CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 GEANONIMISEERD Nota uitgangspunten en scenario's opvang vluchtelingen en huisvesting statushouders.pdf

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 6: Nota uitgangspunten en scenario’s voor de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders22.006 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Aantal plekken

Kerklaan

70

Glipperweg

24

Ringvaartlaan

18

Totaal

112

Lieven de Keylaan: in Q4 2024 vervangt de Lieven de Keylaan de 28 of 32 opvanglocatie aan de Glipperweg die vervolgens wordt verbouwd. Tabel 5. Opvanglocaties en aantal plekken in gebruik voor Oekraïense vluchtelingen Bron: Gemeente Heemstede (peildatum april 2024)

3.2.3

Statushouders

De huisvesting van statushouders is geregeld op basis van de prestatieafspraken met woningcorporaties. Door het jaar heen worden statushouders gehuisvest in vrijkomende woningen van de corporaties. In 2021 t/m 2023 is de taakstelling gehaald. Dit is te zien in Figuur 4. Dit figuur laat de taakstelling zien inclusief de achterstand/voorstand tegenover de realisatie (het aantal gehuisveste statushouders). Een voorstand betekent dat de gemeente meer statushouders heeft gehuisvest dan de halfjaarlijkse taakstelling, waardoor deze ‘voorstand’ mag worden meegerekend voor de taakstelling in het komende halfjaar. En vice versa, een achterstand moet nog worden ingehaald. Heemstede maakt in het kader van regionale samenwerking gebruik van doorstroomlocaties voor statushouders in Haarlem en Velsen. Deze doorstroomlocaties voorzien in tijdelijke opvang van statushouders voordat zij kunnen doorstromen naar een (permanente) woning binnen de gemeente. Een aandachtspunt in de huisvesting van statushouders is de mismatch in vraag en aanbod. De woningvoorraad in Heemstede bestaat uit een groot aandeel relatief grote eengezinswoningen. Tegelijkertijd zien we een sterke stijging van het aantal kleine huishoudens (één- en tweepersoonshuishoudens) in Heemstede. Ook statushouders bestaan voor een deel uit kleine huishoudens.

Er is dus een steeds grotere vraag voor kleinere woningen, terwijl het aanbod voor een groot deel uit grotere eengezinswoningen bestaat. In de woonvisie is vastgelegd dat de gemeente in gesprek gaat met de woningcorporaties hoe gemeente en woningcorporaties de woningvoorraad beter kunnen laten aansluiten bij de behoefte van de sociale doelgroep. Dat geldt daarbinnen dus ook voor statushouders. 40 30 20 10 0

Taakstelling inclusief achterstand/voorstand

Realisatie

Figuur 4. Taakstelling statushouders en realisatie huisvesting voor statushouders Bron: Gemeente Heemstede (peildatum april 2024)

Sweco | Business unit Stedelijke Planning Nota uitgangspunten en scenario’s voor de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders Projectnummer 51021607 10 juni 2024

19/52

3.3

Invulling opgave

Hieronder staat de resterende opgave per doelgroep op basis van de opgave en het huidige aantal beschikbare opvangplekken. En in geval van statushouders op basis van de taakstelling en het aantal gerealiseerde plekken (gehuisveste statushouders).

3.3.1

Asielzoekers

De opgave voor de opvang van asielzoekers heeft een resterende opgave van 175 plekken. Opgave (aantal plekken)

Huidige aantal opvangplekken beschikbaar

Verschil

191

16

-175

Tabel 6. Resterende opgave voor de opvang van asielzoekers Bron: Gemeente Heemstede (peildatum april 2024)

3.3.2

Oekraïense vluchtelingen

De opgave voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen kent een resterende opgave van 39 plekken. Alleen de plekken in de gemeentelijke opvang (GOO) tellen mee voor de inspanningsverplichting van de gemeente (en dus niet de particuliere opvang). Opgave (aantal plekken)

Huidige aantal opvangplekken beschikbaar

Verschil

151

112

-39

Tabel 7. Resterende opgave voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen Bron: Gemeente Heemstede (peildatum april 2024)

3.3.3

Statushouders

De huisvesting van statushouders loopt door het jaar heen en is voortdurend aan verandering onderhevig. Op dit moment moeten er nog 9 statushouders worden gehuisvest in de eerste helft van 2024. Deze tussenstand is gebaseerd op de cijferupdate van 1 april 2024. Taakstelling 2024-I

Gerealiseerd

Verschil

29

20

-9

Tabel 8. Resterende opgave voor de huisvesting van statushouders Bron: Rijksoverheid. Overzicht huisvesting vergunninghouders 1 april 2024

Concluderend Zoals hierboven te zien heeft de gemeente vooral een forse resterende opgave om voldoende opvang van asielzoekers te realiseren op 30 juni 2025. De opgave voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen is grotendeels gerealiseerd, maar ook daar is nog een restopgave die aandacht vraagt. De opgave voor de huisvesting van statushouders is weliswaar fors, maar vooralsnog worden in de afgelopen jaren de taakstellingen wel gerealiseerd. In 2024 lijkt dat tot nu toe ook zo te zijn. Een belangrijk aandachtspunt is dat de taakstelling voor de huisvesting van statushouders een structurele opgave is, waarbij elk half jaar ‘nieuwe’ vergunninghouders aan Heemstede worden gekoppeld.

Sweco | Business unit Stedelijke Planning Nota uitgangspunten en scenario’s voor de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders Projectnummer 51021607 10 juni 2024

20/52

3.4

Doorkijk

De ontwikkelingen op de langere termijn bevatten een grote mate van onzekerheid, maar een kwalitatieve doorkijk geeft wel richting aan het toekomstperspectief waarop de gemeente haar beleid kan bepalen. We gaan hieronder in op een aantal zaken die van invloed zijn op de verwachte opgave bij de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders. Buitenlandse ontwikkelingen De Meerjaren Productie Prognose (MPP) van het ministerie van JenV en betrokken partners toont voorlopig geen daling van het aantal asielmigranten18. De MPP is gebaseerd op de inzichten die op dit moment bekend zijn. Politieke onrust en internationale conflicten zijn echter erg onvoorspelbaar. Bij een verandering in de situatie zal de MPP weer worden bijgesteld. Op basis van de huidige omstandigheden is de verwachting dat de asielinstroom hoog blijft. Het gevolg van de verwachte ontwikkelingen is dat de druk op de asielketen de komende jaren groot zal zijn en de uitstroom van vergunninghouders naar gemeenten een forse uitdaging blijft. Ook de oorlog in Oekraïne is nog niet voorbij. De instroom van Oekraïense vluchtelingen is echter afgevlakt (zie paragraaf 3.1.2). De benodigde opvang op de langere termijn is afhankelijk van de afloop van de RTB (momenteel van kracht tot en met 4 maart 2025).

Het kabinet werkt momenteel strategische beleidskeuzes uit voor het verblijf en terugkeer van vluchtelingen uit Oekraïne na 4 maart 2025. Nederland zet in op een gecoördineerde Europese oplossing om grote verschillen in aanpak tussen de EU-landen te voorkomen. Binnenlandse ontwikkelingen Per 1 februari 2024 is de Spreidingswet in werking getreden. De wet geeft gemeenten een wettelijke taak in de opvang van asielzoekers. Ook geeft de wet het Rijk de bevoegdheid gemeenten te dwingen om asielzoekers op te vangen. De landelijke opgave wordt over provincies en gemeenten verdeeld. De verdeelsleutel conform de Spreidingswet heeft voor Heemstede zoals hierboven beschreven geleid tot een fors hogere opgave voor de opvang van asielzoekers t.o.v. de voorgaande jaren. Ook is de verwachting dat de taakstelling voor de huisvesting van statushouders voorlopig nog niet afneemt. Enerzijds vanwege het hoge aantal aanvragen en anderzijds vanwege de achterstanden die nog weggewerkt moeten worden bij het IND. Eventueel kunnen regionale afspraken worden gemaakt over de verschillende opgaven. Het is namelijk mogelijk om de opgaven voor asielzoekers en statushouders onderling tussen gemeenten uit te ruilen. In het hernieuwde Regioplan Kennemerland is echter (vooralsnog) geen uitruil opgenomen.

