CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Welstandsnota Heemstede 2016.pdf

Gemeenteraad 3 oktober 2024, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 12: Wijzigen van de objectcriteria dakkapel en dakraam van de welstandsnota19.259 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Welstand Heemstede 2016, pagina 31

Hoofdstuk 4

Centrum Beschrijving Het centrum van Heemstede is een langgerekt gebied met daaraan zowel woningen en winkels als bedrijven en maatschappelijke voorzieningen. Het is een afwisselend lint, dat voornamelijk bestaat uit de bebouwing aan Binnenweg, Raadhuisstraat en Raadhuisplein. Het centrum is een oud bebouwingslint, dat is gegroeid langs een licht gebogen route. Het straatprofiel vertoont een aanzienlijke mate van afwisseling, waarbij de meestal aaneengesloten rooilijnen het verloop van de weg op wisselende afstand volgen, waarbij er soms ruimte is voor een voortuin. De bebouwing varieert van individuele panden uit diverse periodes, al dan niet met een winkelpui op de begane grond, tot (korte rijen) woningen met voortuinen en recentere invullingen die al dan niet de historische parcellering volgen. Ter hoogte van het Raadhuis verbreedt het wegprofiel zich tot een representatief plein met veel groen. De meeste bebouwing is dorps van schaal met in de regel een hoogte van twee soms drie lagen met kap. Het zijn individuele panden en kleine ensembles, die in lijn met het dorpse karakter op losse wijze aaneen zijn geschakeld. De oorspronkelijk parcellering is vaak nog herkenbaar in het straatbeeld. Recente bebouwing wijkt hier met een grotere hoogte en een meer complexmatig karakter deels van af.

Aan de noord- en zuidzijde van het winkellint zijn stedenbouwkundige hoekaccenten gerealiseerd. De meeste gebouwen zijn individueel van karakter en hebben op de begane grond een winkelfunctie. De bebouwing oriënteert zich op de straat. Dit geldt ook voor de bovenwoningen. Er is sprake van een grote afwisseling in stijl en uitvoering, die samenhangt met de lange periode waarin de bebouwing is gerealiseerd. De gevelwanden bezitten veel plasticiteit in de vorm van erkers, balkons, luifels, loggia’s en dakoverstekken. De architectuur is verzorgd en soms ook wel rijk gedetailleerd. De forse, wisselend georiënteerde kappen zijn gedekt met pannen. De gevels zijn veelal van bruine en rode baksteen. Houtwerk is meestal gebroken wit geschilderd. Waarde De waarde van het gebied is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met gevarieerde bebouwing. Kenmerkend voor het centrum is de grote variatie in kappen en nokrichtingen. Het Raadhuisplein is beeldbepalend door het ruime groene profiel en de representatieve architectuur. Uitgangspunten Het centrum is een bijzonder welstandsgebied, waarin veranderingen in beginsel moeten leiden tot kwaliteitsverbetering. Het beleid is gericht op het beheer en behoud van het aanwezige historische karakter met afwisselende en individuele dorpsbebouwing in een samenhangende structuur.

Welstand moet bijdragen aan het maximaal behouden en versterken van de stedenbouwkundige, architectonische en cultuurhistorische kwaliteit van het centrumgebied. Variatie zonder verrommeling is uitgangspunt. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een terughoudende vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren.

Welstand Heemstede 2016, pagina 32

Gebied 1

Centrum De bebouwing ter hoogte van het Raadhuisplein en de woningen naast het voormalig postkantoor aan de Binnenweg verdienen extra aandacht voor het behouden van de karakteristieke architectuur van de woonbebouwing in samenhang met het privé-groen en de erfafscheidingen. Criteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen passen in het straatbeeld met aaneengesloten individuele bebouwing afgewisseld met bescheiden ensembles • voorgevellijnen verspringen enigszins ten opzichte van elkaar en volgen de weg op enige afstand • hoofdgebouwen oriënteren op de openbare ruimte • bijgebouwen staan uit het zicht of maken deel uit van de straatwand Massa • bouwmassa’s zijn individueel en gedifferentieerd afgestemd op de maat en schaal van het dorp • de bouwmassa’s zijn afwisselend en evenwichtig, waarin de bebouwing van twee of drie lagen met kap de boventoon voert • de nokrichting is haaks op of parallel aan de straat en voorgevel • geen schaalvergroting door het visueel samenvoegen van panden, zoals het aanbrengen van een winkelpui over meerdere percelen • bijgebouwen en aanbouwen zijn ondergeschikt • uitbreidingen indien zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en

detaillering zijn zorgvuldig • de panden hebben een individuele architectuur met een kwaliteit, die past binnen de diversiteit van het gebied • gevels hebben een open karakter passend bij de sfeer van de straatwand • bij het ontwerp aandacht schenken aan elementen als entreepartijen, erkers, schoorstenen en overstekken • luifels en andere toevoegingen vormen geen onderbreking van het gevelbeeld • geen blinde gevels grenzend aan de openbare ruimte • wijzigingen in stijl, maat en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de straatwand • de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven • de profielen en detaillering van Hollandse houten kozijnen zijn uitgangspunt Materiaal en kleur • materialen en kleuren passen in het straatbeeld • materialen zijn duurzaam en verouderen zonder in kwaliteit achteruit te gaan • grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur zoals baksteen en houten betimmering • daken dekken met keramische pannen • materialen en kleuren van op- en aanbouwen afstemmen op het hoofdgebouw • kleuren zijn traditioneel of terughoudend (geen contrasten met belendingen)

Welstand Heemstede 2016, pagina 33

Gebied 1

Linten Beschrijving De linten zijn de oude routes door de gemeente, waaraan te zien is dat Heemstede is gegroeid van landelijk naar dorps en deels zelfs naar stedelijk. Het zijn wegen en lanen met afwisselende bebouwing uit diverse periodes, waaronder veel individuele woningen maar afhankelijk van de locatie ook een enkel winkel- of bedrijfspand. Het gebied bestaat onder meer uit (delen van) de Zandvoortselaan, Herenweg, Bronsteeweg, Blekersvaartweg, Camplaan, Meerweg, Achterweg en Glipperweg. Met hun gegroeide structuur hebben de linten overeenkomsten. De rooilijn van de bebouwing volgt in de regel de weg met kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. Bij- en bedrijfsgebouwen staan veelal achter het hoofdgebouw. Er is een grote diversiteit aan architectuurstijlen. De detaillering wisselt van verzorgd tot zorgvuldig. Accenten als uitkragende dakgoten en schoorstenen komen voor, net als accenten in metselwerk en stuc. Materialen en kleuren zijn divers, terughoudend en overwegend traditioneel. Gevels zijn van baksteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint en de kap is veelal gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Bijgebouwen zijn van steen of hout. Bij de rijwoningen is het van oorsprong samenhangend kleurgebruik hier en daar doorbroken door individuele wijzigingen.

