AP 22-04 Raadsinformatiebericht rapport duurzame toekomst Spaarne Werkt.pdf
Tekst van het document
20
Onder intern werk wordt verstaan het werk van mensen die een dienstbetrekking hebben bij het sociaal werkbedrijf en intern (binnen de muren van het bedrijf) werkzaamheden verrichten (zoals montage en verpakken). Werken op locatie betreft werk waarbij betrokkenen een dienstbetrekking hebben bij het sociaal werkbedrijf, maar waarbij het werk buiten de muren van het bedrijf plaatsvindt, zoals groen en schoonmaak. Bij detacheringen zijn mensen werkzaam bij derden op groepsbasis of op individuele basis. Begeleid werken houdt in dat betrokkenen een dienstbetrekking hebben bij derden. Spaarne Werkt betaalt in dat geval een loonkostensubsidie en biedt eventuele begeleiding. Het doel van de Participatiewet is om mensen zo regulier mogelijk aan de slag te krijgen. Dat betekent dat een werksoort die in de grafiek meer naar rechts ligt, uitgaand van één werknemer, hoger gewaardeerd wordt dan een werksoort die in de grafiek meer naar links ligt. Uit de grafiek blijkt dat er relatief veel Wsw’ers aan de slag zijn op een interne werksoort (in- en ompak, post en grafisch, technische fabricage (fietsdepot en techniek) en winkel/restaurant) en er zijn veel Wsw’ers bij reguliere werkgevers aan de slag via een individuele detachering.
Aan de andere kant zijn er relatief weinig personen aan de slag via een groepsdetachering, waar met name de werksoort ‘parkeerbeheer & fietswerk’ onder valt - en de werksoort ‘begeleid werken’.
3.3.2
Beschut werk
Voor wat betreft de nieuwe doelgroep werd in het MJK voor 2022 uitgegaan van 87 personen en in 2026 van 153 personen op een beschutte werkplek. De realisatie in 2022 was gelijk aan 95 personen. Mede op basis van de huidige volume-ontwikkeling is de verwachting in de begroting van Spaarne Werkt dat het aantal oploopt naar 136 in 2026. Voorts heeft Spaarne Werkt enkele personen (circa 4 fte) vanuit de doelgroep van de Participatiewet met een loonkostensubsidie in dienst op een vorm van beschut werk, zonder dat zij een indicatie beschut hebben.
21
3.3.3
Begeleiding bij reguliere werkgevers
Verder worden er door Spaarne Werkt 65 personen met verminderde loonwaarde door een jobcoach begeleid bij reguliere werkgevers. In het MJK staat wel het aantal personen vermeld dat vanuit het doelgroepregister aan de slag is gegaan. Deze doelgroep is breder dan de doelgroep van de Participatiewet. Daar zitten ook mensen in die vallen onder de doelgroep van de Wajong. Het aantal personen dat begeleiding nodig heeft om te kunnen werken, zal de komende jaren steeds verder toenemen. De kerndoelstelling van de Participatiewet is dat mensen zo regulier mogelijk aan de slag zijn. Voor de mensen die daar zelfstandig niet toe in staat zijn, kan dat bereikt worden door de inzet van loonkostensubsidies en door het bieden van begeleiding/jobcoaching bij mensen die zoveel mogelijk bij reguliere werkgevers aan de slag zijn. Dat is een belangrijk verschil met de Wsw, waarbij mensen met een beperking veelal in dienst kwamen bij het sw-bedrijf en binnen het bedrijf of via een detachering elders aan de slag gingen.
3.3.4
Re-integratietrajecten
Het totaal aantal mensen in een ondersteuningstraject gedurende een jaar bestaat uit het aantal nieuwe aanmeldingen (nieuwe instroom) plus het aantal mensen in een lopend traject in het begin van het jaar (stand op 1 januari van het betreffende jaar). In het MJK werd uitgegaan van een gemiddelde bezetting op de trajecten van 407 personen per jaar. De realisatie is gemiddeld 270 personen per jaar. De realisatie blijft dus sterk achter bij de aantallen waarvan werd uitgegaan in het MJK8. Uit de gesprekken met de gemeenten blijkt dat de klantmanagers inschatten dat er te weinig mensen zijn met een bijstandsuitkering waarvoor de trajecten van Spaarne Werkt passend zijn. Hiervoor gaven wij echter al aan dat het door de krapte op de arbeidsmarkt voor de hand ligt dat de klassieke instroom in de bijstand en daarmee het bijstandsvolume is afgenomen. Aan de andere kant is er een steeds grotere nieuwe doelgroep, is circa 50% van de mensen in het doelgroepregister nog niet aan de slag en is het aantal LKS in Zuid-Kennemerland aan de lage kant. De klantmanagers en consulenten van de gemeenten kunnen bij aanmelding bij Spaarne Werkt vermoedens van verminder de loonwaarde vermelden. Spaarne Werkt kan ook aangeven dat het een verminderde loonwaarde verwacht dus de DGR route inzetten.
De samenwerking tussen klantmanagers en arbeidscoaches van Spaarne Werkt kan verder worden versterkt, met name bij het zoeken en vinden van kandidaten en bij de diagnosestelling. Ondanks de lage instroom in de bijstand, staan er nog steeds mensen aan de kant. Doel was dat per jaar 45% tot 60% van de beëindigde trajecten uitstroomt naar werk. In totaal zijn er 336 trajecten beëindigd. Daarvan gingen 194 personen duurzaam aan het werk9. Dat is 58% van het totaal aantal mensen waarvan het traject in 2022 is beëindigd. De doelstelling is in 2022 gehaald. De verdeling naar de verschillende soorten werk (aantallen en aandeel in de totale uitstroom naar werk) staat weergegeven in het volgende diagram.
In het MJK werd uitgegaan van structureel 950 trajecten per jaar. In 2022 zaten er op 1 januari 279 personen op traject. De instroom was 317. Het totaal aantal mensen op traject bedroeg dus 596. Wij kijken naar de gemiddelde bezetting op de trajecten per jaar, waarbij we naast het aantal personen dat per jaar op een traject zit ook kijken naar de gemiddelde trajectduur. Op die manier zijn de realisatiecijfers beter vergelijkbaar met de cijfers in het MJK. 9 Er is sprake van een duurzame plaatsing naar werk als mensen inkomsten hebben uit werk voor minimaal drie maanden voor ten minste vijftien uur per week (bron: MJK). 8
22
Figuur 1. Verdeling naar de verschillende soorten werk (aantallen en aandeel in de totale uitstroom naar werk)
Een deel van de mensen slaagt er niet in om naar werk door en uit te stromen. Er is sprake van een sluitende aanpak, waarbij het streven is om iedereen die het zelf niet redt in beweging te houden. Spaarne Werkt zoekt dan in overleg met de klantmanager van de gemeente naar wat op dit moment wél mogelijk is voor de kandidaat. Dat kan een traject zijn bij een andere partner in de stad of bijvoorbeeld vrijwilligerswerk.
3.4
Benchmark financiën
We hebben een benchmark uitgevoerd op de belangrijkste financiële kengetallen van Spaarne Werkt. Eerst voerden we een benchmark uit op het totaal-niveau van Spaarne Werkt. Vervolgens zijn we specifiek op de verschillende werksoorten in gegaan. Tot slot voerden we een benchmark uit op de kosten van de overhead.
