Bijlage 1. Perspectiefnota 2027-2030
Tekst van het document
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
20
3. Financieel meerjarenbeeld
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
De Perspectiefnota laat een omvangrijk te kort zien vanaf 2027 en verder. Nationale wetgeving eist dat het eerstkomende begrotingsjaar in de begroting niet negatief is. Lukt dat niet, dan moet het laatste begrotingsjaar minimaal sluitend zijn. Lukt ook dat niet, komt de gemeente onder preventief toezicht van de provincie te staan. Effecten Voorjaarsnota 2026 van het Rijk Op 27 maart 2026 heeft het nieuwe kabinet Jetten de Voorjaarsnota 2026 van het Rijk gepubliceerd. In deze voorjaarsnota is ook de Startnota van het nieuwe kabinet opgenomen. Dit is de budgettaire vertaling van de plannen uit het coalitieakkoord. De financiële effecten hiervan voor de gemeenten zal zijn beslag krijgen in de meicirculaire 2026 van het gemeentefonds. De meicirculaire is nog niet in deze Perspectiefnota opgenomen. Ombuigingen Op 27 maart 2025 heeft de raad een pakket aan ombuigingen vastgesteld. Directe aanleiding was het ravijnjaar vanaf 2026. De oorspronkelijke ombuigingstaakstelling is daarna via amendementen door de raad aangepast. Vervolgens zijn bij de begroting 2026 ook nog enkele aanpassingen op bedragen gedaan. Dit heeft geresulteerd in onderstaande taakstellende ombuigingsbedragen voor de jaren 2026 en verder. De taakstelling loopt op tot € 3,4 miljoen vanaf 2030. Het saldo van het meerjarenbeeld laat in deze Perspectiefnota wederom een substantieel en meerjarig tekort zien.
Daarbij moet bedacht worden dat dit beeld is opgesteld ervan uitgaande dat alle ombuigingen daadwerkelijk en geheel worden gerealiseerd. Elke ombuiging die niet gerealiseerd wordt, leidt daarom direct tot nog hoger oplopend tekort dan nu gepresenteerd.
Onderstaande tabel toont de voortgang op de totale ombuigingstaakstelling. Overzicht ombuigingstaakstelling
(bedragen x € 1.000,-) 2026
2027
2028
2029
2030
Afgeronde ombuigingen
772
870
988
1.061
1.061
Lopende ombuigingen, geen onzekerheid
432
449
1.234
1.647
1.657
Lopend ombuigingen, beperkte onzekerheid
113
281
281
281
281
Lopende ombuigingen, hoge onzekerheid
129
363
413
413
413
1.447
1.963
2.916
3.402
3.412
Totaal
Bij de hoog onzekere ombuigingen (rood) weten we inmiddels dat enkele ombuigingsmaatregelen met zekerheid niet uitvoerbaar zijn. Dit betreft de volgende maatregelen: • Nr. 48 Nota kostenverhaal opzetten/verhogen vergoedingen bij kostenverhaal (€ 104.000,- vanaf 2026) • Nr. 52 Ten Kate kantoor inzetten voor woningen (€ 109.000,- vanaf 2027) • Nr. 57 Stoppen met financieren horecaondernemers in HK, combi evenementen (€ 100.000,- vanaf 2027) Gezien de verwachte meerjarige tekorten en het belang van een sluitende begroting zal het college bij de Begroting 2027 voor elk van bovenstaande ombuigingen een alternatief voorstel aan de raad voorleggen. Dat geldt ook voor andere voorstellen waarvan met zekerheid duidelijk wordt dat ze niet (meer) te realiseren zijn. In bijlage 1 is een nadere toelichting opgenomen over de voortgang van het totale ombuigingspakket.
21
Perspectiefnota 2027-2030
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
Door raad af te wegen bij deze Perspectiefnota Het college heeft deze Perspectiefnota beleidsarm opgesteld. Onderstaande onderwerpen zijn daarom niet opgenomen in het financieel meerjarenbeeld van deze nota. Voor de volledigheid geven wij ze wel ter afweging aan de raad mee. Bij deze onderwerpen heeft de raad aangegeven hier positief tegenover te staan en/of bij deze Perspectiefnota 2027 te willen bespreken.
wens van omwonenden. Er wordt een bijdrage van € 25.000,- gevraagd voor ophooggrond, transport, het uitspreiden en egaliseren van de grond, en de aanschaf en aanplant van beplanting. Aangezien het college de voorliggende perspectiefnota beleidsarm heeft opgesteld, is dit nog niet meegenomen in het financieel meerjarenbeeld.
Handhavingsjurist Leegstandverordening In januari 2025 heeft de Raad besloten over de Leegstandverordening Heemskerk 2024 (D/2024/692233). Daarbij is aangegeven dat gestart werd met een pilot van 2 jaar (2025/2026) en dat de kosten van de pilot binnen begroting opgevangen kon worden. De resultaten van de pilot zijn positief. Om de handhaving van de leegstandsverordening structureel door te zetten, is vanaf 2027 een structureel budget van € 77.000,- nodig. In het genoemde raadsbesluit is opgenomen dat dit voorstel voor nieuw beleid onderdeel is van de integrale afweging door de Raad bij de Perspectiefnota 2027-2030. Aangezien het college de voorliggende perspectiefnota beleidsarm heeft opgesteld, is dit nog niet meegenomen in het financieel meerjarenbeeld. Burgerinitiatief De Vlaskamp In juni 2024 hebben een aantal bewoners van Broekpolder het burgerinitiatief ‘Wijkpark de Vlaskamp mooier en beter’ (I/2024/240) bij de raad ingediend. Het voorstel is dat De Vlaskamp een prettigere en groenere verblijfsplek wordt, waaronder rondom de skatebaan. Enerzijds is het een klimaatadaptieve maatregel, gericht op het creëren van meer schaduw en verkoeling. Anderzijds draagt het bij aan het aantrekkelijker maken van de skatebaan en De Vlaskamp als recreatieve plek, waar mensen worden uitgenodigd om te bewegen en te verblijven.
Daarnaast versterkt het de ecologische waarde, de Vlaskamp vormt groene verbinding richting het buitengebied. De maatregel sluit aan bij het speelbeleid (met BOSS: Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten als pijler) en het groenbeleid, en geeft invulling aan een uitgesproken
22
Perspectiefnota 2027-2030
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
3.1 Toelichting eerdere raadsbesluiten Actualisatie jaarschijf 2030 In deze Perspectiefnota wordt het jaar 2030 toegevoegd aan het meerjarenbeeld. Er zijn twee correcties die nog op de beginstand moeten worden uitgevoerd. Tijdelijk budget handhaving Omgevingsrecht In de begroting 2022 is voor de periode 2022 t/m 2028 elk jaar een bedrag van € 200.000,- beschikbaar gesteld voor de handhaving in het buitengebied. Als gevolg van de jaarlijkse indexering is het bedrag inmiddels opgelopen tot € 236.000,-. Omdat het bedrag tot en met jaarschijf 2028 was toegekend, is het van 2029 weer beschikbaar. Integraal Huisvestingsplan 2025-2040 Op 28 mei 2025 heeft de raad het Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2025-2040 vastgesteld (D/2025/16564). Daarbij zijn twee besluiten genomen die effect hebben op het begrotingssaldo 2030. Ten eerste is het krediet van € 350.000,- voor het verduurzamen van De Otterkolken verschoven van 2026 naar 2027. De bijbehorende kapitaallasten van € 28.583,- zijn daardoor ook een jaar doorgeschoven en treden voor het eerst op in 2030. Ten tweede het besluit om een krediet beschikbaar te stellen van € 1.860.000,- voor de revitalisatie van De Otterkolken. De bijbehorende kapitaallasten van € 120.900,treden vanaf 2030 op.
Begrotingswijzigingen na vaststelling Begroting 2026 Na vaststelling van de Begroting 2026 zijn er raadsbesluiten genomen die het saldo van de meerjarenbegroting beïnvloeden. Het betreft besluiten over: Septembercirculaire 2025 Gemeentefonds In de septembercirculaire 2025 (D/2025/750166) is de algemene uitkering van het Gemeentefonds bijgesteld. In de decembercirculaire 2025 die daarna verschenen is, zijn geen bijstellingen voor de jaren 2027 en verder opgenomen.
