CConstaterende datHeemskerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. regioadvies VAWOZ & 380kV NNHN

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente HeemskerkBij agendapunt: Vaststellen lijst van ingekomen documenten23.673 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Keuzes zijn robuust richting de toekomst en houden rekening met de factor tijd Een aanlanding en hoogspanningsstation op Agriport A7 scheppen een nieuwe conditie voor mogelijk meer grootschalige bedrijvigheid met grote elektriciteitsvraag in de nabijheid. In hoeverre we hier wel of niet ruimte aan kunnen bieden nemen we mee in de lopende trajecten van het Ontwikkelperspectief NHN en de Provinciale Omgevingsvisie. Uit de uitkomsten van pVAWOZ blijkt dat wanneer er in de omgeving aanvullende grootschalige elektriciteitsvraag gerealiseerd wordt, het goed is voor de stabiliteit van elektriciteitssysteem als deze ook (deels) het windprofiel volgt 26, oftewel dat de vraag aansluit op het aanbod van wind over de tijd. Een station en aanlanding bij Schagen of De Weel of een van de andere locaties buiten Agriport A7, zorgen voor een compleet nieuwe dynamiek, niet passend bij het huidige karakter, landschap en ruimtegebruik van dit gebied en niet aansluitend bij de bestaande visies van overheden. De locatie NO7 heeft geen uitbreidingsruimte en is onbereikbaar voor toekomstige verbindingen, zo blijkt uit het onderdeel toekomstvastheid van de IEA NNHN 27. Daarom is deze locatie niet

25

380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 3 oktober 2025– pag. 110 VAWOZ IEA – deelrapport B systeemintegratie. 27 380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 3 oktober 2025 – pag. 36 en 108 26

23

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

geschikt voor een transformatorstation. Wel zou er op deze locatie een converter ontwikkeld kunnen worden indien het station op NO5 wordt gerealiseerd. Rekening houden met water en bodem condities: dilemma vitale infrastructuur in een diepe polder Een consequentie van de keus voor Agriport A7 is dat deze op gespannen voet staat met het landelijke principe “Rekening houden met Water en Bodem” 28 en het door de overheden beschreven uitgangspunt om rekening te houden met water en bodem condities, nu en in de toekomst. Agriport A7 ligt in een diepe droogmakerij op ca. 4,5 meter onder NAP. In de IEA van pVAWOZ scoren de locaties binnen de Wieringermeerpolder op dat punt ook zeer negatief 29. De IEA van de 380kV NNHN geeft aan dat een station op deze locatie opgehoogd dient te worden met 3 meter. 30 De voorkeurslocaties in de Wieringermeerpolder worden dan ook niet gesteund door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, omdat deze strijdig zijn met de uitgangspunten van meerlaagsveiligheid en de principes van water en bodem sturend (WBS). Omdat feitelijk inzicht in de langetermijneffecten op het watersysteem ontbreken in beide IEA’s, heeft de provincie in samenwerking met HHNK en KGG een quickscan door Deltares laten doen naar de gevolgen voor waterveiligheid en wateroverlast van het realiseren van een aanlanding en hoogspanningsstation in de Kop 31.

Het onderzoek laat onder andere zien dat wanneer er wordt besloten het peil van het IJsselmeer te laten meestijgen met de zeespiegel (+0,3 meter) versterking van de primaire waterkering (IJsselmeerdijk) noodzakelijk is om aan de huidige wettelijke norm te blijven voldoen: een maximaal toelaatbare ondergrens (1:1.000 per jaar) en een signaleringswaarde (1:3.000 per jaar) 32 Daarnaast geeft een indicatieve berekening van Deltares aan dat het maatschappelijk-economisch optimum één normklasse hoger (strenger) is dan de wettelijke norm namelijk een signaleringswaarde van 1:10.000 en ondergrens van 1:3.000 per jaar. De berekening laat zien dat wanneer de huidige ontwikkelmogelijkheden binnen Agriport A7 worden benut, zonder het realiseren van een 380/150 kV station en aanlanding, dit al tot een situatie leidt waarin verhoging van de norm maatschappelijk rendabel is. Met het datacenterbeleid van zowel Rijk als provincie is richting gegeven aan een andere ontwikkeling van de Wieringermeerpolder. Dat heeft geleid tot enerzijds een grotere noodzaak voor uitbreiding van de energie-infrastructuur en anderzijds tot aanzienlijk meer waardeontwikkeling. De consequentie van dit beleid is dat er inmiddels zo veel waarde is en nog kan worden toegevoegd, dat de primaire kering niet aan de maatschappelijk rendabele norm voldoet.

Oftewel: de huidige norm is te laag voor de waarde die achter de dijk staat en nog wordt ontwikkeld. Al deze keuzes liggen primair bij het Rijk en de verschillende departementen. We verwachten dus ook op dat niveau een uitspraak en afweging in de volle breedte, onder andere in de Nota Ruimte. Zonder verhoging van de norm zien wij risico’s aan het doorzetten van het huidige ruimtelijke beleid. We verzoeken u daarom met klem om de wettelijke norm van de Wieringermeerdijk naar 1:10.000 signaleringswaarde (= 1:3.000 ondergrens) te verhogen. Er zal echter altijd een risico blijven bestaan dat de assets ruim 4,5 meter onder water komen te staan. De provincie Noord-Holland en HHNK zetten (net als het Rijk 33) in op klimaatbestendige

28

Kamerbrief: https://open.overheid.nl/documenten/dpc-d278a56998fb4253af9f35329e230b7bacafc217/pdf VAWOZ plan-MER hoofdstuk 3 – paragraaf 3.2.4 30 Concept 380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 8 augustus 2025– pag.123 en Quickscan waterveiligheid netwerkuitbreiding NNHN en VAWOZ | Deltares 31 Quikscan waterveiligheid netwerkuitbreiding NNHN en VAWOZ | Deltares 32 Deze norm is gelijk aan die van nagenoeg alle andere primaire keringen ten noorden van het Noordzeekanaal. 33 zie onder meer de Deltabeslissing ruimtelijke adaptatie 29

24

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

inrichting van vitale en kwetsbare functies in 2050 34. Uitval van vitale functies, kan leiden tot zogenaamde cascade-effecten (domino-effecten) die hun weerslag hebben tot ver buiten de Wieringermeerpolder. Dan spreken we van grootschalige maatschappelijke ontwrichting met hoge schades en mogelijke slachtoffers tot gevolg. Vanwege de directe koppeling van dit nieuwe station met het bestaande station Middenmeer150 lijken cascade effecten hoe dan ook te ontstaan. We roepen TenneT en KGG op om voorafgaand aan een beslissing in beeld te brengen wat de cascade-effecten zijn van een hoogspanningsstation en een converter op deze locatie en welke maatregelen genomen kunnen worden om de ketengevolgen zo klein mogelijk te maken en maatschappelijke ontwrichting zoveel mogelijk te voorkomen. Het gezamenlijke standpunt van zowel Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, het Hoogheemraadschap van Rijnland als de provincie Noord-Holland is dat dergelijke infrastructuur op voldoende hoogte moet worden aangelegd om overstromingsrisico’s te beperken. Het realiseren van een terp van dit formaat zien wij niet als oplossing: dit heeft potentieel grote effecten op het watersysteem, dekt de bodem af, en heeft zeer grote landschappelijke gevolgen. Tracékeuze pVAWOZ De keuze voor Agriport A7 betekent een langer ondergronds tracé voor de gelijkstroom kabels van pVAWOZ.

De twee onderzochte aanlandtracés richting Agriport A7 zijn na mitigatie niet onderscheidend 35. We maken daarom nu nog geen keuze voor het tracé naar Agriport A7 en vragen u om dat ook nog niet te doen. Tijdens de projectprocedure kunnen deze routes goed tegen elkaar worden afgewogen op basis van gedetailleerder vervolgonderzoek. Voorwaardes We stellen de volgende expliciete voorwaardes aan de ontwikkeling van het 380/150 kV-station en een aanlanding in de Wieringermeerpolder bij Agriport A7 op de locaties NO4/NHNn-C5b en NO5/NNHNn-C5a: • Er vindt ruimhartig compensatie door middel van gebiedsinvesteringen plaats. De A7-corridor is samen met de N9 en de spoorlijn met bijbehorende de treinstations Schagen, Anna Paulowna en Den Helder, de belangrijkste ontsluitingsweg die de Regio Kop van NoordHolland, meer specifiek de gemeente Hollands Kroon, verbindt met de rest van de regio. De A7-corridor is een kralenketting die verschillende plekken aan elkaar rijgt, zoals Agriport A7, dorpen als Middenmeer, Wieringerwerf en Den Oever, bedrijventerrein Wieringerwerf Zuid, het Robbenoordbos en het uitgestrekte agrarische polderlandschap. In de afgelopen jaren zijn er op het gebied van bedrijvigheid, data en energie grote investeringen gedaan in dit gebied. Dit gedeelte van de gemeente Hollands Kroon verdient echter een kwaliteitsimpuls op landschap, recreatie en leefbaarheid.

