CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2021 versie 3.0 d.d. 24-05-2022.pdf

Gemeenteraad GHG 30 juni 2022, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 3: Jaarrekening 2021 gemeente Hardinxveld-Giessendam - Raadsvoorstel40.112 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is Onder de lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is vallen de opbrengsten onroerende zaakbelastingen (woningen en niet-woningen) en hondenbelasting. Dividend Het hierboven genoemde dividend betreft de dividenden van de Bank Nederlandse Gemeenten. In paragraaf 2.5.2. wordt een toelichting gegeven op bovenstaande afwijkingen. Jaarstukken 2021

56

1.6 Overhead De overheadkosten laten het volgende verloop zien.

Per saldo is er ten opzichte van de begroting na wijziging een voordeel van € 29.000. De overheadkosten worden grotendeels op de paragraaf bedrijfsvoering verantwoord.

Jaarstukken 2021

57

1.7 Vennootschapsbelasting Uit de uitgevoerde inventarisatie van potentieel belastingplichtige activiteiten is geconcludeerd dat we geen op beperkt risico's lopen op het gebied van de vennootschapsbelastingplicht Eind 2019/begin 2020 heeft een hertoets op de vennootschapsbelastingplicht plaatsgevonden. Hieruit blijkt wederom dat we geen of beperkt risico's lopen op vennootschapsbelastingplicht voor het jaar 2021. Het enige discussiepunt over 2021 en voorgaande jaren betreft de reclame-opbrengsten. Uit analyse over 2016 t/m 2021 blijkt dat deze opbrengsten gemiddeld € 4.000 - € 6.000 bedragen, waarbij zich ook de vraag voordoet of sprake is van reclame-opbrengsten of beschikbaar stellen van onroerend goed. Voor de grondexploitaties worden in het kader van het MPG een quick-scan uitgevoerd op mogelijk Vpbverplichting. Uit de scan blijkt dat sprake is van negatieve uitkomsten en derhalve geen belastingrisico voor de Vpb. In 2022 heeft de Belastingdienst voorlopige beschikkingen voor opgelegd over 2018, 2019 en 2020, waarbij de fiscale opbrengsten zijn ingeschat op respectievelijk € 104.500, € 114.000 en € 123.500. De hieruit voortvloeiende Vpb bedraagt € 23.812, € 23.123 en € 21.201 (inclusief belastingrente). Tegen deze beschikkingen is bezwaar gemaakt en de verwachting is dat, gelet op de hoogte van de opbrengsten, dat geen of een beperkte aanslag zal worden opgelegd.

Het blijft wel van belang om de kritische onderdelen goed in beeld te houden en ook alert te blijven bij toekomstige wijzigingen in beleid en/of tariefstellingen. We schatten het risico in op € 0.

Jaarstukken 2021

58

1.8 Onvoorzien

In de primitieve begroting is onder financiering en algemene dekkingsmiddelen een post voor onvoorziene uitgaven opgenomen ad € 25.000. In het begrotingsjaar is de post onvoorzien niet aangewend. Overzicht aanwending van het bedrag onvoorzien Bedragen x € 1.000

Nr. Begrotingswijziging / onderwerp

Datum

Bedrag 2021

0 Primitieve begroting Begrotingswijziging(en)

25 0

Saldo post onvoorzien na begrotingswijzigingen

25

Alle andere begrotingswijzigingen waren budgetneutraal of zijn gemuteerd op het exploitatiesaldo van de begroting. Het restant van de post onvoorzien bedraagt € 25.000,-.

Jaarstukken 2021

59

Paragrafen

Jaarstukken 2021

60

1.9

Paragraaf Bedrijfsvoering

Beleidsverantwoording Wat wilden we bereiken?

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?

Verdere organisatieontwikkeling

Verdere organisatieontwikkeling

Op 18 juni 2020 heeft de gemeenteraad een besluit genomen over Focus 2020. Tijdens de toetreding van onze gemeente tot de Drechtsteden hebben wij “de winkel” gewoon opengehouden en heeft onze samenleving weinig tot niets gemerkt van de verbouwing. Tegelijkertijd zijn de afgelopen jaren de taken van de gemeente uitgebreid. De personele bezetting ontwikkelde onvoldoende mee, mede door de financiële onzekerheden. Hierdoor ontstond een grote werkdruk. Samen met een zeer bewegelijke arbeidsmarkt heeft dit tot een situatie geleid waarbij organisatie, opgaven en financiële mogelijkheden in onbalans raakten. Focus 2020 bevat een aantal incidentele organisatorische maatregelen om de balans in 2020 te herstellen. Een deel van die maatregelen loopt ook nog door in 2021. Ondertussen voert een onafhankelijke externe partij een onderzoek uit dat bestaat uit een analyse van de huidige situatie in de organisatie en aanbevelingen richting de toekomst. Op basis hiervan treffen we structurele maatregelen voor de toekomst. Deze maatregelen komen aan de orde in het proces van de perspectiefnota 2022-2025. Daarbij gaan we ook in op de inhoudelijke, organisatorische en financiële gevolgen van die maatregelen.

De gemeenteraad heeft in december 2020 ('Stutten en verstevigen van de organisatie') en februari 2021 ('Vervolg Stutten en Verstevigen') besluiten genomen om de druk op de dienstverlening tot staan te brengen en van daaruit de dienstverlening verder te verbeteren. Vanaf de zomer 2021 werkt de organisatie volgens het nieuwe organisatiebesluit en ontwikkelt de organisatie zich verder door naar een netwerkorganisatie. Deze doorontwikkeling hangt samen met onder meer het werken met verschillende vormen van participatie en het verder verbeteren van de kwaliteit van onze dienstverlening. We kijken ook naar manieren van werken die passen bij onze organisatie en deze tijd. We onderzoeken bijvoorbeeld het huisvesten van meer maatschappelijke partners in ons Huis van de Gemeente. Dat betekent mogelijk aanpassingen in de inrichting van het gebouw. De paragraaf Bedrijfsvoering bevat een nadere rapportage van de voortgang van het organisatieontwikkeltraject.

Implementatie Veilig Mailen (biedingen)

Implementatie Veilig Mailen (biedingen

Het lokaal gefaseerd implementeren van het pakket voor Veilig Mailen als onderdeel van een regionale implementatietraject. In kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) zal in de eerste fase het Sociaal Team gebruik gaan maken van Veilig Mailen.

In 2021 is het programma Zivver geïmplementeerd voor de gehele organisatie en daarmee voldoet de gemeente aan de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

Met de implementatie van Veilig Mailen voor de gehele organisatie in de vervolgfase bereid Hardinxveld-Giessendam zich ook voor op o.a. de e-Privacy Verordening. Waar de AVG zich meer richt op het gebruik, verwerking en opslag van persoonsgegevens, richt de e-Privacy Verordening (ePV) zich meer op de regels omtrent e-mail, cookies en telemarketing.

Dit programma biedt tevens voor zowel medewerkers als burgers, bedrijven en organisaties de mogelijkheid vertrouwelijke informatie veilig digitaal te delen via de e-mail. Door het gebruik van Zivver is een volgende stap genomen op weg naar een Veilige Digitale Gemeente.

