CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Welstandsnota Heemstede 2016.pdf

Gemeenteraad 3 oktober 2024, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 12: Wijzigen van de objectcriteria dakkapel en dakraam van de welstandsnota19.259 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

WELSTANDSNOTA 2016

HEEMSTEDE September 2016 gewijzigd: oktober 2024

Welstand Heemstede 2016, pagina 2

INHOUDSOPGAVE Stroomschema Gebruik van de nota

4

Hoofdstuk 1 Inleiding Uitgangspunten Gebruik van de nota Leeswijzer

5 5 5

Hoofdstuk 2 Welstand op hoofdlijnen Redelijke eisen van welstand Gebieden en objecten Ruimtelijk beleid Welstand en erfgoed Afwijkende plannen Grotere projecten

7 7 7 9 10 13

Kaart Welstandsniveaus

14

Hoofdstuk 3 Welstandscriteria objecten Criteria objecten • Aangebouwd bijbehorend bouwwerk (object 1) • Vrijstaand bijbehorend bouwwerk (object 2) • Dakkapel en dakraam (object 3) • Gevelwijziging (object 4) • Erfafscheiding (object 5) • Reclame (object 6) • Rolluik (object 7) • Dakopbouw (object 8) • Zonnepanelen en -collectoren (object 9) • Installaties (object 10)

15 16 17 18 20 21 22 28 29 30 31

Kaart Welstandsgebieden

30

Hoofdstuk 4 Welstandscriteria gebieden Gebiedsindeling en welstandsniveaus

31

• Centrum (1) • Linten (2) • Dorps woongebied (3) • Woongebied Interbellum (4) • Gemengd villagebied (5) • Woongebied jaren ‘40-’60 (6) • Woongebied jaren ‘70-’80 (7) • Woongebied jaren vanaf ‘90 (8) • Bedrijventerrein (9) • Sport (10) • Landgoederen en buitengebied (11)

32 34 36 38 40 42 44 46 48 50 52

Bijlagen • Begrippenlijst • Straatnamenlijst

55 63

Colofon

67 Welstand Heemstede 2016, pagina 3

Stroomschema gebruik van de welstandsnota Betreft uw bouwplan een vergunningplichtig bouwwerk en gelden er welstandscriteria?

Nee

Sommige objecten zijn vergunningvrij en worden niet preventief aan redelijke eisen van welstand getoetst.

Ja

BETREFT HET EEN PLAN AAN OF BIJ EEN CULTUURHISTORISCH OBJECT? monument beeldbepalend object

Ja

Ga verder met

Nee IS HET EEN OBJECT? • bijbehorend bouwwerk (vrijstaand of aangebouwd) • gevelwijziging • dakkapel • erfafscheiding • dakopbouw • dakraam, paneel of collector • rolluik • installatie • reclame

Criteria voor Erfgoed Heemstede heeft een rijke historie. Diverse panden zijn aangewezen als monument. Eventuele veranderingen aan deze gebouwen vragen om een zorgvuldige aanpak. Hiervoor zijn enkele uitgangspunten opgenomen in hoofdstuk 2.

Ja

Criteria voor veel voorkomende (bescheiden) objecten Binnen bepaalde grenzen zijn diverse objecten vergunningvrij. Deze vergunningvrije bouwwerken worden niet preventief getoetst, maar tegen eventuele excessen kan wel achteraf worden opgetreden. Informatie over vergunningvrij bouwen kunt u onder meer verkrijgen bij de gemeente en de rijksoverheid. Voor vergunningplichtige bouwwerken bij en wijzigingen van bestaande panden zijn in hoofdstuk 3 eenvoudige criteria opgenomen, waarmee snel uitsluitsel te geven is binnen welke grenzen het plan in ieder geval aan redelijke eisen van welstand voldoet. Plannen die niet passen binnen de objectcriteria zijn niet per definitie in strijd met redelijke eisen van welstand. Of ze alsnog voldoen, wordt bezien aan de hand van de gebiedscriteria of de algemene criteria.

Ja

Criteria voor grotere plannen Grotere plannen worden beoordeeld aan de hand van de criteria in hoofdstuk 4. Aan de hand van bebouwingstypologie is Heemstede verdeeld in gebieden. Hiervoor zijn uitgangspunten en welstandscriteria opgesteld, waarmee de ontwerper rekening moet houden.

Ja

Afwijkende plannen Voor plannen die de bestaande structuur doorbreken of in hun architectuur afwijken van de omgeving kunnen de criteria voor objecten en grotere plannen ontoereikend zijn. Voor de beoordeling wordt gebruik gemaakt van de algemene criteria of aanvullend beleid. Een object dat sterk afwijkt van en afbreuk doet aan de omgeving kan gezien worden als een exces als er sprake is van een evidente buitensporigheid in het uiterlijk. Zie hiervoor de toelichting in hoofdstuk 2.

Nee IS HET EEN GROTER PLAN? Een groter plan voor (ver)bouw dat past in de structuur en de architectuur van het betreffende gebied, zoals een (dorps)centrum, lint, woongebied, bedrijventerrein of landgoed Nee IS HET EEN AFWIJKEND PLAN? Afwijkend van de gebiedsstructuur of architectuur danwel een exces

Welstand Heemstede 2016, pagina 4

INLEIDING De gemeente Heemstede heeft sinds 2004 een welstandsnota zoals aangegeven in de Woningwet. Met de herziening van 2015 wil de gemeente het welstandsbeleid actualiseren, waar mogelijk vereenvoudigen en meer afstemmen op de beleving van de inwoners en initiatiefnemers. De wens is een goed leesbare nota met een eenduidige boodschap, die recht doet aan de verschillende sferen die de gemeente rijk is. Uitgangspunten Doel van de welstandstoets is het behartigen van het publieke belang door de lokale overheid, waarbij de individuele vrijheid van de burger of ondernemer wordt afgewogen tegen het aanzien van hun omgeving als algemene waarde. Met de verschijningsvorm van een bouwwerk wordt iedere voorbijganger geconfronteerd. Het beleid is opgesteld vanuit de gedachte, dat welstand een bijdrage levert aan de totstandkoming en het beheer van een aantrekkelijke bebouwde omgeving. Doel van het welstandsbeleid is het welstandstoezicht helder onder woorden te brengen en op een effectieve en controleerbare wijze in te richten. Daarbij is het van belang aanvragers door middel van de welstandsnota van tevoren op de hoogte te stellen van de aspecten die een rol spelen bij de welstandsbeoordeling. Het welstandsbeleid geeft de gemeente de mogelijkheid om cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden een rol te geven bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen.

Evenwicht Heemstede zoekt naar een evenwicht tussen de bouwmogelijkheden voor initiatiefnemers enerzijds en het aanzien van de gemeente anderzijds. Langs enkele beeldbepalende linten, in enkele waardevolle woongebieden en op de landgoederen is een hoge beeldkwaliteit uitgangspunt en moet welstand bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Voor de meeste woongebieden en bedrijventerreinen wil de gemeente zich wat betreft welstand meer terughoudend opstellen en waar mogelijk ruimte laten voor particulier initiatief. Wat betreft vergunningvrij bouwen wordt aangesloten op de mogelijkheden die het Rijk biedt. Gebruik van de nota De welstandsnota is niet bedoeld als leesboek, maar opgesteld als een naslagwerk. De nota bevat verschillende beoordelingskaders. De verschillende hoofdstukken bevatten de criteria, die de gemeente hanteert bij de beoordeling van bouwplannen. Wie wil weten welke criteria op een aanvraag van toepassing zijn, doorloopt het hiernaast afgebeelde stroomschema. Indien gewenst kunnen bij de gemeente inlichtingen worden ingewonnen over de interpretatie van de welstandsnota in het licht van het beoogde plan. Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat de hoofdlijnen van welstand met daarin een algemene toelichting op welstand. Hierop volgen enkele algemene uitgangspunten voor de behandeling van bouwplannen in de invloedssfeer van monumenten.

