1.1 Bijlage 1 Voorstel-nota zienswijzen KNO inclusief bijlagen
Tekst van het document
Nota van zienswijzen – ontwerp bestemmingsplan Klaverblad Noordoost 25 augustus 2022
1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan Klaverblad Noordoost heeft betrekking op het agrarisch gebied ten noordoosten van het Klaverblad Heerenveen, tussen Tjalleberd en de A7. Het ontwerpbestemmingsplan is opgesteld om het omvormen van dit gebied naar een duurzaam bedrijventerrein met ruimte voor een zonnepark en natuurinclusieve landbouw mogelijk te maken. Het ontwerpbestemmingsplan, het MER dat is opgesteld voor deze ontwikkeling en het Beeldkwaliteitsplan, hebben met ingang van vrijdag 3 juni 2022 tot en met donderdag 14 juli 2022 voor een ieder ter inzage gelegen. Tijdens deze periode bestond de mogelijkheid om schriftelijk of mondeling inspraakreacties in te dienen. Eén en ander is op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt door middel van een publicatie in de Heerenveense Courant op 3 juni 2022 alsmede op de website van de gemeente. Gedurende de termijn van terinzagelegging kon eenieder zowel schriftelijk als mondeling een zienswijze indienen. Er zijn 30 schriftelijke zienswijzen ingediend. Deze zijn alle ingediend binnen de daartoe gestelde termijn en zijn alle ontvankelijk. Niemand heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om een mondelinge zienswijze in te dienen. Wel zijn 4 schriftelijke zienswijzen mondeling toegelicht in een (telefonisch) gesprek. De ontvangen zienswijzen worden in deze nota behandeld.
Op 15 juni 2022 is een inloopbijeenkomst gehouden in het MFA in Tjalleberd. Er kwamen ongeveer 60 bezoekers naar deze avond. Acht bezoekers hebben tijdens deze avond een schriftelijke zienswijze ingediend. Van de in totaal 30 ingediende zienswijzen zijn er dus 8 zienswijzen tijdens deze avond ingediend.
2. Opzet nota van zienswijzen De afzonderlijke zienswijzen zijn in deze nota puntsgewijs samengevat en voorzien van een reactie. Dat deze zienswijzen zijn samengevat betekent niet dat bepaalde zienswijzen niet of niet volledig betrokken zijn in de (belangen)afweging. Alle ingediende zienswijzen zijn in hun totaliteit in de (belangen)afweging betrokken. Inhoudende dat onderdelen van de zienswijzen die niet expliciet worden benoemd wel bij de beoordeling zijn betrokken. Een aantal van de zienswijzen zijn (nagenoeg) identiek aan elkaar wat betreft de ruimtelijk relevante onderdelen. Deze zienswijzen zijn samengevoegd en zijn van één antwoord voorzien.
1
Ook geldt dat veel zienswijzen betrekking hebben op hetzelfde thema. De nota begint daarom met een overzicht van de meest terugkerende thema’s. Hierop is een inhoudelijke toelichting gegeven op hoe de gemeente omgaat met deze thema’s. In de beantwoording van de afzonderlijke zienswijzen wordt, waar van toepassing, verwezen naar deze algemene beantwoording.
3. Inhoudelijke reactie en toelichting op terugkerende thema’s A. Toegestane bedrijven en milieuhinder In het ontwerp bestemmingsplan is opgenomen dat bedrijven tot en met categorie 4.2 zich mogen vestigen. Deze categorie-indeling is een indeling van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) waar bedrijven zijn ingedeeld op verwachte effecten op de omgeving. Hoe hoger de categorie, hoe verder deze categorie van woningen of andere gevoelige functies moet zijn. Bij de categorieën horen richtafstanden. Hieronder weergegeven: Categorie
Richtafstand (m)
1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
10 30 50 100 200 300 500 700 1.000 1.500
Dit zijn richtafstanden. Bij vergunningverlening, dus wanneer precies duidelijk is welk bedrijf en welke bedrijfsprocessen worden aangevraagd, wordt altijd getoetst wat het effect op de omgeving is voor de relevante milieuaspecten (oa geur, geluid, stof, veiligheid). Voor een categorie 4.2 bedrijf geldt dus een richtafstand van 300 meter. In het ontwerp bestemmingsplan is een afbeelding opgenomen hoever deze afstand reikt vanaf de grens van het bedrijventerrein (inclusief fase 2) in de omgeving. Deze afbeelding wordt hieronder weergegeven. Binnen de 300 meter-zone is een niet-agrarische bedrijfsfunctie gelegen aan de Pastoriesingel. Dit is geen milieugevoelig object zoals bedoeld in de handreiking Bedrijven en Milieuzonering. De meest nabijgelegen milieugevoelige functies (woonfuncties) zijn op circa 350 á 400 meter gelegen. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat bedrijven met een milieucategorie van 4.2 passen op deze locatie. De bedrijven worden niet belemmerd in de bedrijfsactiviteiten en andersom is er een goed woon- en leefklimaat te garanderen ter plaatse van milieugevoelige functies in de omgeving. Er is geen reden om de milieucategorie te verlagen. Bij de regels van het bestemmingsplan is een bedrijvenlijst opgenomen waarop het type bedrijven staat die is toegestaan in dit gebied.
Voor het duurzame profiel dat we voorstaan, kijken we vooral naar het DNA van het bedrijf en minder naar de bedrijfsactiviteiten ‘an sich’. De bedrijvenlijst van het bestemmingsplan voor bedrijventerrein IBF is hiervoor als basis genomen. Daar zijn vervolgens een aantal categorieën uitgehaald: activiteiten die kunnen conflicteren met aanwezige activiteiten op IBF (met name de voedingsmiddelenindustrie) en activiteiten die conflicteren met het duurzame profiel 2
van KNO. Sommige bedrijven die op het eerste gezicht niet duurzaam lijken, maar dit wel kunnen zijn in verband met circulariteit en samenwerking met andere bedrijven in de regio, zijn wel op de lijst blijven staan. Verwijderde categorieën zijn:
Visserij- en visteeltbedrijven; Slachterijen en pluimveeslachterijen; Bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval; Loonslachterijen; Visverwerkingsbedrijven (conserveren en roken); Rubberbandenfabrieken en loopvlakvernieuwingsbedrijven; Benzineservicestations; Groothandel in levende dieren; Taxi- en touringcarbedrijven; Bus-, tram- en metrostations en –remises; Datacenters.
Op IBF waren al uitgesloten (en deze lijn volgen we ook voor KNO):
Zelfstandige kantoren; Perifere detailhandel / grootschalige detailhandel (meubelzaken, autodealers, etc.); Horeca (als zelfstandige functie).
Verder zijn ten opzichte van IBF ’grote lawaaimakers’ uitgesloten. Dit zijn bedrijven die worden genoemd in de wetgeving die veel lawaai maken. De gemeente werkt op dit moment aan een acquisitieplan waarin staat waar de gemeente op focust bij bedrijven en welke selectiecriteria bij de uitgifte van kavels van belang zijn. NB: bij het ontwerpbestemmingsplan is een uitgebreidere lijst opgenomen dan bij het voorontwerpbestemmingsplan dat eerder ter inzage heeft gelegen. Terwijl een aantal bedrijven in de lijst bij het voorontwerpbestemmingsplan er bewust van af zijn gehaald, zoals slachterijen, zijn deze er bij het ontwerpbestemmingsplan toch weer op gekomen. Voor het vast te stellen bestemmingsplan passen we de lijst aan naar de (beperktere) lijst van het voorontwerp, die aansluit bij de opsomming van aanpassingen hierboven.
3
Figuur 4.4 uit de toelichting van het bestemmingsplan: ligging verblijfsobjecten t.o.v. 300 meter-zone
B. Visualisaties Tijdens de inloopbijeenkomst zijn verschillende visualisaties op de tafels gelegd om een indruk te kunnen geven van de bebouwing die op het bedrijventerrein volgens het ontwerpbestemmingsplan is toegestaan. Deze tekeningen zijn in perspectief getekend. Bij een aantal van de aanwezigen ontstond de indruk dat de bebouwing lager is ingetekend dat volgens het bestemmingsplan mag. Dit komt waarschijnlijk doordat de hoogspanningsmasten per ongeluk te hoog waren ingetekend. Deze zijn in werkelijkheid 30 meter hoog (in plaats van de 44 meter zoals getekend). Wij begrijpen dat dit tot verwarring leidt en hebben gewerkt aan een nieuw 3D-model. In bijlage 1 bij deze nota zijn de nieuwe visualisaties ingevoegd.