3.4.1
Totaalniveau
De benchmark op totaalniveau ziet er als volgt uit. 1 Wsw 1a Wv beïnvloedbaar 1b Wv niet-beïnvloedbaar 2 Beschut werk 2a Wv beïnvloedbaar 2b Wv niet-beïnvloedbaar 3 LKS in dienst bij SW (LKS-bij) 3a Wv beïnvloedbaar 3b Wv niet-beïnvloedbaar 4 Begeleiding garantiebanen (LKS-via) 5a Re-integratie (realisatie) 5b Re-integratie (MJK)
23
Aantal 568 fte
62 fte
4 fte
65 personen 270 plekken 407 plekken
Spaarne Werkt -€ 33.163 € 724 -€ 32.439 -€ 24.919 -€ 1.738 -€ 23.181 -€ 26.015 € 1.653 -€ 27.668 -€ 4.300 -€ 9.674 -€ 6.418
Benchmark -€ 32.839 € 400 -€ 32.439 -€ 25.862 -€ 2.681 -€ 23.181 -€ 25.968 € 1.700 -€ 27.668 -€ 4.300 -€ 5.637 -€ 5.637
Norm SZW -€ 31.681 ---€ 22.687 -€ 87 -€ 22.600 ----€ 4.600 ---
Toelichting: •
Wsw: in totaal zijn er 568 fte Wsw’ers aan de slag bij Spaarne Werkt. De totale kosten bedragen in 2022 € 33.163,- per fte. In de benchmark bedragen deze kosten € 32.839,-. Dat ligt in de buurt van het bedrag bij Spaarne Werkt. Als de ‘norm’ van het ministerie van SZW hanteren we het bedrag dat per Wsw’er in de rijksbijdrage is opgenomen. Dat bedrag is gelijk aan € 31.681,-. De komende jaren gaat dat bedrag (in prijzen van vandaag) door de gehanteerde financieringssystematiek van het ministerie van SZW, hoogstwaarschijnlijk omhoog. Nu ligt de rijksbijdrage nog onder de werkelijke kosten. In de komende jaren wordt de rijksbijdrage hoger dan de werkelijke kosten. –
Waarvan beïnvloedbaar: het operationeel resultaat is de zogenoemde knop waar gemeenten aan kunnen draaien. Het betreft het saldo van bedrijfskosten (kosten anders dan de Wswloonkosten) en de bedrijfsopbrengsten (netto toegevoegde waarde). Doel is om een zo positief mogelijk saldo te realiseren. Het operationeel resultaat van Spaarne Werkt ligt (iets) hoger dan het landelijk gemiddelde. Het ministerie van SZW hanteert hiervoor geen normen. Het ministerie verstrekt een budget waarvan de gemeenten alle kosten van de Wsw moeten betalen.
–
Waarvan niet-beïnvloedbaar: Het niet (of beter: nauwelijks) beïnvloedbare deel van de kosten betreft de loonkosten van de Wsw. De loonkosten worden vooral beïnvloed door de landelijk afgesloten cao.
•
Beschut werk: de kosten voor een beschutte werkplek worden bepaald door de loonkosten van mensen op een beschutte werkplek, de bedrijfskosten gesaldeerd met de bedrijfsopbrengsten. De kosten liggen op een lager niveau dan in de benchmark, maar zijn hoger dan de kosten waar het ministerie van SZW vanuit gaat. –
Waarvan beïnvloedbaar: het operationeel resultaat is (conform verwachting) negatief, maar minder negatief dan landelijk gemiddeld. Het ministerie van SZW gaat er de facto van uit dat het operationeel resultaat per beschutte werkplek rond de nul is. Dat betekent dat de bedrijfsopbrengsten (NTW) en de bedrijfskosten aan elkaar gelijk zijn. Het ministerie gaat ervan uit dat gemeenten erin slagen dat voor de groep van beschut werk min of meer eenzelfde operationeel resultaat bereikt wordt als voor de huidige Wsw. De praktijk is dat dat niet lukt. De groep nieuw beschut heeft een lagere feitelijke loonwaarde dan de groep Wsw’ers. Daarnaast zien we in de praktijk dat de berekende loonwaarde van mensen op een beschutte werkplek lager is dan de werkelijke loonwaarde. Een en ander is bij het ministerie bekend. Daarom wordt er per 2024 extra geld beschikbaar gesteld in het rijksbudget. In de voorgaande tabel is daar reeds rekening mee gehouden.
–
Waarvan niet-beïnvloedbaar: de loonkosten zijn niet (naar beneden) beïnvloedbaar. Deze worden vooral bepaald door de cao ‘Aan de Slag’. Het ministerie van SZW gaat er in de financiering vanuit dat gemeenten het minimumloon betalen aan mensen op een beschutte werkplek.
•
LKS in dienst bij Spaarne Werkt (LKS-bij): Spaarne Werkt heeft een beperkt aantal mensen in dienst met een beperkte loonwaarde, anders dan de doelgroep ‘beschut’ en de doelgroep ‘Wsw’. De kosten zijn (iets) hoger dan de kosten in de benchmark. Het ministerie van SZW hanteert voor deze groep geen normen. De kosten zijn eveneens hoger dan de gemiddelde (netto) kosten van de doelgroep ‘beschut’. Dat komt doordat het operationeel resultaat van deze beperkte groep lager is dan het operationeel resultaat van de groep beschut.
•
Waarvan beïnvloedbaar: het operationeel resultaat van deze groep is bij Spaarne Werkt € 1.653,- per fte. Landelijk is het operationeel resultaat € 1.700,- per fte.
•
Waarvan niet-beïnvloedbaar: de loonkosten zijn afhankelijk van de cao Aan de Slag. Deze komen overeen met de loonkosten bij andere werkbedrijven.
24
•
Begeleiding garantiebanen (LKS-via): mensen met een beperking die bij reguliere werkgevers aan de slag zijn, kunnen worden begeleid door een jobcoach. In 2022 worden bij Spaarne Werkt 65 personen begeleid door een jobcoach. De kosten komen overeen met de landelijke kosten. Deze liggen lager dan het bedrag waarvan het ministerie van SZW uitgaat.
•
Re-integratie (realisatie): in 2022 waren er steeds circa 270 personen die gebruik maakten van een re-integratietraject. Dat aantal is lager dan het aantal waarmee in het MJK rekening werd gehouden (407)10. De organisatie van Spaarne Werkt is ingericht op het aantal dat is afgesproken in het MJK. Dat leidt ertoe dat de kosten per re-integratieplek € 9.674,- per jaar bedragen en daarmee fors hoger liggen dan het bedrag van de benchmark (landelijk budget voor re-integratie gedeeld door het aantal personen met een of meerdere reintegratievoorzieningen, zoals gepubliceerd op CBS Statline). In de praktijk leidt dat ertoe dat sprake is van overcapaciteit ten opzichte van de capaciteit waarvan is uitgegaan bij het opstellen van het MJK. Spaarne Werkt geeft aan dat als het aantal re-integratietrajecten omhoog gaat naar MJK-niveau, dat zonder verlies van kwaliteit kan worden opgevangen binnen de huidige capaciteit.
•
Re-integratie (MJK): de kosten per re-integratieplek in het MJK zijn lager dan de werkelijke kosten. Uitgaand van het aantal re-integratieplekken in het MJK en de gerealiseerde kosten in 2022, zijn de kosten per plek circa € 900,- per jaar hoger dan de kosten vermeld in de benchmark.
Voor wat betreft de (netto) kosten van de Wsw en beschut werk, presteert Spaarne Werkt beter dan landelijk. De kosten voor LKS-bij liggen boven het gemiddelde. Daarbij merken we op dat het gaat om een beperkt aantal personen, waardoor de bruikbaarheid van dat cijfer beperkt is. De kosten voor re-integratie zijn fors hoger dan gemiddeld. De verklaring daarvoor is vooral dat de organisatie op basis van het MJK rekening houdt met grotere aantallen dan er worden gerealiseerd. De zoektocht is hoe de beste prestaties tegen zo laag mogelijke kosten gerealiseerd kunnen worden. Ons advies is om niet sec te focussen op de hoogte van de kosten. Het gaat feitelijk om een momentopname c.q. een vertrekpunt. Kostentargets zouden moeten worden geformuleerd in combinatie met de langere termijnkeuze en de dynamische omgeving waarin Spaarne Werkt zich bevindt. De bedragen in de tabel zijn zowel bij Spaarne Werkt als in de benchmark aan verandering onderhevig.
3.4.2
Uitvoering benchmark aan de hand van de afzonderlijke werksoorten
Het volgende diagram toont de benchmark van het operationeel resultaat per fte binnen de afzonderlijke werksoorten van Spaarne Werkt. Zoals hiervoor aangegeven is het operationeel resultaat gelijk aan de bedrijfsopbrengsten (netto toegevoegde waarde) minus de bedrijfskosten, exclusief de loonkosten van de doelgroep met een beperking.
Deze aantallen betreffen het gemiddeld aantal personen dat telkens cq op een bepaald moment participeert in een traject. Feitelijk gaat het om de gemiddelde bezetting van de beschikbare plekken. In deze variabele is zowel de maandelijkse instroom als de gemiddelde duur van de trajecten verwerkt. Op deze manier kunnen de variabelen goed met elkaar kunnen worden vergeleken. 10
25
Toelichting •
De werksoorten ‘beschut’, ‘kringloop & textiel’, ‘parkeerbeheer en ‘fietswerk’, ‘groen én begeleid werken’ scoren goed en liggen ten opzichte van de referentiegroep bijna één standaarddeviatie boven het gemiddelde. ‘Beschut’, ‘kringloop & textiel’, ‘parkeerbeheer en fietswerk’ realiseren hun goede prestaties door een hoge toegevoegde waarde. Groen presteert vooral goed vanwege de relatief lage kosten.
