CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoek Jeug en de Nieuwe Route.pdf

Commissie Samenleving 14 juni 2022, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 9: Rekenkameronderzoek Jeugd en de Nieuwe route20.702 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Als extra toelichting wordt bijvoorbeeld meer toezicht op straat genoemd. Enkele jongeren vragen om praktische hulp bijvoorbeeld bij het vinden van vrijwilligerswerk, bijbaantjes of wegwijs gemaakt worden in wat er allemaal nog verder te doen is. Gesproken scholen De gesproken scholen geven allemaal aan dat zij de participatie van ouders en leerlingen belangrijk vinden. Zij passen in de praktijk de reeds bekende vormen van participatie toe. Twee van de drie gesproken scholen hebben een leerlingenraad en één school is bezig die op te richten . Ouders hebben zitting in een ouderraad en daarnaast is er inspraak via de medezeggenschapsraad op school. Alle drie de gesproken scholen geven aan dat zij een nog actievere vorm van inspraak wel belangrijk vinden, maar dat er op korte termijn geen concrete inspanningen op dit vlak zijn te verwachten. Wel zouden ze graag verder geïnspireerd worden op welke manier ouder- en leerlingenbetrokkenheid op scholen bevorderd kan worden. Alle drie de gesproken scholen geven eveneens aan dat zij de betrokkenheid van buurtbewoners in de school en betrokkenheid van hun leerlingen in de buurt en in Heemstede zouden willen. Onderzoeksvraag 4. Hoe is het netwerk van jeugdvoorzieningen georganiseerd? Beantwoording op hoofdlijnen: In de gemeente Heemstede zijn er verschillende vormen van jeugdvoorzieningen beschikbaar.

Dicht bij het gezin, in de eigen omgeving, bevinden zich informele opvoeders, zoals buren en familie. Verder bevinden zich in de eigen omgeving andere instanties die ondersteuning bieden, zoals scholen, kindcentra en verenigingen. Wanneer meer zorg nodig is doordat een gezin vragen of kortdurende hulp nodig heeft, kunnen zij terecht bij het preventieve aanbod in Heemstede. Hieronder valt ook het CJG. Wanneer het preventieve aanbod of kortdurende hulp onvoldoende is, kan het CJG opschalen naar jeugdhulp. Gezinnen kunnen ook bij jeugdhulp terechtkomen door externe verwijzers: de huisarts, rechtbank of Veilig Thuis. De partners ervaren de samenwerking binnen het netwerk van jeugdvoorzieningen in Heemstede overwegend positief. Er is een aantal verbeterpunten: de verbinding met preventieve voorzieningen en de sportverenigingen betrekken in het netwerk. Onderbouwing Schets van het netwerk van jeugdvoorzieningen In onderstaand figuur, afkomstig uit een presentatie van de regio Zuid-Kennemerland, schetst de gemeente het beoogde netwerk van de jeugdvoorzieningen in Heemstede.

Bevindingen uitvoering

28

Het Beleidsplan Sociaal Domein (2020-2023) geeft aan dat het informele netwerk van familie, buurtbewoners, vrienden, vrijwilligers de basis vormt van het netwerk van de gezinnen. Andere instanties die ondersteuning bieden bevinden zich ook in de eigen omgeving, zoals scholen, kindcentra en verenigingen. Gezinnen die geen hulp behoeven hebben voldoende aan deze ondersteuning. Een gezin dat vragen heeft, of wel wat hulp kan gebruiken, komt terecht bij het preventieve jeugdhulpaanbod. Hieronder vallen consultatiebureaus, jeugd/jongerenwerk, buurtgezinnen, vrijwilligers, school, kindcentra en het Centrum Jeugd en Gezin (CJG). Het CJG biedt naast het preventieve aanbod ook aanvullende ondersteuning in de vorm van informatie, advies en kortdurende hulp. Het CJG schakelt over naar jeugdhulp als hun vorm van ondersteuning onvoldoende is en/of de problemen al voorbij het punt van kortdurende hulp zijn. De route via het CJG is niet de enige route die gezinnen kunnen lopen naar jeugdhulp. Gezinnen kunnen ook via andere verwijzers bij jeugdhulp uitkomen. Andere verwijzers zijn de huisarts, de rechtbank en Veilig Thuis. Het CJG stelt een integraal gezinsplan op met input uit alle levensgebieden (schuldhulp, bijzondere bijstand, woonruimte, maatschappelijk werk en volwassenzorg). Dit integraal gezinsplan maakt het mogelijk ambulante hulp, jeugd-GGZ of jeugdhulp in te schakelen.

De gemeente is zowel financier als partner van zorgaanbieders doordat het CJG onderdeel is van de gemeente en ook zorg aanbiedt. Ervaringen met het netwerk van jeugdvoorzieningen Uit interviews met professionals en ambtenaren komt naar voren dat zij zien dat partijen veel samenwerken. Veelal wordt aangegeven dat het contact en de samenwerking met de gemeente/het CJG goed is als daar veel mee wordt samengewerkt. Een aantal multidisciplinaire overleggen vindt plaats in Heemstede, zoals het “peilstokken overleg” en het “sociaal overleg”. Tevens zijn bij de nieuwe verwervingsstrategie (inkoop jeugdhulp) veel bijeenkomsten geweest met aanbieders en cliëntvertegenwoordigers over de transformatie. De gemeente wil een strategisch partnerschap met de aanbieders. De ervaringen met de onderlinge samenwerking zijn, zo blijkt uit de ontwikkelkamer, overwegend positief. Dit heeft volgens meerdere respondenten ook te maken met het feit dat de gemeente Heemstede ervoor kiest om de toegang zelf en niet zoals in andere gemeenten via een

Bevindingen uitvoering

29

regionale organisatie, vorm en inhoud te geven. Daarmee is sprake van een sterke lokale verbinding met andere partners. Naast positieve punten noemen de professionals en ambtenaren ook verbeterpunten. Meest genoemd is de netwerkvorming tussen de preventieve jeugdvoorzieningen en de andere (meer curatieve) voorzieningen. Zij geven tevens aan dat de samenwerking het casusniveau niet overstijgt. Overigens wordt ook op dat vlak de samenwerking met verschillende hulpverleners rondom een casus als onvoldoende ervaren. Ook zijn er verbetermogelijkheden benoemd in de samenwerking met het voortgezet onderwijs. Professionals ervaren dat zij minder contacten hebben met scholen zodat ze niet vroeg genoeg signalen ontvangen over kinderen die dreigen af te glijden. Daarop aansluitend blijkt uit de ontwikkelkamer dat samenwerking met sportverenigingen niet bestaat. Zij geven aan dat het heel moeilijk is om bij sportverenigingen binnen te komen, maar dat deze wel een belangrijke rol kunnen spelen in het netwerk. Een ander verbeterpunt dat uit de gesprekken kwam, is verknoping van kleine aanbieders van voorzieningen aan de partners in het netwerk. Kleine aanbieders voelen zich geen onderdeel van een groter netwerk. De meeste aanbieders geven aan dat het grootste deel van de verwijzingen via de huisarts binnenkomt.

Dit komt ook naar voren uit het casusonderzoek: iets meer dan de helft van de onderzochte casussen is bij jeugdhulp gekomen via een verwijzing van de huisarts. De gemeente zet in op praktijkondersteuners bij de huisartsen om hen aan te sluiten op de bestaande netwerken van partners. Een herkenbaar punt voor professionals is dat de jongeren in Heemstede soms moeilijk in beeld te krijgen zijn doordat er “olifantenpaadjes” bestaan en er via particuliere weg oplossingen worden gezocht. Deze groep blijft daardoor buiten het beeld van de diverse partners. Onderzoeksvraag 10. Welke rol speelt burgerparticipatie, in navolging van het opvolgonderzoek, in deze netwerkvorming? Beantwoording op hoofdlijnen: Burgerparticipatie wordt gezien als een belangrijk thema in de gemeente Heemstede. In de praktijk blijkt dat jongeren lastig te betrekken zijn in de netwerkvorming. In de netwerkvorming van jeugdvoorzieningen wordt verwacht dat ook buren, vrijwilligers, de sportcoach en de onderwijzer worden verbonden aan het netwerk. De burgerparticipatie in de netwerkvorming van jeugdvoorzieningen geeft de gemeente vorm via bijeenkomsten met ouders, jeugdigen en aanbieders. De ervaring van veel professionals is dat jongeren moeilijk bereikbaar zijn voor vormen van participatie. Er waren mooie plannen gemaakt voor burgerparticipatie, maar deze zijn niet gerealiseerd door de coronamaatregelen.