C. Betrokkenheid omgeving tot nu toe Omwonenden gaven aan betrokken te willen zijn, maar nu te worden geconfronteerd met een uitgewerkt plan. Om het proces te verduidelijken, wordt hieronder in hoofdlijnen het (participatie)proces voor de gebiedsontwikkeling Klaverblad Noordoost, geschetst. Om het beknopt en overzichtelijk te houden zijn de hoofdlijnen beschreven, bedoeld om het proces te doorgronden. Schematisch
4
Proces in hoofdlijnen 2017-2018
Sinnetafelproces Participatieproces met veel stakeholders mei 2019: besluit gemeenteraad
2019-2021
Van Sinnetafel naar Masterplan medio 2020: filmpje + vragenlijst schetsontwerp voor inwoners medio 2021: inspraak in Tjalleberd o.b.v. Masterplan sept 2021: besluit gemeenteraad vaststellen Masterplan
2021-2022
Planologisch traject nov 2021: voorontwerp ter inzage; juni 2022: ontwerp ter inzage; september 2022: vaststelling gemeenteraad; november 2022: onherroepelijk
2021- n.t.b
Ontwerptraject - uitvoering Q1 2022 afronding definitief ontwerp juli 2022: Opstellen groen en beheerplan: afstemmen met klankbordgroep 2e helft 2022: opstellen acquisitieplan, welke bedrijven worden geworven? Einde 2022: start realisatie; Vanaf eind 2023: het eerste bedrijf kan zich vestigen.
2017 – 2018: Sinnetafel proces Samen met belanghebbenden en belangstellenden hebben we mogelijke ontwikkelingen van het gebied Klaverblad Noordoost verkend. Kortgezegd een snelkookpansessie waarbij alle stakeholders en belanghebbenden vroeg in het planproces en in een korte periode kansen en bedreigingen voor de ontwikkeling van het gebied in beeld brengen. Mei 2019: besluit gemeenteraad om Klaverblad Noordoost duurzaam te ontwikkelen, op basis van hetgeen is opgehaald tijdens het Sinnetafel proces. 2019 – 2021: Van Sinnetafel naar Masterplan Schetsontwerp -> Voorlopig ontwerp De uitkomsten van de Sinnetafel zijn als vertrekpunt genomen voor het ruimtelijk ontwerp. Medio 2020 is via een informatiefilm het schetsontwerp toegelicht. Daarnaast is een brochure opgesteld waarin een nadere toelichting op het ontwerp is gegeven. Medio 2020: omwonenden en belanghebbenden konden op basis van het filmpje en de brochure een vragenlijst invullen en zo richting meegeven in de volgende ontwerpfase. In totaal hebben 79 personen de vragenlijst ingevuld. Voorlopig ontwerp -> Masterplan Met alle verkregen input vanuit de vragenlijst is het schetsontwerp verder verfijnd tot een voorlopig ontwerp. Het voorlopig ontwerp heeft de basis gevormd voor het Masterplan. In het Masterplan staat beschreven aan welke ambities het bedrijventerrein, het zonnepark en de natuur inclusieve landbouw gaat voldoen.
Medio 2021: huis-aan-huis is in de omgeving Tjalleberd-Luinjeberd een ieder uitgenodigd om te reageren op het concept-Masterplan. Ook is er een inloopmoment georganiseerd (vanwege corona in de buitenlucht) in het dorp Tjalleberd waarbij ook de wethouder aanwezig was. 5
Op de verkregen input is gereageerd, het Masterplan is afgerond en ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. September 2021: besluit gemeenteraad vaststelling Masterplan. 2021 – en verder… Sinds het besluit zijn twee trajecten parallel ingezet: 1. Planologisch traject: zorgen dat de gewenste ontwikkeling ook gerealiseerd mag worden (Bestemmingsplan, MER en Beeldkwaliteitsplan); 2. Ontwerptraject: van voorlopig ontwerp, naar definitief ontwerp naar uitvoering. Beide processen worden hieronder separaat toegelicht. Planologisch traject In de eerste plaats is het goed om te melden dat er drie hoofddocumenten zijn opgesteld: - MER: milieueffect rapportage; beschrijft de milieueffecten in het gebied gelet op de beoogde ontwikkeling. - Bestemmingsplan: regelt wat er qua activiteiten en gebruik in een gebied mag. - Beeldkwaliteitsplan: beschrijft hoe het gebied en vooral de bebouwing er uit moet komen te zien. Het MER traject is begonnen in 2020. - November en december 2020: de Notitie Reikwijdte en Detailniveau heeft ter inzage gelegen. Hierin stond de opzet van het MER beschreven: welke ontwikkeling en alternatieven worden onderzocht en welke milieuonderzoeken worden uitgevoerd. - Tijdens deze periode is één reactie ontvangen. Daarnaast heeft de Commissie voor de m.e.r. geadviseerd over de opzet van het MER.
Vervolgens zijn de onderzoeken uitgevoerd, is het MER opgesteld en is een voorontwerp bestemmingsplan opgesteld. Traject: Procedure planologisch traject nov-21 Voorontwerpfase Mogelijkheid tot inspraak jun-22 Ontwerpfase Mogelijkheid tot zienswijzen sep-22 Vaststelling Mogelijkheid tot instellen beroep nov-22 Onheroeppelijk
-
November 2021: het voorontwerp bestemmingsplan en het MER hebben ter inzage gelegen; inclusief één digitale inloopavond. Dit heeft één reactie opgeleverd. November 2021: advies ontvangen van de Commissie voor de m.e.r.
De gemeente heeft gereageerd op de reactie en de stukken gereed gemaakt voor de ontwerpfase. 6
-
Mei/ Juni 2022: college van Burgemeester & Wethouders ontwerpbestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan ter inzage te leggen. Reactietermijn: 4 juni – 14 juli 2022.
besluit
het
Op basis van de ontvangen reacties schrijft de gemeente een reactie en antwoordnota. Dit wordt voorgelegd aan het college van B&W en de gemeenteraad. -
VERWACHTING: najaar 2022: behandeling bestemmingsplan KNO en beeldkwaliteitsplan in de gemeenteraad. Als de gemeenteraad besluit het bestemmingsplan vast te stellen, dan is het nog zes weken mogelijk om beroep in te stellen bij de Raad van State. Daarna is het bestemmingsplan onherroepelijk.
Ontwerptraject Als onderdeel van het Masterplan is het voorlopig ontwerp opgeleverd. Nadien is het voorlopig ontwerp uitgewerkt in een definitief ontwerp. Op hoofdlijnen is er weinig veranderd. Vooral is ingezoomd op details zodat het technisch ook te realiseren is. Het definitief ontwerp wordt in de 2e helft van 2022 uitgewerkt tot een bestektekening. Dit is de basis voor de aannemer om straks het werk te realiseren. Ondertussen zijn we nog niet klaar want er zijn nog twee plannen in ontwikkeling: - Het groen en beheerplan: een plan waarin het landschap wordt beschreven; het type groen (de bomensoorten etc.) en de wijze van beheer. In het kader van het participatietraject wordt het concept groenplan in juli 2022 besproken met de klankbordgroep. - Het acquisitieplan: in het Masterplan en het bestemmingsplan staan de kaders voor te vestigen bedrijven. In het acquisitieplan zoomen we verder in en bespreken we naar welke type bedrijven we op zoek zijn en op basis waarvan bedrijven geselecteerd worden. Als grondlegger wordt hiervoor het gemeentelijk economisch beleidsplan gebruikt. Tot slot wordt gewerkt aan de natuurinclusieve landbouw in dit gebied. Voortbordurend op het Masterplan wordt in overleg met de bestaande boeren geprobeerd om te komen tot nieuwe pachtovereenkomsten. Uitgangspunt is een gewijzigde vorm van landbouw bedrijven: natuur inclusief.
