10.2. Ontwerp GRP 2022-2026.docx
Tekst van het document
Gemeente en waterschap bepalen samen in hoeverre zogenaamde vasthoudmaatregelen buiten het watersysteem (tijdelijke waterberging in de openbare en private ruimte) nuttig en nodig zijn in relatie tot de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit in het watersysteem. Hierbij zijn de maatschappelijke kosten en baten van investeringen het uitgangspunt. • Bij (ver)nieuwbouw is sprake van een klimaatbestendige bouw en inrichting, met zo min mogelijk afwenteling naar de omliggende percelen. • Hemelwater- en vuilwaterriool leggen we gescheiden aan bij aanleg nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen. • In de bebouwde omgeving leggen we meer groen aan om de sponswerking en leefbaarheid van het gebied te vergroten. • We verminderen hitte in bebouwd gebied door het creëren van (tijdelijke) schaduwwerking en het gebruik van de juiste bouwmaterialen. Ook houden wij bij de inrichting van de ondergrond rekening met het risico van opwarming van drinkwater in het leidingnet onder verharde oppervlakken. 3. Een ecologisch gezond en natuurlijk (grond)watersysteem In ons streven naar een gezonde leefomgeving dragen wij als gemeente bij aan een watersysteem van goede kwaliteit. Een watersysteem van goede kwaliteit draagt bij aan natuurontwikkeling, landschap en recreatie. Wij richten ons samen met het waterschap op: • Geen achteruitgang in de kwaliteit van het bodem- en (grond)watersysteem.
• Het behalen van de KRW-doelen voor KRW-waterlichamen in 2027. • Waterkwaliteit laten aansluiten op de functie en het recreatieve gebruik (zwemwater, vaarwater, viswater). • Het zo veel mogelijk beperken van emissie uit de afvalwaterketen naar het oppervlaktewater, voor zover dit op een doelmatig wijze mogelijk is. • Het streven naar doelmatig beheer van de afvalwaterketen en het zo optimaal mogelijk functioneren van de zuivering. Om deze doelen te bereiken werken wij met de volgende leidende principes: • Het scheiden van vuilwater en schoonwater, zodat overstorten minder vaak plaatsvinden en de impact van overstortingen en op de waterkwaliteit kleiner is. • Het aantal overstortingen is zo laag mogelijk als voor een doelmatig beheer van afvalwater mogelijk is. • Foutieve aansluitingen op het hemelwaterstelsel voorkomen en in bestaande situaties zoveel mogelijk reduceren als zij een aantoonbare negatieve invloed hebben op de waterkwaliteit. • Toepassen best mogelijke techniek bij inzamelen en transport afvalwater. Toepassen van het principe: de vervuiler/initiatiefnemer betaalt.
Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026
25
5.3 Blauwe Omgevingsvisie waterschap Vallei en Veluwe De leidende principes sluiten naadloos aan bij de Blauwe Omgevingsvisie 2050 en het Blauw omgevingsprogramma 2022-2027 van waterschap Vallei en Veluwe. Met de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) is in 2019 een nieuwe koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving ingezet. De BOVI2050 is de visie waar het waterschap in 2050 wil staan. Om daar in 2050 uit te komen is een stappenplan nodig. Daar is het BOP voor geschreven: hierin staan de korte termijn doelen waar we in de periode 2022 tot en met 2027 aan werken. Voor meer informatie: link7
Figuur 7: Beschrijving van Blauwe Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe
7
https://bovi2050.nl/bop-contact/
Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026
26
6
Afvalwaterzorgplicht
In dit hoofdstuk wordt de strategie beschreven ten aanzien van de afvalwaterzorgplicht; op welke wijze gaat Heerde invulling geven aan de (in hoofdstuk 5 gestelde) doelen voor de komende jaren, resulterend in het uitvoeringsprogramma afvalwater.
6.1 Inzamelen van afvalwater Zorgplicht afvalwater in de omgevingsvisie (artikel 2.16, lid 1a-3 Ow): ‘Bij de invulling van de zorgplicht afvalwater in de gemeentelijke omgevingsvisie wordt onderscheid gemaakt tussen de bebouwde kom en het buitengebied, en tussen huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater’. Alle percelen binnen het gemeentelijk grondgebied waar afvalwater vrijkomt, zijn aangesloten op een geschikte voorziening. In de bebouwde kom zijn panden aangesloten op het vrijvervalstelsel. In het buitengebied wordt het huishoudelijk afvalwater hoofdzakelijk ingezameld via drukriolering. Het bedrijfsafvalwater wordt tevens ingezameld en getransporteerd richting RWZI Heerde. Er zijn geen aanvullende voorwaarden of specifieke voorbehandeling gesteld door de gemeente Heerde. De gemeente Heerde kent geen ongezuiverde lozingen en/of niet aangesloten percelen meer. Bij nieuwe aansluitingen staat de gemeente niet onwelwillend tegenover nieuwe ontwikkelingen (bv. decentrale zuiveringsconcepten).
6.2 Strategie De gemeente Heerde zamelt vrijwel al het huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater in en transporteert dit naar een overnamepunt van Waterschap Vallei en Veluwe. Het Waterschap is vervolgens vanaf de overnamepunten (hoofdgemalen) verantwoordelijk voor de inzameling, het transport en de zuivering van het afvalwater. De zuivering loost het gezuiverde water (effluent) op het Apeldoorns Kanaal. Een kleine hoeveelheid afvalwater wordt naar zuiveringen in Hattem en Epe getransporteerd omdat het aansluiten op die stelsels voor een paar delen van het buitengebied geografisch gezien het meest doelmatig was. Voorkomen van vuiluitworp naar bodem-, grond- en oppervlaktewater Omwille van de volksgezondheid, een doelmatige werking van ons systeem en het milieu wil de gemeente de vuiluitworp verder Figuur 8: Overstort van reduceren. Om ongewenste emissies naar bodem- grond en gezuiverd water bij nabezinktank oppervlaktewater te voorkomen en een robuust systeem te krijgen, op rwzi - Bron: GAW Stichting wordt ook de komende planperiode ingezet op afkoppeling van Rioned hemelwater mits dat doelmatig is. Hiermee wordt vervuiling door overstortingen vanuit gemengd riool op oppervlaktewater verder beperkt. Nieuwbouw
Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026
27
Bij nieuwbouw wordt afvalwater gescheiden ingezameld van hemelwater. Hierdoor worden vervuilende overstortingen op oppervlaktewater beperkt. Nieuwe aansluitingen op bestaande riolering moeten door de initiatiefnemer worden aangevraagd bij de gemeente. De kosten hiervan, voor zover deze niet in een anterieure overeenkomst zijn geregeld, worden in rekening gebracht bij de initiatiefnemer middels een eenmalige vergoeding (via Verordening Eenmaling Aansluitrecht van Gemeente Heerde). De maatstaf voor de heffing is afhankelijk van de datum inwerkingtreding van het aansluitpunt na oplevering, diameter en lengte van de perceelaansluitleiding. Bij afwijkingen hierop zijn tarieven verhogingen van toepassing verklaard. De aansluitverordening en aansluitvoorwaarden worden in de komende planperiode geactualiseerd (maatregel ALG7). De directe verplichting tot aansluiting bij nieuwbouw vervalt. Dit is vooral bedoeld om meer initiatief en mogelijkheden te laten bij de initiatiefnemer voor alternatieve behandelingssystemen. In praktijk blijkt de uitwerking hiervoor een behoorlijke opgave.
