Bijlage 1. regioadvies VAWOZ & 380kV NNHN
Tekst van het document
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
Regioadvies Programma Verbindingen Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ) & 380 kV Netuitbreiding NoordHolland-Noord 3-12-2025 Versie definitief
Opgesteld door provincie Noord-Holland in samenwerking met alle betrokken gemeentes en waterschappen
1
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
Inhoudsopgave Aanleiding, context & regioadvies ................................................................................................ 3 Ruimte bieden aan het toekomstige energiesysteem ................................................................. 3 Opgaves in samenhang ............................................................................................................. 3 Het regioadvies ......................................................................................................................... 4 Proces .......................................................................................................................................... 7 Algemene uitgangspunten ........................................................................................................... 9 Advies op hoofdlijnen ................................................................................................................ 12 Toelichting ................................................................................................................................. 15 Overkoepelend advies ............................................................................................................. 15 Advies per onderwerp ............................................................................................................. 18 1.
Aanlanden van waterstof ............................................................................................ 18
2.
Aanlanden van elektriciteit ......................................................................................... 18
3.
Locatie 380/150 kV station NNHN-Noord en aanlanding 2GW .................................... 21
4.
Hoogspanningscorridor .............................................................................................. 27
5.
380 kV station NNHN-Zuid – zonder aanlanding ......................................................... 36
6.
Aanlandtracés en locatie converters A9 Zuid .............................................................. 41
7.
Grootschalige Elektrolyse ........................................................................................... 44
8.
Doorkijk langere termijn ............................................................................................ 45
Overige aandachtspunten........................................................................................................ 46 Bijlages ...................................................................................................................................... 47
2
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
Aanleiding, context & regioadvies Ruimte bieden aan het toekomstige energiesysteem We hebben als land en als provincie de ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn en minder afhankelijk te worden van het buitenland voor onze energievoorziening. We maken de omslag naar een duurzaam en meer zelfvoorzienend energiesysteem met andere energiebronnen, nieuwe energiedragers en diverse vormen van opslag en transport. Door elektrificatie van vervoer, verwarming en industrie zal de elektriciteitsvraag fors stijgen. En met de stijging van de elektriciteitsvraag, is er ook meer transportcapaciteit nodig op het hoogspanningsnet. Dit betekent dat er een nieuwe 380 kV-verbinding moet komen om het NoordHollandse elektriciteitsnetwerk klaar te maken voor de toekomst. Zolang deze verbinding er niet is, kan er geen enkel bedrijf of instelling in Noord-Holland Noord (het gebied boven het Noordzeekanaal) een grotere of nieuwe aansluiting voor de levering of afname van elektriciteit krijgen 1. Door de uitbreiding van het 380kV net worden de bestaande en toekomstige knelpunten op 150 kV-niveau in het gebied boven het Noordzeekanaal opgelost.
Het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) werkt samen met TenneT aan de ruimtelijke procedure voor deze nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen de MRA en de Kop van Noord-Holland met bijbehorende hoogspanningsstations: het project 380 kV Netuitbreiding Noord-Holland Noord (380 kV NNHN). Dit project is van een zeer grote omvang en schaal met grote en langdurige impact op de leefomgeving van onze inwoners. TenneT noemt het op hun website de aanleg van een ‘nieuwe stroomsnelweg met extra op- en afritten’. Daarnaast zijn er grote hoeveelheden hernieuwbare energie nodig om aan de energievraag te voldoen. Het gaat om onder andere duurzaam opgewekte elektriciteit en groene waterstof. Met name de ontwikkeling van grootschalige windenergie op zee zal hierin voorzien 2. Deze elektriciteit wordt dan via (ondergrondse) kabels naar het land gebracht en daar aangesloten op het hoogspanningsnetwerk. Daarnaast wordt op zee geproduceerde waterstof aan land gebracht naar het Waterstofnetwerk Nederland. Binnen het programma Verbindingen Aanlanding Wind op Zee (pVAWOZ) onderzoekt het ministerie van KGG hoe en waar langs de Nederlandse kust de windenergie van de Noordzee het beste aan land kan worden gebracht. In Noord-Holland worden locaties in en rond het Noordzeekanaalgebied en in de Kop van Noord-Holland (Kop van NH) onderzocht.
Binnen het pVAWOZ worden onder andere de zoeklocaties voor de nieuw hoogspanningsstations uit het project 380kV NNHN onderzocht op de mogelijkheden voor aanlanding van elektriciteit. Het realiseren van deze nieuwe energiehoofdstructuur is voor alle overheden van belang. Het is noodzakelijk om onze inwoners en bedrijven ook in de toekomst van stroom te blijven voorzien. Daarnaast is het een belangrijk randvoorwaarde voor de verduurzaming van onze woningen, mobiliteit, economie en industrie en voor het realiseren van onze ambities voor een circulaire economie en een gezondere leefomgeving. Opgaves in samenhang De opgave om ruimte te bieden aan het toekomstige energiesysteem vraagt om belangrijke en lastige keuzes, want de ruimte in onze provincie is beperkt. Naast een duurzaam energiesysteem willen we ook een gezondere leefomgeving, voldoende woningen, ruimte voor werkgelegenheid, 1
Zie capaciteitskaart Liander: https://www.liander.nl/grootzakelijk/capaciteit-op-het-net/capaciteit-per-regio/onzecapaciteitskaarten 2 De ambitie van het Rijk hierop is recent omlaag bijgesteld, zie kamerbrief: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/07/16/kamerbrief-het-windenergieinfrastructuurplan-noordzee
3
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
onze kwetsbare natuur beschermen en landschappelijke en erfgoedwaarden beschermen. Er zijn grenzen aan wat er ruimtelijk binnen de provincie ingepast kan worden. Uit het provinciale Ruimtelijk Voorstel blijkt dat we minimaal 27% ruimte tekort hebben 3. Met name in het zuidelijke deel van onze provincie is de druk op de ruimte groot. Dit betekent dat we zorgvuldig en in samenhang keuzes moeten maken over waar we aan welke ontwikkelingen ruimte geven en onder welke voorwaarden we dat doen. De provincie Noord-Holland werkt op dit moment aan het vernieuwen van haar Omgevingsvisie 4. Ook werken provincie, HHNK en gemeentes in de regio’s Alkmaar, West-Friesland en de Kop van Noord-Holland samen aan een gezamenlijk Ontwikkelperspectief voor Noord-Holland Noord. In de MRA hebben Rijk en regio gezamenlijk een verstedelijkingsconcept 5 opgesteld en het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied 6. De keuze voor aanlanding van wind op zee, in combinatie met de nieuwe 380 kV-verbinding naar de Kop van NH zien we nadrukkelijk in deze brede ruimtelijke context. Het zijn ruimtelijk structurerende keuzes die invloed hebben op de toekomstige ontwikkelmogelijkheden: we leggen niet alleen het energiesysteem van de toekomst aan, maar geven hiermee ook sturing aan toekomstige energetische en ruimtelijk-economische ontwikkelingen.
Tegelijkertijd zien we dat het ministerie van KGG hier een andere weg kiest: een deel van de onderzochte zoeklocaties gaat in tegen (recent) gemaakte keuzes en bestuurlijke afspraken met het Rijk in o.a. de NOVEX NZKG. Het regioadvies In 2026 besluit de ministerraad over het vaststellen van het programmadocument van VAWOZ. Ook neemt de Minister van KGG in overeenstemming met de Minister van VRO dan een besluit over het project 380 kV NNHN. Het ministerie van KGG heeft in maart 2025 de decentrale overheden – provincie, gemeenten en waterschappen – gevraagd om een gezamenlijk en samenhangend regioadvies op te stellen over het pVAWOZ en het project 380 kV NNHN. KGG vraagt ons onze voorkeur uit te spreken voor de onderzochte zoekgebieden en routes en dit te verwoorden in een Regioadvies. We worden gevraagd antwoord te geven op 16 vragen en de voorkeuren te onderbouwen met informatie uit de plan-MER en IEA en toe te lichten door de belangen en belangenafweging van de medeoverheden uiteen te zetten (zie bijlage 1 voor de uitvraag van KGG). In dit advies geven we een integraal en gezamenlijk antwoord op deze vragen. De minister neemt – als bevoegd gezag - het advies mee in haar besluitvorming. Daarmee wil niet gezegd worden dat het advies integraal wordt opgevolgd. Als regio vragen wij de minister om het advies zeer serieus te nemen en zwaar te laten wegen in de besluitvorming.