D. Bouwhoogte Het bedrijventerrein is opgedeeld in twee delen: de representatie zone die op de A7 is gericht (de eerste 100 meter vanaf de A7 gezien) en de landschappelijke zone aan de zijde van Tjalleberd. In de representatieve zone zijn gebouwen met een maximale bouwhoogte van 20 meter mogelijk. Daarnaast zijn hoogteaccenten tot 25 meter toegestaan in deze zone. In de landschappelijke zone van het bedrijventerrein mag de bouwhoogte maximaal 12 meter zijn. Bij het bepalen van deze maximaal toegestane bouwhoogten is een balans gezocht tussen het faciliteren van nieuwe bedrijven met een efficiënt grond- en ruimtegebruik, en een goede landschappelijke inpassing. Daarbij is tevens gekeken naar het bebouwingsbeeld op het IBF. Ten opzichte van het IBF wordt op KNO gestreefd naar een bescheidener bebouwingsbeeld, ook qua hoogte. Dit sluit aan op het landschappelijk karakter van het terrein. Voor het grootste deel van het terrein, de landschappelijke zone, wordt uitgegaan van een maximale bouwhoogte van 12 meter. Hiermee is de impact op de omgeving relatief beperkt. Het groene raamwerk onttrekt na verloop van tijd deze bebouwing volledig aan het zicht. Uitgangspunt is daarbij dat de bomen uiteindelijk een 7
hoogte van circa 15 m zullen bereiken. 12 Meter is een ‘gangbare’ hoogte waar ook een groot deel van de bebouwing op het IBF binnen valt. Veel bedrijven zullen hier voldoende aan hebben. Voor de A7 zijde wordt uitgegaan van een bouwhoogte van 20 meter, met incidenteel de mogelijkheid voor een verhoging naar 25 meter (binnen deze zone). Hiermee wordt ruimte geboden aan bedrijven die een groter bouwvolumehoogte willen realiseren en waarmee een duidelijke bebouwingsrand langs de A7 gerealiseerd wordt (op grotere afstand dan de rand van het IBF). Deze hoogte zal uiteindelijk boven de bomen uitkomen, maar omdat dit de rand langs de A7 betreft, zal de impact op De Streek beperkt zijn. De mogelijkheid voor accenten naar 25 meter biedt hier nog een extra – eventueel benodigde - flexibiliteit. Ter vergelijking: het bestemmingsplan IBF laat een maximale hoogte van 25 meter standaard toe, met incidenteel een maximale hoogte van 35 meter.
4. Zienswijzen van overheden Er zijn geen zienswijzen binnengekomen van overheden.
5. Zienswijzen van natuurlijke personen en organisaties In overeenstemming met de Wet bescherming persoonsgegevens worden de namen en adressen van particuliere personen die een zienswijze hebben ingediend niet genoemd in deze nota. Van personen die beroepshalve een zienswijze hebben ingediend en van organisaties en instellingen wel. De lijst met indieners van zienswijzen genummerd 1 tot en met 30 is voor de leden van de gemeenteraad in de raadsportefeuille ter inzage gelegd.
Zienswijze 1. 1. Graag ontvangt indiener een digitale, realistische visualisatie van het plan.
2. Wat is de maximale geluidshinder in decibel?
3. Kan de milieucategorie naar beneden?
4. Tot waar ligt de grens aan de uitbreiding van bebouwing, zonnepanelen en natuur?
5. Wat is het waard?
Reactie ad. 1 Zie algemene beantwoording B. In bijlage 1 van deze Nota zijn nieuwe visualisaties toegevoegd.
Reactie ad. 2 Voor geluid gelden in ons land verschillende toetsingskaders, afhankelijk van de geluidsbron. Voor wegverkeerslawaai en spoorweglawaai zijn normen opgenomen in de Wet geluidhinder. Voor industrielawaai zijn in de Wet geluidhinder ook eisen opgenomen voor een geluidgezoneerd industrieterrein. In dit geval is er geen sprake van een geluidgezoneerd industrieterrein en wordt 8
(zoals gebruikelijk) aangesloten bij het toetsingskader geldend voor (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen als beschreven in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering, handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk’ (editie 2009). Voor wegverkeerslawaai geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB op een gevel van een woning en andere geluidgevoelige objecten. De hoogst toelaatbare waarde voor woningen hangt af van de locatie van de woning en het type weg. In stedelijk gebied, bij een reguliere weg is maximaal 63 dB toegestaan, in buitenstedelijk gebied bij een reguliere weg is maximaal 53 dB toegestaan. Vanwege een aanwezige auto(snel)weg is maximaal 53 dB toegestaan. Voor industrielawaai geldt volgens de VNG een maximale geluidbelasting van 45 dB(A) voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, van 65 dB(A) voor piekgeluiden en 50 dB(A) ten gevolge van toename van verkeer (verkeersaantrekkende werking). Uitzondering is hierop mogelijk wanneer dit goed gemotiveerd is. In paragraaf 4.7 van de toelichting van het bestemmingsplan en het bijbehorende geluidsonderzoek , is onderzocht of voldaan kan worden aan bovenstaande toetsingskader. Dat is het geval.
Reactie ad. 3 Zie algemene beantwoording A. Er is geen reden de milieucategorie te verlagen.
Reactie ad. 4 Bij het ontwerpbestemmingsplan hoort een verbeelding. Hierop is aangegeven op welke gronden de zonnepanelen, de bebouwing en de natuurinclusieve landbouw is toegestaan. Dit is dan ook de grens waar op basis van dit ontwerpbestemmingsplan, bebouwing, zonnepanelen en natuurinclusieve landbouw is toegestaan.
Reactie ad. 5 We vermoeden dat indiener doelt op de belangenafweging die de gemeente maakt voor het ontwikkelen van dit gebied. De gemeente heeft te maken met verschillende belangen om af te wegen. In een intensief en uitgebreid participatieproces (zie algemene onderbouwing C) is toegewerkt naar een Masterplan. Gedurende de diverse besluitvormingsmomenten – door de gemeenteraad – zijn de verschillende belangen in ogenschouw genomen. Ook in het MER en in de toelichting van het bestemmingsplan komen de verschillende belangen aan de orde. Afgewogen wordt of er behoefte is aan de ontwikkeling van een zonnepark en bedrijventerrein, en welke effecten de ontwikkeling hiervan heeft op de omgeving. Uiteindelijk is het aan de gemeenteraad om, na afweging van alle betrokken belangen, een standpunt in te nemen over de aanvaardbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling op een bepaalde locatie.
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Zienswijze 2. 1. Indiener geeft aan ontevreden te zijn over de presentatie van de inloopavond.
Reactie ad. 1 Deze reactie heeft geen betrekking op de inhoud van het ontwerpbestemmingsplan en leidt daarom niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 9
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Zienswijze 3. 1. Indiener geeft aan dat de tekeningen een volledig vertekend beeld geven omdat de hoge gebouwen lager zijn getekend dan de bestaande groenstroken.
2. Indiener geeft aan dat in het gebied geen bedrijven met categorie 4.2 moeten komen die zeker in de streek merkbaar kunnen zijn.
3. Indiener geeft aan dat de inloopavond geen toegevoegde waarde heeft. Indiener vraagt zich af of er iets wordt gedaan met de reacties, als de gemeente na deze avond al een idee heeft wat de streekbewoners er van vinden.
Reactie ad. 1 Zie algemene beantwoording B. In bijlage 1 van deze Nota zijn nieuwe visualisaties toegevoegd.
Reactie ad. 2 Zie algemene beantwoording A. Er is geen reden de milieucategorie te verlagen.
Reactie ad. 3 Alle binnengekomen zienswijzen worden zorgvuldig doorgenomen en beantwoord in deze nota. Wanneer nodig, kan het plan naar aanleiding van een zienswijze worden aangepast. Op de inloopavond hebben wij een beeld gekregen van de meest voorkomende vragen en zorgen die er leven, en in de communicatie over het plan, bijvoorbeeld in deze zienswijzennota en in nieuwsbrieven, gaan wij extra in op deze thema’s. Verder hebben wij op verschillende momenten in het proces gelegenheid gegeven aan omwonenden om mee te denken of te reageren op de plannen en hebben wij veel suggesties en belangen meegenomen in het uiteindelijke plan voor het gebied, zie algemene beantwoording C.