Figuur 9: Gescheiden inzameling bij nieuwbouw locatie de Wendakker
Foutieve aansluitingen en rioolvreemd water Hemelwater op de drukriolering is ongewenst, belemmert een doelmatige werking van het stelsel en kan leiden tot storingen en overstortingen van vervuild water. Hier wordt de komende planperiode opnieuw aandacht aan besteed door onderzoek te doen naar mogelijke foutieve aansluitingen in het buitengebied (maatregel A6). De geconstateerde foutaansluitingen dienen door en/of op kosten van de perceeleigenaar van de betreffende aansluiting, hersteld te worden. Foutieve aansluitingen op het vrijverval vuilwaterriool leiden tot rioolvreemdwater en daarmee verhoging van de aanvoer naar de RWZI. Dit wordt zoveel mogelijk voorkomen door voorlichting. Hier wordt aandacht aan besteed middels het structureel uitvoeren van opleveringsinspecties en bij de reguliere rioolinspecties (maatregel A5). Indien daar aanleiding voor is worden ook andere rioolvreemd water onderzoeken verricht; te denken valt aan intredend grondwater of oppervlaktewater als gevolg van lekkages en/of ‘negatieve overstorten’. In de komende planperiode wordt, eventueel als onderdeel van de actualisatie BRP (zie zorgplicht Hemelwater) een DWAAS-HAAS studie verricht (maatregel A1). Risicogestuurd rioolbeheer In de vorige planperiode is vanuit het samenwerkingsverband H2O een omslag gemaakt van cyclisch naar risicogestuurd rioolbeheer. Deze beleidskeuze wordt doorgezet.
De essentie is dat bewust meer of minder risico wordt genomen met het langer of korter instandhouden van de riolering. De keuze is afhankelijk van het risicoprofiel van een object. Bij een riool met een hoog risicoprofiel (bijvoorbeeld onder een belangrijke verkeersader of hydraulische hoofdafvoerroute), grijpen we eerder in dan bij een riool met een laag risicoprofiel (bijvoorbeeld aan het eind van een doodlopende straat). Dit bepaald de frequentie van inspectie, reiniging en afweging tot vervanging of reparatiewerkzaamheden. De concrete invulling is vastgelegd in het rioolbeheerplan en deze wordt in de komende planperiode geactualiseerd (maatregel ALG5). Rioolinspecties en reiniging
Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026
28
Ook de reinigings- en inspectie werkzaamheden voeren we risicogestuurd uit. Dat houdt in dat we sommige riolen vaker en nauwkeuriger inspecteren, terwijl we voor andere riolen voldoende hebben aan een algemeen beeld van de toestand (bij de keuze kijken we onder andere naar de leeftijd, functie, diameter, ligging en bekende kwaliteit van de riolering). We beperken de opgave en kosten, door een voorinspectie (geen reiniging) uit te voeren met behulp van putfoto's. Dit wordt gebiedsgericht (dus deze stap nog enigzins cyclisch) ingezet. Op basis van de putfoto resultaten wordt een selectie gemaakt van de nader te inspecteren riolering met rijdende videocamera en reiniging bij riolering met een hoge vervuilingsgraad. Hieraan wordt riolering toegevoegd in de straten waar volgens het MJOP de komende jaren mogelijk rioleringswerkzaamheden plaatsvinden. Bij de aanvullende videocamera inspectie wordt echter wel vooraf altijd het riool gereinigd. Door deze aanpak wordt na de voorinspectie nog maximaal 20% strenglengte gereinigd ten opzichte van traditioneel reinigen op basis van volledig cyclisch rioolbeheer. Door deze (duurzame) ontwikkeling neemt de inzet van zwaar materieel met 80% af. Reiniging van kolken De reiniging (leegzuigen) van kolken vindt wel op cyclische basis plaats, namelijk 1x per jaar.
Voor de komende planperiode wordt overwogen om het regime in bepaalde gebieden aan te passen naar 2x per jaar (maatregel A11). Tijdens het reinigen worden eventuele gebreken aan de kolken en kolkleidingen geregistreerd. Deze gebreken worden veelal door de gemeente zelf of in opdracht van de gemeente hersteld. Mechanische riolering Het rioolsysteem in Heerde bevat in totaal 26 rioolgemalen en 410 pompunits in eigendom van de gemeente. Het beheer en onderhoud van gemalen worden planmatig (inclusief NEN keuringen en inspecties) uitgevoerd. Dit leidt tot minder storingen, een langere levensduur en lagere energiekosten.
Figuur 10: Rioolgemaal Eperweg en aanleg nieuw riolering
De gemalen zijn uitgerust met een telemetriesysteem waarop pompbedrijf, energieverbruik en pompdebieten worden geregistreerd. Het systeem signaleert storingen en de verzamelde data kan worden gebruikt om met trendanalyse inzicht te krijgen in het functioneren van het systeem.
Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026
29
De hoofdrioolgemalen Wapenveld, Veessen en uiteraard RWZI Heerde zijn in beheer en eigendom van Waterschap Vallei en Veluwe (WSVV). Vanuit de Kavelweg in het buitengebied van Heerde prikt een gemeentelijke drukleiding rechtstreeks in op de persleiding van WSVV vanaf hoofdrioolgemaal Veessen. Aandachtpunt vormt het hydraulisch functioneren van deze situatie. In de komende planperiode wordt dit nader onderzocht (maatregel A2) De pompunits in de drukrioleringssystemen worden tevens planmatig en periodiek geïnspecteerd en gereinigd. Het functioneren van het gehele drukrioleringssysteem is recent nog in beeld gebracht. De gemeente heeft een eigen buitendienst die de eerste lijns meldingen oppakt. Bij storingen worden pompen (zowel in pompuntis van drukriolering als gemalen) gereset. Mocht dit geen of onvoldoende soelaas bieden, dan wordt een aannemer ingeschakeld. In de planperiode wordt beleid ontwikkeld ten aanzien van het beheer en onderhoud van de pompunits en gemalen, wie is waar bevoegd en verantwoordelijk voor (maatregel A4). Afvalwater in buitengebied De drukriolering in het buitengebied is grofweg in 2 fases aangelegd. De eerste fase uit midden jaren ‘80 is aan groot onderhoud toe (zoals gietijzer renovatie, vervangen door RVS). De 2e fase is aangelegd rondom 2005. Grootschalige vervanging van pomp-units (bouwkundig) en leidingnetwerk ligt dan ook nog ver in de toekomst.
Echter elektrotechnisch en mechanische vervangingen (binnenwerk pompen) komen wel jaarlijks voor. De gemeente volgt de landelijke ontwikkelingen op het gebied van riolering in het buitengebied op Figuur 11: Overzicht van rioolgemalen in TelecontrolNet de voet. Gezien de huidige staat en het functioneren worden de voorzieningen conform het huidige beleid in stand gehouden. In toekomstige situaties, wanneer grootschalig vervangingen (bouwkundig en leidingen) aan de orde is, zal de gemeente in overleg met het waterschap een nieuwe afweging maken over het invullen van de gemeentelijke taak voor afvalwater in het buitengebied. Actualisatie beheergegevens De gemeente beschikt over een beheerbestand waarin de geometrische gegevens van objecten zijn vastgelegd. Deze worden in de komende planperiode omgezet naar het Gegevens Woordenboek Stedelijk Water (GWSW) (maatregel ALG4). De gemeente beoogt het beheerbestand actueel te houden en verwerkt revisiegegevens vanuit projecten naar beheer conform de Wibon (Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netwerken) binnen één maand na ontvangst. Door de regelmatige uitwisseling met Kadaster wordt de kans op graafschade en overlast dientengevolge, gereduceerd. De afgekoppelde oppervlakken (wegen en paden) worden digitaal bijgehouden (in aansluiting op BGT) in een afkoppelkaart.
In de komende planperiode vindt er naast de reguliere werkzaamheden (bijhouden van) een update van de afkoppelkaart plaats (maatregel ALG6).
Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026
30
Rioolvervanging of relining (danwel deelreparatie) Het kan om meerdere redenen gunstig zijn om een deel van de slechte riolen te relinen in plaats van te vervangen. Dit kan zowel financieel voordeel opleveren, zorgen voor minder overlast, als gunstig zijn voor het waarborgen van de bereikbaarheid. De gemeente maakt bij ieder project de doelmatigheidsafweging of de riolering vervangen of gerelined wordt. Naast kosten (relining is doorgaans goedkoper), spelen aspecten als de aanleg van hemelwaterstelsels (structuren), de staat van de verharding, bovengrondse inrichting (toegankelijkheid, wenselijkheid van wegafsluitingen), ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen) en uiteraard het type ingrijpmaatstaf een rol. De gemeente kiest voor relining indien dat effectief en doelmatig wordt geacht, zie onderstaand kader: Afwegingskader relining (en/of deelreparatie) Aspecten die een rol spelen in de keuze voor vervanging of relining zijn dan onder andere: • Diepteligging riool in relatie tot beschikbare ontgravingsbreedte; • Grondwaterstanden (in combinatie met diepteligging riool); • Diameter van het riool; • Type verharding, type weg (doorgaand, belangrijke verkeersader); • Zettingen in het riool; • Staat van de wegverharding; • Aanwezigheid van kabels en leidingen; • Mogelijkheid om mee te liften met andere ingrepen/ontwikkelingen; • Debieten in DWA en HWA situaties (i.v.m.
bepalen pompcapaciteit/risico); • Grondwaterkaarten/grondwaterknelpuntkaarten (door relining kan de grondwaterstand plaatselijk stijgen); • Putafmetingen – putten groter dan 800x800 zijn qua afmeting geschikt als werkput; • Locaties van infiltraties (klasse 3+) en het aspect waterpeil. Keuze reliningsmethode en voorbereidende werkzaamheden (injecties, deelreparaties, bemalingen, e.d.); • Riolen met andere temperatuur of afvalwaterstelling (of een hogere kans daarop); • Locaties waar vrijkomend styreen niet gewenst is (sommige fabrieksterreinen, nabij scholen, bejaardentehuizen, winkelcentra, e.d.). Voorlichting en communicatie Inwoners zijn zich nauwelijks bewust van de aanwezigheid van riolering en mogelijke gezondheidsrisico’s bij het in contact komen van afvalwater. De riolering is immers belangrijk voor de volksgezondheid en de bewoonbaarheid van de leefomgeving. Bewustwording hiervan draagt bij aan het draagvlak voor de rioolheffing en om achteloos lozingsgedrag te voorkomen. Correct lozingsgedrag voorkomt daarnaast overmatige beheer- en onderhoudskosten (bv. pompstoringen, verstoppingen), of zelfs tot gezondheidsproblemen. Binnen de perceelgrenzen is de lozer zelf verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van het huishoudelijk afvalwater en daarmee ook het het lozingsgedrag.
Het doorspoelen van bijvoorbeeld vet, vochtige doeken, luiers en chemische middelen is daarom niet toegestaan. Middels voorlichting (bv. 2-jaarlijks advertentie in de Schaapskooi en publicatie op de website) worden bewoners op laagdrempelige wijze geinformeerd (maatregel A3). Spelregels bij verstoppingen De gemeente hanteert de beleidslijn dat bij verstopping de perceeleigenaar verantwoordelijk is voor het gedeelte van de aansluitleiding vanaf de woning tot aan het ontstoppingsstuk of scheidingsput op de erfgrens. Het resterende gedeelte tot aan de hoofdriolering valt onder verantwoordelijkheid van de gemeente.
Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026
31
De eigenaar dient bij een verstopping eerst de erfscheidingsput/het ontstoppingsstuk vrij te (laten) graven en vast te stellen in welk gedeelte de verstopping zit. De gemeente dient te worden gewaarschuwd als de problemen zich voordoen in de aansluitingsleiding in openbare gebied. De verstopping wordt vervolgens, door of in opdracht van de gemeente verholpen. De kosten voor herstel als gevolg van foutief lozingsgedrag worden bij de eigenaar in rekening gebracht. De kosten die worden gemaakt in opdracht van de Figuur 12: Voorbeeld erfscheidingsput - Bron: GAW eigenaar en/of op het perceel zelf, worden door de gemeente in principe niet vergoed. Uitzondering vormt Stichting Rioned een vergoeding bij schuld door de gemeente. De gemaakte kosten dienen marktconform te zijn en uitgevoerd door een gerenommeerd en gespecialiseerd bedrijf. De spelregels zijn opgenomen op de website van de gemeente (zoekterm: rioolverstopping). Minimale overlast voor de omgeving bij werkzaamheden Om overlast van werkzaamheden voor de omgeving zo veel mogelijk te voorkomen, besteedt de gemeente aandacht aan communicatie met haar inwoners en (eventuele) aanliggende bedrijven. Bij werkzaamheden in de openbare ruimte worden de belanghebbenden vroegtijdig en goed geïnformeerd over de gevolgen hiervan met betrekking tot bereikbaarheid en bedrijfsvoering.
Tevens wordt rioolvervanging zoveel mogelijk integraal opgepakt met de overige discplines (bv. wegen). Hiermee wordt de overlast voor omwonenden beperkt. Riothermie De haalbaarheid van het winnen van thermische energie uit het effluent van de zuivering in combinatie met een warmtenet is in beeld gebracht, waarbij het raadhuis, sporthal (Faberhal) en enkele te renoveren / te ontwikkelen woningen als potentiële afzetlocaties zijn beschouwd. Voor de aanleg van een dergelijk warmtenet is het riool in Heerde onderzocht als mogelijke ‘drager’; in dit rioolstelsel zou een warmtenet aangebracht kunnen worden, waarmee de ingreep in de openbare ruimte aanzienlijk wordt verkleind en het riool daarmee optimaal / veel breder wordt benut. Het onderzoek heeft aangetoond dat de warmtepotentie van de RWZI voldoende groot is om in de directe omgeving benut te worden. Het rapport wordt meegenomen in de Warmevisie van de gemeente Heerde. De gemeente volgt de landelijke ontwikkelingen op het gebied van energiewinning uit afvalwater op de voet en staat open voor kansen en initiatieven van andere partijen.
6.3 Uitvoeringsprogramma afvalwater Onderstaand zijn de maatregelen omschreven die worden uitgevoerd in het kader van de afvalwaterzorgplicht.
Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026
32
Nr.
Omschrijving
2022
2023
2024
2025
2026
Type
A1
Onderzoek/advies van meten en monitoren in afvalwaterketen (oa rioolvreemdwater)
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
Exploitatie
A2
Onderzoek inprik drukriool Kavelweg op persleiding vanuit rioolgemaal Veessen
25.000
0
0
0
0
Exploitatie
A3
Voorlichting en communicatie mbt afvalwater (lozingsgedrag, spelregels verstoppingen)
1.500
1.500
1.500
1.500
1.500
Exploitatie
A4
Actualisatie beleid tav beheer en onderhoud van pompen (drukriolering) en gemalen
5.000
0
0
0
0
Exploitatie
A5
Aandacht voor foutaansluitingen middels x opleverings- en reguliere rioolinspecties
x
x
x
x
Reguliere uren
A7
Reiniging en inspectie (putfoto, video, incl. beoordeling) vrijvervalriolering
45.000
Exploitatie
A8
Onderhoud (incl. verhelpen verstoppingen) en reparatie vrijvervalriolering
65.000
Exploitatie
A9
Onderhoud en reparatie pompunits (oa NEN keuring, storing)
125.000
Exploitatie
A10
Onderhoud en reparatie gemalen (incl. pompen BBB’s)
25.000
Exploitatie
A11
Reiniging van straatkolken
25.000
Exploitatie
A12
Energiekosten (druk)rioolgemalen
50.000
Exploitatie
A13
Vervanging vrijverval riolering
150.000 150.000 150.000 150.000 150.000 Investering
A14
Vervanging pompunits (drukriool)
A15
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
Investering
Vervanging rioolgemalen - bouwkundig
0
0
0
0
0
Investering
A16
Vervanging rioolgemalen - M/E
121.000 1.350
6.000
89.000
20.000
Investering
A17
Vervanging drukriolering/persleidingen
0
0
0
0
0
Investering
A18
Verbetering inprik drukriool Kavelweg op 75.000 persleiding vanuit rioolgemaal Veessen
0
0
0
0
Investering
Bedragen op basis van prijspeil 2020/2021
Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026
33
6.4 Vervanging op de lange termijn Om te kunnen anticiperen op een eventuele investeringstoename (indicatie) is vooruitgekeken naar rioolvervangingen die na de planperiode plaatsvinden (vanaf 2026). De verwachte investeringen op de langere termijn (om daarop te anticiperen) voor rioolvervanging in de periode 2026-2065 is berekend op basis van de theoretische levensduur. Dit is afhankelijk van het jaar van aanleg en de lengte per de leidingdiameter welke zijn opgeslagen in het rioolbeheerpakket. Uit de berekening blijkt dat voor de komende jaren een investeringsbedrag van €150.000 per jaar voor rioolvervanging volstaat. Op termijn ontstaat een piek die start vanaf 2045. Dit geldt bij een theoretische levensduur van 80 jaar voor vrijvervalriolering. Zoals aangegeven, is dit indicatief en wordt te zijner tijd naar de werkelijke kwalitatieve staat van de riolering gekeken, immers een oude buis die nog in goede staat verkeert hoeft nog niet vervangen te worden. Voor drukriolering en persleiding staat de eerste vervanging gepland vanaf 2035. De piek bevindt zich rondom 2060. Dit is 60 jaar nadat de grootste aanlegronde van drukriolering in het buitengebied is uitgevoerd. Voor een totaal overzicht wordt verwezen naar bijlage 5.
Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026
34
7
Hemelwaterzorgplicht
In dit hoofdstuk wordt de strategie beschreven ten aanzien van de hemelwaterzorgplicht; op welke wijze gaat Heerde invulling geven aan de (in hoofdstuk 5 gestelde) doelen voor de komende jaren. Het hoofdstuk wordt afgesloten met het uitvoeringsprogramma hemelwaterzorgplicht. Maatregelen die in het kader van de volksgezondheid en anticiperen op klimaatverandering (beperken wateroverlast) getroffen worden, kunnen tevens bijdragen aan het tegengaan van hitte en droogte. Daar waar kansen zich voordoen, zullen wij een doelmatigheidsafweging doen om deze positieve neveneffecten te bewerkstelligen. Hitte en droogte zijn in dit kader dus niet leidend, maar volgend (zie ook §7.3.4).
7.1 Inzamelen hemelwater Hemelwater niet inzamelen, tenzij … Gemeenten hebben een zorgplicht voor de doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater dat perceeleigenaren redelijkerwijs niet zelf kunnen verwerken. De zorgplicht legt de nadruk op de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar om het hemelwater zoveel mogelijk zelf te verwerken (infiltreren in bodem of lozing op oppervlaktewater). Bebouwde kom In bestaand stedelijk gebied (bebouwde kom) verzamelt de gemeente het (overtollige) hemelwater in met uitzondering van die situaties (oa. inbreidingen en herontwikkelingen) waarbij de particulier zelf zorgdraagt voor het hemelwater. Buitengebied In gebieden met mechanische riolering en bij gebruik van een IBA dient de particulier al het hemelwater op zijn perceel zelf te verwerken. Hier zamelt de gemeente Heerde géén hemelwater in. Het hemelwater mag derhalve niet worden aangesloten op de mechanische riolering. De perceeleigenaar draagt er zorgt voor dat er géén hemelwater aangesloten is op de mechanische riolering, tenzij er voor de aansluiting van hemelwater expliciet en aantoonbaar toestemming is verleend door de gemeente. Indien hemelwater op de mechanische riolering geconstateerd wordt is de perceeleigenaar verantwoordelijk voor het ongedaan maken daarvan c.q. het herstel en de hieraan gerelateerde kosten.
7.2 Voorkomen wateroverlast Water op straat kan hinderlijk zijn (hinder), maar kan ook schade veroorzaken (overlast). In het algemeen is het acceptabel als water bij hevige buien gedurende enige tijd op straat staat. Water op straat in de vorm van hinder zullen we als samenleving moeten accepteren, net als hinder door ondergelopen achterpaden of tuinen. Alleen als er sprake is van echt langdurige hinder kan deze hinder overlast worden. De hinder is vergelijkbaar met sneeuwval: de begaanbaarheid van de weg neemt af. Een keer water tussen de stoepen is lastig, maar kan geen kwaad. In deze situaties wegen gemeenten (dure) maatregelen af tegen hinder en specifieke belangen als toegankelijkheid en begaanbaarheid voor iedereen, zoals voetgangers, fietsers en ouderen. Niet-aanvaardbare vormen van water op straat (overlast) zijn over het algemeen hemelwater dat vanaf de straat gebouwen in stroomt (materiële schade aan woningen, winkels, bedrijven), afvalwater dat in grote mate uit de riolering op straat stroomt (risico’s voor de volksgezondheid)
Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026
35
en/of water op straat dat belangrijke verkeersaders blokkeert (belemmering voor hulpdiensten en economische schade). Dit sluit bij de speerpunten zoals in het RAP benoemd (zie bijlage 2). Meldingen wateroverlast Op de website (www.heerde.nl/Inwoners/Meldingen_vergunningen_ontheffingen/Meldingen) van de gemeente is een meldpunt opgenomen waar bewoners wateroverlast kunnen melden (zie ook §8.2). In de komende planperiode wordt het protocol voor de afhandeling van wateroverlast meldingen geactualiseerd (maatregel H4). Definitie wateroverlast De gemeente spreekt van regen- of afvalwateroverlast indien: • Puur afvalwater (als gevolg van een storing of calamiteit) op straat en/of in huizen of in gebouwen stroomt; • Afvalwater afkomstig uit gemengd rioolstelsel langer dan 2 uur op straat staat, dit stinkt en/of er toiletpapier en andere verontreinigingen in aanwezig zijn (volksgezondheidsrisico); • (Hemel)water via de straat huizen of gebouwen in stroomt. Hierbij wordt het uitgangspunt gehanteerd dat het begane grondpeil (vloerpeil) minimaal 20 cm hoger moet liggen dan het straatpeil, met uitzondering voor panden in het centrumgebied (winkels zonder drempel etc.); • Afvalwater overloopt uit toiletten op begane grondpeil.
Hierbij wordt het uitgangspunt gehanteerd dat de ontluchting van de gebouwen goed functioneert conform Bouwbesluit; • (Hemel)water op straat het verkeer op belangrijke verkeersaders en doorgaande wegen en tunnels ernstig belemmert (waterdiepte > 20cm). De hoofdinfrastructuur en kwetsbare/vitale functies (brandweerkazerne, verzorgingstehuis, ect) dienen bereikbaar te blijven. Bij bovenstaande situaties gaat de gemeente samen met het waterschap en de burger actief op zoek naar doelmatige maatregelen. Het streven is om wateroverlast te voorkomen. Dat kan echter niet in alle (extreme) gevallen gegarandeerd worden. Wij hebben ons de norm opgelegd dat er bij Bui 8 (een theoretische bui die gemiddeld eens in de 2 jaar optreedt) slechts in beperkte mate water op straat voor mag komen en dat er bij deze bui géén sprake mag zijn van wateroverlast. In het kader van klimaatverandering treffen wij klimaatadaptieve maatregelen waardoor ook bij extremere buien overlast voorkomen of beperkt wordt. Wij hanteren daarbij de landelijk gehanteerde klimaatbuien (waaronder 70 mm in een uur).
Figuur 13: Voorbeeld van gestremd verkeer bij wateroverlast
De beschreven werkwijze sluit goed aan bij de strategie dat enkel maatregelen uitgevoerd worden indien deze doelmatig zijn. Deze werkwijze geldt niet alleen voor de in het BRP benoemde locaties, maar ook voor andere wateroverlast situaties en locaties die zich voordoen. In de komende planperiode wordt het (basisrioleringplan) BRP geactualiseerd (maatregel ALG3). In de volgende paragraaf wordt beschreven hoe Heerde anticipeert op klimaatverandering en daarmee de kans op wateroverlast reduceert.