23
Bijstelling investeringskredieten 2e Bestuursrapportage 2025 Op 11 december 2025 heeft de raad de 2e Bestuursrapportage 2025 vastgesteld (D/2025/75508). Onderdeel van de besluitvorming betrof het verhogen van de volgende zes kredieten: 1. Krediet Cornelis Geelvinckstraat; meer uitgaven € 355.000,2a. Krediet Citadel/ Gildenplein; meer uitgaven € 60.000,2b. Krediet Laan van Broekpolder; meer uitgaven € 75.000,3. Krediet Fietspaden Maerelaan; meer uitgaven € 100.000,4. Woonstraten Assumburg / Debora Bakelaan € 1.800.000,5. Krediet Revitalisering natuurgrasveld D vv ODIN’59; meer uitgaven € 65.000,6. Krediet Beheerssysteem Openbare Ruimte; meer uitgaven € 300.000,Zoals in de 2e Bestuursrapportage is aangegeven worden de kapitaallasten die gepaard gaan met de Woonstraten Assumburg / Debora Bakelaan opgevangen binnen de huidige begrotingsbudgetten. Per saldo resteert een effect op de kapitaallasten van € 109.000,- in 2027, aflopend in de jaren daarna. Omdat de investering in het beheerssysteem openbare ruimte vanaf 2026 in vier jaar wordt afgeschreven vervallen deze kapitaallasten vanaf 2030. GR Omgevingsdienst IJmond (ODIJ)– Kadernota 2027 (D/2025/764637) Op 5 maart 2026 heeft de raad besloten om de financiële dekking voor het Programma Gezonde Leefomgeving 2026-2030 op te nemen in de voorliggende Perspectiefnota (D/2026/770999).
Dit programma richt zich op verbetering van luchtkwaliteit en vermindering van geluid- en geurhinder in de IJmond. Het betreft een samenwerking van de gemeenten Beverwijk, Heemskerk en Velsen, de Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) en de GGD Kennemerland. De bijdrage van Heemskerk aan het Programma Gezonde Leefomgeving is € 42.788,- per jaar voor de periode 2026-2030. Eveneens op 5 maart heeft de raad ingestemd met het verwerken van de 9e wijziging van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond (D/2025/764637) en de financiële effecten hiervan mee te nemen in deze Perspectiefnota. Onderdeel van de
Perspectiefnota 2027-2030
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
financiële effecten zijn de hierboven genoemde kosten verbonden aan het Programma Gezonde Leefomgeving. Daarnaast is de hoge bijdrage aan de ODIJ het gevolg van het versterken van diverse bedrijfsvoeringselementen, zoals hardware, ICT-licenties, werkplekken en overhead, en de uitbreiding van de organisatie met 7,27 FTE. De gevolgen van de indexering (3,9% voor de ODIJ) is opgenomen in de totale loon- en prijsbijstelling van de gemeentebegroting. Nieuw zwembad (D/2024/692268) Op 30 januari 2025 heeft de gemeenteraad besloten een krediet van € 27,2 miljoen beschikbaar te stellen voor de bouw van een nieuw zwembad (D/2024/692268) op de locatie Kerkweg. Er is toen rekening gehouden met structurele onderhoud en kapitaallasten van € 1,56 miljoen per jaar vanaf 2031. Dit valt nu nog buiten de scope van deze perspectiefnota. Vanwege uitstel van besluitvorming in Beverwijk is in de raad van Heemskerk op 30 januari 2025 een motie (M2025-01) aangenomen. In deze motie verzoekt de raad om alternatieve scenario’s aan te bieden. Naar aanleiding van de beantwoording van deze motie heeft de gemeenteraad op 26 juni 2025 de motie VADO aangenomen: Heemskerks nieuw zwembad. Deze motie verzoekt het college om een scenario uit te werken voor een eigen zwembad, eventueel met sporthal, op een alternatieve locatie.
Op 3 maart 2026 heeft het college de raad via een raadsmemo (D/2026/778412) ingelicht over de bestuursopdracht nieuw zwembad Heemskerk. Het doel van deze bestuursopdracht is het uitwerken van een scenario voor de verplaatsing van het gemeentelijk zwembad, inclusief sportcapaciteit, naar Tolhek of locatie J (park Assumburg). Deze opdracht sluit aan bij het raadsvoorstel ‘Ontwikkeling Kerkweg en Tolhek’ en ondersteunt het vrijmaken van de Kerkweg voor woningbouw en maatschappelijke functies. De verwachting is dat in de tweede helft 2027 een startkrediet voor de verdere ontwikkeling aan de raad zal worden voorgelegd. De financiële effecten kunnen daarna in de meerjarenbegroting verwerkt worden.
24
Perspectiefnota 2027-2030
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
3.2 Begrotingsbijstelling Perspectiefnota 2027-2030 Gemeentefonds De algemene uitkering is in onze huidige meerjarenbegroting opgenomen met prijspeil 2026. Bij de perspectiefnota wordt het basisjaar verschoven naar 2027. Dit levert een ophoging van de algemene uitkering op van € 2,177 miljoen en is nodig om de ophoging van de budgetten in verband met indexatie op te vangen. Deze verhoging is als het ware de indexatie van de algemene uitkering uit het gemeentefonds van het Rijk. Loon- en prijsbijstellingen Dit betreft de totale bijstelling op basis van de gehanteerde Centraal Economisch Plan (CEP) indexatie. Een nadere toelichting is opgenomen in hoofdstuk 5 Uitgangspunten Begroting 2027. OZB aansluiting bij gemiddeld landelijk tarief De raad heeft ervoor gekozen om vanaf 2025 de tarieven aan te laten sluiten bij het landelijk gemiddelde van het voorgaande jaar. Hiervoor kijken we naar de tarieven die het COELO jaarlijks publiceert. In de publicatie van april 2026 is opgenomen dat het gemiddelde tarief 2026 voor woningen ten opzichte van 2025 is afgenomen met 5,74%. Bij de bepaling van dit gemiddelde houdt COELO rekening met een stijging van de WOZ-waarden. Voor de gemeente Heemskerk resulteert dit in een opbrengststijging van de OZB van 1,4% voor de woningen. Bij niet-woningen wordt deze systematiek ook gevolgd wat leidt tot een opbrengststijging van 2,8%.
Hiermee leidt het volgen van het landelijk gemiddelde voor 2026 tot minder opbrengst dan wanneer uitgegaan zou zijn van het percentage van 4,04% dat voor de overige tarieven in de gemeentebegroting gehanteerd wordt (zie Hoofstuk 5 grondslagen).
25
Actualisatie kapitaallasten lopende investeringen Investeringen die de gemeente doet leiden tot afschrijvings- en rentelasten. Ten behoeve van de Perspectiefnota is gekeken naar de voortgang op de lopende investeringen en naar de toekomstige investeringen. De raad heeft hier eerder een raadsmemo ‘Meerjarig investeringsplan (MJIP) 2026-2029’ (D/2026/777307) over ontvangen. De bijstelling van de lopende investeringen worden hier toegelicht. De effecten op de kapitaallasten van toekomstige investeringen is onder autonome en noodzakelijke bijstellingen toegelicht. In de periode na de oorspronkelijke kostenraming hebben zich enkele ontwikkelingen voorgedaan die invloed hebben op de financiële uitgangspunten van het project. Zo wordt in lijn met het Convenant Emissieloos Bouwen vaker gekozen voor de inzet van elektrisch materieel. Op deze manier verlagen we de uitstoot van stikstof in de nabijheid van Natura2000-gebieden. Deze duurzame keuze brengt hogere kosten met zich mee dan in de oorspronkelijke begroting werd voorzien. Daarnaast zijn sinds de eerste kostenraming de prijzen voor zowel materiaal als arbeid significant gestegen. Voor de projecten Zevenhoeven, Debora Bakelaan en Fietsstraat Jan van Kuikweg samen leidt dit een bijstelling van € 1,2 miljoen hogere investeringslasten.
De investeringslasten die het riool betreffen worden zoals gebruikelijk meegenomen in de berekening van de rioolheffing. Waar mogelijk vragen we voor de investeringsprojecten subsidies aan. Zo hielden we voor de Fietsstraat Jan van Kuikweg al rekening met bijdrage van de Provincie NoordHolland uit de Brede Doeluitkering (BDU-subsidie) in het kader van verkeersveiligheid. Daar voegen we in deze Perspectiefnota een verwachte bijdrage van € 1,5 miljoen voor de Zevenhoeven uit dezelfde BDU-subsidie aan toe. Rekening houdend met deze subsidies komen we per saldo iets voordeliger met onze kapitaallasten uit.
Perspectiefnota 2027-2030
In deze paragraaf worden de autonome- en noodzakelijk ontwikkelingen toegelicht. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen van buitenaf waar de gemeente geen invloed op heeft, maar die wel financiële gevolgen hebben. Deze kosten of opbrengsten zijn onvermijdelijk. Hieronder vallen ook financiële effecten van besluiten die de raad eerder al heeft genomen. Noodzakelijke ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die niet kunnen worden uitgesteld en nodig zijn om de gemeente goed te laten functioneren of om wettelijk verplichte taken uit te voeren. De ruimte om hierop te sturen is beperkt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan noodzakelijke investeringen in ICT om de bedrijfsvoering op orde te houden. Autonome- en noodzakelijke ontwikkelingen Nr.