Aansluitend op deze karakteristieken en kwaliteiten vragen we in dit gebied om: o Financiering van het Park Cultuurweg en landschappelijke inpassing A7 corridor. Het plan voor Park Cultuurweg tussen Agriport A7 en Middenmeer, dient meerdere doelen waaronder de functie als sociale ontmoetingsplek, recreatie, wateropvang/langer vasthouden van water en het versterken van groenstructuren in de Wieringermeer. o Investeringen in de klimaatadaptieve inrichting van Agriport A7 en de Wieringermeerpolder, waaronder versterking van de groen-blauwe dooradering van de Wieringermeerpolder;

Zie uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie 2025-2027: https://www.noordholland.nl/bestanden/pdf/Klimaat_Energie/Uitvoeringsagenda%20Klimaatadaptatie%202025-2027.pdf Ook zijn er in 2024 zijn door de MRA, Provincie Noord-Holland, Provincie Zuid-Holland en Provincie Gelderland ‘Doelvoorschriften vitaal en kwetsbaar’ opgesteld. Eén van de doelvoorschriften stelt 'geen stations’ te bouwen op een locatie met het overstromingsrisico zoals bij Agriport A7. https://www.noordholland.nl/bestanden/pdf/Klimaat_Energie/Studie%20doelvoorschriften%20Vitaal%20en%20Kwetsbaar.pdf 35 Hoofdrapport IEA VAWOZ - 6.3.2 Resultaten elektrische verbindingen regio Noord-Holland 34

25

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

• •

• •

• •

•

Het Rijk evalueert de normering van de Wieringermeerdijk opnieuw, gebruik makend van de resultaten van het onderzoek van Deltares. Met het verhogen van de norm ontstaat er ruimte voor het doorzetten van het huidige ruimtelijke beleid en verdere ontwikkelingen op Agriport A7. Belangrijk hierbij is dat Rijk, provincie, gemeente en waterschap duidelijke afspraken maken om gezamenlijk de risico’s en kosten in toom te houden. Deze afspraken gaan over de verdere ontwikkeling van het gebied op lange termijn, verantwoordelijkheden en kostenverdeling (zowel publiek als privaat), specifiek op het zo min mogelijk afwentelen van kosten van ruimtelijke ontwikkelingen op dijkversterkingen. De gevolgen voor een locatiekeuze mogen niet op andere overheden worden afgewenteld. Het is noodzakelijk om verdiepend onderzoek te doen naar de overstromingsrisico’s en het daarbij behorend handelingsperspectief, waarbij ook de cascade-effecten in beeld moeten worden gebracht. Voor het verkrijgen van een nauwkeuriger beeld zal data geactualiseerd en op elkaar afgestemd moeten worden. 36 Klimaatbestendige inrichting van het 380/150kV station en de converter. Starten van een ontwerpend onderzoek dat de volgende producten oplevert: o Ruimtelijke strategische visie o Beschrijft de ruimtelijk-strategische aspecten van het station en de converter in relatie tot de bredere dynamiek in de polder.

o Legt vast hoe het energieknooppunt Agriport A7 kan bijdragen aan een toekomstbestendige ontwikkeling van de Wieringermeer, inclusief de koppeling met andere opgaven in het gebied. o Bijvoorbeeld: De lage ligging van de polder maakt investeringen in waterveiligheid onvermijdelijk. Daarnaast is er sprake van verzilting, wat steeds meer druk zal zetten op de grondgebonden landbouw. Door hier vroegtijdig op in te spelen kan de ontwikkeling/positionering van het energieknooppunt worden benut om nieuwe bedrijvigheid strategisch te positioneren op de meest kwetsbare en verziltende delen van de polder, waar het landbouwkundig verdienmodel onder druk staat. Dit voorkomt het vastlopen van toekomstige keuzemogelijkheden en versterkt de economische veerkracht van het gebied. o De Werkplaats Mooi Nederland is een goede plek om dit gezamenlijk te onderzoeken. o Landschapsplan (ruimtelijke inpassing) o Richt zich op een hoogwaardige landschappelijke inpassing van het 380/150 kV-station, de converter van 25 meter hoog en de bijbehorende infrastructuur. o Zorgt voor een verbinding tussen het energieknooppunt Agriport A7 en de karakteristieke structuur en ontstaansgeschiedenis van de Wieringermeer. Versnellen van de uitbreiding van 150 kV-station Anna Paulowna. Dit is nodig om de ontwikkelingen maritiem cluster ed. tijdig te faciliteren. 37

De Quickscan van Deltares maakt duidelijk dat de bestaande data van overstromingsscenario’s, normeringen, potentiële schades en verwachtingen voor de toekomst niet één op één met elkaar matchen. Dit is een onvermijdelijk gevolg van het feit dat de data het resultaat zijn van onderzoeken die in verschillende programma’s en jaren zijn uitgevoerd, gedurende een periode waarin ook de normeringssystematiek is veranderd en het landgebruik een forse wijziging heeft doorgemaakt. 37 Zoals aangegeven in de brief over het laten afvallen van Den Helder als mogelijke locatie voor een elektrische aanlanding. https://www.noordholland.nl/Actueel/Archief/2024/December_2024/Geen_groot_hoogspanningsstation_en_bovengrondse_elektricitei tsmasten_in_de_buurt_van_Den_Helder 36

26

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

4.

Hoogspanningscorridor

Onderzochte corridors t.o.v. Natura 2000 gebieden

No-go met betrekking tot de donkerblauwe en lichtblauwe corridors De donkerblauwe en lichtblauwe corridors zijn wat ons betreft de slechtste keuze, onacceptabel en een volstrekte no-go. Dit wordt gesteund door alle gemeenten, waterschappen en de provincie. Beide corridors maken nieuwe doorsnijdingen door het landschap en bundelen niet met bestaande 150 kV-verbindingen of snelweginfrastructuur. Ook zien we bij deze corridors de grootste aantasting van aanwezige en toekomstige natuur- en recreatiewaarden. De donkerblauwe corridor doorsnijdt het Oer-IJ gebied en de binnenduinrand (Beschermd Landschap Noord-Kennemerland). Een landschap met hoge cultuurhistorische, landschappelijke, natuurlijke en recreatieve waardes. Ook heeft deze corridor een grote kans op draadslachtoffers onder de seizoenstrek 38. De corridor heeft de grootste negatieve effecten door verzuring en vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Daarnaast is het de langst mogelijke en meest inefficiënte route. De lichtblauwe corridor doorsnijdt zeer waardevolle natuurgebieden langs de rand van het Markermeer: het veenweidegebied van Waterland en Natura 2000-gebied Polder Zeevang. De IEA laat zien dat dit voor Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske en Polder Zeevang tot 38

380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 3 oktober 2025 – pag. 87

27

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

significant negatieve effecten leidt 39. In het noorden (boven Hoorn) knikt deze corridor naar het oosten langs de bestaande 150kV. Dit leidt tot een onnodig lange, inefficiënte route. Beide routes hebben een relatief korte doorkruising van UNESCO werelderfgoed de Hollandse Waterlinies. Echter, als het UNESCO belang bij de corridors wordt afgezet tegen de grote negatieve effecten op de gehele lengte van de corridors, dan weegt de totaliteit van alle negatieve effecten op de donkerblauwe en lichtblauwe corridors voor ons zwaarder.