7.3 Strategie anticiperen op klimaatverandering
Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026
36
Het stedelijk gebied zal in de komende decennia klimaatbestendig gemaakt worden om (hemel)wateroverlast, verdroging en/of vernatting van de bodem en hittestress te voorkomen. De gemeente Heerde streeft naar een leefbare omgeving, waarin de negatieve gevolgen van klimaatverandering (in deze context de maatschappelijke ontwrichting en schade aan gebouwen en hoofdinfrastructuur als gevolg van waterschade) zo veel mogelijk worden beperkt. Daarbij hanteert zij de trits “vasthouden – bergen – afvoeren”. Dit houdt in dat in eerste instantie getracht wordt het (gebiedseigen) water zo lang mogelijk – daar waar het valt – vast te houden (infiltratie in de bodem). Indien dit niet mogelijk is dient het afstromend hemelwater lokaal te worden geborgen in vijvers en watergangen. Pas in de laatste instantie – wanneer noch vasthouden en infiltreren, noch bergen afdoende is – kan overwogen worden het water zo traag mogelijk af te voeren naar de omgeving
Figuur 14: Klimaatbestendige inrichting door verlaging in maaiveld bij nieuwbouw de Wendakker
De strategie is tweeledig. In de eerste plaats is het hemelwaterbeleid gericht op het stellen van ontwerpeisen en normen in nieuw gebied(ontwikkelingen), zoals (ver)nieuwbouw en in- en uitbreidingslocaties. Op dergelijke momenten is het mogelijk te kiezen voor een (nieuw) systeem dat voldoet aan de eisen van deze tijd. In de tweede plaats is het beleid gericht op bestaand bebouwd gebied. Hemelwaterbeleid kan daarnaast worden ondersteund door particulier initiatief. Dit geeft kleine voordeeltjes per keer, maar kan op termijn een krachtig middel vormen om het bestaande gemengde rioolstelsel te ontlasten. Dit geldt zowel voor nieuwe gebiedsontwikkelingen als bestaande gebied.
7.3.1 Inrichting en eisen bij nieuw(/ver)bouw De gemeente legt in nieuwe woningbouwplannen een volledig gescheiden rioleringsstelsel aan voor inzameling en verwerking van afval- en hemelwater. Er wordt enkel nog 1 huisaansluiting aangelegd voor de inzameling van afvalwater en dus niet voor hemelwater. Dit betekent dat perceeleigenaar primair zelf zorgdraagt voor de verwerking van hemelwater op particulier terrein. Voor inbreidingsprojecten en nieuwe bedrijventerreinen geldt in beginsel de voorkeur voor een volledig gescheiden stelsel gelijk aan andere nieuwbouwlocaties, tenzij het type bedrijven en transport over het terrein aanleiding geven tot andere keuzes. In dit proces trekken gemeente en waterschap samen op. In algemeenheid geldt dat indien de Watertoets van toepassing is, er sowieso overleg met waterschap Vallei en Veluwe plaats dient te vinden (watertoetsproces). Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026
37
Verdere ontwerpeisen met betrekking tot de inrichting van nieuwe hemelwatersystemen (infiltratieriolen, wadi’s, oppervlakkige afstroming) zijn opgenomen in het Programma van Eisen Inrichting Infrastructuur en Openbare Ruimte en worden worden hierin zonodig geactualiseerd. Dimensionering Nieuwe (ondergrondse) riolering wordt hydraulisch getoetst en moet voldoen aan Bui 08 (T=2) met een minimale waking van 0,20 m. Een bui met een herhalingstijd van 10 jaar (T=10) moet zonder afwenteling naar particulier terrein verwerkt kunnen worden. Om deze reden wordt het stelsel getoetst op eventuele knelpunten met de controlebui Bui 10. In het kader van klimaatverandering wordt de werking van het systeem (ondergronds en bovengronds/ oppervlakkig) ook bij klimaatbuien berekend. Hierbij geldt de eis dat er bij bui T=100 (klimaatbui 70 mm/uur) geen hemelwater woningen, winkels en/of bedrijven in mag stromen. In de dimensionering van nieuwe hemelwatersystemen (bv. ITriool) wordt wel rekening gehouden met afvoer van hemelwater vanaf het gehele particulier terrein. Een gangbare aanpak is 100% van de voorzijde van het perceel (incl. 50% van dakoppervlak).
Waterbergingseisen Figuur 15: Afkoppeling regenpijp - Bron: Bij individuele nieuwbouw van één perceel of kavel moet de GAW Stichting Rioned perceeleigenaar rekening houden met het verwerken van hemelwater op eigen terrein door middel van infiltratie (bijvoorbeeld kratten of een laagte in de tuin). Daarvoor geldt een minimale bergingscapaciteit van 10 mm. Hiermee wordt grofweg 90% van alle buien geinfiltreerd op de plek waar de druppel valt en dit beperkt het plaatsen van kunststof(kratten) in de grond. Deze bergingseis geldt voor alle nieuwe verharding (berekend over het verhard oppervlak van de vergunningplichtige activiteiten, veelal het dakoppervlak). Het overtollige hemelwater stroomt zoveel mogelijk bovengronds zichtbaar af naar oppervlaktewater of openbare voorziening. De lozingspunten mogen het beheer en het onderhoud van watergangen daarbij niet belemmeren. Bij projectmatige nieuwbouw (geldt ook herstructurering, vervangende nieuwbouw, grootschalige (woning-)renovaties) moet de ontwikkelaar/ eigenaar het hemelwater binnen de grenzen van het plangebied verwerken. Dit kan middels infiltratie- of retentievoorzieningen en moet voldoen aan de bergingseis van 60mm in het kader van de Watertoets (zie onderstaand kader). In de berekening mag wel infiltratie (mits goed onderbouwd) worden meegenomen, over een tijdschaal van 24 uur.
Aanvullend daarop geldt vanuit de gemeente de minimale bergingeis van 10mm op eigen perceel. Dit maakt onderdeel uit van de totale bergingseis van 60mm.
Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026
38
Beleid compensatie waterberging van Waterschap Vallei en Veluwe (Beleidsregel Water brengen in een oppervlaktewaterlichaam vanaf nieuw verhard oppervlak) - peildatum 01-06-2021
Doel van de beleidsregel Het doel van deze beleidsregel is de versnelde afvoer van neerslag afkomstig van verhard oppervlak in het beheersgebied te beperken tot de maatgevende afvoer van het landelijk gebied. Een uitbreiding van het verhard oppervlak moet dus in principe, vanuit waterhuishoudkundig oogpunt, waterbalans neutraal plaatsvinden. Doorstroom- en bergingscapaciteit Het watersysteem in stedelijk gebied moet tot een neerslaggebeurtenis die eens in de 100 jaar voorkomt (T=100) blijven functioneren. Dat wil zeggen dat het water binnen de oevers moet blijven. Om dat te kunnen blijven garanderen mag een nieuwe lozing niet tot verslechtering leiden. Waar een lozing niet direct waarneembaar hoeft te zijn, zullen meerdere lozingen bij elkaar uiteindelijk kunnen leiden tot overschrijding van de inundatienorm. Gelet op het gelijkheidsbeginsel worden alle lozingen gelijkwaardig behandeld en gelden voor alle lozingen die niet zijn vrijgesteld dezelfde uitgangspunten. Normbenadering Bij het bepalen van de maatgevende bui is uitgegaan van de neerslaggebeurtenissen die door het KNMI zijn bijgehouden. Daarbij zijn meerdere neerslaggebeurtenissen aan te wijzen (korte en langere buien). Aangezien de bui die in 24 uur valt veelal de meeste maatgevende is, wordt uitgegaan van deze bui met een neerslaghoeveelheid van 87mm.
Het waterschap houdt rekening met een toenemende afvoernorm (ook in een onverharde situatie zal de afvoer hebben toegenomen). Op de in deze beleidsregels opgenomen afvoernormenkaart zijn de geldende afvoernormen in het beheersgebied van Waterschap Vallei en Veluwe weergegeven. Voor stedelijk gebied wordt standaard uitgegaan van een afvoernorm van 1,5l/s/ha onder normale omstandigheden. Bij een T=100 situatie wordt uitgegaan van 2 x de geldende afvoernorm. In stedelijk gebied komt dat, vertaald naar mm per dag, neer op 26 mm/dag. Niet al het water dat vrijkomt gedurende een regenbui, wordt afgevoerd. Een deel zal verdampen en achterblijven op de plek waar het valt (interceptie). Rekening houdend met deze factoren gaat Waterschap Vallei en Veluwe ervan uit dat er zonder voorzieningen 60mm meer geloosd wordt dan in een onverharde situatie. Deze hoeveelheid moet daarom gecompenseerd worden. De wijze waarop deze compensatie wordt gerealiseerd is aan de initiatiefnemer. De initiatiefnemer zal moeten aantonen dat de genoemde hoeveelheid ook vastgehouden kan worden. Vasthouden kan op verschillende manieren. Bergen op het maaiveld (wadi) of in een aan te leggen watersysteem is een optie maar ook onder maaiveld (infiltratiekratten) is mogelijk.