Programma / omschrijving voorstel
Incidenteel / structureel
Exploitatielasten 2027
2028
2029
2030
1. Bestuurlijk domein 1
Verkiezingen
Incidenteel
-
-
98
-98
2
Lease iPads t.b.v raads- en commissieleden
Structureel
-35
-35
-35
-35
3
Vergoeding raads- en commissieleden
Structureel
-40
-40
-40
-40
4
Gemeentelijke leges reisdocumenten
Structureel
-15
-55
-185
-185
-90
-130
-162
-358
-1.722
-1.722
-1.722
-1.722
-1.722
-1.722
-1.722
-1.722
Totaal Bestuurlijk domein 2. Sociaal domein 5
Regionale jeugdgelden
Structureel
Totaal Sociaal domein 3. Fysiek domein 6
GR VRK - Kadernota 2027
Structureel
-100
-100
-100
-100
7
GR RAUM - Kadernota 2027
Incidenteel
-20
-
-
-
8
Voorbereidingskosten De Knip
Incidenteel
-80
-80
-
-
Kapitaallasten De Knip (D/2026/771404)
Structureel
-
-
-45
-45
Dekking uit onderhoudsbudget wegbeheer
Structureel
-
-
45
45
9
Kapitaallasten toekomstige investeringen
Structureel
-
64
-79
-447
10
Voorbereidingskosten investeringen
Structureel
-50
-50
-50
-50
11
Hogere WOZ-beschikkingen schoolgebouwen
Structureel
-33
-33
-33
-33
12
Netbeheer en energietransport openbare verlichting
Structureel
-100
-100
-100
-100
13
Overname terreinwagen t.b.v. Heemskerkse Reddingsbrigade
Structureel
20
6
6
6
-363
-293
-356
-724
Totaal Fysiek domein 4. Bedrijfsvoering
Perspectiefnota 2027-2030
14
Correctie kapitaallasten vervroegen krediet vervanging laptops
Incidenteel
-291
-
-
-
15
Schoonmaakkosten gemeentehuis
structureel
-55
-55
-55
-55
Totaal Bedrijfsvoering
-346
-55
-55
-55
Totale lasten
-2.521
-2.200
-2.295
-2.859
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
26
3.3 Autonome en noodzakelijke begrotingsbijstellingen
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
3.3.1 Programma Bestuurlijk domein 1. Verkiezingen In de Begroting 2026 is rekening gehouden met twee verkiezingen in het jaar 2029: de verkiezing voor het Europees Parlement en de Tweede Kamer. Inmiddels is duidelijk dat de eerstvolgende Tweede Kamerverkiezing in mei 2030 zal plaatsvinden. Onder de aanname dat het huidige kabinet haar volledige zittingsduur volmaakt. Omdat wij de budgetten in onze begroting willen aansluiten bij de nu voorziene verkiezingskalander valt er in 2029 een bedrag van € 98.000,- vrij. Dit bedrag moet vervolgens in 2030 worden bijgeraamd. 2. Lease iPads t.b.v. raads- en commissieleden Na de gemeenteraadsverkiezingen 2026 zullen alle raads- en commissieleden voorzien worden van een nieuwe iPad. Hiervoor zal voor vier jaar een leasecontract afgesloten worden. De totale kosten inclusief de benodigde licenties worden ingeschat op € 65.000,- per jaar. Het nu beschikbaar budget van € 30.000,- moet per 2026 structureel aangevuld worden met € 35.000,-. 3. Vergoeding raads- en commissieleden De vergoeding van de raadsleden was in 2024 en 2025 niet voldoende. In de 1e Bestuursrapportage 2025 is het budget voor de vergoeding van de raadsleden daarom bijgesteld met € 40.000,-. In combinatie met het gegeven dat er meer commissieleden bijkomen, zal het budget ook vanaf 2026 niet toereikend zijn.
Uitgaande van de realisatie van de voorgaande jaren vorig jaar is een structurele bijstelling van € 40.000,- noodzakelijk. 4. Gemeentelijke leges reisdocumenten In 2014 is de geldigheidsduur van reisdocumenten verlengd van 5 naar 10 jaar. Dit leidt vanaf 2024 tot een aanzienlijke verhoging van het aantal aanvragen van deze documenten. Deze ‘paspoortenpiek’ duurt 5 jaar. Meer aanvragen betekent ook meer legesinkomsten. De leges voor reisdocumenten bestaat uit een gemeentelijk deel, en uit een Rijksdeel.
27
Bij de begroting voor de komende jaren is voor de inkomsten uit leges voor het gemeentedeel geen rekening gehouden met een afloop en einde van de paspoortenpiek.
3.3.2 Programma Sociaal domein 5. Regionale jeugdgelden Volumegroei bij consortia: € 220.000,Sinds de invoering van de consortia voor specialistische jeugdhulp is gewerkt met een nullijn voor volumegroei. Met volumegroei wordt niet alleen een stijging van het aantal jeugdigen bedoeld, maar ook de gezamenlijke ontwikkeling van omvang, duur en zwaarte van de ingezette trajecten. Voor 2026 wordt voorgesteld deze nullijn tijdelijk los te laten en een beperkte groei van 2,4 procent toe te staan, omdat het stelsel kampt met structurele druk door zwaardere zorgvragen, oplopende wachtlijsten en beperkte capaciteit. Deze groei blijft onder de landelijke raming van 4,7 procent hierdoor wordt de prikkel om doelmatig te werken en te investeren in innovatie en preventie behouden. De extra ruimte is nodig om verdere wachttijdstijging en duurdere niet gecontracteerde zorg te voorkomen en om consortia in staat te stellen de zwaardere casuïstiek op te vangen die ontstaat door het aflopen van noodmaatregelen bij gecertificeerde instellingen. Dit bedrag kan niet binnen het huidige financieel kader voor perceel 1 worden vrijgemaakt. Daarom wordt een hogere bijdrage van de gemeenten gevraagd. Het fonds kent een ingroeipad van twee jaar. Fonds excessieve casuïstiek: € 506.000,Excessieve casuïstiek gaat om jeugdhulptrajecten met uitzonderlijk hoge kosten door zeer intensieve en specialistische zorg.
Deze kosten vallen nu nog buiten de lumpsumfinanciering van de consortia en worden volledig door de woonplaatsgemeente betaald, om te voorkomen dat deze hoge lasten het reguliere aanbod verdringen en tot extra wachtlijsten leiden. In het kader van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdhulp wordt gewerkt aan een regionale regeling die deze kosten gezamenlijk opvangt. Dit zorgt voor meer structurele grip op de uitgaven, grotere voorspelbaarheid en bescherming van individuele gemeenten,
Perspectiefnota 2027-2030
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
zoals Heemskerk, tegen onvoorziene lasten die kunnen oplopen tot wel een miljoen euro per casus. Daarom wordt in 2026 binnen het lumpsumkader van perceel 1 een geoormerkt regionaal fonds ingericht, met een jaarlijkse omvang van vijf miljoen euro, gebaseerd op historische uitgaven.
Bij de 2e Bestuursrapportage 2025 is voor het jaar 2025 incidenteel een bijstelling opgenomen voor de regionale jeugdgelden. Met deze bijstelling wordt het bedrag structureel verwerkt in de meerjarenbegroting.
3.3.3 Programma Fysiek domein Bijdrage regionale inkoopfunctie: € 71.000,Door de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdhulp moet de jeugdregio in 2026 belangrijke stappen zetten richting de oprichting van een Gemeenschappelijke Regeling. Deze oprichtingsopgave vraagt daardoor een aanzienlijk deel van de begroting. Een investering is noodzakelijk om in 2027 als nieuwe organisatie van start te kunnen gaan. Het betreft onder meer de kosten voor een kwartiermaker, het centraliseren van de backoffice, juridische ondersteuning en de uitvoering van het inrichtingsplan. Berichtenverkeer: € 925.000,In het berichtenverkeer worden betalingen verwerkt voor jeugdhulp die buiten de consortia om wordt geleverd, zoals enkelvoudige hulp in perceel 2, LWI, maatwerkcontracten en zeer specialistische hulp die niet regionaal wordt ingekocht. Omdat deze trajecten kostbaar zijn, kan één extra jeugdige direct grote financiële gevolgen hebben. Veel maatwerkcontracten stammen nog uit de periode vóór de invoering van de nieuwe consortiumcontracten; een kleiner deel komt voort uit regelingen zoals excessieve casuïstiek en acute onveiligheid. Regionaal is afgesproken dat vanaf 1 januari 2026 geen nieuwe maatwerkcontracten meer worden afgesloten en dat alle benodigde jeugdhulp via de consortia wordt geleverd.
Bestaande maatwerkcontracten lopen echter deels door in 2026, waardoor aanvullend budget nodig blijft. Er wordt onderzocht hoe dit maatwerk kan worden opgenomen binnen de lumpsumfinanciering, met prioriteit voor overdracht in 2026 om financiering beter beheersbaar te maken. De kosten voor maatwerk worden in 2026 vergelijkbaar verwacht met 2025, wat leidt tot een negatieve bijstelling van € 925.000,-. In de loop van 2026 worden de effecten van de nieuwe financieringsafspraken gemonitord; in het derde kwartaal wordt meer duidelijkheid verwacht, waarna de raad wordt geïnformeerd.
