Bijlage 1. Beheerplan Wandelbos Groenendaal 2015-2032.pdf
Tekst van het document
23/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
Secundaire voetpaden Dit zijn de minder belangrijke paden in Groenendaal buiten de hoofdwandelroute (gestippelde lijnen op de kaart). Dit zijn allemaal zandpaden. De huidige paden voldoen aan het gewenste kwaliteitsbeeld en worden periodiek onderhouden door ze aan te vullen met zand en overhangende beplanting te verwijderen. De huidige paden worden gehandhaafd. Eventuele kleine nieuwe (illegale) paden kunnen worden dichtgezet met boomstammen of takkenrillen.
fietspad Sparrenlaan
primair voetpad
secundair voetpad
24/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
4.2.4 Nieuwe initiatieven op het gebied van recreatie Met enige regelmaat komen er verzoek van ondernemers voor nieuwe faciliteiten, activiteiten of evenementen in of in de directe omgeving van Groenendaal. Er wordt zeer terughoudend tegen deze ontwikkelingen aangekeken, omdat dit een extra aantrekkingskracht zal hebben op het bos. Commerciële activiteiten, zoals nieuwe horecagelegenheden, zijn niet wenselijk in het bos. Dit veroorzaakt een te grote verstoring voor de overige recreanten en de natuur. Natuur- en cultuurbeleving zijn wellicht de meest aansprekende van alle recreatieve aspecten van Groenendaal. Dit moet zo blijven. De enige beperkte mogelijkheid hiervoor is wellicht bij de kinderboerderij. Het noordelijke weiland is niet geschikt voor evenementen. Het terrein langs de Vrijheidsdreef ten noorden van het wandelbos wel. Hier zijn mogelijkheden voor tijdelijke evenementen, zoals een ijsbaantje of een klein circus. 4.3 Natuur De conclusie uit de analyse luidt: Ecologisch beheer heeft bijgedragen aan de zeer hoge natuurwaarden. Dit kan nog verhoogd worden door het creëren van meer openheid en het ontwikkelen van natuurlijke bosranden. De bospercelen buiten de paden en de cultuurhistorische plekken zijn aangewezen als natuur en worden ecologisch beheerd.
Doordat het zuidelijk deel van het bos rustiger is zal de natuurwaarde van dit deel hoger zijn dan het noordelijk deel. Voor het verhogen van de natuurwaarden is het belangrijk om meer variatie aan te brengen in beplantingstypen en gelaagdheid. Er wordt zo veel mogelijk variatie aangebracht zonder afbreuk te doen aan het boskarakter. Extra variatie in gelaagdheid kan gecreëerd worden door op meer plekken een struiken- en kruidenlaag aan te brengen (kruid-zoom-mantel-bos opbouw). Voor de extra variatie in beplantingstypen en vegetatiestructuur wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van inheemse, bij voorkeur gebiedseigen, beplanting. Soorten met een sterke concurrentiekracht (vooral esdoorns, maar plaatselijk ook beuken) worden bestreden. Dood hout en gesnoeid materiaal blijft in principe in het bos en wordt neergelegd op takkenrillen. Ook enkele grote stammen kunnen in een bosvak blijven liggen. In geval van grootschalige dunning is het niet meer wenselijk om al het hout in het bos te verwerken. Dit geeft een te rommelig beeld. Daarom zal er ook hout uit het bos worden verwijderd. Takkenrillen worden op enige afstand van paden te gelegd, waardoor het ook minder storend is voor het beeld. Vooral het beeld van de zichtlijnen en de historische bomenlanen mag niet door takkenrillen worden verstoord. Begrazing heeft een positief effect op de vegetatie.
De inzet van de Schotse Hooglanders blijft daarom gehandhaafd. Het huidige aantal van zeven runderen is prima. Er wordt onderzocht of aanvullende vormen van begrazing kunnen worden ingezet.
(Stinsen)flora (Stinsen)flora
Dood hout Dood hout
Schotse Hooglanders Schotse Hooglanders
25/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
4.3.1 Bosvegetatie Er zijn drie verschillende type bosvegetatie te onderscheiden, dit zijn gemengd loofbos, dennenbos en beukenbos. In alle bospercelen wordt gestuurd op inheemse en gebiedseigen beplanting. Inheemse beplanting zijn bomen en heesters die van nature in Nederland voorkomen. Gebiedseigen beplanting komt van nature voor in het gebied zelf. Dit sortiment wordt bepaald op basis van het klimaat, bodem en waterhuishouding. In bijlage 4 is een overzicht van inheemse soorten te vinden. Op basis van deze lijst is een sortiment gekozen dat het beste bij Groenendaal past, de gebiedseigen beplanting. Dit betekent niet dat alle uitheemse beplanting weg moet, maar wanneer er in het beheer (dunning) van een bosperceel een keuze gemaakt moet worden heeft de gebiedseigen beplanting de voorkeur. Sommige oude bomen en struiken die om hun opvallende bloei, herfstkleuren of imposante groeiwijze vanaf de 19e eeuw zijn aangeplant, hebben een cultuurhistorische waarde als verwijzing naar oude buitenplaats. Er kan dan ook bewust worden gekozen om uitheemse soorten te bevoordelen, wanneer deze specifiek bij de locatie passen. Een voorbeeld hiervan zijn de rododendrons rond de Rhododendronvijver. Om een gevarieerd bos te behouden moeten soorten met een sterke concurrentiekracht worden bestreden. In Groenendaal zijn dit voornamelijk esdoorns, maar plaatselijk ook beuken.
26/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
Dennenbos Dennenbomen zijn hoofdzakelijk aangeplant in de jaren ‘60 en ‘70 van de vorige eeuw. In de tijd werd er subsidie voor houtproductie gegeven door Staatsbosbeheer. De grove den is een ecologisch waardevolle soort. In de dennenvakken wordt dus gestuurd op behoud en verjonging van de grove dennen. Verschillende andere soorten worden weggehaald of benadeeld ter bevordering van de den. Voor de diversiteit kunnen er in een dennenbos wel andere gebiedseigen of inheemse soorten voorkomen. Het streefbeeld is een gevarieerde bosopbouw met grove dennen van verschillende leeftijden , waarbij voor de variatie nog andere inheemse of gebiedseigen bomen aanwezig zijn . Beukenbos Een paar plekken in Groenendaal zijn te typeren als een beukenbos. Dit is een opgaand loofbos met dicht bladerdek en een geheel eigen sfeer. Er is weinig tot geen ondergroei. Het beukenbos heeft beperkte natuurwaarden. Wel is de bodem interessant voor paddenstoelen en kunnen er stinsenplanten voorkomen. Beukenbos heeft recreatieve waarde door de afwisseling en de openheid die hier wordt ervaren. Daarom worden de huidige beukenvakken behouden, maar ze worden niet verder uitgebreid. Voor het beheer wordt gestuurd op het behoud van de beukenbomen. Er wordt hierbij niet gestuurd op gelaagdheid van een kruiden- en struiklaag. Dood hout mag niet overdadig blijven liggen op de open plekken zelf.
Het kan wel blijven liggen aan de zijkanten als afscheiding van een dergelijke bosperceel. Gemengd loofbos Verreweg het meeste bos is Groenendaal is gemengd loofbos. In een gemengd loofbos is het hoofddoel variatie in gelaagdheid en soorten, Er wordt gestuurd op inheemse en gebiedseigen beplanting. Hierbij zullen esdoorns en beuk benadeeld worden vanwege hun grote concurrentiekracht. Deze soorten nemen het licht weg en belemmeren hierdoor de ondergroei. Als deze soorten niet worden bestreden ontstaat er uiteindelijk een monotoon donker bos. Beuken mogen wel aanwezig zijn in een gemend bos, maar niet gaan overheersen. Extra variatie in gelaagdheid kan gecreëerd worden door op meer plekken een struiken- en kruidenlaag aan te brengen. Dit kan vooral langs de randen van het bos, maar er kunnen extra open plekken in het bos gemaakt worden. Dit kan door dunning, waardoor er meer licht op de bodem valt en er op natuurlijke wijze variatie in beplanting kan ontstaan. Op verschillende plekken in het bos zal dood hout aanwezig zijn. Als grote bomen omvallen, worden deze niet weggehaald tenzij ze over een pad zijn gevallen. Van kleiner snoeihout worden takkenrillen gemaakt. In geval van grootschalige dunning wordt er wel een deel van het hout uit het bos verwijderd.
