Onderzoek Jeug en de Nieuwe Route.pdf
Tekst van het document
Onderzoek Onderzoek Jeugd en en ‘De ‘De Nieuwe Nieuwe Route’ Route’ Jeugd RJeufd en deHeemstede ekenkamer Rekenkamer HeemstedeJeJe
Colofon Opdrachtnummer: 259 Auteurs: Demet Akpinar Yorick van den Berg Marrit Van Der Borght Gerard Nieuwe Weme B&A B.V. Bezuidenhoutseweg 161 Postbus 829 2501 CV Den Haag t 070 - 3029500 f 070 - 3029501 e-mail: info@bagroep.nl http: www.bagroep.nl Den Haag, 24 januari 2021
© Copyright B&A B.V. 2022. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Op alle opdrachten en werkzaamheden zijn de Algemene voorwaarden van B&A B.V. van toepassing, gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel Haaglanden onder dossiernummer: KvK Haaglanden 27177844. De Algemene voorwaarden treft u als bijlage aan en kunt u tevens inzien op onze website, www.bagroep.nl. B&A is gevestigd in Den Haag, Amsterdam en Rotterdam. 31-1-2022 12:10:00
Inhoudsopgave 1. Onderzoeksvragen en -verantwoording
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Onderzoeksvragen
5
1.3
Onderzoeksverantwoording
6
1.4
Normenkader
7
1.5
Leeswijzer
7
2. Bevindingen ambities
9
2.1
Inleiding
9
2.2
Ambities
9
2.3
Toetsing aan normenkader
14
3. Bevindingen uitvoering
17
3.1
Inleiding
17
3.2
Beoogde inrichting en uitvoering
17
3.3
Toetsing aan normenkader
32
4. Bevindingen resultaten
35
4.1
Inleiding
35
4.2
Resultaten
35
4.3
Rolinvulling raad
39
4.4
Toetsing aan normenkader
40
5. Conclusies en aanbevelingen
43
5.1
Conclusies
43
5.2
Aanbevelingen
44
Bijlage 1: Uitgebreide analyse casussen
47
Bijlage 2: Onderzoeksverantwoording
56
Inhoudsopgave
3
Klik hier en voeg via Invoegen Afbeeldingen een foto in. Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
1
ONDERZOEKSVRAGEN EN VERANTWOORDING
Onderzoeksvragen en -verantwoording
4
1. Onderzoeksvragen en verantwoording 1.1
Aanleiding De gemeente Heemstede zet zich in voor een inclusieve samenleving. Het beleidsplan staat bol van de ambities en opent met de zin van wethouder sociale zaken, S. Struijf: ‘Iedereen moet kunnen meedoen in Heemstede. We wonen in een mooi dorp met veel voorzieningen en als wethouder vind ik het belangrijk dat alle inwoners hiervan kunnen genieten. Of je nu jong of oud bent, veel of weinig geld hebt, een beperking hebt of niet.’ De gemeente laat zich inspireren door ‘De Nieuwe Route’. De Rekenkamer wil graag zien in hoeverre ‘De Nieuwe Route’ werkt en richt zicht hierin op de doelgroep jeugd. In de begroting 2020 werd nog gesproken over ‘gezond en veilig opgroeien en ruimte voor ontplooiing’. In de begroting 2021 wordt dit niet meer expliciet genoemd en wordt er gerefereerd aan de nieuwe landelijke gezondheidsnota. Een onderdeel van de nota is: ‘Druk op dagelijks bestaan voor jeugd en jongeren’. Nu, in coronatijd, meer dan waar! De principes van ‘De Nieuwe Route’ hebben ook een relatie met participatie, het onderwerp van het opvolgonderzoek ‘Burger aan Zet’. Met dit onderzoek kan participatie in de praktijk worden beoordeeld, een onderwerp waar in 2020 besluitvorming over is geweest en dat onderdeel vormt van het onderzoek.
1.2
Onderzoeksvragen De centrale onderzoeksvraag luidt als volgt: Slaagt de gemeente Heemstede erin om haar ambities ten aanzien van de jeugd zoals weergegeven in het Beleidsplan Sociaal domein 2020-2023 waar te maken? De centrale vraag is uitgesplitst naar de volgende onderzoeksvragen: Ambities 1. Wat zijn de ambities ten aanzien van de jeugd? En hoe zijn deze gekwantificeerd/genormeerd? Uitvoering 2. Wat betekent ‘De Nieuwe Route’ voor de jeugd en hoe wordt dat momenteel uitgevoerd? 3. Zijn de elementen van ‘De Nieuwe Route’ in lijn met het onlangs vastgestelde participatiebeleid? 4. Hoe is het netwerk van jeugdvoorzieningen georganiseerd? Resultaten 5. Welke resultaten zijn er inmiddels geboekt? 6. Op welke wijze vult de raad haar controlerende rol in met betrekking tot Jeugd? In overleg met de rekenkamer zijn de volgende vragen toegevoegd aan het onderzoek: Ambities 7. Hoe ziet het participatiebeleid ten aanzien van jeugd eruit? 8. Op welke wijze vult de raad haar kaderstellende rol in met betrekking tot Jeugd?
Onderzoeksvragen en -verantwoording
5
Uitvoering 9. Hoe ervaren ouders, jeugdigen, professionele en informele opvoeders het werken met De Nieuwe Route? 10. Welke rol speelt burgerparticipatie, in navolging van het opvolgonderzoek, in deze netwerkvorming? Resultaten 11. Leidt ‘De Nieuwe Route’ tot een positiever en duurzamer effect van de ondersteuning? 12. Leidt ‘De Nieuwe Route’ tot de beoogde samensturing op het niveau van individuele hulpverlening en buurten of wijken? 13. Is sprake van een netwerk van jeugdvoorzieningen en netwerksamenwerking en functioneert dat voldoende (ook in het licht van ambities)? 14. Welke resultaten zijn er in de toekomst nog te verwachten?
1.3
Onderzoeksverantwoording Uit het onderzoeksmodel volgen de onderzoeksvragen zoals hierboven beschreven. In het onderzoeksmodel schetsen we het onderzoek als route. Centraal in het onderzoeksmodel staan de ambities van de gemeente op het vlak van jeugd (blauwe blok), de wijze waarop die ambities in de praktijk tot uitvoering komen (groene blok) en tot welke resultaten dat leidt en naar verwachting in de nabije toekomst zal leiden (rode blok).
Eindproduct
Interviews WIJ, CJG, jeugdhulpaanbieders
Ambities Productie jongeren
Werksessie rolinvulling raad
Uitvoering Effectiviteit
Resultaten
De nieuwe route Netwerk van jeugdvoorzieningen Invulling participatie
Verdiepende casussen (15)
Razende reporters
Onderzoeksvragen en -verantwoording
6
1.4
Normenkader Onderdeel onderzoeksmodel Ambities
Uitvoering
Resultaten
1.5
Normen 1.
De ambities voor Jeugd zijn voorzien van indicatoren en voorzien van kwalitatieve of kwantitatieve streefwaarden. 2. De ambities voor Jeugd hebben betrekking op de volgende invalshoeken voor sturing: o Kosten en gebruik o Transformatie in de uitvoering o Inwonerservaringen o Maatschappelijke effecten 3. De raad: o Is geraadpleegd bij de totstandkoming van het beleid en de ambities o Heeft keuzes voorgelegd gekregen met alternatieven o Heeft het beleid vastgesteld 4. De Nieuwe Route wordt toegepast door de betrokken professionals en de gezinnen. 5. De elementen van De Nieuwe Route zijn passend bij het vastgestelde participatiebeleid. 6. De beoogde ambities worden gerealiseerd 7. Het werken met De Nieuwe Route leidt tot een positiever en duurzamer effect van de ondersteuning 8. Het werken met De Nieuwe Route leidt tot de beoogde samensturing op het niveau van individuele hulpverlening en buurten of wijken. 9. De ouders, jeugdigen en betrokken professionele en informele opvoeders hebben positieve ervaringen met De Nieuwe Route. 10. Er is sprake van een netwerk van voorzieningen en netwerksamenwerking op individueel en buurt/wijk niveau rondom de leefwerelden van de gezinnen. 11. Het netwerk functioneert naar behoren volgens de netwerkpartners, ouders en jeugdigen. 12.
De raad: o Krijgt periodieke verantwoordingsinformatie over de voortgang van de realisatie van de ambities o Ervaart grip en sturingsmogelijkheden op basis van de verkregen verantwoording.