Verder is nog onduidelijk wat op termijn de effecten zijn vanuit een nieuwe coalitie en bijbehorend regeerakkoord. Zoals het er nu op lijkt is er breed draagvlak om op termijn de instroom van migranten (waaronder vluchtelingen, maar ook arbeidsmigranten en internationale studenten) aan te pakken. Dit vraagt echter tijd, afstemming in internationaal verband en heeft ook juridische aspecten. De verwachting is dat dit de komende jaren in ieder geval niet direct tot een daling van de instroom zal leiden. Concluderend Vooralsnog verwachten we op basis van de huidige omstandigheden eerder een toename in de opgave voor de asielopvang en de huisvesting van statushouders dan een afname. Daarom gaan we voor de gemeente Heemstede niet uit van een terugloop in de opgaven en taakstellingen voor de komende jaren (zoals die in hoofdstuk 2 zijn geformuleerd). Voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen de komende jaren gaan we ervan uit dat de opgave redelijk constant blijft ten opzichte van de huidige opgave.

18

Meerjaren Productie Prognose 2023-II. Directoraat-Generaal Migratie 23 oktober 2023; Kamerbrief 5026503. Actuele situatie asielketen - MPP 2023-II.

Sweco | Business unit Stedelijke Planning Nota uitgangspunten en scenario’s voor de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders Projectnummer 51021607 10 juni 2024

21/52

3.5

Ook werken aan de huisvesting van andere urgente doelgroepen

Zoals in hoofdstuk 2.3 omschreven kunnen de locaties ook voor andere doelgroepen worden ingezet, mocht op langere termijn blijken dat de woningen niet meer noodzakelijk zijn voor vluchtelingen en statushouders. De gemeente kan de (tijdelijke) woonvormen daarmee ook benutten voor andere urgent woningzoekenden met een woonbehoefte. In het woonbeleid komen de volgende doelgroepen naar voren: inwoners die in aanmerking komen voor beschermd of begeleid wonen, jongeren of jeugdigen die niet langer thuis kunnen wonen, starters en spoedzoekers. De locaties kunnen op termijn worden benut voor andere urgente woningzoekenden met een woonbehoefte, of waar mogelijk kunnen gemengde woonconcepten worden gerealiseerd. Waarom deze doelgroepen? 19 Heemstede heeft een vrij eenzijdig woningaanbod, met een sterk accent op dure koopwoningen. Veel woningen zijn alleen bereikbaar voor huishoudens met een hoog inkomen, vooral stellen (tweeverdieners) met kind(eren). Het beschikbare aanbod speelt daardoor een belangrijke rol in de samenstelling van de huishoudens in Heemstede. De gemeente ziet voor allerlei groepen een krapte op de lokale woningmarkt en een tekort aan betaalbare woningen. Willen verhuizen en kunnen verhuizen gaan vaak niet samen. Het tekort raakt vooral starters, jongeren, lage- en middeninkomens.

Zo blijven starters soms langer bij hun ouders wonen, omdat er te weinig passend aanbod is. Verder ziet de gemeente vaker mensen die door onvoorziene omstandigheden snel een andere woning nodig hebben (spoedzoekers). Dit zijn doelgroepen die vaak op korte termijn een betaalbare woning zoeken. De (tijdelijke) locaties kunnen daarom ook goed voor starters, jongeren en spoedzoekers ingezet worden. Verder wil de gemeente een passende woonplek bieden aan inwoners die in aanmerking komen voor beschermd of begeleid wonen, en jongeren of jeugdigen die (tijdelijk) niet langer thuis kunnen wonen. De gemeente denkt daarbij aan (flexibele) woonplekken, zoals woningen of kamers met gedeelde voorzieningen. De bestaande woningvoorraad kent nauwelijks aanbod van dergelijke woningtypen. De (tijdelijke) locaties kunnen daarom ook goed voor inwoners worden ingezet die in aanmerking komen voor beschermd of begeleid wonen, en jongeren of jeugdigen die (tijdelijk) niet langer thuis kunnen wonen.

19

Bron: Woonvisie “Samen werken aan wonen” 2023-2027

Sweco | Business unit Stedelijke Planning Nota uitgangspunten en scenario’s voor de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders Projectnummer 51021607 10 juni 2024

22/52

4

Scenario’s voor de gemeente Heemstede

Op basis van de voorgaande hoofdstukken - de (wettelijke) kaders, beleidsmatige uitgangspunten en de opgave per doelgroep - is een aantal scenario’s denkbaar. In dit hoofdstuk zijn deze scenario’s op een rij gezet. We starten met een toelichting hoe we tot deze scenario’s zijn gekomen (4.1). Daarna zijn de scenario’s uitgewerkt op basis van een aantal kenmerken en is een inschatting van de complexiteit, werkbaarheid en haalbaarheid gegeven (4.2). Een meer uitgebreide uitwerking van de scenario’s staat in de bijlage. Verder hebben we een koppeling gemaakt met passende concepten en referenties (4.3). En hebben we een aantal globale financiële aspecten omschreven van de huisvesting van statushouders en de opvang van asielzoekers (4.4).

4.1

Bepaling van de scenario’s, kenmerken en methode

Uit de (wettelijke) kaders, beleidsmatige uitgangspunten en de opgave per doelgroep (zoals omschreven in voorgaande hoofdstukken) komt een aantal uitgangspunten naar voren voor het bepalen van de scenario’s. Uitgangspunten voor het bepalen van de scenario's: • •

• •

•

•

•

In alle scenario’s is het uitgangspunt dat de gemeente aan de afgesproken taakstellingen en wettelijke vereisten (van de Spreidingswet) voldoet. De inzet van Heemstede is om de volledige opgaven met duurzame/langdurige opvangplekken te realiseren. Denk aan plekken met een looptijd van 5 tot en met 20 jaar. Wanneer de voorbereiding om duurzame opvangplekken te realiseren te lang duurt, wordt er gekeken naar tijdelijke opvangplekken ter overbrugging, met een looptijd tussen de 1 en 5 jaar. Vanwege de relatief grote totale opgave voor de opvang van asielzoekers en de rol van de gemeente daarin, nemen we de opvang van asielzoekers als basis voor de scenario’s. De wijze waarop dit wordt ingevuld - lokaal en regionaal en qua omvang - kan sterk uiteenlopen. Omtrent de tijdelijke huisvesting van Oekraïnse vluchtelingen is de opgave grotendeels gerealiseerd en is reeds een strategie ingezet met het gemeentelijke vastgoed aan de Lieven de Keylaan, Glipperweg en Kerklaan. Voor de invulling van de resterende opgave voor opvangplekken voor Oekraïense vluchtelingen zal een apart voorstel komen. De scenario’s zijn opgesteld rekening houdend met de volgende factoren: • Mogelijke wisselwerking (uitruil) op regioniveau tussen de opgave voor de opvang van asielzoekers enerzijds en de huisvesting van statushouders anderzijds.

• De omvang van de beoogde locaties: kiest de gemeente voor een variant waarin maximaal wordt ingezet op kleinschalige locaties of juist voor enkele grotere (opvang)locaties. In de scenario’s wordt uitgegaan van een minimale omvang van 50 opvangplekken voor kleinschalige opvanglocaties voor asielzoekers. Nog kleinere locaties zijn complex qua financiële haalbaarheid, beheer, beveiliging, en begeleiding. Een ondergrens van 50 opvangplekken kan daarnaast voorkomen dat er teveel opvanglocaties noodzakelijk zijn om aan de wettelijke taakstelling voor de opvang van asielzoekers te voldoen. Overigens beschouwt het COA locaties van circa 150 plekken of minder al als kleinschalige opvang. De scenario’s worden bewust allemaal langsgelopen, ook als het ene scenario op voorhand minder realistisch lijkt dan de ander. Dit om een zorgvuldige afweging te kunnen maken.

