CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

8.2.2. Bestemmingsplan Veesser Enkweg en Zijmarseweg, Veessen_Toelichting

Raadscommissie 8 april 2024, gemeente HeerdeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Zijmarseweg en Veesser Enkweg, Veessen23.606 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gelderland. 4.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

4.2.2.1 Algemeen Met een omgevingsverordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema’s. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan op deze regels afstemmen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan “Bestemmingsplan Veesser Enkweg en Zijmarseweg, Veessen” Status: Vastgesteld

4.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen In voorliggend geval zijn met name de regels omtrent landbouw, natuur, landschap, water & milieu, erfgoed en een veilige leefomgeving van toepassing. Dit betreffen de artikelen 2.51b (Bescherming Ganzenrustgebied), 2.55 (Ontwikkeling in waardevol open gebied), 2.56 (ontwikkeling Nationaal landschap), 2.64 (bescherming windvang molen). 4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsverordening Gelderland’ Onderliggend plan past binnen de uitgangspunten van de Omgevingsverordening. Het plan omvat kleinschalige ontwikkelingen die thuishoren in het landelijk gebied (verplaatsen fruitteeltbedrijf naar een meer passende locatie) en de kern van Veessen (woningbouw) en is daarmee niet strijdig met de voorgenoemde regels. Hieruit blijkt dat de beoogde (compensatie) woningbouw zowel kwantitatief als kwalitatief passend is binnen de beleidskaders. Het perceel aan de Zijmarseweg nabij nummer 9 is reeds uitermate geschikt bevonden voor het vestigen van de bedrijfsactiviteiten van voorgenoemd bedrijf en hier kan dan ook een toekomstbestendige bedrijfsvoering worden gegarandeerd. Tevens is in het noordwestelijke deel al een gedeelte boomgaard aangeplant waardoor duidelijk werd dat de gronden zich uitstekend lenen voor fruitteelt.

Daarom kan nu verdere aanplant geschieden en kan het bedrijf weer op het niveau van voor de start van de aanleg Hoog Water Geul komen. Wat betreft deze landschappelijke inpassing, deze is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening, zoals is weergegeven in afbeelding 3.1, deze inpassing is eveneens geborgd in de regels van voorgenoemd bestemmingsplan en is als voorwaardelijke verplichting opgenomen. Het plan bevat geen ontwikkelingen die afbreuk doen aan de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap, de ontwikkelingen doen juist recht aan deze kernkwaliteiten. Daarbij is een fruitteeltbedrijf juist typerend voor dit deel van het Nationaal Landschap, getuige ook dat uit kadastraal onderzoek blijkt dat boomgaarden in deze omgeving al dateert van voor 1832. Het (gedeeltelijke) behoud van de bestaande boomgaarden aan de Veesser Enkweg 26a en nummer 36-38 en de aanplant/gebruik van de nieuwe boomgaard aan de Zijmarseweg 9 is dus cultuurhistorisch van groot belang. Het plan omvat daarbij geen bebouwing (zowel de woningen niet, als ook de agrarische nieuwe bedrijfsgebouwen) die hoger zijn dan de bestaande (toegestane) bebouwing en beperkt hiermee de windvang van de beschermde molen niet (art. 2.64). Voor wat betreft het planvoornemen kan gesteld worden dat deze goed landschappelijk wordt ingepast.

Eventueel verlies aan natuurlijke waarden van het Nationaal Landschap wordt gecompenseerd door de aanleg van stevige (erfgrens)beplanting. De effecten van het plan op de natuur zullen dan ook positief zijn. Resumerend wordt gesteld dat het voornemen in overeenstemming is met de Omgevingsverordening Gelderland.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Bestemmingsplan “Bestemmingsplan Veesser Enkweg en Zijmarseweg, Veessen” Status: Vastgesteld

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Van Veluwe tot IJssel

4.3.1.1 Algemeen Het landschap van de Veluwe tot de IJssel is niet voor niets een nationaal landschap, het is één van de aantrekkelijkste landschappen van Nederland. Er zijn uitgestrekte bossen en heiden, een prachtig kleinschalig cultuurlandschap met kastelen, karakteristieke boerderijen, talloze landgoederen en een schilderachtig rivierenlandschap met uiterwaarden en een dijk. Deze regio ligt bepaald niet in de luwte als het gaat om de verandering van het landschap. Daarin zijn twee hoofdlijnen aan te geven. De eerste hoofdlijn heeft te maken met de kenmerken van ons landschap. Grote delen daarvan kenmerken zich van oorsprong door kleinschalig agrarisch cultuurlandschap met een sterk verspreide bewoning over het gebied. Er zijn duidelijk dorpen maar er zijn ook heel veel woningen en boerderijen die in linten en zwermen liggen. Die kleinschaligheid en dichte bewoning wringt vaak met de huidige wensen voor het gebruik. Schaalvergroting bij agrariërs leidt tot grotere agrarische bedrijfsgebouwen en rationele grote, rechte kavels. Vele agrarische bedrijven verdwijnen en in de vrijkomende schuren komen allerlei andere soorten bedrijven of, wat nog vaker voorkomt, de bedrijfsgebouwen worden gesloopt in ruil voor de bouw van een nieuwe woning. Door de autonome ontwikkeling van schaalvergroting en functiewijziging verandert de oorspronkelijke schaal en samenhang van het landschap.

De verandering van het landschap is in belangrijke mate het gevolg van beslissingen van de grondeigenaren. De vraag is: levert deze autonome ontwikkeling wel het landschap op dat de samenleving wil? Want de oorspronkelijke samenhang in het landschap verzwakt, er komt steeds meer bebouwing en het landschap vervlakt. Doelstelling 1: Met het LOP willen de gemeenten in de autonome ontwikkeling van het landschap sturen op behoud en op ontwikkeling van landschappelijke samenhang. Tevens wil men ontstening van het buitengebied stimuleren en de karakteristieke kenmerken van het landschap ontwikkelen. Doelstelling 2: Met het LOP wil men het landschapsbelang inbrengen in alle ruimtelijke veranderingsprojecten in het gebied. Daartoe wil men een ‘landschapskapstok’ bieden die gebruikt kan worden in al de gebiedsprocessen. Uiteindelijk gaat het in het landschapsontwikkelingsplan om de vraag hoe overheden en burgers van dit gebied, een goed en aantrekkelijk landschap voor het gebied van de Veluwe tot de IJssel kunnen maken. Het antwoord op die vraag is niet een-twee-drie te geven en is ook niet objectief vast te leggen. Doelstelling 3: Juist omdat eenieder (overheid en of burger) het landschap gezamenlijk bepalen heeft iedereen behoefte aan een structuur, een aanpak, om het goede landschap te maken. En wat goed is bepaalt men gezamenlijk.

