Programmabegroting 2023-2026.pdf
Tekst van het document
Meerwaarde samenwerking De gewenste cultuur van regionale samenwerking dragen we actief uit. We zijn kritisch op de uitgaven van verbonden partijen waarin we deelnemen en we kijken naar onze eigen kracht én kwetsbaarheid. Verbonden partijen en regionale samenwerking moeten waarde toevoegen aan maatschappelijke resultaten of aan onze eigen organisatie(ontwikkeling). Wat gaan we specifiek doen in 2023? • Bij het maken van nieuwe (financiële) afspraken met verbonden partijen maken we inzichtelijk op welke wijze deze afspraken bijdragen aan de realisatie van lokaal beleid en lokale behoeftes. Dit geldt voor 2023 en verder.
Programmabegroting 2023-2026
44
Ruimtelijke economische doelen – Smart Delta Drechtsteden De uitvoering van ruimtelijk economische doelen. Wat gaan we specifiek doen in 2023? • Voor wat betreft de Groeiagenda / Smart Delta werken we in 2023 met een beleidsneutrale inhoud en budgetneutrale begroting. Eventuele nieuwe beleidsaccenten worden in 2023 verwerkt op voorstel van de bestuurlijke werkgroepen rond de Groeiagenda. Voor 2023 is de Groeiagenda opgenomen in de lokale begroting. Hier zal nog loon- en prijsindexatie op worden toegepast volgens de Kadernota van de gemeente Dordrecht als penvoerder. • We versterken de lokale, integrale afstemming op de beleidspijlers van de Groeiagenda / Smart Delta (Bouwen, Wonen, Werken & Economie, Mobiliteit en Duurzaamheid) en brengen de kansen voor onderlinge versterking, maar mogelijk ook botsende belangen beter in beeld. Wat gaan we doen na 2023? • In 2023 en verder blijven we bijdragen aan de regionale Groeiagenda vanuit lokale (organische) ontwikkelingen, zoals onze bouwprojecten. Dit vraag van ons als gemeente een goede bestuurlijke en ambtelijke vertegenwoordiging en inzet in de regionale Groeiagenda / Smart Delta, bijvoorbeeld waar het gaat om de inzet op lobby voor grote projecten. Tegelijkertijd vraagt het van ons een kritische blik ten aanzien van de uitgaven in relatie tot de resultaten.
Bestuursstijl Samenwerking Aan de samenwerking tussen het college, gemeenteraad en de organisatie wordt de komende periode continu gewerkt. In de bestaande politieke verhoudingen is het belangrijk dat college, gemeenteraad en organisatie elkaar vinden, in gesprek zijn en blijven en elkaar begrijpen. Dat geeft ruimte voor een politiek debat waar een ieders opvatting tot zijn recht komt en de beste maatschappelijke resultaten. Wat gaan we specifiek doen in 2023? • Vanuit 2022 worden de heisessies van gemeenteraad en college voortgezet. Hier kunnen strategische onderwerpen of onderwerpen die de onderlinge relaties raken, worden besproken. Een dergelijk traject van verbinding en relaties in relatie tot formeel te nemen besluiten sluit aan bij de gewenste organisatieontwikkeling. Op deze manier dragen we bij aan het politieke en maatschappelijke debat. Dit doen we uiteraard binnen de bestaande politieke realiteit en vanuit de wetenschap dat politieke verschillen er mogen zijn. Wat gaan we doen na 2023? • In de gehele bestuursperiode wordt aandacht besteed aan de samenwerking tussen college, gemeenteraad en organisatie. Er wordt per keer maatwerk toegepast. Daarom is nu nog niet aan te geven welke activiteiten in 2023 plaatsvinden. Voorstel is wel om na iedere bijeenkomst een evaluatie uit te voeren en vandaar uit de lijn van samenwerking verder te ontwikkelen.
Opiniëren en onderling gesprek We creëren meer mogelijkheden voor opiniëren en het onderlinge gesprek, voordat een voorstel op de tafel van het college of de gemeenteraad belandt. Uiteindelijk is het aan de gehele gemeenteraad als hoogste bestuursorgaan om goed geïnformeerd en afgewogen een besluit te nemen. Wat gaan we specifiek doen in 2023? • Vanuit 2022 werken we in 2023 door aan een andere manier van werken waarbij er meer mogelijkheden worden gebruikt voor informeren en opiniëren. In 2023 is er bij een schriftelijke vraag standaard contact tussen het raadslid dat de vraag stelt en de medewerker die namens het college de beantwoording voorbereidt.
Programmabegroting 2023-2026
45
Wat gaan we doen na 2023? • Deze werkwijzen zetten we voort na 2023. • De nieuwe werkwijzen monitoren (evaluaties o.a. in agendacommissie, presidium en heidagen) en we sturen bij als dat nodig is.
Participatie Participatie De komende jaren werken we verder aan het vormgeven van participeren: we blijven hierin leren en benutten de kennis van buiten. Participatie wordt een vanzelfsprekend onder- deel van communicatie met onze inwoners ondernemers en maatschappelijke organisaties en onderdeel van het DNA van onze gemeentelijke organisatie. Participatie draait niet primair om het alleen creëren van draagvlak of alles mogelijk maken. Het gaat om het voeren van het gesprek, het verzamelen van input en het creëren van wederzijds begrip, zo kan ‘nee’ ook een antwoord zijn. We zorgen ervoor dat alle belangen op tafel komen, dat we helder hebben wat er kan en niet kan en wie welke verantwoordelijkheid heeft, waarbij we ook durven loslaten. We maken daarbij gebruik van allerlei (digitale) instrumenten en netwerken. Wat gaan we specifiek doen in 2023? • We stellen een leidraad op en passen deze toe in de praktijk. De leidraad helpt inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties en de ambtelijke organisatie om het participatieproces goed in te richten. Hierbij zullen we ook evalueren of het leidraad helpt, en waar nodig zullen we het aanscherpen. • Op de website van de gemeente plaatsen we heldere informatie over participatie. Onderdeel hiervan is de vastgestelde participatienota, de leidraad en voorbeelden van participatie.
• Het interne platform participatie breiden we verder uit. Hierin delen we kennis en ervaring rondom participatie. Er wordt ingezet op evaluatie van participatietrajecten. • Ook de inwerkingtreding van de Omgevingswet stimuleert participatie Aanvragers krijgen hierdoor vaker te maken met participatie. Daarom bieden we praktische tools aan inwoners, organisaties en bedrijven om participatie goed uit te voeren. Wat gaan we doen na 2023? • We blijven handelen vanuit het vastgestelde participatiebeleid. Leren en evalueren zijn hierbij kernbegrippen. Na een participatietraject evalueren we met betrokkenen hoe het proces is verlopen. Ook proberen we nieuwe vormen van participatie uit. Daarnaast maken we gebruik van nieuwe (digitale) instrumenten en netwerken. Door de organisatie communicatiever te maken en inwoners, organisaties en bedrijven meer te betrekken, willen we het verschil tussen de samenleving en overheid verder verkleinen.
Uitvoering besluit digitale toegankelijkheid In het Besluit Digitale Toegankelijkheid is bepaald dat websites en mobiele apps van Nederlandse overheidsinstanties moeten voldoen aan de toegankelijkheidseisen. Hierover moet verantwoording worden afgelegd in een toegankelijkheidsverklaring. Wat gaan we specifiek doen in 2023? • Om te voldoen aan wettelijke regelgeving van het Besluit Digitale Toegankelijke Overheid moeten de websites van de gemeente ingrijpend worden aangepast. Alle informatie op de website moet eenvoudiger worden ontsloten en ook de aanvraag van digitale producten moet verbeteren. De invoering hiervan grijpen we aan om de website te verbeteren. In zijn geheel draagt dit bij aan de verbetering van de dienstverlening van de gemeente. Wat gaan we doen na 2023? ▪ Na 2023 voldoet de website weer aan de geldende regelgeving. Wel vraagt dit inspanning om de website goed te onderhouden. In de toegankelijkheidsverklaring beschrijven we welke maatregelen we nemen om aan de digitale eisen van toegankelijkheid te voldoen en wanneer die maatregelen worden uitgevoerd.