•
‘Individuele detachering’ wijkt meer dan één standaarddeviatie naar beneden af. Verder liggen ook ‘techniek’ en ‘schoonmaak’ beneden het referentiegemiddelde. ‘Schoonmaak’ en ‘techniek’ hebben een lage toegevoegde waarde. Daarnaast is bij ‘schoonmaak’ tevens sprake van relatief hoge kosten.
•
Tot slot liggen ‘grafisch’ en ‘post’ op het referentiegemiddelde.
•
De exploitatiekosten van het Fietsdepot worden gedekt door de gemeente en komen daarom op 0 uit.
Onze conclusie is dat het operationeel resultaat per fte van ‘detacheren’, ’schoonmaak’ en ’techniek’ relatief laag is ten opzichte van de benchmark en dat het operationeel resultaat van ‘beschut, 'kringloop & textiel’, ‘parkeerbeheer en fietswerk’ en 'groen’ relatief hoog is ten opzichte van de benchmark. De volgende grafiek brengt het totale operationeel resultaat (dus niet per fte) per werksoort in beeld. Deze grafiek is belangrijk, omdat het een indicatie geeft wat de impact is van veranderingen in het operationeel resultaat op werksoortniveau.
26
We zien bijvoorbeeld dat het totale operationeel resultaat van ’schoonmaak’ beperkt is. Dat betekent dat als Spaarne Werkt erin slaagt om het operationeel resultaat van ’schoonmaak’ te verbeteren, de impact op het totale operationeel resultaat (en daarmee het bedrijfsresultaat) beperkt is. Aan de andere kant blijkt uit de voorgaande grafiek dat het aandeel in het totale operationeel resultaat van ’techniek’ groot is. Dat betekent dat als Spaarne Werkt erin slaagt om het operationeel resultaat van ’techniek’ te verbeteren, de impact op het totale resultaat van de organisatie relatief groot is.
3.5 3.5.1
Overhead Benchmark
Het volgende diagram toont de overheadformatie als percentage van de totale formatie en vergelijkt deze voor Spaarne Werkt met de benchmark klassieke sw-bedrijven. Daarbij zijn de fte’s vanuit die doelgroep die op een overheadsafdeling werken voor 50% meegerekend.
27
De totale indirecte overhead komt uit op 3,3% en ligt onder het benchmarkgemiddelde van 3,6% voor sw-bedrijven.
3.6
Succesvolle verandering
Hiervoor gingen we in op de noodzakelijke transitie die voormalige sw-bedrijven moeten doormaken met het oog op de Participatiewet. Deze noodzakelijke transitie gaat over de gevolgen van de gestage afbouw van medewerkers Wsw en daartegenover een stijging van nieuwe doelgroepen, met name ‘beschut nieuw’ en de doelgroep met loonkostensubsidie (begeleiding regulier). Om deze (noodzakelijke) veranderingen goed te kunnen doorvoeren, moet aan een aantal kritische succesfactoren worden voldaan. Volgens ons moet tenminste aan de volgende voorwaarden worden voldaan: •
Competent management: aan de basis van duurzame veranderingen ligt een geëquipeerd, competent management dat systemen overziet en in staat is om de organisatie te benaderen als één geheel. Zo kunnen de processen worden overzien en aangestuurd.
•
People management: dan is het van belang dat niet alleen bij de directie en het bestuur, maar ook bij de or en alle betrokken medewerkers een duidelijke ‘sense of urgency’ wordt gevoeld. Met andere woorden om duurzame verandering te bewerkstelligen moeten medewerkers binnen de organisatie goed de noodzaak van verandering begrijpen, zodat zij bereidwillig zijn om de dingen anders aan te pakken. Hiervoor is een relatie-georiënteerde managementstijl van belang.
•
Politieke belangen: bij veranderingen spelen verschillende belangen een rol. Dat kan leiden tot conflicten. Dat kan worden voorkomen door tegenstanders te betrekken en hun belangen serieus te nemen om hun committent te verkrijgen.
28
•
Veranderplan: vervolgens is een gedeelde visie en strakke planvorming met tussentijdse resultaatmetingen nodig om te zorgen dat de organisatie van situatie A naar B kan worden gebracht. Hierbij is het van belang dat deze visie ook wordt gedragen binnen de hele organisatie en dat eventueel andere overtuigingen van medewerkers bespreekbaar worden gemaakt.
•
Organisatiestructuur: bij het veranderplan hoort een goed georganiseerde structuur. Bij voorkeur wordt de organisatie niet centraal, maar decentraal aangestuurd wat de motivatie van medewerkers verhoogt.
•
Organisatiecultuur: tijdens de verandering is het van belang dat er een positieve cultuur in het bedrijf heerst, waarbij goed teamwork en een proactieve houding van medewerkers om te blijven leren wordt aangemoedigd.
•
Leiderschap: er dient een duidelijke aangewezen projectleider op directieniveau te zijn die verantwoordelijk is voor de verandering.
Eerst moeten duidelijke keuzes worden gemaakt over de omvang en inrichting van het ondersteuningsaanbod van Spaarne Werkt (de scenarioanalyse hierna biedt daarvoor een basis). Wat wordt de strategische koers? Dat vraagt om een zorgvuldig besluitvormingstraject van gemeenten en Spaarne Werkt. Het Berenschot Ruitmodel kan houvast bieden voor het proces van besluitvorming, implementatie, uitvoering, monitoring en sturing. Gemeenten en Spaarne Werkt zijn verantwoordelijk voor het meenemen van de verschillende stakeholders. Zodra plannen zijn gemaakt moeten deze worden geïmplementeerd en uitgevoerd en op basis van doelstellingen, mijlpalen en ijkpunten vervolgens worden gemonitord en worden bijgestuurd waar nodig. Dat is een gezamenlijk proces van gemeenten en Spaarne Werkt dat verder vorm moet worden gegeven.
3.7
Sterke punten en verbeterpunten
Op basis van voorgaande analyse komen we tot een aantal sterke en verbeterpunten.
3.7.1 •
Sterke punten
Spaarne Werkt heeft de werkinfrastructuur goed op orde. En heeft een relatief breed en gevarieerd aanbod beschikbaar voor de doelgroep.
•
Het operationeel resultaat van het onderdeel Wsw van Spaarne Werkt ligt (iets) boven de benchmark.
•
Het aantal mensen dat duurzaam aan de slag wordt geholpen, ligt boven het niveau van de benchmark.
•
Er worden relatief veel mensen met een indicatie beschut werk aan de slag geholpen.
•
Spaarne werkt wordt gezien als een veilige thuishaven en er is veel goodwill voor Spaarne Werkt.
•
Voor de Wsw, beschut werk en re-integratietrajecten zijn duidelijke afspraken gemaakt over de omvang en de inhoud van de taken van Spaarne Werkt. Ook de verhouding tot de gemeenten is duidelijk. Afgesproken is dat Spaarne Werkt toe moet bewegen naar een flexibele en wendbare organisatie, die goed kan inspelen op veranderende omstandigheden.
•
Er zijn stappen gezet met het voornemen uit het MJK om garantiebanen bij het Participatiebedrijf in te zetten als instrument. Kandidaten werken daarbij voor een periode van maximaal twee keer zes maanden onder begeleiding van een jobcoach bij het Participatiebedrijf en worden klaargestoomd voor een plaatsing bij een reguliere werkgever. Er wordt actief gewerkt aan het steeds verder verbeteren van de samenwerking tussen de afdelingen Werk en Inkomen en Spaarne Werkt, gericht op een optimale ondersteuning van kandidaten.
29
3.7.2 •
Verbeterpunten
Er ontbreekt een gemeenschappelijk beeld (gemeenten, bestuur, Spaarne Werkt) c.q. er is onduidelijkheid over wat moet worden verstaan onder een flexibele en wendbare organisatie en in het bijzonder wat daarvan de betekenis is voor het toekomstige dienstverleningspakket van Spaarne Werkt en de verschillende werksoorten. Het besef dat de organisatie moet veranderen en moet meebewegen met de eisen van de Participatiewet en de veranderende omvang en samenstelling van de doelgroep moet nog breed indalen.