Dennenbos
Beukenbos
Gemengd bos
27/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
Hakhout Aan de zuidelijke rand van het bos is van oorsprong een strook essenhakhout aanwezig en langs de Beukenlaan een strook eikenhakhout. Hakhoutpercelen hebben een cultuurhistorische waarde als vast onderdeel van een oud landgoed. Het hakhout is nu nauwelijks zichtbaar (ook niet op kaart weergegeven), omdat het jarenlang niet is onderhouden. Dit hakhout kan worden hersteld en vervolgens als zodanig worden onderhouden. 4.3.2 Grasvegetatie Er zijn drie verschillende type grasvegetatie te onderscheiden, dit zijn hooiland, bosweide en speelweide. Hooiland Hooiland is het noordelijkste grasland van Groenendaal. Hier worden de Schotse Hoogland-runderen in de winter geplaatst. In de zomer wordt dit grasland niet gebruikt en wordt een verschralingbeheer toegepast. Het is voor de variatie in Groenendaal interessant. Er zijn niet veel grasrijke gebieden. Hierbij zal het gemaaide gras/hooi gebruikt worden voor Schotse Hooglanders of de dieren van de kinderboerderij. Er zijn een paar monumentale boomgroepen en solitaire bomen aanwezig. Deze blijven behouden. Bosweide Dit is een open plek in een bosachtige omgeving. Op deze plek valt meer licht en is meer ruimte. Struiken kunnen hier aanwezig zijn, maar mogen niet domineren. In een grotere bosweide kunnen solitaire bomen staan. In een bosweide zijn de hoofdsoorten struiken, kruiden en grassoorten.
Hierbij kan er bij genoeg ruimte gezorgd worden voor een glooiende overgang van de open plek naar het bos. De hoofdfunctie van een dergelijke plek is ecologie. Hierdoor zal er een verschralingsbeleid plaats vinden waarbij getracht wordt om de voedselrijkdom in de bodem te verminderen. Eventueel dood materiaal zal worden afgevoerd. Een lagere voedselrijkdom geeft een hogere biodiversiteit. Speelweide Enkele grasvelden worden gebruikt als speelweides. Dit zijn vrij nette plekken die vooral bestemd zijn voor recreatie. Op deze informele speelplaatsen zijn honden ook toegestaan (uiteraard alleen in het hondendeel). Het zijn open plekken, met hooguit een enkele solitaire boom of struik. Momenteel hebben veel van deze plekken een vrij scherpe overgang van gras naar bos. Het is wenselijk om deze overgangen waar mogelijk glooiender/natuurlijker te maken.
Hooiland
Bosweide
Speelweide
4.3.3 Functionele beplanting De parkeerplaatsen moeten duidelijk en overzichtelijk zijn. De beplanting rond de parkeerplaatsen is ondergeschikt aan de functionaliteit. Deze beplanting bestaat in principe ook uit inheemse/gebiedseigen bomen en heesters, maar hierbij wordt vooral geselecteerd op de sierwaarde. De beplanting rond de parkeerplaatsen en wegen kan ook ecologische waarde hebben als voedselbron voor insecten en vogels. De op dit moment aanwezige beplanting rond de parkeerplaatsen voldoet aan het gewenste beeld, maar de ecologische waarde is nog wel te verbeteren door bij het vervangen van deze beplanting meer bloeiende en besdragende soorten te kiezen.
28/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
Functionele beplanting rond parkeerplaatsen
4.3.4 Stinsenplanten Stinsenplanten vormen een bijzondere groep van planten omdat ze vroeger verfraaiing op oude landgoederen zijn aangeplant en daarna zijn ingeburgerd. Veel stinsenplanten zijn lichtminnende voorjaarsbloeiers en kunnen in bossen alleen tot bloei komen als de bomen nog geen blad hebben. Sommige soorten in Groenendaal zijn vrij algemeen in vrij vochtige en voedselrijke bossen. Dit zijn soorten zoals maarts viooltje, bosanemoon, gevlekte aronskelk, gewone vogelmelk, gewoon sneeuwklokje en vingerhelmbloem. Deze worden tegenwoordig ook wel gerekend wij tot de wilde (spontane) flora van bossen. Tot de klassieke stinsenflora die al langere tijd in Groenendaal voorkomen, behoren dertien soorten waaronder de zeldzame donkere ooievaarsbek, blauwe anemoon en gele anemoon. Een klassieke stinsenplant van vijvers is de witte waterlelie. e
In de 20 eeuw zijn er, onder meer door de floratentoonstellingen, nog soorten bijgekomen, waaronder exotische braamsoorten en verscheidene rassen van trompetnarcis en dichtersnarcis. Herfsttijloos is een fraaie najaarsbloeier aan de Vrijheidsdreef. Tot de bijzondere stinsenplanten kunnen ook de prachtframboos en de Amerikaanse wijnbes worden gerekend. Deze in Nederland weinig aangeplante bramensoort s bovendien een aantrekkelijke voedselplant voor bijen en vlinders. Beheermaatregelen ten behoeve van stinsenplanten zijn beperkt tot het openhouden van de groeiplaats (geen braam en opslag). De stinsenflora heeft het vooral moeilijk in de druk bezochte bosgedeelten, vooral in hun rustperiode (zomer en winter). Intensieve betreding buiten de paden en het graven door honden beschadigen de blad/strooisellaag, waarin veel stinsenplanten (en paddenstoelen) oppervlakkig wortelen. Betreding buiten de paden moet dan ook worden voorkomen.
Stinzenflora
4.3.5 Fauna De hoge natuurwaarde van Groenendaal wordt vooral veroorzaakt door grote verscheidenheid aan bosvogels en vleermuizen. Groenendaal is minder aantrekkelijk voor niet-vliegende dieren, omdat het bos vrij geïsoleerd ligt. Het ligt ingesloten tussen wegen en is grotendeels omgeven door hoge hekwerken. Hierdoor is nauwelijks uitwisseling van fauna mogelijk. Hier zou meer aandacht voor moeten komen, bijvoorbeeld door middel van ecotunnels. Wellicht komen er mogelijkheden bij de inrichting van het Manpadslaangebied. In verband met de begrazing moeten hekken gehandhaafd blijven. Er kan echter wel een ander type hek toegepast worden waar klein wild wel doorheen kan, rekening houdend met het feit dat de hekken ook functioneel zijn voor het binnenhouden van honden. 29/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
5. EENMALIGE MAATREGELEN Verschillende locaties en objecten voldoen nog niet aan het streefbeeld. Ook kunnen enkele zaken aangepast worden ten goede van het karakter van Groenendaal. Deze eenmalige maatregelen kunnen gefaseerd worden uitgevoerd. Er zijn 2 prioriteiten aan de maatregelen toegekend. - Prioriteit 1 zijn maatregelen die echt noodzakelijk zijn en op korte termijn gerealiseerd moeten worden. Dit kunnen ook maatregelen zijn die relatief eenvoudig en goedkoop zijn en hierdoor snel te realiseren. Deze maatregelen worden in de eerste periode van 6 jaar (2015-2020) uitgevoerd - Prioriteit 2 is wenselijk maar wordt pas opgepakt nadat de prioriteit 1 is uitgevoerd. De maatregelen zijn minder noodzakelijk of ze zijn lastig te realiseren, omdat bijvoorbeeld de financiële middelen ontbreken. De doelstelling is wel om deze binnen de 18 jarige periode van dit beheerplan uit te voeren. Bij prioriteit 2 wordt ook de herplant van lanen beschreven, die nu nog niet direct vervangen hoeven te worden, maar wellicht over enkele jaren wel. 5.1 Prioriteit 1 5.1.1 Inhalen achterstand dunning In een bos gaan bomen elkaar beconcurreren. Hierdoor ontstaat een donker bos met hoge bomen. Hierbij is er ook weinig plek voor ondergroei van struiken en kruiden. Dit is vanuit zowel ecologisch als recreatief oogpunt niet wenselijk. Om dit tegen te gaan, moet tijdig gedund worden.
