3.2. Programmabegroting 2023.pdf
Tekst van het document
Wat mag het kosten? Exploitatie
Realisatie 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 (P+W)
Lasten Huisvesting
472.286
534.463
538.220
536.791
543.366
Facilitair
223.455
309.195
314.908
322.347
330.275
548.552 336.784
Personeel en Organisatie
5.434.106
5.290.270
5.639.362
5.868.610
6.102.243
6.321.779
ICT
1.712.890
2.882.200
1.931.333
1.871.866
1.920.086
1.969.004
Financiën
36.213
93.850
96.100
98.410
100.870
102.890
Elektronische dienstverlening
85.656
102.156
104.969
109.265
113.684
117.410
Overheadtoerekening Totaal Lasten
273.167
337.963
396.347
404.301
418.525
432.188
8.237.774
9.550.097
9.021.239
9.211.590
9.529.049
9.828.607
Baten Huisvesting
-31.061
-20.000
-20.000
-20.000
-20.000
-20.000
Personeel en Organisatie
-491.663
-316.408
-332.419
-345.681
-359.219
-368.286
ICT
-65.280
-64.000
-67.980
-69.330
-70.720
-72.130
-214
0
0
0
0
0
-311.344
-337.964
-396.347
-404.301
-418.526
-432.188
Financiën Overheadtoerekening Totaal Baten
-899.562
-738.372
-816.746
-839.312
-868.465
-892.604
Resultaat
7.338.212
8.811.725
8.204.493
8.372.278
8.660.584
8.936.003
Toelichting op de lasten en baten Overhead
Bij het onderdeel Overhead is alleen bij de producten ICT en Overheadtoerekening een afwijkend verloop in de ramingen te zien. Onderstaand zijn deze verschillen toegelicht. Lasten Product ICT Bij de Voorjaarsnota 2022 is €1.100.000,- opgenomen om te reserveren voor het project 'Zaakgericht werken'. Op dat moment is dit geld toegevoegd aan de exploitatie. De daadwerkelijke overheveling naar de reserve vindt plaats bij de Najaarsnota 2022, echter deze mutatie is nog niet verwerkt in deze cijfers. Verder is er met ingang van 2023 €80.000,- toegevoegd aan de ICT-raming, dit als gevolg van toegenomen kosten van (beveiligings)software en werkplekapparatuur. De afname van de kosten in 2024 komt doordat het M2A-project voordeel begint op te leveren; nieuwe/goedkopere licenties vervangen de oude/duurdere voorgangers. Product Overheadtoerekening Bovengenoemde extra raming voor ICT-kosten en de toegepaste hogere indexering voor salariskosten resulteren in een hogere stijging van de overheadtoerekening dan de reguliere indexering.
43
Baten Afgezien van de verhoging bij de overheadtoerekening die voor dezelfde bedragen ook aan de lastenkant is verwerkt vanwege de doorbelasting naar de kostendekkende exploitaties, zijn er geen noemenswaardige budgettaire afwijkingen.
44
Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen
Algemene dekkingsmiddelen zijn vrij besteedbare inkomsten zonder vooraf bepaald bestedingsdoel. Conform de nieuwe richtlijnen worden deze budgetten nu onder een separaat hoofdstuk opgenomen (voorheen programma 2 Financiën, Economie en grote projecten). De inkomsten die tot dit onderdeel behoren zijn de Algemene Uitkering en overige uitkeringen uit het gemeentefonds, OZB, Precariobelasting, Toeristenbelasting, bespaarde rente over het Eigen Vermogen en ontvangen rentes en dividenden. De uitgaven die bij dit onderdeel zijn opgenomen hebben betrekking op de inning en verwerking van bovengenoemde inkomsten.
Wat mag het kosten? Exploitatie
Realisatie 2021
Begroting 2022 (P+W)
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Algemene dekkingsmiddelen
863.872
702.496
727.244
872.362
792.088
750.979
Totaal Lasten
863.872
702.496
727.244
872.362
792.088
750.979
Algemene dekkingsmiddelen
-39.012.884
-37.134.081
-41.107.642
-42.943.042
-44.268.013
-42.296.037
Totaal Baten
-39.012.884
-37.134.081
-41.107.642
-42.943.042
-44.268.013
-42.296.037
Resultaat
-38.149.012
-36.431.585
-40.380.398
-42.070.680
-43.475.925
-41.545.058
Lasten
Baten
Toelichting op de lasten en baten Algemene dekkingsmiddelen
Het onderdeel Algemene dekkingsmiddelen bestaat slechts uit 1 product. De afwijkingen aan de lastenkant zijn gering en eenvoudig te verklaren. De batenkant is complexer omdat hier alle inkomsten waar geen verplicht besteding tegenover staat zijn opgenomen. Lasten Geldleningen De afwijking bij de uitgaven beperkt zich tot de geraamde rentelasten voor geldleningen. In het begin van 2022 bestonden er al concrete plannen voor de realisatie van het IHP en voor de MFA Hof van Cramer. Toen de Oekraïne oorlog uitbrak en het rentepercentage voor geldleningen begon te stijgen is hierop direct geanticipeerd door het aantrekken van twee langlopende geldleningen met stortingsdata in 2023 en 2024 zodat de genoemde geplande investeringen in de toekomst konden worden betaald. De rente van deze leningen is in bovenstaande cijfers verwerkt en veroorzaakt de stijging in de jaren 2023 en 2024. Baten O.Z.B. Gelet op de hogere O.Z.B. inkomsten in 2022 en de jaarlijkse (geringe) areaaluitbreiding zijn de O.Z.B.-inkomsten structureel met €80.000,- verhoogd met ingang van 2023. Toeristenbelasting Het nieuwe vakantiepark Ennerveld is naar verwachting in 2025 gereed. Dit is in de begroting vertaald naar €35.000,- hogere inkomsten uit toeristenbelasting met ingang van dat jaar. Algemene uitkering De uitkomsten uit de Meicirculaire 2022 zijn verwerkt in bovenstaande cijfers.
Voor het jaar 2026 betekent dit een fors lagere raming van ruim €2 miljoen omdat de 45
opschalingskorting in dat jaar weer is toegepast en het acres is bevroren (Ravijnjaar). Verder zijn de arbitragegelden Jeugd voor 2024 e.v. niet definitief toegekend en is er rekening gehouden met een (aflopende) stelpost na aftrek van 25%.
46
Onvoorzien Wat mag het kosten?
De post Onvoorzien wordt door het college ingezet voor onuitstelbare, onvermijdbare en onvoorzienbare kosten tot maximaal €10.000,- per gebeurtenis. De raad wordt bij de voorjaarsnota, najaarsnota en jaarstukken geïnformeerd over de uitputting van dit budget. Exploitatie
Realisatie 2021
Begroting 2022 (P+W)
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Onvoorzien
0
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
Totaal Lasten
0
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
Resultaat
0
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
Lasten
Toelichting op de baten en lasten
De raming voor de post Onvoorzien is ongewijzigd gebleven; hiervoor wordt jaarlijks €50.000,- geraamd.
