45 Brief VRK aanbieding jaarstukken voor zienswijze plus ontwerp begroting ANONIEM.pdf
Tekst van het document
Autonome ontwikkelingen
Correctie gemeentelijke bijdrage maternale kinkhoest Bij het samenstellen van de programmabegroting 2026 is de bijdrage voor maternale kinkhoest meerjarig opgenomen bij de inwonerbijdrage. Dit blijkt niet correct te zijn. De bijdrage wordt ontvangen van gemeente Haarlemmermeer en op het product verantwoord. Daardoor wordt de gemeentelijke bijdrage nu meerjarig verlaagd met € 35.000 en de product gerelateerde inkomsten met hetzelfde bedrag verhoogd.
Toename aantal inwoners (€ 168.000) Aangezien het aantal inwoners een relatie heeft met de dienstverlening van de VRK voor openbare gezondheid, jeugdgezondheidszorg en het Zorg- en Veiligheidshuis is in het financieel beleid vastgelegd dat de gemeentelijke bijdrage meebeweegt met een toename van het aantal inwoners. De toename van het aantal inwoners (5.980) per peildatum 1 januari 2025 leidt voor de programmabegroting 2027 tot een stijging van € 168.000.
Indexatie product gerelateerde en overige inkomsten De indexering op de subsidies en overige inkomsten niet zijnde een inwonerbijdrage leidt tot een bijdrage van € 439.000 (inclusief de bijdrage voor maternale kinkhoest € 35.000).
PTSS en bijdrage Rijk (neutraal, € 48.000 uitgaven en € 48.000 inkomsten structureel) PTSS is aangemerkt als beroepsziekte. Landelijk zijn er gelden toegezegd om de veiligheidsregio’s in staat te stellen de regeling
Pagina 59
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
goed uit te voeren. Hiermee kan een inzet van 0,5 fte gerealiseerd worden. Voorlopig wordt uitgegaan van directe financiering door het Rijk. Financieringsresultaat Het financieringsresultaat volgt uit de bijstelling van het Meerjareninvesteringsplan en de prognose van de nieuw aan te trekken leningen. Actualisatie MJIP 2027-2030 Het meerjarige investeringsplan (MJIP) wordt geactualiseerd en maakt onderdeel uit van de Programmabegroting 2027. De kapitaallasten die hieruit voorvloeien, worden in de begroting verwerkt.
4.1.2. Bestuurscommissie Maatschappelijke Zorg en Veiligheid Nieuw en versterkt beleid Deelname Veilig Thuis aan ZSM (zie 6.1 bijlage A) (€ 75.000 nadeel, structureel) De Veilig Thuis-organisaties in Noord-Holland hebben een inhoudelijke meerwaarde op de ZSM-tafel (zorgvuldig, snel en op maat reageren). Het betreft het geven van adviezen met als doel een betere afstemming tussen zorg en straf, waarbij fysieke aanwezigheid van medewerkers noodzakelijk is. Het betreft een aanwezigheid van 5 * 8 uur waarmee voor VT Kennemerland het bedrag van € 75.000 gemoeid is. In februari 2026 heeft de bestuurscommissie Maatschappelijke Zorg en Veiligheid ingestemd met deelname aan ZSM. Randvoorwaarden hierbij is het gelijktijdig aansluiten op het ZSM door beide buurregio’s in Noord-Holland. Opname van de benodigde middelen en dekking in de programmabegroting 2027 is noodzakelijk. Formatie Veilig Thuis (zie 6.1 bijlage B) (€ 825.000 nadeel, structureel) Met de huidige formatie is Veilig Thuis niet in staat om het aantal adviesaanvragen te bedienen en de meldingen binnen de wettelijke termijnen goed op te pakken. Het tijdschrijftraject in 2025 heeft inzage gegeven in de benodigde tijd die VTK voor activiteiten nodig heeft in relatie tot de landelijke gemiddelden. We zien dat VTK doorgaans aan de bovenkant van het landelijk gemiddelde zit.
Gecombineerd met de gestegen aantallen activiteiten (een ontwikkeling die al enkele jaren speelt), resulteert dit in een toenemend aantal productieve uren. Dit resulteert in een behoefte tot uitbreiding van het aantal fte om deze aantallen én de huidige wachtlijsten te verwerken. In de bestuurscommissie Maatschappelijke Zorg en Veiligheid van 18 februari 2026 is besloten om extra FTE ten opzichte van de huidige formatie toe te kennen. Het betreft 7,5 FTE structureel met ingang van 2027, een aantal dat correspondeert met één van de voorgelegde scenario’s aan de BC MZ &V. Het scenario van de besluitvorming gaat ervan uit dat de groei in meldingen uit 2025 niet verder doorzet naar de jaren vanaf 2026. Het belang van monitoring op de ontwikkelingen is onderkend en krijgt opvolging.
4.1.3. Bestuurscommissie Openbare Veiligheid Autonome ontwikkelingen BDUR-uitkering (€ 23.000 nadeel, structureel) In de decemberbrief van het ministerie van J&V is € 389.000 opgenomen voor het onderwerp weerbaarheid. Dit bedrag is bedoeld om ervoor te zorgen dat de Veiligheidsregio een voldoende basis behoudt om te kunnen reageren op crises omdat de kans daarop groeit. Die basis was aangetast door een eerdere bezuiniging van het Rijk van 10% op de BDUR-uitkering. Daarnaast zijn er extra BDUR-middelen beschikbaar gesteld voor informatievoorzieningen (€109.000) en crisisbeheersing (€ 154.000). Deze middelen worden volledig ingezet. Per saldo blijft er door de eerdere bezuiniging van 10% een nadelig resultaat van € 23.000 over op de BDUR-uitkering. Noodsteunpunten en bijdrage Rijk noodsteunpunten (neutraal, € 1.050.000 uitgaven en € 1.050.000 inkomsten) In de bestuurlijke afspraken is besloten tot het stapsgewijs ontwikkelen van een landelijk netwerk aan noodcoördinatiepunten en noodsteunpunten. In 2027 betreft dit nog een incidentele bijdrage van het Rijk, vanaf 2028 wordt deze toegevoegd aan de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding.
Nieuw en versterkt beleid Regionaal programma natuurbrand (zie 6.1 bijlage C) (Loon en overige kosten € 202.000 nadeel, structureel) (Kapitaallasten € 8.000 nadeel (oplopend naar € 210.000 in 2031), structureel) Het Uitvoeringsplan Natuurbrandbeheersing en -bestrijding is een uitwerking met gewenste maatregelen en investeringen, op basis van de in 2023 vastgestelde landelijke Visie Natuurbrandbeheersing. De risico’s op natuurbrand nemen door klimaatverandering scherp toe. Kennemerland kent veel natuurgebieden, en ook veel bebouwde omgeving en recreatie-objecten middenin of vlak naast de natuur. Dit brengt risico’s met zich mee. Om die tegemoet te kunnen treden is extra inzet nodig op repressie (andere materiaal en materieel) en op preventie.
4.1.4. Bestuurscommissie Publieke Gezondheid Autonome ontwikkelingen Kwaliteitseisen toezicht gastouderopvang en inkomsten inspecties (neutraal) Vanaf 1 juli 2026 worden extra eisen gesteld aan gastouderopvang. Om het toezicht hier goed op in te richten is er extra tijd en geld nodig. Deze financiële middelen zijn in 2026 toegekend aan de gemeenten door het Rijk, maar zijn ook noodzakelijk voor 20272029. Om aan de eisen te kunnen blijven voldoen zal het aantal uur dat per inspectie gastouder aan de gemeenten wordt doorberekend worden verhoogd. Deze inspecties worden per stuk afgerekend met de gemeenten. Dit leidt dus niet tot een aanpassing van een vaste gemeentelijke (inwoner)bijdrage, maar heeft wel effect op de begroting van gemeenten.
Pagina 60
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
Suïcidepreventie (zie 6.1 bijlage D)(€ 313.000 nadeel structureel) Per 1 januari 2026 is suïcidepreventie een wettelijke taak van gemeenten. Het Rijk stelt hiervoor middelen beschikbaar via het gemeentefonds. In de BC Publieke Gezondheid van 9 juli 2025 is besloten tot een meerjarige opdracht aan GGD Kennemerland om de regionale aanpak te coördineren. Binnen de regionale aanpak zijn de lokale initiatieven verwerkt. De bijbehorende, voor de gemeente budgetneutrale, financiering wordt hiermee geregeld.