28
6. GR Veiligheidsregio Kennemerland (VRK) – Kadernota 2027 De Veiligheidsregio Kennemerland (VRK) heeft de Ontwerpprogrammabegroting 2027-2030 aan de raden van de participerende gemeenten aangeboden. In deze ontwerpprogrammabegroting heeft de VRK gerekend met een indexpercentage van 2,66%. Dit geeft een verhoging van de bijdrage van Heemskerk aan de VRK van circa € 137.000,- welke in voorliggende perspectiefnota is meegenomen in het totaal van de loon- en prijsbijstellingen. De Ontwerpprogrammabegroting 2027-2030 leidt voor Heemskerk tot een structureel hogere bijdrage van in totaal € 237.000,-. Naast de verhoging als gevolg van indexering, bestaat de hoger gevraagde bijdrage € 100.000,-. Dit wordt veroorzaakt door een formatie-uitbreiding bij het onderdeel Veilig Thuis.
7. GR Recreatieschap Alkmaarder- en Uitgeestermeer (RAUM) – Kadernota 2027 De gemeenschappelijke regeling RAUM heeft de ontwerpbegroting 2027-2030 opgesteld (D/2025/768254). Op basis van de ontwerpbegroting is een stijging van € 3.000,- meegenomen in het totaal van de loon- en prijsbijstellingen in deze perspectiefnota. Daarnaast is er een incidenteel bijdrage van € 20.126,- nodig in 2027. 8. De Knip Rijksstraatweg – Alkmaarseweg Noord Op 5 maart 2026 heeft de raad besloten het krediet van € 1,25 miljoen beschikbaar te stellen voor het verwijderen van de Knip op de Rijksstraatweg – Alkmaarseweg Noord (D/2026/771404). De investering leidt tot € 45.000,- kapitaallasten vanaf 2029. Conform het raadsbesluit worden deze lasten gedekt uit het reguliere budget wegbeheer.
Perspectiefnota 2027-2030
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
Ter voorbereiding op de investering, de directievoering en toezicht gedurende de uitvoering van het project worden kosten gemaakt. Conform de Nota Activa en afschrijven 2025 (D/2025/730710) vallen deze kosten buiten de investeringskosten die geactiveerd worden. Voor De Knip verwachten wij in totaal € 220.000,- nodig te hebben, verdeeld over de jaren 2026 (€ 60.000,-), 2027 en 2028 (twee keer € 80.000,-).
De investeringslasten aangaande het riool worden meegenomen in de berekening van de rioolheffing. De overige investeringslasten leiden tot een reeks kapitaallasten die we afzetten tegen de financiële ruimte die we hiervoor in de meerjarenbegroting hebben (zie onderstaande tabel). In 2028 lijkt er voldoende ruimte te zijn, maar vanaf 2029 is er sprake van een tekort van € 79.000,- oplopend naar € 447.000,-. Kapitaallasten toekomstige investeringen
9. Kapitaallasten toekomstige investeringen In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met kapitaallasten van toekomstige investeringen. Dit zijn beschikbare budgetten die nog niet toebedeeld zijn naar concrete projecten. Voor deze Perspectiefnota hebben we gekeken welke investeringen in de komende jaren nodig zijn, welke kapitaallasten dat met zich meebrengt en hoe dat zich verhoudt tot de beschikbare financiële ruimte in de begroting. Jaarlijks besluit de raad bij de vaststelling van de begroting welke investeringskredieten voor het komende jaar beschikbaar worden gesteld en welke projecten daarmee door het college tot uitvoering kunnen worden gebracht. We zien de volgende noodzakelijke investeringen voor de komende jaren: Toekomstige investeringen
(bedragen x € 1.000,-) 2027
2028
2029
2030
Componistenbuurt fase 1, 2 en 3
6.913
6.905
6.905
Rijksstraatweg Fase 1 en 2
4.241
3.535
Fietsstraat Breedweer
1.307
Benelux
3.342
Kruispunt Mozartstraat-Baandert
2.253
Rotonde G. v. Assendelftstraat
1.414
Totaal investeringen
3.342
12.641
14.107
6.905
…Waarvan riolering
1.537
4.534
5.256
2.639
29
(bedragen x € 1.000,-) 2027
2028
2029
2030
Kapitaallasten toekomstige investeringen, excl. riool
-
-77
-410
-779
Beschikbare financiële ruimte in de meerjarenbegroting, excl. riool
-
141
331
331
Verschil
-
64
-79
-447
10. Voorbereidingskosten investeringen Om onze projecten in Heemskerk tijdig en zorgvuldig te kunnen uitvoeren, is een goede voorbereiding onmisbaar. Juist in de ontwerp- en voorbereidingsfase zijn diverse onderzoeken noodzakelijk. Het aantal uit te voeren onderzoeken neemt ook toe. Artikel 60 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt dat dergelijke kosten slechts onder bepaalde voorwaarden geactiveerd mogen worden. In de praktijk komt het echter niet vaak voor dat aan alle gestelde voorwaarden wordt voldaan. In de Nota Activa en afschrijven 2025 (D/2025/730710) is om deze reden, alsmede om de beperkte afschrijvingstermijn van vijf jaar (BBV artikel 64 lid 5) en het gegeven dat het veelal kosten betreft die verband houden met de inzet van menskracht, opleiding en ondersteuning, in artikel 3 opgenomen dat we in Heemskerk de kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief niet activeren maar ten laste van de exploitatie brengen. In onze huidige meerjarenbegroting is geen rekening gehouden met deze voorbereidingskosten in de veronderstelling dat activeren altijd mogelijk was. Daarom is een structureel jaarlijks voorbereidingsbudget noodzakelijk. Met dit budget versterken we de kwaliteit van voorgestelde investeringsbesluiten en vergroten we de uitvoeringskracht van onze organisatie. Het voorgestelde bedrag van
Perspectiefnota 2027-2030
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
€ 50.000,- per jaar is toereikend omdat het aansluit bij de gemiddelde kosten van de meest voorkomende voorbereidende onderzoeken, zoals grond-, asfalt-, groen-, parkeeronderzoeken. Het bedrag is gebaseerd op de voorbereiding van 2 projecten per jaar. 11. Hogere WOZ-beschikkingen schoolgebouwen De verhoging van de OZB-belasting heeft ook geleid tot hogere WOZ-beschikkingen voor de schoolgebouwen. De huidige budgetten zijn niet toereikend om deze verhoging op te kunnen vangen. Dit is eerder bij de 1e Bestuursrapportage 2025 geconstateerd en heeft een structurele doorwerking. Zowel voor het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs als het speciaal onderwijs is vastgelegd in onderwijswetgeving, dat het schoolbestuur geen bekostiging van het ministerie ontvangt voor het betalen van de OZB-belasting. Het schoolbestuur mag de OZBbelasting dan ook niet met de ontvangen rijksmiddelen betalen. Indien een gemeente ervoor kiest een OZB-aanslag aan een school op te leggen, dan is de gemeente verplicht voor hetzelfde bedrag het schoolbestuur te compenseren.
13. Overname terreinwagen t.b.v. Heemskerkse Reddingsbrigade In de afgelopen jaren huurde de gemeente gedurende een aantal weken in de zomerperiode een terreinwagen voor de Heemskerkse Reddingsbrigade. De gemeente huurde de wagen bij Reddingsbrigade Nederland (RBN). De RBN heeft aangegeven te stoppen met het verhuren van dit soort wagens. Om het strandtoezicht en de veiligheid, beide taken van de Reddingbrigade Heemskerk, te continueren en adequaat uit te kunnen blijven voeren is het noodzakelijk dat de Reddingsbrigade een terreinwagen tot hun beschikking heeft. RBN heeft de gemeente aangeboden om de huidige wagen over te nemen voor de dagwaarde ad € 65.000,- excl. btw. Deze wagen is uitgerust met alle noodzakelijke communicatieapparatuur en medische uitrusting. Daarnaast zal er budget benodigd zijn voor de jaarlijkse vaste kosten voor verzekering, onderhoud, brandstof. De totale lasten, bestaande uit kapitaallasten en overige onderhoudskosten kunnen worden gedekt uit het vrijvallende structurele budget voor de huur van € 25.000,- per jaar.
3.3.4 Ontwikkelingen Bedrijfsvoering 12. Netbeheer en energietransport openbare verlichting De kosten voor netbeheer en energietransport zijn in het afgelopen jaar aanzienlijk hoger uitgevallen dan begroot. Dit is het gevolg van landelijke tariefsverhogingen door de netbeheerders, veroorzaakt door toenemende investeringen in netverzwaring, onderhoud en capaciteitsmanagement. Deze stijgende lasten zijn toegelicht in de Jaarrekening 2025. Voor onze organisatie leidt dit tot hogere structurele kosten voor elektriciteitsafname, onder meer voor onze verkeersregelinstallaties, openbare verlichting en overige energie-intensieve voorzieningen. De werkelijke tariefstijgingen liggen substantieel boven de eerder ingeschatte ontwikkelingen, waardoor het huidige begrotingsbudget niet toereikend is. Op basis van de nieuwe tarieven en het verwachte verbruiksniveau is een aanvullend structureel budget van € 100.000,- nodig om aan onze contractuele verplichtingen te kunnen voldoen.