47
Overzicht programmaplan Overzicht programmaplan Programma
Lasten 2023
Baten 2023
Saldo per programma
Storting reserve
Onttrekking reserve
Saldo na bestemming
1 Bestuur
3.870.276
-261.990
3.608.286
0
0
3.608.286
2 Ruimte, ondernemen en wonen
12.958.837
-6.052.546
6.906.291
0
204.485
6.701.806
3 Sociaal maatschappelijk
23.586.053
-3.487.498
20.098.555
103.980
764.742
19.437.793
4 Bedrijfsvoering
2.201.970
-
2.201.970
0
66.402
2.135.568
9.021.239
-796.747
8.224.492
0
20.000
8.204.492
Algemene dekkingsmiddelen
727.243 -41.107.642
-40.380.399
0
0
-40.380.399
Onvoorzien
50.000
0
50.000
0
0
50.000
52.415.618 51.706.423
709.195
103.980
1.055.629
-242.454
Overhead
Totaal
Incidentele uitgaven en opbrengsten Overzicht incidentele baten en lasten
2023
2024
2025
2026
Lasten Woonagenda (start notitie)
40.500
-
-
-
Meerkosten huishoudelijke ondersteuning
690.000
-
-
-
Onderhoud gebouwen
10.000
-
-
-
Onttrekking algemene reserve huishoudelijke ondersteuning
690.000
-
-
-
Saldo incidentele baten en lasten
50.500
-
-
-
Baten
48
Paragrafen
49
Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen is nodig om risico’s in de exploitatie op te vangen: zonder weerstandsvermogen levert iedere tegenvaller een probleem op bij een sluitende begroting. Hoe hoger de risico’s, hoe hoger de weerstandscapaciteit (bijvoorbeeld reserves of ruimte in tarieven) moet zijn. Het gaat hier dus om de robuustheid van de begroting. Deze paragraaf beschrijft de risico’s waarmee de gemeente geconfronteerd kan worden, welke financiële buffers daar tegenover staan en hoe de risico’s beheerst kunnen worden. De paragraaf bestaat uit de volgende delen: 1. Beleidskader; 2. Structurele weerstandscapaciteit; 3. Incidentele weerstandscapaciteit; 4. Conclusie weerstandscapaciteit; 5. Risicobeheersing; 6. Relatie tussen risico’s en weerstandscapaciteit; 7. Weerstandsratio en kengetallen. Artikel 11 van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) beschrijft het volgende over het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat tenminste: •
Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
•
Een inventarisatie van de risico’s;
•
Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s;
•
Een kengetal voor de netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit;
•
Een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.
De weerstandscapaciteit van een gemeente is de buffer die aanwezig moet zijn om mogelijke risico’s af te kunnen dekken. Het gaat hierbij om het vermogen dat aanwezig is om risico’s financieel af te kunnen dekken, zonder dat de bedrijfsvoering in gevaar komt. Dit in de wetenschap dat de risico’s zich nooit allemaal tegelijk zullen voordoen. De vragen die we ons stellen zijn: •
Heeft de gemeente de mogelijkheid om bij een sterke daling van het eigen vermogen de tarieven te verhogen?
•
Zijn er mogelijkheden om de kosten die nu binnen de bestemmingsreserves worden afgedekt binnen de reguliere begroting te dekken?
50
De beleidsuitgangspunten met betrekking tot het weerstandsvermogen worden hieronder opgesomd: - structurele risico’s worden afgedekt met structurele weerstandscapaciteit en incidentele risico’s worden afgedekt met incidentele weerstandscapaciteit; - de basis van de grootte van ons structureel weerstandsvermogen is de ruimte die er nog is in de OZB-tarieven tot aan de artikel 12 norm. Hierbij baseren wij ons op provinciale gegevens; - de Algemene Reserve ingezet als weerstandscapaciteit; - de post onvoorzien in de exploitatie wordt niet meegenomen als weerstandscapaciteit omdat deze post bedoeld is om de begroting op een soepele manier uit te voeren en in eerste instantie niet om risico’s op te vangen; - stille reserves worden alleen meegenomen als weerstandsvermogen als deze binnen 2 jaar liquide (dus in geld zijn om te zetten) zijn te maken; - de risico top 8 in deze paragraaf zullen worden toegelicht met: •
Een omschrijving van het risico;
•
De hoogte van het risicobedrag (alleen boven de €50.000,-);
•
Wijze van berekening van het risicobedrag;
•
De maatregelen ter beheersing van het risico.
- de weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s wordt zichtbaar gemaakt in een tabel en tevens uitgedrukt in een weerstandsratio. Weerstandscapaciteit Structurele weerstandscapaciteit Structurele weerstandscapaciteit is het vermogen om onverwachte structurele tegenvallers in de begroting (bijvoorbeeld een hogere uitgave voor de WWB of een lagere Algemene Uitkering) op te vangen, zonder dat dit gevolgen heeft voor de voortzetting van de taken. De gemeente Heerde heeft op de OZB-heffing na, nagenoeg geen resterende structurele belastingcapaciteit meer. De afvalstoffenheffing, rioolheffing en begrafenisrechten zijn maximaal kostendekkend en kunnen niet meer worden verhoogd. Om de weerstandscapaciteit te beïnvloeden kan overwogen worden om de kosten te verlagen. Ruimte in OZB-tarieven volgens artikel 12 norm De structurele ruimte in de OZB-tarieven die er volgens de artikel 12 norm nog aanwezig is, is €883.000,-. Deze gegevens zijn verstrekt door de provincie Gelderland en zijn gebaseerd op de Begroting 2022. De structurele risico’s in deze paragraaf (zonder de grondexploitatie) zijn €1.648.000,-. Afgezet tegen de €883.000,- ruimte die we nog hebben, kan de conclusie getrokken worden dat wij onvoldoende structurele middelen hebben om de structurele risico’s te dekken. Maar, het ramen van deze risico’s moet wel in het juiste perspectief worden gezien.
Het is nog geen uitgaaf en niet alle risico’s zullen zich naar verwachting op hetzelfde moment voordoen. Onvoorzien Soms wordt ook de post onvoorzien als structurele weerstandscapaciteit gezien. In Heerde is de post onvoorzien voor het jaar 2023 geraamd op €50.000,-. In feite is deze post bedoeld om de begroting op een soepele manier uit te voeren en in eerste instantie niet om risico’s op te vangen. Voor bepaling van de weerstandscapaciteit is onvoorzien daarom niet meegenomen. Incidentele weerstandscapaciteit Incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen om onverwachte eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken. De incidentele weerstandscapaciteit valt samen met de Algemene Reserve, reserve Grondexploitatie en egalisatiereserve Afvalstoffenheffing.
51
De raad heeft op 22 februari 2022 een nieuwe nota reserves en voorzieningen vastgesteld. Deze heeft de ingangsdatum van de begroting 2022. Een belangrijk punt betreft de afsplitsing van de reserve Grondexploitatie van de Algemene Reserve naar een bestemmingsreserve. Hiermee is er meer transparantie ontstaan tussen de Grondexploitatie en de daarbij behorende risico's en de overige taken van de gemeente. De Algemene Reserve is bedoeld om risico’s in de gewone exploitatie op te vangen en de Reserve Grondexploitatie die van de grondexploitatie. De geraamde reservepositie ten behoeve van de risico's is €11,7 miljoen per 1 januari 2023. Stille reserves De stille reserves vanuit de vrijkomende locaties worden vanaf nu niet meer meegenomen. De vrijkomende locaties zijn namelijk bijna allemaal "vergeven" voor ontwikkeling. Conclusie weerstandscapaciteit Structureel: De totale structurele weerstandscapaciteit wordt bepaald op de ruimte die Heerde heeft in zijn OZB-tarieven tot artikel 12 norm, zijnde €883.000,-. Incidenteel: De incidentele weerstandscapaciteit heeft een omvang van €11,7 miljoen en is aanwezig in de Algemene Reserve, reserve Grondexploitatie en reserve afvalstoffenheffing. Risicobeheersing Deze paragraaf bevat de top 8 risico’s (volgorde van groot risico naar klein). In de top 8 is aangegeven: •
Omschrijving (van het risico);
•
Hoogte van het risicobedrag (alleen boven de €50.000,-);
•
Wijze van berekening;
•
Beheersing van het risico. Voor sommige risico’s is het moeilijk een risicopercentage te berekenen. Dat is dan aangegeven. Toch wordt er dan een risicobedrag berekend zodat voorzichtigheidshalve in de reservepositie wel rekening wordt gehouden met tegenvallers.