•
De rol en positie van Spaarne Werkt ten aanzien van de doelgroep van de garantiebanen is nu nog niet duidelijk. Er zijn na de afronding van de pilot forfaitaire LKS afspraken gemaakt dat mensen uit de groep anders dan beschut, die het nog niet lukt om bij reguliere werkgevers aan de slag te komen aan de slag geholpen kunnen worden, waarvan de financiering plaatsvindt vanuit de middelen die voor re-integratie beschikbaar zijn gesteld. Onduidelijk is om hoeveel mensen in de groep anders dan beschut, die het nog niet lukt om bij reguliere werkgevers aan de slag te komen, het gaat (er wordt nu uitgegaan van honderd), wat het mag kosten en wat dat betekent voor de afspraken die in het MJK over re-integratie zijn gemaakt.
•
Ondanks het beeld van een veilige thuishaven en de goodwill die Spaarne Werkt heeft, is ook sprake van een imago-vraagstuk. Verschillende kandidaten voelen zich ondergewaardeerd als wordt voorgesteld om ze door te verwijzen naar Spaarne Werkt. Bovendien geven de gemeenten aan dat kandidaten de locatie als probleem ervaren.
•
De lage instroom in trajecten kan enerzijds worden verklaard door de krappe arbeidsmarkt. Anderzijds is er nog een groep voormalig Wajong e/o Wsw, zonder indicatie beschut, die het nog niet lukt om bij reguliere werkgevers aan de slag te komen. Deze groep komt nu nauwelijks of niet aan de slag, maar is geholpen met een (tijdelijke) dienstbetrekking bij Spaarne Werkt, totdat uitstroom naar regulier werk wel mogelijk is. Op deze manier kunnen meer mensen dan nu aan de slag geholpen worden.
•
Het aantal personen op de re-integratietrajecten blijft achter bij de verwachtingen. Er is sprake van overcapaciteit, waardoor de uitgaven per traject hoger zijn dan de landelijk gemiddelde kosten en het bedrag waarvan is uitgegaan bij de vaststelling van het MJK. De aantallen – door de instroom te verhogen - en de beschikbare middelen – door te herprioriteren - kunnen beter met elkaar in overeenstemming worden gebracht.
3.8
Conclusies
Op basis van onze analyse trekken we de volgende conclusies: •
Het aantal bijstandsgerechtigden is in vergelijking met de referentiegemeenten relatief laag.
•
De Spaarne Werkt-gemeenten hebben een relatief laag aantal mensen aan de slag met een loonkostensubsidie, maar het verschil met het landelijk gemiddelde wordt steeds kleiner.
•
Het aantal mensen op een beschutte werkplek is relatief hoog.
•
Het aantal Wsw’ers en het aantal mensen op een beschutte werkplek is conform de verwachte aantallen in het MJK. Het aantal trajecten blijft achter bij de aantallen in het MJK.
•
Het operationeel resultaat van Spaarne Werkt (saldo van bedrijfskosten en bedrijfsopbrengsten) ligt op een hoger niveau dan gemiddeld. In financieel opzicht presteert Spaarne Werkt dus goed.
•
De kosten van de re-integratie zijn relatief hoog. De belangrijkste verklaring daarvoor is dat de organisatie conform het MJK is ingericht op 407 trajecten per jaar, maar dat het aantal doorverwijzingen achterblijft waardoor het gerealiseerde aantal trajecten gelijk is aan 270.
•
Spaarne Werkt heeft een breed en divers aanbod van werksoorten. In financieel opzicht presteert een aantal werksoorten goed. Andere werksoorten presteren onder het niveau van de benchmark.
30
•
In de uitvoeringspraktijk zijn er nog meer mogelijkheden om gezamenlijk kandidaten te vinden, onder andere door gezamenlijk op zoek te gaan naar kandidaten en mensen sneller door te verwijzen naar Spaarne Werkt en gezamenlijk te kijken naar wat de mogelijkheden zijn van mensen.
•
Er is geen gedeeld beeld van hoe Spaarne Werkt er in de toekomst uit moet zien en wat dat betekent voor de verschillende werksoorten. Ook is de rol en positie van Spaarne Werkt ten aanzien van kandidaten met een arbeidsbeperking die in aanmerking komen voor een garantiebaan nog niet volledig duidelijk. Dat vraagt om een duidelijke, meer principiële keuze van het bestuur.
31
HOOFDSTUK 4
SCENARIO’S VOOR DE TOEKOMST De Participatiewet gaat gepaard met een geleidelijke verandering van de omvang en samenstelling van de doelgroep. Het beleid en de uitvoering moeten daarop worden afgestemd. Gemeenten moeten daarom strategische keuzes maken. De vraag is welke rol en positie het voormalige sw-bedrijf heeft in de toekomst. Er zijn verschillende scenario’s mogelijk. Het in beeld brengen van de scenario’s kan gemeenten helpen bij het maken van keuzes.
4.1
Uitgangspunten
Voor de verschillende scenario’s hanteren we de volgende uitgangspunten: •
De huidige omstandigheden maken het noodzakelijk dat er een duidelijk en gedeeld perspectief komt voor Spaarne Werkt.
•
In alle scenario’s worden meer mensen bij reguliere werkgevers aan de slag geholpen. Dat leidt tot aanpassing van de fysieke infrastructuur van Spaarne Werkt.
•
De huidige inrichting en positionering en de gemeentelijke verhoudingen veranderen niet.
•
Spaarne Werkt opereert in een netwerk van: aanbieders van ondersteuning aan mensen die zich moeilijk kunnen redden in de samenleving, zorginstellingen, afdelingen werk en inkomen, andere partners van de afdelingen werk en inkomen en de wijkaanpak binnen gemeenten.
•
Spaarne Werkt en de afdelingen W&I van de gemeenten werken samen op basis van partnerschap en spannen zich gezamenlijk in bij het realiseren van de doelstellingen.
•
De aantallen en bedragen werken we uit voor het totaal van Spaarne Werkt.
•
De afgesproken taakstelling waarbij de begroting van 2024 teruggaat naar het kostenniveau van 202211 wordt in alle scenario’s gerealiseerd.
Hierbij gaat het om de taakstelling personeelskosten niet-regeling gebonden (NRG) personeel. Deze taakstelling is opgelegd nadat bij de ontwerpbegroting 2024 het tekort te ver was opgelopen door de toename van de personeelskosten NRG. Het doel van de taakstelling is om de personeelskosten met € 1,4 miljoen terug te brengen. Deze taakstelling is in de begroting 2024 financieel verwerkt en daarna is de begroting 2024 goedgekeurd. De taakstelling om het aantal fte terug te brengen blijft staan. 11
32
4.2
Scenario 0. Huidige situatie
Scenario 0 beschrijft de huidige meerjarige situatie. Het beschrijft de ontwikkeling van het aantal kandidaten waarvoor Spaarne Werkt jaarlijks verantwoordelijk is conform de huidige meerjarenramingen in de begroting van Spaarne Werkt. Het beschrijft tevens de huidige, meerjarige kostenraming in de begroting van Spaarne Werkt. Dit scenario laat ook (nogmaals) duidelijk zien welke uitdagingen Spaarne Werkt in de toekomst tegenkomt als er niets zal veranderen. Dit scenario onderschrijft dus ook de noodzaak voor verandering.
4.2.1
Aantallen
De ontwikkeling van de aantallen staat in de volgende grafiek. Let op dat de laatste kolom de aantallen aangeeft in de structurele situatie (ongeveer vanaf 2048). Er zit dus twintig jaar verschil tussen de laatste en een na laatste kolom.
Toelichting: •
LKS-regulier: aantal personen dat door Spaarne Werkt wordt begeleid bij reguliere werkgevers. Het aantal wordt elk jaar groter, doordat steeds meer mensen met een arbeidsbeperking een beroep doen op ondersteuning. Mede op basis van de huidige aantallen gaan we ervan uit dat deze groep in de structurele situatie even groot is als het aantal beschutte werkplekken.
•
Fte LKS DB12: aantal fte met een arbeidsbeperking, zonder indicatie ‘beschut’, dat een dienstbetrekking heeft bij Spaarne Werkt. Momenteel is de groep nog klein en groeit beperkt. 13
•
Fte NBW: betreft het aantal fte op een nieuw beschutte werkplek. Deze groep zal in de komende jaren in omvang toenemen. We gaan ervan uit dat het aantal in de structurele situatie gelijk is aan de verwachte taakstelling.
•
Fte Wsw: de omvang van deze groep neemt jaarlijks af naar nul in de structurele situatie.