Beleidsindicatoren Vanaf de begroting 2017 moeten enkele beleidsindicatoren verplicht worden opgenomen in zowel de begroting als in de jaarstukken. De beleidsindicatoren zijn verdeeld over de programma's waar ze betrekking op hebben. Nr. Indicator

Hardinxveld - Giessendam

Bron Gemeenten < 25.000 inw. Rekening Rekening per. waarde per. waarde 2021 5,5 Eigen begroting/jaarrekening 2021 6,4 Eigen begroting/jaarrekening 2021 624 Eigen begroting/jaarrekening 2021 21 Eigen begroting/jaarrekening 2021 13 Eigen begroting/jaarrekening

30 Formatie 31 Bezetting 32 Apparaatskosten 33 Externe inhuur 34 Overhead

Begroting per. waarde 2021 5,67 2021 5,33 2021 503 2021 9 2021 15

Beschrijving 30. Fte per 1.000 inwoners 31. Fte per 1.000 inwoners 32. Kosten per inwoner 33. Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen 34. % van totale lasten Jaarstukken 2021

61

Wat heeft het gekost? Bedragen x € 1.000

Programma 14 Bedrijfsvoering (kostenplaatsen)

220 Bedrijfsvoering Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat

Primaire begroting

Begroting na wijziging

Realisatie

Verschil

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

-4.721 -4.721 -1.832 -6.553

33 33 2.110 2.143

-4.688 -4.688 278 -4.410

-5.310 -5.310 -2.393 -7.704

85 85 2.951 3.036

-5.226 -5.226 558 -4.668

-5.282 -5.282 -2.393 -7.676

123 123 2.893 3.016

-5.159 -5.159 499 -4.659

28 28 0 28

39 39 -58 -20

67 67 -58 8

- = Nadelig / + = Voordelig

Jaarstukken 2021

62

1.9.1

Informatiebeveiliging en privacy (ENSIA)

Gemeenten hebben de wettelijke taak om een groot aantal diensten te leveren aan inwoners en ondernemers. Diensten die steeds meer digitaal afgehandeld kunnen worden. De gemeente is dan ook in transitie naar een digitaal georiënteerde dienstverlening en bedrijfsvoering. Steeds meer services worden online aangeboden. Een goede ontwikkeling voor burgers en ondernemers die daardoor minder afhankelijk worden van openingstijden. Toegenomen digitalisering betekent echter ook meer verantwoordelijkheid voor de gemeente. Traditioneel beschikt de gemeente al over privacy- en concurrentiegevoelige datasets over en voor inwoners en ondernemers. In een tijd waarin de gemeente steeds meer zorgtaken vanuit het Rijk krijgt overgeheveld, waarbij de hoeveelheid privacygevoelige informatie toeneemt, wordt de security- en privacy taak van gemeenten dan ook steeds breder. Tegelijkertijd groeit het maatschappelijk bewustzijn over veiligheid en privacy bij inwoners en ondernemers. Inwoners en ondernemers moeten en willen zeker zijn dat hun informatie veilig is en persoonsgegevens in lijn met Algemene Verordening Gegevensbescherming wordt beschermd. Als professionele organisatie past hierbij dat gemeente Hardinxveld-Giessendam de beveiliging van informatie en bescherming van persoonsgegevens adequaat organiseren.

Informatie moet immers beschikbaar, actueel, volledig en betrouwbaar zijn en mag alleen door bevoegden zijn in te zien. Ook bij de uitwisseling van informatie moet de gemeente te allen tijde rekening houden met beveiligings- en privacyaspecten. De gemeente heeft een maatschappelijke en wettelijke verantwoordelijkheid (Wet BRP, PUN, DigiD, Suwi, BAG, BGT, BRO en WOZ) de gegevens van hun inwoners en ondernemers onder alle omstandigheden te beschermen en moeten zich daarover kunnen verantwoorden. Er is regionaal en lokaal veel werk verzet op het gebied van informatiebeveiliging en privacy met het verder implementeren en borgen van passende maatregelen op het gebied van informatieveiligheid en privacy. Waar informatieveiligheid gaat over beschikbaarheid, integriteit (juistheid, volledigheid) en vertrouwelijkheid (toegang waar nodig) van alle soorten informatie, gaat privacy specifiek over het beschermen van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer. Het verantwoordingsproces rondom informatieveiligheid is sinds 2017 gebaseerd op ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit) en gaat uit van het principe van Single Information & Single Audit (SISA). Dit houdt in dat er sprake is van eenmalige informatieverstrekking en eenmalige IT-audit.

ENSIA is een verantwoordingsstelsel voor informatieveiligheid gebaseerd op de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), alsmede de informatiebeveiligingsnormen vanuit Basisregistratie Personen (BRP), Paspoortuitvoeringsregeling Nederland (PUN), Digitale persoonsidentificatie (DigiD), Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), Basisregistratie Ondergrond (BRO), WOZ (Wet Waardering Onroerende Zaken). en de Gezamenlijke Elektronische Voorzieningen Structuur uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen (GeVS/Suwinet). Met het uitvoeren van de ENSIA-zelfevaluatie en het aanleveren van de noodzakelijke verantwoordingsinformatie via de ENSIA, legt het college van burgemeester en wethouders over het jaar 2021 verantwoording af aan de raad (horizontale verantwoording) en toezichthouders van het rijk (verticale verantwoording) over de status van informatieveiligheid. Onderdeel van de verantwoording is een getoetste collegeverklaring informatieveiligheid, betreffende DigiD en Suwinet. De collegeverklaring is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en getoetst door een onafhankelijke auditor. De raad zal aanvullend via een (vertrouwelijke) separate rapportage worden geïnformeerd. Informatieveiligheid en privacy is geen eenmalige activiteit, maar een continu verbeterproces.

Jaarlijks wordt een Informatiebeveiligings- en Privacyplan opgesteld waarin de te ondernemen activiteiten worden vastgelegd. In 2022 zal de focus liggen op het verder vormgeven van een Veilige (Digitale) Gemeente met het inbedden van informatieveiligheid en privacy in de gemeentelijke organisatie, en het borgen van risicomanagement.

Jaarstukken 2021

63

1.10 Paragraaf Lokale Heffingen Algemeen De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op de heffingen waarvan de besteding zowel gebonden als ongebonden is. Voorbeelden van heffingen waarvan de besteding gebonden is, zijn onder andere de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Heffingen waarvan de besteding ongebonden is zijn onder andere de onroerend zaakbelasting en de hondenbelasting. Deze paragraaf bevat een uiteenzetting van de beleidsvoornemens voor de lokale heffingen, de gemeentelijke inkomsten voor zover deze uit de in Hardinxveld-Giessendam ingevoerde belastingen en retributies voortkomen, een overzicht op hoofdlijnen van de diverse belastingen en heffingen, een aanduiding van de lokale lastendruk, een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid en een overzicht van de kostendekkendheid van de verschillende tarieven. Beleidsvoornemens lokale heffingen De heffing en invordering van belastingen en retributies wordt door de GR SVHW (Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsverband Vastgoed-informatie Heffing en Waardebepaling) verzorgd. Deze gemeenschappelijke regeling wikkelt ook aanvragen om kwijtschelding af. De heffing en invordering van de leges zoals onder andere de bouwleges wordt door de gemeente zelf verzorgd.

In onze gemeente zijn buiten de algemene uitkering uit het gemeentefonds de onroerendzaakbelasting en de rioolheffing en afvalstoffenheffing de belangrijkste inkomsten. De belastingtarieven zijn voor 2021 met 2,6 % geïndexeerd ten opzichte van 2020. Dit is conform de financiële uitgangspunten zoals opgenomen in de Perspectiefnota 2021-2024. Ten aanzien van de heffingen en leges wordt uitgegaan van een kostendekkendheidspercentage van 100%.