Nieuw en versterkt beleid Inkomsten forensische inzet (€ 127.000 nadee,l structureel) In de huidige meerjarenbegroting wordt rekening gehouden met een positief resultaat op het product forensische geneeskunde, als gevolg van een marge tussen de kostprijs van de forensische activiteiten en de prijs die aan de opdrachtgevers in rekening wordt gebracht. De VRK heeft geen eigen forensische artsen meer die deze diensten
verrichten. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van artsen van de omliggende regio’s. Hierdoor is er ook geen sprake meer van een marge voor de VRK, wat leidt tot een financieel nadeel.
4.1.5. Overige ontwikkelingen JGZ 0-4 jaar Haarlemmermeer Specifiek voor de gemeente Haarlemmermeer voert de VRK de jeugdgezondheidszorg voor de 0-4 jarigen uit. Omdat de constateringen uit het AEF-rapport ook betrekking hebben op deze groep, is een apart bestuurlijk traject met deze gemeente opgestart. De huidige kruissubsidiëring tussen de JGZ 0-4 en JGZ 4-18 wordt stopgezet door invoering van een nieuw formatiemodel. Een financiële doorrekening van het AEF-rapport en beëindiging van de kruissubsidiëring leidt voor de 0-4 jarigen in 2027 en verder tot een gesprek over de noodzaak van een aanvullende bijdrage.
4.1.6. Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
2030
50.674
50.674
50.674
50.674
50.674
Inwonerbijdrage Programmabegroting 2026 Loon en prijsindexering 2027
2.271
2.271
2.271
2.271
Toename aantal inwoners
168
168
168
168
Indexering versterkingsgelden
167
167
167
167
Indexering middelen Zorg & Veiligheidshuis
13
13
13
13
Correctie maternale kinkhoest
-35
-35
-35
-35
Deelname Veilg Thuis aan ZSM
75
75
75
75
Formatie Veilig Thuis (excl. Uitgeest)
825
825
825
825
Regionaal programma natuurbrand loonkosten + overig onderhoud
202
299
297
297
Regionaal programma natuurbrand kapitaallasten Totaal inwonerbijdrage 2027
8
35
99
99
50.674
54.368
54.492
54.554
54.554
34.621
34.621
34.621
34.621
34.621
34.621
34.621
34.621
34.621
34.621
85.295
88.989
89.113
89.175
89.175
Bestuursafspraken Programmabegroting 2026
Totaal gemeentelijk bijdrage programmabegroting 2027 Tabel: gemeentelijke bijdrage meerjarig per gemeente
Gemeente
2026
2027
2028
2029
2030
Beverwijk
6.062
6.323
6.333
6.337
6.337
Bloemendaal
3.038
3.162
3.168
3.170
3.170
Haarlem
27.195
28.270
28.307
28.325
28.325
Haarlemmermeer
25.166
26.371
26.407
26.426
26.426
Heemskerk
5.160
5.397
5.405
5.410
5.410
Heemstede
3.481
3.639
3.645
3.648
3.648
Uitgeest
1.582
1.636
1.639
1.640
1.640
Velsen
10.597
11.088
11.103
11.110
11.110
Zandvoort
3.011
3.102
3.106
3.108
3.108
85.295
88.988
89.113
89.175
89.175
Pagina 61
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
4.2 Investeringen Investeringen zijn uitgaven waarvan het economisch nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Investeringen worden geactiveerd op de balans en worden afgeschreven op basis van de economische levensduur van de investering. De kapitaallasten (rente en afschrijving) komen ten laste van de programma’s en moeten worden gedekt binnen de baten en lasten van de Programmabegroting. Als onderdeel van deze Programmabegroting 2026 is het MJIP20262030 geactualiseerd. Geplande vervangingsinvesteringen zijn beoordeeld op nut en noodzaak en er is, voor zover mogelijk, beoordeeld of de opgenomen vervangingsbedragen toereikend zijn. Dit leidt tot fluctuatie van investeringsvolumen in de verschillende jaren. In de periode 2027-2030 is de prognose dat voor € 35.4 miljoen wordt geïnvesteerd. In bijlage 6.4 is een detailoverzicht van het investeringsplan opgenomen. De ervaring leert dat door allerlei externe en interne oorzaken snel vertraging in de uitvoering kan optreden. In de begroting wordt al rekening gehouden met een stelpost ‘vertraging in realisatie’ van € 7 miljoen.
Bijzonderheden actualisatie 2026-2030 Buiten de normale indexatie die wordt toegepast op het Meerjareninvesteringsplan kunnen er nog andere aspecten meespelen in de actualisatie. Hieronder zijn de investeringen en de afwijking benoemd waarop deze betrekking hebben.
Deze kredieten worden ingezet voor de aanschaf: • Extreem Geweld en Terreur (EGT) kits en oefenpoppen (€ 58.000 en € 71.000). • Aanschaf extra duiksets (€ 65.000). • Vervanging rolkooien voor transport ademlucht- en duiksets. (€ 131.000). • Vervanging haakarmbak basis ontsmettingseenheid: (€ 340.200). • Brandstofpomp Hoofddorp ondergronds (€ 16.500). Investeringsplan fitnessruimten: Er is besloten jaarlijks de kracht – en cardioapparatuur van één van acht ruimten te verbeteren of te vernieuwen. Het gaat om de vijf beroepsposten en drie combiposten volgens een vaste volgorde. Het MJIP wordt als volgt aangepast: 2025: Heemstede € 25.000 2026: Beverwijk-Oost € 25.000 2027: Nieuw-Vennep € 20.000 2028: Hoofddorp € 20.000 2029: Haarlem-West € 20.000 2030: Haarlem-Oost € 20.000 2031: Zandvoort € 20.000 2032: Velsen € 20.000 Er is financiële dekking voor de kapitaalslasten uit het sportbudget en huisvesting brandweerbudget.
Prijsverhogingen Voor een aantal investeringen is gebleken dat het vervangingsbudget niet toereikend is. Het gaat hier met name o.a. om de vervanging van: • Personenbussen ( van € 271.200 naar € 284.700 ) • Copi-container en inventaris Copi-container van (€ 105.400 naar € 215.200)
Vervanging ademluchtcilinders In 2033 staat de vervanging van een grote batch ademluchtcilinders gepland. Echter is gebleken dat in de loop van de tijd op verschillende momenten cilinders zijn aangeschaft, waardoor in 2026 en 2031 al cilinders aan vervanging toe. Hierdoor is het nodig om de vervanging ten bedrage van € 52.800 te vervroegen naar 2026 en de vervanging ten bedrage van € 52.800 te vervroegen naar 2031. De financiële effecten zullen bij de 1e berap 2026 meegenomen worden.
Herbestemmen kredieten • Inventaris Haakarmbak Adembescherming 12-1382. • Door de andere inzetbaarheid van de Adembeschermingscontainer kan het vervangingskrediet 2028 worden her bestemd. • IBGS gerelateerde investeringen. • Het verschil tussen IBGS gerelateerde investeringen en de vervanging van de haakarmbak basis ontsmetting kan worden her bestemd. Het gaat om de investeringen voor de haakarmbak bronbestrijding + inventaris, voertuig snel inzetbare eenheid + bepakking, was– en droogapparatuur gaspakken en droogkasten gaspakken. In totaal is het bedrag van de te herbestemmen kredieten € 680.800.
Extreem Geweld en Terreur (EGT) kits + oefenpoppen Er is besloten tot aanschaf van nieuwe EGT kits ter vervanging van de huidige terreurkits. De aanschaf van de huidige terreurkits is nimmer geborgd in het MJIP waardoor voor de nieuwe aanschaf van EGT kits opnieuw financiële dekking moet worden gevonden. Daarnaast is besloten tot de aanschaf van twee oefenpoppen. Ook hiervoor moet financiële dekking gevonden worden. Voor de EGT kits geldt een afschrijftermijn van tien jaar en voor de oefenpoppen geldt een afschrijftermijn van zeven jaar. Er is per 2026 binnen het MJIP financiële dekking gevonden waardoor de EGT kits en de oefenpoppen bij de actualisatie van het MJIP worden meegenomen. Het gaat om een investering van de kits van € 58.000 met een afschrijving van tien jaar en voor de oefenpoppen gaat het om € 71.000 met een afschrijving van zeven jaar. Totaal € 129.000.
