Regionale Detailhandelsvisie IJmond 2016 (achterliggend document)
Tekst van het document
De kaart hierna geeft de nieuwe hoofdwinkelstructuur aan.
22
Boodschappencentra: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
8
Plantage Beverwijk Wijkerbaan Beverwijk Citadel Heemskerk Europaplein Heemskerk Haydnplein Heemskerk Zeewijkplein Velsen
15
Dorps- en stadscentra:
2
Hoofdwinkelgebieden 7. Centrum Beverwijk 8. Centrum Heemskerk 9. Centrum IJmuiden 10. Centrum Santpoort-Noord Groot dorpscentrum 11. Velserbroek Kleine dorpscentra 12. Santpoort-Zuid (Velsen) 13. Velsen-Noord (Velsen)
7
17. 18. 19. 20.
29 20 9
19
6
Marlo Center Beverwijk Beverwijkse Bazaar Beverwijk Vissershaven in Velsen (IJmuiden) Kennermerlaan (IJmuiden)
16 11 10
12
CityWorks
17 14
PDV-locaties:
A-typische winkelgebieden:
4
1
13
14. Meubelboulevard Beverwijk 15. Rijksstraatweg Heemskerk 16. Broekerwerf Velsen
5
23
18
3
De vier hoofdwinkelgebieden als paradepaard De vier hoofdwinkelgebieden worden de paradepaarden van de versterkte hoofdwinkelstructuur in de IJmond. Voor deze hoofdwinkelgebieden is het belangrijker dan ooit hun onderscheid ten opzichte van elkaar goed te etaleren. De consument zoekt naar herkenning in sfeer, product en winkelaanbod. Een helder profiel van de hoofdwinkelgebieden kan hierbij behulpzaam zijn. Uiteraard hebben de vier hoofdwinkelgebieden al onderscheidende kenmerken. De opgave voor de toekomst is om deze, mede in relatie tot de leefstijlen uit hoofdstuk 2, verder te accentueren. Onderstaand overzicht geeft hiervoor de eerste aanzetten. Beverwijkcentrum § § § § § § §
Stadshart Toegankelijk Compleet Stoer Evenementen Vertrouwd Bekende ketens en verrassend aanbod
Heemskerkcentrum
IJmuidencentrum
SantpoortNoord
§ Kloppend dorpshart § Vriendelijk § Speciaalzaken § Lokale ondernemers § Gezellig § Horeca § Terrasje pakken
§ Shoppen en boodschappen § Waar-voor-jegeld § Doelmatig § Compleet § Overzichtelijk § Traditioneel § Gemak
§ Gezellig en sfeervol § Goede speciaalzaken § Bovenmodaal § Goede producten § Luxe § Stijlvol § Merkbewust
Toonaangevende a-typische centra Daarnaast zetten de a-typische winkelgebieden zoals de Beverwijkse Bazaar en het Marlo Center de regio goed op de kaart. Dit geldt, na aanpassingen, ook voor de Vissershaven in IJmuiden. Voor de Kennemerlaan is goede afstemming nodig met de rol en functie van de Lange Nieuwstraat.
4.6 Ambulante handel Ambulante handel is een breed begrip. Er vallen weekmarkten onder, maar ook themamarkten en standplaatsen. In de regio is daarnaast de Beverwijkse Bazaar aanwezig met een vast marktconcept.
Braderie in Heemskerk (links) en weekmarkt in IJmuiden (rechts)
Comfortabele en complete boodschappencentra De boodschappencentra in de toekomstige hoofdwinkelstructuur liggen goed gespreid waardoor voor vrijwel alle inwoners het doen van boodschappen binnen handbereik is. Voor deze centra zijn naast nabijheid ook comfort en gemak belangrijke variabelen. Deze variabelen staan bij de versterking van boodschappencentra centraal.
Weekmarkten Op tal van plaatsen zijn weekmarkten. Op dinsdag in Velserbroek, op woensdag in Beverwijk, op donderdag in IJmuiden, op vrijdag in Heemskerk en Santpoort-Noord. Ze vormen vaak een belangrijke trekker voor het winkelgebied, vaak is de markt de drukste dag van een centrum. Wel is voor een optimale wisselwerking tussen markt en winkels de opstelling van belang; marktkramen die met de rug naar de winkels staan, hebben minder/geen positieve synergie. Op tal van plaatsen in het land zijn markten aan het vernieuwen
Efficiënte en aantrekkelijke PDV-locaties De beide PDV-locaties vervullen een belangrijke rol in de winkelstructuur voor doelgerichte aankopen.
CityWorks
24
en innoveren, zowel qua assortiment en aanbod, als ook qua opstelling. Proeven en proberen zijn daarbij belangrijk. De Markthal in Rotterdam en de Foodhallen in Amsterdam zijn toonaangevende voorbeelden. Het is belangrijk dat ook de regionale markten in de IJmond zich nog meer aanpassen aan de hedendaagse tijd en zich qua product en uitstraling optimaal aansluiten op het winkelgebied en de klanten.
5. Kaders voor lokaal beleid De drie gemeenten hebben een vergelijkbare problematiek: veel winkelmeters, leegstand en een versnipperd winkellandschap. De voor de gehele regio geformuleerde hoofdopgaven en doelen zullen ook prioriteit moeten worden in de drie gemeenten afzonderlijk. Tegelijkertijd zijn er in de drie gemeenten ook verschillen, die in de lokale uitwerkingen andere accenten tot gevolg zullen hebben: § de lokale opgave voor de gemeente Beverwijk is het functioneren van het winkellandschap in de volle breedte te verbeteren en de leegstand te reduceren § voor Heemskerk is de lokale opgave het terugdringen van de verspreide bewinkeling en het up-to-date houden van het kwaliteitsniveau § in de lokale uitwerking voor de gemeente Velsen is een scherpere focus op minder winkelgebieden belangrijk.
Themamarkten, braderieën en jaarmarkten Naast de reguliere weekmarkten zijn er ook diverse themamarkten en braderieën. Themamarkten en jaarmarkten zijn zeker in Noord-Holland belangrijke evenementen. Ze vinden vaak plaats in dorps- of stadscentra. Vaak zijn meer combinaties mogelijk met het reguliere winkelaanbod (acties, openingstijden etc). Daarnaast zijn er, soms samen met winkeliersverenigingen, braderieën of themamarkten, zoals de versen brocantemarkt in Beverwijk. Zulke initiatieven genereren meer publiek en bestedingen in winkels. Standplaatsen Mobiele en vaste standplaatsen moeten bij voorkeur gekoppeld zijn aan winkelgebieden. Solitaire standplaatsen, bijvoorbeeld langs de doorgaande weg of bij sporthallen, hebben geen positieve synergie voor winkelgebieden, sterker ze onttrekken er omzet aan. Op een aantal plekken is sprake van vaste standplaatsen. Voor zover ze in winkelgebieden zijn gesitueerd, is het belangrijk dat ze zodanig zijn ingepast dat ze de doorgang van voetgangers niet belemmeren.
Beknopte verkenning lokale beleidskaders De gemeente Beverwijk heeft detailhandelsbeleid uit 2009. Focus ligt op versterking van het centrum en het verbeteren van de overige winkelgebieden. Het Marlo-terrein werd aangewezen als cluster voor volumineuze (PDV) detailhandel. Voor de woonboulevard werd kwaliteitsverbetering voorgestaan. Ondertussen zijn de mogelijkheden op het Marlo-terrein verruimd (niet meer uitsluitend volumineuze goederen) en wordt er hard gewerkt aan het verbeteren van het centrum. Voor de woonboulevard is een visie (Mix & Match) opgesteld. Deze visie Mix & Match beoogt een nieuw profiel voor de Parallelweg te genereren, enkele toonaangevende plekken (zoals de haven) beter neer te zetten en herkenbaarder te maken en de leegstand te reduceren.
Opgave voor de IJmond Markten kunnen belangrijk zijn voor winkelgebieden. Aanscherping en modernisering van de markten en themamarkten is het devies voor veel markten in Nederland en ook voor de IJmond. Voor standplaatsen is een restrictieve grondhouding gewenst.
CityWorks
25
Opgave voor het centrum van Beverwijk De gemeente Heemskerk kent detailhandelsbeleid uit 2007. Inzet op het versterken van de bestaande winkelgebieden (met uitzondering van het Bachplein) en het ontmoedigen van verspreide bewinkeling vormen de kernpunten. Dit wordt bevestigd in de structuurvisie uit 2012. Vanuit de sector detailhandel zijn geen grootscheepse ruimtelijke ingrepen nodig. Wel is aandacht nodig voor kwaliteitsbehoud en -versterking van de bestaande winkelgebieden, vooral in het licht van nieuwe trends en ontwikkelingen. Voor het centrum blijft de parkeergelegenheid een aandachtspunt.