Voor de actuele regels wordt verwezen naar de website van Vallei en Veluwe (https://www.valleiveluwe.nl/wat-doet-waterschap/voldoende-water/regels-rondom-water/)
De dimensionering van retentievoorzieningen en overig oppervlaktewater dient tevens in overleg met het waterschap te worden bepaald in het kader van de Watertoetsprocedure. Daarbij kan in overleg met het waterschap worden gezocht naar maatwerk, gericht op doelmatige oplossingen tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Bouwpeil Bij bouwplannen is een goede aansluiting van belang tussen het bestaande openbaar of particulier gebied en het uitgegeven gebied. Daarnaast heeft het bouwpeil invloed op de ontwateringsdiepte en op de gevoeligheid van gebouwen voor waterschade als er bij hevige neerslag water op straat komt te staan. Het minimaal benodigde bouwpeil dient te worden afgestemd met de gemeente. Om goede afstemming te borgen, vraagt de gemeente voor in- en uitbreidingplannen een gedetailleerd hoogteontwerp die ter toetsing ingediend moet worden. Na goedkeuring wordt het bouwpeil in mNAP door de gemeente verstrekt. Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026
39
Met het oog op het beperken van wateroverlast wordt bij (vervangende) nieuwbouw de begane grond vloer van het gebouw ten minste 20 cm boven boven de kruin van de weg gebouwd. Duurzame bouwmaterialen De gemeente heeft aandacht voor duurzaam bouwen onder andere op het gebied van materiaalgebruik. Verder volgt de gemeente de landelijke ontwikkelingen op het gebied van materiaal toepassingen (met oog op circulariteit) en staat open voor nieuwe innovatieve systemen voor omgang van hemelwater. De keuzes en uitgangspunten staan beschreven in het Programma van Eisen Inrichting Infrastructuur en Openbare Ruimte en worden hierin periodiek geactualiseerd. 7.3.3 Bestaand gebied: afkoppelkansen In bestaand gebied wordt door de gemeente bij rioolvervanging, wegreconstructies (groot onderhoud) of herinrichtingen waar mogelijk en doelmatig hemelwater afgekoppeld van de gemengde rioolstelsels, bijvoorbeeld door de opvang van water in het groen of aanleg van infiltratieriolen. Dit is een continue proces waarbij het streven is om op lange termijn (onderdeel van klimaatbestendige inrichting) een volledig ontvlecht stelsel te hebben tussen transport van afvalwater en verwerking van hemelwater. Voor het afkoppelen van verharding in bestaand gebied is dezelfde beleidsregel van waterschap Vallei en Veluwe van toepassing.
Afkoppelen in beleid Waterschap Vallei en Veluwe (Beleidsregel Water brengen in een oppervlaktewaterlichaam vanaf nieuw verhard oppervlak) - peildatum 01-06-2021
In geval van bestaande bouw waarbij het hemelwater in de bestaande situatie op het gemengd stelsel was aangesloten is het uitgangspunt dat de situatie niet mag verslechteren. Aangezien de bergingscapaciteit in het rioolstelsel beperkt is kan worden gesteld dat het verplaatsen van het hemelwater van het gemengd stelsel naar oppervlaktewater tot minder overstorten zal leiden. Dit is een wenselijke ontwikkeling welke dan ook wordt toegestaan. In geval de nieuwe lozing van hemelwater in een ander peilvak plaatsvindt dan de overstort is het van belang dat het ontvangende oppervlaktewater voldoende capaciteit heeft.
Voor de actuele regels wordt verwezen naar de website van Vallei en Veluwe (https://www.valleiveluwe.nl/wat-doet-waterschap/voldoende-water/regels-rondom-water/) In de praktijk zijn in de afgelopen jaren vooral infiltratie-transportriolen (IT-riolen) voor de verwerking van hemelwater aangelegd. Daarbij kunnen aanwonenden middels een uitlegger de regenwaterafvoer vanaf eigen perceel (doorgaans de verharding aan de voorzijde van de woning incl. voorzijde dakoppervlak) aansluiten op het IT-riool van de gemeente. Dit is alleen bij herinrichtingen in bestaand gebied van toepassing en per project wordt een doelmatigheidsafweging gemaakt. Aanvullend daarop wordt gestimuleerd om zelf het overig verhard oppervlak zoveel mogelijk af te koppelen en het hemelwater op het eigen perceel te laten infiltreren, hetgeen verdroging tegengaat. Meer beschrijving is opgenomen in §7.4. Het IT-riool wordt daarentegen wel gedimensioneerd op 100% afvoer van hemelwater vanaf het gehele particulier terrein. Voor de komende planperiode is er een jaarlijks investeringsbedrag van € 100.000 gereserveerd om verharding van het bestaand gemengd riool te kunnen afkoppelen wanneer zich meeliftkansen voordoen (maatregel H6). Programma grootschalige vervanging brosse gasleidingen De komende jaren vervangt Liander in de gemeente Heerde grootschalig brosse gasleidingen (zie link: https://www.liander.nl/gasleiding).
Dit wordt gedaan om het gasnet zo betrouwbaar en veilig mogelijk te houden. Daarnaast draait Vitens een soortgelijk programma voor de vervanging van drinkwaterleidingen.
Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026
40
Wat zijn brosse leidingen? In het verleden zijn de grijs gietijzeren- en asbestcementleidingen toegepast als hoofdleidingen in het gasdistributienet. Dit zijn grondroeringsgevoelige leidingen. In uitzonderlijke gevallen kunnen er op lange termijn lekken in deze leidingen ontstaan, bijvoorbeeld in gebieden waar de grond verzakt of als de leiding een straat kruist met veel zwaar verkeer. Om deze reden vervangt Liander de komende jaren deze leidingen door modernere materialen (kunststof of staal). Inmiddels zijn alle grondroeringsgevoelige gasleidingen met een groot risico op lekken vervangen. Het vervangen van de overige grondroeringsgevoelige gasleidingen kost tijd. Liander heeft in overleg met het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) meerjarige vervangingsprogramma’s opgesteld. Volgens deze afspraak vervangt Liander dit soort gasleidingen voor 2032. Om de overlast zoveel mogelijk te beperken, is het streven van Liander om zoveel mogelijk aan te sluiten bij andere werkzaamheden, zoals de vervanging van een riool en/of herinrichting van de straat. Wel staat veiligheid altijd voorop voor Liander. Dit betekent dat gasleidingen toch worden vervangen als het niet mogelijk is om bij andere werkzaamheden aan te sluiten binnen de afgesproken planning. De gemeente Heerde bevinden zich nog veel brosse gasleidingen. Het vervangingsprogramma heeft de komende jaren behoorlijk impact.
Daarnaast biedt dit ook meeliftkansen om (versneld) verharding af te koppelen. In het komend jaar wordt de vervangingsplanning van vrijverval riool (ook groot onderhoud en reconstructies wegen) met het oog op deze ontwikkelingen geactualiseerd en de planning zoveel mogelijk afgestemd met Liander en Vitens (maatregel H5). 7.3.4 Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie De gemeente Heerde werkt stap-voor-stap en in zowel regionaal verband als individueel aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. Regionaal zijn de kwetsbaarheden op het gebied van wateroverlast, hitte en droogte in beeld gebracht in een klimaateffectatlas. We hebben risicodialogen gevoerd, op regionale schaal. Daarnaast hebben we onderling veel kennis uitgewisseld en een regionaal netwerk ontwikkeld. In 2021 vindt een nadere lokale uitwerking plaats van de regionaal uitgevoerde stresstest; mede op basis van de uit de praktijk bekende knelpunten. Aan de hand daarvan worden lokale risicodialogen uitgevoerd. De volgende stap is om de specifieke lokale opgaven te bepalen ten aanzien van de vier ambities uit het RAP. In regionaal verband wordt een werkplan opgesteld voor de komende twee jaar.