30
14. Correctie kapitaallasten vervroegen krediet vervanging laptops In de perspectiefnota 2026-2029 is aangegeven dat de levensduur van de laptops te wensen overlaat. Om die reden is het onvermijdelijk geweest het krediet voor de vervanging van de laptops waarvoor uw raad in de begroting 2026 akkoord heeft gegeven, een jaar te vervroegen. De kapitaallasten die daardoor een jaar eerder zullen optreden zijn per abuis verwerkt onder de budgetneutrale voorstellen. Dit is echter niet mogelijk en wordt hierbij hersteld om alle ICT-uitgaven te kunnen blijven bekostigen. 15. Schoonmaakkosten gemeentehuis Voor de schoonmaak heeft in 2025 een aanbesteding plaatsgevonden. Als gevolg van gestegen kosten is de bijdrage hoger dan in voorgaande jaren. Hiervan is melding gemaakt in de 2e Bestuursrapportage 2025. Met deze wijziging wordt het hogere bedrag structureel verwerkt in de meerjarenbegroting.
Perspectiefnota 2027-2030
In deze paragraaf worden de budgetneutrale bijstellingen gemeld. Een budgetneutrale bijstelling is een begrotingswijziging die geen effect hebben op het begrotingssaldo. Het gaat bijvoorbeeld om het overhevelen van budgetten van het ene naar het andere programma, of lasten waar ook baten vanuit het Rijk tegenover staan. Budgettair neutrale bijstellingen: Nr. Programma / omschrijving voorstel
Incidenteel /
Exploitatielasten
structureel
2027
2028
2029
2030
Incidenteel
140
90
-75
-75
-140
-90
75
75
159
159
159
159
159
159
159
159
1. Bestuurlijk domein 1
Rijksleges reisdocumenten Afdracht rijksleges reisdocumenten aan Rijk Administratieve wijzigingen
Structureel
Totaal Bestuurlijk domein 2. Sociaal domein 2
Motie “Pak energiearmoede aan bij de bron”
Incidenteel
-54
-54
-31
0
3
Suïcide Preventie
Structureel
-20
-20
-20
-20
Administratieve wijzigingen
Structureel
-416
-416
-416
-401
-490
-490
-467
-421
-5
-5
-5
49
49
49
Totaal Sociaal domein 3. Fysiek domein 4
Groot onderhoud bestaande opstallen kinderboerderij Dierendorp
Incidenteel
Kapitaallasten nieuwe opstallen kinderboerderij Dierendorp
Structureel
5
Communicatie Recreatie en toerisme door eigen personeel
Structureel
48
6
Herijking programma energietransitie
Incidenteel
-50
Analyse netgcongestie
Incidenteel
-50
Routekaart verduurzamen vastgoed
Incidenteel
-25
Delta ruimtelijke adaptie
structureel
-25
-25
-25
-25
Dekking CDOKE gelden
structureel
150
25
25
25
Omgevingsplan
Incidenteel
-156
-155
Administratieve wijzigingen
Structureel
-407
-405
-403
-354
-673
-517
-360
-311
7
Totaal Fysiek domein
-158
4. Overhead 5
Communicatie Recreatie en toerisme door eigen personeel
Structureel
-48
-49
-49
-49
Administratieve wijzigingen
Structureel
695
693
691
691
647
645
643
643
Totaal Overhead Algemene dekkingsmiddelen, vpb en onvoorzien 3
Suïcide Preventie
Structureel
20
20
20
20
Administratieve wijzigingen
Structureel
-31
-31
-31
-31
-11
-11
-11
-11
54
31
5
5
Totaal Algemene dekkingsmiddelen, vpb en onvoorzien Mutaties reserves
Perspectiefnota 2027-2030
2
Onttreking reserve Budgetoverheveling Motie “Pak energiearmoede aan bij de bron”
Incidenteel
54
4
Onttrekking reserve Groot onderhoud kinderboerderij
Incidenteel
158
4
Lagere dotatie reserve Groot onderhoud kinderboerderij
Structureel
7
Onttrekking reserve Budgetoverheveling Omgevingsplan
Incidenteel
Administratieve wijzigingen
Incidenteel
Totaal Mutaties reserves Totale effect
156
5
155
-64 368
214
36
-59
0
0
0
0
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
31
3.4 Budgetneutrale bijstellingen van de begroting
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
Toelichting Administratieve wijzigingen Begin 2026 is een aantal administratieve wijzigingen in de meerjarenbegroting doorgevoerd. Hiermee worden de inkomsten en uitgaven beter toebedeeld aan de betreffende taken in de begroting. Het juist toedelen van inkomsten en uitgaven is een vereiste vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Het betreft hier administratieve verschuivingen van budgetten tussen verschillende programma’s, die geen effect hebben op het saldo van de begroting. Omdat het wel verschuivingen over de programma’s heen zijn, worden ze hierbij aan de raad voorgelegd. Het gaat onder andere om: • Het doorbelasten van de baten en lasten van de Werf van P4 Overhead naar onderdelen van P3 Fysiek domein, aangezien de gemeentewerf vooral wordt ingezet ten behoeve van werkzaamheden van het fysieke domein. • Het verschuiven van de bijdrage aan het Noord-Hollands archief van P4 Overhead naar P2.3 Lokale voorzieningen, sport en cultuur. • Het verschuiven van de uitgaven aan de Reddingsbrigade van P2.3 Lokale voorzieningen, sport, cultuur en recreatie naar P1.2 Openbare Orde en Veiligheid. • De verdeling van alle ICT-budgetten is vanaf 2026 volledig herzien, zodat deze beter aansluit op de verwachte realisatie in de verschillende programmaonderdelen. • Het verschuiven van de lasten van Geografische Informatie (GEO) van P4 Overhead naar P3.1 Ruimte.
leges voor het gemeentedeel verwerkt, maar het Rijksdeel nog niet. Dat wordt nu gecorrigeerd en is budgetneutraal; hogere inkomsten, maar dus ook hogere afdracht aan het Rijk.
3.4.2 Programma Sociaal domein 2. Motie “Pak energiearmoede aan bij de bron” De raad heeft in 2021 de motie “Pak energiearmoede aan bij de bron” aangenomen. De raad heeft hiervoor een incidenteel budget van € 500.000,- beschikbaar gesteld, gedekt door een onttrekking aan de Algemene reserve. Nadat de raad dit besluit heeft genomen is het startplan Energiearmoede opgesteld met daarin de wijze van besteding van de beschikbaar gestelde middelen. Echter, in de daartussen liggende periode zijn door het Rijk extra financiële middelen beschikbaar gesteld bestemd voor de aanpak van energiearmoede. Als gevolg hiervan is een deel van het door de raad beschikbaar gestelde incidentele budget niet aangewend. Ultimo 2025 resteert nog € 193.000,-. Voorgesteld wordt dit budget in de periode 2026 tot en met 2029 te bestemmen aan de Inwonersaanpak energietransitie. Doel is • Uitvoering geven aan een aanpak VVE, • Uitvoering geven aan de verordening Stimuleringslening verduurzamingen maatschappelijke organisaties Heemskerk 2025 en • Communicatie en informatievoorziening. Het beschikbare bedrag in de reserve Budgetoverhevelingen wordt verdeeld over de jaren 2026 en 2029, waarvan € 54.000,- in 2026 en € 139.000,- in de jaren 2027 tot en met 2029.
3.4.1 Programma Bestuurlijk domein 1. Rijksleges reisdocumenten In 2014 is de geldigheidsduur van reisdocumenten verlengd van 5 naar 10 jaar. Dit leidt vanaf 2024 tot een aanzienlijke verhoging van het aantal aanvragen van deze documenten. Deze ‘paspoortenpiek’ duurt 5 jaar. Meer aanvragen betekent ook meer legesinkomsten. De leges voor reisdocumenten bestaat uit een gemeentelijk deel, en uit een Rijksdeel. Gemeenten innen dat Rijksdeel en dragen dat vervolgens af aan het Rijk. Bij de begroting voor de komende jaren is een verhoging van inkomsten uit
32
3. Suïcide preventie Met ingang van 2026 wordt suïcidepreventie onderdeel van de Wet publieke gezondheid (Wpg). Gemeenten zijn daarmee verantwoordelijk voor het opnemen van suïcidepreventie in het lokale (gezondheids)beleid. Dit doen we binnen de door het Rijk via het gemeentefonds beschikbaar gestelde middelen. Suïcidepreventie is hiermee integraal onderdeel van het Beleidsplan Sociaal Domein Samen sterk voor Heemskerk.
