CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2023-2026.pdf

Gemeenteraad GHG 10 november 2022, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 6: Begroting 2023 en Meerjarenbegroting 2024-2026 gemeente Hardinxveld-Giessendam - Raadsvoorstel36.830 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

We gaan vanaf dat moment ervaren hoe de acties uitpakken, onder meer als het gaat over de door de raad genomen acties zoals het raadsbesluit over delegatie, bindend adviesrecht en participatieplicht (17 februari 2022), als ook de legesverordening (15 december 2022). We hebben ons zo goed als mogelijk binnen de gegeven omstandigheden voorbereid. Dit betekent dat we gaan uitvoeren, ervaren, monitoren en wanneer nodig of gewenst komen we tot aanpassing van de acties. Er bestaat een mogelijkheid dat het dienstverleningsniveau voor een bepaalde periode onder druk komt te staan. Dit kan zijn vanuit de complexiteit van het werk en het mogelijk nog niet helemaal in de vingers hebben van de materie. We verwachten ook dat dit zich kan voordoen, doordat we voor een bepaalde periode werken vanuit twee werkelijkheden dat extra werk is: 1. Het afwikkelen van de nog voor de invoeringsdatum (extra) ingediende aanvragen om omgevingsvergunningen om als initiatiefnemer nog niet te maken te hebben met de wet- en regelgeving van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging. 2. Het afwikkelen van aanvragen op basis van de nieuwe wetgeving. Dit volledig ondervangen is moeilijk gezien de krapte op de arbeidsmarkt. Als onderdeel van de totale veranderopgave gaan we de komende jaren aan de slag met het opstellen van een omgevingsvisie en het vullen van het omgevingsplan.

De totale veranderopgave duurt tot 2030. Nieuwe structurele functies als rollen van regelbeheerder en GEO-beheerder ten behoeve van het omgevingsplan zullen worden vormgegeven en op Drechtstedelijk niveau worden afgestemd en is vooral gericht op samenwerkingskracht. Voor de invoering van de wet zijn middelen beschikbaar gesteld. Voorlopig verwachten wij binnen deze middelen de overgang en invoering te realiseren. Op middellange en langere termijn, mede vanwege het feit dat er nieuwe functies ontstaan, is nog onzeker of deze binnen de beschikbare middelen gedekt kan worden. Vanuit het groeimodel principe zal de praktijk het een en ander gaan uitwijzen en zullen we daarop acteren. Bedrijfsvoering Eenmansposten De organisatie van de gemeente Hardinxveld-Giessendam is relatief beperkt van omvang. Doordoor is er op meerdere plekken sprake van eenmansposten. Het werk kan daardoor bij (langdurige) afwezigheid vaak niet door collega’s worden opgevangen. Daardoor volgt meestal een beroep op derden om de voortgang van zaken niet in het gedrang te laten komen. De kans dat zich dit voordoet is gelet op het relatief grote aantal eenmansposten gemiddeld (50%). De kosten welke gemoeid zijn met externe inhuur betreffen vaak openstaande vacatureplaatsen.

Daardoor kunnen als eerste de bijbehorende vacaturegelden worden ingezet in combinatie met/of het concernbudget voor externe inhuur voordat aanvullende middelen nodig zijn. Door de toenemende krapte op de arbeidsmarkt bestaat het risico dat voor langere termijn beroep op externe inhuur moet worden gedaan, waardoor mogelijk extra aanvullende middelen nodig zijn. De impact is daarom gemiddeld (5%). Programmabegroting 2023-2026

71

Financiering & Dekking Algemene uitkering (RBA) De belangrijkste inkomstenbron van iedere gemeente is het gemeentefonds. Omdat dit algemene middelen zijn, kan de gemeente zelf beslissen over de besteding ervan. Het gemeentefonds is gekoppeld aan de rijksuitgaven. Dit houdt in dat wanneer het Rijk meer uitgeeft, het gemeentefonds omhoog gaat. Andersom geldt dit ook. Dit principe wordt ook wel “Samen de trap op, samen de trap af” genoemd. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap op trap af methode wordt het accres genoemd. Voor alle jaren vanaf 2022 is sprake van een opwaartse bijstelling van het accres. De accressen zijn hoger dan aangekondigd in de voorgaande circulaires en ook hoger dan aangekondigd in de startnota van het kabinet. Ervaringen geven aan dat niet altijd sprake is van een groei van het Gemeentefonds en toch ook rekening moet worden gehouden met het gegeven dat het Gemeentefonds een daling te zien geeft. Belangrijke factoren bij de berekening van de hoogte van de uitkering zijn een vijftig tal maatstaven zoals het aantal inwoners, bevolkingsopbouw, woningen en uitkeringsgerechtigden, de gevolgen van overheveling van specifieke uitkeringen en de netto rijksuitgaven. Bij negatieve budgettaire effecten, die op voorhand niet zijn in te schatten, komt dat onmiddellijk ten laste van de exploitatie.

De minister van Binnenlandse Zaken heeft in de meicirculaire 2022 informatie gegeven over de invoering per 1 januari 2023 van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds en de fors toegenomen accressen. Met de informatienota meicirculaire 2022 is de raad hierover geïnformeerd. De arbitrage-uitspraak jeugdzorg is met de meicirculaire 2002 in 2023 gehonoreerd ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Voor de jaren daarna zijn de middelen in de begroting doorgerekend met een zekerheid van 75 procent op basis van de toekenning 2023. Hiermee wordt een voorzichtig scenario gevolgd. Tegenover de rooskleurige berichten uit de meicirculaire 2022 hoort ook een winstwaarschuwing. Met ingang van 2026 valt het accres fors terug doordat de opschalingskorting weer wordt opgenomen. Bovendien, is de verwachting dat met name de budgetten uit het 'subcluster sociaal' de komende jaren onder druk blijven staan. De kans wordt op gemiddeld (50%) ingeschat, de impact op 5%. De uitkering uit het Gemeentefonds bedraagt voor 2023 € 30.022.000 (meicirculaire 2022). Rentelasten De gemeente kent een financieringsbehoefte. In de financieringsbehoefte wordt voorzien door het aantrekken van lang- en kortlopende leningen.

Nieuwe investeringen kunnen op dit moment nog voor een betrekkelijk lage rentelast worden gepland, maar de hoogte van de rente op het moment van investering is bepalend voor de toekomstige rentelast. Het risico bestaat dat bij het herfinancieren van leningen dan wel aantrekken van nieuwe leningen een hoger rentepercentage geldt ten opzichte van de huidige leningenportefeuille. Door het omzetten van een fixe-lening (aflopend in 2028) naar een lineaire lening van 20 jaar is in 2020 reeds geanticipeerd op renterisico voor de herfinanciering. Tevens is een langlopende lening, waarop renteherziening in 2022 was voorzien, tegen een lager rentepercentage vastgezet (looptijd tot 2052). Daarmee zijn risico's op renteverhogingen deels gemitigeerd. Gelet op de toekomstige investeringen is de verwachting dat wij in 2022 en 2023 nieuwe leningen aan moeten gaan trekken. In de begroting hebben we rekening gehouden met een stijging van de rentelasten. Gelet op de recente stijgingen van de rentepercentages is de vraag of de stijging waar wij rekening mee hebben gehouden afdoende is. Ten opzichte van de jaarrekening hebben we daarom dit risico hoger ingeschat. We zijn uitgegaan van de kans op hogere rentepercentages gemiddeld 50% in plaats van 20%. Tevens hebben wij de impact verhoogd van 5% naar 10%.

Vennootschapsbelasting Uit de uitgevoerde inventarisatie van potentieel belastingplichtige activiteiten is geconcludeerd dat we geen risico's lopen op het gebied van de vennootschapsbelastingplicht. Tot en met het jaar 2020 hebben we dan ook nul-aangiftes gedaan. Desondanks heeft de Belastingdienst in 2022 aanslagen opgelegd over de jaren 2018 t/m 2020. Daar tegen is bezwaar aangetekend, waarbij de verwachting is dat dit alsnog zal resulteren in nihil-aanslagen. Het is wel van belang om de kritische onderdelen goed in beeld te blijven houden en ook alert te blijven bij toekomstige wijzigingen in beleid en/of tariefstellingen. We schatten het risico in op € 0.