Het centrum is, conform de visie ‘Rondje Bree’ en andere documenten het complete stadshart voor zowel boodschappen doen als gezellig winkelen. Plezier en shoppen gaan er hand in hand. Stoer, verrassend veelzijdig en gezellig zijn hierbij de sleutelwoorden. Daarbij wordt ernaar gestreefd om met de herinrichting typisch Beverwijkse elementen in het centrum terug te laten komen, alsmede meer verblijfwaarde te creëren. Het afgelopen jaar is al veel geïnvesteerd in het verbeteren van de samenwerking tussen partijen in het centrum. Als opgaven voor de toekomst kunnen worden genoemd: § compacter maken, verbeteren en verlevendigen § het vergroten van het unieke karakter § toevoegen van niet-winkelfuncties, zoals horeca en vermaak § het verbreden van de doelgroep § daarbij biedt Beverwijk-centrum volop mogelijkheden voor het organiseren van events
De gemeente Velsen heeft in 2015 de ontwerp-structuurvisie opengesteld voor inspraak. Uitgangspunt is het behoud van adequate voorzieningen in of in de nabijheid van de dorpen, met IJmuiden als hoofdvoorzieningencentrum van de gemeente. De Lange Nieuwstraat (geconcentreerd rond het Marktplein) is hierbij een belangrijke plek die ruimte biedt voor grotere winkelformules. De Lange Nieuwstraat is en blijft daarom het hoofdvoorzieningencentrum van IJmuiden. Oud-IJmuiden (Vissershaven / Halkade) is als beleveniskwartier de plek voor bijvoorbeeld trendy horecaconcepten (vis/food) en aantrekkelijke verblijfsplekken. Santpoort-Noord is de plek voor diverse kwaliteitsspeciaalzaken en horeca.
Daartoe wordt de volgende inzet geleverd: § in het centrum kan worden meegewerkt aan uitbreidingsverzoeken, maar alleen als dit nodig is en bijdraagt aan het verstevigen en/of het compacter maken van het centrum § stimuleren van relocaties van ondernemers die elders rond het centrum zijn gevestigd (zoals de H. Mandeweg, Moensplein, Alkmaarseweg) naar het centrum § een optimale samenwerking tussen partners is de sleutel voor succes, hieraan is in het afgelopen jaar hard gewerkt § het versterken van de ruimtelijke kwaliteit (openbare ruimte, gevels), de lopende plannen voor de herinrichting, de aanpak van het Stationsplein en de vernieuwing van de Beverhof levert hieraan een goede bijdrage § het verbeteren en attractiever maken van de entreepunten § het diverser maken van het aanbod door het aantrekken van nieuwe, jonge (winkel-, horeca)formules en diensten § het doorontwikkelen van een gastvrij parkeerregime § volop inzetten op evenementen, marketing en promotie
5.1 Kaders voor uitwerking gemeente Beverwijk De lokale opgave voor de gemeente Beverwijk is het functioneren van het winkellandschap in de volle breedte te verbeteren en de leegstand te reduceren. Hoofdwinkelgebied: centrum Beverwijk Maximale aandacht moet uitgaan naar het versterken van het stadscentrum. De visie Rondje Bree en de daarop ingezette vervolgacties vormen hierbij de leidraad.
CityWorks
26
Boodschappencentra Voor de boodschappencentra in Beverwijk is winkelgebied Wijkerbaan (ondanks de huidige leegstand) een centrum met een goed toekomstperspectief. Het invullen van de leegstand met passende concepten is hierbij de eerste prioriteit. Zorgpunt is het totale oppervlak, dat ruim bemeten is in relatie tot de aankoopalternatieven in de omgeving (onder andere Hilbersplein, Schouwenaarsstraat, Europaplein Heemskerk). Het is vanuit deze constatering dat in dit deel van Beverwijk wordt gestreefd naar een minder dicht boodschappennetwerk. Het toevoegen van extra meters is daarom niet aan de orde. Winkelcentrum De Plantage verdient een fysieke opknapbeurt, maar voorziet in een behoefte, mede vanwege haar functie voor de omliggende buurten en door de aanwezigheid van enkele toonaangevende en soms zelfs landelijk bekende speciaalzaken. De overige boodschappencentra en verspreide winkels zijn minder kansrijk en/of minder noodzakelijk voor de structuur. Hier worden uitbreidingsverzoeken niet gehonoreerd en functieverandering wordt gestimuleerd. Buiten de winkelstructuur is het behoud van een basisvoorzieningenniveau in Wijk aan Zee gewenst.
§ §
§
§
A-typische winkelgebieden: Bazaar Uit onderzoek is gebleken dat de Beverwijkse Bazaar een landelijk bereik heeft en een eigen doelgroep aantrekt. Hierdoor grijpt de Bazaar niet of nauwelijks in op de regionale winkelstructuur. De Bazaar kan zich binnen de bestaande vastgelegde juridisch-planologische kaders verder aanpassen aan de eisen van de tijd, maar verandering van deze kaders wordt niet aanbevolen. ‘Mazzel en vermaak’ is de slogan die de Beverwijkse Bazaar al jarenlang gebruikt en de functie van (multiculturele) trekpleister onderstreept. De inzet voor de Bazaar is gericht op: § het terugbrengen van diversiteit en spanning in het aanbod/product § het opknappen van de omgeving en de aansluiting op de meubelboulevard § het verbeteren van de uitstraling naar buiten
PDV: Meubelboulevard - Parallelweg Voor de meubelboulevard (Parallelweg) is glashelder dat deze in moeilijk vaarwater verkeert, hoewel nog altijd consumenten uit de wijde omtrek het weten te vinden. Het gebied moet deels transformeren, waarbij gedacht wordt aan niet-winkelfuncties. Reguliere detailhandel blijft uitgesloten. Bedrijfs-, woon-, onderwijs- en leisurefuncties zijn meer voor de hand liggend. De visie ‘Mix & Match’ biedt een belangrijke eerste aanzet voor de opgaven voor de Parallelweg. De inzet voor de Parallelweg is gericht op: § het in samenwerking met ondernemers en eigenaren compacter en comfortabeler maken van de meubelboulevard
CityWorks
terugdringing van de leegstand door actief te zoeken naar andere functies het aanbrengen van een duidelijk ruimtelijk onderscheid tussen consumentgerichte en overige functies, zodat meer samenhang ontstaat, dit door het stimuleren van interne verplaatsingen etc. realiseren van uniforme en waar mogelijk aaneengesloten parkeervelden, waardoor niet meer voor elke winkel afzonderlijk hoeft te worden geparkeerd het beter benutten van de haven als ruimtelijke drager voor het gebied.
Verder geldt nog het volgende: de Bazaar zet Beverwijk op de kaart en heeft gezorgd voor een grote naamsbekendheid van Beverwijk. Helaas profiteren stad en regio hier maar weinig van. De meeste consumenten bezoekers komen specifiek voor de Bazaar. Het is niet reëel te verwachten dat er een grote mate van combinatiebezoek zal optreden tussen
27
de Bazaar en andere winkelgebieden in de IJmond, maar het verdient wel aanbeveling om te onderzoeken hoe de Bazaar en de IJmond beter van elkaar kunnen profiteren, bijvoorbeeld door het aanbieden van (toeristische) arrangementen.
5.2 Kaders voor uitwerking gemeente Heemskerk
A-typische winkelgebieden: Marlo Center Het Marlo Center heeft zich van een PDV-locatie steeds meer ontwikkeld tot een regulier winkelgebied voor boodschappen en andere aankopen, dit nog altijd in combinatie met de oorspronkelijke PDV-functie. Qua bestemmingsplan biedt het Marlo Center geen branchebeperkingen meer. Het winkelgebied voorziet in een behoefte (makkelijk en gratis parkeren, schoon, heel en veilig, krachtige formules), maar tegelijkertijd worden andere winkelgebieden in hun functioneren belemmerd dankzij de sterke propositie die het gebied kan maken. De inzet voor het Marlo Center is: § verdere vergroting en uitbreiding van de detailhandelsmogelijkheden op het Marlo Center wordt tegengegaan § dit geldt ook voor vergroting van de mogelijkheden voor mengformules § in elk geval zal in overleg met de eigenaar bekeken moeten worden hoe de invulling, bijvoorbeeld bij mutaties van huurders, het best zal kunnen plaatsvinden, dit overigens ook in het licht van aanpalend beleid, zoals parkeren, doorstroming van het autoverkeer etc.
