CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1.1 Bijlage 1 Voorstel-nota zienswijzen KNO inclusief bijlagen

Raadsvergadering 13 oktober 2022, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Bestemmingsplannen Klaverblad Noordoost en Deprogrammering IBF en Beeldkwaliteitsplan Klaverblad Noordoost35.677 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Reactie ad. 1 Voor het MER en de onderbouwing van het bestemmingsplan is ecologisch onderzoek gedaan naar beschermde soorten die ín het plangebied voorkomen. Conclusie van dit onderzoek is dat er voor de soorten groene glazenmaker, hermelijn en de buizerd, nader onderzoek moet plaatsvinden (zomer 2022) en mogelijk een ontheffing moet worden aangevraagd. Negatieve effecten op andere 23

beschermde soorten worden niet verwacht. Hierbij wordt wel de voorwaarde gesteld dat werkzaamheden zorgvuldig moeten worden uitgevoerd. Tijdens de werkzaamheden moet zo weinig mogelijk verstoring, onder andere door licht en geluid, plaatsvinden. Aanvullend aan de onderzoeken die zijn uitgevoerd, is in het voorjaar/zomer van 2022 een onderzoek uitgevoerd door Altenburg & Wymenga naar het effect van het plan op weidevogels die voorkomen in het gebied ten noorden van het plangebied. Dit rapport is als bijlage 2 bij deze nota toegevoegd. Uit het onderzoek is gebleken dat de herinrichting van het plangebied tot gevolg zal hebben dat de akkers en graslanden in het noordelijk deel door de verstoring voor weidevogels minder aantrekkelijk wordt. Hierdoor zal naar verwachting het aantal weidevogels afnemen of verdwijnen. Naar verwachting zullen de meeste broedparen in de directe omgeving van het plangebied een nieuwe plek vinden. Wettelijk gezien is dit gebied ten noorden van het plangebied niet aangemerkt als weidevogelkansgebied en er is daarom geen knelpunt met de provinciale verordening. De nesten zijn ook niet beschouwd als jaarrond beschermd. In het algemeen geldt daarom dat werkzaamheden wel mogen plaatsvinden in het gebied, alleen niet in het broedseizoen. Vanuit wetgeving volgen dus, behalve een mogelijk ontheffing voor enkele soorten, geen verplichtingen.

Daarmee is het wel zo dat, zoals indiener aangeeft, er sprake is van invloed op de flora en fauna in het gebied door de ontwikkelingen. Hierbij is ook sprake van positieve invloed: de nieuwe inrichting biedt kansen voor behoud en vergroting van de biodiversiteit in het gebied, ten aanzien van andere soorten dan weidevogels. In het kader hiervan is door Altenburg & Wymenga een rapport ‘Ecologische onderbouwing aanpak biodiversiteit inrichting Klaverblad Noordoost te Heerenveen’ opgesteld. Dit rapport is als bijlage 3 bij deze nota toegevoegd. De rapportage is opgesteld om keuzes te ondersteunen als het gaat om bepaalde doelstellingen ten aanzien van bestaande natuurwaarden, ten aanzien van mogelijk te ontwikkelen natuurwaarden en daarop volgende keuzes voor bepaalde typen inrichting. Uit het rapport blijkt dat er in het gebied allerlei kansen zijn om de biodiversiteit te verbeteren. Deze kansen zijn en worden zoveel mogelijk toegepast in de uitwerking van de plannen.

Reactie ad. 2 We begrijpen het belang van de indiener en de voorkeur voor een groen, rustig gebied in plaats van een bedrijven/industrie terrein. In het MER en in de toelichting van het bestemmingsplan komen alle aspecten ten aanzien van leefbaarheid aan de orde. Onderzocht is welke (milieu)effecten kunnen plaatsvinden en welke effecten de ontwikkeling heeft op het woon- en leefklimaat in de omgeving. Uit de onderzoeken blijkt dat de ontwikkeling past binnen de wettelijke kaders en normen en dat hiermee sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Er komt geen knelpunt uit naar voren die belemmerend zou zijn voor het woon- en leefklimaat. Ook is het plan zorgvuldig ingepast in het landschap, met onder andere een groene rand aan de zijde van de Pastoriesingel, de entree naar Tjalleberd. Er is geen aanleiding om het plan niet door te laten gaan. Uiteindelijk is het aan de gemeenteraad om hier een afweging in te maken.

Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Zienswijze 14 1. Het valt indiener op dat in het huidige gepresenteerde plan het begrip recreatie hoegenaamd geen enkele keer voorkomt, terwijl hier in het oorspronkelijke plan wel rekening mee is gehouden. Voor 24

de verbinding met de Streek, de direct omwonenden en het karakter van dit plan (duurzaam, circulair) lijkt dit indiener van eminent belang. Wat kan de reden zijn dat hier in het huidige bestemmingsplan geen rekening mee is gehouden? Het heeft er nu alle schijn van dat economische factoren hier prevaleren boven welzijn.

2. Volgens indiener is er sprake van enkele omissies in de bijlage ‘Toelichting bedrijvigheid op Klaverblad Noordoost’ (dit document is meegestuurd met de nieuwsbrief die op 4 juli 2022 is meegestuurd naar belangstellenden). Een aantal bedrijven voldoen niet aan het criterium 4.2: -

Margarinefabrieken of vervaardiging of raffinage van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten met productiecapaciteit van minder dan 250.000 ton per jaar. 4.1 Wel Houtzagerijen 3.2 Wel Gips- of kalkfabrieken met productiecapaciteit < 100.000 ton per jaar 4.1 Wel Autosloperijen 3.1 of 3.2 (afhankelijk van bedrijfsoppervlak) Wel

Vraag van indiener is: berust het opnemen van deze bedrijven inderdaad op een misverstand? Zo nee, wat zijn de redenen om hiervan af te wijken?

3. In de huidige lijst 4.2 komen bovendien een aantal bedrijven voor die volgens indiener niet voldoen aan het karakter (duurzaam, circulair) beschreven in het concept bestemmingsplan. U schrijft: ’Ook werken wij aan een acquisitieplan. In dit plan staat waar we op focussen bij bedrijven (circulair, duurzaam etc.) en welke selectiecriteria bij de uitgifte van kavels van belang zijn. Ook dit document maken we tijdig openbaar. Op welke termijn zijn deze selectiecriteria bekend?

4. De bijlage ‘VNG bedrijfsactiviteiten bedrijventerreinen maart 2009’ heeft zonder nadere toelichting op codes e.d. geen toegevoegde waarde.

5. In het plan is een ‘zonnepark’ opgenomen. Is er gezien de recente ontwikkelingen – proportioneel sterke toename van zonne-energie in combinatie met netwerkproblematiek nagedacht over andere oplossingen voor het opslaan van energie die niet (direct) leverbaar is aan het elektriciteitsnetwerk, bv opslaan in de vorm van waterstof (zie ook project Ooststellingwerf)? En zo nee, is het gezien de huidige ontwikkelingen niet verstandig andere opslagmogelijkheden te overwegen?

Reactie ad. 1 Het aspect recreatie is vormgegeven in het plan door de te realiseren wandelpaden en een fietspad door het gebied. Dit is vastgelegd in het landschappelijk raamwerk en in het bestemmingsplan planologisch mogelijk gemaakt. Recreatief medegebruik vormt daarmee onderdeel van het plan en wordt ook als zodanig genoemd in de toelichting van het bestemmingsplan. Omdat recreatieve routes toegestaan zijn op gronden met bestemmingen zoals Groen en Agrarisch, is een aparte bestemming voor recreatie niet nodig.

Reactie ad. 2 Op het bedrijventerrein worden bedrijven tot en met categorie 4.2 toegestaan. Dat betekent dat bedrijven met een lagere categorie, zoals 3.1, 3.2 en 4.1 zich op basis van het bestemmingsplan ook mogen vestigen in het gebied.

25

Reactie ad. 3 In onze algemene beantwoording A. gaan wij in op hoe de lijst voor Klaverblad Noordoost tot stand is gekomen. Hierbij gaan wij ook in op de keuzes ten aanzien van duurzaam en circulair. Het acquisitieplan verwachten wij in het tweede half jaar van 2022 af te ronden.