Welke scenario’s en subscenario’s levert dat op? Scenario 1: Heemstede realiseert de opvangtaakstellingen voor asielzoekers volledig binnen haar eigen gemeente. • Scenario 1a: opvang bestaat enkel uit kleinschalige locaties van ca. 50 plekken. • Scenario 1b: opvang bestaat enkel uit één of twee grootschaligere locaties (van minimaal 100 plekken). • Scenario 1c: de opvang bestaat uit een combinatie van één grootschalige en enkele kleinschalige locaties. Scenario 2: Heemstede maakt op regioniveau (of bilateraal) afspraken over de opvang van asielzoekers. • Scenario 2a: andere regiogemeente(s) realiseren meer opvangplekken voor asielzoekers dan vastgesteld in het indicatieve Verdeelbesluit. Heemstede realiseert zelf minder opvangplekken. Sweco | Business unit Stedelijke Planning Nota uitgangspunten en scenario’s voor de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders Projectnummer 51021607 10 juni 2024

23/52

•

Scenario 2b: Heemstede realiseert meer opvangplekken voor asielzoekers dan vastgesteld in het indicatieve Verdeelbesluit. Heemstede draagt daarmee extra bij aan deze opgave.

NB: Het Rijk maakt momenteel een Handreiking over de uitruil van opgaven. 1 asielzoeker staat namelijk niet gelijk aan 1 statushouder. In de Handreiking wordt de verhouding tussen het aantal asielzoekers en statushouders opgenomen ten behoeve van de mogelijkheid tot uitruil van opgaven tussen gemeenten.

Kenmerken en inschatting van de complexiteit, werkbaarheid en haalbaarheid Om de belangrijkste effecten, kansen en risico’s van de verschillende scenario’s goed te kunnen duiden, beschrijven we deze op hoofdlijnen aan de hand van een aantal vaste kenmerken. Het is een kwalitatieve inschatting om de consequenties van de scenario’s te kunnen duiden. Op basis van deze kwalitatieve beschrijving van de kenmerken ontstaat een beeld van de mate van de complexiteit, werkbaarheid en haalbaarheid van een scenario. Dit is geen harde score, maar geeft ‘door de oogharen’ de kansrijkheid van een scenario. In hoofdstuk 5 gaan we in op het advies dat op basis hiervan naar voren komt. Het is uiteindelijk een bestuurlijke afweging wat het wenselijke scenario('s) voor de gemeente Heemstede is. We beschrijven de volgende kenmerken per scenario: 1. Aansluiting op de locatiecriteria vanuit het COA. 2. Aantal en omvang van de benodigde locaties. 3. Inpasbaarheid (ofwel effect op de omgeving, ruimte in de gemeente, samenwerking met regiogemeenten). 4. Type locaties. Denk hierbij aan de situering, mogelijke variatie aan mogelijkheden van locaties en de huidige bestemming. 5. De wisselwerking (uitruil) tussen de opgave voor asielopvang en de huisvesting van statushouders.

Hierbij kijken we naar wat de verschillende opgaves op de langere termijn voor de gemeente betekenen en bij wie (het merendeel) van de financiering ligt. 6. Mogelijkheid tot menging van doelgroepen en gemengde flexconcepten. Ook ten behoeve van andere groepen zoals starters, jongeren, spoedzoekers, etc. NB: De gemeente Heemstede heeft eerder vastgestelde criteria voor (opvang)locaties opgesteld20. Het betreffen ruimtelijke kenmerken die je pas kan toetsen als er een concrete locatie in beeld is. In de vervolgfase waarin de gemeente locaties in beeld brengt en beoordeelt, worden deze ruimtelijke kenmerken meegenomen.

4.2

Uitwerking van de scenario’s

In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste aandachtspunten per scenario op de verschillende kenmerken. Er is per scenario ook een schema opgenomen. Het betreft een visualisatie van de complexiteit, werkbaarheid en haalbaarheid op de afzonderlijke kenmerken en geeft daarmee op hoofdlijnen een beeld van de kansrijkheid van het scenario. Voor de volledigheid: de visualisatie moet niet gezien worden als een harde (kwantitatieve) berekening of scoring. Het is een hulpmiddel om de scenario's te duiden. Een meer uitgebreide uitwerking per scenario is opgenomen in de bijlage.

Scenario 1a: Heemstede realiseert de opvangtaakstellingen voor asielzoekers volledig binnen haar eigen gemeente. Opvang bestaat enkel uit kleinschalige locaties van ca. 50 plekken. Het realiseren van enkel kleinschalige opvanglocaties van ca. 50 plekken is complex. Kleinschalige opvang is duurder dan opvang op grotere schaal en behoorde tot nu toe niet tot de financiële mogelijkheden van het COA. Ook is het qua beschikbare capaciteit voor het COA niet mogelijk om op veel verschillende locaties aanwezig te zijn en personen te begeleiden. Maar, vanwege de brede wens naar kleinschalige locaties en

20

Collegebesluit ‘Openbaar maken aangevulde QuickScan (semi)permanente locaties huisvesting statushouders en Oekraïense vluchtelingen’ d.d. 20 december 2022; Motie ‘Criteria Huisvesting’ d.d. 26 januari 2023.

Sweco | Business unit Stedelijke Planning Nota uitgangspunten en scenario’s voor de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders Projectnummer 51021607 10 juni 2024

24/52

de mogelijkheid om met kleinschaligheid meer (langdurige) locaties te verkrijgen, start het COA in 2024 met 20 pilots voor reguliere kleinschalige opvang. Hierdoor neemt de kans dat kleinschalige locaties van ca. 50 plekken op de criteria van het COA aansluiten iets toe. Afspraken hierover zijn maatwerk. Op de kortere termijn is het echter onwaarschijnlijk dat er 4 à 5 verschillende kleinschalige locaties in Heemstede in aanmerking komen voor de pilots. Bovendien beschouwt het COA locaties met 150 plekken of minder al als kleinschalig. Het blijft daarmee de vraag of locaties van ca. 50 plekken of minder haalbaar zijn (zowel financieel als qua capaciteit voor beheer en begeleiding). Een ander belangrijk aandachtspunt is het aantal benodigde locaties. Als de gehele opgave met kleinschalige opvangvoorzieningen moet worden gerealiseerd zijn er meer locaties in de gemeente nodig om aan de opgave te voldoen (minimaal 4). Wel kunnen ook locaties met wat minder ruimte geschikt zijn. Er zijn daardoor in potentie meer keuzemogelijkheden. Dat er meer verschillende locaties nodig zijn, betekent verder dat er meer locaties ontsloten moeten worden en dat er meer inwoners in de directe nabijheid van opvanglocaties komen te wonen. Ook betekent het dat er meer planprocessen doorlopen moeten worden en dat er meer belanghebbenden in het proces betrokken moeten worden.

Wel verwachten we dat mensen in kleinere opvanglocaties sneller onderdeel worden van de gemeenschap of buurt dan wanneer er een grotere groep op één plek komt wonen. Het mengen van doelgroepen past goed bij een kleinschalige opvangvoorziening. Een kleinere opvang is namelijk beter te combineren in een gemengd woonconcept dan een grootschalige opvangvoorziening vanwege de meer evenredige verhouding tussen vluchtelingen en andere doelgroepen. Menging kan met statushouders maar ook met andere doelgroepen zoals starters, spoedzoekers en mensen met begeleid wonen. Om te kunnen mengen is wel een locatie van grotere omvang nodig, waarbij de asielopvang dan een (klein) onderdeel vormt (circa 50 opvangplekken).

Scenario 1b: Heemstede realiseert de opvangtaakstellingen voor asielzoekers volledig binnen haar eigen gemeente. Opvang bestaat enkel uit één of twee grootschaligere locaties (van minimaal 100 plekken). Grootschaligere locaties van minimaal 100 plekken passen (onder bepaalde voorwaarden) bij de basiscriteria van het COA. Dit komt doordat de (financiële) haalbaarheid toeneemt bij grotere locaties. Een locatie van 100 plekken beschouwt het COA echter ook al als kleinschalig. Daarnaast zijn er minder locaties nodig (1 of 2) om aan de opgave te voldoen, maar wel locaties van grotere omvang. Over het algemeen worden grotere locaties eerder aan de randen van de gemeente gerealiseerd vanwege de schaarse ruimte binnen de bestaande bebouwing. Indien plekken binnen het Bijzonder Provinciaal Landschap of Natuurnetwerk Nederland vallen zullen hierover gesprekken met de provincie moeten worden gevoerd. Één grote locatie roept wellicht meer weerstand op dan één kleine locatie, maar meerdere locaties verspreid in meerdere buurten heeft in totaal een grotere impact. Bovendien is bij 1 of 2 grote locaties het beheer en

Sweco | Business unit Stedelijke Planning Nota uitgangspunten en scenario’s voor de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders Projectnummer 51021607 10 juni 2024

25/52

beveiliging makkelijker te organiseren voor het COA en de gemeente en zijn er meer voorzieningen op één plek.