Naast het zoveel als mogelijk gedeelde standpunt van provincie, gemeenten en waterschappen geeft dit regioadvies de gedeelde visie van de overheden weer op compenserende maatregelen en randvoorwaarden. Deze zijn integraal onderdeel van het advies. Dat betekent dus dat wij alleen achter de benoemde keuzes staan wanneer ook invulling aan de voorwaarden wordt gegeven en deze worden vastgelegd in bestuurlijke afspraken. Een zorgvuldige afweging aan de voorkant, met draagvlak vanuit de regio, zal helpen om aan de achterkant met minder vertraging door te kunnen pakken. Geen unaniem advies Tot een gezamenlijk gedragen advies komen is geen gemakkelijke opgave gebleken. Alle door u onderzochte zoekgebieden, tracés en corridors hebben grote impact op onze inwoners, bedrijven en de leefomgeving. Er is geen logische of makkelijke oplossing. Elke keuze heeft (grote) 3
https://www.noordholland.nl/bestanden/pdf/Ruimtelijk%20Voorstel%20digitale%20versie%2030%2009%202024.pdf 4 Omgevingsvisie 5 NOVEX MRA (Verstedelijkingsstrategie) - metropoolregioamsterdam 6 Nieuwe koers voor Noordzeekanaalgebied door Rijk, regio en partners | Noordzeekanaalgebied
4
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
negatieve consequenties. Dit leidt er dan ook toe dat dit regioadvies niet unaniem is. Een aantal partijen kan specifieke keuzes in het regioadvies niet ondersteunen. Waar mogelijk is dit aangegeven in het advies en zijn de zorgen van deze partijen opgenomen. Ruimtevragers Project 380 kV NNHN • 380/150 kV station in de Kop van NH - ca 24 ha. Dit station moet via een ondergrondse 150 kV verbinding aansluiten op het bestaande station Middenmeer150 (op Agriport A7). • 380 kV station dichtbij de bestaande 380 kV-verbinding die loopt tussen Beverwijk en Diemen - ca 17 ha; • Bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen deze twee stations. Een dubbele mastenrij is nodig indien gekozen wordt voor meer dan één elektrische aanlanding in de Kop. Programma VAWOZ voor Noord-Holland • 1-2 aanlandingen van op zee geproduceerde waterstof • 2-5 elektrische aanlandingen, met per aanlanding; o een converterstation van ca 5,5 ha o een ondergronds tracé van zee naar de converter o een ondergronds tracé van de converter naar een hoogspanningsstation • Daarnaast wordt de mogelijkheid van een elektrolyser onderzocht.
5
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
Onderzochte ondergrondse tracés en zoeklocaties converters in Noord-Holland binnen pVAWOZ.
Onderzochte corridors en zoeklocaties binnen 380kV NNHN voor een bovengrondse hoogspanningsverbinding en twee nieuwe hoogspanningsstations. (Uit: Notitie Reikwijdte en Detailniveau)
6
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
Proces Een vrijwel onmogelijke vraag in een te kort tijdsbestek met onvolledige informatie De belangen van de verschillende overheden zijn deels tegenstrijdig, met name als het gaat om locatie- en corridorkeuzes. Dat maakt de vraag om tot een gezamenlijk regioadvies te komen complex en zet de onderlinge verhoudingen op scherp. Daarnaast is het tijdsbestek om tot dit advies te komen uitermate kort. De (onvolledige) resultaten van de onderzoeken (IEA/planMER) zijn pas in juli/augustus 2025 gedeeld en uiterlijk 19 december 2025 dient een gezamenlijk onderschreven regioadvies bij het Rijk te worden ingediend. Dit heeft het proces om tot een gezamenlijk advies te komen behoorlijk onder druk gezet. Op dit moment (december 2025) is nog niet alle informatie als basis voor dit regioadvies en waar ook de minister zijn/haar besluit op moet baseren, beschikbaar. Cruciale onderzoeksresultaten ontbreken om tot een volledige afweging te komen. Er loopt nog een landelijk Heritage Impact Assessment (HIA) waarin voor alle TenneT-projecten de effecten op UNESCO-werelderfgoed worden verkend. Onderdeel hiervan zijn de mogelijke mitigerende maatregelen en de technische haalbaarheid van deze maatregelen. Het gaat dan o.a.
om het ondergronds brengen van bestaande 150 kV-tracés door UNESCO-werelderfgoed ter compensatie of de mogelijkheden van het ondergronds brengen van de 380 kV-verbinding wanneer dit als de enige mitigerende maatregel wordt gezien. Daarnaast vindt er nog een modelstudie plaats op ‘draadslachtoffers’ om de analyse uit de planMER te valideren en waar nodig aan te vullen. Tevens is er nog geen inzicht gegeven door TenneT wat de mogelijkheden en effecten zijn van het ondergronds brengen van een bestaande 150 kV-verbinding en gedeeltelijk ondergronds brengen van 380kV NNHN onder andere ter hoogte van UNESCO-werelderfgoed. Andere informatie die op dit moment (d.d. 03-12-2025) nog ontbreekt en effect kan hebben op de te maken afweging: • •
Locatiekeuze van het nieuwe hoogspanningsstation A9 Zuid is nog onduidelijk; De aanvullende aanlandtracés van Egmond/Castricum naar Vijfhuizen (en evt. A9 Zuid);
In deze context van onzekerheden en het ontbreken van essentiële onderzoeken wordt de regio nu gevraagd een advies te geven. Diverse partijen ervaren hierdoor een belemmering om tot verdere advisering en onderbouwde besluitvorming over het regioadvies te komen. Het voorliggende advies is opgesteld op basis van de op dit moment beschikbare kennis en inzichten. Mocht nieuwe informatie leiden tot significante andere inzichten over bijvoorbeeld de onderzochte corridors, tracés of zoekgebieden dan willen we hierover opnieuw met de minister en met elkaar in gesprek. Ook willen wij – in ieder geval na het afgeven van het regioadvies, maar voor het nemen van de Voorkeursbeslissing en het vaststellen van het concept-programma VAWOZ - met de minister in gesprek om invulling aan de voorwaarden te geven en deze vast te leggen in bestuurlijke afspraken. Wijze van totstandkoming van het regioadvies In overleg met de betrokken overheden is afgesproken dat de provincie Noord-Holland het proces van de totstandkoming van het regioadvies coördineert en optreedt als penvoerder. Er heeft in 2024 en 2025 een zorgvuldig proces van afstemming met betrokken gemeenten en waterschappen plaatsgevonden.
7
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
In november 2024 zijn we gestart met het voeren van het gesprek met alle betrokken partijen over de samenhang tussen beide trajecten en de keuzes, de kansen, dilemma’s en pijnpunten. Door al vroegtijdig met elkaar in gesprek te gaan op basis van de op dat moment beschikbare kennis, hebben alle partijen een goed beeld gekregen van elkaars standpunten, voorwaarden en ideeën. Overheden hebben in deze periode principes voor afweging opgesteld, samenhangende varianten vergeleken en eerste richtingen besproken. Dit leverde een eerste gezamenlijke denkrichting op over het pVAWOZ. Voor 380kV NNHN leidde het tot eensgezindheid over een tweetal minst onwenselijke varianten. ‘Minst onwenselijk’, want alle mogelijke combinaties van stationslocaties en corridors hebben grote impact op de leefomgeving. In juni/juli 2025 zijn de (concept) onderzoeksresultaten van het pVAWOZ en de 380kV NNHN gedeeld met de medeoverheden. Dit is de informatie waar het regioadvies zich voor een groot deel op baseert. Aan de hand van de onderzoeksresultaten uit de planMER en IEA zijn de door de overheden verkende richtingen en varianten verder aangescherpt/afgevallen tot het voorliggende regioadvies.