Reactie ad. 4 De bijlage ‘VNG bedrijfsactiviteiten bedrijventerreinen maart 2009’ waar indiener naar verwijst, is opgenomen in de nieuwsbrief die is verstuurd op 4 juli 2022. Bij deze nieuwsbrief is ook een toelichting op de milieucategorie en bedrijvenlijst opgenomen. Om wel een volledig beeld te geven, is de lijst opgenomen. Op deze lijst staan, zoals ook toegelicht in de nieuwsbrief, het type bedrijven die zijn toegestaan in het gebied.

Reactie ad. 5 Als we de vraag goed proberen te duiden dan richt de vraag zich op het opslaan van energie. Het zonnepark richt zich primair op de productie van hernieuwbare energie waarbij de invoeding op het elektriciteitsnet een belangrijk aandachtspunt is. Daarom is de aansluit- en transportcapaciteit in een vroegtijdig stadium in overleg met netbeheerder Liander zeker gesteld. Daarnaast wordt er naar gestreefd om de geproduceerde energie direct toe te kunnen passen. Dat neemt niet weg dat bij zonneparken in toenemende mate ook aan opslag (in een of de andere vorm) wordt gedacht. Het is echter aan initiatiefnemer om dit nader uit te werken. Verder is het niet uit te sluiten dat er op Klaverblad Noordoost bedrijven zich vestigen die zich wel richten op opslag van (andere vormen van) energie.

Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Zienswijze 15 1. Indiener doet een suggestie om een storingsvrij gebied te creëren waar reeën hun jongen kunnen werpen. Hiermee wordt voorkomen dat de reekalveren in het lange gras in de weilanden worden geboren, waar ze slachtoffer kunnen worden van de cyclomaaier. Het tijdstip van werpen valt namelijk samen met de periode waarin de eerste snee gras wordt gemaaid. Volgens indiener kan een storingsvrij gebied gerealiseerd worden door de bestaande noord-zuid lopende bosstrook door te trekken in zuidelijke richting tot aan het zonnepark. Deze strook wordt niet beplant met bos, maar kan braak blijven liggen. De zich hier spontaan ontwikkelende vegetatie draagt bij aan de biodiversiteit in het plangebied en vormt tezamen met de bestaande bosstrook voor een storingsvrij gebied (er is hier geen sprake van een schouwpad), waar reeën zich in terug kunnen trekken. Indiener geeft hierbij nog aan dat er geen grondbewerking hoeft te worden uitgevoerd en geen plantsoen aangebracht, waardoor bespaard kan worden in de kosten. Het enige wat moet gebeuren is het bestaande slootje aan de oostzijde van de bestaande bosstrook, zuidelijk door te trekken tot aan het zonnepark, in totaal circa 200 meter. De aan de westzijde gelegen sloot is al aanwezig. Indiener vraagt deze wijziging op te nemen in het definitieve bestemmingsplan en hier in de eerste fase uitwerking aan te geven.

26

Reactie ad. 1 Onderstaand een luchtfoto waarop de bestaande noord-zuid lopende bosstrook te zien is en het gebied dat indiener voorstelt als storingsvrij gebied. In de regels van het bestemmingsplan hebben we opgenomen dat bij fase 2, aan de gehele westzijde van het bedrijventerrein een groenstrook met een minimale breedte van 40 meter wordt aangelegd. Dit is een wens geweest uit De Streek om de bedrijven aan het zicht te onttrekken. Het (recht) doortrekken van de sloot is niet gewenst, omdat deze dan dwars door de bosstrook zou lopen. Bij de uitwerking van fase 2 kan te zijner tijd wel worden bekeken of de bosstrook als geheel aan de oostzijde door een nieuwe sloot kan worden begrensd. Het is ons inziens aan de pachter om op de juiste manier om te gaan met reekalveren. Er zijn verschillende manieren om rekening te houden met reekalveren bij maaiwerkzaamheden, zoals: 

 

De dag of avond voor het maaien kunnen er kunstmestzakken, gewone plastic zakken of metaalfolie aan takken en struiken worden hangen langs de rand van het veld, bijvoorbeeld om de 50 meter. Door het knisperende geluid in de wind en de lichtreflecties zal het perceel niet meer vertrouwd aanvoelen voor de reegeit, waardoor ze met haar kalfje(s) een ander heenkomen zal zoeken. Gevonden reekalveren kunnen in een jute zak op een rustige, schaduwrijke plek gelegd in afwachting van de maaiwerkzaamheden. Van binnen naar buiten en op lage snelheid maaien is een andere effectieve maatregel. Volwassen reeën, maar ook andere dieren, bevinden zich bij voorkeur in de randen van een perceel en zullen dan het perceel uitvluchten. Een andere (efficiëntere) manier is de inzet van een drone, waarvoor de boer de hulp van bijvoorbeeld Natuurmonumenten kan inschakelen. Het zoeken met een drone die is uitgerust met een warmtebeeldcamera gaat namelijk veel sneller en zorgvuldiger. Zo kan in een half uur tijd al snel 10 hectare worden afgezocht.

27

Luchtfoto bestaande bosstrook en met oranje pijl aangegeven de richting waarop groenstrook wordt doorgetrokken bij realisatie van fase 2 (bron luchtfoto: Google Maps)

Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Zienswijze 16a – Lidl Nederland GmbH 1. Indiener maakt een zienswijze kenbaar in het kader van het ontwerpbestemmingsplan Klaverblad Noordoost en het ontwerpbestemmingsplan Deprogrammering IBF. Indiener verwijst in haar zienswijze naar de op 2 december 2021 ingediende inspraakreactie, die als bijlage bij de zienswijze is gevoegd. Dit stuk dient als letterlijk herhaald en ingelast te worden. Hieronder volgen de inhoudelijke punten uit de inspraakreactie: a. Indiener geeft aan dat de huidige kavel van het distributiecentrum van Lidl optimaal is benut. Uitbreiding is niet of nauwelijks mogelijk. Het distributiecentrum is daarmee voor uitbreiding afhankelijk van de twee genoemde kavels ,waarbij een eventuele uitbreiding het meest in de rede ligt op de zuidkavel, tezamen met de kavel die ten westen daarvan ligt. Lidl is van mening dat de Regionale Afspraken er niet aan in de weg staan dat in ieder geval de Zuidkavel niet in de deprogrammering wordt betrokken. Ook is Lidl van mening dat in ieder geval voor die Zuidkavel niet kan worden gezegd dat deze kwalitatief niet in de vraag voorziet. 28

In de Regionale Afspraken staat dat Heerenveen en Smallingerland een bovenregionale functie op het gebied van werkgelegenheid en bedrijfsvestigingen vervullen. Dat is ook de basis voor de komst van Lidl naar Heerenveen geweest. In de Regionale Afspraken wordt verder verwoord dat uit de prognoses en de praktijk blijkt dat de toekomstige vraag voor een belangrijk deel zal bestaan uit grotere kavels logistiek. En dat het daarnaast wenselijk is ruimte te hebben voor "unieke kansen". Daaraan is toegevoegd dat het bestaande aanbod daarin slechts voor een deel kan voorzien. Lidl is van mening dat een uitbreiding van Lidl met gebruikmaking van de Zuidkavel zo een unieke kans is. Dat deze pas op termijn plaatsvindt is niet bezwaarlijk, nu de Regionale Afspraken gaan over een planperiode tot 2030. Het schrappen van de Zuidkavel moet dan ook worden gezien als het schrappen van een unieke kans. De Regionale Afspraken dwingen er niet toe om unieke kansen te schrappen. Het feit dat in paragraaf 4.3 van de Regionale Afspraken concreet is afgesproken dat op IBF Heerenveen 11 hectare juridisch wordt gedeprogrammeerd, doet daar niet aan af. In dezelfde paragraaf is immers verwoord dat niet de gehele kwantitatieve overcapaciteit behoeft te worden opgelost. En ook dat nieuwe ontwikkelingen nadrukkelijk worden gevolgd.