Binnen deze hoofdlijnen hebben de linten elk een eigen karakter. De Herenweg begint in het groen met vrijstaande panden en een enkele voormalige (bollen) schuur om naar het noorden toe met representatieve villabebouwing over te gaan in het woongebied uit het interbellum. Eén of twee lagen met nadrukkelijke kap is hier de standaard. De architectuur is in de regel zorgvuldig en traditioneel. Rond de Achterweg is de sfeer informeel dorps. Rond de kerk staat vooral individuele historische bebouwing, zowel kleine arbeiderswoningen als statige huizen en een enkele villa. Ieder pand is los herkenbaar zonder uit de toon te vallen in het straatbeeld. De meeste panden staan direct aan de weg, maar door het groen rond de kerk en de villa’s oogt het gebied hier niet stenig. Een deel van de panden heeft een winkelfunctie en op de achterterreinen is hier en daar een bedrijf gevestigd. Iets verder van de kerk staan ook korte rijen en kleine ensembles woningen met in de regel een voortuin. Eén of twee lagen met kap is hier de standaard. De architectuur, het materiaal en de kleuren zijn vrijwel zonder uitzondering traditioneel. Ook de Glipperweg heeft een dorps karakter met kleinschalige individuele woningen, tweekappers en een enkele rij met daartussen enkele winkels en bedrijven. De bebouwing bestaat uit één of anders twee lagen met kap.

De architectuur is afwisselend en past in het informele straatbeeld. De Zandvoortselaan is een uitvalsroute naar het station en het strand met vrijwel aaneengesloten bebouwing met twee kleine winkelconcentraties en hier en daar een winkel. Korte rijen van twee lagen met kap zetten de toon, waarop het station met daarnaast een kantoortoren en daartegenover een haakvormig appartementengebouw duidelijk een uitzondering vormen. De baksteenarchitectuur van de rijen zet de toon in het straatbeeld.

Welstand Heemstede 2016, pagina 34

Gebied 2

Linten Waarde De linten zijn gezichtbepalende routes door de gemeente. De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met hoofdzakelijk kleinschalige bebouwing. Diverse panden en ensembles zijn cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is aangewezen als monument. Uitgangspunten De linten zijn vrijwel zonder uitzondering bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op behoud van variatie zonder verrommeling. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van het gegroeide karakter, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken. Individualiteit en zorgvuldigheid zijn belangrijke aspecten bij de beoordeling.

Criteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het karakter van het gebied behouden • rooilijnen van individuele panden verspringen en zijn bij rijen in samenhang • de hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte(n) • bebouwing met een afwijkende schaal staat in beginsel op achterterreinen • bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het gebiedskarakter en afgestemd op oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend of deel van een kleinschalig ensemble • de individuele woning binnen een rij of ensemble is deel van het geheel • gebouwen bestaan uit één tot twee lagen met kap • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt • gebouwen met bijzondere functies kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van dorpse bebouwing met individuele panden en bescheiden ensembles • aandacht voor gevelbeëindiging bijvoorbeeld in de vorm van een lijst • begane grondlaag afstemmen op

geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel • ramen zijn staand of anders (verticaal) onderverdeeld • de profielen en detaillering van Hollandse houten kozijnen zijn uitgangspunt • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn terughoudend, traditioneel en per rij of ensemble in samenhang • gevels zijn van baksteen, veelal met siermetselwerk en stucaccenten • hellende daken dekken met (matte) keramische dakpannen • kleuren afstemmen op belendingen Welstand Heemstede 2016, pagina 35

Gebied 2

Dorps woongebied Beschrijving Ter hoogte van de historische linten aan weerszijden van de binnenste strandwal, de Binnenweg en Herenweg, ligt dorps gebied met kleinschalige woonbebouwing aan overwegend groene straten. De bebouwing bestaat uit vrijstaande panden en rijwoningen afgewisseld met enkele tweekappers of een bedrijf, die deels individueel zijn gebouwd en deels een meer complexmatig karakter hebben. Het dorpse woongebied is een kleinschalige structuur met korte straten en plantsoenen, waarin de Kerklaan en Blekersvaartweg de belangrijkste routes vormen. De openbare ruimte is afwisselend en bestaat vooral uit enerzijds uit groene lanen met daarlangs stoepen voorzien van bomen en huizen met voortuinen en anderzijds uit meer stenige woonstraten met hier en daar een pleintje of plantsoen. Verspringende rooilijnen versterken het kleinschalige straatbeeld. Het noemen waard als openbare ruimte zijn ook de Blekersvaart en Zandvaart, die met water en groene oevers deels ogen als singels. De bebouwing is al even afwisselend als de openbare ruimte.

Het gebied omvat niet alleen oudere lintbebouwing maar ook allerlei uitbreidingen uit de eerste helft van de twintigste eeuw met kleine woningen aan smalle en stenige straatjes direct achter de Binnenweg, de eerste complexen volkswoningen voorzien van voortuintjes, rijen middenstandswoningen aan groene lanen en een enkele villa aan de statiger Kerklaan. Daartussen is in meer recente jaren op enkele plekken nieuw gebouwd, waaronder enkele panden aan de Van den Bergstraat en langs de Blekersvaartweg. De opbouw van de panden wisselt, waarbij uit één of twee lagen met kap de standaard is waarop met verschillende dakvormen en variatie in nokrichtingen is gevarieerd. Bij de oudere eenlaagse woningen komen veel mansardedaken voor, bij de tweelaagse woningen overheersen de zadel- en schilddaken. Veel panden maken deel uit van een complex of ensemble. De volkswoningbouw bij de Iepenlaan is een duidelijk voorbeeld. Hier is een aantal typen woningen samengevoegd tot een geheel met een rijk geschakeerde massaopbouw. De woningen aan de Oude Posthuisstraat zijn een ander voorbeeld. Daar is de aaneenschakeling van korte rijen woningen met lage gevels en hoge daken op een gelijke afstand van de weg kenmerkend. Aan de Kerklaan en Blekersvaartweg is meer sprake van afwisseling per pand of per rij.

De bebouwing bestaat zowel uit individuele woningen als uit complexmatig naar één ontwerp tot stand gekomen woningen. De architectuur is traditioneel dorps met rood bakstenen gevels met daarin houten kozijnen en pannendaken voorzien van houten daklijsten. Versiering is met name te vinden in bijzonder metselwerk en timmerwerk. De meer recente bebouwing in het gebied wijkt af in architectuur, materiaal en kleur. Bijzondere bebouwing in het gebied zijn de kerk en de daarachter gelegen school en het appartementengebouw aan de Burgemeester Van Lennepweg, die onder meer afwijken in schaal en positie. Waarde De waarde van het gebied is gelegen in het kleinschalige straatbeeld met gevarieerde bebouwingsensembles met daartussen meer individuele bebouwing. De traditionele baksteenarchitectuur van de eengezinswoningen en het groen van de voortuinen sluiten aan op de samenhang in het straatbeeld.