Daarna is een toelichting op de procedure voor afwijkende plannen gegeven. De nota is in hoofdzaak geschreven voor het beheer van bestaande gebieden, plannen die de bestaande structuur of architectuur doorbreken zullen op een andere wijze beoordeeld worden. Dit kan vooraf op basis van bijvoorbeeld een stedenbouwkundig plan of beeldkwaliteitsplan danwel op basis van de algemene Welstand Heemstede 2016, pagina 5

Hoofdstuk 1

criteria, die de regels zijn van het architectonische vakmanschap en gelden als uitgangspunt voor iedere welstandsbeoordeling. Achteraf kan een plan beoordeeld worden aan de hand van de excessenregeling, waarin criteria staan voor bouwwerken en andere activiteiten die zonder vergunning of in afwijking van een vergunning zijn gerealiseerd, maar zo onder de maat zijn dat zij als exces moeten worden gezien. Met behulp van de excessenregeling kan de gemeente achteraf optreden tegen misstanden. Hoofdstuk 3 bevat criteria voor veel voorkomende objecten als dakkapellen en bijbehorende bouwwerken. In hoofdstuk 4 wordt voor de gebieden in de gemeente aangegeven op welke wijze het vakmanschap zou moeten worden ingevuld. De beschrijvingen en criteria geven aan welke eigenschappen wenselijk zijn en dienen als agenda voor de beoordeling door de welstandscommissie. In de bijlage is een begrippenlijst opgenomen. De in de nota opgenomen foto’s zijn te zien als illustratie bij de gebiedsbeschrijving (dus niet als afbeelding van de gewenste eigenschappen).

Welstand Heemstede 2016, pagina 6

WELSTAND OP HOOFDLIJNEN Dit hoofdstuk beschrijft de grondslag voor de welstandsnota. Deze is onderdeel van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de gemeente, waarvan ook bestemmingsplannen en cultuurhistorie deel uitmaken. Dit hoofdstuk begint met de basisbeginselen van welstand en een toelichting op de omgang met erfgoed in de welstandstoets. Daarna volgen de algemene criteria, de excessenregeling en toelichting op de te volgen procedure bij grote bouwplannen die afwijken van de gangbare structuur. Redelijke eisen van welstand Volgens de Woningwet moet een plan voldoen aan redelijke eisen van welstand. Deze eisen betreffen het bouwwerk op zichzelf en in zijn omgeving. In deze nota is dit vertaald in een nadruk op de beleving van de bebouwing vanuit de openbare ruimte en het landschap. Bouwdelen in het zicht zijn belangrijker voor het algemeen belang dan bouwdelen die aan het oog onttrokken zijn. De gemeente heeft in het welstandsbeleid met name het algemeen belang op het oog. De gemeente hanteert beoordelingskaders, waarin deze aspecten zijn verwerkt in beschrijvingen en criteria. Daarbij wordt onder meer de invloed van een plan op het straatbeeld en het aanzien van de gemeente als geheel gewogen. Voor een zijstraat in het woongebied gelden andere criteria dan voor een ingrijpende verbouwing van een monumentale kerk of een nieuw te bouwen woning in het centrumgebied.

Naarmate een plan meer invloed heeft op de identiteit van de gemeente zullen er meer aspecten worden betrokken bij de beoordeling en zal er zorgvuldiger worden gewogen. Daarnaast moet worden bekeken of het een omgeving betreft, die vooral moet worden beheerd of een omgeving die aan verandering onderhevig is. Gebieden en objecten De welstandsnota maakt onderscheid in gebieden en objecten. De gebieden vormen de kern van het welstandsbeleid. De gemeente is verdeeld in gebieden met een eigen identiteit zoals linten, woonwijken en bedrijventerreinen. Van deze gebieden is het ruimtelijk en architectonisch beeld beschreven gevolgd door een waardering en een verwachting over eventuele veranderingen. Deze bepalen de uitgangspunten voor de welstandstoets. Net als te onderscheiden gebieden zijn er objecten. Deze lenen zich voor vereenvoudigde toetsing. Voorbeelden daarvan zijn bijgebouwen bij en dakkapellen op een woning. Ook reclames zijn als objecten opgenomen. De welstandscriteria voor objecten en gebieden zijn te zien als een uitwerking van de algemene criteria, die de voor een bouwplan gewenste eigenschappen beschrijven. Deze uitwerkingen zijn zo eenduidig mogelijk beschreven. De beschrijvingen en criteria samen geven zoveel mogelijk duidelijkheid over de uitkomst van de toetsing. Bij de objecten zijn de criteria het meest meetbaar.

Bij de gebieden zijn ze mede vanwege de afwisseling in gebouwtypen meer aan interpretatie onderhevig en kan het voorkomen, dat een deel niet direct toepasbaar is op het betreffende bouwwerk. De criteria zijn niet bedoeld om plannen met een vergelijkbare of betere kwaliteit passend in het gebiedsbeeld te blokkeren. Waar nodig kan de commissie in haar advisering rekening houdend met het gebiedsbeeld ruimte zoeken in de interpretatie van de criteria om onbedoelde gevolgen van de toepassing van deze criteria te voorkomen.

Welstand Heemstede 2016, pagina 7

Hoofdstuk 2

Ruimtelijk beleid Heemstede is als groene gemeente met een goed voorzieningenniveau en een gunstige ligging aantrekkelijk om te wonen. Heemstede ontleent identiteit aan het groene karakter en aan de cultuurhistorische betekenis van de architectuur. De gemeente stelt zich actief op bij het bewaren en versterken van die ruimtelijke identiteit. De kernwaarden en uitgangspunten van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid zijn: • Inzetten op behoud van de aanwezige verhouding tussen groene gebieden en woongebieden, waarbij onder meer het hart van het Groenendaalse Bos groen moet blijven. • De groene uitstraling behouden en versterken, ook bepaald door weilanden, monumentale bomen en de expliciet vormgegeven openbare ruimte, plantsoenen en particuliere tuinen. • Behoud van en beleefbaar maken van de (gemeentelijke) monumenten en het erfgoed en behoud van de grote cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de vele landgoederen en buitenplaatsen, de parels van Heemstede. • Behoud van aantrekkelijke woongebieden door duurzaam te bouwen. Duurzaam wordt in de ruime betekenis van het woord uitgelegd; Een woonwijk die lang meegaat, weinig onderhoud nodig heeft, geliefd is bij bewoners, uitnodigt tot milieubewust gedrag en flexibel kan inspelen op nieuwe woonwensen.

• Voor de (lokaal functionerende) bedrijventerreinen geldt dat al dan niet ingrijpend moet worden geïnvesteerd in revitalisering (waaronder renovatie bebouwing en herinrichting infrastructuur) om ze goed te kunnen laten functioneren in de toekomst. Bestemmingsplannen In de bestemmingsplannen van Heemstede staan onder meer de regels voor ruimtebeslag en gebruik van het grondgebied. De huidige bestemmingsplannen zijn gedetailleerd en grotendeels conserverend van aard waarbij rekening is gehouden met bestaande rechten. Ten aanzien van regeling aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen is de uitbreidingsmogelijkheid geüniformeerd en bijna overal opgeschaald tot een maximum van zeventig vierkante meter. Met de bestemmingsplannen heeft de gemeente de hoofdlijnen van de ruimtelijke structuur en de verhouding tussen openbare ruimte, bebouwing en groen vastgelegd. Groenbeleidsplan Het Groenbeleidsplan is een bundeling van het groenbeleid met als doel het eigen karakter van het groen in Heemstede vast te leggen en richting te geven aan ontwikkelingen. Heemstede moet een aantrekkelijke groene gemeente blijven met een hoge kwaliteit van de leefomgeving. De ambities zijn onder meer het intact houden en waar mogelijk het versterken van landschappelijke karakteristieken, cultuurhistorische waarden en de kwaliteit van groene gebieden.

