies en Ontwerp is opdracht verleend voor het opstellen van een waterhuishoudingsplan. Voorliggende notitie bevat een eerste visie op de wateraspecten in voorlopig ontwerp (VO). Hierover heeft enkele malen overleg plaatsgevonden met het Wetterskip Fryslân en de gemeente Heerenveen. Een verdere uitwerking van de verschillende onderdelen vindt in een later stadium plaats.
Gehanteerde gegevens Voor het opstellen van deze notitie zijn de volgende gegevens gebruikt: • Voorlopig ontwerp stedenbouw KNO Heerenveen door HKB Stedenbouwkundigen d.d. 10-052021 (zie afbeelding 2); • Ruimtegebruik voorlopig ontwerp stedenbouw KNO Heerenveen d.d. 10-12-2020; • Brochure voorlopig ontwerp stedenbouw KNO Heerenveen door HKB Stedenbouwkundigen d.d. 18-11-2020; • Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN3) d.d. 1e kwartaal van 2014; • Gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) afkomstig uit de Klimaateffectlas; • Ecologische onderbouwing aanpak biodiversiteit inrichting Klaverblad Noordoost te Heerenveen door Altenburg & Wymenga d.d. 26 november 2020; • Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie Zuid-Holland door Provincie Zuid-Holland d.d. augustus 2019; • Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Heerenveen.
Afbeelding 2: Voorlopig ontwerp (VO) stedenbouw KNO (10 mei 2021)
Uitgangspunten waterhuishouding Klaverblad Noordoost – Notitie N01-D02-21211203-rek
2
Notitie Uitgangspunten De volgende algemene uitgangspunten worden gehanteerd: • De Binnendijkse Hoofdvaart vormt de noordelijke begrenzing van alle ontwikkelingen; • Vanuit landschappelijk oogpunt de keuze voor een noord-zuid gerichte inrichtingsstructuur. Het principe conform het strokenlandschap, bepaalde sloten mogen gedempt of verbreed worden; • Een bedrijventerrein in het oostelijke deel van het plangebied, aansluitend op de afslag A7; • Een zonnepark in het zuidelijke deel. • Natuurinclusieve landbouw op het westelijke deel. De volgende technische uitgangspunten worden gehanteerd: • Droogleggingseis natuurinclusieve landbouw à 0,30 tot 0,60 m (jaarrond); • Drooglegging: o Wegen: minimaal 0,80 m; o Bebouwing: minimaal 1,00 m. • Minimale buisdiameter DWA-riool ø 250 mm; • 10% van de toename van het verhard oppervlak dient gecompenseerd te worden als oppervlaktewater. Te dempen watergangen worden volledig gecompenseerd; • Een landelijke afvoer van 1,33 l/s/ha (bruto oppervlak); • Bebouwingspercentage kavels van 70%; • Verhardingspercentage overige 30% (onbebouwde deel kavels) van 80%; • De aard van de industrie is sterk bepalend voor de hoeveelheid afvalwater. Conform de aanbevelingen uit de Leidraad van RIONED wordt uitgegaan van 1 m³/uur per ha.
Oppervlaktewater In afbeelding 3 is zijn de leggergegevens van de watergangen en waterpeilen in de bestaande situatie weergegeven. Te zien is dat aan de zuidoostkant een duiker van het bedrijventerrein IBF onder de A7 door ligt. Deze duiker sluit aan op een leggerwatergang die het water afvoert naar de Binnendijkse Hoofdvaart. De Binnendijkse Hoofdvaart heeft een peil van NAP – 2,60 m. Bovenstrooms van de inlaat in de Binnendijkse Hoofdvaart zit een afsluiter die als waterscheiding fungeert. Benedenstrooms van de inlaat voert de Binnendijkse Hoofdvaart af richting de Pastoriesingel. Het waterpeil in de leggerwatergang is NAP – 2,30 m. Dat is ook het waterpeil op het bedrijventerrein IBF aan de zuidkant van de A7, welke gestuwd wordt door een V-stuw ten behoeve van de landelijke afvoer. De leggerwatergang die van het zuiden naar het noorden door het plangebied stroomt betreft een hoofdwatergang. Er dient rekening gehouden te worden met onderhoudsstroken van 5 m aan beide zijden van de hoofdwatergang. Dit geldt ook voor het deel van de hoofdwatergang tussen de twee gebieden met zonnepanelen. Wetterskip Fryslân gaat nog rekenen aan de benodigde dimensies van deze hoofdwatergang. Het plangebied bestaat op dit moment uit twee peilgebieden (NAP – 2,30 m aan de oostkant, NAP – 2,60 aan de westkant).
