CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de regels_Bijlage 4 Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan 2012-2022.pdf

Gemeenteraad GHG 14 december 2023, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 17: Vaststellen Bestemmingsplan & Exploitatieplan De Blauwe Zoom West - Raadsvoorstel22.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.3

Wegcategorisering Belangrijk doel van het vaststellen van een duidelijke wegcategorisering is dat voor elke weg overeenstemming wordt bereikt in functie, vormgeving en gebruik van de weg. Alle wegen worden (waar mogelijk) consequent, herkenbaar en duurzaam veilig ingericht. Een herkenbaar en continu wegbeeld en voorspelbare verkeerssituaties verlichten de rijtaak van de weggebruiker. Een middel om dit te bereiken is het totale netwerk van wegen in wegcategorieën in te delen. De wijze waarop functie, vormgeving en gebruik op elkaar zijn afgestemd, is doorslaggevend voor de verkeersveiligheid en de kwaliteit van de verkeersafwikkeling.   

Functie: onder functie wordt verstaan het gebruik van de weg zoals die door de wegbeheerder is bedoeld. Vorm: de vorm betreft de inrichting van de infrastructuur. De regelgeving is het geheel aan geboden en verboden die op de weg gelden. Gebruik: het gebruik is tenslotte het feitelijke gedrag van de weggebruikers.

Met de realisering van de wegcategorisering heeft elke weg maar één functie. Vorm en gebruik van de weg worden afgestemd op deze functie. Behalve aan de verkeersveiligheid, draagt een duidelijke wegcategorisering en dito inrichting ook bij aan een goede bereikbaarheid en het beperken van sluipverkeer door een logische hoofdwegenstructuur.

GVVP 2012 - 2022

31

Wegcategorieën In Nederland bestaat een vijftal wegcategorieën, te weten: Buiten de bebouwde kom:  stroomwegen (maximum snelheid 130, 120 of 100 kilometer per uur);  gebiedsontsluitingswegen (maximumsnelheid 80 kilometer per uur);  erftoegangswegen (maximumsnelheid 60 kilometer per uur). Binnen de bebouwde kom:  gebiedsontsluitingswegen (maximum snelheid 50 kilometer per uur);  erftoegangswegen (maximum snelheid 30 kilometer per uur). Woonerven zijn hierbij een bijzondere inrichtingsvorm (stapvoets; maximum snelheid 15 kilometer per uur) van de erftoegangswegen binnen de bebouwde kom. In het veiligheidsplan uit 1999 is onderstaande wegcategorisering opgenomen. Het verschil tussen gebiedsontsluitingsweg type 2 en 3 in dit plan is het soort fietsvoorzieningen. Type 2 heeft vrijliggende fietspaden en type 3 heeft fietsstroken.

afbeelding 4.1 Wegcategorisering zoals opgenomen in Verkeersveiligheidsplan 1999

In 2000 is een wijziging doorgevoerd in de wegcategorisering. Boven-Hardinxveld is sindsdien in zijn geheel gecategoriseerd als verblijfsgebied; de Rembrandtstraat en Koningin Wilhelminalaan zijn derhalve afgewaardeerd.

32

GVVP 2012 - 2022

Voorstel wegcategorisering De wegcategorisering van de gemeente Hardinxveld-Giessendam is in een werksessie met de Verkeerscommissie tegen het licht gehouden en er is een voorstel gedaan voor actualisatie. In samenhang met de actualisatie van de wegcategorisering is uiteraard ook de verkeerscirculatie bekeken. Daarbij is onder andere aandacht besteed aan de functie van de Nieuweweg. Nieuweweg De Nieuweweg tussen de Wieling en de Parallelweg vormt een schakel in het wegennetwerk van de gemeente HardinxveldGiessendam die lastig is te categoriseren. Enerzijds liggen er woningen aan de weg en wordt er op de weg geparkeerd. Daarmee heeft de Nieuweweg een duidelijke erftoegangsfunctie. Tegelijkertijd vormt de Nieuweweg een belangrijke schakel tussen de A15 en de noordkant van HardinxveldGiessendam (onder andere de stationsomgeving). Ook voor de ontsluiting van Giessen-Oudekerk en (in mindere mate) Giessenburg heeft de Nieuweweg een functie.