1. Algemene Uitkering Omschrijving Een belangrijk risico vormt de stabiliteit van onze belangrijkste bron van inkomsten: de Algemene Uitkering. Deze Algemene Uitkering is een onderdeel van het gemeentefonds. Het gemeentefonds betreft 65% inkomsten inclusief de drie decentralisaties, ten opzichte van het totaal baten van de exploitatie. Gemeenten zijn afgelopen jaren geconfronteerd met diverse opkomende taakstellende kortingen zoals de forse korting in verband met het niet doorgaan van de afschaffing van het BTW-compensatiefonds en de korting Onderwijshuisvesting. En nog steeds zijn er diverse onzekerheden met betrekking tot het correct ramen van de algemene uitkering. We benoemen: •
Het ingebouwde plafond BTW-compensatiefonds van €3,25 miljard;
•
Uitname uit het gemeentefonds oplopend tot €975 miljoen voor lagere apparaatskosten in verband met opschaling tot 100-150 gemeenten in het jaar 2025;
•
Steeds wisselende uitkeringsfactoren;
•
Ontwikkelingen in accressen, afhankelijk van de uitgaven van het rijk;
52
•
Aanpassingen van maatstaven en bijbehorende tarieven; Hier vinden soms behoorlijke schommelingen plaats;
•
Nieuwe definitie van het begrip woonplaatsbeginsel voor het budget Voogdij en 18+, ingaande 2022;
•
Aanzuigende werking in het sociaal domein door verlaging van het abonnementstarief;
•
Ravijnjaar 2026. In het jaar 2024 komt er een evaluatie van het herijkte gemeentefonds. In samenhang wordt dan ook gekeken naar een nieuw financieringsstelsel met een nieuw belastinggebied met ingang van het jaar 2026. Voor nu zijn de accressen bevroren tot 2026 en komt mogelijk de opschalingskorting grote gemeenten in volle omvang weer terug.
Hoogte van het risicobedrag Wij berekenen het risico voor het maken van een juiste raming op €906.000,-. Wijze van berekening Van veel van de bovengenoemde risico’s is het niet mogelijk een reële schatting te maken. Het risicobedrag is daarom berekend door het risico te schatten op 3% van de Algemene Uitkering van afgerond €30,2 miljoen. Dit percentage is een langjarig gemiddelde van het accres. Accres is de jaarlijkse toevoeging aan het fonds dat in de pas loopt met de ontwikkelingen van de rijksbegroting. Beheersing van het risico Een individuele gemeente kan nauwelijks invloed uitoefenen op de hoogte van de uitkering. Vrijwel maandelijks ontvangt de gemeente specificaties waarin wijzigingen in maatstaven en tarieven staan. Deze ontwikkelingen worden goed in de gaten gehouden. Waar nodig zal een verklaring voor verschillen gezocht moeten worden en anders actie ondernomen moeten worden. Verder worden er jaarlijks minimaal drie circulaires uitgegeven waarin de nieuwste gegevens en ontwikkelingen staan. Op basis van deze circulaires kunnen gemeenten een nieuwe berekening maken van de Algemene Uitkering. Voor deze berekening wordt gebruik gemaakt van het programma Frontin Pauw. Via nieuwsbrieven geeft deze organisatie ook tips en belangrijke aandachtspunten mee voor de berekeningen. Naar aanleiding van deze nieuwe berekeningen wordt de begroting overeenkomstig aangepast. 2.
Bedrijvenpark Hattemerbroek BV Omschrijving De gemeenten Hattem, Heerde en Oldebroek hebben een samenwerkingsovereenkomst voor het realiseren en exploiteren van een bedrijvenpark. Het bedrijvenpark richt zich vooral op het aantrekken van bedrijven in de logistieke sector. Om dat te realiseren is het bedrijvenpark aangewezen als ‘bovenregionaal’ bedrijventerrein. De (nieuwe) bestemmingsplannen voor beide plandelen (Oldebroek en Hattem) en voor een nieuw open afrittenstelsel als aansluiting van het bedrijvenpark op de A28 zijn in september 2018 vastgesteld. De beroepstermijn is verstreken en de bestemmingsplannen zijn onherroepelijk. Grondexploitatie Jaarlijks wordt de grondexploitatieberekening geactualiseerd. De uitkomst (contante waarde) van de in maart 2021 opgestelde berekening is positief. Deze is ook vastgesteld door de AVA in april 2022. De jaren daarvoor kwam de grondexploitatie negatief uit en stond iedere gemeente garant voor één derde deel door een voorziening op te nemen. Deze voorziening is nu geheel vrijgevallen en daarmee is de reserve “afrit A28 Bedrijventerrein H2O” gevuld. Bestemmingsreserve In de overeenkomst met de Provincie Gelderland, Rijkswaterstaat en de Ontwikkelingsmaatschappij Hattemerbroek BV, die op 14 maart 2019 is ondertekend en 53
het addendum A28 van 31 maart 2022, is afgesproken dat wij bijdragen aan de financiering van het nieuwe op en afrittenstelsel. De bijdrage is € 1 miljoen. Dit bedrag hebben wij beschikbaar in de reserve. Garantstellingen De gemeenten staan garant voor de leningen die door financiers aan het Bedrijvenpark H2O zijn verstrekt. De totale garantstelling is €39 miljoen. Elk van de drie gemeenten staat garant voor een derde deel van dat bedrag. Wij hebben het risico van de garantstelling bepaald op 10% van het bedrag waarvoor we garant staan. De laatste ontwikkelingen zijn positief waardoor het risicobedrag 2021 is aangepast naar 10% van het gedeelte van de huidige langlopende lening waarvoor wij garant staan zijnde € 690.000. Hoogte van het risicobedrag Het risicobedrag is vastgesteld op €690.000,-. Wijze van berekening Door elk van de drie gemeenten is voor een bedrag van € 13 miljoen aan garantstelling ten opzichte van de kredietfaciliteit bij financiers verleend. Van de kredietfaciliteit is een langlopende lening voor een bedrag van € 20,7 miljoen opgenomen. Elke gemeente staat garant voor 1/3 deel van €20,7 miljoen zijnde € 6,9 miljoen. Het risicobedrag is 10% van deze € 6,9 miljoen. Beheersing van het risico Om de risico’s te beheersen stellen we jaarlijks een risicomanagementrapportage op voor de betrokken gemeenten.
Het Bedrijvenpark maakt jaarlijks een grondexploitatieberekening en een liquiditeitsprognose. 3. Inkomensdeel van de Participatiewet Omschrijving Het inkomensdeel van de Participatiewet is een post die we moeilijk kunnen beïnvloeden. Wettelijk is bepaald dat alle rechtmatige bijstandsaanvragen moeten worden gehonoreerd. Er kan geen invloed worden uitgeoefend op de hoogte van deze kosten. Het is een openeindfinanciering. Inwoners die een beroep doen op bijstandsverlening voor levensonderhoud worden vanaf het eerste moment gestimuleerd om actief te (blijven) zoeken naar betaald werk. De inkomsten die de gemeente ontvangt ter dekking van de uitgaven heet het BUIG-budget. Dit wordt vastgesteld op basis van een macrobudget en voor de uitkeringen voor het grootste deel gebaseerd op de werkelijke uitgaven via een T-2 systematiek en voor een klein deel ook door een objectief verdeelmodel. Op basis van objectieve factoren en een statistische analyse wordt een schatting gemaakt wat gemeenten uit gaan geven aan uitkeringen. Ook de werkelijke kosten van de loonkostensubsidie van vorig jaar (T-1) tenslotte worden toegevoegd aan het BUIG-budget.
Als een gemeente minder uitgeeft dan dit model dan mag een gemeente dit verschil houden, maar als er meer wordt uitgegeven is het tekort voor de eerste 7,5% voor eigen rekening en als blijkt dat er sprake is van een nog grotere overschrijding dan is nogmaals 2,5% van het BUIG budget voor eigen rekening. Als er sprake is van een grotere overschrijding wordt het meerdere vergoed door het rijk wanneer de gemeente haar beleid om inwoners aan werk te helpen op orde heeft en de aanvraagprocedure zorgvuldig is doorlopen. Dit is de zogenaamde Vangnetuitkering. Jaarlijks wordt, indien van toepassing, de notitie Vangnetuitkering Participatiewet waarin dit beleid is vastgelegd door de gemeenteraad vastgesteld. Hoogte van het risicobedrag Het risicobedrag wordt vastgesteld op €288.000,-. De gevolgen van het COVID-19 virus voor het inkomensdeel zijn nu nog niet in te schatten. Wijze van berekening Het risico wordt gebaseerd op 10% van het voorlopig BUIG-budget van het jaar 2022 van €2.878.000,-.
