Bijlage 4. Rapport herontwerp februari 2025
Tekst van het document
20
DEFINITIEF RAPPORT FEBRUARI 2025
Verbinding brede sociale domein
4
Passend werk
3
Inzet Wsw/Nieuw Beschut infrastructuur t.b.v. reintegratie
3
Kwaliteit Medewerker als instrument
Flexibiliteit in de dienstverlening
Governance Toekomstbestendigheid (borging)
4
4
Regie op het traject omdat alle dienstverlening vanuit de eigen gemeente wordt aangeboden Sterke verbetering: intake wordt aangeboden vanuit de individuele gemeenten. Bij start van traject direct verbinding mogelijk met afdelingen Wmo/Jeugd binnen eigen gemeente Lichte verbetering: eventuele regelingen niet afhankelijk van woonplaats van inwoner. Uniforme voorwaarden verlagen mogelijk drempel werkgevers m.b.t. mensen met afstand tot werk. Extra uitbreiding van werkgeversnetwerk door meer inzet externe aanbieders met eigen netwerk Lichte verbetering: zowel bij scenario A als B staat infrastructuur Wsw/Nieuw Beschut los van reintegratiedienstverlening. Bij A eenvoudig, door uniforme werkwijze. Scenario B ook, maar iets minder gunstig door 2 ‘bloedgroepen’ IJmond en ZK Sterke verbetering: voor meer specialistische functies ontstaat schaalgrootte op regionaal niveau. Ook samen investeren in vakmanschap en professionalisering. Samen optrekken op gebied van werving en selectie, interne doorgroeimogelijkheden, scholing. Mogelijk om kennis en capaciteit te behouden voor de IJmond. Score 4 i.p.v. 5 want in praktijk uitdaging Sterke verbetering: naast basisinstrumentarium ook gezamenlijk regionaal ingekochte externe dienstverlening. Daardoor snel reageren op ingrijpende veranderingen in volume of specialismes. Score 4 ipv 5 want veel afstemming nodig
1
Verslechtering: lichte governance en behoud van lokale autonomie is grootste bedreiging voor de langdurige stabiliteit. Veel inzet nodig voor voortdurend zoeken naar consensus. Beschikbare middelen alleen lokaal ingezet. Fluctuaties door de tijd kunnen invloed krijgen op de consensus en inhoud van de dienstverlening. Risico uiteendrijven groot. Per gemeente baten én lasten van BUIG in beeld, maar geen beeld van regionale effect.
Impact Werkgeverschap
2-3
Huisvesting, ICT, Overhead
2
Lokale autonomie
2-3
Governancestructuur
3-4
Neutrale impact voor grootste deel medewerkers. Geen effect op medewerkers gemeenten, negatieve impact op medewerkers IJmond Werk die niet overgaan Negatieve impact: impact op huisvesting, ICT en overhead van IJmond Werkt! is groot i.v.m. desinvesteringen. Impact bij gemeenten in harmonisatie van werkprocessen en investeren in de regionale gereedschapskist. Negatieve impact tot neutraal: uniform beleid bij alle dienstverlening op het gebied van inkomen, werk en reintegratie. Harmonisatie breder dan huidige samenwerking. Gemeenten houden budgetten in eigen beheer en voor eigen inwoner Neutraal tot positieve impact: organisatie- en governancestructuur behoorlijk lichter door wegvallen van
21
DEFINITIEF RAPPORT FEBRUARI 2025
Overhead t.b.v. wet- en regelgeving Wsw/Nieuw beschut Regionale samenwerking
2 5
aparte uitvoeringsorganisatie. Wel meer inspanning op structurele afstemming over inkoop, evaluatie en doorontwikkeling van het regionale instrumentarium. Grote negatieve impact: bij scenario A massa in IJmond te klein voor overblijvende deel. Sterke afhankelijkheid van scenario B, samenwerking met ZK Grote positieve impact: IJmond neemt vanuit één visie deel in arbeidsmarktregio ZKIJ. Dit vergemakkelijkt samenwerking op thema’s als Regionaal Werkcentrum (incl WSP), Wet Inburgering, RBA etc
4.5. Aandachtspunten, risico’s en vervolgvragen Algemeen • Het herontwerp leidt in alle scenario’s tot een herziening/herinrichting van de werkprocessen en dienstverlening. Een deel van de huidige medewerkers beschikt mogelijk niet over het juiste profiel voor de toekomstige werkwijze ondanks om- en bijscholing. Alle scenario’s moeten rekening houden met inzet van sociaal plannen voor deze groep. • Met name scenario 1, maar ook scenario 3, doet een beroep op de veranderbereidheid van medewerkers. Onvrede kan tijdelijk leiden tot lagere capaciteit door hogere uitstroom. Het cultuuraspect en de veranderbereidheid van de medewerkers speelt hier een grote rol. • De medewerkers van het Werkgevers Service Punt (WSP) zijn op dit moment werkzaam bij IJmond Werkt!. Het WSP wordt onderdeel van het Regionaal Werkcentrum (RWC). Het RWC zal als netwerkorganisatie niet zelf het werkgeverschap op zich nemen. Met het verdwijnen van het onderdeel re-integratie van IJmond Werkt! in scenario’s 2 en 3 moet het werkgeverschap worden overgenomen door één gemeente of verdeeld over de drie gemeenten. In scenario 1 ligt het werkgeverschap van dit team bij de nieuwe organisatie. • De infrastructuur voor Wsw/Nieuw beschut vraagt kennis en capaciteit op het gebied van verloning, detachering, HR, acquisitie, huisvesting, veiligheid en onderhoud.
De huidige overhead van IJmond Werkt! wordt ingezet op zowel re-integratie als Wsw/Nieuw Beschut. Dit is niet zonder meer te ontvlechten. In scenario’s 2 en 3 verdwijnt het onderdeel reintegratie van IJmond Werkt!. Het achterblijvende deel van IJmond Werkt! krijgt te maken met relatief zware overhead. Onderdeel van de transformatie vanuit scenario A of B (Wsw/Nieuw Beschut) is komen tot een overhead die past bij de nieuwe schaal • Op alle scenario’s is een HR-toets nodig en een toets op de toepasbaarheid van de Wet Overgang van Onderneming Specifiek voor scenario 1 • De nieuwe organisatie bundelt de budgetten van de drie gemeenten. Bij een keuze voor scenario 1 moeten de drie gemeenten afspraken maken over vereffening van resultaten. Dit wordt onder andere bepaald door de juridische structuur: via een GR of BV. • Uitgangspunt is dat de nieuwe organisatie zich vestigt op (een deel van) de huidige locaties. Scenario 1 omvat ook de stap naar 1 gezamenlijk ICT-systeem (in scenario 3 optioneel). Aandachtspunt is of een nieuw systeem overal past op de aanwezige ICT-infrastructuur of dat op sommige plekken een nieuwe infrastructuur of huisvesting nodig is.
22
DEFINITIEF RAPPORT FEBRUARI 2025
Specifiek voor scenario 2 • In dit scenario heeft elke gemeente de vrijheid om te kiezen uitbreiding van de eigen capaciteit of externe inkoop van re-integratietrajecten. Deze keuzes hebben gevolgen voor de huidige medewerkers van IJmond Werkt!. De financiële doorrekening onderscheidt scenario 2a en 2b, met 100% zelf organiseren versus 100% inkoop. • Uit de regionale analyse blijkt dat er ook sprake is van interne schotten tussen gemeentelijke afdelingen werk en inkomen en het brede sociale domein. In dit scenario is een intensieve verbinding tussen de dienstverlening op het gebied van werk, inkomen en minima en het brede sociale domein goed haalbaar, maar het vraagt evengoed om interne herinrichting van werkprocessen en deskundigheidsbevordering van medewerkers. Specifiek voor scenario 3 • Met name het borgen van de geharmoniseerde aanpak is de zwakste schakel in dit scenario. Om de samenwerking minder gevoelig te maken voor politieke wisselingen kan de dienstverlening worden vastgelegd in een meerjarige regionale samenwerkingsovereenkomst . • In dit scenario vraagt de verhouding tussen aanbod in eigen beheer en externe inkoop nadere uitwerking. De financiële duiding gaat uit van een eigen beheer/inkoop-verhouding van 40%-60%. Deze keuze heeft gevolgen voor medewerkers van IJmond Werkt!.