Veel partijen hebben meermaals aangegeven dat de tijd tussen het beschikbaar komen van de resultaten en het uitbrengen van het advies te kort is om alle informatie te analyseren, te bespreken met de colleges en de raden om advies te vragen. Het concept van dit advies is in het najaar van 2025 besproken in de Provinciale Statencommissie, in de Gemeenteraden van diverse gemeenten en in het Algemeen Bestuur van de waterschappen. Dit heeft geleidt tot enkele aanscherpingen in het advies.
8
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
Algemene uitgangspunten Om tot een gezamenlijk en zo veel mogelijk gedragen regioadvies te komen hebben provincie, gemeentes en waterschappen de volgende uitgangspunten opgesteld. De uitgangspunten geven weer wat de regio belangrijk vindt en vormen de basis voor ons advies aan de minister. Vraag en aanbod bij elkaar en in balans: elektrisch aanlanden daar waar de vraag wordt verwacht én aansluitend op de verwachte vraag Door vraag en aanbod van energie te bundelen worden bestaande en nieuwe energieinfrastructuur efficiënt benut en kunnen netuitbreidingen worden voorkomen. 7 We zetten daarom in op elektrische aanlandingen daar waar de (toekomstige) vraag zich concentreert en in balans is met de verwachte toekomstige vraag. Zo worden grote overschotten van elektriciteit in NoordHolland beperkt. Het voorkomt dat elektriciteit moet worden doorgevoerd naar het achterland met nog meer netuitbreidingen tot gevolg. De ruimte in Noord-Holland is te schaars om meer aan te landen dan er jaarlijks aan vraag is en er over het huidige netwerk getransporteerd kan worden naar het achterland. Rekening houden met onze inwoners: de sociaal-economische draagkracht en de gezondheidscondities in de regio We vinden het belangrijk dat zo min mogelijk inwoners directe hinder ondervinden van de aanleg en het gebruik van de nieuwe energie-infrastructuur.
Van belang is vooral voldoende afstand van gevoelige bestemmingen (zoals woningen) tot hoogspanningslijnen en -stations vanwege geluidshinder en het elektromagnetische veld. In de planMER zijn de milieugezondheidsrisico’s in beeld gebracht. Dit gaat veelal over de directe (gezondheids)effecten van de aanleg en het gebruik van de nieuwe infrastructuur. Wat minder goed in beeld wordt gebracht in de onderzoeken van de planMER en IEA zijn de meer indirecte en cumulatieve effecten op de leefkwaliteit. In delen van Noord-Holland, met name het gebied rondom het Noordzeekanaal, staat de leefbaarheid al zwaar onder druk. De opgave in dit gebied is om de leefbaarheid te vergroten. Juist omdat het gebied rond het NZKG al sterk onder druk staat vinden we het belangrijk om lusten en lasten waar mogelijk te spreiden over de provincie. Inzetten op maximale omgevingskwaliteit: efficiënt omgaan met onder- en bovengrondse ruimte, en rekening houden met aanwezige landschappelijke karakteristieken en erfgoedwaarden In de Omgevingswet is omgevingskwaliteit expliciet opgenomen als doelstelling. De plannen die nu worden opgesteld dienen rekening te houden met het verleden (zoals erfgoedwaarden), het heden (huidige ruimtegebruik, landschappelijke karakteristieken) en mogelijke toekomstscenario’s (voor energie, klimaat, verstedelijking).
Door efficiënt om te gaan met onderen bovengrondse ruimte en rekening te houden met aanwezige én toekomstige landschappelijke karakteristieken en erfgoedwaarden kan de negatieve impact van de nieuwe energieinfrastructuur voor onze inwoners en landschappen zo beperkt mogelijk blijven. De volgende punten dragen ons inziens bij aan het vergroten van de omgevingskwaliteit: • Bundeling van nieuwe hoogspanningsinfrastructuur met bestaande energie-infrastructuur of snelweg. Dit voorkomt nieuwe landschappelijke doorsnijdingen en beperkt de effecten op natuur, gezondheid en landschap. 8 • Bundeling van (ondergrondse) VAWOZ-kabels met reeds bestaande ondergrondse kabels- en leidingentracés van Gasunie/TenneT en/of parallel aan (regionale) weginfrastructuur.
7
Dit sluit aan bij de leidende principes uit de Noord-Hollandse Energievisie. Bij de ontwikkeling van de tracé alternatieven door E-merge is een van de ontwerpuitgangspunten geweest dat aansluiting wordt gezocht bij bestaande structuurlijnen, zoals wegen, kanalen, mastopstellingen en dergelijke, in het landschap. 8
9
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
•
•
•
•
•
Vanuit het perspectief van omgevingskwaliteit is het gewenst om zo min mogelijk knikken in het tracé aan te brengen en te streven naar lange, rechte tracéstukken. Dit vergroot de landschappelijke leesbaarheid en beperkt de visuele impact van de nieuwe infrastructuur. Nieuwe hoogspanningsstations passen het beste op of direct aansluitend bij bedrijventerreinen. In deze gebieden is de schaal van een groot station vergelijkbaar met die van de omgeving. Ook is daar vaak de energievraag geclusterd. Wanneer hier geen mogelijkheden zijn, dan heeft het de voorkeur om te kijken naar de samenhang en combinatiemogelijkheden met andere gebiedsopgaven. 9 Converters hebben een hoogte van 25 meter en hebben geluidsruimte nodig. Daarom worden ze bij voorkeur daar gerealiseerd waar het past bij het industriële karakter van de plek: binnen de contouren van bestaande bedrijven/industrieterreinen. Als dit niet mogelijk blijkt maar aanlanding wel gewenst, wordt aansluiting gezocht bij bestaande industrieterreinen en/of bedrijfsbebouwing van vergelijkbare hoogte. Converters midden in het open landschap zijn een no go. Zo min mogelijk aantasting van de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed. Het gaat hier om twee werelderfgoederen die mogelijk aangetast worden: de Hollandse Waterlinies en Droogmakerij de Beemster.
Zo min mogelijk aantasting van landschappelijke karakteristieken in het algemeen en de kernkwaliteiten van het Beschermd Landschap 10 in het bijzonder. In de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 11 van de provincie Noord-Holland zijn bestaande landschappelijke karakteristieken en erfgoedwaarden in beeld gebracht. Dit is de basis voor het NoordHollandse landschapsbeleid, en staat wat ons betreft centraal bij de verdere uitwerking van de plannen om de kwaliteit van het landschap en de cultuurhistorie te behouden en versterken.
Rekening houden met water en bodem condities, nu en in de toekomst Elektriciteitsstations en converters behoren tot de vitale en kwetsbare functies; functies die bij uitval tot maatschappelijke ontwrichting en grote schade kunnen leiden en waarbij slachtoffers niet zijn uitgesloten. Bij extreme omstandigheden moeten ze zoveel mogelijk blijven functioneren om inwoners en bedrijven van stroom te voorzien. Het is daarom noodzakelijk om bij de locatiekeuze en het ontwerp van een nieuw station rekening te houden met toekomstige risico’s door klimaatverandering: hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen. Deze risico’s verschillen per gebied. Dit betekent dat sommige gebieden meer geschikt zijn dan andere voor het huisvesten van dit type functies. 12 Keuzes leiden zo min mogelijk tot grotere schaderisico’s, lock-ins of veel grotere investeringen in het bodem- en watersysteem. Daarmee voorkomen we dat keuzes leiden tot onwenselijk / niet toekomstbestendig landgebruik of tot afwenteling in tijd of plaats. Zo min mogelijk aantasting van aanwezige en toekomstige natuur- en recreatiewaarden Onze minimale inzet bij het ontwikkelen van nieuwe energie-infrastructuur is het behoud van de aanwezige habitat voor flora en fauna. Dit betekent dat er geen afname van soorten, leefgebieden en waardevolle natuur is en dat compensatie plaatsvindt in de directe omgeving.
