CConstaterende datHeemskerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. regioadvies VAWOZ & 380kV NNHN

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente HeemskerkBij agendapunt: Vaststellen lijst van ingekomen documenten23.673 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De locatie voor een converterstation wordt gezocht in het zoekgebied A9Z-C2, ten oosten van de Machineweg. Het gekozen tracé moet een mogelijk toekomstige havenbekken in de Houtrakpolder niet onmogelijk maken. Het gekozen tracé dient een mogelijke toekomstige (piek)waterberging in de Houtrakpolder niet onmogelijk te maken. Afspraken tussen Rijk en TSN over hoe kabeltracés (van meerdere windparken) in te passen in de terreinindeling.

74

De Houtrakpolder is in beeld is voor onder meer de plaatsing van een 380kV station en (piek)waterberging. Om dit gestalte te kunnen geven is het wel noodzakelijk dat de huidige strategische reservering voor een havenbekken komt te vervallen. In het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied (2023) is beschreven onder welke condities dat kan gebeuren. Zo lang het daadwerkelijk besluit over de lange termijn invulling van de Houtrakpolder nog niet is genomen wordt rekening gehouden met alle lange termijn mogelijkheden. 75 VAWOZ IEA - Deelrapport Verschillen- en gevoeligheidsanalyse

42

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

•

• •

•

Ruimhartige en passende compensatie voor de gemeenten/gebieden waar het ondergrondse tracé doorheen gaat is noodzakelijk. Zowel bij doorkruisen van de duinen en het landelijk gebied als bij het doorkruisen van kernen. Het gebied ondervindt door de aanleg op korte en lange termijn gevolgen door opgelegde ruimtelijke beperkingen. We verwachten een ruime compensatie op het gebied van leefbaarheid voor de inwoners en compensatie voor de economische schade van ondernemers wanneer het tracé door of langs kernen zoals Velsen en Beverwijk komt. Ook pleiten we voor werk met werk maken op de locaties waar werkzaamheden gaan plaats vinden. o Concreet vragen we ruimhartige compensatie voor diegene die getroffen worden door beperking als gevolg van de kabeltracés. o Ook geldt een nadrukkelijk voorwaarde dat het tracé geen opgaande elementen als hekken, struiken, bouwwerken bevat, maar slechts “putdeksels”. Het gekozen tracé en de locatie van het converterstation voldoet aan de afspraken voor de Houtrakpolder zoals vastgelegd in de Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG 2025-2029. Het converterstation dient minimaal op NAP te worden aangelegd om overstromingsgevaar te voorkomen. Als het station lager wordt geplaatst, kan dit leiden tot hogere overstromingsrisico’s en mogelijk een herindeling van regionale keringen naar een hogere risicoklasse.

Eventuele kosten voor dijkversterking, beheer en onderhoud komen in dat geval volledig voor rekening van de initiatiefnemer. Als er een dijk rond het station wordt aangelegd, ligt het beheer en onderhoud bij de initiatiefnemer. De bestaande waterstaatkundige functies, waaronder die van de sloot naast de Machineweg (Machinetocht), moeten behouden blijven. Worden deze functies beïnvloed, dan is de initiatiefnemer verplicht om op eigen kosten compenserende maatregelen te treffen. Bovendien moet voldoende ruimte beschikbaar blijven voor aan- en afvoer van water, zodat toekomstige piekberging mogelijk blijft. Het ontwerp moet zodanig worden afgestemd dat het raakvlak met piekwaterberging geen knelpunten veroorzaakt voor waterveiligheid en waterhuishouding.

43

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

7.

Grootschalige Elektrolyse

Binnen het programma VAWOZ wordt ook gezocht naar de toegevoegde waarde en mogelijkheden van elektrolyse in de buurt van de aanlandplekken. Uit de IEA blijkt dat alle gebieden (uitgezonderd één zoekgebied in de buurt van Agriport A7) als zeer negatief worden beoordeeld 76. Daarnaast tellen de huidige initiatieven in Noord-Holland al op tot bijna 1 GW. We zien op dit moment geen behoefte aan aanvullende grootschalige elektrolyse. Dit is in lijn met het Waterstofprogramma van de provincie Noord-Holland waarin opgenomen is dat we de plannen tot 2030 ondersteunen maar voor de periode daarna nog een ambitie opstellen die te dragen is door de omgeving 77. Omdat de behoefte aan regelbaarvermogen wel uit het onderzoek naar voren komen, adviseren we het Rijk om afspraken te maken met de huidige initiatiefnemers over hoe zij deze rol kunnen vervullen. Het meest concreet gaat dit over het project van HyCC voor de realisatie van een 500 MW elektrolyser in Westpoort, de plannen van Vattenfall bij de Hemwegcentrale en de ontwikkelingen van Statkraft in de omgeving van Den Helder. Hierbij vragen we aandacht voor de mogelijke negatieve effecten van de reststromen die vrijkomen bij elektrolyse. Deze mogen geen negatieve consequenties hebben op de waterkwaliteit. Voorwaardes: •

Het waterstofecosysteem mag geen negatieve consequenties hebben op de beschikbaarheid van zoetwater en de waterkwaliteit (waterstofprogramma NH)

76 Bijlage H – IEA – paragraaf 5.2: ‘Binnen de regio Noord-Holland lijkt NNHNn-E1a het minst negatief beoordeeld. Alle andere zoekgebieden hebben twee of drie zeer negatieve (--) beoordelingen.’ 77 Waterstofprogramma Noord-Holland 2025-2027 – Paragraaf ‘2.1.4 Productie’

44

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

8.