23
DEFINITIEF RAPPORT FEBRUARI 2025
5. Samenvatting financiële analyse Bureau Berenschot Dit hoofdstuk bevat de managementsamenvatting van de financiële analyse door Bureau Berenschot en een tabel met de totaal-uitkomst. Deel 3 bevat het integrale financiële rapport met alle uitgangspunten, toelichting en duiding per gemeente en IJmond Werkt!. De analyse is gebaseerd op de huidige kosten vanuit de begrotingen voor 2025, de inkomsten voor de Participatiewet vanuit de beschikkingen en doorgerekend met aannames over bijvoorbeeld schaalvoordelen en efficiëntie. Specifiek voor de inkomsten zijn de beschikkingen als basis genomen. De kostenverschuiving geeft een beperkt toekomstbeeld. De werkelijke kosten hangen af van het gebruik van voorzieningen en veranderingen in doelgroepen. De WSWdoelgroep (oude Wet sociale werkvoorziening) zal uitfaseren, de zwaarte van de doelgroep neemt toe, en het gebruik van voorzieningen is conjunctuurafhankelijk. De analyse van de verschuivingen in de doelgroepen in de komende jaren – en de daaruit volgende verschuivingen in het budgetbeslag - valt in overleg buiten de scope van dit onderzoek. Uit de doorrekening blijkt dat de totale kosten per scenario dicht bij de huidige kosten liggen. Scenario 1 en 2 leveren iets lagere totale kosten op, terwijl scenario 3 iets hogere kosten heeft, beide in vergelijking met het huidige scenario.
De verschillen zijn te klein om duidelijke conclusies te trekken over welk scenario financieel voordeliger is. De inkomsten voor de dienstverlening onder de Participatiewet verschillen per gemeente, waardoor het totale financiële resultaat per gemeente ook al in het huidige scenario varieert. Scenario 1 laat op totaalniveau een toename van € 374.000 in het resultaat zien. Scenario 2 ligt in totaalresultaat iets hoger, maar het verschil is klein. Scenario 3 daarentegen blijft onder het huidige totale resultaat. Bij het verschuiven van taken ontstaan er financiële verschuivingen bij het sociaal ontwikkelbedrijf. Deze zijn vereffend naar de gemeenten op basis van hun begrote bijdrage in scenario 1 en de huidige bijdrage op basis van de doelgroepen WSW en Beschut werk (BW) in scenario 2 en 3. Ook verschillen de uitwerkingen van de aannames en verschuivingen op het financiële resultaat van de individuele gemeenten. Dit levert het volgende beeld op: • • •
Beverwijk: Het huidige scenario laat een positief resultaat zien, evenals alle scenario’s. Scenario 1 geeft echter het kleinste positieve resultaat. Heemskerk: Het huidige scenario geeft een negatief resultaat. Alleen scenario 1 zorgt voor een positief resultaat. Velsen: Het huidige scenario heeft een negatief resultaat. Alle scenario’s leveren een positief resultaat op, waarbij scenario 1 het beste resultaat biedt.
Er is een indicatieve raming gemaakt van de incidentele kosten voor de overgang van de huidige situatie naar de verschillende scenario's. Enkele posten vereisen nader onderzoek, wat buiten de scope van deze opdracht valt. Voor scenario 1 worden de incidentele kosten geraamd op € 3.500.000. Hierin zijn de efficiëntievoordelen die redelijkerwijs pas na enkele jaren worden gerealiseerd als kosten opgenomen. Voor scenario 2 worden de kosten geschat op € 2.300.000. Voor scenario 3 worden de kosten geraamd op € 2.900.000. Deze bedragen omvatten ook een schatting van de frictiekosten voor boven-formatief personeel.
24
DEFINITIEF RAPPORT FEBRUARI 2025
De tabel hieronder bevat een overzicht van het totale financiële resultaat in elk van de 3 scenario’s. Dit is een optelsom van het financiële resultaat voor de 3 gemeenten en IJmond Werkt! (huidig scenario en scenario 2 en 3) of de nieuwe organisatie (scenario 1). Let op het onderscheid tussen scenario 2a (volledige overname personeel re-integratie) en scenario 2b (volledige omzetting naar inkoop derden). Tabel 1. Financiële doorrekening verschillende scenario’s (bedragen x € 1000) Categorie
Huidig scenario
Scenario 1: Alles samen
Scenario 2a: Gemeente zelfstandig (100% overname personeel reintegratie)
Scenario 2b: Gemeente zelfstandig (0% overname personeel reintegratie)
Scenario 3: Combinatie
-115.290
-115.644
(40% overname personeel reintegratie)
Totale kosten
-115.375
-115.001
-115.290
Totale personeelskosten
-33.809
-33.620
-33.959
Totale programmakosten
-78.324
-78.139
-78.324
-81.484
-80.220
-551
-551
-551
-551
-551
-859
-859
-623
-623
-623
-1.831
-1.831
-1.831
-1.831
-1.831
Totale inkomsten8
116.763
116.763
116.763
116.763
116.763
Resultaat
1.388
1.762
1.473
1.473
1.119
Indicatieve raming incidentele kosten
-
3.500
2.300
2.300
2.900
Totale ICT kosten Totale huisvestingskosten7 Totale Overige kosten
-30.800
-32.418
Vanuit bovenstaande tabel is het duidelijk dat de inkomstenstroom in alle scenario’s hetzelfde blijven als in het huidige scenario. Er is enkel een verschil waarneembaar in omvang van de totale kosten. In de totale vergelijking komt scenario 1 hier financieel het best naar voren, gezien het hogere financiële resultaat dan het huidige resultaat. Dit wordt grotendeels verklaard door zowel een efficiency slag op het beleidspersoneel voor de P-wet van 20% als een schaalvoordeel van 10% bij gezamenlijke inkoop.
7 In scenario 2 en 3 vallen de huisvestingskosten voor re-integratie vanuit IJmond Werkt! weg, en gaan de
medewerkers zonder extra kosten op in de gemeentelijke huisvesting. Dit zou voor de gemeente Beverwijk betekenen dat deze huurinkomsten in scenario 2 en 3 verdwijnen, indien er geen andere huurder wordt gevonden. De huurinkomsten zijn niet meegenomen in de doorrekening. 8 De totale inkomsten verschillen niet per scenario, omdat hier uitgegaan wordt van de budgetten op basis van de beschikking voor 2025. Ook wordt aangenomen dat de toegevoegde waarde van productie van IJmond Werkt! gelijk blijft in de nieuwe scenario’s en enkel verschuift naar een nieuwe organisatie.
25
DEFINITIEF RAPPORT FEBRUARI 2025
Voor scenario 2 geldt dat het financieel resultaat iets hoger uitvalt dan in het huidige scenario. Dit ondanks een kleine stijging van 5% van de kosten van de re-integratie uitvoering bij verschuiving naar de gemeenten. Wel wordt hier een besparing op de huisvestingskosten verwacht doordat de huisvesting voor de uitvoering van re-integratie niet wordt overgenomen van IJmond Werkt!. Er wordt verwacht dat deze medewerkers zouden opgaan in de gemeente zonder extra huisvestingskosten. In scenario 3, met het minst positieve financiële resultaat, wordt naast een stijging van de reintegratiekosten ook een investering op het beleidspersoneel bij de 3 gemeenten verwacht van 25% van het aantal fte in het huidige scenario. Verder geldt in scenario 2 en 3 dat de gemeentelijke bijdragen voor re-integratie aan IJmond Werkt! vervallen, maar dat het financiële resultaat van IJmond Werkt! wel gedekt wordt vanuit de bijdrage WSW/BW. Dit betekent dat op basis van het huidige aandeel bijdrage WSW/BW de 3 gemeente een aandeel van het financieel resultaat van IJmond Werkt! in scenario 2 en 3 overnemen. De vergelijking van het totale financiële resultaat per scenario is ook weergeven in onderstaande figuur.