Perspectiefnota 2027-2030
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
3.4.3 Programma Fysiek domein
4. Opstallen kinderboerderij Dierendorp De raad heeft bij de vaststelling van de Begroting 2025-2028 een incidenteel budget van € 100.000,- beschikbaar gesteld voor het vergroenen en herinrichten van kinderboerderij Dierendorp. Naast de herinrichting van het terrein, worden ook bestaande opstallen herzien, opgeknapt en opnieuw ingedeeld. De totale kosten hiervan bedragen € 250.000,-. Voor het plaatsen van een nieuwe hooibergkapschuur en een nieuwe geiten- en schapenstal is een krediet nodig van in totaal € 92.000,. De jaarlijkse onderhoudskosten van de nieuwe opstallen zullen lager zijn dan nu begroot. Dit biedt dekking aan de kapitaallasten die met de investering gepaard gaan. Hierdoor kan de investering saldoneutraal worden uitgevoerd. De overige incidentele kosten die bestaan uit groot onderhoud aan de bestaande opstallen en het treffen van energetische verbetermaatregelen voor in totaal € 158.000,-. Deze incidentele lasten worden gedekt vanuit de reserve Groot onderhoud kinderboerderij Dierendorp. 5. Verschuiving communicatiekosten van fysiek naar bedrijfsvoering De communicatiewerkzaamheden die vanuit Recreatie & Toerisme worden aanbesteed, zullen vanaf het 2e kwartaal 2026 intern door team Communicatie worden uitgevoerd.
Het budget dat werd gebruikt voor de aanbestedingskosten wordt voortaan ingezet ter dekking van de kosten voor ambtelijke capaciteit en de daarbij behorende werkzaamheden binnen team Communicatie. 6. Klimaat en energiebeleid (CDOKE) Met de regeling Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat-en Energiebeleid (CDOKE) ondersteunt het Rijk gemeenten en provincies bij het opbouwen van een interne organisatie gericht op het uitvoeren van klimaat- en energietaken. Met dit geld kunnen wij extra personeel aantrekken en externe expertise in huis halen. Het voorstel is de volgende uitgaven ten laste van de CDOKE gelden te brengen: • De raad heeft in vergadering van mei 2024 het Programma Energietransitie 2024-2030 vastgesteld (D/2024/625401). Bij deze vaststelling is een herijkmoment
33
ingepland in 2027. Dit moment is nogmaals benoemd in raadsmemo (D/2025/706308). Voor de herijking is eenmalig € 50.000,- nodig. • Binnen Heemskerk is sprake van netcongestie op het elektriciteitsnet. Een elektriciteitsaansluiting is daardoor een schaars goed geworden. • De verwachting is dat de schaarste nog 10-15 jaar aanhoudt. Netcongestie vormt hiermee een groot risico voor de realisatie van toekomstige gebiedsontwikkelingen (incl. nieuwbouw) en van de energietransitie zelf. Het is noodzakelijk om een goede impactanalyse te (laten) maken en te (laten) onderzoeken welke maatregelen we als gemeente zouden kunnen nemen en tegen welke kosten om te voorkomen dat gebiedsontwikkelingen helemaal stilvallen. Hiertoe is in 2027 een incidenteel budget van € 50.000,- benodigd. • Elke vier jaar moeten we als gemeente een routekaart opstellen waarin we aangeven hoe we de komende vier jaar ons gemeentelijk vastgoed gaan verduurzamen en waarin we een doorkijkje geven richting 2050. De huidige routekaart stamt uit 2024 en dus zullen we eind 2027 een nieuw plan moeten laten opstellen zodat deze begin 2028 af is. De kosten voor het opstellen van de routekaart bedragen € 25.000,-. • Door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast, droogte en hitte toe. De wateroverlast kan leiden tot overstromingen met grote schade tot gevolg. Door extreme hitte ontstaat een toename in sterfgevallen.
Klimaatverandering levert risico’s op voor onder andere economie, gezondheid en veiligheid. Voor een klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte zetten we in op drie lagen: - Handelen bij extremen - Fysieke en technische maatregelen - Ruimtelijke keuzes gebaseerd op toekomstbestendig gebruik van water- en bodemsysteem Hoe klimaatbestendig de inrichting nu is, is moeilijk meetbaar. Vanuit het deltaprogramma zijn zogeheten stresstest-kaarten toegankelijk die een eerste beeld over de klimaatbestendigheid van Heemskerk. Het doel is dit beeld te versterken door middel van onderzoek en validatie van beschikbare informatie.
Perspectiefnota 2027-2030
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
In de perspectiefnota 2026-2029 is “Onderzoek naar hitte (klimaatadaptatie)” reeds opgenomen. Dit onderzoek staat in de startblokken. Inmiddels is ook duidelijk dat op het gehele thema klimaatadaptatie de gemeente meer inzicht nodig heeft om de mate van klimaatbestendigheid van Heemskerk te bepalen en te monitoren. Daarom wordt voorgesteld jaarlijks € 25.000,- beschikbaar te stellen voor onderzoek en analyse ten behoeve van het klimaatbestendig maken van Heemskerk.
7. Omgevingsplan Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Op grond van de Omgevingswet is elke gemeente verplicht om voor 2032 een omgevingsplan vast te stellen (autonome verplichting). Er is nu een start gemaakt met de voorbereidingen van het project. In 2026 zal het project verder worden uitgewerkt en van start gaan. In 2025 is het incidentiele budget vanuit de meicirculaire en het restant budget uit 2025 via de reserve Budgetoverhevelingen beschikbaar gesteld voor 2026. Voorgesteld wordt om het incidentele budget van 2025 vanuit de meicirculaire ad € 158.188,- en het restant structurele budget van 2025 ad € 152.777, - te spreiden over de jaren 2027 en 2028.
3.4.4 Ontwikkelingen Bedrijfsvoering 2. Motie “Pak energiearmoede aan bij de bron” Zie de toelichting bij sociaal domein. 3. Suïcide preventie Zie de toelichting bij sociaal domein. 5. Verschuiving communicatiekosten van fysiek naar bedrijfsvoering Zie de toelichting bij fysiek domein. 7. Omgevingsplan Zie de toelichting bij fysiek domein.
34
Perspectiefnota 2027-2030
Alle financiële wijzigingen in dit hoofdstuk leiden tot een nieuw financieel kader per programma. Dit is het financieel kader dat gehanteerd wordt voor het opstellen van de Begroting 2027. In onderstaande tabel is dit kader vastgelegd. Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030 1. Bestuurlijk domein Lasten
-10.438
-10.389
-10.330
-10.420
Baten
1.303
1.213
918
918
Saldo
-9.135
-9.176
-9.412
-9.502
Lasten
-78.437
-78.119
-77.915
-77.874
Baten
18.907
18.749
18.749
18.749
Saldo
-59.530
-59.370
-59.166
-59.125
Lasten
-34.675
-34.318
-34.348
-34.811
Baten
16.218
16.570
16.964
16.964
Saldo
-18.456
-17.748
-17.385
-17.848
Lasten
-19.950
-19.706
-19.173
-19.050
Baten
937
937
937
937
Saldo
-19.014
-18.770
-18.236
-18.113
Lasten
-657
-504
-713
-732
Baten
102.179
99.961
99.290
99.285
Saldo
101.522
99.457
98.577
98.553
Totaal lasten
-144.157
-143.036
-142.478
-142.886
Totaal baten
139.543
137.429
136.856
136.852
Saldo voor bestemming
-4.614
-5.607
-5.622
-6.035
Storting in reserves
-2.050
-2.045
-2.045
-2.045
Onttrekking aan reserves
3.256
3.227
3.093
2.998
Saldo na bestemming
-3.408
-4.425
-4.574
-5.081
2. Sociaal domein
3. Fysiek domein
4. Overhead
Algemene dekkingsmiddelen, Vpb en onvoorzien
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
35
3.5 Meerjarenbegroting op programmaniveau
Perspectiefnota 2027-2030
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
4. Meerjaren Investeringsprogramma (MJIP) In het Meerjaren InvesteringsProgramma (MJIP) zijn alle investeringen opgenomen die nog niet door de raad zijn goedgekeurd. Dit in tegenstelling tot de investeringen in staat C. Omdat de kredieten van het MJIP nog niet zijn gevoteerd, kan de raad ervoor kiezen deze investeringsvoorstellen uit het MJIP te schrappen. Het MJIP is grotendeels al eerder samengesteld, maar ten behoeve van de PN2027-2030 is ook een aantal investeringsbudgetten met concrete voorstellen ingevuld. In het verwachte begrotingssaldo van de PN 2027-2030 (zie hoofdstuk 3) zijn de hiermee gemoeide kapitaallasten reeds verwerkt.