Programmabegroting 2023-2026

72

Overig (niet kwantificeerbaar) Naast voornoemde risico’s (kwantificeerbaar) is sprake van zogenaamde niet kwantificeerbare risico’s. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een grote calamiteit. Inschatting van de directe en de vervolgschade is niet of nauwelijks te bepalen, omdat in het geval van een grote calamiteit dit o.a. afhankelijk is van het gebied waar het zich voordoet en anderzijds van de mogelijke bijdragen in de kosten door derden (Rijk, Provincie, Waterschap etc.). Ook kan hier gedacht worden aan het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Voor de overige risico’s is daarom een totaalbedrag gerekend van € 750.000. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is opgebouwd uit de relatie tussen de risicoscore en de weerstandscapaciteit. Deze relatie drukken we uit in een verhoudingsgetal: Ratio weerstandsvermogen =

Weerstandscapaciteit Risicoscore

De weerstandscapaciteit bedraagt € 4.296.016. Het totaal aan risico’s wordt ingeschat op € 2.557.500 Hiermee komt de ratio weerstandsvermogen uit op 1,7 voor 2023. De ratio is ruim voldoende, maar door de stijging van de risico's wel lager dan in andere jaren. Grondexploitaties Voor het afdekken van de risico's bij de grondexploitaties hebben we een afzonderlijke reserve. De reserve afgezet tegen de verwachte risico's laat het volgende beeld zien. € 2.066.745 € 250.000 € 1.816.745

De reserve grondexploitaties bedraagt per 31 december 2022 Het risicobedrag voor exploitaties in uitvoering bedraagt Het saldo bedraagt

In paragraaf 1.15 wordt een nadere toelichting op de grondexploitaties gegeven. Kengetallen Rekening 2021 22% 20% 48%

Begroting 2022 61% 61% 44%

Grondexploitatie

19%

10%

18%

20%

14%

10%

Structurele exploitatieruimte

0,9%

-3,2%

0,2%

1,1%

2,4%

-4,7%

Gemeentelijke belastingcapaciteit

110%

106%

106%

106%

106%

106%

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle vertrekte leningen Solvabiliteitsratio

Begroting Meerjaren Meerjaren Meerjaren 2023 raming 2024 raming 2025 raming 2026 55% 59% 50% 44% 55% 59% 50% 44% 38% 38% 40% 42%

Totaalbeoordeling De gemeente Hardinxveld-Giessendam is voldoende weerbaar. Er zijn voldoende buffers om de risico’s en/of onvoorziene tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen en de weerstandsratio zijn ruim boven de norm. De ratio weerstandsvermogen is met 1,7 ruim voldoende. De structurele exploitatieruimte laat met uitzondering van 2026 een positief beeld zien. In 2026 hebben te maken met het zogenaamde ravijnjaar bij de algemene uitkering, mede hierdoor sluit de begroting dan met een nadelig saldo van circa € 2 miljoen. Hieronder wordt op de afzonderlijke kengetallen een toelichting gegeven.

1. Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast.

Programmabegroting 2023-2026

73

In zijn algemeenheid kan worden gezegd dat de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 90% zou moeten liggen. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog, hij moet niet verder stijgen. Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan bevindt de gemeente in de gevarenzone. De schuldquote van de gemeente Hardinxveld-Giessendam (55%) valt binnen de reguliere marges. 2. De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. Bij een solvabiliteitsratio lager dan 20% bevindt de gemeente zich op glad ijs. Met 38% ligt het de ratio van de gemeente Hardinxveld- Giessendam boven de signaalwaarde. 3. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten.

Voor de berekening van dit kengetal worden de bouwgronden in exploitatie (inclusief faciliterend deel – onder overlopende activa) gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken (ingevolge artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. Het kengetal laat nagenoeg dezelfde zien als bij het opstellen van de jaarrekening 2021. 4. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (zie artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. Dit percentage is vooral van belang bij de begroting.

Een niet structureel sluitende begroting kan gevolgen hebben voor het provinciaal toezicht. De structurele exploitatieruimte laat met uitzondering van 2026 een positief beeld zien. In 2026 hebben te maken met het zogenaamde ravijnjaar bij de algemene uitkering, mede hierdoor sluit de begroting dan met een nadelig saldo van circa € 2 miljoen. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de provincie of gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Gemeente Hardinxveld-Giessendam zit boven het landelijk gemiddelde. Een hoog gemiddeld OZB-tarief ten opzichte van het landelijk gemiddelde geeft aan dat de gemeente beperkt is in het verkrijgen van extra inkomsten.

Programmabegroting 2023-2026

74

1.12 Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen Algemeen Kapitaalgoederen zijn eigendommen van de gemeente, zoals wegen, rioleringen, bruggen en gebouwen die door de gemeente duurzaam in stand gehouden moeten worden. Zij worden beheerd op basis van beheerplannen. In deze beheerplannen staat op welke wijze het reguliere en het periodieke onderhoud plaatsvindt. De beheerplannen worden periodiek geactualiseerd. Kaderstelling Met deze paragraaf heeft de raad bij de vaststelling van de begroting de mogelijkheid kaders te stellen voor het onderhoud van de materiële vaste activa (bijvoorbeeld gebouwen, wegen, riolering, etc.). Dit is van belang omdat in veel programma’s kosten zijn opgenomen voor het onderhoud van kapitaalgoederen, waarvoor op basis van meerjarenonderhoudsplannen reserves en voorzieningen zijn gevormd. De materiële vaste activa bedragen op 31 december 2023 € 52,397 miljoen. De specificatie hiervan luidt als volgt (x € 1.000):

Materiële Vaste Activa Economisch nut Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële activa

Bedragen x € 1.000 11.921 14.870 600 161 854 28.406

Investeringen met een economisch nut, waarvoor heffingen geheven Machines, apparaten en installaties

12.165 12.165

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut Grond-, weg en waterbouwkundige werken Machines, apparaten en installaties Overige materiële activa Totaal

11.253 534 39 11.826 52.397

Periodiek onderhoud Het periodiek onderhoud is het jaarlijkse programma voor groot onderhoud en voor renovaties, waarmee we zorgen dat onze kapitaalgoederen hun beoogde levensduur kunnen bereiken of waarmee de levensduur wordt verlengd. In de beheerplannen is aangegeven wat de levensduur is en hoe we omgaan met het periodieke onderhoud. Ook staat aangegeven op welk moment vervanging nodig is. Voor vervangingen worden in de begroting specifieke investeringen benoemd. De diverse reserves en voorzieningen worden gevoed door een jaarlijkse dotatie ten laste van de exploitatie.

Programmabegroting 2023-2026

75

Hieronder worden de verschillende beheerplannen kort toegelicht en is tevens aangegeven welk beslag op de middelen er uit voortvloeit. Met ingang van het begrotingsjaar 2017 dienen in het kader van de wijziging van het BBV de kapitaallasten (rente en afschrijving) aan de programma’s te worden toegerekend. Bij meerdere kapitaalgoederen is sprake van bestemde reserves ter dekking van de afschrijvingslasten. Ten behoeve van de aansluiting zijn aan de lastenzijde alleen de afschrijvingslasten (dus exclusief rente) verantwoord. De bedragen zijn opgenomen in eenheden van € 1.000.