Totale financiële resultaat per scenario (3 gemeenten en IJmond Werkt!/nieuwe organisatie gezamenlijk) Bedragen (x 1000 euro)
2.500 1.500
1.388
1.762
1.473
1.473
Scenario 2a
Scenario 2b
1.119
500 -500 -1.500 -2.500 Huidig
Scenario 1
Scenario 3
Totale financiële resultaat per scenario (bedragen x € 1000)
Hierin is duidelijk te zien dat de verschillen in totaalresultaat tussen de scenario’s relatief klein is, zeker in vergelijking met een totale omvang van de kosten van circa € 115.000.000. Het verschil tussen het resultaat in scenario 1 en het huidige scenario bedraagt € 374.000.
26
DEFINITIEF RAPPORT FEBRUARI 2025
6. Aanbevelingen, (af)wegingen en de dialoog Zowel de inhoudelijke als de financiële analyse leiden niet tot een overduidelijke eenduidige uitkomst. Elk scenario brengt eigen voor- en nadelen met zich mee. Om tot een keuze te komen is een diepgaande dialoog nodig met betrokken partijen over welke criteria het meest doorslaggevend zijn bij een keuze. Door elke partij te vragen ‘gewicht’ toe te kennen aan elk criterium ontstaat een Multi-Criteria Analyse (MCA) als handvat voor de discussie richting besluitvorming. Dit hoofdstuk bevat een aantal relevante wegingsvragen, maar start met een overzicht van keuzes en aanbevelingen die in élk scenario relevant zijn voor het vervolg. 6.1 Keuzes en aanbevelingen bij álle scenario’s Belangrijk om voor ogen te houden is dat de kwaliteit van de dienstverlening in hoge mate wordt bepaald door de ruimte en deskundigheid van medewerkers om te doen wat nodig is voor inwoners van de IJmond. Veel inhoudelijke verbeteringen passen in alle scenario’s door herinrichting van werkprocessen en keuzes. Het doelgroepen- en volume-vraagstuk (de ‘bultrug’) zoals geschetst door Bureau Berenschot vraagt in élk scenario om een visie en keuzes ten aanzien van de inwoner en de rol en positie van gemeenten ten opzichte van andere partijen. De vraag of de drie gemeenten dit samen of afzonderlijk aanpakken gaat hieraan vooraf.
Hieronder is een aantal afwegingen en aanbevelingen opgenomen die relevant zijn bij de uitwerking van élk scenario. Deze komen deels uit de geraadpleegde publicaties. Een deel ervan werd ook benoemd door uitvoerend medewerkers tijdens de werksessies. Afwegingen op prioriteren doelgroepen en intentie dienstverlening • Gericht inzetten van schaarse capaciteit op specifieke doelgroepen, zoals jongeren, arbeidsmigranten, alleenstaande moeders, doelgroep >56 jaar • Onderzoek wijst uit dat om resultaten richting werk te behalen voor mensen die langer dan 3 jaar een bijstandsuitkering ontvangen zeer intensieve inzet nodig is over een langere periode. Hoe intensief zien we deze dienstverlening? Aanbevelingen naar aanleiding van onderzoek Een aantal waardevolle aanbevelingen uit de publicatie Verklaringen tekorten en overschotten op het bijstandsbudget (2023), door De Beleidsonderzoekers zijn: • • • • •
Check op voorliggende voorzieningen (bij nieuwe instroom en bij langer verblijf) Parttime werk als optie voor snellere uitstroom van werkfitte kandidaten Intensieve nazorg om herinstroom te voorkomen Inzetten op rechtmatigheid en handhaving om capaciteit te houden voor juiste plek Digitaliseren waar mogelijk
Vraagstukken in de samenwerking met derden • In welke mate is er draagvlak om vanuit de gemeenten te sturen op afbakening op de taken/verplichtingen vanuit de P-wet tegenover inzet van samenwerkingspartners. Bijvoorbeeld waar dienstverlening UWV voorliggend is in bemiddeling van arbeidsmigranten (wanneer zij recht hebben op WW) of waar een rol ligt voor het onderwijs
27
DEFINITIEF RAPPORT FEBRUARI 2025
6.2 Aanbevelingen vanuit het financiële rapport Bureau Berenschot doet vanuit haar financiële rapportage een aantal aanbevelingen. Deze zijn hieronder opgenomen. Het integrale rapport is opgenomen als Deel 3. Op basis van het uitgevoerde onderzoek bevelen zij het volgende aan: •
•
•
Breng de reële kosten over de komende jaren in beeld, niet slechts de kostenverdeling. Dit inzicht valt in overleg buiten de scope van de opdracht, waar het wel nodig is om tot een inschatting te komen van de kosten in de komende jaren. We bevelen aan om deze doorrekening uit te voeren op basis van de verwachte verschuivingen per doelgroep en voorziening in de komende jaren. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van beschikbare kengetallen over de verwachte ontwikkeling binnen de doelgroepen van de Participatiewet. Bepaal heldere en gedragen uitgangspunten voor solidariteit in de dekking van scenario 1, en voor de verdeling van winst en verlies. Een groot deel van de verschillen in het huidige financieel resultaat komt overeen met de bestaande verschillen in dekking van de uitgaven voor de P-wet vanuit de beschikking van het rijk. Deze bestaande verschillen nemen vooral in scenario 1 met het samenvoegen van alle beschikbare budgetten flink af, wat een financieel voordeel oplevert voor de ene gemeente en een nadeel voor de ander gemeente. In scenario 2 en 3 gaat het vooral over het bekostigen van het achtergebleven deel van IJmond Werkt!! om de WSW/BW dienstverlening te financieren. Deze wordt namelijk niet volledig gedekt met de huidige gemeentelijke bijdragen voor WSW/BW aan IJmond Werkt!!.
De keuze voor het ene of het andere scenario wordt daardoor niet alleen door de kosten geleid van de uitvoering zelf, maar door de inleg die de verschillende gemeenten daarop doen. In het bijzonder het eerste scenario vraagt om heldere en gedragen uitgangspunten voor de solidariteit waarmee de gezamenlijke verplichting wordt aangegaan, evenals voor de vraag hoe eventueel winst of verlies gedragen wordt. Beoordeel voor scenario twee en drie kritisch de daadwerkelijke impact op uitstroom naar werk en de impact op de efficiëntie. Het opheffen van de knip tussen werk en inkomen wordt gezien als een belangrijk voordeel van elk van de drie scenario’s. Aannemelijk is dat dit een voordeel heeft op de effectiviteit van het werk, verschillende dienstverlening kan op elkaar worden afgestemd. Niet aannemelijk is dat dit een voordeel heeft op de efficiëntie van het werk, tenzij de nieuwe manier van werken daadwerkelijk mogelijk maakt dat de caseload van een consulent omhooggaat. Bovendien zal het extra sturing vragen op een zakelijke focus op uitstroom naar werk als de dienstverlening dichter tegen het maatschappelijk werk aan wordt georganiseerd. We benoemen dit in de aanbeveling zonder er over te adviseren omdat het onderzoek zich hier niet op heeft gericht.
6.3 Criteria als startpunt voor een open dialoog Afhankelijk van de keuze wordt de IJmondiale samenwerking tussen Beverwijk, Heemskerk en Velsen geïntensiveerd, ontbonden en lokaal ingericht of vergaand geharmoniseerd. Relevant bij het maken van een keuze is dat: • de focus van deze opdracht ligt op de dienstverlening vanuit de Participatiewet, maar dat voor een groot deel van de huidige inwoners die hiervan gebruik maken ook verbinding moet worden gemaakt met dienstverlening in het bredere sociale domein. Een keuze voor een van de scenario’s raakt daarom ook andere portefeuilles in het gemeentelijke domein
28
DEFINITIEF RAPPORT FEBRUARI 2025
•
De keuze gaat over de toekomst van regionale samenwerking in de IJmond op dit thema. De discussie betekent dus dat een afweging moet worden gemaakt tussen lokale versus regionale ambities en belangen. Vraagstukken als autonomie en identiteit zijn daarbij relevant, maar ook de visie op de inwoner en de rol van de gemeente daarin
In de besluitvorming hebben verschillende partijen een formele rol vanuit diverse invalshoeken: gemeenteraden, ondernemingsraden en de afzonderlijke colleges. Afhankelijk van het perspectief zal een weging van criteria een ander zwaartepunt opleveren. De ideale keuze komt niet uit dit rapport. Het is wél mogelijk om de beste mogelijke keuze te maken. Een open dialoog over hoe zwaar de verschillende beoordelingscriteria voor eenieder wegen kan daarbij helpen om inzicht te krijgen in ieders afwegingen en dilemma’s.