Pagina 62
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
Rolkooien voor transport ademlucht – en duiksets De huidige rolkooien die worden gebruikt voor het transport van ademlucht – en duiksets zijn aan vervanging toe. Echter is de vervanging nimmer geborgd in het MJIP, mede omdat deze rolkooien nooit als geheel zijn aangeschaft, maar op verschillende momenten in de tijd een aantal stuks. Het is dan ook onbekend wat de leeftijd is van de rolkooien. Daarom wordt er vervangingskrediet aangevraagd en dekking hiervan past binnen het huidige MJIP. Het gaat om een investering van € 131.000 met een afschrijving van vijftien jaar. Aanschaf extra duiksets Door intensivering van de duikdagen en de andere inzetbaarheid van de Adembescherming-container (12-1382) wordt krediet aangevraagd om tien nieuwe duiksets aan te schaffen. Het gaat om een investering van € 65.000 met een afschrijving van tien jaar.
Waterongevallen boot en trailer Zowel de boot als de trailer zijn onlangs bij inspectie in slechte staat gebleken, waardoor deze niet meer operationeel inzetbaar zijn. Het is dus noodzakelijk om met spoed een nieuwe combinatie te kopen. De vervanging van (€ 73.000 ) stond in het MJIP van 2025-2029 gepland in 2029, vanwege de noodzaak wordt deze naar voren gehaald en wordt in 2026 vervangen. Rapid Responder Ambulancezorg Door de grote inzet van de Rapid Responder en de recente opdracht van de zorgverzekeraar moet AZ dit jaar een nieuwe Rapid Responder aanschaffen. Het gaat om een totale investering van € 140.000.
Pagina 63
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
4.3 Samenvatting ontwikkeling begrotingskader 2027-2030 Kaderontwikkeling 2027-2030
Bedragen x € 1.000 2027
2028
2029
2030
-35
16
-12
16
Prijs- en loonindexering
-2.961
-2.961
-2.961
-2.961
Stijging gemeentelijke bijdrage o.b.v. indexatie
2.271
2.271
2.271
2.271
Vertrekpunt vastgestelde programmabegroting 2025 Dagelijks Bestuur/Algemeen Bestuur Nominale ontwikkeling
Stijging gemeentelijke bijdrage Indexatie Zorg en Veiligheidshuis
13
13
13
13
Stijging gemeentelijke bijdrage agv Indexering versterkingsmiddelen
167
167
167
167
Correctie gemeentelijke bijdrage maternale kinkhoest
-35
-35
-35
-35
Stijging productgerelateerde inkomsten
439
439
439
439
Prognose BDUR 2026 aanvullende loon- en prijsstijging
80
80
80
80
Prognose BDUR 2027 loon- en prijsstijging
200
200
200
200
Subtotaal nominale ontwikkeling
174
174
174
174
Autonome ontwikkelingen Toename aantal inwoners
-168
-168
-168
-168
Stijging gemeentelijke bijdrage a.g.v. toename inwoners
168
168
168
168
PTSS
-48
-48
-48
-48
Bijdrage Rijk PTSS
48
48
48
48
Financieringsresultaat
-50
-44
-50
-6
Actualisatie MJIP 2027-2030
221
265
36
-58
Subtotaal autonome ontwikkelingen
171
221
-14
-64
Bestuurlijke commissie Maatschappelijke Zorg en Veiligheid Nieuw en versterkt beleid Deelname Veilg Thuis aan ZSM
-75
-75
-75
-75
Formatie Veilig Thuis (excl. Uitgeest)
-825
-825
-825
-825
Subtotaal nieuw en versterkt beleid
-900
-900
-900
-900
Bestuurlijke commissie Openbare Veiligheid Autonome ontwikkelingen -3
-3
-3
-3
BDUR korting decembrief 2025
BDUR decemberbrief correctie LMO Zeeland
-363
-363
-363
-363
BDUR weerbaarheid
389
389
389
389
BDUR verdeling extra middelen informatievoorziening 25-26
52
52
52
52
BDUR verdeling extra middelen crisisbeheersing 25-26
77
77
77
77
BDUR verdeling extra middelen informatievoorziening 26-27
57
57
57
57
BDUR verdeling extra middelen crisisbeheersing 26-27
77
77
77
77
BDUR inzet informatievoorziening 25-26
-52
-52
-52
-52
BDUR inzet crisisbeheersing 25-26
-77
-77
-77
-77
BDUR inzet informatievoorziening 26-27
-57
-57
-57
-57
Pagina 64
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
Kaderontwikkeling 2027-2030
Bedragen x € 1.000 2027
BDUR inzet crisisbeheersing 26-27
2028
2029
2030
-77
-77
-77
-77
Noodsteunpunten
-1.050
-1.050
-1.080
-1.100
Bijdrage Rijk Noodsteunpunten
1.050
1.050
1.080
1.100
23
23
23
23
-202
-299
-297
-297
Subtotaal autonome ontwikkeling Nieuw en versterkt beleid Regionaal programma natuurbrand loonkosten + overig onderhoud Regionaal programma natuurbrand kapitaallasten Subtotaal nieuw en versterkt beleid
-8
-35
-99
-99
-210
-334
-396
-396
ntb
ntb
ntb
ntb
Bestuurlijke commissie Publieke Gezondheid Autonome ontwikkelingen Verhoogde inkomsten uitgevoerde inspecties Uitbreiding kwaliteitseisen toezicht Gastouderopvang
ntb
ntb
ntb
ntb
Suicide preventie
-313
-313
-313
-313
-313
-313
-313
-313
Bijdrage a.u. gemeente suicide preventie Subtotaal autonome ontwikkeling Nieuw en versterkt beleid Inkomsten forensisch inzet
-127
-127
-127
-127
Subtotaal nieuw en versterkt beleid
-127
-127
-127
-127
-1.217
-1.240
-1.565
-1.587
Tussentelling Te nemen maatregelen Verhoging inwonerbijdrage Deelname Veilg Thuis aan ZSM
75
75
75
75
Formatie Veilig Thuis (excl. Uitgeest)
825
825
825
825
Regionaal programma natuurbrand loonkosten + overig onderhoud
202
299
297
297
Regionaal programma natuurbrand kapitaallasten
8
35
99
99
1.110
1.234
1.296
1.296
Bijdrage suicide preventie uit algemene uitkering
313
313
313
313
Begrotingssaldo 2027-2030
206
307
44
22
206
307
44
22
Begrotingsaldo na bestemming
206
307
44
22
Waarvan incidenteel
-58
0
-28
0
Structureel begrotingssaldo
148
307
16
22
Subtotaal verhoging inwonerbijdrage Verhoging overige lasten gemeenten
Structureel Saldo baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
Pagina 65
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
4.4 Financiële begroting per taakveld Begroting ingedeeld naar taakvelden
bedragen x € 1.000
Jaarverslag 2025
Programmabegroting 2026
Programmabegroting 2027
Meerjarenbegroting
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
2028
2029
2030
0.4 Overhead
-23.509
21.149
111
-21.038
21.640
290
-21.350
-21.444
-21.467
-21.516
0.5 Treasury
76
108
79
-29
108
-70
-178
-216
-175
-131
-1.251
1.302
0
-1.302
1.563
0
-1.563
-1.313
-1.313
-1.303
-24.684
22.559
190
-22.369
23.311
221
-23.090
-22.973
-22.955
-22.949
1.1 Crisisbeheersing en Brandweer
-54.100
65.167
7.469
-57.698
67.733
8.259
-59.474
-59.704
-60.023
-60.050
1.2 Openbare orde en veiligheid
-473
1.807
1.187
-620
1.863
1.203
-660
-660
-660
-660
-54.573
66.974
8.656
-58.318
69.596
9.462
-60.134 -60.364 -60.683
-60.710
6.81 Geëscaleerde zorg 18+
-7.961
9.332
291
-9.041
10.513
348
-10.165
-10.165
-10.165
-10.165
subtotaal
-7.961
9.332
291
-9.041
10.513
348
-10.165
-10.165
-10.165
-10.165
7.1 Volksgezondheid
-19.383
39.796
17.480
-22.317
42.750
19.142
-23.608
-23.519
-23.543
-23.543
7.5 Begraafplaats en crematorium
-26
742
869
127
742
742
0
0
0
0
subtotaal
-19.409
40.539
18.349
-22.190
43.492
19.884
-23.608
-23.519
-23.543
-23.543
Totaal taakvelden
-106.628
139.404
27.486 -111.917
146.912
29.914 -116.998 -117.021 -117.346 -117.368
Inwonerbijdrage
47.774
0
50.674
50.674
0
54.368
54.368
54.492
54.554
54.554
Bestuursafspraken
34.622
0
34.621
34.621
0
34.621
34.621
34.621
34.621
34.621
BDUR
15.766
0
15.910
15.910
0
16.474
16.474
16.474
16.474
16.474
Overig
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Zorgverzekeraars
11.652
0
10.890
10.890
0
11.741
11.741
11.741
11.741
11.741
Totaal dekkingsbronnen
109.814
0
112.095 112.095
0
Resultaat voor bestemming
3.186
139.404
139.581
178
146.912
147.118
206
307
44
22
Mutatie reserves
-690
0
50
50
0
0
0
0
0
0
Resultaat na bestemming
2.496
139.404
139.631
228
146.912
147.118
206
307
44
22
0. Bestuur en ondersteuning