Het water in het peilgebied NAP – 2,30 m voert af richting een te realiseren peilgestuurde (automatische) klepstuw ten behoeve van de landelijke afvoer aan de noordoostzijde van het plangebied, net voor de inlaat op de Binnendijkse Hoofdvaart. De watergangen binnen het plangebied voeren af in de richting van deze nieuwe stuw. De bestaande stuw ter plaatse van de A7 kan hierdoor komen te vervallen. Het water in het peilgebied met een peil van NAP – 2,60 m voert af naar de noordkant (Binnendijkse Hoofdvaart). Een kleine uitstulping van het lage peilgebied ligt ter plaatse van het bedrijventerrein fase 2. Dit stukje (ca 3 ha) zal dan bij het hoge peilgebied betrokken worden bij het bouwrijpmaken van de tweede fase, de bestaande watergang wordt dan immers gedempt.
Uitgangspunten waterhuishouding Klaverblad Noordoost – Notitie N01-D02-21211203-rek
3
Notitie Het meest westelijk gelegen deel van het zonnepark ligt nu in het lage peilgebied. Hier dient goed gekeken te worden naar de afwatering van de verschillende watergangen. De watergangen aan weerszijden van de peilscheiding dienen niet met elkaar verbonden te worden. Hiermee wordt de bestaande peilscheiding in stand gehouden. De te graven watergang aan de noordkant van het zonnepark is bedoeld om het water uit de van noord naar zuid afvoerende watergangen in het peilgebied op te vangen en af te voeren naar de hoofdwatergang. Deze te graven watergang dient onderhouden te worden vanaf het fiets/wandelpad tussen het bedrijventerrein en het zonnepark. Deze gewenste wijziging dient nog te worden verwerkt in het stedenbouwkundig ontwerp. De aanpassingen aan de waterpartijen ten zuiden van het zonnepark en ten noorden van de A7 kunnen dan achterwege blijven.
Afbeelding 3: Legger Wetterskip Fryslân
Uitgangspunten waterhuishouding Klaverblad Noordoost – Notitie N01-D02-21211203-rek
4
Notitie Grondwater Op basis van de hoogwaterpeilen afkomstig van het Wetterskip Fryslân en het AHN3 (zie bijlage II) is de drooglegging binnen het plangebied bepaald. Het resultaat hiervan is weergegeven in afbeelding 4.
Afbeelding 4: Drooglegging gebied
Uit de analyse blijkt dat de drooglegging, op de locaties waar natuurinclusieve landbouw beoogd is, groter is dan het gestelde uitgangspunt van 0,30 tot 0,60 m (jaarrond). Idealiter dient op deze locaties het peil in de watergangen verhoogd te worden of het maaiveld verlaagd. In de praktijk staat het westelijke deel echter al bekend als nat gebied. Een peilverhoging met 0,30 m wordt niet als wenselijk gezien (te nat) en een peilverhoging en daarna het gebied ophogen is ook niet wenselijk. Voorlopig wordt uitgegaan van de bestaande peilgebieden en bestaande maaiveldhoogten bij de natuurinclusieve landbouw. De ontwateringsdiepten zijn bepaald op basis van de GHG uit de Klimaateffectatlas en het AHN3. Door het ontbreken van meetreeksen of onderzoeken omtrent de grondwaterkarakteristieken binnen het plangebied is ervoor gekozen om met deze minder gedetailleerde data te werken. In afbeelding 5 is het resultaat van de analyse weergegeven.