Programmabegroting 2023-2026
46
Relatie met financiële begroting Onderwerp
Programma (financieel)
Productnummer
Regionale samenwerking versterkt Meerwaarde samenwerking Ruimtelijke economische doelen – Smart Delta Drechtsteden Samenwerking Opiniëren en onderling gesprek Participatie Uitvoering besluit digitale toegankelijkheid
1 1 1 1 1 Divers Bedrijfsvoering
000 000 000 000 005 Divers 220
Programmabegroting 2023-2026
47
De portemonnee van de gemeente Onderwerpen De belangrijkste onderwerpen in dit programma zijn: • Financieel evenwicht • Verbonden partijen • Belastingdruk overstijgt landelijke trend niet Doelstellingen We spannen ons in om de kosten beheersbaar te houden, zonder dat de zorgverlening aan inwoners onder druk komt te staan. • Integrale afweging bij besluitvorming • Beheerste ontwikkelingen lokale lasten Projecten, opdrachten en processen Omschrijving
Financieel evenwicht Kosten beheersbaar Het perspectief van de financiële positie van gemeenten in Nederland komt steeds meer onder druk te staan. Dit wordt vooral veroorzaakt door de oplopende kosten van de zorgtaken die gemeenten hebben. Daarbij gaat het niet alleen om professionele zorg. De onzekerheid over de hoogte van de rijksbijdrage is steeds van invloed op het financiële perspectief van onze gemeente, waardoor de opgave om de begroting ieder jaar sluitend te krijgen lastiger wordt. Daarom spannen wij ons in om met gemeenten gezamenlijk of via de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) het rijk op te roepen om de financiële bijdragen te verhogen. We spannen ons in om de kosten beheersbaar te houden, zonder dat de zorgverlening aan inwoners onder druk komt te staan. Wat gaan we specifiek doen in 2023? • We spannen ons in om de lokale woonlasten de landelijke trend niet te laten overstijgen. Daarbij vergelijken wij onze woonlasten ook met die van de regiogemeenten. • Investeringen en exploitatie-uitgaven worden beschouwd in de driehoek eigen vermogen, schuldpositie en exploitatieresultaat. • Op landelijk niveau vragen wij, bij voorkeur samen met de regiogemeenten, om aandacht voor de ontwikkeling van de rijksbijdragen via de algemene uitkering, waarbij specifiek de ontwikkeling van de zorguitgaven en de zorgverlening centraal staan.
Wat gaan we doen na 2023? • We continueren onze inzet uit 2023.
Beheer- en beleidsplannen Actuele beheer- en beleidsplannen zijn van belang voor een adequaat beheer van de openbare ruimte. In de komende jaren wordt tot actualisatie gekomen. Actuele beheer- en beleidsplannen zijn van belang voor een adequaat beheer van de openbare ruimte. In de komende jaren wordt tot actualisatie gekomen. Wat gaan we specifiek doen in 2023? • Verdere implementatie Basis Rioleringsplan, Dagelijks Beheer & Onderhoud en Planmatige Inspectie rioleringen afstemmen met Waterschap Rivierenland. • Vaststellen Watertakenplan. Klimaatadaptieve maatregelen met als doel weersbestendigheid en Toekomstbestendigheid van de Stedelijke Omgeving. • Actualiseren en vaststellen Beleids- en Beheerplan wegen. • Opstellen en vaststellen Beleids- en beheerplan Civiele Kunstwerken. • Uitvoeren Meerjarige Onderhouds- en Beheerplannen Openbare Ruimte. Programmabegroting 2023-2026
48
Wat gaan we doen na 2023? • Programmering en planrealisatie Beleid- en Beheerplannen. • Actualiseren beleids- en beheerplannen Openbare Ruimte.
(Grootschalige) investeringen en projecten De financiële positie van de gemeente wordt bepaald door (ruimtelijke) ontwikkelingen die de uitgaven en inkomsten van de gemeente beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn de bouw en meerjarige exploitatie van het buitenzwembad, ontwikkeling aan de Nieuweweg, de komst van de waterbus en de investeringen die gemoeid zijn met de meerjarige onderhouds- en beheerplannen voor bijvoorbeeld bruggen, riolering en onderhoud van gebouwen. Wat gaan we specifiek doen in 2023? • De komende jaren staat de gemeente voor een aantal uitdagingen, waarbij grote investeringen nodig zijn. Deze investeringen hebben (deels) al een plek in onze meerjarenbegroting gekregen. Nieuwe ontwikkelingen zetten we af tegen de financieringsdriehoek, te weten eigen vermogen, schuldpositie en exploitatieresultaat. • De effecten van de meerjarige onderhouds- en beheerplannen zullen ook gewogen worden op het vlak van het gewenste onderhoudsniveau. Wat gaan we doen na 2023? • We continueren onze inzet uit 2023.
Integrale afweging bij besluitvorming Bij de keuzes die wij daarbij maken, betrek- ken wij het financiële effect op het jaarlijkse begrotingssaldo, de stand van de reservepositie en de omvang van de leningenportefeuille. Zowel op collegeals op raadsniveau willen wij vanuit deze drie invalshoeken een integrale afweging kunnen maken bij de toekomstige besluitvorming. Wat gaan we specifiek doen in 2023? • Inzetten op een duurzaam, evenwichtige begroting, waarbij integrale afweging (inclusief financiële effect op korte en lange termijn) bij besluitvorming leidend is. Wat gaan we doen na 2023? • We continueren onze inzet uit 2023.
Verbonden partijen Vanuit de inhoud en met een brede blik op alle ontwikkelingen die op de gemeente afkomen, maken we heldere keuzes die zorgen voor een positief effect in de samenleving. Naar kosten en baten in ver bonden partijen blijven we scherp kijken, met name om helder te hebben welk deel van de kosten beïnvloedbaar is en welk deel minder of niet. Eventuele budgetwijzigingen komen altijd voort uit inhoudelijke voorstellen aan de gemeenten. We zoeken de komende jaren naar een gezonde balans in wat we als gemeente aankunnen. Daarbij denken we altijd vanuit mogelijkheden en grijpen we kansen voor ontwikkelingen als ze zich voordoen. Wat gaan we specifiek doen in 2023? • Vanuit de inzet op regionale samenwerking wegen we af wat lokaal of regionaal kan worden gerealiseerd. Uitgangspunt daarbij is wat lokaal kan lokaal doen en wat regionaal kan regionaal doen. Dit binnen de context van de regionale samenwerkingsverbanden. • In het verlengde daarvan zijn we scherp op de kostenontwikkeling van de verbonden partijen en geven onze visie op (inhoudelijke) voorstellen via zienswijzen aan de betrokken besturen door. Wat gaan we doen na 2023? • We continueren onze inzet uit 2023.
Programmabegroting 2023-2026
49
Belastingdruk overstijgt landelijke trend niet Ons uitgangspunt is een financieel evenwicht, waarbij voorzieningen voor de inwoners in stand gehouden kunnen worden, investeringen mogelijk blijven en de totale belastingdruk voor inwoners de landelijke trend niet overstijgt. Wat gaan we specifiek doen in 2023? • In een cyclus van 4 jaar de kostendekkendheid van de tarieven tegen het licht houden. • Beheerste ontwikkeling van de woonlasten, waarbij indexatie voor inflatie (t-2, d.w.z. 2021) de basis vormt. • Investeringen wegen in de context eigen vermogen, schuldpositie en exploitatiesaldo, waarbij een duurzame evenwichtige begroting het uitgangspunt is. Wat gaan we doen na 2023? • Voortzetting van het beleid zoals is geformuleerd voor 2023.
