CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 22-04 Raadsinformatiebericht rapport duurzame toekomst Spaarne Werkt.pdf

Commissie Samenleving 18 januari 2024, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 8: Actiepuntenlijst21.729 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Raadsinformatiebericht Collegevergadering: 19 december 2023

Zaaknummer Team Portefeuillehouder Openbaarheid

: 1225112 : IASZ : S.A. Meerhoff : Actief openbaar

Onderwerp ☒ Ter informatie/update ☐ Beantwoording schriftelijke vragen

☐ Toezeggingen/actielijst commissie of raad ☐ Overige

Met dit bericht informeren wij u over het rapport Duurzame toekomst Spaarne Werkt en de daaruit voorgekomen keuze van het bestuur van Spaarne Werkt voor de nieuwe koers. Inleiding Spaarne Werkt biedt een veilige werkomgeving voor een kwetsbare groep inwoners die niet zonder begeleiding de stap naar betaald werk kunnen maken. Het is belangrijk om de continuïteit daarvan te borgen. Door een combinatie van factoren is het voortzetten van de huidige infrastructuur en werkwijze onhoudbaar geworden. Er is een afname van deelnemers doordat de doelgroep qua samenstelling vermindert en verandert. Financieel zien we hierdoor dat Spaarne Werkt bij een ongewijzigde koers jaarlijks meer tekort komt. Bovendien staat een aantal werksoorten onder druk omdat er onvoldoende mensen zijn die alle taken kunnen uitvoeren. Mede op basis van het rapport Duurzame Toekomst Spaarne Werkt, zet het bestuur van Spaarne Werkt daarom koers naar een gezonde, moderne en slanke organisatie, waarbij zoveel mogelijk mensen naar een betaalde baan bij een reguliere werkgever worden begeleid. De meest kwetsbare groep die het (nog) niet lukt om bij een reguliere werkgever aan de slag te gaan, kan blijven rekenen op een plek bij Spaarne Werkt. Voor hen blijft een sterke basisinfrastructuur staan die altijd als een vangnet en veilige haven fungeert.

Het bestuur kiest daarmee voor een tussen variant van de in het rapport geschetste scenario’s. Als vervolgstap onderzoekt Spaarne Werkt welke werksoorten er passend, uitdagend en gezond genoeg zijn om te behouden. Het bestuur heeft daarbij wel aandacht gevraagd voor het onderzoeken van de mogelijkheid van het behouden van de Snuffelmug in relatie tot de opdracht tot verandering van koers. Aanleiding rapport duurzame Toekomst Spaarne Werkt Het Participatiebedrijf Zuid-Kennemerland, Spaarne Werkt, is een belangrijke partner als het gaat om het bieden van werkvoorzieningen voor de doelgroepen Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en (nieuw) beschut werk. Ook verzorgt Spaarne Werkt re-integratietrajecten voor de mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt, banenafspraak en leerwerktrajecten voor jongeren zonder beroeps-of startkwalificatie. Door de komst van de Participatiewet in 2015 is de instroom van pagina 1 van 4

mensen onder de Wet sociale werkvoorziening gestopt. De lijn van de Participatiewet is om zoveel mogelijk mensen bij een reguliere werkgever te plaatsen, waardoor er binnen het Participatiebedrijf steeds minder werkplekken nodig zijn. Dit betekent dat de huidige infrastructuur en de kosten daarvan niet in verhouding staan tot het aantal mensen uit de doelgroep. Deze trend geldt voor alle sociale werkbedrijven in Nederland en blijft zich doorzetten. In het Meerjarenkaderprogramma (MJK) 2022-2026 heeft Spaarne Werkt daarom een ontwikkelopgave meegegeven om de formatie in lijn te brengen met de krimpende aantallen en veranderende doelgroep. Een aantal ontwikkelingen zorgt ervoor dat het bestuur van Spaarne Werkt nu duidelijke keuzes moet maken over de richting, het tempo en de omvang van die krimp: • De groep Wsw stroomt sneller uit dan verwacht. • De instroom van kandidaten voor een re-integratietraject is minder dan verwacht, o.a. door de krapte op de arbeidsmarkt waardoor minder mensen uitkeringsafhankelijk zijn en dus ook minder kandidaten ondersteuning nodig hebben bij het vinden van een reguliere werkplek. • De groep met indicatie nieuw beschut heeft over het algemeen meer begeleiding nodig en heeft een lagere loonwaarde dan de groep die valt onder de Wsw. Dit komt omdat de normen voor een indicatie nieuw beschut streng zijn.

Als gevolg van deze ontwikkelingen lopen de additionele bijdragen van gemeenten op en deze zullen zonder bijsturing de komende jaren steeds verder oplopen. Dit is ook zichtbaar in de begroting. Dit is aanleiding geweest om begin 2023 het onderzoek Duurzame Toekomst Spaarne Werkt te laten uitvoeren. Vooruitlopend op het onderzoek heeft het bestuur aan Spaarne Werkt daarnaast een taakstelling meegegeven voor de begroting van 2024. Uitgangspunten van het onderzoek door Berenschot is om het werk voor de groep Wsw en mensen met indicatie nieuw beschut te borgen op een financieel verantwoorde manier. De kernvraag voor het rapport is dan ook: ‘naar wat voor soort bedrijf moet Spaarne Werkt toegroeien in de komende jaren?’ Het rapport schetst hiervoor een viertal scenario’s. Kortgezegd staan de vier scenario’s voor het volgende: Scenario 1: inkrimpscenario Bij dit scenario wordt geen duidelijke richting gekozen voor wat voor type bedrijf Spaarne Werkt in de toekomst moet zijn. Het scenario beperkt zich tot krimpmaatregelen op werksoorten en reintegratie om Spaarne Werkt een financieel gezonde toekomst te kunnen bieden. Scenario 2: bredere, actieve ondersteuning aan de groep anders dan nieuw beschut/Wsw Bij dit scenario worden extra werkplekken gecreëerd voor andere doelgroepen dan Wsw en nieuw beschut.

De krimp in dit scenario is het minst groot en vraagt om extra middelen van gemeenten. Scenario 3: Maximaal naar buiten Bij dit scenario ligt de focus op plaatsing van de doelgroepen bij reguliere werkgevers. De infrastructuur is sterk afgeslankt, en qua bedrijfsvoering gezond, omdat ook medewerkers met indicatie nieuw beschut en Wsw zoveel mogelijk gedetacheerd worden of bij een reguliere werkgever op de loonlijst komen. Scenario 4: Bedrijf voor beschut werk In dit scenario biedt Spaarne Werkt enkel nog beschutte werkplekken voor de mensen met een indicatie nieuw beschut. Alle andere diensten, dus ook re-integratie, worden afgebouwd en elders belegd.

pagina 2 van 4

Het rapport ‘Duurzame Toekomst Spaarne Werkt’ kan niet gelezen worden zonder het bredere perspectief. Naast Spaarne Werkt zijn er nog andere partners die uitkeringsgerechtigden naar werk of scholing begeleiden, zoals Agros. Samenwerking Voor de vorming van het rapport en de daaruit voortvloeiende keuze voor een nieuwe koers is Spaarne Werkt nauw betrokken geweest. Het bestuur heeft in dat kader ook samen met Spaarne Werkt werkbezoeken afgelegd bij andere sociaal ontwikkelbedrijven om een compleet beeld te vormen wat de gevolgen zijn van de keuze voor een bepaalde richting. De OR van Spaarne Werkt wordt in het vervolgproces voor de nadere uitwerking ook betrokken. Gekozen tussenvariant Op basis van het onderzoek zet het bestuur van Spaarne Werkt koers naar een gezonde, moderne en slanke organisatie, maar wel met een basisinfrastructuur die altijd een veilige haven en vangnet biedt voor de groep mensen die het (nog) niet lukt om bij een reguliere werkgever aan de slag te gaan. Doorgaans zijn dat mensen met een indicatie nieuw beschut of die vallen onder de Wet sociale werkvoorziening. Dat betekent dat de infrastructuur weliswaar sterk krimpt en omgevormd moet worden, maar ook dat de organisatie niet helemaal wordt uitgekleed.