Doorkijk langere termijn

De onzekerheid in de vraagontwikkeling en het eerder genoemde knelpunt 380 kV Randstadring 78 leggen beperkingen op aan wat er mogelijk is. Pas wanneer een adequate oplossing is gevonden óf wanneer de lokale elektriciteitsvraag meer toeneemt en grote transporten kunnen worden voorkomen, komt een eventuele 4e en 5e aanlanding wat ons betreft in beeld. 4. Aanlanding en aansluiting op Tata Steel terrein Als er in de toekomst voldoende elektriciteitsvraag op de locatie van TSN ontwikkeld is, komt dit gebied in beeld voor een aanlanding met aansluiting op een (nieuw) hoogspanningsstation. Dit zal wel op de langere termijn zijn, op dit moment is er namelijk geen zekerheid dat de lokale elektriciteitsvraag en ruimte (fysiek, milieu en geluid) op het terrein tijdig beschikbaar is. Mocht dat het geval zijn is dit een goede bundeling van vraag en aanbod en past dit binnen de huidige bestemming van het gebied. We plaatsen deze optie nadrukkelijk binnen de bredere context van leefbaarheid in de IJmond. Een aanlanding met aansluiting op het terrein van TSN moet een nettopositieve invloed hebben op de leefbaarheid doordat het bijvoorbeeld een bijdrage levert aan de verduurzaming van de industrie. Ook benadrukken we dat eventuele vertraging in de transformatie van de industrie niet mag leiden tot het zoeken naar een andere locatie buiten het hek van TSN. 5.

380 kV-station A9-zuid of Vijfhuizen Voor een tweede aanlanding (bovenop de eerder genoemde aanlanding) op station A9-zuid zijn er aanvullende maatregelen nodig. Er is een extra uitbreiding van het station met 3 ha nodig om klantvelden (‘stopcontacten’ voor grote invoeders of afnemers van elektriciteit) te realiseren. Dit is niet bij alle locaties die onderzocht worden mogelijk. Daarnaast is het uitgangspunt vanuit systeemintegratie 79 dat er in de omgeving aanvullende elektriciteitsvraag gerealiseerd wordt die ook (deels) het windprofiel moet volgen. 80 Mocht er voor A9-zuid voor een locatie worden gekozen waar geen extra uitbreiding mogelijk is of mocht de elektriciteitsvraag op A9-zuid onvoldoende groeien, maar wél op het 380 kV-station Vijfhuizen, dan is aansluiting op station Vijfhuizen een overweging. Station Vijfhuizen wordt namelijk uitgebreid met 3 velden die beschikbaar zijn voor een aanlanding. Echter past een converter niet bij het doel en hoogte van dit bedrijventerrein. Bij aansluiting op station Vijfhuizen heeft het onze voorkeur om de converter in/bij de Amsterdamse haven te plaatsen. De Port of Amsterdam heeft aangegeven ruimte te zien voor één converterstation in de haven.

Een tweede converter zal dan buiten de huidige contouren van de haven een plek moeten vinden, aandachtspunt hierbij is dat het tweede converterstation niet in een open polder geplaatst moet worden maar ook ten oosten van de Machineweg. Om een geordende ontwikkeling mogelijk te maken kan het helpen als TenneT een strategische grondaankoop doet waar meerdere energieinfraprojecten gerealiseerd kunnen worden. Vanwege de eerder genoemde onzekerheden adviseren wij de minister om meerdere opties open te houden en later een keuze te maken omtrent deze aanlanding.

IEA VAWOZ – Hoofdrapport – paragraaf 3.4.7 IEA VAWOZ – Bijlage B – tabel 8-1 80 Bijvoorbeeld via de plannen van HyCC en Vattenfall voor de bouw van elektrolysers. 78 79

45

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

Overige aandachtspunten •

•

•

•

Nauw betrekken van alle overheden bij vervolgprocedures. Om de beoogde kwaliteit waar we in dit advies voor pleiten te behalen is een structurele samenwerking van alle overheidslagen nodig. Dit regioadvies doet niets af aan de mogelijkheid voor individuele overheden om een zienswijze in te dienen op (onderdelen van) het conceptprogramma VAWOZ en de ontwerp-voorkeursbeslissing van de 380 kV NNHN. Mocht nieuwe informatie leiden tot significante andere inzichten over bijvoorbeeld de onderzochte corridors, tracés of zoekgebieden dan willen we hierover opnieuw met de minister en met elkaar in gesprek. Ook willen wij – in ieder geval na het afgeven van het regioadvies, maar voor het nemen van de Voorkeursbeslissing en het vaststellen van het concept-programma VAWOZ - met de minister in gesprek om invulling aan de (rand)voorwaarden te geven en deze vast te leggen in bestuurlijke afspraken.