Dat is het overkoepelende doel van het LOP en ook de belangrijkste reden om het op regionaal niveau aan te pakken. De overheid richten daarbij op instrumenten, partijen en een aanpak voor de uitvoering van het landschapsbeleid. 4.3.1.2 Toetsing van het initiatief aan de LOP Bij ruimtelijke kwaliteit spelen zaken als architectuur, beeldkwaliteit, stedenbouwkundige in- en aanpassing, identiteit en cultuurhistorie als vanzelf een grote rol. De bouw van de nieuwe woningen (compensatiewoningen), de sloop van de bestaande agrarische opstallen aan de Veesser Enkweg 26a, de inpassing van het nieuwe bedrijf en bijhorende functies aan de Zijmarseweg naast nummer 9 & de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit van de plangebied-delen passen binnen de uitgangspunten zoals die genoemd zijn in het LOP. Er is sprake van een landschappelijke versterking, waarbij in overleg met de stedenbouwkundige van de gemeente is bepaald hoe en op welke manieren de compensatiewoningen gesitueerd worden. Daarbij is op deze locaties sprake van een kwaliteitsimpuls en een stedenbouwkundige en BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Bestemmingsplan “Bestemmingsplan Veesser Enkweg en Zijmarseweg, Veessen” Status: Vastgesteld

landschappelijke versterking. Daarbij is de locatie van het bedrijf aan de Zijmarseweg naast 9 passend binnen de landschapsstructuur van het buitengebied, is het aanvullend op een bestaande boomgaard en wordt er een aanzienlijk bijdrage geleverd (middels duurzame bedrijfsvoering, verplaatsen onwenselijke milieukundige situatie uit de kern Veessen en is sprake versterking van de recreatieve product in de omgeving) wordt aan de ruimtelijke kwaliteit. Het voorliggende initiatief voldoet aan deze voorwaarden en voldoet aan de uitgangspunten zoals die genoemd zijn in het LOP. 4.3.2

Woonvisie Regio Noord-Veluwe

4.3.2.1 Algemeen De gemeenten in Regio Noord-Veluwe werken al jaren samen aan verschillende ruimtelijke en maatschappelijke thema’s. Op het gebied van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting zijn dat de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Hattem en Heerde. Dit heeft in de afgelopen jaren geleid tot verschillende momenten van afstemming en beleidsvorming op het gebied van wonen. Zo hebben de regiogemeenten samen met de provincie Gelderland en de Noord-Veluwse woningcorporaties het Kwalitatief Woonprogramma 2010-2019 voor NoordVeluwe vastgesteld. Eerder is de Regionale Woonagenda 2012-2013 opgesteld. Mede met het oog op nieuwe afspraken met de provincie in het kader van de Kwantitatieve Opgave Wonen, dat het oude Kwalitatieve WoningbouwProgramma vervangt), hebben de samenwerkende gemeenten in Regio Noord-Veluwe deze Visie op Wonen in de regio opgesteld 4.3.2.2 Woningmarkt in beweging Kwantitatief Hoewel de huishoudensgroei in de komende decennia afvlakt, blijft er een behoefte aan extra woningen. Op regioniveau zet de groei van het aantal huishoudens door in de toekomst. In de periode 2013 tot 2020 stijgt het aantal huishoudens naar verwachting met 5%. Dat zijn 4.300 huishoudens. Als gevolg van de plannen ten aanzien van scheiden van wonen en zorg komen daar in dezelfde periode nog eens circa 1.300 huishoudens bij.

Dit zijn huishoudens die voorheen in verzorgingshuizen zouden gaan wonen, en die als gevolg van de wijzigende regelgeving voortaan in gewone woningen en gewone wijken blijven wonen. De totale groei op de woningmarkt waar de regio in de periode tot 2020 rekening mee houden, bedraagt dus circa 5.600 huishoudens. Kwalitatief De groei van huishoudens doet zich met name voor bij de kleinere (vooral oudere) huishoudens. De hoeveelheid, kwaliteit en geschiktheid van bestaande én nieuwe woningen voor kleinere en oudere huishoudens is van belang. Nieuwbouw zal plaats moeten vinden op vraaggestuurde en kleinschalige wijze. En dat luistert nauw, want ouderen zijn de meest honkvaste groep woonconsumenten. Daarnaast neemt het beroep op het sociale netwerk van senioren, ondersteuning en zorg toe. Dit vraagt een gedifferentieerde uitwerking op kernniveau: in de grote kernen met een centrumfunctie zijn meer (zorg)voorzieningen aanwezig, in de kleine woonkernen biedt de onderlinge burgerkracht en ondersteuning en zorg op afstand (technologische en digitale mogelijkheden) perspectief. Door de regio is een woningbehoefteonderzoek tot 2020 uitgevoerd. Samenvattend kan de woningbehoefte ontwikkeling als volgt worden geduid: • • • • • •

Groei met name in categorie 1- en 2-persoonshuishoudens; Grote behoefte aan nultreden/levensloopbestendig; Behoefte aan sociale huur (vooral senioren); Beperktere behoefte aan huurwoningen in de vrije sector; Blijvende behoefte aan duurdere koopwoningen; Dreigend overschot aan gewone rijwoningen in de koopsector.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Bestemmingsplan “Bestemmingsplan Veesser Enkweg en Zijmarseweg, Veessen” Status: Vastgesteld

4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Regio Noord-Veluwe Kwantitatief gezien is nog voldoende ruimte om nieuwe woningen en appartementen in de regio te realiseren. Kwalitatief gezien speelt de voorgenomen ontwikkeling in op de blijvende behoefte naar duurdere én goedkopere (starters)woningen. De woningen binnen het plangebied kunnen daarbij levensloopbestendig worden gebouwd. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling ook in overeenstemming is met de ‘Woonvisie Regio Noord-Veluwe’.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Toekomstvisie gemeente Heerde 2025

4.4.1.1 Algemeen Maatschappelijke en economische ontwikkelingen gaan in snel tempo. Om hierop in te spelen heeft de gemeente de visie gemeente Heerde 2025 vastgesteld. Deze visie is een agenda voor de toekomst, een heldere profilering van de gemeente in de regio en naar de eigen burgers, instellingen en ondernemers. De visie maakt duidelijk: • • •

Waar de gemeente voor staat; Welke ontwikkeling zij ambieert; Waarvoor de gemeente zich de komende jaren hard wil maken richting de eigen bevolking, instellingen, ondernemers en andere voor de ontwikkeling van Heerde belangrijke partijen.