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Zienswijze 4. 1. Wandelpaden: indiener vraagt zich af hoe deze ontsloten worden op de Aengwirderweg. Er zijn nu geen wandelpaden ingetekend over private gronden.
Reactie ad. 1 Uiteraard is het de bedoeling om de nieuwe wandelpaden in het plangebied zo mogelijk aan te sluiten op bestaande wandelmogelijkheden. In het Masterplan is hierover het volgende beschreven: “De verbinding van de nieuwe wandelpaden op het bestaande wandelknooppuntensysteem, richting Luinjeberd wordt verder opgepakt.
10
Daarnaast liggen er kansen om het plangebied ook aan de zuidzijde te verbinden aan het wandelknooppuntensysteem. Het is mogelijk het fijnmazige netwerk van Oranjewoud te verbinden via de Oostzijde van het IBF, over de A7, via het plangebied naar Luinjeberd en zo door naar De Deelen, Aldeboarn en uiteindelijk De Alde Feanen. Deze verbinding sluit aan bij wensen vanuit de Veenweidevisie en DOM Aldeboarn, om de oude verbinding van Aldeboarn - via de Boksloot – met de Deelen weer toegankelijk te maken voor wandelaars en fietsers. Het is een wens waar nu een eerste stap in gezet wordt.” Een en ander zal na vaststelling van het bestemmingsplan zijn vervolg krijgen. De mogelijkheden voor aansluiting op onder meer de bospercelen ten noorden van het plangebied zal hierin worden meegenomen.
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Zienswijze 5. 1. Groenstrook te klein
2. Bebouwing te hoog
3. Verhouding tekeningen klopt niet
4. Klasse 4.2 te hoog
Reactie ad. 1 De groenstroken die aan de noordkant van het bedrijventerrein worden aangelegd, worden minimaal 30 meter breed. Aan de westzijde van het bedrijventerrein komt een groenstrook van minimaal 40 meter breed. Daarmee zijn deze groenstroken in elk geval twee keer zo breed als de bestaande groenstroken die parallel aan de Binnendykster Haadfeart liggen. Wij zijn van mening dat deze groenstroken voldoende breed zijn om te voldoen in afscherming van het bedrijventerrein. In het bestemmingsplan is een regel opgenomen dat deze groenstroken uiterlijk twee jaar na uitgifte van de laatste percelen, moeten zijn gerealiseerd.
Reactie ad. 2 Zie onze algemene beantwoording D. waarin we ingaan op onze afweging over bouwhoogtes.
Reactie ad. 3 Zie algemene beantwoording B. In bijlage 1 van deze Nota zijn nieuwe visualisaties toegevoegd.
Reactie ad. 4 Zie algemene beantwoording A. Er is geen reden de milieucategorie te verlagen.
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
11
Zienswijze 6. 1. Er is veel aandacht voor landschappelijke waarden en natuurwaarden maar indiener ziet weinig aandacht voor lichtvervuiling (gebouwen) en geluidshinder op lokale natuur.
2. Uit ervaring weet indiener dat het geluid van de A7 via de zichtlijnen (landschapselementen, waterlopen) zich ver kan verplaatsen. Met aan beide zijden van de A7 bebouwing maakt indiener zich zorgen over de weerkaatsing van het geluid de gebieden in.
3. Indiener hoort graag of er normen voor licht en geluid opgenomen kunnen worden in het definitieve bestemmingsplan die verder gaan dan de standaard wettelijke normen. Of anders stelt indiener voor om het landschapsplan aan te passen: -
Dikke, hoge, groenblijvende bebossing van meer dan 20 meter; Geluidskering; Afsluiten van zichtlijnen en natuur boven landschappelijke waarden.
Reactie ad 1. In het Milieueffectrapport (MER) wordt ingegaan op mogelijke effecten van het plan op natuur. Hierbij wordt voornamelijk ingegaan op beschermde natuurgebieden. Maar omdat deze gebieden op relatief grote afstand van het plangebied liggen, zijn directe effecten zoals lichtvervuiling of verstoring door geluid, uitgesloten. Uitzondering hierop is het bosgebied aan de noordoostkant van het plangebied. Dit gebied is in de provinciale Omgevingsverordening aangewezen als ‘Natuur buiten NNN’. Omdat tussen dit gebied en de bedrijfskavels een aanzienlijke buffer natuurinclusieve landbouw is voorzien en omdat er ook een 30 meter brede groenstrook komt te liggen tussen de bedrijfskavels en dit gebied, worden negatieve effecten door licht of geluid niet verwacht. Verder wordt in het MER ingegaan op beschermde soorten die ín het plangebied voorkomen. Hiervoor is een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Conclusie van dit onderzoek is dat er voor de soorten groene glazenmaker, hermelijn en de buizerd, nader onderzoek moet plaatsvinden en mogelijk een ontheffing moet worden aangevraagd. Negatieve effecten op andere beschermde soorten worden niet verwacht. Hierbij wordt wel de voorwaarde gesteld dat werkzaamheden zorgvuldig moeten worden uitgevoerd. Tijdens de werkzaamheden moet zo weinig mogelijk verstoring, onder andere door licht en geluid, plaatsvinden.
Aanvullend aan de onderzoeken die al zijn uitgevoerd, is in het voorjaar/zomer van 2022 een onderzoek uitgevoerd door Altenburg & Wymenga naar het effect van het plan op weidevogels die voorkomen in het gebied ten noorden van het plangebied. Dit rapport is als bijlage 2 bij deze nota toegevoegd. Uit het onderzoek is gebleken dat de herinrichting van het plangebied tot gevolg zal hebben dat de akkers en graslanden in het noordelijk deel door de verstoring voor weidevogels minder aantrekkelijk wordt. Hierdoor zal naar verwachting het aantal weidevogels afnemen of verdwijnen. Naar verwachting zullen de meeste broedparen in de directe omgeving van het plangebied een nieuwe plek vinden. Wettelijk gezien is dit gebied ten noorden van het plangebied niet aangemerkt als weidevogelkansgebied en er is daarom geen knelpunt met de provinciale verordening. De nesten zijn ook niet beschouwd als jaarrond beschermd. In het algemeen geldt daarom dat werkzaamheden wel mogen plaatsvinden in het gebied, alleen niet in het broedseizoen.
12
De hierboven genoemde onderzoeken is wat is gedaan om het effect van het planvoornemen op de lokale natuur, te onderzoeken en af te wegen. Ter aanvulling hierop hebben we in het beeldkwaliteitsplan een regel opgenomen voor verlichting: Voor de verlichting van de bedrijfskavels geldt: donker waar het kan, licht waar het moet. Wanneer verlichting noodzakelijk is, dan is de uitstraling naar de omgeving nul of bijna nul. Daarmee wordt verstoring van de natuur en lichtvervuiling tegengegaan. Waar mogelijk wordt gebruikgemaakt van sensoren waarmee de verlichting uitgaat wanneer er geen bewegingen gedetecteerd wordt. ’s Avonds wordt de verlichting gedimd. Voor de lichtmasten op de bedrijfskavels wordt geadviseerd:
Maximaal 6 meter hoog; Kleur grijs of zwart of passend bij duurzaamheidsthema. Energievoorziening d.m.v. zonnepanelen.
Daarnaast beschikt de gemeente Heerenveen sinds 2020 over lichtbeleid waarin richtlijnen staan voor gemeentelijke verlichting. Uiteraard wordt dit toegepast op de verlichting die de gemeente in het openbaar gebied van Klaverblad Noordoost toe zal passen. Op het gebied van niet-gemeentelijke verlichting heeft de gemeente geen zeggenschap, maar zal getoetst worden aan bovenstaande regel uit het Beeldkwaliteitsplan. Wij gaan ervan uit dat hiermee lichthinder op lokale natuur zoveel mogelijk voorkomen wordt. Ook gaan wij ervan uit dat de groenstroken ten noorden van het bedrijventerrein het licht en geluid afkomstig van bedrijven enigszins afschermen/beperken.