Relatie met financiële begroting Onderwerp
Programma (financieel)
Productnummer
Kosten beheersbaar Beheer- en beleidsplannen (Grootschalige) investeringen en projecten Integrale afweging bij besluitvorming Verbonden partijen Belastingdruk overstijgt landelijke trend niet
F&AD / Bedrijfsvoering 4 4 / 11 F&AD / Bedrijfsvoering Divers 13
185/215/220 030 030 / 155 185/215/ Divers 205/220 185
Programmabegroting 2023-2026
50
1.7
Algemene Dekkingsmiddelen
Kosten en opbrengsten die niet direct tot één van de vorengaande programma’s behoren vallen onder de noemer ‘algemene dekkingsmiddelen’. De algemene dekkingsmiddelen zijn: 1. Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is De lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is zijn heffingen waarvan er geen duidelijke relatie is tussen de gemeentelijke dienstverlening en de belasting. Voorbeelden zijn de onroerend zaakbelastingen (OZB) en de hondenbelasting. Overigens zijn de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voorbeelden van lokale heffingen waarvan de besteding wel is gebonden. Dergelijke heffingen worden op de desbetreffende programma’s verantwoord. Voor verdere informatie wordt u verwezen naar de paragraaf ‘Lokale heffingen’. 2. Algemene uitkering uit het gemeentefonds De algemene uitkering uit het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron voor onze gemeente. Twee factoren bepalen de uitkering aan een gemeente: 1. De omvang hangt af van de algemene groei en van taak- en andere veranderingen. Het gemeentefonds is gekoppeld aan de rijksuitgaven. Als het Rijk meer uitgeeft, gaat het gemeentefonds ook omhoog en omgekeerd. Twee voorbeelden van taak- en andere veranderingen: Toen de gemeenten de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) gingen uitvoeren, kregen ze daarvoor geld in het gemeentefonds. Het fonds groeide, maar het takenpakket ook. 2.
Het aandeel van een gemeente in de totale omvang van het gemeentefonds hangt af van zogenaamde “verdeelmaatstaven”. Het aantal inwoners is zo een verdeelmaatstaf. Hoe meer inwoners een gemeente heeft, des te groter het aandeel in het totaal. Er zijn circa vijftig verdeelmaatstaven. 3. Dividend Hiertoe behoren de aandelen en daaraan verbonden dividenden die niet tot één van de vorengaande programma’s behoren. Voor onze gemeente zijn dat de aandelen en de daaraan verbonden dividenduitkering van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). 4. Saldo van de financieringsfunctie Het saldo van de financieringsfunctie wordt veroorzaakt door het verschil in de verwachte rentekosten en het percentage dat is gebruikt om de rentekosten aan de programma’s door te berekenen. Volgens de notitie rente 2017 van de commissie BBV mag dit verschil maximaal 0,5% bedragen. 5. Overige algemene dekkingsmiddelen De overige dekkingsmiddelen bestaan normaliter hoofdzakelijk uit de baten en lasten die betrekking hebben op de waardering van onroerende zaken in het kader van de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ). Hieronder vallen overigens niet de opbrengsten van de onroerend zaakbelastingen (OZB) en ook niet de lasten die zijn gemoeid met de heffing en invordering daarvan. Deze worden verantwoord bij de lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is.
Om in te spelen op de stijging van de prijzen en lonen zijn bij de algemene dekkingsmiddelen in deze begroting hiervoor middelen gereserveerd (zie hiervoor ook de toelichting bij het onderdeel "Financiering en Algemene Dekkingsmiddelen" van de financiële begroting paragraaf 2.1). Bij de perspectiefnota (voorjaarsnota) en de najaarsnota wordt bekeken in hoeverre aanspraak op deze bedragen nodig is. Onderstaande tabel bevat het overzicht van algemene dekkingsmiddelen (bedragen x € 1.000):
Omschrijving Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds Dividend Saldo van de financieringsfunctie Overige dekkingsmiddelen Totaal Programmabegroting 2023-2026
2023
2024
2025
2026
4.251 30.022 40 12 -702 33.624
4.251 31.326 40 36 -917 34.735
4.251 32.380 40 32 -887 35.816
4.251 29.689 40 32 -712 33.301 51
Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is Dit betreffen de onroerende zaakbelastingen en de hondenbelasting, welke op het programma Financiering en Algemene Dekkingsmiddelen worden verantwoord. Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds De uitkomsten van de doorrekening van de meicirculaire 2022 zijn in de budgetten verwerkt. Dividend Het hierboven genoemde dividend betreft de dividenden van de Bank Nederlandse Gemeenten.
Programmabegroting 2023-2026
52
1.8
Onvoorzien
In de primitieve begroting is onder financiering en algemene dekkingsmiddelen een post voor onvoorziene uitgaven opgenomen € 25.000.
Programmabegroting 2023-2026
53
Programmabegroting 2023-2026
54
PARAGRAFEN
Programmabegroting 2023-2026
55
1.9
Paragraaf Bedrijfsvoering
Voor de beleidsinhoudelijke aspecten voor wat betreft de bedrijfsvoering wordt verwezen naar het onderdeel "Dienstverlening: een dienstbare organisatie in contact met inwoners" van de beleidsbegroting.
1. Lasten en baten Bedragen x € 1.000
Programma 14 Bedrijfsvoering (kostenplaatsen)
Jaarrekening 2021 Lasten
220 Bedrijfsvoering Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat
-5.282 -5.282 -2.393 -7.676
Baten
Begroting 2022
Saldo
Lasten
-5.159 -5.159 499 -4.659
-6.175 -6.175 -110 -6.284
123 123 2.893 3.016
Baten 41 41 1.221 1.261
Begroting 2023
Saldo
Lasten
-6.134 -6.134 1.111 -5.023
-5.372 -5.372 -96 -5.468
Baten 36 36 205 241
Meerjarenbegroting
Saldo -5.335 -5.335 109 -5.226
2024 Saldo -5.264 -5.264 -35 -5.300
2025 Saldo -5.251 -5.251 -34 -5.285
2026 Saldo -5.252 -5.252 -33 -5.285
- = Nadelig / + = Voordelig
Specificatie lasten (x 1.000)
2. Mutaties na de perspectiefnota 2023-2026 Hieronder een overzicht van de belangrijkste mutaties in de begroting 2023, na vaststelling van de perspectiefnota 2023-2026 en meicirculaire 2022. Voor een totaal overzicht van de mutaties wordt verwezen naar paragraaf 1.4 Financieel meerjarenperspectief. Product
Omschrijving
220
Bedrijfsvoering 1. Energie 2. Brandstoffen 3. Inflatie investeringen 4. Begroting 2023 Service Gemeente Dordrecht 5. Salarissen CAO - ontwikkelingen 6. Salarissen overige ontwikkelingen
2023
2024
2025
bedragen in € 2026
-78.000 -11.000 -16.000 -144.800 -27.500 -184.892
-78.000 -11.000 -16.000 -144.800 -27.500 -184.892
-78.000 -11.000 -16.000 -144.800 -27.500 -184.892
-78.000 -11.000 -16.000 -144.800 -27.500 -184.892
-462.192
-462.192
-462.192
-462.192
Toelichting: 1. Energie Het contract met de huidige energie leverancier is ontbonden. Deze ontbinding heeft plaats gevonden omdat in het 5e sanctiepakket, dat op 9 april 2022 door de Europese Raad is aangenomen, is opgenomen dat alle huidige gascontracten met onze huidige leverancier uiterlijk op 10 oktober 2022 moesten worden beëindigd. Programmabegroting 2023-2026
56
Er is een nieuwe aanbesteding gedaan en begin september is de aanbesteding gegund. Het nieuwe contract is ingegaan per 1 oktober 2022. In lijn met de wereldwijde ontwikkelingen leidt de nieuwe aanbesteding tot een forse stijging van de prijs. Voor 2023 e.v. jaren is de verwachting dat de kosten (stroom en gas) met € 655.000 gaan stijgen. Als gevolg van deze ontwikkelingen wordt er onderzocht wanneer en welke maatregelen er genomen kunnen worden om de energiekosten naar beneden te brengen. 2. Brandstoffen Door de gestegen brandstofkosten voor de buitendienst wordt voorgesteld om het budget te verhogen. 3. Inflatie investeringen Bij de investeringen stellen we voor om rekening te houden met de stijging van de inflatiepercentages. Voor de investeringen die worden gedekt uit bestemmingsreserves stellen we voor om de storting in de bestemmingsreserves te verhogen. De investeringen die worden geactiveerd houden we rekening met een stijging van de afschrijvingslasten. We zijn uitgegaan van 5%. Bij de investeringen in wegen hebben we het CBS indexcijfers (wegen met gesloten verharding) van begin 2022 als uitgangspunt genomen (20%). Voor bovenstaande hebben we een bedrag in de begroting opgenomen van € 190.000. Hiervan wordt € 145.000 toegevoegd aan de bestemmingsreserves en wordt € 45.000 gereserveerd voor de dekking van hogere kapitaallasten.