Jaarstukken 2021

64

Overzicht gemeentelijke belastingopbrengsten Op grond van artikel 219 van de gemeentewet zijn in 2021 in Hardinxveld-Giessendam de volgende belastingen geheven: bedragen x € 1.000

Gemeentelijke belastingopbrengsten

Omschrijving

Rekening Rekening Rekening prim begr Begroting Rekening Afwijking Voor-/ 2018 2019 2020 2021 2021 2021 2021 nadelig

Zuivere belastingen Onroerend zaakbelastingen eigenaren Onroerend zaakbelastingen gebruikers Hondenbelastingen

2.982 554 76

2.994 579 75

3.100 574 79

3.124 605 75

3.224 624 81

3.188 603 81

-36 -20 0

N N V

Precariobelasting

98

92

94

101

28

10

-18

N

Bedrijfsinvesteringszone

70

73

75

70

70

74

4

V

3.780

3.813

3.922

3.974

4.026

3.956

-70

N

Afvalstoffenheffing

1.801

2.017

2.071

2.086

2.212

2.206

-5

N

Rioolheffing

1.723

1.766

1.803

1.821

1.864

1.861

-2

N

0

0

0

0

0

0

0

3.524

3.783

3.875

3.907

4.075

4.068

-8

N

Leges bouwvergunningen

581

492

353

613

613

867

255

V

Leges burgerlijke stand

309

210

170

126

112

140

29

V

Begrafenisrechten

429

293

404

383

385

393

8

V

Havengelden

52

79

32

57

20

28

8

V

Marktgelden

29

33

23

31

31

22

-8

N

24

20

20

30

10

V

Subtotaal zuivere belastingen Heffingen

Container-rechten Subtotaal heffingen Retributies

Reclameopbrengsten Brandweerrechten Subtotaal retributies

0

0

0

0

0

0

0

1.400

1.107

1.006

1.229

1.180

1.480

300

V

Overige pachten

51

58

58

49

-9

N

Overige leges en andere rechten

2

1

1

15

13

V

1.107

1.059

1.289

1.240

1.544

304

V

8.703

8.856

9.170

9.341

9.568

226

V

Subtotaal incl overige retributies TOTAAL lokale heffingen

8.704

Onroerende zaakbelastingen De (on)roerende zaakbelastingen zijn ondergebracht bij de GR SVHW. De GR SVHW verzorgt niet alleen de oplegging en inning van de aanslagen maar houdt tevens de bestanden in verband met de wet WOZ up-to-date. Regelmatig vindt de afdracht van de ontvangen belastingbedragen aan de gemeente plaats. Bij het bepalen van het percentage wordt rekening gehouden met de waardeontwikkeling van de onroerende zaken, zodat per saldo de onroerende zaakbelastingen voor woningen niet meer stijgen dan de inflatie. Hondenbelasting Basis voor deze heffing vormt het bezit van een hond, waarbij voor het bezit van meerdere honden een progressief tarief van toepassing is. Evenals de onroerende zaakbelastingen verzorgt de GR SVHW de heffing, invordering en actualisering van de bestanden van de hondenbelasting voor ons. De controle is nog wel in handen van de gemeente en geschiedt door een jaarlijkse huis-aan-huis controle met daarnaast een hondenpenningcontrole op straat. Precariobelasting Voor het hebben van materialen op (boven en onder) voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond wordt een bedrag geheven van de gebruikers van die grond. De Eerste Kamer heeft op 21 maart 2017 het wetsvoorstel om de precariobelasting af te schaffen aangenomen. De ingangsdatum van de wet is bepaald op 1 juli 2017. In de wet is een overgangstermijn van 5 jaar opgenomen.

Die geldt voor gemeenten die op 16 februari 2016 een verordening voor het heffen Jaarstukken 2021

65

van precariobelasting op kabels en leidingen hadden. Het tarief van die datum (€ 0,27 per m1) mag nog tot 1 januari 2022 worden geheven. We houden rekening met een ingroeiscenario om de afschaffing op te vangen. Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval, waarbij uitgangspunt is dat dit kostendekkend gebeurt. De GR SVHW verzorgt de heffing, invordering en actualisering van de bestanden voor ons. Het inzamelen en verwerken van het huisvuil wordt gedaan door de gemeenschappelijke regeling reinigingsdienst Waardlanden. Ook kan zonder verdere kosten gebruik worden gemaakt van het afvalbrengstation. Rioolheffing De rioolheffing is gerelateerd aan de hoeveelheid afgevoerd afvalwater en geldt uitsluitend ter dekking van de kosten voor de uitvoering van het Gemeentelijk Rioleringsplan. De oplegging, invordering en het bijhouden van het bestand wordt verzorgd door de GR SVHW. Leges In onze gemeente worden leges geheven op grond van de vigerende legesverordening. De tarieventabel wordt jaarlijks aangepast. De leges hebben onder andere betrekking op de Algemeen Plaatselijke Verordening, rij- en reisdocumenten, burgerlijke stand, wet Ruimtelijke Ordening en Milieuwetgeving. Begrafenisrechten Voor het begraven van stoffelijke overschotten op de begraafplaatsen in de gemeente heft de gemeente leges.

Ook voor de aankoop van graven en het afkopen van het onderhoudsrecht wordt een tarief in rekening gebracht. Havengelden De havengelden bestaan uit liggelden, kadegelden en trechtergelden. Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid en staan in de Invorderingswet. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen, die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken dat een lager inkomen wordt gehanteerd. De gemeente HardinxveldGiessendam hanteert de zogenaamde 100%-norm, hetgeen betekent dat inwoners van HardinxveldGiessendam met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. In de gemeente Hardinxveld-Giessendam kan kwijtschelding worden aangevraagd voor Afvalstoffenheffing, Rioolheffing en Hondenbelasting (alleen voor de eerste hond). De ontwikkeling van de kwijtscheldingen over de afgelopen jaren is als volgt: 2018

2019

2020

2021

104.705

104.019

100.381

100.415

(Gedeeltelijk) toegekend

202

207

210

193

Afgewezen

35

42

56

44

Totaal

237

249

266

237

Kwijtscheldingsbedragen

Kwijtscheldingsaantallen

In 2019 zien we een minimale toename welke zich in 2020 voortzet. Oorzaak hiervan is het COVID-19 (Corona) virus. In 2021 is een daling te zien in het aantal kwijtscheldingen. In de bedragen is een lichte stijging zichtbaar.

Jaarstukken 2021

66

Heffingen woonlasten (lokale belastingdruk) Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze belastingen vormen het grootste deel van de opbrengst van de gemeentelijke heffingen.

Soort heffing

2018

2019

2020

2021

- eigenarenheffing

0,1316%

0,1247%

0,1199%

0,1172%

Totaal

0,1316%

0,1247%

0,1199%

0,1172%

- eigenarenheffing

0,2196%

0,2142%

0,2168%

0,2213%

- gebruikerstarief

0,1622%

0,1582%

0,1601%

0,1634%

Totaal

0,3810%

0,3724%

0,3769%

0,3847%

254,00

287,00

292,00

309,00

227,00

227,00

231,00

237,00

Onroerende zaakbelasting

Woningen

Niet woningen

Afvalstoffenheffing

Rioolheffing

De ontwikkeling van de woonlasten (voor meerpersoonshuishoudens) over de afgelopen jaren is als volgt: 2018

2019

2020

2021

OZB-eigenaar

301,39

297,68

306,00

314,00

Rioolheffing

227,00

227,00

231,00

237,00

Afvalstoffenheffing

254,00

287,00

292,00

309,00

Totaal

782,39

811,68

829,00

860,00

% stijging/afname

-0,5%

3,7%

2,1%

3,7%

Vergelijking met andere gemeenten Jaarlijks wordt door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) een onderzoek uitgevoerd naar de gemeentelijke woonlasten, teneinde een vergelijk tussen de gemeenten mogelijk te maken. Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten van onze gemeente is een vergelijk met omringende gemeenten gemaakt.