Reactie ad. 2 Op dit moment is er alleen sprake van bebouwing aan de zuidzijde van de A7. Het is dus mogelijk dat, zoals indiener omschrijft, het geluid veroorzaakt door de A7, weerkaatst tegen deze bebouwing en richting het noorden gaat. Indiener geeft aan zich zorgen te maken over extra weerkaatsing doordat in de toekomst aan beide zijden van de A7 bebouwing mogelijk is. Hierbij merken wij op dat de bebouwing aan de noordzijde op een grotere afstand van de A7 staat dan in de huidige situatie. Hierdoor is dit effect minder groot. Daarnaast zou deze ontwikkeling juist voor indiener, wonende aan de noordzijde van A7, positief zijn, omdat het gebied aan de noordkant straks voor een deel wordt afgeschermd door de bebouwing aan de noordzijde van de A7.
Reactie ad. 3 Indiener hoort graag of er normen voor licht en geluid opgenomen kunnen worden in het definitieve bestemmingsplan die verder gaan dan de standaard wettelijke normen. In de Nederlandse wetgeving zijn er voor licht voor de meeste bedrijfsactiviteiten geen normen opgenomen. Alleen voor assimilatiebelichting in kassen en voor sportterreinen zijn normen opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het Activiteitenbesluit milieubeheer heeft daarnaast voor inrichtingen (bedrijven) de algemene regel opgenomen dat een inrichting lichthinder moet voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het tot een aanvaardbaar niveau moet beperken. Wij zien geen aanleiding om in het bestemmingsplan hier specifiek regels voor op te nemen omdat milieuwetgeving hierin voorziet door middel van deze algemene regel. Wel hebben wij in het beeldkwaliteitsplan een regel ten aanzien van verlichting opgenomen: Voor de verlichting van de bedrijfskavels geldt: donker waar het kan, licht waar het moet. Wanneer verlichting noodzakelijk is, dan is de uitstraling naar de omgeving nul of bijna nul. Daarmee wordt verstoring van de natuur en lichtvervuiling tegengegaan. Waar mogelijk wordt gebruikgemaakt van 13
sensoren waarmee de verlichting uitgaat wanneer er geen bewegingen gedetecteerd wordt. ’s Avonds wordt de verlichting gedimd. Voor de lichtmasten op de bedrijfskavels wordt geadviseerd:
Maximaal 6 meter hoog; Kleur grijs of zwart of passend bij duurzaamheidsthema. Energievoorziening d.m.v. zonnepanelen.
Daarnaast beschikt de gemeente Heerenveen sinds 2020 over lichtbeleid waarin richtlijnen staan voor gemeentelijke verlichting. Uiteraard wordt dit toegepast op de verlichting die de gemeente in het openbaar gebied van Klaverblad Noordoost toe zal passen. Op het gebied van niet-gemeentelijke verlichting heeft de gemeente geen zeggenschap, maar zal getoetst worden aan bovenstaande regel uit het Beeldkwaliteitsplan. Wij gaan ervan uit dat hiermee lichthinder zoveel mogelijk voorkomen wordt. Voor wat betreft geluid zien wij geen aanleiding om aanvullende normen op te nemen, vanwege de afstand tot geluidgevoelige bebouwing en het feit dat het plan voldoet aan het toetsingskader voor geluid (zie ook reactie ad. 2 bij zienswijze 1). We zien geen aanleiding om het landschapsplan aan te passen op de punten die indiener noemt omdat het landschapsplan juist aansluit op de landschappelijke kenmerken van het gebied. Een hoogte van bebossing van meer dan 20 meter is niet realistisch, uitgaande van de aanwezige bodem en soorten die bij het gebied passen. Het afsluiten van zichtlijnen is landschappelijk niet gewenst en past niet in het landschapsplan.
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Zienswijze 7. 1. Wat is de maximale geluids- en stankoverlast?
2. Indiener gaat niet akkoord met looppaden door het land, vanwege loslopende honden en mensen die over het erf lopen wat ziekten kan veroorzaken.
3. Hoe wordt omgegaan met brandgevaar van zonnepanelen?
4. Waar gaat de stroom van de zonnepanelen heen? Heeft de streek (bewoners) daar profijt van?
5. Welke afstand moet worden aangehouden tussen bedrijven en hoogspanningsmasten?
6. Indiener vraagt aandacht voor de leefbaarheid in de streek: geklemd tussen industrie en natuur.
14
Reactie ad. 1 Ten aanzien van de maximale geluidsbelasting die is toegestaan, verwijzen wij naar onze reactie ad. 2 bij zienswijze 1. Ten aanzien van geur is er in Nederland geen specifieke wetgeving voor geur van bedrijven, met uitzondering van veehouderijen. Bescherming tegen geurhinder van bedrijven (uitgezonderd veehouderijen) is geregeld via het Activiteitenbesluit. Hierin staat dat geurhinder bij geurgevoelige objecten moet worden voorkomen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is moet geurhinder tot een aanvaardbaar niveau worden beperkt. Wanneer een geurrelevant bedrijf zich wil vestigen op Klaverblad Noordoost, zal aangetoond moeten worden dat een bedrijf hieraan kan voldoen. Hiervoor zijn richtlijnen voor industriële geur waaraan getoetst kan worden.
Reactie ad. 2 Van mensen of honden die over een erf lopen is in het plangebied geen sprake. Voor de wandelpaden die over of langs de te verpachten landbouwgrond lopen, is zorgvuldige afrastering het uitgangspunt, zodat loslopende honden niet buiten de paden komen.
Reactie ad. 3 Vooruitlopend op de aanvraag omgevingsvergunning zal advies gevraagd worden aan de brandweer. Zover zijn de ontwikkelingen nog niet. Ons is overigens niet bekend dat zonneparken een substantieel aandeel leveren aan branden. Maar natuurlijk is elke brand er een te veel! Zonnepanelen zijn vanuit zichzelf weinig tot niet brandbaar maar ons zijn wel branden bekend tengevolge van kortsluiting in de omvormers of trafohuisjes of door connectoren (stekkertjes binnen verbindingen) waardoor omliggend brandbaar materiaal vlam vatte. Niettemin is ons beeld dat er een zeer kleine kans is op brand en op verspreiding van de brand buiten de grenzen van het zonnepark. Wanneer een zonnepaneel verbrandt, komen volgens het RIVM ongeveer dezelfde gevaarlijke stoffen vrij als bij een gemiddelde brand met elektronica en kunststoffen. Bij branden in grote gebouwen met zonnepanelen kunnen volgens het RIVM wel scherpe deeltjes van zonnecellen op de grond terechtkomen. Verder zullen de zonnepanelen zelf, alsook de installatie als geheel, aan verschillende (NEN) normen voldoen. Daarnaast heeft recent de zogeheten Scope12 certificering zijn intrede gedaan. De Scios Scope 12 is een landelijke onafhankelijke certificering voor nieuwe PV-installaties, gebaseerd op de bestaande normen. (NEN1010, NEN-EN-IEC-62466-1, NEN-EN-61439-1, NEN-EN-IEC 62305, NEN 3140, NEN 7250).
De Scios Scope 12 is mede opgezet door het Verbond voor Verzekeraars. Naast het voldoen aan de normen waar de installatie (incl. panelen) aan moet voldoen is het ook belangrijk periodiek onderhoud en inspectie van belang.
Reactie ad. 4 De gemeente is in gesprek met lokale energiecoöperaties die zich verenigd hebben in de SHEC. Doelstelling is om op gelijkwaardige basis én gelijkwaardige deelname (50/50), tussen de gemeente en de SHEC, een zonnepark te realiseren en te exploiteren. Uitgangspunt is dat ook andere lokale energie coöperaties, die gevestigd zijn binnen de gemeente Heerenveen, kunnen toetreden tot de SHEC. Ook wordt het voor inwoners mogelijk om te participeren in de exploitatie van het zonnepark. Naast gelijkwaardige deelname in een entiteit wordt ook onderzocht of de SHEC zelfstandig het zonnepark kan realiseren en exploiteren met dezelfde doelstellingen en ambities. Het voornemen is om minimaal 50% (maar liefst meer) lokaal eigenaarschap te organiseren, opgenomen in verschillende raadsbesluiten (waaronder het Masterplan voor Klaverblad Noordoost, vastgesteld op 9 september 2021). Naar aanleiding van een vraag van de provincie en het feit dat een 15
samenwerkingsovereenkomst waarschijnlijk niet vóór vaststelling van het bestemmingsplan is ondertekend, nemen we in het bestemmingsplan een voorwaardelijke bepaling op dat het zonnepark alleen in gebruik mag worden genomen wanneer er sprake is van minimaal 50% lokaal eigenaarschap.