54
Beheersing van het risico Het beheersen van het aantal uitkeringsgerechtigden is alleen mogelijk door een intensief beleid gericht op uitstroom. Dit vindt plaats bij het onderdeel Participatiewet Werk. Dit wordt uitgevoerd door Steun- en informatiepunt Stip en valt onder het beleidsveld Participatiewet Werk. 4. Loon en prijspeil Omschrijving De begroting 2023 is gebaseerd op het loon- en prijspeil van het jaar 2022. De salarissen worden geraamd op basis van de nieuwe CAO. Voor prijsstijgingen wordt het indexcijfer uit de Meicirculaire gehanteerd (2,4%). Daarnaast is er een stelpost in de begroting opgenomen van €240.000,-; dit bedrag komt overeen met een indexeringspercentage van 5% in plaats van 2,4%. Hoogte van het risicobedrag Het risicobedrag voor de loonkosten is €120.000,- en voor prijsstijgingen is dit €140.000,-. Wijze van berekening De berekening van het risicobedrag voor de loonkosten is gemaakt door 1% van de loonsom van €11.983.000,- te nemen. Dit bedrag is inclusief inhuur derden en inclusief een indexeringspercentage van 5% voor de salarissen van het vaste personeel. De berekening voor de prijsstijgingen is gemaakt door 1% te nemen van de uitgaven aan derden, exclusief subsidies. Voor 2023 is dit een bedrag van €14.013.000,-. Beheersing van het risico Op de hoogte van loonkosten en prijsstijgingen heeft de gemeente geen invloed.
De begroting wordt gebaseerd op de indexcijfers die het rijk afgeeft in de Meicirculaire van de Algemene Uitkering. Bij het opstellen van de voorjaars- en najaarsnota wordt de vinger aan de pols gehouden met betrekking tot deze ontwikkelingen en zo nodig de begroting aangepast. 5. Grondexploitatie Omschrijving De grondexploitatie is een onderdeel van de totale gemeentelijke exploitatie. Het is een activiteit waar veel geld in omgaat en veel risico’s gelopen worden. In de begroting 2023 zijn bij aanvang vier gemeentelijke complexen opgenomen die in uitvoering zijn (zie ook de paragraaf Grondbeleid). Bij het vaststellen van de jaarrekening 2021 zijn de twee complexen de Kolk en Wezeweg afgesloten. Mogelijk dat we bij het vaststellen van de jaarrekening 2022 ook de complexen Bovenkamp II en Veldweg kunnen afsluiten, maar daar is in dit stadium voorzichtigheidshalve nog geen rekening mee gehouden. Hoogte van het risicobedrag A. Risico’s in complexen: Reeds lopende complexen (vakterm is “IEGG in exploitatie genomen gronden”) Over het totaal van de zes complexen met een boekwaarde van €1.330.220,- wordt een risicobedrag berekend van gemiddeld 2%. Het risicobedrag is €27.000,-. B.
Overige risico’s zoals: Niet nakomen van verplichtingen door derden op grond van exploitatieovereenkomsten, Gewijzigde omstandigheden na vaststelling exploitatiebijdragen; Calculatierisico’s; De overige risico’s worden bepaald op €100.000,-. Benodigd weerstandsvermogen Grondexploitatie A + B is €127.000,-. Wijze van berekening Bij grondexploitaties die in exploitatie zijn genomen (IEGG) wordt de geactualiseerde grondexploitatieberekening als basis genomen voor de risicoberekening. In deze exploitatieberekening wordt een reële schatting gemaakt van de kosten, verkoopprijzen
55
en fasering van de verkoop van de gronden. Deze schatting wordt onder andere gemaakt door het uitgiftetempo van de te verkopen gronden te beoordelen, de ontwikkelingen van marktomstandigheden te bekijken zoals de doorstroming op de huizenmarkt, hoogte van hypotheekrente, en maatregelen van hypotheekverstrekkers enz. Het risico wordt bepaald met behulp van de Monte-Carlo methode. De optelsom van alle risico’s van alle complexen wordt hierboven onder “hoogte van het risicobedrag” vermeld. De berekeningen zijn om strategische redenen niet openbaar. Beheersing van het risico Om de risico’s te beheersen is het beleid dat de grondexploitatieberekeningen minimaal eenmaal per jaar wordt herzien. De resultaten van de berekeningen worden opgenomen in het MPG. 6. Wonen in een geschikte woning (onderdeel van de WMO) Omschrijving Gemeenten hebben de wettelijke opdracht om de zelfredzaamheid en participatie van haar inwoners te bevorderen en ondersteunen, opdat de inwoner zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven wonen. De woning waarin de inwoner woont, moet geschikt zijn om in te wonen ondanks diens beperkingen. Hoogte van het risicobedrag Het risicobedrag wordt vastgesteld op €110.000,-. Wijze van berekening Het risico wordt geschat op twee dure woningaanpassingen van €75.000,-.
Aangezien er in de voorgaande jaren bijramingen hebben plaats gevonden is in 2023 het budget opgehoogd met € 40.000,-. Het restant van €150.000,- min €40.000,- = €110.000,wordt meegenomen als risico. Beheersing van het risico Dit risico is niet te beheersen. Langer thuis is een landelijk uitvoeringsprogramma waarin inwoners gestimuleerd worden om langer thuis te wonen als dan niet met verpleegzorg in huis. De WMO 2015 verplicht gemeenten, in een situatie waarin een cliënt niet zelf zorg kan dragen voor een geschikte woning, ondersteuning te bieden bij het realiseren van een bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woonruimte. De ondersteuning is erop gericht een cliënt in staat te stellen de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren. Er wordt uitgegaan van een ‘wooncarrière’, waarbij de woning wordt aangepast aan de levensfase. Daarbij mag er vanuit worden gegaan dat in redelijkheid rekening wordt gehouden met bekende beperkingen, ook wat betreft de voorzienbare ontwikkeling van die beperkingen. Als uit de beoordeling van het college blijkt dat het wonen in een geschikt huis ook is te bereiken via een verhuizing, dan heeft dit de voorkeur. Dit is uiteraard alleen aan de orde als verhuizen de goedkoopst adequate oplossing is. 7.
Afvalstoffenbegroting 2023 Omschrijving ROVA werkt aan een nieuwe systematiek (actualisatie boxenmodel) om tarieven uniformer en transparanter te maken. De huidige tarieven zijn veelal nog gebaseerd op historische data. Doel is dat gemeenten op basis van de actualisatie van het boxenmodel meer zicht krijgen op wat de dienstverlening kost, wat je krijgt en wat je daarvoor betaalt. Bevoorschotting en afrekening moeten transparanter en eenvoudiger worden. De eerste inzichten in de doorwerking van dit nieuwe boxenmodel laten een aanzienlijke verhoging van de kosten van de ROVA voor onze gemeente zien. Wij zijn hierover met ROVA in gesprek. Hoogte van het risicobedrag Wij stellen het risicobedrag vast op €90.000,-.
56
Wijze van berekening De eindafrekening over het jaar 2021 is opgesteld volgens de oude en de nieuwe systematiek. Hieruit kwam een negatief verschil van € 90.000,- naar voren. Beheersing van het risico Wij zijn in gesprek met de ROVA. Inzet is de impact van de invoering van de nieuwe systematiek voor onze gemeente zo veel mogelijk te beperken. De komende tijd zal gebruikt moeten worden om het risico te beheersen. De stand van de egalisatiereserve afvalstoffenheffing per 1-1-2023 is €108.000,-. Dat is in principe voldoende op dit risico te dekken. Het is echter op dit moment onzeker hoe een en ander, denk bijvoorbeeld aan de oorlog in Oekraïne en de huidige krapte op de grondstoffenmarkt, zich zal ontwikkelen en wat de impact daarvan zal zijn op de afvalstoffenbegroting en de egalisatiereserve. Bij de voorjaars- en najaarsnota kunnen positieve of negatieve ontwikkelingen in beeld worden gebracht. 8. Omgevingsvergunningen (onderdeel van de WABO) Omschrijving Het ramen van de legesinkomsten 2023 is dit keer fundamenteel lastiger dan in andere jaren dat het geval was. Op dit moment van schrijven is het nog steeds is niet geheel zeker of de Omgevingswet en daarbij de Wet kwaliteitsborging bouwen in werking treden per 1-1-2023.