Het project “raadslid in de klas” liep en de ambitie is dat weer op te starten. Onderbouwing Opvolgonderzoek In 2016 heeft het onderzoek ‘Burger aan Zet’ plaatsgevonden. Dit onderzoek volgde het onderzoek uit 2008 ‘Voor en door burgers’ op. De aanleiding voor het opvolgonderzoek uit 2016 was drieledig: ▪ Enige onvrede over verloop en de resultaten van participatietrajecten; ▪ De vraag wat is gedaan met de aanbevelingen van het rekenkamer onderzoek uit 2008; ▪ De behoefte te weten hoe de gemeente anticipeert op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van overheids- en burgerparticipatie.

Bevindingen uitvoering

30

Naar aanleiding van het onderzoek zijn er concrete aanbevelingen aan zowel de raad als het college gedaan (zie hieronder). Van de vertaling en toepassing van deze aanbevelingen is in de praktijk nog onvoldoende terug te zien. Aanbevelingen Raadswerkgroep Burgerparticipatie ▪ Maak een voorstel voor de actualisatie van het plan van aanpak voor de herijking van het participatiebeleid (Collegebesluit 2014) en voorzie die van een nieuwe planning. ▪ Doe een voorstel voor een korte notitie met uitgangspunten en instrumenten voor participatie. Het afwegingskader van ProDemos3 kan daarbij behulpzaam zijn. ▪ Besluit in de raad over deze voorstellen. ▪ Communiceer ze daarna breed met alle betrokkenen bij het participatieproces dus zowel inwoners, ambtenaren als raadsleden. Aanbevelingen aan de raad: ▪ Geef bij elk project aan welk proces van burgerparticipatie passend is en waarom. ▪ Maak van tevoren duidelijk hoe de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad zich verhoudt ten opzichte van de deelnemers. Maak transparant wie de uiteindelijke beslissing neemt bij de afronding van een burgerparticipatietraject. Leg ook helder uit waarom de verantwoordelijkheden er zo uitzien. ▪ Stel bij elk project met burgerparticipatie van tevoren de planning en de marsroute inclusief de besluitvormingsmomenten vast. ▪ Rond elk project met burgerparticipatie af met een evaluatie.

Gebruik de evaluaties als bouwstenen voor de leerervaringen vanuit de burgerparticipatietrajecten en maak deze periodiek bespreekbaar met zowel ambtelijk medewerkers, raadsleden, collegeleden en wellicht ook de deelnemers zelf. Op die manier blijft het onderwerp altijd goed op de agenda staan en is er voortdurend de mogelijkheid om de aanpak waar nodig aan te passen of bij te sturen. ▪ Bespreek de voortgang van het plan van aanpak in combinatie met de leerervaringen eens per jaar met de raad.

Rol burgerparticipatie in netwerkvorming Burgerparticipatie wordt gezien als een belangrijk thema in de gemeente Heemstede, dit komt naar voren in zowel de beleidsstukken als de gesprekken met ambtenaren. In het netwerk van jeugdhulpvoorzieningen is duidelijk een verwachting van burgerparticipatie te zien. In de eigen omgeving van een gezin verwacht de gemeente Heemstede dat familie en buren een handje helpen. In het preventieve jeugdhulpaanbod wordt daarnaast verwacht dat vrijwilligers helpen met de uitvoering van de hulp. In de gesprekken met de ambtenaren en de raad werd deze verwachting ook uitgesproken, zo wordt de wens uitgesproken dat ook de buurman, de trainer en de leerkracht moet worden verbonden aan het netwerk. Praktijk van burgerparticipatie De burgerparticipatie in de netwerkvorming van jeugdvoorzieningen geeft de gemeente vorm via bijeenkomsten met ouders, jeugdigen en aanbieders, Zo spreekt de gemeente in regionaal verband bijvoorbeeld met jeugdigen en hun ouders over het thema “zo lang mogelijk thuis ondersteunen”. Ook spreekt de gemeente in regionaal verband regelmatig met familieraden van aanbieders die jeugdhulp bieden. In de familieraden zijn de jeugdigen die jeugdhulp krijgen vertegenwoordigd. Ook spreekt de gemeente Heemstede lokaal regelmatig met de directeuren van de in Heemstede gevestigde scholen.

Tijdens de raadsessie hebben raadsleden aangegeven dat jongeren erg moeilijk bereikbaar zijn voor participatie. Bovendien zijn bestaande initiatieven verhinderd als gevolg van de coronamaatregelen. Het project ‘raadslid in de klas’ liep wel en wordt weer opgestart. Scholen geven aan dat zij de jongeren en ouderparticipatie vormgeven via een jongeren-/ leerlingenraad en ouderraad en inspraak via de MR. Scholen geven hiernaast aan zij graag geïnspireerd worden welke andere manieren er zijn. Ook de andere respondenten zoals de politie geven aan dat zij het lastig vinden jongeren duurzaam te betrekken bij inspraak. Vanuit het jongerenwerk en het brede welzijnswerk zijn er initiatieven op dit vlak.

Bevindingen uitvoering

31

3.3

Toetsing aan normenkader Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: ▪ Voldoet niet: dit betekent dat op geen enkele wijze (0%) wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet beperkt: dit betekent dat voor een klein deel (<=50%) wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel (>50%, <75%) wel dan niet wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet grotendeels: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte (>75%) wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet: dit betekent dat volledig (100%) wordt voldaan aan de norm. Norm De Nieuwe Route wordt toegepast door de betrokken professionals en de gezinnen.

De elementen van De Nieuwe Route zijn passend bij het vastgestelde participatiebeleid.

Toetsing Voldoet beperkt. ‘De Nieuwe Route’ wordt toegepast door het CJG en lijkt het meest toepasselijk voor situaties met meervoudige problematiek, zo blijkt uit de interviews. Daarnaast blijkt dat er nog niet overal volgens de nieuwe route wordt gewerkt omdat de implementatie is achtergebleven mede door corona. Andere professionals zijn enigszins tot redelijk op de hoogte van ‘De Nieuwe Route’ of passen elementen van deze werkwijze toe in hun handelen. Uit de interviews blijkt dat ‘De Nieuwe Route’ geen dagelijks en expliciet leidend handelingsperspectief is voor deze professionals en de bekendheid met elementen uit deze werkwijze te relateren zijn aan nieuwe inzichten in het eigen domein en landelijke verschuivingen op dit vlak. Daarbij is De Nieuwe Route één van de methoden die ingezet worden binnen het hele jeugdveld. Voldoet merendeels. De visie achter zowel ‘De Nieuwe Route’ sluit aan bij het vastgestelde participatiebeleid. Deze gaat uit van een actieve regie en betrokkenheid van bewoners. Verschillen zijn er ook: ‘De Nieuwe Route’ gaat uit van een gedeelde regie tussen professionals, informele ondersteuners en de gezinnen. Het participatiebeleid gaat uit van een faciliterende rol van de gemeente met een toetsing op de kaders.

Bevindingen uitvoering

32

Klik hier en voeg via Invoegen Afbeeldingen een foto in. Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.

4

BEVINDINGEN RESULTATEN

Bevindingen uitvoering

34

4. Bevindingen resultaten 4.1

Inleiding In dit hoofdstuk staat de beantwoording van de volgende onderzoeksvragen centraal: 5. Welke resultaten zijn er inmiddels geboekt? 11. Leidt ‘De Nieuwe Route’ tot een positiever en duurzamer effect van de ondersteuning? 12. Leidt ‘De Nieuwe Route’ tot de beoogde samensturing op het niveau van individuele hulpverlening en buurten of wijken? 13. Is sprake van een netwerk van jeugdvoorzieningen en netwerksamenwerking en functioneert dat voldoende (ook in het licht van ambities)? 14. Welke resultaten zijn er in de toekomst nog te verwachten? 6. Op welke wijze vult de raad haar controlerende rol in met betrekking tot Jeugd? Deze vragen zijn in de volgende paragrafen beantwoord. Steeds wordt gestart met het antwoord op de vraag, daarna volgt de onderbouwing. Afgesloten wordt met een toetsing aan het normenkader.