De Wet Natuurbescherming 13, onderdeel van de Omgevingswet, is het wettelijk kader voor de afwegingen of een nieuwe ontwikkeling past bij de beschermde status van soorten en gebieden in de hele provincie. We houden ons aan dit wettelijke kader in de keuzes die we maken. Deze wetgeving Zie Ruimtelijke handreiking elektriciteitsstations, provincie Noord-Holland Zie Beschermd landschap | provincie Noord-Holland 11 Zie Leidraad Landschap en Cultuurhistorie | Provincie Noord-Holland 12 Uit: Ruimtelijke handreiking elektriciteitsstations, provincie Noord-Holland 13 Uit: 380kV NNHN IEA hoofdrapport d.d. 3 oktober 2025 p. 61 en 62. Vogelsoorten die onderdeel zijn van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, genieten extra bescherming, zoals vastgelegd in de Vogelrichtlijn en uitgewerkt in de Omgevingswet. Voor deze soorten moet worden aangetoond dat de staat van instandhouding door de aanleg of aanwezigheid van een hoogspanningsverbinding niet verslechtert. Een vergunning voor een Natura 2000-activiteit wordt alleen verleend als uit de Passende Beoordeling blijkt dat significant negatieve gevolgen voor de natuurlijke kenmerken van het gebied uitgesloten kunnen worden. 9
10
10
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
heeft grote impact op de mogelijke vergunbaarheid van zoeklocaties, corridors en tracés. Ook is dit het wettelijk kader voor natuurcompensatie. De Omgevingsverordening NH2022 beschrijft de wezenlijke kenmerken en waarden van natuurgebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en geeft juridische uitgangspunten voor compensatie voor ontwikkelingen in NNN. Ook natuur/groen zonder beschermingsregime vanuit natuur heeft waarde. De meest waardevolle landschappen vallen onder het provinciale regime van Beschermd Landschap. Vooral in gebieden met een relatief ongezonde leefomgeving, veel woningen en weinig openbare ruimte, zijn deze groene gebieden van groot belang voor de leefbaarheid. We zien kansen om de aanleg van een nieuw bovengronds tracé te koppelen aan het versterken van een natuur-recreatie netwerk in de nabijheid van stedelijke gebieden en het versterken van natuurwaarden en natuurverbindingen (samenhang) in de landelijke gebieden. Keuzes zijn robuust richting de toekomst en houden rekening met de factor tijd Rekening houden met de factor tijd betekent rekening houden met de sturende werking van nieuwe energie-infrastructuur. In de komende decennia zal er nog meer energie-infrastructuur gerealiseerd moeten worden. Ook is er naar verwachting in de toekomst meer ruimte nodig voor energieopslag, bijvoorbeeld in de vorm van batterijen.
Door bij nieuwe ontwikkelingen van elektriciteitsstations aan de voorkant na te denken over hoe eventuele uitbreiding in de toekomst plaats kan vinden kunnen ingewikkelde inpassingsvraagstukken later in de tijd deels worden voorkomen. Nieuwe elektriciteitsinfrastructuur is daarnaast een middel om ruimtelijke ontwikkelingen in gewenste gebieden te stimuleren of gebieden juist te vrijwaren. De provincie heeft in de energievisie ‘energieknooppunten’ benoemd waar clustering van energie-intensieve activiteiten al plaatsvindt en in de toekomst zou kunnen plaatsvinden. De vraag bij de ontwikkeling van de nieuwe energie-infrastructuur is welke andere ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid worden gestimuleerd en of dit ook op langere termijn gewenste ontwikkelingen zijn of juist niet. Bij veel van de onderzochte zoeklocaties zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de directe nabijheid ongewenst. Ook voor het hoogspanningstracé geldt dat we rekening houden met de mogelijkheid voor een extra afslag of uitbreiding (bij/naar een van de energieknooppunten), passend bij de nationale, provinciale en gemeentelijke visies richting de toekomst.
Aansluiten bij andere gebiedsopgaven en -processen en de opgave voor het energiesysteem combineren met andere doelstellingen Door de ontwikkeling van energie-infrastructuur samen met andere ontwikkelingen zoals bedrijvigheid of natuurontwikkeling op te pakken ontstaan kansen voor het combineren van opgaven. Een integrale benadering op gebiedsniveau is nodig om tot oplossingen te komen die efficiënt met de schaarse ruimte in onze provincie omgaan en die zoveel mogelijk maatschappelijke doelen dienen. Bij een integrale benadering staan de verschillende opgaves, landschappelijke kenmerken en de culturele identiteit van het gebied centraal. Belangrijk is dat opgaven in een gebied elkaar versterken en niet in de weg zitten. En dat combinatie- en compensatiekansen benut worden ter verbetering van het gebied als geheel.
11
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
Advies op hoofdlijnen We roepen het Rijk allereerst op tot de volgende overkoepelende acties: •
•
•
•
•
Passende en ruimhartige compensatie. Wij zien kansen om de compensatie vanuit het Rijk veel integraler op te pakken, zodat dit meerdere beleidsdoelen kan dienen. Wij staan alleen achter de benoemde keuzes wanneer ook invulling aan de voorwaarden en voorgestelde compensaties wordt gegeven en deze worden vastgelegd in bestuurlijke afspraken. In de toelichting gaan we per keuze in op welke compenserende maatregelen wat ons betreft passend zijn. Start direct met een ontwerpende aanpak. Een breder perspectief op de opgave is noodzakelijk. Het gaat om grootschalige ruimtelijke ingrepen die, zeker in het geval van de nieuwe hoogspanningsverbinding, de schaal van de landschappen overstijgen. Dit vraagt om grote zorgvuldigheid en een ontwerpende aanpak. Behoud flexibiliteit voor verdere uitwerking. Kies niet overal direct voor de corridor/het tracé binnen de lijntjes of een specifiek zoekgebied, maar bouw ruimte in om in het vervolgproces met de verschillende overheden tot de beste oplossing te komen. Combineer de aanleg van het nieuwe hoogspanningstracé met het ondergronds brengen van bestaande 150 kV-verbindingen en blijf de mogelijkheden onderzoeken om delen van de nieuwe 380kV- verbinding ondergronds aan te leggen Zorgvuldige en transparante communicatie bij het vervolgproces.
We verwachten dat u al het mogelijke organiseert om gedupeerden, grondeigenaren en andere belanghebbenden adequaat te informeren en op een zorgvuldige wijze te betrekken.
Voor specifieke keuzes in het programma VAWOZ en NNHN komen we tot het volgende advies: • •
• •
•
•
Het aanlanden van op zee geproduceerde waterstof gebeurt wat de regio betreft bij Den Helder. Ons advies is om twee elektrische aanlandingen van 2GW in Noord-Holland te realiseren: één in de Kop van NH op het nieuwe hoogspanningsstation van 380kV NNNH en één op het nieuw te bouwen hoogspanningsstation A9 Zuid. Ook zien we de mogelijkheid van één elektrische aanlanding van 700MW op het bestaande 150kV station Velsen/Vattenfallcentrales via tracé over terrein van TSN. Een aanlanding op het nieuwe zuidelijk station van de 380kV netuitbreiding (NNHN) is ongewenst. Onze voorkeursroute voor A9 Zuid is over het terrein van Tata Steel, onder het NZKG door en langs de A9. Om dit mogelijk te maken roepen we het Rijk op om hier met Tata Steel Nederland nadere afspraken over te maken. In de huidige verwachting is dit op zijn vroegst na 2039 mogelijk, om te versnellen is aanvullende inzet nodig. Voor het converterstation adviseren we een locatie binnen de contouren of in de directe nabijheid van Westpoort. Dit is onder andere afhankelijk van de locatiekeuze voor A9 Zuid. Een uitbreiding van de 380kV randstadring met een tweede mastenrij is vanuit ons perspectief een vrijwel onmogelijke opgave. Ook is een tweede mastenrij door NoordHolland (tussen het noordelijke en zuidelijke 380kV NNHN-station) om enkel overschotten te transporteren naar het achterland ongewenst.