0.8. Overige baten en lasten subtotaal 1. Veiligheid
subtotaal 6. Sociaal domein
7. Volksgezondheid en milieu
Dekkingsbronnen:
117.204 117.204 117.328 117.390 117.390
Pagina 66
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
4.5 Overzicht incidentele baten en lasten Bedragen x € 1.000
Incidentele baten
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
0
0
0
0
Incidentele lasten Programma Brandweerzorg Certificering duikploegleider
58
28
Incidentele lasten
58
0
28
0
Saldo incidentele baten en lasten
-58
0
-28
0
Pagina 67
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
5. Paragrafen 5.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Reservebeleid De veiligheidsregio houdt een gewenst reserveniveau aan, dat uitgaat van de situatie dat de gemeenten een deel van het risicodragerschap voor hun rekening nemen. Met deze reserve wordt ervan uitgaan dat te verwachten risico’s goed zijn op te vangen. Kwantificering van risico’s Ten behoeve van de herijking is het risicoprofiel nader geanalyseerd en zijn risico’s gekwantificeerd. Daar waar mogelijk zijn de risico’s voorzien van een mogelijke financiële impact en een inschatting van de kans dat het risico zich ook daadwerkelijk zal voordoen. Hierbij wordt aangetekend dat de ingeschatte kans percentages gerelateerd zijn aan een periode van vier jaar, de periode van de meerjarenbegroting. De gekwantificeerde risico’s tellen op tot een bedrag van € 6.4 miljoen. Weerstandspositie De weerstandspositie wordt uitgedrukt in een ratio. Deze ratio wordt, overeenkomstig de BBV-regels (Besluit Begroting en Verantwoording), als volgt bepaald:
Deze beoordelingstabel gaat uit van een eigenstandige verantwoordelijkheid van de organisatie voor de weerstandspositie. Conform het vastgesteld beleid wordt in dit verband gerekend met een ratio van 0,7. Dit percentage doet recht doet aan de opvatting dat gemeenten, als verantwoordelijke voor de verbonden partij, ook een aandeel hebben te nemen als risicodrager. Naast de algemene reserves maakt de ruimte in de bestaande begroting deel uit van de weerstandscapaciteit. Immers, deze ruimte kan worden ingezet om tegenvallers op te vangen. De begroting bevat een structurele post voor onvoorzien en dit geeft een weerstandsbedrag van € 50.000. Een ratio van 0,7 vraagt op basis van de risico-inventarisatie een weerstandscapaciteit van afgerond € 4.455 miljoen. Gegeven de post onvoorzien in de begroting, is dan een reserve benodigd van € 4.405 miljoen.
Relevante Beleidsnotities en wettelijk kader • Financiële verordening (artikel 212 gemeentewet) Veiligheidsregio Kennemerland • BBV • Gemeenschappelijk financieel Toezichtkader 2022
beschikbare weerstandscapaciteit benodigde weerstandscapaciteit Door het Nederlands adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) is een, in overheidsland breed toegepaste, beoordelingsmatrix opgesteld om de weerstandsratio te kunnen kwalificeren. Ratio
Beoordeling
Groter dan 2
uitstekend
Tussen de 1,4 en 2
ruim voldoende
Tussen de 1 en 1,4
voldoende
Tussen de 0,8 en 1
matig
Tussen de 0,6 en 0,8
onvoldoende
Lager dan 0,6
ruim onvoldoende
Pagina 68
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
Tabel risico-inventarisatie Risico
Kans x Toelichting effect
Kans
Effect per
Beheersmaatregel
Grootschalige incidenten, waaronder terroristische dreiging.
10%
1.000
Omgevingswet
25%
100
25
De Omgevingswet (OW) is in werking getreden op 1 januari 2024. Op landelijk niveau is bestuurlijk vastgesteld dat de Omgevingswet budgettair neutraal moet kunnen worden ingevoerd in een periode van tien jaar na inwerkingtreding. Om de structurele effecten te verlichten, heeft de VNG de minister gevraagd om op de afgesproken financiële evaluatiemomenten (eind 2022, 2023 en 2027) te berekenen of de terugverdientijd van tien jaar haalbaar is en zo niet, om op die momenten reeds tot financiële compensatie over te gaan. De discussie over structurele financiering loopt nog en vormt een terugkerend punt van aandacht in de gesprekken tussen VNG, veiligheidsregio’s en het Rijk.
Door de landelijke financiële ontwikkeling op de voet te volgen wordt tijdig aangestuurd op compensatie richting de gemeenten.
40%
650
incident 260
Het bedrag is een globale inschatting van een mogelijke claim.
1. B eschikbaar hebben voldoende juridische kennis 2. Goede borging van wet- en regelgeving in processen 3. B eschikbaar hebben van plannen en gefaseerde maatregelen 4. Communicatie over toepassing regels
Algemeen incident 100
Uit de ervaringen met crisis is bekend Inzet op preventie van crisis. dat het om substantiele bedragen kan gaan. De weerstandspositie van de VRK is daar redelijkerwijs niet op ingericht.
Juridisch Aansprakelijkheidsstellingen/overtredingen arbeidstijdenwet.
Onrechtmatige inkopen met juridische procedures tot gevolg.
pm
Periodieke spendanalyses en een goede contractadministratie moeten inzicht geven in de uitgaven en looptijden van contracten. Met deze informatie kunnen tijdig aanbestedingen worden ingezet.
Financieel / economisch Loon en prijsindexering Rijksbijdrage.
40%
111
44
Programmabegroting 2027 wordt opgesteld op verwacht prijspeil 2026. De uiteindelijke door J&V te berichten indexering zou lager uit kunnen vallen. Zo ook voor de jaren daarna. Uitgegaan is van een bedrag van 1,5% op de reguliere BDUR = 111K per jaar.
Accepteren
Nominale ontwikkelingen m.b.t. uitgaven opgebracht uit middelen anders dan de rijksbijdrage en gemeentelijke bijdragen.
30%
300
90
Kosten voor ambulancezorg komen in principe vanuit de door zorgverzekeraars beschikbaar gestelde bijdrage. Uit de verlaging van de bijdrage of bijstelling van nominale ontwikkelingen kunnen frictiekosten optreden, wat een risico kan zijn voor de exploitatie van de VRK.
Consequent de loon- en prijsontwikkelingen volgen en analyseren, en tijdig dekkings voorstellen bestuurlijk aanreiken.
Pagina 69
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
Risico
Kans
Effect per
Kans x Toelichting effect
Afwijkende nominale ontwikkeling.
50%
700
350
in het geval de loon- en/of prijsontwikkelingen hoger zijn dan in de begroting is geraamd, dan kan er een tekort optreden in het lopende begrotingsjaar. Bedrag gaat uit van 0,5% van de omzet.
Accepteren en proactief op anticiperen door b.v. fallback scenario's beschikbaar te hebben.
Beleidsaanpassing kapitaallasten.
10%
200
20
Het risico bestaat dat voor de jaren volgende op de begrotingsperiode onvoldoende middelen in de begroting beschikbaar zijn voor de kapitaallasten van noodzakelijke investeringen.
Tijdig anticiperen in het meerjarenkader o.b.v. een steeds actueel meerjaren investeringsplan.
Kosten financiering investeringen.
50%
300
150
Voor nieuwe leningen wordt rekening gehouden met een interne rekenrente. Stijging van de rente leidt tot een nadeel in de begroting.
Leningen met langere looptijd afsluiten om zo het renterisico te spreiden.
225
Er is een risico dat de verhoogde instroom in de WGA/WIA van de laatste jaren gevolgen zal hebben voor de toekomstige sociale lasten van de VRK.
Extra begeleiding bieden aan (oud) medewerkers die arbeidsongeschikt zijn of dreigen te raken om zo uitval zoveel als mogelijk te voorkomen of beperken.
50
Jaarlijks bedrag, gebaseerd op de lasten over de afgelopen 4 jaar.
1. Goede begeleiding naar andere (externe)functie. 2. Adequate dossiervorming.
Beheersmaatregel
Personeel en Organisatie WGA/WIA.
75%
300
Optreden personele knelpunten.