Hierdoor kunnen toekomstbomen meer ruimte krijgen en wordt een opener bos gecreëerd. Dunning is onderdeel van het reguliere beheer. Dit wordt beschreven in § 6.2.1. Er is in de loop der jaren een achterstand opgebouwd. Bovendien is er te terughoudend gedund, omdat dunning tijdelijk een beeld van kaalslag geeft en dit negatieve reacties van bezoekers kan oproepen. Inmiddels zijn zowel de beheerders als de gebruikers het er over eens dat er soms grootschalig ingegrepen moet worden om het bos vitaal te houden. De achterstand kan niet meer in het reguliere onderhoud worden ingehaald. Daarom moet er de komende jaren een extra inhaalslag worden gedaan. Als de achterstand is ingehaald is dit weer onderdeel van het regulier beheer. Kosten De gemeentelijke bomenploeg (2 man) kan ondersteuning bieden. Zij worden ingezet indien hun eigen werkzaamheden dit toelaten. Waarschijnlijk is ook extra inhuur van externen nodig om de achterstand binnen enkele jaren weg te werken. Voor dekking van de kosten voor inhuur zie § 7.2.
Dunningsachterstand (met esdoornopslag)
Pas gedund dennenbos
5.1.2 Inhalen achterstand esdoorns verwijderen Gewone esdoorns zijn zeer veel aanwezig in Groenendaal. De gewone esdoorn is een uitheemse soort, met een sterke concurrentiekracht. Deze soort verdringt de andere bomen. Als er niks aan gedaan wordt is Groenendaal een bos met alleen esdoorns. Esdoornbestrijding is onderdeel van het reguliere beheer, alleen er is een achterstand opgebouwd. Wegens tijdgebrek is hier de afgelopen jaren te weinig aan gedaan waardoor er op veel plekken in het bos te veel esdoorns zijn. Dit kan niet meer alleen in het reguliere onderhoud worden ingehaald Daarom moet er een inhaalslag worden gedaan. Als de achterstand is ingehaald elk jaar weer een 30/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
gedeelte van Groenendaal gedaan worden. Een belangrijke actie is om zaaddragende bomen zo snel mogelijk te kappen. Dit voorkomt de vestiging van nieuwe zaailingen. Gelijktijdig met het esdoorns verwijderen wordt ook de Amerikaans vogelkers bestreden, aangezien deze exoot (ook wel bospest genoemd) een zeer sterke concurrentiekracht heeft en de inheemse beplanting verdringt en als er niet tegen wordt opgetreden. Kosten Esdoornbestrijding wordt sinds enkele jaren ook deels uitgevoerd door vrijwilligers vanuit IVN. Wellicht kan hun inzet de komende jaren worden geïntensiveerd. Daarnaast zal ook extra inhuur van externen nodig zijn om de achterstand binnen enkele jaren weg te werken. Voor dekking van de kosten voor inhuur zie § 7.2.
Esdoons
5.1.3 Herplant Torenlaan – eerste fase Dit is de meest noordelijke laan van Wandelbos Groenendaal. Deze laan bestaat uit monumentale beuken die rond 1820 zijn aangeplant. Bij de laatste onderhoudsinspectie is geconcludeerd dat de bomen er slecht voor staan. In het meest oostelijke deel zijn uit voorzorg al een aantal bomen verwijderd. De komende jaren zullen er nog meer gaten vallen in de laanstructuur. De vervanging van deze laan is verdeeld in twee fasen. In 2015 wordt gestart met de voorbereiding van de eerste fase in het oostelijk deel. In samenspraak met specialisten en gebruikers zal het moment van vervanging worden bepaald. Kosten Voor de eerste fase is op basis van een globale raming door de gemeenteraad een investeringskrediet beschikbaar gesteld van € 63.000. Voor de tweede fase zal over enkele jaren een nieuw investeringsbedrag worden aangevraagd.
e
Torenlaan 1 fase
e
Torenlaan 2 fase
5.1.4 Cultuurhistorie zichtbaar maken bij entree Glipper Dreef In het gebied rond de entree bij de Glipper Dreef zijn, vooral dankzij de Zochervijver en de Marotheuvels , de contouren van de originele tuinaanleg van de tuinarchitecten Daniël Marot en daarna Zocher Sr. nog zichtbaar (voor oude tekeningen zie bijlage § 1.2.1). In de visie heeft dit gebied de hoofdfunctie cultuurhistorie gekregen. Hier gaat het behoud van de historische waarde boven de natuurwaarde. Dit betekent dat enkele 31/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
huidige zaken niet passen bij het gewenste beeld. Het hekwerk en informatiebord hebben een natuurlijke uitstraling en de begrazing door Schotse Hooglanders zorgt voor vertrapping van de oevers van de vijver. De koeien zullen uit dit deel worden verwijderd. Het huidige hekwerk wordt verplaatst. Het hek (ontwerp van Marot) en tuinmuur langs de Glipper Dreef moeten de eigenlijke entree zijn van het wandelbos. De historie van deze locatie kan worden toegelicht op een informatiepaneel. Samen met de Historische Vereniging Heemstede-Bennebroek en de Vrienden van het Wandelbos wordt een plan gemaakt voor dit gebied. Kosten De kosten voor het verplaatsen van het hekwerk zijn beperkt. Dit kan waarschijnlijk in het reguliere beheer worden uitgevoerd. De kosten voor de overige maatregelen zijn afhankelijk van de uiteindelijke keuzes en dus nog niet begroot. 5.1.5 Herstel zichtlijnen In bijlage § 1.2.5 zijn de belangrijke zichtlijnen beschreven. De bestaande zichtlijnen moeten open worden gehouden. Een deel van de zichtlijnen is overgroeid. Deze moeten worden hersteld. Ook kunnen er nieuwe zichtlijnen worden gecreëerd, bijvoorbeeld naar Bosbeek of Mariënheuvel. Interessante zichtlijnen maken het bos spannend en afwisselend voor de bezoekers en zijn dus goed voor de recreatieve waarde. Het onderhoud (regelmatig vrij snoeien) van de zichtlijnen is onderdeel van het reguliere bosbeheer.
Dit is verder niet beschreven, maar wel onderdeel van het jaarlijkse werkplan/ uitvoeringsplan (§ 6.5). Kosten Het herstellen ,creëren en openhouden van de zichtlijnen kan in het reguliere onderhoud worden uitgevoerd. Hier zijn geen extra kosten aan verbonden.
(nu nog) goede zichtlijn (Leiduin)
Overgroeide zichtlijn (Paardenpad)
Nieuwe zichtlijn (Bosbeek)
5.1.6 Kop en schotel Dit water is aangelegd met het idee van de Engelse landschapsstijl. Er stonden toen geen bomen op maar stinsenplanten. Hierbij was er licht op het eiland. Het was bedoeld als recreatieplek. Doordat het eilandje begroeid is en de buitenste oeverlijn minder strak is geworden, is de historische uitstraling deels verloren gegaan. Dit kan vrij eenvoudig hersteld worden door het verwijderen van de bomen en struiken. Door extra lichtinval zal er ruimte zijn voor lage begroeiing, bestaande uit kruiden en grassen. Er kan een enkele boom blijven staan, bijvoorbeeld de dennenboom. Deze geeft niet veel schaduw. Op het eilandje kunnen stinsenplanten aangeplant worden.
32/55 Huidige situatie
Streefbeeld kop en schotel (Overplaats in Heemstede)
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
Kosten De kosten van de beschoeiing langs de rand van de vijver zijn nog niet doorgerekend. Er wordt voor de hele gemeente een beheerplan beschoeiingen opgesteld. Naar verwachting is dit begin 2015 gereed. Bij de vaststelling van dit beheerplan wordt budget voor aanbrengen/vervanging van de beschoeiingen aangevraagd. De kosten voor het beplantingswerk zijn beperkt en kunnen uit het reguliere onderhoud bekostigd worden. 5.1.7 Rhododendronvijver De Rhododendronvijver heeft een belangrijke cultuurhistorische waarde, maar heeft nu een verloederde uitstraling. Het pad is vaak slecht begaanbaar doordat dit deels onder water staat, veel rhododendrons zijn overgroeid met bramen, en de oevers hebben hun oorspronkelijk vorm verloren. Op deze locatie is veel winst te behalen. De Rhododendronvijver in oude glorie herstellen heeft veel meerwaarde, zowel voor de historie als voor de recreatie. Er moet nieuwe beschoeiing aangebracht worden om de oorspronkelijke oeverlijn te behouden/herstellen. De koeien moeten daarna worden geweerd om vertrapping van de oevers tegen te gaan. Het pad langs de oever is vaak erg drassig. Dit kan verwijderd worden of verbeterd worden door bijvoorbeeld een looppad van vlonders te maken. Ook kan er een steiger gemaakt worden maken die deels het water in loopt. De onderstaande schets is slechts een indicatie.