Ook het bewaken van de kwaliteit van het bomenbestand, waaronder bescherming van monumentale en beeldbepalende bomen, is gewenst. Inrichting openbare ruimte Wanneer initiatiefnemers bij de gemeente komen voor het ontwikkelen van een gebied hebben zij spelregels nodig waarbinnen zij hun plannen kunnen ontwikkelen en uiteindelijk realiseren. Behalve stedenbouwkundige spelregels en vastliggende wetgeving heeft de gemeente technische en esthetische eisen Welstand Heemstede 2016, pagina 8

om de openbare ruimte “Heemsteeds” in te richten. Het omvat ook omschrijvingen waaraan de openbare ruimte moet voldoen wil de gemeente deze in onderhoud nemen. Welstand en erfgoed De gemeente heeft een rijke geschiedenis en veel monumenten. Heemstede ontleent identiteit aan het groene karakter met landgoederen en historische buitenplaatsen op parkachtige terreinen. Ook beschikt de gemeente over veel (gebouwde) monumentale objecten en ensembles waaronder woonhuizen, villa’s, tuinen en parken. De erfgoedwaarde van een object of gebied is van invloed op de aanvaardbaarheid van plannen en wordt daarom meegewogen bij de welstandsbeoordeling. Waarde en beleid Van belang voor cultureel erfgoed is allereerst de waarde van het object op zich. Elk pand of bouwwerk heeft een eigen architectuur en daarmee wat betreft de vormgeving een eigen logica. Daarnaast is er veelal sprake van ensemblewaarde, die voor een kerk met een pastorie een andere logica heeft dan de bebouwing op een landgoed. Om recht te doen aan de bijzondere waarde stelt de gemeente aanvullende eisen aan plannen aan en binnen de invloedssfeer van cultureel erfgoed. De gemeente wenst de ontwikkeling in beginsel te beperken tot het versterken of herstellen van historisch wenselijke eigenschappen danwel het faciliteren van nieuw gebruik met als doel het behoud van de panden en samenhangende ensembles.

Aanpassingen betreffen in de regel kleine wijzigingen, die het aanzien van de gebouwen niet schaden zoals bescheiden dakkapellen aan de achterzijde of bijgebouwen uit het zicht vanuit de openbare ruimte. Ingrijpende wijzigingen zijn uitzonderingen, die in de regel zorgvuldig en terughoudend in het bestaande beeld moeten worden ingepast. De gemeente zet in op behoud dan wel versterking van het cultuurhistorisch karakter van de gebouwen, waarbij voor kleine wijzigingen een gelijke architectuur uitgangspunt is maar voor grotere wijzigingen een meer eigentijdse architectuur eveneens passend kan zijn. Bij de beoordeling van kleinere wijzigingen zal de commissie onder meer de inpassing daarvan in de ordening op het erf en het karakter van het pand bezien waarbij onder meer aandacht zal worden geschonken aan de architectonische uitwerking met inbegrip van materiaal- en kleurgebruik. Bij de beoordeling van eventuele grotere wijzigingen zal de commissie met name aandacht schenken aan een grote mate van terughoudendheid met een nadruk op de plaatsing ten opzichte van enerzijds de openbare ruime met inbegrip van het landschap en anderzijds het object of ensemble op zich, een terughoudende vormgeving met inbegrip van materiaal- en kleurgebruik. Zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken, heeft herstel van historisch wenselijke eigenschappen prioriteit.

Omdat cultureel erfgoed vraagt om een specifieke benadering zal bij de beoordeling eveneens kunnen worden teruggegrepen op het vakmanschap van de ontwerper zoals bedoeld en beschreven in de algemene criteria.

Welstand Heemstede 2016, pagina 9

Uitgangspunten Aanpassingen aan erfgoed vergen altijd een bijzondere inzet. De volgende algemene uitgangspunten zijn van toepassing bij de beoordeling van plannen: • wijzigingen spelen in beginsel een ondergeschikte rol in het aanzien van het object en zijn in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afgestemd op (cultuurhistorische delen van) het object • bij aanpassingen blijft de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar Afwijkende plannen De criteria voor gebieden en objecten gaan uit van de aanwezige kwaliteit en geven richtlijnen voor veranderingen, die redelijkerwijs passen in hun omgeving. Het kan voorkomen, dat een bouwwerk of een plan afwijkt van zijn omgeving. In dat geval kan er gebruik worden gemaakt van de algemene criteria. Algemene criteria De algemene welstandscriteria richten zich op het vakmanschap. In bijzondere situaties wanneer de gebiedsgerichte en de objectgerichte welstandscriteria ontoereikend zijn, kan het nodig zijn expliciet terug te grijpen op de algemene welstandscriteria. Dit kan zijn als een bouwplan past binnen de criteria voor objecten of gebieden en toch duidelijk onder de maat blijft of als het afwijkt van de omgeving maar door bijzondere schoonheid wél aan redelijke eisen van welstand voldoet.

• Relatie tussen vorm, gebruik en constructie Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft. • Relatie tussen bouwwerk en omgeving Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of de omgeving groter is. • Betekenissen van vormen in sociaal-culturele context Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. • Evenwicht tussen helderheid en complexiteit Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat. Een heldere ontwerpstructuur biedt houvast voor de waarneming en is bepalend voor het beeld dat men van een gebouw vasthoudt.

In een gebouwde omgeving met hoge belevingswaarde zijn helderheid en complexiteit tegelijk aanwezig in een evenwichtige en spanningsvolle relatie.

Welstand Heemstede 2016, pagina 10

• Schaal en maatverhoudingen Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. • Materiaal, textuur, kleur en licht Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken. Excessen Van een exces is sprake als het uiterlijk van een bouwwerk sterk afwijkt van en afbreuk doet aan de omgeving. Ook plannen die niet preventief worden getoetst moeten passen in het beeld van de gemeente. De burger heeft vrijheid binnen de structuur en architectuur van het bestaande gebied. De initiatiefnemer zal redelijkerwijs moeten aansluiten op wat in de omgeving gebruikelijk is. Daarbij geldt, dat er eerder sprake is van strijdigheid naarmate een bouwwerk meer zichtbaar is vanuit de openbare ruimte. Een aanbouw aan de achterzijde van een woning in een bouwblok is minder van invloed op het aanzien van de gemeente dan een aanbouw aan de zijgevel van een vrijstaande woning aan een doorgaande route. Ook is er eerder sprake van een exces bij cultureel erfgoed.

Volgens de wet moeten de criteria voor het beoordelen van excessen in de welstandsnota zijn opgenomen. De hier opgenomen criteria zijn niet bedoeld om de plaatsing van een bouwwerk tegen te gaan. De gemeente hanteert bij het toepassen van deze excessenregeling het criterium, dat er sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Vaak heeft dit betrekking op: • Het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn omgeving Het dichttimmeren van gevelopeningen kan bijvoorbeeld het zicht op een bouwwerk hinderen. • Het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden Aanpassingen aan een bouwwerk kunnen de architectonische bijzonderheden van een pand zodanig beschadigen dat het in strijd is met redelijke eisen van welstand. Een toegevoegd wezensvreemd element dat de architectuur van een pand ontkent, kan het oorspronkelijk karakter van een bouwwerk (deels) teniet doen, net als achterstallig onderhoud aan de buitenzijde van een bouwwerk. Hetzelfde geldt voor gedeeltelijke sloop of (ver)bouw. Van een andere orde zijn bouwwerken die door een calamiteit geheel of gedeeltelijk onherstelbaar zijn beschadigd. Het in stand laten van dit soort objecten kan een exces zijn.