Leeswijzer De bevindingen per onderdeel zijn in aparte hoofdstukken weergegeven. In hoofdstuk 2 treft u de bevindingen rondom de ambities. De bevindingen omtrent de uitvoering zijn in hoofdstuk 3 beschreven. Hoofdstuk 4 beschrijft de bevindingen van de resultaten. De relevante deelvragen zijn steeds beantwoord in een box gevolgd door een onderbouwing. De bevindingenhoofdstukken sluiten af met een toetsing aan de relevante normen. Tip voor de snelle lezer: lees alleen de boxen en de toetsing aan het normenkader. In hoofdstuk 5 zijn conclusies en aanbevelingen beschreven.
Onderzoeksvragen en -verantwoording
7
Klik hier en voeg via Invoegen Afbeeldingen een foto in. Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
2
BEVINDINGEN AMBITIES
Onderzoeksvragen en -verantwoording
8
2. Bevindingen ambities 2.1
Inleiding In dit hoofdstuk staat de beantwoording van de volgende onderzoeksvragen centraal: 1. 7. 8.
Wat zijn de ambities ten aanzien van de jeugd? En hoe zijn deze gekwantificeerd/genormeerd? Hoe ziet het participatiebeleid ten aanzien van jeugd eruit? Op welke wijze vult de raad haar kaderstellende rol in met betrekking tot Jeugd?
Deze vragen zijn in de volgende paragrafen beantwoord. Steeds wordt gestart met het antwoord op de vraag, daarna volgt de onderbouwing. Afgesloten wordt met een toetsing aan het normenkader.
2.2
Ambities Onderzoeksvraag 1. Wat zijn de ambities ten aanzien van de jeugd? En hoe zijn deze gekwantificeerd/genormeerd? Beantwoording op hoofdlijnen: De rode draad in de ambities door de jaren heen is vergelijkbaar met de ambitie uit het meest recente beleidsplan van het sociaal domein: Heemsteedse kinderen/jeugdigen moeten zich zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen in een gezonde en veilige omgeving. Het beleidsplan sociaal domein 2020-2023 bevat 10 relevante doelen voor het jeugdbeleid, van stimuleren van participatie van jongeren en ouders tot monitoring leerlingenvervoer, een beperkt aantal concrete streefwaarden, indicatoren en resultaten. Die laatste zijn weinig concreet. Het transformatieplan Zuid-Kennemerland uit 2018 bevat concrete doelen. Het transformatieplan bevat 6 actielijnen en 5 thema’s. Per thema is een aanpak en planning geformuleerd. De gemeente Heemstede heeft tijdens de coronacrisis extra doelen geformuleerd in de notitie “Eén jaar coronacrisis in Heemstede: terugblik en toekomst”. De notitie bevat voor de jeugd 9 doelen zonder concrete resultaten en indicatoren. De notitie bevat wel een vooruitzicht van de kosten. Onderbouwing Voor decentralisatie (voor 2015) Nota “Jeugd en Onderwijs” (2011) De nota “Jeugd en Onderwijs” uit 2011 bevat een aantal ambities.
De gemeente wil de jeugd optimale kansen geven om op te groeien, zich te ontwikkelen en te ontplooien, zodat zij nu en later actief kunnen deelnemen aan de samenleving. Onder de centrale doelstelling hangen verschillende domeinen: ▪ opvoeden en opgroeien ▪ gezondheid ▪ onderwijs en opvang ▪ vrijetijdsbesteding ▪ jeugdparticipatie. De nota bevat doelen als ‘het creëren van kansen voor ontmoeting”, “jongeren laten opgroeien tot evenwichtige en betrokken burgers”. Indicatoren en streefwaarden zijn niet genoemd, wel bevat het een planning.
Bevindingen ambities
9
Nota “Oog voor Elkaar” De nota “Oog voor Elkaar” is in 2012 uitgekomen. Deze nota richt zich vooral op de Wmo, maar bevat ook een aantal uitgangspunten en ambities die relevant zijn voor jeugdbeleid. De nota spreekt uit dat de doelgroep jongeren bijzondere aandacht verdient in het beleid. Het stuk bevat zeven relevante doelen voor jeugd. Deze doelen zijn voornamelijk gericht op het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) en gezondheid zoals ‘het CJG wordt doorontwikkeld”, “het CJG verleent zoveel mogelijk hulp zelf in plaats van door te verwijzen” en “het terugdringen van genotmiddelengebruik door jongeren”. Indicatoren en streefwaarden ontbreken. Na decentralisatie van de jeugdzorg (vanaf 2015) Beleidsplan Sociaal Domein Gemeente Heemstede 2020 t/m 2023 Het beleidsplan Sociaal Domein Gemeente Heemstede 2020 t/m 2023 bevat twee relevante ambities op het vlak van jeugdbeleid: ▪ Heemsteedse kinderen/jeugdigen moeten zich zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen in een gezonde en veilige omgeving. ▪ De nieuwe voorstellen volgen “De Nieuwe Route”, deze zorgt voor hernieuwd eigenaarschap over de situatie en de oplossingen bij alle betrokkenen samen.
Het is een kanteling in denken, organiseren en doen die leidt tot een gelijkwaardige samenwerking tussen cliënt en organisatie, inwoners en overheid, leefwereld en systeemwereld Het plan bevat tien doelen voor jeugd: ▪ Participatie van jeugdigen en hun ouders stimuleren ▪ Talentontwikkeling jeugd ▪ De sociaal maatschappelijke betrokkenheid van de jeugd stimuleren ▪ Een gezonde leefstijl stimuleren onder de jeugd ▪ Inzet Nieuwe Route in toegang ▪ Verlenging dan wel verwerving voorzieningen Jeugdwet ▪ Leerlingenvervoer monitoren ▪ Ontwikkeling onderwijs-zorg vormen ▪ Beginnen met een pilot voor de inzet van een praktijkondersteuner jeugd bij de huisartsen ▪ Jongeren tussen de 23 en 27 jaar die ‘thuis zitten’ actief benaderen en wanneer relevant hulp aanbieden Dit is uitgewerkt in meerdere resultaten, die merendeels weinig concreet zijn. In een minderheid van de gevallen zijn de resultaten concreet. Weinig concrete resultaten zijn bijvoorbeeld “een totaalpakket op het gebied van talentontwikkeling bieden”, “in gesprek gaan met de jeugd over vrijwilligerswerk en burgerschap”. Concrete resultaten zijn: “de gemeentelijke gebouwen en de terreinen zijn rookvrij”, idem voor openbare speelterreinen, openbaar zwembad en sportverenigingen. De meeste resultaten zijn niet tot onvoldoende genormeerd, gekwantificeerd en missen specifieke deadlines.
Eén jaar coronacrisis in Heemstede: terugblik en toekomst (april 2021) De gemeente Heemstede formuleert in de notitie “Eén jaar coronacrisis in Heemstede terugblik en toekomst” een zogeheten Herstelagenda. De Herstelagenda komt voort uit de acties die de gemeente heeft genomen in het kader van corona, hoe dit is verlopen en welke lessen zij hieruit trekt. De Herstelagenda neemt daarnaast de onderzoeken naar de regionale en lokale impact van het virus mee. De gemeente formuleert op basis hiervan in de Herstelagenda een aanpak voor de komende tijd en een doorkijk naar de toekomst. De notitie bevat negen doelen die relevant zijn voor het jeugdbeleid, maar geen concrete indicatoren of streefwaarden. Het betreft doelen als jongeren ondersteunen ten tijde van de coronacrisis, intensiveren preventieve inzet jeugd en investeren in jongerenparticipatie. De notitie bevat een voortgangsrapportage van de financiën rondom de reserve van de coronagelden. Deze voortgangsrapportage bevat cijfers van vrijwilligersorganisaties Jeugd en (de meerkosten van) Jeugdzorg. Onderzoeksvraag
Bevindingen ambities
10
7.
Hoe ziet het participatiebeleid ten aanzien van jeugd eruit?