4.2

Resultaten Onderzoeksvraag 5. Welke resultaten zijn er inmiddels geboekt? Beantwoording op hoofdlijnen:

De gegevens op de beleidsindicatoren bieden geen duidelijk zicht op het doelbereik doordat ze weinig zeggingskracht hebben of de gegevens van (ver) voor 2020 dateren. Op een aantal vlakken boekt de gemeente resultaten. Zo is er meer aan preventie gedaan door middel van buurtgezinnen en homestart, zijn rookvrije ruimtes gerealiseerd en is ook gestart met praktijkondersteuners Jeugd-GGZ bij huisartsen. Tot slot zijn sinds 2018 een tweetal gedragswetenschappers aangesteld in het CJG waarmee er volgens de gestelde uitgangspunten wordt gewerkt. Onderbouwing Ter beantwoording van deze vraag is een tweetal bronnen gehanteerd die inzicht bieden in de behaalde resultaten op het brede jeugddomein. Jaarrapportage sociaal domein 2019 In 2019 heeft de Gemeente Heemstede een jaarrapportage van het sociaal domein uitgebracht. Deze jaarrapportage sluit meer aan bij de informatie die vanaf 2020 zal worden aangeboden. Vanaf 2020 bevat de jaarrapportage naast de wettelijke beleidsindicatoren ook eigen beleidsindicatoren. De jaarrapportage benoemt dat de taken voor de Jeugdwet binnen de begrote budgetten zijn uitgevoerd.

Deze rapportage formuleert tevens de uitgangspunten van het CJG Heemstede: ▪ Aansluiten bij de eigen kracht en het eigen netwerk van gezinnen; ▪ Het waar mogelijk en passend voorliggend verwijzen naar algemene voorzieningen; ▪ Het waar mogelijk en passend zelf ondersteuning bieden; ▪ Het integraal benaderen van de vraag; ▪ Het in gesprek met de cliënt komen tot maatwerk; ▪ Het signaleren van en reageren op onveilige opvoedingssituaties van jeugdigen; ▪ Het waar nodig coördineren van de ondersteuning die wordt ingezet. Deze uitgangspunten zijn niet verbonden aan indicatoren of streefwaarden. De jaarrapportage noemt wel de inzet van het CJG:

Bevindingen resultaten

35

Eenmalige opvoeden opgroeivragen

2015

Nieuwe zaken (inclusief herbeoordelingen) 428

Aantal huisbezoeken

200

Aantal gezinnen opvoedondersteuni ng 125

2016 2017

529

130

84

473

456

135

59

504

2018

465

140

75

552

2019

360

200

50

550

274

Daarnaast zijn er 23 themabijeenkomsten georganiseerd en worden de aantallen bezoekers van de website van het CJG vastgelegd. De jaarrapportage noemt verder geen ambities of doelen ten aanzien van jeugd. Wel wordt er verslag gedaan over de inzet en uitgaven van de jeugdhulp uit 2019 met ter vergelijking de daadwerkelijke uitgaven in de jaren 2015 t/m 2018. Er wordt geconcludeerd dat er in 2019 sprake was van een passend budget. Aantal jeugdigen

2015

2016

2017

2018

jeugdhulp ZIN en PGB

522

517

655

572

Uitgaven 2015 t/m 2018 2015 2016 2017 2018

Budget € 2.291.640 € 3.176.561 € 3.312.447 € 2.980.000

Uitgaven € 1.461.695 € 2.296.049 € 2.599.918 € 2.842.906

2019 (1e helft) 576

2019 614

Resultaat € 829.945 € 880.522 € 712.529 € 137.094

Jaarrekeningen De gemeente rapporteert jaarlijks over de resultaten in de jaarrekening. De verantwoording voor Jeugd is opgenomen in de verantwoording van programma 6 Sociaal Domein. De verantwoording bestaat uit een kwalitatief en een meer kwantitatief deel. In de jaarrekening 2020 worden de volgende kwalitatief beschreven resultaten op het brede jeugddomein gerapporteerd: ▪ Verantwoording over sociale burgerinitiatieven vanuit het participatieprogramma. Zo heeft een inwoner het initiatief genomen om kwetsbare jongeren een hart onder de riem te steken. ▪ Verantwoording over de doelen over een rookvrije generatie: sinds augustus 2020 zijn alle schoolpleinen rookvrij en Plein 1 is ook rookvrij. ▪ Jongeren tussen 23 en 27 jaar die thuiszitten zijn via het project Jongeren in Beeld benaderd. Een deel heeft geen hulp nodig, een ander deel kon echt geholpen worden, bijvoorbeeld via het Regionaal Meld- en Coördinatiepunt (RMC) of met bemiddeling naar een baan. ▪ Verantwoording over een subsidieregeling Jeugd aan Zet, een game-event is mede gefinancierd. ▪ De contracten voor individuele jeugdhulpvoorzieningen zijn met een jaar verlengd in het kader van een nieuwe verwervingsstrategie. ▪ Gestart is met een pilot praktijkondersteuner Jeugd GGZ, na evaluatie blijkt dat hierdoor meer maatwerk kan worden geboden en ook de uitgaven kunnen worden beperkt.

De inzet wordt in 2021 voortgezet en mogelijk uitgebreid

Bevindingen resultaten

36

De gemeente rapporteert kwantitatief over de wettelijke beleidsindicatoren en een aantal aanvullende indicatoren die voortkomen uit het Beleidsplan Sociaal Domein 2020-2023. Dit is onderstaand weergegeven: Indicatoren Wettelijk

Resultaten

% Jongeren met een delict voor de rechter

2018: 0 2019: 0 2018: 2 2019: 2 2018: 1 2019: 1 2018: 7,3 2019: 8,1

% Kinderen in een uitkeringsgezin % Werkloze jongeren % Jongeren met jeugdhulp % Jongeren met jeugdbescherming

2018: 0,4 2019: 0,4

% Jongeren met jeugdreclassering

2018: 0 2019: 0

Overige beleidsindicatoren % scholieren met recent alcoholgebruik

% recent gepeste kinderen 4-11 jaar

2009: 48% 2013: 36% 2015: 32% 2018: 35%

# individuele voorzieningen Jeugdwet

2018: 782 2019: 908 2020: 1012

Gemiddelde uitgave per individuele voorziening Jeugdwet

2018: € 3.338 2019: € 3.281 2020: € 3.115

Onderzoeksvraag 11. Leidt ‘De Nieuwe Route’ tot een positiever en duurzamer effect van de ondersteuning? Beantwoording op hoofdlijnen: De ervaring met de werkwijze is nog te kort om uitspraken te doen over de effecten volgens de professionals. De gedeelde regie (waarbij niet altijd De Nieuwe Route als methodiek is gebruikt of nodig is volgens de gemeente) wordt door ouders niet altijd als positief of duurzaam ervaren, zeker in gevallen waar meerdere organisaties betrokken zijn. Ongeveer tweederde van de ouders ervaart dat de gezinssituatie is gestabiliseerd na afloop van de ondersteuning, een derde ervaart dat niet. Vergelijkingen met voorgaande jaren zijn niet goed te maken bij een beperkt aantal onderzochte casussen. Onderbouwing De ervaring met het werken volgens ‘De Nieuwe Route’ is nog kort, gestart is rond 2020. Bovendien is het werken ermee ook bemoeilijkt door de coronacrisis volgens meerdere professionals van het CJG. De meeste professionals werkzaam bij aanbieders van ondersteuning geven aan dat de werkwijze die ze nu hanteren niet veel is veranderd. Zij zetten al in op integraal werken en het gebruik maken van het netwerk van de gezinnen. Dat is al enige tijd een landelijke trend en is niet een effect van ‘De Nieuwe Route’ Uit het casusonderzoek blijkt dat (zie ook hoofdstuk 3) in twee derde van de casussen gewerkt is met een gedeelde regie en eigenaarschap.