Het bestuur heeft er daarmee voor gekozen niet volledig aan te sluiten bij één van de door Berenschot uitgewerkte scenario’s, maar te kiezen voor een tussenvariant die aansluit bij de behoeften van de doelgroepen en zekerheid biedt voor een duurzame toekomst. Deze variant doet recht aan de huidige praktijk dat steeds meer mensen met een banenafspraak – met of zonder loonkostensubsidie – een baan vinden bij een reguliere werkgever. Werkgevers staan steeds meer open voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daarbij experimenteert Haarlem met publiek-private samenwerking, zoals sociaal impact bonds. Het doet ook recht aan de grote diversiteit binnen de doelgroep, omdat het aanbod van Spaarne Werkt lang niet voor iedereen passend is. Tegelijkertijd is het ook waar dat het (nog) niet iedereen lukt om bij een reguliere werkgever aan de slag te gaan. Sommige kwetsbare mensen hebben meer tijd nodig, voor anderen is beschut werk het hoogst haalbare. Spaarne Werk blijft in de gekozen koers voldoende uitdaging en ontwikkelmogelijkheden bieden voor deze mensen.

Concrete veranderingen Met deze tussenvariant verandert er concreet ten opzichte van de huidige situatie het volgende: • Een aantal werksoorten krimpen en/of worden afgestoten • Mensen met een Wsw of indicatie Nieuw Beschut die nu op die werksoorten werken zullen óf meegaan of worden herplaatst op een werksoort die blijft bij Spaarne Werkt. Dat eerste geldt alleen als mensen dat willen en kunnen. Voor deze groep blijft Spaarne Werkt een vangnet. • De omvang van de infrastructuur zal uiteindelijk krimpen richting het niveau van de omvang van de doelgroep mensen met een indicatie nieuw beschut en het aantal leerwerkplekken. Doelen Sluit aan bij de bedoeling van de Participatiewet Inwoners worden naar vermogen zoveel mogelijk begeleid naar een baan bij een reguliere werkgever, hetzij via detachering, hetzij op de loonlijst van de werkgever. Dit sluit aan bij de bedoeling van de Participatiewet.

pagina 3 van 4

De veilige werkplekken voor kwetsbare inwoners zijn duurzaam geborgd Spaarne Werkt blijft een veilige haven voor de groep die de stap naar betaald werk (nog) niet kan maken. Voor de groep met indicatie nieuw beschut en Wsw blijft er altijd een plek binnen de infrastructuur van Spaarne Werkt beschikbaar, ook wanneer zij bij een reguliere werkgever aan de slag zijn. Daarmee kan Haarlem ook altijd voldoen om haar wettelijke taak om te zorgen voor voldoende werkplekken voor beschut. De plekken die ‘vrijkomen’ kunnen tijdelijk ingevuld worden door bijvoorbeeld mensen met een banenafspraak. Daarnaast biedt de infrastructuur een veilige omgeving om via een werkstage te wennen aan het arbeidsproces als onderdeel van re-integratie naar betaald werk. Met als doel, waar dat mogelijk is, de stap te kunnen maken naar een reguliere werkgever. De continuïteit van Spaarne Werkt is op termijn geborgd Door de afslanking en omvorming van werksoorten en de kosten voor re-integratietrajecten weer in lijn te brengen met de kaders uit het MJK, wordt een gezonde bedrijfsvoering op de lange termijn gegarandeerd. Daarmee is een duurzame toekomst geborgd.

Er komt een realistisch transitieplan Aan de directie van Spaarne Werkt is gevraagd een transitieplan op te stellen, waarin wordt aangegeven welke werksoorten behouden moeten en kunnen blijven, omdat ze het best passen bij de doelgroepen en financieel haalbaar zijn. Het bestuur heeft daarnaast gevraagd om inzicht te geven in de haalbaarheid van het behoud van de Snuffelmug, gezien het maatschappelijke belang en de variatie in werksoorten. Het tempo waarin de transitie gaat plaatsvinden houdt rekening met de kwetsbaarheid van de doelgroepen. Deze factoren bepalen mede de transitiekosten, die eveneens in het transitieplan worden opgenomen. Vervolg In het eerste kwartaal van 2024 wordt een gezamenlijke raadsinformatiebijeenkomst georganiseerd waarbij een toelichting op het rapport en keuze van het bestuur wordt gegeven. De bevoegdheid tot het kiezen van een aangepaste koers ligt bij het bestuur van Spaarne Werkt en de gekozen richting past binnen de afgesproken financiële kaders. Er is daarom op dat moment alleen gelegenheid voor het stellen van technische vragen. Zodra een datum gepland is, krijgt de raad hiervoor een uitnodiging. Bijlagen - Rapport Duurzame Toekomst Spaarne Werkt - MJK participatiebedrijf Zuid-Kennemerland 2022 - 2026

pagina 4 van 4

RAPPORT

Een duurzame toekomst voor Spaarne Werkt Onderzoek uitgevoerd in opdracht van het bestuur van Spaarne Werkt 69630 - vertrouwelijk - 27 oktober 2023 Martin Heekelaar, Dorien van Duivenboden, Wouter Verbeek

1

Inhoudsopgave Samenvatting ................................................................................................................... 4 Hoofdstuk 1 ...................................................................................................................... 9 Inleiding........................................................................................................................... 9 1.1

Aanleiding....................................................................................................... 9

1.2

Doel van het onderzoek .................................................................................. 9

1.3

Aanpak ......................................................................................................... 10

1.4

Gefaseerde aanpak: Berenschot Ruitmodel ................................................... 11

1.5

Leeswijzer .................................................................................................... 11

Hoofdstuk 2 .................................................................................................................... 12 Beschrijving van de huidige situatie ............................................................................... 12 2.1

Landelijke ontwikkelingen ............................................................................ 12

2.2

Meerjaren kaderprogramma (MJK) ............................................................... 14

2.3

Verhouding tot landelijke organisatievormen? ............................................. 16

2.4

Governance ................................................................................................... 17

Hoofdstuk 3 .................................................................................................................... 18 Analyse van de huidige situatie ...................................................................................... 18 3.1

Bijstand ........................................................................................................ 18

3.2

Loonkostensubsidies .................................................................................... 19

3.3

Aantal kandidaten bij Spaarne Werkt ........................................................... 20

3.4

Benchmark financiën .................................................................................... 23

3.5

Overhead ...................................................................................................... 27

3.6

Succesvolle verandering ............................................................................... 28

3.7

Sterke punten en verbeterpunten ................................................................. 29

3.8

Conclusies..................................................................................................... 30

Hoofdstuk 4 .................................................................................................................... 32 SCENARIO’S VOOR DE TOEKOMST .................................................................................. 32 4.1

Uitgangspunten ............................................................................................ 32

4.2

Scenario 0. Huidige situatie .......................................................................... 33

4.3

Scenario 1. Kostenmaatregelen .................................................................... 35

4.4

Scenario 2. Actieve ondersteuning voor mensen die het nog niet lukt om bij reguliere werkgevers aan de slag te komen ............................................. 37

4.5

Scenario 3. Maximaal naar buiten ................................................................. 39

4.6

Scenario 4. Bedrijf voor beschut werk .......................................................... 41

4.7

Beschikbare middelen voor gemeenten ........................................................ 43

4.8

Beoordelingscriteria ..................................................................................... 43

4.9

Weging van de scenario’s ............................................................................. 44

4.10

Tot slot ......................................................................................................... 46

Hoofdstuk 5 .................................................................................................................... 47 Conclusies en advies ...................................................................................................... 47 5.1

2

Conclusies..................................................................................................... 47

5.2

Aanbevelingen .............................................................................................. 48

Bijlage 1.

Geïnterviewden............................................................................................. 49

Bijlage 2.

Begeleiding onderzoek.................................................................................. 50

Bijlage 3.

Literatuurlijst................................................................................................ 51

Bijlage 4.