Participatiebeleid In de diverse beleidsplannen van de gemeente wordt participatie, ook van jeugd en jongeren als belangrijk thema benoemd. Het leidt ook tot een motie in 2017 over jongerenparticipatie. Zie hiervoor ook de bevindingen bij de beantwoording van onderzoeksvraag 2. De gemeente Heemstede heeft de volgende visie op participatie zoals blijkt uit de nota participatiebeleid 2020: ▪ In Heemstede willen we een omgeving creëren waarin we prettig, veilig, duurzaam en met oog voor elkaar kunnen samenleven. ▪ We geloven dat we samen als gemeente en gemeenschap tot betere ideeën en gezamenlijke beelden komen. ▪ We gaan ervan uit dat iedereen het beste van Heemstede wil maken en eigenaarschap voelt voor haar/zijn leefomgeving. De visie is vertaald in een viertal uitgangspunten met een concrete rolverdeling. Deze is verkort samengevat weergegeven in onderstaande box. 1. Maatschappelijke waarde creëren. Dit betekent: een concreet en kwalitatief resultaat met draagvlak, als gevolg van een proces waarbij gemeente en inwoners een participatieve houding hebben. 2. De aard van de opgave bepaalt. Dit betekent: de complexiteit van de opgave bepaalt de rolverdeling, de vorm van participatie en de werkwijze. 3. Voor en tijdens het traject is het belangrijk duidelijke afspraken te maken en te communiceren over de rolverdeling. De gemeente kan ofwel proceseigenaar ofwel accounthouder zijn.
Het college en de raad hebben beide de opdracht duidelijkheid over de kaders te geven en het juiste participatieklimaat te creëren. Binnen deze opdracht; -heeft de raad een kaderstellende en controlerende rol, -heeft het college een stimulerende en ondersteunende rol en -heeft de ambtelijke organisatie de uitvoerende rol. 4. Goede processen zijn de basis. Dit betekent: maatwerk bieden met duidelijke processen en communicatie. De proceskaders dienen het volgende te bevatten: maatschappelijke waarde, haalbare participatie, een goed procesontwerp, betrekken van relevante belanghebbenden en duidelijkheid over de rolverdeling en verantwoordelijkheden. Regionale kaders Transformatieplan Zuid Kennemerland Het “Transformatieplan Zuid Kennemerland” is in 2018 uitgebracht. In dit transformatieplan zijn zes actielijnen geformuleerd: ▪ Betere toegang tot jeugdhulp voor kinderen en gezinnen ▪ Meer kinderen zo lang mogelijk thuis mogelijk laten opgroeien ▪ Alle kinderen de kans bieden zich te ontwikkelen ▪ Kwetsbare jongeren beter op weg helpen zelfstandig te worden ▪ Jeugdigen beter beschermen als hun ontwikkeling gevaar loopt ▪ Investeren in vakmanschap Het plan formuleert de visie van regio Zuid Kennemerland op de jeugd. De visie gaat uit van een sterke basis, regie bij het gezin, normalisatie, ondersteuning en hulp op maat en veiligheid. Het transformatieplan bestaat uit vijf thema’s.
Elk thema bevat onderdelen met een aanpak en planning. In totaal bevat het plan achttien actiepunten.
Bevindingen ambities
11
Onderzoeksvraag 8. Op welke wijze vult de raad haar kaderstellende rol in met betrekking tot Jeugd? Beantwoording op hoofdlijnen: De raad vervult haar kaderstellende rol ten dele. De raad heeft weliswaar invulling gegeven aan de eerste verplichting die de Jeugdwet stelt (het periodiek opstellen van een plan), maar slechts beperkt aan de tweede verplichting die de Jeugdwet stelt, namelijk welke concrete resultaten bereikt moeten worden. De raad heeft bij het vaststellen van het beleidsplan Sociaal Domein 2020-2023 met de Nieuwe Route over dit plan uitgebreid gesproken in de commissie. De raad geeft aan niet actief te hebben meegedacht met de ontwikkeling van het beleidsstuk, wel waren zij uitgenodigd bij werksessies daarover met partners van de gemeente over het beleidskader. De raad ervaart dat zij op hoofdlijnen goed wordt geïnformeerd bij de invulling van haar kaderstellende rol. De begroting en de kadernota ervaart de raad als belangrijkste kaderstellende momenten. Als de raad tussentijds van mening is dat verandering benodigd is, maken raadsleden gebruik van moties om dit te bewerkstelligen. De raad geeft aan dat zij de geestelijke gezondheidszorg en de kosten van het jeugdbeleid minder goed in beeld hebben. Daardoor is het lastig om op die onderdelen kaders te stellen.
Onderbouwing Kaderstellende verplichtingen van de raad De gemeenteraad kent de kaderstellende en de controlerende rol. Met de kaderstellende rol stelt de raad de algemene beleidskaders vast waarbinnen het college kan bewegen. Zo bepaalt de raad de beleidsmatige en financiële grenzen voor de uitvoering door het college. De controlerende rol richt zich op de controle over de uitvoering van de kaders. (zie voor verdere uitwerking paragraaf 4.3) In de Jeugdwet is onder artikel 2.2 opgenomen wat de rol van gemeenteraad is in het stellen van kaders en doelen in het jeugdbeleid. Artikel 2.2 Jeugdwet 1. De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast dat richting geeft aan de door de gemeenteraad en het college te nemen beslissingen betreffende preventie en jeugdhulp, de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. 2. Het plan bevat de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid betreffende preventie, jeugdhulp, de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en geeft daarbij in ieder geval aan: a. wat de gemeentelijke visie en doelstellingen zijn van dit beleid; b. hoe dit beleid zal worden uitgevoerd in samenhang met de verantwoordelijkheid van het college inzake Veilig Thuis en welke acties in de door het plan bestreken periode zullen worden ondernomen; c.
welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode wenst te behalen, hoe gemeten zal worden of deze resultaten zijn behaald en welke outcome criteria gehanteerd worden ten aanzien van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen; d. hoe het college uitvoering zal geven aan artikel 2.7, tweede lid, en hoe wordt gewaarborgd dat de jeugdhulpaanbieder voldoet aan de eisen inzake de verantwoordelijkheidstoedeling, gesteld bij of krachtens artikel 4.1.1, tweede lid, juncto 4.1.5, eerste lid; e. op welke wijze de gemeenteraad en het college zich hebben vergewist van de behoeften van kleine doelgroepen, en f. hoe het college uitvoering zal geven aan het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169).
Bevindingen ambities
12
In de gemeente Heemstede is sprake van een aantal door de raad vastgestelde beleidsplannen: Nota “Jeugd en Onderwijs” (2011), Nota “Oog voor Elkaar” (2012) en het Beleidsplan Sociaal Domein Gemeente Heemstede 2020 t/m 2023. Daarmee is invulling gegeven aan de eerste verplichting die de Jeugdwet stelt. De plannen bevatten een gemeentelijke visie en doelstellingen (lid 2a). De plannen bevatten in beperkte mate de concrete te behalen resultaten. De plannen bevatten geen concrete voorstellen voor het meten van de gewenste resultaten en effecten. In de programmabegrotingen zijn wel de verplichte beleidsindicatoren opgenomen, zoals absoluut verzuim, jongeren met een delict voor de rechter en jongeren met jeugdhulp. De programmabegroting 2021 noemt naast de verplichte beleidsindicatoren zes aanvullende indicatoren relevant voor jeugd. Hierbij kan worden gedacht aan het aantal leerlingen, risico op onderwijsachterstanden, alcoholgebruik onder scholieren en recent gepeste kinderen van 4-11 jaar. De verplichte beleidsindicatoren zijn meer gericht op output (gebruik van voorzieningen) en omvatten ongeveer twee derde van de relevante indicatoren voor jeugd. De aanvullende beleidsindicatoren omvatten een derde van de relevante indicatoren en zijn meer gericht op outcome (maatschappelijke effecten en inwonerservaringen).
De relatie tussen de doelen en de indicatoren is niet expliciet gelegd. Rol van de raad in kaderstellende participatieve processen De gemeente Heemstede benoemt in de nota Participatiebeleid (2020) wat de rol is van de gemeenteraad in participatieve processen rondom kaderstelling: De gemeenteraad heeft een belangrijke democratische rol in participatieve processen: ze stelt kaders, controleert en besluit (vaak). De gemeenteraad kan in het geval van participatie zelf ook een rol spelen, bijvoorbeeld als initiatiefnemer, deelnemer of als toehoorder. De raad heeft in participatieve trajecten de belangrijke taak voorafgaand kaders mee te geven en duidelijk te maken hoe de gemeenteraad omgaat met het afwegen van het initiatief of het participatieve traject ten aanzien van het algemeen belang. Zo maken zij de ruimte om [binnen de gemeente] te participeren of initiatief te nemen kenbaar en duidelijk. Op hoofdlijnen onderscheidt de gemeente: ▪ Inhoudelijke kaders (of outputkaders) ▪ Financiële kaders (of inputkaders) ▪ Proceskaders die gaan over de werkwijze. Invulling van de kaderstellende rol van de raad De raad heeft in de onderzoeksperiode één motie aangenomen die betrekking heeft op de jeugd. De motie “De jeugd heeft de toekomst” is op 3 november 2017 unaniem aangenomen.