Vermeld is dat er een andere ruimtevraag kan optreden, dat de provincie nieuwe prognoses gaat maken en dat wordt gemonitord bij de uitgifte, ook kwalitatief en wordt bezien of er aanleiding bestaat de Regionale Afspraken te herzien. Lidl is van mening dat de wens van Lidl om in de toekomst het distributiecentrum ter plaatse te kunnen uitbreiden, de reden is om de Regionale Afspraken deels te herzien, voor zover de verdere reservering van deze kavel daar niet al rechtstreeks in past. b. In dit verband wordt er ook op gewezen dat het schrappen van circa 8 hectare kennelijk ruimte schept om op bedrijventerrein Klaverblad Noordoost 20 hectare bedrijventerrein te bestemmen. Kennelijk zijn deze dan bedoeld voor de in de Regionale Afspraken bedoelde "unieke kansen". Hierover is in de plantoelichting van het voorontwerp bestemmingsplan bedrijventerrein Klaverblad Noordoost niets te vinden. Indiener verzoekt om informatie aan te reiken in dit verband. c. Aansluitend hierop past de opmerking dat de kavels op bedrijventerrein Klaverblad Noordoost niet per se betere mogelijkheden bieden dan de bestaande ruimte op IBF. Weliswaar is het bebouwingspercentage met 70%, 10% minder dan bij bedrijventerrein Klaverblad Noordoost, maar de bouwhoogte die op IBF wordt toegestaan (25 meter) is meer marktconform.

Grote logistieke bedrijven zullen met de grotendeels slechts 12 meter, die op bedrijventerrein Klaverblad Noordoost als bouwhoogte wordt toegestaan, niet uit de voeten kunnen. d. Lidl gaat graag verder met de gemeente in gesprek over de mogelijkheden om alle unieke kansen te benutten, waaronder de kans op uitbreiding van Lidl zeker moeten worden begrepen. Indien te zijner tijd zal blijken dat uitbreiding noodzakelijk is en deze op IBF niet kan plaatsvinden, zou dat een ernstig gemiste kans vormen. Met de vraag naar stukken, zoals hiervoor omschreven, beoogt Lidl ook zicht te krijgen op de mogelijkheden die bestaan om de Regionale Afspraken zodanig aan te passen dat de "unieke kansen" die de gemeente Heerenveen wil creëren, met het bedrijventerrein Klaverblad Noordoost te combineren, met de unieke kans om te zijner tijd Lidi uit te breiden.

2. Indiener geeft aan dat met name de gronden ten zuiden (maar ook die ten oosten) van het distributiecentrum van Lidl aan de Minerva 1 beschikbaar dienen te blijven voor uitbreidingen in de toekomst. Deprogrammering van deze gronden is ongewenst en maakt het onmogelijk om (te zijner tijd) unieke kansen tot uitbreiding van dit hoogwaardige distributiecentrum te benutten. Op 29

onderstaande schets is goed te zien waarom in ieder geval de gronden ten zuiden van het distributiecentrum buiten de deprogrammering moeten blijven. Een zuidelijke uitbreiding is het meest logisch en het schrappen van deze gronden uit de deprogrammering heeft ook de geringste impact op het geheel aan afspraken dat daaraan te grondslag ligt.

Afbeelding zoals opgenomen in de zienswijze

3. De inspraakreactie namens Lidl is tot op heden volledig onbeantwoord gebleven. Ook de in de inspraakreactie gevraagde stukken zijn nimmer toegezonden. Ook heeft nimmer een gesprek met Lidl plaatsgevonden. Dit wordt zeer betreurd, maar het toont ook aan dat de voorbereiding van de ontwerpbestemmingsplannen onzorgvuldig is geweest. Inspraakreacties van anderen zijn wel behandeld en beoordeeld, maar die van Lidl niet. Indiener verzoekt om de gevraagde stukken toe te zenden en gedurende ten minste vier weken aansluitend gelegenheid te geven om de zienswijze aan te vullen.

Reactie ad. 1 a. Het deprogrammeren van IBF is aangezwengeld toen de gemeente met de vorige programmeringsafspraken in 2019 bezig was. De prognoses noopten toen tot het deprogrammeren om een nieuwe ontwikkeling op Klaverblad Noordoost mogelijk te maken. Uit de gesprekken met de (toenmalige) eigenaren van de grond, viel bovendien af te leiden dat hier de komende tijd geen bedrijfsmatige ontwikkeling te verwachten was. Het klopt wat indiener aangeeft, dat er een andere ruimtevraag kan optreden en dat de regionale afspraken kunnen worden herzien. Inmiddels zijn er nieuwe regionale afspraken (2022) gemaakt. Deze afspraken zijn vastgesteld in alle vijf gemeenten en ter instemming 30

aangeboden aan de provincie. Na de zomer van 2022 komt de provincie met een formele reactie. Uit deze meest recente regionale afspraken blijkt dat de ruimtevraag inderdaad is veranderd, er is nu bijvoorbeeld meer behoeve aan kleinere kavels. Deprogrammering van de 11 ha op het IBF bij Heerenveen is in deze afspraken wel blijven staan. Opgenomen is dat de gemeente hierover in gesprek wil met de provincie als er een mogelijke vertraging van Klaverblad Noordoost plaatsvindt als gevolg van de netwerkproblematiek. De gemeente kan zich voorstellen dat ook met een concrete, nieuwe ontwikkeling zoals nu benoemd door Lidl, opnieuw het gesprek aangegaan wordt met de regio en de provincie over deprogrammering. De gemeente wil de groei van bestaande bedrijvigheid namelijk faciliteren waar dat mogelijk is. b. Na het binnenkomen van de zienswijze heeft de gemeente de gevraagde informatie toegezonden. Hierin heeft de gemeente benoemd dat in het kader van de regionale afspraken van 2019 en 2022 tussen de gemeente Heerenveen en de provincie alleen gesproken is over de kwantitatieve invulling: het aantal hectares die op Klaverblad Noordoost ontwikkeld kunnen worden en de grootte van kavels (>2 ha).

Met unieke kansen wordt bedoeld dat de gemeente Heerenveen voor het Klaverblad Noordoost gebied een uniek vestigingsklimaat en gebied wil creëren, kortgezegd een gebied met grootschalige kavels, all-electric, duurzaam en een circulair ontwikkeld bedrijventerrein waar kwaliteit is geborgd (bron: masterplan Klaverblad Noordoost, vastgesteld in september 2021). c. Op Klaverblad Noordoost willen we variërende vestigingsmogelijkheden bieden die passen bij te vestigen bedrijven maar die ook passen in de omgeving. Om die reden is gekozen voor twee zones waar verschillende maximale bouwhoogtes gelden. In de representatieve zone zijn gebouwen met een maximale bouwhoogte van 20 meter mogelijk. Daarnaast zijn hoogteaccenten tot 25 meter toegestaan in deze zone. In de landschappelijke zone van het bedrijventerrein mag de bouwhoogte maximaal 12 meter zijn. d. De gemeente gaat ook graag in gesprek met Lidl over de mogelijkheden om uitbreiding van Lidl te faciliteren. Er is inmiddels een gesprek gepland. Zoals gezegd wil de gemeente de groei van bestaande bedrijvigheid van harte faciliteren.

Reactie ad. 2 De gemeente begrijpt de wens en is in haar reactie onder ad. 1 ingegaan op hoe en waarom de regionale afspraken tot stand zijn gekomen. De gemeente kan zich voorstellen dat een concrete wens zoals de Lidl nu aangeeft, aanleiding is om de afspraak omtrent deprogrammeren opnieuw te bespreken met de regio en de provincie.

Reactie ad. 3 Het klopt dat de inspraakreactie onbeantwoord en onbehandeld is gebleven en dat de gevraagde stukken niet zijn toegezonden. Dit was niet de bedoeling en betreuren wij ten zeerste. Na het binnenkomen van de zienswijze hebben wij op 14 juli 2022 de gevraagde informatie toegezonden en hebben wij vier weken gelegenheid gegeven om eventueel een aanvullende zienswijze in te dienen.

Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Zienswijze 16b – Lidl Nederland GmbH Op 1 augustus 2022 is een aanvulling op zienswijze 16a ingediend door Lidl Nederland GmbH.

31

1. Indiener geeft aan verheugd te constateren dat uitgangspunt is dat groei van bestaande bedrijvigheid van harte wordt gefaciliteerd, zoals aangegeven per mail van 14 juli 2022 door de gemeente. In de ogen van indiener betekent dit dat de deprogrammering voor het zuidelijk deel van het terrein aansluitend aan DC Heerenveen aan de Minerva 1, niet wordt voortgezet. Het betreffende deel is op onderstaande uitsnede met een rode omlijning aangeduid.