Kosten gespecificeerd ................................................................................... 52

3

Samenvatting Berenschot heeft in opdracht van het bestuur van Spaarne Werkt onderzoek verricht naar de manier waarop Spaarne Werkt een duurzame toekomst kan verwezenlijken. Dit rapport dient ter ondersteuning van het bestuur van Spaarne Werkt om een gedegen en onderbouwde keuze te maken over de duurzame toekomst van Spaarne Werkt.

Algemeen In het onderzoek is eerst gekeken naar de huidige situatie op basis van de gegevens die door Spaarne Werkt zijn verstrekt. Deze gegevens zijn afgezet tegen de benchmark sociaal ontwikkelbedrijven van Berenschot. Vervolgens is op basis van de onderzoeksbevindingen een aantal toekomstscenario’s uitgewerkt.

Aanleiding en context Voor Spaarne Werkt is in oktober 2021 een meerjaren kaderprogramma (MJK) opgesteld. In deze nota werd de samenwerking tussen Spaarne Werkt en de gemeenten (2022- 2026) uitgewerkt. Het MJK bevat ambities en een koers voor de toekomst, alsook een richting voor de ontwikkelopgave voor het bedrijf voor de komende jaren. Dit onderzoek bouwt voort op de plannen die in het MJK zijn vastgelegd. Het maken van een duidelijke keuze voor de toekomst van Spaarne Werkt en de doelgroep is noodzakelijk. Deze noodzaak komt voort uit de Participatiewet, waarbij de groep Wsw’ers steeds kleiner wordt en de werkplekken van de Wsw’ers bij Spaarne Werkt vrijvallen. Daar komt een nieuwe, steeds grotere doelgroep van mensen die voorheen in de Wsw en/of de Wajong zouden zijn terechtgekomen voor in de plaats. De bedoeling is dat deze groep zoveel mogelijk bij reguliere werkgevers aan de slag wordt geholpen. De beschikbare middelen worden steeds minder. Gemeenten moeten zich dus steeds afvragen hoe mensen die zichzelf niet op de arbeidsmarkt kunnen redden het beste ondersteund kunnen worden en op welke wijze de beschikbare capaciteit van het werkbedrijf daarop afgestemd moet en kan worden. Het gaat daarbij zowel om de fysieke infrastructuur als de kennis en ervaring van de beschikbare medewerkers.

De Participatiewet moet in het licht worden gezien van het streven om te komen tot een inclusieve arbeidsmarkt. Een arbeidsmarkt die plaats biedt voor jongeren en ouderen en voor mensen met en zonder beperking. Het is essentieel om mensen tot hun recht te laten komen en ze in staat te stellen zoveel mogelijk zelfstandig mee te doen aan de samenleving. Participatie, bij voorkeur via werk, zorgt voor sociale, economische en financiële zelfstandigheid, draagt bij aan het gevoel van eigenwaarde en levert een bijdrage aan de sociale cohesie en de economie. In zo’n samenleving kan iedereen bijdragen aan het versterken van de economische en sociale kracht van Nederland en in het bijzonder Zuid-Kennemerland. De doelstelling van de Participatiewet is om mensen die het zelf niet redden op de arbeidsmarkt zoveel en zo regulier mogelijk aan de slag te helpen. Mensen die voorheen terechtkonden in de

4

Wsw en/of de Wajong – die wordt uitgevoerd door het UWV – vallen nu onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten in het kader van de Participatiewet. In dit onderzoek beantwoorden we de volgende onderzoeksvragen: 1.

Welke doelgroepen zijn er en welke werksoorten moeten beschikbaar blijven of bieden kansen voor de doelgroepen?

2.

Staat de overhead bij Spaarne Werkt in verhouding tot de doelgroepen en werksoorten en hoe verhoudt zich dat tot het toekomstperspectief van Spaarne Werkt? Wat is minimaal nodig om de voorzieningen in stand te houden en waar kan efficiënter georganiseerd worden?

3.

Welke mogelijkheden in brede zin zijn er om het resultaat van Spaarne Werkt te optimaliseren, met het oog op een duurzame toekomst voor Spaarne Werkt?

Huidige stand van zaken •

Er wordt door gemeenten en Spaarne Werkt actief gewerkt aan het steeds verder verbeteren van de onderlinge samenwerking, gericht op een optimale ondersteuning van kandidaten. Er liggen kansen om gezamenlijk meer mensen in beeld te krijgen die geholpen kunnen worden met het beschikbare aanbod van Spaarne Werkt.

•

Het aantal bijstandsgerechtigden in de regio Zuid-Kennemerland is in vergelijking met de referentiegemeenten relatief laag.

•

Deze gemeenten hebben een relatief laag aantal mensen aan het werk met een loonkostensubsidie. Afgaand op het aantal mensen in de bijstand en afgaand op het oorspronkelijk aantal Wsw’ers wijst dat erop dat er kansen liggen om meer mensen die het zelf niet redden op de arbeidsmarkt, aan de slag te helpen met een loonkostensubsidie. Het aantal mensen op een beschutte werkplek is daarentegen, in vergelijking met andere gemeenten, relatief hoog.

•

Het aantal Wsw’ers en het aantal mensen op een beschutte werkplek is conform de verwachte aantallen in het MJK. Het aantal re-integratietrajecten blijft achter bij de aantallen in het MJK.

•

De kosten van de re-integratie zijn relatief hoog. De belangrijkste verklaring daarvoor is dat de capaciteit van de organisatie, conform het MJK, is ingericht op 407 re-integratietrajecten per jaar, maar dat het aantal doorverwijzingen achterblijft waardoor het gerealiseerde aantal gelijk is aan 270.

•

Spaarne Werkt heeft een breed en divers aanbod van werksoorten. In financieel opzicht zijn bij een aantal werksoorten de prestaties goed te noemen. Bij andere werksoorten liggen de prestaties onder het niveau van de benchmark. Per saldo ligt het operationeel resultaat iets boven het gemiddelde in de benchmark.

•

Er is bij gemeenten en Spaarne Werkt geen gedeeld beeld van hoe Spaarne Werkt er in de toekomst uit moet zien en wat dat betekent voor de verschillende werksoorten. Ook is de rol en positie van Spaarne Werkt op het gebied van kandidaten met een arbeidsbeperking die in aanmerking komen voor een garantiebaan nog niet volledig duidelijk. Dat vraagt om een duidelijke, meer principiële keuze van het bestuur.

Saldo met meerjarenbegroting Hierna volgen de verschillen van de kosten van de verschillende scenario’s met de huidige meerjarenbegroting van Spaarne Werkt. Een min duidt erop dat de kosten hoger zijn dan het bedrag in de meerjarenbegroting. Een plus duidt erop dat de kosten lager zijn dan het bedrag in de meerjarenbegroting.

5

x€1.000,Scenario 0 Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4

2022 0 0 0 0 0

2023 0 0 0 0 0

2024 435 1.094 1.444 986 3.360

2025 235 1.387 913 1.426 3.337

2026 -435 1.187 434 1.525 2.849

2027 -335 1.261 261 1.472 3.007

2028 -318 1.253 6 1.337 3.099

Struct. -155 1.211 -931 1.213 3.965

Toekomstscenario’s De scenario’s zijn bedoeld om te komen tot een duidelijke richting voor het bedrijf: de strategische koers. Nadat die keuze door het bestuur is gemaakt, zullen vervolgstappen moeten worden gezet om te komen tot een nadere uitwerking. Zodra de koers is uitgezet (een keuze is gemaakt uit de scenario’s) kan gekomen worden tot een meer concrete en operationele uitwerking. De kernvraag die volgens ons beantwoord moet worden om te komen tot een keuze is: naar wat voor soort bedrijf moet Spaarne Werkt toegroeien in de komende jaren? Daar zijn de volgende scenario’s bij bedacht. •

Een werkbedrijf waarbij je enkele belangrijke werksoorten goed inricht en beheert en verder focust op de reguliere werkgevers (scenario 0 en 1 ).