Scenario 1c: Heemstede realiseert de opvangtaakstellingen voor asielzoekers volledig binnen haar eigen gemeente. De opvang bestaat uit een combinatie van één grootschalige en enkele kleinschalige locaties. Een grootschalige locatie van ca. 100 plekken past (onder bepaalde voorwaarden) bij de basiscriteria van het COA. Dit komt doordat de (financiële) haalbaarheid toeneemt bij grotere locaties. Een locatie van 100 plekken beschouwt het COA echter ook al als kleinschalig. De aanvullende kleinschalige locaties van ca. 50 plekken passen minder goed in de basiscriteria vanuit het COA. Maatwerk is echter mogelijk. Het COA start zoals aangegeven in 2024 met een aantal pilots voor reguliere kleinschalige opvang. Eén van de twee varianten is een azc-dependance. Daarbij maken bewoners gebruik van de voorzieningen in de nabijgelegen hoofdlocatie. Door in dit scenario één grootschalige locatie te realiseren waar de benodigde voorzieningen en begeleiding aanwezig zijn, wordt de haalbaarheid voor de aanvullende kleinschalige opvanglocaties wat vergroot. Er kan een variatie aan locaties worden ingezet, wat tot meer keuzemogelijkheden leidt. Wel zijn er voldoende geschikte locaties nodig binnen de gemeente. Met de aanvullende kleinschalige locaties is het mogelijk om opvanglocaties meer te spreiden over de gemeente, en om met de kleinere locaties bij te dragen aan de communityvorming.

Ook past het mengen van doelgroepen goed bij een kleinschalige opvangvoorziening. Een kleinere opvang is namelijk beter te combineren in een gemengd woonconcept dan een grootschalige opvangvoorziening vanwege de meer evenredige verhouding tussen vluchtelingen en andere doelgroepen.

Sweco | Business unit Stedelijke Planning Nota uitgangspunten en scenario’s voor de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders Projectnummer 51021607 10 juni 2024

26/52

Scenario 2a: Heemstede maakt op regioniveau (of bilateraal) afspraken over de opvang van asielzoekers. Andere regiogemeente(s) realiseren meer opvangplekken voor asielzoekers dan vastgesteld in het indicatieve Verdeelbesluit. Heemstede realiseert zelf minder opvangplekken. Ten eerste is het voor dit scenario van belang dat we verwachten dat de regio terughoudend zal zijn om een hoger aandeel asielzoekers op te vangen dan opgenomen in de indicatieve verdeling. In de regio zijn reeds gesprekken gevoerd, en vooralsnog is hier geen ‘nieuwe’ verdeling uit voortgekomen. Een ander belangrijk aandachtspunt is dat we verwachten dat dit scenario betekent dat Heemstede een hogere opgave voor de huisvesting van statushouders krijgt (vanwege de uitruil van opgaven binnen de regio). We verwachten dat de huisvesting van hogere aantallen statushouders op langere termijn meer impact heeft (en ook complexer is) dan de realisatie van asielopvang. De huisvesting van statushouders is namelijk een structurele opgave, waarbij elk half jaar nieuwe vergunninghouders aan Heemstede worden gekoppeld. De opvangopgave van asielzoekers heeft daarentegen een (relatief) vast aantal plekken, dat om de twee jaar wordt geëvalueerd. Daarnaast geeft de huisvesting van statushouders extra druk op de sociale woningvoorraad, terwijl er al een tekort aan betaalbare woningen is.

Ook draagt de gemeente voor de huisvesting van statushouders grotendeels de kosten, terwijl bij een azc de financiering in principe door het COA wordt geregeld. Overigens betreft het geen 1 op 1 uitruil van asielzoekers en statushouders. Het is echter complex te bepalen welke verhouding dan wel rechtvaardig is. Het Rijk is momenteel bezig met het opstellen van een Handreiking hierover.

Scenario 2b: Heemstede maakt op regioniveau (of bilateraal) afspraken over de opvang van asielzoekers. Heemstede realiseert meer opvangplekken voor asielzoekers dan vastgesteld in het indicatieve Verdeelbesluit. Heemstede draagt daarmee extra bij aan deze opgave. Heemstede realiseert in dit scenario een regionale AZC van circa 350 plekken of meer. We verwachten dat dit scenario in de praktijk minder reëel is. Het is naar verwachting namelijk complex om een locatie van de benodigde omvang te vinden in de gemeente. Bovendien verwachten we dat de regio terughoudend zal zijn om een deel van de taakstelling van Heemstede voor de huisvesting van statushouders op zich te nemen. Daarnaast verwachten we weinig draagvlak vanuit inwoners om een hoger aantal asielzoekers op te vangen. Indien de gemeente wel een geschikte locatie van dergelijke omvang beschikbaar heeft en als er draagvlak vanuit de regio (en samenleving) gevonden wordt, is dit scenario echter naar verwachting op de langere termijn wat minder complex. Dit betekent namelijk dat Heemstede naar verwachting minder huisvestingsplekken voor statushouders realiseert (vanwege de uitruil van opgaven binnen de regio). De opvangopgave van asielzoekers heeft een (relatief) vast aantal plekken die moet worden gerealiseerd. De huisvesting van statushouders is daarentegen een structurele opgave, waarbij elk half jaar ‘nieuwe’

Sweco | Business unit Stedelijke Planning Nota uitgangspunten en scenario’s voor de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders Projectnummer 51021607 10 juni 2024

27/52

vergunninghouders aan Heemstede worden gekoppeld. Wat tevens extra druk geeft op de reguliere sociale woningvoorraad. Het is (als een locatie beschikbaar zou zijn) minder complex om eenmalig een grotere opvangopgave te realiseren (eventueel met flexibele schil) dan om structureel mensen in te stromen in de reguliere woningvoorraad. Bovendien draagt het COA voor de opvang van asielzoekers in principe de kosten, terwijl bij de huisvesting van statushouders de financiering grotendeels door de gemeente wordt geregeld.

Sweco | Business unit Stedelijke Planning Nota uitgangspunten en scenario’s voor de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders Projectnummer 51021607 10 juni 2024

28/52

4.3

Passende concepten en referenties

In deze paragraaf geven we voorbeelden van passende concepten voor de opvanglocaties voor asielzoekers en de huisvesting van statushouders, inclusief referenties. We maken onderscheid naar kleinschalige opvanglocaties, grootschalige opvanglocaties en gemengde woonconcepten. Daarbinnen zijn een aantal basisconcepten te onderscheiden: • • • • •

Een kleinschalige opvanglocatie voor asielzoekers. Een grootschalige opvanglocatie voor asielzoekers. Een kleinschalige opvanglocatie voor asielzoekers in combinatie met andere doelgroepen. Een grootschalig gemengd woonconcept (eventueel tijdelijk met flexwoningen) met statushouders en andere doelgroepen. Een kleinschalig gemengd woonconcept met statushouders en andere doelgroepen.

Kleinschalige opvanglocaties (scenario 1a, 1c en 2a) Met kleinschalige opvang wordt de opgave meer verspreid en in kleinere eenheden verdeeld. Bestaande gebouwen zoals voormalige zorgpanden of leegstaande kantoren kunnen geschikt worden gemaakt of er kunnen modulaire / tijdelijke woningen worden geplaatst (mogelijk voor zowel de opvang van asielzoekers als de huisvesting van statushouders of andere urgente doelgroepen). Kleinschalige opvang voor asielzoekers is meer gedecentraliseerd waarbij de bewoners meer zelfstandigheid krijgen dan in een grootschalige asielopvang. Bewoners worden door het COA geselecteerd op basis van zelfredzaamheid. Kleinschalige opvanglocaties kunnen beter worden geïntegreerd binnen bestaande gemeenschappen, waardoor asielzoekers makkelijker contact kunnen maken met lokale inwoners en bijvoorbeeld kunnen deelnemen aan activiteiten met de buurt. Referenties Tot nog toe realiseert het COA hoofdzakelijk grote locaties van minimaal 100 opvangplekken voor de opvang van asielzoekers. Dit heeft te maken met de financiële haalbaarheid voor de realisatie van locaties en de beschikbare capaciteit van het COA voor het beheer en de begeleiding. Er zijn hierom weinig referentievoorbeelden van reguliere kleinschalige opvanglocaties. Het COA heeft wel veel ervaring met kleinschalige opvangvoorzieningen voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv).