Welstand Heemstede 2016, pagina 36

Gebied 3

Dorps woongebied Uitgangspunten Het dorpse woongebied heeft een regulier welstandsniveau. Het beleid is gericht op het beheer van het gebied met zijn afwisselende en groene karakter, waarbinnen woningensembles met een kleine schaal de toon zetten. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van de ensembles en meer in het algemeen aan de kleinschaligheid van de baksteenarchitectuur. De architectonische uitwerking is verzorgd met inbegrip van de detaillering en het materiaalgebruik. De samenhang van stedenbouw en architectuur is daarbij belangrijker dan de afzonderlijke elementen.

Criteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een dorps gebied met kleinschalige straten en verspringende rooilijnen, waarin herkenbare ensembles staan • gebouwen zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte • bijgebouwen staan uit het zicht • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen hebben binnen het ensemble een meer vrije positie en een meerzijdige oriëntatie Massa • bouwmassa’s zijn gedifferentieerd en gevarieerd afgestemd op de omgeving of het ensemble • woningen bestaan uit één tot twee bouwlagen met kap • de nokrichting is evenwijdig aan of staat dwars op de voorgevellijn • aanbouwen en bijgebouwen zijn ondergeschikt • gebouwen met bijzondere functies kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en gevarieerd • geen blinde gevels grenzend aan de openbare ruimte • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume of ensemble inclusief karakteristieke detaillering • de profielen en detaillering van Hollandse houten kozijnen zijn uitgangspunt Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn per rij of blok in samenhang • gevels zijn in hoofdzaak van roodbruine

baksteen • hellende daken voorzien van keramische pannen • kleuren zijn traditioneel en terughoudend • materialen en kleuren van op- en aanbouwen afstemmen op hoofdgebouw

Welstand Heemstede 2016, pagina 37

Gebied 3

Woongebied Interbellum Beschrijving Een groot deel van Heemstede bestaat uit ruime woningen en villa’s gebouwd aan brede straten met veel groen. Het is aangelegd als een afwisselende tuinwijk, die bijna naadloos aansluit op het groen van de landgoederen. De basis voor het woongebied ligt in het uitbreidingsplan van Cuypers en Stuyt uit 1912, waarmee de stedenbouwkundige lijnen voor de ontwikkeling van Heemstede werden uitgezet. Stedenbouw en architectuur vormen daarin een eenheid. Centraal ligt de Heemsteedse Dreef. Aan beide zijden daarvan zijn woonbuurten gerealiseerd, zoals de Schilderswijk en Componistenwijk. Kenmerkend zijn brede en groene wegen met bochten en knikken afgewisseld met plantsoenen. Het openbare groen en de royale voortuinen met heggen en lage tuinmuren zijn van groot belang voor het karakter van het gebied als aantrekkelijk woonmilieu. De rooilijnen van de woningen volgen het verloop van de weg. De meeste panden staan zoals getekend in het oorspronkelijke stedenbouwkundig plan op ruime kavels, hoewel er ook meer bescheiden bebouwing in hogere dichtheid zoals ten zuiden van de Cruquiusweg binnen de contouren van het plan van de Indische buurt werd gerealiseerd. De bebouwing bestaat voornamelijk uit het zogenoemde ‘Heemsteedse type’. Het zijn forse panden met een vergelijkbare maat, schaal, hoogte, kapvorm, materiaalgebruik en detaillering.

Standaard is een tweekapper of korte rij van twee lagen met nadrukkelijke kap, waarvan de nok parallel aan de straat ligt. De kappen vormen een belangrijk bestanddeel van het afwisselend ruimtelijk beeld. Het zijn in de regel samengestelde schilddaken, maar ook andere vormen zoals zadeldaken en mansardes komen veel voor. Doordat er op een kleinere schaal verbijzonderingen zijn aangebracht zoals dwarskappen, erkers, balkons, schoorstenen, dakkapellen en verdiept gelegen entreepartijen zijn er allerlei varianten. Deze zijn in de regel gebruikt om de compositie van de rij of het ensemble te versterken, bijvoorbeeld in de vorm van een doorgaande erker bij een tweekapper of een doorlopend balkon bij een korte rij. Samen met de variaties in de opzet van de openbare ruimte en plaatsing van de panden geven deze verbijzonderingen van de bouwmassa elke buurt een eigen karakter binnen de doorgaande sfeer van de tuinwijk. Het gebied kenmerkt zich verder door een strakke baksteenarchitectuur en markante pannendaken met ruime uitgetimmerde overstekken. De detaillering daarvan is sober, maar zeer verzorgd. De kloeke belijning van de gevels en de nadrukkelijke kap zijn bepalend voor het bebouwingsbeeld. Ornamenten blijven beperkt tot enig siermetselwerk in de gevel, klossen onder een goot of een luifel boven een voordeur. Er is overwegend gebruik gemaakt van traditionele materialen.

De gevels zijn hoofdzakelijk gemetseld met roodbruine baksteen, betimmeringen en overstekken getimmerd uit hout, kozijnen gemaakt van hout en daken voorzien van rode of grijze pannen. Een enkele maal is een pand voorzien van een rieten dak of stalen kozijnen. Het kleurgebruik draagt bij aan de samenhang in de buurten. Donker roodbruine baksteen, wit en groen geschilderd houtwerk en rode en grijze pannendaken zijn standaard. Een enkele maal is er een straat met wit geschilderde gevels of een pand met een andere baksteen. Varianten op dit thema zijn onder meer de villabebouwing aan de rand van het Groenendaalse Bos, de winkelbebouwing aan de Jan van Goyenstraat en de kleinschaliger dorpsbebouwing met volkswoningbouwcomplexen aan smalle straten ten zuiden van de Cruquisweg. Uitzonderingen zijn het groen van de buitenplaats aan de Caspar Fagellaan en het appartementencomplex op de hoek van de Vakenburgerlaan. Welstand Heemstede 2016, pagina 38

Gebied 4

Woongebied Interbellum Waarde De waarde van het gebied is vooral gelegen in de samenhang tussen stedenbouw en architectuur, dat ondanks allerlei afwisseling een doorgaand karakter heeft waarin voor het groen een hoofdrol is weggelegd en waarin de maat en schaal van de bebouwing vergelijkbaar zijn. Uitgangspunten Het woongebied uit het interbellum heeft een regulier welstandsniveau, langs de doorgaande routes heeft het een bijzonder welstandsniveau. Het beleid is gericht op het beheer van het groene straatbeeld met karakteristieke bebouwing. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan de stedenbouwkundige opzet met een maat en schaal, waarin de baksteenarchitectuur tot zijn recht kan komen. De architectonische uitwerking is verzorgd met inbegrip van de detaillering en het materiaalgebruik.

Criteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon met veel groen • gebouwen zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte • rooilijnen zijn afgestemd op het stratenpatroon en de stedenbouw • bijgebouwen staan uit het zicht of maken deel uit van de compositie • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen hebben binnen het ensemble een meer vrije positie en een meerzijdige oriëntatie Massa • bouwmassa’s zijn gedifferentieerd en gevarieerd • woningen bestaan uit één tot twee bouwlagen met nadrukkelijke kap • de nokrichting is evenwijdig aan de voorgevellijn met accenten dwars daarop • aanbouwen en bijgebouwen zijn ondergeschikt • gebouwen met bijzondere functies kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en gevarieerd passen bij de architectuur uit het interbellum • bij het ontwerp aandacht schenken aan elementen als entreepartijen, erkers, schoorstenen en overstekken • geen blinde gevels grenzend aan de openbare ruimte • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume of ensemble inclusief karakteristieke detaillering • de overgang tussen

privé en openbaar zorgvuldig vormgeven • de profielen en detaillering van Hollandse houten kozijnen zijn uitgangspunt Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn per rij of blok in samenhang • gevels zijn in hoofdzaak van roodbruine baksteen • hellende daken voorzien van keramische pannen of riet • kleuren zijn oorspronkelijk of traditioneel en terughoudend • materialen en kleuren van op- en aanbouwen aanpassen aan hoofdgebouw Welstand Heemstede 2016, pagina 39

Gebied 4

Gemengd villagebied Beschrijving In het gemengde villagebied staan voornamelijk vrijstaande woningen afgewisseld met een enkele tweekapper met een verzorgde architectuur in ruime groene tuinen. Het gebied maakt deel uit van het uitbreidingsplan van begin twintigste eeuw en bestaat uit een aantal laantjes rond het groen van het Hendrik de Vriesplein. De toon is gezet in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, maar er zijn met name aan de Van Merlenlaan in de naoorlogse periode in verschillende stijlen woningen gebouwd. Het gebied heeft in zijn opzet een parkachtige structuur en ruime kavels. De bebouwing bestaat voor het overgrote deel uit vrijstaande villa’s met daartussen tweekappers. Deze villa’s staan op enige afstand van de weg op ruime groene kavels afgezoomd met heggen. Hier en daar is er een doorzicht op de achterliggende tuin. De bebouwing is georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte. De opbouw van de panden is afwisselend en gedifferentieerd. De gebouwen in het villagebied hebben over het algemeen een compacte massa met een samengestelde hoofdvorm. De gevels van de oudere villa’s zijn gedifferentieerd. Oorspronkelijk worden de villa’s omzoomd door groen. Ze keken uit op de weg en etaleerden zich als het ware. Dit komt ook tot uitdrukking in de representatieve voorgevels en, indien in het zicht, de zijgevels.

Een deel van de latere bebouwing heeft een minder duidelijke oriëntatie. De architectuur en detaillering van de oudere villa’s is traditioneel en zorgvuldig met nadrukkelijke kappen voorzien van een overstek. Met name gevels van de twee-onder-één kapvilla’s hebben symmetrie. Mee ontworpen aan- en opbouwen zijn karakteristiek voor de oorspronkelijke bebouwing en dragen bij aan het individuele karakter. De bijgebouwen liggen over het algemeen uit het zicht. De latere bebouwing is afwisselender van stijl en soberder in detaillering dan de oorspronkelijke bebouwing. Het materiaalgebruik is overwegend traditioneel en duurzaam. De gebruikte materialen zijn hoofdzakelijk baksteen, keramische dakpannen, riet en geschilderd houtwerk. Het kleurgebruik is terughoudend en traditioneel. De gevels zijn over het algemeen roodbruin, maar ook geelachtige en bruine bakstenen komen voor. Enkele gevels zijn wit geschilderd of in een lichte kleur gepleisterd. Kozijnen en ander houtwerk is in het algemeen geschilderd in traditionele kleuren als crèmewit en donkergroen. Een enkel pand van recenter datum is afwijkend van materiaal of kleur. Waarde De waarde is vooral gelegen in het groene karakter, waarbij de verzorgde bebouwing een ondergeschikte rol speelt. Het gebied is een park met een afwisselende opzet en van oorsprong voorname bebouwing.

Uitgangspunten Het gemengde villagebied heeft een regulier welstandsniveau. Uitzondering hierop zijn gebouwen direct langs hoofdinfrastructuur en historische linten, die in zoverre duidelijk zichtbaar vanaf de hoofdroutes een bijzonder welstandsniveau hebben.

Welstand Heemstede 2016, pagina 40

Gebied 5

Gemengd villagebied Het beleid is gericht op het beheer van voorname bebouwing in het groen, waarbij de villa’s uit het interbellum de toon zetten. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan de stedenbouwkundige opzet als groen woonpark met een maat en schaal, waarin vrijstaande woningen en tweekappers met een verzorgde architectuur tot hun recht kunnen komen. De architectonische uitwerking is verzorgd met inbegrip van de detaillering en het materiaalgebruik. Criteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon • het groene parkachtige karakter van het villagebied behouden en versterken • voorgevellijnen verspringen ten opzichte van elkaar en volgen de weg op enige afstand • hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte • bijgebouwen staan uit het zicht of maken deel uit van de compositie Massa • bouwmassa’s zijn individueel en gedifferentieerd • de bouwmassa’s zijn afwisselend en evenwichtig, waarbij maat en schaal van de oorspronkelijke bebouwing met één of twee lagen voorzien van een nadrukkelijk kap de toon zet • bijgebouwen en aanbouwen zijn ondergeschikt • uitbreidingen indien zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa

Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn verfijnd en zorgvuldig • de panden hebben een individuele architectuur met een kwaliteit, die past binnen de diversiteit van het gebied waarbij de architectuur uit het interbellum de toon zet • bij het ontwerp aandacht schenken aan elementen als entreepartijen, erkers, schoorstenen en overstekken • geen blinde gevels grenzend aan de openbare ruimte • wijzigingen in stijl, maat en afwerking afstemmen op het hoofdvolume • de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven • de profielen en detaillering van Hollandse houten kozijnen zijn uitgangspunt Materiaal en kleur • materialen en kleuren passen binnen het karakter van het park • materialen zijn duurzaam en verouderen zonder in kwaliteit achteruit te gaan • grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur zoals baksteen en houten betimmering • materialen en kleuren van op- en aanbouwen aanpassen aan hoofdgebouw • daken dekken met keramische pannen of riet • kleuren zijn traditioneel of terughoudend

Welstand Heemstede 2016, pagina 41

Gebied 5

Woongebied jaren ‘40-’60 Beschrijving Het woongebied uit de jaren ‘40 tot en met ‘60 van Heemstede bestaat overwegend uit kleinschalige seriematige woningen in een sobere baksteenarchitectuur in een halfopen verkaveling met groene straten en plantsoenen. De woningbouw in deze buurten heeft een afgewogen compositie, waarin met herhaling van rijen en blokken aan eenvoudige straten de boventoon voert. Tegelijkertijd is er in veel gevallen met kleine verspringingen in de blokken, verschuivingen van rijen en knikken in de straten gezorgd voor enige variatie. Ook zijn er groenstroken en voortuinen. Hiermee heeft de openbare ruimte op terughoudende wijze een vriendelijk karakter. De rijwoningen hebben een eenvoudige opbouw van veelal twee lagen met kap, waarop schoorstenen staan. De hoekwoningen zijn vrijwel gelijk aan de tussenwoningen op een raam in de zijgevel na, waarmee er geen blinde gevels zijn in het straatbeeld. De voorgevels zijn in principe georiënteerd op de straat. Herhaling van gevelelementen geeft ritme aan het straatbeeld. De detaillering en materialen zijn in het algemeen eenvoudig en seriematig. De in rode of bruine baksteen gemetselde gevels zijn vlak. Deels zijn ze voorzien van houten betimmeringen. Samenhangend kleurgebruik met witte kozijnen is standaard.