46

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

Bijlages 1. Uitvraag regioadvies 2. Overzicht Resultaten Noordelijk Station planMER 3. Overzicht Resultaten Noordelijk Station planMER 4. Vergelijking 5 varianten: 3 hoofdcorridors, Groen via P15 en Rood vanaf Wijdewormer 5. Analyse vijf noordelijke corridor varianten

47

> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Klimaat en groene Groei

Aan: Colleges van BenW, Gedeputeerde Staten en Dagelijkse Besturen van de waterschappen in Noord-Holland waarvan het project netuitbreiding 380kV Noord-Holland Noord en/of het programma VAWOZ (2031-2040) raken aan hun grondgebied.

Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/kgg Behandeld door ir. S.J. Voest

Datum Betreft

28 maart 2025 Uitvraag gezamenlijk en samenhangend advies van regionale overheden in Noord-Holland over het project 380kV NNHN en programma VAWOZ (2031-2040).

T 070 757 3543 s.j.voest@minezk.nl Ons kenmerk KGG / 97684530 Uw kenmerk

Geachte Colleges van B&W, Gedeputeerde Staten en Dagelijkse Besturen van de waterschappen in Noord-Holland,

Bijlage 1

Bij dezen wil ik u vragen om gezamenlijk een samenhangend regioadvies te gaan opstellen over het Programma VAWOZ 2031-2040 (programma VAWOZ) en het project netuitbreiding 380kV-Noord-Holland Noord (380kV-NNHN). In 2024 hebben het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) en de regionale overheden de wens uitgesproken voor één gezamenlijk regioadvies voor de 380kV-NNHN en het proramma VAWOZ. Deze wens is geuit vanwege de inhoudelijke samenhang tussen het project en het programma. Daarnaast is besloten dat de provincie Noord-Holland het opstellen van een gezamenlijk regioadvies zal gaan coördineren. De Minister van KGG stelt het zeer op prijs dat de provincie deze complexe rol oppakt. Ik vraag u om uiterlijk 19 december 2025 het regioadvies toe te sturen aan de Minister van KGG. Op dit moment wordt voor beide trajecten nog onderzoek gedaan voor het opstellen van de Integrale Effect Analyses (IEA) en de planMER’ren. Voor programma VAWOZ wordt daarnaast nog onderzocht hoeveel elektriciteit geproduceerd op zee ingevoerd kan worden op het (toekomstige) Noord-Hollandse 380kV-hoogspanningsnet. In de bijlage bij deze brief kunt u meer lezen over: • Op welke vragen het regioadvies in dient te gaan en welke uitgangspunten en randvoorwaarden gelden. • De aanleiding en de nut en noodzaak van beide trajecten. • De inhoudelijke en ruimtelijke samenhang van beide trajecten.

Pagina 1 van 2

Op 15 mei en 1 juli zullen de projectteams van de beide trajecten sessies organiseren om de onderzoeksresultaten met u te delen. De eerste sessie zal een globaal overzicht bieden van de bevindingen, en de tweede sessie zal een gedetailleerde, warme overdracht zijn van de inhoudelijke documenten. Ik hoop dat dit u helpt bij het opstellen van uw regioadvies. Ik ben mij ervan bewust dat ik een complexe vraag aan u stel. Het project 380kV-NNHN en programma VAWOZ zijn grootschalige energie-infrastructuur projecten waar veel bewoners in Noord-Holland mee te maken krijgen. Het is daarom geen sinecure om met zo veel overheden te komen tot een gezamenlijk onderschreven regioadvies. Het belang van de twee projecten is echter groot, voor zowel de energievoorziening van Noord-Holland maar ook voor het slagen van de energietransitie in Nederland. Uw advies zal ons helpen om de juiste keuzes te maken voor de voortgang van deze complexe projecten. Daarom wil ik u bij voorbaat hartelijk danken voor uw inspanningen en uw advies.

Klimaat en groene Groei

Ons kenmerk KGG / 97684530

De Minister van Klimaat en Groene Groei, namens deze:

Marc Hoenders Directeur Directie Realisatie Energietransitie

Pagina 2 van 2

Bijlage 1 Toelichting uitvraag samenhangend regioadvies 380kVNNHN en Programma VAWOZ 1. Scope van het samenhangende regioadvies

Klimaat en groene Groei

Ons kenmerk KGG / 97684530

Het samenhangend regioadvies zal in moeten gaan op een aantal vragen om goed meegenomen te kunnen worden in de te maken afwegingen. Hieronder worden de vragen voor zowel project 380kV-NNHN als voor programma VAWOZ opgesomd. Ik stel het op prijs wanneer u de voorkeur(en) in het regioadvies onderbouwt met informatie uit de plan-MER en IEA en toelicht door de belangen en belangenafweging van de medeoverheden uiteen te zetten. Project 380kV-NNHN Ten behoeve van het project 380kV-NNHN vraag ik u advies te geven over onderstaande vragen: 1. Welke stationslocatie voor het noordelijke 380/150kV-hoogspanningsstation heeft uw voorkeur? 2. Welk 150kV ondergronds kabeltracé voor het verbinden van het noordelijke 150/380 kV-hoogspanningsstation met het bestaande station Middenmeer150kV heeft uw voorkeur? 3. Welke stationslocatie voor het zuidelijke 380kV-hoogspanningsstation heeft uw voorkeur? 4. Welke corridor (en eventuele verbindingsstukken) voor het verbinden van het zuidelijke met het noordelijke hoogspanningsstation heeft uw voorkeur? In het geval er één mastenrij komt voor het oplossen van de netcongestie. 5.