BEHEERPLAN WEGEN Vastgesteld door raad

Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau

Planning actualisatie

20 juni 2014 Evaluatie opgesteld in 2017 Aanvulling in 2018 – voetpaden wel/niet B-niveau 2014-2020 Onderhouden van het wegareaal op het door de gemeenteraad gekozen onderhoudsniveau beeldkwaliteit C. In het beheerplan wegen 2014-2020 zijn de lopende en geplande investeringen opgenomen. De investeringsplanning is zodanig opgesteld dat het onderhoud op het beoogde kwaliteitsniveau C kan plaatsvinden. Op basis van de opgestelde evaluatie in 2017 is besloten het kwaliteitsniveau van de fietspaden te verhogen naar niveau B. Om meerjarig de onderhouds- en afschrijvingslasten te kunnen egaliseren is een reserve wegenbeheer gevormd. In april 2018 is besloten dat het beheer van de voetpaden voorlopig op C-niveau blijft, met een extra inspanning op risicolocaties. Actualisatie beheerplan in 2023 Na implementatie van een nieuw beheersysteem wordt de huidige kwaliteit opnieuw bepaald en kunnen op basis van actuele gegevens verschillende (kwaliteits-)scenario's worden uitgewerkt en kan het beheerplan wegen worden gemaakt of geactualiseerd. De implementatie van het nieuwe beheersysteem, één systeem voor geheel Drechtsteden, heeft meer tijd in beslag genomen dan gepland. Voor de gegevens die nodig zijn voor de actualisatie van het beheerplan zijn we afhankelijk van het nieuwe beheersysteem. Door de genoemde vertraging zal de actualisatie twee jaar later plaats vinden dan eerder gepland.

De beheergegevens (data) zijn verwerkt in het beheerpakket. De vertaalslag naar beleids- en beheerplan kan gemaakt worden en wordt afgerond in 2023.

(bedragen x € 1.000) Begroting Begroting 2025 2026

Begroting 2023

Begroting 2024

820

820

820

820

437

611

637

635

0

0

0

0

633

617

616

612

1.890

2.048

2.073

2.067

Dotaties

422

-298

-295

-295

Onttrekkingen afschrijvingslasten, onderhoud

-418

260

247

247

4

-38

-48

-48

1.893

2.009

2.025

2.019

Beheerplan Wegen Product wegen, straten en pleinen

Programmakosten en -baten Kapitaallasten (afschrijvingen en rente) Mutatie voorzieningen Toerekeningen programma Bedrijfsvoering Saldo programmalasten Bestemmingsreserve Wegen

Mutatie reserve Totaal lasten wegenbeheerprogramma

Programmabegroting 2023-2026

76

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de onderhouds- en afschrijvingslasten worden geëgaliseerd via de reserve Wegen. De afschrijvingstermijnen voor reconstructies/herinrichting zijn 40 jaar, voor asfaltering 20 jaar, voor een geluiddempende toplaag 6 jaar en voor herstraten 10 jaar. BRUGGEN Vastgesteld door raad Looptijd Doel

Investeringen en ambitieniveau Planning actualisatie

Geen raadsbesluit; B&W 11 oktober 2001; Commissie OWB november 2001 5 jaar (versie 2001 is in 2004 geactualiseerd) De bruggen zijn geïnventariseerd, op basis hiervan is het planmatig onderhoud begroot. De te nemen maatregelen zijn in een meerjarenbegroting opgenomen. In het nog op te stellen beheerplan kunstwerken worden de ambities en bijbehorende middelen opgenomen. Er is begonnen met het opstellen van een beheerplan civiele kunstwerken waar de bruggen onderdeel van vormen. Besluitvorming hierover volgt in 2023.

(bedragen x € 1.000)

Bruggen

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

52

51

50

44

Afschrijvingslasten Lasten programma 4

Voor bruggen geldt een afschrijvingstermijn van 10 jaar.

OPENBARE VERLICHTING Vastgesteld door raad Looptijd Doel

Investeringen en ambitieniveau Planning actualisatie

Programmabegroting 2023-2026

September 2017 2017-2026 Het beheerplan is een uitwerking van de in het beleidsplan openbare verlichting (2017-2026) vastgelegde beleidsuitgangspunten. In het beheerplan wordt beschreven welk beheer en onderhoud uitgevoerd moet worden om de installatie en de verlichting op een gewenst kwaliteitsniveau te brengen of te houden en welke financiële middelen daarvoor nodig zijn. De jaarlijkse kapitaallasten worden gedekt uit de reserve. gepland 2026

77

(bedragen x € 1.000)

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Programmakosten en -baten Kapitaallasten (afschrijvingen en rente) Mutatie voorzieningen Toerekeningen programma Bedrijfsvoering

271

271

271

271

67

70

73

73

0

0

0

0

11

10

10

10

Saldo programmalasten

349

351

354

354

Dotaties

64

64

64

64

Onttrekkingen afschrijvingslasten, onderhoud

-71

-74

-78

-78

Mutatie reserve

-7

-10

-13

-13

342

341

341

341

Beheerplan Openbare verlichting Product Openbare Verlichting

Bestemmingsreserve Openbare Verlichting

Totaal lasten beheerprogramma OV

Investeringen in straatverlichting worden in 15 jaar afgeschreven. De afschrijvingslasten worden geegaliseerd via de reserve Openbare Verlichting.

STEDELIJK WATERPLAN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau Planning actualisatie

2003 2003-2011 Verbetering kwaliteit en belevingswaarde van het oppervlaktewater. Uitvoering convenant met het Waterschap Rivierenland. Gebaseerd op het plan 2003-2011 en uitgevoerd. De afschrijvingslasten worden gedekt via de gemeentelijke exploitatie. Het plan is uitgevoerd. Het plan is samen met het Waterschap geëvalueerd. De uitkomsten van de monitoring van de waterkwaliteit door het Waterschap geven geen aanleiding tot extra maatregelen. De maatregelen uit het waterplan hebben voor een kwaliteitsverbetering gezorgd van het oppervlaktewater. Actualisatie of een nieuw plan is niet aan de orde.

(bedragen x € 1.000)

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Kapitaallasten investering wateroverlast 2015

44

44

45

47

Lasten programma 4

44

44

45

47

Stedelijk waterplan

BAGGERPLAN Vastgesteld door raad Looptijd Doel

Programmabegroting 2023-2026

2019 / 2020 2019 - 2029 Uitvoeren reguliere baggerronde inclusief de acceptatiekosten voor baggerwerkzaamheden van het waterschap. Zorgdragen voor een goede afstroming van het regenwater. 78

Investeringen en ambitieniveau

Planning actualisatie

In 2019 is het baggerplan gereedgekomen. Deze is in 2020 vastgesteld door het college en betreft de baggercyclus van 2021-2024. In het plan zijn het ambitie niveau en de benodigde middelen opgenomen. Ter dekking van onderhouds- en afschrijvingslasten is een bestemmingsreserve Baggerplan in het leven geroepen. 2029

(bedragen x € 1.000)

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Programmakosten en -baten Kapitaallasten (afschrijvingen en rente) Mutatie voorzieningen Toerekeningen programma Bedrijfsvoering

254

254

37

37

48

50

51

52

0

0

0

0

40

38

38

38

Saldo programmalasten

343

342

126

127

Baggeren Product Waterlossingen en sloten

Bestemmingsreserve Waterbeheerplan Dotaties

90

90

90

90

Onttrekkingen afschrijvingslasten, onderhoud

-260

-261

-45

-47

Mutatie reserve

-170

-171

45

43

Totaal lasten Baggeren

173

171

171

170

Voor egalisatie van de kosten over de jaren heen is een reserve ‘waterbeheerplan’ (voorheen reserve ‘baggeren’) gecreëerd.

VERBREED GEMEEENTELIJK RIOLERINGSPLAN (vGRP)

Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau

Programmabegroting 2023-2026

23 juni 2011 2011-2020 De exploitatielasten en investeringen zijn gebaseerd op het vGRP. De voorziening riolering is bedoeld voor tariefegalisatie. Deze worden in het vGRP aangegeven en zijn gericht op de inzameling van afvalwater en de inzameling van hemelwater dat niet kan of mag worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding. Om de doelen te concretiseren zijn hieraan functionele eisen en maatstaven gekoppeld. De huidige toestand van de riolering wordt aan deze doelen getoetst, maatregelen worden opgesteld en er is een strategie uitgewerkt hoe de maatregelen - technisch en financieel - in de tijd gerealiseerd kunnen worden. Met de gemeenten in de Alblasserwaard en Vijheerenlanden is een overeenkomst afgesloten tot samenwerking in de waterketen. Deze samenwerking zal voor de uitvoering van de werkzaamheden volgens het vGRP worden voortgezet.