29
DEFINITIEF RAPPORT FEBRUARI 2025
DEEL 3 INTEGRALE FINANCIËLE RAPPORTAGE BUREAU BERENSCHOT Deel 3 bevat de integrale financiële rapportage van Bureau Berenschot. Zij zijn benaderd om voor de financiële doorrekening van de drie scenario’s. Zij hebben dit tussen eind november 2024 en eind januari 2025 uitgevoerd. Bij dit proces waren de financieel adviseurs van de drie gemeenten en IJmond Werkt! betrokken.
30
DEFINITIEF RAPPORT FEBRUARI 2025
Financiële doorrekening scenario's
1/48
RAPPORT
Financiële doorrekening scenario's Doorrekening van drie scenario’s binnen een herontwerp op reintegratiedienstverlening in Beverwijk, Heemskerk en Velsen. 73958 - Intern vertrouwelijk - 14 februari 2025 Warner Admiraal, Hannah Vreeburg, Wouter Verbeek en Martin Heekelaar
GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG
Financiële doorrekening scenario's
2/48
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 ...................................................................................................................... 4 Management samenvatting .............................................................................................. 4 1.1
Samenvatting ................................................................................................. 4
1.2
Leeswijzer ...................................................................................................... 5
Hoofdstuk 2 ...................................................................................................................... 6 Aanleiding en vraag.......................................................................................................... 6 2.1
Aanleiding ....................................................................................................... 6
2.2
Context ........................................................................................................... 6
2.3
Onderzoeksvraag ............................................................................................ 6
2.4
Afbakening ..................................................................................................... 6
Hoofdstuk 3 ...................................................................................................................... 8 Scenario’s ........................................................................................................................ 8 3.1
Inleiding ......................................................................................................... 8
3.2
Huidige situatie............................................................................................... 8
3.3
Scenario 1 ....................................................................................................... 9
3.4
Scenario 2 ....................................................................................................... 9
3.5
Scenario 3 ..................................................................................................... 10
Hoofdstuk 4 .................................................................................................................... 11 Aanpak ........................................................................................................................... 11 4.1
Onderzoeksopzet .......................................................................................... 11
Hoofdstuk 5 .................................................................................................................... 13 Resultaten ...................................................................................................................... 13 5.1
Inleiding ....................................................................................................... 13
5.2
Inkomsten .................................................................................................... 17
5.3
Structurele kosten ........................................................................................ 19
5.4
Financiële analyse van de scenario’s ............................................................ 22
5.5
Vergelijking scenario’s voor individuele gemeenten ..................................... 24
5.6
Vergelijking scenario’s voor IJmond Werkt! en nieuwe organisatie.............. 32
5.7
Incidentele kosten ........................................................................................ 35
Hoofdstuk 6 .................................................................................................................... 37 Conclusies en aanbevelingen .......................................................................................... 37 6.1
Conclusies ..................................................................................................... 37
6.2
Aanbevelingen .............................................................................................. 38
Hoofdstuk 7 .................................................................................................................... 40 Bijlagen .......................................................................................................................... 40 7.1
Uitgangspunten voor de doorrekening .......................................................... 41
Financiële doorrekening scenario's
7.2
3/48
Indicatieve raming incidentele kosten .......................................................... 46
Financiële doorrekening scenario's
4/48
HOOFDSTUK 1
Management samenvatting 1.1
Samenvatting
De gemeenten Beverwijk, Heemskerk en Velsen onderzoeken hoe zij hun dienstverlening onder de Participatiewet toekomstbestendig kunnen inrichten. Een belangrijk onderdeel is de taakverdeling tussen de gemeenten en het sociaal ontwikkelbedrijf. Berenschot heeft de kosten in drie scenario’s doorgerekend en deze vergeleken met de huidige situatie. De doorrekening is een bijlage bij het rapport Alternatieve Scenario’s: Herontwerp Dienstverlening Participatiewet. De analyse is gebaseerd op de huidige kosten vanuit de begrotingen voor 2025, de inkomsten voor de Participatiewet vanuit de beschikkingen en doorgerekend met aannames over bijvoorbeeld schaalvoordelen en efficiëntie. Specifiek voor de inkomsten zijn de beschikkingen als basis genomen. De kostenverschuiving geeft een beperkt toekomstbeeld. De werkelijke kosten hangen af van het gebruik van voorzieningen en veranderingen in doelgroepen. De WSW-doelgroep (oude Wet sociale werkvoorziening) zal uitfaseren, de zwaarte van de doelgroep neemt toe, en het gebruik van voorzieningen is conjunctuurafhankelijk. De analyse van de verschuivingen in de doelgroepen in de komende jaren – en de daaruit volgende verschuivingen in het budgetbeslag valt in overleg buiten de scope van dit onderzoek. Uit de doorrekening blijkt dat de totale kosten per scenario dicht bij de huidige kosten liggen.
Scenario 1 en 2 leveren iets lagere totale kosten op, terwijl scenario 3 iets hogere kosten heeft, beide in vergelijking met het huidige scenario. De verschillen zijn te klein om duidelijke conclusies te trekken over welk scenario financieel voordeliger is. De inkomsten voor de dienstverlening onder de Participatiewet verschillen per gemeente, waardoor het totale financiële resultaat per gemeente ook al in het huidige scenario varieert. Scenario 1 laat op totaalniveau een toename van € 374.000 in het resultaat zien. Scenario 2 ligt in totaalresultaat iets hoger, maar het verschil is klein. Scenario 3 daarentegen blijft onder het huidige totale resultaat. Bij het verschuiven van taken ontstaan er financiële verschuivingen bij het sociaal ontwikkelbedrijf. Deze zijn vereffend naar de gemeenten op basis van hun begrote bijdrage in scenario 1 en de huidige bijdrage op basis van de doelgroepen WSW en Beschut werk (BW) in scenario 2 en 3. Ook verschillen de uitwerkingen van de aannames en verschuivingen op het financiële resultaat van de individuele gemeenten. Dit levert het volgende beeld op:
•
Beverwijk: Het huidige scenario laat een positief resultaat zien, evenals alle scenario’s. Scenario 1 geeft echter het kleinste positieve resultaat.
•
Heemskerk: Het huidige scenario geeft een negatief resultaat. Alleen scenario 1 zorgt voor een positief resultaat.
•
Velsen: Het huidige scenario heeft een negatief resultaat. Alle scenario’s leveren een positief resultaat op, waarbij scenario 1 het beste resultaat biedt.
Financiële doorrekening scenario's
5/48
Er is een indicatieve raming gemaakt van de incidentele kosten voor de overgang van de huidige situatie naar de verschillende scenario's. Enkele posten vereisen nader onderzoek, wat buiten de scope van deze opdracht valt. Voor scenario 1 worden de incidentele kosten geraamd op € 3.500.000. Hierin zijn de efficiëntievoordelen die redelijkerwijs pas na enkele jaren worden gerealiseerd als kosten opgenomen. Voor scenario 2 worden de kosten geschat op € 2.300.000. Voor scenario 3 worden de kosten geraamd op € 2.900.000. Deze bedragen omvatten ook een schatting van de frictiekosten voor boven-formatief personeel.
1.2
Leeswijzer
De doorrekening is slechts onderdeel van de bredere heroriëntatie die plaatsvindt. Het is geen zelfstandig advies over een te kiezen scenario. Dit rapport beschrijft eerst de vraag en de afbakening van de vraag. Aansluitend beschrijft het ter illustratie hoe de verdeling van taken is in de huidige situatie en de beoogde scenario’s. De werkwijze waarlangs de doorrekening heeft plaatsgevonden wordt beschreven, en vervolgens de resultaten daarvan. Het rapport sluit af met enkele korte conclusies en aanbevelingen.