We gaan ervan uit dat dit wel het geval is, maar worden dan wel geconfronteerd met wet- en regelgeving die leidt tot een compleet ander inkomstenbeeld van leges waarvan we overigens sterk verwachten dat deze fors lager zal zijn. E.e.a. is behoorlijk complex. Hoogte van het risicobedrag Wij stellen het risicobedrag vast op €84.000,-. Wijze van berekening In de begroting 2022 hadden we nog €600.000,- geraamd. Voor het jaar 2023 is dit bedrag naar beneden bijgesteld naar €335.000,-. Het risicobedrag is berekend door 25% van deze €335.000,- als risico te zien. Dit percentage is moeilijk te onderbouwen, maar op deze manier wordt er in de reservepositie van de gemeente wel rekening gehouden met tegenvallers voor deze post. Beheersing van het risico Bij de voorjaars- en najaarsnota worden de resultaten en de ontwikkelingen in beeld gebracht en wordt er op basis van de beschikbare informatie een extrapolatie gemaakt van de verwachte inkomsten, waarop het budget wordt aangepast. Voor een overzicht wordt hier een tabel met alle risico’s gepresenteerd:
57
Resumé risico's In totaal becijferen we het structurele risico op €1.648000,- en het incidentele risico op €907.000,-. Relatie tussen risico's en weerstandscapaciteit Hieronder wordt in een tabel aangegeven hoe de risico's zijn in verhouding tot de weerstandscapaciteit. De conclusie is dat de weerstandscapaciteit structureel niet en incidenteel wel afdoende is.
Structurele weerstandscapaciteit De in deze paragraaf berekende structurele risico’s zijn €1.648.000,-. Afgezet tegen de €883.000,- ruimte die we nog hebben in onze OZB-tarieven tegen artikel 12 norm kan de conclusie getrokken worden dat die ruimte niet aanwezig is. Maar, het ramen van deze risico’s moet wel in het juiste perspectief worden gezien. Het is nog geen uitgaaf en niet alle risico’s zullen zich naar verwachting op hetzelfde moment voordoen. Incidentele weerstandscapaciteit De in deze paragraaf berekende incidentele risico’s zijn €907.000,-. Deze risico’s worden
58
afgedekt door de reserves van tezamen €11,7 miljoen. Zoals het overzicht laat zien is dit ruim voldoende. Kengetallen en weerstandsratio Kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeente (BBV), geeft aan dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing kengetallen opgenomen worden. De op te nemen kengetallen zijn: netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. Doel is om het voor raadsleden eenvoudiger te maken om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente Heerde. De meerjarige kengetallen zijn redelijk stabiel waarbij vooral opvalt dat de schuldquote weer iets is toegenomen, de solvabiliteitsratio redelijk stabiel blijft en de financiële risico’s van de grondexploitaties verder dalen. Het kengetal van de structurele exploitatieruimte laat voor het jaar 2026 een behoorlijk negatief zien. Dit vanwege voor dat jaar een (nu nog) niet sluitende begroting. In dit kengetal zijn conform de voorschriften geen toevoegingen en onttrekkingen van reserves opgenomen. Er past wel een kanttekening op zijn plaats voor de vergelijking van kengetallen tussen de begroting en de jaarrekening. Het kengetal van de jaarrekening kan positief gekleurd zijn omdat kengetallen worden uitgedrukt in een cijfer van totaal baten.
Deze kan bij de jaarrekening fors hoger zijn vanwege grondverkopen uit grondexploitaties en andere incidentele opbrengsten.
Toelichting: 1a. Netto schuldquote De netto schuld geeft de verhouding weer van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de baten. De netto schuldquote geeft een indicatie van de zwaarte van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Onze gemeente scoort hier in de categorie 'goed'. Dit percentage neemt toe omdat we in verband met geplande investeringen in de jaren 2023 en 2024 een paar leningen aan zijn gegaan. 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Om inzicht te krijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De manier waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dit verschil dat ook alle verstrekte leningen worden opgenomen. De verstrekte leningen betreffen doorgeleend geld aan Vitens en aan de ROVA. Onze gemeente scoort hier in de categorie goed. Dit percentage neemt toe omdat we in verband met geplande investeringen in de jaren 2023 en 2024 een paar leningen aan moeten gaan.
59
2. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. In het algemeen wordt een getal onder de 20% als risicovol gezien en boven de 50% als veilig. Onze gemeente scoort hier 'gemiddeld'. 3. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Om de structurele lasten en baten te bepalen worden de incidentele lasten en baten van de totale lasten en baten afgetrokken. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. In de laatste jaar is de score -3,56%. Hier komt tot uitdrukking de gemeentelijk begroting voor het jaar 2026 nog niet sluitend is. 4.
Grondexploitatie De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Voor de berekening van dit kengetal wordt de boekwaarde van de bouwgrond in exploitatie gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken en uitgedrukt in een percentage. Het risicopercentage in onze gemeente is laag en daalt nog verder doordat een aantal complexen reeds zijn afgerond en een paar andere ook bijna zijn afgerond. De reden dat het percentage voor de jaren 2025 en 2026 negatief is komt omdat er in een complex tijdelijk een positief saldo is omdat er meer baten zijn dan lasten. De deelname van Heerde aan het gezamenlijk bedrijventerrein is hier niet meegerekend. Dit is namelijk niet een grondexploitatie van de gemeente zelf. 5. Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het COELO publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde, de rioolheffing en afvalstoffenheffing. Dit wordt afgezet tegen de gemiddelde woonlasten in Nederland in het voorafgaande jaar.
Onze gemeente scoort een hoog kengetal voor de gemiddelde woonlasten. Weerstandsratio De weerstandsratio is een kengetal dat aangeeft in welke mate de gemeente in staat is om risico’s op te vangen. Dit kengetal wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Eenvoudig gezegd betekent dit: welk bedrag is berekend aan risico’s en welk bedrag is er om deze risico’s af te dekken. De kengetallen wijken af van de vorige jaren omdat via de nota reserves en voorzieningen de reserve Grondexploitatie is afgesplitst van de Algemene Reserve. Een flink deel van "de oude" reserve Grondexploitatie is overgeheveld naar de Algemene Reserve. De conclusie van beide kengetallen is dat de risico’s ruim afgedekt worden door de reserves.
60
61
Paragraaf Grondbeleid Deze paragraaf gaat over de exploitatie van de (bouw)gronden die de gemeente in eigendom heeft –als ware de gemeente een bedrijf. De paragraaf hangt sterk samen met het programma Openbare Ruimte. In dat programma staan de beoogde maatschappelijke effecten en de lasten en baten. In deze paragraaf wordt het achterliggende beleid vanuit een meer financieel technisch perspectief beschreven, volgens de eisen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Daarnaast is er een relatie met de paragraaf Weerstandsvermogen. In die paragraaf staan onder andere de risico’s van bouwgrondexploitatie in relatie tot het weerstandsvermogen. Grondexploitatie is het proces waarbij grond wordt aangekocht, het bestemmingsplan wordt gewijzigd, bouwrijp wordt gemaakt en rioleringen en wegen worden aangelegd, om vervolgens de grond te verkopen voor de bouw van woningen of bedrijven. Het volgende is van groot belang: •
Beoordelen van financiële haalbaarheid;
•
Scenarioanalyse;
•
Analyseren knelpunten en risico’s;
•
Uitgangspunten voor beheersing en bewaking.