Het wettelijk kader voor investeringen ligt besloten in de rijksregelgeving Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en is verder uitgewerkt en vastgelegd in de Financiële Verordening 2022 en de nota Activa en afschrijven 2025. Het vaststellen van de begroting 2027 is de basis voor het uitvoeren van de investeringen. De opgenomen investeringsbedragen in 2027 zijn na het vaststellen van de begroting 2027 beschikbaar voor uitvoering, tenzij de raad aangeeft dat hiervoor een afzonderlijk raadsvoorstel moet worden voorgelegd. Het MJIP 2027-2028 is exclusief het nieuw te bouwen zwembad.
Categorie
Bruto investering
BTW bedrag
Bruto bedrag excl btw
Revitalisatie De Otterkolken
Nieuwbouw
1.860.000
-
Verduurzaming De Otterkolken
Nieuwbouw
350.000
-
Speelvoorzieningen
Vervanging
423.500
73.500
350.000
Armaturen
Vervanging
242.000
42.000
200.000
Beschoeiing
Vervanging
242.000
42.000
200.000
Beneluxlaan Wegen
Vervanging
2.591.820
449.820
2.142.000
Beneluxlaan Openbare verlichting
Vervanging
315.084
54.684
Benelux Groen
Vervanging
365.904
63.504
Benelux Riolering
Riolering
1.860.012
Omschrijving
Subsidie/ Bijdragen
Netto investering
Afschrijvingstermijn
1.860.000
1.860.000
350.000
350.000
kapitaal lasten
Rente %
Verwachte realisatie
Ingangsdatum kap. lasten
2028
2029
2030
20
1,5%
2029
2030
27.900
27.900
120.900
15
1,5%
2029
2030
5.250
5.250
28.583
350.000
15
1,5%
2027
2028
28.583
28.233
27.883
200.000
20
1,5%
2027
2028
13.000
12.850
12.700
Investeringen 2027
200.000
25
1,5%
2027
2028
11.000
10.880
10.760
1.242.000
40
1,5%
2027
2028
49.680
49.214
48.749
260.400
260.400
40
1,5%
2027
2028
10.416
10.318
10.221
302.400
302.400
25
1,5%
2027
2028
16.632
16.451
16.269
322.812
1.537.200
1.537.200
60
1,5%
2027
2028
39.035
39.035
39.035
900.000-
Terreinwagen reddingsbrigade
Aanschaf
78.650
13.650
65.000
65.000
5
1,5%
2027
2028
13.975
13.780
13.585
Hooischuur Kinderboerderij
Nieuwbouw
111.320
19.320
92.000
92.000
25
1,5%
2027
2028
5.060
5.005
4.950
8.250.320
1.048.320
7.202.000
220.531
218.916
333.634
Totaal investeringen 2027
36
900.000-
6.302.000
Perspectiefnota 2027-2030
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
Categorie
Bruto investering
BTW bedrag
Bruto bedrag excl btw
Speelvoorzieningen
Vervanging
423.500
73.500
Armaturen
Vervanging
242.000
42.000
Beschoeiing
Vervanging
242.000
42.000
200.000
Wegen
Vervanging
7.312.030
1.269.030
6.043.000
Openbare verlichting
Vervanging
925.650
160.650
765.000
Groen
Vervanging
1.353.385
234.885
1.118.500
Riolering
Riolering
5.486.140
952.140
4.534.000
Rijksstraatweg De Knip Wegen
892.375
154.875
Rijksstraatweg De Knip Openbare Verlichting
75.625
13.125
Omschrijving
Subsidie/ Bijdragen
Netto investering
Afschrijvingstermijn
Rente %
Verwachte realisatie
Ingangsdatum kap. lasten
350.000
350.000
15
1,5%
2028
200.000
200.000
20
1,5%
200.000
25
6.043.000
40
765.000 1.118.500
kapitaal lasten 2028
2029
2030
2029
28.583
28.233
2028
2029
13.000
12.850
1,5%
2028
2029
11.000
10.880
1,5%
2028
2029
241.720
239.454
40
1,5%
2028
2029
30.600
30.313
25
1,5%
2028
2029
61.518
60.846
4.534.000
60
1,5%
2028
2029
115.134
115.134
737.500
737.500
40
1,5%
2028
2029
29.500
29.223
62.500
62.500
40
1,5%
2028
2029
2.500
2.477
Investeringen 2028
Rijksstraatweg De Knip Groen Rijksstraatweg De Knip Riool
Riolering
Totaal investeringen 2028
75.625
13.125
62.500
62.500
25
1,5%
2028
2029
3.438
3.400
468.875
81.375
387.500
387.500
60
1,5%
2028
2029
9.840
9.840
17.497.205
3.036.705
14.460.500
546.832
542.650
-
14.460.500
Investeringen 2029 Nieuwbouw gymzaal Bachstraat
Nieuwbouw
1.576.000
-
1.576.000
1.576.000
50
1,5%
2030
2031
Nieuwbouw Rinket
Nieuwbouw
4.280.000
-
4.280.000
4.280.000
50
1,5%
2030
2031
Speelvoorzieningen
Vervanging
423.500
73.500
350.000
350.000
15
1,5%
2029
2030
28.583
Armaturen
Vervanging
242.000
42.000
200.000
200.000
20
1,5%
2029
2030
13.000
Beschoeiing
Vervanging
242.000
42.000
200.000
200.000
25
1,5%
2029
2030
11.000
Wegen
Vervanging
8.211.060
1.425.060
6.786.000
6.786.000
40
1,5%
2029
2030
271.440
Openbare verlichting
Vervanging
1.051.248
182.448
868.800
868.800
40
1,5%
2029
2030
34.752
Groen
Vervanging
1.446.918
251.118
1.195.800
1.195.800
25
1,5%
2029
2030
65.769
Riolering
Riolering
6.360.244
1.103.844
5.256.400
5.256.400
60
1,5%
2029
2030
133.478
23.832.970
3.119.970
20.713.000
Totaal investeringen 2029
37
-
20.713.000
-
558.022
Perspectiefnota 2027-2030
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
Categorie
Bruto investering
BTW bedrag
Bruto bedrag excl btw
Speelvoorzieningen
Vervanging
423.500
73.500
Armaturen
Vervanging
242.000
42.000
Beschoeiing
Vervanging
242.000
42.000
200.000
Wegen
Vervanging
3.805.450
660.450
3.145.000
Openbare verlichting
Vervanging
513.040
89.040
424.000
Groen
Vervanging
843.370
146.370
697.000
Riolering
Riolering
3.193.190
554.190
Omschrijving
Subsidie/ Bijdragen
Netto investering
Afschrijvingstermijn
Rente %
Verwachte realisatie
Ingangsdatum kap. lasten
350.000
350.000
15
1,5%
2029
2030
200.000
200.000
20
1,5%
2030
2031
200.000
25
1,5%
2030
2031
3.145.000
40
1,5%
2030
2031
424.000
40
1,5%
2030
2031
697.000
25
1,5%
2030
2031
2.639.000
2.639.000
60
1,5%
2030
2031
kapitaal lasten 2028
2029
2030
-
-
220.531
765.748
1.434.307
Investeringen 2030
Hardware/software
Vervanging
1.194.000
1.194.000
4
1,5%
2030
2031
Meubilair
Vervanging
p.m.
p.m.
10
1,5%
2030
2031
-
-
-
-
Totaal investeringen 2030
9.262.550
1.607.550
8.849.000
-
8.849.000
Totaal investeringen 2028-2030
58.843.045
8.812.545
51.224.500
900.000-
50.324.500
38
Perspectiefnota 2027-2030
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
5. Uitgangspunten Begroting 2027
In onderstaande tabel is de indexering per jaarschijf gespecificeerd. 2027
2028
2029
2030
Indexering
Kaders voor het opstellen Het algemene kader is een structureel sluitend meerjarenperspectief. Volgens de voorschriften van het BBV betekent dit dat de komende jaarschijf 2027 structureel sluiten moet zijn. Mocht dat niet lukken, dan moet in ieder geval de jaarschijf 2030 sluitend zijn. Dit is ook het toetsingskader waarmee onze provinciaal toezichthouder de komende begroting gaat beoordelen. Meerjarenraming tegen constante prijzen Conform voorgaande jaren wordt de meerjarenraming tegen constante prijzen weergegeven. Dit betekent dat alleen voor het eerste volgende begrotingjaar (2027) de indexering voor de verwachte prijsontwikkelingen wordt toegepast. De overige jaren worden de budgetten geraamd op het prijspeil van 2027. Doordat we werken met constante prijzen, hoeven onderhoudsplannen niet meerjarig te worden geïndexeerd.