De motie verzoekt het college een voorstel uit te werken over de wijze waarop jongeren tussen de 12 en 21 jaar structureel betrokken kunnen worden bij de lokale democratie. De motie roept het college daarnaast op de mogelijkheden te verkennen om kinderen in de basisschoolleeftijd op gestructureerde wijze te betrekken. Het voorstel diende gereed te zijn in het tweede kwartaal van 2018. Uit de reflectiesessie met raadsleden die heeft plaatsgevonden in het kader van dit rekenkameronderzoek, blijkt het volgende over hun rolinvulling. ▪ Verschillende raadsdelen gaven aan dat ze beleidsstukken binnenkrijgen en beoordelen, daarbij wordt een check gedaan of dat in lijn is met wat er landelijk is voorgeschreven. Het college komt in de regel met een uitgewerkt voorstel voor een beleidsplan. De raad heeft niet actief meegedacht met de totstandkoming van het beleidsstuk. ▪ De raadsleden geven aan dat zij over de hoofdlijnen voldoende worden geïnformeerd om kaders te kunnen stellen, als zij behoefte hebben aan extra informatie dan vragen ze daar om. Daarnaast waren zij als raadsleden welkom om bijeenkomsten bij te wonen in het kader van de ontwikkeling van het beleidsplan sociaal domein. ▪ De begroting en de kadernota zijn de belangrijkste documenten waarmee de raad de kaders stelt.
De raadsleden zijn van mening dat indien verandering nodig is zij een motie kunnen indienen met een voorstel. De motie wordt vaak aangenomen wanneer deze redelijk is.
Bevindingen ambities
13
▪ ▪
2.3
De raad gebruikt voor de nieuwe inkoop en de visie in de regio haar invloed door aan te geven wat zij graag veranderd wil zien. De raad geeft aan dat zij de geestelijke gezondheidszorg en de kosten van het jeugdbeleid minder goed in beeld heeft. Daardoor is het lastig om op die onderdelen kaders te stellen.
Toetsing aan normenkader Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: ▪ Voldoet niet: dit betekent dat op geen enkele wijze (0%) wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet beperkt: dit betekent dat voor een klein deel (<=50%) wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel (>50%, <75%) wel dan niet wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet grotendeels: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte (>75%) wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet: dit betekent dat volledig (100%) wordt voldaan aan de norm. Norm De ambities voor Jeugd zijn voorzien van indicatoren en voorzien van kwalitatieve of kwantitatieve streefwaarden.
De ambities voor Jeugd hebben betrekking op de volgende invalshoeken voor sturing: o Kosten en gebruik o Transformatie in de uitvoering o Inwonerservaringen o Maatschappelijke effecten
De raad: o Is geraadpleegd bij de totstandkoming van het beleid en de ambities o Heeft keuzes voorgelegd gekregen met alternatieven o Heeft het beleid vastgesteld
Toetsing Voldoet beperkt. In de beleidsplannen tot 2015 zijn geen concrete doelen, resultaten en streefwaarden opgenomen. In het recente beleidsplan Sociaal Domein (2020-2023) is op een aantal thema’s wel een concreet resultaat benoemd met een duidelijke streefwaarde. Echter bij de meeste doelen ontbreken indicatoren met streefwaarden. Voldoet beperkt. De gemeente heeft geen concrete doelstellingen geformuleerd over kosten en gebruik van voorzieningen in het kader van het jeugdbeleid. De gemeente stelt een financieel kader vast met het vaststellen van de begroting. De gemeente heeft meerdere doelen geformuleerd waar het gaat om de transformatie in de uitvoering. Dit komt het meest tot uitdrukking in het werken volgens De Nieuwe Route. De gemeente heeft geen concrete doelstellingen geformuleerd waar het gaat om inwonerservaringen in de verschillende beleidskaders. De gemeente heeft in het Beleidsplan Sociaal Domein op het vlak van fysieke gezondheid concrete doelstellingen geformuleerd, bijvoorbeeld rookvrije openbare ruimten. Bij de andere doelen zijn geen concrete maatschappelijke effecten benoemd. Voldoet merendeels. De raad heeft de mogelijkheid gekregen om te participeren in werksessies en bijeenkomsten in het kader van de ontwikkeling van het Beleidsplan Sociaal Domein 2020-2023.
De raad heeft in de eigen behandelcyclus geen keuzemogelijkheden of scenario’s voorgelegd gekregen. De raad heeft wel het beleid vastgesteld en uitgebreid besproken in de commissie en de raad.
Bevindingen ambities
14
Klik hier en voeg via Invoegen Afbeeldingen een foto in. Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
3
BEVINDINGEN UITVOERING
Bevindingen ambities
16
3. Bevindingen uitvoering 3.1
Inleiding In dit hoofdstuk staat de beantwoording van de volgende onderzoeksvragen centraal: 2. 9.
Wat betekent ‘De Nieuwe Route’ voor de jeugd en hoe wordt dat momenteel uitgevoerd? Hoe ervaren ouders, jeugdigen, professionele en informele opvoeders het werken met De Nieuwe Route? 3. Zijn de elementen van ‘De Nieuwe Route’ in lijn met het onlangs vastgestelde participatiebeleid? 4. Hoe is het netwerk van jeugdvoorzieningen georganiseerd? 10. Welke rol speelt burgerparticipatie, in navolging van het opvolgonderzoek, in deze netwerkvorming? Deze vragen worden in de volgende paragrafen beantwoord. Steeds wordt gestart met het antwoord op de vraag, daarna volgt de onderbouwing. Afgesloten wordt met een toetsing aan het normenkader.
3.2
Beoogde inrichting en uitvoering Onderzoeksvraag 2. Wat betekent ‘De Nieuwe Route’ voor de jeugd en hoe wordt dat momenteel uitgevoerd? Beantwoording op hoofdlijnen: Volgens ‘De Nieuwe Route’ komen de inwoner, de mensen die bij hem/haar betrokken zijn en de professional gezamenlijk tot een oplossing en delen ze de regie en het eigenaarschap. ‘De Nieuwe Route’ komt echter in de praktijk nog onvoldoende tot haar recht in de inrichting als uitvoering.
Met name in de werkwijze van het CJG geven de professionals aan De Nieuwe Route actief toe te passen. Uit het casusonderzoek blijkt dat deze inspanningen ten spijt het niet in alle gevallen toegepast wordt. Voor de partners in het veld is De Nieuwe Route veelal onbekend. Ze herkennen de kenmerken van De Nieuwe Route en passen dit op onderdelen toe, maar van een algehele nieuwe inrichting en werkwijze is nog geen sprake. De onderdelen die worden toegepast worden niet gewijd aan een aangestuurd proces vanuit de gemeente. Ook ouders en jongeren zien De Nieuwe Route in de uitvoering beperkt terug komen. In de praktijk past voornamelijk het CJG ‘De Nieuwe Route’ toe, blijkt uit de interviews, maar uit het casusonderzoek blijkt dat niet in alle gevallen Zorgaanbieders herkennen de elementen wel en passen deze toe. In de meeste gevallen komt dit door een landelijke verschuiving en nieuwe inzichten en nauwelijks te relateren aan De Nieuwe Route. Een minderheid is echt goed bekend met ‘De Nieuwe Route’. (Sport)scholen zien zichzelf als een maatschappelijk partner. Alhoewel zij nauwelijks op de hoogte zijn van de Nieuwe Route zien zij een verschuiving in de samenwerking. Zij vinden dat er nog veel meer winst te behalen is op dit vlak.