Ouders vinden die gedeelde regie ook niet altijd fijn, zeker als er meerdere professionals en organisaties betrokken zijn. Uit het casusonderzoek blijkt dat ongeveer twee

Bevindingen resultaten

37

derde van de ouders na afloop van de ondersteuning de situatie waarin het gezin nu verkeert als stabiel ervaart. Een derde van de ouders ervaart de situatie als instabiel. Vergelijkingen met voorgaande jaren kunnen met inachtneming van het aantal onderzochte casussen niet worden gedaan. Onderzoeksvraag 12. Leidt ‘De Nieuwe Route’ tot de beoogde samensturing op het niveau van individuele hulpverlening en buurten of wijken? Beantwoording op hoofdlijnen: Bij de helft van de casussen in het casusonderzoek is sprake van de beoogde samensturing op het niveau van individuele hulpverlening. Ouders zijn over de uitvoering daarvan deels positief. Er wordt in het preventieve voorveld samengewerkt met buurtgezinnen, homestart en de diverse partners uit de wijk- en buurt. De aansluiting en samensturing daarvan met de professionals in een gezin, de inzet van het eigen netwerk en de school lijkt vooralsnog een ambitie. Deze is nog niet gerealiseerd.

Onderbouwing De meeste professionals geven aan dat de samenwerking op individueel casuïstiekniveau gezocht en gevonden wordt. Ouders zijn, zo blijkt uit het casusonderzoek, deels positief over de samenwerking tussen deze professionals. Bij bijna de helft van de casussen beoordelen de ouders deze samenwerking als onvoldoende tot matig. Bij zeven van de onderzochte casussen is sprake van de beoogde samensturing. De stap van samenwerking op casusniveau naar een gezamenlijke aanpak tussen verschillende professionals op buurt- of wijkniveau staat nog in de kinderschoenen. De gemeente heeft de ambitie om meer wijk- en buurtgericht te gaan samenwerken, zo blijkt uit zowel het Beleidsplan Sociaal Domein als ook de jaarrekening. Uit de jaarrekening 2020 blijkt dat deze naar verwachting in de loop van 2021 opgepakt gaat worden. In de interviews wordt deze ambitie en de relatief beperkte voortgang daarin onderschreven. De verklaring daarvoor is meervoudig: (1) de partner in de sociale basis (WIJ Heemstede) is bezig om een dergelijke slag ook te maken in de inrichting van de eigen werkzaamheden en (2) de coronacrisis heeft deze ambitie ook vertraagd. ‘De Nieuwe Route’ heeft daardoor op het niveau van samensturing op buurt- en wijkniveau nog niet tot zichtbare resultaten geleid. Onderzoeksvraag 13.

Is sprake van een netwerk van jeugdvoorzieningen en netwerksamenwerking en functioneert dat voldoende (ook in het licht van ambities)? Beantwoording op hoofdlijnen: De lijnen zijn kort in Heemstede tussen de partners, zo blijkt uit de interviews en de ontwikkelkamer. Het netwerk is echter niet sluitend. Sprake is van weinig netwerkvorming tussen preventieve voorzieningen en curatieve voorzieningen. De samenwerking met scholen en politie kan worden verbeterd en de samenwerking met sportverenigingen ontbreekt. Er zijn ongeveer 150 contractpartners. Met name de kleinere aanbieders van ondersteuning vinden minder makkelijk aansluiting bij het Heemsteedse netwerk. Onderbouwing Uit de interviews met de partners die de beoogde netwerksamenwerking moeten realiseren, blijkt dat er veelvuldig onderling contact is. Het contact en samenwerking met het CJG wordt als goed ervaren. Bovendien bestaan er meerdere multidisciplinaire overleggen. De lijnen zijn kort. Dat heeft volgens meerdere respondenten ook te maken met de keuze van de gemeente om het CJG lokaal te organiseren en positioneren.

Bevindingen resultaten

38

Meest genoemd verbeterpunt is de netwerkvorming tussen de preventieve jeugdvoorzieningen en de andere (meer curatieve) voorzieningen. Een tweede verbeterpunt is de samenwerking met het voortgezet onderwijs. Professionals ervaren dat zij minder contacten hebben met het voortgezet onderwijs, zodat ze niet vroeg genoeg signalen ontvangen over kinderen die dreigen af te glijden. Ook geven zij aan dat er ten aanzien van samenwerking op het niveau van de casus goede ervaringen zijn, maar ten aanzien van samenwerking in de brede zin van het woord, door bijvoorbeeld gemeenschappelijk bij te dragen aan ambities op het vlak van veiligheid en kansengelijkheid, onvoldoende zijn. Een derde verbeterpunt is dat samenwerking met sportverenigingen niet bestaat. Meerdere professionals geven aan dat zij zien dat er een hoge mate van participatie van jongeren op het vlak van sport is, maar dat het voor hen vrij gesloten domeinen zijn. Zij geven aan dat zij het heel moeilijk vinden om bij sportverenigingen binnen te komen, terwijl zij een belangrijke rol zouden kunnen spelen in het netwerk. Een ander verbeterpunt dat uit de gesprekken kwam is verknoping van kleine aanbieders van voorzieningen aan de partners in het netwerk. Kleine aanbieders voelen zich geen onderdeel van een groter netwerk. De gemeente heeft met 150 kleinere aanbieders een contract voor jeugdhulp.

Hiermee bestaat voor ouders een grotere keuzevrijheid, maar de keerzijde is dat de veelheid van aanbieders een grotere uitdaging vergt om aansluiting te vinden in het grotere netwerk. Onderzoeksvraag 14. Welke resultaten zijn er in de toekomst nog te verwachten? Beantwoording op hoofdlijnen: Professionals verwachten dat ‘De Nieuwe Route’ leidt tot meer rendement onder een tweetal voorwaarden. De eerste is dat de verwachting is dat de werkwijze vooral meer effect zou kunnen opleveren bij situaties waarin sprake is van meervoudige problematiek. De tweede heeft betrekking op het uitbreiden en verbeteren van de netwerken. Bijvoorbeeld waar het gaat om netwerkvorming tussen preventieve en curatieve voorzieningen, de verbetering van de samenwerking met het voortgezet onderwijs, het jongerenwerk en sportverenigingen. Onderbouwing De verwachtingen bij de professionals van het CJG over een positiever en duurzaam effect van de ondersteuning zijn onverminderd positief, zo blijkt uit de interviews. Volgens de geïnterviewde professionals is sprake van een groot bewustzijn dat je het samen doet met de bewoner en het niet bedenkt als professional voor de bewoner. Dit gedachtengoed is ook opgenomen in de notitie Samen sturen op welzijn.

Uit de interviews en de ontwikkelkamer blijkt dat ‘De Nieuwe Route’ in de basis een werkwijze is die: ▪ Vooral goed lijkt te passen bij situaties waarin sprake is van meervoudige problematiek. Bij deze situaties zou het meeste rendement verwacht mogen worden. Uit het casusonderzoek blijkt dat ouders op het punt van de samensturing niet altijd de meerwaarde inzien. Of zij ervaren dat de samenwerking tussen de verschillende professionals als onvoldoende tot matig wordt ervaren. Als verklaring wordt gegeven dat De Nieuwe Route als zodanig is ingezet. Mede vanwege Corona is de implementatie achtergebleven. ▪ Meer effect kan hebben als netwerksamenwerking ontstaat tussen preventieve en curatieve ondersteuning, de samenwerking met voortgezet onderwijs wordt versterkt en de samenwerking met sportverenigingen wordt gerealiseerd.

4.3

Rolinvulling raad Onderzoeksvraag 6. Op welke wijze vult de raad haar controlerende rol in met betrekking tot Jeugd?