Het deel dat door indiener groen is omlijnd, komt naar verwachting van indiener niet snel in aanmerking voor uitbreiding van het DC. De uitbreiding van het DC in oostelijke richting ligt vanwege opzet en inrichting ervan niet voor de hand. Tegelijkertijd betekent dit dus dat het overgrote deel van de voorgenomen deprogrammering wel kan worden bereikt, nu het zuidelijk deel dat buiten de deprogrammering moet blijven relatief gering is en het oostelijk deel dat wel gedeprogrammeerd kan worden het grootst is.

2. Indiener stelt voor om de toekomstige uitbreidingsmogelijkheid voor het DC direct goed vorm te geven. Indiener stelt voor om de gronden die nodig zijn voor de uitbreiding, niet te deprogrammeren maar daarvoor een wijzigingsbevoegdheid op te nemen. Het gebied waarvoor de wijzigingsbevoegdheid moet gelden, is groter dan het deel dat is opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan Deprogrammering IBF (zie onderstaande uitsnede).

32

Reactie ad. 1 Zoals op de eerdere zienswijze (16a) is gereageerd, kan de gemeente zich voorstellen dat een concrete wens zoals de Lidl nu aangeeft, aanleiding is om de afspraak omtrent deprogrammeren opnieuw te bespreken met de regio en de provincie. In de ogen van de gemeente geeft deze concrete wens tot uitbreiding in elk geval voldoende aanleiding om deprogrammering van het zuidelijk deel van het terrein aansluitend aan het distributiecentrum van Lidl, vooralsnog uit het bestemmingsplan Deprogrammering IBF te schrappen. Er blijkt sprake te zijn van een concrete behoefte van dit bestaande bedrijf. Dit heeft in de ogen van de gemeente ook geen consequenties voor het vraag/aanbod onderzoek dat de basis vormt voor de regionale afspraken en dat ook als basis dient voor de ontwikkeling van Klaverblad Noordoost. Uit de meest recente regionale afspraken die zijn vastgesteld en op dit moment ter instemming liggen bij de provincie, blijkt dat de vraag naar bedrijventerreinen alleen maar is toegenomen. Het schrappen van dit deel uit het plan is daarom passend, vooral nu het gaat om een specifieke toekomstige behoefte.

Reactie ad. 2 De gemeente volgt de gedachtegang van indiener en waardeert het meedenken naar een passende oplossing waarin enerzijds voldaan kan worden aan de (toekomstige) wens voor uitbreiding en anderzijds voldaan kan worden aan de regionale afspraken. Een wijzigingsbevoegdheid opnemen zoals voorgesteld, ziet de gemeente op dit moment niet als een wenselijke oplossing. Reden hiervoor is dat het gebied dat door indiener wordt aangegeven om de wijzigingsbevoegdheid op te nemen, groter is dan het plangebied van het ontwerp bestemmingsplan Deprogrammering IBF. Wanneer we het plangebied zouden uitbreiden met dit gebied en hiervoor een wijzigingsbevoegdheid zouden opnemen, zouden we het bestemmingsplan opnieuw als ontwerp ter inzage moeten leggen om belanghebbenden, waaronder de eigenaar van de grond, gelegenheid te geven hierop te reageren. We hebben de voorkeur om deprogrammeren van de gronden ten oosten van het perceel Minerva 1, 33

wel door middel van vaststelling van het bestemmingsplan, te deprogrammeren, dus om de procedure door te zetten. Voor het uitbreiding van het distributiecentrum op gronden met nu nog een agrarische bestemming, zoals de Lidl aangeeft op de meegestuurde afbeelding, is in elk geval een ruimtelijke afweging en het doorlopen van een ruimtelijke procedure nodig.

Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan Klaverblad Noordoost. Wel vindt er een wijziging plaats in het bestemmingsplan Deprogrammeren IBF.

Zienswijze 17 – Plaatselijk Belang Oud Aengwirden Deze zienswijze is tot stand gekomen met feedback vanuit de streekbewoners van Terband, Luinjeberd, Tjalleberd, Gersloot en Gersloot-polder. In het algemeen wordt opgemerkt dat de indruk die tijdens het Sinnetafel proces gewekt is, is die van een bescheiden circulair bedrijventerrein. Expliciet zijn toen dingen genoemd als 'geen hoogbouw' en 'alleen duurzame bedrijven' etc. Uiteindelijk is in de planvorming steeds meer industriële ontwikkeling gekomen van een mogelijke andere impact (hoogte) en milieuklasse (zwaarder) als eerder voorzien. De zorg daarover vormt de kern van de zienswijze die nu voorligt. De zienswijze is ondertekend door circa 350 Streekbewoners. Hieronder volgen samengevat de aangedragen punten. De punten zijn, net als in de zienswijze, gerubriceerd per onderdeel van het plan (industrie-, zonne- en de landbouwzone) en een aantal overkoepelende aspecten. Industrie

1. Indiener maakt zich zorgen of de industriële milieuklasse die wordt voorgesteld (4.2) gaat leiden tot industrie die niet passend is bij de ‘circulaire’ ambitie die voor het gebied uitgesproken is en die ook in een breder Heerenveens verband niet wordt gerealiseerd. Indiener stelt voor: ‘Wees ‘streng’ met type bedrijvigheid wat je als gemeente wilt faciliteren. Past het bij het verhaal van het gebied en de gemeente of krijgen we een, ongewenst, IBF geïnspireerd KNO gebied met grootschalige industriële functies als zuivelfabrieken of andere groot industriële bedrijven. Heb de ambitie om het totaal plan te realiseren met de hoogste circulaire (bio-diverse, energie, schone) ambitie van Nederland.

2. Indiener stelt voor om een gebiedscommissie op te tuigen met gebiedsvertegenwoordiging die zich richt op nieuwe ontwikkelingen en planvorming in en rond het gebied. Als adviesorgaan voor de raad zodat o.a. uitzonderingen op de plankaders (zoals nu bij Ausnutria op IBF) vooraf bediscussieerd en van advies voorzien kan worden voordat de raad een besluit neemt. Indiener benadrukt dit verderop in de zienswijze nogmaals: indiener geeft aan alert te zijn op afwijkingen van plannen: uitzonderingen waarvoor aparte afspraken gemaakt worden en waar geen ruggenspraak met bewoners is.

3. Indiener wijst op de zorgen die er zijn over de massaliteit van de gebouwen en bouwhoogtes van 20 meter en incidenteel tot 25 meter. Ook is er zorg over de voorgestelde bouwhoogtes en het aan te planten groen. Het duurt volgens indiener tientallen jaren voordat een groenstrook voldoende functioneert als buffer. Zie ook ervaring van bewoners met de 10 jaar geleden geplaatste buffer (nu 6-7 meter hoog).

34

Voorstel is om niet hoger dan 15-20 meter te bouwen en geen uitzonderingen te willen maken. En 12 meter aan de landschappelijke zone.

4. Indiener verzoekt de groene kamers (groenstroken) snel te realiseren, zo nodig in combinatie met grondwallen en organiseer de ontwikkeling ervan voor lange tijd (10-20 jaar). Kan adviestaak van KNO gebiedscommissie zijn (zie ad. 2).

5. Indiener stelt voor om de gebiedscommissie ook in te zetten bij fase 2. Verder wordt aangegeven dat de 60 ha natuurinclusieve landbouw behouden moet blijven. Maak een eventuele verdere planontwikkeling onderdeel van de adviestaak van de KNO gebiedscommissie (zie ad. 2).

6. Milieuklasse 4.2 wordt door de bewoners als te hoog milieubelastend ingeschat. Het type bedrijvigheid wat hierdoor ruimte krijgt binnen het plangebied kan tot ongewenste hinder leiden (licht, geluid, geur,..). Indiener stelt voor om een milieuklasse lager dan 4 aan te houden en een duidelijk proces in te richten, bijvoorbeeld met een gebiedscommissie, om de match te maken tussen type bedrijven wat zich wil vestigen en het circulaire ambitieniveau van de totale KNO uitstraling. Stel duidelijke criteria op basis waarvan die gepastheid getoetst wordt.

7. Indiener stelt voor een lange termijn gericht beheerplan (10-20 jaar) op te stellen voor de totale groeninrichting van KNO.