Omdat er grote sommen geld in grondexploitaties omgaan heeft het grondbeleid een grote financiële impact. De eventuele baten, maar vooral de bepaling van de financiële risico’s, zijn erg belangrijk voor de financiële positie van de gemeente. Beleidskader Het gaat in het grondbeleid om de ontwikkeling van gronden die in eigendom zijn van de gemeente. De mogelijkheden voor ontwikkeling worden beperkt door het planologisch kader, waarover meer in programma 3, (Openbare) ruimte, ondernemen en wonen. Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor dat de gemeente in de paragraaf Grondbeleid: •
De visie neerlegt voor het grondbeleid;
•
Aangeeft op welke wijze de gemeente het grondbeleid uitvoert;
•
Een prognose geeft van de resultaten van de grondexploitatie;
•
Een onderbouwing geeft van de geraamde winstneming;
•
Beleidsuitgangspunten formuleer omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico’s.
Grondbeleid Wat is “grondbeleid”? Onder grondbeleid wordt verstaan: “het op een zodanige wijze handhaven van het bestaand grondgebruik, dan wel het realiseren van gewenste veranderingen in dit grondgebruik, dat dit past in de door de gemeente geformuleerde doelstellingen in het kader van ruimtelijke ordening”. Beleidsintenties college In mei 2022 hebben de fractievoorzitters van de raad en de collegeleden het Coalitieakkoord 2022-2026 “samen leven samen doen” ondertekend. In dit akkoord is in het onderdeel "2. Ruimte, ondernemen en wonen maximaal en sociaal" de beleidsintenties opgenomen met betrekking tot de uitvoering de paragraaf Grondbeleid. De volgende intenties zijn uitgesproken: - We bouwen voor onze inwoners.
62
Woningen voor jonge gezinnen en om doorstroom te bevorderen. We hebben behoefte aan meer woningen: zowel koopwoningen als huurwoningen. Veel verschillende doelgroepen zoeken passende woonruimte. In Heerde proberen we de komende jaren zoveel mogelijk te laten bouwen. Daarbij geven we prioriteit aan woningen voor starters, jonge gezinnen en doorstromers. Dat doen we zowel bij het bouwen van koopwoningen, als bij het bouwen van huurwoningen. Om dit mogelijk te maken, passen we ons woonbeleid eerder aan dan we eigenlijk van plan waren. Visie op wonen en zorg. Het liefst geven we mensen de mogelijkheid zo lang mogelijk thuis te wonen. Sommige inwoners kunnen alleen thuis blijven wonen als ze zorg krijgen. Aan welk soort woningen is in de gemeente Heerde dan behoefte? En hoe moet die zorg eruit zien? Met de uitkomsten van een onderzoek dat uitgevoerd wordt, ontwikkelen we daar ideeën over. Extra woningen op nieuwe en bestaande plekken. Als je in je gemeente woningen laat bouwen, kan dat op twee manieren. 1. Door inbreiding: bouwen op plekken binnen de bebouwde kom. 2. Door uitbreiding: bouwen op plekken buiten de bebouwde kom. In de gemeente Heerde willen we deze collegeperiode op een aantal plekken woningen laten bouwen. Inbreiding o.a. naast de MFA (multifunctionele accommodatie) in Wapenveld, in Veessen en in het centrum van Heerde.
En uitbreiding aan de oostkant van Wapenveld en aan de zuidkant van Heerde. Bij alle bouwprojecten vinden we het belangrijk om goed aan te sluiten bij de plek waar gebouwd gaat worden. Bijvoorbeeld met aandacht voor groen, privacy en parkeren. We betrekken de omwonenden altijd zo goed mogelijk bij dit soort bouwprojecten. Bouwen doen we samen. Als gemeente bouwen we meestal niet zelf. Wel maken we het anderen mogelijk om te bouwen. Die ander kan een projectontwikkelaar zijn, een corporatie of een particulier. In alle bouwprojecten willen we als gemeente graag partner zijn. En ondersteunen we grote en kleine ontwikkelaars als zij de omgeving willen betrekken bij hun projecten. - We zorgen dat we meebewegen met de ontwikkelingen in de huizenmarkt. Betaalbare woningen. De prijzen van woningen zijn hoog. Dat maakt dat mensen die eigenlijk graag in de gemeente Heerde zouden willen blijven wonen, soms noodgedwongen naar een andere gemeente verhuizen. Om als gemeente toch te zorgen dat woningen ook voor mensen met een lager inkomen betaalbaar blijven, gaan we nieuwe instrumenten ontwikkelen. Daarmee kunnen we beter sturen bij aanvragen van projectontwikkelaars. Verhuur van particuliere woningen door woningcorporaties. Woningbouwcorporaties verhuren sociale huurwoningen. En soms bouwt een particuliere projectontwikkelaar woningen waarvan hij er een aantal als sociale verhuur aanbiedt.
We zoeken uit of we de verhuur van die woningen via de woningcorporatie kunnen laten lopen. Dat doen we om meer zekerheid te krijgen dat sociale verhuur ook sociale verhuur blijft. Wonen op vrijkomende boerenerven. Schuren slopen en er een huis terugzetten. Dat kan met de Rood voor Rood-regeling. We gaan deze regeling aanpassen. Dat doen we om het aantrekkelijker te maken om op een boerenerf woonruimte te maken. En zo krijgen we meer woningen op erven dan tot nu toe. De aanpassing van deze regeling mag geen gevolgen hebben voor werkende agrarische bedrijven.
63
Nieuwe wijze van vergunningverlening en bouwcontrole. Met de komst van de Omgevingswet en de wet. Kwaliteitsborging verandert de rol van de gemeente bij vergunningverlening. De eigen verantwoordelijkheid van de bouwer om goed te bouwen, is onder deze wetgeving groter. En de gemeente kijkt vooral achteraf of alles goed gegaan is. We bereiden onze ambtenaren voor op deze nieuwe rol. En we ontwikkelen een andere manier om onze dienstverlening in rekening te brengen. Kwantitatieve opgave wonen In september 2018 is de gemeente Heerde toegetreden tot de Cleantech Regio. Gelijk na onze toetreding is de Regionale Woonagenda Cleantech Regio 2019 – 2023 vastgesteld, waaraan de gemeente Heerde zich geconformeerd heeft. In deze woonagenda zijn een aantal woonthema’s geformuleerd die regionaal opgepakt worden en er zijn richtinggevende principes vastgelegd voor nieuwbouwplannen. In het najaar van 2020 is een addendum op deze woonagenda vastgesteld. De woningmarkt is immers zeer dynamisch. Daarbij zijn een drietal nieuwe woonthema’s vastgesteld die regionaal opgepakt worden en zijn nieuwe afspraken gemaakt over het kwantitatieve woningprogramma per gemeente. Voor de gemeente Heerde is met de regio een maatwerkafspraak gemaakt wat inhoudt dat wij in de periode 2020 – 2030 in totaal 475 nieuwe woningen mogen bouwen.
Op 3 maart 2020 is onze lokale woonagenda (Woonagenda gemeente Heerde 2020 – 2023) vastgesteld door het college. Hierin staat onder andere de kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwprogrammering voor zowel de huur- als koopsector. De grootste opgave voor de komende jaren is de bouw van sociale huurwoningen. In deze woonagenda is een volkshuisvestelijke richtlijn voor woningbouw opgenomen, als aanvulling op de Structuurvisie Heerde 2025 en toe te passen bij de leidraad voor nieuwe woningbouwinitiatieven. Hieruit blijkt dat er gestreefd moet worden naar 40% sociale huur in woningbouwplannen. Dit is een forse opgave, maar nodig gezien de grote achterstand die onze gemeente heeft opgebouwd. Daarnaast zijn er een aantal concrete acties in de woonagenda geformuleerd om hieraan uitvoering te geven. Met de komst van de woonagenda is er een instrument ontwikkeld om meer sturing aan initiatieven te geven, om zo een woningvoorraad te realiseren die voldoet aan de kwalitatieve en kwantitatieve behoeften van onze (toekomstige) inwoners, rekening houdend met de demografische ontwikkelingen. Notitie Grondzaken De hoofdlijnen van het gemeentelijk grondbeleid zijn beschreven in de Uitvoeringsparagraaf. De Uitvoeringsparagraaf is een document, dat jaarlijks wordt vastgesteld door de gemeenteraad en de uitwerking van de Structuurvisie betreft.