79

Planning actualisatie

In plaats van het vGRP komt er een watertakenplan. Dit is breder dan het voormalige vGRP. In het watertakenplan heeft de riolering een plaats, maar ook het watersysteem daarom heen. Riolering en opvang en afvoer van hemelwater hangen immers nauw met elkaar samen. In 2022 is het BRP geactualiseerd, waarin het gehele rioolstelsel op haar functioneren wordt berekend en wat mede als basis dient voor de actualisatie van het vGRP. Dit geactualiseerde vGRP wordt verwerkt in het watertakenplan. Klimaatadaptatie is één van de onderwerpen die meegenomen worden in het op te stellen plan. Voor de actualisatie zijn ook de gegevens van de riolering nodig. De actualisatie hiervan heeft in 2022 plaats gevonden. De afronding en vaststelling zal in 2023 plaats vinden.

(bedragen x € 1.000)

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Programmakosten en -baten

157

157

157

157

Kapitaallasten (afschrijvingen en rente)

551

577

592

610

Toerekeningen programma Bedrijfsvoering

291

283

282

281

Saldo programmalasten

999

1.017

1.031

1.048

1.548

1.577

1.599

1.612

-1.725

-1.725

-1.725

-1.725

177

148

127

113

Gemeentelijk Rioleringsplan Product Pompen en riolen

Voorziening Riolering

Lasten GRP (incl btw en overig toe te rekenen) Baten (legesopbrengsten) Mutatie voorziening Riolering

De investeringen in de programmabegroting zijn gebaseerd op het vGRP dat in 2011 is vastgesteld. Ten aanzien van de rioolheffing is sprake van 100% kostendekkendheid. Bij de uit het rioolheffing te dekken kosten wordt ook rekening gehouden met de toerekenbare btw en een deel van de kosten van straatreiniging. Het verschil tussen de totale kosten en de opbrengst uit het rioolheffing wordt verrekend met de voorziening Riolering. GROENBELEIDSPLAN Vastgesteld door raad Looptijd Doel

Investeringen en ambitieniveau

Planning actualisatie

Programmabegroting 2023-2026

27 september 2007 10 jaar Strategisch plan op gemeentelijk- en wijkniveau voor het beleidsmatig sturen en planmatig beheren van groen. Geeft met zijn uitgangspunten en richtlijnen richting aan de ontwikkeling van het openbare groen. Geeft inzicht in de groenstructuren, zonering en groentypen, beheer-, onderhoud- en inrichtingsmaatregelen en financiële en organisatorische consequenties. Investeringen zijn gebaseerd op groenbeleidsplan en worden vastgelegd in een uitwerkingsplan. Onderhoud wordt uit exploitatie bekostigd. Voor uitgaven op grond van het nieuwe groenbeleidsplan is jaarlijks € 38.000 opgenomen. In april 2022 is het geactualiseerde groenbeleidsplan door de raad vastgesteld. Looptijd van het plan is tot 2032.

80

(bedragen x € 1.000)

Groenbeleidsplan

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

298

243

246

246

10

10

9

9

0

0

0

0

Product Openbaar groen

Programmakosten en -baten Kapitaallasten (afschrijvingen en rente) Mutatie voorzieningen Toerekeningen programma Bedrijfsvoering

765

761

760

755

1.073

1.014

1.014

1.009

Dotaties

0

0

0

0

Onttrekkingen afschrijvingslasten, onderhoud

0

0

0

0

Mutatie reserve

0

0

0

0

1.073

1.014

1.014

1.009

Saldo programmalasten Bestemmingsreserve openbaar groen

Totaal lasten Groenbeleidsplan

GEBOUWENBEHEER Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau

Planning actualisatie

Programmabegroting 2023-2026

Het Meerjaren onderhoudsplan gebouwen (MJOP Gebouwen) is op 25 maart 2021 vastgesteld door de raad. 5 jaar Het in stand houden van het gemeentelijk vastgoed. De financiering voor de instandhouding van het vastgoed is gebaseerd op het meerjaren onderhoudsplan. Voor financiering van het planmatig onderhoud is een voorziening Onderhoud Gebouwen gevormd. De voorziening (planmatig onderhoud) en exploitatie (klein onderhoud en contracten) zijn herberekend om te voldoen aan de eisen die zijn beschreven in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Door de nieuwe ontwikkeling van diverse vastgoedobjecten en vanwege de herberekening van de voorziening en exploitatie wordt er in 2023 een nieuwe inspectie en MJOP opgesteld. De geactualiseerde inspectie en MJOP worden onderbouwd in de op te stellen nota/beheerplan Maatschappelijk Vastgoed. De nieuwe nota/beheerplan heeft een looptijd van 4 jaar.

81

(bedragen x € 1.000)

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Saldo 1/1

123

604

989

1.324

070-50 KDV Bellefleur 6-8

220-50 Werkplaats

-1 13 113 24 9 4 9 27 1 8 61 0

-1 13 113 24 9 4 9 27 1 8 61 0

-1 13 113 24 9 4 9 27 1 8 61 0

-1 13 113 24 9 4 9 27 1 8 61 0

Dotaties aan voorziening tlv exploitatie

269

269

269

269

211 604

117 989

66 1.324

412 2.006

Meerjarenonderhoudsplan gebouwen Voorziening MJOP Gebouwen

075-00 Bibliotheek 085-20 Zwembad De Duikelaar 085-30 Sporthal De Wielewaal 085-30 Sporthal De Appelgaard 125-00 De Keet, Boorstraat 125-00 Ducdalf, Scheldestraat 1 140-10 Afvalbrengstation 145-00 Pompen en riolen 150-00 Begraafplaatsen 220-10 Gemeentehuis

Onttrekkingen aan voorziening Totaal bestedingen Saldo 31/12/2021

SPEELRUIMTEN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau

Planning actualisatie

Programmabegroting 2023-2026

De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 26 januari 2012 het Speelruimteplan 2012-2021 vastgesteld. 10 jaar Komen tot een weloverwogen, praktisch en breed gedragen speelruimtebeleid voor de komende 10 jaar. In het door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde uitvoeringsplan voor 2012 en volgende jaren is invulling gegeven aan de opdracht uit bovengenoemd raadsbesluit om de uitvoering en de kosten te spreiden over de onderdelen reguliere vervanging en onderhoud, achterstand en aanpassing/vernieuwing. Jaarlijks wordt een uitvoeringsplan opgesteld waarin de planning wordt gevolgd en eventuele afwijkingen hierop worden gemotiveerd. Het accent ligt de komende jaren op de eerste twee onderdelen. Jaarlijks wordt gemonitord of de planningen worden gehaald. 2022

82

(bedragen x € 1.000)

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Programmakosten en -baten Kapitaallasten (afschrijvingen en rente) Mutatie voorzieningen Toerekeningen programma Bedrijfsvoering

25 75 0 56

25 70 0 55

25 76 0 55

25 83 0 55

Saldo programmalasten

157

151

157

163

Beheerplan Speelplaatsen Product Speelplaatsen

Bestemmingsreserve speelplaatsen

Toevoegingen Onttrekking afschrijvingslasten

58

58

58

58

-64

-60

-66

-72

Mutatie reserve Speelplaatsen

-6

-2

-8

-14

150

149

149

149

Totaal lasten beheerprogramma Speelplaatsen

Investeringen in speelruimten worden in 15 jaar afgeschreven.