We pleiten daarom ook voor diepe aanlandingen via ondergrondse kabels naast de voorgestelde twee aanlandingen van 2GW en één van 700MW aan de kust. Voor het noordelijk station van de netuitbreiding is ons advies om de locatie ‘NO4 of NO5’ op Agriport A7 te kiezen. De gemeentes in de Kop van Noord-Holland ondersteunen enkel een keuze voor NO4 omdat de regio de nieuwe energie-infrastructuur alleen binnen de contouren van Agriport A7 wil faciliteren. NO4 biedt ruimte voor een combinatie met een converter in hetzelfde gebied. In het geval van NO5 past de converter het beste op het gebied van NO7. Dit betekent echter dat er ook buiten de contouren van Agriport A7 12
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
•
•
•
•
•
nieuwe infrastructuur komt. Wel zien we dat er uitdagingen zijn, specifiek voor het garanderen van de waterveiligheid. We roepen daarom op om de norm van de dijk te verhogen, aansluitend bij het gevoerde en ingezette ruimtelijke beleid. Daarnaast is een toekomstbestendige klimaatrobuuste inrichting en ruimhartige compensatie noodzakelijk. Deze keuze wordt niet gesteund door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Voor het zuidelijk station en het zuidelijk deel van het hoogspanningstracé leidt de significante aantasting van Natura 2000 in het midden en zuiden van de Gele, Rode en Lichtblauwe corridor tot een niet vergunbare situatie wanneer er alternatieven zijn. Deze alternatieven zijn namelijk Donkerblauw en Groen. Dit betekent een (wettelijk gedwongen) keuze voor de enige zuidelijke stationslocatie aan de Groene en Donkerblauwe corridor: de Wijkermeerpolder. Zaanstad, Beverwijk en Heemskerk ondersteunen deze keuze daarom niet. Deze gedwongen keuze leidt tot een enorme aantasting van het open landschap, met negatieve effecten op o.a. leefbaarheid en gezondheid, landschap, natuur en recreatie. Daarom verwachten wij passende ruimhartige compensatie die verder gaat dan een eenmalige subsidie. We maken hier nadrukkelijk geen keuze voor een van de vier zoekgebieden (ZW1 t/m ZW4).
We vinden het noodzakelijk dat er eerst een meer gedetailleerd ontwerpend onderzoek wordt uitgevoerd in samenhang met de andere opgaves in dit gebied om te komen tot de beste locatiekeuze en inpassing. Voor het hoogspanningstracé tussen het noordelijk en zuidelijk station verschilt de regio van mening. De provincie Noord-Holland en de gemeenten in de regio West-Friesland zien de variant ‘groen via P15’ als de ‘minst onwenselijk keuze’, met als alternatief het volledig groene tracé. De gemeentes in de regio Kop van NH hebben de voorkeur voor de andere variant: in het zuiden beginnen op de groene corridor en via paarse verbindingsstukken P7, P8, en P10 naar de rode corridor. Ook Regio Alkmaar ziet dit als het beste alternatief voor de (naar verwachting niet vergunbare) Geel-Rode variant. De donkerblauwe corridor is voor alle partijen een volstrekte no-go. We zien het ondergronds brengen van de bestaande bovengrondse 150 kV verbinding Beverwijk-De Weel als een belangrijke randvoorwaarde voor regionaal draagvlak. Daarnaast verkleint het de (bovengrondse) impact en vergroot de kans op vergunbaarheid vanuit UNESCO en Natura 2000 wet- en regelgeving. Een dubbele mastenrij willen we vermijden. Onderzocht moet worden of het bestaande 150 kV-netwerk ondergronds kan worden gebracht en op die plek de nieuwe 380 kV-verbinding kan worden gerealiseerd.
Dit draagt bij aan een robuust en landschappelijk zorgvuldig ontwerp met minder impact op de leefomgeving van inwoners. Daarnaast is een fatsoenlijke uitkoopregeling noodzakelijk. Ook is het opstellen van een plan vereist waarbij wordt gekeken naar het hele tracé, het landschap en de ruimtelijke gevolgen. Naast de technische inpassing moeten in dit plan ook kansen voor aangrenzende gemeenten worden meegenomen, zoals recreatieve verbindingen, ecologische versterking, (nieuwe) natuur en groen-blauwe dooradering, klimaatadaptatie en ruimtelijke kwaliteit. We pleiten voor ondergrondse aanleg van de 380 kV ter hoogte van UNESCOwerelderfgoed de Hollandse Waterlinies als uit landelijk HIA blijkt dat het ondergronds brengen van de huidige 150 kV-verbinding in dit UNESCO-gebied niet voldoende is. Een keuze voor de donkerblauwe corridor of verbindingsstuk P5 omdat dit enkel vanuit UNESCO gezien beter is, is onacceptabel. Wanneer het natuurbelang (en mogelijk UNESCO) niet zo beperkend zou zijn vanuit de wetgeving, was een meer integrale afweging mogelijk geweest tussen de in dit regioadvies beargumenteerde groene variant vanaf de Wijkermeerpolder en de variant met een station in de Wijdewormer, langs de A7 (via geel/rood).
13
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
Kaart Regioadvies programma VAWOZ en 380kV Netuitbreiding Noord-Holland Noord 14
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
Toelichting In dit deel gaan we eerst in op een aantal overkoepelende adviezen. Daarna lichten we per onderwerp het advies nader toe. Overkoepelend advies Voordat we ingaan op de onderbouwing van specifieke locatiekeuzes roepen we het Rijk allereerst op tot de volgende overkoepelende acties: Passende en ruimhartige compensatie Een aantal keuzes lijkt bijna onontkoombaar en leidt tot onwenselijke situaties die afwijken van de eerder genoemde uitgangspunten. Keuzes hebben grote impact op de woon-, werk- en leefomgeving van inwoners en daarnaast op Beschermd Landschap (BL), natuur (NNN) en weidevogelleefgebieden. Dat vraagt om ruimhartige compensatie voor mensen, de leefbaarheid, flora, fauna en landschap over de verschillende departementen heen. Er zijn op rijksniveau andere doelstellingen en programma’s, zoals bijvoorbeeld Groen in en om de Stad (GIOS), waar nu geen middelen voor zijn. Wij zien kansen om de compensatie vanuit het Rijk veel integraler op te pakken, zodat dit meerdere beleidsdoelen kan dienen. De invulling van het geplande gebiedsfonds van 197 miljoen loopt nu geheel buiten de processen van pVAWOZ en 380 kV NNHN om. Dat is een gemiste kans, want het tijdig betrekken van compensatiemogelijkheden had het bereiken van een gezamenlijk regioadvies vergemakkelijkt.
Een structurele ondersteuning bij het oplossen van de problemen waar gemeenten mee worstelen en waarbij het Rijk kan bijdragen aan een oplossing, heeft een grotere meerwaarde dan een eenmalige, doelgebonden gebiedsinvestering. In dit advies gaan we per keuze in op welke compenserende maatregelen wat ons betreft passend zijn. Wij staan alleen achter de benoemde keuzes wanneer ook invulling aan de voorwaarden en voorgestelde compensaties wordt gegeven en deze worden vastgelegd in bestuurlijke afspraken. Koppel daarbij het zwaartepunt van de compensatie geografisch aan de plek waar het zwaartepunt van de lasten landen. Start direct met een ontwerpende aanpak Een breder perspectief op de opgave is noodzakelijk. Het gaat om grootschalige ruimtelijke ingrepen die, zeker in het geval van de nieuwe hoogspanningsverbinding, de schaal van de landschappen overstijgen. Dit vraagt om grote zorgvuldigheid en een andere aanpak. We vinden het belangrijk om zo veel mogelijk vanuit het bovenregionale perspectief tot een afweging en ruimtelijk ontwerp te komen. Vanuit een samenhangende ruimtelijke-strategische langetermijnvisie op schaal van Noord-Holland, waarin de uitbreiding van het hoogspanningsnet wordt verbonden met andere (toekomstige) ruimtelijke ontwikkelingen. Een dergelijke aanpak knelt met de beperkingen die wet- en regelgeving nu stellen op specifieke onderwerpen.