Hoofdwinkelgebied: centrum Heemskerk Maximale focus wordt gelegd op het centrum. Het centrum van Heemskerk heeft zich relatief gunstig ontwikkeld. Dit komt mede door de prettige ruimtelijke setting (winkelrondje) in combinatie met de leuke mix aan boodschappenwinkels, speciaalzaken, overig winkelaanbod en horeca. Een centrum moet zich echter continu vernieuwen om overeind te blijven in de strijd om de consument. In 2016 zal onder andere door middel van een nieuw bestemmingsplan worden gewerkt aan nieuwe kaders voor het centrum.
Voor Heemskerk is de lokale opgave het terugdringen van de verspreide bewinkeling en het up-to-date houden van het kwaliteitsniveau.
Opgave voor het centrum van Heemskerk De opgave voor het centrum is het gezellige en vriendelijke dorpscentrum van de noordelijke IJmond te blijven. Ontmoeten, verblijven en kopen gaan hierbij hand in hand. Dorps, gezellig, vakmanschap en service zijn de sleutelwoorden. Goede winkel- en horecaformules zijn hiervoor de basis. Verdere opgaven voor het centrum zijn: § behouden en versterken van de dorpse identiteit § behouden en versterken van de combinatie van functies § behoud en versterken van het ‘groene’ karakter
Overige detailhandel Voor de verspreide bewinkeling geldt dat deze niet meer zal groeien en dat waar mogelijk reductie wordt nagestreefd. Verspreid gevestigde winkels worden verleid om naar een van de kansrijke centra te reloceren. Voor internetafhaalwinkels wordt aangesloten op het provinciale beleid.
CityWorks
Daartoe wordt de volgende inzet geleverd: § in het centrum kan worden meegewerkt aan uitbreidingsverzoeken, maar groter worden van het centrum en het aanbodvolume is geen prioriteit § samenwerking tussen ondernemers
28
§ §
§ § §
Voor webwinkels is bedrijventerrein De Houtwegen de aangewezen locatie, mits passend binnen het provinciale beleid.
optimale samenwerking tussen ondernemers, gemeente en vastgoedpartijen enkele ‘zwakke schakels’ in het centrum beter invullen (onvoldoende aantrekkelijke invulling of pandkwaliteit op belangrijke plekken) de promotie van het centrum slagvaardig verbeteren en op een hoger plan brengen stimuleren van relocaties naar het centrum van ondernemers die nu elders zijn gevestigd het aanbrengen van een scherper (ruimtelijk) onderscheid tussen de entreegebieden en het ‘echte’ centrum
5.3 Kaders voor uitwerking gemeente Velsen In de lokale uitwerking voor de gemeente Velsen is een scherpere focus op minder winkelgebieden belangrijk. Hoofdwinkelgebieden Maximale aandacht gaat uit naar de stads- en dorpscentra: § Lange Nieuwstraat (IJmuiden-centrum) § Santpoort-Noord
Boodschappencentra Voor de overige centra in Heemskerk heeft het pas gerenoveerde Haydnplein een goed toekomstperspectief. Eventueel kunnen verzoeken voor versterking gehonoreerd worden, zeker wanneer dit verbetering van het gedateerde zuidelijk deel tot gevolg heeft. Het winkelcentrum Citadel in de Broekpolder voorziet in de functie voor de inwoners van de wijk, maar behoeft in principe geen uitbreiding. Het Europaplein is potentieel kansrijk en belangrijk voor de omliggende woonwijken. Hoewel recent enkele aanpassingen in gebouwen en openbare ruimte zijn gedaan, is in de scherpe strijd om de consument wel een verdere modernisering nodig. De overige boodschappencentra en de verspreide winkels zijn minder kansrijk en/of minder noodzakelijk voor de structuur. Hier worden net als nu in de toekomst uitbreidingsverzoeken niet gehonoreerd. Functieverandering kan worden gestimuleerd.
Opgave voor de Lange Nieuwstraat De opgave voor de Lange Nieuwstraat is het centrum van IJmuiden (Velsen-Zuid) te zijn en te blijven. Meer dan nu moet de Lange Nieuwstraat het kloppend hart van het zuidelijk deel van Velsen worden. IJmuiden verdient een goed centrum, maar vastgesteld moet worden dat het in de afgelopen jaren nog niet is gelukt een volwaardige verbeterslag te maken. Zo’n verbeterslag is wel nodig om de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien. De doelmatige, no-nonsense winkelstructuur en goede bereikbaarheid zijn belangrijke pluspunten. De herinrichting in het kader van de HOVkan hierbij een stimulans zijn. Verdere opgaven zijn: § verkleinen en compacter maken § het vergroten en beter uitdragen van de typische kenmerken: makkelijk, comfortabel en waar-voor-je-geld § toevoeging van niet-winkelfuncties, zoals horeca en vermaak § het verbreden van de doelgroep, waaronder ook de allochtone consument
Overige en perifere detailhandel Deze terughoudendheid geldt ook voor de perifere detailhandel bij de Rijksstraatweg en De Trompet. Dit omdat er in Heemskerk al de nodige verspreide bewinkeling is, maar ook omdat hiervoor in Beverwijk volop alternatieven zijn.
CityWorks
29
Om dat te bereiken wordt de volgende inzet geleverd: § het compacter maken van het winkelgebied onder andere door het stimuleren van verplaatsingen vanuit en functieveranderingen in het gebied ten westen van de Merwedestraat § het toevoegen van extra trekkracht d.m.v. een extra supermarkt op de zgn. KPN-locatie waarvoor inmiddels concrete afspraken zijn gemaakt § het versterken van de ruimtelijke kwaliteit (openbare ruimte, gevels, luifels), de lopende plannen voor de herinrichting van de openbare ruimte en het opknappen van het V&D-pand leveren hieraan een eerste bijdrage § in het centrum kan uitsluitend worden meegewerkt aan uitbreidingsverzoeken, indien dit het centrum per saldo kleiner, compacter en kwalitatief sterker maakt § een duidelijke acquisitiestrategie voor nieuwe formules / aanbod gericht op het leefstijlprofiel in IJmuiden e.o. § verder uitnutten van de toegankelijkheid door het bieden van goede mogelijkheden voor stop & shop (kortparkeren) § het aanpakken van de gevels (hiermee wordt met het V&Dpand binnenkort een start wordt gemaakt) § een krachtige alliantie van ondernemers § een goede en structurele organisatie van de samenwerking tussen ondernemers, gemeente en vastgoedpartijen § een breed gedragen en onafhankelijke centrummanager § een marketingstrategie
Opgave voor Santpoort-Noord De opgave voor Santpoort-Noord is de gezellige en sfeervolle ontmoetingsplaats van het zuidelijk deel van Velsen te zijn. Verdere opgaven zijn: § een gezellig centrum waar je niet alleen terecht kunt voor de dagelijkse boodschappen maar ook voor leuke speciaalzaken, service, sfeer en verblijven § het versterken van de ruimtelijke samenhang en relaties § een sterk accent op lokaal ondernemerschap Om deze opgaven te bereiken wordt de volgende inzet geleverd: § verbeteren van de gastvrijheid t.a.v. bereikbaarheid § het verder versterken en uitdragen van het aanbod van speciaalzaken § in het centrum kan worden meegewerkt aan uitbreidingsverzoeken, indien dit het centrum compacter en/of kwalitatief sterker maakt. Een beperkte herschikking van functies (bijv. het realiseren van een samenhangend boodschappencluster) kan helpen de ruimtelijke samenhang te verbeteren § het toevoegen van hoogwaardige versspeciaalzaken en belevingsconcepten op het vlak van voeding en smaak (hiermee kunnen de elementen ‘passie’ en ‘vakmanschap’ verder worden aangezet) § het verder doorzetten van de marketing zowel in de richting van de consument, maar ook naar potentiële passende ondernemers
Tot slot geldt nog het volgende: in IJmuiden is, op een steenworp afstand het oude centrum, de Kennemerlaan gesitueerd. De uitwisseling tussen de gebieden is beperkt en er is ook een gedeeltelijke overlap in het aanbod. Mede hierdoor komen beide centra momenteel onvoldoende uit de verf (per centrum is de ‘spoeling’ te dun). Een echte heldere keuze over de positie van de Kennemerlaan in relatie tot de Lange Nieuwstraat is nodig; enerzijds gericht op het compacter maken van de Kennemerlaan, anderzijds gericht op een onderscheidende positionering van de Kennemerlaan onder meer gericht op horeca. Een krachtige lokale plan van aanpak en procesmanager zijn nodig om dit uit te werken.