BEGRAAFPLAATSEN Voor de begraafplaatsen is er op dit moment nog geen beheerplan. Het beleidsplan begraafplaatsen is op 23 april 2015 door de raad vastgesteld. Er wordt gewerkt aan de hervorming van het product begraafplaatsen middels een vastgestelde actiepuntenlijst. Volgens deze lijst zou er in 2016 een beheerplan begraafplaatsen worden opgesteld. Door aanpassingen van de plannen bij begraafplaats Spindermolen waarbij in- en uitbreidingen zijn vastgesteld is de vaststelling van dit beheerplan voorzien voor 2023. (bedragen x € 1.000)

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Programmakosten en -baten

47

47

47

47

Kapitaallasten (afschrijvingen en rente)

54

75

76

77

Mutatie voorzieningen

8

8

8

8

Toerekeningen programma Bedrijfsvoering

306

304

304

302

Saldo programmalasten

414

433

435

434

18

18

18

18

Begraafplaatsen Product Begraafplaatsen

Bestemmingsreserve Begraafplaatsen

Toevoegingen Onttrekkingen afschrijvingslasten, onderhoud

-4

-7

-7

-7

Mutatie reserve Begraafplaatsen

14

11

11

11

Totaal lasten beheerprogramma Begraafplaatsen

428

445

446

445

Programmabegroting 2023-2026

83

SAMENVATTING Samenvattend kan het volgende overzicht van het onderhoud kapitaalgoederen voor 2021 worden gegeven:

Beheersonderdeel

Programma kosten en baten

Kapitaal lasten

Dotatie voorziening

Aandeel bedrijfs voering

(bedragen x € 1.000) Onttrekking Totaal reserve

Dotatie reserve

820

437 52

0

633

422

-418

1.893

271

67

0

11

64

-71

342

48 551 10

44 0 177 0

40 291 765

90

-260

173

Openbaar groen

254 157 298

0

0

1.073

Speelterreinen en - tuinen

25

75

0

56

58

-64

150

Begraafplaatsen

47

54

306

18

-4

428

1.871

1.294

8 268 497

2.102

652

-818

5.600

Wegen, straten en pleinen Bruggen Openbare Verlichting Stedelijk waterplan Waterlossingen en sloten Gemeentelijk Rioleringsplan

Meerjarenonderhoudsplan gebouwen Totaal

Programmabegroting 2023-2026

52 44 1.176

268

84

1.13 Paragraaf Financiering en Treasury Algemeen In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot de gemeentelijke financieringsfunctie. De gemeentelijke financieringsfunctie wordt ook wel met de term ‘treasury’ aangeduid. Het begrip treasury kan worden gedefinieerd als het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Meer concreet gaat het om financiering van het beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden, het te allen tijde zorgen voor voldoende liquide middelen en het daarbij afdekken van met name rente- en kredietrisico’s. De uitvoering van de gemeentelijke financieringsfunctie dient plaats te vinden binnen de kaders zoals gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en het lokaal vastgestelde Financieringsstatuut. In de Wet fido staan vooral transparantie en risicobeheersing centraal. De transparantie komt daarbij tot uitdrukking in voorschriften voor een verplicht financieringsstatuut alsmede een financieringsparagraaf in begroting en jaarstukken. De risicobeheersing binnen de Wet fido richt zich op renterisico’s, kredietrisico’s, en liquiditeitsrisico’s.

Benadrukt wordt dat de financieringsfunctie van de gemeente Hardinxveld-Giessendam uitsluitend de publieke taak dient en dat een prudent beleid voeren binnen de kaders die de Wet fido zijn gesteld. Het Financieringsstatuut is in december 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Aan het einde van deze paragraaf is een renteoverzicht opgenomen. In dit renteoverzicht wordt inzicht gegeven in de rentelasten en rentebaten zoals deze zijn opgenomen in de begroting. Rente ontwikkelingen De tarieven op de geldmarkt (kortlopende leningen) zijn in 2022 wat opgelopen. Dit komt doordat de ECB een renteverhoging heeft doorgevoerd in juli en heeft aangekondigd september weer de rente te verhogen. Daarmee was de rente op kortlopende leningen op het moment van het opstellen van de begroting circa 0%. De kapitaalmarktrentes (looptijden langer dan een jaar) vertoonden in de eerste helft van 2022 een sterke opgaande ontwikkeling. Al deze ontwikkelingen worden veroorzaakt door de hoge inflatie en de verwachting dat de ECB de rente verder gaat verhogen. De rente voor 10-jarige staatsleningen is eind juli gestegen naar een niveau van 1,30%. Banken berekenen bij het verstrekken van langjarige financiering liquiditeitsopslagen bovenop de IRS-niveaus. Voor bijvoorbeeld een 10-jaars lening bedraagt deze opslag medio juli 2022 circa 0,12% (12 basispunten).

Het afgelopen jaar heeft de rente zicht als volgt ontwikkeld:

Renteverloop 1 juli 2021 - 1 juli 2022 2,50% 2,00% 1,50% 1,00% 0,50% 0,00% -0,50% -1,00% 3-maands Euribor

Programmabegroting 2023-2026

10-jaars IRS

85

Risicobeheer Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet fido. In de volgende onderdelen wordt ingegaan op de risicoaspecten die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie binnen HardinxveldGiessendam. Deze kunnen worden onderscheiden in renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s en valutarisico’s. Voor de gemeente is het laatstgenoemd risico niet van toepassing. Renterisico vlottende schuld (kasgeldlimiet) Met de kasgeldlimiet is in de Wet fido een norm gesteld voor het maximumbedrag waarop de gemeente haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. Voor 2023 kan de kasgeldlimiet voor de gemeente als volgt worden bepaald: Bedragen x € 1.000 Berekening kasgeldlimiet Begrotingstotaal 2023 Relevante percentage

47.749

Kasgeldlimiet

4.059

8,50%

1ste kwartaal 2de kwartaal 3de kwartaal 4de kwartaal Gemiddelde netto vlottende schuld (+) of gemiddelde netto vlottend overschot (-) Kasgeldlimiet Overschrijding kasgeldlimiet Ruimte onder kasgeldlimiet

-2.706 3.903

-2.706 3.903

-2.706 3.903

-2.706 3.903

6.609

6.609

6.609

6.609

-

De kasgeldlimiet mag maximaal drie kwartalen worden overschreden. De gemeente HardinxveldGiessendam verwacht in 2023 binnen de normen van de kasgeldlimietruimte te opereren. Oogmerk van het door de servicegemeente uit te voeren gemeentelijke saldobeheer is om de limietruimte optimaal te benutten. Renterisico vaste schuld (renterisiconorm) De Wet fido definieert vaste schuld als opgenomen geldleningen met een rentetypische looptijd groter of gelijk aan 1 jaar. Met de renterisiconorm biedt de Wet fido een richtsnoer om renteaanpassingen van financieringen en beleggingen goed in de tijd te spreiden. Het doel van deze norm is het voorkomen van een overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één bepaald jaar. De norm bedraagt 20% van het begrotingstotaal. Conform voorschrift van de geactualiseerde Wet fido wordt het renterisico in onderstaande tabel voor de komende vier jaren bepaald, terwijl de renterisiconorm alleen betrekking heeft op het totaal van de begroting voor het komende jaar.

Programmabegroting 2023-2026

86

2023

2024

Bedragen x € 1.000 2025 2026

Berekening renterisico Bedrag renteherzieningen Bedrag aflossingen Totaal renterisico

0 2.985 2.985

0 2.710 2.710

0 2.710 2.710

0 2.610 2.610

Renterisiconorm: Begrotingstotaal 2023 Percentage conform ministeriële regeling Renterisiconorm 2023

47.749 20% 9.550

47.749 20% 9.550

47.749 20% 9.550

47.749 20% 9.550

Toets renterisico aan norm: Renterisico Renterisiconorm Onderschrijding

2.985 9.550 6.565

Uit deze tabel blijkt dat de gemeente in 2023 de renterisiconorm niet zal overschrijden. In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de opgenomen geldleningen en het laatste jaar van aflossing. Nr.