Uitgangspunten waterhuishouding Klaverblad Noordoost – Notitie N01-D02-21211203-rek
5
Notitie
Afbeelding 5: Ontwateringsdiepten bij GHG in plangebied
Uit de analyse blijkt dat de GHG aan de oostkant van het plangebied dieper ligt dan aan de westkant van het plangebied. Aangezien aan de oostkant van het plangebied het bedrijventerrein is gesitueerd is dit gunstig. Globaal ligt de GHG ter plaatse van het bedrijventerrein op 0,60 tot 0,70 m-mv. De maximale ontwateringsdiepte binnen het plangebied bedraagt 0,75 m. Dat zou betekenen dat er plaatselijk opgehoogd moeten worden om de gewenste ontwateringsdiepten te behalen. Ditzelfde is van toepassing op de ontwateringsdiepte van de wegen. Deze voldoet ook niet op alle locaties waar wegen beoogd zijn. Geadviseerd wordt om beter inzicht te verkrijgen in de grondwaterkarakteristieken. Wellicht is in het verleden onderzoek verricht in of in de nabije omgeving van het plangebied. Deze gegevens kunnen mogelijk als uitgangspunt fungeren voor een meer gedetailleerde analyse van de ontwateringsdiepten.
Uitgangspunten waterhuishouding Klaverblad Noordoost – Notitie N01-D02-21211203-rek
6
Notitie Compensatie verhard oppervlak In het plan is rekening gehouden met de realisatie van het in twee fasen te realiseren bedrijventerrein. De fases betreffen elk 10 ha (netto uitgeefbaar terrein). Op basis van de eerder benoemde bebouwings- en verhardingspercentages bedraagt het verhard oppervlak binnen de fases elk 9,4 ha (totaal 18,8 ha). Voor de wegen binnen het plangebied wordt 4,1 ha aangehouden. Binnen het plangebied worden een aantal watergangen gedempt. Deze dienen in zijn geheel gecompenseerd te worden. Het verhard oppervlak dient voor 10% gecompenseerd te worden. In de huidige situatie is er sprake van 0,4 ha verhard oppervlak binnen het plangebied (conform BGT). In de toekomstige situatie neemt het verhard oppervlak toe met 22,5 ha tot 22,9 ha. Dat betekent dat er 2,3 ha gecompenseerd dient te worden in oppervlaktewater. Het plan voorziet in 2,70 ha aan nieuw oppervlaktewater. Dat betekent dat er binnen het VO voldoende rekening gehouden is met compensatie.
Riolering Voor de toekomstige bebouwing wordt uitgegaan van verschillende typen bedrijven, in een grootschalige opzet (groter dan 2 ha). Gedacht wordt aan logistiek (overslag, opslag en transport van goederen), industriële bedrijvigheid (be- of verwerken van goederen) of verkoop aan bedrijven. Het bedrijventerrein KNO is niet bestemd voor detailhandelfuncties. Zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan, evenals zelfstandige horeca. Ook (bedrijfs)woningen zijn niet toegestaan. Voor de te verwachten hoeveelheden afvalwater wordt vooralsnog uitsluitend gerekend met huishoudelijk afvalwater (toiletten, douches, schrobputten en bedrijfskantines). Hierbij wordt rekening gehouden met een afvalwaterstroom van maximaal 1,0 m³/uur per hectare over het bruto oppervlak. Bij volledige bebouwing van de 20 ha bedrijventerrein dient dus rekening gehouden te worden met 20 m³/uur aan afvalwater. Omdat dit een vrij beperkte stroom afvalwater betreft is de ambitie om het afvalwater lokaal te gaan zuiveren niet interessant. Voorgesteld wordt om op het bedrijventerrein KNO centraal een rioolgemaal te plaatsen waar het huishoudelijk afvalwater naar wordt afgevoerd via DWA-riolen ø 250 mm. Het rioolgemaal dient zodanig geplaatst te worden dat het functioneren geen belemmering vormt tijdens de ontwikkeling van de verschillende fases.