Zo wordt ook in Heemstede in het voorjaar van 2024 een kleinschalige opvangvoorziening voor 16 amv’ers gerealiseerd. Hieronder staan nog twee referenties uit andere gemeenten: één kleinschalige opvanglocatie van tijdelijke woonunits in Den Haag en één permanente kleinschalige opvanglocatie in een bestaand pand in Den Helder. Soortgelijke concepten zouden ook voor reguliere kleinschalige opvang kunnen worden gebruikt. Den Haag: kleinschalige opvanglocatie in tijdelijke woonunits Aan de Jupiterkade in Den Haag worden 54 alleenstaande minderjarige vreemdelingen opgevangen. Er wonen twee jongeren per woonunit. De opvanglocatie staat ook wel bekend als 'de Zaanse huisjes', vanwege de karakteristieke uitstraling. De tijdelijke woonunits zijn hier in 2016 neergezet toen er ook grote behoefte was aan plekken voor asielzoekers. De noodwoningen zouden voor maximaal 5 jaar ingezet worden voor opvang, maar zijn eind 2021 toch opnieuw gereed gemaakt vanwege het verzoek van het Rijk om noodopvang voor asielzoekers beschikbaar te stellen. De opvanglocatie is gelegen aan de rand van het bedrijventerrein de Binckhorst. Het gebied wordt de komende jaren herontwikkeld naar een gemengd woonwerkgebied. Zo ligt aan de overkant ‘Binck Eiland’: een woningbouwproject waarin tussen 2018 en 2022 ruim 200 woningen zijn gebouwd.

Bron: COA Den Haag Jupiterkade; Kadaster BAG Viewer

Sweco | Business unit Stedelijke Planning Nota uitgangspunten en scenario’s voor de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders Projectnummer 51021607 10 juni 2024

29/52

Den Helder: kleinschalige opvanglocatie in een bestaand pand Aan de Jacob van Heemskerckstraat worden 20 alleenstaande minderjarige vreemdelingen opgevangen. De opvanglocatie ligt in een woonwijk en grenst aan een parkje met speeltuin. Het is een voormalig zorgpand van Triade, en is in 2018 door het COA aangekocht. Daarmee is de opvanglocaties in principe voor onbepaalde tijd beschikbaar.

Bron: COA Den Helder Jacob van Heemskerckstraat; Kadaster BAG Viewer

Grootschalige opvanglocaties (scenario 1b, 1c en 2b) Grootschalige opvanglocaties brengen meer efficiëntie met zich mee. Dit is voordelig voor het kostenplaatje, het beheer en de beveiliging. Een zekere schaalgrootte kan het daarnaast makkelijker maken om een verscheidenheid aan integratieprogramma's op te zetten, zoals (taal)cursussen, recreatie en arbeidsbemiddeling, die zowel de asielzoekers als de gemeenschap ten goede komen. Door de locatie in verschillende blokken op te delen en woongebouwen van goede kwaliteit neer te zetten kan ook een grootschaligere locatie een prettige uitstraling hebben. Referenties Het COA heeft veel ervaring met de realisatie en het beheer van grootschalige opvanglocaties. Hieronder staan drie referenties voor grootschalige opvanglocaties: één wat meer geïsoleerde locatie in het bos (Oisterwijk), één locatie midden in de wijk (Winterswijk), en één locatie aan de rand van het dorp Heeg (Súdwest-Fryslân). Oisterwijk: grootschalige opvanglocatie in het bos Op de opvanglocatie in Oisterwijk worden zowel volwassen asielzoekers als alleenstaande minderjarige vreemdelingen opgevangen. Er is ruimte voor maximaal 450 asielzoekers. De locatie is gelegen in de bossen en grenst aan een aantal recreatieparken. De locatie ligt wat verder van de woonwijken, en is daarmee een iets meer geïsoleerde plek.

De bewoners worden gehuisvest in 9 semi-permanente woongebouwen. Elk gebouw bestaat uit 6 of 8 units. Iedere unit bestaat uit een aantal tweepersoonskamers en een gemeenschappelijke woonruimte, keuken, douche en toilet.

Bron: COA Oisterwijk Kievitsblekweg; Kadaster BAG Viewer

Sweco | Business unit Stedelijke Planning Nota uitgangspunten en scenario’s voor de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders Projectnummer 51021607 10 juni 2024

30/52

Winterswijk: grootschalige opvanglocatie in de wijk De opvanglocatie in Winterswijk ligt midden in de wijk De Rikker, en maakt onderdeel uit van de wijk: er staat geen hek omheen, er is geen slagboom en er hangen geen camera’s. De contacten met de buurt zijn goed, hier is veel in geïnvesteerd. Het azc is duurzaam gebouwd en bestaat uit woningen die later eventueel omgebouwd kunnen worden tot sociale huurwoningen. Het azc is erop gericht gebruik te maken van de faciliteiten die Winterswijk biedt. Er is ruimte voor 500 asielzoekers.

Bron: COA Winterswijk Amstelstraat; Kadaster BAG Viewer

Heeg: grootschalige opvanglocatie aan de rand van het dorp De gemeente Súdwest-Fryslân heeft in Heeg een tijdelijke noodopvanglocatie gerealiseerd. Het betreft een voormalige pand van Stayokay, gelegen aan de rand van het dorp en grenzend aan het water. Er zijn kamers van 3 tot maximaal 8 personen. Er wonen voornamelijk gezinnen. Ze zijn allen in het bezit van een verblijfsvergunning, in afwachting op een woning. Ze worden op termijn ergens in Nederland gehuisvest. Tijdens hun verblijf in het azc bereiden zij zich voor op inburgering in de samenleving. De opvang loopt tot 1 mei 2025. Er is plaats voor maximaal 170 personen. De locatie Heeg is een dependance van het azc Sneek.

Bron: Gemeente Súdwest-Fryslân Tijdelijke noodopvang Heeg; Kadaster BAG Viewer

Gemengde woonconcepten (scenario 1a, 1c, 2a en 2b) In gemengde woonconcepten kunnen 'vragers' (mensen die ondersteuning nodig hebben zoals asielzoekers en statushouders, maar ook bijvoorbeeld mensen in begeleid wonen) en 'dragers' (mensen die ondersteuning kunnen bieden of bijdragen aan de gemeenschap) samenwonen. Door vragers en dragers samen te brengen, ontstaat er een gemeenschap waarin mensen elkaar kennen en voor elkaar zorgen. Dit bevordert de integratie en sociale cohesie en vermindert gevoelens van isolatie en eenzaamheid. Doordat bewoners elkaar helpen, neemt de afhankelijkheid van externe begeleiding/zorgverlening af. Ook kan een gemengde woonomgeving leiden tot een natuurlijke vorm van toezicht, waarbij bewoners een oogje in het zeil houden. Er is daarbij niet alleen gemeenschapsvorming binnen het gemengde huisvestingsconcept, er

Sweco | Business unit Stedelijke Planning Nota uitgangspunten en scenario’s voor de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders Projectnummer 51021607 10 juni 2024

31/52

ontstaan ook lokale contacten met de buurt (bijvoorbeeld gestimuleerd door gezamenlijke activiteiten). Er zijn verschillende gemengde woonconcepten mogelijk: • •

Huisvesting van statushouders met andere doelgroepen. Opvang van asielzoekers met huisvesting van statushouders en/of andere groepen. Hierbij zitten asielzoekers in een eigen gedeelte van het gebouw, maar wordt contact met de buren gestimuleerd.