In het MJK wordt deze groep aangeduid als de doelgroep van de banenafspraak. De doelgroep van de banenafspraak staat of kan worden ingeschreven in het doelgroepregister. Wij gebruiken de term doelgroep banenafspraak bij voorkeur niet, omdat het de suggestie kan wekken dat mensen eerst een inschrijving moeten hebben in het doelgroepregister voordat zij geholpen worden met een baan. Het risico bestaat dan dat mensen die (nog) niet staan ingeschreven in het doelgroepregister buiten beeld blijven en niet de hulp krijgen die ze nodig hebben. 13 . Het jaarlijkse aantal is klein. Daardoor is het aantal nauwelijks zichtbaar in de grafiek. De sw gaat in de meerjarenbegroting nu nog uit van een beperkt aantal. Nadere afspraken zijn nodig om meer inzicht te krijgen in de aantallen en de verwachte kosten. 12
33
•
Trajecten: betreft het aantal jaarlijkse plekken voor re-integratie. In 2022 ging het om 270 plekken14. We gaan er in scenario nul van uit dat dat aantal jaarlijks gelijk blijft. Eerder zagen we al dat het aantal mensen met een traject achterblijft bij het verwachte aantal in het MJK. In het MJK werd uitgegaan van structureel 403 trajecten per jaar.
We zien nu dus een situatie waarbij de organisatie is ingericht op basis van een groter aantal trajecten dan nu wordt gerealiseerd. Het benodigde aantal werkplekken (voor met name Wsw’ers en beschut) wordt elk jaar minder. Er zullen jaarlijks wel steeds meer mensen begeleid worden bij reguliere werkgevers. We merken daarbij op dat er geen plan is voor hoe enerzijds de krimp van het aantal mensen dat intern aan de slag is en de groei van het aantal mensen met begeleiding wordt gerealiseerd. Wat zijn de gevolgen voor de werksoorten? Worden alle werksoorten kleiner? Of krimpt de ene werksoort meer dan de andere werksoort? Of komen er misschien wel werksoorten bij, terwijl andere worden opgeheven?
4.2.2
Kosten
De totale kostenraming voor de programma’s Werk en Re-integratie bij Spaarne Werkt ziet er als volgt uit.15 x €1.000,Scenario 0.0
2022 22.355
2023 25.132
2024 23.042
2025 22.337
2026 20.657
2027 19.668
Voor 2022 presenteren we de gerealiseerde kosten van de programma’s Werk en Re-integratie. Voor 2023 presenteren we de begrote kosten. Voor de jaren daarna presenteren we de in de meerjarenbegroting van Spaarne Werkt opgenomen kosten op basis van de prijzen van 2023. In 2023 gaan de kosten sterk omhoog. In 2024 gaan deze sterk omlaag. Dat heeft te maken met de extra toegezegde middelen voor 2023 en de financiële taakstelling die vanaf 2024 is doorgevoerd. De financiële taakstelling is in de huidige meerjarenbegroting van Spaarne Werkt verwerkt. Voor het realiseren van de taakstelling is de formatie van staf- en leidinggevend personeel bevroren. Inhuur en in het bijzonder formatie van werksoorten waar Spaarne Werkt regulier personeel voor inhuurt wordt teruggedrongen. Verdere besparingsmogelijkheden worden onderzocht.
4.2.3
Gelijke kostprijzen
De vraag is of gemeenten in de huidige begroting per voorziening meerjarig min of meer dezelfde prijs betalen. We gingen na hoe het financieel beeld eruit ziet als voor de verschillende voorzieningen elk jaar een gelijke kostprijs wordt gehanteerd (afgezien van inflatie en exogene factoren, zoals het verdwijnen van de LIV). In die situatie blijft het operationeel resultaat van beschut werk elk jaar gelijk en de kosten van één re-integratietraject zijn in de structurele situatie gelijk aan de huidige kosten van re-integratie. Gegeven de afspraken die door het bestuur zijn gemaakt, beschouwen we 2023 als uitzonderlijk jaar. De kostprijzen die wij hantern in de jaren 2024 zijn gelijk aan de kostprijzen in 2022 met een opslag voor inflatie. Daarnaast houden we apart rekening met de kosten van de krimp van de fysieke infrastructuur. Eerder onderzoek van Cedris liet zien dat bij krimp rekening moet worden gehouden met circa € 32.000,- per werkplek waarmee de organisatie kleiner wordt.
Let op dat het bij het aantal plekken niet gaat om het totaal aantal personen op een traject in een jaar. In één jaar kunnen meerdere personen op één plek komen. Het aantal personen op een plek per jaar is afhankelijk van de gemiddelde trajectduur. 15 De kosten bestaan uit de loonkosten van de doelgroepen, de loonkosten van reguliere medewerkers en overige bedrijfskosten, gesaldeerd met de netto toegevoegde waarde die door Spaarne Werkt wordt gerealiseerd. De loonkosten van de nieuwe doelgroep zijn gelijk aan de bruto loonkosten minus de door Spaarne Werkt ontvangen loonkostensubsidies. 14
34
x€1.000,2022 Huidige MJB 22.355 Gelijke kostprijzen 22.355 Verschil 0
2023 25.132 25.132 0
2024 23.042 22.607 435
2025 22.337 22.101 235
2026 20.657 21.093 -435
2027 19.668 20.003 -335
2028 18.664 18.982 -318
Struct 9.108 9.263 -155
De begrotingen in 2022 en 2023 zijn aan elkaar gelijk. In de jaren daarna ontstaan verschillen. We zien dat in 2024 een hogere begroting wordt gehanteerd dan als zou worden uitgegaan van dezelfde kostprijzen als in 2022 (in prijzen van 2023). Vanaf 2026 zien we echter een omslag. De vastgestelde meerjarenbegroting is jaarlijks lager dan de kosten berekend op basis van de kostprijzen in 2022. De verschillen zijn echter beperkt (enkele procentpunten). Met andere woorden, bij het hanteren van jaarlijkse gelijke kostprijzen wordt min of meer een gelijke meerjarenbegroting gerealiseerd als bij de huidige ramingssystematiek. Gemeenten betalen meerjarig dus impliciet gelijke prijzen voor de diensten die ze afnemen van Spaarne Werkt. Zoals eerder aangegeven, zitten de meerkosten in 2023 niet in de meerjarenbegroting vanaf 2024. Het realiseren van dezelfde kostprijzen voor de werksoorten als in 2022 is een uitdaging. Het aantal plekken wordt minder (minder schaalvoordeel), er moeten telkens veranderingen worden doorgevoerd (waarmee we in onze berekeningen rekening hebben gehouden) en er moet in aanmerking worden genomen dat de toegevoegde waarde van de groep Wsw’ers op termijn minder wordt als gevolg van de vergrijzing en doordat de jongere Wsw’ers gemiddeld een lagere loonwaarde hebben dan de oudere Wsw’ers (door aanscherping van de indicatiecriteria in 1998).
4.2.4
Kortom
Het nulscenario beschrijft de huidige situatie en de huidige meerjarenbegroting. Hierna onderzoeken we alternatieve scenario’s. Als we de kosten van de alternatieve scenario’s vergelijken met de kosten in het nulscenario, gaan we voor wat betreft het nulscenario uit van de huidige, vastgestelde, meerjarenbegroting. Zoals we lieten zien corresponderen de bedragen in de meerjarenbegroting min of meer met de bedragen die worden berekend als wordt uitgegaan van jaarlijks gelijke kostprijzen (per eenheid voorziening). Op dit moment is er geen gedeeld beeld over wat een flexibele en wendbare organisatie is en wat dat betekent voor de verschillende werksoorten. Zolang er geen duidelijke, gedeelde koers en meerjarig perspectief is, zullen er in de praktijk telkens knelpunten ontstaan die vragen om adhocoplossingen. De vraagstukken die ontstonden rond de begroting voor 2023 en de daaropvolgende taakstelling zijn hiervan een voorbeeld. Kortom, voor een gezonde bedrijfsvoering en onderling vertrouwen en harmonie is een duidelijk perspectief nodig, met duidelijke meerjarige afspraken die telkens worden gemonitord en waarbij bijsturing plaatsvindt indien nodig. Hiervoor gaven we al aan wat de kritische succesfactoren zijn voor een goedlopende transitie.
4.3
Scenario 1. Kostenmaatregelen
In scenario 1 staat kostenreductie centraal, terwijl de aanpak en werkwijze zoveel mogelijk in lijn blijven met de voorgenomen aanpak en werkwijze. In scenario 1 houden we de aantallen meerjarig gelijk. Er worden wel maatregelen genomen gericht op kostenreductie. We nemen zowel maatregelen bij de werksoorten als maatregelen bij de re-integratie. We grijpen vooral in op werksoorten waar het operationeel resultaat achterblijft bij de benchmark. De maatregelen tellen op tot in totaal € 1.075,- per fte. Het besparingspotentieel baseren we op de benchmarkgegevens. De opdrachtgever heeft ons gevraagd een concrete set maatregelen te benoemen, gegeven de huidige structuur, die het financieel resultaat kunnen verbeteren. Uiteraard zijn er bij elk van de gekozen maatregelen afwegingen te maken of het financiële effect opweegt tegen de andere consequenties.