Bij de perspectiefnota (voorjaarsnota) en de najaarsnota wordt bekeken in hoeverre aanspraak op de bedragen nodig is. 4. Begroting 2023 Service Gemeente Dordrecht Op basis van de begroting 2023 van de Service Gemeente Dordrecht is het budget in de begroting verhoogd. De stijging van de bijdrage is o.a. het gevolg van prijs- en loonindexatie van de bijdrage ten opzichte van 2022. Deze kosten van de Service Gemeente Dordrecht worden op meerdere programma's in de begroting verantwoord. Het totale verhoging bedraagt € 200.000. Het effect op dit programma is € 144.800. 5. Salarissen CAO – ontwikkelingen De huidige CAO heeft een looptijd tot en met 31 december 2022. De onderhandeling over een nieuwe CAO zijn gestart. In de begroting 2023 waren wij tot nu toe uitgegaan van een stijging van 2% (zie ook perspectiefnota 2023-2026). Gelet op de CAO's die op dit moment worden afgesloten is onze inschatting dat 2% niet voldoende zal zijn. We stellen daarom voor om uit te gaan van een verhoging van in totaal 4% (gebaseerd op de verwachte loonontwikkeling zoals deze is opgenomen in de meicirculaire 2022). De effecten voor het personeel dat overhead gerelateerd is, bijvoorbeeld financiën in ICT, zijn hier geraamd (€ 27.500). De overige effecten (€ 172.500) zijn opgenomen bij het programma financiering en algemene dekkingsmiddelen. 6.
Salarissen overige ontwikkelingen Ten opzichte van de begroting 2022 (jaarschijf 2023) is sprake van hogere loonkosten van € 185.000. De oorzaak hiervan is als volgt: 1. In de begroting 2022 is uitgegaan van een loonstijging voor 2022 van 2%. Dit percentage is reeds bij de perspectiefnota 2022-2026 (behandeling in de raad van 7 juli 2021) bepaald. De daadwerkelijke loonstijging is echter ca 3%. 2. Voor voormalige bestuurders hebben wij een wachtgeldverplichting. In de meerjarenbegroting 2022 (jaarschijf 2023) is met deze verplichting geen rekening gehouden. Met het vormen van het college in 2022 is deze verplichting wel ontstaan. Doordat geen rekening was gehouden met deze mogelijke verplichting ontstaan extra lasten. In de komende periode zullen wij bezien of het niet wenselijk is om voor dit risico een voorziening te vormen. 3. Met de vorming van het college in 2022 is besloten om de formatie van het college uit te breiden. Deze uitbreiding is na het opstellen van de perspectief 2023-2026 naar voren gekomen en leidt daarmee tot een structureel nadelig effect. 4. Een aantal medewerkers is geplaatst in een hogere (uitloop)schaal. Bij het opstellen van de begrotingen wordt echter uitgegaan van de ontwikkeling in de schaal van dat moment. Programmabegroting 2023-2026
57
3. Beleidsindicatoren Nr.
Indicator
Eenheid
Per
Waarden Bron Gemeenten < Alle 25.000 gemeenten inwoners 6,22 0 0 Eigen begroting 5,04 0 0 Eigen begroting 625 0 0 Eigen begroting
Beschrijving
HardinxveldGiessendam 30 Formatie 31 Bezetting 32 Apparaatskosten
FTE FTE euro
2022 2022 2022
33 Externe inhuur 34 Overhead
% %
2022 2022
3 14
0 0
0 Eigen begroting 0 Eigen begroting
Fte per 1.000 inwoners Fte per 1.000 inwoners Kosten per inwoner Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen % van totale lasten
4. Verbonden partijen Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. In lijn met de vernieuwde voorschriften van het BBV worden per programma de verbonden partijen vermeld die een relatie hebben tot het betreffende programma. Service Gemeente Dordrecht Met ingang van 1 januari 2022 zijn door de gemeenten in de Drechtsteden dienstverleningsovereenkomsten gesloten met de gemeente Dordrecht. Dit geldt derhalve ook voor onze gemeente. De diensten die wij afnemen waren daarvoor ondergebracht bij de GR Drechtsteden (GRD). De GRD was daarbij een verbonden partij, waarbij de kosten in de financiële administratie ook onder die noemer werden verantwoord. Alhoewel de Service Gemeente Dordrecht (SGD) formeel geen verbonden partij is hebben wij besloten om de bijdragen vanuit de DVO's te beschouwen als bijdragen aan verbonden partijen. Dit betekent dat in de grafieken, zoals op de vorige pagina, sprake kan zijn van een verbonden partij, maar dat dit in formele zin niet een verbonden partij is.
Programmabegroting 2023-2026
58
1.10 Paragraaf Lokale Heffingen Algemeen De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op de heffingen waarvan de besteding zowel gebonden als ongebonden is. Voorbeelden van heffingen waarvan de besteding gebonden is, zijn o.a. de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Heffingen waarvan de besteding ongebonden is zijn o.a. de onroerend zaakbelasting en de hondenbelasting. Deze paragraaf bevat een uiteenzetting van de beleidsvoornemens voor de lokale heffingen, de gemeentelijke inkomsten voor zover deze uit de in Hardinxveld-Giessendam ingevoerde belastingen en retributies voortkomen, een overzicht op hoofdlijnen van de diverse belastingen en heffingen, een aanduiding van de lokale lastendruk, een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid en een overzicht van de kostendekkendheid van de verschillende tarieven. Beleidsvoornemens lokale heffingen De heffing en invordering van belastingen en retributies wordt door de GR SVHW (Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsverband Vastgoed-informatie Heffing en Waardebepaling) verzorgd. Deze gemeenschappelijke regeling wikkelt ook aanvragen om kwijtschelding af. De heffing en invordering van de leges zoals o.a. de bouwleges wordt door de gemeente zelf verzorgd. In onze gemeente zijn buiten de algemene uitkering uit het gemeentefonds de onroerendzaakbelasting en de rioolheffing en afvalstoffenheffing de belangrijkste inkomsten.
De belastingtarieven zijn voor 2022 geïndexeerd. In de perspectiefnota 2023-2026 is uitgegaan van 2,7%. Overzicht gemeentelijke belastingopbrengsten Op grond van artikel 219 van de gemeentewet worden in 2022 in Hardinxveld-Giessendam de volgende belastingen geheven: bedragen x € 1.000
Rekening Omschrijving
2021
Begroting Begroting 2022 * 1 2023
Zuivere belastingen Onroerend zaakbelastingen eigenaren
3.188
3.422
3.422
Onroerend zaakbelastingen gebruikers
603
747
747
Hondenbelastingen
81
82
82
Precariobelasting
10
8
8
Bedrijfsinvesteringszone
74
70
70
3.956
4.329
4.329
Afvalstoffenheffing
2.206
2.300
2.300
Rioolheffing
1.861
1.725
1.725
Subtotaal heffingen
4.068
4.025
4.025
Leges bouwvergunningen
867
677
760
Leges burgerlijke stand
140
139
139
Begrafenisrechten
393
321
391
Havengelden
28
64
64
Marktgelden
22
31
31
Reclameopbrengsten
30
25
25
Subtotaal retributies
1.480
1.257
1.410
Overige pachten
49
59
58
Overige leges en andere rechten
15
1
1
Subtotaal incl overige retributies
1.544
1.317
1.469
TOTAAL lokale heffingen * 1 inclusief Najaarsnota 2022
9.568
9.671
9.824
Subtotaal zuivere belastingen Heffingen
Retributies
Programmabegroting 2023-2026
59
Onroerende zaakbelastingen De (on)roerende zaakbelastingen zijn ondergebracht bij de GR SVHW. Het SVHW verzorgt niet alleen de oplegging en inning van de aanslagen maar houdt tevens de bestanden in verband met de wet WOZ up-to-date. Regelmatig vindt de afdracht van de ontvangen belastingbedragen aan de gemeente plaats. Bij het bepalen van het percentage wordt rekening gehouden met de waardeontwikkeling van de onroerende zaken, zodat per saldo de onroerende zaakbelastingen voor woningen niet meer stijgen dan de inflatie. Hondenbelasting Basis voor deze heffing vormt het bezit van een hond, waarbij voor het bezit van meerdere honden een progressief tarief van toepassing is. Evenals de onroerende zaakbelastingen verzorgt het SVHW de heffing, invordering en actualisering van de bestanden van de hondenbelasting voor ons. De controle is nog wel in handen van de gemeente en geschiedt door een jaarlijkse huis-aan-huis controle met daarnaast een hondenpenningcontrole op straat. Precariobelasting Voor het hebben van materialen op (boven en onder) voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond wordt een bedrag geheven van de gebruikers van die grond. Met ingang van 1 januari 2022 mag geen precario meer worden geheven over kabels en leidingen.