•

Een werkbedrijf met een stevige eigen (werk)infrastructuur gericht op het ondersteunen van mensen die het zelf niet redden op de arbeidsmarkt (scenario 2)

•

Een werkbedrijf dat vooral aan de slag gaat met reguliere werkgevers om daar mensen met een beperking te plaatsen en te begeleiden (scenario 3).

•

Een werkbedrijf alleen voor beschutte arbeid (scenario 4).

Het is belangrijk is om ervoor te zorgen dat de huidige werkinfrastructuur in alle scenario’s gaat krimpen. Dat komt door de trend dat steeds meer mensen met een beperking terecht komen bij reguliere werkgevers. Voor de manier waarop de krimp gaat plaatsvinden, zou een keuze uit een van de scenario’s gemaakt moeten worden. De volgende tabel (tabel 1) bevat een samenvattend overzicht van de scenario’s. De scenario’s zijn niet absoluut. Deze geven vooral richting. De scenario’s zijn vooral bedoeld als houvast voor het maken van keuzes omtrent de inrichting van de werkinfrastructuur. Belangrijk is nu dat er richting wordt gegeven. Op basis daarvan kunnen (in een volgende fase) nadere keuzes worden gemaakte over de inrichting van de infrastructuur van Spaarne Werkt. Ook geven de berekeningen die wij hebben gemaakt aan in hoeverre de scenario’s betaalbaar zijn voor de gemeenten. In de volgende tabel staat een verdere uitwerking van de scenario’s.

6

Scenario 0. Huidige situatie

Scenario 2. Actieve Scenario 3. Maximaal Scenario 4. Bedrijf ondersteuning groep naar buiten voor beschut werk anders dan beschut, die het nog niet lukt om bij reguliere werkgevers aan de slag te komen, Algemeen Doorgaan op de huidige Als scenario 0, waarbij Actieve ondersteuning De infrastructuur is Spaarne Werkt beperkt weg, binnen de huidige maatregelen worden van de groep anders dan maximaal gericht op het zich – naast de Wsw - tot meerjarenkaders. genomen gericht op beschut, die het nog niet buiten plaatsen, het realiseren van Spaarne Werkt voert de kostenreductie, zodat de lukt om bij reguliere ontwikkelen en werkplekken voor Wsw uit en realiseert kans op werkgevers aan de slag begeleiden van mensen met een beschutte werkplekken. begrotingsoverschrijte komen. Naast beschut medewerkers bij indicatie Beschut Werk. Daarnaast voert Spaarne dingen wordt verkleind. werk, houdt Spaarne reguliere werkgevers, Voor de andere Werkt reWerk fysieke werktegen zo laag mogelijke doelgroepen biedt integratietrajecten uit en infrastructuur in stand kosten. In dit scenario Spaarne Werkt geen realiseert in beperkte om deze groep te wordt de bestaande diensten (meer) aan. mate dienstbetrekkingen ondersteunen. Deze werk-infrastructuur meer voor mensen zonder groep neemt in omvang dan in de andere indicatie beschut, die het toe. scenario’s, afgebouwd.

nog niet lukt om bij reguliere werkgevers aan de slag te gaan. Voordelen Weinig verandering. Weinig verandering en Meer perspectief voor Sterke focus op reguliere Duidelijke afbakening besparing op de kosten mensen waarvoor (nog) werkgevers, relatief lage van taken, specialisatie geen werkplek wordt kosten, financiële risico's op specifiek de doelgroep gevonden. Zij kunnen in zijn beperkt, geen lock- ‘beschut’. een betaalde baan aan in-risico. de slag. Je beschikt over veel eigen werkplekken, waardoor je snel kunt schakelen als er behoefte is aan werkplekken in het kader van reintegratie. Nadelen Geen duidelijke keuze en Geen duidelijke keuze; Relatief duur, lock-inMensen die meer hulp Kennis en infrastructuur richting voor hoe om te financiële risico's blijven effect en financiële nodig hebben vallen van de sw wordt gaan met de ondanks bezuiniging risico's. terug in de uitkering, afgebouwd en niet meer ontwikkelingen die geen betaalde ingezet voor nieuwe samenhangen met de werkplekken binnen doelgroepen. Participatiewet. handbereik om mensen snel te kunnen plaatsen Kostenmaatregelen Geen nieuwe Er worden Er worden Kosten gaan met name Kosten gaan omlaag, bij Spaarne Werkt kostenmaatregelen.

kostenmaatregelen kostenmaatregelen omlaag doordat mensen vooral doordat de taken genomen bij de genomen, maar minder vooral buiten worden van Spaarne Werkt verschillende dan in scenario 1. geplaatst en doordat minder worden. Deel van werksoorten. Werk wordt gekozen wordt voor de taken (re-integratie verplaatst naar meer meer gestandaardiseerde en begeleiding) gaat kosteneffectieve re-integratietrajecten. naar de gemeenten. werksoorten. Aantal De komende jaren Idem De komende jaren De komende jaren Idem dienstbetrekkingen verdwijnen circa 30 verdwijnen circa 20 verdwijnen circa 30 van kandidaten bij eigen werkplekken per eigen werkplekken per eigen werkplekken per Spaarne Werkt jaar. Het aantal eigen jaar. Het aantal jaar. Het aantal werkplekken is in de werkplekken is in de werkplekken is in de structurele situatie circa structurele situatie circa structurele situatie circa 40% van het huidige 60% van het huidige 40% van het huidige aantal. aantal. aantal. Personen in Naar een verdubbeling in Idem Idem Naar meer dan een Verdwijnt in dit scenario begeleiding/ 2028 en verviervoudiging verdubbeling in 2028 en jobcoaching bij op de langere termijn vervijfvoudiging op de derden langere termijn Aantal reBlijft gelijk op het idem Gaat met circa 40% Gaat met circa 50% Verdwijnt in dit scenario. integratietrajecten huidige aantal omhoog.

omhoog naar niveau in het MJK Financieel saldo ten Totale kosten van De jaarlijkse totale De totale kosten liggen De kosten liggen onder De kosten van Spaarne opzichte van Spaarne Werkt komen kosten zijn lager dan de jaarlijks onder de de vastgestede Werkt liggen ruim onder huidige vanaf 2026 jaarlijks boen vastgestede vastgestelde meerjarenbegroting. de vastgestelde meerjarenbegroting de vastgestelde meerjarenbegroting. meerjarenbegroting. Op meerjarenbegroting. De meerjarenbegroting. de langere termijn is de kosten verplaatsen zich meerjarenbegroting naar elders. . waarschijnlijk niet toereikend.

7

Scenario 1. Kostenmaatregelen

Aanbevelingen Op basis van onze analyse komen we tot de volgende aanbevelingen. 1. Maak een keuze uit één van de scenario’s die wij in afstemming met Spaarne Werkt en de gemeenten hebben geformuleerd. Ga daarvoor in gesprek met elkaar over de geformuleerde beoordelingscriteria en geef een weging aan de verschillende criteria. Bepaal op basis daarvan het voorkeursscenario. 2. Spaarne Werkt en de deelnemende gemeenten hebben een gezamenlijke ambitie. We zien dat Spaarne Werkt en de gemeenten stappen zetten in het gezamenlijk zoeken en vinden van kandidaten. Wij adviseren deze samenwerking verder te intensiveren. Wij adviseren dat Spaarne Werkt nadrukkelijker betrokken wordt bij het zoeken en vinden van kandidaten. 3. Ons advies is om te komen tot een duidelijk protocol op basis waarvan kandidaten worden gediagnosticeerd en geïndiceerd. 4. Volg de marsroute van het Berenschot Ruitmodel: a. Stel een businessplan op nadat een keuze is gemaakt uit de verschillende scenario’s. In het businessplan wordt uitgewerkt hoe de organisatie van Spaarne Werkt er op de langere termijn uit komt te zien en hoe de weg daarnaar toe eruit ziet (de transitie). Een belangrijk onderdeel is, wat dit concreet betekent voor de verschillende werksoorten.