CityWorks
Overige dorps- en stadscentra Winkelcentrum Velserbroek vervult een goede en belangrijke verzorgende functie voor Velserbroek. Het winkelcentrum zal om hieraan te kunnen blijven voldoen goed op de veranderingen in de markt moeten kunnen inspelen. Eventuele schaalvergrotingsbehoeften kunnen dankzij het centrale eigendom en de opzet van het winkelcentrum in principe intern worden opgelost. Voor Santpoort-Zuid geldt
30
dat dit centrum, zeker na de voorgenomen uitbreiding van de supermarkt, een betere toekomst heeft. Het centrum van Velsen-Noord is relatief klein, maar het vervult een belangrijke rol voor de inwoners van Velsen-Noord. Daarom is het als potentieel kansrijk aangemerkt. Voor de andere centra is het perspectief minder gunstig en zal uitbreiding niet aan de orde zijn. Waar mogelijk wordt functieverandering gestimuleerd.
§ § § §
A-typische centra: Kennemerlaan Een krachtige lokale detailhandelsvisie en procesmanager zijn nodig om de toekomstige mogelijkheden te bekijken, dit mede in relatie tot de Lange Nieuwstraat. Daarbij moet de Kennemerlaan sowieso compacter worden en een duidelijker profilering meekrijgen, ook ten opzichte van de nabijgelegen Lange Nieuwstraat. Meer aandacht voor niet-winkelfuncties, zoals diensten en horeca zijn hierbij enkele eerste richtingaanwijzers. Het meer dorpse karakter geeft hierbij ook de mogelijkheid om een ander profiel neer te zetten dan op de Lange Nieuwstraat en daarmee ook andere doelgroepen aan te spreken.
Boodschappencentra Voor deze centra is de te vernieuwen Zeewijkpassage een centrum, dat door de ligging in en functie voor de Zeewijk, een goed toekomstperspectief heeft. De overige boodschappencentra (en de verspreide winkels) zijn minder kansrijk en/of minder noodzakelijk voor de structuur. Hier is uitbreiding niet aan de orde en functieverandering kan worden gestimuleerd. PDV-locatie Broekerwerf Voor PDV (volumineuze detailhandel) blijft Broekerwerf de aangeven locatie in de gemeente Velsen. Daarbij is het vergroten van het detailhandelsareaal met nieuwe winkels niet nodig. Voor meubelwinkels zijn in Beverwijk voldoende alternatieven. De inzet is verder gericht op: § versterking van de onderlinge ruimtelijke relaties § het beter zichtbaar maken van de aanbieders
Overige detailhandel Voor de verspreide bewinkeling geldt dat deze niet meer zal groeien en dat waar mogelijk reductie wordt nagestreefd. Dit geldt ook voor de Zuiderkruisstraat en de Kromhoutstraat (voor dit laatste gebied wordt transitie naar een woon- en werkgebied voorzien). Voor webwinkels wordt aangesloten op het provinciale beleid.
A-typische centra: Vissershaven / Halkade De locatie en karakteristiek van de Vissershaven zijn uniek, maar vastgesteld moet ook worden dat deze locatie als detailhandelsgebied (nog) onvoldoende uit de verf komt. De kritische massa is beperkt en de ligging niet zodanig dat op alle dagen op een grote klantenstroom kan worden gerekend. Tegelijkertijd is de haven een grote troef van Velsen. De inzet voor de detailhandel in de Vissershaven zal worden gericht op:
CityWorks
versterken van (relaties met andere) havengerelateerde verblijfsfuncties meer ruimte voor mengformules (detailhandel en horeca) uitbreiding van de verkoopruimte heeft geen prioriteit sterker accent op vis en horeca
5.4 Aan de slag In dit hoofdstuk zijn kaders voor lokale uitwerkingen gegeven voor de drie gemeenten. Ze vormen een basis voor het verder versterken van (kansrijke) individuele winkelgebieden
31
en daarmee voor de winkelstructuur als geheel. In het volgende hoofdstuk passeren de diverse instrumenten die hierbij een rol kunnen spelen een rol. De kaders uit dit hoofdstuk vormen samen met hoofdstuk 6 de ingrediënten voor het opstellen van een lokale detailhandelsvisie, actieprogramma’s, plannen van aanpak en/of bestemmingsplannen voor individuele winkelgebieden. Dit naar keuze van de afzonderlijke gemeenten.
6. Regionale afstemming en instrumentarium Voor de uitvoering van deze visie zijn twee zaken cruciaal. Dit is enerzijds het regionaal advieskader en anderzijds het in te zetten instrumentarium. Deze worden in dit hoofdstuk uitgewerkt.
6.1 Regionaal advieskader De twee geformuleerde hoofdopgaven zijn het reduceren van winkelmeters en focus op de kansrijke winkelgebieden. In plaats van uitbreiding en toevoegingen komt het erop aan te werken aan kwaliteit en onderscheidend vermogen (zie hoofdstuk 4). In hoofdstuk 2 is geconstateerd dat het functioneren en de leegstand zodanig zijn dat er kwantitatief gezien geen ruimte is voor uitbreiding van het winkelareaal. De regio dient zich te beseffen dat iedere toevoeging van detailhandelsaanbod het functioneren van andere centra nog verder onder druk zet. Naar een regionaal advieskader De rem op groei moet echter niet zodanig rigide worden toegepast, dat alle kansen voor structuurverbeteringen onbenut blijven. Daarom is het goed om af te spreken hoe de drie gemeenten met elkaar omgaan als er zich plannen aandienen die wél in groei van het winkelareaal voorzien. Hiertoe is in dit hoofdstuk een adviesschema uitgewerkt. Dit schema is van toepassing op detailhandelsontwikkelingen waarvoor een bestemmingsplanwijziging nodig is.
CityWorks
32
wvo. Indien de toevoeging plaatsvindt in een bestaand winkelgebied van minimaal 25.000 m2 wvo, geldt een grens van 3.000 m2 wvo. Een regio mag niet soepeler omgaan dan de PRV voorschrijft, maar wel strakker.
Belangrijkste ruimtelijke kaders provincie Noord-Holland In de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) zijn de spel- en speelregels van de provincie vastgesteld als het gaat om de ruimtelijke (on)mogelijkheden van detailhandelsontwikkelingen. Hieronder volgen de belangrijkste punten. 1. Een bestemmingsplan kan nieuwe detailhandel, of omzetting van volumineuze naar niet-volumineuze detailhandel (met een totaal winkelvloeroppervlak van meer dan 1.500 m2) mogelijk maken: § mits dit niet leidt tot ernstige verstoring of duurzame ontwrichting van de bestaande detailhandelsstructuur § indien het een locatie is buiten een bestaand winkelgebied moet worden aangetoond dat geen ruimte gevonden kan worden binnen bestaande winkelcentra § als de nieuwe detailhandel in overeenstemming is met een regionale detailhandelsvisie 2. Verder kan een bestemmingsplan tot 3.000 m2 wvo nieuwe detailhandel mogelijk maken binnen een bestaand winkelgebied van minimaal 25.000 m2 wvo 3.