Daartoe is in voorgaande begrotingen reeds rekening gehouden met een ingroeiscenario, zodat het ramingsbedrag aan precario over kabels en leidingen vanaf 2022 kan worden opgevangen. Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval, waarbij uitgangspunt is dat dit kostendekkend gebeurt. Het SVHW verzorgt de heffing, invordering en actualisering van de bestanden voor ons. Het inzamelen en verwerken van het huisvuil wordt gedaan door de gemeenschappelijke regeling reinigingsdienst Waardlanden. Rioolheffing De rioolheffing is gerelateerd aan de hoeveelheid afgevoerd afvalwater en geldt uitsluitend ter dekking van de kosten voor de uitvoering van het Gemeentelijk Rioleringsplan. De oplegging, invordering en het bijhouden van het bestand wordt verzorgd door het SVHW. Leges In onze gemeente worden leges geheven op grond van de vigerende legesverordening. De tarieventabel wordt jaarlijks aangepast. De leges hebben onder andere betrekking op de Algemeen Plaatselijke Verordening, rij- en reisdocumenten, burgerlijke stand, wet Ruimtelijke Ordening en Milieuwetgeving. Begrafenisrechten Voor het begraven van stoffelijke overschotten op de begraafplaatsen in de gemeente heft de gemeente leges. Ook voor de aankoop van graven en het afkopen van het onderhoudsrecht wordt een tarief in rekening gebracht.
Havengelden De havengelden bestaan uit liggelden, kadegelden en trechtergelden. Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid en staan in de Invorderingswet. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen, die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken dat een lager inkomen wordt gehanteerd. De gemeente Hardinxveld-Giessendam hanteert de zogenaamde 100%-norm, hetgeen betekent dat inwoners van Hardinxveld-Giessendam met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend.
Programmabegroting 2023-2026
60
In de gemeente Hardinxveld-Giessendam kan kwijtschelding worden aangevraagd voor: • Afvalstoffenheffing • Rioolheffing • Hondenbelasting (alleen voor de eerste hond) De ontwikkeling van de kwijtscheldingen over de afgelopen jaren is als volgt:
2019 W 104.019
2020 W 100.381
2021 W 100.415
2022 B 80.000
2023 B 80.000
Toegekend
207
210
193
p.m.
p.m.
Afgewezen
42
56
44
p.m.
p.m.
Totaal
249
266
237
p.m.
p.m.
Kwijtscheldingsbedragen in € Aantallen kwijtscheldingen
De laatste jaren was een stijgende trend waarneembaar in het aantal kwijtscheldingsverzoeken. De oorzaak hiervan is deels gelegen in de gevolgen van de financieel economische crisis waarbij onder andere het aantal uitkeringsgerechtigden is toegenomen. Ook speelde Covid-19 hierbij een rol. In de begroting is hier verder (vooralsnog) niet op geanticipeerd. Heffingen woonlasten (lokale belastingdruk) Algemeen Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze belastingen vormen het grootste deel van de opbrengst van de gemeentelijke heffingen. Overzicht tarieven
Soort heffing
2019
2020
2021
2022
0,1247%
0,1199%
0,1172%
0,1101%
Onroerende zaakbelasting Woningen – eigenarenheffing Niet- woningen -
Eigenarenheffing
0,2142%
0,2168%
0,2213%
0,2677%
-
Gebruikerstarief
0,1582%
0,1601%
0,1634%
0,2010%
Totaal niet-woningen
0,3710%
0,3769%
0,3847%
0,4687%
Afvalstoffenheffing
287,00
292,00
309,00
292,00
Rioolheffing
227,00
231,00
237,00
231,00
In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de woonlasten (voor meerpersoonshuishoudens) over de laatste vier jaren weergegeven:
2019
2020
2021
2022
OZB-eigenaar*
298,00
306,00
314,00
365,00
Rioolheffing
227,00
231,00
237,00
217,00
Afvalstoffenheffing
287,00
292,00
309,00
319,00
Totaal
812,00
829,00
860,00
901,00
% stijging/afname t.o.v. vorig jaar
3,8%
2,1%
3,7%
4,8%
* Betreft gemiddeld betaalde OZB volgens het Coelo Programmabegroting 2023-2026
61
Uit bovenstaande tabel volgt dat de woonlasten in Hardinxveld-Giessendam in 2021 met 4,8% zijn gestegen ten opzichte van het jaar daarvoor. Vergelijking met andere gemeenten Jaarlijks wordt door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) een onderzoek uitgevoerd naar de gemeentelijke woonlasten, teneinde een vergelijk tussen de gemeenten mogelijk te maken. Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten van onze gemeente is een vergelijk met omringende gemeenten gemaakt.
HardinxveldGiessendam Molenlanden Gorinchem
Vijfheerenlanden
Gemiddelde woningwaarde
331.230
400.197
341.280
397.460
OZB-eigenaar
0,1101%
0,0896%
0,1060%
0,1002%
OZB-eigenaar
364,68
358,58
361,76
398,25
Rioolheffing (vastrecht)
217,00
245,00
207,00
194,00
Afvalstoffenheffing
319,00
340,00
337,00
412,00
Heffingskorting
-50,00
Totaal
900,68
893,58
905,76
1.004,25
158
151
165
nb
2
1
3
4
Rangorde landelijk (o.b.v. w oonlasten meerpersoonshuishouden volgens Coelo)
Rangorde AlblasserwaardVijfheerenlanden (o.b.v. berek. w oonlasten)
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de gemeente Hardinxveld-Giessendam in 2022 landelijk gezien net onder het midden behoort (plaats 158 van de in totaal 344 gemeenten). Regionaal gezien staat de gemeente Hardinxveld-Giessendam op de tweede plaats (2021: 3). Naast een vergelijk met de omringende gemeenten is ook een vergelijk met de Drechtstedengemeenten gemaakt. HardinxveldGiessendam Alblasserdam
Hendrik-IdoAmbacht Papendrecht
Dordrecht
Sliedrecht
Zwijndrecht
Gemiddelde woningwaarde
331.230
325.910
308.508
375.454
323.876
310.497
315.068
OZB-eigenaar
0,1101%
0,1084%
0,0974%
0,0974%
0,1257%
0,0751%
0,0957%
OZB-eigenaar
364,68
353,29
300,49
365,69
407,11
233,18
301,52
Rioolheffing (vastrecht)
217,00
159,00
205,00
191,00
161,00
277,00
306,00
Afvalstoffenheffing
319,00
358,00
313,00
374,00
420,00
316,00
373,00
Totaal
900,68
870,29
818,49
930,69
988,11
826,18
980,52
158
123
60
200
264
69
256
4
3
1
5
7
2
6
Rioolheffing (gebaseerd op 2 bew.)