Onderdeel hiervan is ook de samenwerking tussen Spaarne Werkt en de afdelingen Werk en Inkomen en hoe het realiseren van de doelstellingen wordt gewaarborgd. Op basis van het businessplan nemen de bestuurders een definitief besluit. a. Vervolgens wordt een organisatie- en implementatieplan uitgewerkt. Daarin staan de concrete stappen die worden ondernomen om tot het uiteindelijke doel te komen en op welke wijze die worden gemonitord (door Spaarne Werkt en de deelnemende gemeenten) en hoe eventuele bijsturing plaatsvindt. Tabel 1. Overzicht scenario’s.

8

HOOFDSTUK 1

Inleiding 1.1

Aanleiding

Met ingang van 1 januari 2022 vormen de gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Heemstede en Zandvoort gezamenlijk het Participatiebedrijf Zuid-Kennemerland. Met de vorming van het Participatiebedrijf borgen de gemeenten de organisatie van betaald werk voor de doelgroepen Wet sociale werkvoorziening en (nieuw) beschut werk. Daarnaast wordt de focus gelegd op de toeleiding naar betaald werk voor kandidaten met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt, de doelgroep banenafspraak en leerwerktrajecten voor jongeren zonder beroeps-of startkwalificatie (voortijdige schoolverlaters en jongeren in kwetsbare posities). Met de invoering van de Participatiewet in 2015 is een gestage afbouw voorzien van medewerkers in de sw en de Wajong. Daartegenover staat een stijging van nieuwe doelgroepen, met name ‘beschut nieuw’ en de doelgroep met loonkostensubsidie. Zij moeten zo regulier mogelijk aan de slag worden geholpen. Deze landelijke ontwikkelingen spelen ook een rol bij Spaarne Werkt en de deelnemende gemeenten. De vraag doet zich voor hoe werksoorten moeten worden afgebouwd of gesloten dan wel moeten worden omgebouwd, zodanig dat ze ondersteunend zijn aan de nieuwe uitgangspunten in de Participatiewet. De krimp van de sw-doelgroep en de lagere rijksbudgetten leidt tot zorgen over de financiële toekomst van Spaarne Werkt.

Dit geeft aanleiding om te onderzoeken welke toekomstscenario’s passend zijn voor Spaarne Werkt. In opdracht van het bestuur van Spaarne Werkt heeft Berenschot dit onderzoek uitgevoerd. De volgende wensen zijn door het bestuur van Spaarne Werkt geformuleerd. •

Het bestuur wil dat de continuïteit van werk voor de mensen in de sociale werkvoorziening en ‘nieuw beschut’ werk wordt gewaarborgd en wil daarom inzicht in het toekomstperspectief van het bedrijf.

•

Het bestuur wil zicht hebben op de door gemeenten te maken beleidskeuzen en de financiële effecten daarvan op het bedrijf.

1.2

Doel van het onderzoek

Het doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de huidige financiële situatie van Spaarne Werkt en het opstellen van verschillende scenario’s voor het realiseren van een duurzame toekomst. Daartoe is onderzocht wat de mogelijkheden zijn om het resultaat van het werkbedrijf te optimaliseren en wat de mogelijkheden zijn om door inzet van het werkbedrijf het (financiele) resultaat van de Participatiewet te optimaliseren. De scenario’s zijn bedoeld om te komen tot een duidelijke richting voor het bedrijf: de strategische koers. Nadat die keuze door de bestuurders is gemaakt, zullen vervolgstappen moeten worden gezet. Zodra de koers is uitgezet, (er een keuze is gemaakt uit de verschillende scenario’s) kan gekomen worden tot een meer concrete en operationele uitwerking.

9

In dit onderzoek beantwoorden we de volgende onderzoeksvragen: 1. Welke doelgroepen zijn er en welke werksoorten moeten beschikbaar blijven of bieden kansen voor de doelgroepen? 2. Is de overhead Spaarne Werkt in verhouding tot de doelgroepen en werksoorten en hoe verhoudt zich dat tot het toekomstperspectief van Spaarne Werkt? Wat is minimaal nodig om de voorzieningen in stand te houden en waar kan efficiënter georganiseerd worden? 3. Welke mogelijkheden in brede zin zijn er om het resultaat van Spaarne Werkt te optimaliseren, met oog op een duurzame toekomst voor Spaarne Werkt?

1.3

Aanpak

We hebben in het onderzoek de volgende stappen gezet: Stap 1. Afwegingskader We zijn gestart met een aantal gesprekken met elk van de wethouders verantwoordelijk voor de Participatiewet van de vier gemeenten, directeuren en managers van de sociale diensten en de directeur van Spaarne Werkt. Hierin is besproken wat de huidige situatie is en welke wensen er zijn voor de toekomst. De uitkomsten van deze gesprekken zijn meegenomen in het opstellen van een afwegingskader dat de belangrijke criteria bevat voor de gemeenten waaraan de scenario’s moeten voldoen. Daarnaast zijn de toekomstscenario’s ontwikkeld. Stap 2. Nulmeting Vervolgens zijn we gestart met de analyse van de resultaten en personele ontwikkeling van Spaarne Werkt en van de sociale werkvoorziening van de vier gemeenten, mede met gebruikmaking van onze benchmark databases en informatie van het ministerie van SZW en Cedris. Ook brachten we de beschikbare middelen in beeld voor de Participatiewet in: (a) BUIGbudget, (b) Participatiebudget en (c) fictief budget Participatie in de algemene uitkering in het gemeentefonds. Ook is gekeken naar de ontwikkeling van het aantal mensen in de banenafspraak en ‘beschut’. Stap 3. Uitwerken scenario’s In dit onderzoek hebben we in totaal vijf scenario’s beschreven.

Deze scenario’s zijn gebaseerd op de resultaten van de nulmeting uit stap 2 en zijn in overleg met de stuurgroep vastgesteld. In scenario 0 laten we zien wat er gebeurt binnen Spaarne Werkt als er niets verandert. Dit scenario onderschrijft de noodzaak om veranderingen door te voeren. In scenario 1 hanteren we dezelfde taken en aantallen als in scenario 0, alleen worden er in dit scenario maatregelen genomen gericht op kostenreductie. Scenario 2 focust op het moderniseren van de klassieke infrastructuur waarin ook mensen, anders dan de doelgroep ‘beschut’, een plek krijgen, die het nog niet lukken om bij reguliere werkgevers aan de slag te komen. Scenario 3 is een minimalisatie van de eigen werkinfrastructuur en heeft de focus op werk bij reguliere werkgevers. In scenario 4 schetsen we de toekomst voor een bedrijf met alleen beschutte arbeid. Stap 4. Scenario’s afgezet tegen het afwegingskader en geplaatst binnen de landelijke context Deze vijf scenario’s zijn afgezet tegen het afwegingskader. De finale afweging tussen scenario’s is een keuze van het bestuur van Spaarne Werkt. Daarnaast plaatsten we de scenario’s binnen de landelijke context, die we verkregen in het project dat we uitvoerden in opdracht van het ministerie van SZW.

10

Stap 5. Rapportage Ten slotte hebben we dit eindrapport opgesteld, waarin de consequenties van de keuzes zijn onderbouwd, zodat het voor de diverse stakeholders inzichtelijk wordt waarom dit logische keuzes zijn die voortvloeien uit het afwegingskader en analyse.

1.4

Gefaseerde aanpak: Berenschot Ruitmodel

Berenschot ziet het nu uitgevoerde onderzoek als stap in een uitgebreider proces. In onze visie nemen bestuurders na oplevering van dit rapport een voorgenomen besluit over het voorkeursscenario en worden afspraken gemaakt over de wijze waarop colleges en raden worden betrokken. Voor een zorgvuldige procedure is het van belang dat de betrokkenen bij het besluitvormingsproces weten wat er met dit scenario wel en niet besloten wordt. Om deze vraag te beantwoorden is een doorkijkje naar het vervolgproces nuttig. Voor dergelijke besluitvormingsprocessen heeft Berenschot het zogenoemde Ruitmodel ontwikkeld (zie de navolgende figuur).