Jaarstukken 2021

67

HardinxveldGiessendam

Molenlanden Gorinchem Vijfheerenlanden

Gemiddelde woningwaarde

268.259

305.939

242.887

275.969

OZB-eigenaar

0,1172%

0,0985%

0,1119%

0,1161%

OZB-eigenaar

314,40

301,35

271,79

320,40

Rioolheffing (vastrecht)

237,00

236,00

213,00

216,00

Afvalstoffenheffing

309,00

336,00

316,00

343,00

Heffingskorting

-73,00

Totaal Rangorde landelijk

860,40

800,35

800,79

879,40

224

140

143

250

3

1

2

4

(o.b.v. w oonlasten meerpersoonshuishouden volgens Coelo)

Rangorde AlblasserwaardVijfheerenlanden (o.b.v. berek. w oonlasten)

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de gemeente Hardinxveld-Giessendam in 2021 landelijk gezien boven het midden behoort (plaats 224 van de in totaal 352 gemeenten). Regionaal gezien staat de gemeente Hardinxveld-Giessendam op de derde plaats (2020: 3). Naast een vergelijk met de omringende gemeenten is ook een vergelijk met de Drechtstedengemeenten gemaakt. Hardinxveld- Alblasserdam Giessendam

Dordrecht

Hendrik-Ido- Papendrecht Sliedrecht Ambacht

Zwijndrecht

Gemiddelde woningwaarde

268.259

250.614

226.188

307.160

257.709

239.368

235.856

OZB-eigenaar

0,1172%

0,1084%

0,1020%

0,1053%

0,1065%

0,0823%

0,1052%

OZB-eigenaar

314,40

271,67

230,71

323,44

274,46

197,00

248,12

Rioolheffing (vastrecht)

237,00

159,00

202,00

188,00

158,00

254,00

302,00

Afvalstoffenheffing

309,00

358,00

301,00

351,00

327,00

293,00

386,00

Totaal

860,40

788,67

733,71

862,44

759,46

744,00

914,12

224

120

48

227

86

59

282

5

4

1

6

3

2

7

Rioolheffing (gebaseerd op 2 bew.)

-22,00

Rangorde landelijk (o.b.v. w oonlasten meerpersoonshuishouden volgens Coelo)

Rangorde Drechtsteden (o.b.v. w oonlasten)

In vergelijking met de overige Drechtstedengemeenten eindigt Hardinxveld-Giessendam op plaats 5 (2020: 6). Kostendekkendheid Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf lokale heffingen inzicht wordt gegeven in de mate van kostendekkendheid van de verschillende tarieven. Hiermee wordt beoogd transparantie te bieden in de tarieven waarbij sprake is van kostenverhaal. De toerekening van overhead vindt extracomptabel plaats. Dat betekent dat het overheaddeel op de afzonderlijke programma’s niet aan deze programma’s zijn toegerekend.

Jaarstukken 2021

68

De volgende overzichten laten zien van welk percentage kostendekkendheid sprake is. Voor het bepalen van onderstaande kostendekkendheidspercentages is uitgegaan van de vernieuwde ‘Handreiking Kostenonderbouwing paragraaf lokale heffingen’ van het VNG. De kostendekkendheid is bepaald door de totale baten te delen door de lasten die volgens de handreiking mogen worden toegerekend. Hierin is een opslag voor de overheadkosten opgenomen. Voor het bepalen van het percentage overhead is uitgegaan van de totale lasten aan overhead (taakveld 0.4), welke zijn gedeeld door de totale loonkosten inclusief de kosten van inhuur.

Formule overheadopslag op loonkosten Overhead (taakveld 0.4) Loonkosten + inhuur (exclusief overhead loonkosten)

Rekening € €

5.542.458 8.243.990 67,2%

Voor de riolering en reiniging is een afwijkend overheadopslagpercentage gehanteerd, namelijk gebaseerd op een percentage van de totale kosten (salarissen en directe lasten)

Formule voor overheadopslag totale lasten

Rekening

Overhead (taakveld 0.4)

€

5.542.458

Totale lasten exclusief mutaties reserves

€

41.101.022 13,5%

Legesverordening Titel 1: Algemene dienstverlening: Titelblad 1 Hoofdstuk 1 Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid

Titelblad 1 Burgelijke stand Hoofdstuk 2 11.040 Directe lasten 69.108 loonkosten 80.148 Saldo 46.353 Overheadopslag voor loonkosten 126.501 Totale lasten 14.966 Totale baten

Hoofdstuk 3 Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid

Jaarstukken 2021

8.419

117.345 125.764 78.708 204.472 52.145

12% Kostendekkendheid

Titelblad 1

Reisdocumenten

26%

Titelblad 1 Rijbewijzen

Hoofdstuk 4 12.979 Directe lasten 58.206 loonkosten 71.185 Saldo 39.041 Overheadopslag voor loonkosten 110.225 Totale lasten 60.065 Totale baten 54% Kostendekkendheid

Verstrekkingen uit basisregistratie 11.263

112.531 123.794 75.479 199.273 3.178 2%

69

Titelblad 1 Hoofdstuk 9 Directe lasten naturalisatie loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten naturalisatie Totale baten Verklaring omtrent gedrag Kostendekkendheid

Titelblad 1 Overige publiekszaken Hoofdstuk11 1.998 Directe lasten 9.701 loonkosten 11.699 Saldo 6.507 Overheadopslag voor loonkosten 18.205 Totale lasten 9.149 Totale baten

Huisvestingswet 34.589

43.679 78.269 29.297 107.566 219

593 54% Kostendekkendheid

0%

Titelblad 1 Hoofdstuk 14 Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid

Markten 9.899 13.536 23.435 9.100 32.535 30.098 93%

Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

Titelblad 1 Hoofdstuk 3 Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid

Jaarstukken 2021

Omgevingsvergunningen 41.708 517.984 559.692 348.242 907.934 847.779 93%

70

Titel 3: Dienstverlening vallend onder Europese Richtlijn

Titelblad 1 en 3 TB 1: hoofdstuk 16 TB 3: hoofdstuk 1 TB 3: hoofdstuk 2

TB 3: hoofdstuk 7 Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten

kansspelen horeca organiseren evenementen of markten niet benoemde vergunningen 56.790 162.895 219.685 109.515 329.200

Totale baten Kostendekkendheid

5.528 2%

Havengelden, begraafplaatsen, riolering en afval Havengelden Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten

Begraafplaatsen 9.029 Directe lasten 25.176 loonkosten 34.205 Saldo 16.926 Overheadopslag voor loonkosten 51.131 Totale lasten

121.447 230.897 352.344 155.233 507.577

Totale baten Kostendekkendheid

23.465 Totale baten 46% Kostendekkendheid

392.750 77%

Afval

Riool

Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag Gecompenseerde BTW Totale lasten

1.662.637 Directe lasten 58.381 loonkosten 1.721.018 Saldo 223.732 Overheadopslag 388.881 Gecompenseerde BTW 2.333.631 Totale lasten

821.330 256.610 1.077.940 141.534 147.088 1.366.562

Totale baten Kostendekkendheid

2.156.128 Totale baten 92% Kostendekkendheid

1.817.933 133%

Rente riolering In de berekening van de kostendekkendheid van de riolering wordt rekening gehouden met een rentepercentage van 3% voor investeringen tot en met begrotingsjaar 2012. Investeringen vanaf begrotingsjaar 2013 zijn gebaseerd op de renteomslag. Dit wijkt af van de berekende renteomslag. In de nota financieringsvisie is vastgelegd dat investeringen in rioleringen volledig extern gefinancierd worden. Het rentepercentage riolering is dan ook gebaseerd op een gemiddelde van de rente van de langlopende schulden.