Rangorde landelijk (o.b.v. w oonlasten meerpersoonshuishouden volgens Coelo)
Rangorde Drechtsteden (o.b.v. w oonlasten)
In vergelijking met de overige Drechtstedengemeenten eindigt Hardinxveld-Giessendam op plaats 4 (2021: 5). Programmabegroting 2023-2026
62
Kostendekkendheid Het (vernieuwde) BBV dat van kracht is met ingang van begrotingsjaar 2017 schrijft voor dat in de paragraaf lokale heffingen inzicht wordt gegeven in de mate van kostendekkendheid van de verschillende tarieven. Hiermee wordt beoogd transparantie te bieden in de tarieven waarbij sprake is van kostenverhaal. De toerekening van overhead vindt extracomptabel plaats. Dat betekent dat het overheaddeel op de afzonderlijke programma’s niet aan deze programma’s zijn toegerekend. De volgende overzichten laten zien van welk percentage kostendekkendheid sprake is. Voor het bepalen van onderstaande kostendekkendheidspercentages is uitgegaan van de ‘Handreiking Kostenonderbouwing paragraaf lokale heffingen’ van het VNG. De kostendekkendheid is bepaald door de totale baten te delen door de lasten die volgens de handreiking mogen worden toegerekend. Hierin is een opslag voor de overheadkosten opgenomen. Voor het bepalen van het percentage overhead is uitgegaan van de totale lasten aan overhead (taakveld 0.4), welke zijn gedeeld door de totale loonkosten inclusief de kosten van inhuur. Voor de riolering en reiniging is een afwijkend overheadopslagpercentage gehanteerd, namelijk gebaseerd op een percentage van de totale kosten (salarissen en directe lasten).
Overheadopslag voor loonkosten
73% Overheadopslag voor loonkosten
14%
Legesverordening Titel 1: Algemene dienstverlening:
Titelblad 1 Titelblad 1 Hoofdstuk 1 Burgelijke stand Hoofdstuk 2 Reisdocumenten Directe lasten 15.818 Directe lasten 16.724 loonkosten 77.006 loonkosten 134.280 Saldo 92.824 Saldo 151.004 Overheadopslag voor loonkosten 55.851 Overheadopslag voor loonkosten 97.391 Totale lasten 148.675 Totale lasten 248.395 Totale baten Kostendekkendheid
Titelblad 1
Hoofdstuk 3 Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid
Programmabegroting 2023-2026
16.000 Totale baten 11% Kostendekkendheid
54.000 22%
Titelblad 1
Rijbewijzen Hoofdstuk 4 17.296 Directe lasten 66.605 loonkosten 83.901 Saldo 48.307 Overheadopslag voor loonkosten 132.208 Totale lasten 55.000 Totale baten 42% Kostendekkendheid
Verstrekkingen uit basisregistratie 22.038 128.771 150.809 93.395 244.204 2.500 1%
63
Titelblad 1 Hoofdstuk 9 Directe lasten naturalisatie loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten
Titelblad 1 Overige publiekszaken Hoofdstuk11 2.383 Directe lasten 11.101 loonkosten 13.484 Saldo 8.051 Overheadopslag voor loonkosten 21.535 Totale lasten
Totale baten naturalisatie Totale baten Verklaring omtrent gedrag Kostendekkendheid
9.000 Totale baten 2.500 53% Kostendekkendheid
Huisvestingswet 12.444 64.946 77.390 47.104 124.494 250 0%
Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning
Titelblad 1 Hoofdstuk 14 Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid
Titelblad 1 Markten Hoofdstuk 3 42.550 Directe lasten 6.481 loonkosten 49.031 Saldo 4.701 Overheadopslag voor loonkosten 53.732 Totale lasten 37.700 Totale baten 70% Kostendekkendheid
Omgevingsvergunningen 64.381 633.272 697.653 459.300 1.156.953 754.400 65%
Titel 3: Dienstverlening vallend onder Europese Richtlijn
Titelblad 1 en 3 TB 1: hoofdstuk 16 TB 3: hoofdstuk 1 TB 3: hoofdstuk 2
TB 3: hoofdstuk 7 Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid Programmabegroting 2023-2026
kansspelen horeca organiseren evenementen of markten niet benoemde vergunningen 11.695 189.473 201.168 6.000 207.168 37.700 18% 64
Havengelden, begraafplaatsen, riolering en afval
Havengelden
Begraafplaatsen
Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten
23.089 Directe lasten 25.043 loonkosten 48.132 Saldo 18.163 Overheadopslag voor loonkosten 66.295 Totale lasten
148.325 253.746 402.071 184.037 586.108
Totale baten Kostendekkendheid
61.331 Totale baten 93% Kostendekkendheid
390.800 67%
Afval
Riool
Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag Gecompenseerde BTW Totale lasten
1.798.161 Directe lasten 66.696 loonkosten 1.864.857 Saldo 260.282 Overheadopslag 380.222 Gecompenseerde BTW 2.505.361 Totale lasten
928.765 247.074 1.175.839 164.114 116.121 1.456.075
Totale baten Kostendekkendheid
2.299.716 Totale baten 92% Kostendekkendheid
1.725.204 118%
Programmabegroting 2023-2026
65
1.11 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen Deze paragraaf geeft inzicht in (mogelijke) risico’s voor de gemeente en de mate waarin deze risico’s kunnen worden opgevangen (weerstandscapaciteit). De relatie tussen de risico’s en de weerstandscapaciteit zegt iets over de financiële robuustheid van de gemeente Hardinxveld-Giessendam: het weerstandsvermogen. Beleid Bij raadsbesluit van 16 december 2021 is de Financieringsvisie vastgesteld. De nota reserves en voorzieningen is vastgesteld door de gemeenteraad op 16 december 2021. Deze nota geeft een overzicht van de reserves en voorzieningen, evenals richtlijnen hoe hiermee wordt omgegaan. Er is voor gekozen om geen afzonderlijke nota samen te stellen inzake het weerstandsvermogen en de risico’s. In deze paragraaf wordt hiervan een uiteenzetting gegeven. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om tegenvallers op te vangen. Het gaat hierbij om de ‘vrij besteedbare’ middelen, zoals de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves. Per 1 januari 2023 wordt de weerstandscapaciteit begroot op:
Weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit exploitatie Onbenutte belastingcapaciteit - OZB Totaal onbenutte belastingcapaciteit Onvoorzien Weerstandscapaciteit exploitatie Weerstandscapaciteit vermogen Vrij aanwendbaar deel algemene reserve Vrij aanwendbaar deel reserve sociaal domein Stille reserves Weerstandscapaciteit vermogen Totale weerstandscapaciteit
Bedragen x € 1.000
p.m. 0 25 25
3.033 1.238 p.m. 4.271 4.296
Algemene reserve Dit betreft het vrij aanwendbaar deel van de algemene reserve. Reserve Sociaal Domein Deze reserve wordt gezien als onderdeel van de weerstandscapaciteit. De achterliggende reden is dat in de bepaling van de risico’s het sociaal domein is betrokken.
Programmabegroting 2023-2026
66
Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra structurele middelen die gegenereerd kunnen worden door de tarieven van de gemeentelijke belastingen te verhogen tot het wettelijk toegestane maximum. De onbenutte belastingcapaciteit ten aanzien van de onroerende zaakbelastingen is bepaald op basis van het verschil tussen onze OZB-percentages en het normpercentage-OZB voor toelating tot artikel 12 van de financiële verhoudingswet (Fvw). Het Rijk heeft met de VNG afgesproken dat vanaf 2020 een benchmark woonlasten wordt ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. Daarmee komt een einde aan het monitoren met de macronorm OZB. De onbenutte belastingcapaciteit voor de overige onderdelen (riool- en afvalstoffenheffing, leges en overige heffingen) is op nul gezet. Dit omdat bij de gemeentelijke belastingen en retributies zoveel mogelijk wordt gestreefd naar 100%-kostendekkendheid. Onvoorzien Ter dekking van onvoorziene begrotingsuitgaven in de loop van het jaar is in de begroting 2022 een bedrag opgenomen van € 25.000. Algemene reserve Van de algemene reserve is de verwachting dat € 3.033.186 vrij aanwendbaar is. Stille reserves Om een reëel inzicht te hebben in de omvang van het eigen vermogen dienen ook stille reserves in beeld te worden gebracht.