Samen met gebruikers zal dit als project worden opgepakt. Kosten De kosten voor het vervangen van de beschoeiing kan waarschijnlijk via het beheerplan beschoeiingen worden geregeld. De kosten voor de paden, de vlonder, etc. zijn sterk afhankelijk van het uiteindelijke ontwerp. Hiervoor kan wellicht ook externe financiering (sponsoren) voor gevonden worden.
Huidige situatie
Schetsontwerp (indicatief)
5.1.8 Hondenzwemplaatsen Op verscheidene plekken zijn hondenzwemplaatsen bij waterpartijen ontstaan. Bij deze plekken wordt de oever steeds glooiender. In de breedte worden deze plekken ook groter wat ten koste gaat van de beplanting. Dit is ongewenst. Deze plekken volledig dichtzetten heeft geen zin, omdat zo’n hondenzwemplaats dan automatische ergens anders zal ontstaan. Ze zijn ook waardevol voor de hondenbezitters, een belangrijke groep recreanten. De zwemplaatsen moeten daarom behouden blijven maar wel in toom gehouden worden. Dit kan bijvoorbeeld door grote boomstammen neer te leggen aan de oever. Hierdoor ligt er een sterke oever. Bij deze oever is nog sturing naar de inlaatplek. Aan de zijkanten van de plaats komen boomstammen die sturing geven en bovendien. Langs de Torenlaan is dit in het voorjaar van 2014 al uitgevoerd. Het is gebleken dat deze plekken nu een nog grotere aantrekkingskracht hebben op recreanten en dit weer overlast geeft voor aanwonenden (vooral door blaffende honden). Een passende oplossing wordt nog gezocht. Wellicht door het beplanten van de zijkanten en de boomstammen te vervangen door een eenvoudig hekwerk. Kosten Deze maatregelen zijn eenvoudig uit te voeren en worden in het reguliere beheer uitgevoerd. Hier zijn geen extra kosten aan verbonden. 33/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
Oude situatie
Nieuwe situatie (juli 2014)
5.1.9 Natuurvriendelijke oever weiland Vrijheidsdreef De oever aan de noordzijde van het weiland Vrijheidsdreef heeft momenteel beperkte natuurwaarden. Hier is ruimte voor een meer natuurlijke glooiende oever. Dit heeft een positief effect op de natuurwaarde en is bovendien positief voor de natuurbeleving van de recreant. Honden dienen in dit gebied aangelijnd te blijven. Hierdoor is er geen probleem dat honden de oevervegetatie en de rust van waterdieren verstoren. Kosten Deze maatregel is relatief eenvoudig uit te voeren en wordt in het reguliere beheer uitgevoerd. Hier zijn geen extra kosten aan verbonden. 5.1.10 Natuurlijke opbouw bosranden Voor het verhogen van de ecologische waarde van het bos moet er meer aandacht komen voor de bosranden langs de bermen en bosweides. Goed opgebouwde bosranden vormen een geleidelijke overgang tussen bos en open veld. Een bosrand bestaat in het ideale geval uit een mantel en een zoom. Een mantel is een meerjarige houtige begroeiing (jonge bomen en oude struiken), die aansluit op de bomen in het bos. De overgang van mantel naar open veld wordt de zoom genoemd. De zoom bestaat uit jonge struiken en hoge meerjarige kruiden. Van nature breidt het bos zich uit richting de mantel en de mantel richting de zoom. Doordat de bosgrenzen meestal vast staan, ontstaat een scherpe grens. Instandhouding vergt beheer.
Meer natuurlijke bosranden kunnen ontwikkeld worden door in de randen gefaseerd en variabel te dunnen. Op de open plekken die hierbij ontstaan ontwikkelen zich kruid- en struikvegetaties. De noordzijde van open gebieden zijn het meest geschikt voor het ontwikkelen van een gevarieerde begroeiing. Mogelijkheden hiervoor zijn bijvoorbeeld aanwezig bij de grens van het bos aan de zuidzijde, langs het hooiland en bij de ingang aan de Glipperweg. Ook in een gemengd bosperceel kunnen tijdens de dunningscyclus open ruimtes gemaakt worden met een natuurlijke bosrand. Bij het maken van een nieuwe bosrand moet rekening worden gehouden dat de kronen van de nieuwe randbomen zich snel uit zullen breiden. Smalle stroken groeien snel dicht. Een breedte van tien meter is het absolute minimum, maar hoe breder, hoe meer soorten er een geschikte leefomgeving vinden.
Harde bosrand zuidzijde
Nieuwe aanplant noordzijde
Gewenste opbouw bosrand
34/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
5.2 Prioriteit 2 5.2.1 Herstel Belvedèreheuvel Het herstel van de Belvedère bestaat uit twee delen: het herstel/verbeteren van de zichtlijnen en het herstel van het uitzichtpunt zelf. Historische gezien zijn er drie zichtlijnen gelegen op de Belvedère in Groenendaal. De zichtlijnen lopen vanaf de top van de Belvedère heuvel naar de Groenendaalse molen, over de Lelievijver naar de Vrijheidsdreef en over de Lindenkom naar de Adiënnelaan. De twee zichtlijnen over de Lelievijver en de Lindenkom zijn nog grotendeels in tact, maar op dit moment wel verscholen. Deze kunnen makkelijk verder open gemaakt worden. Hier is het voldoende om een paar bomen of slechts enkele takken te verwijderen om de zichtlijn duidelijker te maken. De zichtlijn naar de Groenendaalse molen is in de loop der jaren geheel overgroeid. Om deze te herstellen zal er een heel bosvak gekapt moeten worden. De (cultuurhistorische en recreatieve) meerwaarde van deze zichtlijn lijkt vooralsnog te gering om hier op dit moment een ingrijpende kap voor te stellen.
Zichtlijnen vanaf de Belvedère
De heuvel waar de Belvedère stond maakt op dit moment een verloederde indruk. Door het hele bos ecologisch te beheren is het historische karakter verloren gegaan. Er is geen duidelijk uitzichtpunt aanwezig. Op deze locatie is de cultuurhistorie en recreatie het belangrijkste. Vroeger stond hier een uitkijktoren op. Het lijkt niet realistisch om binnen enkele jaren een dergelijk bouwwerk terug te plaatsen. Daarom kan er wellicht een alternatief uitzichtpunt worden gemaakt met een verwijzing naar de historie. Onderstaande schets is een voorbeeld van een dergelijke (tijdelijke) alternatieve Belvedère. De vorm van de oude Belvedère kan benadrukt worden en er kan met bestrating en beplanting een bijzondere plek in het bos worden gemaakt. Dit mag sierbeplanting zijn die niet inheems of gebiedseigen is, omdat dit een cultuurhistorische plek is. Oorspronkelijk bestaat deze locatie uit twee lagen. Eén ronde als onderste laag en een ronde als het echte kopje. De groene cirkel is het talud en de blauwe cirkel is sierbeplanting. In de binnenste cirkel kan een bank en een informatiepaneel worden geplaatst.
Oude Belvedère
Schets (tijdelijk) alternatief
35/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
Kosten Het herstel van de twee zichtlijnen kan in het reguliere beheer worden uitgevoerd. Voor het herstel van de Belvedère kan mogelijk gebruik worden gemaakt van externe financiering . De kosten voor het alternatief zijn niet doorgerekend. 5.2.2 Zichtlijn Beukenlaan verbeteren De Beukenlaan is een belangrijke historische zichtlijn in Groenendaal. Het beeld van de laan voldoet momenteel niet aan het streefbeeld. De breedte van het pad is niet overal gelijk. Naar het westen toe wordt deze steeds smaller en eindigt in een smal paadje. Nu zit er een soort knip in de laan. Ook is er een deel van het pad overwoekerd met bramen. Wanneer de bramen worden verwijderd en het pad wordt verbreed door halfverharding aan te brengen tot het eind zal er een eenduidig laanbeeld ontstaan. In deze laan staat een niet-laanboom in het middengedeelte van de laan. Voor het zicht moet deze boom verwijderd worden. Ook moeten laaghangende takken van de laanbomen worden verwijderd voor het zicht. Ten noorden van de Beukenlaan was vroeger een strook eikenhakhout. Dit is nu nauwelijks herkenbaar. Er staan nog enkele meerstammige eiken op het talud. Deze eiken zouden vrijgesteld kunnen worden. Hierdoor wordt ook de heuvel beter zichtbaar. Deze maatregel heeft positief effectie op de beleving van de standwal en de cultuurhistorie.