Referenties Het mengen van verschillende doelgroepen (zoals jongeren en spoedzoekers) in combinatie met de opvang van asielzoekers komt niet veel voor in Nederland. Utrecht is hier in 2016 mee begonnen met Plan Einstein; een tijdelijke opvanglocatie waar asielzoekers samenwoonden met jongeren. Een geslaagd voorbeeld waarmee de eerst roerige buurt positieve ervaringen heeft opgedaan. Gemengde woonconcepten van statushouders en andere doelgroepen zoals jongeren, studenten, starters en spoedzoekers komen veel vaker voor. Zo ook in Nieuw-Vennep en Lelystad. Zie de referenties hieronder uitgelicht: Utrecht: Plan Einstein In de opvang aan de Einsteindreef in Utrecht woonden (tot eind 2018) asielzoekers samen in hetzelfde gebouw met jongeren en werden verschillende gezamenlijke projecten georganiseerd om de integratie te bevorderen. Plan Einstein is een gecombineerde woonvorm waarbij jongeren een gemeenschap vormen met asielzoekers. Er kwamen 30 asielzoekers in Plan Einstein te wonen. Ook woonden 36 jongeren als buren in het project. De jongeren die via Socius bij Plan Einstein hebben gewoond, zijn geselecteerd op hun betrokken houding bij het project en hun binding met de wijk. Asielzoekers werden gestimuleerd om actief te zijn. Er werden cursussen ondernemerschap en zakelijk Engels gegeven, zowel voor de asielzoekers als voor andere bewoners uit de buurt.

Ook werden vrijwillige activiteiten in de buurt en met de buurt georganiseerd. Dit innovatieve concept heeft het draagvlak in de buurt bevorderd. Na het succes van Plan Einstein zijn nog twee locaties volgens dit concept in Utrecht geopend (Joseph Haydnlaan en Pahud de Mortangesdreef).

Bron: Indebuurt.nl; Kadaster BAG Viewer

Nieuw-Vennep: gemengd wonen aan de Oosterdreef De woningcorporatie Ymere heeft in Nieuw-Vennep (gemeente Haarlemmermeer) zestig flexwoningen gerealiseerd. De woningen zijn geplaatst op een leegstaand terrein vlakbij het station, voor een periode van 15 jaar. Daarna kunnen de units nog eens 15 jaar elders worden gebruikt. Permanente woningbouw op deze locatie is niet mogelijk, vanwege de geluidszone rondom Schiphol. Bij de bouw is daarom extra rekening gehouden met het verkleinen van geluidsoverlast. Het complex is in december 2022 opgeleverd. Er zijn warmtepompen voor verwarming/ koeling/warm water, en verder een gezamenlijke ontmoetingsruimte, buitenruimte en fietsenstalling.

Sweco | Business unit Stedelijke Planning Nota uitgangspunten en scenario’s voor de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders Projectnummer 51021607 10 juni 2024

32/52

De appartementen (ca 32-39 m2), alle met woonkamer, aparte slaapkamer, keuken en badkamer – zijn bestemd voor één- of tweepersoonshuishoudens: 30 woningen voor jongeren vanaf 23 jaar, (her)starters en spoedzoekers, en de andere 30 woningen voor statushouders.

Bron. 4Building Oplevering Flexwoningen Oosterdreef Nieuw-Vennep; Kadaster BAG Viewer

Lelystad: Wonen bij LARS Woningcorporatie Centrada heeft 152 verplaatsbare woningen ‘Wonen bij LARS’ opgeleverd. Deze woningen zijn speciaal bedoeld voor woningzoekenden die met spoed op zoek zijn naar woonruimte. LARS biedt woningen aan mensen die dat nodig hebben, maar hier anders niet zo maar voor in aanmerking waren gekomen. Zoals mensen in een scheidingssituatie, jongeren, arbeidsmigranten en statushouders. Het zijn volwaardige appartementen van 22 en 36 vierkante meter, met één of twee kamers. Ze zijn bedoeld voor één- tot maximaal driepersoonshuishoudens. Rondom de woongebouwen van LARS is veel recreatie- en leefruimte. Hoe deze precies wordt ingericht wordt samen met de bewoners bepaald. Tijdens de opening van LARS in 2021 werd het eerste bewonersinitiatief officieel geopend: een sport- en spellocatie.

Bron: Wonen bij LARS; Kadaster BAG Viewer

4.4

Globale financiële aspecten voor de gemeente

In deze paragraaf gaan we in op een aantal globale financiële aspecten voor de gemeente van de huisvesting van statushouders en de opvang van asielzoekers. Deze aspecten zijn in overweging te nemen in relatie tot de wisselwerking tussen de opgaven van de verschillende doelgroepen en de uiteindelijke keuze voor een scenario. We benoemen een aantal factoren die meespelen, maar het is op voorhand niet mogelijk te berekenen welk scenario welk financieel effect voor de gemeente heeft (te afhankelijk van specifieke situaties).

4.4.1

Huisvesting van statushouders

Statushouders hebben een verblijfsvergunning en mogen zich vestigen, werken en integreren in de samenleving. Dit kan uiteindelijk economische voordelen bieden, aangezien zij bijdragen aan de samenleving, aan de economie en de arbeidsmarkt, aan de lokale gemeenschap en ook belasting afdragen. Verder leidt een toename van het aantal inwoners in de gemeente tot een lichte stijging van de algemene uitkering uit het gemeentefonds.

Sweco | Business unit Stedelijke Planning Nota uitgangspunten en scenario’s voor de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders Projectnummer 51021607 10 juni 2024

33/52

Daarentegen zijn er initiële kosten voor het huisvesten van statushouders en voor de ondersteuning bij integratie en taalonderwijs. Aangezien statushouders in een sociale huurwoning terecht komen, zal ook de woningcorporatie betrokken zijn bij het realiseren van woningen voor deze doelgroep. Verder is gemeentelijke capaciteit en inzet nodig, voor het beleid, de locatieontwikkeling, participatie, enzovoort. Een ander economisch aspect is dat migranten (waaronder statushouders) minder snel een baan hebben dan inwoners van Nederlandse afkomst, zo blijkt uit onderzoek van het CBS21. Dit komt bijvoorbeeld door taalbarrières en soms een mindere aansluiting van hun vaardigheden en opleiding bij het werk in Nederland. Als de gemeente meer statushouders gaat huisvesten komen er daardoor in eerste instantie meer inwoners in de gemeente in aanmerking voor een bijstandsuitkering. Wel zien we in de afgelopen jaren een gestage groei in de arbeidsdeelname van statushouders22. Het duurt over het algemeen echter een aantal jaar voordat statushouders een (betaalde) baan hebben en volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Uit het onderzoek ‘Asiel en integratie’ van het CBS23 blijkt dat anderhalf jaar na het verkrijgen van de verblijfsvergunning 90% van de 18- tot 65- jarigen die in 2014 een vergunning hebben gekregen, een bijstandsuitkering ontving.

Zes jaar later (7,5 jaar na het verkrijgen van een vergunning) is dit aandeel gedaald naar iets meer dan een derde. Financiële ondersteuning vanuit het rijk Voor het realiseren van (flex)woningen die een bijdrage leveren aan de huisvesting van aandachtsgroepen zoals statushouders is het mogelijk om subsidie aan te vragen. Dit betreft de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT). De voormalige Regeling huisvesting aandachtsgroepen (RHA) is voorlopig gesloten en niet meer beschikbaar24.

Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT)25 De SFT ondersteunt gemeenten bij het financieren van flex- en transformatiewoningen in de vorm van een subsidie. De gemeente is de aanvrager. Bij de uitvoering mag de gemeente samenwerken met bijvoorbeeld woningcorporaties, bedrijven of organisaties. De gemeente moet zelf opletten dat wordt voldaan aan de staatssteunregels. Aanvragen worden onderverdeeld in vier categorieën. Alle aanvragen van categorie A hebben voorrang. Daarna volgen aanvragen van categorie B, en dan C. Pas daarna is de rest van de aanvragen aan de beurt, als ze voldoen aan de voorwaarden. De SFT is open voor aanvragen van 2 april tot en met 15 mei 2024. Het is de tweede tranche van de stimuleringsregeling. De 3e tranche zal naar verwachting in september 2024 worden opengesteld. Per woning kan € 7.800,- worden ontvangen, tot een maximum van € 5.000.000,- per gemeente, incl. btw. Categorie A

Categorie B

Categorie C

Een project valt in deze categorie als:

Een project valt in deze categorie als:

Een project valt in deze categorie als:

• de gemeente een

•

overeenkomst heeft met het ministerie van JenV om extra statushouders of asielzoekers op te vangen in flex- of transformatiewoningen. c • een investeerder een koopovereenkomst heeft met het RVB om flex- en transformatiewoningen te gebruiken als sociale woningbouw.

er een onherroepelijke omgevingsvergunning is verleend.