Het onderhavige onderzoek betreft de voorbereiding van het richtinggevend besluit. In dit stadium van het besluitvormingsproces staat de inhoudelijke inrichting van het scenario centraal; welke Participatiewettaken worden door Spaarne Werkt op welke wijze uitgevoerd; wat wordt de koers van de organisatie? In dit stadium van het besluitvormingsproces wordt nog niet besloten over de transitie en inrichting van de organisatie. De richting die nu wordt gekozen betreft een omkeerbaar besluit, gericht op de flexibiliteit die nodig is bij het opstellen van het business- en organisatieplan. In de volgende fase van het traject wordt het business- en organisatieplan opgesteld. Dan wordt meer concreet hoe binnen de kaders van het gekozen scenario, de organisatie eruit gaat zien. De besluitvorming hierover is onomkeerbaar, gericht op een stabiele basis voor het organisatieontwerp en het ontwerp voor het dienstverleningsproces.

1.5

Leeswijzer

U leest in dit rapport in hoofdstuk 2 de beschrijving van de huidige situatie. Hierbij wordt eerst het kader geschetst vanuit het landelijk onderzoek naar de Participatiewet dat Berenschot uitvoerde in opdracht van het ministerie van SZW. Vervolgens leest u in dit hoofdstuk wat de huidige processen en governance structuur is bij Spaarne Werkt. In hoofdstuk 3 volgt een analyse van de huidige situatie op basis van de gegevens die door Spaarne Werkt zijn verstrekt afgezet tegen de gegevens uit de benchmark sociaal ontwikkelbedrijven van Berenschot. In hoofdstuk vier leest u een uitwerking van de toekomstscenario’s. Het rapport wordt afgesloten met conclusies en adviezen voor het vervolg.

11

HOOFDSTUK 2

Beschrijving van de huidige situatie De Participatiewet is in 2015 ingevoerd. Er zijn nog veel gemeenten op zoek naar een optimale invulling van het beleid en de uitvoering van de Participatiewet. De kernvraag die beantwoord moet worden, is hoe vanuit het perspectief van de Participatiewet ondersteuning wordt geboden aan de steeds grotere, nieuwe doelgroep met beperkte loonwaarde, die in de plaats komt van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en waarvoor gemeenten minder middelen tot hun beschikking hebben dan voorheen onder de Wsw.

2.1

Landelijke ontwikkelingen

2.1.1

Visie Berenschot op Participatiewet

Als gevolg van de Participatiewet zitten we in een transitie die decennia gaat duren. Er is geen blauwdruk van ’het beste beleid’ of ‘de beste uitvoering’. Het is met elkaar zoeken naar steeds weer de beste oplossingen en daarbij gebruik te maken van de best practices in het land, die er op onderdelen wel zijn. Ook op de langere termijn zal niet sprake zijn van één beste oplossing. De te maken keuzes zijn mede afhankelijk van de voorkeuren die in gemeenten en regio’s leven en afhankelijk van de specifieke omstandigheden.

2.1.2

Doelgroep ontwikkeling

De hoofddoelgroep van de Participatiewet zijn mensen met arbeidsvermogen die tijdelijke of permanente ondersteuning nodig hebben om in hun basisbehoeften te voorzien of aan het werk te kunnen gaan.1 Hieronder vallen degenen die voorheen onder andere regelingen, zoals de Wet werk en bijstand (WWB), Wsw en de Wajong,2 vielen. De volgende figuur maakt inzichtelijk voor welke doelgroepen gemeenten verantwoordelijk zijn. Deze aantallen zijn ontleend aan de memorie van toelichting bij de Participatiewet en bewerkt door Berenschot. Op de verticale as staan de landelijke aantallen personen in de verschillende doelgroepen (x 1000), op de horizontale as de betreffende jaren. Deze ontwikkelingen doen zich in alle gemeenten voor. Maar de verhoudingen tussen de aantallen kunnen tussen gemeenten verschillen.

1 2

SCP (2019). Eindevaluatie van de Participatiewet. De Wajong blijft wel bestaan voor jonggehandicapten zonder arbeidsvermogen (Wajong 2015).

12

•

Groen: gemeenten blijven onveranderd verantwoordelijk voor de uitvoering van de bijstand. In de werkelijkheid zal de omvang van deze groep fluctueren. Maar, we houden hem in deze grafiek constant, omdat de feitelijke verandering met de Participatiewet vooral betrekking heeft op de andere doelgroepen. We willen in het diagram vooral de (trendmatige) ontwikkeling van deze (andere) groepen in beeld brengen.

•

Oranje: gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wsw. Het aantal Wsw’ers neemt geleidelijk af, omdat de toegang tot de Wsw per 1 januari 2015 is afgesloten.

•

Blauw: het ministerie van SZW gaat ervan uit dat gemeenten op landelijk niveau gemiddeld voor drie Wsw’ers die uitstromen één ‘beschutte’ arbeidsplek creëren. Op lokaal niveau kan deze verhouding verschillen. Voor Spaarne Werkt werken we dat hierna uit.

•

Geel: het ministerie gaat ervan uit dat twee derde van de mensen die voorheen in de Wsw aan de slag gingen, onder de Participatiewet met een loonkostensubsidie en begeleiding aan de slag gaan bij reguliere werkgevers.

•

Rood: gemeenten zijn sinds 2015 ook verantwoordelijk voor de groeiende groep mensen die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en die voorheen in de Wajong (en niet in de Wsw) terechtgekomen zou zijn. In principe gaat het om mensen die vergelijkbaar zijn met de groepen ‘begeleiding regulier’ en ‘beschut’. Maar, in de memorie van toelichting bij de Participatiewet worden voor deze groep geen specifieke voorzieningen ingezet. Er komen wel middelen beschikbaar. De vrijvallende re-integratiemiddelen bij het UWV (doordat de te reintegreren en begeleiden groep Wajongers bij het UWV steeds kleiner wordt) worden overgeheveld naar de gemeenten en komen in de algemene uitkering in het gemeentefonds. De middelen per hoofd zijn relatief beperkt en onvoldoende om mensen adequaat te ondersteunen.

2.1.3 •

Risico’s bij ontwikkelingen Participatiewet

Gemeenten zitten in een permanente staat van transitie, waarbij de huidige doelgroep van de Wsw geleidelijk vervangen wordt door een (uiteindelijk) grotere, nieuwe doelgroep met verminderde loonwaarde. Er treedt dus jaarlijks verandering op in de omvang en samenstelling van de doelgroep in de Participatiewet. De gemeentelijke uitvoering moet zich daar telkens op aanpassen. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. In de praktijk is dat lastig om te realiseren.

13

•

De doelgroep van de Wsw krimpt. Gemeenten moeten de vraag beantwoorden wat ze doen met de vrijvallende Wsw-plekken. De plekken die vrijkomen een-op-een invullen door mensen uit de nieuwe doelgroep is niet in lijn met de Participatiewet. Doel van de Participatiewet is dat mensen zo veel mogelijk geplaatst worden bij reguliere werkgevers, al dan niet met een loonkostensubsidie en/of begeleiding. Daarbij komt dat het zonder meer invullen van de vrijgekomen plekken door mensen vanuit de nieuwe doelgroep, binnen de middelen die vanuit het Rijk voor gemeenten beschikbaar zijn, niet betaalbaar is. De gemiddelde kosten van een klassieke werkplek bij het voormalige sw-bedrijf zijn hoger dan het budget vanuit de rijksoverheid. Ook daarom moeten mensen zoveel mogelijk bij een reguliere werkgever geplaatst worden. De kosten (en de risico’s) van het plaatsen van mensen bij reguliere werkgevers zijn in het algemeen lager dan de kosten van het realiseren van eigen werkplekken.

•

Bij sw-bedrijven is sprake van krimp van de doelgroep en krimp van de budgetten. Krimp is lastig te managen. Het werk moet gedaan worden met een steeds, kleinere, vergrijzende groep Wsw’ers. De ondersteuning van deze nieuwe doelgroep wordt door gemeenten niet als vanzelfsprekend ondergebracht bij het werkbedrijf. De krimp van de Wsw kan door swbedrijven dus niet altijd worden gecompenseerd met nieuwe taken voor de nieuwe doelgroep.