Nieuwe detailhandel wordt in principe niet mogelijk gemaakt op bedrijventerreinen en kantoorlocaties met uitzondering van: § een afhaalpunt ten behoeve van internethandel § detailhandel die in zowel bedrijfseconomisch als ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan de hoofdfunctie § brand- of explosiegevaarlijke detailhandel § volumineuze detailhandel als deze in winkelgebieden uit een oogpunt van hinder, veiligheid of verkeersaantrekkende werking niet inpasbaar is 4. Weidewinkels worden niet toegestaan
IJmond: scherp aan de wind in regionale afstemming IJmond wil op dit vlak scherper aan de wind varen. Binnen de IJmond kan afstemming plaatsvinden door nieuwe winkelontwikkelingen te bespreken en voor advies voor te leggen aan de drie portefeuillehouders Economische Zaken. Voor de IJmond wordt ervoor gekozen om meer plannen af te stemmen dan de provincie voorschrijft (zie navolgend adviesschema voor de vraag wanneer wel en niet zo’n regionale afstemming nodig is). Hiervoor is gekozen vanwege de moeilijke situatie waarin de detailhandel zich bevindt en de grote mate van leegstand. De stelregel daarbij is, dat toevoegingen zoveel mogelijk wordt gecompenseerd door het verdwijnen van winkelmeters. Dit kunnen winkelmeters zijn in hetzelfde winkelgebied (zo kan het bijvoorbeeld bijdragen aan het compacter maken van het winkelgebied) of in een ander (bij voorkeur niet-kansrijk) winkelgebied. We noemen dit de saldo-benadering. Dit kan primair plaatsvinden door afspraken te maken met marktpartijen. Concrete doelstelling voor de reductie van winkelmeters De opgave die de regio zich stelt, is om over 5 jaar een reductie van 10.000 m2 wvo van het winkelaanbod te 8 hebben bewerkstelligd . Dit is ambitieus en haalbaar tegelijk. Het gaat om 3,5% van het huidige winkelareaal. De MRAstudie ‘Metropoolregio Amsterdam, Ontwikkelingsmogelijkheden detailhandel’ becijfert een overaanbod van circa
Adviescommissie detailhandel De Adviescommissie Detailhandel Zuid (ADZ, vh. RAC) heeft een adviserende rol als het gaat om initiatieven met een bepaalde ondermaat. De Provinciale Verordening Ruimte (PRV) is hierbij de leidraad. Het groottecriterium dat wordt aangehouden binnen de provincie Noord-Holland is 1.500 m2
CityWorks
8
33
Indien nu reeds bekende (harde) plannen (zie bijlage 3) niet doorgaan, worden ze niet meegeteld bij deze reductie. Indien ze echter wel doorgaan, heeft dat geen consequenties voor de leegstandsreductie. De doelstelling blijft dus steeds 10.000 m2 reductie t.o.v. het huidige areaal
44.000 m2 wvo. De reductie van 10.000 m2 wvo vermindert dit probleem met een kwart. Het spreekt vanzelf dat reductie primair kan plaatsvinden in de niet als kansrijk aangemerkte winkelgebieden. Dit betekent, conform bovenstaand aandachtspunt, dat toename van winkelaanbod (en eerst en vooral in de kansrijke winkelgebieden) niet wordt uitgesloten, maar per saldo zal een reductie plaatsvinden. Na 2,5 jaar 9 (halverwege) vindt een evaluatie plaats . De gegevens van Locatus per 1 januari 2016 zijn hierbij de basis.
uitbreidingen worden in principe alleen mogelijk gemaakt in de 12 kansrijke winkelgebieden. Uitzonderingen zijn het Marlo Center in Beverwijk en de Rijksstraatweg in Heemskerk. Hier worden geen uitbreidingen toegestaan, omdat de omvang en aard van deze winkelgebieden al meer dan voldoende ruimte bieden om hun functie waar te maken. Buiten de kansrijke winkelgebieden worden uitbreidingen niet toegestaan, tenzij de ontwikkeling een hoog innovatief gehalte heeft. In per geval te bekijken uitzonderingssituaties kan worden besloten mee te werken aan een uitbreidingsverzoek van een reeds gevestigde aanbieder die buiten een kansrijk winkelgebied is gevestigd.
Aansluiting op Ladder voor Duurzame Verstedelijking Deze Ladder geeft aan dat er sprake moet zijn van een actuele behoefte aan een plan en dat er eerst moet worden bekeken of deze behoefte in of aan bestaande winkelgebieden kan worden geaccommodeerd. Het adviesschema voor de IJmond sluit hierop aan, door prioriteit te geven aan de versterking van (kansrijke) winkelgebieden. De Ladder en jurisprudentie hierover verplichten overigens ook tot een regionale afstemming van winkelplannen.
Moment en stappenplan adviesschema Bovenstaande elementen vormen de basis voor het adviesschema van individuele plannen, dat we verder uitwerken in navolgend adviesschema. Uitgangspunt is dat grotere winkelontwikkelingen regionale afstemming vergen. Het schema heeft betrekking op plannen waarvoor een juridisch-planologische uitbreiding van winkelareaal nodig is. Verzoeken hiervoor bereiken de gemeente vaak in een vroeg planstadium. Immers voor bestemmingsplanwijzigingen is vaak veel werk nodig en behoorlijke voorinvesteringen voor de initiatiefnemer. Doorgaans legt een initiatiefnemer een verzoek eerst informeel voor aan de gemeenten. De beoogde regionale afstemming vindt dan ook doorgaans plaats in dit vroege planstadium en is een belangrijke bouwsteen voor de vraag of zo’n bestemmingsplanwijziging wenselijk is of niet. De beleidsmedewerkers Economische Zaken gaan een format maken voor zo’n adviesaanvraag. Daarmee wordt gezorgd voor een soepel verloop van adviesaanvragen. De adviesaanvragen worden voorgelegd aan de drie portefeuillehouders. Indien dat in een gemeente is voorgeschreven, of indien anderszins wenselijk, kan een portefeuillehouder natuurlijk altijd het college van B&W hierbij betrekken.
Kwaliteitsverbetering ‘kansrijke’ centra Eén van de twee hoofdopgaven is kwaliteitsverbetering van de hoofdwinkelstructuur en daarmee van de (potentieel) kansrijke centra. Het toevoegen van meters is ook hier niet de leidraad, maar soms is het toevoegen ervan wenselijk om de structuur te verbeteren en de aantrekkingskracht te vergroten. Hoewel uitbreidingen niet centraal staan in deze visie, kunnen ze in uitzonderingsgevallen een bijdrage leveren aan het versterken van winkelgebieden. Dergelijke 9
Hiertoe gaat de regio vanaf 1 januari 2016 monitoren waar detailhandel wordt toegevoegd en waar dit wordt verminderd. Dit gebeurt bij jaarlijkse toerbeurt door een ambtenaar van één van de drie gemeenten. Op deze wijze houdt men zelf de vinger aan de pols en wordt men niet ‘verrast’ door gegevens van Locatus. Voorts kunnen op deze wijze gemaakte afspraken, die vaak nog niet in het Locatus-bestand zichtbaar zijn, goed worden meegenomen
CityWorks
34
Stappenplan regionaal advieskader A.
3.
Wanneer is regionaal advies nodig?*
1. Planvolume § Plannen tot 1.500 m2 wvo (1.800 m2 bvo), die worden gerealiseerd in een kansrijk winkelgebied, hoeven niet voor een advies voorgelegd te worden als de toename per saldo10 kleiner is dan 500 m2 (600 m2 bvo) § Plannen tot 1.500 m2 wvo, die worden gerealiseerd in een kansrijk winkelgebied, moeten wel voor advies worden voorgelegd als toename per saldo 500 m2 of meer bedraagt § Plannen vanaf 1.500 m2 wvo moeten altijd voor advies worden voorgelegd § Plannen buiten een kansrijk winkelgebied moeten voor advies worden voorgelegd vanaf 250 m2 wvo § Een adviesaanvraag wordt door de betreffende gemeente, voorzien van een ambtelijke toelichting, voorgelegd aan de drie portefeuillehouders Economische Zaken § Voor initiatieven waarvoor geen adviesaanvraag nodig is, geldt wel een meldingsplicht
Branchering, verzorgingsfunctie en innovatie a. Past de winkelontwikkeling qua branche11 en verzorgingsfunctie? Hierbij vindt ook een toets plaats van de te verwachten effecten op andere kansrijke winkelgebieden § Over een winkelontwikkeling die qua branche en verzorgingsfunctie past bij het winkelgebied kan onder voorwaarden positief worden geadviseerd § Een winkelontwikkeling die qua branche en verzorgingsfunctie niet past, krijgt in principe een negatief advies b. Heeft het initiatief een hoog innovatief gehalte?12 § Over een winkelontwikkeling die niet is gelegen is in een kansrijk winkelgebied en/of qua branche en verzorgingsfunctie niet passend is, kan onder stringente voorwaarden toch positief worden geadviseerd als deze ontwikkeling een hoog innovatief gehalte heeft
4. Eindoordeel § Afhankelijk van het antwoord op bovenvermelde vragen wordt over het plan positief of negatief geadviseerd. Als een gemeente aan het plan wil meewerken, wordt het als het groter is dan dan 1.500 m2 wvo13 voorgelegd aan de ADZ.
B. Handreikingen voor adviesverlening 2.
Deze vier stappen zijn in bijgaand adviesschema, dat geldt voor plannen die winkelmeters tot gevolg hebben waar het bestemmingsplan niet in voorziet, nog eens aangegeven.