Zuidelijk deel: Voorkeur voor de groene corridor Uit de IEA van 380 kV NNHN blijkt dat de wet- en regelgeving op UNESCO en Natura 2000 40 een sterk beperkende werking heeft op de te maken keuzes. Vanuit de regelgeving op Natura 2000 zien we dat er drie corridors zijn waarvoor de minister niet kan kiezen als de andere twee ‘haalbaar, probleemoplossend en betaalbaar’ zijn. De onderzoekers komen tot de conclusie dat kiezen voor het gele, rode of lichtblauwe corridor “alleen mogelijk is als onderbouwd kan worden dat donkerblauw en groen onvoldoende probleemoplossend zijn, (technisch) niet haalbaar zijn en/of niet redelijkerwijze betaalbaar zijn” 41. Deze negatieve effecten op N2000 treden met name op in het zuiden en het midden van de corridors 42. Uit de IEA uitkomsten blijkt vooralsnog dat groen en donkerblauw haalbare alternatieven lijken. Zowel de donkerblauwe als de groene corridor worden met een middelhoog risico ingeschat. Er is dus een risico dat deze corridors niet haalbaar zijn, maar dit risico wordt lager ingeschat dan bij de andere drie. 43 Delen van de tracéalternatieven en verbindingsstukken waar de risico’s op vergunbaarheid Natura 2000 spelen, weergegeven in grijs (bron IEA, hfst 4)

39

380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 3 oktober 2025 – pag. 61, 62, 68, 87, 380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 3 oktober 2025 o.a. pag. 66 en 67 & planMER deelrapport natuur 41 Citaat uit Concept 380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 8 augustus 2025 – pag. 48. In de versie 3 oktober p.62-63 als volgt verwoord: “Uit de Passende Beoordeling volgt dat significant negatieve gevolgen op Natura 2000-gebieden voor een aantal deeltracés niet kan worden uitgesloten. Dit betekent dat hiervoor geen vergunning voor kan worden verleend, tenzij de ADC-toets met succes wordt doorlopen. Om de eerste stap van de toets te doorlopen moet worden aangetoond (A) dat er voor de tracéalternatieven geel, rood en lichtblauw geen alternatieve oplossingen zijn. Dit kan waarschijnlijk niet worden aangetoond omdat de tracéalternatieven groen en donkerblauw alternatieve oplossingen zijn waarvoor geen significant negatieve gevolgen op Natura 2000 worden verwacht. De verwachting is daarom dat de ADC-toets voor de tracés geel (deeltracés GEZM, GE-M en GE-NM), rood (R-Z, R-ZM1, R-ZM2 en R-M) en lichtblauw (LB-Z1, LB-Z2, LB-ZM en LB-M) niet met succes wordt doorlopen.” 42 380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 3 oktober 2025 – pag. 62, 63 en 231 43 380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 3 oktober 2025 – pag. 62 en 63 40

28

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

De consequentie van de natuurwetgeving is dat er voor het zuidelijk deel in feite nog maar twee corridors overblijven, namelijk groen en donkerblauw. Omdat de negatieve effecten met name in het midden en zuiden spelen is er vanaf Oterleek wel ruimte om via een paars verbindingsstuk (P7/P8) af te buigen naar één van de andere corridors. Een tweede consequentie is dat het startpunt van de verbinding aan de zuidzijde op een buitengewoon ongelukkige en zeer ongewenste plek zal moeten komen: in het landelijk gebied tussen Beverwijk en Zaanstad (zie hoofdstuk 5 380kV station NNHN Zuid). Een keuze voor een station in de Wijdewormer (ZM1/ZM2), langs de A7 (P18 & via geel/rood) richting Agriport A7 was eerder als variant wel bij de overheden in beeld, o.a. vanwege de bundeling met bestaande infrastructuur. Maar deze variant valt hierdoor af. Deze variant lijkt onvergunbaar als er alternatieven zijn 44. Gezien de urgentie om Noord-Holland van voldoende stroom te voorzien, adviseren we – uitgaande van de huidige inzichten en kennis - in het zuidelijk deel een variant die wel haalbaar lijkt en onnodige vertragingen voorkomt: de groene corridor. 45 De colleges van Beverwijk, Heemskerk en Zaanstad onderschrijven deze keuze niet. Zij hebben vanuit de opgestelde uitgangspunten de inhoudelijke voorkeur voor bovengenoemde variant: het geel-rode tracé met een station in de Wijdewormer.

Ook Regio Alkmaar heeft de eerste voorkeur voor deze variant. Vanwege de eerder genoemde ontbrekende informatie (de landelijke Heritage Impact Assessment (HIA) inclusief de haalbaarheid door mitigerende maatregelen zoals het ondergronds brengen van 150 en/of 380kV en de modelstudie op ‘draadslachtoffers’) vinden deze partijen dat het te vroeg is om een keuze te maken. Ook pleiten ze voor een meer evenredige verdeling van lusten en lasten. Zorgen m.b.t. sociaal-economische draagkracht en de gezondheidscondities in de regio Voor Beverwijk, Heemskerk en Zaanstad is de vergunbaarheid vanuit de wetgeving op N2000 een onbegrijpelijke sturende factor in de te maken keuzes. Opgaven die een grote impact op de leefbaarheid kunnen hebben, belanden nu in die gebieden waar de leefbaarheid al (sterk) onder druk staan. Het is moeilijk uitlegbaar dat de bescherming van de gezond- en leefbaarheid van de mens niet op gelijke hoogte in de integrale afweging kan worden meegenomen als natuur- en cultuurwaarden. Met deze worsteling nu maar ook in de toekomst vragen wij u om extra inzet te plegen om de gezond- en leefbaarheid van deze gebieden te verbeteren door ruimhartige compensatie toe te passen, via middelen of investeringen die hiertoe leiden.

Daarnaast zien we dat de groene corridor goed aansluit bij een aantal van de geformuleerde uitgangspunten: Keuze is robuust richting de toekomst en houdt rekening met de factor tijd De groene corridor volgt de as waarlangs de meeste stedelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Het hoogspanningstracé ligt hier op de grens van enerzijds de ontwikkelcorridor AlkmaarHeerhugowaard-Schagen-Den Helder en anderzijds de open landschappen in het midden van de provincie van o.a. de Schermer en Westfriesland Midden. De route van deze corridor komt vlak langs het in de energievisie aangeduide robuuste energieknooppunt Alkmaar. Op lange termijn maakt dit het relatief gemakkelijk om een nieuwe ‘afslag’ te maken bij de Boekelermeer. Een dergelijke ingreep zit niet in de huidige en voorziene plannen van TenneT, maar we zien dat dit een van de meest aannemelijke plekken in de provincie is waar de elektriciteitsvraag gaat stijgen. De Boekelermeer is ook vanuit Circulaire Economie aangeduid als een strategische locatie 46.

44

380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 3 oktober 2025 – pag. 62, 63 en 231 Bijlage 4 geeft een compleet overzicht van de IEA resultaten voor de varianten donkerblauw, groen via P15, geel, rood vanaf wijdewormer, en lichtblauw. 46 Ruimtelijke verkenning circulaire werklocaties Provincie Noord-Holland.pdf 45

29

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

Inzetten op maximale omgevingskwaliteit & zo min mogelijk aantasting van aanwezige en toekomstige natuur- en recreatiewaarden: 150kV ondergronds Een tweede reden om voor deze corridor te kiezen is dat het 380 kV-tracé tot aan Heerhugowaard bundelt met de bestaande 150 kV-verbinding. Hiermee wordt een nieuwe landschappelijke doorsnijding zo veel mogelijk voorkomen. Het staat of valt echter met de wijze van bundeling. Een tweede mastenrij langs de bestaande 150 kV-verbinding die niet parallel lopen en elkaar ook nog eens kriskras kruisen (zoals bij de ‘referentielijnen’ die in de IEA worden gebruikt) is een absolute no-go. Dit heeft als gevolg dat er veel meer aantasting van het landschap zal zijn en is voor ons onacceptabel. We stellen dan ook de uitdrukkelijke voorwaarde dat deze bestaande 150 kV-verbinding vanaf Beverwijk ondergronds wordt aangelegd tot en met De Weel. Ook natuur beherende organisaties en de stichting Samenwerkende vogelwerkgroepen Noord-Holland Noord geven aan dat, om de impact op natuur en vogels van de 380 kV-verbinding te mitigeren, de bestaande 150 kVverbinding in de corridor ondergronds gebracht zou moeten worden 47. Vanuit de natuur en milieuorganisaties wordt dit gezien als de corridor met de minste impact op natuur. Helaas is aan de zuidzijde het doorkruisen van BL niet te voorkomen.