De toekomstvisie is door de raad vastgesteld op 13 juli 2009. De toekomstvisie is een kader, een kapstok waaraan het toekomstige gemeentelijke beleid gekoppeld wordt en vormt de basis voor de ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Uitgangspunt voor de toekomst van de gemeente is behoud door ontwikkeling en het verbinden van structuren. Bestaande waardevolle kwaliteiten dienen behouden te worden en waar mogelijk versterkt of verder ontwikkeld. Ontwikkelingspotenties liggen op de gebieden natuur, rust, ruimte recreatie en toerisme, water, wellness, zorg, welzijn, sport en educatie. 4.4.1.2 Thema ‘Wonen’ Bebouwing hoeft niet altijd en overal te worden uitgesloten. Het gaat vooral om hoe en waar gebouwd wordt en of dat zó kan plaatsvinden dat de kwaliteit intact blijft of wordt versterkt. Behoud van identiteit, eenheid en schoonheid door de (aan-)bouw van doordachte nieuwbouw, renovatie en inbreiding is van belang om de kwaliteiten van Heerde te waarborgen. De woningvraag kan neerslaan in de vorm van ‘groenlandschappelijk wonen’ aan de randen en als inbreiding in dorpen. Beperkte groei is mogelijk, mits recht wordt gedaan aan het behoud en versterking van de identiteit, sociale cohesie en cultuurhistorische waarden. De bestaande samenstelling, verschijningsvorm, grootte en identiteit van de kleine kernen wordt gewaarborgd.

4.4.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Toekomstvisie Wat betreft de woningbouw in voorgenomen ontwikkeling zijn de twee locaties aan de Veesser Enkweg aan te merken als een binnenstedelijke ontwikkeling op een inbreidingslocatie. Er is sprake van een herontwikkelingsproject, waarbij bestaande bebouwing wordt gesloopt en nieuwe bebouwing wordt teruggebouwd (zowel op nummer 26 als tussen 36-38). In de regels van dit bestemmingsplan wordt qua maatvoering zoveel als mogelijk aangesloten op de omliggende bebouwing. Bij nadere toetsing van het voornemen is door de gemeente Heerde reeds aangegeven dat het bouwplan de identiteit van het gebied versterkt en uitbreid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

Bestemmingsplan “Bestemmingsplan Veesser Enkweg en Zijmarseweg, Veessen” Status: Vastgesteld

Op deze plaats wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Toekomstvisie’. 4.4.2

Structuurvisie Heerde 2025

4.4.2.1 Algemeen De Structuurvisie Heerde 2025 (vastgesteld d.d. 17 september 2012) is het kader voor de ontwikkeling van de gemeente Heerde tot 2025. Deze visie geeft richting aan de ruimtelijke, economische en maatschappelijke ontwikkeling van de gemeente Heerde naar de toekomst. 4.4.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Heerde 2025 In de structuurvisie Heerde 2025 wordt het plangebied aangemerkt als ‘Nieuwe zakelijkheid’. Hierover wordt in de structuurvisie onder andere het volgende gesteld: • •

‘De nadruk in de ontwikkelingen binnen de zone Nieuwe zakelijkheid en gezondheid ligt met name op het verbeteren van de aantrekkelijkheid van de zone als woon-, werk- en leefgebied en het benutten van kansen op het gebied van leefstijl, gezondheid en zorg met respect voor de omgeving.’ ‘Doel is dat het gebied aantrekkelijk is om te wonen, te werken en te recreëren. Dit vereist een zorgvuldige benadering van het gebied, waarbij de landschappelijke inpassing van de verschillende functies een belangrijke randvoorwaarde is.’

Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat het plan past binnen de Structuurvisie en dat om twee redenen ook bijgedragen wordt aan de hierin gestelde doelen: •

•

•

De aantrekkelijkheid van het plangebied-delen en het omliggende gebied als woon- (,werk-) en leefgebied wordt verbeterd, doordat een bestaande bedrijfslocatie in de kern van Veessen wordt getransformeerd naar een kleinschalige woonlocatie, gepaard gaand met sanering van agrarische bedrijfsgebouwen en een ruime plus in de ruimtelijke kwaliteit. Het plan voorziet in een zorgvuldige stedenbouwkundige inpassing alsmede een goede landschappelijke van de nieuwe woningen en het nieuwe fruitteeltbedrijf (e.e.a. is bij de uitwerking van het bouwplan/inpassingsplan en in hoofdstuk 3 op visualisaties zichtbaar geworden). Het voorliggend initiatief sluit naadloos aan op de wens van landschapsversterking en kwaliteitsverbetering, zoals het is geschetst in de Structuurvisie gemeente Heerde 2025. Door de verplaatsing van het fruitteeltbedrijf wordt een wenselijke situatie gecreëerd, voor zowel initiatiefnemer (het creëren van duurzame bedrijfsvoering met toekomstgerichte (uitbreidings)mogelijkheid en het realiseren van aanvullende functies) als gemeente (milieukundige onwenselijke situatie wordt wegbestemd). Hierbij faciliteert de gemeente en streeft samen met initiatiefnemer naar een resultaat met een maatschappelijke meerwaarde dat bijdraagt aan de bescherming en ontwikkeling van de lokale gebiedskwaliteiten, zoals tot uiting komt in voorliggend planvoornemen.

De nadruk van de extra functies (zoals beschreven in paragraaf 3.1) bij het fruitteeltbedrijf zijn een goede toevoeging voor de aantrekkelijkheid van het bedrijf en het benutten van kansen op het gebied van leefstijl, gezondheid en zorg met respect voor de omgeving. Het is een toekomstbestendig concept/plangebieddeel met een hoge economische activiteit, waarin de functies naast elkaar kunnen bestaan.