Locatiekeuze Waar vindt de winkelontwikkeling plaats? § Over een winkelontwikkeling in een kansrijk gebied kan positief worden geadviseerd § Over een winkelontwikkeling elders wordt in principe negatief beoordeeld
11
*) past een initiatief in het bestemmingsplan, dan is geen regionaal advies nodig, wel geldt een meldingsplicht 12 10
Door hier te spreken van een saldo wordt wordt gestimuleerd dat plannen waarmee een uitbreiding van het winkelareaal ontstaat, worden gecompenseerd door plannen in hetzelfde of een ander winkelgebied die winkelareaal uit de markt nemen
CityWorks
13
35
Een gemeente mag brancheringsbeleid voeren conform artikel 3.1.2, tweede lid BRO. Overigens gaat het in dit advieskader nog niet om de planologische vertaling van een initiatief, maar om de vraag of daaraan al dan niet medewerking wordt verleend De criteria hiervoor zijn: (1) het concept is nieuw in Nederland (2) het concept is nieuw in de provincie (3) het concept zorgt voor aantoonbare regionaal overschrijdende attractie (4) het concept biedt een unieke combinatie van functies (5) het concept doet geen onevenredige afbreuk aan het functioneren van de kansrijke winkelgebieden Voor Beverwijk-centrum geldt een grens van 3.000 m2 wvo
geen regionaal advies nodig, meldingsplicht regio
1
plan < 1.500 m2 wvo in kansrijk winkelgebied met saldo < 500 m2
plan past in bestemmingsplan
plan < 250 m2 wvo buiten kansrijk winkelgebied
plan ≥ 250 m2 wvo buiten kansrijk winkelgebied
plan < 1.500 m2 wvo in kansrijk winkelgebied met saldo ≥ 500 m2
plan ≥ 1.500 m2 wvo
regionaal advies nodig van drie portefeuillehouders EZ
2
3
4 CityWorks
ontwikkeling in kansrijk winkelgebied die bijdraagt aan structuurversterking van dat gebied
passende branche en verzorgingsfunctie
geen nadelige effecten op overige kansrijke winkelgebieden
hoog innovatief gehalte
plan krijgt positief advies indien plan groter is dan 1.500 m2 wvo wordt het voorgelegd aan ADZ
36
ontwikkeling buiten kansrijk gebied
geen passende branche, verzorgingsfunctie of hoog innovatief gehalte
plan krijgt negatief advies plan kan evt. worden aangepast
Stroomlijnen besluitvorming binnen IJmond met ADZ Dit stappenplan dient zoveel mogelijk te worden gestroomlijnd met de adviesaanvraag bij de ADZ. De ADZ kan ook al in de voorfase / parallel aan het IJmondiaal traject informeel worden betrokken. Uitgangspunt is een maximale doorlooptijd van 8 weken tot en met verkrijging van het advies. Op deze wijze wordt geborgd dat de initiatiefnemer snel helderheid krijgt. Tevens zorgt dit tijdpad ervoor, dat plannen die al wat verder in ontwikkeling zijn dan het prille planstadium, geen onnodige vertraging oplopen.
De eerste drie categorieën zijn vooral gericht op het verbeteren van de structuur, bij de laatste ligt de focus daarnaast ook op het verbeteren van winkelgebieden. In deze verkenning van instrumenten is vooral gekeken naar gemeentelijke instrumenten. Vanuit deze beleidsvisie geredeneerd, zijn dit de belangrijkste instrumenten. Beleidsinstrumenten Deze regionale visie legt de contouren vast van het toekomstige winkellandschap. Maar in veel gevallen is het nodig om deze contouren nader uit te werken in lokaal beleid, zowel voor de detailhandel als aanpalende beleidssectoren. Hierbij kan gedacht worden aan: § Lokale detailhandelsvisie: Het uitwerken van deze regionale visie in lokaal detailhandelsbeleid voor de drie gemeenten is een belangrijk middel om oplossingsrichtingen concreet te maken. § Plan van Aanpak Winkelgebied: Soms kan het samen met marktpartijen opstellen van een visie of plan van aanpak voor een individueel winkelgebied helpen om gestelde doelen te bewerkstellingen. Gelet op de resultaten uit hoofdstuk 4 is dit met name voor de winkelgebieden Lange Nieuwstraat / Kennemerlaan in IJmuiden en Marlo-Center Beverwijk een goede optie. Voor de meubelboulevard en het centrum van Beverwijk is dit reeds gebeurd. § Andere beleidsvelden: Daarnaast kan beleid op aanpalende beleidsterreinen (zoals horeca, leisure, 14 overige dienstverlening , evenementen) zorgen
Juridisch-planologisch traject Uitgaande van een positief advies van de drie portefeuillehouders EZ en ADZ kan het juridischplanologische traject worden opgestart, e.e.a conform de daartoe geldende wet- en regelgeving (goede ruimtelijke onderbouwing, toets aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking etc.). De begeleiding daarvan is een lokale verantwoordelijkheid.
6.2 Instrumentarium Voor het uitvoeren van de regionale visie en de lokale uitwerkingen (dat kan een lokale detailhandelsvisie zijn, een actieplan voor een winkelgebied of deelgebied, dit ter keuze van de individuele gemeente) staan veel instrumenten ter beschikking. Daarbij is er een onderscheid tussen: § beleidsinstrumenten § juridisch-planologische instrumenten § financiële instrumenten § randvoorwaarden § samenwerking
CityWorks
14
37
Hierbij geldt veelal ook het minder ruimhartig omgaan met consumentgerichte dienstverlening (makelaars, uitzendbureaus, nagelstudio’s), waarvoor op tal van plekken soms te makkelijk ruimte wordt geboden. De meeste consumentgerichte dienstverleners kunnen prima in reguliere winkelgebieden terecht
§
§
voor een samenhangende visie voor alle consumentgerichte voorzieningen. Deze boodschap wint aan kracht indien we bedenken dat het onderscheid tussen deze sectoren vervaagt (het al eerdergenoemde ‘blurring’ ofwel mengconcepten), maar ook omdat voor veel centra niet meer uitsluitend de winkels bepalend zijn voor het succes, maar ook de aanwezigheid van horeca, vermaak en evenementen. Markt- en standplaatsenbeleid (soms verankerd in een marktverordening): Kan helpen om sturing te geven aan aard, omvang en locatie van markten en standplaatsen. Tenslotte kan flankerend beleid nodig zijn, zoals parkeerbeleid.
§
§
Juridisch-planologische instrumenten § Nalopen bestemmingsplannen: Het nalopen en zo mogelijk aanpassen van bestaande bestemmingsplannen voor wat betreft detailhandel op niet-gewenste plekken kan zorgen voor een stimulans om op zulke locaties functies te veranderen. Dit kan bijvoorbeeld door het bestemmingsplan te verruimen (ook andere functies toestaan) of juist strakker te maken (bijvoorbeeld door scherper af te bakenen welke vormen van detailhandel zijn toegestaan)15. De drie IJmond-gemeenten zullen de bestemmingsplannen op deze punten gaan controleren.
15
§
Financiële instrumenten Daarnaast zijn er diverse financiële instrumenten denkbaar. Tot de meest kansrijke behoren: § BIZ: Een BIZ is formeel een financieel instrument, aangezien de heffing door de gemeente via de OZB plaatsvindt. Maar het is vooral een beproefd middel
Het veranderen van bestemmingsplanvoorschriften kan tot planschade leiden. Anderzijds is het belangrijk om ter voorkoming van planschadeclaims ‘voorzienbaarheid’ te creëren. Deze regionale visie is hierbij een eerste bijdrage aan het creëren van deze voorzienbaarheid, maar deze zal in specifiek beleid ter plaatse verder moeten worden uitgewerkt
CityWorks
Flexibele bestemmingsplannen: Hierdoor ontstaat een minder strak onderscheid tussen detailhandel, horeca, vermaak en diensten. Dit kan met name in de kansrijke reguliere winkelgebieden helpen om flexibeler om te gaan met vragen vanuit de markt. De drie IJmond-gemeenten zullen deze optie in elk geval voor de centrumgebieden bestuderen. Leegstandsverordening: Het opstellen van een leegstandsverordening, op basis waarvan overleg op gang kan worden gebracht met eigenaren van (langdurig) leegstaand (winkel)vastgoed. Op basis daarvan kunnen afspraken gemaakt worden over deze leegstand. In het uiterste geval draagt de gemeente een huurder voor, die door verhuurder geaccepteerd moet worden. De drie gemeenten zullen elk voor zich bekijken of het instrument van de leegstandsverordening voor hun gemeente passend is. Mengformules: Het toestaan van mengformules, waarbij in principe ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ het uitgangspunt is (o.b.v. de Drank- en horecawet mogen horeca-ondernemers en/of drankverstrekkers geen verkoopactiviteiten ondernemen). Tegelijkertijd mag deze beperking de dynamiek niet te veel belemmeren. De drie gemeenten zullen dit in combinatie met het flexibeler maken van bestemmingsplannen en andere relevante regelgeving gaan bevorderen in de reguliere winkelgebieden.