De corridor gaat dwars door BL Assendelft en omgeving, BL Alkmaardermeer en omgeving en BL de Schermer. Dit vraagt om zeer zorgvuldige inpassing en compensatie en vergroot de noodzaak tot ondergronds brengen van 150 kV-verbinding Beverwijk-De Weel. De groene corridor heeft een lange doorkruising van UNESCO Hollandse Waterlinies met negatieve effecten op de kernkwaliteiten. Het is nog onduidelijk hoe vanuit het landelijk HIA hiernaar gekeken wordt. Ons pleidooi is het opruimen van verrommeling (bestaande 150 kV). Een keuze voor verbindingsstuk P5 omdat dit enkel vanuit UNESCO gezien beter is, is onacceptabel. De groene corridor sluit veel beter aan bij de uitgangspunten van het regioadvies 48.

47

380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 3 oktober 2025 – pag. 115 Donkerblauw-Z2 + P5 hebben een grotere en naar verwachting blijvende impact op landbouw, recreatie, landschappelijke karakteristiek, veiligheid, nautische elementen, waar Groen-ZZ, -Z en -ZM effect heeft op de woonomgeving die mogelijk kan worden gemitigeerd. bron: https://nnhn-iea.witteveenbos.com/nl/samenstellen/ (E-Merge viewer IEA NNHN) 48

30

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

Noordelijk deel: Voorkeur voor de groene corridor via P15 / groen naar rood Er is verdeeldheid tussen de overheden over de route vanaf Oterleek verder naar Agriport A7. De provincie Noord-Holland adviseert om de variant ‘Groen via P15’ te kiezen. De Westfriese gemeentes onderschrijven dit provinciale advies. De gemeentes in de Kop van NH pleiten voor ‘Groen via Rood’: vanaf Groen ZM volgt deze variant de paarse verbindingsstukken P7, P8, P10 en gaat daarna verder via rood. Ook Regio Alkmaar ziet ‘Groen via Rood’ als een goede alternatieve optie wanneer ook de nog lopende onderzoeken bevestigen dat de Geel-Rode variant langs de A7 na mitigerende maatregelen niet kan. Een complete vergelijking van de IEA resultaten van de noordelijke varianten is te vinden in bijlage 5.

Het noordelijk deel van de onderzochte corridors

De twee varianten ‘Groen via P15’ en ‘Groen via Rood’

Een variant ‘over geel’ lijkt niet vergunbaar op Natura 2000 (zie kaartje op p.26). Daarnaast is deze variant ongewenst in verband met de lange doorsnijding dwars door Beschermd Landschap BL Opmeer-Wognum én BL Abbekerk zonder bundeling met bestaande infrastructuur. Ook een route via P14 is minder wenselijk, deze snijdt ook dwars door BL Opmeer-Wognum én BL Abbekerk en omgeving en loopt mogelijk ook door BL Veenhuizen en Oterleek wanneer gezocht wordt naar optimalisatie. Onderstaand beschrijven we de voor- en nadelen van ‘Groen via P15’ en ‘Groen via Rood.’ Inzetten op maximale omgevingskwaliteit Een deel van de deeltracés binnen de variant Groen via Rood worden op het thema landschap, cultuurhistorie en archeologie negatiever beoordeeld dan Groen via P15 49. Het Groen via Rood-tracé snijdt dwars BL Opmeer-Wognum en BL Abbekerk en Omgeving. Bijzondere kwaliteiten zijn de inversiekreekruggen en getijdewelvingen en de typische lange bebouwingslinten op de oorspronkelijke kreekruggen. Het tracé zal op het deel van BL OpmeerWognum inbreuk maken op de aanwezige openheid. Ook worden via deze route verschillende karakteristieke bebouwingslinten doorsneden zoals de Spierdijkerweg, Bobeldijk,

49

Zie bijlage 5

31

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

Braasdorpermeer, Grote Zomerdijk, en Westeinderweg. Groen via P15 doorkruist een korter stuk BL: BL Veenhuizen. Dit heeft impact op de historische Berkmeerpolder. Positief aan Groen via Rood is dat deze meer kilometers bundelt met bestaande hoogspanningsen snelweginfrastructuur dan Groen via P15. Bundeling voorkomt nieuwe landschappelijke doorsnijdingen en beperkt de effecten op natuur, gezondheid en landschap. Voor de regio Kop van Noord-Holland en regio Alkmaar is dit uitgangspunt de belangrijkste reden om voorkeur voor Groen via Rood te hebben. Groen via Rood bevat mogelijk meer ‘knikken’ dan het iets kortere tracé Groen via P15. Het is belangrijk dat er goed wordt gekeken naar de tracé- vormgeving van beide tracé opties, deze kan namelijk nog sterk beïnvloed worden door de mitigatie van milieueffecten. Meer knikken komt de vormgeving en daarmee de omgevingskwaliteit niet ten goede. Zonder aanpassingen in het ruimtegebruik ter hoogte van Agriport A7, zal deze route de A7 meerdere keren moeten kruisen. Dit alles leidt tot de conclusie dat Groen via Rood een iets grotere impact heeft op omgevingskwaliteit dan Groen via P15. Sociaal-economische draagkracht en gezondheidscondities Met name door het doorsnijden van diverse bebouwingslinten Groen via Rood heeft een negatievere impact dan Groen via P15 op de leefbaarheid47.

Er zijn aanzienlijk meer inwoners die direct hinder zullen ondervinden. De planMER 50 toont aan dat Groen via Rood bijna 3 keer zoveel gevoelige gebouwen (zoals woningen, of andere plekken waar mensen langdurig verblijven 51) binnen de magneetveldzone raakt dan Groen via P15. Ook raakt Groen via Rood bijna 2 keer zoveel geluidsgevoelige gebouwen dan Groen via P15 en doorkruist Groen via Rood in totaal 3,7 km stiltegebied. 52 Voor luchtkwaliteit in de aanlegfase raakt Groen via Rood ruim 2 keer zoveel gevoelige gebouwen dan Groen via P15 53. Voor de optimalisatie kan er gekeken worden naar de schuifruimte binnen de corridor om hiermee de effecten op gevoelige gebouwen te beperken. Hierbij geldt wel dat in het zoekgebied, en dan met name het noordelijke deel, sprake is van veel lintbebouwing in oostwestrichting. Hierdoor is het noodzakelijk dat de tracéalternatieven de lintbebouwing kruisen, en het raken van gevoelige bestemmingen niet kan worden vermeden 54. De groene corridor via P15 is ter hoogte van het dorp Hensbroek smal. Dit heeft impact op het dorp. Aan de andere zijde, bij woonwijk de Draai in Heerhugowaard, loopt deze corridor relatief dicht langs bebouwing. Dit leidt niet tot grote directe gezondheidseffecten, maar veel inwoners zullen hun uitzicht zien veranderen.

Ook bij Krommenie en het zuidelijke deel van Heerhugowaard loopt de groene corridor langs bebouwing en zullen veel inwoners hun uitzicht zien veranderen. We vinden het belangrijk dat hier voldoende compensatie (o.a. ondergronds brengen van de bestaande 150 kV) tegenover staat en zien mogelijkheden in combinaties met (nieuwe) natuur en recreatie. Aanwezige en toekomstige natuur- en recreatiewaarden Uit de Integrale Effect Analyse (IEA) en planMER blijkt dat beide tracé opties vanaf Oterleek naar Agriport A7 een impact hebben op natuur. De corridor Groen via Rood heeft in vergelijking met Groen via P15 volgens de IEA een minder negatieve impact op natuur. Groen via Rood heeft minder impact op NNN-gebieden en weidevogelleefgebieden 55. Dit komt o.a. doordat de aantallen broedparen van weidevogels binnen de verstoringscontour van Groen via P15 hoger zijn. 50

48 versus 17 gebouwen, zie Deelrapport thema leefomgeving en gezondheid dd 3 oktober 2025– pag. 50-53 Onder langdurig verblijf wordt verstaan: een dagelijks verblijf gedurende minimaal een jaar met een verblijftijd van minimaal 14–18 uur per dag. Zie Deelrapport thema leefomgeving en gezondheid dd 3 oktober 2025. 52 101 versus 55 gebouwen, zie Deelrapport thema leefomgeving en gezondheid dd 3 oktober 2025– pag. 59-62 53 68 versus 31 gebouwen, zie Deelrapport thema leefomgeving en gezondheid dd 3 oktober 2025– pag. 59-62 54 Deelrapport thema leefomgeving en gezondheid dd 3 oktober 2025– pag. 55, 64 55 Zie bijlage 5 51