Uit de interviews blijkt dat verbeteringen mogelijk zijn op het gebied van: ▪ samenwerking tussen aanbieders en (sport)scholen; ▪ (sport)scholen betrekken in de ontwikkelingen en inrichting van de uitvoering;
Bevindingen uitvoering
17
▪
(sport)scholen actief informeren over de maatschappelijke effecten en gezamenlijk optrekken in het bereiken van de effecten
Onderbouwing Beoogde doelen van ‘De Nieuwe Route’ Het beleidsplan Sociaal Domein zegt daar het volgende over: “De Nieuwe Route zorgt voor hernieuwd eigenaarschap over de situatie en de oplossingen bij alle betrokkenen samen. Het is een kanteling in denken, organiseren én doen die leidt tot een gelijkwaardige samenwerking tussen cliënt en organisatie, inwoners en overheid, leefwereld en systeemwereld.” Uit het beleidsplan Sociaal Domein (2020-2023) blijkt dat in de toeleiding naar voorzieningen en de ondersteuning de regie en het eigenaarschap van de oplossing voor de inwoner lag bij de professional. En in veel mindere mate bij de inwoner en de mensen die zich bij hem/haar betrokken voelen. Dat kon er bijvoorbeeld toe leiden dat de geboden ondersteuning niet gewenst was of dat er voorbij werd gegaan aan oplossingen die de betrokkenen zelf kunnen bieden. Volgens de Nieuwe Route komen de inwoner, de mensen die bij hem/haar betrokken zijn en de professional gezamenlijk tot een oplossing en delen ze de regie en het eigenaarschap. Verondersteld wordt dat een groter ‘eigenaarschap’ van de oplossing sterk bijdraagt aan het positieve effect en de duurzaamheid van de ondersteuning. Feitelijke uitvoering Uit het onderzoek blijkt dat het werken met ‘De Nieuwe Route’ voornamelijk door het CJG wordt toegepast. Het werken hiermee is wel belemmerd geweest door de coronacrisis.
Het CJG past ‘De Nieuwe Route’ als volgt toe: ▪ De Nieuwe Route legt het accent ook op het niet-professionele netwerk om het gezin. De ondersteuning van dit niet-professionele netwerk betekent een verschuiving in de focus van de hulpverleners. Er zijn intervisiemomenten afgesproken om tussentijds de evalueren. ▪ De Nieuwe Route gaat verder dan het betrekken van het eigen netwerk van het gezin. Het gaat uit van het principe: it takes a village to raise a child. ▪ Het CJG doet een brede uitvraag bij de inwoner en daarbij wordt ook gekeken naar de inzet vanuit het eigen netwerk om tot een goed passende oplossing te komen. Andere partners van de gemeente zijn bevraagd of zij bekend zijn met ‘De Nieuwe Route’ en of zij ermee werken. Uit de interviews komt het volgende beeld naar voren: ▪ De elementen van de ‘De Nieuwe Route’ herkennen de aanbieders van hulp en ondersteuning. Een minderheid is echt goed bekend met ‘De Nieuwe Route’. De elementen die zij herkennen, gebruiken ze zelf al in de praktijk. ▪ De aanbieders omschrijven de elementen die zij herkennen en toepassen van ‘De Nieuwe Route’ als een gevolg van een landelijke tendens en nieuwe inzichten. ▪ De scholen omschrijven zichzelf als maatschappelijk partner.
Zij kennen de ‘De Nieuwe Route’ onvoldoende, maar passen elementen uit de Nieuwe Route passen toe door samen te werken met het CJG, met andere professionals, Multi Disciplinaire Overleggen (MDO), een jongerenraad (in oprichting), een ouderraad en MR. ▪ De scholen geven aan dat zij de gemeente actief bezig zien met de elementen van ‘De Nieuwe Route’. Zij geven aan te zien dat de gemeente de samenwerking tussen het CJG en scholen verbetert en investeert in het sociaal domein. Punten van verbetering zijn het meer betrekken van scholen in de ontwikkelingen en inrichting van de uitvoering en het actief informeren en vooral betrekken bij het behalen van de maatschappelijke effecten.
Bevindingen uitvoering
18
Onderzoeksvraag 9. Hoe ervaren ouders, jeugdigen, professionele en informele opvoeders het werken met De Nieuwe Route? Beantwoording op hoofdlijnen: Voor de meeste professionals, naast het CJG, geldt dat zij ‘De Nieuwe Route’ niet actief toepassen in de ondersteuning die zij bieden. Zij kunnen derhalve onvoldoende aangeven wat hun ervaringen op dit vlak zijn. Ouders en jongeren bevestigen dit beeld. Voor de ouders en jongeren die door het CJG zijn ondersteund, of door het CJG zijn doorverwezen geldt dat zij tevreden zijn als elementen van ‘De Nieuwe Route’ toegepast worden. Uit het casusonderzoek blijkt dat ouders en jeugdigen een aantal elementen van het werken met ‘De Nieuwe Route’ herkennen. In het traject van hulpvraag tot ondersteuning wordt in de meerderheid van de gevallen goed aangesloten bij de context van het gezin. Ouders en jeugdigen zijn ook in meerderheid gemotiveerd om het ondersteuningstraject in te gaan, een belangrijke voorwaarde voor het beleggen van eigenaarschap bij ouders. Uit het casusonderzoek blijkt dat in meer dan de helft van de gevallen meerdere organisaties betrokken waren. Hierdoor duurde het lang voordat de hulp echt op gang kwam. Ouders, voorzover meerdere organisaties betrokken waren, ervaren in meerderheid dat de organisaties onvoldoende tot matig samenwerkten.
De meeste ouders ervaren dat zij goed worden meegenomen in de besluiten over de interventie. Een derde van de ouders ervaart echter dat zij matig tot onvoldoende zijn meegenomen. In negen van de vijftien casussen was volgens de gesproken ouders sprake van een gezamenlijke regie tussen professionals en ouders en jeugdige. De tevredenheid hierover wisselt, in drie gevallen was die groot, in zes gevallen was sprake van een gedeeltelijke tevredenheid. Dit is één van de belangrijke uitgangspunten van ‘De Nieuwe Route’. In de andere casussen was geen sprake van een volledig gedeelde regie. Ouders gaven dat dat wat hen betreft ook niet nodig was en waren hier tevreden over. Uit de gesprekken met de CJG coaches komt dit beeld ook naar voren. In vier van de vijf casussen had de CJG geen regiefunctie, dit was ook niet nodig. Hieruit voortvloeiend hadden de CJG coaches beperkt tot geen contact met andere instanties. Uit de jongerensurvey blijkt dat jongeren aangeven het eerst aan te kloppen bij ouders, vervolgens bij vrienden en daarna school opgevolgd door andere familieleden. Slechts enkele jongeren geven aan dat zij aankloppen bij een professional en noemen dan de jongerenwerker. Op de vraag welke instanties zij kennen komen ouders, vrienden en school het meeste voor. Het CJG, de politie, Epic Youth en Wij Heemstede worden alle maar één keer genoemd.
Uit de jongerensurvey blijkt dat iets meer dan de helft van de jongeren het gevoel heeft mee te kunnen beslissen over hulp die zij kunnen ontvangen. Voor de (sport)scholen geldt dat zij onvoldoende bekend zijn met De Nieuwe Route en zij geven aan dat zij actiever geïnformeerd en betrokken zouden willen worden bij de ontwikkeling, inrichting en uitvoering van de Nieuwe Route. Zij passen elementen toe op het vlak van inspraak zoals ouder- en jongerenraden. Zij geven aan dat zij binnen hun organisatie nog meer zouden willen doen op dit vlak. Onderbouwing Ervaringen ouders, jeugdigen en CJG coaches vanuit het casusonderzoek In het casusonderzoek is bij ouders en jeugdigen nagegaan welke verwachte onderdelen van de werkwijze van ‘De Nieuwe Route’ door hen worden herkend. Het gaat om verwachte onderdelen als: ▪ De aansluiting van de interventie bij de kenmerken en context van het gezin ▪ De motivatie van ouders en jeugdigen (belangrijk om tot een gedeelde regie en eigenaarschap te komen) ▪ De samenwerking tussen alle betrokken professionals bij het gezin zowel bij start als bij de ondersteuning
Bevindingen uitvoering
19
▪ ▪
De mate waarin ouders en jeugdigen zich mee voelen genomen in de beslissingen over de ondersteuning Mate waarin sprake is van een gedeelde regie tussen ouders, jeugdige en professionals
Bij vijf van deze casussen is gesproken met de betrokken CJG coach. Deze gesprekken behandelden onderwerpen als: ▪ ▪ ▪
De tijdigheid van de hulp Het contact met andere hulpverleners/instanties De ondersteuning door het informele netwerk
Een uitgebreide analyse van het casusonderzoek met analyseschema’s is te vinden in de bijlage. Uit het casusonderzoek blijkt dat een derde van de ouders vindt dat de interventie volledig aansluit bij de kenmerken van het gezin. De resterende ouders zijn niet geheel ontevreden, maar zien nog wel punten voor verbetering. Uit meer dan de helft van de casussen blijkt dat de interventie zich richt op de gehele context van de jeugdige. De resterende casussen betreffen situaties waarbij dit volgens de niet is uitgevraagd of nodig was. Het merendeel van de ouders en jeugdigen in het casusonderzoek was gemotiveerd om ondersteuning te vragen. Slechts in twee van de casussen is sprake van matige of onvoldoende motivatie. In beide gevallen hebben of hadden de jeugdigen geen motivatie voor de ondersteuning. Daarnaast was een ouder in één van de casussen ook ongemotiveerd. Ongeveer de helft van deze ouders geeft aan dat meerdere organisaties betrokken waren en daardoor een lange tijd verstreek totdat de juiste interventie werd ingezet. In ongeveer een derde van de casussen geven de ouders aan dat in het ondersteuningstraject alle betrokken professionals zijn meegenomen. Dit geldt voor zowel de start van de hulp(vraag), de keuze voor hulp en de uitvoering van de hulp.