Welke corridor of corridors voor het verbinden van het zuidelijke met het noordelijke hoogspanningsstation heeft uw voorkeur indien er twee mastenrijen komen? Kunt u aangeven of u de voorkeur heeft om de mastenrijen naast elkaar te plaatsen, of dat de mastenrijen (geheel of gedeeltelijk) een eigen route volgen? 6. Blijven de voorkeurslocaties voor de stations en tracé staan indien er aangeland wordt in de Kop van Noord-Holland? Zo nee, wat heeft uw voorkeur? 7. Blijven de voorkeurslocaties voor de stations en tracé staan indien er aangeland wordt bij het zuidelijke station? Zo nee, wat heeft uw voorkeur? 8. Blijven de voorkeurslocaties en tracé staan indien er aangeland wordt in de Kop én bij het zuidelijke station? Zo nee, wat heeft uw voorkeur? 9. Welke aandachtspunten wil de regio meegeven ten aanzien van de corridors en de twee stationslocaties waar de voorkeur naar uit gaat? Programma VAWOZ Er is een aanzienlijke kans dat er zowel in de Kop van Noord-Holland als in het Noordzeekanaalgebied elektriciteit geproduceerd op zee, aangeland moet gaan worden. Ook kan dit betekenen dat er mogelijk meerdere aanlandingen in de Kop van Noord-Holland nodig zullen zijn. Ik vraag u om hier in uw regioadvies rekening mee te houden. Met dit in het achterhoofd wil ik u vragen om advies te geven over de volgende vragen; Elektrische verbindingen 1.

Welke twee aanlandingslocaties hebben uw voorkeur en welke voorkeursvolgorde heeft u voor een mogelijke derde, vierde en vijfde aanlanding? 2. Welke aandachtspunten en aanbevelingen geeft u mee ten aanzien van één of meerdere aanlandingen op de volgende (nieuwe) 380kVPagina 1 van 5

hoogspanningsstations (380kV Vijfhuizen, 380kV A9-Zuid, 380kV Zuidelijk station NNHN, 380kV Noordelijk station NNHN)? 3. Welke ondergrondse kabeltracés en welke converterstationslocaties hebben uw voorkeur bij de hierboven genoemde aansluitlocaties? 4. Welk ondergronds tracé adviseert u voor de aanlanding van een 700MW AC kabel op het bestaande hoogspanningsstation 150kV Velsen en welke aandachtspunten wilt u voor dit alternatief meegeven? 5. Welke aandachtspunten en aanbevelingen wilt u meegeven ten aanzien van de mogelijke vervolgprocedures voor de verschillende aanlandingen.

Klimaat en groene Groei

Ons kenmerk KGG / 97684530

Waterstofverbindingen 6. Welke aandachtspunten, voorkeursvolgorde en aanbevelingen geeft u mee ten aanzien van de onderzochte buisleiding tracés, aanlandstations en aanlandlocaties voor de aanlanding van waterstof geproduceerd op zee? Locaties voor grootschalige elektrolyse 7. Welke aandachtspunten geeft u mee voor de onderzochte locaties voor de mogelijke vestiging van grootschalige elektrolyse? Mocht gedurende het opstellen van het regioadvies aanvullende informatie beschikbaar komen die relevant is voor de besluitvorming over Programma VAWOZ of het project 380kV NNHN, bijvoorbeeld over andere planologische trajecten of raakvlakprojecten, dan wil ik u vragen u mij hierover te informeren en deze te betrekken bij uw advisering.

2. Uitgangspunten en randvoorwaarden Om u richting mee te geven voor het opstellen van het gezamenlijke regioadvies en om te zorgen dat dit regioadvies zo goed mogelijk benut kan worden bij de besluitvorming over beide trajecten, geef ik hier een aantal uitgangspunten en randvoorwaarden mee voor het opstellen van het gezamenlijke regioadvies. • Het regioadvies moeten passen binnen de onderzoekstracés en de zoeklocaties zoals geformuleerd in de NRD’s van beide trajecten en kunnen worden gebaseerd op de onderzoeksresultaten uit de planMER’ren en IEA’s van beide trajecten. • De definitieve onderzoeken kunnen nog leiden tot niet-vergunbare of nietmaakbare tracés en locaties. Het is dus mogelijk dat voor Programma VAWOZ en/of 380kV NNHN er nog tracés of locaties komen te vervallen op basis van de uitkomsten van de planMER en IEA. Op het moment dat er vanuit één van beide trajecten voorgesteld wordt om (delen van) tracés of zoeklocaties te laten afvallen, dan wordt bezien wat de consequenties zijn voor het andere traject. Uitgangspunten en randvoorwaarden t.a.v. het project 380kV-NNHN • Bij de start van project 380kV-NNHN zijn uitgangspunten geformuleerd in het voornemen en voorstel voor participatie.1 Deze ziet het Ministerie van KGG als randvoorwaarden voor het regioadvies om over te kunnen nemen door de Ministers.