32

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

Ook vergroot de bundeling met de bestaande 150kV-verbinding de zichtbaarheid voor vogels. Maar de exacte impact hiervan op draadslachtoffers is volgens de onderzoekers nog niet duidelijk. Net als het gevolg van ondergronds brengen van de bestaande 150kV verbinding. Dat wordt nader onderzocht tijdens de projectMER-fase. Daarnaast heeft Groen via P15 ook op het gebied van recreatie een negatievere impact 56. Aansluiten bij andere gebiedsopgaven en -processen: toekomstig laagvlieggebied defensie Defensie heeft plannen om het laagvlieggebied in Noord-Holland fors uit te breiden. Alle corridors doorsnijden het toekomstige laagvlieggebied op een andere manier. In het deelrapport luchtvaart 57 is er gekeken naar de impact van defensie op de realisatie van de hoogspanningsverbinding en de mogelijke beperkingen die dit met zich mee kan brengen. Uit gesprekken met defensie is gebleken dat er binnen het zoekgebied geen technische uitdagingen zijn die een belemmering vormen en een nieuwe 380Kv verbinding in principe geen obstakel vormt voor een laagvlieggebied. De regio Kop van Noord-Holland schat in dat de variant Groen via P15 in vergelijking tot de variant Groen via Rood zorgt voor meer hinder voor Defensie bij het laagvliegen. Volgens de regio Kop van Noord-Holland is dit bij de variant Groen via Rood niet het geval omdat deze een bestaande 150kV verbinding volgt van west naar oost.

Andere onderdelen IEA/uitgangspunten De twee varianten zijn weinig onderscheidend van elkaar op de andere onderwerpen in de IEA. Groene variant als alternatief naast Groen via P15 De gehele groene variant (via Groen NM en Groen N1) ziet provincie Noord-Holland als mogelijk alternatief voor ‘Groen via P15’. Mocht de tracékeuze bij Groen terecht komen, dan heeft de Regio Alkmaar, ná Groen via Rood (afslag Oterleek), het gehele Groene tracé als voorkeur boven het Groen via P15 tracé, alleen onder de voorwaarde dat bestaande 150kV ondergronds wordt gebracht. De verschillen tussen deze varianten zitten met name op landschappelijk vlak, natuur en gezondheid. De groene corridor volgt langer de bestaande 150kV verbinding. Dit is positief: wanneer de 150kV ondergronds wordt aangelegd blijft de impact beperkt, dat is dan ook een randvoorwaarde. Een ander positief punt is dat hiermee het doorsnijden van het BL Veenhuizen en de historische Berkmeerpolder wordt voorkomen en er geen effect is op waardevol weidevogelleefgebied. Daar staat tegenover dat dit een langer tracé oplevert met meer knikken. Dit is vanuit omgevingskwaliteit onwenselijk omdat het een onrustiger beeld oplevert aan de horizon en de landschappelijke belemmeringen vanuit BL juist accentueert.

Ook worden er door dit langere tracé meer gevoelige bestemmingen geraakt 58 en gaat dit tracé dichter langs bebouwing bij Heerhugowaard, De Noord, Oude Niedorp en Nieuwe Niedorp. Hierdoor ondervinden meer mensen direct en indirect hinder. De provincie en Regio Alkmaar pleiten ervoor om beide varianten in het vervolg nader (ontwerpend) te onderzoeken. Alles overziend concluderen de provincie Noord-Holland en Regio West-Friesland dat Groen via P15 de beste keuze is, met als alternatief het groene tracé. Regio Alkmaar concludeert dat, na het tracé Groen via Rood (bij Oterleek rechtsaf), het Groene tracé (zonder P15) het beste is, omdat dan het uitgangspunt “bestaande infrastructuur volgen” wordt aangehouden. Regio Kop van Noord-Holland trekt de conclusie dat Groen via Rood de beste oplossing is. Ook Regio Alkmaar ziet dit als het beste alternatief voor de Geel-Rode variant.

56

Door overlap met recreatiefuncties: recreatiepark ten oosten van Heerhugowaard, wandelpark Obdam. Zie planMER deelrapport gebruiksfuncties dd 3 oktober 2025 - pag. 49 57 Concept IEA - deelrapport luchtvaart dd 3 oktober 58 11 meer gevoelige gebouwen binnen magneetveldzone, 11 meer geluidsgevoelige gebouwen en 11 meer gevoelige gebouwen voor luchtkwaliteit in aanlegfase. zie Deelrapport thema leefomgeving en gezondheid dd 3 oktober 2025

33

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

Voorwaardes We stellen de volgende voorwaardes aan het realiseren van een 380kV hoogspanningsverbinding via de groene corridor en verbindingsstuk P15 / via de groene corridor en verbindingsstukken P7, P8, en P10 naar de rode corridor: •

• •

•

•

•

•

• • •

Wij zien het ondergronds brengen van de gehele 150 kV-verbinding Beverwijk-De Weel als uitdrukkelijke randvoorwaarde. Het draagt bij aan regionaal draagvlak, het verkleint de (bovengrondse) impact, het vergroot de kans op vergunbaarheid vanuit UNESCO en Natura 2000 wet- en regelgeving en vermindert het aantal draadslachtoffers 59. Onderzocht moet worden of het bestaande 150 kV-netwerk ondergronds kan worden gebracht en op die plek de nieuwe 380 kV-verbinding kan worden gerealiseerd. Dit draagt bij aan een robuust en landschappelijk zorgvuldig ontwerp met minder impact op de leefomgeving. Regio Westfriesland stelt bij een keuze voor Groen via P15 als randvoorwaarde het ondergronds uitvoeren van het 380kV tracé vanaf de Oostdijk door Koggenland. Mocht de minister kiezen voor de paarse verbindingsstukken naar rood, dan verwachten we dat de bestaande 150kV verbinding tussen Oterleek en de A7 ondergronds wordt gebracht. Bij een keuze voor Groen via Rood vinden we dat het tracé na Oterleek het tracé van de bestaande 150kV-verbinding richting Hoorn dient te volgen en de bestaande 150kV ondergronds te brengen tot in ieder geval Wognum. We verwachten dat de verbindingsstukken P7 en P8 hier worden opgerekt tot boven de bestaande 150kV verbinding, zodat de mogelijkheden voor meer bundeling onderzocht kunnen worden.

Hiermee wordt voorkomen dat de drie poldermolens aan de Noordschermerdijk ingeklemd tussen twee mastenrijen komen. Ook kunnen er op deze wijze twee extra knikken worden voorkomen. Ter hoogte van UNESCO Hollandse Waterlinies: 380 kV ondergronds als uit landelijk HIA blijkt dat het ondergronds brengen van de huidige 150 kV in dit UNESCO gebied niet voldoende is. Ruimhartige compensatie d.m.v. gebiedsinvesteringen, leefbaarheidsfonds en planschaderegeling voor inwoners en ondernemers. o Ruimte voor overleg in de komende periode (in ieder geval tot het Voorkeursbesluit van de Minister en indien nodig ook daarna) om de compensatie verder te specificeren. Zoals context (wie heeft voordeel van de compensatie) en de soort compensatie (financiële compensatie en/of compensatie in ‘natura'). Een fatsoenlijke en ruimhartige uitkoopregeling voor gedupeerde grond- en woningeigenaren van woningen en andere gevoelige bestemmingen binnen de magneetveldzone is absoluut noodzakelijk. Doorlopend onderzoek naar de mogelijke effecten van de magneetveldzones op de volksgezondheid. Behoud van flexibiliteit voor verdere uitwerking in het trechterproces. Er wordt NNN aangetast, dit dient zo veel mogelijk gemitigeerd te worden, bijvoorbeeld door middel van ondergrondse tracés, gestuurde boringen en planning van werkzaamheden buiten het weidevogelbroedseizoen.