Leningverstrekker

Nominale hoofdsom

Restant geldlening 31-12-2021

Restant geldlening 31-12-2022

Rentepercentage

Looptijd in jaren

Jaar van laatste aflossing

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

Nederlandse Waterschapsbank Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Bank Nederlandse Gemeenten Nederlandse Waterschapsbank

1.500.000 1.500.000 3.500.000 2.500.000 2.500.000 2.000.000 2.000.000 7.000.000 5.500.000 4.500.000 3.500.000 3.000.000 12.500.000

360.000 75.000 175.000 2.500.000 250.000 200.000 400.000 5.425.000 1.100.000 2.400.000 2.625.000 2.850.000 0

300.000 0 0 0 125.000 100.000 300.000 5.250.000 550.000 2.100.000 2.450.000 2.700.000 12.500.000

5,180% 5,390% 5,390% 5,140% 4,600% 4,075% 3,365% 2,400% 1,900% 1,450% 1,130% 0,120% 1,600%

25 20 20 20 20 20 20 40 10 15 20 20 10

2027 2021 2022 2022 2023 2023 2025 2052 2023 2029 2036 2040 2032

51.500.000

18.360.000

26.375.000

We hebben in de begroting 2023 rekening gehouden met een nog aan te trekken lening van € 12,5 miljoen in 2022. E.e.a. is o.a. gebaseerd het investeringsplan vanuit de perspectiefnota 2023-2026. De uitvoering van het investeringsplan en de grondexploitaties zullen bepalend zijn wanneer er exact een nieuwe langlopende lening moet worden aangetrokken. Doordat de rente recent aan het stijgen is, zullen we ook kijken of we de financiering eerder aan moeten trekken. Kredietrisico’s Kredietrisico’s kunnen zich op twee manieren manifesteren. Ten eerste is er het risico dat direct wordt gelopen uit hoofde van door de gemeente verstrekte leningen en uitgezette beleggingen. Ten tweede is een kredietrisico aan de orde ten aanzien van verstrekte gemeentegaranties (ook wel borgstellingen genoemd). Dit laatste kan worden omschreven als een indirect kredietrisico. Kredietrisico op leningen en beleggingen De gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft uit hoofde van haar publieke taak leningen (door)verstrekt en beleggingen gerealiseerd. In het hierna volgende overzicht zijn de uitgezette gelden vermeld.

Programmabegroting 2023-2026

87

Bedragen x € 1.000 Uitzettingen Deelnemingen/beleggingen

2022 2023 2024 2025 2026 Saldo 31/12 % Saldo 31/12 % Saldo 31/12 % Saldo 31/12 % Saldo 31/12 % 822 100,0 822 100,0 822 100,0 822 100,0 822 100,0

Totaal

822 100,0

822 100,0

822 100,0

822 100,0

822 100,0

De deelnemingen en beleggingen bestaan per 31 december 2022 uit: Bedragen x € 1.000

Stedin Holding B.V. Bank Nederlandse Gemeenten OASEN N.V. ROM-S Beheer B.V. Gem HG deelneming B.V. - ROM-S C.V. Gem HG deelneming B.V. - De Blauwe Zoom C.V. Gem De Blauwe Zoom B.V. MerwedeLingelijn B.V. Totaal

454 78 8 4 198 29 1 50 822

Genoemde deelnemingen en beleggingen worden uit hoofde van de uitvoering van de publieke taak aangehouden. Over het aandelenbezit wordt koersrisico gelopen, waarbij wordt opgemerkt dat betreffende aandelen niet op de beurs worden verhandeld waardoor optredende waardefluctuaties niet zo grillig verlopen. De waarde wordt dan meer bepaald door de intrinsieke waarde van het bedrijf en niet door “vraag en aanbod” op de beurs. Kredietrisico ten aanzien van gemeentegaranties (borgstelllingen) De gemeente Hardinxveld-Giessendam staat jegens geldgevers borg voor de betaling van rente en aflossing op langlopende geldleningen die door organisaties, instellingen of verenigingen zijn aangetrokken en die activiteiten verzorgen die in het verlengde liggen van de gemeentelijke publieke taak. Deze borgstellingen beperken zich hoofdzakelijk tot woningstichting Fien Wonen, Afvalverwerking HVC Alkmaar en in een enkel geval organisaties in de verenigingssfeer (bijv. sportverenigingen). De gemeente Hardinxveld-Giessendam staat per ultimo 2022 garant voor een totaalbedrag aan leningen van € 59,9 miljoen. Het WSW staat borg voor de betalingsverplichtingen van Fien Wonen. Onze gemeente staat vervolgens weer borg voor de betalingsverplichtingen van het WSW. Op deze wijze heeft de bank die de lening heeft verstrekt voldoende zekerheid dat de betalingsverplichtingen worden nagekomen.

Ultimo 2022 is achtervang verleend voor een totaalbedrag van € 46,3 miljoen.

Financieringspositie Een oordeel over een vermogenspositie kan worden gevormd door bepaling van de solvabiliteitsratio. Solvabiliteit geeft de mate aan waarin een instelling in staat is aan haar korte- en langetermijnverplichtingen te voldoen. Deze maatstaf kan worden bepaald door de verhouding te bepalen tussen het eigen vermogen (reserves) en het vreemd vermogen (opgenomen financiering). Het spreekt voor zich dat de ratio wordt bepaald aan de hand van het eigen vermogen omdat dat immers als buffer dient voor het opvangen van eventuele stroppen. In de voorliggende begroting wordt uitgegaan van de volgende verhoudingen tussen eigen en vreemd vermogen per begin en eind 2023:

Programmabegroting 2023-2026

88

Omschrijving Eigen vermogen Vreemd vermogen

Bedragen x € 1.000 1-jan-23

31-dec-23 29.096 38% 47.052 62%

29.741 41% 42.478 59%

Financiering activa Op grond van de Staat van Activa bezit de gemeente Hardinxveld-Giessendam per 31 december 2023 voor een bedrag van € 52 miljoen aan vaste activa en € 11 miljoen aan bouwgrondexploitaties. Van de vaste activa bedragen de investeringen in riolering en reiniging € 12,1 miljoen. Zoals in de nota Financierings- en rentevisie is aangeven worden de investeringen in riool en de bouwgrondexploitatie 100% extern gefinancierd. De overige activa worden deels extern gefinancierd en deels via het eigen vermogen. Samenvattend kan dat als volgt worden gepresenteerd:

n x € 1.000 Boekwaarde per 31-12-2023 - overige activa - investeringen met een economisch nut, waarvoor heffing kan worden geheven - bouwgrondexploitaties (inclusief faciliterend deel)

Bedragen x € 1.000 Reserves en voorzieningen

Externe financiering

40.231 12.165 11.090 63.486

11.135 6.400 11.090 28.625

29.096 5.765 0 34.861

Leningenportefeuille (opgenomen) Op basis van de meest actuele liquiditeitenplanning is er in 2023 een financieringsbehoefte. Er is een nieuwe lening voorzien van ca. € 5 miljoen. E.e.a. is o.a. gebaseerd het investeringsplan vanuit de perspectiefnota 2023-2026. De uitvoering van het investeringsplan en de grondexploitaties zullen bepalend zijn wanneer er exact een nieuwe langlopende lening moet worden aangetrokken. Doordat de rente recent aan het stijgen is, zullen we ook kijken of we de financiering eerder aan moeten trekken.