Het rioolgemaal dient voorzien te worden van twee pompen (elkaars reserve). Bovenstaand uitgangpunt voor de pompcapaciteit is gebaseerd op een kengetal voor huishoudelijk afvalwater van bedrijventerreinen. Wanneer er een bedrijf komt met heel veel bedrijfsafvalwater, dient hier opnieuw naar gekeken te worden. Er dient nader onderzocht te worden waar het rioolgemaal op kan worden aangesloten en wie de toekomstige eigenaar is van de persleiding. De volgende opties zullen nader onderzocht moeten worden: • Over het terrein loopt een persleiding van Wetterskip Fryslân met diameter ø 160 mm, die het afvalwater van de kern Terband afvoert naar het bedrijventerrein IBF, en vandaar naar de RWZI Heerenveen (zie afbeelding 6). Onderzocht kan worden of hier het DWA van KNO op kan inprikken; • Het afvalwater via een aan te leggen persleiding afvoeren naar het rioolstelsel van Internationaal Bedrijvenpark Friesland (IBF) aan de zuidkant van de A7; • Het afvalwater via een aan te leggen persleiding afvoeren naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) van het Wetterskip Fryslân op het bedrijventerrein Kanaal aan de westkant van de A32.
Uitgangspunten waterhuishouding Klaverblad Noordoost – Notitie N01-D02-21211203-rek
7
Notitie
Afbeelding 6: Persleiding WF van gemaal Terband naar IBF
Afvoer hemelwater van verharde oppervlakken In het ambitiedocument is aangegeven dat gestreefd wordt naar het (zo lang mogelijk) vasthouden van schoon hemelwater in het gebied in oppervlaktewater of in de bodem. De stappen vanuit de duurzaamheid in de trits ‘vasthouden – bergen – afvoeren’ en de trits ‘schoonhouden – scheiden – zuiveren’ worden daarbij gevolgd. Het infiltreren van regenwater in de ondergrond is in dit gebied niet mogelijk. In de ondergrond zitten slecht doorlatende lagen en er is sprake van kwel en relatief hoge oppervlaktewaterpeilen. Bemalen polders zijn bovendien ongeschikt voor infiltratie. Voorgesteld is daar waar mogelijk platte daken van gebouwen uit te voeren als groen- of waterdak, waardoor er sprake is van (enige vorm van) waterberging en verdamping. Voor de afvoer van het overtollige regenwater van de daken en het regenwater van de terreinen en wegen worden hemelwaterriolen aangelegd naar de (te realiseren) watergangen. Indien mogelijk kunnen daken rechtstreeks op de dichtstbijzijnde watergang afvoeren en wegen afwateren naar een naastgelegen berm. Het regenwater wordt in het aanwezige oppervlaktewater geborgen. Aan de noordkant van het plan komt een (automatische) stuwconstructie waarover het te veel aan water kan worden afgevoerd naar de Binnendijkse Hoofdvaart (landelijke afvoer).
Een eerste inschatting van deze landelijke afvoer betreft: 1,33 l/s/ha over 267 ha zuidzijde A7 + plangebied KNO 92 ha = 359 ha = 477,5 l/s = 1.719 m³/uur.