35
Voor het realiseren van een besparing van € 1.075,- per fte kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de volgende maatregelen: •
De werksoort ’techniek’ wordt (bijvoorbeeld) in drie jaar afgebouwd. Medewerkers stappen over naar de werksoort ‘beschut’. Besparing: € 450,- per fte doelgroep. Het gaat om in totaal veertig medewerkers (fte’s) vanuit de doelgroep die worden overgeplaatst naar de werksoort ‘beschut’. De sector ‘techniek’ is één van de drie regionale focussectoren in de regionale arbeidsmarktagenda. Mocht Spaarne Werkt daarom ‘techniek’ niet willen afbouwen, dan kan Spaarne Werkt proberen dezelfde besparing te realiseren door deze werksoort op een andere manier in te richten.
•
Het aantal reguliere medewerkers bij de werksoort ‘schoonmaak’ wordt omlaag gebracht en waar mogelijk kunnen de vrijgekomen plaatsen worden ingevuld door nieuwe mensen vanuit de doelgroep. Besparing € 100,- per fte per jaar.
•
Het aantal reguliere medewerkers bij de werksoort ‘kringloop en textiel’ wordt omlaag gebracht en waar mogelijk kunnen de vrijgekomen plaatsen worden ingevuld door nieuwe mensen vanuit de doelgroep. De besparing is € 75,- per fte per jaar.
•
Het aantal reguliere medewerkers bij de werksoorten 'post’ en ‘grafisch’ wordt omlaag gebracht en waar mogelijk kunnen de vrijgekomen plaatsen worden ingevuld door nieuwe mensen vanuit de doelgroep. De besparing is € 250,- per fte per jaar.
•
De vrije ruimte in gebouwen wordt verhuurd. De verwachte besparing is € 200,- per fte per jaar.
•
Voorts kan gedacht worden aan het op zoek gaan naar andere werksoorten of het ombouwen van huidige werksoorten naar werksoorten met een hoger operationeel resultaat. Deze optie is alleen mogelijk als er een meer stabiele omgeving voor de sw ontstaat, waarbij meer zekerheid bestaat over het aantal en het profiel van de kandidaten en over de beschikbare middelen. Op basis daarvan kan gezocht worden naar meer passende werksoorten met bijbehorende operationeel resultaat. In het huidige scenario (scenario 0 en 1) zien wij alleen de optie van beheerste krimp als reëel.
Op het terrein van de re-integratie gaan de kosten per traject naar het niveau waarmee rekening is gehouden in het MJK. In 2022 bedroegen de kosten € 9.674,- per ontwikkelplek. De kosten gaan omlaag naar € 6.418,- per plek per jaar vanaf 2026. De kostprijs van een ontwikkelplek blijft daarmee hoger dan in de benchmark. De ontwikkeling van de aantallen is gelijk aan de aantallen in scenario 0, aangezien er alleen sprake is van een reductie van het aantal fte ‘regulier personeel’ en niet van het aantal fte ‘doelgroep’. Zodoende is in dit scenario geen grafiek opgenomen met de aantallen. In de volgende tabel brengen we meerjarig de kosten van dit scenario en de kosten van het nulscenario in beeld. x€1.000,Scenario 0.0 Scenario 1 Verschil
2022 22.355 22.355 0
2023 25.132 25.132 0
2024 23.042 21.948 1.094
2025 22.337 20.949 1.387
2026 20.657 19.470 1.187
2027 19.668 18.407 1.261
2028 18.664 17.410 1.253
Struct. 9.108 7.897 1.211
De maatregelen leiden tot een besparing van € 1,094 miljoen in 2024 en € 1,211 miljoen structureel. Daarvoor zijn stevige ingrepen nodig en er is een risico dat de besparingen niet worden gerealiseerd.
36
Het afbouwen van de werksoort ’techniek’ leidt tot een forse besparing, maar ‘techniek’ voegt ook waarde toe aan de variatie in de werksoorten en de mogelijkheid voor mensen om zich te ontwikkelen. Het werkaanbod bij Spaarne Werkt kan door deze maatregel leiden tot verschraling. De ambitie kan ook naar beneden worden bijgesteld, bijvoorbeeld door in te zetten op een verlaging van de kosten en/of het verhogen van de toegevoegde waarde van deze werksoort. De werksoort ‘techniek’ kan mogelijk ook kansen bieden, bijvoorbeeld door op specifieke niches te focussen of samen met een klant de werksoort te exploiteren, maar de besparingen zijn in dat geval mogelijk minder hoog dan wanneer gekozen wordt voor afbouw. De risico’s hebben te maken met de reguliere medewerkers bij de werksoorten ’schoonmaak’ en ‘kringloop & textiel’ en de span of control bij de werksoorten ‘post’ en ‘grafisch’. Als hierin wordt gesneden, kan dat negatieve gevolgen hebben voor de toegevoegde waarde. Concreet betekent dit dat het risico bestaat dat door reguliere krachten bij de afdeling weg te halen, de productiviteit (van de doelgroep medewerkers) kan dalen. Dergelijke maatregelen vragen derhalve om duidelijke doelstellingen en strakke sturing. Naast het realiseren van deze besparingen blijft de noodzaak bestaan om de vaste infrastructuur in totaliteit te laten krimpen.
Evenals in het nulscenario gaat het aantal dienstbetrekking bij Spaarne Werkt omlaag van 646 ultimo 2022 naar circa 272 in de structurele situatie. Dat betekent dat beide veranderingen (kostenreductie en noodzakelijke krimp van de vaste infrastructuur) tegelijk gerealiseerd moeten worden. Tot slot merken we op dat het zonder meer verlagen van het budget voor re-integratie impact kan hebben op de mate van ondersteuning en de mate van uitstroom naar werk. Een dergelijke maatregel moet gepaard gaan met een heroriëntatie op de huidige aanpak en de ontwikkeling van een nieuwe, efficiëntere aanpak, die leidt tot hetzelfde resultaat.
4.4
Scenario 2. Actieve ondersteuning voor mensen die het nog niet lukt om bij reguliere werkgevers aan de slag te komen
Er is een groep mensen anders dan de groep ‘beschut’, die loonvormende arbeid kan verrichten, maar (nog) niet aan de slag komt bij reguliere werkgevers. Deze mensen kunnen vaak wel aan de slag worden geholpen binnen de werkinfrastructuur van het voormalige sw-bedrijf. Maar uit het landelijk onderzoek naar de sociaal ontwikkelbedrijven dat door Berenschot werd uitgevoerd in opdracht van het ministerie van SZW, VNG en Cedris, blijkt dat ze vaak nog aan de kant staan.
4.4.1
Aantallen
In scenario 2 wordt het belang onderkend van de vaste, eigen werksoorten voor een deel van de doelgroep. In scenario 2 komt een groeiend aantal plekken beschikbaar voor de groep (anders dan ‘beschut’) die het niet lukt om binnen achttien maanden bij een reguliere werkgever aan de slag te komen. Dat betekent dat mensen tot de doelgroep van Spaarne Werkt gaan behoren – anders dan de doelgroep beschut – die het niet lukt om binnen achttien maanden uit te stromen naar werk, maar wel geholpen zijn met een tijdelijke dienstbetrekking bij Spaarne Werkt. De meerjarige omvang van de doelgroep schatten wij als volgt in (zie volgende figuur). Daarbij baseren wij ons op de inschattingen van Spaarne Werkt en gemeenten van wat het potentieel is aan kandidaten dat op de verschillende manieren aan de slag wordt geholpen.
37
Ten opzichte van de vorige scenario’s (waarin de aantallen telkens meerjarig gelijk waren) verandert een aantal zaken: •
LKS regulier: in dit scenario verandert het aantal personen dat bij reguliere werkgevers met begeleiding aan de slag kan niet.
•
Fte LKS DB: het aantal mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, anders dan de groep ‘beschut’ die tijdelijk in dienst komt bij Spaarne Werkt, neemt in deze variant toe. Uitgangspunt is dat mensen een tijdelijk contract krijgen van maximaal twee maal zes maanden. Op basis van de inschattingen van Spaarne Werkt en de gemeenten gaan we ervan uit dat de groep in de structurele situatie toegroeit naar 100 fte. Het aantal fte in een dienstbetrekking groeit met 8 tot 9 fte per jaar. Het gaat om de nieuwe instroom in de Participatiewet, waaronder jongeren die de arbeidsmarkt betreden. Het kan ook gaan om mensen vanuit het zittend bestand in de Participatiewet. Het gaat om zowel mensen met (de zogenoemde nuggers) als mensen zonder bijstandsuitkering.