38
§
§
16
om samenwerking tussen ondernemers in (onder andere) winkelgebieden te vergroten, het freeriders probleem op te lossen en de zeggenschap en financiële armslag van samenwerkingsverbanden te vergroten. De drie gemeenten zullen daar waar nodig pro-actief meewerken aan de totstandkoming van een BIZ. Met name voor de Lange Nieuwstraat (mogelijk in combinatie met de Kennemerlaan) is dit een goede optie. Maar ook in diverse andere 16 winkelgebieden kan de BIZ zorgen voor meer daadkracht in de samenwerking tussen ondernemers onderling en tussen ondernemers en andere partijen. Stimuleren van relocatie en transformatie: De drie gemeenten richten een werkgroep op waarin samen met ondernemers en vastgoedpartijen wordt gekeken welke ondernemers kunnen worden gestimuleerd naar een beter passende locatie te verhuizen. Hierbij kan een ‘winkelloods’, retaildeskundige en/of makelaar worden ingeschakeld die de voor- en nadelen van een een evt. relocatie of functieverandering financieel kan doorrekenen. In het vorige hoofdstuk introduceerden we de saldo-benadering en is de opgave verwoord om het winkelareaal met 10.000 m2 wvo te reduceren. Transformatie kan o.a. plaatsvinden door het maken van afspraken met marktpartijen, door het meedoen aan landelijke pilots (zoals stedelijke herverkaveling) en door het inzichtelijk maken van (financiële) voordelen van alternatieve gebruiksmogelijkheden.
Stimuleren van verbetering gevels: Met name voor de hoofdwinkelgebieden zijn aantrekkelijke gevels
§
Hierbij is het overigens niet zo, dat financiële prikkels alleen door de overheid gegeven moeten worden. Zo kunnen eigenaren ook met alternatieve huurvormen of ingroeihuren nieuwe start-ups, pop-up-stores en jong ondernemerschap aantrekken. Zie verder onder samenwerking. Randvoorwaarden en uitstraling De (hoofd)opgaven van deze visie zijn gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de winkelstructuur als geheel maar ook op die van individuele winkelgebieden. Daartoe is de uitstraling (de ‘look & feel’) en het comfort van winkelgebieden belangrijk. Hiervoor staan onder andere de volgende instrumenten ter beschikking: § Parkeerregime: Het bewerkstelligen van comfortabele en gastvrije parkeerregimes, waarbij het (bijna) gratis en voldoende parkeren belangrijk is en blijft, dit geldt overigens ook voor makkelijk, comfortabel en veilig parkeren van fiets of scooter. § Inrichting openbare ruimte: Een aantrekkelijke inrichting van winkelgebieden is cruciaal, waarin de
In Beverwijk is er het Aanjaagfonds, een gemeentebreed Ondernemersfonds
CityWorks
(zowel op de begane grond, als ook op de verdiepingen boven de winkels) belangrijk in het bepalen van de aantrekkingskracht. Een stimuleringsregeling voor de aanpak van gevels kan hierbij behulpzaam zijn. Dit is een punt dat aan de orde komt in de lokale uitwerkingen van deze regionale detailhandelsvisie. OZB-heffing volledig bij eigenaren: In een aantal Nederlandse gemeenten wordt hiermee geëxperimenteerd. De eigenaar wordt dan in geval van leegstand meer geprikkeld om naar oplossingen voor leegstand te zoeken. De drie IJmond-gemeenten gaan op basis van de opgedane ervaringen en in overleg met vastgoedpartijen bezien of dit een wenselijke oplossing is.
39
§
§
§
verblijfskwaliteit een nadrukkelijk punt van aandacht is. In een aantal winkelgebieden is de openbare ruimte recent opgeknapt of zijn daar vergevorderde plannen voor, maar een aantal andere winkelgebieden verdient echt een opknapbeurt. Afhaalstraat: Dit is een mooi experiment om in te spelen op het online-winkelen. De afhaalstraat biedt kort parkeren, makkelijk aanrijden, bijvoorbeeld in aanloopstraten, en kan het afhalen van goederen vergemakkelijken. De drie gemeenten bekijken of en zo ja waar er in hun gemeente ruimte is voor zo’n afhaalstraat. Wonen boven winkels: Het bevorderen van wonen boven winkels is goed voor de levendigheid na sluitingstijd en voor de dynamiek in winkelgebieden. Samen met vastgoedpartijen kunnen gemeenten in hun lokale uitwerkingen van deze regionale visie bekijken of en waar wonen boven winkels kan worden bevorderd en welke middelen men hiervoor wil inzetten. Terrassen- en reclamebeleid: Het aanpassen van het terrassen- en (gevel)reclamebeleid (evt. incl. de bijbehorende tarifering) kan een goed middel zijn om centra aantrekkelijker te maken. In de lokale uitwerkingen zullen de gemeenten gaan bekijken of en waar aanpassing hiervan nodig is.
andere) de volgende concrete voorstellen om het vraagstuk van de detailhandel op regionaal niveau aan te te sturen en op lokaal niveau concreet te maken: § Vast agendapunt PHC-EZ: Detailhandel wordt een vast agendapunt van het PHC-EZ, hiermee wordt beoogd dat de drie gemeenten meer met elkaar gaan samenwerken en meer onderling afstemmen. Het doornemen van planinitiatieven en bestemmingsplannen conform het eerdergenoemde adviesschema is één van de logische bespreekpunten. Daarnaast wordt ten behoeve van dit overleg bijgehouden hoe het staat met het bereiken van de target om over 5 jaar over 10.000 m2 wvo minder te beschikken. § Vast overleg ondernemers – gemeente: Een regelmatig (bijvoorbeeld tweejaarlijks) overleg per gemeente tussen de portefeuillehouder en de voorzitters van winkeliersverenigingen, bij voorkeur aangevuld met partijen met een belangrijke rol in het winkelvastgoed. Hierbij kunnen diverse lopende onderwerpen worden besproken, variërend van operationele zaken (bijvoorbeeld planning van wegwerkzaamheden) tot en met strategische zaken die de winkelstructuur aangaan (zoals de reductieopgave). § Winkelstraat- of centrummanagement: met winkelstraatmanagement kan, mits krachtig ingezet en met voldoende mandaat, veel worden bereikt in de samenwerking, de marketing, de uitstraling en positionering van winkelgebieden.
§ Actief in gesprek gaan: Met ondernemers of eigenaren die qua locatie bijzondere aandacht vragen, zal de betreffende gemeente actief in gesprek gaan. § Stimuleren organisatiegraad: Gemeenten kunnen een grote rol spelen bij het stimuleren van de
Samenwerking Waar goed wordt samengewerkt gaat het beter. Het werken aan betere winkelgebieden is een gemeenschappelijke zaak van ondernemers, vastgoedpartijen, gemeente en intermediairs. Een goede samenwerking tussen partijen is dus, last but not least, cruciaal in het verbinden en aanjagen van vernieuwing. Het werken aan een krachtige retailstructuur begint bij overleg. Hierbij zijn er (onder
CityWorks
40
§
§
organisatiegraad van ondernemers en eigenaren in winkelgebieden, zo is op veel plekken gebleken. Een goede organisatiegraad is overigens ook een wederzijds belang van ondernemers en overheid. Het maken van afspraken over overleg en investeringen in winkelgebieden kan gepaard gaan met afspraken over de organisatiegraad. Het Haags Retailpunt in de gemeente Den Haag kan hierbij tot voorbeeld strekken. De drie gemeenten gaan hierover met elkaar in gesprek en zullen hier in de lokale uitwerking nader op ingaan. Aansluiting bij landelijke pilots: Vanuit de Retailagenda van de overheid, maar ook van allerlei andere organisaties, zijn er diverse pilots, proefprojecten en stimuleringsprojecten gaande. Dit zijn onder andere ‘aangename aanloopstraten’, regelvrije zones (free zones) en ‘retaildeals’. Het is belangrijk deze lopende en nieuwe projecten op de voet te volgen om er kennis uit op te doen, maar ook waar mogelijk aan te haken op zulke projecten en gebruik te maken van financiële fondsen. De drie gemeenten zullen afzonderlijk kijken welke van deze projecten hiervoor de beste aanknopingspunten bieden. Marketing: Voor de hoofdwinkelgebieden is een juiste marketingstrategie belangrijk. Hiermee kan de onderscheidende kracht tussen de vier hoofdwinkelcentra goed uit de verf komen.