Boom in de zichtlijn Pad versmald
Einde laan in smal paadje
geen mooi einde van de zichtlijn
Het eind van de laan voldoet ook niet aan de wens. Er is nu geen duidelijk eind van de zichtlijn. Er is doorzicht naar de Herenweg en de niet in de omgeving passende bebouwing langs de Herenweg. Samen met gebruikers van het wandelbos zal bekeken worden op welke wijze hier een mooie oplossing voor gemaakt kan worden. Er zijn 2 opties: - Optie 1. De bomen (vooral abelen) aan het eind van de Beukenlaan verwijderen. De abelen horen niet op deze plek, historisch en ecologisch gezien. Hiermee wordt er een doorzicht vanaf de Herenweg gemaakt. Er ontstaat hierdoor een zichtlijn het bos in, die hier vroeger ook geweest is. Het hekwerk langs de Herenweg wordt vervangen door een sierhek. Het voorbeeld hiernaast is van de Overplaats in Bennebroek.
Optie 2. De beplanting aan het eind van de Beukenlaan wordt juist dichter gemaakt waardoor er geen zicht meer is op de Herenweg en het meer een besloten karakter krijgt. Aan het eind van de laan wordt een object geplaatst die het eind van de zichtlijn accentueert. Dit kan een solitaire boom zijn of een kunstwerk. Hierbij kan relatie met de historie worden gezocht, zoals bijvoorbeeld de een Schelpennis (die vroeger aan het eind van de Adriënnelaan stond). Kosten De kosten voor het verbreden van het pad en verwijderen van ongewenste begroeiing zijn beperkt. Dit kan deels in het reguliere onderhoud worden gedaan. De extra kosten zijn geraamd op € 1000. De kosten voor het einde van de laan zijn afhankelijk van de keuze. De kosten voor optie 1 zitten vooral in het hekwerk. De kosten voor optie 2 zijn vooral afhankelijk van de financiering van het 36/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
kunstwerk. Wellicht kunnen hier sponsors voor gevonden worden. 5.2.3 Hekwerken vervangen Er zijn in het bos diverse soorten hekwerken toegepast. In het verleden zijn op opvallende locaties, zoals rond de Rhododendronvijver en bij de Kop en Schotel luxe (en dure) stalen hekken geplaatst. De uitstraling van deze hekken past vaak niet bij het ecologisch karakter van het bos. Deze hekken hebben de functie om recreanten langdurig tegen te houden. Hier kunnen ook minder opvallende hekken voor gebruikt worden. Ook takkenrillen en boomstammen kunnen hier soms een uitkomst bieden. Op historische locaties en bij historische zichtlijnen kunnen luxere hekwerken worden toegepast, als een verwijzing naar de voormalige buitenplaats Bosbeek-Groenendaal. Dit kunnen ook houten hekwerken zijn. De hekwerken rond het bos moeten in verband met de begrazing gehandhaafd blijven. Wanneer deze vervangen moeten worden kan er wel gekeken worden naar een ander type hek. Bijvoorbeeld is lager of een hek waar klein wild doorheen kan. Hierbij moet wel rekening worden gehouden dat het hekwerk ook functioneel is om honden tegen te houden. Kosten Het vervangen van de hekken heeft geen eerste prioriteit. Indien elders in de gemeente stalen hekken nodig zijn, bijvoorbeeld rond een speelplaatsje, kan er worden gekozen om een hek ut het bos te gebruiken.
Van de kosten die hiermee worden uitgespaard kan een houten hek voor het bos worden gekocht.
Vaak zijn luxe hekwerken overbodig
Een luxe hekwerk past op bij deze locatie
5.2.4 Vervangen zandbak door nieuw speelobject De huidige zandbak in het bos (nabij de kop en schotel) wordt niet/nauwelijks gebruik door kinderen. Regelmatig zitten hier honden in. Dit is niet bevorderlijk voor de kwaliteit van het zand. De zandbak heeft geen historische waarde. Deze locaties kan meer recreatieve waarde krijgen en wellicht een historische uitstraling. Het heksenhuisje is een goed voorbeeld van een dergelijke voorziening. Of een speelobject met een meer natuurlijke uitstraling, zoals op park Meermond. 5.2.5 Herplant Vrijheidsdreef De bomen van de Vrijheidsdreef hebben zwaar te lijden van de kastanjeziekte. De afgelopen jaren zijn er al een aantal dode bomen verwijderd. Van de resterende bomen is ook een groot deel aangetast door de kastanjeziekte. Deze bomen blijven zo lang mogelijk staan, totdat ze te gevaarlijk worden. Op dit moment is het moeilijk in te schatten hoelang het nog duurt voordat er echt grote gaten in de laan vallen en ingrijpen gewenst is. Daarom is het benodigde budget en het exacte moment van ingrijpen nu nog niet te bepalen. Indien noodzakelijk wordt dit project in meerdere fasen uitgevoerd en zal hier een paar keer een groenbudget voor aangevraagd worden. 5.2.6 Herplant Lindes Sterrebos In dit deel van het bos is een restant van het sterrebos herkenbaar, dat is ontworpen door Daniël Marot.
Een sterre(n)bos is een bos met paden die vanuit een middelpunt straalsgewijs naar de uiteinden lopen en die daarmee een ster vormen. Sterrenbossen vormen een element uit de barokke tuinarchitectuur en raakten in de achttiende eeuw in zwang. Ze waren bij uitstek geschikt voor de jacht, omdat vanuit het middelpunt het overstekend wild op alle paden kon worden waargenomen. 37/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
Mogelijk kan de historie hier meer zichtbaar worden gemaakt door het herplanten van de lindelaantjes.
5.2.7 Herplant Burgemeester van Rappardlaan e
De Burgemeester van Rappardlaan bestaat uit eiken die waarschijnlijk in de 17 eeuw zijn aangeplant. De laan vorm een statige entree van het wandelbos. De afgelopen jaren zijn er al een aantal dode bomen verwijderd. De bomen blijven zo lang mogelijk staan, totdat ze te gevaarlijk worden. Op dit moment is het moeilijk in te schatten hoelang het nog duurt voordat ingrijpen gewenst is. Daarom is het benodigde budget en het exacte moment van ingrijpen nu nog niet te bepalen. Herplant in het verleden is niet succesvol geweest wegens gebrek aan licht. Grootschalige vervanging van de laan zal hierdoor zeer ingrijpend zijn, omdat er voldoende ruimte en licht gemaakt moet worden.
38/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
6. BEHEERPLAN VOOR DE PERIODE 2015-2020 (6 JAAR) In dit beheerplan wordt beschreven hoe het bos moet worden onderhouden, zodat de streefbeelden uit de beheervisie (18-jarige deel) worden gerealiseerd. Dit 6-jarige plan is het praktijkdeel. Deze termijn is gerelateerd aan de 6 jaren subsidiecyclus voor het onderhoud van de groene monumenten. Tegen het einde van de eerste periode van 6 jaar (2015 t/m 2020) wordt het beheer geëvalueerd en wordt gekeken of het beheer bijgestuurd moet worden. Mogelijk is een kleine actualisatie van het uitvoeringsplan nodig voor het indienen van een nieuwe subsidieaanvraag. 6.1 Reguliere / jaarlijkse beheermaatregelen De volgende beschrijving van de algemene beheermaatregelen 6.1.1 Boomcontrole en snoeien Boomveiligheidscontroles (VTA-controle) worden regelmatig gedaan door gecertificeerde boomverzorgers. Alle laanbomen worden minimaal eens per drie jaar gecontroleerd. Bomen met een verhoogd (gevaar)risico worden elk jaar gecontroleerd. De VTA-controles worden digitaal vastgelegd. De bomen direct langs paden worden in het reguliere dagelijkse onderhoud bekeken op veiligheid ter voorkoming van gevaarlijke situaties. De bomen in bosvakken worden niet gecontroleerd. Indien nodig wordt er gesnoeid. Snoeien en vrijstellen van de laanbomen is noodzakelijk voor de veiligheid van de bezoeker en voor het verhogen van de levensduur van de laanbomen.