•
Fte NBW: we veronderstellen dat het aantal beschutte werkplekken gelijk is aan de aantallen in de vorige scenario’s.
•
Fte Wsw: dit aantal is eveneens gelijk aan het aantal in de vorige scenario’s.
•
Trajecten: het aantal trajecten gaat in dit scenario omhoog, omdat naast beschut werk en uitstroom naar regulier werk, een groep geholpen gaat worden die na een tijdelijk dienstverband bij reguliere werkgevers aan de slag kan.
Kortom, de totale doelgroep bij Spaarne Werkt wordt groter. Er wordt een groter aantal mensen doorverwezen door de gemeenten en er worden meer mensen aan de slag geholpen binnen de werkinfrastructuur van Spaarne Werkt. Dat laat onverlet dat het totaal aantal dienstbetrekkingen bij Spaarne Werkt omlaag gaat. Het aantal van 646 in 2022 gaat in dit scenario omlaag naar 368 (268 beschut + 100 LKS-dienstbetrekkingen) in de structurele situatie. In de vorige scenario’s ging het aantal dienstbetrekkingen nog omlaag naar 272 dienstbetrekkingen.
4.4.2
Kosten
De kosten van scenario 2 laten we zien in de volgende tabel. We gaan er in dit scenario van uit dat dezelfde kostenbesparingsmaatregelen worden doorgevoerd als in scenario 1, met uitzondering van de afbouw van de werksoort ’techniek’. Het operationeel resultaat wordt daardoor niet met € 1.075,- per fte verbeterd, maar met € 625,- per fte. x€1.000,Scenario 0 Scenario 2 Verschil
38
2022 22.355 22.355 0
2023 25.132 25.132 0
2024 23.042 21.597 1.444
2025 22.337 21.424 913
2026 20.657 20.223 434
2027 19.668 19.407 261
2028 18.664 18.658 6
Struct. 9.108 10.039 -931
We zien dat de kosten tot en met 2028 lager zijn dan de kosten in scenario 0. Na 2028 zien we echter een omslag. De kosten van scenario 2 worden hoger dan de kosten van scenario 0. Op de langere termijn neemt het verschil toe tot € 931.000,- per jaar. De hogere totale kosten worden vooral veroorzaakt doordat er een grotere groep een dienstbetrekking krijgt bij Spaarne Werkt. Daarnaast gaan de totale kosten omlaag, omdat het aantal dienstbetrekkingen bij Spaarne Werkt minder daalt dan in de vorige scenario’s. De kosten voor het afbouwen van de organisatie zijn daardoor lager dan in de vorige varianten. Een vuistregel is dat de kosten van het afbouwen van de organisatie met 1 fte gelijk zijn aan een jaarsalaris van één Wsw’er. In scenario 2 is echter niet alleen sprake van afbouw, maar ook van ombouw. De (eventueel) extra kosten van ombouw laten zich nu niet inschatten. Deze kunnen pas worden ingeschat in een volgende fase als nadere keuzes worden gemaakt over de huidige en toekomstige werksoorten. Verder moet er in dit scenario rekening mee worden gehouden dat er uitkeringen worden bespaard en dat er sprake is van bredere maatschappelijke baten. Het kwantificeren van deze effecten is lastig.
Ten aanzien van de bespaarde uitkering treedt een breed scala van effecten op, zoals de doorwerking in het BUIG-budget en verdringingseffecten, waardoor het begrotingseffect niet (goed) kan worden ingeschat. Ten aanzien van de brede(re) maatschappelijke baten berekenden het SCP en het CPB dat rekening gehouden moet worden met een besparing van circa € 5.000,per kandidaat die aan de slag is geholpen en waarvan de uitkering vervalt. Het realiseren van de kostenstructuur in dit scenario blijft evenals in de vorige scenario’s een uitdaging. De argumenten bij scenario 1 blijven van kracht. Echter, de eigen werkinfrastructuur krimpt minder sterk dan in de scenario’s hiervoor. Maar, de werksoorten moeten voor wat betreft de groep anders dan beschut meer gericht worden op door- en uitstroom. De uitdaging in scenario 2 is meer gericht op de transitie, terwijl die in scenario 1 meer gericht is op de krimp. De kosten van scenario 2 zijn hoger dan de kosten van de andere scenario’s. De hogere kosten worden vooral verklaard door het aan de slag helpen van de groep anders dan beschut, die het nog niet lukt om bij reguliere werkgevers aan de slag te komen,.
Daarnaast vinden in deze variant bij Spaarne Werkt ook meer re-integratieactiviteiten plaats om betrokkenen te ontwikkelen en geplaatst te krijgen op de betreffende werkplekken voor de groep anders dan beschut, die het nog niet lukt om bij reguliere werkgevers aan de slag te komen,. Ten opzichte van de andere scenario’s worden er in dit scenario meer mensen aan de slag geholpen. Enerzijds op de extra werkplekken, die in deze variant bij Spaarne Werkt worden ingericht, en anderzijds doordat er meer mensen bij reguliere werkgevers aan de slag worden geholpen, nadat zij een ontwikkeltraject hebben doorlopen en werkervaring hebben opgedaan bij Spaarne Werkt. Kortom, scenario 2, waarbij de groep anders dan beschut, die het nog niet lukt om bij reguliere werkgevers aan de slag te komen, aan de slag wordt geholpen binnen de werkinfrastructuur van Spaarne Werkt, is binnen de huidige meerjarenperiode (tot en met 2028) financieel haalbaar binnen de afgesproken kaders. Dat vraagt om verschillende maatregelen waarbij de kosten omlaag worden gebracht en om (gedeeltelijke) omvorming van de werksoorten, zodat deze een (tijdelijke) plek bieden aan de mensen zonder indicatie beschut, die (nog) niet aan de slag komen bij reguliere werkgevers.
4.5
Scenario 3. Maximaal naar buiten
In dit scenario wordt er maximaal op gestuurd om mensen zoveel mogelijk aan de slag te krijgen bij reguliere werkgevers en wordt de eigen werkinfrastructuur tot een zo minimaal mogelijke omvang beperkt. Voor de doelgroep ‘beschut’ evenals de klassieke groep Wsw’ers wordt er eveneens op gestuurd om hen zoveel mogelijk aan de slag te helpen bij reguliere werkgevers. Hoewel meer mensen geholpen worden, beperkt de re-integratie zich (inhoudelijk) tot het minimaal
39
noodzakelijke. Er komen geen andere mensen in aanmerking voor een dienstbetrekking bij Spaarne Werkt anders dan de klassieke groep Wsw’ers en de doelgroep ‘beschut werk’. Een belangrijk verschil met scenario 2 is dat er in scenario 2 actief een eigen werkinfrastructuur in stand gehouden wordt met als doel om mensen binnen de eigen werkinfrastructuur te ontwikkelen en om een vangnet te hebben als mensen uitvallen bij reguliere werkgevers. Dat stelt eisen aan de aard en de omvang van het aantal werkplekken. Spaarne Werkt heeft altijd eigen werkplekken beschikbaar. De huidige werk-infrastructuur wordt verkleind (vanwege de krimp van het aantal kandidaten) en deels omgebouwd om te kunnen voldoen aan de eisen van doelgroepen Wsw, ‘nieuw beschut’ en de groep anders dan beschut, die het nog niet lukt om bij reguliere werkgevers aan de slag te komen,. In scenario 3 is het uitgangspunt dat er geen eigen werkinfrastructuur is en dat mensen bij reguliere werkgevers geplaatst en ontwikkeld worden. Indien voor dit scenario gekozen wordt, worden de bestaande en nieuwe medewerkers zoveel en zo snel mogelijk geplaatst bij reguliere werkgevers. De werk-infrastructuur wordt grotendeels afgebouwd. Dat laat onverlet dat voor de mensen uit de doelgroep ‘nieuw beschut’ en de Wsw waarvoor het niet lukt om hen aan de slag te helpen bij reguliere werkgevers, er eigen werkplekken nodig blijven.
Het gaat dan om eenvoudig werk waarvoor Spaarne Werkt beperkt ondernemersrisico loopt. Voor beide scenario’s geldt dat een deel van de mensen begeleidt wordt door een jobcoach. Voor een ander deel geldt, dat als een dienstbetrekking bij een reguliere werkgever (nog) niet mogelijk is, zij op detacheringsbasis bij reguliere werkgevers aan de slag gaan. De groep die met begeleiding of op detacheringsbasis aan de slag is bij reguliere werkgevers zal in scenario 3 groter zijn dan in scenario 2.