Jaarstukken 2021

71

1.11 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen Deze paragraaf geeft inzicht in (mogelijke) risico’s voor de gemeente en de mate waarin deze risico’s kunnen worden opgevangen (weerstandscapaciteit). De relatie tussen de risico’s en de weerstandscapaciteit zegt iets over de financiële robuustheid van de gemeente Hardinxveld-Giessendam: het weerstandsvermogen. Beleid Bij raadsbesluit van 27 november 2013 is de Financieringsvisie vastgesteld. De nota reserves en voorzieningen is vastgesteld door de gemeenteraad op 19 december 2013. Deze nota geeft een overzicht van de reserves en voorzieningen, evenals richtlijnen hoe hiermee wordt omgegaan. Er is voor gekozen om geen afzonderlijke nota samen te stellen inzake het weerstandsvermogen en de risico’s. In deze paragraaf wordt hiervan een uiteenzetting gegeven. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om tegenvallers op te vangen. Het gaat hierbij om de ‘vrij besteedbare’ middelen, zoals de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves. Per 31 december 2021 bedraagt de weerstandscapaciteit: Bedragen x € 1.000

Weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit exploitatie Onbenutte belastingcapaciteit - OZB Totaal onbenutte belastingcapaciteit Onvoorzien Weerstandscapaciteit exploitatie

p.m. 0 0 0

Weerstandscapaciteit vermogen Vrij aanwendbaar deel algemene reserve Vrij aanwendbaar deel reserve sociaal domein Stille reserves Weerstandscapaciteit vermogen Totale weerstandscapaciteit

11.572 1.983 p.m. 13.555 13.555

Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra structurele middelen die gegenereerd kunnen worden door de tarieven van de gemeentelijke belastingen te verhogen tot het wettelijk toegestane maximum. De onbenutte belastingcapaciteit ten aanzien van de onroerende zaakbelastingen is bepaald op basis van het verschil tussen onze OZB-percentages en het normpercentage-OZB voor toelating tot artikel 12 van de financiële verhoudingenwet (Fvw). Het Rijk heeft met de VNG afgesproken dat vanaf 2020 een benchmark woonlasten wordt ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijk te maken. De benchmark geeft aan dat de lokale lasten van een gemiddeld huishouden stijgen met 3,9 %. De onbenutte belastingcapaciteit voor de overige onderdelen (riool- en afvalstoffenheffing, leges en overige heffingen) is op nul gezet. Dit omdat bij de gemeentelijke belastingen en retributies zoveel mogelijk wordt gestreefd naar 100%-kostendekkendheid. Onvoorzien Ter dekking van onvoorziene begrotingsuitgaven in de loop van het jaar is in de begroting 2020 een bedrag opgenomen van € 25.000. Deze is in 2021 niet aangewend. Algemene reserve De omvang van de algemene reserve (exclusief resultaatbestemming 2021) bedraagt € 11.572.184 per 31 december 2021. Dit bedrag is vrij aanwendbaar. Jaarstukken 2021

72

Reserve Sociaal Domein Voor het sociaal domein is een aparte reserve gevormd. Deze wordt gezien als onderdeel van de weerstandscapaciteit. De achterliggende reden is dat in de bepaling van de risico’s het sociaal domein is betrokken. De omvang van de reserve sociaal domein (exclusief resultaatbestemming 2021) bedraagt € 1.982.830 per 31 december 2021. Stille reserves Om een reëel inzicht te hebben in de omvang van het eigen vermogen dienen ook stille reserves in beeld te worden gebracht. Deze reserves vormen immers één van de elementen waarmee tegenvallers bekostigd zouden kunnen worden. De gemeente heeft stille reserves wegens aandelenbezit Stedin en BNG welke zijn gewaardeerd tegen historische kostprijs. Ook de gemeentelijke eigendommen bevatten stille reserves die bij verkoop te gelde kunnen worden gemaakt. De stille reserves zijn PM geraamd omdat deze niet direct inzetbaar zijn voor weerstandscapaciteit. Risico-analyse De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen, dus waarvoor geen voorziening is gevormd of waarvoor geen verzekering is afgesloten. Organisatiebreed heeft een risico-inventarisatie plaatsgevonden.

Deze is als volgt opgebouwd: • Korte beschrijving van het risico • Het financiële effect / kans / risicobedrag Om tot een kwantificering van de risico’s te komen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Kans de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet is afhankelijk van meerdere factoren waaronder de frequentie. De frequentie alleen is op zich al moeilijk te bepalen. Om toch te komen tot een schaalverdeling is bij de risicoanalyse binnen de gemeente Hardinxveld-Giessendam gekozen voor drie categorieën, te weten: o Groot (80%); o Gemiddeld (50%); o Klein (20%). Impact De impact geeft de financiële invloed aan die een risico kan hebben op de gemeentelijke exploitatie. De percentages (standaardklassen) die worden gehanteerd zijn 1%, 5%, 10%, 25% en 50%. Daarbij heeft het kleinste percentage financieel gezien de minste impact, terwijl het grootste percentage juist een grote impact heeft. In onderstaande tabel geven we een overzicht van de risico’s, gevolgd door een korte beschrijving van elk risico.

Jaarstukken 2021

73

Risicomatrix Kans Programma

Risico's

Impact

Bedrag

Groot

Gemiddeld

Klein

80%

50%

20%

Totaal

4

PFOA

20%

250.000

6

Leerlingenvervoer

20%

240.000

25.000

25.000

8

Participatiewet (incl. inkomensvoorz.)

10%

3.300.000

165.000

165.000

9

WMO

10%

3.600.000

180.000

180.000

9

Jeugdwet

10%

4.800.000

240.000

240.000

Bedrijfsv

Eenmansposten

5%

8.700.000

218.000

218.000

Bedrijfsv

COVID-19 (Corona)

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Fin en dek

Algemene uitkering

5%

27.035.000

676.000

676.000

Fin en dek

Rentelasten

5%

800.042

Overigen

Overig (niet kwantificeerbaar)

10.000

8.000

10.000

8.000 500.000

0

1.504.000

18.000

2.022.000

PFOA De aanwezigheid van de PFOA in (water)bodem leidt tot meerkosten op projecten. In alle gevallen is bodemonderzoek nodig waarbij ook onderzocht wordt op PFOA. De afzetmogelijkheden van de grond bepalen hierna de omvang van de meerkosten. Problemen zijn er vooral als gesaneerd moet worden, waarbij er ook PFOA als bijvangst aangetroffen wordt. Daarnaast kan PFOA ook stagnatie(kosten) tot gevolg hebben. In de ramingen van de projecten wordt geanticipeerd op dit risico en daarom wordt het risico op budgetoverschrijding hoog geacht (80%) en impact op de ramingen in de begroting op beperkt (20%). Leerlingenvervoer Het leerlingenvervoer is een openeinderegeling. De laatste jaren zien we een lichte stijging van de kosten. Dit heeft voornamelijk te maken met kinderen die vanwege hun beperking of aandoening ver moeten reizen naar school. De situatie van de leerling vraagt daarom en er is geen dichterbij gelegen toegankelijke school is. We zien ook enkele leerlingen waar dichtbij tijdelijk geen plaats is en die daardoor tijdelijk verder van huis naar school gaan. Hierdoor gaan incidenteel de kosten omhoog. Deze post blijft moeilijk te ramen. Grote invloed op de kosten is het aantal kinderen dat een beroep doet op de verordening Leerlingenvervoer. Daarnaast is het type school bepalend voor de hoogte van de vergoeding.

De grootste onzekere factor zijn kinderen die vanwege de handicap naar een school ver buiten onze regio gaan, omdat dichterbij geen toegankelijke school is. Dit is niet te sturen door de gemeente. Er is echter ook een effect waar we geen invloed op hebben. Dat is de NEA-indexering voor de taxibranche. De hoge brandstofprijs heeft invloed op de NEA-indexering. In het kader van Passend onderwijs zien we ook vervoersbewegingen vanuit de Jeugdwet en het Leerlingenvervoer samenkomen. Er wordt dan voor de goedkoopste en voor kinderen aanvaardbare optie gekozen. Het risico wordt op gemiddeld (50%) geschat. Participatiewet De Participatiewet kenmerkt zich door een vast rijksbudget binnen de algemene uitkering. Dit is het participatiebudget dat onderdeel is van het sociaal domein. Vanaf 1 januari 2019 geldt overigens dat de budgetten van het sociaal domein zijn ontschot binnen de algemene uitkering. Naast het participatiebudget is er een specifieke uitkering die als inkomensdeel door het Rijk separaat wordt uitbetaald. Beide budgetten worden neutraal in de begroting opgenomen. Het toereikend zijn van het budget hebben wij niet geheel in eigen hand. Gemeenten hebben te maken met verlaagde inkomsten. De Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) voert voor onze gemeente de Participatiewet uit. De bijdrage in de uitvoeringskosten van de SDD wordt middels een vastgestelde verdeelsleutel bepaald.