A: Lonen (personeel + inhuur derden) Loonvoet sector overheid
4,20% niveau 2027 niveau 2027 niveau 2027
B: Overige goederen en diensten Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)
2,60% niveau 2027 niveau 2027 niveau 2027
C: Wmo/ Jeugdzorg OVA-index (vooralsnog voorlopig p ercentage)
3,96% niveau 2027 niveau 2027 niveau 2027
D: Subsidies Samengesteld 2/3 lonen + 1/3 ov goeden en diensten
3,67% niveau 2027 niveau 2027 niveau 2027
E: Gemeenschappelijke regelingen (GR) Volgens kadernota 2027 v.d. betreffende GR Indien geen kadernota bekend: samengesteld 2/3 lonen + 1/3 ov goeden en diensten
divers niveau 2027 niveau 2027 niveau 2027
E: Tarieven Samengesteld 90% lonen + 10% ov goeden en diensten
4,04% niveau 2027 niveau 2027 niveau 2027
Rente-omslagpercentage
1,50%
1,50%
1,50%
1,50%
Kort geld
2,25%
2,25%
2,25%
2,25%
Lang geld
3,90%
3,75%
3,75%
3,75%
Grondexploitaties
1,50%
1,50%
1,50%
1,50%
Financieringen:
39
Perspectiefnota 2027-2030
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
Toelichting tabel A: Lonen (eigen personeel) en inhuur derden De loonvoet sector overheid is de gemiddelde loonontwikkeling per Fte in de sector overheid. De loonvoet is inclusief de incidentele loonontwikkeling. Door het invoeren van de constante prijzen wordt het loon-en prijspeilniveau van 2027 voor de navolgende jaren constant gehouden.
E: Tarieven Voor de indexering van de tarieven hanteren wij een gemengd percentage. Dit samengestelde percentage is gebaseerd op 90% de verwachte loonstijging en op 10% van de verwachte prijsstijging. Met betrekking tot de tarieven van alle gemeentelijke producten geldt wettelijk dat niet meer dan 100% van de lasten mag worden doorberekend.
B: Overige goederen en diensten De prijsindex van de netto materiële overheidsconsumptie (IMOC) is de gemiddelde jaarlijkse prijsmutatie van de materiële overheidsbestedingen. Voorbeelden zijn: kosten van energie, huisvesting, kantoorartikelen, uitzendkrachten, afschrijvingen van gebouwen, computers etc.
Rente-omslagpercentage Voor het uitvoeren van haar taken heeft de gemeente financieringsmiddelen nodig. Deze financieringsmiddelen kunnen bestaan uit eigen (reserves) en externe (geldleningen) middelen. Ter vergoeding van externe middelen is de gemeente rente verschuldigd. Hierbij is sprake van verschillende rentepercentages omdat de geld- en kapitaalmarkt onderhevig zijn aan vooral exogene factoren en ontwikkelingen.
C: Wmo / Jeugdzorg Voor de budgetten Wmo en Jeugdzorg hanteren we de OVA-index. Dit percentage voor 2027 wordt in de loop van 2026 bekend. Vooralsnog is hier de voorlopige index opgenomen. D: Subsidies Subsidies zijn voor de gemeente een belangrijk instrument om de sociale infrastructuur te faciliteren en sturing te geven aan de beleidsuitvoering. Wij hanteren een gemengd percentage voor de indexatie van de loonkosten (2/3) en de overige goederen en diensten (1/3). E: Gemeenschappelijke regelingen De indexatiepercentages voor de gemeenschappelijke regelingen worden overgenomen uit de door de regelingen aan de raad voorgelegde kadernota’s. Daar waar deze nota’s nog niet bekend zijn, is gekozen voor het gemende percentage van de loonkosten (2/3) en de overige goederen en diensten (1/3).
40
In principe past de gemeente het systeem van totaalfinanciering toe. Dit houdt in dat niet voor iedere investering apart financieringsmiddelen worden aangetrokken, maar dit pas wordt gedaan op het moment dat alle geldstromen zijn verzameld in een geldstromenprognose. Op basis daarvan worden financieringsmiddelen aangetrokken. As gevolg hiervan kunnen de hieraan verbonden rentekosten niet direct aan de individuele investeringen worden gelinkt. Om de rentekosten aan programma’s toe te kunnen rekenen wordt gewerkt met het zogenaamde rente-omslagpercentage. Dit percentage wordt berekend door de totale rentelasten (exclusief de rentelasten van een specifiek voor een bepaalde investering aangetrokken geldlening) te delen door de restantboekwaarde van de investeringen. Hierbij is uitgegaan van financiering van het volledige investeringsvolume. Dit is ambitieus. Zeker gezien de ombuigingsvoorstellen waarbij de uitvoering van eerder geplande investeringen in tijd naar voren zijn geschoven. Daarnaast is vrijwel altijd sprake van een bepaald vertragingseffect in de uitvoering van geplande investeringen.
Perspectiefnota 2027-2030
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE Momenteel hanteren we reeds een aantal jaar een rente-omslagpercentage van 1,50%. Dit percentage zetten we af tegen het werkelijke rente-omslagpercentage om tot het renteresultaat te komen. Het werkelijke percentage wordt beïnvloed door de rentevergoeding die we op nieuw aan te trekken geldleningen moeten betalen. Voorgesteld wordt om dit percentage voor de komende jaren aan te houden. Rentevisie Om onderbouwde financieringsbeslissingen te kunnen nemen, is het belangrijk om een inschatting te maken van de toekomstige renteontwikkeling. Deze zogeheten rentevisie wordt jaarlijks opgesteld en is gebaseerd op de verwachtingen van diverse financiële instellingen. In de begroting wordt een rente voor kortlopende leningen (looptijd ≤ 1 jaar) en een rente voor langlopende leningen (looptijd > 1 jaar) gehanteerd. De ontwikkeling van de korte rente is vooral afhankelijk van de inflatie. De hoogte van de lange rente wordt vooral bepaald door de economische ontwikkelingen. Als gevolg van het geplande investeringsvolume zal de financieringsbehoefte in 2027 onverminderd hoog blijven. Hiervoor zal een beroep op de geld- en/of kapitaalmarkt moeten worden gedaan. Dit leidt tot rentelasten. De in de begroting te hanteren rekenrente is gebaseerd op de in het verleden afgesloten en toekomstige af te sluiten vaste geldleningen.
Kijkende naar de financiële markten, ligt het niveau van de rente bij het opstellen van deze nota voor vaste geldleningen (25 en 40 jaar) op gemiddeld 3,90%. De verwachting van de Europese Centrale Bank (ECB) is dat de rente gedurende 2026, en met name in het 2e halfjaar zal stabiliseren op het huidige niveau. Voor de jaren daarna wordt een lichte daling verwacht. Gelet op de mondiale situatie en de onvoorspelbare ontwikkelingen moet worden benadrukt da dit een uiterst onzekere prognose betreft. Vooralsnog willen we de prognose van de ECB en andere financiële instellingen volgen. Voorstel is de rekenrente in de Begroting 2027 te stellen op 3,90% en de komende maanden de ontwikkelingen nauwlettend te volgen voor eventuele tussentijdse bijstelling. Indien de renteontwikkeling daartoe aanleiding geeft dan zal daar bij het opstellen van de Begroting 2027 op worden teruggekomen.
41
Perspectiefnota 2027-2030
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
Bijlage 1 Ombuigingen Ombuigingen (stand van zaken) In deze paragraaf informeren wij u over de voortgang van de ombuigingen zoals vastgesteld door de raad op 27 maart 2025. De oorspronkelijke taakstelling is via amendementen aangepast.
• Nr. 44 Budget uitvoeringskosten aframen Cultuur; • Nr. 46 Bezuiniging op interne organisatie. Deze voorstellen zijn bestuurlijk afgerond, financieel verwerkt en kennen geen resterende onzekerheden.
Overzicht ombuigingstaakstelling: Taakstelling ombuigingen
(bedragen x € 1.000,-) 2027
2028
2029
2030
Raadsbesluit ombuigingen d.d. 27 maart 2025
3.193
3.421
3.837
3.837
Aanpassingen via amendementen en of raadsbesluiten
-1.230
-505
-435
-425
Nieuwe taakstelling ombuigingen
1.963
2.916
3.402
3.412
Afgeronde ombuigingen
870
988
1.061
1.061
Taakstelling nog te realiseren
1.093
1.928
2.341
2.351
Afgeronde ombuigingen Onderstaande ombuigingsvoorstellen zijn volledig gerealiseerd en leveren structureel bij aan de taakstelling. Deze zijn daarom opgenomen onder de kop ‘Afgeronde ombuigingen’ in de taakstellingstabel: • Nr. 2 Verlengen afschrijvingstermijnen; • Nr. 5 Budget Internationale samenwerking aframen; • Nr. 10 Afbouwen subsidie steunpunt vrijwilligers; • Nr. 14 Subsidie lokale omroep verlagen tot wettelijk minimum; • Nr. 17 Monitor Sport en Bewegen niet uitvoeren; • Nr. 25 Verhogen inzet loonkostensubsidie; • Nr. 29 Aframen budget DSO in relatie tot de omgevingswet; • Nr. 35 Verwijderen plantenbakken in het centrum; • Nr. 40 Stoppen met gemeentelijke kerstbomen in de wijken; • Nr. 41 Fasen IHP;