Financiële doorrekening scenario's
6/48
HOOFDSTUK 2
Aanleiding en vraag 2.1
Aanleiding
De gemeenten Velsen, Heemskerk en Beverwijk oriënteren zich op een toekomstbestendige inrichting van de dienstverlening onder de participatiewet. De gemeenten hebben drie scenario’s opgesteld die betrekking hebben op de dienstverlening op het gebied van werk, inkomen en reintegratie. In een brede heroriëntatie analyseren de gemeenten voor- en nadelen van de huidige situatie versus de drie alternatieve scenario’s. Deze heroriëntatie wordt door de gemeenten uitgevoerd. Onderdeel hiervan is een doorrekening van de kostenkant in de huidige situatie en in de drie scenario’s. Hiervoor benaderen de gemeenten Berenschot met de vraag om een doorrekening uit te voeren. Dit rapport beschrijft de uitkomsten van deze doorrekening en de gehanteerde uitgangspunten.
2.2
Context
Voor de uitvoering van de klassieke werkvormen en beschut werk overwegen de gemeente een scenario waarin deze uitgevoerd blijven worden in een gemeenschappelijke regeling van de drie gemeenten, ofwel dat samenwerking gezocht wordt met de gemeenschappelijke regeling Zuid Kennemerland. Dit onderscheid wordt in deze doorrekening buiten beschouwing gelaten. Namens de drie gemeenten is gemeente Velsen opdrachtgever voor Berenschot. Functionele afstemming over de werkzaamheden vindt met mandaat plaats tussen Berenschot en de projectleider van het herontwerp re-integratiedienstverlening.
2.3
Onderzoeksvraag
Vraag Stel een kosten-batenanalyse op voor drie beschreven scenario’s voor de reintegratiedienstverlening in de gemeenten Velsen, Heemskerk en Beverwijk. En vergelijk deze met de businesscase van de huidige inrichting van de re-integratiedienstverlening in deze gemeenten.
2.4
Afbakening
Gevraagd is om een doorrekening van de kosten in de huidige situatie vergeleken met de kosten in de drie scenario’s. Hierbij hanteren we op verzoek van opdrachtgever de volgende afbakening. -
Het betreft het vergelijk tussen de kosten in de huidige situatie en de structurele kosten van elk van de scenario’s.
-
Deze doorrekening heeft betrekking op de re-integratiedienstverlening en inkomensregelingen.
-
Naast de structurele kosten brengen we een indicatie van de incidentele kosten in beeld die samenhangen met het implementeren van het scenario.
Financiële doorrekening scenario's
-
7/48
Er is geen meerjarig ingroeimodel in kaart gebracht. Onder de incidentele kosten is een post opgenomen voor de veronderstelde efficiëntie- en schaalvoordelen die pas na drie jaar volledig doorwerken.
-
Over de aanpassing van de uitvoering van de klassieke werkvormen en beschut werken is niet besloten. We gaan voor de uitvoering van de klassieke werkvormen en beschut werk uit van de huidige situatie.
-
Over de komende jaren zullen de aantallen kandidaten per voorziening ontwikkelen als gevolg van een keuze voor een van de scenario’s, maar ook door natuurlijk verloop in bijvoorbeeld de doelgroep WSW1. Het beeld hiervan is voor de deelnemende gemeente niet helder en geen onderdeel van de vraag aan Berenschot. In de doorrekening gaan we uit van een gelijkblijvend aantal kandidaten per voorziening waardoor de doorrekening geen toekomstbestendig beeld geeft. Wij adviseren om wel de doorrekening op basis van de verschuivende doelgroepen uit te voeren.
1
Heekelaar, M. e.a. (2023). Onderzoek infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven. Utrecht: Berenschot
Financiële doorrekening scenario's
8/48
HOOFDSTUK 3
Scenario’s 3.1
Inleiding
De heroriëntatie richt zich op de vraag hoe de uitvoering van de functies rond de reintegratiedienstverlening verdeeld moet worden over de gemeenten en het sociaal ontwikkelbedrijf. In de beoogde scenario’s worden de taken integraal uitgevoerd door een nieuw op te richten organisatie, ofwel voornamelijk door de gemeenten elk voor zichzelf, ofwel door de gemeenten zelf maar in maximale samenwerking tussen de gemeenten. In dit hoofdstuk is een beknopte beschrijving opgenomen van de scenario’s omwille van de leesbaarheid. Voor een volledige beschrijving verwijzen wij naar hoofdstuk twee van de bovenliggende brede heroriëntatie waar deze doorrekening deel van uitmaakt.
3.2
Huidige situatie
Gemeenten voeren de inkomensregelingen uit en de inkoop van trajecten. IJmond Werkt! voert in de huidige situatie de klassieke werkvormen, beschut werk en de re-integratie dienstverlening uit. Daarbij heeft IJmond Werkt! een eigen beleidsverantwoordelijkheid voor de uitvoering van de reintegratiedienstverlening.
Financiële doorrekening scenario's
3.3
9/48
Scenario 1
In een eerste alternatief scenario beleggen de gemeente vrijwel alle taken bij een nieuw op te richten integrale regionale uitvoeringsorganisatie participatiewet. De oude organisatie (IJmond Werkt!) komt dan te vervallen en zal opgenomen worden in de nieuwe organisatie. De nieuwe organisatie is dan zowel verantwoordelijk voor de klassieke werkvormen en beschut, de reintegratie dienstverlening als voor de dienstverlening rond inkomensregelingen en inkoop van reintegratietrajecten. De beleidsverantwoordelijkheid komt bij de integrale uitvoeringsorganisatie te liggen. Verwachte voordelen hiervan zijn het wegvallen van de knip tussen werk en inkomen, het te benutten schaalvoordeel van de uitvoeringsorganisatie en de creativiteit die de nieuwe organisatie kan aanwenden in de uitvoering omdat ze verantwoordelijk is voor de gehele dienstverlening. Bij het integreren van onderdelen van de dienstverlening in een nieuw op te richten organisatie moeten afspraken worden gemaakt over de solidariteit in de dekking. In de financiële doorrekening is uitgegaan van het solidariteitsbeginsel, waarbij alle budgetten overgaan en het financiële resultaat van IJmond Werkt! voor de WSW/BW gedekt wordt door de 3 gemeenten.
3.4
Scenario 2
In een tweede scenario schetsen de gemeenten de tegenhanger van de integrale regionale uitvoeringsorganisatie. Hier gaan de gemeenten juist zoveel mogelijk functies ieder voor zich uitvoeren. De klassieke werkvormen en beschut werken blijven bij IJmond Werkt! liggen, alle andere functies nemen de gemeenten zelf ter hand. Gemeenten kunnen individuele keuzes maken over de mate waarin ze de re-integratiedienstverlening zelf gaan uitvoeren of extern inkopen. De beoogde voordelen hiervan liggen bijvoorbeeld in het wegvallen van de knip tussen werk en inkomen, en de mogelijkheid om de re-integratiedienstverlening te kunnen stroomlijnen met de rest van de dienstverlening in het sociaal domein.
Financiële doorrekening scenario's
3.5
10/48
Scenario 3
In een derde scenario gaan de gemeenten de re-integratie dienstverlening ook zelf uitvoeren, terwijl de klassieke werkvormen en beschut werken bij IJmond Werkt! blijven liggen. Het verschil met het tweede scenario ligt in een voorgenomen harmonisatie van de werkprocessen tussen de drie gemeenten. Zij gaan werken op een vergelijkbare manier, met meer vergelijkbare systemen en een gezamenlijke inkoop van re-integratiedienstverlening bij externen. Gemeenten kunnen individuele keuzes maken over de mate waarin ze de re-integratiedienstverlening zelf gaan uitvoeren of extern inkopen, maar hanteren hierin wel dezelfde uitgangspunten. Beoogde voordelen van dit scenario liggen in het wegvallen van de knip tussen werk en inkomen, maar ook in de onderlinge uitwisselbaarheid en het benutten van infrastructuur over en weer. Daarnaast is de aanname dat in de omvang van de inkoop van trajecten schaalvoordelen zullen optreden.