50%
100
Rechtspositie brandweer vrijwilligers.
10%
3.750
375
Er bestaat momenteel een reëel risico dat elementen in de rechtspositie van de brandweervrijwilligers in strijd zijn met de Europese wet- en regelgeving. Deze wetgeving bepaalt dat gelijk werk ook gelijk moet worden beloond. Landelijk is een aantal oplossingsrichtingen verkend om vrijwilligheid te behouden. De richting waar in eerste instantie nadere verkenning over plaatsvindt is een onderscheid tussen verplicht en niet verplicht tussen beroepsmedewerkers en brandweervrijwilligers. Dit wordt landelijk nader uitgewerkt en definitieve besluitvorming hierover door het Veiligheidsberaad volgt. De implementatie van dit besluit kan financiële consequenties hebben waarvan de omvang nu nog niet bekend is.
1. Op landelijke niveau vindt afstemming en besluitvorming plaats. 2. L andelijk pleiten voor compensatie vanuit het Rijk.
Gevolgen uitstroom vrijwilligers.
40%
250
100
De maatschappelijke trend dat mensen zich minder lang binden is ook bij vrijwilligers te merken: zij nemen eerder afscheid van de organisatie. Dit brengt het risico met zich mee dat er op kwetsbare plekken een tekort aan vrijwilligers ontstaat. Om het risico op deze kwetsbaarheid weg te nemen zou het aantal vrijwilligers moeten groeien. De investeringen in de samenwerking van de afgelopen jaren lijkt zijn vruchten af te werpen.
1. Intensievere wervingscampagne. 2. Norm aantal vrijwilligers op kwetsbare plekken verhogen.
4 jaar
Pagina 70
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
Kans
Effect per
Kans x Toelichting effect
Onvoldoende (kwalitatief) personeel voor de opgave van de komende tijd.
40%
300
4 jaar
120
De behoefte aan een flexibele organisatie uit zich o.a. in een flexibele digitale infrastructuur waarop in relatief korte tijd geschakeld kan worden op de steeds verdergaande technologische ontwikkelingen (digitalisering). Dit vraagt om meer expertise en menskracht t.o.v. de huidige situatie. Door de aankomende vergrijzing en de participatie van burgers met een toenemende informatie behoefte wordt de roep om automatisering steeds groter. Informatie is een productiemiddel van onze organisatie geworden zorgt voor verandering van functies en taken daarbinnen.
Onvoldoende waarborg continuïteit
30%
400
4 jaar
120
Uitval van stroom of ICT-voorzieningen Realisatie van de beheersmaatregelen kan verstrekkende gevolgen hebben uit het continuiteitsplan VRK stroomvoor m.n. de acute hulpverlening. en ICT-uitval.
VRK niet in staat om de snelle doorontwikkeling van technologie te navigeren.
40%
1.000
400
De organisatie is niet in staat om de • Datageletterdheid verhogen impact van nieuwe technologieën VRK-breed. (o.a. A.I., kwantumcomputing) positief • Ontwikkeling van vaardigheden te benutten en de gevaren ervan te t.b.v. risicoherkenning. mitigeren. Dit zou kunnen in de ergste • Ontwikkeling van duidelijke gevallen tot diverse kostbare gevolgen richtlijnen voor het handelen bij zoals grote datalekken, kwetsbaarheden onveilige situaties die medewerkers in systemen, en uiteindelijk het kunnen volgen/toepassen. aantasten van de continuïteit van de operaties.
Incidenten op het vlak van
50%
200
100
Onvoldoende beveiliging kan leiden tot datadiefstal en verlies van gegevens door het onbeschikbaarheid en corruptie. Landelijk zijn normen vastgesteld waaraan de beveiliging dient te voldoen: Baseline Informatiebeveiliging gemeenten/ overheid (BIO) en de NEN7510.
VRK zet stappen om aantoonbaar te gaan voldoen aan de BIO en aan de NEN7510 (GGD scope), onder andere aan de hand van de uitkomsten van de externe audits die uitgevoerd worden.
Niet voldoen aan regels privacy (claims, imagoschade).
10%
600
incident 60
In mei 2018 is de Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van kracht geworden. Vanaf 2019 dient de VRK aan deze regelgeving te voldoen (AVG-compliant). Het niet voldoen aan de AVG kan leiden tot klachten, datalekken en boetes opgelegd door de Autoriteit persoonsgegevens.
FG en Ciso aangesteld voor advies privacy en informatiebeveiliging; risico-analyses op processen, projecten en applicaties; continuering awareness (training nieuwe medewerkers, e-learning, berichtgeving intranet, phishing mails).
20%
200
40
Betreft voornamelijk extra inzet van vrijwilligers als gevolg van meer uit te betalen inzeturen.
Accepteren
Risico
Beheersmaatregel
ICT/IV 1. Medewerkers opleiden i.r.t. projecten maximaal faseren. 2. B estaande IM-middelen herschikken voor meer expertise. 3. O p middellange termijn ruimte creëren (versterkt beleid) voor meer kwaliteit. 4. Automatisering toepassen waar mogelijk om handmatige handelingen te vervangen.
Brandweer Extra inzet middelen / capaciteit a.g.v. weersinvloeden.
Pagina 71
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
Risico
Kans
Effect per
Kans x Toelichting effect
Nieuwe type incidenten
20%
200
40
Vanuit de Energietransitie worden nieuwe objecten in onze leefomgeving gezien. Dit brengt onbekende en nieuwe risico’s met zich mee en kan ook leiden tot andere type incidenten als gevolg van het gebruik van andere materialen in objecten, nieuwe (energie) opslagmethodes en technologische ontwikkelingen. Dit leidt mogelijk tot de noodzaak om ander materiaal in te zetten en nieuwe procedures te ontwikkelen.
Voortdurend nieuwe kennis blijven ontwikkelen (door opleiding en training) en hierdoor nieuwe ontwikkelingen vertalen naar onze organisatie.
Verhoogde uitstroom 24-uursdienst brandweer
30%
1.500
450
De komende jaren wordt een verhoogde uitstroom van medewerkers van de 24-uursdienst verwacht. Dit wordt veroorzaakt door onder andere FLO, de afloop van 20-jaarscontracten en de maatschappelijke tendens van kortere dienstverbanden. Om deze uitstroom op te vangen zullen meer en vaker nieuwe medewerkers geworven moeten worden; dit brengt extra kosten vanwege werving, opleiding, bijscholing, materiaal, e.d. met zich mee. Bovendien zullen de pieken van de uitstroom (in 2025, 2027 en 2028) niet in één jaar opgevangen kunnen worden waardoor de jaren daarvoor meer medewerkers dan de formatie in dienst zullen zijn, hetgeen ook aanvullende kosten met zich meebrengt.
Tijdig binnenhalen van alle benodigde nieuwe fte en alle mogelijkheden benutten om opleidingen uit reguliere budgetten te laten plaatsvinden.
Bijdrage landelijke projectorganisatie brandweerkleding
75%
60
45
Voor het nieuwe operationeel uniform Een combinatie van accepteren en de is er voor alle Veiligheidsregio’s door de ontwikkelingen blijven volgen. NIPV een projectorganisatie opgezet. Het NIPV houdt ook voorraden kleding aan. De mogelijkheid bestaat dat een deel van de voorraad incourant raakt, mede als gevolg van een nieuwe leverancier. De VRK dient dan haar bijdrage te leveren aan het verlies als gevolg van de incourante voorraad.
Afname subsidie taken
15%
2.400
4 jaar
360
Als gevolg van mogelijke financiële tekorten in het sociaal domein, kan de GGD te maken krijgen met taakstellingen op aanvullende diensten.
Incident infectieziekten.
30%
300
incident 90
Beheersmaatregel
GGD Het continu aangaan van de dialoog met gemeenten over de noodzaak en waarde van aanvullende diensten, geeft de GGD de mogelijkheid om tijdig bij te sturen daar waar nodig op de aanvullende activiteiten.
Niet uitgaande van grootschalige epidemieën. Bijv. melding Ebola, uitbraak scabies in zorginstelling.
Pagina 72
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
Effect per
Kans x Toelichting effect
Uitbraak pandemie. 10%
1.000
100
Een pandemie, zoals de COVID-19 crisis, heeft effect op de gehele organisatie. Dat effect laat zich zien in het niet of gedeeltelijk kunnen uitvoeren van de reguliere taken of het voldoen aan vakbekwaamheidsverplichtingen. Daarnaast kan het tot gevolg hebben dat specifieke taken van de GGD, zoals o.a. reispoli en toezichttaken niet meer kunnen worden opgenomen omdat medewerkers voor de bestrijding van de pandemie nodig zijn en inkomstenderving ontstaat. Hoewel in zijn algemeenheid de stelregel geldt bij crisis de kosten landelijk worden gedragen, is niet uit te sluiten dat meerkosten ontstaan die voor eigen rekening blijven.