• Bij de start van de 380kV-NNHN zijn de opgaven geformuleerd in het voornemen en voorstel voor participatie.2 Het kunnen realiseren van deze opgaven ziet het ministerie van KGG als randvoorwaarde voor het regioadvies om over te kunnen nemen door de Ministers.

1 2

Zie: Voornemen en voorstel voor participatie - 380 kV Netuitbreiding Noord-Holland Noord. Zie: Voornemen en voorstel voor participatie - 380 kV Netuitbreiding Noord-Holland Noord. Pagina 2 van 5

Uitgangspunten en randvoorwaarde voor programma VAWOZ: • In de cNRD voor het Programma VAWOZ zijn diverse uitgangspunten opgenomen. Deze ziet het ministerie van KGG als randvoorwaarden voor het regioadvies om over te kunnen nemen door de Ministers. • Op basis van de systeemintegratiestudies wordt duidelijk hoeveel elektrische aanlandingen er technisch maximaal gerealiseerd kunnen worden in de provincie Noord-Holland. • Uitgaan van één aanlanding van waterstofbuisleidingen in provincie NoordHolland. • Bij iedere aansluiting op een 380kV-hoogspanningsstation is het noodzakelijk om binnen een straal van 6 kilometer van het 380kV-hoogspanningsstation een convertorstation van 5,5 ha te realiseren. Op het 150kVhoogspanningsstation Velsen is het nodig dat eerst de huidige aangesloten restgastcentrales van Vattenfall uit dienst gaan. • Om meer dan één aanlandingen in de Kop van Noord-Holland te kunnen realiseren, zijn twee mastenrijen nodig in plaats van één mastenrij. • Binnen Programma VAWOZ wordt onderzoek gedaan naar kansrijke locaties voor elektrolysers nabij aansluitlocaties op land. Het uitgangspunt is dat de grootschalige elektrolysers op dezelfde 380kV-hoogspanningsstations worden aangesloten als waar een converterstation op wordt aangesloten.

Klimaat en groene Groei

Ons kenmerk KGG / 97684530

3. Aanleiding en noodzaak 380kV-NNHN Het gebruik en transport van elektriciteit in Nederland neemt al tientallen jaren toe. Ook in Noord-Holland Noord (het gebied boven het Noordzeekanaal tot en met de Kop van Noord-Holland) groeit de vraag naar elektriciteit snel. TenneT gebruikt prognoses om een tweejaarlijks investeringsplan op te stellen. Uit het investeringsplan tot 2031 blijkt het volgende: • Dat de komende jaren een verdubbeling van de vraag naar elektriciteitstransport verwacht wordt in Noord-Holland Noord. • Dat er nu al verschillende knelpunten in het huidige 150 kV-netwerk in NoordHolland Noord zijn. Deze worden de komende jaren erger. • Daarnaast komen er nieuwe knelpunten bij, doordat er steeds meer transportcapaciteit wordt gevraagd door een toenemende vraag en aanbod van elektriciteit. • De verwachte druk op het elektriciteitsnet van Noord-Holland Noord is in 2030 zo groot, dat dit niet met een versterking van het huidige 150 kV-net kan worden opgelost. Het is noodzakelijk dat er een uitbreiding van het 380 kVnet komt dat aansluit op het bestaande 150 kV hoogspanningsstation Middenmeer om leveringszekerheid in de gehele regio te kunnen garanderen. Het project 380kV NNHN is in 2023 gestart om de benodigde 380kV-netuitbreiding te realiseren en om zo de netcongestie op te lossen. Er wordt nu door TenneT onderzoek gedaan voor het opstellen van het plan-MER en IEA.

Op basis van de plan-MER, IEA, een advies daarover van de Commissie m.e.r. en het regioadvies neemt de minister van KGG, in overeenstemming met de minister van VRO de voorkeursbeslissing voor het project 380 kV NNHN. Het regioadvies heeft een belangrijke adviserende rol in het besluitvormingsproces. KGG verwacht begin 2026 de concept ontwerp-voorkeursbeslissing met u te kunnen bespreken. Daarna wordt deze gepubliceerd en is het voor eenieder mogelijk een zienswijze in te dienen. In de zomer of het najaar van 2026 wordt de definitieve voorkeursbeslissing gepubliceerd. Dan is duidelijk welke onderzoeklocaties voor de hoogspanningsstations en welke corridor(s) nader onderzocht worden binnen het plan-MER.

Pagina 3 van 5

Programma VAWOZ Nederland heeft de ambitie om onafhankelijk te worden in haar energievoorziening, willen we de leveringszekerheid borgen en willen we in 2050 klimaatneutraal zijn. Dit betekent dat er grote hoeveelheden hernieuwbare energie nodig is, bestaande uit onder andere elektriciteit en CO₂-arm geproduceerd waterstof. Om dit te bereiken, is de tijdige ontwikkeling van grootschalige windenergie op zee cruciaal. Het Programma VAWOZ onderzoekt daarom hoe de energie van, nog te bouwen, windparken op zee aan land kan worden gebracht in de vorm van elektriciteit of waterstof. Ook kijkt het Programma VAWOZ naar de mogelijke ruimtelijke inpassing van grootschalige elektrolyse op land gekoppeld aan de aanlanding wind op zee.