Bevindingen resultaten

39

Beantwoording op hoofdlijnen: De raad vervult de controlerende rol op aangeven van de aangereikte verantwoordingsinformatie door het college. De raad vindt dat ze zelf meer energie kan steken in de toetsing of plannen worden gerealiseerd en leiden tot de gewenste resultaten. De raad is overwegend tevreden over de wijze waarop de raad wordt geïnformeerd. De raad neemt initiatief tot aanvullende vragen en treft dan een open deur bij de ambtelijke organisatie, maar geeft aan dit niet vaak toe te hoeven passen. Onderbouwing De raad krijgt verantwoordingsinformatie via de reguliere planning- en controlcyclus. Daarin ontvangt de raad bijvoorbeeld de eerder genoemde jaarrapportage sociaal domein en de jaarrekening. Raadsleden ervaren (bron: reflectiesessie met de raad, geldt voor alle navolgende bevindingen) voldoende ruimte om deze te bespreken in de commissie en de raad. Als er dan nog vragen overblijven, maken raadsleden ook wel eens een afspraak met ambtenaren en dan worden de vragen ambtelijk beantwoord. De raadsleden geven aan dat zij over de hoofdlijnen voldoende worden geïnformeerd en dat zij door middel van extra vragen ook geïnformeerd worden over zaken waar nog meer behoefte aan is. Raadsleden hebben nog behoefte aan informatie van het college waaruit blijkt dat voor iedereen hulp beschikbaar is en er geen wachtlijsten of -tijden zijn.

Wordt de juiste zorg op het juiste moment aan de juiste mensen geboden? De raadsleden ervaren dat zij goed op de hoogte worden gehouden over instellingen, soms ook heel specifiek indien daar behoefte aan is of wanneer er zorgen zijn. Raadsleden vinden het van belang dat sprake is van een goede verhouding tussen resultaat en kosten. Die verhouding kunnen raadsleden naar eigen zeggen niet bepalen op basis van de informatie die zij ontvangen. Raadsleden geven aan dat het best wel lastig is om alle informatie die het college toestuurt, te verwerken. “Je moet het onderwerp je eigen gemaakt hebben anders dan volg je het niet meer.” Raadsleden geven aan dat zij meer energie kunnen steken in de beantwoording van de vraag of de plannen die gemaakt zijn ook gerealiseerd worden. Meerdere raadsleden erkennen dat de tijd die zij voor het raadswerk beschikbaar hebben, dat in de weg kan zitten.

4.4

Toetsing aan normenkader Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: ▪ Voldoet niet: dit betekent dat op geen enkele wijze (0%) wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet beperkt: dit betekent dat voor een klein deel (<=50%) wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel (>50%, <75%) wel dan niet wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet grotendeels: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte (>75%) wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet: dit betekent dat volledig (100%) wordt voldaan aan de norm. Norm De beoogde ambities worden gerealiseerd

Toetsing Voldoet beperkt. De ambities op het vlak van jeugd zijn recent (2020) geformuleerd. De gemeente werkt ook sinds kort met extra beleidsindicatoren die ook gekoppeld zijn aan een aantal uitgangspunten in het Beleidsplan Sociaal Domein (2020-2023). Deze gegevens bieden geen duidelijk zicht op het doelbereik. Deels omdat ze weinig zeggingskracht hebben (bv het aantal jeugdzorgvoorzieningen), deels omdat de gegevens van (ver) voor 2020 dateren. Op een aantal vlakken boekt de gemeente resultaten. Zo zijn rookvrije ruimten gerealiseerd en ook is gestart met praktijkondersteuners Jeugd-GGZ bij huisartsen.

Bevindingen resultaten

40

Norm Het werken met De Nieuwe Route leidt tot een positiever en duurzamer effect van de ondersteuning

Het werken met De Nieuwe Route leidt tot de beoogde samensturing op het niveau van individuele hulpverlening en buurten of wijken.

De ouders, jeugdigen en betrokken professionele en informele opvoeders hebben positieve ervaringen met De Nieuwe Route.

Er is sprake van een netwerk van voorzieningen en netwerksamenwerking op individueel en buurt/wijk niveau rondom de leefwerelden van de gezinnen. Het netwerk functioneert naar behoren volgens de netwerkpartners, ouders en jeugdigen. De raad: ▪ Krijgt periodieke verantwoordingsinformatie over de voortgang van de realisatie van de ambities ▪ Ervaart grip en sturingsmogelijkheden op basis van de verkregen verantwoording.

Toetsing Voldoet beperkt. De ervaring met de werkwijze is nog te kort om uitspraken te doen over de effecten volgens de professionals. De gedeelde regie wordt door ouders niet altijd als positief of duurzaam ervaren, zeker in gevallen waar meerdere organisaties betrokken zijn. Ongeveer twee derde van de ouders ervaart dat de gezinssituatie is gestabiliseerd na afloop van de ondersteuning, een derde ervaart dat niet. Vergelijkingen met voorgaande jaren zijn niet goed te maken bij een beperkt aantal onderzochte casussen. Voldoet beperkt. Bij de helft van de casussen in het casusonderzoek is sprake van de beoogde samensturing op het niveau van individuele hulpverlening. Ouders zijn over de uitvoering daarvan niet onverdeeld positief. Samensturing op het niveau van buurten en wijken is vooralsnog vooral een ambitie. Deze is nog niet gerealiseerd. Voldoet merendeels. Afgemeten aan de mate van samensturing (ongeveer de helft van de casussen) en de mate waarin na afloop sprake is van een stabiele situatie (in ongeveer tweederde van de onderzochte casussen), is vanuit het perspectief van de ouders sprake van een positieve ervaring. De professionals van het CJG zijn onverminderd positief over de werkwijze, maar geven aan dat deze vooral goed werkt in situaties van meervoudige problemen.

Voor de professionals die hulp en ondersteuning aanbieden, geldt dat zij overwegend weinig bekend zijn met het feit dat Heemstede volgens ‘De Nieuwe Route’ werkt, maar zij herkennen elementen van de werkwijze en passen deze ook zelf toe. Voldoet merendeels waar het gaat om het vormen van een netwerk op casusniveau. Ouders zijn over de samenwerking tussen meerdere organisaties overwegend kritisch. Voldoet beperkt waar het gaat om de netwerksamenwerking op wijk- en buurtniveau. De verklaring hiervoor is dat daar pas in 2021 een start mee is gemaakt. Voldoet merendeels. De raad krijgt periodieke verantwoordingsinformatie en treft ook een open deur als aanvullende informatie vanuit de raad wordt gevraagd. De verantwoordingsinformatie biedt weinig zicht op de voortgang van de ambities. Dat heeft vooral te maken met het feit dat doelen en ambities weinig concreet zijn geformuleerd. De raad ervaart dat het jeugdbeleid een complex domein is, waar je goed op ingelezen moet zijn om te kunnen sturen. Op onderdelen kan de verantwoordingsinformatie worden verbeterd (bijvoorbeeld de verhouding tussen resultaat en kosten) om zo meer grip en sturingsmogelijkheden te ervaren.

Bevindingen resultaten

41

Klik hier en voeg via Invoegen Afbeeldingen een foto in. Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Bevindingen resultaten

42

5. Conclusies en aanbevelingen In dit onderzoek staat de volgende vraag centraal: Slaagt de gemeente Heemstede erin om haar ambities ten aanzien van de jeugd zoals weergegeven in het Beleidsplan Sociaal Domein 2020-2023 waar te maken? De hoofdstukken hiervoor beschrijven de bevindingen op de deelvragen. Dit hoofdstuk formuleert de conclusies en aanbevelingen.

5.1

Conclusies Conclusie 1: Ambities en doelen weinig concreet, streefwaarden ontbreken grotendeels, doelbereik daardoor niet goed vast te stellen. Uit het onderzoek blijkt dat de ambities en doelen in het Beleidsplan Sociaal Domein 2020-2023 overwegend weinig concreet zijn geformuleerd en weinig tot geen concrete streefwaarden bevatten. Daarmee is het praktisch gezien erg lastig om vast te kunnen stellen of de gemeente de ambities realiseert. De gemeenteraad beschikt daarnaast over een te beperkte informatiepositie om te bepalen of de ambities worden gerealiseerd. Conclusie 2: ‘De Nieuwe Route’ is een belangrijk vehikel om de ambities te realiseren, maar is voornamelijk bekend bij de gemeente en het CJG. De gemeente zet wel stappen om de ambities te realiseren. Een belangrijk vehikel daarbij is ‘De Nieuwe Route’. Volgens ‘De Nieuwe Route’ komen de inwoner, de mensen die bij hem/haar betrokken zijn en de professional gezamenlijk tot een oplossing en delen ze de regie en het eigenaarschap. Verondersteld wordt dat een groter ‘eigenaarschap’ van de oplossing sterk bijdraagt aan het positieve effect en de duurzaamheid van de ondersteuning. Uit het onderzoek blijkt dat de uitgangspunten van ‘De Nieuwe Route’ voornamelijk bekend zijn bij de gemeente en de professionals van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG).