Tijdig een begrotingswijziging laten vaststellen zodat de extra uitgaven rechtmatig plaatsvinden. Dekking vindt plaats via ministerie van VWS. Uitvoering programma Versterking Infectieziektepreventie (VIP)
Imago en reputatie schade.
20%
500
100
Onderzoek (intern), vervangingskosten, strategische communicatie extra inzetten. Ook risico op uitval en burnout.
Strategische communicatie (versterking), participatiebeleid opstellen en uitvoeren, onderzoeksprotocol opstellen en bijhouden.
Bedrijfscontinuïteit 10% als gevolg van uitval personeel. Bedrijfscontinuïteit als gevolg van uitval personeel.
600
60
Personeelsuitval GGD door ziektegolf of personeelsuitval van ketenpartners met gevolgen voor de bedrijfsvoering en/of kritische processen. Daarnaast kan de vraag van burgers voor bepaalde diensten afnemen of juist toenemen.
Het beschikbaar hebben van continuïteitsplannen en deze ook toepassen.
75%
850
638
Voor de landelijke versterking van de GGD-en op het gebied van pandemische paraatheid is de rijks financiering is niet langer onderdeel van het coalitieakkoord. Het mogelijk beïindigen van deze langdurige subsidie die de financiering vormde voor medewerkers in vaste formatie geeft mogelijk frictiekosten. Een deel (Pijler zes, LFI) wordt naar verwachting be?indigt in 2027 en de andere pijlers na 2028. Totaal betreft het 7,9 formatieplaatsen. Herplaatsing van medewerkers wordt naar verwachting gemiddeld op één jaar ingeschat.
Steunen in samenwerking met GGD GHOR Nederland voor de lobby om deze gelden beschikbaar te houden.
Risico
Frictiekosten in verband met uitblijven financiering SPUK gelden versterking GGD.
Kans
Beheersmaatregel
Pagina 73
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
Risico
Kans
Effect per
Kans x Toelichting effect
JGZ
40%
1.001
840
De personele bezetting binnen de JGZ ligt hoger dan de benodigde financiele middelen die hiervoor structureel in de programmabegroting 2027 zijn opgenomen. In februari 2026 heeft de bestuurscommissie Publieke Gezondheid de kaders voor de JGZ zorg 4-18 2026 vastgesteld inclusief incidenteel het financiele effect voor 2026. Voor 2027 worden taken en daaraan verbonden dekking met gemeenten besproken. Mocht geen aanvullend budget beschikbaar blijken in de nadere besluitvorming, dan zal afbouw van personeel plaats moeten vinden met frictiekosten tot gevolg.
Tijdige besluitvorming in bestuurscommissie Publieke Gezondheid (2026) over takenpakket JGZ zorg 4-18 en bijbehorende dekking.
25%
1.000
250
De groei en intensiteit van het aantal meldingen blijft ongewis en het risico bestaat dat hierdoor ineens een grote druk op de beschikbare capaciteit ontstaat. Op basis van de landelijke politieke aandacht voor o.a. femicide en de intergenerationele gevolgen van huiselijk geweld, bestaat eveneens de mogelijkheid dat het aantal meldingen dat Veilig Thuis binnenkrijgt zal gaan stijgen. Deze ontwikkeling zal effect hebben op de taakuitvoering van Veilig Thuis met hieruit voortkomende financiële consequenties.
Elk kwartaal stilstaan bij de instroom, het aantal diensten, de werkvoorraden etcetera. Dit geeft zicht op de actuele situatie en ontwikkelingen waardoor tijdig op de situatie ingespeeld kan worden. Verder wordt met gemeenten de mogelijkheid tot het meebewegen van de financiële middelen met de ontwikkeling van de aantallen nader verkend.
300
60
Uitstroom van personeel blijft een reëel risico. Enerzijds vanwege de krapte op de arbeidsmarkt anderzijds vanwege de veranderde werkomgeving die centralisten ervaren.
Meldkamer op orde, creëren van goede werkverhoudingen, continue aandacht voor werving. Koerscocument opstellen waaruit de visie voor de witte meldkamer voor de komende jaren duidelijk wordt.
Beheersmaatregel
Veilig Thuis VT formatie
Meldkamer Noord-Holland Personele bezetting 20% van de ‘witte’ meldkamerfunctie.
Overig Schade door ongevallen en PTSS, die niet afgedekt is door verzekeringen.
5%
1.000
50
Er is een toename van het aantal claims Goede arbeidsomstandigheden, van (voormalig) medewerkers, die welzijn medewerkers monitoren en PTSS hebben of een andere restschade, adequate hulp bieden. die niet gedekt worden door de verzekeringen.
Toename Woo verzoeken.
75%
100
75
Er is een stijgende lijn waarneembaar over het aantal Woo-verzoeken. De organisatie is hier niet op ingericht maar kan ook leiden tot daarmee samenhangend risico op (bestuurlijke) imagoschade.
Totaal gekwantificeerde risico's
5.347
Pagina 74
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
Financiële kengetallen Jaarverslag 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Solvabiliteit
12,4%
6,8%
7,0%
7,1%
7,5%
8,1%
Netto schuldquote
26,0%
0%
0%
0%
0%
0%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor vaste schulden
26,0%
0%
0%
0%
0%
0%
Structurele exploitatieruimte
0,3%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Solvabiliteit
Netto schuldquote
Naast een buffer tegen optredende risico’s, wordt eigen vermogen benut voor de financiering van investeringen. Investeringen worden ook gefinancierd met vreemd vermogen (leningen). Een gezonde verhouding tussen vreemd en eigen vermogen (solvabiliteit) draagt bij aan een doeltreffende en efficiënte vervulling van de publieke functie van de VRK. Deze solvabiliteit wordt uitgedrukt in een ratio waarvan de formule is:
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlasten ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. De netto schuldquote van 28% blijft ruim onder dit gestelde maximum.
Ratio solvabiliteit = eigen vermogen /totaal vreemd vermogen X 100%
Structurele exploitatieruimte
De ratio per 1 januari 2027 is naar verwachting 10 en is licht gedaald ten opzichte van 2026.
Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een Veiligheidsregio heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Structurele uitgaven en inkomsten zijn binnen de VRK in evenwicht.
Pagina 75
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
5.2 Onderhoud kapitaalgoederen Kapitaalgoederen zijn goederen waarvoor investeringen nodig zijn. Het gaat om zaken die daarna regelmatig onderhoud vergen. Binnen de VRK zijn de belangrijkste kapitaalgoederen de brandweerposten, de hulpverleningsvoertuigen, beschermende kleding, de meldkamer en het Regionaal Crisiscentrum (RCC).
Hulpverleningsvoertuigen worden met name onderhouden op basis van de kilometerstand, en uiteraard wanneer zich gebreken voordoen. Vervanging van de voertuigen is opgenomen in het Meerjareninvesteringsplan. Het onderhoud is opgenomen in de begroting.
Voor het Meerjarig Onderhoudsprogramma (MJOP) van de brandweerposten die sinds 2022 nagenoeg allemaal in eigendom zijn van de VRK, wordt gebruik gemaakt van de NEN 2767 norm voor conditiemeting van vastgoed.
Beschermende kleding wordt direct na een incident geïnspecteerd. Bij schade vindt reparatie of vervanging plaats. Voor vervanging en onderhoud is budget beschikbaar. In verband met nieuwe inzichten in de noodzakelijke bescherming van de repressieve medewerkers is de hoeveelheid beschermende kleding vergroot.
Zoals onder het programma Brandweerzorg is benoemd zal er op structurele basis aanvullende financiering nodig zijn om het afgesproken kwaliteitsniveau te behouden voor de brandweerkazernes.
De meldkamer met inrichting wordt onderhouden op basis van een onderhoudsplan. De inrichting van de meldkamer (Brandweer en CaCo) is opgenomen in het Meerjareninvesteringsplan. Hetzelfde geldt voor het Regionaal Crisiscentrum.