Reactie ad. 5 In het bestemmingsplan zijn in overleg met TenneT voor een 2 x 14 meter brede strook rondom de hoogspanningsverbinding regels opgenomen ten behoeve van de veiligheid en leveringszekerheid van de verbinding. Bouwwerken, anders dan ten behoeve van de hoogspanningsverbinding, zijn in de strook niet toegestaan. Deze strook is dan ook de zone die vrij moet blijven van bedrijfsbebouwing.
Reactie ad. 6 In het MER en in de toelichting van het bestemmingsplan komen alle aspecten ten aanzien van leefbaarheid aan de orde. Onderzocht is welke (milieu)effecten kunnen plaatsvinden en welke effecten de ontwikkeling heeft op het woon- en leefklimaat in de omgeving. Uit de onderzoeken blijkt dat de ontwikkeling past binnen de wettelijke kaders en normen en dat hiermee sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Er komt geen knelpunt uit naar voren dat belemmerend zou zijn voor het woon- en leefklimaat. Uiteindelijk is het aan de gemeenteraad om, na afweging van alle betrokken belangen, een standpunt in te nemen over de aanvaardbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling op een bepaalde locatie. Los van de milieukundige aspecten is er bij de landschappelijke inpassing rekening gehouden met de leefbaarheid van het omliggende gebied, waaronder de Streek.
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel wordt in het bestemmingsplan een voorwaarde opgenomen dat het zonnepark alleen ontwikkeld mag worden wanneer er sprake is van minimaal 50% lokaal eigenaarschap (ambtshalve wijziging).
Zienswijze 8. 1. Indiener is benieuwd wat de pachtvoorwaarden worden. De ecologische doelstellingen zijn volgens indiener niet haalbaar. Waarom wordt hiervoor gekozen?
2. Pastoriesingel 42a wordt aangemerkt als industrie (geen agrarisch). Waarom?
3. De tekeningen zoals nu gepresenteerd, zijn volgens indiener niet representatief. Waarom niet?
Reactie ad. 1 In de Aanvulling MER, de bijlage die bij het ontwerp bestemmingsplan is toegevoegd, is een voorzet voor de pachtvoorwaarden opgenomen. Hierbij is opgemerkt dat deze zoveel mogelijk worden afgestemd op de beoogde natuurvriendelijke inrichting en worden uitgewerkt samen met de pachters. De pachtvoorwaarden zijn inmiddels weer wat verder uitgewerkt. Uitgegaan wordt van natuurinclusief boeren. Natuurinclusief boeren richt zich, behalve op het beperken van impact op milieu en op dierenwelzijn, op de versterking van de relatie tussen landbouw en natuur. Bijvoorbeeld 16
door bodemverbetering, natuurontwikkeling, vergroting biodiversiteit en circulair gebruik van gronden meststoffen. In dit kader zijn een aantal voorwaarden aangepast / aangevuld, het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is bijvoorbeeld helemaal niet toegestaan. Globaal zien ze er zo uit (update ten opzichte van de Aanvulling MER): Algemeen 1. De pachter kan aantonen dat zijn bedrijf beschikt over een erkend duurzaamheidscertificaat of kan aantonen deel te nemen aan een duurzaamheidsprogramma van een zuivelfabrikant; 2. De hoofdvestiging van het bedrijf van de pachter ligt binnen een straal van 10 kilometer van de betreffende grond. Daarbij wordt uitgegaan van het adres van het bedrijf zoals deze is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Bij grasland 1. 2. 3. 4.
Er dient te worden gewerkt met kruidenrijke mengsels op het hele perceel; Er dient een bemestingsvrije strook langs de sloten te zijn van minimaal 3 meter; De strook grond, direct grenzend aan de sloten, mag niet voor 15 juni worden gemaaid; De sloten worden ecologisch geschoond, dat wil zeggen dat minimaal 25% van de vegetatie behouden dient te blijven; 5. Chemische bestrijdingsmiddelen/ gewasbeschermingsmiddelen mogen niet worden toegepast behalve indien toepassing plaatsvindt voor pleksgewijze bestrijding van probleemonkruiden. Voornoemde is alleen toegestaan in de periode van 15 juni t/m 1 oktober; 6. Bestaand grasland mag niet worden gescheurd. Bij bouwland 1. Chemische bestrijdingsmiddelen/ gewasbeschermingsmiddelen mogen niet worden toegepast; 2. Het is verplicht een strook grond van ten minste 3 meter langs de sloten in te zaaien met een inheems bloemrijk kruidenmengsel (voor 15 mei); 3. Voornoemde strook grond mag niet als kopakker worden gebruikt; 4. Op de strook grond, zoals benoemd in voornoemde leden 2 en 3, mag geen bemesting plaatsvinden; 5. De sloten worden ecologisch geschoond, dat wil zeggen dat minimaal 25% van de vegetatie behouden dient te blijven; 6. De strook grond welke ingezaaid is met een bloemrijk kruidenmengsel blijft tot na de winter staan, of wordt na de oogst van het hoofdgewas gemaaid.
Reactie ad. 2 Wij vermoeden dat indiener verwijst naar figuur 4.4 uit de toelichting van het bestemmingsplan. Op deze kaart zijn verblijfsobjecten ingedeeld in ‘woonfunctie’, ‘industriefunctie’ en ‘winkelfunctie’, met als doel inzichtelijk te maken welke verblijfsobjecten wél milieugevoelig zijn (woonfunctie en voor sommige milieuthema’s een winkelfunctie ook) en niet milieugevoelig zijn (industriefunctie). Dit is de reden dat Pastoriesingel 42a onder de categorie ‘industriefunctie’ valt. Op deze locatie is namelijk een bedrijf gevestigd die niet milieugevoelig is. Er is, zoals indiener voorstelt, geen sprake van een agrarische functie op deze locatie, omdat er een niet-agrarisch bedrijf is gevestigd.
Reactie ad. 3 Zie algemene beantwoording B. In bijlage 1 van deze Nota zijn nieuwe visualisaties toegevoegd. 17
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. De pachtvoorwaarden worden in de pachtovereenkomsten wel iets anders dan zoals het globale voorstel zoals opgenomen was in de Aanvulling MER. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Zienswijze 9. 1. Indiener is van mening dat natuurinclusieve landbouw zeer onduidelijk omschreven is.
2. Op blz. 28 staat dat ook ongeorganiseerde en niet gecertificeerde vormen van landbouw/bedrijven mogelijk zijn. Wat wordt bedoeld met deze omschrijving?
3. Op blz. 29 staat dat er voorkeur is voor wisselteelt. Zijn aardappelen en mais nog steeds mogelijk?
4. Op blz. 28 staat dat chemische bestrijdingsmiddelen in principe niet gebruikt worden. Wanneer dan wel en wanneer niet? Wie handhaaft dit?
Reactie ad. 1 In het bestemmingsplan zijn de gronden die buiten het bedrijventerrein (fase 1 en 2) en het zonnepark vallen, bestemd voor natuurinclusieve landbouw. De borging van dit gebruik is hiermee planologisch vastgelegd, maar wordt verder met name geborgd in de pachtovereenkomsten. In het bestemmingsplan kan dus niet een uitgebreide en concrete uitwerking gevonden worden. Dit vindt plaats in de af te sluiten pachtovereenkomsten. In de Aanvulling MER, die als bijlage bij de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan is toegevoegd, wordt ingegaan op deze pachtovereenkomsten en de voorwaarden die hierin worden opgenomen. In onze reactie ad. 1 op zienswijze 8 gaan we hier nader op in.
Reactie ad. 2 Hiermee wordt bedoeld dat er geen verplichting wordt opgenomen dat bedrijven moeten beschikken over een erkend duurzaamheidscertificaat. In de laatste versie van het pachtcontract (die nog definitief moet worden) is opgenomen dat ook aan de voorwaarde wordt voldaan indien aangetoond kan worden dat een pachter aan een duurzaamheidsprogramma van een zuivelfabrikant deelneemt. Dat kan ook zonder gecertificeerd te zijn. Geheel ongeorganiseerd is met de voorwaarde in het pachtcontract niet toegestaan.