Het voorliggend initiatief sluit goed aan bij de Toekomstvisie van de gemeente Heerde en de gestelde ambities. Tevens wordt opgemerkt dat de nieuwe woningbouw is toegestaan op deze locaties, binnen de grenzen van de kernen middels inbreiding en herstructurering. Daarbij kunnen deze woningen (twee-ondereen-kapwoning, de vrijstaande en te om te zetten bedrijfswoning) een belangrijke bijdrage leveren aan het voorzien in de woningbehoefte. Ook op dit onderdeel sluit het voornemen aan bij de ‘Structuurvisie Heerde 2025’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

28

Bestemmingsplan “Bestemmingsplan Veesser Enkweg en Zijmarseweg, Veessen” Status: Vastgesteld

4.4.3

Woonvisie Heerde

4.4.3.1 Algemeen Het uitgangspunt van de woonvisie is het maken en behouden van kwaliteit. Dit kan alleen door niet vooraf strikte en knellende regels op te stellen, maar door te werken met bestaande kwaliteiten, partijen en passende oplossingen. Dit leidt tot maatwerk per situatie met inachtneming van de algemene vastgestelde principes. Het creëren van maatschappelijke meerwaarde is bij ieder initiatief het uitgangspunt en het afwegingskader van het gemeentebestuur. 4.4.3.2 Woningmarkt in beweging De tijden van het bouwen van grote aantallen nieuwe woningen is voorbij. In dat kader stelt de Structuurvisie Heerde 2025 dat geen nieuwe grootschalige uitleglocaties meer nodig zijn en dat door het realiseren van de bestaande uitleglocaties, inbreiding in stedelijk gebied, transformatie en door functieverandering in de behoefte aan woningen kan worden voorzien. Dat geldt voor alle kernen in de gemeente. Nieuwe woningen worden gebouwd wanneer de bestaande voorraad niet in de vraag kan voorzien. Deze woningen sluiten aan bij de vraag van de woningzoekenden. Bij voorkeur zijn nieuwe woningen inzetbaar voor zoveel mogelijk verschillende categorieën woningzoekenden. Zeker in de huursector. Woonwijken moeten een goede mix van woningen bevatten die de maatschappelijke cohesie maximaal ondersteunt.

Van woningaanbieders en woningvragers worden initiatieven verwacht om in de behoefte aan woonruimte te voorzien. 4.4.3.3 De woningvoorraad & vraaggestuurd bouwen Het grootste deel van de benodigde woningen voor de toekomst staat er al. Uitgerekend is dat er in Heerde in verband met de groei van het aantal huishoudens (dus niet het aantal inwoners) in de periode 2013 tot 2020 circa 420 – 460 extra woningen nodig zijn. Gemiddeld is dat een toevoeging van 60 – 65 woningen per jaar. Ten opzichte van de bestaande woningvoorraad is dat een toename van ongeveer 6%. Gelet op de geschetste trends en het streven dat een ieder op termijn kan beschikken over een bij zijn situatie passende woning, is duidelijk dat het grootste deel van de opgave bereikt moet worden door aanpassing en vervanging van de bestaande woningvoorraad. In de regionale visie is aangegeven dat afgestapt wordt van de oude manier van woningbouwprogrammering. Er wordt overgestapt van aanbod-gestuurd bouwen naar vraaggestuurd bouwen. De markt bepaalt wat gebouwd gaat worden. Daarvoor is een nieuw afwegingskader voor nieuwbouw noodzakelijk. Niet langer is bepalend of een ontwikkeling past in een woningbouwprogramma. De vraag is nu of een bouwplan inspeelt op de marktvraag en voldoende maatschappelijke en ruimtelijke kwaliteit toevoegt.

4.4.3.4 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Heerde Uit de woonvisie blijkt dat er nog voldoende ruimte is voor de toevoeging van de te realiseren (mogelijkheid tot levensloopbestendige) woningen in Veessen in de gemeente Heerde. De kwalitatieve behoefte is reeds onderbouwd in paragraaf 4.3.1 (regionale woonvisie). Hierin is aangetoond dat (wat betreft de woningbouw) sprake is van een woningbouwontwikkeling welke voorziet in de behoefte. De woningen zijn bedoeld voor zowel starters (twee-onder-een-kapwoning) als andere doelgroepen (vrijstaande woning en om te zetten bedrijfswoning). Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de ‘Woonvisie Heerde’. 4.4.4

Woonagenda 2020-2030

4.4.4.1 Algemeen De Woonagenda van de gemeente Heerde is op 3 maart 2020 door het college vastgesteld. De woonagenda is inhoudelijk vormgegeven op basis van de uitkomsten van de in 2017 uitgevoerde woningmarktanalyse. De woonagenda geeft aan wat de kwalitatieve en kwantitatieve opgaven zijn voor wonen. Hierbij wordt de BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

29

Bestemmingsplan “Bestemmingsplan Veesser Enkweg en Zijmarseweg, Veessen” Status: Vastgesteld

kanttekening geplaatst dat de gemeente Heerde weinig gronden in bezit heeft en dat er daardoor een grotere afhankelijkheid is van de particuliere markt voor het uitvoeren van deze woonagenda. De gemeente Heerde wil de woonagenda uitvoeren aan de hand van een actielijst. De gemeente monitort en actualiseert deze actielijst iedere twee jaar. Daarbij gaat de gemeente na in welke mate de doelen zijn bereikt en of actuele ontwikkelingen vragen om bijstelling van acties, gericht op het bereiken van de doelen. 4.4.4.2 Toetsing van het initiatief aan de Woonagenda 2020-2030 Met de voorgenomen ontwikkeling wordt voorzien in passende woningen voor passende doelgroepen, de woningen zijn bedoeld voor zowel starters (twee-onder-een-kapwoning) als andere doelgroepen (vrijstaande woning en om te zetten bedrijfswoning). Op deze manier kunnen onder meer ook starters uit Veessen een woning in het dorp vinden en wordt een bijdrage geleverd aan het voorkomen dat de lokale jongeren een woning elders gaan zoeken. Op basis van het Addendum bij de woonagenda wordt duidelijk dat de gemeente een grote opgave heeft met betrekking tot dit segment. Verder wordt in dit plan ruimte geboden door de woningen op zo een manier te realiseren dat de mogelijkheid bestaat om deze levensloopbestendig in te richten.

Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan de gemeentelijke woningbouwopgave, zowel kwantitatief als kwalitatief gezien. 4.4.4

Conclusie toetsing aan het gemeentelijke beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid. Uit hoofdstuk 3 (beschrijving planvoornemen) en hoofdstuk 4 (toetsingen aan geldende beleidsstukken) blijkt dat het voornemen voor zowel initiatiefnemer als voor gemeente Heerde als voor het landschap op veel aspecten een meerwaarde creëert. Als bondige toetsing aan het gemeentelijke beleid wordt puntsgewijs hieronder benoemd wat deze meerwaarde is, zonder te herhalen wat elders al uitgebreider is beschreven. •

• • • •

•

•

De omwonenden van de huidige locatie de Veesser Enkweg als ook de aanwonenden zijn uitvoerig bij de plannen betrokken. Ondermeer ook bij de situering van de compensatiewoningen (met name de vrijstaande woning). Voor de starters op de kopersmarkt komt een twee-onder-een-kapwoning beschikbaar. Voor de initiatiefnemer zelf wordt een duurzame bedrijfsvoering weer mogelijk (gemaakt). Het bedrijf heeft weer een toekomstperspectief (zie hiervoor de aanleiding in hoofdstuk 1). Vanuit milieukundig oogpunt wordt een onwenselijke situatie in de kern wegbestemd, hetgeen leidt tot minder ‘overlast’ in het dorp Veessen. Het verplaatsen van het voornemen betekenend een impuls voor de lokale economie (behoud van het bedrijf en de werkgelegenheid en nieuwe werkgelegenheid door een toekomstbestendige bedrijfsvoering en als gevolg van de nieuwe aanvullende functies) Vanuit cultuurhistorie is het van belang dat de historische boomgaard aan de Veesser Enkweg behouden blijft, dat gebeurt. De (compensatie)woningen worden zo gesitueerd dat deze geen afbreuk doen aan deze boomgaard. Het voornemen aan de Zijmarseweg naast nummer 9 creëert (deels bij recht, deels bij afwijking) een nieuwe recreatiemogelijkheid bij de boomgaard alsmede betekent een behoud van de beleving van de kenmerkende fruitteelt in het gebied.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

30

Bestemmingsplan “Bestemmingsplan Veesser Enkweg en Zijmarseweg, Veessen” Status: Vastgesteld

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.

5.1

Geluid

5.1.1

Wettelijk kader

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •

wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).

De wegen in de directe nabijheid van het plangebied betreffen 30km/uur wegen. Het plangebied is niet gelegen binnen de wettelijke geluidszones van wegen met een hogere snelheidsregime. Uit jurisprudentie blijkt dat een 30 km/uur weg in de beoordeling moet worden meegenomen, indien vooraf aangenomen had kunnen worden dat deze weg een geluidbelasting veroorzaakt die hoger ligt dan de voorkeurswaarde (48 dB). De toetsing moet worden uitgevoerd in verband met een belangenafweging in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Woningen In voorliggend plan zijn nieuwe geluidsgevoelig object gepland, namelijk de compensatiewoningen aan de Veesser Enkweg 26a en tussen 36 en 38. Tevens wordt de bestaande bedrijfswoning hier omgezet naar een reguliere woning. Tenslotte wordt er een bedrijfswoning gerealiseerd aan de Zijmarseweg 9.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

31

Bestemmingsplan “Bestemmingsplan Veesser Enkweg en Zijmarseweg, Veessen” Status: Vastgesteld

Het plangebieddeel aan de Veesser Enkweg (nummer 26a en tussen 36 en 38) is gelegen aan een weg, ingericht middels een dorpse structuur, met drempels, kruispunten, versmallingen en diverse reguliere voorrangssituaties. Deze weg betreft daarom - met een maximumsnelheid van 30 km/uur - een weg zonder geluidzone. Het feit dat voor deze weg geen wettelijke geluidszone geldt, betekent -zoals in hoofdstuk 2 gesteld - niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. De geluidsbelasting van deze weg dient wel te worden meegenomen in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voor deze omliggende wegen geldt – gezien de maximum snelheid, functie, intensiteit, afstand van de weg tot het plangebied en/of tussenliggende bebouwing (barrièrewerking) – en de uitsnede van de Geluidskaart in afbeelding 5.1 dat gesteld wordt dat aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, als gevolg van deze wegen is daarom geen akoestisch onderzoek behoeven. Voor de Zijmarseweg geldt dat dit een weg in het buitengebied is, kenmerkend voor de ontsluiting van de functies in het landelijk gebied. Dit betreffen smalle wegen, smalle bermen, met daaraan gesitueerd sloten of bomen en beplanting.

Gelet op de uitsnede van de Geluidskaart in afbeelding 5.1 wordt gesteld dat aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, en daarom geen akoestisch onderzoek nodig is. Daarbij moeten de nieuwe woningen (met name geldt dit voor de vrijstaande woning en de nieuwe bedrijfswoning, welke nabij bij de weg zijn gesitueerd (in vergelijk met de om te zetten bedrijfswoning en de twee-onder-een-kapwoning)) eveneens moeten voldoen aan de in het bouwbesluit opgenomen standaard gevelwering van 20 dB. De verwachting is, gezien de verplichting van BENG-bouwen, de huidige maatstaven van isolatie en dubbele beglazing, dat dan ook kan worden voldaan aan het benodigde binnenniveau van maximaal 33 dB. Er is dan ook ter plaatse van de woningen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, voor wat betreft het aspect wegverkeerslawaai.