Welstand Heemstede 2016, pagina 11

• Armoedig materiaalgebruik Omdat materialen die niet geschikt zijn als bouwmateriaal kunnen leiden tot een armoedige en ook gevaarlijke situaties, kan de gemeente op basis van welstand verlangen dat een ander materiaal wordt gebruikt. • Felle of contrasterende kleuren Het toepassen van felle kleuren of kleuren die contrasteren met de directe omgeving, kan leiden tot een onrustig beeld en is daarom welstandshalve ongewenst. • Te opdringerige reclames Een veelheid of hinderlijk in het oog springende reclame kan een exces zijn. Dat geldt niet alleen voor extern aangebrachte reclames, maar ook voor intern aangebrachte reclames die het uiterlijk van een gebouw beïnvloeden zoals beplakte glazen puien. Of er daadwerkelijk sprake is van een exces is onder andere afhankelijk van de ligging en de omvang van het gebouw. • Een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is Een gevel kan door een veelvoud van kleine toegevoegde elementen te veel uit de toon vallen. Daarnaast kunnen een of meerdere nieuwe gebouwen de samenhang in een gebied verstoren doordat de kenmerken hiervan teveel afwijken van wat gebruikelijk is. Aan de hand van de gebiedsgerichte welstandscriteria kan bekeken worden wat redelijkerwijs verwacht kan worden van een nieuw gebouw. Voor de soepele en minimale welstandsgebieden zijn deze criteria wat grover gesteld en in de bijzondere gebieden juist wat preciezer.

Bij de beoordeling of een object al dan niet een exces is, wordt hiermee rekening gehouden.

Welstand Heemstede 2016, pagina 12

Grotere projecten Ook nieuwbouwplannen en herontwikkelingsprojecten vereisen een bijzondere inzet. De welstandsnota bevat echter geen welstandscriteria voor grotere (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. Dit is het geval indien sprake is van een functiewijziging ten opzichte van de gebiedenkaart uit hoofdstuk 4, waarbij de gebiedsgerichte welstandscriteria voor het betreffende gebied niet toereikend zijn voor een goede beoordeling. Welstandscriteria kunnen niet worden opgesteld zonder dat er een concreet plan, bijvoorbeeld in de vorm van een beeldkwaliteitplan, aan ten grondslag ligt. Het opstellen van welstandscriteria voor (her)ontwikkelingsprojecten kan een onderdeel zijn van de stedenbouwkundige planvoorbereiding. De gemeenteraad stelt de welstandscriteria vervolgens vast ter aanvulling op de welstandsnota, waarbij de inspraak gekoppeld kan worden aan de inspraakregeling bij de stedenbouwkundige planvoorbereiding.

Welstand Heemstede 2016, pagina 13

Welstandsniveaus

Welstandsniveaus Bijzonder 1 Bijzonder 2 Regulier

(Zie pagina 31 voor een toelichting op de verschillende niveaus.) Welstand Heemstede 2016, pagina 14

WELSTANDSCRITERIA OBJECTEN De gemeente streeft ernaar veel voorkomende kleine objecten snel te beoordelen om zo de burger tegemoet te komen. Het gaat daarbij om relatief eenvoudige en meetbare criteria, die de planindiener vooraf zo veel mogelijk duidelijkheid geven. Objectcriteria zijn opgesteld voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken, vrijstaande bijbehorende bouwwerken, dakkapellen en dakramen, gevelwijzigingen, erfafscheidingen, reclame, rolluiken en dakopbouwen. Vergunning De bovengenoemde bouwwerken zijn deels vergunningvrij binnen bepaalde randvoorwaarden. Dat betekent dat een deel van deze plannen niet vooraf wordt getoetst aan redelijke eisen van welstand. Indien een bouwwerk niet vergunningvrij is, is een welstandstoets nodig. In dit geval treedt het bestemmingsplan in eerste instantie regelend op voor wat betreft rooilijnen en maximale afmetingen. Als het bestemmingsplan geen bezwaar oplevert, wordt het bouwplan getoetst aan de objectcriteria. Voldoet het bouwplan niet aan deze criteria of is er sprake van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat aan de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt bij de beoordeling van het bouwplan tevens gebruik maakt van de gebiedscriteria en algemene criteria. Herhalingsplan en trendsetter Een herhalingsplan is een plan, dat in vergelijkbare situaties als uitgangspunt gehanteerd kan worden.

Ook als deze enigszins afwijkt van de criteria op de volgende bladzijden. Het zijn plannen die navolging verdienen, waarbij met name een gelijke uitvoering van belang is. Van belang daarbij zijn de architectonische verhoudingen, materiaal en kleur. Niet ieder bouwwerk is automatisch een herhalingsplan. Een eerder op dezelfde woning of hetzelfde bouwblok goedgekeurd plan of als zodanig vastgestelde trendsetter is dit in de regel wel. Ook een oorspronkelijke bouwoptie voldoet aan redelijke eisen van welstand. Herhalingsplannen zijn van toepassing op een bouwblok, cluster of een groter gebied. Een trendsetter is een bijzondere vorm van een herhalingsplan en gaat aan voorkanten voor op de objectcriteria. Voor- en achterkant De begrippen voorkant en achterkant zijn gekoppeld aan de mate waarin een bouwwerk in het oog springt gezien vanuit de openbare ruimte. Onder voorkant worden in dit verband verstaan de bebouwing en het erf in zoverre duidelijk zichtbaar vanuit openbare ruimte. Onder achterkant worden in dit verband verstaan de bebouwing en het erf in zoverre niet duidelijk zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Een schuur op een achterterrein bijvoorbeeld zal in de regel worden beschouwd als een bouwwerk aan een achterkant, terwijl de gevels en het dak van een vrijstaand gebouw in een ruime tuin aan een doorgaande weg in dit verband als voorkant zullen worden beschouwd.

Welstand Heemstede 2016, pagina 15

Hoofdstuk 3

Aangebouwd bijbehorend bouwwerk Een aangebouwd bijbehorend bouwwerk is zoals de naam al zegt aan het hoofdgebouw vast gebouwd. Het aangebouwde bijbehorende bouwwerk is in architectonisch opzicht ondergeschikt aan het hoofgebouw. Aangebouwde bijbehorende bouwwerken zijn grondgebonden toevoegingen en kunnen bijvoorbeeld uitgevoerd worden als aanbouw, erker of serre. Het bestemmingsplan treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft de rooilijnen en maximale afmetingen. Beoordeling Een aangebouwd bijbehorend bouwwerk voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een trendsetter of als aan de onderstaande criteria wordt voldaan. Kleine afwijkingen zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Aan voorkanten gaan trendsetters voor op de objectcriteria. Voldoet het plan niet aan de objectcriteria of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.