afbeelding 4.2 Nieuweweg

Vanwege de gebiedsontsluitende functie en het feit dat verkeer geen goed alternatief heeft, wordt voorgesteld om de categorisering van de Nieuweweg niet aan te passen, maar te handhaven als gebiedsontsluitingsweg met bijbehorende snelheidslimiet van 50 kilometer per uur. In de afbeelding op de volgende pagina is te zien welke wegen binnen de bebouwde kom (bibeko) zijn gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg (GOW) met bijbehorende snelheid van 50 kilometer per uur. Alle overige wegen binnen de bebouwde kom zijn gecategoriseerd als erftoegangsweg (ETW). De maximum snelheid op deze wegen is 30 kilometer per uur. Het gedeelte van de Parallelweg dat buiten de bebouwde kom (bubeko) ligt, is gecategoriseerd als ETW met als bijbehorende snelheid 60 kilometer per uur. Ditzelfde geldt voor de Spoorweg buiten de bebouwde kom. Het gedeelte van de Sportlaan en de Rivierdijk ten zuiden van de rotonde Schapedrift/Zwijnskade, is gecategoriseerd als GOW bubeko met een bijbehorend snelheidslimiet van 80 kilometer per uur.

GVVP 2012 - 2022

33

afbeelding 4.3 34

Wegcategorisering Hardinxveld-Giessendam GVVP 2012 - 2022

4.4

Duurzaam veilige inrichting Voor een veilige en herkenbare weginrichting is het belangrijk dat alle wegen zo veel mogelijk worden ingericht conform de Essentiële HerkenbaarheidsKenmerken (EHK). Volgens de principes van Duurzaam Veilig moet een weggebruiker bijna als vanzelf het gewenste gedrag op een bepaald type weg vertonen. De EHK maken de wegcategorieën voor de weggebruiker beter herkenbaar. Hierdoor is voor hen bijvoorbeeld sneller duidelijk welk (snelheids)gedrag van hem wordt verwacht. CROW 1 -publicatie 203 ‘Richtlijn Essentiële Herkenbaarheidkenmerken van weginfrastructuur' dient als hulpmiddel bij het inrichten van wegen. Kenmerken gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom  geen fietsers en voetgangers op de rijbaan; bromfietsers wel;  rijbaanscheiding door middel van dubbele (doorgetrokken) asstreep;  rijstrookbreedte 2,75 – 3,50 meter;  onderbroken kantmarkering. Fietsverkeer wordt bij voorkeur afgewikkeld op vrijliggende fietspaden. Bij bestaande wegen waarbij onvoldoende breedte in het dwarsprofiel beschikbaar is, kunnen maatwerkoplossingen worden gekozen. Fietsverkeer kan bijvoorbeeld op fietsstroken worden afgewikkeld en de breedte van de rijstroken kan eventueel worden beperkt.

In CROW-publicatie 203 wordt aangegeven dat het bij een te geringe verhardingsbreedte voor de hand ligt om de wegcategorie terug te brengen naar erftoegangsweg met bijbehorende inrichting en snelheidslimiet. Een beschrijving van de kenmerken van gebiedsontsluitingswegen buiten de bebouwde kom is buiten beschouwing gelaten, aangezien deze categorie in de gemeente Hardinxveld-Giessendam niet voor komt. Kenmerken erftoegangswegen binnen de bebouwde kom  menging van verkeerssoorten;  geen asmarkering. Fietsverkeer maakt gebruik van de rijbaan. Op belangrijke fietsroutes worden eventueel fiets(suggestie)stroken toegepast. Kenmerken erftoegangswegen buiten de bebouwde kom  60 kilometer per uur;  geen asmarkering. Fietsverkeer maakt in beginsel gebruik van de rijbaan. De keuze voor de verschijningsvorm van de fietsvoorziening: vrijliggend, gemengd of visuele scheiding (suggestiestrook) is in belangrijke mate afhankelijk van de intensiteit, de samenstelling van het gemotoriseerde verkeer en de intensiteit van het fietsverkeer. Snelheidsremmende maatregelen Op gebiedsontsluitingswegen worden in principe geen snelheidsremmende maatregelen toegepast. Op erftoegangswegen kunnen snelheidsremmers worden toegepast om de gewenste lage snelheid af te dwingen.

Voornamelijk op potentiële conflictpunten (op kruispunten en oversteeklocaties) worden, indien noodzakelijk, snelheidsremmers toegepast, in de vorm van bijvoorbeeld een (visueel) plateau of punaises.

1

CROW: Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte.