Ook de technische aanpak van de MER-methodiek met plusjes en minnetjes op deeltracés sluit wat ons betreft niet aan bij dit bovenregionale perspectief. In een vroeg stadium is door provincie en diverse gemeentes gepleit voor een meer ontwerpende benadering (in aanvulling op de IEA en planMER) vanuit het perspectief op de ruimtelijke toekomst van de provincie en regio’s en het betrekken van het ministerie van VRO 14. In het provinciale Ruimtelijk Voorstel hebben we gesignaleerd dat er keuzes gemaakt worden die impact hebben op de beleidsterreinen van andere departementen. Dit heeft helaas niet geleid tot een andere aanpak. Dit sluit aan bij het advies van het College van Rijksbouwmeester en Rijkadviseurs. Ook zij signaleren dat de inrichting van het MER-proces niet goed aansluit bij de ruimtelijke, ontwerpende
14
Zienswijze provincie Noord-Holland op Concept NRD 380kV NNHN
15
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
aanpak die nodig is. Het gaat bij de aanleg van een nieuwe hoogspanningsverbinding niet om een inpassingsopgave maar om aanpassing 15. Dat vraagt om een andere werkwijze met ruimte voor het verkennen van nieuwe gebiedsperspectieven en het tegen het licht houden van de gehanteerde methodes en wet- en regelgeving. In dit advies gaan we per keuze in op wat een ontwerpende aanpak wat ons betreft inhoudt. Behoud flexibiliteit voor verdere uitwerking Met het trechterproces waar we nu inzitten wordt de scope van het project en het programma verder verkleind. In de eerdere fase hebben we gezien hoe dwingend de lijn op de kaart is in het onderzoeken van mogelijkheden: kansrijke locaties buiten het zoekgebied voor 380kV NNHN konden niet meer worden meegenomen. Dit baart ons zorgen richting de volgende fase. Ook wanneer zoekgebieden en tracés in grove lijnen bepaald zijn, is er ruimte nodig voor het verkennen van verschillende alternatieven. In dit regioadvies laten we sommige (meer gedetailleerde) keuzes daarom nog open. Kies dus niet overal direct voor de corridor binnen de lijntjes of een specifiek zoekgebied, maar bouw ruimte in om in het vervolgproces met de verschillende overheden tot de beste oplossing te komen.
Combineer de aanleg van het nieuwe hoogspanningstracé met het ondergronds brengen van bestaande 150 kV-verbindingen en blijf de mogelijkheden onderzoeken om delen van de nieuwe 380kV-verbinding ondergronds aan te leggen Er wordt door TenneT nog onderzoek uitgevoerd naar de (on)mogelijkheden over het ondergronds brengen van bestaande 150kV-verbindingen en de nieuwe 380kV-verbinding. Het beleid van het Rijk en dat van TenneT is om nieuwe hoogspanningsverbindingen (220/380 kV) bovengronds aan te leggen in verband met o.a. de leveringszekerheid. 150 kV verbindingen zijn minder storingsgevoelig en worden tegenwoordig wel ondergronds aangelegd. De impact op de leefomgeving en de druk op de ruimte is in Noord-Holland ontzettend groot. Door bestaande bovengrondse 150kV verbindingen ondergronds te brengen kan deze impact beperkt blijven. Daarom vragen we u om de aanleg van de nieuwe verbinding te combineren met het ondergronds brengen van bestaande 150kV verbindingen en daarnaast de mogelijkheden te blijven onderzoeken voor het ondergronds aanleggen van delen van de nieuwe 380kV-verbinding. Daarbij hebben we de volgende prioritering: 1. Wij zien het ondergronds brengen van de gehele 150 kV-verbinding Beverwijk-De Weel (of Beverwijk- Oterleek-A7, afhankelijk van de tracékeuze) als noodzakelijke randvoorwaarde om dit complexe ruimtelijke vraagstuk op te lossen.
Het is een belangrijke randvoorwaarde voor regionaal draagvlak, het verkleint de (bovengrondse) impact, het vergroot de kans op vergunbaarheid vanuit UNESCO en Natura 2000 wet- en regelgeving en het vermindert het aantal ‘draadslachtoffers’ (vogels die tegen de bedrading aan vliegen). Helaas zijn effecten en haalbaarheid van het ondergronds brengen van de 150 kV-verbinding nog niet onderzocht, ondanks dat onder andere de provincie NoordHolland, Regio Alkmaar en gemeente Amsterdam hier al in hun zienswijze op de conceptNRD voor hebben gepleit. Daardoor kan dit nu ook niet goed worden meegenomen in de bredere afweging. We roepen u op om dit alsnog te doen. 2. We roepen u op tot het blijven onderzoeken van de mogelijkheden voor ondergrondse aanleg van 380kV, o.a. door technische innovaties. Wanneer uit onderzoeken blijkt dat er enige ruimte is voor ondergrondse aanleg van 380kV dan verwachten we dat dit serieus wordt overwogen, onderzocht en toegepast. Wij zien toepassing van deze maatregel bij voorkeur op de plek waar de meeste inwoners directe schade ondervinden. 3. Het ondergronds brengen van de bestaande 150kv vanaf Oterleek via Eilandspolder en Beemster naar Oostzaan. Op deze wijze is er netto een kwaliteitsverbetering te bereiken, worden draadslachtoffers verder beperkt, en bestaande verrommeling in UNESCO erfgoederen opgeruimd. 15
College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs, Landschap onder hoogspanning
16
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
Zorgvuldige en transparante communicatie bij het vervolgproces De mogelijke komst van een nieuwe hoogspanningsverbinding, een hoogspanningsstation of een converterstation leidt tot grote onrust en zorgen bij onze inwoners en bedrijven. We constateren dat diverse inwoners en bedrijven vinden dat ze niet of onvoldoende zijn geïnformeerd. Alle overheidslagen hebben hier een rol in, maar primair ligt de verantwoordelijkheid bij het bevoegd gezag en de initiatiefnemer. Dat zijn in dit geval het ministerie van KGG en TenneT. Inwoners moeten op een toegankelijke en gemakkelijke manier bij u terecht kunnen met hun vragen. De komende periode richting voorkeursbeslissing, en ook daarna bij de verdere uitwerking van het ontwerp, zal steeds meer duidelijk worden over exacte locaties. We verwachten dat u al het mogelijke organiseert om gedupeerden, grondeigenaren en andere belanghebbenden adequaat te informeren en op een zorgvuldige wijze te betrekken. En uiteraard dat zij uiteindelijk voldoende gecompenseerd worden.
17
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
Advies per onderwerp 1.
Aanlanden van waterstof
Ondank de recent aangekondigde pauzeknop voor de op zee geproduceerde waterstof zien we kansen voor Noord-Holland. Specifiek hebben wij een voorkeur voor aanlanden in Den Helder. Een aanlanding van waterstof in de Kop van Noord-Holland draagt bij aan het ontwikkelen van de waterstofhub in deze regio en zorgt voor een goede spreiding van lusten en lasten over de provincie. Tevens kan Den Helder goed aangesloten worden op het toekomstige Waterstofnetwerk Nederland. Dit is in lijn met het Waterstofprogramma Noord-Holland 16 en de Energievisie 17. De locatie op Oostoever (DHL-AS2) bij het Tenaz-terrein (voorheen NAM) is hiervoor het meest geschikt omdat dit aansluit bij het bestaande ruimtegebruik met industrieel karakter in dit gebied. Dit in tegenstelling tot zoekgebied DHL-AS1. Ook biedt de locatie Oostoever behalve het Tenaz-terrein zelf, nog andere locaties (aansluitend aan het Tenaz-terrein) die mogelijk ruimte bieden voor een aanlandstation voor waterstof. Dit biedt de flexibiliteit bij de verdere uitwerking. Een flexibiliteit die de locatie DHL-AS1 niet heeft. Een waterstofaanlanding in het NZKG zien we als minder kansrijk vanwege de al bestaande druk op de ruimte in het gebied, dit ook blijkt uit de IEA 18. Elektriciteit is lastiger te transporteren wanneer deze eenmaal aangesloten is op het hoogspanningsnet dan waterstof via buisleidingen.
Daarom kan de beperkte ruimte in het NZKG beter ingezet worden voor elektrische aanlandingen die in de lokale vraag voorzien. Voorwaarde •
Het Waterstofnetwerk Nederland moet in Noord-Holland ontwikkeld zijn. Concreet betekent dit de verbinding van het Noordzeekanaalgebied via Alkmaar en de Wieringermeer richting Den Helder. In het uitrolplan voor het waterstofnetwerk van Hynetwork is dit tracé 12 19. We roepen de minister dan ook op om hier een duidelijke planning voor te maken die toeziet op een tijdige realisatie van dit deel van het waterstofnetwerk.