Heerde stelt op basis van de uit te voeren lokale risicodialogen, de vier RAP thema’s en het werkplan de komende jaren haar eigen uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie op, zowel voor de korte als voor de lange termijn (maatregel H1). Toerekening van (klimaatadaptatie) kosten aan taakveld Riolering Alleen kosten van maatregelen en investeringen die vallen onder de afvalwater-, hemelwater-, en/of grondwaterzorgplicht mogen bekostigd worden uit de rioolheffing. De DPRA aspecten wateroverlast en droogte vallen respectievelijk (grotendeels) onder de hemelwater- en grondwaterzorgplicht. De aspecten overstroming (vanuit oppervlaktewater) en hitte niet.
In dit GRP wordt op klimaatverandering geanticipeerd middels het (actuele) beleid ten aanzien van ontwerpnormen en berging bij nieuwbouw en worden meekoppelkansen benut om het bestaande stelsel robuust te maken. Tevens wordt jaarlijks een investeringsbedrag gereserveerd teneinde in Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026
41
2050 een klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte gerealiseerd te hebben (maatregel H7).
7.4 Communicatie en participatie De gemeente zet de komende jaren in op het voorlichten van haar inwoners over klimaatverandering en de gevolgen hiervan ten aanzien van onder andere het frequenter optreden van water op straat (leren accepteren). Daarnaast spant de gemeente zich in om alle kernen klimaatrobuust te maken. Het is belangrijk om hier actief over te communiceren. Zodat men weet wat en waarom de gemeente deze maatregelen neemt en wat men zélf kan doen. Echter een groot percentage van de grond binnen de gemeentegrens is in particulier eigendom. Daarom is klimaatadaptatie, waaronder het tegengaan van wateroverlast, een gezamenlijke verantwoordelijkheid van burgers, bedrijven, gemeente en waterschap. De gemeente Heerde wil daarom ook bewoners stimuleren om ook zélf op eigen terrein maatregelen te treffen zoals afkoppeling (infiltratie of laagte in de tuin) of het vergroenen van de tuin (verwijderen verharding).
Figuur 16: Regenton als voorbeeld van particulier initiatief
Het effect van ‘ontharden’ (ont-tegelen) van tuinen wordt steeds belangrijker, omdat de particuliere ruimte een groot deel van het binnenstedelijk gebied inneemt. De tendens in Nederland is dat er steeds meer tuinen (al dan niet in zijn geheel) voorzien worden van bestrating en het hemelwater afgevoerd wordt naar de riolering. Hierdoor infiltreert het water niet meer in de tuin en komt meer water in de riolering - ook tijdens intensieve neerslag. Dit doet niet alleen deels de inspanning teniet die gedaan is om verhard oppervlak af te koppelen, het vergroot ook de kans op wateroverlast én verergert de droogteproblematiek.
Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026
42
Participatie Heerde zet de komende jaren actief in op de participatie van inwoners en het bedrijfsleven, communiceren en stimuleren. Daarvoor maakt de gemeente gebruik van het participatieplatform Citizenlab. Dit platform wordt gebruikt om het afkoppelen onder de aandacht te houden. Voor voorlichting, campagnes en eventueel additionele personele middelen voor communicatie, participatie en samenwerking en andere informatieverstrekking wordt een jaarlijks budget gereserveerd (maatregel H3). De gekozen strategie daarbij is verleiden in plaats van verplichten. De gemeente neemt daarbij de regie en zal als initiator inzetten op een wijk-, buurt- en/of straatgerichte aanpak om bewoners mee te nemen om hun woning af te koppelen, tuin te vergroenen/ontharden. Om dit in de komende periode extra kracht bij te zetten, gaan we de inzet van afkoppel-subsidieregeling onderzoeken en de details daarvan uitwerken (maatregel H2). Te denken valt hierbij aan een vergoeding voor aanschaf van een regenton. Op die manier kunnen straatbewoners ook elkaar inspireren, meenemen en samen met een mogelijke subsidie van gemeente/waterschap/provincie in hun straat de wateroverlast beperken, vergroenen (wateroverlast/hittestress) en droogte beperken (door infiltratie). Verplichten of stimuleren Heerde zet in op het vergroten van bewustwording en stimuleren door communicatie.
Wij zijn van mening dat dit leidt tot meer acceptatie en resultaat dan verplichten of verbieden. Mochten de resultaten onbevredigend zijn, dan kán op termijn gekozen worden voor regulatie. Dit kan vormgegeven worden door regels op te nemen in het omgevingsplan ten aanzien van bijvoorbeeld een maximaal verhardingspercentage van een kavel. De gemeente is zich wel bewust van de (nieuwe) juridische mogelijkheden, oa opstellen hemelverordening, afdwingen waterberging en infiltratie, aanleg groene daken, maximaal percentage verharding). Dit zijn denkbare richtingen die komende planperiode nader kunnen worden uitgewerkt voordat het omgevingsplan in werking treedt.
7.5 Beheer en onderhoud oppervlaktewater Het beheer en onderhoud van oppervlaktewater (o.a. Apeldoorns Kanaal, de Grift, diverse sprengen en beken) binnen de bebouwde kom ligt bij Waterschap Vallei en Veluwe. Dit is gericht op: • Oppervlaktewater met functies: waterafvoer, wateraanvoer en waterberging; • Alle peil- en debiet regulerende kunstwerken (stuwen en gemalen) in wateren met een waterhuishoudkundige functie. Water in stedelijk gebied vereist een andere onderhoudsbenadering dan in het landelijk gebied, onder meer vanuit stedenbouwkundig oogpunt. Het waterschap stemt het onderhoud af op de functie van de watergang en de betekenis van het water voor de omgeving. De zak- en bermsloten, even als wadi’s, vallen wel onder beheer en onderhoud van de gemeente Heerde. Deze sloten hebben een functie voor opvang van afstromend hemelwater vanaf de weg en fungeren als ontwatering voor de aanliggende percelen. Figuur 17: Beekloop in Heerde
Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026
43
7.6 Uitvoeringsprogramma hemelwater Onderstaand zijn de maatregelen omschreven die worden uitgevoerd in het kader van de hemelwaterzorgplicht.
Nr.
Omschrijving
2022
2023
2024
2025
2026
Type
H1
Uitvoering lokale risicodialoog en vaststellen ambitieniveau
x
x
x
x
x
Reguliere uren
H2
Bijdrage uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie (oa subsidie afkoppelen - bijdrage particulieren)
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
Exploitatie
H3
Communicatie, voorlichting, participatie additionele personele middelen t.a.v 1.500 klimaatadaptatie/wateroverlast (bewustwording, stimuleren afkoppeling)
1.500
1.500
1.500
1.500
Exploitatie
H4
Opstellen voor protocol tbv afhandeling wateroverlast meldingen
x
x
x
x
x
Reguliere uren
H5
Afstemmen rioolvervangingsplanning op planning Brosse leidingen Liander
x
x
x
x
x
Reguliere uren
H6
Meeleggen IT riool bij wegreconstructies 100.000 100.000 100.000 100.000 100.000 Investering en/of rioolvervanging (oa afkoppelen)
H7
Bijdrage klimaatbestendige (bovengrondse) inrichting
100.000 100.000 100.000 100.000 100.000 Investering
Bedragen op basis van prijspeil 2020/2021
Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026
44
8
Grondwaterzorgplicht
In dit hoofdstuk wordt de strategie beschreven ten aanzien van de grondwaterzorgplicht; op welke wijze gaat gemeente Heerde invulling geven aan de (in hoofdstuk 5 gestelde) doelen voor de komende jaren. Het hoofdstuk wordt afgesloten met het uitvoeringsprogramma grondwaterzorgplicht.