Marketing wordt primair gezien als een zaak van ondernemers, maar juist voor de hoofdwinkelgebieden moeten ook gemeenten hierin een belangrijke voortrekkersrol hebben. Een florerend centrum dat aansluit op de identiteit van de gemeente dient immers meerdere belangen. In de lokale uitwerkingen wordt hier nader op ingegaan.
CityWorks
§
Monitoring: Door de detailhandelsontwikkelingen goed te monitoren, kan de regio goed sturen op resultaat, beleid en kwaliteit. Zie hiervoor verder het voorstel in paragraaf 6.1. Voorts zullen de drie gemeenten participeren in het volgende ‘Koopstromenonderzoek Randstad’, zodat ook de vraagzijde (‘wie koopt wat waar’) weer wordt geactualiseerd.
Voorbeeld: Haags Retailpunt Het Haags Retailpunt is een service-organisatie voor alle Haagse winkeliersverenigingen binnen de Haagse hoofdwinkelstructuur. Het reikt een helpende hand in het toch al drukke bestaan van ondernemers die actief zijn in een winkeliersvereniging. Het Haags Retailpunt biedt een (digitale) menukaart met een breed aanbod van (al dan niet kosteloze) producten en diensten die beschikbaar zijn voor winkeliersverenigingen. De menukaart biedt hulp en ondersteuning aan op het gebied van onder andere veiligheid, visievorming, winkelstraatmanagement, kwartiermakerschap BIZ, communicatie en PR, trainingen op het gebied van gastvrijheid, innovatie, en collectieve inkoop. Omdat deze diensten alleen openstaan voor georganiseerde winkeliersverenigingen wordt hiermee bovendien bereikt dat winkelgebieden zich (beter) gaan organiseren.
6.3 Focus instrumenten Veel instrumenten kunnen in veel winkelgebieden worden ingezet. Echter, per winkelgebied(stype) kan een andere focus nodig zijn. Navolgend zetten we de belangrijkste instrumenten op een rij per winkelgebied(stype) voor zover ze zijn opgenomen in de hoofdwinkelstructuur.
41
Belangrijkste instrumenten hoofdwinkelgebieden Instrument B’wijk
H’kerk IJmuiden
Mengformules
BIZ Verbeteren gevels Parkeerregime
Centrummanagement Marketing
Parkeren
Parkeren Bestemmingsplan Gevels Relocatie en transformatie Marketing
CityWorks
Velsen V’haven
K’laan
Relocatie en transformatie
Afhaalstraat Overleg
Centrummanagement Stimuleren organisatiegraad
Instrumenten winkelgebieden buiten hoofdwinkelstructuur Behalve de winkelgebieden in de hoofdwinkelstructuur, zijn er ook winkelgebieden buiten de hoofdwinkelstructuur. Hier zal doorgaans de focus een andere zijn en kan bekeken worden of functieverandering mogelijk is. De vier belangrijkste instrumenten zijn: § aanpassingen in het bestemmingsplan § het stimuleren van relocaties en transformatie § het opbouwen van goed overleg met ondernemers en eigenaren § aansluiting zoeken met landelijke pilots
Belangrijkste instrumenten grotere PDV-locaties
Plan van Aanpak
Gevels
Marketing
Meubelboulevard B’wijk
Bazaar
Bestemmingsplan
Belangrijkste instrumenten boodschappen- en dorpscentra Voor de boodschappen- en dorpscentra ligt de focus op: § voldoende en gastvrij parkeren § een goede en comfortabele openbare ruimte § mogelijkheden om goederen af te halen, bijvoorbeeld in de vorm van een afhaalstraat § het bevorderen van samenwerking tussen ondernemers
Instrument
Beverwijk Marlo
Plan van Aanpak
Openbare ruimte
Instrument
S’poort-N
Plan van aanpak Bestemmingsplannen
Belangrijkste instrumenten a-typische centra Centrum van:
Broekerwerf Velsen
42
3. Plan van Aanpak ...................................................................... 10! 4. Onze inzet: planning, kosten, werkafspraken .......................... 17!
Castricum
Graft-De Rijp
Bijlagen ......................................................................................... 20! Uitgeest Heemskerk
Wormerland
afzonderlijk gaan werken aan het versterken van de winkelstructuur. ‘Regionaal wat moet, lokaal wat kan’ is daarbij het devies; uitbreidingen worden voorlopig grotendeels regionaal getoetst, maar uitwerkingen en Velsen inspanningen zijn een lokale verantwoordelijkheid. Die lokale taken worden echter meer dan nu op elkaar afgestemd. De regio als geheel en de drie gemeenten afzonderlijk beseffen zich ten volle de uitdagingen waarvoor ze staan en de betekenis die winkels en winkelgebieden hebben voor het Kaart huidige bestuurlijke indeling van IJmond (bron: Provincie Noord-Holland) imago van Beverwijk, Heemskerk en Velsen. Dit document zorgt ervoor dat de drie gemeenten in gesprek gaan met elkaar. Veel van de opgaven bereiken gemeenten echter niet alleen. Daarom beoogt dit document ook te stimuleren, dat gemeenten nog meer in gesprek gaan met marktpartijen. Waar samengewerkt wordt, gaat het beter! Er is veel energie nodig om alle doelen te bereiken. Deze visie is een frisse start voor een nieuwe aanpak! Beverwijk
Zaanstad
!!!!!!!!
!!!!!!!
! Een blik op de hoofdwinkelcentra in Beverwijk, Velsen (IJmuiden) en Heemskerk
!
Bloemendaal
"##$%&'()*+,*(-./!! !
Amsterdam
Haarlem
Zandvoort
!! !! 0'12#(%*.*!,#(,*3*-*(!'(!04546789:;!7<<=0<>?45@6AB!0@C@@6!4=!D@6?<!
!
! CityWorks
3
!! !! 54?E4=;!C44789:F?48=B!54?E4606<4:!4=!E@=GF<<6GHCI'A! !
!!!
!
Collage winkellandschap IJmond (2)
6.4 Tot slot !! !! ! J44DE:46:;!4>6<F@F?48=B!!K8G@A4?!06<4:F<?A46B!044GJ<54=EG6@@G!L8DF64EE84M!
In dit hoofdstuk is het regionaal advieskader uitgewerkt en passeerden instrumenten de revue die (veelal de gemeente) kan inzetten bij het toewerken naar een krachtige FOTO'S BESTAAND 02 retailstructuur. Het advieskader zorgt samen met andere elementen uit deze visie dat de regio voldoet aan de eisen van de provincie en aan de Ladder van Duurzame Verstedelijking. Belangrijker is dat de regio en de drie gemeenten nu beschikken over een kader om mee aan het werk te gaan. Er kan gestart worden met de uitvoering van deze regionale visie. Daarbij is een strakke onderlinge afstemming nodig en zullen de drie gemeenten ook
the mall architecten t: 0251-224132 f: 0251-223416 e: info@the-mall-architecten.nl d:12-03-2012
CityWorks
43
Haarlemmerliede c.a.
Bijlagen § § § § § §
Bijlage 1 Deelnemers en betrokkenen
deelnemers en betrokkenen overzicht winkelgebieden verkenning detailhandelsplannen verkenning koopstromen meer informatie over leefstijlen begrippenlijst
Basis deelnemerslijst workshops § Inge Reijmer, gemeente Beverwijk § Marjon Zorge, gemeente Heemskerk § Michel van Wijk, gemeente Velsen § Peter Veldhuis/Paul Veldt, ondernemersvereniging Beverwijk § Simon Zuidema/Esther van Gog, ondernemersvereniging centrum Heemskerk § Nico Hop/Luuk Ris, ondernemersverenigingen Velsen § Roel Huisman/Fabian Nagtzaam/Nico Bakker, MKB IJmond § Jorge van Vliet, InRetail § Maartje van de Ven, Provincie Noord-Holland § Wouter Hol, ADZ (vh. RAC) § Ivo Berkhoff, KHN Daarnaast zijn afhankelijk van het thema ook andere personen uitgenodigd, zoals de vertegenwoordigers van alle winkelgebieden in de workshop waarin de toekomst van individuele winkelgebieden centraal stond en R.O.ambtenaren in de workshop waarin het adviesschema en het instrumentarium aan de orde kwam. Ambtelijke begeleidingsgroep § Inge Reijmer, gemeente Beverwijk § Marjon Zorge, gemeente Heemskerk § Michel van Wijk, gemeente Velsen Portefeuillehouders § Tim De Rudder, gemeente Beverwijk § Marieke van Dijk, gemeente Heemskerk § Arjen Verkaik, gemeente Velsen