Categorie D

Een project valt in deze categorie als het aan de voorwaarden voldoet, maar • er een omgevingsvergunning is niet aan de eisen van aangevraagd of verleend, categorie A, B of C. waar nog bezwaar tegen mogelijk is. c • er een gedoogbeschikking is verleend voor het project.

21

CBS (2022). Integratie en Samenleven 2022; CBS (2023). Asiel en integratie 2023. Met uitzondering van de periode tijdens coronacrisis. 23 CBS (2023). Asiel en integratie 2023. 24 Kamerbrief 2023-0000753129, 19 december 2023, Vierde tranche Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen. 25 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT). 22

Sweco | Business unit Stedelijke Planning Nota uitgangspunten en scenario’s voor de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders Projectnummer 51021607 10 juni 2024

34/52

Voorwaarden SFT Het project komt in aanmerking als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: • • • • • •

Uw gemeente houdt ze minstens 10 jaar vrij voor sociale huur. De huurder krijgt zelf een schriftelijk huurcontract van de verhuurder. Uw gemeente bouwt nieuwe flexwoningen, of u transformeert bijvoorbeeld kantoorruimte of zorgvastgoed naar sociale woonruimten. De woningen dragen aantoonbaar bij aan de woonvoorraad voor ontheemde Oekraïners en statushouders. Uw gemeente reserveert 30% van de geplande sociale huurwoningen in het project voor deze doelgroep (of hetzelfde aantal ergens anders binnen de gemeente) voor minimaal 10 jaar; De woningen zijn onderdeel van hetzelfde projectgebied; Uit de begroting voor de woningen die u ontwikkelt, blijkt aantoonbaar een financieel tekort.

Overige voorwaarden • • •

4.4.2

U ontvangt geen andere specifieke uitkeringen voor hetzelfde project. Let op: er gelden uitzonderingen voor de financiële herplaatsingsgarantie en subsidies die het ministerie van Justitie en Veiligheid verleent voor ontheemden. De bouw of transformatie is nog niet begonnen op het moment dat u de SFT aanvraagt. U levert het project op binnen 12 maanden vanaf de besluitdatum en geeft het hele bedrag uit. Loopt het project vertraging op? Via Mijn RVO kan maximaal 6 maanden uitstel worden aangevraagd.

Opvang van asielzoekers

Asielzoekers hebben beperkte toegang tot de arbeidsmarkt en andere vormen van maatschappelijke participatie, wat hun bijdrage aan de economie beperkt. Echter, de gemeente maakt zelf weinig kosten voor de opvang van asielzoekers. De kosten voor de realisatie van de opvanglocatie en de opvang (waaronder leefgeld), het beheer en de begeleiding worden namelijk door het COA betaald. Wel is gemeentelijke capaciteit en inzet nodig voor het beleid, de locatieontwikkeling, participatie, enzovoort. Gemeenten kunnen sinds de ingang van de Spreidingswet uitkeringen ontvangen voor het bieden van opvangplekken voor asielzoekers. Daarmee zal er meer geld voor de opvang van asielzoekers bij de gemeente binnenkomen dan dat de opvang de gemeente geld kost. Hieronder staat een overzicht van de uitkeringen die gemeenten op basis van de Spreidingswet kunnen ontvangen voor het bieden van plekken voor asielopvang.

Uitkeringssystematiek Spreidingswet Het kabinet wil met verschillende uitkeringen gemeenten stimuleren om vrijwillig plekken aan te bieden voor asielopvang. Gemeenten kunnen deze uitkeringen vrij besteden. Dus ook aan een ander doel dan de opvang van asielzoekers. Er zijn 3 soorten uitkeringen: 1. Duurzame opvangplaatsen. Gemeenten kunnen een vrij besteedbare uitkering krijgen voor de duurzame opvangplekken die zij beschikbaar stellen boven hun indicatieve deel (meerplekken). 2. Bijzondere opvangplaatsen. Gemeenten kunnen een vrij besteedbare uitkering krijgen voor bijzondere opvangplekken (bijvoorbeeld voor amv’s). 3. 75% uitkering. Provincies en gemeenten kunnen een vrij besteedbare uitkering krijgen voor elke opvangplek die zij beschikbaar stellen boven de drempelwaarde van 75% van de provinciale opvangopgave. Hiervoor komen alle opvangplaatsen in de gemeente in aanmerking. De duurzame opvangplaatsen waarvoor op verzoek van een gemeente een uitkering is verstrekt (uitkering 1), oftewel de reguliere duurzame opvangplaatsen, zijn daarvan uitgesloten. Uitkering 2 kan wel samen met uitkering 3 worden ontvangen. Hoeveel is de uitkering? De hoogte van de uitkeringen varieert van € 1.000,- tot € 2.000,- per plek en is afhankelijk van het soort opvangplekken en de duur waarop de plek beschikbaar wordt gesteld. Zie de verdeling in onderstaande tabel.

Sweco | Business unit Stedelijke Planning Nota uitgangspunten en scenario’s voor de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders Projectnummer 51021607 10 juni 2024

35/52

Uitkering

Toelichting

Bedragen

1. Duurzame opvangplaatsen

Duurzame opvangplaatsen zijn opvangplaatsen die 5 jaar of langer beschikbaar worden gesteld.

Uitkering voor elke meerplek die geleverd wordt bovenop de gegeven opgave. Alleen duurzame opvangplaatsen die 5 jaar of langer beschikbaar worden gesteld tellen mee.

De uitkering geldt alleen voor duurzame opvangplekken en alleen voor zover er meer plaatsen worden aangeboden dan wat de gemeente zou moeten doen op basis van de indicatieve verdeling. De hoogte van de uitkering verschilt tussen minder dan 100 plekken en meer dan 100 plekken.

2. Bijzondere opvangplaatsen

3. 75% uitkering

• •

€ 2.000,- per meerplek bij >100 opvangplaatsen. € 1.000,- per meerplek bij <100 opvangplaatsen.

Deze uitkering moet aangevraagd worden door de desbetreffende gemeente bij het ministerie van JenV.

Bijzondere opvangplaatsen zijn van bijzondere aard zoals amv of een aanmeldvoorziening.

Uitkering van € 2.000,- voor elke opvangplaats van bijzondere aard (per opvangplaats).

Er is geen ondergrens en het is geen eis dat de opvangplekken minimaal 5 jaar beschikbaar zijn.

Deze uitkering wordt ambtshalve uitgekeerd door het rijk aan de gemeente.

Deze uitkering geldt als 75% van de provinciale opvangopgave is behaald. Er is een vaste verdeling voor deze uitkering, te verdelen tussen provincie en (naar rato) gemeenten die hebben bijgedragen:

De uitkering betreft € 1.500,- per opvangplaats, enkel voor de gemeenten die plekken bieden.

• •

15% gaat naar de provincie; 85% gaat naar de gemeenten die opvangplekken bieden.

- Hiervoor komen alle opvangplaatsen in de gemeente in aanmerking. De duurzame opvangplaatsen waarvoor op verzoek van een gemeente een uitkering is verstrekt (uitkering 1), oftewel de duurzame opvangplaatsen, zijn daarvan uitgesloten. - De uitkering wordt WEL ‘dubbel’ uitgekeerd als het bijzondere opvangplaatsen in de gemeente betreft (uitkering 2). Deze uitkering wordt automatisch uitgekeerd door het rijk, na ommekomst van de wetscyclus van 2 jaar.

Bron: Rijksoverheid (31-01-2024). Spreidingswet treedt per 1 februari in werking; VNG (24-01-2024). Spreidingswet.