2.
Aanlanden van elektriciteit
Uit het rapport ‘systeemintegratie’ van het programma VAWOZ blijkt dat de ‘380 kV randstadring’ onvoldoende capaciteit heeft 20. Concreet betekent dit dat de 380kV-verbinding van Beverwijk via Diemen naar de Maasvlakte knelpunten vertoont en mogelijk moet worden uitgebreid met een tweede mastenrij wanneer er veel aanlandingen plaats gaan vinden in Noord-Holland en ZuidHolland. Vanuit ons perspectief is dit een vrijwel onmogelijke opgave. Het huidige 380kV-netwerk loopt dwars door het stedelijk gebied van Oostzaan en Zaandam en wordt op dit moment al versterkt. Een tweede mastenrij is hier niet in te passen. Omringd door zeer waardevolle veenweide natuur zien wij ook in de rest van dit gebied geen ruimte voor extra bovengrondse
16 Waterstofprogramma Noord-Holland, vastgesteld april 2025 https://noordholland.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/e936964a-195b-41a3-af3c-c027a5cea5ec 17 Energievisie 2.0 – Provincie Noord-Holland - https://www.noordholland.nl/Onderwerpen/Klimaat_Energie/Duurzame_energie/Visie_op_energie 18 IEA VAWOZ – deelrapport E – 2.2.4 “De routes zijn beide [op Tata terrein] technisch zeer uitdagend en complex” 19 Hynetwork – het uitrolplan - https://www.hynetwork.nl/over-hynetwork/het-uitrolplan 20 Paragraaf 5.5 Bijlage B van IEA VAWOZ. “Uit de doorrekening van de vier scenario’s zonder de netuitbreiding in de Randstad volgt dat dan in zowel Noord- als Zuid-Holland elektrische aanlanding uitdagend wordt. Er lijkt dan nog één elektrische aanlanding mogelijk in de Kop van Noord-Holland en één elektrische aanlanding in Noord-Holland Zuid óf Zuid-Holland.” Zie ook IEA Bijlage B Deelrapport Systeemintegratie - Bijlage verschillen en gevoeligheidsanalyses – paragraaf 6.2 Geen netuitbreiding Randstad
18
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
hoogspanningsverbindingen. Dit vraagt om andere oplossingen zoals bijvoorbeeld diepe aanlandingen of gelijkstroom hoogspanningsverbindingen. Een ander gevolg hiervan is dat er van een tweede mastenrij door Noord-Holland wat ons betreft geen sprake is. De onderzoeken van pVAWOZ laten zien dat het mogelijk is om voor 2040 1x 2GW aan te landen in Noord-Holland Noord en 1x 2GW aan te landen in Noord-Holland Zuid óf Zuid-Holland. Voor de periode na 2040 is dit afhankelijk van de groei van de elektriciteitsvraag en of er een adequate oplossing gevonden wordt voor het knelpunt Randstadring (zijnde geen dubbele hoogspanningsverbinding). Dit staat los van de mogelijkheid om een windpark van 700MW aan te landen op het terrein van Tata Steel/Velsercentrales omdat deze aanlanding een bestaande elektriciteitscentrale vervangt. Volgorde van aansluitlocaties Het ministerie van KGG vraagt ons om aan te geven welke twee aanlandlocaties onze voorkeur hebben. En welke voorkeursvolgorde we hebben voor een mogelijke derde, vierde en vijfde aanlanding. Onze beantwoording betreft de voorkeursvolgorde van wenselijkheid, dit is niet noodzakelijkerwijs de volgordelijkheid in tijd. Deze tweede kan namelijk afhankelijk zijn van andere factoren zoals realisatietermijnen van 380 kV-stations en de ontwikkelingen op het terrein van Tata Steel.
De volgorde van aansluitlocaties is met name gebaseerd op de mogelijkheden van het energiesysteem. Op de specifieke locatie- en tracékeuzes gaan we later in dit advies verder in. Mede vanwege het knelpunt van de Randstadring zien wij op dit moment ruimte voor drie aanlandingen in Noord-Holland: één aanlanding van 2GW in de Kop van Noord-Holland, één aanlanding van 2GW op het nieuwe 380/150kV station A9 Zuid en één aanlanding van 700MW op 150kV station Velsen. Onze voorkeur hiervoor beschrijven we in hoofdstuk 8 Doorkijk langere termijn. 1. 380 kV-station NNHN-noord (Kop van Noord-Holland) Eén van de uitgangspunten voor ons regioadvies is rekening houden met de sociaal-economische draagkracht en de gezondheidscondities in de regio door spreiding van lusten en lasten. In de IJmond zijn reeds meerdere energie-infrastructuur projecten geland: 3x een aanlanding van 700 MW, het Waterstofnetwerk NZKG, 150 kV Beverwijk-Oterleek. Dit heeft voor druk op de omgeving gezorgd. In de Kop van NH is er elektriciteitsvraag en ruimte op het (nog te realiseren) netwerk om overige elektriciteit af te voeren. Uit het rapport systeemintegratie blijkt dat het mogelijk is om 1x 2 GW aan te landen op het station NNHN-Noord zonder noodzaak voor een tweede mastenrij binnen het project NNHN 21. In de analyse is uitgegaan van een elektriciteitsvraag in 2040 van 8-9 TWh (equivalent 1 GW).
Daarmee zorgt een aanlanding van 2 GW in dit gebied voor een overschot aan elektriciteit die afgevoerd moet worden naar het zuiden. Dit overschot biedt ruimte voor verdere toename van de elektriciteitsvraag, dit sluit aan bij onze verwachtingen voor dit gebied. Belangrijke kanttekening is dat deze aanlanding niet de elektriciteitsproductie op land (RES) in de weg moet gaat zitten. 2. 380 kV-station A9-Zuid Als tweede voorkeurslocatie zien we het nog te realiseren transformatorstation A9 Zuid. Bij het ontwerp hiervan is rekening gehouden met 1x 2GW aanlanding. Dit beschouwen we als no-regret 21
IEA VAWOZ – rapport B systeemintegratie – tabel 0-1
19
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
vanwege de nabijheid van de vraag uit de Amsterdamse haven en het NZKG in de breedte en het draagvlak bij gemeenten en havenbedrijf. Bij de ruimtelijke zoektocht voor A9 Zuid wordt ook rekening gehouden met een eventuele tweede aanlanding door te kijken of 3 ha extra beschikbaar is, die nodig is voor toekomstige uitbreiding van A9 Zuid. Hier komen we op terug in hoofdstuk 8. De onderzoeken vanuit pVAWOZ maken duidelijk dat er in het NZKG/de MRA nog te bedienen vraag is. In Zuid-Holland is de voorziene vraag tot 2040 al vervuld met de aanlandingen die tot 2031 worden gerealiseerd. Vanuit het uitgangspunt om vraag en aanbod bij elkaar te brengen is één aanlanding in het NZKG wenselijk. De Cluster Energie Strategie (CES) NZKG 2024 bevestigt dit beeld. In deze analyse is uitgegaan van de aanlanding van 4,8 GW wind op zee in het NZKG. Dit is de bestaande aanlanding van 2,1 GW bij Wijk aan Zee plus 2,7 GW bestaande uit een 2 GW aanlanding en een 700 MW aanlanding op station Velsen. Dat resulteert op basis van de huidige plannen in een overschot van 685 MW in 2040 in het NZKG. 22 3. 150 kV-station Velsen Als derde locatie zien we de aanlanding van het 700 MW windpark HKW kavel VIII op het 150 kV station Velsen.