Klimaat en groene Groei

Ons kenmerk KGG / 97684530

In de praktijk betekent dit dat er in Noord-Holland in de periode van 2031-2040 veel grootschalige energie-infrastructuur voor elektriciteit en waterstof bijgebouwd zal gaan worden. Deze infrastructuur is ook nodig voor de verduurzaming van de Noord-Hollandse industrie en biedt kansen voor economische structuurversterking in de gehele provincie. Op basis van de adviezen vanuit de diverse regio’s, de input van de brede omgeving, het advies van de Commissie m.e.r., het advies van het Omgevingsberaad Wadden en het Bestuurlijk Overleg Wadden, het advies van Rijkswaterstaat, raadpleging van het Noordzeeoverleg en de onderzoeksresultaten stelt het ministerie van KGG een concept van het ontwerp-programma op. Hierin wordt een selectie gemaakt van meest kansrijke alternatieven, dit noemen we voorkeursalternatieven. Deze zal met u worden besproken. Naar verwachting kan het ontwerp-programma in juni 2026 ter inzage worden gelegd. Zodra de zienswijzen zijn beantwoord en verwerkt zal de ministerraad naar verwachting eind 2026 het Programma VAWOZ vaststellen en besluiten voor welke alternatieven ruimtelijke procedures gaan starten. Na afronding van Programma VAWOZ worden de voorkeursalternatieven verder uitgewerkt in een eigen projectprocedure.

4. Samenhang tussen 380kV NNHN en Programma VAWOZ De samenhang tussen project 380kV NNHN en Programma VAWOZ is als volgt; • Binnen het project 380kV NNHN wordt gezocht naar locaties voor twee nieuwe hoogspanningsstations; één in het noorden nabij station Middenmeer150kV en één in het zuiden tussen Beverwijk en Diemen. Voor beide stations zijn nog diverse zoekgebieden in studie. Programma VAWOZ onderzoekt voor beide hoogspanningsstations of daar mogelijk aangeland kan worden. • Indien vanuit Programma VAWOZ wordt besloten om op één of beide van deze nieuwe hoogspanningsstations aan te sluiten, dan zal er binnen een straal van 6 kilometer van deze locatie(s) ook een convertorstation gebouwd moeten worden. • Als er in de Kop van Noord-Holland meerdere aanlandingen gerealiseerd worden voor elektriciteit geproduceerd op zee, dan is er een dubbele rij hoogspanningsmasten door Noord-Holland nodig. Binnen het project 380kV NNHN worden tracés onderzocht waar een mogelijke tweede mastenrij geplaatst zou kunnen worden. • Kaart 1. laat zien welke zoeklocaties voor waterstofaanlandzones, hoogspanningsstations en convertorstations en welke tracés voor hoogspanningsmasten, ondergrondse elektriciteitskabels en waterstofroutes bestudeerd worden in beide onderzoekstrajecten. Hiermee wordt ook helder dat er een grote inhoudelijke samenhang is tussen beide trajecten.

Een locatie of tracékeuze in het ene traject heeft dus direct gevolgen voor de keuzes die in het andere traject gemaakt moeten worden. Pagina 4 van 5

Klimaat en groene Groei

Ons kenmerk KGG / 97684530

Kaart 1. Samenhang project 380kV NNHN en Programma VAWOZ (2031-2040).

Pagina 5 van 5

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

Bijlage 2: Overzicht Resultaten Noordelijk Station planMER

48

Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN

Bijlage 3: Overzicht Resultaten Zuidelijk Station planMER

49

Bijlage 4: Vergelijking 3 hoofdcorridors met Groen via P15 en Rood vanaf Wijdewormer

(bron: https://nnhn-iea.witteveenbos.com/nl/samenstellen/ (E-Merge viewer IEA NNHN))

5 varianten vergeleken: Via de viewer van witteveen en bos zijn vijf varianten met elkaar vergeleken. Het gaat om de varianten donkerblauw, geel en lichtblauw, rood vanaf Wijdewormer en Groen via P15. Een keuze voor de variant ‘rood vanaf Wijdewormer (met een station in de Wijdewormer (ZM1/ZM2), langs de A7 (P18 & via geel/rood) richting Agriport) was eerder als variant in beeld bij de overheden. Hoofdstuk 4 van de IEA toont aan dat deze variant onvergunbaar lijkt vanuit de wetgeving rond Natura 2000 als er alternatieven zijn. Ook varianten geel en lichtblauw lijken om deze reden niet vergunbaar. Bij elk thema is met een rode contour de meest negatieve score aangegeven indien onderscheidend t.o.v. de andere corridors.