Deze reserves vormen immers één van de elementen waarmee tegenvallers bekostigd zouden kunnen worden. De gemeente heeft stille reserves wegens aandelenbezit Stedin en BNG welke zijn gewaardeerd tegen historische kostprijs. Ook de gemeentelijke eigendommen bevatten stille reserves die bij verkoop te gelde kunnen worden gemaakt. De stille reserves zijn PM geraamd omdat deze niet direct inzetbaar zijn voor weerstandscapaciteit. Risico-analyse De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen, dus waarvoor geen voorziening is gevormd of waarvoor geen verzekering is afgesloten. Organisatiebreed heeft een risico-inventarisatie plaatsgevonden. Deze is als volgt opgebouwd: • Korte beschrijving van het risico • Het financiële effect / kans / risicobedrag Om tot een kwantificering van de risico’s te komen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Kans de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet is afhankelijk van meerdere factoren waaronder de frequentie. De frequentie alleen is op zich al moeilijk te bepalen. Om toch te komen tot een schaalverdeling is bij de risicoanalyse binnen de gemeente Hardinxveld-Giessendam gekozen voor drie categorieën, te weten: • Groot (80%); • Gemiddeld (50%); • Klein (20%).
Impact De impact geeft de financiële invloed aan die een risico kan hebben op de gemeentelijke exploitatie. De percentages (standaardklassen) die worden gehanteerd zijn 1%, 5%, 10%, 25% en 50%. Daarbij heeft het kleinste percentage financieel gezien de minste impact, terwijl het grootste percentage juist een grote impact heeft.
Programmabegroting 2023-2026
67
In onderstaande tabel geven we een overzicht van de risico’s, gevolgd door een korte beschrijving van elk risico.
Risicomatrix Kans Program m a
Risico's
Im pact
Bedrag
Groot
Gem iddeld
Klein
80%
50%
20%
Totaal
4
PFOA
20%
250.000
25.000
25.000
6
Leerlingenvervoer
50%
233.000
116.500
116.500
8
Participatiew et (incl. inkomensvoorz.)
10%
3.613.000
181.000
181.000
9
WMO
10%
4.174.000
209.000
209.000
9
Jeugdw et
10%
5.455.000
273.000
273.000
11
Omgevingsw et
Bedrijfsv
Eenmansposten
5%
9.238.880
231.000
231.000
Bedrijfsv
COVID-19 (Corona)
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
Fin en dek
Algemene uitkering
5%
30.022.000
751.000
751.000
Fin en dek
Rentelasten
10%
425.000
21.000
Overigen
Overig (niet kw antificeerbaar)
PM
21.000 750.000
0
1.807.500
0
2.557.500
PFOA De aanwezigheid van de PFOA in (water)bodem leidt tot meerkosten op projecten. In alle gevallen is bodemonderzoek nodig waarbij ook onderzocht wordt op PFOA. De afzetmogelijkheden van de grond bepalen hierna de omvang van de meerkosten. Problemen zijn er vooral als gesaneerd moet worden, waarbij er ook PFOA als bijvangst aangetroffen wordt. Daarnaast kan PFOA ook stagnatie(kosten) tot gevolg hebben. In de ramingen van de projecten wordt geanticipeerd op dit risico en daarom wordt het risico op budgetoverschrijding hoog geacht (80%) en impact op de ramingen in de begroting op beperkt (20%). Leerlingenvervoer Het leerlingenvervoer is een open einde regeling. Na jaren van stabilisatie in het speciaal onderwijs zien we nadrukkelijk een stijging optreden. De hoogste kosten betreft voornamelijk leerlingen die vanwege hun beperking of aandoening verder moeten reizen naar school. De situatie van de leerling vraagt daarom en er is geen dichterbij gelegen toegankelijke school. De post blijft daarom moeilijk te ramen. Momenteel zijn er twee grote effecten te zien op het budget leerlingenvervoer. Dat betreft het aantal leerlingen waarvoor er een beroep wordt gedaan op de verordening (en de afstand waar de school staat).
In de regio is er nu een analyse gemaakt naar de vervoersbewegingen en er wordt bij de samenwerkingsverbanden gekeken of er in ons samenwerkingsgebied een aanpassing van het onderwijsaanbod zou moeten komen. Daarnaast is er een effect waar we geen invloed op hebben. Dat is de NEA-indexering voor de taxibranche. De hoge brandstofprijzen worden meegenomen, maar ook de stijgende lonen van deze branche. Op dit moment lijkt de NEA-indexering die van toepassing is voor 2023 hoog te worden, 10% of meer. In het kader van Passend Onderwijs zien we een goede samenwerking in de regio om te kijken hoe we een passend onderwijs aanbod dichterbij huis kunnen realiseren. Gelet op bovenstaande uiteenzetting wordt het risico op budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact op de ramingen in de begroting wordt op 50% ingeschat. Participatiewet De Participatiewet kenmerkt zich door een vast rijksbudget binnen de algemene uitkering. Dit is het participatiebudget dat onderdeel is van het sociaal domein. Naast het participatiebudget is er een specifieke uitkering die als inkomensdeel door het Rijk separaat wordt uitbetaald. Beide budgetten worden neutraal in de begroting opgenomen. Het toereikend zijn van het budget hebben wij niet geheel in eigen hand. Gemeenten hebben te maken met verlaagde inkomsten. De Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) voert voor onze gemeente de Participatiewet uit.
De bijdrage in de uitvoeringskosten van de SDD wordt middels een vastgestelde verdeelsleutel bepaald. Deze is gebaseerd op het aantal bijstandsgerechtigden. Het Rijk zet opnieuw fors in op koopkrachtbehoud Programmabegroting 2023-2026
68
voor brede groepen in de samenleving, maar is wederom de impact op onze bestandsontwikkeling vooralsnog beperkt. Met de nieuwe governance, het nieuw bestuur AD/DB wordt hard samengewerkt aan verschillende veranderingen. Voor Hardinxveld-Giessendam zijn er in dit kader twee belangrijke veranderingen op te merken. Ten eerste het inwerking treden van de Nieuw Wet Inburgering 2021 per januari 2022. Ten tweede de herijking van het Minimabeleid. Per 1 januari 2022 is de Wet inburgering 2021 van kracht. Daarmee is de verantwoordelijkheid voor de inburgering van asielstatushouders en gezinsmigranten bij gemeenten komen te liggen. Het budget, een specifieke uitkering (SPUK) voor inburgeringsvoorzieningen. De maatschappelijke begeleiding en de PVT's worden door de gemeenten uitgevoerd en ingekocht. De overige taken wordt door de SDD uitgevoerd. Bij de bepaling van het budget is in gezamenlijkheid gekeken naar de rijksmiddelen en de verdeling daarvan. De beschikbare middelen zijn bepaald met behulp van de Divosa rekentool. De voorlopige taakstelling is de basis voor de berekening van de hoogte van het budget. Er zit wel enige risico op het maken van een inschatting van de taakstelling, zeker gezien de huidige beweging van het aantal asielzoekers, dat zich momenteel meldt. Via monitoring en evaluatie zal de taakstelling steeds beter in beeld worden gebracht.
Over de herijking van het minimabeleid het volgende. De begrote bedragen en werkelijke kosten van het minimabeleid worden verdeeld over de gemeenten op basis van verdeelsleutels. Voor het minimabeleid bedraagt deze verdeelsleutel t/m 2022: 5-jaars gemiddelde Participatiewet klantaantallen. Dit betekent dat de begrote bedragen en werkelijke kosten voor het minimabeleid conform deze verdeelsleutel worden verdeeld over de gemeenten. Bij deze verdeelsleutel is er sprake van solidariteit. Vanaf 2023 zijn er nieuwe verdeelsleutels vastgesteld voor de gemeentelijke bijdrage. Voor het minimabeleid betekent dit dat de werkelijke kosten worden doorberekend. Omdat verandering van kostenverdeling leidt tot herverdeeleffecten is door de gemeenten aangegeven een ingroeiperiode van vier jaar te willen hanteren. De ingroei gaat met stappen van 25% per jaar zodat na vier jaar de kosten voor 100% worden verdeeld op basis van de nieuwe verdeelsleutels. Ofwel, vanaf 2026 wordt 100% van de werkelijke kosten per gemeenten in rekening gebracht. De budgetten van de participatiewet worden nauwlettend gevolgd. Gelet op bovenstaande uiteenzetting wordt het risico op budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact op de ramingen in de begroting is beperkt (10%). Wmo De Wmo is een ‘open einderegeling’: de kosten in enig jaar zijn sterk afhankelijk van het beroep dat op de regeling wordt gedaan.