5.3 Financiering Algemeen Wet fido Het Rijk heeft regels gesteld aan hoe gemeenten en provincies hun geld en kapitaal beheren. Die regels staan in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), en gelden ook voor gemeenschappelijke regelingen als de VRK. Hoeveel geld gemeenten en provincies mogen lenen, is afhankelijk van de hoogte van de begroting. De kasgeldlimiet bepaalt hoeveel geld ze mogen lenen voor een periode van maximaal 1 jaar. De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan 1 jaar. Gemeenten en provincies mogen liquide middelen aanhouden bij de schatkist. Hier krijgen ze een rentevergoeding voor. De VRK hanteert de volgende doelstellingen op gebied van financiering: • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities. • Het beschermen van het vermogen van de VRK tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, valutarisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s. • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van geldstromen en financiële posities. • Het optimaliseren van het renteresultaat binnen de kaders van de Wet Fido en aanvullende regelgeving en richtlijnen van dit Treasurystatuut.
Renterisico kort en langlopende financiering Kasgeldlimiet De door het Rijk opgelegde kasgeldlimiet beperkt het risico van stijgende rentelasten voor de kortlopende financiering. De limiet beperkt de maximale omvang van de gemiddelde korte schuld
< 1 jaar per kwartaal tot 8,2% van de totale lasten van de programmabegroting. Voor 2027 bedraagt de limiet € 11,5 miljoen. 2027
2028
2029
2030
Berekening kasgeldlimiet Begrotingstotaal aan lasten
146.363
Percentage regeling (*)
8,20%
8,20%
8,20%
8,20%
Kasgeldlimiet, in bedrag
12.002
11.986
11.946
11.953
Vlottende schuld
20.500
20.500
20.500
20.500
Vlottende middelen
20.000
20.000
20.000
20.000
Netto vlottende schuld
500
500
500
500
Kasgeldlimiet, in bedrag
12.002
11.986
11.946
11.953
Netto vlottende schuld
500
500
500
500
11.502
11.486
11.446
11.453
146.169 145.677 145.763
Berekening netto vlottende schuld
Toets aan kasgeldlimiet
Ruimte (+) / overschrijding (-)
*Percentage conform Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Ufdo) Pagina 76
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering. De norm bevordert de spreiding van de looptijd van de kapitaalmarktleningen (looptijd lening > 1 jaar) door de omvang te beperken van de leningen waarvoor de rente in een bepaald jaar moeten worden aangepast. Het rijk heeft de maximale omvang van leningen met een renteaanpassing vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Voor de VRK komt dat neer op een bedrag van € 26,6 miljoen. De verwachting is dat in 2027 geen extra leningen aangetrokken moeten worden. 2025
2026
2027
Financiering Voor het uitoefenen van de treasuryfunctie is inzicht nodig in de huidige en toekomstige kasstromen. Deze kasstromen bestaan uit: 1. De kasstroom uit operationele activiteiten (de exploitatie). 2. De kasstroom uit investeringen. 3. D e kasstroom uit financieringsactiviteiten (aflossingen en stortingen van aangetrokken geldleningen). Het inzicht hierin wordt verkregen door het regelmatig actualiseren van onze liquiditeitsplanning. Hierbij zijn de ontvangsten en uitgaven volgens de programmabegroting en het investeringsplan het uitgangspunt.
2028
Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal aan lasten
146.363
146.169 145.677 145.763
Percentage regeling (*)
20%
20%
20%
20%
Renterisiconorm, in bedrag
29.273
29.234
29.135
29.153
0
0
0
0
Aflossingen
2.675
2.568
2.568
2.568
Renterisico
2.675
2.568
2.568
2.568
Renterisiconorm, in bedrag
29.273
29.234
29.135
29.153
Renterisico
2.675
2.568
2.568
2.568
Berekening renterisico Renteherzieningen
Toets aan renterisiconorm
Ruimte (+) / overschrijding (-)
26.598 26.666 26.568 26.585
*Percentage conform Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Ufdo)
Pagina 77
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
Kasstroomoverzicht 2026-2030 Bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Operationele activiteiten Resultaat
2.954
plus afschrijvingen
4.915
5.220
6.808
6.997
7.292
7.390
mutatie kortlopende vorderingen
-4.876
-1.461
0
0
0
0
mutatie kortlopende schulden
4.723
3.283
0
0
0
0
7.716
7.042
6.808
6.997
7.292
7.390
-71
-652
0
0
0
0
Mutatie in voorzieningen
1.969
-1.617
589
-477
1.290
-117
Mutatie in r/c verhouding BNG limiet 5,5 mln.
1.376
6.860
-45
467
-287
100
Aflossing huidige leningportefeuille
-2.998
-2.998
-2.675
-2.568
-2.568
-2.568
6.500
0
1.800
-3.000
-2.000
276
8.094
-2.131
-778
-4.565
-4.585
-8.265
-22.136
-4.676
-6.220
-2.727
-2.806
7.000
0
0
0
0
-8.265
-15.136
-4.676
-6.220
-2.727
-2.806
-273
0
0
0
0
0
Financieringsactiviteiten Mutatie in eigen vermogen
Nieuwe lening Investeringsactiviteiten Investeringen conform MJIP 2027 Vertraging uitvoering investeringsprogramma Mutatie liquide middelen
Het maximaal benodigd mandaat voor het aantrekken van langlopende leningen voor 2027 bedraagt € 3 miljoen. Renteomslag en financieringsresultaat Voor vergelijkbaarheid tussen overheidsorganisaties, schrijft de BBV de manier van bepalen van de renteomslag voor. Voor 2027 blijft de rente gelijk nl. 0.5%. 2026
Bedragen x € 1.000
2027
2028
2029
2030
De rentelasten over de korte en lange financiering
679
766
779
721
640
De externe rente baten
-100
-100
-100
-100
-100
579
666
679
621
540
111
105
99
93
87
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend - rente meldkamer naar verhuur (annuiteit) - rente overgenomen kazernes
292
310
294
278
263
Saldo door te rekenen externe rente
176
251
286
250
190
0
0
0
0
0
Rente over eigen vermogen
0
0
0
0
0
De aan taakvelden toe te rekenen rente
Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
176
251
286
250
190
De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente
116
181
178
183
167
Renteresultaat op het taakveld treasury
-60
-70
-108
-67
-23
2026
2027
2028
2029
2030
453
419
388
358
371
124
247
281
258
163
Betaalde rente Prognose werkelijke lasten
rente %
Huidige leningportefeuille Nieuwe langlopende leningen
3,80%
Kortlopende leningen
2,10%
102
100
110
105
106
679
766
779
721
640
Pagina 78
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
5.4 Bedrijfsvoering Informatie over de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering zijn opgenomen bij het programma Interne Dienstverlening. Op drie onderwerpen wordt in deze paragraaf aanvullend ingegaan, de rechtmatigheidsverklaring, de ontwikkeling van het overheadpercentage van de VRK en de werkwijze rondom indexeren.
Rechtmatigheidsverantwoording In de paragraaf Bedrijfsvoering wordt bij het jaarverslag verantwoording afgelegd over de door de organisatie geconstateerde onrechtmatigheden opgenomen. De rechtmatigheidsverantwoording die het Dagelijks Bestuur afgeeft heeft betrekking op drie criteria: • Begrotingscriterium. • Voorwaardencriterium. • Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. Rechtmatigheidsfouten moeten in de verantwoording opgenomen en toegelicht worden indien zij boven het door het Algemeen Bestuur vastgestelde verantwoordingspercentage uitkomen. Wij hanteren een rapporteringstolerantie van 2 %. Begrotingscriterium De begrotingsrechtmatigheid heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. Dit wordt formeel als volgt omschreven: “Financiële beheer handelingen die ten grondslag liggen aan de baten en lasten (exploitatie), alsmede de balansposten (investeringen), dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en hiermee samenhangende programma’s (begrotingscriterium).” Met het Algemeen Bestuur is afgesproken dat onderschrijdingen van de lasten/baten, overschrijdingen van de baten, afgesloten kredieten met een voordeel die niet eerder zijn gemeld en reservemutaties die niet begroot waren, rechtmatig zijn voor zover ze zijn toegelicht in de jaarrekening.