Met een luifel of siermetselwerk zijn de entrees vaak net aangezet, de daken hebben soms een kleine overstek met klossen om het dak te benadrukken. Op een paar plekken zijn woningen van afwijkende types te vinden. Er staat hier en daar een tweekapper, er is een rij plat afgedekte woningen en ook zijn er binnen de verkavelingsopzet enkele portiekflats geplaatst. Deze afwijkende types hebben een vergelijkbare architectuur. Waarde De waarde van het woongebied is vooral gelegen in het rustige beeld van de groene straten met een halfopen verkaveling. De baksteenarchitectuur is eenvoudig maar verzorgd. Uitgangspunten Het woongebied uit de jaren ‘40 tot en met ‘60 heeft een regulier welstandsniveau. Uitzondering hierop zijn de flats aan het Merwedeplantsoen, die vanwege de verschijning in het lint Herenweg een bijzonder welstandsniveau hebben. Het beleid is gericht op het beheer van de rust in het groene straatbeeld en de halfopenverkaveling met kleinschalige bebouwing. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van de samenhang van de buurten met herhaling en variatie in zowel de stedenbouwkundige opzet als in de architectonische uitwerking met inbegrip van de detaillering en het materiaalgebruik.

Welstand Heemstede 2016, pagina 42

Gebied 6

Woongebied jaren ‘40-’60 Criteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een kleinschalig stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • appartementengebouwen en vrijstaande panden gebouwen hebben een meerzijdige oriëntatie Massa • de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of buurt bezien vanuit de openbare ruimte • aandacht schenken aan karakteristieke details in de massa zoals herhalingen en accenten waaronder schoorstenen en tuiten, zowel voor bouwwerken op zich als binnen het ensemble • uitbreidingen indien zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw, vorm en uitwerking Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn verzorgd en evenwichtig met (buurtspecifieke) stijlelementen • geen blinde gevels grenzend aan de openbare ruimte • de architectuur is afgestemd op belendingen en het bebouwingsensemble • wijzigingen in stijl, maat en

afwerking afstemmen op het hoofdvolume • de profielen en detaillering van Hollandse houten kozijnen zijn uitgangspunt Materiaal en kleur • materialen en kleuren afstemmen op belendingen • materialen zijn duurzaam • grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur zoals baksteen en houten betimmering • daken dekken met keramische pannen • kleuren zijn terughoudend en afgestemd op het straatbeeld

Welstand Heemstede 2016, pagina 43

Gebied 6

Woongebied jaren ‘70-’80 In de planmatig opgezette wijken uit de jaren zeventig en tachtig zijn de woningen gegroepeerd in clusters en rijen, waarbinnen eenzelfde woningtype wordt herhaald langs groene straten. De woongebieden uit deze periode bestaan in de regel uit kleinschalige en besloten ensembles met geknikte straten. In de stedenbouwkundige opzet is er veel sprake van een wisselende oriëntatie, waaruit een openbare ruimte volgt die deels wordt omzoomd door voorkanten en deels door achterkanten. De stratenplannen bezitten soms een eigen kwaliteit door de inpassing van pleintjes of plantsoenen. De opbouw van de woningen wisselt, maar bestaat voornamelijk uit twee lagen met een kap. Verlengde daken, lessenaarkappen en diverse op- en aanbouwen komen zowel aan voor- als aan achterkanten veel voor. Vrijwel alle bebouwing is complexmatig tot stand gekomen. Binnen de ensembles is er in de architectuur meestal weinig afwisseling. De woningen zijn in series gemaakt met een gelijksoortige uitvoering. De gevels zijn vlak. De detaillering is eenvoudig en seriematig, met bijvoorbeeld veel aangehangen goten en standaard kozijnen. Baksteen, puien en betonbanden bepalen het straatbeeld. Daken zijn vaak gedekt met grijze pannen. Bijzondere elementen op de schaal van Heemstede zijn de flats in deze buurten, die onder meer aan de Overijssellaan en aan de Herenweg te vinden zijn.

Het zijn hoge alzijdige woongebouwen met een sterk horizontale architectuur, die het gevolg is van doorgaande galerijen en herhaling van balkons. Deze gebouwen zijn geclusterd en vertonen een goed herkenbare onderlinge samenhang. Waarde De waarde van het woongebied uit de jaren ‘70 en ‘80 is vooral gelegen in het rustige beeld van de straten met het groen van de bomen en de tuinen bij de woningen. De architectuur is in het algemeen eenvoudig, de afwisseling ontstaat uit de verkaveling. Uitgangspunten Het woongebied uit de jaren ‘70 en ‘80 heeft een regulier welstandsniveau. Uitzondering hierop zijn gebouwen direct langs hoofdinfrastructuur en historische linten, die in zoverre duidelijk zichtbaar vanaf de hoofdroutes een bijzonder welstandsniveau hebben. Het beleid is gericht op het beheer van de rust in het groene straatbeeld en het aanzien vanuit de doorgaande wegen en omringende gebieden. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van het straatbeeld met herhaling in rooilijnen en gevelindeling en aan samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het materiaalgebruik.

Welstand Heemstede 2016, pagina 44

Gebied 7

Woongebied jaren ‘70-’80 Criteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • bijzondere gebouwen zoals appartementencomplexen kunnen binnen het stedenbouwkundig patroon een meer vrije positie innemen en een meerzijdige oriëntatie hebben Massa • de bouwmassa is gediffentieerd en afgestemd op de samenhang in rij of buurt bezien vanuit de openbare ruimte • aandacht schenken aan karakteristieke details in de massa zoals herhalingen en accenten met inbegrip van lage goten, zowel voor bouwwerken op zich als binnen het ensemble • uitbreidingen indien zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijzondere gebouwen zoals appartementencomplexen harmoniëren met het karakter van het gebied maar kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn verzorgd en evenwichtig • de architectuur is afgestemd op belendingen en past binnen de afwisseling binnen de buurt • wijzigingen in stijl, maat en afwerking afstemmen op het hoofdvolume •

de profielen en detaillering van Hollandse houten kozijnen zijn uitgangspunt Materiaal en kleur • materialen en kleuren afstemmen op belendingen en op het straatbeeld • materialen zijn duurzaam • grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur zoals baksteen en houten betimmering • daken dekken met keramische pannen of aansluitend op bestaand • kleuren zijn terughoudend