Omschrijving

Bedrag

Bedragen x € 1.000 Gemiddeld Rentepercentage

Stand per 1 januari 2023 Nieuwe leningen Reguliere aflossingen Vervroegde aflossingen Rente-aanpassing (oud percentage) Rente-aanpassing (nieuw percentage)

26.375 5.000 - 2.985 0 0 0

1,36% 1,70% 1,69%

Stand per 31 december 2023

28.390

1,37%

Uitzettingen (verstrekte langlopende geldleningen, beleggingen) Het totaalbedrag aan uitzettingen van de gemeente Hardinxveld-Giessendam bedraagt per eind 2023 € 0,04 miljoen en betreft overige verbonden partijen. Daarnaast heeft de gemeenten een belegd vermogen van € 0,8 miljoen. Op korte termijn bestaan geen plannen om langlopende leningen te verstrekken. Kas- en saldobeheer De inrichting van het betalingsverkeer (het beheer van het gemeentelijke rekeningstelsel, het coördineren van bevoegdheden en het verrichten van feitelijke betalingen) alsmede de saldoregulatie wordt verzorgd vanuit servicegemeente Dordrecht. De gemeente Hardinxveld-Giessendam onderhoudt bankrelaties met de Bank Nederlandse Gemeenten en de Rabobank. Een hulpmiddel bij de saldoregulatie en voor het eventueel opnemen van langjarige financiering is de meerjarige liquiditeitenplanning, welke door de SGD in nauw overleg met de gemeente is opgezet. Deze planning wordt periodiek geactualiseerd op grond van nieuwe informatie of inzichten. Schatkistbankieren Bij het verplicht schatkistbankieren mag de gemeente een bedrag van 2,0 procent van het begrotingstotaal buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. Wanneer de gemeente het drempelbe-

Programmabegroting 2023-2026

89

drag overschrijdt dient het meerdere afgestort te worden in de Schatkist. Over dit saldo wordt op dit moment geen rente vergoed. Het drempelbedrag voor de gemeente Hardinxveld-Giessendam voor 2023 kan als volgt worden berekend: Bedragen x € 1.000 Benutting drempelbedrag schatkistbankieren 2023 Begrotingstotaal Wettelijk percentage Drempelbedrag (afgerond)

47.749 2% 955

Informatievoorziening Met de servicegemeente vindt regelmatig overleg plaats over de voortgang en uitvoering van de treasuryzaken, met name over de liquiditeitenplanning en eventuele financieringsmogelijkheden. Rente overzicht De commissie BBV heeft een rente notitie opgesteld. Deze notitie is vanaf 1.1.2018 van kracht. Het doel van de notitie is het bevorderen van een eenduidige handelwijze met betrekking tot rente door de gemeenten (harmonisering), stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en jaarstukken en het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop de gemeenten met rente omgaan. In de rente notitie wordt geadviseerd om onderstaand rente overzicht in de begroting op te nemen. Bedragen x € 1.000

a1. a2. b. c1. c2. c3.

Renteoverzicht De externe rentelasten over de lange financiering De externe rentelasten over de korte financiering De externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

389 25 0 414 -/-

55

-/-

177

+/+

0 -/-

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) f. Renteresultaat op het taakveld treasury

-/-

232 182 0 0 182 182 0

De rentelasten zijn doorberekend tegen een percentage van 0,36%. Voor de rioleringsinvesteringen van voor 2013 is gerekend met 3%. Dit percentage is gebaseerd op het gemiddelde rentepercentage van de langlopende leningen tot en met 2012. Dit omdat de rioleringsinvesteringen in het verleden hebben plaatsgevonden tegen een hoger rentepercentage. Bij rioleringsinvesteringen van na 2012 wordt uitgegaan van het jaarlijkse berekende omslagpercentage, voor 2023 0,36%

Programmabegroting 2023-2026

90

1.14 Paragraaf Verbonden partijen Inleiding Op 14 april 2019 heeft de gemeenteraad de Nota verbonden partijen Hardinxveld-Giessendam 2019 – 2022 vastgesteld. De nota geeft een beschrijving van het begrip verbonden partij en een afwegingskader voor het aangaan van een Verbonden partij. Daarnaast zijn een kader en instrumenten opgenomen voor sturing en toezicht. Dit laatste is het onderwerp van deze paragraaf. Voor de beleidsinhoud van de verbonden partijen wordt verwezen naar de programma's in de begroting. Op basis van een risicoprofiel en -classificatie is aan iedere verbonden partij een sturingspakket gekoppeld. Bij een hoger risicoprofiel worden zowel door het college als door de raad meer instrumenten ingezet. Overzicht verbonden partijen Hardinxveld-Giessendam neemt deel in de volgende verbonden partijen waarbij het openbaar belang per partij is weergegeven. Verbonden partij Vestigingsplaats Opgenomen in risicoclassificatie 1. GR Sociaal Dordrecht

Openbaar belang Per 1 januari 2022 is GR Sociaal de opvolger van de GR Drechsteden, waarbij het sociale deel is overgegaan. De overige onderdelen van de GR Drechtsteden zijn ondergebracht bij Servicegemeente Dordrecht. Ook de governance is vanaf 2022 veranderd, waarbij GR Sociaal een volwaardige GR is met een Algemeen en een Dagelijks Bestuur. Het in algemene zin behartigen van belangen op het terrein van: volksgezondheid, jeugd, maatschappelijke zorg en onderwijs.

2. GR Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid

Dordrecht

3. GR Veiligheidsregio ZuidHolland Zuid

Dordrecht

Het in algemene zin behartigen van belangen op het terrein van: regionale brandweer, centrale post ambulancevervoer, geneeskundige hulpverlening, openbare orde en veiligheid.

4. GR Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid

Dordrecht

De Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid is opgericht ter ondersteuning van de deelnemende regiogemeenten en de Provincie Zuid-Holland bij de uitvoering van hun taken op het gebied van het omgevingsrecht in het algemeen en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in het bijzonder, alsmede de taken op het terrein van vergunningverlening, toezicht en handhaving en op grond van de in artikel 5.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht genoemde wetten.

5. GR GEVUDO/HVC

HVC: Alkmaar Gevudo: Dordrecht

Gevudo: In de praktijk: Het houden van 20% aandeelhouderschap van de HVC. De eigen stortplaats is in 2007 verkocht aan HVC. In beginsel had zij hetzelfde doel als HVC afvalcentrale. HVC afvalcentrale: Zorg dragen voor het op milieu hygiënisch verantwoorde wijze bewaren, bewerken en (doen) verwerken van huishoudelijk en andere categorieën van afvalstoffen met bijkomende werkzaamheden.

Programmabegroting 2023-2026

91

6. GR Reinigingsdienst Waardlanden

Gorinchem

Reinigingsdienst voor de gemeenten Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Molenlanden en Vijfheerenlanden.

7. GR Bureau Openbare Verlichting

HardinxveldGiessendam

Bureau OVL is de beheerunit die voor 7 gemeenten toeziet op het onderhoud en het laten verhelpen van storingen aan de Openbare Verlichting.

8. GR Samenwerkingsverband Vastgoedinfo, Heffing en Waardebepaling (SVHW)

Klaaswaal

Een zo doelmatig mogelijke uitvoering van werkzaamheden met betrekking tot: de heffing en invordering van belastingen; de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; de administratie van vastgoedgegevens; het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden.

9. Stedin Holding N.V.

Rotterdam

Netwerkbeheerder voor transport en levering van energie.

10. N.V. Bank Nederlandse Gemeenten

Den Haag

Uitoefening van het bedrijf van bankier ten dienste van overheden. De Bank Nederlandse Gemeenten biedt financiële diensten op maat, zoals kredietverlening, betalingsverkeer, advisering, elektronisch bankieren en beleggen.

11. N.V. Oasen

Gouda

Het (doen) exploiteren van een of meer waterleidingbedrijven en laboratoria.

12. MerwedeLingeLijn (M.L.L.) Beheer B.V.

Gorinchem

Deelname in vennootschap met als doel de realisatie van een tweetal haltes en aanpassen bestaande halte in Hardinxveld-Giessendam.

Verbonden partij Overige deelnemingen 1. Gemeente Hardinxveld-Giesendam Deelneming B.V. 2. ROM-S Beheer B.V. 3. ROM-S C.V.

Vestigingsplaats

Openbaar belang

HardinxveldGiessendam

Deelname in het aandelenkapitaal van ROM-S C.V en de Gezamenlijke Exploitatiemaatschappij De Blauwe Zoom C.V. Aandeelhouder in beheervennootschap Ontwikkelen van een bedrijventerrein inclusief de herontwikkeling van vertreklocaties en het ontwikkelen en exploiteren van een aantal regionale vrachtwagenparkeerplaatsen.