Afbeelding 5.1

Uitsnede Geluidskaart (Bron: Atlas Leefomgeving)

Overige functies (fruitteeltbedrijf en boerderijwinkel en rustpunt) De overige functies welke worden mogelijk gemaakt in het plangebied geldt dat deze niet geluidsgevoelig zijn, er is dan ook geen sprake van geluidsgevoelige objecten. Voor de beoordeling of de nieuwe functie passend is in de omgeving wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

32

Bestemmingsplan “Bestemmingsplan Veesser Enkweg en Zijmarseweg, Veessen” Status: Vastgesteld

Beoordeling Omgevingsdienst paragraaf geluid

5.1.2.2 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woningen, wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering). 5.1.2.3 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op ruime afstand van het plangebied is gelegen. 5.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend plan.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Door Sigma Bouw en Milieu zijn daarom enkele bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de plangebieden. De resultaten van deze onderzoeken worden hierna behandeld. Voor de rapportage wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting. 5.2.2

Onderzoeksresultaten verkennend bodemonderzoek

Aan de hand van de resultaten van het onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd. Binnen het fruitteeltbedrijf vinden activiteiten plaats waardoor er sprake kan zijn van bodemverontreiniging (zowel de bestaande locatie als de toekomstige locatie). Het fruitbedrijf maakt immers gebruik van bestrijdingsmiddelen en dergelijke. Door Sigma Bouw & Milieu zijn daarom drie verkennend bodemonderzoeken uitgevoerd naar de toestand van de bodem. • • •

Plangebied 1: Veesser Enkweg 26a (nieuwbouw op huidige bedrijfslocatie) Plangebied 2: Veesser Enkweg bij nr. 38 (nieuwbouwlocatie in de boomgaard) Plangebied 3: Zijmarseweg ong. (nieuwe bedrijfslocatie op agrarische grond)

De bodemonderzoeken voldoen aan de NEN 5740 en AS3000. Verkennend bodemonderzoeken:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

33

Bestemmingsplan “Bestemmingsplan Veesser Enkweg en Zijmarseweg, Veessen” Status: Vastgesteld

Op basis van deze onderzoeken kan het volgende gesteld worden: • • •

In het grondwater is alleen het gehalte Barium licht verhoogd aangetroffen; De bovengrond bevat over het algemeen licht verhoogd gehaltes metalen, PAK, DDD, DDT en minerale olie. Plaatselijk zijn verhogingen boven de tussenwaarde aangetroffen, hiervoor is aanvullend onderzoek uitgevoerd. De ondergrond bevat plaatselijk een licht verhoogd gehalte nikkel.

Asbest: Er is geen aanleiding geweest om onderzoek te doen naar asbest in bodem. Wel is aan de achterzijde van de bestaande schuur op het perceel Zijmanseweg nabij 9 een puinlaag aangetroffen. Het asbestverdachte dak boven deze puinlaag is niet voorzien van een dakgoot. Waarschijnlijk zijn asbestresten met het regenwater in de puinlaag terechtgekomen. Voorafgaand aan werkzaamheden op of in deze puinlaag is onderzoek naar asbest vereist. Aanvullend onderzoek Zijmanseweg nabij 9: Uit het aanvullend onderzoek blijkt het volgende: -Ter plaatse van boring 15 zijn PAK en DDT boven de tussenwaarde aanwezig. Dit moet voorafgaand aan herontwikkeling en/of grondroerende werkzaamheden worden verwijderd door een daartoe erkend bedrijf. -Ter plaatse van boring 6 is DDE boven de tussenwaarde aangetroffen. Voorafgaand aan een herontwikkeling en/of grondroerende werkzaamheden moet de omvang bepaald worden en eventueel de verontreiniging door een daartoe erkend bedrijf verwijderd. Conclusie bodem Op grond van de beschikbare bodeminformatie wordt geconcludeerd dat herontwikkeling van het gehele onderzoeksgebied tot de mogelijkheden behoort. Wel dient rekening te worden gehouden met de aangetroffen verontreinigingen op het perceel Zijmanseweg nabij 9 bij boringen 6 en 15 evenals de aangetroffen en mogelijk asbesthoudende puinlaag achter de schuur.

Een eventuele verontreiniging zal gesaneerd moeten worden maar levert geen dermate milieuhygiënische bezwaren op tegen de voorgenomen bestemmingswijziging dat die geen doorgang kan vinden.

Beoordeling Omgevingsdienst paragraaf bodem Op grond van de beschikbare bodeminformatie wordt geconcludeerd dat herontwikkeling van het gehele onderzoeksgebied tot de mogelijkheden behoort. Wel dient rekening te worden gehouden met de aangetroffen verontreinigingen op het perceel Zijmanseweg nabij 9 bij boringen 6 en 15 evenals de aangetroffen en mogelijk asbesthoudende puinlaag achter de schuur. 5.2.3

Conclusie

Het aspect bodemkwaliteit vormt, mits bovenstaande aandachtspunten worden uitgevoerd, geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

34

Bestemmingsplan “Bestemmingsplan Veesser Enkweg en Zijmarseweg, Veessen” Status: Vastgesteld • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze ‘gevoelige bestemmingen’ zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2

Situatie plangebied

In paragraaf 5.3.1.1 zijn voorbeelden van de lijst met categorieën van gevallen opgenomen, die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Gelet op de aard en omvang van dit project in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, kan worden aangenomen dat voorliggend project ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. Tevens wordt opgemerkt dat de functies niet worden aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. Beoordeling Omgevingsdienst paragraaf luchtkwaliteit De conclusie in de toelichting van het concept bestemmingsplan: “Het aspect luchtkwaliteit” is beoordeeld en akkoord bevonden. 5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

35

Bestemmingsplan “Bestemmingsplan Veesser Enkweg en Zijmarseweg, Veessen” Status: Vastgesteld

ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Op gemeentelijk niveau geldt eveneens een wettelijk kader, te weten ‘Gezamenlijke beleidsvisie externe veiligheid van de gemeenten in de regio Noord-Veluwe’ (Januari 2015, revisie 1.3, Projectnummer. 249182). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. De te realiseren woningen, inclusief de voormalige bedrijfswoning, zijn aan te merken als kwetsbare objecten in verband met meer dan 2 woningen per hectare. 5.4.2

Situatie plangebied

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.2 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot de plangebieden (rode sterren) en omgeving weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

36

Bestemmingsplan “Bestemmingsplan Veesser Enkweg en Zijmarseweg, Veessen” Status: Vastgesteld

Afbeelding 5.2

Uitsnede Risicokaart (Bron: Nederland.Risicokaart.nl)