Welstand Heemstede 2016, pagina 45

Gebied 7

Woongebied vanaf ‘90 De woongebieden gerealiseerd sinds het begin van de jaren negentig zijn buurten met een verzorgde uitwerking en detaillering. In Heemstede zijn het gebieden, die tussen bestaande woonwijken in zijn gebouwd. De bebouwing heeft in de regel een herkenbare samenhang. Er is veelal gebouwd in clusters, waarvan de rooilijnen duidelijke samenhang vertonen en samen de openbare ruimte vormen. In de uitbreidingen van De Glip is de overgang van de woonerven uit de jaren tachtig naar een meer formele stedenbouw uit de jaren negentig te herkennen, waarbij de architectuur in dit gebied relatief terughoudend is vormgegeven en er ook in de bouwmassa weinig accenten zijn. De woningen hebben meestal een onderbouw van twee en soms drie lagen met zadeldak, schilddak, lessenaarkap of plat dak. Dakopbouwen komen met name op woningen van twee lagen met plat dak voor en hebben diverse vormen. De nok is evenwijdig aan de weg of staat hier haaks op. De gevels hebben vaak reliëf. Aan de Wasserij Annalaan en nog sterker bij de Vogelbuurt en de locatie van het Spaarneziekenhuis is een verschuiving te zien naar een rijkere architectuur, die samen met een zorgvuldig opgezette openbare ruimte buurten een eigen identiteit geeft. De opbouw van de woningen is met name in de meest recente buurten gedifferentieerd, waarbij er op een stedenbouwkundig en architectonisch thema wordt gevarieerd.

Voor het Vogelpark zijn verschillende types gedefinieerd zoals carréwoningen en volkstuinwachters, die in hun uitwerking een eigentijdse vertaling vormen van de architectuur uit het interbellum. Voor de locatie van het Spaarne Gasthuis is een vergelijkbare aanpak gekozen met types als de Spaarnevilla’s en rietvilla’s. De architectuur is verzorgd en gebaseerd op herhaling binnen de thema’s, waarmee een afwisselend beeld is gerealiseerd met accenten als uitstekende dakranden en structuur in het materiaal. De woonbuurt tussen Haven en Cruquiusweg heeft een afwijkende opzet, waarin appartementengebouwen in een open verkaveling zijn geplaatst op een doorgaand openbaar maaiveld. Deze gebouwen zijn rondom zichtbaar en hebben geen achterkanten. Waarde De waarde van het recente woongebied is vooral gelegen in de samenhang tussen stedenbouwkundige opzet in samenhang met een verzorgde architectuur, die mede door de keuze van detaillering en materialen de buurten een eigen identiteit geven. Uitgangspunten Het woongebied vanaf ‘90 heeft een regulier welstandsniveau. Uitzondering hierop zijn gebouwen direct langs hoofdinfrastructuur en op enkele markante locaties, die in zoverre duidelijk zichtbaar vanaf de hoofdroutes een bijzonder welstandsniveau hebben. Het beleid is in het algemeen gericht op het beheer van de samenhang in de architectuur, die veelal bepalend is voor het straatbeeld.

Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van herhaling in rooilijnen en de samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het materiaalgebruik met inbegrip van kleur.

Welstand Heemstede 2016, pagina 46

Gebied 8

Woongebied vanaf ‘90 Criteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • bijzondere gebouwen zoals appartementencomplexen kunnen binnen het stedenbouwkundig patroon een meer vrije positie innemen en een meerzijdige oriëntatie hebben Massa • de bouwmassa is gediffentieerd en afgestemd op de samenhang in rij of buurt bezien vanuit de openbare ruimte • aandacht schenken aan karakteristieke details in de massa zoals herhalingen en accenten, zowel voor bouwwerken op zich als binnen het ensemble • uitbreidingen indien zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijzondere gebouwen zoals appartementencomplexen harmoniëren met het karakter van het gebied maar kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn verzorgd en evenwichtig met (buurtspecifieke) stijlelementen • geen blinde gevels grenzend aan de openbare ruimte • de architectuur is afgestemd op belendingen en past binnen de afwisseling binnen de buurt • wijzigingen in

stijl, maat en afwerking afstemmen op het hoofdvolume • de profielen en detaillering van Hollandse houten kozijnen zijn uitgangspunt Materiaal en kleur • materialen en kleuren afstemmen op belendingen en op het straatbeeld • materialen zijn duurzaam • grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur zoals baksteen, houten betimmering of geprofileerde staalplaat aansluitend op bestaand • daken dekken met keramische pannen of aansluitend op bestaand • kleuren zijn terughoudend

Welstand Heemstede 2016, pagina 47

Gebied 8

Bedrijventerrein Beschrijving De bedrijventerreinen van Heemstede zijn functioneel van opzet en relatief kleinschalig. Ze liggen aan de Cruquiusweg, het Heemsteeds Kanaal en de Leidsevaart. Het zijn gebieden met een eenvoudige hoofdstructuur en een doelmatige verkaveling, waar bedrijfsgebouwen in een doorgaande rooilijn zijn gebouwd. De openbare ruimte is functioneel ingericht met als uitzondering de Nijverheidsweg, die een groene route naar Hageveld vormt. De bebouwing is in de regel vrijstaand en afwisselend. Voor en naast de gebouwen is gelegenheid voor parkeren. In een aantal gevallen is de ruimte naast of achter het gebouw ingericht voor opslag in de open lucht, maar bij de meeste bedrijven bevindt de opslag zich vooral binnen. De gebouwen zijn in het algemeen georiënteerd op de weg. De bebouwing is eenvoudig van opzet en in uitwerking. De loodsen en hallen bestaan veelal uit één of twee lagen met een flauw hellend zadeldak of plat dak. Kantoren en entreepartijen vormen accenten. De gebouwen langs de Cruquiusweg zijn gebouwd als showrooms en voor handelsbedrijven. Deze gebouwen hebben in beginsel een representatieve gevel met een open karakter. De detaillering is veelal sober en functioneel, materialen traditioneel. Gevels zijn van plaatmateriaal, bak- of betonsteen. Kleuren zijn rustig en sober, waarbij lichte grijzen en baksteentinten overheersen.

Hier en daar staat een kantoorgebouw of bebouwingsrand met een meer verzorgde uitwerking. Een bijzonder element is de watertoren met de daarnaast geplaatste villa, die aan de rand van de voormalige gemeentewerf staan. Waarde De waarde is vooral gelegen in de heldere en functionele opzet van de terreinen met ruimte voor overwegend eenvoudige bebouwing, die langs de belangrijkste routes zijn voorzien van representatieve gevels. Uitgangspunten De bedrijventerreinen zijn regulier welstandsgebied. Uitzondering hierop zijn gebouwen direct langs de Cruquiusweg, die in zoverre duidelijk zichtbaar vanaf deze hoofdroute een bijzonder welstandsniveau hebben. Het beleid is gericht op het beheer van de rust in het straatbeeld en het aanzien vanuit de omgeving. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan de samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal en kleur, waarbij de nadruk ligt op de gebiedsranden en de belangrijkste openbare ruimten.