Reactie ad. 3 Behalve bolgewassen worden er geen gewassen uitgesloten. Voor andere gewassen gelden de voorwaarden in het pachtcontract. Er mogen geen glyfosaat en andere chemische bestrijdingsmiddelen/gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden. Dat maakt het telen van mais en aardappelen (waar in de huidige productie nog veel chemische gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden) wel moeilijker of op dit moment nog onmogelijk.
Reactie ad. 4 Deze voorwaarde is inmiddels aangepast. Chemische bestrijdingsmiddelen zijn niet toegestaan, zie ook onze reactie op zienswijze 8 onder ad. 1. 18
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Zienswijze 10 1. Indiener verzoekt om de hoogte van gebouwen van industrie te maximaliseren en géén uitzonderingen te maken. Vanaf de Streek ziet indiener nu hoge gebouwen boven het groen uitrijzen wat een beperking is voor het woongenot.
2. Ten aanzien van stank en geluidsoverlast vraagt indiener zich af: welke fabrieken komen hier, wat zijn de normen en worden deze op de juiste manier gemeten.
3. Ten aanzien van verkeersveiligheid: indiener geeft aan dat extra wegen leiden tot meer verkeersrisico’s.
4. Indiener doet de suggestie om de opbrengst van het zonnepark ten goede te laten komen aan het nieuw te bouwen wooncomplex (huur/koop oude school) voor jongeren in de Streek, zodat zij ook een toekomst kunnen opbouwen.
5. Indiener vraagt om de vogelstand in de gaten te houden. Door alle nieuwe industrie verdwijnen er straks vele vogels en andere dieren die op dat gebied broeden en leven.
6. Indiener doet de suggestie om de pachtovereenkomsten voor natuurinclusieve landbouw voor 10 jaar af te sluiten en grond naar de boeren uit de eigen Streek toe te kennen.
7. Indiener vraagt zich af hoe snel de uitbreiding gaat van fase 2 en 3. En wat voor bedrijven komen hier? Blijft er wel grond over voor de natuur en het boerenbedrijf? Wat wordt straks ons woongenot? Indiener geeft aan dat het huidige megapark nog lang niet vol is en dat bestaande industrieterreinen waar gebouwen leeg staan eerst te huur of te koop moeten worden aangeboden.
8. De waarborg van de groenstroken: in het verleden zijn inwoners van de Streek hiermee bedonderd volgens indiener. Toen het megapark werd aangelegd en bewoners protesteerden is destijds beloofd dat er veel groen zou komen op het megapark. Indiener verzoekt om gelijk hoge struiken, hagen en bomen aan te planten, want de eerste 15 jaar groeit alles heel gestaag.
9. Indiener maakt zich zorgen over al het groen wat straks verdwijnt, over de hoeveelheid schadelijke stoffen dat vrijkomt, meer stikstof door industrie, en de extra verkeersdrukte.
Reactie ad. 1 In het bestemmingsplan zijn maximale hoogten van bedrijfsgebouwen opgenomen. Het bedrijventerrein is opgedeeld in twee delen: de representatie zone die op de A7 is gericht (de eerste 100 meter vanaf de A7 gezien) en de landschappelijke zone aan de zijde van Tjalleberd. In de 19
representatieve zone zijn gebouwen met een maximale bouwhoogte van 20 meter mogelijk. Daarnaast zijn hoogteaccenten tot 25 meter toegestaan in deze zone. In de landschappelijke zone van het bedrijventerrein mag de bouwhoogte maximaal 12 meter zijn. Met een omgevingsvergunning is het mogelijk dat hiervan af wordt geweken ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen. Deze vergroting mag dan niet meer dan 10 m2 per plaatselijke verhoging bedragen. Ook mag het gezamenlijke oppervlakte van de vergrotingen niet meer zijn dan 50 van het dakvlak en mag de vergroting niet meer zijn dan 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het gebouw. Op deze manier is de maximale bouwhoogte vastgelegd in het bestemmingsplan. Het is mogelijk dat een bedrijf een omgevingsvergunning aanvraagt om af te wijken van de regels in het bestemmingsplan, dus ook voor een grotere bouwhoogte. In dat geval moet afgewogen worden of een hogere bouwhoogte kan worden toegestaan. Het is niet op voorhand te zeggen of hiervoor een vergunning verleend zal worden, het plan zoals het er nu ligt geeft hiervoor in elk geval geen ruimte.
Reactie ad. 2 Een beschrijving van welke fabrieken hier zijn toegestaan, is opgenomen in de algemene beantwoording A. Voor een beschrijving van het toetsingskader voor geluid, zie onze reactie onder ad. 2 van zienswijze 1. Voor een beschrijving van het toetsingskader voor geur, zie onze reactie onder ad. 1 van zienswijze 7.
Reactie ad. 3 Door de ontwikkeling van het bedrijventerrein Klaverblad Noordoost, wordt een ontsluitingsweg en een vrijliggend fietspad gerealiseerd. Bij de aanleg van weg en fietspad wordt rekening gehouden met de verkeersveiligheidsaspecten om de verkeersveiligheid zo goed mogelijk te garanderen.
Reactie ad. 4 Uitgangspunt is dat het gemeentelijke duurzaamheidsfonds onder andere gevoed wordt uit rendementen van zonneparken. Vanuit dit fonds zullen lokale gemeentelijke duurzaamheidsinitiatieven gesteund worden. Daar moeten nog criteria voor bepaald worden. Het bijdragen aan het bouwen van een wooncomplex lijkt daar vooralsnog niet in te passen.
Reactie ad. 5 Zie onze reactie op zienswijze 13, ad. 1.
Reactie ad. 6 Op dit moment worden de gronden die in het bestemmingsplan zijn aangewezen voor natuurinclusieve landbouw, verpacht door de gemeente met jaarlijkse pachtovereenkomsten. De pachtovereenkomsten voor deze gronden worden vanaf 2023 voor de duur van 6 jaar afgesloten. Hiermee is natuurinclusieve landbouw mogelijk en zijn de noodzakelijke aanpassingen c.q. investeringen rendabel. Met deze duur van de pachtovereenkomsten hebben pachters voldoende zekerheid om investeringen terug te verdienen. Het is volgens ons niet nodig om de duur te verlengen naar 10 jaar, zoals indiener voorstelt. Ook is het vanuit flexibiliteit niet wenselijk om de contractperiode langer te maken dan noodzakelijk. Overigens is de duur van de pachtovereenkomsten geen onderdeel van het planologisch traject en het bestemmingsplan dat nu voorligt.
20
Bij de selectie van pachters moet voldaan worden aan het Didam-arrest: de gemeente moet mededingingsruimte bieden bij het aangaan en uitvoeren van privaatrechtelijke overeenkomsten, waaronder pachtovereenkomsten. Om deze reden is het niet mogelijk om bijvoorbeeld enkel huidige pachters toegang te geven tot het pachten van de gronden. In de selectie van pachters wordt uiteraard wel voorkeur gegeven aan agrarische bedrijven die in de directe omgeving van het gebied zijn gevestigd, met name in het kader van duurzaamheid. Uitgangspunt is de huidige pachters als eerste in staat te stellen om een nieuwe pachtovereenkomst aan te gaan, mits dit mogelijk is met in achtneming van wet- en regelgeving, waaronder het recente Didam-arrest.
Reactie ad. 7 De uitgifte van fase 2 gaat pas van start wanneer de gronden van fase 1 zijn uitgegeven. Op voorhand is niet goed in te schatten hoe snel dit precies gaat. Aan het bestemmingsplan ligt een ladderonderbouwing ten grondslag, deze is bij het bestemmingsplan gevoegd als bijlage 1. Doel van een ladderonderbouwing is het onderzoeken en onderbouwen of bij een plan sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Vragen die aan de orde komen, zijn bijvoorbeeld: is er sprake van een stedelijke ontwikkeling, kan dit in bestaand stedelijk gebied en is er behoefte aan de ontwikkeling. In de ladderonderbouwing wordt ingegaan op de vraag en het aanbod van bedrijventerreinen en specifiek grote kavels (>2 ha) in Heerenveen en in regio Zuidoost Fryslân. Hieruit blijkt dat er binnen bestaand stedelijk gebied geen mogelijkheden zijn om te faciliteren in de vraag die er zal zijn de komende jaren. De conclusie is dat er voldoende actuele regionale behoefte is om het bedrijventerrein Klaverblad Noordoost te ontwikkelen, met name binnen het beoogde segment grootschalige industrie en logistiek. In het bestemmingsplan is vastgelegd dat op fase 2 dezelfde voorwaarden gelden als voor fase 1: dezelfde bedrijvenlijst wordt aangehouden en ook dezelfde kavelgrootte. Fase 3 (een derde 10 hectare) is recent opgenomen in de regionale bedrijventerreinen programmering vanwege een toegenomen behoefte.