Criteria Aangebouwde bijbehorende bouwwerken worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: • aangebouwde bijbehorende bouwwerken zijn ondergeschikte toevoegingen aan het hoofdgebouw (laten contour en silhouet intact) en passen binnen het stedenbouwkundig patroon van rooilijnen en bouwmassa’s • aanbouw direct tegen de hoofdmassa plaatsen of een bestaande aanbouw vergroten in identieke vormgeving • plat afdekken of voorzien van een eenvoudige kap of serredak • dakhelling is gelijk aan of flauwer dan dakhelling hoofdgebouw • breedte erker aan voorgevel gelijk aan breedte oorspronkelijk kozijn • gevels voorzien van openingen • vormgeving, detaillering en materiaalgebruik zorgvuldig afstemmen op oorspronkelijk pand met aandacht voor gevelopeningen, ornamentiek en verbijzonderingen (bijvoorbeeld metselwerkverbanden) • materialen en kleuren van zichtbare delen gelijk aan hoofdgebouw danwel uitvoeren als serre of overkapping • ter plekke van de erfgrens in metselwerk uitvoeren

Welstand Heemstede 2016, pagina 16

Object 1

Vrijstaand bijbehorend bouwwerk Een vrijstaand bijbehorend bouwwerk staat los van het hoofdgebouw op het erf. Het bijbehorende bouwwerk is in architectonisch opzicht ondergeschikt aan het hoofgebouw. Vrijstaande bijbehorende bouwwerken zijn grondgebonden toevoegingen en kunnen bijvoorbeeld uitgevoerd worden als garage, schuur of overkapping. Het bestemmingsplan treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft de rooilijnen en maximale afmetingen. Beoordeling Een vrijstaand bijbehorend bouwwerk voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een trendsetter of als aan de onderstaande criteria wordt voldaan. Kleine afwijkingen zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Aan voorkanten gaan trendsetters voor op de objectcriteria. Voldoet het plan niet aan de objectcriteria of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.

Criteria Vrijstaande bijbehorende bouwwerken worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: • ondergeschikt aan hoofdgebouw (laat contour en silhouet hoofdgebouw intact) en past binnen het stedenbouwkundig patroon van rooilijnen en bouwmassa’s • meerdere vrijstaande bijbehorende bouwwerken op een erf uitvoeren in identieke vormgeving (ook bestaande bijbehorende bouwwerken alleen vergroten in identieke vormgeving) • een vrijstaande overkapping heeft alleen gesloten wanden in combinatie met een erfafscheiding of haagondersteunende constructie • een eenvoudige kapvorm (in richting afstemmen op hoofdgebouw) danwel plat afdekken of voorzien een flauw hellend transparant dak • gevels grenzend aan openbare ruimte voorzien van openingen • vormgeving, detaillering en materiaalgebruik zorgvuldig afstemmen op oorspronkelijk pand danwel het tuinkarakter met aandacht voor gevelopeningen, ornamentiek en verbijzonderingen (bijvoorbeeld metselwerkverbanden) • materialen en kleuren gelijk aan hoofdgebouw of uitvoeren in traditionele materialen en kleuren zoals gevels van hout of baksteen in gedekte tinten en hellende daken van keramische pannen danwel non-ferromaterialen zoals (niet uitlogend) zink of koper • in de voortuin uitvoeren in gedekte tinten: - tuinkisten plat afdekken en uitvoeren in niet uitlogend zink of leislag (zoals gebruikelijk op bitumen) - carports plat afdekken of

met een flauw hellend dak, en daarbij het dak uitvoeren in leislag of glas

Welstand Heemstede 2016, pagina 17

Object 2

Dakkapel en dakraam Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap. Dakkapellen kunnen bepalend zijn voor het straatbeeld. Dakkapellen moeten een ondergeschikte toevoeging zijn aan een dakvlak. Het bestemmingsplan treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft de maximale afmetingen. Dakramen zijn toevoegingen aan een dakvlak, die in het straatbeeld niet snel zullen storen en die mede daarom in veel gevallen vergunningvrij zijn. Ze kunnen met gemak zo worden aangebracht, dat de hoofdvorm van het dakvlak behouden blijft en dakbedekking rondom aanwezig is. Beoordeling Een dakkapel of dakraam voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een trendsetter of als aan de onderstaande criteria wordt voldaan. Kleine afwijkingen zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Aan voorkanten gaan trendsetters voor op de objectcriteria. Voldoet het plan niet aan de objectcriteria of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.

Welstand Heemstede 2016, pagina 18

Object 3

Dakkapel en dakraam Criteria Dakkapellen en dakramen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: Algemeen een dakkapel is een ondergeschikte toevoeging aan een gebouw de dakkapel is gelijkvormig aan aanwezige dakkapellen op het betreffende dakvlak van het bouwblok, waarbij niet exact dezelfde maatvoering hoeft te worden overgenomen detaillering, materialen en kleuren afstemmen op het hoofdgebouw boeiboord en overstek dakkapel zijn kleiner dan of gelijk aan boeiboord en overstek hoofdgebouw zijwangen donker, wit, zinkgrijs of in de kleur van de rest van de dakkapel voorvlak grotendeels invullen met glas (dichte panelen zijn ondergeschikt) zijkanten van de dakkapel hoeven niet te stroken met onderliggende kozijnen de onderdorpel van het glaskozijn sluit direct aan op het dakvlak (dakkapellen met een gesloten kistachtige borstwering zij niet toegestaan) plat afdekken of bij een minimale dakhelling van 45 graden aankappen de kap van een aangekapte dakkapel in materiaal gelijk uitvoeren als kap hoofdgebouw dakramen vlak in het dakvlak plaatsen Maatvoering hoogte dakkapel: - maximaal 1,75 m plaats dakkapel in dakvlak: - onder dakkapel verticaal gemeten tussen 0,50 en 1,50 m dakvlak - boven de dakkapel verticaal gemeten minstens 0,50 m dakvlak - voor dakkapellen op een relatief laag dak waarbij de bovenkant van de nok minder dan 2,70 meter boven de betreffende

verdiepingsvloer ligt geldt: de afstand van de bovenkant van de betreffende vloer tot de bovenkant van de dakkapel bedraagt maximaal 2,20 meter boven een dakkapel op een voor- of zijdakvlak (gericht naar de openbare weg) blijft onder de nokvorst minimaal één pan aanwezig boven een dakkapel op een achter- of zijdakvlak (niet gericht naar de openbare weg) blijft minimaal de nokvorst aanwezig. - op voor- en zijdakvlak (gekeerd naar de openbare weg) is de afstand van de zijwang van de dakkapel tot de dakbeëindiging, tussenmuur, hoek- of kilkeeper minstens 0,90 m (horizontaal gemeten op de kortste afstand) - op achter- en zijdakvlak (niet gekeerd naar de openbare weg) is de afstand van de zijwang van de dakkapel tot dakbeëindiging, tussenmuur, hoek- of kilkeeper minstens 0,50 m (horizontaal gemeten op de kortste afstand) boeibord inclusief trim, kraal e.d. niet hoger dan 0,30 m plaats dakramen in dakvlak: - onder, boven en naast de dakramen minstens 0,50 m Aanvullende criteria dakkapel in mansardekap aansluiten op de knik voor dakkapellen op het voorschild van het Heemsteeds type (bijzonder welstandsniveau) geldt dat de oorspronkelijke dakkapellen niet in hoogte mogen worden vergroot.

Welstand Heemstede 2016, pagina 19

Object 3

Gevelwijziging Van een gevelwijziging is sprake bij het veranderen of verplaatsen van een kozijn, kozijninvulling, luik of gevelpaneel. De opbouw en indeling van de gevel is een belangrijk onderdeel van de architectonische vormgeving van het gebouw en het aanzicht van de straat. Stuc- en schilderwerk is van invloed op het straatbeeld, maar is in de meeste gevallen vergunningvrij uit te voeren. Beoordeling Een gevelwijziging voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een trendsetter of als aan de onderstaande criteria wordt voldaan. Kleine afwijkingen zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Aan voorkanten gaan trendsetters voor op de objectcriteria. Voldoet het plan niet aan de objectcriteria of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.