Lichtblauw Rood vanaf Wijdewormer Geel Donkerblauw Groen via P15

Vergeleken varianten

Delen van de tracéalternatieven en verbindingsstukken waar de risico’s op vergunbaarheid Natura 2000 spelen, weergegeven in grijs (bron IEA, hfst 4)

Bijlage 4: Vergelijking 3 hoofdcorridors met Groen via P15 en Rood vanaf Wijdewormer

Veiligheid

Water

Bodem

Bijlage 4: Vergelijking 3 hoofdcorridors met Groen via P15 en Rood vanaf Wijdewormer

Natuur

Leefomgeving en gezondheid

Gebruiksfuncties

Bijlage 4: Vergelijking 3 hoofdcorridors met Groen via P15 en Rood vanaf Wijdewormer

Landschap, cultuurhistorie en archeologie

Techniek

Bijlage 4: Vergelijking 3 hoofdcorridors met Groen via P15 en Rood vanaf Wijdewormer

Bijlage 5: Analyse vijf noordelijke varianten (bron: https://nnhn-iea.witteveenbos.com/nl/samenstellen/ (E-Merge viewer IEA NNHN))

5 varianten vergeleken: Via de viewer van Witteveen en Bos zijn vijf varianten met elkaar vergeleken

Groen via P15 Groen via Geel Groen via Rood Groen Groen via P14 Alle vergeleken varianten gaan via Groen ZZ, Groen Z en Groen ZM. De scores voor deze deeltracés worden in deze analyse niet getoond, omdat ze niet onderscheidend zijn. Bij elk thema is met een rode contour de meest negatieve score aangegeven indien onderscheidend t.o.v. de andere corridors. Soms scoren alle corridors (sterk) negatief maar is er wel degelijk onderscheid omdat er meer deeltracés negatief scoren t.o.v. een of meerdere andere varianten. In dat geval zijn met een gele contour de meest negatief scorende corridors aangegeven.

Bijlage 5: Analyse vijf noordelijke varianten

Veiligheid

Resultaat: • Groen via Rood heeft negatievere invloed op groepsrisico en plaatsgebonden risico, de andere scoren minder negatief • Verder geen onderscheidende zaken

Leefomgeving en gezondheid

Resultaat: • Alle corridors hebben een negatief effect op geluidsgevoelige gebouwen en gebieden. Bij Groen via Geel, Groen via Rood en Groen via P14 scoren meerdere deeltracés negatief • Alle corridors hebben een negatief effect op luchtkwaliteit. Bij Groen via Rood en Groen via P14 scoren meerdere deeltracés negatief • Alle corridors hebben een negatieve effect op gevoelige gebouwen binnen magneetveldzone. Bij Groen via Rood scoren meerdere deeltracés negatief

Bijlage 5: Analyse vijf noordelijke varianten

Bodem

Resultaat: • geen onderscheidende zaken

Water

Resultaat: • Alle corridors hebben een negatieve invloed op KRW-grondlichamen. Bij Groen via P15, Groen via Geel en Groen via P14 scoren meerdere deeltracés negatief • Alle corridors hebben een sterk negatievere invloed op afgeleide effecten op basis van doorsnijden slecht doorlatende lagen Bij Groen via P15, scoren meerdere deeltracés negatief • Verder geen onderscheidende zaken

Bijlage 5: Analyse vijf noordelijke varianten

Natuur

Resultaat: • Groen via Geel, heeft sterk negatieve effecten op habitattypen en soorten in Natura 2000gebieden, en daardoor een hoog risico op vergunbaarheid. De anderen hebben geen negatieve effecten • Groen via P15, Groen via P14 en Groen hebben sterk negatieve effecten op NNN-gebieden, de anderen hebben geen negatieve effecten • Groen via P15, Groen via P14, Groen via Geel en Groen via Rood hebben sterk negatieve effecten op weidevogelleefgebied binnen Beschermd Landschap, de andere heeft geen negatieve effecten • Alle corridors hebben een sterk negatievere effect op houtopstanden. Bij Groen via Geel en Groen, scoren meerdere deeltracés negatief • Verder geen onderscheidende zaken

Bijlage 5: Analyse vijf noordelijke varianten

LCA (Landschap Cultuurhistorie en Archeologie)

Resultaat: • Groen via P14 heeft sterk negatievere invloed op historische geografie • Groen via Rood heeft negatievere invloed op aardkundige waarden, • Groen via Geel, Groen via Rood hebben een negatievere impact op de bestaande samenhangen die het landschappelijk hoofdpatroon bepalen • Groen heeft een sterk negatieve impact en Groen via Geel, Groen via Rood hebben een negatieve impact op de kwaliteit tracé: vormgeving van het tracé en de lijn, de anderen hebben geen negatieve effecten • Alle corridors hebben een negatieve invloed op beïnvloeding gebiedskarakteristiek. Bij Groen via P15, Groen via Geel, Groen via Rood en Groen via P14 scoren meerdere deeltracés negatief • Alle corridors hebben een negatieve invloed op samenhang tussen specifieke elementen en hun context op lijnniveau en op historische stedenbouw. Bij Groen via Geel, Groen via Rood scoren meerdere deeltracés negatief. • Alle corridors hebben een sterk negatieve invloed op aantasting van bekende archeologische waarden. Bij Groen via Geel, Groen via Rood scoren meer dan twee deeltracés negatief. • Alle corridors hebben een sterk negatieve invloed op aantasting van verwachte archeologische waarden. Bij Groen via Geel scoren meerdere deeltracés negatief. Bijlage 5: Analyse vijf noordelijke varianten

Gebruiksfuncties

Resultaat: • Groen, Groen via P15 en Groen P14 hebben sterk negatievere invloed op recreatie en zijn negatiever m.b.t. oppervlakteverlies landbouwareaal • Groen via Rood heeft sterk negatief effect op werkfuncties, de andere scoren minder negatief • Alle corridors hebben een negatief effect op woonfuncties. Bij Groen via Geel, Groen via Rood en Groen P14 scoren meerdere deeltracés negatief. • Alle corridors hebben een negatief effect op lengte doorsnijding landbouwgrond. Bij Groen via P15, Groen via Geel, Groen via Rood en Groen P14 scoren meerdere deeltracés negatief.