8. Indiener geeft aan dat de stikstofberekeningen vanwege de recente en huidige stikstofproblematiek in Nederland zullen moeten worden herzien en opnieuw onderzocht moeten worden, waarbij de meest actueel en recentste rekenmodellen moeten worden gebruikt en afgestemd met een reëel beeld van de werkelijkheid op het KNO.

9. Indiener benoemt dat Heerenveen zich positioneert als ‘Circular Valley’ en op dat punt dus ook onderscheidend en ambitieus zou moeten zijn. Indiener stelt voor een plan te maken welke bedrijvigheid, werkgelegenheid en economie met KNO stimuleert en hoe die aansluit bij de circulaire gebiedambities en Heerenveense ambities. Stel dus scherpe criteria op waar eventuele gebruikers/kopers aan moeten voldoen. Indiener geeft ideeën als korte kringlopen, groene inbedding, aandacht voor eigen energie, gebruik van restmaterialen. Zonnepark

10. Indiener wil dat de zonnepanelen zo gelegd worden dat recreanten niet tegen de zonnepanelen aankijken (geen inkijk vanaf fietspad), door een groene wand door middel van brede rietkragen die periodiek strooksgewijs gemaaid worden.

11. Indiener vraagt om het afstemmen van de hoogte van zonnepanelen op kansen voor optimale biodiversiteit met lokale pachters onder en naast panelen. Het natuurlijk zonlicht moet de bodem kunnen bereiken en beplanting aan de zijkant zoals lisdodde en riet moet kansen krijgen om te kunnen groeien. 35

12. Indiener vraagt om onderzoek naar het eventueel optreden van negatieve stralingseffecten en vraagt deze te delen met De Streek.

13. Bij calamiteiten van het zonnepark (zoals brand) wil indiener garanties dat het snel en adequaat opgeruimd/opgelost wordt. De verantwoordelijkheden en financiering hiervoor van de verschillende partijen moeten vooraf duidelijk zijn.

14. Indiener is van mening dat Energie Coöperatie Aengwirden vanaf het begin moet meebeslissen bij de ontwikkeling van het park. De opbrengsten wil indiener voor een belangrijk deel ten goede laten komen aan de verduurzaming van De Streek. Natuurinclusieve landbouwzone

15. Volgens indiener is de wettelijke duur voor de pacht voor los land standaard 6 jaar is en biedt 6 jaar geen extra’s voor gedane investeringen in het kader van natuurinclusieve landbouw door veehouders. Indiener pleit voor een 10-jarige pachtovereenkomst.

16. Indiener geeft tips om in de pachtovereenkomst voorwaarden te stellen aan het natuur inclusieve beheer van de gronden, zoals: -

Functionele biodiversiteit Bevorderen van (wilde) flora en fauna Landschaps- en cultuurhistorische elementen of landschappelijke structuren die bijdragen aan biodiversiteit Verkleinen van de negatieve effecten van de landbouw op natuurwaarden in de omgeving

17. Indiener wil inzetten op voorrang voor lokale pachters, vanwege minder verkeersbewegingen wat verkeersveiligheid ten goede komt.

18. Bewoners van De Streek vinden het erg belangrijk om de koeien in de weide te zien grazen. Dit moet mogelijk zijn.

19. Indiener geeft aan dat door de kortlopende contracten, er de afgelopen jaren niet meer geïnvesteerd is op de maisland percelen, wat leidt tot ongewenste uitspoeling van essentiële nutriënten en sporenelementen in de bodem. Om deze erosie te voorkomen en het historische karakter terug te krijgen zou indiener graag meer grasland willen zien.

20. Indiener geeft aan dat gezamenlijk beheer van het zonnepark onderzocht zou moeten worden. Hier zijn kansen voor lokale veehouders (gebruik maaisel, schapen weiden, etc.).

21. Indiener vraagt om financiële compensatie of beloning voor de eventueel verminderde opbrengsten door de andere gewenste invulling van het landbouwgebied. 36

Recreatie voorzieningen

22. In en langs de groensingels en zonnepark is er ruimte voor wandel- en fietspaden. Indiener geeft aan gelukkig te zijn met deze diverse recreatieve routes.

23. Indiener geeft aan dat het aanbrengen van het landschappelijk raamwerk zou moeten plaatsvinden ten tijde van het bouwrijp maken van het plangebied.

24. Indiener vraagt of ook wintergroen bosplantsoen in de bossingels kan worden opgenomen om het zich ook in de winterperiode zoveel mogelijk te beperken.

25. Het beheer van het landschappelijk raamwerk moet voor een lange periode (10-20 jaar) gewaarborgd worden zodat er zekerheid is over een goede en duurzame ontwikkeling.

26. Om de recreatieve structuur te versterken zou indiener graag zien dat de recreatieroute aan de noordzijde van het plangebied ook geschikt is voor fietsers. Deze route sluit ook makkelijker aan de Haudmare en kan als veilige schoolroute gebruikt worden. Plaatselijk Belang gaat in overleg met eigenaren en gebruikers van gronden ten noorden van het plangebied en met de vogelwacht, voor het creëren van extra verbindingen tussen De Streek en de oost-west gerichte recreatieroute.

27. Indiener vraagt om fitnessvoorzieningen langs de wandelroute in het gebied als extra mogelijkheid om te bewegen. Biodivers en vogelrijk gebied

28. Indiener stelt dat, om tot een harmonieus geheel van biotopen te komen, er keuzes moeten worden gemaakt. Om tot goede keuzes te komen en deze in plannen te vatten lijkt het indiener evident dat de gemeente daarvoor vóór de inrichting van start gaat, de benodigde expertise en budget beschikbaar stelt.

29. Indiener vraagt om stakeholders in het gebied de mogelijkheid te bieden actief te participeren om het gebied te ontwikkelen als proeftuin voor biodiversiteit (o.a. vogelwacht als onderdeel van de gebiedscommissie). Per biotoop kunnen kansen dan nader uitgewerkt worden.

30. De meest omvangrijke biotoop, wat vogels betreft, is die van de weidevogels. Deze soorten lijken er in de voorliggende plannen volgens indiener bekaaid vanaf te komen. Een dergelijke aantasting van bestaand gebied acht de vogelwacht niet verantwoord. Behoud van openheid moet worden nagestreefd zodat weidevogels haar plek kan behouden.

31. Indiener vraagt om borging van biodiversiteit, door nadere uitwerking en het opnemen ervan in een integrale planning en in het budget voor maatregelen. Dit ontbreekt nu in de ter inzage liggende stukken. 37

Reactie ad. 1 Zie algemene beantwoording A. Er is geen reden de milieucategorie te verlagen.

Reactie ad. 2 In het bestemmingsplan zijn de regels opgenomen die (gaan) gelden in het gebied. Het is niet mogelijk om hier op basis van het bestemmingsplan van af te wijken. Wanneer een bedrijf zich wil vestigen die wil afwijken van de regels, is hiervoor een aparte procedure nodig. Het bedrijf moet dan een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan aanvragen. Wij begrijpen de zorg, maar de mogelijkheid om een dergelijke omgevingsvergunning aan te vragen is wettelijk gezien niet weg te nemen. De vergunningsaanvraag moet goed onderbouwd worden, waarom is afwijken nodig, en dit wordt afgewogen door de gemeenteraad bij het al dan niet verlenen van de vergunning. In de procedure van de vergunning is het mogelijk voor omwonenden om te reageren op het ontwerpbesluit en eventueel in beroep te gaan op het verlenen van de vergunning. Het oprichten van een gebiedscommissie gaat ons op dit moment te ver en vinden we op dit punt in het proces ook niet nodig. We hebben op dit moment een klankbordgroep die we betrekken bij stappen in het proces, zoals het masterplan, het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan. En later ook bij het beplantingsplan, het acquisitieplan en de uitvoering.

We gaan er vanuit dat we hiermee voldoende betrokkenheid hebben vanuit de Streek, omdat deze grotendeels de Streek vertegenwoordigen, en zien op dit moment niet een meerwaarde in het oprichten van een aparte gebiedscommissie. Door de klankbordgroep bij alle uitwerkingen te betrekken, is er genoeg mogelijkheid om mee te denken en input te leveren voor de kaders die straks in de verschillende plannen terecht komen. De klankbordgroep blijft wat ons betreft bestaan zolang hier vanuit beide zijden, gemeente en klankbordgroep, behoefte aan is en er concrete ontwikkelingen / keuzes te maken zijn. Het is altijd mogelijk om als Plaatselijk Belang, klankbordgroep of individueel persoon of organisatie, ongevraagd en gevraagd te reageren op ontwikkelingen of advies te geven richting de gemeentelijke organisatie of de gemeenteraad. Wanneer het gaat om afwijkingen van het bestemmingsplan, dan is altijd een procedure nodig waarin gelegenheid voor inspraak wordt gegeven.