Criteria Gevelwijzigingen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: • samenhang straatwand op hoofdlijnen behouden • hoofdindeling gelijk aan huidig of oorspronkelijk kozijn • dimensionering nieuwe invulling afstemmen op de gevel • materialen en kleuren afstemmen op de gevel Aanvullende criteria Voor gebieden met een bijzonder niveau gelden de volgende aanvullingen: • vormgeving monumenten en ander erfgoed gelijk aan de architectuur en het tijdsbeeld van de oorspronkelijke gevel, indeling en detaillering • profilering kozijnen bij vooroorlogse woningbouw blijft gelijk • bestaande details als lateien, dorpels, raamlijsten en speklagen behouden • materialen en kleuren afstemmen op de gevel en overige gevelopeningen

Welstand Heemstede 2016, pagina 20

Object 4

Erfafscheiding Een erfafscheiding is bedoeld om het erf af te bakenen van een buurerf of van de openbare weg. Groene voortuinen en erfafscheidingen in de vorm van hagen, gemetselde lage muurtjes, houten of ijzeren hekwerken zijn karakteristieke elementen in het beeld van Heemstede. Erfafscheidingen aan de openbare ruimte zijn van invloed op de ruimtelijke kwaliteit. De gemeente streeft ernaar een rommelige indruk door een te grote verscheidenheid aan erfafscheidingen te voorkomen. Beoordeling Een erfafscheiding voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een trendsetter of als aan de onderstaande criteria wordt voldaan. Kleine afwijkingen zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Aan voorkanten gaan trendsetters voor op de objectcriteria. Voldoet het plan niet aan de objectcriteria of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.

Criteria Erfafscheidingen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: • vormgeving is eenduidig (geen combinatie van diverse vormen en materialen) en afgestemd op het karakter van de omgeving • grenzend aan openbaar toegankelijk gebied: - uitvoeren als volledig te begroeien gaaswerk met verticale staanders (een zogeheten haagondersteunende constructie) - bij geluidsbelaste tuinen* op het zij- of achtererfgebied die grenzen aan de openbare weg, kan de volledig te begroeien constructie van gaaswerk en staanders worden voorzien van geluidwerende elementen - toegangshekken zijn niet hoger dan 1,80 m en zijn uitgevoerd als (overwegend) open constructie - toegangen tot een maximum van 1,00 m breed indien gewenst uitvoeren als gesloten poortdeur met een hoogte van niet meer dan het gaaswerk • materialen als metselwerk, hout, ijzeren spijlen of volledig te begroeien draadstaal gebruiken en daarbij in beginsel aansluiten op erfafscheiding naastgelegen perceel • terughoudend in kleur, hout en ijzer schilderen in donkere tinten zoals donkergroen, zwart of antraciet Aanvullende criteria Voor gebieden met een bijzonder niveau gelden de volgende aanvullingen: • afstemmen op afscheiding naastgelegen perceel mits deze voldoet aan de objectcriteria voor erfafscheidingen • metselwerk gelijk aan metselwerk hoofdgebouw

* Of een tuin geluidsbelast is, is ter beoordeling van de gemeente Heemstede. Welstand Heemstede 2016, pagina 21

Object 5

Reclame Reclame is een publieke aanprijzing van een bedrijf, een product of een dienst. Reclames op borden, lichtreclames, spandoeken en vlaggen bepalen in hoge mate de beleving van de openbare ruimte. Reclames in gebieden met commerciële functies kunnen op zijn plaats zijn en de visuele aantrekkingskracht van de omgeving verhogen, maar kunnen daar qua vormgeving, omvang en hoeveelheid ook afbreuk aan doen. In andere gebieden zijn (bepaalde) reclames ongewenst. Voor reclame is in veel gevallen een vergunning nodig. Een welstandsbeoordeling maakt deel uit van deze vergunningprocedure. Beoordeling Een reclame voldoet aan redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande criteria wordt voldaan. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.

Basiscriteria Voor alle reclame geldt: • is niet aangebracht aan bouwlagen hoger dan de eerste bouwlaag met een woonbestemming • is niet aangelicht door spots of anderszins • geen accentuerende (neon) lichtlijnen of lichtstrengen • geen lichtcouranten, beeldschermen of veranderlijk/intermitterend licht • geen daglicht reflecterende reclame of mechanisch bewegende delen • geen reclame tegen blinde gevels • wimpels, vlaggen en dergelijke die als reclame op of aan een bouwwerk zijn aangebracht zijn toegestaan op voorwaarde dat zij alleen tijdens openingstijden aanwezig zijn en dat zij niet leiden tot ernstige strijd met redelijke eisen van welstand • reclame heeft een functionele relatie met het in het gebouw of op het erf gevestigd bedrijf • reclamedragers en bijbehorende constructies degelijk uitvoeren • eventuele leidingen en bevestigingsconstructies onzichtbaar aanbrengen of zoveel mogelijk aan het zicht onttrekken (opnemen in een koker of schilderen in de kleur van het achterliggend gevelvlak) • etalages zijn overwegend open: glas niet dichtplakken en eventuele dichte vlakken op minstens 0,75 m achter het glas plaatsen Aanvullende criteria voor monumenten • reclame op, tegen of nabij een monument is ondergeschikt aan de architectuur van dit monument • een reclame op een pand of in de directe omgeving van een monument mag de architectuur van dat monument niet verstoren.

Welstand Heemstede 2016, pagina 22

Object 6

Reclame Aanvullende criteria voor winkelgebieden Algemeen • gevelreclame is alleen toegestaan bij panden met een winkel- of bedrijfsfunctie • reclame moet passen in de structuur van de gevel/winkelpui • per vestiging zijn maximaal 3 reclames toegestaan, bij vestigingen met een gevelbreedte van meer dan 20 m zijn maximaal 5 reclames toegestaan; reclame middels plakfolie op ruiten wordt hierbij niet meegeteld • reclame aanbrengen in de eerste bouwlaag, tenzij in de criteria nadrukkelijk wordt aangegeven dat hiervan mag worden afgeweken • reclames aan gevels dienen beperkt te blijven tot de eerste bouwlaag en mogen niet hoger aangebracht worden dan de 0,30 m onder de onderzijde van de onderste raamdorpels van de eerste verdieping • reclame tegen grotendeels blinde zijgevels is alleen mogelijk als er sprake is van een hoekpand met twee winkelpuien en de reclame een directe relatie heeft tot de winkelpui Positioneringen en uitvoering • op gevels zonder luifel - evenwijdig plaatsen aan de gevel; - uitvoeren in losse open letters - hoogstens één enkelzijdige reclame per winkelfront, tekst uitgevoerd in één of meerdere regels - tekst één regel: het totaal aan letters en eventueel logo heeft een breedte van hoogstens 60% van de puibreedte met een maximum van 3,50 m en is maximaal 0,40 m hoog.

- tekst meerdere regels: het totaal aan letters en eventueel logo heeft een breedte van hoogstens 40% van de puibreedte met een maximum van 2,50 m per tekstregel en het totaal aan tekstregels is maximaal 0,60 m hoog. - haaks (loodrecht) op de gevel hoogstens één dubbelzijdige reclame, maximaal 0,75 x 0,75 x 0,20 m (hoogte x breedte x dikte) en minstens 0,30 m onder raamdorpel bovengelegen verdieping plaatsen • op gevels met luifel: - op of tegen de luifel plaatsen en evenwijdig met de achterliggende gevel - op de luifel; uitvoeren in losse open letters met eventueel een logo, hoogte maximaal 0,40 m breedte inclusief logo 60% van de luifelbreedte met een maximum van 3,50 m. - tegen de luifel; uitvoeren in losse open letters of uitgefreesd in het materiaal van de luifel in één of meerdere regels. - tekst één regel: het totaal aan letters en eventueel logo heeft een breedte van hoogstens 60% van de luifelbreedte met een maximum van 3,50 m en is maximaal 0,40 m hoog. De tekst en eventueel logo mogen niet onder of boven de luifel uitsteken - tekst meerdere regels: het totaal aan letters en eventueel logo heeft een breedte van hoogstens 40% van de luifelbreedte met een maximum van 2,50 m per tekstregel en het totaal aan tekstregels is maximaal 0,60 m hoog.