Uit de inventarisatie blijkt dan ook geen één plangebied-deel: • • • •

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Samenvattend Geen plangebied ligt in de nabijheid van een risicovolle inrichting. Geen plangebied ligt nabij een buisleiding, spoorlijn of weg waar gevaarlijke stoffen over worden vervoerd. Het bestemmingsplan zorgt niet voor een verslechtering voor wat betreft externe veiligheid. Overstromingsrisico is niet aanwezig door de IJsseldijk en de recent aangelegde Hoogwatergeul. Beoordeling Omgevingsdienst aspect externe veiligheid Hoewel de Omgevingsdienst enkele tekstuele suggesties doet (die zijn overgenomen en aangepast in dit bestemmingsplan), maakt het feit dat er geen risicobronnen zijn waarvoor het groepsrisico verantwoord hoeft te worden het beschrijven daarvan niet persé noodzakelijk. In verband hiermee is paragraaf 5.4 ten aanzien van externe veiligheid akkoord. 5.4.3

Conclusie

Eén en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

37

Bestemmingsplan “Bestemmingsplan Veesser Enkweg en Zijmarseweg, Veessen” Status: Vastgesteld

5.5

Milieuzonering

5.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 5.5.2

Gebiedstypen

Volgens de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied veelal gerekend tot het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. •

•

Het plangebied ligt voor wat betreft het plandeel aan de Veesser Enkweg in een centrumgebied van Veessen waar sprake is van een menging van functies (wonen, detailhandel, agrarische gronden en maatschappelijk). Daarom wordt voor deze locaties uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Het plangebied ligt voor wat betreft het plandeel aan de Zijmarseweg naast 9 in het buitengebied van Veessen waar niet tot minder sprake is van een menging van functies. Daarom wordt voor deze locaties uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

38

Bestemmingsplan “Bestemmingsplan Veesser Enkweg en Zijmarseweg, Veessen” Status: Vastgesteld

Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

5.5.3

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Situatie plangebied

5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. 2.

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. (Compensatie)Woningen De functie ‘wonen’ betreft geen milieubelastende activiteit voor de omgeving. Van enige vorm van aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden is dan ook geenszins sprake. Fruitteeltbedrijf/bijhorende functies Fruitteeltbedrijf Een fruitteeltbedrijf valt te scharen onder de functie “Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen)” in millieucategorie 2, met een bijbehorende richtafstand van 30 meter voor geluid & 10 meter voor geur en stof. Omdat aan de Zijmarseweg naast 9 reeds een gedeelte van de bestaande boomgaard aanwezig is en behouden blijft, is feitelijk sprake van een uitbreiding. De naastgelegen woning op nummer 9 is daarbij reeds bestaand en wordt in de bestaande situatie ook reeds omringd door een boomgaard. Daarbij wordt de locatie op de erfgrenzen eveneens voorzien van erfbeplanting, welke geschikt is als windsingel (elzenbomen, dicht op elkaar geplant) om overlast als gevolg van bespuiting van de gewassen te voorkomen. Hierna wordt op deze zogenaamde ‘spuitzone’ ingegaan.

Spuitzones Het gebruik van chemisch-synthetische gewasbeschermingsmiddelen (bestrijdingsmiddelen) in vollegronds tuinbouw, containerteelt of fruitteelt kan effecten hebben op de gezondheid van omwonenden, bezoekers of de aldaar wonende agrariër. Met name de zogenoemde drift (‘verwaaien’) van de middelen heeft effecten buiten het direct beoogde effect op de gewassen. Er zijn veel gebruiksregels voor veiligheid en voor bescherming oppervlaktewater. Er zijn geen wettelijke afstandsnormen tussen omwonenden en agrarische teelten. In de praktijk wordt er een vuistregel aangehouden van tenminste een afstand van 50 m tussen een nieuwe woning en een perceel met fruitteelt en/of visa versa. Deze vuistregel wordt in de rechtspraak niet onredelijk geacht terwijl lokale omstandigheden steeds bepalend zijn of de vuistregel moet gelden. Het BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

39

Bestemmingsplan “Bestemmingsplan Veesser Enkweg en Zijmarseweg, Veessen” Status: Vastgesteld

bestemmingsplan regelt niet de zone zelf (of het niet gebruiken van chemisch-synthetische middelen), maar regelt dat de functies voldoende afstand houden. Overigens kan een bestemmingsplan wel de biologische productiemethode vastleggen omdat deze methode via de Landbouwwet is geborgd; dit gebeurt slechts bij hoge uitzondering. De zogenoemde teeltvrije zone is de term voor beperking van de effecten op oppervlaktewater; dit is opgenomen in artikelen 4.723 a, b en c van het nieuwe Besluit Activiteiten Leefomgeving bij de Omgevingswet. De biologische productiemethode is hier uitgezonderd van de afstandsnormen tot of op oppervlaktewater. Woningen Er zijn in het plangebied een tweetal spuitzones, te weten aan de Veesser Enkweg en aan de Zijmarseweg. Aan de Zijmarseweg is de bestaande woning op nummer 9 van belang om te toetsen. De woning Zijmarseweg 9 is een bestaande woning, waarnaast planologisch nu een boomgaard wordt mogelijk gemaakt. Er kan geconcludeerd worden dat met de bestaande tussenliggende afstand niet voldaan wordt aan de minimale afstand van 50 m tussen de tussen agrarische gronden met open teelten en een voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functie. Om die reden is het enerzijds relevant of een eventuele fruitboomgraad op de aangrenzende gronden en de woning Zijmarseweg 9 en de spuitzones een belemmering kunnen zijn voor de beoogde bestemmingswijziging.

Ter plaatse van de bestaande en uit te breiden boomgaard wordt wel gespoten met driftverminderende spuitdoppen volgens global cap en planet proof certificering en kunnen wel chemisch-natuurlijke middelen worden gebruikt. Omdat sprake is van nieuwe functies zal middels voorliggend bestemmingsplan tevens een regeling omtrent het gebruik van spuitzones worden opgenomen, dit middels specifieke gebruiksregels en de gebiedsaanduiding ‘overige zone – spuitzone uitgesloten’. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt een zone van 50 meter opgenomen rondom de bestaande woning Zijmarseweg 9, waarvoor een verbod van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen zal gelden. Hierdoor zal de bestaande en uit te breiden boomgaard en de daarbij behorende spuitzone geen belemmering meer vormen voor de beoogde bestemmingswijziging en zal er sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Aan de Veesser Enkweg zijn de nieuwe woningen en de om te zetten bedrijfswoning van belang om te toetsen. Deze woningen zijn nabij de bestaande en te behouden boomgaard gelegen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat deze niet voldoen aan de minimale afstand van 50 m tussen de tussen agrarische gronden met open teelten en een voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functie.