Deze is gebaseerd op het aantal bijstandsgerechtigden. Doordat het Rijk op dit moment fors inzet op koopkrachtbehoud voor brede groepen in de samenleving, is de impact op onze bestandsontwikkeling (ondanks de groei van het bijstandsvolume en de uitvoering van Tozo) van de corona crisis vooralsnog beperkt. Zowel het minimabeleid als de schuldhulp zijn nog niet hersteld van de dip ten tijde van de eerste loc down en lopen achter op de oorspronkelijke prognose. Door het besluit over de Governance van de GRD Drechtsteden, zal deze bevoegdheid in 2022 verschuiven naar een nieuw bestuur (AB/DB) van de GR Sociaal. Om die reden worden de gemeenten, conform de nieuwe governance, in staat gesteld hun bijdrage aan de uitgangspunten te leveren en om invloed uit te oefenen of de gezamenlijke uitgangspunten voor de begroting 2022-2025. De gemeente Hardinxveld-Giessendam is verplicht een bijdrage te leveren aan de SDD zodat zij aan alle verplichtingen jegens derden kan voldoen. Jaarstukken 2021

74

De nieuwe wet inburgering heeft niet alleen consequenties voor de opgave bestaanszekerheid, maar ook voor de opgave ontwikkelen naar werk. De ingangsdatum van de nieuwe wet inburgering is uitgesteld tot 1 januari 2022. Inmiddels is bekend geworden dat de taakstelling voor het huisvesten van inburgeraars per 2021 wordt verhoogd. De VNG en het Rijk zijn nog in overleg over de inhoudelijke en financiële consequenties hiervan. De Sociale Dienst Drechtsteden volgt dit op de voet. De voorbereidingen voor de uitvoering van de wet gaan vrijwel ongewijzigd door. De budgetten van de participatiewet worden nauwlettend gevolgd. Gelet op bovenstaande uiteenzetting wordt het risico op budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact op de ramingen in de begroting is beperkt (10%). WMO De Wmo is een ‘open einderegeling’: de kosten in enig jaar zijn sterk afhankelijk van het beroep dat op de regeling wordt gedaan. Alleen al daarom brengt het de nodige risico’s met zich mee. De Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) voert voor onze gemeenten het grootste deel van de Wmo-taken uit. De SDD benut hiervoor een groot deel van de Wmo-budgetten van de gemeente. In 2021 zijn de kostenverdeelsleutels, bedoeld voor de verdeling van de gemeentelijke bijdragen aan de GR Drechtsteden geactualiseerd.

Tot en met 2021 werden de totale apparaats- en uitvoeringskosten verdeeld op basis van het 5-jarige gemiddelde van het aantal bijstandsklanten. Vanaf 2022 worden de apparaatskosten verdeeld over alle diensten. Dit pakt op onderdelen voor Hardinxveld-Giessendam nadelig uit en betekent een stijging van kosten. De realisatiecijfers van de afgelopen jaren vormen de basis voor de komende jaren waarmee de budgetten herijkt kunnen worden. Hierbij is ook een marge ingebouwd. De realisatiecijfers van de volgende jaren bieden een verdere basis voor betrouwbaardere prognoses. De uitgaven op een aantal Wmo-maatwerkvoorzieningen zijn, zoals verwacht, in 2021 gestegen. De uitgaven op de individuele begeleiding en dagbesteding stijgen al geruime tijd en vanaf 2019 ook de uitgaven voor hulpmiddelen en woonvoorzieningen. Dit komt onder andere door de vergrijzing en doordat mensen steeds langer en met zwaardere problematiek thuis blijven wonen (ambulantisering en extramuralisering). Sinds 2019 stijgt ook het aantal inwoners dat een beroep doet op huishoudelijke hulp fors. Een belangrijke oorzaak hiervan is de invoering van een vaste eigen bijdrage van € 19,- per vier weken (het abonnementstarief) dat leidt tot een aanzuigende werking. Het budget voor het organiseren van algemene voorzieningen blijft lokaal en zit voor een groot deel in de Maatschappelijke Agenda (MAG).

Een onzekere factor is de doordecentralisatie van beschermd wonen en opvang die vanaf 2022 van start gaat. Daarnaast wordt, naar verwachting, per 2024 het nieuwe objectieve verdeelmodel en het woonplaatsbeginsel stapsgewijs ingevoerd. De afgelopen jaren had onze regio een overschot op het budget Beschermd wonen, hetgeen ieder jaar volgens een vaste verdeelsleutel werd verdeeld over de gemeenten. Vanuit deze middelen bekostigde onze gemeente lokale (preventieve) initiatieven. Met de komst van het nieuwe verdeelmodel zat dit overschot naar verwachting geleidelijk verdwijnen. Tot in ieder geval 2024 blijft het principe van financiële solidariteit in de regio gehanteerd op basis van de samenwerkingsovereenkomst beschermd wonen en opvang. In 2021 hadden we nog voordeel van de solidariteit door een afrekening van 2021 met een (ruim) positief saldo. Wel blijft door al deze ontwikkelingen de verwachting dat kosten voor Wmo ondersteuning op langere termijn verder blijven toenemen. De SDD stuurt op het beperken van de kosten via, onder andere, scherpe sturing op de contracten en afschaling naar lichtere vormen van ondersteuning als dat mogelijk is. Daarnaast biedt de nieuwe GR Sociaal per 2022 wel meer mogelijkheden om lokaal beleid te maken. De budgetten voor de WMO worden nauwlettend gevolgd. Hierdoor wordt het risico op forse budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%).

De impact is daarom beperkt (10%), mede in het licht van de bijstelling van de ramingen in de begroting. Jeugdwet De uitvoering van de Jeugdwet is een taakveld binnen het sociaal domein. De bekostiging maakt met ingang van 1 januari 2019 geen deel meer uit van de integratie uitkering sociaal domein van de algemene uitkering van het Rijk. Deze gelden zijn als zodanig algemeen dekkingsmiddel geworden. Jaarstukken 2021

75

De taken vanuit de Jeugdwet zijn gedelegeerd en gemandateerd aan de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd. De serviceorganisatie Jeugd (SOJ) Zuid-Holland Zuid is de uitvoeringsorganisatie. Vanwege de sterk gestegen en aanhoudend hoge kosten is het gehele budget naar de regionale zorgmarkt gegaan. Te zien is dat de kosten van Jeugdwet stijgen, waarop gehandeld zal moeten en ook zal worden. Om deze trend van kostenstijging om te zetten in een daling zijn maatregelen geformuleerd en uitgewerkt. Het implementeren van de maatregelen heeft vertraging opgelopen, mede door de Coronacrisis. Het merendeel van de maatregelen is inmiddels gestart, zowel lokaal als regionaal. De effecten van deze maatregelen zullen naar verwachting later zichtbaar worden Naar aanleiding van het landelijke onderzoek van AEF zijn er voor 2021 en 2022 extra middelen van het Rijk toegekend. Deze middelen dienen tekorten vanuit het verleden te compenseren en acute problemen op te lossen. Om het jeugdstelsel op de lange termijn beheersbaar te maken zijn fundamentele keuzes nodig, bijvoorbeeld over de reikwijdte van de Jeugdwet en de beleidsvrijheid en rol van gemeenten in de uitvoering. De budgetten voor de Jeugdwet worden nauwlettend gevolgd. Met het afschaffen van de solidariteit is Hardinxveld-Giessendam zelf verantwoordelijk voor de gemaakte kosten.