Welstand Heemstede 2016, pagina 48

Gebied 9

Bedrijventerrein Criteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen oriënteren op de openbare ruimte en daarbij representatieve functies naar de straat richten • gebouwen staan in de rooilijn • opslag speelt een onnadrukkelijke rol in het straatbeeld Massa • gebouwen zijn individueel afgestemd op belendingen • de massa van de gebouwen heeft een eenduidige en evenwichtige opbouw • gebouwen hebben een plat of flauw hellend dak • aanbouwen en opbouwen zijn ondergeschikt in positie en vorm • bijzondere functies zoals entrees zijn indien gewenst vorm te geven als accent Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig, maar evenwichtig en verzorgd • geen blinde gevels grenzend aan de openbare ruimte • de architectuur is afgestemd op belendingen • accenten en geledingen ter onderscheiding van functies zijn wenselijk • grote gevelvlakken opdelen • wijzigingen in stijl, maat en afwerking afstemmen op het hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren afstemmen op omgeving • materialen zijn duurzaam • grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur zoals baksteen, houten betimmering of geprofileerde platen • kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang met hier en daar een accent

Welstand Heemstede 2016, pagina 49

Gebied 9

Sport Beschrijving Sportparken hebben overwegend een groen karakter, waarin voor de bebouwing een bescheiden rol is weggelegd. In het algemeen bestaat de bebouwing van deze terreinen uit een vrijstaand hoofdgebouw met één of enkele bijgebouwen. Daarbij is het hoofdgebouw in de regel gericht op de toegang tot het terrein en het hoofdveld. De gebouwen hebben een eenvoudige opbouw van één tot twee lagen met een flauw hellende kap of plat dak. De entree is gericht op de weg en veelal vormgegeven als accent. Hoewel de gebouwen verschillen van uiterlijk is de hoofdvorm eenduidig en de architectuur eenvoudig. Grote vlakken bestaan uit materiaal met een structuur zoals baksteen, houten betimmering of plaatmateriaal. Kleuren zijn terughoudend. Uitzondering is de samengestelde en complexe bouwmassa multifunctionele accomodatie aan de Sportparklaan. Waarde De waarde is vooral gelegen in het groene karakter, waarbij de bebouwing een ondergeschikte rol speelt. De gebieden hebben veelal een heldere, eenvoudige opzet en bebouwing. De architectuur is terughoudend. Uitgangspunten Sportparken hebben een regulier welstandsniveau. Het beleid is gezien het besloten karakter terughoudend en gericht op beheer van het aanzien vanuit de openbare ruimte.

Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van de in beginsel terughoudende architectuur en een goede landschappelijke inpassing.

Welstand Heemstede 2016, pagina 50

Gebied 10

Sport Criteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • per terrein of vereniging is er één vrijstaande hoofdmassa georiënteerd op de toegang tot het terrein en de omliggende velden • bijgebouwen zijn ondergeschikt Massa • gebouwen hebben een eenduidige hoofdvorm • aanbouwen zijn ondergeschikt Architectonische uitwerking • de architectuur en detaillering zijn verzorgd en evenwichtig • gevels zijn niet gesloten, maar hebben deuren of vensters • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen zijn duurzaam • gevels zijn van baksteen, hout of vergelijkbare materialen • hellende daken dekken met pannen of plaatmateriaal met een structuur • kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang (daarvan afwijkende verenigingskleuren kunnen als contrastkleur worden ingezet zonder de boventoon te voeren)

Welstand Heemstede 2016, pagina 51

Gebied 10

Landgoederen en groene gebieden Het groene gebied met daarin de landgoederen is van groot belang voor de identiteit en aantrekkelijkheid van Heemstede. Naast het Groenendaalse Bos in het hart van het grondgebied zijn de landgoederen zoals Berkenrode en Ipenrode, complexen zoals De Hartekamp en Hageveld, het water en groen van de Leidse Trekvaart en de weilanden langs het Spaarne en de Ringvaart beeldbepalend. De bebouwing in het gebied is afwisselend. Het meest in het oog springend zijn de statige buitenplaatsen en villa’s. Daarnaast staan er ook eenvoudiger woningen, een enkel bedrijf en gebouwen met een agrarische oorsprong zoals (bollen)schuren en kassen. De landgoederen en buitenplaatsen zijn landschappelijke complexen met een grote cultuurhistorische waarde, waarop in de regel een monumentaal hoofdgebouw met de daarbij behorende bijgebouwen staan. Deze gebouwen vormen samen met het groen functionele ensembles, die ook architectonisch op elkaar zijn afgestemd. De gebouwen zijn klassiek in hun vormgeving en uitvoering: de gevels zijn van baksteen of gepleisterd, de ramen zijn staand, de daken gedekt met pannen. In overeenstemming met het representatieve karakter komen lijsten en ook ornamenten veelvuldig voor. Een deel van de landgoederen is in gebruik als zorgcomplex, waaronder De Hartekamp, Mariënheuvel en Bosbeek.

Daarvoor zijn in het groen achter de hoofdgebouwen zorgcomplexen gerealiseerd met een eigen architectuur. Deze veelal alzijdige gebouwen zijn minder traditioneel in hun vormgeving, maar blijven mede gezien hun positie op de achtergrond en laten daarmee het aanzien van het landgoed vanuit de omgeving intact. De overige bebouwing in het buitengebied springt minder in het oog dan de landgoederen. Het gaat met name om verspreide huizen in het groen en enkele kleinschalige woningen aan de Leidsevaartweg. Het zijn panden met een minder formele architectuur dan de statige buitenhuizen. Deels betreft het villa’s, waarvan de architectuur verzorgd is maar die vanuit de openbare ruimte gezien zo schuil gaan in het opgaande groen dat ze nauwelijk te zien zijn. Het meest in het zicht staan de woningen aan de vaart en de Manpadslaan. Het zijn panden van één of anders twee lagen met kap in traditionele architectuur, die deels zichtbaar een aantal verbouwingen achter de rug hebben. Daarnaast zijn er in het gebied enkele bedrijfspanden en schuren, die in hun uitvoering niet afwijken van datgene wat in naburige gemeenten in het buitengebied te vinden is. Waarde De waarde van het gebied is vooral gelegen in het groene karakter, waarin de landgoederen met hun representatieve aanleg en architectuur tot hun recht kunnen komen.

De overige bebouwing is in de regel informeler van aard en kleiner van schaal, wat het onderscheid met de landgoederen en het karakter van het gebied ten goede komt. Uitgangspunten De landgoederen en groene gebieden hebben een bijzonder welstandsniveau. Uitzondering hierop is het woonwagenterrein aan de Ringvaartlaan dat een regulier welstandsniveau heeft. Het beleid is gericht op het beheer van het groene karakter met de landgoederen als beeldbepalende elementen.