Waar dit niet mogelijk is, vindt compensatie plaats volgens de uitgangspunten van de OV NH2022. Waar aantasting vermeden kan worden, dient dit vermeden te worden, met name als het gaat om moeilijk vervangbare ‘wezenlijke kenmerken en waarden’. 60 Één van de uitgangspunten in de OV NH 2022 is dat natuur in beginsel fysiek wordt gecompenseerd (niet financieel). Dit zal

59 380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 3 oktober 2025 – pag. 62. Vraag is of deze redenatie klopt: de 380kV is dusdanig hoger dat dit een risico vormt voor andere vogel soorten. Omdat dit dus om verschillende soorten gaan, mag/kan dit mogelijk niet tegen elkaar worden “weggestreept” binnen de natuurwetgeving (wanneer de 150kV ondergronds gaat). Advies is om dit nader te onderzoeken. 60 Werkingsgebieden OV NH2022 en beschrijvingen beschermingsregimes

34

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

• •

•

•

• o

o

moeten worden gevolgd als sprake is van aantasting van de ‘wezenlijke kenmerken en waarden’ van het NNN. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, dient hierbij ook aandacht te zijn voor de effecten, o.a. door veranderingen in biotische en abiotische condities, die de ontwikkelingen hebben op NNN buiten de planlocatie. Reken daarom met een bufferzone rondom de planlocaties. Geen sloop van cultureel historisch monumentaal waardevolle panden, zeker niet als verplaatsing mogelijk is. Vermijden van het NNN Alkmaarder- en Uitgeestermeer en het landschappelijk, cultuurhistorisch en natuurlijk waardevolle eiland De Woude (NNN Westwouderpolder). Bundel in plaats daarvan met de N246 en de bestaande 150kV infrastructuur. Breng die ondergronds om de schade te beperken. Wanneer u kiest voor de variant Groen (via P15), kies dan binnen de Wieringermeerpolder niet voor een specifieke corridor maar houdt deze opties open: Groen NN2, P17, GeelNN en RoodNN. Daarmee behouden we de flexibiliteit om tot het beste ontwerp te komen voor het laatste stuk tot NO5 of NO4. Voor de Regio Kop van Noord-Holland is NO5 onbespreekbaar. Geen tweede 380kV-mastenrij door Noord-Holland.

Uit de onderzoeken van pVAWOZ blijkt ook dat deze niet nodig is wanneer één keer aangeland wordt in de Kop van NoordHolland Voor het gehele tracé is ontwerpend onderzoek noodzakelijk om te komen tot een zorgvuldig en toekomstbestendig ontwerp. Gezien de lengte van dit tracé is het op zichzelf een nieuw landschappelijk element/structuur. Daarom is een tracébreed landschaps- en ruimtelijk strategisch plan vereist, waarin naast technische inpassing ook koppelkansen voor aangrenzende gemeenten worden meegenomen, zoals recreatieve verbindingen, ecologische versterking, (nieuwe) natuur en groen-blauwe dooradering, klimaatadaptatie en ruimtelijke kwaliteit. Daarbij wordt vooruitgekeken op provinciale schaal, met aandacht voor toekomstige robuuste landschappelijke structuren. Voor de stations wordt gebruik gemaakt van de inspiratiegids natuurinclusief bouwen van TenneT (zie Inspiratiegids natuurinclusief bouwen. In het ontwerpend onderzoek voor het ruimtelijk strategisch plan is het van belang om bestaande beschermingsregimes niet als absolute begrenzing te hanteren. Het doel is te komen tot een samenhangend ruimtelijk ontwerp dat de lokale landschappen overstijgt. Deze benadering voorkomt dat beschermingsregimes, zoals BL, UNESCO-werelderfgoed, NNN en Natura 2000, bij voorbaat als een absoluut ‘nee’ worden geïnterpreteerd.

35

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

5.

380 kV station NNHN-Zuid – zonder aanlanding

Onderzochte locaties voor het zuidelijke hoogspanningsstation Alle locaties aan de zuidzijde hebben grote nadelen en zijn ongewenst vanuit landschappelijk perspectief MRA / MRA Verstedelijkingsconcept & Ontwikkelperspectief NZKG, waar Rijk en regio in samenwerken. Dit heeft de regio ook aangegeven in haar zienswijze op de concept NRD. 61 Zoals aangegeven is de consequentie van de wetgeving op N2000/draadslachtoffers dat de minister niet anders kan dan kiezen voor de groene of donkerblauwe corridor als deze voldoende probleemoplossend zijn, (technisch) haalbaar zijn en redelijkerwijze betaalbaar zijn. De zuidelijke locaties ZM1, ZM2, ZO1, ZO2, ZO3 en ZO4 zijn niet goed bereikbaar vanuit de groene of donkerblauwe corridor en vallen hierdoor ook af. Dit betekent dat het startpunt van de verbinding aan de zuidzijde op een buitengewoon ongelukkige en zeer ongewenste plek zal moeten komen: namelijk in het landelijk gebied tussen Beverwijk en Zaanstad. Voor de gemeentes Zaanstad, Beverwijk en Heemskerk is deze locatie en argumentatie onacceptabel. Een echt integrale afweging op schaal van heel Noord-Holland en vanuit een toekomstperspectief op Noord-Holland is door deze wetgeving niet mogelijk. De locaties ZW1 t/m ZW4 sluiten niet goed aan bij de door de overheden geformuleerde uitgangspunten. Passende en ruimhartige compensatie is hier dan ook op zijn plek.

We maken hier nadrukkelijk geen keuze voor een van de vier zoekgebieden. We vinden het noodzakelijk dat er eerste een meer gedetailleerd ontwerpend onderzoek wordt uitgevoerd in samenhang met de andere opgaves in dit gebied om te komen tot de beste locatiekeuze en inpassing. Ook de aansluiting op het nieuwe tracé, de inlussing daarvan en het ondergronds brengen van de 150 kV-verbinding Beverwijk-De Weel zijn hier onderdeel van. Zoeklocaties sluiten niet aan bij andere gebiedsopgaven en -processen In de afgelopen decennia is door alle overheden samen actief ingezet op het openhouden van het landschap tussen de IJmond en Zaanstad en boven Amsterdam. Tegelijkertijd wordt intensief gewerkt aan binnenstedelijke verdichting. We zien dat de onderzochte zoeklocaties niet 61

Inspraakbundel concept-NRD - 380 kV Netuitbreiding Noord-Holland Noord

36

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

aansluiten op dit beleid. Daarnaast is onder andere in het Ontwikkelperspectief NZKG, waar Rijk en regio in samenwerken, aangegeven dat er in het gebied tussen Zaanstad en Beverwijk een opgave voor groen en waterberging ligt. 62 In het door Rijk en Regio opgestelde Verstedelijkingsconcept MRA wordt het gehele Oer-IJ genoemd als zoekgebied voor tijdelijke piekwaterberging. Ook bij Deltaprogramma Centraal Holland is dit gebied in beeld voor waterberging. Vraag en aanbod bij elkaar Op het zuidelijke 380 kV-station is geen ‘afrit’ voorzien, het station wordt dus niet aangesloten op het onderliggende netwerk maar fungeert als een koppelpunt. De aantrekkende werking op energieafnemers en energieproducenten die direct op een 380 kV-station aansluiten is beperkt volgens E-merge. Slechts een enkeling sluit direct aan op het 380 kV-netwerk. Dat betreft dan grootschalige elektriciteitsproductie, zoals de Diemercentrale of windenergie afkomstig van zee (VAWOZ), of grootschalige afname voor bijvoorbeeld de productie van waterstof 63. Nabijheid van vraag (via bijvoorbeeld het 150 kV-net) is daarmee minder relevant voor dit station. Wel zien we dat potentiële grote afnemers, zoals een elektrolyser, zich met name in het NZKG kunnen vestigen. De locaties ZW1 t/m ZW 4 liggen dichter bij het NZKG dan de andere onderzochte zoeklocaties.

Keuzes zijn niet robuust richting de toekomst en houden geen rekening met de factor tijd Eventuele ontwikkelingen gekoppeld aan een 380 kV-station, zoals een nieuw 150 kV-station, batterijen, een aanlanding of nieuwe bedrijvigheid zijn enkel mogelijk binnen het bestaande industriecluster, zoals opgenomen in het Ontwikkelperspectief NZKG. Er is geen ruimte voor verdere verstedelijking of energiesysteemfuncties in het landschap. Dit geldt voor alle onderzochte locaties voor het zuidelijke station. In de provinciale energievisie is gesteld dat batterijen gebundeld worden met vraag/aanbod in energieknooppunten. Dat is dus zeer onwenselijk in de directe omgeving van dit station. Keuzes houden geen rekening met de sociaal-economische draagkracht en de gezondheidscondities in de regio Rondom het Noordzeekanaal staat de leefbaarheid al zwaar onder druk. In de gemeentes Beverwijk, Heemskerk, Velsen en Zaanstad wonen ruim 300.000 inwoners in de directe nabijheid van haven en industrie. Zij worden al belast met geur, geluid en uitstoot van (zware) industrie, provinciale wegen en snelwegen, logistiek zoals de scheepvaart en geluidshinder door vliegverkeer. 64 Dit leidt tot stapeling van leefomgevingseffecten en heeft een negatieve uitwerking op de gezondheid.