Techniek

Resultaat: • Alle corridors hebben een technische uitdagingen. Bij Groen en Groen via P14 scoren meer dan twee deeltracés negatief.

Bijlage 5: Analyse vijf noordelijke varianten

Analyse vijf noordelijke corridors (tracé) obv Algemene uitgangspunten Regioadvies Groen voldoet aan de volgende uitgangspunten (wel / niet / beter dan andere varianten): 1. 2. 3.

4. 5. 6. 7.

Vraag en aanbod bij elkaar en in balans Rekening houden met de sociaal economische draagkracht en de gezondheidscondities in de regio. Inzetten op maximale omgevingskwaliteit: efficiënt omgaan met onder- en bovengrondse ruimte, en rekening houden met aanwezige landschappelijke karakteristieke en erfgoedwaarden Rekening houden met water en bodem condities, nu en in de toekomst Zo min mogelijk aantasting van aanwezige en toekomstige natuurwaarden en recreatiewaarden Keuzes zijn robuust richting de toekomst en houden rekening met de factor tijd Aansluiten bij andere gebiedsopgaven en -processen en de opgave voor het energiesysteem combineren met andere doelstellingen

Groen via P15 voldoet aan de volgende uitgangspunten (wel / niet / beter dan andere varianten): 1. 2. 3.

4. 5. 6. 7.

Vraag en aanbod bij elkaar en in balans Rekening houden met de sociaal economische draagkracht en de gezondheidscondities in de regio. Inzetten op maximale omgevingskwaliteit: efficiënt omgaan met onder- en bovengrondse ruimte, en rekening houden met aanwezige landschappelijke karakteristieke en erfgoedwaarden Rekening houden met water en bodem condities, nu en in de toekomst Zo min mogelijk aantasting van aanwezige en toekomstige natuur- en recreatiewaarden Keuzes zijn robuust richting de toekomst en houden rekening met de factor tijd Aansluiten bij andere gebiedsopgaven en -processen en de opgave voor het energiesysteem combineren met andere doelstellingen

Groen via P14 voldoet aan de volgende uitgangspunten (wel / niet / beter dan andere varianten): 1. 2. 3.

4. 5. 6. 7.

Vraag en aanbod bij elkaar en in balans: Rekening houden met de sociaal economische draagkracht en de gezondheidscondities in de regio. Inzetten op maximale omgevingskwaliteit: efficiënt omgaan met onder- en bovengrondse ruimte, en rekening houden met aanwezige landschappelijke karakteristieke en erfgoedwaarden Rekening houden met water en bodem condities, nu en in de toekomst Zo min mogelijk aantasting van aanwezige en toekomstige natuur- en recreatiewaarden Keuzes zijn robuust richting de toekomst en houden rekening met de factor tijd Aansluiten bij andere gebiedsopgaven en -processen en de opgave voor het energiesysteem combineren met andere doelstellingen

Groen via Geel voldoet aan de volgende uitgangspunten (wel / niet / beter dan andere varianten): 1.

Vraag en aanbod bij elkaar en in balans:

Bijlage 5: Analyse vijf noordelijke varianten

2. 3.

4. 5. 6. 7.

Rekening houden met de sociaal economische draagkracht en de gezondheidscondities in de regio. Inzetten op maximale omgevingskwaliteit: efficiënt omgaan met onder- en bovengrondse ruimte, en rekening houden met aanwezige landschappelijke karakteristieke en erfgoedwaarden Rekening houden met water en bodem condities, nu en in de toekomst Zo min mogelijk aantasting van aanwezige en toekomstige natuurwaarden en recreatiewaarden Keuzes zijn robuust richting de toekomst en houden rekening met de factor tijd Aansluiten bij andere gebiedsopgaven en -processen en de opgave voor het energiesysteem combineren met andere doelstellingen

Groen via Rood voldoet aan de volgende uitgangspunten (wel / niet / beter dan andere varianten): 1. 2. 3.

4. 5. 6. 7.

Vraag en aanbod bij elkaar en in balans: Rekening houden met de sociaal economische draagkracht en de gezondheidscondities in de regio. Inzetten op maximale omgevingskwaliteit: efficiënt omgaan met onder- en bovengrondse ruimte, en rekening houden met aanwezige landschappelijke karakteristieke en erfgoedwaarden Rekening houden met water en bodem condities, nu en in de toekomst Zo min mogelijk aantasting van aanwezige en toekomstige natuurwaarden en recreatiewaarden Keuzes zijn robuust richting de toekomst en houden rekening met de factor tijd Aansluiten bij andere gebiedsopgaven en -processen en de opgave voor het energiesysteem combineren met andere doelstellingen

Kaartbeeld overlap corridors met Beschermd Landschap (lila) en NNN/Natura 2000 (lichtgroen) Bijlage 5: Analyse vijf noordelijke varianten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16364276/1