In de Notitie Grondzaken 2017, versie 2018 worden de hoofdlijnen uit de Uitvoeringsparagraaf praktisch vertaald. Dit document heeft als doel om bestuurders, de ambtelijke organisatie en burgers, inzicht te geven in de keuzes die de gemeente Heerde maakt ten aanzien van de grondeigendommen en het bijbehorende instrumentarium. De beleidsdocument worden jaarlijks geëvalueerd en geactualiseerd. In de Uitvoeringsparagraaf wordt onze visie op grondbeleid beschreven. Afgelopen jaren was deze hoofdzakelijk facilitair. De huidige uitvoeringsparagraaf zal door de komst van de omgevingswet verdwijnen. Er zal als onderdeel van de omgevingsvisie een nieuwe uitvoeringsparagraaf of -hoofdstuk worden opgesteld. Startersleningen In 2013 en 2015 heeft de gemeenteraad besloten om de van de provincie ontvangen subsidiegelden op grond van de Stimuleringsregeling Goedkope Woningbouw 2007 – 2010 (de SGW-gelden) volledig in te zetten voor het verstrekken van startersleningen. Bij raadsbesluit van 6 juli 2015 is de maximale hoogte van de starterslening vastgelegd op 20% van de verwervingskosten met een maximum van €20.000,-. De maximale verwervingskosten, exclusief kosten koper, zijn vastgelegd op €200.000,-. Sinds de invoering van de starterslening in 2013 zijn er 26 leningen verstrekt, waarvan inmiddels 8 leningen zijn afgelost. De laatste 3 leningen zijn verstrekt in 2020.
In 2021 en 2022 zijn geen nieuwe leningen verstrekt. De afgelopen jaren is door de stijgende woningprijzen het aanbod woningen van maximaal €200.000,- sterk afgenomen. Hierdoor is weinig interesse in de starterslening. De leningen worden beheerd door het 64
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn). Per augustus 2022 staat er een saldo van €324.000,- op de rekening-courant bij de SVn die aan het account van de gemeente gekoppeld is. Dit is de bestedingsruimte waarbinnen startersleningen kunnen worden aangevraagd. Fonds Sociale Woning bouw In september 2012 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Heerde 2025 (hierna: Structuurvisie) vastgesteld. In de Structuurvisie is op hoofdlijnen bepaald op welke wijze het gemeentebestuur uitvoering wil geven aan het ruimtelijk beleid. Hierin is ook bepaald dat de gemeenteraad ieder jaar een separate uitwerking van de Structuurvisie vaststelt. In deze uitwerking zijn vooral onderdelen opgenomen die jaarlijks een heroverweging behoeven. De uitwerking wordt de Uitvoeringsparagraaf genoemd. Sinds de Uitvoeringsparagraaf 4.0 (2016) maakt ook het gemeentelijk grondbeleid onderdeel uit van de Uitvoeringsparagraaf, zodat ook het gemeentelijk grondbeleid jaarlijks bezien wordt of dit actualisatie of bijstelling behoeft. In 2019 is de Uitvoeringsparagraaf 6.0 (inclusief de bijlage Bijdrage sociale woningbouw) vastgesteld. Door deze bijdrage wordt richting initiatiefnemers meer druk uitgeoefend om een bijdrage te leveren aan de gemeentelijke opgave tot realisatie van 40% sociale woningbouw.
Initiatiefnemers die binnen hun initiatief meer dan 40% sociale/goedkope woningen realiseren, kunnen mogelijk een bijdrage uit het fonds ontvangen. Daarnaast is het ook mogelijk een bijdrage te verkrijgen bij ontwikkelingen die betrekking hebben op herinrichten van bestaande gebouwen met een onrendabele top. Ook bij deze ontwikkelingen geldt dat het programma dient te bestaan uit sociale en/of goedkope koop woningen. Op dit moment zit er een bedrag van €45.000,- in het fonds Bijdrage sociale woningbouw. Toekomstbestendig wonen lening De gemeente Heerde wil inwoners ondersteunen bij het treffen van duurzame maatregelen in en aan de woning. Daarom heeft de gemeenteraad in december 2019 de ‘verordening toekomstbestendig wonen Gelderland, gemeente Heerde’ vastgesteld. Deze regeling biedt ons de mogelijkheid om tegen een relatief gunstige rente leningen aan inwoners te verstrekken voor het verduurzamen en toekomstbestendig maken van de woning. Ten behoeve van de regeling heeft de gemeenteraad een bedrag van €500.000,beschikbaar gesteld. De provincie Gelderland heeft de Toekomstbestendig wonen lening ontwikkeld en draagt voor de helft bij aan het budget. Daarmee was het totaal uit te lenen bedrag op 1 januari 2020 (toen de verordening van kracht werd) €1.000.000,-. Gedurende de afgelopen jaren is de interesse in en de bekendheid van de toekomstbestendig wonen lening stevig gegroeid.
Dat heeft ertoe geleid dat het beschikbare bedrag van €1.000.000,- bijna volledig is uitgeleend. Op 1 juli 2022 betrof het resterende saldo in het fonds €126.000,-. Dit is het resultaat van een 80-tal versterkte leningen, welke voor verschillende maatregelen zijn gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan zonnepanelen, isolatiemaatregelen, (hybride) warmtepompen en het verwijderen van asbest. De toekomstbestendig wonen lening is een zogeheten revolverende lening. Dat wil zeggen dat het aflossingen van de leningen terugvloeien in het fonds en weer beschikbaar zijn voor het verstrekken van nieuwe leningen. Om de komende periode leningen te kunnen blijven verstrekken is er mogelijk extra budget nodig. Daarvoor komen we t.z.t uiteraard terug bij uw raad met een voorstel. Financiële beschouwing Eén van de financiële uitgangspunten bij grondexploitatie is naast het toerekeningsbeginsel en het realisatiebeginsel het toepassen van het voorzichtigheidsbeginsel. Ook de BBV-notitie grondexploitatie gaat ervan uit dat dit principe wordt toegepast bij het opstellen van de gemeentelijke begroting en jaarrekening. Baten en lasten moeten worden toegerekend aan de periode waarin ze zijn gerealiseerd. Winsten worden pas verwerkt in de jaarrekening als deze met voldoende zekerheid vaststaan en dus zijn gerealiseerd. Verliezen worden direct volledig genomen als deze bekend zijn.
Dit betekent dat bij de verwachting van een verlies direct een voorziening getroffen moet worden. Voor winstneming geldt de percentage of completion (Poc)-methode. Voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd, en 65
uitgaven zijn gedaan ten opzichte van het totaalplan kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. In de BBV notitie Grondexploitatie worden richtlijnen gegeven en stellige uitspraken gedaan. Een paar stellige uitspraken zijn: •
Het startpunt van een nieuwe grondexploitatie gebeurt door een expliciet raadsbesluit met een grondexploitatiebegroting;
•
De looptijd van een grondexploitatie is maximaal 10 jaar;
•
Jaarlijkse herzieningen van grondexploitatiebegrotingen moeten door de raad worden vastgesteld;
•
Er mogen alleen kosten aan de grondexploitaties worden toegerekend als die op de kostensoortenlijst staan van die van de BRO (Besluit Ruimtelijke Ordening);
•
Er mag alleen werkelijke betaalde rente over het Vreemd Vermogen worden toegerekend aan de grondexploitaties. Toerekenen van rente over het Eigen Vermogen is niet meer toegestaan.