Bij de meeste partners is ‘De Nieuwe Route’ niet, nauwelijks of enigszins bekend. Dit geldt niet alleen voor de ouders en jongeren, maar ook voor jeugdzorgaanbieders, de welzijnsorganisatie, de wijkagent, de scholen en de sportverenigingen. Conclusie 3: ‘De Nieuwe Route’ blijkt in de praktijk nog beperkt te leiden tot gedeeld eigenaarschap op casusniveau. De ambitie van ‘De Nieuwe Route’ is een gedeeld eigenaarschap van de ‘oplossing’ bij alle bij het gezin betrokken bewoners en professionals. Uit het onderzoek blijkt dat de professionals van het CJG verwachten dat de toegevoegde waarde van de werkwijze vooral verwacht wordt bij gezinnen waar sprake is van meervoudige vragen en problemen. Uit het casusonderzoek blijkt die verwachting vanuit het perspectief van de ouders nog niet uit te komen. Ouders ervaren weinig samenwerking en samenregie in situaties van meervoudige vragen. Bij de meer enkelvoudige vragen ervaren ouders weinig noodzaak tot samenregie. Dat is in lijn met de verwachtingen van de professionals. Conclusie 4: ‘De Nieuwe Route’ nog geen drijvende kracht achter niet casusgebonden netwerksamenwerking. De meeste partners ervaren dat de lijnen met andere partners, waaronder de gemeente, in Heemstede kort zijn. In het geval van individuele casussen weten partners elkaar vaak te vinden.

Echter van een structurele meer gebiedsgebonden netwerksamenwerking is nog geen sprake. Die ambitie hebben de gemeente en ook meerdere partners wel. ‘De Nieuwe Route’ die juist uitgaat van een gezamenlijk eigenaarschap is echter weinig bekend bij de partners en heeft daarmee een weinig sturende werking op de netwerksamenwerking. Uit het surveyonderzoek onder scholieren blijkt dat jongeren, als ze vragen hebben, zich als eerste melden bij ouders, vrienden en school. Dat onderschrijft wel de noodzaak dat

Conclusies en aanbevelingen

43

sprake is van netwerksamenwerking waarin scholen een belangrijke partner zijn. Uit het onderzoek blijkt dat juist de samenwerking met scholen, en ook de sportverenigingen, voor verbetering vatbaar is. Conclusie 5: Participatie door jongeren staat nog in de kinderschoenen. Uit het surveyonderzoek onder scholieren in het voortgezet onderwijs blijkt dat 3 op de 5 jongeren het gevoel hebben dat zij mee kunnen beslissen over de hulp (mochten zij die krijgen). Het overgrote deel van de jongeren geeft aan het gevoel te hebben niet te kunnen meebeslissen over wat op school of in de buitenruimte voor jongeren wordt bedacht en besloten. Als jongeren ervaring hebben met het meebeslissen op school, dan weet een meerderheid waar ze terecht konden om mee te beslissen. Een meerderheid geeft ook aan dat naar hen is geluisterd. Ongeveer een derde geeft aan dat daar iets mee is gedaan, een derde geeft aan dat er een beetje mee is gedaan en de rest geeft aan dat niets mee is gedaan. Jongeren hebben veel minder ervaring met het meebeslissen over de buurt. Het grootste deel weet ook niet bij wie ze daarvoor terecht kunnen. Als jongeren ervaringen hebben met het meepraten, blijkt dat een kleine meerderheid vindt dat (een beetje) naar hen is geluisterd. Over de resultaten (is iets gedaan met de inbreng) blijkt meer dan de helft van de jongeren negatief.

Conclusie 6: De gemeenteraad gaat akkoord met weinig concrete doelen en weet niet goed waar op te kunnen of te moeten sturen. Uit de gesprekken met de raad blijkt dat de raad het jeugdbeleid en de jeugdzorg een complex onderwerp vindt. De raad heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om actief mee te denken over het Beleidsplan Sociaal Domein 2020-2023. De raad toetst of het beleid in lijn is met wat landelijk is voorgeschreven. De raad vindt het lastig om kaders te stellen op de geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen en de kosten van het jeugdbeleid. De begroting en de kadernota beschouwen raadsleden als de belangrijkste kaderstellende documenten. De raad krijgt geen keuzes of scenario’s voorgelegd en vraagt daar ook niet om. De raad is akkoord gegaan met het voorgelegde Beleidsplan Sociaal Domein, ook al zijn de ambities en doelen overwegend weinig concreet. De controlerende rol vervult de raad via de reguliere planning- en controlcyclus van jaarrekening en kadernota. De raad kan naar eigen zeggen weinig gevoel krijgen of sprake is van een goede verhouding tussen de behaalde resultaten en kosten. Maar stelt daar ook geen vragen over. Raadsleden geven aan dat zij meer energie kunnen steken in het controleren of de plannen die vastgesteld zijn, ook worden gerealiseerd.

5.2

Aanbevelingen Aanbeveling 1: Vertaal de ambities in concrete doelen en streefwaarden zodat voor de raad, maar ook voor de partners in het veld duidelijk is welke resultaten gewenst zijn. Geef als raad het college een bestuursopdracht om de ambities in het Beleidsplan Sociaal Domein 20202023 te voorzien van concrete doelen en streefwaarden, deze te laten vaststellen door de raad en daarop te rapporteren in de planning- en controlcyclus. De raad dient concrete doelen en streefwaarden vast te stellen en hierop verantwoordingsinformatie te ontvangen via de reguliere planning- en controlcyclus. Zonder concrete doelen en streefwaarden is het lastig te bepalen of de ambities worden bereikt. Bovendien loopt de gemeente het risico dat de uitvoering en realisatie van deze ambities door een gebrek aan duidelijkheid niet of onvoldoende van de grond komt. Concrete doelen en streefwaarden zijn nodig om twee redenen: het biedt sturingsmogelijkheden in de uitvoering en het biedt controlemogelijkheden voor de raad. Aanbeveling 2: Zet ‘De Nieuwe Route’ neer als leidende sturingsfilosofie bij alle netwerkpartners (welzijn, jongerenwerk, scholen, sportverenigingen, jeugdzorgaanbieders) en vertaal deze in werken resultaatafspraken. Geef als raad het college de bestuursopdracht om ‘De Nieuwe Route’ als leidende sturingsfilosofie bij alle netwerkpartners te vertalen in werk- en resultaatafspraken.

Geef daarbij de opdracht om via de reguliere planning- en controlcyclus de raad over de voortgang daarvan te informeren. De sturingsfilosofie van ‘De Nieuwe Route’ is nog niet geland bij de netwerkpartners van de gemeente. Investeer daarom in

Conclusies en aanbevelingen

44

bewustwording en kennis van deze sturingsfilosofie bij de netwerkpartners. Vertaal de sturingsfilosofie in de inkoop, de subsidieafspraken en de werkafspraken met deze partners. Aanbeveling 3: Geef een extra impuls aan jongerenparticipatie door hierover met alle netwerkpartners afspraken te maken en betrek bij gemeentelijke beleidsontwikkeling en uitvoering ook jongeren. Geef als raad het college een bestuursopdracht waarin het college wordt opgedragen om met alle relevante netwerkpartners (scholen, sportverenigingen en jongerenwerk) concrete afspraken te maken op welke wijze zij jongerenparticipatie vormgeven in hun dagelijkse werkzaamheden. Geeft het college daarbij de opdracht om bij elke gemeentelijke beleidsontwikkeling en -uitvoering die jongeren raakt de jongeren actief te betrekken.

Conclusies en aanbevelingen

45

Klik hier en voeg via Invoegen Afbeeldingen een foto in.

Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.