Bij een derde van de casussen was het meenemen van alle partijen onnodig, omdat de vraag bijvoorbeeld enkelvoudig is en daardoor geen verdere partijen betrokken zijn. In het geval van de overige vijf casussen werden de partijen onvoldoende meegenomen. Een ouder moest bijvoorbeeld bij de start van de hulp zelf opperen de school mee te nemen in het traject. In vier casussen werkten alle betrokken professionals zowel tijdens de keuze voor hulp als tijdens de uitvoering van de hulp samen. Bij zes casussen werkten de professionals tijdens de keuze voor hulp naar oordeel van de ouders en jeugdigen matig tot onvoldoende samen. Bij zeven casussen werkten de professionals tijdens de uitvoering van de hulp matig tot onvoldoende samen. In ongeveer een derde van de casussen was het onnodig dat meerdere partijen samenwerkten omdat het een enkelvoudige vraag betrof. Bij een casus met een complexe hulpvraag gaf de ouder aan dat sommige aanbieders goed samenwerkten. Een andere ouder met een complexe hulpvraag gaf aan dat de aanbieders afzonderlijk van elkaar te werk gaan. Het merendeel van de ouders voelt zich meegenomen in de beslissingen over de ondersteuning. Acht van de ouders voelden zich meegenomen tijdens de start van de hulp(vraag), zes van de ouders tijdens de keuze voor hulp en acht tijdens de uitvoering van de hulp. In drie casussen was dit niet nodig.
Een ouder nam bijvoorbeeld zelf de beslissing en schakelde hulp in of de leerplichtambtenaar nam actie tot hulp. In ongeveer een derde van de casussen hadden de ouders en jeugdigen matig tot onvoldoende het gevoel meegenomen te worden in de beslissingen over de ondersteuning. In negen van de casussen was sprake, of moest er sprake zijn, van gedeelde regie. In de overige zes casussen was geen sprake van gedeelde regie. De groep waarbij de regie bij één van de betrokkenen lag, was in alle gevallen positief over deze verdeling. De casussen waarbij de regie werd gedeeld zijn verdeeld
Bevindingen uitvoering
20
over de tevredenheid. In drie van de gevallen waren zij volledig positief over de regie van alle partijen. De overige zes respondenten gaven aan dat zij gedeeltelijk tevreden waren. Geen van de respondenten was geheel ontevreden met de regie van een partij. Uit de gesprekken met de vijf CJG coaches en de gesprekken met de ouders uit het casusonderzoek blijkt dat het merendeel van de casussen de hulp niet of onvoldoende op tijd ontving. De ouders beoordeelden in tien van de vijftien casussen de hulp als matig of onvoldoende op tijd ontvangen. De CJG coaches beoordeelden daarnaast in alle vijf de casussen dat zodra het gezin in beeld kwam, de hulp zo snel als het kon in gang werd gezet. In alle gevallen gaven zij aan dat ze de gezinnen toewensten dat de hulpvraag eerder was gesignaleerd door ouders, de omgeving en op school en de hulp eerder in gang was gezet. Zij gaven tegelijkertijd ook aan dat dat achteraf makkelijker is gezegd dan gedaan, omdat de behoefte aan hulp niet altijd zichtbaar is. Een andere reden voor het niet tijdig ontvangen van hulp die ouders in de gesprekken aangaven zijn de wachtlijsten bij aanbieders. Uit de gesprekken met de CJG coaches blijkt dat zij proberen de casussen goed in beeld te krijgen. In alle vijf de casussen was de CJG coach op de hoogte van andere instanties.
Uit deze gesprekken blijkt tevens dat de hulp vaak ook niet door het CJG in gang is gezet en zich aan het beeld van het CJG onttrekt. Doorgaans omdat de huisarts de verwijzing doet. In één van de casussen gaf de CJG coach aan wel een regiefunctie te hebben. De CJG coach had in dit geval wel contact met de andere hulpverleners en toetste de hulpverlening. In de andere vier casussen gaf de CJG coach aan geen regiefunctie te vervullen en dus niet altijd direct en veel contact te hebben met andere hulpverleners/instanties. In deze vier casussen toetste de CJG coach dan ook niet de hulpverlening. Opvallend is dat er een aanzienlijk deel van de ouders de hulp zelf bekostigt. Soms omdat ze niet wisten dat ze bij de gemeente terecht konden, soms omdat ze het zelf in eigen hand wilden houden en soms ook omdat ze wisten dat dit de kortste en snelste weg naar hulp was. Consulenten van het CJG bevestigen dit beeld. In drie van de vijf casussen die met de CJG coaches zijn besproken hebben de CJG coaches gevraagd naar het informele netwerk en of deze betrokken kon worden. In twee van deze casussen is dit informele netwerk betrokken. In deze twee casussen heeft de hulp van het informele netwerk niet substantieel bijgedragen aan het verhelpen van de hulpvraag doordat dit ofwel niet nodig was, ofwel de problematiek te ernstig was.
In een andere casus waren de ouders niet bereid het informele netwerk te betrekken. In twee van de vijf casussen is niet gevraagd het informele netwerk te betrekken. Bij één van deze casussen had de CJG coach dit zelf niet actief heeft uitgevraagd vanwege betrokkenheid van een andere instantie waarvan verwacht wordt dat zij dit doen. Ervaringen jeugdigen vanuit het panelonderzoek 290 jongeren hebben gereageerd op het onderdeel “Hulp bij problemen” van de uitgezette jongerensurvey. Op de vraag bij wie zij aankloppen indien zij een hulpvraag hebben konden jongeren meerdere opties aangeven. De jongeren noemden ouders het meest, namelijk 182 keer, vrienden werd 151 keer genoemd. Zij noemden ‘Iemand op school’ 107 keer. De jongeren noemden de wijkagent, de gemeente en een jongerenwerker 10 of minder dan 10 keer.
Bevindingen uitvoering
21
Bij wie kloppen jongeren aan bij hulpvragen? 0
50
100
150
Ouders
200 182
Vrienden
151
Iemand op school
107
Andere familieleden
53
Niet van toepassing
41
Hulpverlener/psycholoog
38
Huisarts
19
Iemand vanuit een club (sportclub of…
13
Wijkagent
10
Iemand bij de gemeente
9
Jongerenwerker
8
Uit de open antwoorden op de vraag de instanties te noemen die jongeren kennen blijkt ook dat ze voornamelijk als eerste ouders (78x), school (58x), familie (31) en vrienden (26) noemen waar zij terecht kunnen voor hulp als zij problemen/zorgen hebben. Op school noemen ze de mentor en de vertrouwenspersoon het vaakst en enkele keer ook de conciërge als specifiek persoon waar ze op af zouden stappen. De kindertelefoon (23x), de GGD (18x) en de huisarts (14x) worden naast verschillende Jeugdzorginstanties (11x) waarbij ze soms specifiek instanties zoals Kenter noemen. De politie (9x) en de zelfmoordhulplijn 113 komt 8 keer voor in de lijst van instanties die zij noemen. De instanties die minder dan 4x worden genoemd zijn de GGZ (4x). Alle andere organisaties die 2x worden genoemd zijn het CJG, sport, jongerenwerk en de gemeente, opgevolgd door organisaties die 1x worden genoemd (Epic Youth en Wij Heemstede). Onderstaande grafiek geeft weer of de jongeren in Heemstede het gevoel hebben dat zij mee kunnen praten en mee kunnen beslissen over de hulp die zij kunnen ontvangen. Meer dan de helft van de jongeren, 185 jongeren van de 290, geeft aan dat dit het geval is. Minder dan de helft, namelijk 105 jongeren, geeft aan dit gevoel niet te hebben.