Deze regionale bedrijventerreinen programmering is vastgesteld door de vijf gemeenten en ligt op dit moment voor bij de provincie voor akkoord. Dit bestemmingsplan heeft geen betrekking op fase 3 en voordat fase 3 er kan komen, moet de provincie hier nog mee akkoord gaan en is opnieuw een bestemmingsplanprocedure nodig. Wat betreft het woongenot, in het MER en in de toelichting van het bestemmingsplan komen alle aspecten ten aanzien van leefbaarheid aan de orde. Onderzocht is welke (milieu)effecten kunnen plaatsvinden en welke effecten de ontwikkeling heeft op het woon- en leefklimaat in de omgeving. Uit de onderzoeken blijkt dat de ontwikkeling past binnen de wettelijke kaders en normen en dat hiermee sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Er komt geen knelpunt uit naar voren die belemmerend zou zijn voor het woon- en leefklimaat. Uiteindelijk is het aan de gemeenteraad om, na afweging van alle betrokken belangen, een standpunt in te nemen over de aanvaardbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling op een bepaalde locatie.
Reactie ad. 8 De groenstroken die aan de noordkant van het bedrijventerrein worden aangelegd, worden minimaal 30 meter breed. Aan de westzijde van het bedrijventerrein komt een groenstrook van circa 40 meter breed. Daarmee zijn deze groenstroken in elk geval twee keer zo breed als de bestaande groenstroken die parallel aan de Binnendykster Haadfeart liggen. Wij zijn van mening dat deze groenstroken voldoende breed (en hoog: uiteindelijk ruim 15 meter) zijn om te zorgen voor afscherming van het bedrijventerrein. 21
De groenstroken worden aangelegd zodra de positie definitief bekend is. Voor de stroken in noordzuidelijke richting is dit zoals het nu lijkt in 2023/2024, voor de oost-westelijke stroken hangt dit af van de indeling van het bedrijventerrein. In het bestemmingsplan is een regel opgenomen dat deze groenstroken uiterlijk twee jaar na uitgifte van de laatste percelen, moeten zijn gerealiseerd. Het aan te planten groen is bij aanplant van wisselende hoogte, maar hoger dan hoe de huidige groenstroken in het gebied een aantal jaren geleden zijn aangeplant. Zie ook onze reactie op zienswijze 17, ad. 3.
Reactie ad. 9 We begrijpen de zorgen van de indiener. Wij kunnen hier over zeggen dat bedrijven die zich willen vestigen op Klaverblad Noordoost, worden getoetst aan de meest actuele regelgeving, om hinder en vervuiling te voorkomen. Daarnaast nemen wij in het bestemmingsplan een regel op om schade door stikstof te voorkomen en om te borgen dat gebouwen aardgasloos worden uitgevoerd, zie onze beantwoording op zienswijze 18, ad. 9 en de ambtshalve wijzigingen (hoofdstuk 6 van deze nota). Door het plan verdwijnt er inderdaad groen en onbebouwd gebied, maar er wordt op andere manieren, door het toevoegen van groenstroken, plasdras en natuurinclusieve landbouw, een toevoeging gedaan aan natuurwaarden in het gebied. Tot slot zal door de ontwikkeling er inderdaad meer verkeer komen. Uit onderzoek blijkt dat dit verkeer voornamelijk gebruik zal maken van de A7. Op basis van onderzoeken concluderen we dat deze toename niet voor overlast zal zorgen in de Streek.
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Zienswijze 11 en 12 (inhoud zienswijze identiek) 1. Bij Windpark Fryslân ter hoogte van Breezanddijk is een dorpsfonds opgericht (FIKS, Fonds IselmarKust Sterk). Dit was een eis vanuit de gemeente Súdwest Fryslân. Het lijkt indiener een idee om de bedrijven die zich vestigen op KNO jaarlijks een storting te doen in een nieuw op te richten fonds voor de gemeenschap van de Streek en Luxwoude, de gebieden die het meeste invloed ondervinden van de invulling van KNO. Indiener wil dit ook wel toelichten via zgn 'hoorzitting'.
2. Indiener vraagt waarom het noodzakelijk is om bedrijven van categorie 4.2 te vestigen in dit gebied? De kans dat hiermee bedrijven zich vestigen die geluid en/of geuroverlast veroorzaken wordt hiermee vergroot. Waarom wordt er niet eerst gezocht naar een lagere categorie?
3. Indiener vraagt zich af of er een link is tussen de hoogte van de gebouwen en de industrieklasse 4.2. zo niet, dan ziet indiener geen gegronde reden om gebouwen van deze hoogte (20-25 meter maximaal) te plaatsen. Indiener hoorde op de inloopavond dat de reden hiervan alleen is de indruk te wekken dat je Heerenveen binnenkomt op de A7, dit is volgens indiener niet in verhouden met de zichtproblematiek die ontstaat voor de inwoners van de Streek. Volgens indiener zijn de zichtmaatregelen niet het zicht weg, met bomen van 15 meter voor bebouwing van 25 meter.
4. Volgens indiener worden inwoners blijer van ommetjes op een locatie die mooier is, denk buiten de fysieke contouren van het plan om. 22
Reactie ad. 1 In iedere ruimtelijke procedure schuurt het algemeen belang met het individueel belang schuurt. We kunnen niet verlangen dat voor iedere ruimtelijk procedure compensatie wordt gegeven. Daarvoor hebben we met elkaar planschaderegels afgesproken. Daarnaast is deze wijze van fondsvorming niet gebruikelijk in de gemeente Heerenveen. Bedrijven, inwoners en anderen worden op de reguliere wijze aangeslagen voor de gemeentelijke belastingen. Vervolgens besluit onze volksvertegenwoordiging, de gemeenteraad, over de inzet van de middelen middels de begroting en perspectiefnota. Er is geen aanleiding om specifiek voor dit bedrijventerrein een dergelijke regeling op te zetten. De vraag kan ook direct gesteld worden hoe om te gaan met bijvoorbeeld andere bedrijventerreinen of ontwikkelingen die invloed op een bepaalde omgeving (kunnen) hebben. Tot slot zou een verplichte periodieke bijdrage invloed hebben op de grondprijs. Als grondeigenaar ontvangt de gemeente daarmee minder inkomsten, waardoor elders keuzes gemaakt moeten worden omdat de beoogde inkomsten naar beneden bijgesteld moeten worden.
Reactie ad. 2 Zie algemene beantwoording A. Er is geen reden de milieucategorie te verlagen.
Reactie ad. 3 Zie onze algemene beantwoording D. waarin we ingaan op onze afweging over bouwhoogtes. Reactie ad. 4 De wens om ommetjes te creëren in het gebied is een wens die tijdens het Sinnetafelproces vanuit de betrokkenen in de omgeving kwam. Daarom zijn deze opgenomen in het ontwerp voor het gebied. Er is in principe geen reden om geen ommetjes te creëren op andere locaties, dit bestemmingsplan en deze gebiedsontwikkeling richten zich hier alleen niet op, dus hier wordt dan ook niet op ingegaan in de planvorming en het ontwerpproces voor Klaverblad Noordoost.
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Zienswijze 13 1. Volgens indiener heeft de wijziging van bestemming grote invloed op de flora en fauna in het gebied. De vele vogels, reeën en alle andere (zinvolle) dieren zullen vertrekken naar een meer rustiger gebied. Ver van “onze groene Streek”. Indiener vindt het zonde dat de mooie, uitgestrekte, groene weilanden moeten plaatsmaken voor industrie en zonnepanelen.
2. Indiener noemt het cosmetische belang van de Streek. Het is een doorn in het oog om van dit groene, rustige gebied een industriegebied zware industrie klasse 4.2 te maken. Met alle (gezondheids)klachten van dien. We zijn een dorpsgemeenschap, geen randstad.