Financiële doorrekening scenario's
11/48
HOOFDSTUK 4
Aanpak 4.1
Onderzoeksopzet
Hieronder beschrijven we de onderzoeksopzet en verantwoording van keuzes in de doorrekening.
4.1.1
Documentanalyse
Gestart is met een korte analyse van de beschikbare documentatie. Dit betrof als eerste de beschrijving van de drie scenario’s die is opgesteld voor het heroriëntatietraject. Dit gaf een beeld van de huidige inrichting en de beoogde scenario’s. Als tweede is kennisgenomen van de veronderstelde wijzigingen die plaatsvinden bij een transitie van de huidige situatie naar de beoogde scenario’s. Tot slot is tussentijds kennisgenomen van de conceptrapportage in het heroriëntatietraject.
4.1.2
Data uitvraag
De kosten in de huidige situatie zijn met een format uitputtend uitgevraagd. Uitgangspunt voor deze uitvraag was de begroting 2025. Deze uitvraag is uitgevuld door de financieel verantwoordelijken binnen de gemeenten en IJmond Werkt!. De inkomsten zijn opgehaald op basis van openbaar beschikbare informatie over de algemene uitkeringen en BUIG middelen. Hierbij is de jaarlijkse correctie voor werkelijk beroep op de voorzieningen van 2024 toegepast op het voorlopige budget voor 2025 (vanuit de septembercirculaire 2024). Tot slot is voor de eenmalige kosten op basis van eerder onderzoek in vergelijkbare situaties een analyse gedaan. Deze is verwerkt in een eerste opzet die aan de financieel verantwoordelijken van de gemeenten en IJmond Werkt! is voorgelegd.
4.1.3
Werksessies
In totaal hebben drie werksessies plaatsgevonden met financieel adviseurs van de gemeenten en IJmond Werkt!. Deze werksessies hadden als doel om de voorbereide cijfers en uitgangspunten te toetsen bij de deelnemende organisaties. Ter voorbereiding op de eerste werksessie is een eerste data-uitvraag uitgevoerd, en het werkproces van de doorrekening opgesteld. Ter voorbereiding op de tweede werksessie zijn de uitgangspunten voor de mutaties van de huidige situatie naar de scenario’s opgesteld. Ter voorbereiding op de derde werksessie is een voorlopige doorrekening opgesteld, zijn de uitgangspunten bijgesteld en zijn de uitgangspunten voor de eenmalige kosten opgesteld.
Financiële doorrekening scenario's
4.1.4
12/48
Doorrekening
In de doorrekening is de volgende systematiek gehanteerd. -
De kosten zoals gemaakt in de huidige situatie zijn als uitgangspunt gehanteerd. Hiervoor zijn de begrote kosten 2025 uitgevraagd voor de totale exploitatie van IJmond Werkt! en de gemeenten voor zover deze betrekking hebben op de uitvoering van de participatiewet (WMO en jeugd zijn hier dus bewust buiten gehouden).
-
Voor elk van de kostensoorten personeel, programmakosten, huisvesting, ICT en overige kosten overhead zijn uitgangspunten bepaald en gevalideerd voor de mutaties die plaatsvinden naar elk van de scenario’s. Per kostensoort zijn deze uitgangspunten verrekend.
-
Voor de inkomsten is uitgegaan van de beschikkingen 2025, inclusief een correctie op basis van de bijstelling 2024.
-
Voor de programmakosten zijn voor de BUIG-uitgaven van taakveld 6.3 Inkomensuitkeringen de voorspelde uitgaven, berekend op basis van het saldo op de BUIG van 2023 en de beschikkingen 2025, gebruikt. De overige programmakosten zijn door gemeenten aangeleverd.
-
De overheadskosten per gemeente onder overige kosten zijn vastgesteld op basis van de apparaatskosten vanuit de benchmark van Berenschot, vermenigvuldigd met het totaal aantal fte voor de participatiewet (beleid, uitvoering en management) dat is opgegeven door de gemeenten in uitvraagkader.
-
Voor de incidentele kosten zijn uitgangspunten bepaald en gevalideerd voor elk van de kostensoorten. Dit betreft een indicatieve raming omdat meerdere posten nader onderzoek vragen.
4.1.5
Rapportage
Afgesloten is met het opstellen van een rapportage. De kern van de rapportage is de gevraagde doorrekening zoals gepresenteerd in hoofdstuk 5.
Financiële doorrekening scenario's
13/48
HOOFDSTUK 5
Resultaten 5.1
Inleiding
In dit hoofdstuk vindt u de doorgerekende kosten, inkomsten en het resultaat in de drie scenario’s, vergeleken met de kosten, inkomsten en het resultaat in het huidige scenario. Per scenario geven we een korte beschrijving van de uitgangspunten. Een uitgebreide opsomming van de uitgangspunten is in werksessies besproken en gevalideerd. Een aantal observaties vooraf: -
De programmakosten voor de gemeente Beverwijk bevatten niet de kwijtscheldingen van heffingen voor minima, voor de gemeente Heemskerk en Velsen zijn deze wel meegenomen. Hier dient rekening mee gehouden te worden in de vergelijking tussen gemeenten. Dit maakt geen verschil voor de doorrekening.
-
Voor de ICT-kosten P-wet wordt door de gemeente Heemskerk de kanttekening geplaatst dat hier ook de kosten voor het zaaksysteem worden meegenomen, en bij de andere gemeenten niet. Hier dient men rekening mee te houden bij het vergelijken van de uitgaven voor ICT tussen de gemeenten. Dit maakt geen verschil voor de doorrekening.
-
Voor de totale omvang van de ICT-kosten wordt tussen de verschillende scenario’s nu geen verandering aangenomen. Dit omdat eventuele besluiten over ICT-inrichting mogelijk pas in een implementatiefase volgen. In scenario 1 of 3 zouden de gemeenten kunnen besluiten een gezamenlijk systeem in te kopen, ter vervanging van de 3 individuele systemen in het huidige scenario. Dit zou mogelijk een nieuwe aanbesteding met andere kosten tot gevolg hebben. Voor de doorrekening is deze optie niet meegenomen.
-
Voor de huisvestingskosten is in de doorrekening de inkomsten van de verhuur aan IJmond Werkt! door de gemeente Beverwijk niet meegenomen. Dit omdat dit geen inkomsten zijn, maar direct gerelateerd zijn aan dienstverlening voor de P-wet. Wel wordt uitgegaan dat in scenario 2 en 3 de huisvestingskosten voor re-integratie vanuit IJmond Werkt! wegvallen, en de medewerkers zonder extra kosten opgaan in de gemeentelijke huisvesting. Dit zou voor de gemeente Beverwijk betekenen dat de huurinkomsten in scenario 2 en 3 mogelijk wegvallen en een andere huurder moet worden gezocht.
-
Specifiek voor scenario 2 is een onderscheid gemaakt in volledige overname van het reintegratie personeel van IJmond Werkt! (2a) of een volledige omzetting naar inkoop derden (2b). Belangrijk is hierin dat het resultaat en de totale kosten tussen 2a en 2b niet verschillen, enkel of de voormalige personeelskosten verschuiven naar ofwel nieuwe personeelskosten voor de gemeenten (2a) ofwel programmakosten in de vorm van inkoop derden (2b). In beide scenario’s worden de personele kosten voor de Passage (Werk service plein) geheel als personele kosten overgenomen door gemeenten.