De tekst en eventueel logo mogen niet onder of boven de luifel uitsteken - geen reclame tegen de kopse kant van een luifel - onder een luifel per vestiging maximaal twee lichtbakken loodrecht op de gevel (binnen het vlak van de luifel) van maximaal 0,25 x 0,25 x 1,00 m (hoogte x breedte x dikte) • op ruiten: - plakfolie met reclame en/of belettering op ruiten is toegestaan Welstand Heemstede 2016, pagina 23

Object 6

Reclame - maximaal 20% van het glasoppervlak, per ruit, mag worden bedekt • op zonneschermen of, markiezen: - bestaat uit één logo en/of tekst met een maximale hoogte van 0,40 m, breedte 60 % van de breedte met een maximum van 2,50 m • vrijstaand op eigen erf: - maximaal 3 vlaggenmasten - regelmatig rangschikken bij de entree van het gebouw of de erftoegang - per mast één vlag van doek Aanvullende criteria voor bedrijventerreinen • per bedrijf één reclame aan het gebouw naar keuze aan te brengen tegen de voorgevel of bovendaks • bedrijven met een gebouw met een tweede voorgevel mogen tegen deze gevel een tweede reclame aanbrengen • evenwijdig aan de gevel: - losse open letters - lengte 60% van de gevelbreedte met een maximum van 7,50 m - hoogte maximaal 0,60 m - op bedrijfsverzamelgebouwen alleen als naamsvermelding van het gebouw • evenwijdig aan de gevel: - per vestiging één spandoek in een buizenframe ten behoeve van tijdelijke productreclame en wisselende acties (dus geen naamsvermelding) - aanbrengen in het bovenste deel van het gevelvlak (niet tegen de begane grond) - oppervlakte inclusief frame niet groter dan 30% van het geveloppervlak met een maximum van 24,00 m2, waarbij de breedte niet meer mag bedragen dan 60% van de gevelbreedte met een maximum van 7,00 meter • bovendaks: - losse open letters - lengte 60% van de gevelbreedte met een maximum van 15,00 m - hoogte

maximaal 1,00 m - op bedrijfsverzamelgebouwen alleen als naamsvermelding van het gebouw • vrijstaand op eigen erf: - een reclamezuil bij entree of erftoegang - hoogte maximaal 2,50 m - breedte maximaal 1,00 m - bij bedrijfsverzamelgebouwen geschikt voor meerdere naamsvermeldingen • vlaggen- en baniermasten op eigen erf: - maximaal 3 masten - regelmatig rangschikken bij de entree van het gebouw of de erftoegang - per mast één vlag van doek • voor reclame tegen of op luifels gelden de richtlijnen voor de Winkelgebieden • voor reclame op zonneschermen en markiezen gelden de richtlijnen voor de Winkelgebieden • routeborden uitvoeren in één uniform kader

Welstand Heemstede 2016, pagina 24

Object 6

Reclame Aanvullende criteria voor woongebieden • aan of bij woningen met praktijk aan huis in totaal hoogstens 0,50 m2 reclame bestaande uit naam- en/of beroepsaanduiding. • kantoor- en bedrijfspanden; één reclame tegen of op het begane grond gedeelte van de gevel in de vorm van losse letters, maximaal 0,40 m hoog en 60% van de gevelbreedte met een maximum van 3,50 m • buurtwinkels; zie criteria voor winkelgebieden Aanvullende criteria voor bijzondere- en utiliteits gebouwen • per aanvraag wordt beoordeeld of en in welke vorm het aanbrengen van reclame aanvaardbaar is, waarbij de algemene welstandscriteria leidend zijn Aanvullende criteria voor parken, sportterreinen en landelijk gebied • in parken, plantsoenen en in landelijk gebieden is geen reclame toegestaan.

• reclame op sportcomplexen richten op het complex en onzichtbaar vanaf de openbare weg (zoals veld- en scorebordreclames); bij de hoofdingang is de naamsaanduiding van de vereniging toegestaan • vlaggen- en baniermasten op eigen erf: - maximaal 3 masten - regelmatig rangschikken bij de entree van het gebouw of de erftoegang - per mast één vlag van doek Aanvullende criteria voor reclame in de openbare ruimte en vrije ruimte • alleen op borden ten behoeve van wijkkaarten en op abri’s • route- en verwijzingsborden borden in één uniform kader Aanvullende criteria voor tijdelijke reclame tegen de gevel of op de luifel • opschriften en aankondigingen betrekking hebbende op openbare verkoping en uitverkoop, voor zolang zij feitelijk betekenis hebben, zijn toegestaan mits deze opschriften en aankondigingen onverlicht zijn en gezamenlijk geen groter oppervlak hebben dan 0,5 m2 en geen van alle een grotere afmeting in één richting hebben dan 1,00 m en mits deze opschriften en aankondigingen zijn aangebracht op of aan een onroerend zaak Aanvullende criteria voor makelaarsborden • niet verlichte (driehoeks) borden aan de gevel of op het terrein, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits deze afzonderlijk geen groter oppervlak hebben dan 0,50 m2 en gezamenlijk geen groter oppervlak hebben dan 1,00 m2 en geen van allen een grotere afmeting in één richting hebben dan 1,00 m

Aanvullende criteria tijdelijke reclame voor sociale, culturele en educatieve vermeldingen • alleen plaatsing van spandoeken, vlaggen, banieren, vaandels en wimpels (alsmede onverlichte opschriften en aankondigingen op dundoeken plat tegen de gevel)

Welstand Heemstede 2016, pagina 25

Object 6

Rolluik Rolluiken zijn voorzieningen om glazen puien van gebouwen te beschermen. Deze voorzieningen kunnen de omgeving een rommelig of opgesloten aanzien geven. Het plaatsen van rolluiken aan de binnenzijde van een pui is in veel gevallen vergunningvrij. Beoordeling Een rolluik voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een trendsetter of als aan de onderstaande criteria wordt voldaan. Kleine afwijkingen zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Aan voorkanten gaan trendsetters voor op de objectcriteria. Voldoet het plan niet aan de objectcriteria of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria. Criteria Rolluiken worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: • aan de binnenzijde van de naar het openbaar toegankelijk gebied gerichte gevel mits voor minstens 70% bestaand uit glasheldere doorkijkopeningen • aan de buitenzijde van de naar het openbaar toegankelijk gebied gerichte gevel mits voor minstens 80% bestaand uit glasheldere doorkijkopeningen • rolkasten, geleidingen en rolhekken in de gevel inpassen • kleuren zijn ingetogen en afgestemd op de gevel

Welstand Heemstede 2016, pagina 26

Object 7

Dakopbouw Een dakopbouw wordt op een gebouw geplaatst, waarbij een nieuwe ruimte ontstaat of een bestaande ruimte wordt vergroot. Doel van een dakopbouw is de lichttoetreding te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten. Bij meerdere dakopbouwen op één doorgaand dakvlak streeft de gemeente naar een herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Beoordeling Een dakopbouw voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een trendsetter of als aan de onderstaande criteria wordt voldaan. Omdat een dakopbouw een grote ingreep is, gelden onderstaande standaardcriteria alleen als een dakkapel met voldoende stahoogte niet mogelijk is, maar er wel voldoende hoogte is om met een nokverhoging gebruiksruimte te realiseren. Kleine afwijkingen zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Aan voorkanten gaan trendsetters voor op de objectcriteria. Voldoet het plan niet aan de objectcriteria of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.