Hebben jongeren het gevoel dat zij kunnen meepraten en meebeslissen over de hulp?
105
185
Ja
nee
Bevindingen uitvoering
22
Ervaringen professionals en informele opvoeders Uit de individuele interviews met professionals die hebben deelgenomen aan de ontwikkelkamer komt naar voren dat de werkwijze van de Nieuwe Route niet nieuw is en dat het op papier zet wat tegenwoordig hun werkwijze al hoort te zijn. De werkwijze van de Nieuwe Route, samen met de bewoner bepalen wat nodig is, was al onderdeel van de werkwijze van veel van de gesproken professionals. Navolgend zijn de ervaringen met het werken met ‘De Nieuwe Route’ weergegeven. ▪ Professionals geven aan dat de manier van werken niet heeft geleid tot een drastisch andere inrichting van het jeugdveld. Geven ook aan dat zij dat niet noodzakelijk vinden en vooral inzetten bij gezinnen waar sprake is van meervoudige problematiek. ▪ Professionals geven aan dat zij bij lichte ondersteuningsvragen deze werkwijze handig, maar niet per se noodzakelijk, vinden. ▪ Met name de CJG professionals en de gesproken beleidsambtenaren geven aan dat deze werkwijze er aan heeft bijgedragen dat er steeds vaker en meer met bewoners wordt opgetrokken. De voorbeelden die hierbij worden genoemd zijn bijvoorbeeld het betrekken van ook de mensen die tegenover het gezin staan, zoals buren die overlast ervaren. Dat laatste zijn we overigens niet in het casusonderzoek tegen gekomen. ▪ De gemeente stuurt op zoveel mogelijk samen optrekken en afschalen als het kan.
De richting die de gemeente opgaat is ook bepalend voor de inrichting en werkwijze van het CJG. ▪ Dat er sprake is van een groot bewustzijn dat je het samen doet met de bewoner en het niet bedenkt als professional voor de bewoner. Dit gedachtengoed is ook opgenomen in de notitie Samen sturen op welzijn. ▪ Dat het CJG themabijeenkomsten organiseert voor ouders; (bijvoorbeeld over social media) die ze met een oudercommissie uitwerken. Die stellen ze dan samen op en organiseren dat samen naar gelang van de behoefte. Zo leveren ze maatwerk. ▪ De meeste professionals werkzaam bij aanbieders van ondersteuning geven aan dat ‘De Nieuwe Route’ niet als nieuwe werkwijze wordt herkend. Zij hebben ook niet ervaren dat er in de laatste jaren vanuit de gemeente op een andere manier wordt gestuurd. Zij hebben niet het idee dat de werkwijze die ze nu hanteren heel anders is dan voor de intrede van de Nieuwe Route in Heemstede. Zij geven aan dat zij al op integraal werken en het gebruik maken van het netwerk van de gezinnen inzetten als gevolg van nieuwe inzichten en landelijke verschuivingen die al enige tijd aan de gang zijn. ▪ Het integraal werken met andere disciplines rondom een casus komt volgens de gesproken aanbieders in de praktijk voor. De structurele netwerksamenwerking die individuele casuïstiek ontstijgt, staat volgens alle gesproken professionals in de kinderschoenen.
De lijnen tussen netwerkpartners zijn weliswaar korter geworden en daar komen soms praktische handvatten uit voort, maar van structureel samenwerken rondom bewoners en maatschappelijke opgaven is nog geen sprake. ▪ Uit zowel de interviews met aanbieders als de interviews met de schoolrectoren blijkt dat nog mogelijkheid voor verbetering ligt bij de samenwerking tussen aanbieders en scholen. Zij geven aan dat ze het gevoel hebben steeds beter geïnformeerd te worden door de gemeente, maar geven aan dat zij graag nog actiever betrokken zouden willen zijn bij de totstandkoming van beleid, bij de vormgeving van de inrichting en van de uitvoering. Onderzoeksvraag 3. Zijn de elementen van ‘De Nieuwe Route’ in lijn met het onlangs vastgestelde participatiebeleid? Beantwoording op hoofdlijnen: De overeenkomsten tussen ‘De Nieuwe Route’ en het participatiebeleid zijn in de basis groot. Beide gaan uit van een actieve houding van en eigenaarschap bij inwoners. Het belangrijkste verschil zit in de rolverdeling tussen bewoners en professionals die in ‘De Nieuwe Route’ wordt benoemd. Deze gaat uit van gedeelde regie en gedeeld eigenaarschap tussen bewoners en professionals. In het participatiebeleid kiest de gemeente voor een faciliterende en toetsende (aan de kaders) rol in de participatie van bewoners en partners.
Bevindingen uitvoering
23
Jongeren ervaren de participatie merendeels niet. Onderwerpen die de jongeren het meeste noemen waarvan zij het belangrijk vinden dat jongeren betrokken zouden moeten worden zijn voor een groot deel school gerelateerd namelijk meedenken over het huiswerk, de invulling van het lesprogramma. Hiernaast wordt de aanleg van een nieuw veld/”chillplek” genoemd als iets waar ze graag over zouden willen meedenken en -praten. Onderbouwing Overeenkomsten en verschillen ‘De Nieuwe Route’ en het participatiebeleid (2020) hebben als grootste overeenkomsten dat zij beide uitgaan van samen met inwoners optrekken in opstellen en uitvoeren van beleid en oplossingen. ‘De Nieuwe Route’ gaat, net als het nieuwe participatiebeleid, uit van een actieve houding van inwoners. Hiermee delen de Nieuwe Route en het onlangs vastgestelde participatiebeleid dezelfde visie. Wat niet overeenkomt tussen De Nieuwe Route en het participatiebeleid, is de rolverdeling. In de nota participatiebeleid 2020 is sprake van een onderscheidende rolverdeling tussen bewoners en gemeente (raad, college en ambtelijke organisatie): de gemeente kiest voor een faciliterende en toetsende (aan de kaders) rol in de participatie van bewoners en partners. ‘De Nieuwe Route’ gaat uit van een gedeelde regie en gedeeld eigenaarschap tussen ouders, jeugdigen, professionals en andere informele betrokkenen.
De gemeente maakt bij het hanteren van ‘De Nieuwe Route’ gebruik van de diverse communicatiekanalen om inwoners en partijen te betrekken en een rol te geven bij de uitvoering van het beleidsplan. Zij kijken per onderwerp of project wat de meest geschikte manier is om te communiceren. Wijze waarop participatie vorm krijgt in het jeugddomein De gemeente geeft de participatie van jeugdigen en hun ouders vorm via bijeenkomsten met ouders, jeugdigen en aanbieders van hulp en ondersteuning. Een voorbeeld in regionaal verband is het spreken met jeugdigen en hun ouders over de ambitie zo lang mogelijk thuis blijven wonen te ondersteunen. De gemeente geeft aan in regionaal verband regelmatig te spreken met familie- of cliëntenraden van aanbieders die jeugdhulp bieden. In deze raden zijn de jeugdigen die jeugdhulp krijgen vertegenwoordigd. De gemeente geeft aan lokaal regelmatig met de directeuren van de in Heemstede gevestigde scholen te spreken. De scholen waarmee gesproken wordt geven aan dat zij inderdaad zien dat de gemeente hen steeds vaker informeert en ook wel eens uitnodigt voor een inhoudelijke themabijeenkomst. Zij geven tegelijkertijd aan dat zij graag nog actiever betrokken willen worden.