-
In het huidige scenario betalen de 3 gemeenten een bijdrage aan IJmond Werkt! voor de dienstverlening op re-integratie en WSW/BW. Voor scenario 2 en 3 vervalt de bijdrage richting de nieuwe organisatie voor re-integratie en in scenario 1 worden alle beschikbare budgetten overgemaakt. Om een realistisch beeld van de scenario's te schetsen, wordt in scenario 1 een vereffening toegepast op basis van het budget per gemeente. Hierdoor kunnen eventuele winsten of verliezen van de nieuwe organisatie terugvloeien naar de drie gemeenten. In scenario 2 en 3 wordt de vereffening berekend als een verhoging of verlaging van de bijdrage WSW/BW, afhankelijk van het aandeel van de huidige bijdrage
Financiële doorrekening scenario's
14/48
per gemeente. Over de implementatie hiervan moeten nog afspraken worden gemaakt. Dit betekent dat in de doorrekening het resultaat na vereffening van IJmond Werkt! en de nieuwe organisatie voor de scenario's op nul uitkomt. -
In scenario 1 zijn een tweetal efficiency voordelen (besparing op aantal fte beleid en schaalvoordeel bij inkoop derden) opgenomen, en een verschuiving van de re-integratie overheadskosten van IJmond Werkt! naar de 3 gemeenten. Om deze structurele besparing en verschuiving te realiseren zijn hier ook ingroeikosten voor opgenomen bij de incidentele kosten per scenario. De praktische haalbaarheid van deze efficiency voordelen en verschuiving moet nader uitgewerkt en getoetst worden bij de implementatie van de scenario’s.
-
In scenario 2 en 3 zijn frictiekosten opgenomen voor de overname van personeel en werkzaamheden van IJmond Werkt! door de 3 gemeenten. In scenario 1 zijn er geen frictiekosten opgenomen voor het personeel en werkzaamheden dat vanuit de gemeenten overgaat in de gemeenschappelijke organisatie. Het is denkbaar dat deze frictiekosten zich aan de kant van de gemeenten voordoen in scenario 1.
Uitgangspunten voor scenario 1: Alles samen In scenario 1 willen de gemeenten in een gezamenlijke nieuwe organisatie de dienstverlening en het beleid voor de participatiewet uitvoeren. Dit betekent dat IJmond Werkt! als organisatie zou verdwijnen en er een nieuwe gezamenlijke organisatie wordt opgericht waarin veel meer dienstverlening voor de P-wet wordt ondergebracht. Belangrijk hierin is het solidariteitsprincipe, waarbij alle beschikbare budgetten worden overgemaakt naar de gezamenlijke nieuwe organisatie. Dit betekent onder andere het volgende: -
Inkomsten: In scenario 1 betekent dit dat alle beschikbare budgetten (op basis van de beschikking 2025)2 volledig over zouden gaan naar de nieuwe organisatie als onderdeel van de programmakosten van de 3 gemeenten (zoals de bijdragen aan IJmond Werkt! ook geboekt worden). De losse bijdragen voor re-integratie en WSW/BW aan IJmond Werkt! vervallen hiermee. Wel wordt in de vereffening rekening gehouden met de ingelegde budgetten om eventuele winsten of verliezen van de nieuwe organisatie terug te laten vloeien naar de 3 gemeenten.
-
Personele kosten: In de personele kosten vindt vooral een grote verschuiving plaats van personeel van zowel de gemeenten als IJmond Werkt! naar de nieuwe organisatie. Hierin is ook een efficiencyslag op het personeel beleid berekend van 20% in overgang naar de nieuwe organisatie. Er is wel bepaald dat er per gemeente, per beleidsveld (P-wet, Inburgering, Schulden en minima en Werk en Inkomen) 0,5 fte achterblijft voor accountmanagement van de nieuwe organisatie. Zowel uitvoering als management gaat wel 1 op 1 over naar de nieuwe organisatie, en hier wordt geen verandering in de totale omvang verwacht. In de incidentele kosten is het efficiency voordeel op beleid opgenomen als ingroei kosten.
-
Programmakosten: Er is een efficiency doelstelling opgenomen voor de kosten van inkoop derden van 10%. In de incidentele kosten is het mogelijke schaalvoordeel bij gezamenlijke inkoop derden opgenomen als ingroei kosten. De gemeentelijke bijdragen
Door de inkomsten op basis van de algemene uitkering van het rijk mee te nemen wordt inzichtelijk welk totaalbedrag voor de P-wet de gemeente krijgt. Wel moet de kanttekening geplaatst worden dat dit meestal niet overeenkomt met het begrote bedrag van de gemeente zelf, omdat het geld uit de beschikking ook voor andere taken van de gemeente kan worden ingezet. 2
Financiële doorrekening scenario's
15/48
voor re-integratie en WSW/BW aan IJmond Werkt! vervallen, maar de beschikbare budgetten van de 3 gemeenten gaan volledig over naar de nieuwe organisatie. -
Huisvestingskosten: Verwacht wordt dat de huisvestingskosten in totale omvang gelijk blijven, maar deze verschuiven naar de nieuwe organisatie. Dit vanuit het idee dat de dienstverlening dicht bij de burger moet worden georganiseerd.
-
ICT-kosten: De totale omvang van de ICT-kosten voor de P-wet van de nieuwe organisatie is gelijk aan de totale omvang van de P-wet ICT-kosten in het huidige scenario. De ICT-kosten voor ondersteuning bij schuldhulptrajecten bestaan alleen bij de gemeente Heemskerk in het huidige scenario, uitgegaan wordt dat de omvang hiervan niet toe of afneemt maar overgaat naar de nieuwe organisatie. De ICT-kosten van IJmond Werkt! verschuiven geheel naar de nieuwe organisatie.
-
Overige kosten: Verwacht wordt dat de overige kosten (onder andere overheadskosten en afschrijvingen) in totale omvang gelijk blijven, maar deze verschuiven naar de nieuwe organisatie vanuit zowel de 3 gemeenten als IJmond Werkt!.
Uitgangspunten voor scenario 2: Gemeente zelfstandig In scenario 2 willen de gemeenten het stuk dienstverlening en beleid voor re-integratie weer zelfstandig oppakken en blijft IJmond Werkt! bestaan voor dienstverlening en beleid van WSW/BW. Dit betekent onder andere het volgende: -
Inkomsten: De beschikbare budgetten blijven bij de individuele gemeenten. De gemeentelijke bijdrage re-integratie aan IJmond Werkt! vervalt, maar de gemeentelijke bijdrage WSW/BW aan IJmond Werkt! blijft bestaan. Ook wordt in de vereffening rekening gehouden met een hogere of lagere extra bijdrage WSW/BW om eventuele winsten of verliezen van IJmond Werkt! op te vangen vanuit de 3 gemeenten.
-
Personele kosten: In de personele kosten vindt vooral een gedeeltelijke verschuiving plaats van personeel van IJmond Werkt! naar de 3 gemeenten. Hierin is een uitbreiding voor het aantal fte voor de uitvoering van re-integratie opgenomen van 5%. Ook gaan ook de beleids- en overheadskosten deels mee naar de 3 gemeenten, maar deze blijven in totale omvang gelijk. De verdeling over de 3 gemeenten van de kosten voor beleid wordt gelijk gehouden, dus elke gemeente krijgt 1/3 deel van het personeel en de kosten. Voor de uitvoeringskosten van re-integratie wordt een verdeelsleutel op basis van het aantal inwoners per gemeente gehanteerd. Echter is hier nog een onderscheid gemaakt tussen variant 2a en 2b, of deze personele kosten vanuit IJmond Werkt! overgenomen worden als personele kosten voor de 3 gemeenten of als inkoop derden onder programmakosten. Zie hieronder: o
2a) De personele kosten voor uitvoering van re-integratie worden geheel overgenomen door de 3 gemeenten als nieuwe personele kosten.
o
2b) De personele kosten voor uitvoering van re-integratie worden geheel overgenomen door de 3 gemeenten maar verschuiven naar inkoop derden, onder programmakosten.
De personele kosten voor de Passage worden wel geheel overgenomen als personele kosten bij de 3 gemeenten. -
Programmakosten: In scenario 2 betekent dit dat de gemeentelijke bijdrage voor reintegratie aan IJmond Werkt! vervalt. De gemeentelijke bijdrage WSW/BW aan IJmond Werkt! ,opgenomen onder programmakosten, blijft in omvang gelijk. Wel wordt in de vereffening rekening gehouden met een hogere of lagere extra bijdrage WSW/BW om eventuele winsten of verliezen van IJmond Werkt! op te vangen vanuit de 3 gemeenten.