Pieken en dalen worden niet meer afgezwakt door de regio. Het biedt kansen om meer lokaal te sturen. Hierdoor wordt het risico op forse budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact is daarom beperkt (10%), mede in het licht van de bijstelling van de ramingen in de begroting. Bedrijfsvoering Eenmansposten De organisatie van de gemeente Hardinxveld-Giessendam is relatief beperkt van omvang. Doordoor is er op meerdere plekken sprake van eenmansposten. Het werk kan daardoor bij (langdurige) afwezigheid vaak niet door collega’s worden opgevangen. Daardoor volgt meestal een beroep op derden om de voortgang van zaken niet in het gedrang te laten komen. De kans dat zich dit voordoet is gelet op het relatief grote aantal eenmansposten gemiddeld (50%). De kosten welke gemoeid zijn met externe inhuur betreffen vaak openstaande vacatureplaatsen. Daardoor kunnen als eerste de bijbehorende vacaturegelden worden ingezet in combinatie met/of het concernbudget voor externe inhuur voordat aanvullende middelen nodig zijn. Door de toenemende krapte op de arbeidsmarkt bestaat het risico dat voor langere termijn beroep op externe inhuur moet worden gedaan, waardoor mogelijk extra aanvullende middelen nodig zijn. De impact is daarom gemiddeld (5%).

COvID-19 (Corona) Op het moment van het opstellen van de jaarrekening in de corona-maatregelen verder afgeschaald en is het "normale" bestaan grotendeels weer opgepakt. Doordat in 2021 wederom strengere maatregelen nodig waren zijne r aanvullende rijksmaatregelen getroffen. De effecten van de lock-down en het ontstaan van varianten op het virus maken dat deze maatregelen grote invloed hebben (gehad) op de economie. Door het Rijk zijn daarom weer aanvullende ondersteuningspakketten beschikbaar gesteld. De economische effecten werden daarbij beter zichtbaar ten opzichte van eerdere golven. Voor de gemeente bleef het economisch effect in 2021 relatief beperkt, zoals beperktere openstelling van de sportaccommodaties. Doordat er diverse compensatiemaatregelen vanuit eht rijk zijn getroffen is e uiteindelijke impact op de jaarcijfers 2021 beperkt gebleven. Ook blijkt de invloed op o.a. de belastingopbrengsten zeer beperkt te zijn. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. Financiering & Dekking Algemene uitkering De belangrijkste inkomstenbron van iedere gemeente is het gemeentefonds. Omdat dit algemene middelen zijn, kan de gemeente zelf beslissen over de besteding ervan. Het gemeentefonds is gekoppeld aan de rijksuitgaven. Dit houdt in dat wanneer het Rijk meer uitgeeft, het gemeentefonds omhoog gaat. Andersom geldt dit ook.

Dit principe wordt ook wel “Samen de trap op, samen de trap af” genoemd. Ervaringen geven aan dat niet altijd sprake is van een groei van het Gemeentefonds en toch ook rekening moet worden gehouden met het gegeven dat het Gemeentefonds een daling te zien geeft. Belangrijke factoren bij de berekening van de hoogte van de uitkering zijn het precieze aantal inwoners en woningen, de gevolgen van overheveling van specifieke uitkeringen en de netto rijksuitgaven. Bij negatieve budgettaire effecten, die op voorhand niet zijn in te schatten, komt dat onmiddellijk ten laste van de exploitatie. Jaarstukken 2021

76

De minister van Binnenlandse Zaken heeft in december 2020 aangegeven dat de herijking verdeling gemeentefonds opschuift naar 1 januari 2023. De verwachting is dat dit model beter aansluit op de kostenverschillen tussen gemeenten en dat een groot aantal knelpunten in de huidige verdeling hiermee weggenomen kan worden. De contouren van de herijking zijn zichtbaar, waarbij voor HardinxveldGiessendam een positief beeld naar voren komt. Op dit moment is nog onzeker of dit positieve beeld zich ook in de definitieve herijking naar voren gaat komen. Het gaat allemaal nog om voorlopige informatie. Het Rijk heeft naast specifieke uitkeringen in verband met de coronacrisis ook compensatiegelden in de diverse circulaires voor de algemene uitkering 2021 beschikbaar gesteld. De verwachting is dat óók in 2022 nog een tranche compensatiegelden corona zal worden uitgekeerd. Ondanks een extra uitkering voor Jeugd zullen met name de participatie- en jeugdbudgetten de komende jaren onder druk blijven staan. De kans wordt op gemiddeld (50%) ingeschat, de impact op 5%. De uitkering uit het Gemeentefonds bedraagt voor 2021 € 27.035.285. Rentelasten De gemeente kent een financieringsbehoefte. In de financieringsbehoefte wordt voorzien door het aantrekken van lang- en kortlopende leningen.

Nieuwe investeringen kunnen op dit moment voor een betrekkelijk lage rentelast worden gepland, maar de hoogte van de rente op het moment van investering is bepalend voor de toekomstige rentelast. Het risico bestaat dat bij het herfinancieren van leningen dan wel aantrekken van nieuwe leningen een hoger rentepercentage geldt ten opzichte van de huidige leningenportefeuille. Door het omzetten van een fixe-lening (aflopend in 2028) naar een lineaire lening van 20 jaar is in 2020 reeds geanticipeerd op renterisico voor de herfinanciering. Tevens is een langlopende lening, waarop renteherziening in 2022 was voorzien, tegen een lager rentepercentage vastgezet (looptijd tot 2052). Daarmee zijn risico's op renteverhogingen gemitigeerd. In de begroting wordt verder rekening gehouden met (her)financiering. Daarnaast zijn de verwachtingen rondom de rentepercentages voorlopig gunstig. Daarnaast is op basis van de liquiditeitsprognose op korte termijn (1 à 2 jaar) geen behoefte aan lange termijn financiering. Daarmee is de kans op hogere rentepercentages klein (20%). Tevens is de impact doordat de rente erg laag staat klein (5%). Vennootschapsbelasting Uit de uitgevoerde inventarisatie van potentieel belastingplichtige activiteiten is geconcludeerd dat we geen risico's lopen op het gebied van de vennootschapsbelastingplicht. Tot en met het jaar 2019 hebben we dan ook nul-aangiftes gehad.

Het is wel van belang om de kritische onderdelen goed in beeld te blijven houden en ook alert te blijven bij toekomstige wijzigingen in beleid en/of tariefstellingen. We schatten het risico in op € 0. Overig (niet kwantificeerbaar) Naast voornoemde risico’s (kwantificeerbaar) is sprake van zogenaamde niet kwantificeerbare risico’s. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een grote calamiteit. Inschatting van de directe en de vervolgschade is niet of nauwelijks te bepalen, omdat in het geval van een grote calamiteit dit o.a. afhankelijk is van het gebied waar het zich voordoet en anderzijds van de mogelijke bijdragen in de kosten door derden (Rijk, Provincie, Waterschap etc.). Ook kan hier gedacht worden aan het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Voor de overige risico’s is daarom een totaalbedrag gerekend van € 500.000. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is opgebouwd uit de relatie tussen de risicoscore en de weerstandscapaciteit. Deze relatie drukken we uit in een verhoudingsgetal: Ratio weerstandsvermogen =

Weerstandscapaciteit Risicoscore

De weerstandscapaciteit bedraagt € 13.555.014. Het totaal aan risico’s wordt ingeschat op € 2.022.000. Hiermee komt de ratio weerstandsvermogen uit op 6,70 voor 2021. Dit is iets lager dan in 2020 (8,01), De ratio is ruim voldoende.

Jaarstukken 2021

77

Grondexploitaties Voor het afdekken van de risico's bij de grondexploitaties hebben we een afzonderlijke reserve. De reserve afgezet tegen de verwachte risico's laat het volgende beeld zien. € 2.066.745 € 250.000 € 1.816.745

De reserve grondexploitaties bedraagt per 31 december 2021 Het risicobedrag voor exploitaties in uitvoering bedraagt Het saldo bedraagt

In paragraaf 1.15 wordt een nadere toelichting op de grondexploitaties gegeven. Kengetallen Rekening 2020 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

22% 20% 48% 14% -1% 110%

Begroting 2021

Rekening 2021

40% 40% 54% -2% -3% 106%

29% 27% 49% 23% 1% 110%

Totaalbeoordeling De gemeente Hardinxveld-Giessendam is voldoende weerbaar. Er zijn voldoende buffers om de risico’s en/of onvoorziene tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen en de weerstandsratio zijn ruim boven de norm. De ratio weerstandsvermogen is met 6,70 ruim voldoende. De solvabiliteitsratio laat ten opzichte van 2020 een lichte toename zien, hetgeen inhoudt dat de mate waarin Hardinxveld-Giessendam in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen iets is verbeterd. Daarnaast is de gemeente Hardinxveld-Giessendam eind 2021 voldoende flexibel, financieel wendbaar. Dit laat de nettoschuldquote zien. 1. Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast.