Uitgangspunten waterhuishouding Klaverblad Noordoost – Notitie N01-D02-21211203-rek
8
Notitie Waterhuishouding overige functies Natuurinclusieve landbouw Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit intensief- en extensief beheerd gras- en akkerland (zie bijlage III). De oevers langs de watergangen zijn grotendeels flauw en begroeid met rietvegetatie en ruigtesoorten. In of rondom de watergangen zijn meerdere beschermde diersoorten aangetroffen. Omtrent de ontwikkeling van biodiversiteit zijn de volgende natuurwaarden binnen het plangebied geconstateerd: • Het optreden van kwel in de watergangen; • De aanwezigheid van bosjes en singels; • De aanwezigheid van verschillende vissoorten in het oppervlaktewater. De herinrichting van het plangebied moet de (bestaande) biodiversiteit stimuleren. Voor soorten die gebonden zijn aan een biotoop watergangen met kwel en/of een goed ontwikkelde oeverzone wordt geadviseerd om het aantal smalle wateren en watergangen met flauwe taluds te vergroten en waar nodig flauwe taluds te realiseren. Het verhogen van het waterpeil zou goed zijn, mits deze door kwel gedreven wordt. Soorten die gebonden zijn aan de biotoop open terrein (weidevogels) zouden eveneens baat hebben bij het verhogen van het waterpeil. Echter wordt in de onderbouwing getwijfeld aan het behalen van het gewenste resultaat binnen het plangebied.
De onderbouwing door Altenburg en Wymenga resulteert in een aantal concrete verbetervoorstellen van het VO, namelijk: • In tegenstelling tot het advies worden er in het VO watergangen gedempt. Het aantal watergangen binnen het plangebied neemt juist af, ook binnen de arealen die beoogd zijn voor natuurinclusieve landbouw. Geadviseerd wordt om op deze locaties de bestaande watergangen te handhaven en waar nodig nieuw watergangen te realiseren. De watergangen voor 1970 (zie afbeelding 7) vormen een uitganspunt voor de te realiseren watergangen; • Het hoogwaterpeil NAP – 2,60 m, aan de westkant van het plangebied, verhogen naar NAP – 2,30 m (zie afbeelding 3). Dit sluit aan bij het peilgebied aan de oostkant van het plangebied. De afwatering binnen het plangebied vindt in dat geval plaats naar de te realiseren stuw aan de noordkant van de leggerwatergang die door het plangebied stroomt. De stuw ter hoogte van de A7 kan in dat geval komen te vervallen. Omdat het gebied nu al als vrij nat bekend staat, is een peilverhoging niet direct gewenst.
Uitgangspunten waterhuishouding Klaverblad Noordoost – Notitie N01-D02-21211203-rek
9
Notitie
Afbeelding 7: Watergangen plangebied rond 1970
Zonnepark Aan de zuidkant van het plangebied is een zonnepark opgenomen in het VO. Het is mogelijk om het zonnepark aan te leggen op hogere stellages, waarbij het maaiveld wat wordt verlaagd (plas-dras). Het zonnepark zou in dat geval kunnen fungeren als piekwaterberging, naast de voorgenomen watergangen. Aangezien er binnen het plangebied ruim voldoende oppervlaktewater gerealiseerd en gecompenseerd wordt, is dit voor de waterhuishouding niet nodig. Als meekoppelkans zou de aanleg van extensieve natuur (bijvoorbeeld vochtig kruidenrijk grasland) onder de zonnepanelen een optie zijn. De zonnepanelen zouden in dat geval iets verder uit elkaar geplaatst moeten worden, zodat er ruimte ontstaat voor de ontwikkeling van deze natuur. Regenwater van de zonnepanelen stroomt af naar de onverharde ondergrond en wordt niet gerekend als verhard oppervlak.
Uitgangspunten waterhuishouding Klaverblad Noordoost – Notitie N01-D02-21211203-rek
10
Notitie
I. Ruimtegebruik KNO fase VO
Uitgangspunten waterhuishouding Klaverblad Noordoost – Notitie N01-D02-21211203-rek
11
Ruimtegebruik KNO fase VO Stedenbouw 10/12 2020 Bedrijven (1)