Financiële doorrekening scenario's
16/48
Voor de programmakosten geldt ook dat de varianten 2a en 2b verschillen voor de hoogte van de programmakosten, omdat in variant 2b de huidige personele kosten voor uitvoering re-integratie worden omgezet naar programmakosten voor inkoop derden. -
Huisvestingskosten: Er wordt uitgegaan dat in scenario 2 de huisvestingskosten voor reintegratie vanuit IJmond Werkt! wegvallen, en de medewerkers zonder extra kosten opgaan in de gemeentelijke huisvesting.3 De huisvestingskosten voor WSW/BW dienstverlening vanuit IJmond Werkt! blijven behouden.
-
ICT-kosten: De omvang van de ICT-kosten, zowel voor de P-wet als voor schuldhulpverlening blijft gelijk aan het huidig scenario en ook de verdeling tussen de gemeenten blijft gelijk aan het huidige scenario. De ICT-kosten van IJmond Werkt! blijven behouden bij IJmond Werkt!.
-
Overige kosten: Verwacht wordt dat de overige kosten (o.a. overheadskosten en afschrijvingen) in totale omvang gelijk blijven, maar deze verschuiven deels naar de 3 gemeenten voor het stuk re-integratie. Dit gebeurt in gelijke delen (ieder 1/3).
Uitgangspunten voor scenario 3: Gemeenten geharmoniseerd (combinatie) In scenario 3 willen de gemeenten beleid en dienstverlening voor re-integratie net als in scenario 2 zelfstandig oppakken, maar willen ze ook intensiever gaan samenwerken en o.a. de werkprocessen stroomlijnen. IJmond Werkt! blijft hierin bestaan voor dienstverlening en beleid van WSW/BW. Dit betekent onder andere het volgende: -
Inkomsten: De beschikbare budgetten blijven bij de individuele gemeenten. De gemeentelijke bijdrage re-integratie aan IJmond Werkt! vervalt, maar de gemeentelijke bijdrage WSW/BW aan IJmond Werkt! blijft bestaan. Ook wordt in de vereffening rekening gehouden met een hogere of lagere extra bijdrage WSW/BW om eventuele winsten of verliezen van IJmond Werkt! op te vangen vanuit de 3 gemeenten.
-
Personele kosten: o
Verschuiving personeel re-integratie: Hierin is aangenomen dat 40% van het huidige personeel voor de uitvoering van re-integratie wordt overgenomen als personele kosten door de 3 gemeenten, en 60% wordt omgezet naar inkoop derden onder programmakosten. In de personele kosten vindt vooral een gedeeltelijke verschuiving plaats van personeel van IJmond Werkt! naar de 3 gemeenten. Hierin is een uitbreiding voor het aantal fte voor de uitvoering van reintegratie opgenomen van 5%. Ook gaan ook de beleids- en overheadskosten deels mee naar de 3 gemeenten, maar deze blijven in totale omvang gelijk. De verdeling over de 3 gemeenten wordt gelijk gehouden voor beleid, dus elke gemeente krijgt 1/3 deel van het personeel en de kosten. Voor de uitvoeringskosten van reintegratie wordt een verdeelsleutel op basis van het aantal inwoners per gemeente gehanteerd. De personele kosten voor de Passage worden wel geheel overgenomen als personele kosten bij de 3 gemeenten.
o
Investering in beleid: Om de samenwerking op beleid tussen de 3 gemeenten goed vorm te geven en de werkprocessen te stroomlijnen wordt een structurele verhoging van 25% extra fte op beleid verwacht per beleidsveld.
Dit zou voor de gemeente Beverwijk betekenen dat de huidige huurinkomsten in scenario 2 verdwijnen, indien er geen andere huurder wordt gevonden. Deze huurinkomsten zijn niet meegenomen in de doorrekening. 3
Financiële doorrekening scenario's
-
17/48
Programmakosten: In scenario 3 betekent dit dat de gemeentelijke bijdrage voor reintegratie aan IJmond Werkt! vervalt. De gemeentelijke bijdrage WSW/BW aan IJmond Werkt! ,opgenomen onder programmakosten, blijft in omvang gelijk. Wel wordt in de vereffening rekening gehouden met een hogere of lagere extra bijdrage WSW/BW om eventuele winsten of verliezen van IJmond Werkt! op te vangen vanuit de 3 gemeenten. Voor de programmakosten is ook aangenomen dat 40% van het huidige personeel voor de uitvoering van re-integratie wordt overgenomen als personele kosten door de 3 gemeenten, en 60% wordt omgezet naar inkoop derden onder programmakosten.
-
Huisvestingskosten: Er wordt uitgegaan dat in scenario 2 de huisvestingskosten voor reintegratie vanuit IJmond Werkt! wegvallen, en de medewerkers zonder extra kosten opgaan in de gemeentelijke huisvesting.4 De huisvestingskosten voor WSW/BW dienstverlening vanuit IJmond Werkt! blijven behouden.
-
ICT-kosten: De omvang van de ICT-kosten, zowel voor de P-wet als voor schuldhulpverlening blijft gelijk aan het huidig scenario en ook de verdeling tussen de gemeenten blijft gelijk aan het huidige scenario. De ICT-kosten van IJmond Werkt! blijven behouden bij IJmond Werkt!.
-
Overige kosten: Verwacht wordt dat de overige kosten (o.a. overheadskosten en afschrijvingen) in totale omvang gelijk blijven, maar deze verschuiven deels naar de nieuwe organisatie vanuit IJmond Werkt! en deels naar de 3 gemeenten voor het stuk reintegratie. Dit gebeurt ook in gelijke delen (ieder 1/3).
5.2
Inkomsten
Hieronder is een tabel opgenomen met de opbouw van de inkomsten voor de participatiewet vanuit de beschikbare budgetten volgens de beschikking 2025. Daaronder is ook een tabel opgenomen met het verschil tussen het bijstandsbudget en de netto bijstandsuitgaven, evenals het saldo op de BUIG. Vanuit hier ook de verwachte netto bijstandsuitgaven voor 2025 berekent per gemeente. Tabel 1. Opbouw inkomsten per gemeente voor de P-wet (op basis van beschikking voor 2025) (bedragen x € 1000) Inkomsten per gemeente (op basis van beschikking voor 2025)
Beverwijk
Heemskerk
Velsen
A1 Inkomsten: BUIG
18.549
13.513
27.392
A2 Inkomsten: LKS
922
645
1.205
B1. Uitvoering
3.910
3.196
5.828
B2. Begeleiding
335
259
441
B3. Re-integratie
1.649
1.331
2.539
B4. Programma en apparaat minimabeleid
3.298
2.652
4.915
C1 Rijksbijdrage WSW
4.708
4.167
5.143
C2 Begeleiding beschut werk
342
285
622
Inburgering
926
853
1.496
Dit zou voor de gemeente Beverwijk betekenen dat de huidige huurinkomsten in scenario 2 verdwijnen, indien er geen andere huurder wordt gevonden. Deze huurinkomsten zijn niet meegenomen in de doorrekening. 4
Financiële doorrekening scenario's
18/48
Tabel 1 bevat alle beschikbare budgetten van de individuele gemeente op basis van de beschikkingen voor 2025. Deze budgetten worden niet allemaal specifiek toegekend vanuit het Rijk voor uitgaven aan dienstverlening voor de P-wet. Dit betekent dat een deel van de huidige budgetten ook gebruikt kunnen worden om andere gemeentelijke uitgaven te bekostigen. Belangrijk om te benoemen dat dit saldo nu uit de beschikkingen voor 2025 is berekend. Omdat de middelen niet specifiek toegekend worden aan de gemeente voor uitgaven aan de P-wet, kan deze in de huidige begroting nu ergens anders aan uitgegeven worden. Een overgang naar scenario 1, met een solidariteitsbeginsel, zou dus een uitdaging voor gemeenten kunnen opleveren die de middelen nu gebruiken om andere uitgaven te bekostigen.