Criteria Dakopbouwen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: Plaatsing en aantal • het hoofdgebouw heeft minstens twee bouwlagen en een plat dak of een symmetrisch zadeldak van maximaal één verdieping hoog • regelmatig rangschikken op horizontale lijn • op platte daken in beginsel terugliggend vanaf de voorgevel • onderkant kozijn direct aansluiten op het dakvlak • één dakopbouw per woning Vorm en maat • de dakopbouw is gelijk in oriëntatie, vorm en uitwerking aan eerder geplaatste dakopbouwen op het betreffende dakvlak van het bouwblok, mits deze een positieve welstandsbeoordeling hebben gehad • op een zadeldak: - de goot van de nokverhoging gelijk aan de daknok of lager - kozijn tussen 0,90 en 1,20 m hoog, onderkant direct aansluiten op dakvlak - hellingshoek gelijk aan het bestaande dak - nokverhoging in stijl en afwerking gelijk aan het hoofdgebouw • op een plat dak: - hoogstens één bouwlaag toevoegen met een plat dak of kap - bij rijwoningen in vorm en maat aansluiten op de belendingen - dakopbouw in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdgebouw

Welstand Heemstede 2016, pagina 27

Object 8

Zonnepaneel en -collector Zonnepanelen en -collectoren zijn in veel gevallen vergunningvrij te plaatsen. Onderstaande citeria bieden een handvat voor plannen waar een vergunning voor nodig is, zoals aan of bij monumenten. Beoordeling Een zonnepaneel of -collector voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een trendsetter of als aan de onderstaande criteria wordt voldaan. Kleine afwijkingen zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Aan voorkanten gaan trendsetters voor op de objectcriteria. Voldoet het plan niet aan de objectcriteria of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.

Criteria Zonnepanelen en -collectoren worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: Plaatsing • alleen op daken plaatsen (niet aan gevels en wanden) • meerdere exemplaren regelmatig rangschikken op horizontale of verticale lijn • op schuine daken binnen het vlak van het dak met de hellingshoek gelijk aan die van het dakvlak • op platte daken binnen het dakvlak, waarbij afstand tot dakrand minstens gelijk is aan hoogte paneel of collector Vorm en maat • kleuren gelijk aan achterliggend dakvlak danwel zwart, antraciet of donker grijs • panelen en collectoren integraal opnemen in het ontwerp van het bouwwerk en vormen een geheel met bijbehorende installaties (of de installatie in het bouwwerk plaatsen)

Welstand Heemstede 2016, pagina 28

Object 9

Installatie Installaties voor bijvoorbeeld airconditioning en antennes kunnen vrijstaand worden geplaatst of op of aan een bouwwerk worden aangebracht. Kleine windmolens worden veelal op een gebouw geplaatst. Een zorgvuldige plaatsbepaling kan een goed middel zijn om deze voorzieningen in te passen in de omgeving. Beoordeling Een installatie voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een trendsetter of als aan de onderstaande criteria wordt voldaan. Kleine afwijkingen zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Aan voorkanten gaan trendsetters voor op de objectcriteria. Voldoet het plan niet aan de objectcriteria of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.

Criteria Installaties worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: • meerdere installaties per pand clusteren (eventueel afschermen) • bij voorkeur aan een achtergevel bevestigen • hoogte relateren aan nabijgelegen bebouwing • indien zichtbaar vanaf het openbaar toegankelijk gebied slank vormgeven • materialen en kleuren onopvallend (zoals gegalvaniseerd, antraciet of grijs) Aanvullende criteria Voor gebieden met een bijzonder niveau gelden de volgende aanvullingen: Plaatsing • achter de voorgevellijn • bij gestapelde woningbouw op het platte dak plaatsen danwel op of aan het balkon binnen het vlak van het balkon Vorm en maat • installatie en bijbehorende voorzieningen als één geheel vormgeven • spriet- of staafantenne maximaal 5,00 m hoog (gemeten vanaf maaiveld of het snijpunt met het aangrenzende dakvlak bij plaatsing aan gevel) • schotelantenne hoogstens 2,00 m in doorsnede en maximaal 3,00 m hoog (gemeten vanaf de voet van de antenne of antennedrager)

Welstand Heemstede 2016, pagina 29

Object 10

Welstandsgebieden

Welstandsgebieden Dorpscentrum Dorpslint Dorps woongebied Gemengd villagebied Interbellum Woongebied jaren '40 - '60 Woongebied jaren '70 - '80 Woongebied jaren '90 - nu Bedrijventerrein Sport Buitengebied en landgoederen

Welstand Heemstede 2016, pagina 30

WELSTANDSCRITERIA GEBIEDEN Een belangrijke pijler van de welstandsnota is het gebiedsgerichte welstandsbeleid. De gebiedsgerichte welstandscriteria worden gebruikt voor de kleine en middelgrote bouwplannen, die zich voegen naar hun omgeving. Niveaus Voor elk welstandsgebied is het gewenste welstandsniveau aangegeven om de gewenste kwaliteit van de omgeving te regelen. De meeste bebouwing ligt in regulier welstandsgebied. Dit betreft enkele linten, de woongebieden, bedrijventerreinen en sportterreinen. Bouwplannen in deze gebieden doen in principe geen afbreuk aan de basiskwaliteit van de openbare ruimte. Dit betekent dat bouwplannen aan achterkanten vanwege hun beperkte invloed op het straatbeeld veelal eenvoudiger kunnen worden beoordeeld. Daarnaast zijn er bijzondere gebieden. Op de kaart is voor de leesbaarheid onderscheid gemaakt in twee typen: het buitengebied (bijzonder 1) en diverse historische linten (bijzonder 2). Ook enkele randen van woongebieden langs doorgaande wegen hebben een bijzonder niveau (op de kaart met bijzonder 2 aangegeven). In het buitengebied ligt de nadruk in het beeld op het groen en in de andere bijzondere gebieden meer op de bebouwing. In alle bijzondere gebieden is extra inspanning ten behoeve van het behoud en de eventuele versterking van de ruimtelijke kwaliteit gewenst.

Bouwplannen in bijzondere gebieden worden met meer aandacht bekeken en zorgvuldiger gewogen dan bouwplannen in reguliere gebieden. Ook hierbij geldt dat plannen in het zicht grondiger worden bekeken dan plannen aan achterkanten.

Gebieden Ter ondersteuning van de verschillende niveaus van welstand is een aantal gebiedsbeschrijvingen gemaakt. Afhankelijk van het gevraagde niveau van welstand zijn de onderscheidende karakteristieken meer of minder uitgebreid beschreven. Per gebied is naast een beschrijving een aantal criteria opgenomen. Deze gebiedsgerichte welstandscriteria moeten worden gezien als de gewenste eigenschappen van het bouwplan. De welstandscriteria zijn onderverdeeld in criteria betreffende de relatie met de omgeving van het bouwwerk, de bouwmassa, de architectonische uitwerking, materiaal en kleur. Met de welstandscriteria kan de commissie binnen de grenzen van het bestemmingsplan een gewogen oordeel vormen. In aanvulling op de tekst zijn foto’s opgenomen, die een impressie van het gebied geven. Gebruiksregel Voor objecten en ensembles met van het hoofdthema afwijkende bouwstijlen kan voor de beoordeling verwezen worden naar andere gebieden die beter aansluiten op de karakteristiek van deze bebouwing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/2314/documents/35070