8.1 Inzamelen grondwater Grondwater niet inzamelen, tenzij… De gemeente Heerde heeft de grondwaterzorgplicht in stedelijk gebied. Het grondwater laat zich echter slechts ten dele beheersen omdat dit een natuurlijk proces betreft. Hierin hebben we als maatschappij wel nadrukkelijk ingegrepen middels waterlopen, polders, drainage, drinkwaterwinningen en dergelijke. Hiermee samenhangend is voor bepaalde aspecten van het grondwater een zorgplicht toegekend aan enkele overheden, waaronder de gemeente. Verantwoordelijkheden op een rijtje In de Wet gemeentelijke watertaken zijn de taken en de daarmee samenhangende verantwoordelijkheden als volgt verdeeld: • De particulier is verantwoordelijk voor de goede staat van zijn eigendom. Hij zorgt voor bouwkundige of waterhuishoudkundige voorzieningen op zijn eigen terrein en voor de eigen woning (zoals een vochtdichte vloer of een lekvrije kelder). • De gemeente is het aanspreekpunt (loket functie) voor de burger. Zij behandelt klachten en zorgt voor een doelmatige aanpak van grondwaterproblemen, ook als grondeigenaar van het openbare gebied. Pas als aanpak door de particulier niet doelmatig is en de problemen structureel zijn, is het aan de gemeente om in het openbare gebied maatregelen voor de afvoer van overtollig grondwater te treffen. • Het waterschap beïnvloedt via het oppervlaktewaterpeil de grondwatersituatie.
Ook zorgt het waterschap voor de afvoer van door de gemeente of particulier ingezameld grondwater via de leggerwatergangen • De provincie is strategisch grondwaterbeheerder. Dat wil zeggen dat de provincie erop toeziet dat er voldoende grondwater van de gewenste kwaliteit beschikbaar is. In dit kader geeft de provincie vergunningen af, bijvoorbeeld aan de drinkwaterbedrijven, voor grote industriële onttrekkingen en voor warmte- en koude opslag. Overige grondwateronttrekkingen vallen onder verantwoordelijkheid van de waterschappen. De provincie is verantwoordelijk voor het innen van de grondwaterheffing. De taak van de gemeente voor de grondwaterstand in stedelijk gebied is om maatregelen in de openbare ruimte te overwegen als er grondwateroverlast is. De strategie om op doelmatige wijze invulling te geven aan de grondwaterzorgplicht staat beschreven in § 8.2 en 8.3.
8.2 Bestaande grondwateroverlast De gemeente is voor de inwoners en bedrijven het eerste aanspreekpunt voor alle waterzaken. Op de website en via de plaatselijk huis-aan-huisblad (de Schaapskooi) plaatst de gemeente praktische informatie en voorlichting naar inwoners over afvalwater, hemelwater en grondwater. Zo wordt invulling gegeven aan haar loketfunctie. In de komende planperiode wordt de pagina op de website van de gemeente geactualiseerd (maatregel G1). Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026
45
De website bevat tevens een meldpunt waar bewoners terechtkunnen met water gerelateerde vragen (www.heerde.nl/Inwoners/Meldingen_vergunningen_ontheffingen/Meldingen). Daarop staat wanneer een inwoner contact op dient te nemen en waarvoor zij de gemeente kunnen benaderen. Meldingen die bij de gemeente binnenkomen worden geregistreerd in het meldingssysteem en volgens afgesproken regels afgehandeld door deskundige medewerkers. Door de registratie ontstaat meer inzicht in de aard en oorzaken van meldingen. In de komende planperiode wordt het protocol voor de afhandeling van grondwateroverlast meldingen geactualiseerd (maatregel G4). Hinder of structurele overlast De perceeleigenaar is in principe zelf verantwoordelijk voor de verwerking van overtollig grondwater. Indien er in stedelijk gebied sprake is van structureel nadelige gevolgen (overlast) van de grondwaterwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming, dan krijgt de gemeente een zorgplicht. Dit betekent dat de gemeente maatregelen (bv. overtollig grondwater aanbieden op aangrenzend oppervlaktewater of aanwezige HWAriolering) moet treffen waarmee de problemen zoveel mogelijk worden voorkomen of beperkt. Deze gemeentelijke zorgplicht geldt alleen als het gaat om maatregelen die doelmatig zijn en niet tot de verantwoordelijkheid van het waterschap of provincie behoren.
Figuur 18: Voorbeeld omgaan hemel- en grondwater op eigen perceel
Beoordeling: Van structurele grondwateroverlast wordt pas gesproken als er aantoonbaar sprake van één of meer van de onderstaande situaties als direct gevolg van hoge grondwaterstanden: • Gezondheidsklachten (risico volksgezondheid) voor bewoners/gebruikers van panden; • Schade aan gebouwen en/of infrastructuur (ondanks dat is voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit); • De primaire functie van de aan de grond gegeven bestemming is niet meer mogelijk. De gemeente beoordeelt de grondwateroverlast als structureel indien: • De situatie zich aantoonbaar drie maanden of langer aaneengesloten voordoet, gedurende minimaal twee opeenvolgende jaren. Als gevolg van de natuurlijke dynamiek kunnen grondwaterstanden fluctueren. Bij incidenteel hoge grondwaterstanden heeft de gemeente geen taak; de particulier moet dit accepteren of zelf maatregelen treffen om de hinder te beperken. In de beoordeling kijkt de gemeente ook of de particulier voldoende invulling heeft gegeven aan de eigen verantwoordelijkheden: • De perceeleigenaar is primair verantwoordelijk voor het tegen gaan van grondwateroverlast of onderlast op eigen terrein. Dit geldt ook voor funderingsproblemen; • Hetzelfde is van toepassing bij een grondwaterstand als gevolg van schijngrondwaterstand. Dit fenomeen komt voor als er sprake is van een water afsluitende klei- of leemlaag die boven de grondwaterstand zit.
Hier kan het water langdurig op blijven staan en overlast tot gevolg hebben. Het lokaal verbeteren van de bodemopbouw is tevens een verantwoordelijkheid van de particulier; • De eigenaar moet zorgen dat voldaan wordt aan de bouwkundige regelgeving, o.a. zodat ondergrondse gebruiksruimtes van panden, zoals kelders of souterrains, volgens de bouwregelgeving vochtdicht zijn. Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026
46
Bij structurele problemen op zowel particulier als openbaar terrein streeft de gemeente naar een gezamenlijke en doelmatige oplossing. Een maatregel wordt doelmatig geacht wanneer de kosten voor het treffen in verhouding staan tot de nadelige gevolgen. Inzicht in grondwatersituatie In de gemeente Heerde wordt grondwater niet of nauwelijks als probleem ervaren. Er zijn weinig tot geen locaties met meldingen en klachten van (te) hoge grondwaterstanden. Wij zien grondwater als een natuurlijk verschijnsel. Klimaatverandering kunnen zorgen voor een verdere verlaging en verhoging van de grondwaterstanden in de fluctuatiezones aan de rand van de Veluwe en in de kwelzones die onder invloed zijn van de IJssel. Hiervan zijn we ons bewust en gaan per gebiedstype specifiek beleid/kaart op stellen (maatregel G2). Grondwatermeetnet De gemeente Heerde maakt gebruik van een grondwatermeetnet waarin de grondwaterstand wordt gemonitord met circa 50 peilbuizen. Dit meetnet is in beheer van Vitens en de grondwaterstandmetingen zijn te raadplegen via het DINO-loket en grondwateronline.nl.
Dit wordt enerzijds gebruikt om een indicatie te krijgen van (de verandering van) de lokale grondwaterstanden (ook in verband met potentiële droogte problematiek) en anderzijds voor een zorgvuldige afhandeling van eventuele meldingen en klachten (het meetnet leidt tot voldoende inzicht in de grondwaterstanden in stedelijk gebied). Er zijn geen locaties met structurele grondwateroverlast bekend. Dit onderschrijft het beeld dat uit de grondwaterstandmetingen Figuur 19: Meetpunt grondwater Kerkstraat in DINO loket naar voren komt. Grondwatermaatregelen bij rioolvervanging Bij werken in de openbare ruimte, zoals bij rioolvervanging of renovatie (relining, reparatie van binnenuit), is de gemeente alert op een ongewenste stijging van de grondwaterstand als gevolg van het wegvallen van een eventuele drainerende werking van oude lekkende riolen. Een groot deel van de riolering ligt echter boven de grondwaterstand, waardoor er geen sprake is van een drainerende werking, maar indien nodig (bij vermoeden lek riool en impact op grondwaterstand) legt de gemeente drainage mee met de nieuwe riolering. Bronneringswater Het waterschap is bevoegd gezag voor de grondwateronttrekkingen, o.a. tijdens bouwwerkzaamheden. De wijze van lozing van bronneringswater vindt in eerste instantie tevens in overleg met het waterschap plaats, bij voorkeur op het oppervlaktewater.