BIJLAGE Bijlage 1: Uitgebreide analyse casussen

46

Bijlage 1: Uitgebreide analyse casussen Toelichting analyseschema casestudies en uitgebreide analyse Ordening van de bevindingen uit de casestudies De bevindingen zijn grafisch weergegeven in tabelvorm. Per casus is gesproken met de ouder/jeugdige. De vraagstelling was open, maar wel gericht op het ophalen van bevindingen op een aantal aspecten: ▪

Het inzetten op werkzame bestanddelen van interventies

▪

De start van de hulpvraag

▪

De keuze voor hulp

▪

De uitvoering van de hulp

▪

De regie

▪

Betrokkenheid/inzet andere organisaties

Op deze wijze kunnen kwalitatieve uitspraken worden gedaan over de wijze waarop de ondersteuning van de onderzochte casussen in de praktijk is verlopen en wat daaruit geleerd kan worden. De bevindingen zijn langs deze lijnen weergegeven in het analyseschema. Leeswijzer en interpretatie van de betekenis van het analyseschema Bevindingen uit de interviews zijn per casus gescoord aan verschillende aspecten die in twee kolommen van de tabel staan. In de eerste kolom wordt het hoofdaspect beschreven (letterkleur rood én dik gedrukt). In de tweede kolom (letterkleur blauw) worden de deelaspecten beschreven. Elke casus heeft een nummer gekregen die bovenaan in de tabel te zien is. De algemeen werkende factoren van de interventie zijn aangevuld met werkende bestandsdelen afgeleid uit de casussen. De kleuren geven aan in hoeverre de interventie wel of niet gericht was op toepassing van deze algemeen werkende factoren. Groen, geeft aan dat de factor aanwezig was in de interventie. Grijs geeft aan dat de algemeen werkende factor niet van toepassing was bij de interventie of dat deze niet is uitgevraagd. Oranje gekleurde vakken geven aan dat de factor in de interventie onvoldoende aanwezig was of dat de ouder/jeugdige deels ontevreden was over de factor.

Zo is Interventie sluit aan bij kenmerken van het gezin bijvoorbeeld oranje gekleurd bij casus 7, omdat een organisatie werd ingezet die naar mening van de ouder een vertraging gaf voor de zorg die wel echt nodig was. Een rode score betekent dat het niet van toepassing was op de casus, maar dit wel nodig was of dat de ouder(s)/jeugdige ontevreden was op dat vlak. Een voorbeeld is casus 8, waar Motivatie van ouders/jeugdige rood is gescoord. De jeugdige en één ouder waren beide ongemotiveerd voor de ondersteuning en dit hinderde verbetering. Het valt op dat de ouders/jeugdigen vaak een klik hadden met (de consulent vanuit) het CJG en met de begeleider of hulpverlener. Daarnaast vonden veel ouders dat hun hulpvraag serieus werd genomen. Tevens valt op dat twee derde van de ouders niet geheel tevreden is met de aansluiting van de interventie bij het gezin. Daarop aansluitend kregen veel ouders het gevoel dat er onvoldoende of niet naar hen geluisterd werd. Voor de start van de hulpvraag is een aantal elementen in de tabel te zien. Hierbij wordt gekeken of in dit punt van het traject de Nieuwe Route is geïmplementeerd.

Tijdens de start van de hulpvraag wordt gekeken vanuit het perspectief van de ouder of de ouders of jeugdige wordt meegenomen in de beslissing tijdens de start van de hulpvraag, of alle partijen worden meegenomen, of de hulpvraag voldoende helder is gekregen en of de ouders of jeugdige uiteindelijk op de goede plek terecht is gekomen. Daarnaast werd in veel gesprekken besproken of de ouder of jeugdige zelf hulp ging zoeken of op hulp is gewezen en of de ouder of jeugdige wist waar die terecht kon met de hulpvraag.

Bijlage 1: Uitgebreide analyse casussen

47

Een belangrijke kanttekening bij dit onderdeel is dat de stellingen betrekking hebben op alle betrokken instanties. De stelling Hulpvraag voldoende helder gekregen is een goed voorbeeld. Wanneer een andere instantie dan het CJG betrokken was bij de start van de hulpvraag dan is met deze informatie de stelling gescoord. Groen geeft hier aan dat de stelling van toepassing is op de casus. De grijs gekleurde vakken betekenen dat het niet van toepassing is op de casus en dit ook niet nodig was, of dat deze niet is uitgevraagd. Zo hebben de meeste casussen waarbij Zelf hulp gezocht groen gescoord zijn, een grijze score op hulp gewezen/geen eigen initiatief ouder of jeugdige en vice versa, doordat het een vaak het ander uitsluit. Casus 12 en 13 zijn hierbij uitzonderingen, zij scoren op zowel Zelf hulp gezocht en Op hulp gewezen/geen eigen initiatief ouder of jeugdige groen. In deze gevallen had bijvoorbeeld de ouder al hulp gezocht en werd deze op verdere hulp gewezen door de instantie of kreeg de ouder een signaal vanuit school en is deze samen verder gaan zoeken. Een oranje score geeft aan dat de ouder/jeugdige van mening was dat de stelling aanwezig was, maar hier verbetering mogelijk is. Zo is de stelling Wist waar terecht kon met hulpvraag bij veel casussen oranje gescoord, omdat de ouder/ jeugdige eerst veel heeft moeten zoeken.

Een ander voorbeeld is het oranje gescoorde vlak van Alle partijen worden meegenomen (ouders, school, etc.) bij casus 4, de ouder gaf hier aan dat zij zelf moesten opperen om school te betrekken bij het traject. Rode scores geven aan dat de stelling niet van toepassing was terwijl dit wel wenselijk was, of dat de ouder/jeugdige ontevreden was over dat gedeelte van het traject. Zo is Gevoel dat de ouders/jeugdige mee wordt genomen in de beslissing rood gescoord bij casus 14 omdat de ouder aangaf dat het lang heeft geduurd voordat er werd ingezien wat er allemaal aan de hand was aangezien daar onvoldoende zicht op was. De ouder gaf aan dat er daarom werd getwijfeld aan diens vaardigheden en niet gehoord werd. Opvallend bij de start van de hulpvraag is dat veel ouders aangaven dat zij redelijk lang hebben moeten zoeken waar zij terecht konden met de hulpvraag of dat zij de hulp eerst zelf hebben gefinancierd. Redenen voor het zelf financieren liepen uiteen. Sommige ouders wisten niet dat de hulp die het kind nodig had gefinancierd kon worden door de gemeente. Andere ouders gaven aan dat voor een deel van de hulp zij liever zelf besloten wat het beste was voor het kind. Ook gaven ouders aan dat zij het idee dat het traject/ hulp snel opgestart kond worden.

Ouders die de hulp eerst zelf hebben gefinancierd gaven allen aan dat zij de financiële ruimte hadden om dit zelf te bekostigen. Een kleine meerderheid van de ouders gaf aan dat zij het gevoel hadden mee te worden genomen in de beslissing bij de start van de hulp. Een derde van de ouders gaf aan dit gevoel matig of niet te hebben gehad. Iets meer dan een derde van de ouders was van mening dat de hulpvraag voldoende helder was gekregen bij de start van de hulpvraag. Een derde van de ouders vond dat de hulpvraag matig of onvoldoende helder is gekregen. Een kleine meerderheid van de ouders was van mening dat zij na de start van de hulpvraag op de goede plek terechtgekomen zijn. Ongeveer een kwart van de ouders vond dat alle partijen voldoende werden meegenomen. Iets meer dan een derde van de ouders waren van mening dat de partijen matig tot onvoldoende werden meegenomen bij de start van de hulp. Voor de keuze voor hulp is eveneens gekeken naar de ideeën van de Nieuwe Route. De vraag was of de veronderstelde samenwerking van toepassing was op het punt dat de keuze voor hulp werd gemaakt in de ogen van de ouders/jeugdigen. Voor het deel van het traject met de keuze voor hulp is ook besloten te kijken of ouders/jeugdige het gevoel hadden dat de juiste beslissing is genomen. De stellingen hebben betrekking hebben op alle betrokken instanties.