In zijn algemeenheid kan worden gezegd dat de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 90% zou moeten liggen. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog, hij moet niet verder stijgen. Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan bevindt de gemeente in de gevarenzone. De schuldquote van de gemeente Hardinxveld-Giessendam (30%) valt binnen de reguliere marges. 2. De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. Bij een solvabiliteitsratio lager dan 20% bevindt de gemeente zich op glad ijs. Met 49% ligt het de ratio van de gemeente Hardinxveld- Giessendam boven de signaalwaarde. 3. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voor de berekening van dit kengetal worden de bouwgronden in exploitatie (inclusief faciliterend deel – onder Jaarstukken 2021

78

overlopende activa) gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken (ingevolge artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. Het kengetal laat nagenoeg dezelfde zien als bij het opstellen van de jaarrekening 2020. 4. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (zie artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. Dit percentage is vooral van belang bij de begroting. Een niet structureel sluitende begroting kan gevolgen hebben voor het provinciaal toezicht.

Bij de jaarrekening is het percentage positief (1%), dit komt hoofdzakelijk door de aanvulling vanuit het uitkeringsfonds ten aanzien van Covid-19. Voor de berekening van het structureel exploitatieresultaat wordt verwezen naar paragraaf 2.5.3. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de provincie of gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Gemeente Hardinxveld-Giessendam zit boven het landelijk gemiddelde. Een hoog gemiddeld OZB-tarief ten opzichte van het landelijk gemiddelde geeft aan dat de gemeente beperkt is in het verkrijgen van extra inkomsten. Het tarief van de gemeente HardinxveldGiessendam ad € 314 ligt hoger dan het landelijk gemiddelde van € 305.

Jaarstukken 2021

79

1.12 Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen Algemeen Kapitaalgoederen zijn eigendommen van de gemeente, zoals wegen, rioleringen, bruggen en gebouwen die door de gemeente duurzaam in stand gehouden moeten worden. Zij worden beheerd op basis van beheerplannen. In deze beheerplannen staat op welke wijze het reguliere en het periodieke onderhoud plaatsvindt. De beheerplannen worden periodiek geactualiseerd.

Kaderstelling Met deze paragraaf heeft de raad bij de vaststelling van de begroting de mogelijkheid kaders te stellen voor het onderhoud van de materiële vaste activa (bijvoorbeeld gebouwen, wegen, riolering, etc.). Dit is van belang omdat in veel programma’s kosten zijn opgenomen voor het onderhoud van kapitaalgoederen, waarvoor op basis van meerjarenonderhoudsplannen reserves en voorzieningen zijn gevormd.

Periodiek onderhoud Het periodiek onderhoud is het jaarlijkse programma voor groot onderhoud en voor renovaties, waarmee we zorgen dat onze kapitaalgoederen hun beoogde levensduur kunnen bereiken of waarmee de levensduur wordt verlengd. In de beheerplannen is aangegeven wat de levensduur is en hoe we omgaan met het periodieke onderhoud. Ook staat aangegeven op welk moment vervanging nodig is. Voor vervangingen worden in de begroting specifieke investeringen benoemd. De diverse reserves en voorzieningen worden gevoed door een jaarlijkse dotatie ten laste van de exploitatie. Hieronder worden de verschillende beheerplannen kort toegelicht en is tevens aangegeven welk beslag op de middelen er uit voortvloeit. Met ingang van het begrotingsjaar 2017 dienen in het kader van de wijziging van het BBV de kapitaallasten (rente en afschrijving) aan de programma’s te worden toegerekend. Bij meerdere kapitaalgoederen is sprake van bestemde reserves ter dekking van de afschrijvingslasten. Ten behoeve van de aansluiting zijn aan de lastenzijde alleen de afschrijvingslasten (dus exclusief rente) verantwoord. De bedragen zijn opgenomen in eenheden van € 1.000. BEHEERPLAN WEGEN Vastgesteld door raad

Looptijd Doel Investeringen ambitieniveau

Planning actualisatie

Jaarstukken 2021

en

20 juni 2014 Evaluatie opgesteld in 2017 Aanvulling in 2018 – voetpaden wel/niet B-niveau 2014-2020 Onderhouden van het wegareaal op het door de gemeenteraad gekozen onderhoudsniveau beeldkwaliteit C. In het beheerplan wegen 2014-2020 zijn de lopende en geplande investeringen opgenomen. De investeringsplanning is zodanig opgesteld dat het onderhoud op het beoogde kwaliteitsniveau C kan plaatsvinden. Op basis van de opgestelde evaluatie in 2017 is besloten het kwaliteitsniveau van de fietspaden te verhogen naar niveau B. Om meerjarig de onderhoudsen afschrijvingslasten te kunnen egaliseren is een reserve wegenbeheer gevormd. In april 2018 is besloten dat het beheer van de voetpaden voorlopig op C-niveau blijft, met een extra inspanning op risicolocaties. Actualisatie beheerplan in 2022 Na implementatie van een nieuw beheersysteem wordt de huidige kwaliteit opnieuw bepaald en kunnen op basis van actuele gegevens verschillende (kwaliteits-)scenario's worden uitgewerkt en kan het beheerplan wegen worden gemaakt of geactualiseerd. De implementatie van het nieuwe beheersysteem, één systeem voor geheel Drechtsteden, heeft meer tijd in beslag genomen dan gepland. Voor de gegevens die nodig zijn voor de actualisatie van het beheerplan zijn we afhankelijk van het nieuwe beheersysteem. Door de genoemde vertraging zal de actualisatie twee jaar later plaats vinden.

80

Rekening 2020

Begroting 2021

(bedragen x € 1.000) Rekening 2021

486 349 0 556 1.390

784 345 0 602 1.731

456 304 0 728 1.488

Onttrekkingen afschrijvingslasten Mutatie reserve

622 -511 110

322 -298 24

322 -301 21

Totaal lasten wegenbeheerprogramma

1.501

1.755

1.509

Beheerplan Wegen Product wegen, straten en pleinen

Programmakosten en -baten Kapitaallasten (afschrijvingen en rente) Mutatie voorzieningen Toerekeningen programma Bedrijfsvoering Saldo programmalasten Bestemmingsreserve Wegen

Dotaties

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de afschrijvingslasten worden geëgaliseerd via de reserve Wegen. De afschrijvingstermijnen voor reconstructies/herinrichting zijn 40 jaar, voor asfaltering 20 jaar, voor een geluiddempende toplaag 6 jaar en voor herstraten 10 jaar. BRUGGEN Vastgesteld door raad Looptijd Doel

Investeringen en ambitieniveau Planning actualisatie

Bruggen

Geen raadsbesluit; B&W 11 oktober 2001; Commissie OWB november 2001 5 jaar (versie 2001 is in 2004 geactualiseerd) De bruggen zijn geïnventariseerd, op basis hiervan is het planmatig onderhoud begroot. De te nemen maatregelen zijn in een meerjarenbegroting opgenomen. In het nog op te stellen beheerplan kunstwerken worden de ambities en bijbehorende middelen opgenomen. Er is begonnen met het opstellen van een beheerplan civiele kunstwerken waar de bruggen onderdeel van vormen. Besluitvorming hierover volgt in 2022. (bedragen x € 1.000) Rekening Begroting Rekening 2020 2021 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/700/documents/22177