2.2 2.2.1

Meerjaren kaderprogramma (MJK) Korte beschrijving van het dienstverleningsproces

De volgende figuur geeft een schematisch en generiek overzicht van het dienstverleningsproces van gemeenten voor de Participatiewet. Het schema is opgenomen in het rapport dat Berenschot in 2023 schreef in opdracht van het ministerie van SZW over sociaal ontwikkelbedrijven. Aan de hand van dit figuur schetsen we het dienstverleningsproces van de vier gemeenten en Spaarne Werkt op basis van het MJK.

Figuur. Schema klantreis sociaal ontwikkelbedrijf. Afkomstig uit het landelijk onderzoek dat Berenschot uitvoerde in opdracht van het ministerie van SZW.

14

Een inwoner meldt zich bij één van de vier gemeenten dan wel komt in beeld bij de klantmanager van de gemeente. Dat betreft de eerste stap (A) het vinden, herkennen en eventueel diagnosticeren van kandidaten. Van daaruit kunnen mensen, indien mogelijk, direct aan het werk geholpen worden (om bijgaand figuur leesbaar te houden hebben we deze stroom niet met een pijl van A naar E weergegeven). Als blijkt dat de betrokkenen nog niet startklaar zijn om direct aan de slag te gaan, gaan ze door naar een traject (B) om ze wel startklaar te maken. Uit het MJK blijkt dat de klantmanagers (Haarlem en Zandvoort) en de consulenten (Heemstede en Bloemendaal) de afstand tot de arbeidsmarkt bij de kandidaten zelf inschatten en zorgen dat de kandidaat wordt aangemeld bij Spaarne Werkt voor ondersteuning. Het gaat om groepen met een overbrugbare afstand tot werk die binnen achttien maanden aan de slag kunnen gaan. De betrokken klantmanagers en consulenten maken zelf die inschatting. Als kandidaten volgens Spaarne Werkt niet aan het profiel voldoen, worden ze soms, in overleg met de klantmanager, terugverwezen. De groep kandidaten die meer dan achttien maanden nodig heeft om aan de slag te kunnen gaan, gaat eerst vrijwilligerswerk of een andere vorm van participatie doen en wordt door de klantmanager gemonitord op een overstap naar een traject bij Spaarne Werkt.

Spaarne Werkt verzorgt in opdracht van de gemeenten de re-integratie van betrokkenen, waaronder beschut werk. De trajecten worden bij alle gemeenten uitgevoerd op basis van maatwerk. Tijdens de uitvoering van de trajecten behoudt de klantmanager of consulent van de gemeente de regierol. Daarnaast heeft een kandidaat bij Spaarne Werkt altijd één arbeidscoach als aanspreekpunt over de voortgang van het ontwikkelplan. De klantmanager wordt via het systeem INIO (Inzicht in Ontwikkeling) op de hoogte gehouden van de voortgang van het traject. Ook als er extra ondersteuning nodig is op andere leefgebieden wordt dat door de klantmanager georganiseerd. De klantmanagers werken daarin samen met andere afdelingen binnen de gemeenten zoals schulddienstverlening, maatschappelijke ondersteuning en jeugd en met de sociaal wijkteams. Bij het ontwikkelen van werknemersvaardigheden kan het gaan om een taaltraining, een vakopleiding, het vinden van een werkervaringsplek, en dergelijke. Het traject is bedoeld om mensen startklaar te maken voor de arbeidsmarkt. Zodra de kandidaat startklaar wordt, is hij of zij bemiddeld en geplaatst op een werkplek (C). In de werkgeversbenadering (D) gaan de uitvoerders van de Participatiewet en de medewerkers van het WSP op zoek naar baanopeningen en werkkansen.

Zij gaan in gesprek met werkgevers, om afspraken te maken over op welke wijze mensen zo goed mogelijk geplaatst kunnen worden. Het hoogst haalbare doel is om mensen zo regulier mogelijk te plaatsen (E). Voor zover mensen niet volledig regulier aan de slag kunnen, heeft de gemeente de mogelijkheid om een loonkostensubsidie in te zetten, om het gebrek aan loonwaarde te compenseren. Daarnaast is vaak nog een andere vorm van ondersteuning of begeleiding nodig (F). Hier zit een grote wijziging ten opzichte van de Wsw. Voorheen werd vaak binnen de muren van het sw-bedrijf gezocht naar oplossingen voor deze groep, terwijl daar nu naar wordt gezocht bij de reguliere werkgevers. Werkgevers hebben met de banenafspraak toegezegd om landelijk 125.000 werkplekken te realiseren voor mensen met een arbeidsbeperking.

15

Zolang mensen niet bij een reguliere werkgever in dienst kunnen komen, kan de gemeente of het sociaal ontwikkelbedrijf ervoor kiezen om mensen (tijdelijk) zelf in dienst te nemen (G). Indien mensen door de aard/zwaarte van hun beperkingen niet via een dienstbetrekking bij reguliere werkgevers aan de slag kunnen en van het UWV een positief Advies Indicatie beschut werk hebben, kunnen ze aan de slag op een zogenaamde beschutte werkplek. De gemeente heeft voor deze doelgroep de verplichting om het in de ministeriële regeling benoemde aantal werkplekken3 te realiseren (H). Gemeenten zijn en blijven daarnaast verantwoordelijk voor de huidige groep Wsw’ers. Deze groep moet aan de slag geholpen blijven worden, voor zover mogelijk in een zo regulier mogelijke baan (I).

2.3

Verhouding tot landelijke organisatievormen?

Bij Spaarne Werkt is gekozen voor een partieel model. Dit betekent dat het bedrijf naast de Wsw andere re-integratietaken uitvoert. Dit model komt in de praktijk het meeste voor. Uit het landelijke onderzoek dat Berenschot uitvoerde voor het ministerie van SZW naar de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven, blijkt dat circa de helft van de gemeenten een partieel werkbedrijf heeft.

Figuur. Typering huidige sociaal ontwikkelbedrijven. Afkomstig uit het landelijk onderzoek dat Berenschot uitvoerde in opdracht van het ministerie van SZW.

In bijgaande diagram worden de volgende vijf type bedrijven weergegeven. 1. Gecombineerd bedrijf: het bedrijf voert de gehele Participatiewet uit en verzorgt zowel de uitkeringsverstrekking aan mensen met een bijstandsuitkering als het aan de slag helpen en houden van mensen. 2. Geïntegreerd sociaal ontwikkelbedrijf: het bedrijf is door de gemeente(n) aangewezen om de volledige re-integratie in het kader van de Participatiewet en de Wsw uit te voeren. 3. Partieel sociaal ontwikkelbedrijf: het bedrijf voert naast de Wsw andere re-integratietaken uit. 4. Alleen beschut werk: in dit bedrijf is de traditionele werkplaats de hoeksteen van de infrastructuur van het bedrijf. Deze bedrijven verrichten naast de Wsw en beschut werk geen of beperkte andere re-integratietaken. 5. Klassiek sociaal ontwikkelbedrijf: dit bedrijf voert hoofdzakelijk alleen (nog) de Wsw uit.