Eveneens betekent hier een groene score dat de stelling van toepassing is op de casus; een grijze score dat deze niet van toepassing is op de casus en dit ook niet nodig was of dat deze niet is uitgevraagd; een oranje score dat de ouder/jeugdige van mening was dat de stelling aanwezig was, maar hier verbetering

Bijlage 1: Uitgebreide analyse casussen

48

mogelijk was; een rode score dat de stelling niet van toepassing was terwijl dit wel wenselijk was of dat de ouder/jeugdige ontevreden was over dat gedeelte van het traject. Zo heeft casus 7 een oranje score bij de stelling Gevoel dat de ouders/jeugdige mee wordt genomen in de beslissing, omdat de ouder vertelde dat die heeft bedankt voor een aantal organisaties die werden ingezet. Casus 10 heeft een voorbeeld van een rode score op de stelling Gevoel dat de juiste beslissing is genomen. De ouder had in dit geval het gevoel dat bij de keuze van de hulp niet zozeer het belang van het kind centraal stond, maar dat het financiële aspect zwaarwegender was. In zes van de casussen waren de ouders van mening dat zij goed werden meegenomen in de beslissing van de keuze van de hulp. Hetzelfde aantal van de ondervraagde ouders vond dat zij matig tot onvoldoende werd meegenomen in de beslissing. Verder gaf één derde van de respondenten aan dat alle partijen werden meegenomen. Een minderheid van de ouders vond dat de samenwerking tussen partijen voldoende was. Zes van de ondervraagde ouders vonden deze samenwerking matig tot onvoldoende. Ongeveer de helft van de ouders had volledig het gevoel dat de juiste beslissing was gemaakt in de keuze voor hulp. Een derde van de respondenten gaf aan dat zij gedeeltelijk het gevoel hadden dat de juiste beslissing was gemaakt.

Slechts 2 respondenten hadden het gevoel dat een volledig onjuiste keuze was gemaakt. Voor de uitvoering van de hulp is tevens gekeken naar de elementen van de Nieuwe Route. Daarnaast is gekeken of de hulp tijdig is ontvangen. Tevens is gekeken of ouders/jeugdigen het gevoel hadden dat de juiste beslissing is genomen en of het CJG tussentijds contact heeft opgenomen om te kijken of de hulp bevalt. Ook hier geldt de belangrijke kanttekening dat de stellingen betrekking hebben op alle betrokken instanties. Een groene score betekent ook hier dat de stelling van toepassing is op de casus; een grijze score dat deze niet van toepassing is op de casus en dit ook niet nodig was of dat deze niet is uitgevraagd; een oranje score dat de ouder/jeugdige van mening was dat de stelling aanwezig was, maar hier verbetering mogelijk was; een rode score dat de stelling niet van toepassing was terwijl dit wel wenselijk was of dat de ouder/jeugdige ontevreden was over dat gedeelte van het traject. Zo is de stelling Alle partijen werken samen bij casus 5 oranje gescoord, omdat de ouder aangaf dat sommige partijen goed samenwerkten. Dezelfde stelling is rood gescoord bij casus 2, omdat de ouder aangaf dat de partijen als eilandjes werken. Een voorbeeld van een grijze score zijn de casussen 1, 2 en 5, bij deze casussen loopt de zorg nog en om die reden is de stelling Sprake van nazorg grijs gescoord.

Twee derde van de respondenten gaven aan dat zij gedeeltelijk ontevreden of volledig ontevreden waren over de tijdigheid van de hulp. Redenen die respondenten gaven voor deze beoordeling zijn de lange wachtlijsten en de lange weg die zij hebben afgelegd tot de juiste hulp werd gevonden/ opgestart. Een kleine meerderheid van de respondenten gaf aan dat zij het gevoel krijgen mee te worden genomen in de uitvoering van de hulp. Verder gaf een derde van de respondenten aan dat alle partijen werden meegenomen. Ongeveer een kwart van de respondenten gaven aan dat partijen goed samenwerkten. Iets meer dan de helft van de respondenten had volledig het gevoel dat de juiste beslissing was gemaakt in de keuze voor hulp. Een kwart van de respondenten gaf aan dat zij gedeeltelijk het gevoel hadden dat de juiste beslissing was gemaakt. Slechts 1 respondent had het gevoel dat een volledig onjuiste beslissing was gemaakt over de uitvoering van de hulp. Iets meer dan 1 op de 4 van de respondenten gaf aan ontevreden te zijn over de nazorg van het CJG of ontevreden dat deze er niet was. In de gesprekken is tweemaal naar voren gekomen dat de respondenten behoefte hadden aan een tussentijds en/of afsluitend contactmoment met het CJG. In twee andere gesprekken lag dit probleem aan de overgang naar de 18+ zorg.

Bij het onderdeel regie is gekeken hoe de ervaringen van de ouders zijn over de regie van de ondersteuning. Naast de regie bevat dit onderdeel het werkzame bestanddeel of de ouder vertrouwen

Bijlage 1: Uitgebreide analyse casussen

49

had in het CJG/de gemeente Heemstede. De grijs gekleurde vakken betekenen dat het niet van toepassing is op de casus en dit ook niet nodig was, of dat deze niet is uitgevraagd. Groen geeft hier aan dat de stelling van toepassing is op de casus. Oranje geeft aan dat dat dit element gedeeltelijk van toepassing is. Zo zijn de drie stellingen rondom regie bij casus 11 oranje gekleurd doordat de ouder aangaf dat niet 1 partij de regie hield en zij dit niet positief heeft ervaren. Rode scores geven aan dat de stelling niet van toepassing was terwijl dit wel wenselijk was of dat de ouder/jeugdige ontevreden was over dat gedeelte van het traject. Zo is bij casus 14 de stelling Regie ligt bij ouder rood gescoord, omdat de ouder meerdere malen aan had gegeven dat de psychische situatie van de andere ouder een negatieve invloed had op het kind. Naar deze signalen is niet geluisterd terwijl dit wel nodig was, bleek achteraf. Wanneer de regie niet uitsluitend bij één partij zoals de ouder, het CJG of de jeugdhulpaanbieder ligt is er sprake van gedeelde regie. In 9 van de casussen was sprake, of moest er sprake zijn, van gedeelde regie. In de overige 6 casussen was geen sprake van gedeelde regie. De groep waarbij de regie bij één partij lag was in alle gevallen positief over deze verdeling. De casussen waarbij de regie werd gedeeld zijn verdeeld over de tevredenheid.

In 3 van de gevallen waren zij volledig positief over de gedeelde regie. De overige 6 respondenten gaven aan dat zij gedeeltelijk tevreden waren. Geen van de respondenten was geheel ontevreden met de regie van één partij. De betrokkenheid/inzet van andere organisaties geeft aan of, en zo ja welke, andere professionals betrokken zijn geweest in de casus. De grijs gekleurde vakken geven aan dat in de betreffende casus betrokkenheid van andere organisaties niet aan de orde was en niet nodig werd geacht door betrokkenen. De groen gekleurde vlakken geven aan dat de partij voldoende betrokken was. Oranje geeft aan dat de partij wel betrokken was, maar de ouders/jeugdige gedeeltelijk ontevreden waren met de betrokkenheid van de organisatie. De ontevredenheid met de betrokken organisatie kan zowel zijn in het geval dat de organisatie betrokken was maar de ouder/jeugdige van mening was dat de partij niet betrokken hoefde te worden of dat de organisatie te weinig betrokken was. De rode velden geven aan dat de partij niet betrokken was, maar de ouder/jeugdige wel van mening was dat deze betrokken had moeten zijn of dat zij erg ontevreden waren over de betrokkenheid. Over het algemeen zijn de respondenten over de betrokkenheid van andere organisaties tevreden. Voornamelijk de betrokkenheid van de huisarts, overige zorginstelling en meerdere jeugdhulppartijen werden als positief ervaren.

Over de huisarts waren alle respondenten tevreden. Slechts 1 van de respondenten was gedeeltelijk ontevreden over de betrokkenheid van een overige zorginstelling en 2 respondenten over de betrokkenheid van de meerdere jeugdhulppartijen. In deze gevallen gaven de respondenten aan dat zij ontevreden waren omdat er in hun ogen teveel partijen betrokken waren. Respondenten zijn minder tevreden over de betrokkenheid van school en de politie. Bij de respondenten waar school betrokken was, was iets minder dan de helft tevreden. Een iets groter gedeelte van de respondenten waar school betrokken bij was vond de betrokkenheid van school matig of onvoldoende. Twee ouders die aangaven contact te hebben gehad met de politie gaven aan dat zij gedeeltelijk ontevreden waren. Eén andere ouder die contact had met de politie tijdens het traject was geheel ontevreden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/1473/documents/20250