Vennootschapsbelasting (VPB) Met ingang van 1 januari 2016 is de VPB-plicht gaan gelden voor onder andere de gemeentelijke grondexploitaties. Een belangrijke doelstelling van deze wet is een gelijk speelveld maken tussen de overheid en private ondernemingen. Wij hebben met de Belastingdienst overeenstemming bereikt over een vaststellingsovereenkomst (VSO). In de VSO zijn afspraken worden gemaakt over de te hanteren parameters, de methode van het bepalen van de openingsbalanswaarde en methode van winst berekenen. In grote lijnen werkt de Belastingdienst er naar alle gemeenten zo veel mogelijk gelijk te behandelen. De huidige stand van zaken geeft aan dat de geschatte fiscale winsten vanaf het jaar 2021 volledig gecompenseerd kunnen worden met de geleden verliezen van de jaren 2018 t/m 2020 en dat er geen VPB betaald hoeft te worden. Dit op basis van de aangifte van het jaar 2020. Dit beeld zal elk jaar getoetst gaan worden. Reserve Grondexploitatie De raad heeft op 21 februari 2022 een nieuwe nota reserves en voorzieningen vastgesteld. In deze nota is de wijziging opgenomen om van de reserve Grondexploitatie een bestemmingsreserve te maken. Deze reserve is voldoende groot om de risico's op te vangen van de grondexploitatie. Ook is er een buffer aanwezig om risico's op te vangen voor mogelijke uitgaven voor toekomstige ontwikkelingen.
Overzicht reserve van 2022 t/m 2026 in miljoenen euro’s: 2022 2023 2024 2025 2026 1,1 1,1 1,1 1,1 1,1 Boekwaarden van complexen In de begroting 2023 zijn als beginstand vier complexen opgenomen. De verwachting is dat een deel van de complexen in 2022 en in 2023 afgesloten kunnen worden.
Toelichting op de complexen In exploitatie genomen gronden: Omdat deze paragraaf openbaar is zijn de gegeven toelichtingen minder uitgebreid dan in het niet openbare MPG. (Baukje gevraagd 8aug)
66
Gebiedsontwikkeling Veldweg In het noorden van de kern Heerde wordt een viertal kavels uitgegeven met een woonwerk concept. Dit wil zeggen dat in dit gedeelte van Heerde bedrijfswoningen met kantoor aan huis worden ontwikkeld. Tegenover de gemeentewerf zijn een zevental bedrijfskavels gerealiseerd. Aan de Eeuwlandseweg is voor circa 1,2 hectare aan bedrijfskavels beschikbaar, deze zijn verdeeld over vijf kavels. Voortgang: de bedrijfskavels gelegen aan de Veldweg zijn reeds lange tijd verkocht. De openbare ruimte is woonrijp gemaakt. Van de 4 kavels gelegen aan de Eeuwlandseweg zijn er momenteel twee geleverd. De overige kavels zijn in optie. Bovenkamp II Ten westen van de nieuwbouwwijk Bovenkamp I realiseert de gemeente Heerde in samenwerking met VOF Bovenkamp II (BPD, Van Wijnen en in een eerder stadium ook Triada Woondiensten) de nieuwe woonwijk Bovenkamp II. In totaal worden er 165 woningen gebouwd, waaronder 22 huurwoningen, 8 levensloopbestendige huurwoningen, 31 starterswoningen, 77 projectmatige woningen en 27 uitgeefbare kavels. Van de vrije kavels worden er 24 door de gemeente en drie door VOF Bovenkamp II uitgegeven. De projectmatige woningen worden in zijn geheel door de VOF Bovenkamp II verkocht. Voortgang: alle kavels zijn verkocht en geleverd. De woonrijpmaak werkzaamheden voor de Bovenkamp en de Wezeweg zijn aanbesteed.
In 2022 zal het laatste gedeelte woonrijp worden gemaakt. Na afronding van de laatste werkzaamheden zal de grondexploitatie worden gesloten. Eeuwlandseweg Zuid In het noorden van de kern Heerde wordt aan de Eeuwlandseweg circa 3,0 hectare aan bedrijfskavels gerealiseerd. De grondexploitatie Eeuwlandseweg-Zuid is op 4 juni 2013 door het college vastgesteld. Voortgang: de gemeente heeft nog één bedrijfskavel in verkoop, gesprekken over verkoop vinden plaats. Het is de bedoeling dat afspraken voor eind 2023 kunnen worden afgerond en dat de grondexploitatie eind 2023 kan worden afgesloten. Eeuwlandseweg Noord Dit complex betreft de ontwikkeling van een woon-werklandschap ten noorden van de Eeuwlandseweg. In de raad van 11 november 2013 is de grondexploitatie van deze gebiedsontwikkeling vastgesteld. In totaal zullen op termijn 13 woon-werkkavels worden gerealiseerd. Voortgang: in 2022 is er een uitgebreid archeologisch onderzoek uitgevoerd. Tevens zal in 2022 het eerste gedeelte van het gebied bouwrijp worden gemaakt. Vervolgens zullen er vier kavels op de markt worden gezet. Afhankelijk van de verkoopsnelheid van deze kavels, volgt de ontwikkeling van de tweede fase zo spoedig mogelijk. MPG (Meerjaren Prognose Grondexploitatie) In een MPG worden de uitkomsten van de geactualiseerde grondexploitaties weergegeven.
Het is een overzicht van de in exploitatie genomen projecten, uitgezet naar tijd, programma en geld. Doel is inzicht te verschaffen in: •
Uitgangspunten geactualiseerde grondexploitaties;
•
De actualisatie van de exploitaties en prognoses;
•
Afwijkingen ten opzichte van het programma;
•
Financiële afwijkingen ten opzichte van het jaar ervoor;
•
Verliezen, winsten en risico’s;
•
Saldo;
•
Tijdsplanning.
67
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf beschrijft in hoofdlijnen de onderhoud– en beheerplannen voor de gemeentelijke kapitaalgoederen: wegen, riolering, gebouwen groen en water. In de beheerplannen staan de meerjarige onderhoudsprogramma’s met de financiële middelen die daarbij horen, evenals het gewenste kwaliteitsniveau van de voorzieningen. De gemeente Heerde beheert een groot oppervlak aan openbare ruimte, waarin wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Hiervoor zijn wegen, riolering, bruggen, openbare verlichting, watergangen, groen, speelplekken, bos en gebouwen nodig. De kwaliteit en het onderhoud van deze kapitaalgoederen is bepalend voor het voorzieningenniveau, het ‘beeld’ van de gemeente en de (jaarlijkse) lasten. Het grootste deel van de werkzaamheden aan kapitaalgoederen komt voort uit de verantwoordelijkheden van de gemeente als eigenaar en beheerder van de publieke ruimte en van een aantal eigendommen. Beleidskader Paragraaf 12 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zegt dat de paragraaf over het onderhoud kapitaalgoederen in elk geval de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouw moet bevatten. Daarvan moeten het beleidskader, de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van de financiële consequenties in de begroting worden beschreven.
De beheerplannen Riolering In de gemeente Heerde ligt 248 kilometer hoofdriolering. Hiervan is 102 kilometer drukriolering of persleiding. De overige leidingen zijn vrij vervalleidingen, waarvan het grootste deel een gemengd rioolstelsel is. Eind 2021 is het Gemeentelijk Riolerings Plan 2021 t/m 2025 vastgesteld. Wegen De gemeente Heerde heeft 245 kilometer weg (exclusief onverharde weg) in beheer. De oppervlakte van deze verharding is 1.350.000 m2. Eenmaal per vijf jaar wordt het beheerplan geactualiseerd. Eind 2018 is een geactualiseerd beheerplan vastgesteld. Voor het onderhoud van wegen is er structureel een exploitatiebudget van €600.000,-, gebaseerd op het beheerplan 2018-2027 opgenomen. Hierbij is rekening gehouden met de areaaluitbreiding als gevolg van de Hoogwatergeul. Het onderhoudsbudget is gebaseerd op de kwaliteitsvisie Openbare Ruimte op onderhoudsniveau C (de ondergrens van verantwoord beheer). Daarnaast is er voor de jaren 2023-2026 een investeringsbudget beschikbaar om wegen te vernieuwen. Kunstwerken De gemeente Heerde heeft in totaal 245 kunstwerken in beheer met een totale kapitaalswaarde van €41,7 miljoen. De kunstwerken bestaan uit 5 houten bruggen, 47 betonnen bruggen, 3 kunststof bruggen, 4 viaducten, 144 duikers, 24 damwanden, 15 steigers, 1 tunnel, 1 trekpontje en 1 haven waar de gemeente eigenaar van is.