Er is geen milieuruimte meer beschikbaar in dit gebied en er is te weinig ruimte voor recreatie en ontspanning door gebrek aan natuur en landschap. Ook krijgt deze regio nog te maken met verzwaring van de bestaande 380 kV-lijn Beverwijk – Diemen, waardoor nog eens 350 nieuwe kwetsbare locaties alleen al in Zaanstad hier last van gaan ondervinden. Gemeente Beverwijk draagt al veel bij aan de nationale energie-infrastructuur. Een bijdrage die de eigen regionale vraag al ruimschoots overstijgt. Voorbeelden hiervan zijn het nieuwe 2,1GW aanlandstation in Wijk aan Zee met drie aanlandingen van wind op zee, een nieuw 150 kV-station nabij de Bazaar in Beverwijk-Oost, de aftakking van het hoofdwaterstofnetwerk NZKG naar het Tata-terrein en het bestaande 380 kV-station aan de Kagerweg. Kiezen voor een van de locaties ZW1 t/m ZW4 betekent dat de leefomgeving in een al zwaar belast deel van Nederland nog verder onder druk komt te staan. Vanuit gezondheidscondities gezien zijn de andere zoeklocaties meer geschikt. De directe effecten op de gezondheid zijn

62

Ontwikkelperspectief NZKG: 231219-nzkg-ontwikkelperspectief-boekje-spreads-lowres-def.pdf 380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 3 oktober 2025 – pag. 109 64 Zie o.a. Blik op leefomgeving en gezondheid voor de verstedelijkingstrategie Metropoolregio Amsterdam vanuit beschikbare data en trends. | RIVM en Industrie en Omwonenden - Onderzoeksraad voor Veiligheid 63

37

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

negatiever bij ZW3 en ZW4 dan bij ZW1 en ZW2. Met name bij ZW4 liggen er zeer veel geluidsgevoelige gebouwen binnen de 50 dB(A) contour. 65

Corridors en zoekgebieden t.o.v. Milieugezondheidsrisico in Noord-Holland

Combinatiekaart onderzoeken gezonde leefomgeving 66

Omgevingskwaliteit staat sterk onder druk & natuur- en recreatiewaarden worden aangetast Alle onderzochte zoeklocaties voor het zuidelijke station zijn vanuit het perspectief van omgevingskwaliteit ongewenst. Het nieuwe hoogspanningsstation sluit nergens aan op een bestaand bedrijventerrein en alle zoeklocaties liggen in Beschermd Landschap. Specifiek voor ZW1 t/m ZW4 geldt dat het Beschermd Landschap Assendelft en omgeving met zijn zeer open karakter het laatste stukje open landschap is, bekeken op een groter schaalniveau. De ligging is nabij stedelijk gebied van Zaanstad, Beverwijk en Heemskerk. De openheid van dit gebied is een groot contrast met het omliggende stedelijk gebied, en is een belangrijk recreatief uitloopgebied voor de inwoners van deze gemeentes. Het gebied bevat daarnaast waardevolle natuur o.a. in de vorm van weidevogelleefgebied. Afhankelijk van de zoeklocaties toont de planMER aan dat er (sterk) negatieve effecten zijn op weidevogelleefgebied, Natura 2000 en/of NNN en/of beschermde soorten. 67 (zie bijlage 3 voor een overzicht van de planMER resultaten voor de zuidelijke stations). Bovendien ligt in dit gebied een natuurverbinding. De meest westelijke zoekgebieden ZW1 en ZW2 liggen midden in het Oer-IJ gebied en in de bufferzone van het UNESCO-werelderfgoed Hollandse Waterlinies. Hiervoor geldt een ‘ja-mits-

65

918 gebouwen zie 380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 3 oktober 2025 – pag. 100 MRA: Eindverslag Verstedelijking MRA en Gezondheid | RIVM, 2021 Noord-Holland Noord: Gezonde leefomgeving en kwetsbaarheid Noord-Holland Noord 67 380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 3 oktober 2025 – pag. 37, 38, 86, 89, 91 66

38

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

regime’, wat betekent dat het station hier alleen gebouwd mag worden als het goed ingepast is en rekening is gehouden met de kernkwaliteiten van de Hollandse Waterlinies 68. Keuzes houden geen rekening met de water en bodem condities Alle zoeklocaties in het zuidwestelijke deel liggen op veengronden. Veengronden zijn instabiel, en klinken door veenoxidatie (het blootstellen van veengronden aan de lucht door verlaging van de grondwaterspiegel) verder in. Hetzelfde geldt voor de locaties ten noorden van Amsterdam. 69 Deze gronden zijn het meest ongeschikt om op te bouwen. Zoals aangegeven is het gebied tussen Beverwijk en Zaanstad in beeld voor waterberging, specifiek het diepste deel bij zoekgebied ZW4. Ook geldt voor ZW4 een grotere kans op overstroming (met een diepte van 2,05,0) waardoor het station hier opgehoogd dient te worden. 70 Dit zal slechts een tijdelijke oplossing zijn, omdat door de druk op de grond, de bodem extra hard daalt. Voorwaardes We stellen de volgende expliciete voorwaardes aan de ontwikkeling van het 380kV station op ZW1, ZW2, ZW3 of ZW4: • •

Maak nog geen keuze voor een van de vier zoeklocaties, maar behoud ruimte en flexibiliteit om tot het beste ontwerp in dit gebied te komen. Er vindt ruimhartig compensatie plaats. De maat en schaal van de aantasting van het landschap door zowel het station als het tracé zijn op dit moment nog niet te overzien. Daadwerkelijke compensatie van de aantasting vraagt om die reden een gezamenlijke aanpak, waarin nader te bepalen ruimhartige compensatieafspraken bestuurlijk moeten worden vastgelegd. In bovenstaande analyse is duidelijk te lezen op welke elementen het gebied ernstig wordt aangetast: het gebied zelf (sluit niet aan bij andere gebiedsopgaven en -processen), de verbinding met het stedelijk gebied (natuur- en recreatiewaarden worden aangetast) en vooral de leefbaarheid voor de inwoners. De compensatie vindt wat ons betreft plaats langs die drie lijnen, waarbij we ter illustratie noemen waarover afspraken moeten worden gemaakt: o Het gebied: Een toekomstgerichte opwaardering van het dan nog resterende buitengebied, door bijvoorbeeld:  Versterking OeR-IJ  Ontwikkeling van de Kil-zone.  Versterken en ontwikkelen biologische en kleinschalige landbouw in Wijkermeerpolder aansluitend op Heerenboeren / Rijk van Rorik / de groene Amsterdammer.

o De verbinding met de stad: Beter kunnen benutten van het resterende buitengebied door ontwikkeling van de stedelijke randen, bijvoorbeeld:  Park Omzoom  Park Hoogtij en Park Nauerna  Velsen Noord + Aagtendijk + Kagerweg  Maar ook in algemene zin de aanlooproutes en verbindingen tussen stad en land vergroenen o Bewoners/ Leefbaarheid en gezondheidscondities: Opzetten van een leefbaarheidsfonds waarmee de meest-geraakte bevolking zelf keuzen kan maken om de compensatie daadwerkelijk vorm te geven. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan versterking van zones in het geraakte gebied, maar ook

68

380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 3 oktober 2025– pag.93 380kV planMER hoofdrapport – samenvatting d.d. 3 oktober 2025 pagina 195 70 380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 3 oktober 2025– pag.131 en 380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 8 augustus 2025– pag.123 69

39

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

•

•

• •

•

gebieden elders in de stad, die de rol van het aangetaste gebied deels kunnen overnemen. De ontwikkeling van een krachtig en blijvend landschappelijk raamwerk, blijvende investeringen in landschap en beheer én het instellen van adequate beschermingsregimes. Het gebied is een belangrijk uitloopgebied voor een omgeving waar de leefbaarheid ook op andere vlakken onder druk staat. Ook kwaliteiten als openheid en historische gaafheid van het landschap zijn hier schaarser dan in bijvoorbeeld de noordoostflank van de MRA. Reden om hier extra zorgvuldig te zijn bij positionering en inpassing van het station. Geen ruimte voor systeembatterijen of andere energetische functies bij dit station. Mogelijke toekomstige ontwikkelingen zoals uitbreiding van het station, een aanlanding, systeembatterijen en/of de vestiging van energie gerelateerde bedrijven kunnen de doodssteek zijn voor de nog resterende landschapskwaliteiten. Wanneer NNN wordt aangetast dient dit zo veel mogelijk gemitigeerd te worden. Waar dit niet mogelijk is, vindt compensatie plaats volgens de uitgangspunten van de OV NH2022. De natuurverbinding in dit gebied dient ook tijdens de werkzaamheden beschikbaar te zijn. Als de verbinding wordt aangetast, dient hier compensatie voor plaats te vinden.