Meestal wordt in dat verband gesproken over ‘de taakstelling’. Strikt genomen gaat het niet om een taakstelling. Gemeenten zijn verplicht om mensen met een indicatie ‘beschut werk’ en werkplek aan te bieden zo lang zij voor het benoemde aantal werkplekken in de ministeriële regeling een beroep doen op ondersteuning. Het gaat dus feitelijk om een minimaal aantal te realiseren plekken, voor zover er een beroep gedaan wordt door betrokkenen op de gemeente. 3

16

2.4

Governance

De governancestructuur van Spaarne Werkt is sinds 1 januari 2022 vastgelegd in een gemeenschappelijke regeling van de vier gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Heemstede en Zandvoort. In de gemeenschappelijke regeling is vastgelegd dat Spaarne Werkt verantwoordelijk is voor vier hoofdtaken: •

de sociale werkvoorziening (Wet sociale werkvoorziening)

•

re-integratie voor kandidaten met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt

•

(Participatiewet)

•

beschut werk op grond van de Participatiewet

•

leerwerktrajecten voor jongeren zonder start- of beroepskwalificatie (Wet voortijdig schoolverlaten)

Zoals in het MJK staat beschreven is er sinds 1 januari één bestuur, dat bestaat uit de vier wethouders met de Participatiewet in de portefeuille, dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de hoofdtaken. Deze taken zijn vastgesteld door de raden. Naast het bestuur is er een directeur, die leiding geeft aan de uitvoeringsorganisatie van Spaarne Werkt. De directeur is verantwoording verschuldigd aan het bestuur. In de gemeenschappelijke regeling worden afspraken gemaakt over samenwerking, zeggenschap en bevoegdheden van de bestuurders en de directeur, verantwoording en informatieverstrekking en hoe om te gaan met (grote) besluiten. De governance is geen onderwerp van onderzoek in onze analyse.

17

HOOFDSTUK 3

Analyse van de huidige situatie Spaarne Werkt vervult een belangrijke rol bij het realiseren van de doelstellingen van de Participatiewet. In dit hoofdstuk analyseren we de huidige resultaten van de gemeenten en Spaarne Werkt. Daarbij zetten we de resultaten onder meer af tegen benchmarkgegevens van Berenschot.

3.1

Bijstand

In de volgende grafieken voeren we een benchmark uit van het bijstandsvolume. We kijken naar het aantal bijstandsuitkeringen als percentage van het totaal aantal huishoudens in de gemeenten die participeren in Spaarne Werkt.

In de grafiek links, laten we zien hoe de bijstandsdichtheid zich in de gemeenten van Spaarne Werkt ontwikkelt (blauw). We vergelijken de bijstandsdichtheid met het landelijk niveau van de bijstandsdichtheid (oranje) en de bijstandsdichtheid in een groep van elf referentiegemeenten4 (grijs). Als referentiegemeenten nemen we de gemeenten die volgens het objectief verdeelmodel een vergelijkbare verwachte bijstandsdichtheid hebben als het totaal van de gemeenten van Spaarne Werkt. De bijstandsdichtheid van de gemeenten van Spaarne Werkt zit structureel op een lager niveau dan de referentiegemeenten. Qua bijstandsdichtheid scoren de gemeenten van Spaarne Werkt dus relatief goed.

Harderwijk, Nieuwegein, Weert, Noordoostpolder, Oosterhout, Leiden, Amersfoort, Zeist, Utrecht, Hilversum, Veenendaal. 4

18

De rechtergrafiek toont de ontwikkeling van de bijstandsdichtheid, waarbij de bijstandsdichtheid in 2011 op 100% is gesteld. Hieruit volgt dat het bijstandsniveau zich in de gemeenten van Spaarne Werkt per saldo iets minder gunstig ontwikkelt dan in de referentiegemeenten en dan op landelijk niveau. In 2022 ligt het bijstandsniveau 6% hoger dan in 2011, terwijl op landelijk niveau het bijstandsniveau 4% lager is dan in 2011 en bij de referentiegemeenten is de bijstandsafhankelijkheid in 2022 gelijk aan het niveau in 2011. Het valt op dat de ontwikkeling in de gemeenten van Spaarne Werkt na 2017 min of meer gelijke tred houdt met de landelijke ontwikkeling, terwijl in de referentiegemeenten, het volume tot in 2017 sterker steeg dan in de Spaarne Werkt-gemeenten, maar dat daarna in de referentiegemeenten sprake was van een sterkere daling. De conclusie is dat het bijstandsniveau relatief laag is in de Spaarne Werkt-gemeenten. Tegelijkertijd zien we dat bijstandsafhankelijkheid in de afgelopen jaren minder snel daalde dan in de referentiegemeenten, maar min of meer gelijk was aan daling op landelijke niveau.

3.2

Loonkostensubsidies

De diagrammen hierna tonen de verwachte en gerealiseerde ontwikkeling van de mensen in de Participatiewet op landelijk niveau en in de Spaarne Werkt-gemeenten. De aantallen staan weergegeven op de verticale assen en de jaren op de horizontale assen.5 De bovenste twee grafieken gaan over het totaal van de Spaarne Werkt-gemeenten, maar over verschillende perioden: de Spaarne Werkt-gemeenten tot nu (realisatie in het verleden) en de verwachte ontwikkeling voor de Spaarne Werkt-gemeenten (toekomstverwachting). De onderste twee grafieken gaan over Nederland respectievelijk de Spaarne Werkt -gemeenten.

5

Bronnen: CBS Statline, ministerie van SZW, bewerking Berenschot.

19

In de grafiek linksboven laten we de ramingen zien (van het ministerie van SZW) voor het totaal van de Spaarne Werkt -gemeenten voor de groepen Wsw, beschut, begeleiding regulier en voormalig Wajong (de gekleurde vlakken op de achtergrond). De lijn met bolletjes laat het aantal Loonkostensubsidies (LKS) zien ten opzichte van het aantal Wsw. We zien dat het aantal LKS in de Spaarne Werkt-gemeenten (zwart) minder hard gegroeid is dan landelijk (groen).6 In de afgelopen jaren lijkt sprake van een lichte versnelling, waardoor het niveau in de Spaarne Werkt-gemeenten dichter bij het landelijk niveau komt te liggen. De grafiek rechtsboven toont de (door SZW) verwachte ontwikkeling van de mensen met beperkte loonwaarde in de Participatiewet bij de gemeenten van Spaarne Werkt.7 Linksonder zien we naast het totaal aantal LKS het totaal aantal beschutte werkplekken op landelijk niveau. Landelijk zit het aantal LKS iets boven de verwachting. Het aantal beschutte werkplekken zit op twee derde van de landelijke taakstelling. Rechtsonder zien we dezelfde variabelen voor de gemeenten van Spaarne Werkt gezamenlijk. Onze conclusie is dat het aantal LKS in de Spaarne Werkt-gemeenten achterblijft bij de landelijke verwachtingen en achterblijft bij de landelijke ontwikkeling. We zien sinds 2020 echter wel dat het verschil met de verwachtingen steeds kleiner wordt.

Het aantal beschutte werkplekken zit daarentegen op het niveau van de taakstelling. Wij merken op dat wij ons baseren op de ramingen van het ministerie van SZW bij de invoering van de Participatiewet (2015). Sindsdien zijn deze ramingen door de landelijke overheid niet herijkt. De gemeenten geven aan dat ze de groeiende groep in de Participatiewet, die voorheen in de Wsw en/of de Wajong kwam, in praktijk niet volledig in beeld hebben. Ze herkennen wel de groeiende groep opgeleide mensen met psychische problemen (voormalig Wajong), die een ander aanbod nodig hebben dan wat Spaarne Werkt momenteel biedt (bijvoorbeeld IPS of dagbesteding plus). Dat ziet de gemeente onder andere terug in het aantal terugmeldingen.

3.3 3.3.1

Aantal kandidaten bij Spaarne Werkt Wsw

In 2022 waren er bij Spaarne Werkt 651 personen met een indicatie Wsw in dienst. In het MJK werd verwacht dat er ultimo 2022 647 personen aan de slag zouden zijn. De verwachting is dat het aantal de komende jaren sneller gaat dalen dan eerder verwacht. In het MJK was de verwachting dat er in 2026 530 personen met een Wsw-indicatie bij Spaarne Werkt werkzaam zouden zijn. De huidige verwachting is dat dat 494 personen zullen zijn. De volgende grafiek toont de wijze waarop de Wsw’ers zijn verdeeld over de verschillende typen werksoorten.

Landelijke aantallen zijn geschaald naar het niveau van de gemeenten van Spaarne Werkt. Gebaseerd op de landelijke raming zoals opgenomen in de memorie van toelichting bij de Participatiewet en de door SZW verwachte verdeling over het land, die zijn vertaling vond in de verdeling van de rijksbudgetten voor de nieuwe doelgroepen. 6 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/2328/documents/31272