Wanneer een boom zo gevaarlijk is dat deze verwijderd moet worden, wordt gekeken of deze in zijn geheel worden verwijderd of dat de stam kan blijven staan. Hierdoor blijft de sfeer van de laan langer in tact. Als de dode stam gevaarlijk wordt, wordt deze weggehaald. Voor het reguliere bosbeheer (dunnen en kappen in verband met veiligheid) is na vaststelling van dit beheerplan geen omgevingsvergunning meer nodig. Het kappen van bomen wordt wel altijd gemeld. 6.1.2 Afvoeren dood hout en takkenrillen maken Dood hout heeft een hoge ecologische waarde. Dood hout bestaat in verschillende vormen: staand dood hout, groot liggend dood hout en takkenrillen. Dood hout kan dienen als voedselplaats, schuilplaats, of nestgelegenheid. Zulke plaatsen zijn dus waardevol voor verschillende dieren zoals insecten, kleine zoogdieren en vogels. In een laan blijft de ‘levende’ stam staan. Liggende dode bomen blijven liggen op de plek waar ze vallen, tenzij deze een zichtlijn belemmerd of over een pad ligt. Een hele boom is ecologisch waardevoller dan een boom die in stukken gezaagd is. Het verteert langzamer. Bij een overmaat van dood hout, bijvoorbeeld in geval van dunning, kan het hout elders in het bos gebruikt worden of worden afgevoerd (verkocht).. Stammen kunnen langs de verkeerswegen worden gelegd om het parkeren in de berm en kapotrijden van de bermen te voorkomen.
Voor het verwijderen van grote stammen uit bosvakken kan de inzet van groot materieel noodzakelijk zijn. Van grof snoeihout worden takkenrillen gemaakt. Deze zijn een meter hoog en een meter in de breedte. De lengte varieert. Lagere of smallere takkenrillen vergaan te snel en zijn daarom ecologisch niet optimaal. De takkenrillen kunnen worden gebruikt om recreanten te ontmoedigen door het bos te struinen. Bij hoeken van bosvakken die afgesneden worden door recreanten kan een takkenril worden gelegd. Takkenrillen kunnen ook gebruikt worden om jonge aanplant heesters te bescherming tegen begrazing en het creëren van luwtes voor spontane ontwikkelingen. In onderstaande afbeelding een voorbeeld van plaatsing van takkenrillen. Wanneer er op een bepaald moment te veel snoeihout vrijkomt om takkenrillen van te maken, bijvoorbeeld door het inhalen van de achterstand in dunning of esdoornbestrijding, worden de takken afgevoerd.
Dood hout is ecologisch zeer waardevol
Takkenril
Strategische ligging takkenrillen in een bosvak
39/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
6.1.3 Maaien grasvegetatie Er zijn drie verschillende type grasvegetatie te onderscheiden, dit zijn hooiland, bosweide en speelweide. Hooiland Dit is het noordelijkste grasland van Groenendaal. Hier lopen de Schotse Hooglanders in de winter. In de zomer wordt een verschralingbeheer toegepast. Door de bemesting van de runderen heeft dit slechts beperkt effect. Het gras wordt één keer per jaar gemaaid en afgevoerd om verdere verrijking tegen te gaan. Deze maaibeurt wordt uitgevoerd tussen half juni en half juli, na de bloei van de voorjaarsbloemen. Het maaisel wordt niet direct verwijderd. Het blijft minimaal een dag en maximaal tien dagen liggen voordat het opgehaald wordt. Als het maaisel korter ligt dan een dag dan kunnen de vruchten niet rijpen en hierna uit het maaisel vallen en de fauna kan geen veilig heenkomen zoeken. Langer en de nieuwe grasscheuten groeien in het hooi. Hierdoor is het moeilijk het hooi weg te halen. Het hooi wordt samengeperst en opgeslagen. De Schotse Hooglanders worden hier in de winter mee bijgevoerd. Een tweede maaironde in het najaar is niet nodig. Het lange gras wordt in het begin van de winter gegeten door de Schotse Hooglanders. Tijdstip maaien hooiland Maand apr mei Maaitijd
juni
juli
aug
sep
okt
nov
dec
Bosweide Dit is een open plek in een bosachtige omgeving met gevarieerde kruiden en grasvegetatie. Er kan een enkele boom of struik op de bosweide staan. In het voorjaar zijn hier vaak bloeiende (stinzen)planten. De grond is vrij voedselrijk door bladafval en door de bemesting. Doordat de bosweides voor een groot deel in de schaduw liggen en worden begraasd door de Schotse Hooglanders is de grasgroei beperkt. De bosweide wordt net zoals het hooiland twee keer gemaaid, in ongeveer de zelfde periode. Eventueel kan er gekozen worden om een keer minder te maaien. Dan zal er alleen gemaaid worden tussen half juni en half juli. Tijdstip maaien bosweide Maand apr mei Maaitijd
juni
juli
aug
sep
okt
nov
dec
Speelweide Enkele grasvelden worden gebruikt als speelweides. Dit zijn vrij nette plekken die vooral bestemd zijn voor recreatie. Het gras moet kort zijn. Doordat deze weides worden begraasd door de Schotse Hooglanders hoeft er in de praktijk nauwelijks gemaaid te worden. Deze velden worden gemiddeld twee keer per jaar gemaaid in de periode van eind april tot eind oktober. Afhankelijk van snelle of langzame groei kan er per jaar gekozen worden om minder of meer te maaien. Het maaisel kan blijven liggen. 6.1.4 Snoeien functionele beplanting Functionele beplanting is de beplanting rond de parkeerplaatsen. Jaarlijks wordt de beplanting die hinder veroorzaakt teruggesnoeid. Ook wordt jaarlijks bekeken of de beplating nog de nette uitstraling heeft die hier gewenst is. Bij uitval van de beplanting zal er nieuwe beplanting aangeplant worden. 6.1.5 Bestrijding “ongewenste soorten” Enkele plantensoorten worden door de recreant gezien als onkruid; ongewenste soorten. Brandnetel De brandnetel is een soort die vooral veel groeit op verstoorde grond. Ook komt hij vaak voor bij extra bemesting of extra licht op de bodem. De brandnetel zal naar verloop van tijd vanzelf verdwijnen omdat de grond weer tot rust komt. De brandnetel heeft een hoge ecologische waarde en wordt dan zeer beperkt bestreden.
Er vindt alleen bestrijding van brandnetels plaats als deze te veel gaan overwoekeren waardoor de recreatie in het gedrang komt, bijvoorbeeld rond bankjes. Er dit gedaan met een bosmaaien of klepelmaaier. 40/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
Braam Braam is een soort die vaak voorkomt bij verstoorde milieus. Bijvoorbeeld bij bemesting, meer lucht in de grond door omwoeling of op een plek waar extra licht aanwezig is. Bramen worden gedoogd mits ze niet te uitbundig een heel bosvak overwoekeren. Bestrijding is ook nodig als de bramen bosvakken zo overwoekeren dat streefbeeldbeplanting overwoekert. Bestrijding wordt gemiddeld eens per twee jaar uitgevoerd en bestaat uit maaien/snoeien in de periode buiten het broedseizoen.
Klimop Klimop is op zich een soort die ecologisch interessant is en die dan ook zeer beperkt wordt bestreden. Wanneer een boom minder vitaal wordt en het bladerdek minder gesloten kan de klimop doordringen tot in de kroon. Hierdoor raakt de vitaliteit en de veiligheid van de boom in het geding. De klimop wordt in dat geval bij de stam van de boom doorgezaagd. Dit kan op een hoogte van minimaal 2 meter worden gedaan, zodat er toch nog bloeistengels in leven blijven.