Een van de scholen waarmee gesproken wordt geeft aan dat Heemstede de perfecte schaalgrootte heeft voor een goede samenwerking en korte lijnen met de gemeente, maar ziet onvoldoende in de praktijk terug dat dit ten goede komt aan de samenwerking. Participatie van bewoners vindt ook plaats in sociale accommodaties. Daar kunnen bewoners zelf activiteiten organiseren of deelnemen aan activiteiten. Sociale accommodaties zijn fysiek en sociaal toegankelijke plekken en zijn bedoeld als een knooppunt om elkaar te ‘vinden’ (ontmoeten) en om te ‘verbinden’ (participeren). Inwoners worden er gefaciliteerd om initiatieven te ontplooien en kunnen in sociale accommodaties deelnemen aan activiteiten. Voorbeelden zijn Plein 1, De Luifel en de Molenwerfslaan. Heemstede heeft de ambitie om in 2022 te bouwen aan een duurzaam netwerk omtrent jongeren en participatie, bijvoorbeeld op thema’s zoals verkiezingen en duurzaamheid. Ook partners van de gemeente nemen initiatieven waarmee ze de participatie van jongeren willen stimuleren, bijvoorbeeld het Young Leaders Programma, maar ook WIJ Heemstede houdt een enquêtes onder jongeren om te horen aan wat voor activiteiten behoefte is en wat ze daarin zelf willen betekenen.
Bevindingen uitvoering
24
Ervaringen met de participatie vanuit het perspectief van jongeren 426 jongeren hebben gereageerd op het onderdeel ‘School’ en 350 jongeren hebben gereageerd op het onderdeel ‘Ontmoeting buiten’ van de uitgezette jongerensurvey. De jongerensurvey vroeg de jongeren of zij het gevoel hebben mee te kunnen praten en beslissen over zowel school als de buurt. Het overgrote deel van de jongeren heeft op beide onderdelen niet het gevoel dat zij mee kunnen praten of beslissen.
Het gevoel mee te kunnen praten en beslissen 0
50
100
150
200
250
300
350
109 Over school 317
35 over de buurt
53 262
Ja
Een beetje
Nee
De survey vroeg de jongeren wat voor ervaring zij hebben op het gebied van meepraten/meebeslissen op school. De vragen hadden een opbouwend karakter en begonnen met “Ik wist waar/bij wie ik terecht kon”. Vervolgens kwam de vraag “Er is toen naar mij geluisterd”. De reeks eindigde met “Er is vervolgens iets mee gedaan”. Op alle vragen hadden de jongeren de volgende opties: ja; een beetje; nee; of niet van toepassing. De antwoorden op deze vraag bevatten een verschillende trend voor de jongeren die in Heemstede wonen vergeleken met de trend wanneer alle geënquêteerde jongeren worden meegenomen. In vergelijking wisten minder Heemsteedse jongeren waar zij terecht konden op school om te participeren en gaven in verhouding meer Heemsteedse jongeren aan dit een beetje of niet te weten. Onderstaande tabel geeft de procentuele verdeling weer op de vraag “Wat is je ervaring op het gebied van school: Ik wist waar/bij wie ik terecht kon”. Uit de tabel blijkt een verschil van 6% in de antwoordcategorie “Ja”, 5,5% verschil in de antwoordcategorie “Een beetje” en 2% verschil in de antwoordcategorie “Nee”.
Ja Een beetje Nee Niet van toepassing
Heemsteedse jongeren 34% 37% 10% 19%
Alle jongeren 40% 31,5% 8% 20,5%
Bevindingen uitvoering
25
Onderstaande grafiek geeft de verdeling van de antwoorden van jongeren die in Heemstede wonen visueel weer. Een kleine minderheid van de 158 jongeren, 58 jongeren, gaf aan dat zij een beetje weten waar zij terecht kunnen op school. 54 Jongeren wisten wel bij wie ze terecht konden tegenover 16 die het niet wisten.
Ervaring op het gebied van meepraten/meebeslissen op school 80
60
54
58 50
50 40
32
30
30 20
68
65
70
22
16
29
29
21
10 0 Ik wist waar/bij wie ik terecht Er is toen naar mij geluisterd kon
Ja
Een beetje
Nee
Er is vervolgens iets mee gedaan
Niet van toepassing
De survey vroeg de jongeren vervolgens welke onderwerpen op school samen met jongeren moeten worden vormgegeven. Zij konden meerdere opties selecteren en aanvullingen geven. Onderstaande grafiek geeft de verdeling van de antwoorden weer. De meest genoemde onderwerpen zijn huiswerk en invulling van het lesprogramma. De opties schoolkantine en veiligheid op school zijn beide meer dan 170 keer genoemd. De jongeren vonden social media het minst belangrijke onderwerp om samen met jongeren vorm te geven. De overige antwoorden die jongeren noemden zijn schooltijden, evenementen, een rookplek, het indelen van pauzes, het oplossen van achterstanden, verduurzaming van de school verbetering van leskwaliteit, een pestprotocol, gezond eten en voldoende ruimte voor ontspanning creëren.
Welke onderwerp(en) moeten samen met jongeren worden vormgegeven volgens jou? (school) 0
50
100
150
200
Huiswerk (bv. hoeveelheid/inhoud)
300
248
Invulling van het lesprogramma
195
Schoolkantine
182
Veiligheid op school
177
Social media (bv. voorlichting op school) Overig
250
112 22
Bevindingen uitvoering
26
De survey vroeg de jongeren wat voor ervaring zij hebben op het gebied van meepraten/meebeslissen over de buurt. Deze vragen hebben hetzelfde opbouwende karakter en dezelfde antwoordcategorieën als de vergelijkbare vraag over school met een opbouwend karakter. Onderstaande grafiek geeft de verdeling van de antwoorden weer. Het grootste deel van de jongeren wist niet waar zij terecht kon om mee te praten of beslissen over de buurt of vulde “Niet van toepassing” in. 106 jongeren gaven aan wel of een beetje te weten waar zij terecht konden. De jongeren vulden op de daaropvolgende vragen voornamelijk “Niet van toepassing in”. Van de jongeren waarop de vragen wel van toepassing waren gaf het grootste deel aan dat niks met hun idee is gedaan.
Ervaring op het gebied van meepraten/meebeslissen over de buurt 250
232
225
200 150 100 50
114
130
69
53
37
58
50
36
22
24
0 Ik wist waar/bij wie ik terecht kon Ja
Er is toen naar mij geluisterd Er is vervolgens iets mee gedaan
Een beetje
Nee
Niet van toepassing
De survey vroeg de jongeren vervolgens welke onderwerpen in de openbare ruimte samen met jongeren moeten worden vormgegeven. Onderstaande grafiek geeft de verdeling van de antwoorden weer. De aanleg van een nieuw veld/chillplek noemden de jongeren het meest. Naast de aanleg van een nieuw veld/chillplek en het voorkomen van onveiligheid op straat noemde een jongere: “jongeren meer laten sporten” en een andere jongere de aanleg van een skatepark.
Welke onderwerp(en) moeten samen met jongeren worden vormgegevenop school? 0
50
100
150
Aanleg van een nieuw veld/"chillplek"
250
193
Voorkomen van onveiligheid op straat
Overig
200
133
3
Bevindingen uitvoering
27
De survey bood de jongeren daarnaast de ruimte een antwoord te geven op de vraag wat er nog meer voor jongeren zou moet gebeuren. Jongeren geven het meest aan (25x) dat er meer chillplekken voor hen gerealiseerd zouden moeten worden. Sommigen van hen geven als voorbeeld hierbij dat het een plek moet zijn waar ze zich terug kunnen trekken, waar ze activiteiten zouden kunnen doen. Op de 2e plaats, net één keer minder genoemd dan de realisatie van chillplekken, is dat zij graag meer inspraak zouden willen hebben en dat ze willen dat er meer naar ze wordt geluisterd. Sommige jongeren geven hierbij als toelichting dat de gemeente hen vaker kan bevragen en dat ze graag meer inspraak zouden willen hebben op belangrijke beslissingen over de toekomst. Een van de jongeren zegt dat zij ook binnen de politiek in het algemeen, breder dan alleen onderwerpen die jongeren aangaan, inspraak zouden willen hebben. Op het vlak van mentale steun is er ook behoefte aan meer (20x genoemd). Jongeren geven ook aan dat ze graag ten aanzien van school gerelateerde onderwerpen meer inspraak zouden willen. In de toelichting wordt huiswerk het vaakst genoemd, maar ook een keer dat er behoefte is aan meer lessen die in het dagelijkst leven toegepast kunnen worden en ook meer aandacht om discriminatie te bestrijden. Veiligheid wordt 17 keer genoemd als thema waar meer aan moet gebeuren.