Welstand Heemstede 2016, pagina 52

Gebied 11

Landgoederen en groene gebieden Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan de inpassing in zowel de cultuurhistorische betekenis als het landschap en aan het verschil tussen de complexmatige en monumentale bebouwing op de landgoederen en de meer informele en kleinschalige bebouwing aan de wegen en paden door het gebied. De architectonische uitwerking is verzorgd met inbegrip van de detaillering en het materiaalgebruik. Criteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een gebied met een groen karakter, waarin landgoederen het beeld bepalen • landgoederen hebben een representatieve opzet met alzijdig georiënteerde gebouwen in een ruime landschappelijke context • hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte • bijgebouwen staan op de achtergrond Massa • bouwmassa’s zijn individueel en gedifferentieerd • de bouwmassa’s zijn afwisselend en evenwichtig, waarin de bebouwing van één of twee lagen met kap de boventoon voert (eventuele bebouwing met een grotere schaal ligt terug in het groen) • de nokrichting is haaks op of parallel aan de straat en voorgevel • uitbreidingen indien zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa Architectonische uitwerking • de

architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig • de panden hebben een individuele architectuur of maken deel uit van een ensemble met een gelijksoortige architectuur • bij het ontwerp aandacht schenken aan elementen als entreepartijen, erkers, schoorstenen en overstekken • geen blinde gevels grenzend aan de openbare ruimte • wijzigingen in stijl, maat en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de straatwand • bijgebouwen en aanbouwen zijn ondergeschikt • de profielen en detaillering van Hollandse houten kozijnen zijn uitgangspunt Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn traditioneel en passen in het karakter van het gebied • materialen zijn duurzaam en verouderen zonder in kwaliteit achteruit te gaan • grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur zoals baksteen en houten betimmering • materialen en kleuren van op- en aanbouwen aanpassen aan hoofdgebouw • daken dekken met keramische pannen of riet • kleuren zijn terughoudend (geen contrasten met het landschap of met belendingen)

Welstand Heemstede 2016, pagina 53

Gebied 11

Welstand Heemstede 2016, pagina 54

BEGRIPPENLIJST De begrippenlijst is geschreven als toelichting op deze nota en is slechts bedoeld als handreiking voor welstand. Aanbouw grondgebonden toevoeging van één bouwlaag aan een gevel van een gebouw Achterkant de bebouwing en het erf in zoverre niet duidelijk zichtbaar vanuit de openbare ruimte Afdak dak dat is aangebracht tegen een muur of gebouw om tegen neerslag te beschermen Band horizontale versiering in de gevel in afwijkend materiaal, meestal natuursteen of baksteen Bedrijfsbebouwing gebouwen ten behoeve van bedrijven zoals hallen, werkplaatsen en loodsen; hebben meestal een utilitair karakter Beschot afwerking van een wand met bijvoorbeeld planken, schroten, rabatdelen of plaatmateriaal Bestemmingsplan door de gemeenteraad vastgesteld plan waarin gebruik van grond en bebouwingsvoorschriften zijn vastgelegd Bestrating verharding zoals straatstenen of tegels Bijgebouw gebouw dat bij een hoofdgebouw hoort en los van het hoofdgebouw op het erf of kavel staat; meestal bedoeld als schuur, tuinhuis of garage Blinde muur of gevel gevel of muur zonder raam, deur of andere opening Borstwering lage dichte muur tot borsthoogte Boeiboord opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal Boerderij gebouw of gebouwen op een erf met een (oorspronkelijk) agrarische functie en het daarbij horende woonhuis Bouwblok een aan alle zijden door

straten en wegen begrensde groep gebouwen, die een stedenbouwkundige eenheid vormt Bouwlaag de begane grond of een verdieping van een gebouw Bovenbouw het bovendeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de schuine kap van een huis met de daarbij behorende kopgevels Buitengebied buiten de bebouwde kom gelegen gebied, ook wel landelijk gebied genoemd Bungalow meestal vrijstaande woning waarvan alle vertrekken op de begane grond zijn gesitueerd Welstand Heemstede 2016, pagina 55

Bijlage 1

Buurtschap verzameling woningen of boerderijen buiten de bebouwde kom Carport afdak om de auto onder te stallen, meestal bij een woning Dak afdekking van een gebouw, vlak of hellend, waarop dakbedekking is aangebracht Dakhelling de hoek van het dak ten opzichte van een horizontale vlak Dakkapel uitbouw op en rondom omgeven door een hellend dakvlak Dakopbouw een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok van het dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert Dakraam raam in en rondom omgeven door een hellend dak Deelplan een stedenbouwkundig plan, waarin een stuk van een wijk of stad gedetailleerd is uitgewerkt Detail ontmoeting van verschillende bouwdelen zoals gevel en dak of gevel en raam Drager en invulling de drager is de constructie van een gebouw, waaraan de invulling is toegevoegd om te beschermen tegen weer en wind (heeft vooral betrekking op gebouwen uit de jaren vijftig en zestig, waarbij het verschil tussen drager en invulling werd gebruikt om de woning in een groot gebouw of rij huizen te onderscheiden) Ensemble architectonisch en stedenbouwkundig compositorisch geheel van meerdere panden Erf het perceel, exclusief hoofdgebouwen, dat in ruimtelijk opzicht bij de hoofdgebouwen hoort Erker kleine toevoeging aan de gevel van een gebouw, meestal uitgevoerd in hout en glas Flat groot kantoor- of woongebouw met meerdere verdiepingen Galerij

gang aan de buitenkant van een (flat)gebouw die toegang verschaft tot de afzonderlijke woningen Geleding verticale of horizontale indeling van de gevel door middel van inspringingen Gepotdekseld gedeeltelijk over elkaar gespijkerde planken om inwatering tegen te gaan Gevel buitenmuur van een gebouw (afhankelijk van de plaats de voor-, zij- of achtergevel) Gootklos in de muur bevestigd stuk balk ter ondersteuning van een goot Welstand Heemstede 2016, pagina 56

Groengebied gebied met veel beplanting zoals parken, plantsoenen, sportterreinen en natuurgebieden Haagondersteunende constructie perceel- of terreinafscheiding, bestaande uit een gaaswerk aan palen en die bedoeld is om volledig begroeid te zijn met groenblijvende planten Hoogbouw gebouwen van meer dan vier lagen Individueel gebouw zelfstandig, op zichzelf staand gebouw Industriebebouwing gebouwen met een industriële bestemming Industriegebied gebied bestemd voor de vestiging van industrie Kavel grondstuk, kadastrale eenheid Kern centrum van een dorp of stad Klossen uit de muur stekende houten of gemetselde blokjes ter ondersteuning van uitstekende onderdelen van een gebouw zoals dakgoten Kop in het algemeen gebruikt om de smalle kant van een rechthoekige vorm aan te duiden, bijvoorbeeld bij een gebouw Kopgevel de eerste en laatste gevel aan weerszijden van een huizenrij, of de gevel aan de korte kant van een vrijstaand gebouw Laag zie bouwlaag Laagbouw gebouwen van één of twee lagen Lak afwerklaag van schilderwerk Landelijk gebied zie buitengebied Latei draagbalk boven gevelopening Lessenaarsdak dak met één hellend, niet onderbroken, dakvlak Lichtkoepel raamconstructie in een plat dak, in de vorm van een koepel Lijst een al dan niet versierde en geprofileerde rand als bekroning van de bovenzijde van een gevel Lint langgerekte (historische) route of weg met daarlangs bebouwing

Luifel een plat uitgebouwd afdak, vaak boven een deur Maaiveld bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft, de grens tussen grond en lucht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/2314/documents/35070