6.1.6 Onderhoud sloten en vijvers Het jaarlijkse onderhoud aan de sloten en vijvers bestaat uit het maaien van de oevervegetatie en het schoonhouden van het water. Oevervegetatie in het wandelbos bestaat uit gras-/ kruidenvegetatie. Deze vegetatie hoeft nauwelijks gemaaid te worden. De bodem is hier vrij nat. Deze vegetatie wordt één keer per jaar gemaaid in augustus/september. Tijdstip maaien oevervegetatie - gras Maand aug sep okt Maaitijd
nov
dec
jan
feb
mrt
mei
Rietvegetatie komt nauwelijks voor in de vijvers en watergangen van het wandelbos. Indien de komende jaren meer rietvegetatie ontwikkelt, wordt dit als volgt beheerd. Her riet wordt eens per twee jaar gemaaid. Dit wordt gefaseerd gedaan, waardoor er dus jaarlijks vijftig procent van de rietkraag gemaaid wordt. Dit wordt gedaan in de periode tussen half november tot half maart. Dit is het beste voor de vitaliteit van het riet. Het riet wordt tien centimeter boven het maaiveld afgemaaid. Wanneer er ergens teveel riet staat, kan dit gemaaid worden tot onderwater, waardoor het minder snel terugkomt. Ophoping van organische materiaal tussen de rietstengels is ongewenst, omdat hierdoor verlanding optreed. Dit is slecht voor de plas dras vegetatie. Tijdens het maaien wordt gekeken of dit het geval is. Indien nodig wordt het riet uitgekrabd. Hierbij wordt het organisch materiaal aan de kant gelegd en laten liggen voor maximaal tien dagen. De fauna heeft kans om weer terug in het water te gaan en het materiaal is dan droger en daardoor lichter. Tijdstip maaien riet Maand aug Maaitijd
sep
okt
nov
dec
jan
feb
mrt
mei
Door de bosrijke omgeving komen er veel bladeren en takken in het water. Om de waterkwaliteit zo goed mogelijk te houden en vanwege de nette uitstraling voor de recreanten wordt groot dood hout meerdere keren per jaar uit het water gehaald. Bladafval kan gedeeltelijk jaarlijks verwijderd worden. Op langere termijn wordt dit verwijderd door te baggeren.
41/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
6.1.7 Onderhoud wandelpaden Alle wandelpaden dienen het gehele jaar goed begaanbaar te zijn. Eventuele overhangende takken worden weggehaald. Langs de paden wordt een berm van een meter breed aangehouden. Indien nodig wordt deze berm één keer per jaar gemaaid. Hierdoor wordt vergrassing van de paden deels voorkomen, mits deze voldoende gebruikt worden. Bladafval wordt één keer per jaar verwijderd aan het eind van de herfst. Het bladafval wordt verzameld en op een onopvallende locatie in het bos gestort. Hierdoor is er op deze plek wel sprake van verrijking van voedingstoffen, maar deze invloed is beperkt. Het controleren of ze nog begaanbaar zijn voor voetgangers is onderdeel van de wekelijkse werkzaamheden. Eventuele kleine oneffenheden, zoals gaten, worden direct aangevuld. Grootschalig herstel van de (zand)paden word jaarlijks gedaan. 6.1.8 Onderhoud meubilair Hieronder wordt verstaan, alle banken, picknicksets, afvalbakken, informatiepanelen, (verkeers)borden, (route)paaltjes, hekwerken, kunstwerken, zandbakken, fitnesstoestel. Het reguliere onderhoud bestaat uit het controleren, schoonmaken en herstellen van al het meubilair in het bos. Het meubilair wordt vier keer per jaar gecontroleerd op functioneren en gebreken. Als er schade aanwezig is wordt deze zo snel mogelijk hersteld.
Als een object vervangen moet worden, wordt eerst gekeken of dit object wel echt nodig is op deze plek. Ook wordt gekeken of er wellicht een ander type object teruggeplaatst moet worden. Alle objecten worden beheerd op basis van beeldkwaliteit, conform de kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2013. Wat betreft netheid en gebreken dient al het meubilair te volden aan kwaliteitsniveau A. De vullingsgraad van de afvalbakken dient te voldoen aan kwaliteitsniveau B. Dit betekent dat de bakken zo vaak worden geleegd, zodanig dat deze nooit vol zitten. De zandbakken worden elk jaar opnieuw gevuld met nieuw zand. Hierbij oude zand gebruikt worden voor vullen van gaten in de wandelpaden.
Meubilair dat mogelijk niet hersteld wordt, maar vervangen door een ander -meer passend- type
6.1.9 Verzorging van de Schotse Hooglanders Sinds 1992 wordt het bos extensief begraasd door Schotse Hooglanders. Extensieve begrazing geeft op natuurlijke wijze variatie in de afvoer van plantenmateriaal en in concentratie van natuurlijke mest. Eerst waren de dieren in eigendom van de gemeenten, maar sinds enkele jaren worden ze 'ingehuurd' bij een onderneming die zich heeft gespecialiseerd in natuurbeheer met Hooglandrunderen. Het voordeel hiervan is dat deze organisatie de totale kennis heeft van deze runderen. Het beheer van de dieren ligt bij hen, maar de gemeentelijke bosmedewerkers houden wel dagelijks toezicht op de dieren. De Schotse Hooglanders worden in de winter apart gehouden op de weilanden aan de noordkant van Groenendaal. Hier worden de dieren bijgevoerd.
42/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
6.1.10 Toezicht en handhaving Door bureau Handhaving wordt dagelijks gecontroleerd op hondenverbod, de opruimplicht, het maximaal aantal honden per persoon, het achterlaten van (zwerf)afval en fietsen door het bos. Correctief optreden is helaas nodig om het bos voor alle bezoekers leefbaar te houden. De handhaver treedt de bezoekers als gastheer tegemoet. Er wordt geen actieve controle uitgevoerd op de opruimplicht. Dit is in de praktijk nauwelijks uitvoerbaar. Indien geconstateerd wordt dat hondenpoep op het pad niet wordt opgeruimd wordt hier wel tegen opgetreden. De gemeente en de Vrienden van Wandelbos Groenendaal faciliteren het opruimen door het gratis verstrekken van hondenpoepzakjes in het bos. Hier wordt gretig gebruik van gemaakt. 6.2 Cyclisch beheer Cyclisch beheer zijn de regelmatig terugkerende werkzaamheden. Dunning en esdoornbeheer wordt jaarlijks uitgevoerd, maar doordat dit gefaseerd (meerjaarlijks) wordt het gezien als cyclisch beheer. 6.2.1 Dunning Onder dunning wordt verstaan het verwijderen van individuele bomen uit een bosperceel. In een bos gaan bomen elkaar beconcurreren. Wanneer er niets gedaan wordt ontstaat er een donker, hoog opgeschoten, bos met nauwelijks ondergroei van struiken en kruiden. Om dit tegen te gaan, moet tijdig gedund worden. Hierdoor kunnen toekomstbomen meer ruimte krijgen en wordt een opener bos gecreëerd.
Bij de eenmalige maatregelen (§ 5.1.1) is beschreven dat er een achterstand is in dunning. Als de achterstand is ingehaald is dit weer onderdeel van het regulier beheer. De eerste stap van dunning is het aanwijzen van toekomstbomen. Toekomstbomen hebben een goed ontwikkelde stam en kroon en geen ernstige beschadigingen. Dit zijn de bomen die in de toekomst het bos moeten vormen. Er wordt gestuurd op variatie van inheemse/gebiedseigen boomsoorten. Als er een keuze gemaakt moet worden tussen twee inheemse bomen, wordt gekozen voor de meest vitale boom. De laanbomen zijn hierop een uitzondering. Deze worden altijd bevoordeeld boven andere bomen. Bomen in het naastgelegen bosvak die de groei van de laanbomen belemmeren worden verwijderd. Ook de huidige beeldbepalende en monumentale bomen blijven zo lang mogelijk behouden. Bomen met nesten van jaarrond beschermde vogels (zoals de Ransuil) of vleermuizen blijven ook gespaard. De toekomstbomen worden in een bosvak gemarkeerd. Hierna worden de bomen die een negatief effect hebben op de ontwikkeling van de toekomstbomen verwijderd. Er wordt ook gedund voor variatiestructuur. Hierbij wordt gestuurd inheemse soorten. Uitheemse soorten zullen door dunning steeds meer uit het bos verdwijnen. Zo ook de abelen langs de Herenweg.
Deze soort is in Nederland al lang in cultuur, maar vermoedelijk niet inheems en past niet bij de rest van de beplanting van Groenendaal. Gelijktijdig met de dunning kunnen kleine open plekken in bospercelen en langs de paden worden gemaakt. Het creëren van open plekken, licht en lucht in het bos is belangrijk voor de recreant. Bovendien zorgt dit voor kleinschalige variatie in ruimte in het bos voor natuurlijke ontwikkeling van ondergroei. Dit is interessant voor insecten en vogels. Op de open plekken langs de paden zal de zon tijdelijk een grotere rol spelen en invloed hebben op de beleving en natuurontwikkeling. De open plekken worden niet gemaaid; de ontwikkeling mag in principe ongestoord plaatsvinden. Als het bos erg transparant is kan de open plek langs de bosrand worden ingeplant met heesters. Deze nieuwe aanplant wordt de eerste jaren beschermd door het terrein tijdelijk af te zetten met een hekwerk, zodat betreding door recreanten en honden en begrazing wordt voorkomen. Wanneer de heesters groot en sterk genoeg zijn worden de hekken verwijderd.