4.5.1
Aantallen
Meerjarig gaan we uit van de volgende aantallen.
Toelichting: •
LKS regulier: deze groep is groter dan in de vorige scenario’s en gaat van 283 naar 372 per jaar in dit scenario. Er wordt op gestuurd om zoveel mogelijk mensen met een beperkte loonwaarde bij reguliere werkgevers aan de slag te krijgen. Wij schatten op basis van de ramingen van het ministerie van SZW en op basis van de realisaties in andere regio’s, in dat deze aantallen via Spaarne Werkt gerealiseerd moeten kunnen worden. Het totaal aantal personen met begeleiding bij reguliere werkgevers en het totaal aantal mensen op een beschutte werkplek is even groot als het huidige aantal Wsw’ers plus het aantal beschutte werkplekken.
40
•
Fte LKS DB: het aantal dienstbetrekkingen van de groep anders dan beschut, gaat in dit scenario naar nul.
•
Fte NBW: het aantal beschutte werkplekken blijft gelijk aan het aantal beschutte werkplekken in de vorige scenario’s.
•
Fte Wsw: het aantal Wsw’ers verandert niet.
•
Trajecten: Om de hogere aantallen LKS-regulier (zie hiervoor) te realiseren gaat het aantal trajecten evenals het aantal doorverwijzingen vanuit de gemeenten, omhoog. We gaan vanaf 2028 structureel uit van het aantal trajecten waarmee rekening werd gehouden in het MJK.
Kortom, in scenario 3 gaat het aantal mensen omhoog dat met begeleiding vanuit Spaarne Werkt bij reguliere werkgevers aan de slag is. Tevens gaat het aantal trajecten omhoog naar het aantal in het MJK. Het aantal beschutte werkplekken blijft gelijk.
4.5.2
Kosten
We gaan er in deze variant van uit dat dezelfde maatregelen worden genomen als in scenario 1 ‘het maatregelen-scenario’. De kosten per ontwikkelplek gaan nog verder omlaag, onder andere door te kiezen voor een meer gestandaardiseerde aanpak en groepsaanpak. We gaan uit van € 4.000,- per plek per jaar en komen daarmee onder het bedrag in de benchmark. Gegeven onze ervaringen in andere gemeenten en regio’s is het mogelijk om de taken voor deze kosten uit te voeren.
x€1.000,Scenario 0.0 Scenario 3 Verschil
2022 22.355 22.355 0
2023 25.132 25.132 0
2024 23.042 22.079 963
2025 22.337 20.957 1.379
2026 20.657 19.202 1.455
2027 19.668 18.290 1.378
2028 18.664 17.444 1.220
Struct. 9.108 8.152 957
Dit scenario vraagt om een reorganisatie van Spaarne Werkt. De werk-infrastructuur wordt grotendeels afgebouwd. De focus komt vrijwel geheel te liggen op reguliere werkgevers. Kostenreductie is mogelijk doordat sterk geleund wordt op werk bij reguliere werkgevers. Feitelijk komt deze aanpak overeen met de uitvoering van de Participatiewet zoals die is voorzien door het ministerie van SZW. Er komen meer mensen met een beperking aan het werk bij reguliere werkgevers dan in scenario 2 (372 in plaats van 283). Echter, in scenario 2 gaan er in totaal meer mensen aan het werk dan in scenario 3 (774 respectievelijk 640). Er komen in scenario 2 meer mensen in dienst bij Spaarne Werkt dan in scenario 3.
4.6
Scenario 4. Bedrijf voor beschut werk
In deze variant wordt Spaarne Werkt omgevormd naar een bedrijf voor beschut werk. Dat betekent dat Spaarne Werkt wordt omgevormd van een werkvoorzieningsschap voor de groep Wsw’ers naar een werkvoorzieningsschap voor de doelgroep nieuw beschut. De focus komt dus te liggen op het realiseren van beschut werk. Spaarne Werkt richt zich alleen nog op de Wsw en nieuw beschut werk en niet meer op re-integratie.
41
4.6.1
Aantallen
Deze keuze heeft het volgende effect voor de meerjarige aantallen.
Toelichting: •
LKS-regulier: het huidige aantal wordt stapsgewijs afgebouwd naar nul. Het gevolg is dat gemeenten zelf oplossingen moeten vinden voor de begeleiding van deze groep.
•
Fte LKS DB: het aantal dienstbetrekkingen voor mensen anders dan de doelgroep beschut, gaat eveneens naar nul.
•
Fte NBW: de meerjarenreeks voor beschut werk, is gelijk aan de meerjarenreeks in de andere scenario’s.
•
Fte Wsw: deze reeks is eveneens gelijk aan de reeksen hiervoor.
•
Trajecten: in 2024 stopt Spaarne Werkt in dit scenario met het aanbieden van trajecten. Gemeenten moeten zelf oplossingen vinden voor de re-integratie van de betreffende doelgroep.
4.6.2
Kosten
De kosten staan in de volgende tabel. x€1.000,Scenario 0.0 Scenario 4 Verschil
2022 22.355 22.355 0
2023 25.132 25.132 0
2024 23.042 19.682 3.360
2025 22.337 18.999 3.337
2026 20.657 17.808 2.849
2027 19.668 16.661 3.007
2028 18.664 15.565 3.099
Struct. 9.108 5.143 3.965
We zien dat de kosten van Spaarne Werkt flink lager zijn dan in de vorige scenario’s. Dat komt doordat er bij Spaarne Werkt minder taken worden uitgevoerd. In deze variant worden er geen taken meer uitgevoerd voor mensen met een beperking anders dan de doelgroep ‘beschut’ en voert Spaarne Werkt geen re-integratie meer uit. Let op dat de kosten bij Spaarne Werkt weliswaar omlaag gaan, maar elders ontstaan meer kosten, omdat de taken door de gemeenten verplaatst zullen moeten worden naar andere organisaties. Voor de gemeenten verdwijnen de kosten niet. Ze worden mogelijk wel anders (hoger of lager). Voorts gaan we ervan uit dat het Spaarne Werkt in deze situatie niet zal lukken om het operationeel resultaat te verbeteren. Spaarne Werkt moet als organisatie krimpen. Werksoorten worden kleiner en sommige werksoorten moeten mogelijk volledig worden afgebouwd. Het aantal medewerkers gaat omlaag evenals de fysieke infrastructuur. Het werk moet gedaan worden met een zwakkere doelgroep dan nu. De uitdaging is om deze krimp te realiseren met een gemiddeld steeds zwakkere doelgroep en tegelijkertijd het operationeel resultaat niet te veel te laten verslechteren.
42
Een voordeel van deze variant is dat Spaarne Werkt zich sterk kan focussen op het werk zelf. Feitelijk is het een klassiek sw-bedrijf voor een wat zwakkere groep mensen. Een nadeel is dat de infrastructuur nog maar beperkt beschikbaar is voor arbeidsontwikkeling en dergelijke.
4.7
Beschikbare middelen voor gemeenten
Gemeenten krijgen geld van de rijksoverheid voor de uitvoering van de Participatiewet. Er zijn drie geldstromen: •
BUIG-budget: middelen voor het betalen van de uitkeringen en de loonkostensubsidies.
•
Integratie-uitkering Participatie: budget voor de Wsw en middelen voor begeleiding van de doelgroep ‘nieuw beschut werk’. Algemene uitkering in het gemeentefonds: in de algemene uitkering zit het cluster Participatie.
•
Daarin zitten middelen voor de uitvoering, minimabeleid, re-integratie en begeleiding van mensen bij reguliere werkgevers. We hebben per scenario berekend welke budgetten aan de taken van Spaarne Werkt kunnen worden toegerekend. Het blijkt dat de meerjarig berekende kosten voor de deelnemende gemeenten lager zijn dan de middelen die vanuit het rijk beschikbaar zijn. Met andere woorden, gemeenten beschikken over de middelen om de verschillende scenario’s te realiseren. Echter, de middelen voor de Participatiewet zijn vrij besteedbaar. Dat betekent dat deze middelen mogelijk al belegd zijn en niet per se beschikbaar zijn voor het uitvoeren van de verschillende scenario’s. Met andere woorden als gekozen wordt voor een scenario waarvan de kosten meerjarig hoger zijn dan het nulscenario, dan vraagt dat om bredere herprioritering.