Het melden in de jaarrekening aan het algemeen bestuur is tijdig en de onderschrijdingen van lasten, baten of investeringskredieten en overschrijdingen van baten en niet eerder gemelde reserve mutaties worden hierdoor als rechtmatig aangemerkt. Overschrijdingen van de lasten en investeringskredieten zijn te alle tijden onrechtmatig. Overschrijdingen van de lasten en investeringskredieten worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a) Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b) Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c) De overschrijding is gemeld en daarmee geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. Wel blijven de overschrijdingen daarmee onrechtmatig. Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheer handelingen. De
eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. Het Dagelijks Bestuur biedt het Algemeen Bestuur jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheer handelingen kunnen voortvloeien. Voor de vaststellen of we aan het voorwaardecriterium voldoen worden gedurende het jaar steekproeven en controles uitgevoerd, zoals vastgesteld in het VIC (verbijzonderde interne controle) plan. Belangrijkste controle is de controle op naleving van de aanbestedingswet. Het ten onrechte niet toepassen van de Aanbestedingswet 2012 met betrekking tot Europese aanbestedingsnormbedragen bij een aanbesteding van opdrachten, leidt tot een financiële rechtmatigheidsfout. Misbruik en oneigenlijk gebruik Naast misbruik en oneigenlijk gebruik kan er sprake zijn van fraude. Kenmerkend hierbij is dat het bij fraude gaat om het moedwillig bevoordelen van zichzelf of anderen door mensen van de organisatie zelf, terwijl het bij Misbruik en Oneigenlijk gebruik het gaat om misbruikt of oneigenlijk gebruik van middelen of voorzieningen door mensen van buiten de Organisatie.
Maatregelen Onrechtmatigheid lijkt niet helemaal te voorkomen, maar we kunnen wel proberen deze te verlagen door het beleid zo in te richten dat gedurende het jaar mogelijke onrechtmatigheden tijdig onderkend worden zodat tijdig kan worden bijgestuurd. De planning en control cyclus van de VRK is zo ingericht dat zowel bij de eerste als bij de tweede bestuursrapportage begrotingswijzigingen door het AB kunnen worden goedgekeurd om het aantal afwijkingen op de lasten bij de jaarrekening te verkleinen. De VRK werkt op dit moment nog niet met een slotwijziging waarmee het AB alle afwijkingen t.o.v. de aangepaste begroting goedkeurt.
Ontwikkeling overheadpercentage VRK De definitie van overhead uit artikel 1 van het BBV wordt nader geduid als: het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze functies ondersteunen. De VRK moet informatie aan het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) verstrekken over kwartaal- en jaarrealisaties. Deze aanlevering gebeurt met een IV3 aangifte waarin diverse taakvelden het uitgangspunt vormen. Primair vormt het IV3 voorschrift taakveld 0.4 (overhead) de basis voor de uitwerking van de overhead. In de Programmabegroting 2027 van de VRK zijn de kosten voor de overhead opgenomen onder het programma Interne Dienstverlening. Het BBV schrijft voor wat hier verplicht onder
Pagina 79
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
moet worden meegenomen. Voor de VRK zijn dit de kosten van het Facilitair bedrijf (FB) en Staf, Bestuur en Directie (SBD) • De kosten van overhead zijn ondergebracht in een separaat programma Interne Dienstverlening. Het niveau van de begrote uitgaven van dit programma is door het Algemeen Bestuur gelimiteerd op maximaal 21.5% van het begrotingstotaal. • Bekostiging op basis van subsidies en dienstverleningen o.b.v. contracten zijn gebaseerd op de directe kosten (loonkosten, bijkomende personele kosten, materiële kosten), verhoogd met 21.5% voor overhead.
Wijzigingen tussen programma’s als gevolg van regelgeving Met ingang van de Programmabegroting 2026-2029 is een aantal wijzigingen doorgevoerd als gevolg van gewijzigde regelgeving in het Besluit begroting en verantwoording (‘BBV’). Aanleiding is de nota Overhead van de commissie BBV (december 2023) waarin staat dat decentrale overhead zoveel mogelijk bij de programma’s moet worden verantwoord. De reden hiervoor is dat er hierdoor beter inzicht ontstaat in de (integrale) programmakosten. Onder decentrale overhead wordt verstaan: alle leidinggevenden en hun ondersteuning. Hierdoor is er een significante verlaging in het overheadpercentage zichtbaar tussen 2025 en 2026.
Verloop van de overhead In onderstaande tabel is het verloop van de overhead weergegeven. Hieruit blijkt dat het aandeel van de overhead in het totaal van de kosten van de VRK stabiel is en ruimschoots binnen het door het Algemeen Bestuur vastgestelde maximum blijft. Bedragen x € 1.000 rapportagemoment jaarverslag 2025
lasten VRK
lasten Interne Dienstverlening € 139.505
percentage
€ 23.849
17,10%
begroting 2026
€ 139.404
€ 21.038
15,09%
begroting 2027
€ 146.363
€ 21.640
14,79%
Pagina 80
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
5.5 Verbonden partijen Onder verbonden partijen worden verstaan die partijen waarin de VRK bestuurlijk en of financieel deelneemt en waardoor zij in de realisatie van haar doelstellingen financieel risico’s loopt. Overzicht Verbonden Partijen Naam
Rechtsvorm
Vestigings plaats
Openbaar belang
Coöperatieve vereniging Regionale Ambulancevoorziening (RAV)
Coöperatieve
Haarlem
Vergunninghouder ambulancevervoer, in stand houden meldkamer ambulance
Sociaal Voorzieningen Fonds personeel VRK
Stichting
Haarlem
n.v.t.
Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A.
Coöperatieve
Zaanstad
Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV)
Overige verbonden partij
Expertisebureau Risicobeheer
Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV)
Eigen Vermogen
Vreemd Vermogen
01-01-2025 31-12-2025 01-01-2025 31-12-2025 0
0
6.627.845
pm
30.546
18.878
0
0
Facilitairen en organiseren van opleidingen en trainingen t.b.v. de leden
0
0
0
0
Arnhem
Verbindt en versterkt de veiligheidsregio's, Rijksoverheid en crisispartners met onderzoek, onderwijs, ondersteuning en informatie.
0
0
0
0
Stichting
Amsterdam
Ondersteuning bieden bij schadeafhandeling in het geval van een schade of ongeval. Tevens adviserend inzake financiering van risico's veiligheidsregio's.
0
0
0
0
Overige verbonden partij
Arnhem
De WVSV is de
In overeenstemming met BBV, artikel 15 wordt in bovenstaande tabel de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar getoond. Coöperatieve vereniging Regionale Ambulancevoorziening (RAV) De VRK neemt, sinds 2012, deel in de Coöperatieve vereniging Regionale Ambulancevoorziening (RAV). Deze vereniging, statutair gevestigd te Haarlem, is opgericht met de ambulancevervoerders Witte Kruis en Ambulance Amsterdam en heeft als doel het (daadwerkelijk) verlenen van ambulancezorg in het algemeen en in de regio Kennemerland in het bijzonder, en het in stand
0
0
0
0
houden van een meldkamer ambulancezorg. De RAV is houder van de ambulancevergunning. De RAV is met ingang van 2013 aanspreekpunt voor budgettering en verantwoording naar het ministerie van VWS en de zorgverzekeraars. De VRK zorgt, op basis van een met de RAV gesloten Service Level Agreement (SLA), voor de operationele kwaliteit van de Meldkamer Ambulance (MKA). Jaarlijks wordt door het bestuur van de RAV het, met de zorgverzekeraars afgesproken, budget verdeeld over de deelnemers volgens een budgetverdeelmodel. De deelnemers dienen daarmee hun bedrijfsvoering te dekken. Eventuele financiële risico’s daarbinnen dient elke deelnemer voor eigen rekening te voorzien. De balanscijfers van de RAV zijn per eind 2025 nog niet beschikbaar.
Pagina 81
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
Sociaal Voorzieningen Fonds personeel VRK In 2013 is de stichting Sociaal Voorzieningen Fonds personeel VRK in het leven geroepen. De stichting heeft tot doel het verlenen van geldelijke en/of andere bijstand aan contribuanten die naar het oordeel van het bestuur van het fonds in (financiële) nood verkeren. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A In 2019 is de Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland opgericht. Dit is een samenwerkingsverband met de Veiligheidsregio’s Noord-Holland Noord en Zaanstreek-Waterland en heeft als doel het organiseren van opleidingen en trainingen ten behoeve van de Vakbekwaamheid en ontwikkeling van het personeel van de leden, zodat de leden aan hun wettelijke verplichtingen kunnen voldoen. Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIPV) De 25 voorzitters van de veiligheidsregio’s vormen samen het algemeen bestuur van het NIPV. Het bestuur is verantwoordelijk voor alle taken en werkzaamheden die het NIPV uitvoert in het kader van de Wet veiligheidsregio’s. Het bestuur stelt jaarlijks de begroting met bijbehorend jaarplan, de jaarrekening en het jaarverslag vast en eens per vier jaar een meerjarenbeleidsplan. Hiermee bepaalt het bestuur de ambitie van het NIPV. Ook is het bestuur verantwoordelijk voor concrete zaken als het certificeren van aanbieders van brandweeropleidingen.