Aangezien het hiervoor nodig is dat de Velsercentrales uit bedrijf zijn, is dit een optie vanaf het moment dat de verduurzaming van Tata Steel Nederland (TSN) verder gekomen is. Het windpark sluit in dat geval aan op het ‘vrijgekomen’ stopcontact. Dit is een goede doelmatige manier om bestaande infrastructuur her te gebruiken. Echter is dit wel afhankelijk van de tijdslijn en omvang van de verduurzaming van Tata Steel. De huidige inschatting is dat dit pas een optie is na 2039-2040. In ieder geval gaat onze voorkeur uit naar een tracé over het terrein van TSN (VLSVLS1-E) en niet door de Zeestraat, deze kan namelijk niet rekening op draagvlak in de omgeving terwijl er wel een haalbaar alternatief is 23. Niet: 380 kV-station NNHN-zuid Het nieuw te realiseren station NNHN-zuid vinden we zeer ongeschikt om op aan te landen. Alle onderzochte locaties liggen in of bij kwetsbare landschappen die een belangrijke rol vervullen in het groen-blauwe netwerk van de MRA. Ook ontbreekt het (perspectief op) grootschalige elektriciteitsvraag. Op het 380 kV station (NNHN-zuid) is geen ‘afrit’ voorzien, het station wordt niet aangesloten op het onderliggende netwerk. De elektriciteit die aanlandt wordt dus allemaal getransporteerd via het 380kV netwerk en belast het netwerk onnodig.
Pas wanneer er een adequate oplossing is gevonden voor het knelpunt Randstadring én de lokale vraag naar elektriciteit toegenomen is, komen een eventuele 4e en 5e aanlanding in beeld. (Zie hoofdstuk 8 Doorkijk langere termijn.)
22
Cluster Energie Strategie Noordzeekanaalgebied 2024 VAWOZ IEA – deelrapport D – paragraaf 3.3.3 – “De route van een eventuele aanlanding bij Tata Steel moet dan ook via het Tata Steel-terrein worden doorgeleid en niet opnieuw via de Zeestraat, parken en de openbare groene ruimte.”
23
20
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
3.
Locatie 380/150 kV station NNHN-Noord en aanlanding 2GW
Onderzochte locaties voor het hoogspanningsstation (boven) en de aanlanding (onder)
Het nieuwe 380kV/150kV-hoogspanningsstation NNHN-Noord in combinatie met een aanlanding zal een structurerend knooppunt zijn in het energienetwerk van de Kop van NH. Vanaf hier worden in de toekomst - via het bestaande 150 kV-station Middenmeer – de andere 150 kVstations en de in de energievisie benoemde energieknooppunten Den Helder, Agriport en Hoorn van elektriciteit voorzien.
21
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
De locatie Agriport A7 sluit het beste aan bij de geformuleerde uitgangspunten, en vinden wij daarom de meest geschikte plek voor NNHN-noord en converter: hier komen vraag en aanbod bij elkaar, zijn er naar verwachting weinig effecten op gezondheid, wordt efficiënt omgegaan met onder- en bovengrondse ruimte en sluit de ontwikkeling het beste aan bij de aanwezige landschappelijke karakteristiek. Ook is er weinig tot geen aantasting van natuur-en recreatiewaarden en is dit een robuuste keuze richting de toekomst. Wel brengt deze locatie uitdagingen met zich mee om voldoende rekening te houden met de water en bodemcondities, nu en in de toekomst. Dit geldt specifiek voor het garanderen van de waterveiligheid. Locatie NO4 / NHNn-C5b en NO5 / NNHNn-C5a Specifiek zien wij de locaties NO4 en NO5 (het zuidelijke deel) als mogelijke locaties voor het hoogspanningsstation. Dit zijn rondom Agriport A7 de twee locaties die qua ligging ten opzichte van de bestaande bedrijvigheid het beste ingepast kunnen worden. De locaties NNHNn-C5b (specifiek het deelgebied NO4 van NNHN) en NNHNn-C5a (specifiek het deelgebied NO7 van NNHN) zijn wat ons betreft de enige geschikte locaties voor een converter. We maken hier nadrukkelijk nog geen keuze omdat de huidige onderzoeken te weinig gedetailleerde informatie geven over o.a. de inlussing van de leidingen.
We vinden het noodzakelijk dat er eerste een meer gedetailleerd ontwerpend onderzoek wordt uitgevoerd op de omgeving van Agriport A7 om te komen tot de beste locatie en situering van de objecten. Ons advies is dan ook om locaties NO4/NNHN-C5b, NO5 (gedeeltelijk) en NO7 (binnen NNHNn-C5a) in uw voorkeursbeslissing en in het programma VAWOZ op te nemen. Dat geeft ruimte en flexibiliteit om in het vervolgproces (gezamenlijk) richting projectbesluit te komen tot de beste locatie en situering van de objecten. Gemeente Hollands Kroon heeft aangegeven dat de locatie NO5 / NHNn-C5b geen steun heeft van het college en de raad. De andere gemeenten in de Kop steunen dit standpunt. De reden hiervoor is dat de regio de nieuwe energie-infrastructuur alleen op een bedrijventerrein en dus bínnen de contouren van Agriport A7 wil faciliteren. Qua uitstraling past dit soort energie-infrastructuur het beste binnen het industriële karakter van Agriport A7 24. De locatie NO5 dient als ruimtelijke buffer tussen Middenmeer en Agriport A7 en is bij de gemeente Hollands Kroon in beeld om ruimtelijke kwaliteit aan het gebied toe te voegen. Een keuze voor NO5 tast het open polderlandschap aan. Daarnaast ligt NO5 buiten de contouren van Agriport A7.
Zoekgebieden uit NNHN bij Agriport
24
Zoekgebieden pVAWOZ bij Agriport
Bestaande contouren Agriport
Dit sluit aan bij de Ruimtelijke handreiking elektriciteitsstations, provincie Noord-Holland
22
Regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN
Vraag en aanbod bij elkaar en in balans Agriport is in de provinciale energievisie aangeduid als energieknooppunt. Op Agriport A7 bevindt zich de grootste elektriciteitsvraag van Noord-Holland Noord in de vorm van datacenters en glastuinbouw. Ook naar de toekomst toe ziet TenneT op deze locatie een toename van de vraag naar elektriciteit. Dit is dus dé locatie waar vraag en aanbod samenkomen. Zoals aangegeven wordt het nieuwe 380/150 kV-station verbonden met het bestaande station 150 kV-station Middenmeer. Door te kiezen voor Agriport A7 vermijden we hogere kosten (voor TenneT) en consequenties voor de bodem van een lang ondergronds 150 kV-tracé naar station Middenmeer. Daarnaast blijkt uit de IEA dat 150 kV Middenmeer vol zit 25. Dat betekent dat als het nieuwe 380 kV/150 kV-hoogspanningsstation bij bijvoorbeeld Schagen of De Weel komt, nieuwe afnemers op Agriport A7 alsnog met ondergrondse 150 kV-kabels moeten worden verbonden met dit station. Dat gaat in tegen onze principes van slim omgaan met de ruimte en het voorkomen van transport door vraag en aanbod te bundelen. Inzetten op maximale omgevingskwaliteit Een ander belangrijk argument om voor Agriport A7 te kiezen is het uitgangspunt van omgevingskwaliteit.
Het nieuwe 380 kV/150 kV-hoogspanningsstation in combinatie met een converter past het beste op een locatie met een industrieel karakter: binnen de contouren van een bestaand bedrijventerrein of daar direct tegenaan. De locaties NO4 en NO5/ NHNn-C5b en NNHNn-C5a sluiten het beste aan bij dit uitgangspunt, beter dan NO6, NO3 en NO2. Beide locaties worden nu gebruikt als landbouwgrond. NO5 grenst aan Agriport A7. Deze locatie ligt aan de west kant van de snelweg A7, buiten de contouren van Agriport A7. NO4 ligt tussen de bedrijfsbebouwing van Agriport A7 en binnen de contouren van Agriport A7. Het goed inpassen van een converter van 25 meter hoog en een hoogspanningsstation van 24 hectare blijft op deze locaties een uitdaging en vraagt om een zorgvuldig ontwerp. Rekening houden met gezondheidscondities en zo min mogelijk aantasting van natuur- en recreatiewaarden. Uit beide IEA’s blijkt dat de locaties rondom Agriport A7 over het algemeen minder negatieve effecten hebben op natuur (NNN), leefomgeving en gezondheid, en beter aansluiten bij het landschap (zie bijlage 2. overzicht effectbeoordelingen planMER NNHN op noordelijke stationslocatiealternatieven).