Het is aan de initiatiefnemer om de exacte maatvoering van de verbindingszones te bepalen en te onderzoeken of het project hieraan raakt. Starten van een ontwerpend onderzoek dat de volgende producten oplevert: o Ruimtelijke strategische gebiedsvisie  Beschrijft de ruimtelijk-strategische aspecten van het station in relatie tot bredere opgaven in de omgeving, zoals woningbouw, mobiliteit, energie, natuur en waterbeheer.  Legt vast hoe deze opgaven en het station elkaar wederzijds kunnen versterken, en biedt een kader voor toekomstige ontwikkelingen in het gebied. o Landschapsplan (ruimtelijke inpassing en bescherming)  Richt zich op een hoogwaardige landschappelijke inpassing van het station, met behoud van de nog aanwezige kwaliteiten zoals openheid en historische gaafheid van het landschap.  Ontwikkelt een krachtig en blijvend landschappelijk raamwerk, borgt blijvende investeringen in landschap en beheer, en voorziet in adequate beschermingsregimes. o Bijvoorbeeld: Onderzocht moet worden of het resterende deel van de Wijkermeerpolder en de nog zichtbare structuren van het Oer-IJ kan worden ontwikkeld als landschapspark, waarmee wordt bijgedragen aan waterhuishouding, recreatie, cultuurhistorie, erfgoed en een gezonde leefomgeving.

Daarbij kan dit park tevens dienen als klimaatbuffer voor het station, waardoor grillen van klimaatveranderingen beter kunnen worden opgevangen en de maatregelen voor de vitale en kwetsbare infrastructuur minder ingrijpend hoeven te zijn. We zien de Houtrakpolder bij A9 Zuid als voorbeeld, waar gewerkt wordt aan een breder landschapsplan in samenhang met de nieuwe e-infra. Inpassing van het nieuwe station wordt gecombineerd met het versterken van het landschap, de recreatieve én de ecologische waarde van het gebied.

40

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

6.

Aanlandtracés en locatie converters A9 Zuid

Het project A9 zuid beoogt een nieuw 380 kV-station in of tegen Westpoort te realiseren. Recent is duidelijk geworden dat het locatiebesluit niet meer in 2025 genomen gaat worden. Daarmee komt dit besluit ná de deadline van het regioadvies te liggen. Hoe hiermee om te gaan is onderwerp van discussie tussen PNH en KGG. De hal waar de converters in staan is tot 25 meter hoog en is blokvormig, daarom sluit dit het beste aan bij de bedrijven in de haven. Vanuit landschappelijk oogpunt is een locatie in de Houtrakpolder ten westen van de Machineweg ongewenst. Onze voorkeur gaat uit naar een locatie ten oosten van de Machineweg (zoekgebied A9Z-C2). Dit heeft tot gevolg dat het converterstation waarschijnlijk vanuit zee gezien ‘achter’ het (nog te realiseren) transformatorstation komt te liggen. Hoewel dit ingaat tegen het uitgangspunt van VAWOZ, is dit in dit geval te rechtvaardigen vanuit het landschappelijke belang. Over de precieze locatie voor een converter binnen zoekgebied A9Z-C2 kunnen we op dit moment nog geen uitspraak over doen maar moet in de vervolgfase nader bekeken worden, dit sluit aan bij het onderzoekskarakter van het programma VAWOZ. Tracékeuze ondergrondse kabel Richting A9 Zuid zijn tracés onderzocht vanuit Egmond, Castricum, Velsen-Noord en IJmuiden.

De tracés door IJmuiden worden als zeer negatief beoordeeld op het gebied van Natura 2000 die niet te mitigeren is 71. Deze zijn deze tracés niet wenselijk.

Het tracé over het terrein van Tata Steel (zie afbeelding) heeft de voorkeur vanuit de omgeving 72 boven een tracé door de Zeestraat, ook komt deze niet slecht uit de IEA naar voren 73. Wel zijn deze afhankelijk van de (geluids)ruimte op het TSN terrein. Om dit mogelijk te maken roepen we het Rijk op om hier met TSN nadere afspraken over te maken. In de huidige verwachting is dit op 71 Paragraaf 5.2.11 – H5 planMER: ‘Er is sprake van directe, tijdelijke aantasting, hierom krijgt de route een zeer negatieve score (- -). Na mitigatie, zoals het werken met stille machines en buiten de kwetsbare periodes, zullen er minder effecten van verstoring door de ingreep van het N2000-gebied plaatsvinden. Er zal echter nog wel sprake zijn van directe, tijdelijke habitataantasting van N2000-gebied, in verband met het in- en uittredepunt bij de locatie. Hierom blijft de score na mitigatie hetzelfde.’ 72 VAWOZ IEA – deelrapport D – paragraaf 3.3.3 – “De route van een eventuele aanlanding bij Tata Steel moet dan ook via het Tata Steel-terrein worden doorgeleid en niet opnieuw via de Zeestraat, parken en de openbare groene ruimte.” 73 VAWOZ plan-MER – samenvatting

41

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

zijn vroegst na 2039 mogelijk, om dit te versnellen is aanvullende inzet nodig. Omdat hetzelfde gebied ook in beeld is voor de aanlanding van het 700 MW windpark op het 150 kV-station Velsen en mogelijk ook voor aanlandingen in de verdere toekomst, adviseren we de minister om hier rekening mee te houden en te kiezen voor een bundeling van kabels voor meerdere windparken. Na doorkruising van het TSN terrein splitsen de routes in drie varianten. De noordelijke variant (VNH-A9Z1-E) doorkruist het veengebied in de Wijkermeerpolder en is daarmee niet wenselijk. De middelste variant (VNH-A9Z3-E) heeft meerdere doorkruisingen van waterkeringen en is daarom ook niet wenselijk. De zuidelijke variant (VNH-A9Z2-E) bundelt voor een groot deel met de A9 en heeft een zuidelijke aanloop richting Westpoort, hierdoor wordt een mogelijk knelpunt met de reservering voor een mogelijk nieuw havenbekken 74 in de Houtrakpolder voorkomen. Daarom vinden wij het zuidelijke tracé (VNH-A9Z-2-E) het meest wenselijk. De tracés vanuit Egmond en Castricum komen als haalbaar uit het onderzoek naar voren. Echter loopt het tracé via Castricum door een grondwaterbeschermingsgebied en waterwingebied. Vanwege de toenemende vraag naar zoetwater is het verstandig om dit gebied zo veel mogelijk te ontzien om toekomstige uitbreidingen van het waterwingebied niet in de weg te zitten.

Voor de routes vanuit Egmond is dit niet het geval omdat de duinenrij hier smaller is en daarom minder kansrijk als nieuw waterwingebied. Daarom beoordelen we een route vanuit Egmond naar A9 Zuid als meest kansrijke alternatief voor de route VNH-A9Z-2-E. Een aanlanding via Castricum is voor ons onacceptabel vanwege de beschikbaarheid van zoetwater, nu en in de toekomst. Mocht er, tegen ons advies in, binnen het project NNHN gekozen worden voor de donkerblauwe corridor, is een aanlanding via Egmond voor ons niet bespreekbaar om een onevenredige stapeling van impact te voorkomen. In de Verschillen- en gevoeligheidanalyse van VAWOZ zijn er, op een later moment binnen het onderzoeksproces, een aantal alternatieve routes vanuit o.a. Egmond naar station Vijfhuizen bekeken 75. Deze routes kunnen ook aantakken op de routes naar A9-Zuid. Wij hebben op dit moment te weinig zicht op de gevolgen om hier een keuze in te maken, daarom adviseren we de minister om al deze alternatieven te betrekken bij de vervolgprocedure (mits de route over Tata terrein niet haalbaar blijkt). Voor alle routes vanuit Egmond plaatsen we de kanttekening dat dit de langste routes over land zijn binnen Noord-Holland, dit vraagt om goede afstemming met omgevingspartijen en een goede compensatieregeling. Voorwaardes: • • • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16364276/1