4. Gemeenschappelijke exploitatie maatschappij De Blauwe Zoom beheer B.V.

HardinxveldGiessendam

De besloten vennootschap is beherend vennoot van de commanditaire vennootschap GEM De Blauwe Zoom C.V. en heeft als doel het ontwikkelen, realiseren en exploiteren van vastgoedprojecten in De Blauwe Zoom.

5. GEM De Blauwe Zoom C.V.

HardinxveldGiessendam

De besloten vennootschap heeft ten doel locatieontwikkeling, zoals is gedefinieerd in de samenwerkingsovereenkomst De Blauwe Zoom.

Programmabegroting 2023-2026

Schelluinen Schelluinen

92

Risicoprofiel Op basis van de begrotingen en jaarrekeningen van de verbonden partijen is een nieuwe analyse uitgevoerd. Bij Bureau Openbare Verlichting gaat de classificatie op financieel vlak van gemiddeld naar laag, doordat de interne organisatorische problemen zijn opgelost. Het totaaloverzicht is te vinden in onderstaand schema:

Voor meer informatie in deze begroting wordt u verwezen naar de toelichting per programma bij de financiële begroting onderdeel risico's en ontwikkelingen.

Risicoclassificatie Uit de gemaakte analyse blikt de volgende risicoclassificatie:

Risicoclassificatie

Verbonden partijen

Sturings- en toezichtsarrangementen

1. Laag

Stedin, Oasen, SVHW, Bureau Openbare Verlichting, BNG, Gevudo, OZHZ, Merwedelingelijn

Basispakket

2. Laag / gemiddeld

Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid, Waardlanden, Dienst Gezondheid & Jeugd -

Pluspakket

GR Drechtsteden (GR Sociaal), Serviceorganisatie Jeugd ZHZ -

Compleetpakket

3. Gemiddeld 4. Gemiddeld/hoog 5. Hoog

Programmabegroting 2023-2026

93

Inhoud van de sturingsarrangementen Hieronder staat de feitelijke invulling van de sturingsarrangementen beschreven, gekoppeld aan de sturende en beheersende rollen van de raad en het college. Basis Pakket

Plus Pakket

Kaderstellende rol (=sturen) • Begroting verbonden partij met ambtelijk advies bespreken in college • In de begroting wordt een actuele risicoanalyse, de bepaling van het sturingsarrangement en eventueel maatwerk opgenomen • De begroting van de verbonden partij wordt ter zienswijze aan de raad voorgelegd • Jaarlijkse bijeenkomst waarin risicoanalyses verbonden partijen worden besproken tussen college en raad • Hogere frequentie bestuurlijke en ambtelijke overleggen

Controlerende rol (=beheersen) • Jaarrekening verbonden partij met ambtelijk advies bespreken in college • In de jaarrekening wordt door het college verantwoording afgelegd aan de raad over de verbonden partijen • Actieve informatieplicht: bij belangrijke tussentijdse ontwikkelingen informeert het college de raad via burap's of RIB • •

Compleet Pakket

• •

Nog hogere frequentie bestuurlijke en ambtelijke overleggen Er wordt een actieve dialoog tussen de raad en de verbonden partij georganiseerd door bijvoorbeeld de directie uit te nodigen in de raad

• •

Alle P&C documenten verbonden partijen (ook burap's) worden met ambtelijk advies besproken in college In gemeentelijke burap wordt door het college verantwoording afgelegd aan de raad over de verbonden partijen met risicoclassificatie 'gemiddeld' of 'hoger' Het college informeert de raad via een RIB over de P&C documenten van de verbonden partij Zo nodig wordt de raad tussentijds geïnformeerd (ook buiten de P&C documenten om)

Financiële informatie per verbonden partij Voor de feiten en cijfers is gebruik gemaakt van de cijfers uit de jaarrekening 2020, voor zover voorhanden, van de verbonden partij. Onderstaand een overzicht met een weergave van de bijdragen per verbonden partij.

GR Sociaal GR Publieke Dienst Gezondheid en Jeugd (incl. SOJ) GR Veiligheidsregio ZHZ GR Omgevingsdienst ZHZ GR GEVUDO GR Reinigingsdienst Waardlanden GR Openbare Verlichting GR SVHW

x € 1.000 Realisatie 2021 Raming begroting 2022 Raming begroting 2023 10.125 10.758 7.787 6.958 5.207 6.569 1.201 1.272 1.292 438 436 486 1.735 2.404 2.189 43 40 40 143 174 183 20.643 20.291 18.546

Opmerking GR Sociaal. Bedragen in 2021 en 2022 hebben betrekking op totaal GR Drechtsteden. Vanaf 2022 zijn voor dienstverlening DVO's met SGD afgesloten.

Programmabegroting 2023-2026

94

Verbonden partij Opgenomen in risicoclassificatie 1. GR Sociaal

Betrokkenen

Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht en Hardinxveld-Giessendam

2. GR Dienst Gezondheid & Jeugd

De gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, HardinxveldGiessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Hoeksche Waard, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht, en Molenlanden

3. GR Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

De gemeenten Hoekse Waard Drechtsteden, Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam en Molenlanden

4. GR Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

De gemeenten Hoekse Waard, Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-IdoAmbacht, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht, Gorinchem, HardinxveldGiessendam en Molenlanden

5. GR GEVUDO

6. GR Reiningsdienst Waardlanden

7. GR Bureau Openbare Verlichting

8. GR Samenwerkingsverband Vastgoedinfo, Heffing en Waardebepaling (SVHW)

Bestuurlijk belang

Financieel belang

Vertegenwoordiging in het Drechtstedenbestuur (wethouder Baggerman), De bijdrage aan de GR wordt bepaald a.d.h.v. diverse verdeelsleutels. Overall is Drechtraad (raadsleden fracties) en diverse portefeuillehoudersoverleggen het belang van de gemeente Hardinxveld-Giessendam ca 6%. Voor 2021 is deze (portefeuillehouders). Stemrecht in Drechtraad (=algemeen bestuur) op grond geraamd op € 10.121 mio. van inwoneraantal: 6,18% Het algemeen bestuur bestaat uit de portefeuillehouders Gezondheid en Op basis van de gemeenschappelijke regeling levert de gemeente HardinxveldJeugd van de deelnemende gemeenten. Het dagelijks bestuur bestaat uit vijf Giessendam een bijdrage per inwoner aan de GR DG&J voor de invulling en leden, naast een voorzitter levert de regio Drechtsteden twee leden en de uitvoering van de wettelijke taken die voortkomen uit de Wet publieke gezondheid Hoeksche Waard en Alblasserwaard en Vijfheerenlanden ieder een lid. In en de Leerplichtwet. Dit geldt ook voor de uitvoering van de Jeugdwet. Voor de bestuurlijke zin wordt het algemeen bestuur bijgestaan door een uitvoering van de Jeugdwet ontvangt de gemeente middelen van het Rijk. De auditcommissie. De auditcommissie bestaat uit 3 leden. Uit iedere regio één. uitvoering hiervan is, middels de Serviceorganisatie Jeugd Zuid-Holland Zuid, belegd Wethouder T. Baggerman is lid van het algemeen bestuur.

bij de GR dienst gezondheid jeugd Zuid-Holland Zuid.

De burgemeester is lid van het algemeen bestuur van de VRZHZ.

De gemeente betaalt een gemeentelijke bijdrage voor 2021 van in totaal € 1.201.000 (afgerond). Deze bijdrage is gebaseerd op het zogenaamde boxensysteem en de afgeronde regionalisering van de brandweerkazernes en neemt vanaf 2019 af (zie programma 3) De gemeentelijke bijdrage bedraagt in 2021 afgerond € 450.000 (inwonersbijdrage inclusief afgenomen diensten).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/717/documents/23199