Reactie ad. 3 In onze algemene reactie D. gaan wij in op de bouwhoogtes en waarom voor deze hoogtes is gekozen. Ten aanzien van de aanplant en groei van de stroken, het volgende. De beplanting zorgt dat het bedrijventerrein landschappelijk wordt ingepast. Door zowel boomvormers als bosplantsoen te gebruiken en brede stroken beplanting aan te planten worden de gebouwen aan het zicht onttrokken en wordt een robuuste, groene rand gevormd. De hoogte van de aan te planten bomen zal ongeveer 4 meter zijn (12-14) en het bosplantsoen (80-100) rond 1 meter. De huidige bosstroken zijn minder hoog aangeplant. Hoger aanplanten heeft geen zin omdat het bos zich natuurlijk moet kunnen ontwikkelen en grotere bomen hebben meer tijd nodig zich aan te passen aan de omstandigheden. De verwachting is dat de groenstroken na 10 jaar een hoogte hebben van 6-8 meter, na 20 jaar 8-12 meter en na 30 jaar 12-15 meter.

38

Reactie ad. 4 Wij zijn van plan de groene kamers (groenstroken) snel te realiseren. De beplanting waarvan de locatie bekend en definitief is, wordt direct volgend op het bouwrijpmaken van het bedrijventerrein, gerealiseerd. De aanplant vindt plaats in het voor- of najaar. Zie ook onze reactie op zienswijze 10, ad. 8. In combinatie met grondwallen is minder geschikt, omdat door het ophogen van de stroken de afstand tussen de beplanting en het grondwater groter wordt. Daarnaast vloeit regenwater op grondwallen ook sneller weg naar de oppervlakte. Het beheer van de groenstroken werken we uit in een groenbeheerplan. Het groenbeheerplan betreft het beheer van de gehele openbare (groene) ruimte van het projectgebied met uitzondering van natuurinclusieve landbouw en het zonnepark. Het beheerplan beschrijft de beheerdoelstellingen voor het projectgebied. Daarnaast geeft het een beschrijving van de te beheren objecten. Onderdeel van het beheerplan is de raming. De raming heeft als doel de financiële gevolgen voor het beheer van het projectgebied weer te geven. Aan de hand van een kostenberekening wordt bepaald wat het beheer jaarlijks kost. Deze kostenberekening is onderbouwd met werkpakketten en onderhoudsmaatregelen. Ze beschrijven het gemiddelde van de jaarlijkse kosten voor de komende tien tot twintig jaar. Deze kosten worden opgedeeld in klein en groot onderhoud.

Hiermee gaan we ervan uit dat de ontwikkeling voor de aankomende 10 tot 20 jaar gewaarborgd is.

Reactie ad. 5 Het ontwerp bestemmingsplan gaat uit van 60 ha natuurinclusieve landbouw en heeft geen betrekking op andere ontwikkelingen. In de regionale bedrijventerreinenafspraken van 2022 is voor Klaverblad Noordoost wel een 3 e fase opgenomen: een 3e 10 ha die mogelijk ontwikkeld kan worden als bedrijventerrein. Dit bestemmingsplan heeft nu geen betrekking op een 3e fase maar de ontwikkeling hiervan wordt wel onderzocht. Voor wat betreft de gebiedscommissie, verwijzen wij naar onze reactie onder ad. 2.

Reactie ad. 6 Zie onze algemene beantwoording A. Er is geen reden de milieucategorie te verlagen.

Reactie ad. 7 Zie onze reactie onder ad. 4.

Reactie ad. 8 De meest actuele versie van AERIUS is van januari 2022. De berekeningen die voor KNO zijn uitgevoerd, zijn met deze versie uitgevoerd. De berekeningen zijn bijgevoegd als bijlage 8 bij het ontwerpbestemmingsplan. Hierin is opgenomen als uitgangspunt: In de beoordeling van de effecten van het plan in de gebruiksfase is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. Het bedrijventerrein wordt niet aangesloten op het gasnetwerk. Hierdoor ontstaan er geen emissies van stikstof ten gevolge van de netto 20 ha bedrijvigheid (maximale milieucategorie 4.2). Om te voorkomen dat andere activiteiten tot emissies van stikstof leiden, nemen we in het bestemmingsplan een regel op, zie onze beantwoording op zienswijze 18, ad. 9. Er zijn wel emissies van stikstof ten gevolge van de verkeersgeneratie behorende bij deze bedrijvigheid dus dit is ingevoerd in de AERIUS berekening. Verder zal in het plangebied KNO 30 ha zonnepark worden gerealiseerd (30 ha betreft bruto zonnepark, dat wil zeggen, inclusief water en 39

natuur). Dit zonnepark leidt niet tot emissies van stikstof. Het overige deel van het plangebied behoudt een agrarische functie. Dit betreft dan natuurinclusieve landbouw. Als worstcaseuitgangspunt is aangenomen dat de stikstofemissie hierbij niet verandert (worst case omdat in de praktijk waarschijnlijk de stikstofemissie wel degelijk naar beneden gaat omdat gronden minder bemest zullen worden). Er is zoveel mogelijk uitgegaan van een worst-case, maar realistische invulling van het gebied. Er is geen aanleiding om de AERIUS-berekeningen te updaten of de uitgangspunten te wijzigen.

Reactie ad. 9 Indiener vraagt om scherpe criteria waar eventuele gebruikers/kopers aan moeten voldoen. Indiener geeft ideeën als korte kringlopen, groene inbedding, aandacht voor eigen energie, gebruik van restmaterialen. De gemeente werkt op dit moment aan een acquisitieplan waarin staat waar de gemeente op focust bij bedrijven en welke selectiecriteria bij de uitgifte van kavels van belang zijn. In het Masterplan Klaverblad Noordoost, dat door de gemeenteraad in september 2021 is vastgesteld, is hier al een voorschot op gegeven. Hierin staat bijvoorbeeld het volgende beschreven: -

-

Het bedrijventerrein wordt zo natuurinclusief mogelijk ingericht door het creëren van nestgelegenheid en voedselmogelijkheden. Er wordt samengewerkt aan een robuuste inrichting van het bedrijventerrein en de bedrijfsgebouwen; met inzet van herbruikbare en duurzame materialen voor wegverharding, terreinafscheidingen, gebouwen, processen etc. Op deze manier wordt concrete invulling gegeven aan de term circulair. De bedrijfspanden voldoen aan het BREAAM-NL Nieuwbouw certificaat met beoordeling Very Good, Excellent of Outstanding. Verder zijn er voorwaarden opgenomen ten aanzien van duurzame energie, energieopwek, hittestress en klimaatadaptatie en stimuleren van biodiversiteit.

Voor meer informatie hierover verwijzen wij naar het Masterplan en straks naar het op te stellen acquisitieplan.

Reactie ad. 10 Wij werken op dit moment aan een beplantingsplan waarin we ook zullen opnemen hoe het zicht op de zonnepanelen vanaf de fietsroute door het plangebied beperkt kan worden. Deze opmerking qua type beplanting en beheer nemen we mee in onze afwegingen in het beplantingsplan.

Reactie ad. 11 De opstelling van de panelen geeft schaduw, maar laat voldoende ruimte voor een kruidenrijke begroeiing. Hier wordt ecologisch maaibeheer en mogelijk begrazing toegepast. In de regels van het bestemmingsplan is wel een maximum hoogte van zonnepanelen opgenomen om zicht over de zonnepanelen vanaf de snelweg richting het achterliggende gebied te behouden.

Reactie ad. 12 Zonnepanelen genereren gelijkstroom die wordt omgezet in wisselstroom door omvormers (die een beperkte elektromagnetische straling genereren die aan de normen voldoet). Om verliezen tijdens het transport te beperken, wordt de spanning van deze wisselstroom (50 Hz) verhoogd tot een waarde tussen 10 kV en 30 kV dankzij transformatoren die ook beperkte elektromagnetische straling uitzenden die voldoet aan de normen.