Sweco | Business unit Stedelijke Planning Nota uitgangspunten en scenario’s voor de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders Projectnummer 51021607 10 juni 2024

36/52

5

Advies en overwegingen op basis van de scenario's

Uit de beschikbare informatie, het Regioplan en de uitwerking van de scenario’s komt een aantal overwegingen naar voren. Deze overwegingen helpen bij de keuze van de gemeente over de gewenste richting en het voorkeursscenario(‘s). 1. De regiosamenwerking is constructief en kan (wellicht) worden benut voor een flexibele schil van tijdelijke noodopvang en doorstroming, in ieder geval zolang er een tekort is aan (duurzame) opvangplekken (in de regio). Echter is niet te verwachten dat daar de structurele en duurzame oplossing voor de lokale opvangtaakstelling vandaan gaat komen. Ook verwachten we dat de regio zeer terughoudend zal zijn met de uitruil van opgaven. Het Rijk werkt momenteel aan het opstellen van een Handreiking hierover om handvatten te bieden hoe zo’n uitruil kan worden vormgegeven. Dat kan eventueel enige houvast bieden. 2. Daarnaast is regiosamenwerking complex. In het geval dat één of meerdere gemeenten in de regio een hoger aantal asielzoekers zou moeten opvangen (ten opzichte van het indicatieve Verdeelbesluit) geeft dit Heemstede een hogere opgave voor de huisvesting van statushouders. Dit vraagt een grotere inzet en investering vanuit de gemeente Heemstede en doet een groter beroep op de reguliere sociale woningvoorraad.

Bij de huisvesting van statushouders ligt de verantwoordelijkheid namelijk bij de gemeente, en bij de opvang van asielzoekers ligt de verantwoordelijkheid bij het COA.  Scenario 2a is naar verwachting in de praktijk lastig realiseerbaar. Scenario 2a: andere regiogemeente(s) realiseren meer opvangplekken voor asielzoekers dan vastgesteld in het indicatieve Verdeelbesluit. Heemstede realiseert zelf minder opvangplekken. 3. Andersom is het voor de gemeente Heemstede naar verwachting niet haalbaar een grootschalig AZC met een regionale functie te realiseren (met 350+ plekken) gezien de afwezigheid van locaties van dergelijke omvang. Ook het draagvlak voor zo'n type voorziening lijkt op voorhand niet groot.  Scenario 2b is naar verwachting in de praktijk lastig realiseerbaar. Scenario 2b: Heemstede realiseert meer opvangplekken voor asielzoekers dan vastgesteld in het indicatieve Verdeelbesluit. Heemstede draagt daarmee extra bij aan deze opgave. 4. Het is naar verwachting bijzonder complex om de opgave volledig met kleinschalige locaties in te vullen, vanwege de capaciteit voor het beheer en de begeleiding, de vereisten van het COA (zelfs voor kleinschalig) en het aantal benodigde locaties.  Scenario 1a is naar verwachting in de praktijk lastig realiseerbaar. Scenario 1a: opvang bestaat enkel uit kleinschalige locaties van ca. 50 plekken. 5.

Gezien het voorgaande en de omvang van de opvangopgave is het realiseren van één of meer grootschalige opvanglocatie(s) min of meer onontkoombaar. Een aandachtspunt hierbij is dat veel locaties uit de eerder uitgevoerde Quickscan op voorhand afvallen, omdat de Quickscan is opgesteld met het oog op de 30 tijdelijke woonunits die verplaatst moesten worden van de Sportparklaan en Kohnstamlaan.  De resterende (meer reële) scenario’s zijn scenario 1b en scenario 1c. Scenario 1b: opvang bestaat enkel uit één of twee grootschaligere locaties (van minimaal 100 plekken). Scenario 1c: de opvang bestaat uit een combinatie van één grootschalige en enkele kleinschalige locaties.

Sweco | Business unit Stedelijke Planning Nota uitgangspunten en scenario’s voor de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders Projectnummer 51021607 10 juni 2024

37/52

Als de gemeente minder rigide vasthoudt aan het principe van een kleinschalige maat (en ook spreiding) heeft scenario 1b (één of twee grootschaligere locaties) voordelen als het gaat om aantal en beschikbaarheid van locaties, aansluiting bij de eisen van het COA, schaalvoordelen in het beheer en de begeleiding en de (financiële) haalbaarheid van het gereed maken van een locatie. Een combinatie van locaties - één grootschalige en minimaal twee aanvullende kleinschalige locaties - is ook mogelijk (scenario 1c), maar is sterk afhankelijk van de beschikbaarheid van locaties en het draagvlak bij het COA (ofwel is het financieel en qua capaciteit haalbaar). Wat de haalbaarheid kan vergroten is het inzetten op een azc-dependance. Daarbij maken bewoners gebruik van de voorzieningen in de nabijgelegen hoofdlocatie. Door in dit scenario één grootschalige locatie te realiseren waar de benodigde voorzieningen en begeleiding aanwezig zijn, wordt de haalbaarheid voor de aanvullende kleinschalige opvanglocaties wat vergroot. Ook kunnen gemengde woonconcepten goed met de kleinschalige opvanglocaties worden gerealiseerd. Zoals hierboven geschetst is het in alle gevallen wenselijk om in te zetten op (kwalitatieve) regionale samenwerking op het gebied van tijdelijke noodopvang en doorstroming (een flexibele schil).

Deze samenwerking zal echter geen grote effecten hebben op het aantal duurzame plekken dat Heemstede moet realiseren op basis van de huidige opgave.

Sweco | Business unit Stedelijke Planning Nota uitgangspunten en scenario’s voor de opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders Projectnummer 51021607 10 juni 2024

38/52

6

Vervolgstappen

Zoals in de voorgaande hoofdstukken beschreven heeft de gemeente Heemstede vooral een forse resterende opgave in de opvang van asielzoekers. De opgave voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen is grotendeels gerealiseerd, maar ook daar is nog een restopgave die aandacht vraagt. De opgave voor de huisvesting van statushouders is weliswaar fors, maar vooralsnog worden in de afgelopen jaren de taakstellingen wel gerealiseerd. In 2024 lijkt dat tot nu toe ook zo te zijn. Hierover zijn prestatieafspraken met de woningcorporaties gemaakt. Om aan de opgaven voor de opvang van asielzoekers en voor Oekraïense vluchtelingen te voldoen zijn nieuwe locaties nodig.

Proces Per 1 februari 2024 is de Spreidingswet in werking getreden en is vastgesteld hoeveel opvangplekken nodig zijn voor asielzoekers voor de komende twee jaar. Deze opvangplekken zijn indicatief verdeeld over de gemeenten in Nederland op basis van het inwoneraantal en de sociaaleconomische score van een gemeente. Door de aantallen van de gemeenten in de provincie bij elkaar op te tellen, ontstaat de provinciale opvangopgave. Gemeenten bespreken met elkaar en de provincie hoe zij gezamenlijk die opgave gaan invullen. Als het gemeenten niet lukt om gezamenlijk de hele provinciale opgave in te vullen, kan de staatssecretaris gemeenten aanwijzen, en daarmee verplichten, om asielzoekers op te gaan vangen. Om tot deze gezamenlijke invulling te komen worden de volgende stappen ondernomen (dit is overigens verplicht): • • • •

1 juli 2024: Aanbieden van het Regioplan Kennemerland aan de provincie. 1 november 2024: Aanbieden van het Provinciaal plan aan het Rijksorgaan. 31 december 2024: Het Rijksorgaan stelt het definitieve Verdeelbesluit vast. 31 juni 2025: Locatie(s) moeten beschikbaar zijn voor het COA.

Wat is daarvoor nodig? Uiterlijk 1 november 2024 moet de provincie het Provinciaal plan opleveren op basis waarvan het Verdeelbesluit definitief wordt vastgesteld. Hierin moet worden opgenomen hoeveel opvangplekken elke gemeente gaat realiseren. Ook moeten in het Provinciaal plan herleidbare locaties worden genoemd (om aan de voorwaarden van de Spreidingswet te voldoen). In het Regioplan Kennemerland is de aanpak van de regiogemeenten en de verdeling opgenomen. Er is echter met de regio en provincie afgestemd dat het nog niet mogelijk is herleidbare locatie(s) in het Regioplan op te nemen. 1 juli 2024 is daarvoor een te korte termijn. Er moeten wel herleidbare locatie(s) worden opgenomen in het Provinciaal plan dat per 1 november 2024 gereed moet zijn. Dit betekent dat Heemstede vòòr 1 november (een) locatiekeuze(s) moet hebben gemaakt. Aanpak van de gemeente Heemstede Om een goed onderbouwde locatiekeuze te maken is de voorliggende Nota opgesteld met daarin de belangrijkste beleidsmatige en bestuurlijke uitgangspunten. Ook is een aantal scenario’s omschreven om mogelijke richtingen op een rij te zetten. Op basis van deze nota neemt het college van B&W een besluit over de gewenste richting en het voorkeursscenario(s).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/2313/documents/34713