Alleen al daarom brengt het de nodige risico’s met zich mee. De Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) voert voor onze gemeenten het grootste deel van de Wmotaken uit. De SDD benut hiervoor een groot deel van de Wmo-budgetten van de gemeente. In 2021 zijn de kostenverdeelsleutels, bedoeld voor de verdeling van de gemeentelijke bijdragen aan de GR Drechtsteden geactualiseerd. Tot en met 2021 werden de totale apparaats- en uitvoeringskosten verdeeld op basis van het 5-jarige gemiddelde van het aantal bijstandsklanten. Dit viel door ons relatief lage aantal bijstandsklanten, gunstig voor ons uit. Vanaf 2022 worden de apparaatskosten verdeeld over alle diensten. Dit pakt op onderdelen voor Hardinxveld-Giessendam nadelig uit en betekent een stijging van kosten de komende jaren. Om de herverdeeleffecten te verzachten, is gekozen voor een lineaire ingroei van de nieuwe systematiek over 4 jaar. Per 2026 geldt pas voor 100% de nieuwe systematiek met afrekening van apparaatskosten naar gebruik. De realisatiecijfers van de afgelopen jaren vormen de basis voor de komende jaren waarmee de budgetten herijkt kunnen worden. Hierbij is ook een marge ingebouwd. De realisatiecijfers van de volgende jaren bieden een verdere basis voor betrouwbaardere prognoses.
De uitgaven op de individuele begeleiding en dagbesteding stijgen al geruime tijd en vanaf 2019 ook de uitgaven voor hulpmiddelen en woonvoorzieningen. Naar verwachting zal die stijging in kosten de komende jaren gestaag doorzetten. Dit komt onder andere door de vergrijzing en doordat mensen steeds langer en met zwaardere problematiek thuis blijven wonen (ambulantisering en extramuralisering). Sinds 2019 stijgt ook het aantal inwoners dat een beroep doet op huishoudelijke hulp fors. Een belangrijke oorzaak hiervan is de invoering van een vaste eigen bijdrage van € 19 per vier weken (het abonnementstarief) dat leidt tot een aanzuigende werking. Programmabegroting 2023-2026
69
Het budget voor het organiseren van algemene voorzieningen blijft lokaal en zit voor een groot deel in de Maatschappelijke Agenda (MAG). Een onzekere factor is de doordecentralisatie van beschermd wonen en opvang. Naar verwachting wordt, per 2024 het nieuwe objectieve verdeelmodel en het woonplaatsbeginsel stapsgewijs ingevoerd. Onze gemeente gaat vanaf dan eigen budget ontvangen voor de uitvoering van Beschermd wonen. De afgelopen jaren had onze regio een overschot op het budget Beschermd wonen, hetgeen ieder jaar volgens een vaste verdeelsleutel werd verdeeld over de gemeenten. Vanuit deze middelen bekostigde onze gemeente lokale (preventieve) initiatieven. Met de komst van het nieuwe verdeelmodel zat dit overschot naar verwachting geleidelijk verdwijnen. Tot in ieder geval 2024 blijft het principe van financiële solidariteit in de regio gehanteerd op basis van de samenwerkingsovereenkomst beschermd wonen en opvang. Gemeenten blijven verplicht om in enige vorm te blijven samenwerken. De maatschappelijke opvang blijft vooralsnog een taak van centrumgemeenten. Wel blijft door al deze ontwikkelingen de verwachting dat kosten voor Wmo ondersteuning op langere termijn verder blijven toenemen. De SDD stuurt op het beperken van de kosten via, onder andere, scherpe sturing op de contracten en afschaling naar lichtere vormen van ondersteuning als dat mogelijk is.
Daarnaast biedt de nieuwe GR Sociaal per 2022 wel meer mogelijkheden om lokaal beleid te maken en maatwerkwensen af te spreken met de SDD. De budgetten voor de WMO worden nauwlettend gevolgd. Hierdoor wordt het risico op forse budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact is daarom beperkt (10%), mede in het licht van de bijstelling van de ramingen in de begroting. Jeugdwet De uitvoering van de Jeugdwet is een taakveld binnen het sociaal domein. De bekostiging maakt met ingang van 1 januari 2019 geen deel meer uit van de integratie uitkering sociaal domein van de algemene uitkering van het Rijk. Deze gelden zijn als zodanig algemeen dekkingsmiddel geworden. De taken vanuit de Jeugdwet zijn gedelegeerd en gemandateerd aan de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd. De serviceorganisatie Jeugd (SOJ) Zuid-Holland Zuid is de uitvoeringsorganisatie. Vanwege de sterk gestegen en aanhoudend hoge kosten is het gehele budget naar de regionale zorgmarkt gegaan. Te zien is dat de kosten van Jeugdwet stijgen, waarop gehandeld zal moeten en ook zal worden. Om deze trend van kostenstijging om te zetten in een daling zijn maatregelen geformuleerd en uitgewerkt. Het implementeren van de maatregelen heeft vertraging opgelopen, mede door de Coronacrisis. Het merendeel van de maatregelen is inmiddels gestart, zowel lokaal als regionaal.
De effecten van deze maatregelen zullen naar verwachting later zichtbaar worden. Met het afschaffen van de solidariteit (2022: 20% en 2023: 0%) ligt de focus op lokaal. Zo wordt er ingezet op de toegang tot jeugdhulp via het sociaal team. Naar aanleiding van het landelijke onderzoek van AEF zijn er voor 2021 en 2022 extra middelen van het Rijk toegekend. Deze middelen dienen tekorten vanuit het verleden te compenseren en acute problemen op te lossen. Om het jeugdstelsel op de lange termijn beheersbaar te maken zijn fundamentele keuzes nodig, bijvoorbeeld over de reikwijdte van de Jeugdwet en de beleidsvrijheid en rol van gemeenten in de uitvoering. De budgetten voor de Jeugdwet worden nauwlettend gevolgd. Met het afschaffen van de solidariteit is Hardinxveld-Giessendam zelf verantwoordelijk voor de gemaakte kosten. Pieken en dalen worden niet meer afgezwakt door de regio. Het biedt kansen om meer lokaal te sturen. De werkzaamheden die horen bij de uitvoering van de wet zijn voor een groot deel ondergebracht bij de Service Organisatie Jeugd (SOJ). SOJ stelt jaarlijks een begroting op, waarin zij de te verwachte kosten presenteren. De begroting 2023 is aan de orde geweest in de raadsvergadering van 23 juni 2022. Door SOJ werd de mogelijkheid geboden om de begroting 2023 beargumenteerd aan te passen.
Van deze mogelijkheid hebben wij gebruik gemaakt, omdat o.a de effecten van voogdij/18+ nog niet in de begroting van SOJ waren verwerkt. Deze effecten vallen voor onze gemeente gunstig uit. Mocht onze inschatting te optimistisch zijn geweest ten opzichte van de raming van SOJ dan lopen wij het risico dat de kosten in werkelijkheid hoger liggen.
Programmabegroting 2023-2026
70
Op basis van bovenstaande wordt het risico op budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact is daarom beperkt (10%). Omgevingswet Naar verwachting treedt de Omgevingswet per 1-1-2023 in werking. De wet is een stelselwijziging die tot doel heeft te zorgen voor een goede balans tussen het benutten en het beschermen van de fysieke leefomgeving. Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de Wet kwaliteitsborging (Wkb) ingevoerd. Deze wet heeft tot doel om de kwaliteit en het toezicht bij de (ver)bouw te verbeteren. Vanaf medio 2021 is de voorbereiding erop gericht om de minimale acties zoals die zijn voorgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) te realiseren voor 1-1-2023. Dit hebben we zo goed als mogelijk voorbereid met een daarop afgestemde projectorganisatie, aangevuld met inhuurkrachten en extern advies. We ervaren desalniettemin kwetsbaarheid, waarbij we eventuele toekomstige ontwikkelingen aan de organisatorische kant mogelijk moeilijk kunnen opvangen door de krappe arbeidsmarkt. Daarnaast is het nieuwe en complexe materie, waarvan we pas daadwerkelijk ervaren hoe de implementatie van de Omgevingswet en de Wkb uitpakt, met ingang van deze wetten. We beschouwen de periode na de inwerkingtreding dan ook als een groeimodel.