40

Het magneetveld van hoogspanningslijnen, ondergrondse kabels en transformatoren blijft op voor het publiek toegankelijke plaatsen (ruim) onder de blootstellingslimiet van 100 microtesla. Als de blootstelling onder de blootstellingslimieten blijft, kan men ervan uitgaan dat men voldoende beschermd is tegen de nu bekende gezondheidsrisico’s. In de blootstellingslimieten is met een veiligheidsmarge rekening gehouden met de onzekerheden die in wetenschappelijk onderzoek zitten. Apparaten en installaties die binnen de Europese Unie verkocht worden moeten via Europese productnormen ook voldoen aan deze blootstellingslimiet. Voor meer informatie over elektromagnetisch velden kan indiener terecht op de website van het Kennisplatform Elektromagnetische Velden en Gezondheid. In het Kennisplatform EMV werken samen: RIVM, TNO, DNV GL, GGD GHOR Nederland, Agentschap Telecom en ZonMw. Er is geen aanleiding om nader onderzoek te doen naar elektromagnetische straling specifiek voor het zonnepark op Klaverblad Noordoost.

Reactie ad. 13 Er worden met de coöperatie (of ontwikkelaar) afspraken gemaakt over verantwoordelijkheden en financiering van verschillende partijen bij calamiteiten van het zonnepark zoals brand. Dit zal naar verwachting niet veel afwijken van andere reeds ontwikkelde parken alsmede bestaande procedures, handelings- of veiligheidsplannen die er uiteraard op gericht zijn snel en adequaat te handelen.

Reactie ad. 14 Energie Coöperatie Aengwirden is lid van de Samenwerkende Heerenveense Energie Coöperatie (SHEC) waar de gemeente mee in gesprek is. Uitgangspunt is ook mimimaal 50% (liefst meer) lokaal eigendom. Niettemin heeft de gemeente ook te maken met de aanbestedingswet. Dit vraagt om een zorgvuldig proces. Op voorhand de Energie Coöperatie Aengwirden of de SHEC laten meebeslissen is voorbarig. Vraagstukken die besluiten van de energiecoöperaties vragen spelen in dit stadium ook niet.

Reactie ad. 15 Op dit moment wordt de landbouwgrond verpacht voor de duur van 1 jaar. Er is geen wettelijke minimale duur van zes jaren. Het staat de pachter en verpachter vrij om een bepaalde duur voor de overeenkomst af te spreken. Er is gekozen voor een periode van zes jaren om de noodzakelijke investeringen bij natuurinclusieve landbouw ook rendabel te laten zijn. Een langere periode is mogelijk, maar maakt de gemeente als grondeigenaar minder flexibel en vanuit financieel perspectief voor de pachter is er ook geen noodzaak toe.

Reactie ad. 16 In onze reactie op zienswijze 8, ad. 1 gaan wij in op de pachtvoorwaarden en hoe die nu zijn uitgewerkt.

Reactie ad. 17 In onze reactie op zienswijze 10, ad. 6 gaan wij in op het voorrang verlenen aan pachters in De Streek.

Reactie ad. 18 Het blijft mogelijk om in de toekomst koeien op de weide te laten grazen mits voldaan wordt aan de pachtvoorwaarden.

41

Reactie ad. 19 Waar de agrarische gronden voor gebruikt worden, bouwland of grasland, wordt niet bepaald door de gemeente maar door de pachters. Het bloemrijke kruidenmengsel dat we toepassen langs de bossen, sloten, het gebied onder de hoogspanningsmasten en langs de wegen/paden zorgt voor een intensieve en diepe beworteling en poriën en biedt mogelijkheden om water af te voeren in de bodem. Door de verschillende soorten met andere bewortelingsdiepten blijven er in een droge zomer meer soorten doorgroeien zodat er een organische massa boven de grond aanwezig blijft. Dit heeft een remmende werking op de afstroming. In de pachtovereenkomst bij bouwland staat hierover het volgende: Het is verplicht een strook grond van ten minste 3 meter langs de sloten in te zaaien met een inheems bloemrijk kruidenmengsel. De sloten worden ecologisch geschoond, dat wil zeggen dat minimaal 25% van de vegetatie behouden dient te blijven. De strook grond welke ingezaaid is met een bloemrijk kruidenmengsel blijft tot na de winter staan, of wordt na de oogst van het hoofdgewas gemaaid.

Reactie ad. 20 Het uitgangspunt van de gemeente is dat gezamenlijk beheer van het zonnepark niet wordt uitgesloten en dat de gemeente hier open voor staat, maar dat moet blijken bij de uitwerking en uitvoering of dit haalbaar is er of er belangstelling voor is vanuit lokale agrarische ondernemers.

Reactie ad. 21 In het bepalen van de pachtprijs wordt rekening gehouden met de andere vorm van landbouw.

Reactie ad. 22 De gemeente is blij te horen dat de recreatieve routes gewaardeerd worden. Deze komen voort uit het Sinnetafel proces, als wens uit De Streek.

Reactie ad. 23 De groenstroken worden aangelegd zodra de positie definitief bekend is. Voor de stroken in noordzuidelijke richting is dit zoals het nu lijkt in 2023/2024 (tegelijk met het inrichten en bouwrijp maken van het gebied), voor de oost-westelijke stroken hangt dit af van de indeling van het bedrijventerrein. In het bestemmingsplan is een regel opgenomen dat deze groenstroken uiterlijk twee jaar na uitgifte van de laatste percelen, moeten zijn gerealiseerd.

Reactie ad. 24 Op dit moment zijn wij bezig met het uitwerken van een beplantingsplan voor het gebied. Uitgangspunt van het beplantingsplan is dat we enkel inheemse, gebiedseigen soorten toepassen. Dit zijn soorten die bijdragen aan de lokale biodiversiteit en de verrijking van het natuurlijke systeem. Op bepaalde plekken, bijvoorbeeld langs wandelroutes/randen wordt voorgesteld om vruchtdragende bomen aan te planten. We planten geen bladhoudende soorten aan aangezien deze niet gebiedseigen zijn. Om zicht te voorkomen zal er worden aangeplant in driehoeksverband. Dit in combinatie met de breedte van de bossingel zal het zicht beperken.

Reactie ad. 25 Zie onze reactie onder ad. 4.

42

Reactie ad. 26 In het plan is gekozen voor een fietsroute die aansluit / evenwijdig loopt aan de nieuwe ontsluitingsweg van het bedrijventerrein. Hiermee kan kosten efficiënt het fietspad worden gerealiseerd en heeft de route een dubbelfunctie, voor gebruikers van het bedrijventerrein en voor bewoners van De Streek. Een route langs de noordzijde van het gebied heeft een dergelijke dubbelfunctie niet of minder Daarnaast heeft de route langs de hoogspanningslijn het effect dat de noordzijde van het plangebied rustiger blijft (alleen wandelaars), wat de natuurwaarden in het gebied ten goede komt; er is zo sprake van een logische zonering tussen 'drukker’ en meer rust.

Reactie ad. 27 Wij waarderen de suggestie om fitnessvoorzieningen te plaatsen langs de wandelroute, maar vinden dit niet passend in de natuurlijke omgeving die wij voor ons zien voor Klaverblad Noordoost. Wij zouden andere locaties geschikter vinden voor dit soort voorzieningen.

Reactie ad. 28 Voor elk onderdeel dat wordt uitgewerkt, van bestemmingsplan tot beeldkwaliteitsplan en van definitief ontwerp tot beplantingsplan, in alle onderdelen wordt, wanneer nodig, de juiste expertise ingeschakeld, zeker als het gaat om biodiversiteit en biotopen. Hiervoor is expertise en budget beschikbaar.

Reactie ad. 29 In overleg met de bestaande klankbordgroep, waar de Vogelwacht onderdeel van uit maakt, onderzoeken wij graag de mogelijkheden.

Reactie ad. 30 In onze reactie op zienswijze 20 gaan we in op de zorgen ten aanzien van weidevogels.