43/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
Bescherming nieuw aanplant - natuurherstelgebied
Ieder bosvak wordt in principe eens in de 12 jaar gedund. De stakenfase (bomen die de hoogte inschieten met weinig onderste takken) wordt zo veel mogelijk voorkomen. Wanneer dit het geval is kan er vaker worden gedund, bijvoorbeeld eens in de 6 jaar. Hieronder wordt per bostype de wijze van dunning nader toegelicht. Op de kaart op de volgende pagina is de fasering van de werkzaamheden weergegeven. Ook de vakken die de afgelopen jaren zijn gedund zijn hierop aangegeven, Gemengd loofbos In een gemengd bos is het hoofddoel variatie in gelaagdheid en soorten. Hierbij staat ecologie voorop. Er wordt vooral hoogdunning uitgevoerd; dit is dunning van bomen die in de kroon gaan concurreren met de toekomst bomen. Er wordt gestuurd op inheemse en gebiedseigen beplanting. Hierbij zullen esdoorns en beuken benadeeld worden vanwege hun grote concurrentiekracht. De beuk is wel ecologisch waardevol en mag dan ook wel aanwezig zijn in een gemend bos, maar mag niet gaan overheersen. Dood hout blijft in principe liggen. Als grote bomen omvallen, worden deze niet weggehaald tenzij ze over een pad zijn gevallen. Van kleiner snoeihout worden takkenrillen gemaakt. Te veel takkenrillen en dood hout geeft echter een erg rommelig beeld. Wanneer de hoeveelheid snoeihout te groot is kan dit ook worden afgevoerd.
Grote stammen kunnen wellicht ook elders in het bod (langs wegen of parkeerplaats) worden gebruikt. Iedere 6 jaar is er extra aandacht voor de beplanting langs de randen van het bos. Hier wordt gestuurd op de ontwikkeling van een gevarieerde struiken- en kruidenlaag. Overheersende soorten en boomvormers worden verwijderd, waardoor er voldoende lichtinval is en er op natuurlijke wijze variatie in beplanting kan ontstaan. Dennenbos In het dennenbos wordt gestuurd op het behoud van de grove den. Daarnaast wordt gekeken naar de structuur en variatie. Beuken worden in principe verwijderd, wegens de hoge concurrentiekracht. Er wordt vanuit gegaan dat de soorten die vanzelf opkomen in een dennen vak het speciale milieu aankunnen. Meestal is het in een naaldbos wat zuurder dan in de omgeving. Dood hout blijft in principe liggen. Bij eventueel te veel aan dood hout wordt het op takkenrillen gelegd of kan het worden afgevoerd. Beukenbos In het beukenbos staat het behoud van de open ruimte onder de bomen voorop. Hierbij wordt gestuurd op de beeldbepalende bomen. Bij eventuele uitval van oude bomen wordt de open plek ingevuld met jonge beuken. Dood hout blijft hier niet liggen. Het dode hout wordt aan de rand van het beuken gelegd, waardoor de open ruimte in het bos behouden blijft.
Deze abelen zullen op den duur verdwijnen
44/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
Dunning
45/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
6.2.2 Esdoornbestrijding De gewone esdoorn is een boomsoort die veel schaduw geeft op de bodem, snel doorgroeit en een sterke concurrentiekracht heeft. Als er niks aan gedaan wordt ontstaat een vrij monotoon bos met bijna alleen nog esdoorns. Bij de eenmalige maatregelen (§ 5.1.2) is beschreven dat er een achterstand is in het verwijderen van esdoorns. Als de achterstand is ingehaald is dit weer onderdeel van het regulier beheer. Het is onmogelijk om alle esdoorns uit bos te verwijderen. Er zit altijd wel zaad in de bodem waardoor er nieuwe esdoorns opkomen. Op de onderstaande kaart is het bos verdeeld in zeven vlakken. Ieder vlak wordt eens in de zes jaar vrijgemaakt van de aanwezige esdoorns. Gelijktijdig wordt ook de Amerikaans vogelkers bestreden, aangezien deze exoot (ook wel bospest genoemd) een zeer sterke concurrentiekracht heeft en de inheemse beplanting verdringt en als er niet tegen wordt opgetreden. Esdoornbestrijding is een tijdrovende activiteit die wordt uitgevoerd door het eigen personeel. Grote esdoorns worden afgezaagd en afgevoerd. Deels worden hier takkenrillen van gemaakt. Vooral het verwijderen van kleine één en tweejarige esdoorns is lastig, omdat deze handmatig worden uitgetrokken of het hele bosvak wordt gemaaid met een bosmaaier. Dit is zeer arbeidsintensief. Vandaar dat de afgelopen jaren ook een achterstand is ontstaan in het esdoornbeheer.
Mogelijk dat gerichte begrazing door schapen een uitkomst kan bieden. Dit wordt in de volgende paragraaf beschreven.
46/55
BEHEERPLAN WANDELBOS GROENENDAAL 2015-2032
6.3 Nieuwe beheervoorstellen 6.3.1 Proef begrazing door schapen In het kader van een afstudeerproject is er door een student van Hogeschool Inholland, studie Landscape en environment management, een literatuurstudie gemaakt over begrazing. Dit begrazingonderzoek is toegevoegd in bijlage 4. De conclusie van het onderzoek luidt: Begrazing heeft een positief effect op biodiversiteit en variatie in een gebied. Hierdoor is het dus raadzaam om begrazing te hebben in een gebied. Hierbij kan de combinatie runderen en schapen een optimale omgeving creëren. Hierbij zullen de Schotse Hooglanders als algemene jaar rond begrazing gebruikt worden en schapen als gerichte begrazing op invasieve soorten zoals gewone esdoorn. Op dit moment zijn er 7 runderen in het bos aanwezig. Dit is voldoende. De Schotse Hooglanders zijn grazers. Ze eten vooral langer gras en kleinere kruiden en af en toe jonge twijgen van struiken. Begrazing met schapen kan een waardevolle aanvulling zijn voor Groenendaal voor de bestrijding van esdoornopslag. Schapen eten behalve gras ook graag jonge bomen en struiken. Na het verwijderen van de grotere esdoorns kan de jonge esdoornopslag worden bestreden door gerichte schapenbegrazing. Er is navraag gedaan bij collega’s in de gemeente Bloemendaal en de herder die hier werkzaam is. Zij geven aan dat de schapen op de meter gestuurd kunnen worden door de herdershonden.
De schapen zullen één of twee weken per jaar in het bos worden ingezet. Jonge inheemse beplanting kan worden gespaard door middel van spray van schapenuitwerpselen, aangebracht door de herder. Hierdoor zullen de schapen deze beplanting niet eten. De schapen eten daarnaast ook bramen en brandnetels. De proef met het schapenbeheer zal eerst beperkt blijven tot ca. 1 week, waarvan 2 dagen in het noordelijke deel. Het is het meest wenselijk om dan een deel tijdelijk af te sluiten voor honden, omdat de verwachting is dat een aanlijnplicht toch niet goed gaat werken. Afhankelijk van het resultaat van de proef worden de schapen structureel 1 of 2 keer per jaar voor een periode van ca. 1 week in het bos ingezet. De wijze van inzet wordt geëvalueerd met de gebruikers van het bos en samen wordt bepaald wat de inzet voor het volgend jaar wordt. Schapenbegrazing is een mooie ecologische aanvulling op het reguliere beheer. Daarnaast heeft een kudde schapen ook recreatieve en educatieve waarde.
Esdoornopslag
Begrazing door schapen (gemeente Bloemendaal)
6.3.2 Vaststellen gedragscode flora & fauna De Flora- en faunawet regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De wetgeving beschrijft nauwkeurig de beschermde status van de flora en fauna. Aangezien er in Groenendaal meerdere beschermde soorten voorkomen heeft deze wet ook invloed op werkzaamheden in het bos. De doelstelling van de wet is de bescherming en het behoud van de gunstige staat van instandhouding van in het wild levende planten- en diersoorten. Het uitgangspunt van de wet is 'nee, tenzij'. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van het verbod op schadelijke handelingen ('nee') kan onder voorwaarden ('tenzij') worden afgeweken, met een ontheffing of vrijstelling. Het verlenen hiervan is de bevoegdheid van het Ministerie van Economische Zaken. Dit is een inspannende procedure.