Om die reden is het enerzijds relevant of een eventuele fruitboomgraad op de aangrenzende gronden en de daarbij behorende spuitzones een belemmering kunnen zijn voor de beoogde bestemmingswijziging en anderzijds of deze bestemmingswijziging een belemmering kan zijn voor de agrarische bedrijfsvoering. De gronden horende bij deze boomgaard zijn in het bezit van de eigenaren horende bij het te verplaatsen fruittteeltbedrijf van initiatiefnemer. Hier wordt wel gespoten met driftverminderende spuitdoppen volgens global cap en planet proof certificering en kunnen wel chemisch-natuurlijke middelen worden gebruikt. Omdat sprake is van nieuwe functies zal middels voorliggend bestemmingsplan tevens een regeling omtrent het gebruik van spuitzones worden opgenomen, dit middels specifieke gebruiksregels en de gebiedsaanduiding ‘overige zone – spuitzone uitgesloten’. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt een zone van 50 meter opgenomen rondom de nieuwe bouwvlakken, waarvoor een verbod van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen zal gelden. Hierdoor zal de boomgaard en de daarbij behorende spuitzone geen belemmering zijn voor de beoogde bestemmingswijziging en zal er sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Bedrijfswoning Zijmarseweg Het planvoornemen betreft een fruitteeltbedrijf met een bedrijfswoning en enkele bijbehorende ondergeschikte functies.

In de toekomst is nog bij afwijkingsmogelijkheid een kleinschalige camping wellicht mogelijk, hiervoor dient echter te zijner tijd dan een milieukundig onderzoek te worden uitgevoerd. Voor nu wordt daarom niet verder op deze afwijkingsmogelijkheid ingegaan. Ook voor bedrijfswoningen is een veilige afstand gewenst. Er is in het noordelijke deel van het perceel oppervlaktewater in de vorm van een sloot aanwezig. Het fruitteeltbedrijf produceert momenteel middels de ‘global cap met planet proof-certificeringsmethode’, maar het is ook niet uitgesloten dat in de toekomst wellicht volgens de biologische productie methode wordt geproduceert. De bedrijfswoning grenst niet aan de BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

40

Bestemmingsplan “Bestemmingsplan Veesser Enkweg en Zijmarseweg, Veessen” Status: Vastgesteld

boomgaard, tussen de boomgaard en de bedrijfswoning zijn ondermeer open grasgronden en bedrijfsgebouwen gelegen. Hier wordt niet gespoten en wordt daarom aan de richtafstand voldaan. Bijhorende functies Een boerderijwinkel/rustpunt kan worden aangemerkt als de categorie “logies‐, maaltijden‐ en drankenverstrekking”. Voor deze functies zijn richtafstanden opgenomen: voor geur 10 meter, stof 0 meter, geluid 10 meter en gevaar 10 meter. Op basis van deze richtafstanden is er geen belemmering voor dit planvoornemen, deze functie leidt niet tot een onaanvaardbaar woon‐ en leefklimaat voor omwonenden (Zijmarseweg 9) alsmede voor de eigen bedrijfswoning levert het geen onaanvaardbaar woon- en leefklimaat op. Voor wat betreft de spuitzones ten opzichte van de andere ondergeschikte functies in het plangebied geldt dat voor initiatiefnemer de duurzame ontwikkeling van de bedrijfsvoering centraal staat, met daarbij de zorg die het bedrijf heeft voor de bezoekers van de ondersteunende functies zoals het rustpunt. Het is voldoende aannemelijk dat in de voorzienbare planperiode het gebruik van die gronden niet wijzigt naar een andere teelt alsmede dat in het toeristisch seizoen en gedurende de openingstijden niet bespoten zal worden. Gesteld kan dan ook worden dat in die gevallen gedurende de openingstijden en gedurende het seizoen aan de spuitzones wordt voldaan.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ook het parkeerterrein (aangeduid op de plankaart als “specifieke vorm van verkeer -parkeren”) getoetst. Onder de categorie “autoparkeerterreinen, parkeergarages” is voor geluid een richtafstand van 30 meter bepaald. Het aanduidingsvlak ten opzichte van de woning Zijmarseweg 9 (oostelijke zijde) ligt op meer dan 30 meter, getuige de neergelegde aanduiding op de plankaart. Feitelijk ligt het parkeerterrein op nog meer afstand, gemeten vanaf de gevel van de woning tot de grens van het parkeerterrein. Een akoestisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk, er is geen sprake van een onaanvaardbare situatie. In kader van de planologisch‐juridische afweging is in het bestemmingsplan de voorgenoemde aanduiding voor het parkeerterrein opgenomen, waarmee de richtafstand van minimaal 30 meter is gewaarborgd. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functie(s) binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of de nieuwe functie(s) de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantasten. Zijmarseweg naast 9 Er liggen twee agrarische bedrijven in de directe omgeving.

Wat betreft de agrarische bedrijven in de omgeving geldt dat op basis van het bestemmingsplan binnen de bouwvlakken zowel grondgebonden als (indien aangeduid) intensieve veehouderijen zijn toegestaan. Verder wordt opgemerkt dat er moet worden getoetst wat planologisch is toegestaan, niet wat feitelijk aanwezig is. Intensieve veehouderijen hebben de hoogste milieucategorie van de diverse typen agrarische bedrijvigheid. Een intensieve veehouderij heeft een milieucategorie van maximaal 4.1 (bijvoorbeeld het fokken en houden van varkens). Wanneer het aspect 'geur' buiten beschouwing wordt gelaten, geldt een grootste richtafstand van 50 meter voor het aspect geluid. Het bouwvlak van het bedrijf ten noordoosten ligt op 135 meter van de locatie aan de Zijmarseweg naast 9. Het bouwvlak van het bedrijf ten zuidwesten (intensieve veehouderij) ligt op circa 180 meter vanaf dit plangebied. Daarmee wordt aan de richtafstanden voldaan. Beide bedrijven hebben geen nadelige effecten op de nieuwe ontwikkeling. Ter plaatse van de overige genoemde bedrijven wordt opgemerkt dat hierna het voornemen nader wordt getoetst aan de Wet geurhinder. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf betreft de hiervoor genoemde bedrijven (intensieve veehouderij), gelegen nabij het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=188d1dfc-0d7b-474b-81ff-5a4ec4c0de75