Reactie ad. 31 Het bevorderen van de biodiversiteit wordt geborgd door middel van verschillende maatregelen: door het opnemen van de juiste pachtvoorwaarden in de pachtovereenkomsten, door het opnemen van voorwaarden in het acquisitieplan voor bedrijven die willen vestigen in het gebied, door keuzes te maken in het beplantingsplan en door het uitwerken, realiseren en het beheer van de verschillende plas-draszones en groenstroken in het gebied. Ook in de uitwerking van het zonnepark zal hier aandacht voor zijn. Omdat biodiversiteit zo verweven zit in de verschillende onderdelen en de uitvoering daarvan bij verschillende partijen ligt (pachters, bedrijven, beheer van het zonnepark én gemeente), is het opstellen van één planning en één budget voor biodiversiteit niet haalbaar en ook niet noodzakelijk. De planningen van al deze ontwikkelingen lopen immers deels parallel en deels opeenvolgend. Ons doel is om een gebied te creëren waarin op verschillende manieren de biodiversiteit wordt gestimuleerd en dat wordt op deze manier geborgd. Tot slot, in onze reactie op zienswijze 17, ad. 4, gaan wij in op het groenbeheerplan dat opgesteld wordt voor het gebied.

Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

43

Zienswijze 18 1. Indiener is van mening dat nu definitief het weidse uitzicht vanaf de Streek in zuidelijke richting verdwijnt en vreest uitzicht op gebouwen van een toegestane hoogte tot 25 meter. Indiener verwacht niet dat de geplande groenstroken toereikend zijn deze gebouwen te verbergen.

2. Indiener is van mening dat KNO zeer dicht tegen de Streek is gepland, de dichtst bijgelegen woningen liggen op een afstand van slechts 500 meter.

3. Indiener vreest extra lichtvervuiling door verlichting in, en rond bedrijven.

4. Volgens de indiener is er door het toestaan van categorie 4.2 bedrijven een reëel risico op overlast als gevolg van geur, stof, geluid en trillingen.

5. Indiener geeft dat bij calamiteiten in 4.2 categorie bedrijven, rampen en/of ontruiming van grote delen van de Streek afhankelijk van de windrichting een reëel risico zijn. Ook overige bedrijven geven overigens dit potentiële risico.

6. Indiener geeft aan dat Friesland op dit moment meer energie levert dan in de provincie zelf nodig is, en vindt geplande zonneparken derhalve onnodig. Indiener lijkt het niet wenselijk dat Friesland een nog groter wingewest wordt dan nu al het geval is.

7. Indiener maakt zich zorgen dat bij grote vraag ook de rest van het gebied als bedrijventerrein zal worden bestemd.

8. Indiener maakt zich zorgen over het verdwijnen van het leefgebied voor bijzondere vogels, weidevogels en andere diersoorten als gevolg van KNO.

9. Indiener vindt het tegenstrijdig dat op dit moment, nu er veel te doen is rondom CO2 en stikstof, een weide- en landbouwgrond wordt ingeruild voor een bedrijventerrein met bedrijven tot en met categorie 4.2.

Reactie ad. 1 Het bedrijventerrein is opgedeeld in twee delen: de representatie zone die op de A7 is gericht (de eerste 100 meter vanaf de A7 gezien) en de landschappelijke zone aan de zijde van Tjalleberd. In de representatieve zone zijn gebouwen met een maximale bouwhoogte van 20 meter mogelijk. Daarnaast zijn hoogteaccenten tot 25 meter toegestaan in deze zone. In de landschappelijke zone van het bedrijventerrein mag de bouwhoogte maximaal 12 meter zijn. Het bedrijventerrein wordt landschappelijk ingepast met de aanleg van een groenstrook van uiteindelijk ruim 15 meter hoog. De groenstroken die aan de noordkant van het bedrijventerrein worden aangelegd, worden daarnaast minimaal 30 meter breed. Aan de westzijde van het bedrijventerrein komt een groenstrook van minimaal 40 meter breed. Daarmee zijn deze 44

groenstroken in elk geval twee keer zo breed als de bestaande groenstroken die parallel aan de Binnendykster Haadfeart liggen. Wij zijn van mening dat deze groenstroken voldoende breed en hoog zijn om te voldoen in afscherming van het bedrijventerrein.

Reactie ad. 2 De afstand tussen het bedrijventerrein en De Streek is aangehouden om voldoende afstand tussen de bedrijven en de woningen te creëren om hinder te voorkomen en om de bedrijven aan het zicht te kunnen onttrekken door middel van afstand en groenstroken. Wij zijn van mening dat we door dit plan, aan beide aspecten voldoen en de afstand voldoende groot is.

Reactie ad. 3 In onze reactie op zienswijze 6, ad. 3 gaan wij in op het voorkomen van lichthinder/lichtvervuiling.

Reactie ad. 4 Zie onze algemene beantwoording A. Er is geen reden de milieucategorie te verlagen.

Reactie ad. 5 In de regels van het bestemmingsplan zijn vuurwerkbedrijven en/of andere risicovolle inrichtingen (zoals bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen worden opgeslagen), uitgesloten op dit terrein. Elk ander bedrijf dat zich wil vestigen op het terrein moet voldoen aan de gebruikelijke veiligheidseisen. Hiermee wordt het risico op calamiteiten / rampen zoveel mogelijk voorkomen.

Reactie ad. 6 De gemeente Heerenveen vindt duurzaamheid belangrijk en streeft er onder andere naar om in 2050 energieneutraal te zijn. Deze lange termijn ambitie is gebaseerd op landelijk kaders, zoals het Klimaatakkoord en regionale kaders, zoals de Regionale Energie Strategie. Onderdeel van ons beleid is het ‘meters maken in de energietransitie’, waarin wij het belangrijk vinden duurzame energie lokaal op te wekken. Op het moment dat het Duurzaamheidsprogramma werd vastgesteld in 2019, had Heerenveen 4% duurzame energie. Dus hoewel indiener aangeeft dat Fryslân als geheel meer energie levert dan de provincie nodig heeft, hebben wij de ambitie dat dat op Heerenveense schaal beter kan en dragen wij ons steentje hier graag aan bij. Het geplande zonnepark helpt hierbij.

Reactie ad. 7 Vooralsnog heeft dit bestemmingsplan alleen betrekking op fase 1 en 2. Fase 3 (een derde 10 hectare) is recent opgenomen in de regionale bedrijventerreinen programmering vanwege een toegenomen behoefte. Deze regionale bedrijventerreinen programmering is vastgesteld door de vijf gemeenten en ligt op dit moment voor bij de provincie voor akkoord. Dit bestemmingsplan heeft geen betrekking op fase 3 en voordat fase 3 er kan komen, moet de provincie hier nog mee akkoord gaan en is opnieuw een bestemmingsplanprocedure nodig. Op dit moment is verdere uitbreiding van het bedrijventerrein in het gebied niet aan de orde.

Reactie ad. 8 Zie onze reactie op zienswijze 13, ad. 1

Reactie ad. 9 Wij kunnen ons voorstellen dat dit tegenstrijdig kan overkomen. Aan de andere kant nemen wij in ons plan op dat gebouwen all-electric moeten zijn, dus dat er door de verwarming van de gebouwen geen stikstofdepositie zal vrijkomen. Daarnaast moeten bedrijven voldoen aan wettelijk eisen en aan aanvullende voorwaarden die we opnemen in het acquisitieplan, onder andere ten aanzien van

45

duurzaamheid. Op die manier willen we een groot effect op natuur en milieu door bedrijven voorkomen. In onze stikstofberekening zijn wij uitgegaan van mogelijke stikstofdepositie door verwarming (uitgesloten vanwege verplichting all-electric) en door verkeersbewegingen (doorgerekend aan de hand van verkeersmodel, leidt niet tot toename). Om te borgen dat bedrijven geen andere stikstofdepositie kunnen veroorzaken, hebben we het bestemmingsplan naar aanleiding van deze zienswijze (en andere zienswijzen op dit punt) aangevuld met een zogenoemde stikstofregel. Met het opnemen van een stikstofregel in een bestemmingsplan wordt als strijdig gebruik aangemerkt; het gebruiken of bouwen dat leidt tot een toename van de stikstofdepositie (groter dan 0,00 mol N/ha/jaar) en/of significante effecten op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten niet kunnen worden uitgesloten. In de regels is aan artikel 5.4.1 een extra lid toegevoegd (lid m): Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen het gebruik van gronden en bebouwing voor bedrijfsactiviteiten indien dit leidt tot een toename van de stikstofdepositie vanaf het betreffende bouwperceel op de maatgevende voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000gebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=ed273c12-7dc6-4222-b56c-2b2b3445e471