GVVP 2012 - 2022

35

Wanneer het toch nodig is om de snelheid te remmen op wegvakken, gaat de voorkeur uit naar wegversmallingen of asverspringingen. Kruispunten tussen erftoegangswegen en gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom worden bij voorkeur voorzien van een inritconstructie, en anders wordt de voorrang op deze kruispunten geregeld door middel van verkeerstekens.

afbeelding 4.4 Voorbeeld kruispuntplateau

afbeelding 4.5 Voorbeeld attentieverhogende maatregel schoolzone

Prioriteitstelling herinrichting Bij herinrichting van wegen zal de gemeente zoveel mogelijk proberen ‘werk met werk te maken’ en herinrichtingswerkzaamheden waar mogelijk laten meeliften met reguliere onderhouds- en reconstructiewerkzaamheden. De uitvoering zal waar mogelijk in overleg met bewoners en andere belanghebbenden plaatsvinden en waar nodig in afstemming met buurgemeenten. Nieuweweg Zoals eerder al is aangegeven, past de huidige inrichting van het noordelijke deel van de Nieuweweg niet bij de functie van de weg. Vanwege het smalle profiel is het echter niet mogelijk om de weg volledig conform de richtlijnen in te richten. Hoewel het volgens de CROW voor de hand ligt om bij een te geringe verhardingsbreedte de wegcategorie terug te brengen naar erftoegangsweg met bijbehorende inrichting en snelheidslimiet, wordt daar in dit geval nadrukkelijk niet voor gekozen. De belangrijkste functie van de Nieuweweg is ontsluiten en de toegekende wegcategorie is dan ook gebiedsontsluitingsweg. In het verleden is reeds onderzocht wat de beste inrichting is, gegeven de omstandigheden. Geconstateerd is dat vanwege het smalle profiel en de hoge parkeerdruk in het gebied geen oplossingen mogelijk zijn die uitkomst bieden. Daarom is besloten de huidige inrichting te voorlopig te handhaven.

Wanneer zich is de toekomst mogelijkheden voordoen om de problematiek alsnog op te lossen, zal de gemeente deze direct aangrijpen. Eventuele toekomstige ontwikkelingen in het gebied achter de Nieuweweg/Industrieterrein bieden hiervoor mogelijk kansen.

36

GVVP 2012 - 2022

4.5

Objectieve en subjectieve onveiligheid Aanpak en monitoring verkeersongevallenconcentraties In paragraaf 3.2 is de verkeersongevallenanalyse uitgebreid beschreven. Hieruit blijkt dat het aantal (ernstige) ongevallen de afgelopen jaren sterk is afgenomen, ondanks dat het verkeer jaarlijks toeneemt. Hoewel de afname van het aantal geregistreerde ongevallen deels wordt veroorzaakt door de verminderde registratiegraad, kan voorzichtig worden geconcludeerd dat het verkeersveiligheidsbeleid dat de gemeente voert efficiënt is. De volgende kruispunten komen uit deze analyse als aandachtspunt naar voren. Op deze locaties zijn in de periode 2006 tot en met 2010 minimaal vijf ongevallen geregistreerd, waarvan minimaal één van de ongevallen een slachtofferongeval is. 1. kruispunt Rivierdijk/Rembrandtstraat (T-splitsing); 2. kruispunt Wieling/Spindermolen; 3. kruispunt Thorbeckestraat/Peulenlaan; 4. kruispunt Nieuweweg/Parallelweg; 5. kruispunt Buitendams/Peulenlaan; 6. kruispunt Binnendams/Stationsstraat/Parallelweg/Damstraat. Op een aantal locaties heeft de gemeente inmiddels nader onderzoek uitgevoerd en zijn maatregelen genomen. In de komende jaren blijft de gemeente de verkeersongevallen monitoren. Subjectieve (on)veiligheid De respondenten is in de enquête gevraagd aan te geven welke locaties zij bij welke modaliteit als verkeersonveilig ervaren.

Hieruit is een aantal subjectief onveilige locaties naar voren gekomen, waarbij een uitsplitsing is gemaakt naar modaliteit: De volgende locaties worden door fietsers als verkeersonveilig ervaren:  route Weideveld/Thorbeckestraat;  spoorwegovergang Damstraat/Stationstraat;  kruispunt Parallelweg/Nieuweweg;  Rivierdijk, weg is erg smal;  kruispunt Sluisweg/Parallelweg (T-splitsing). Door automobilisten worden de volgende locaties als verkeersonveilig ervaren:  kruispunt Parallelweg/Nieuweweg;  Rembrandtstraat in Boven-Hardinxveld (situatie is onlangs aangepakt);  kruispunt Rembrandtstraat/Rivierdijk in Boven-Hardinxveld (situatie is onlangs aangepakt);  Peulenlaan;  Rivierdijk.

GVVP 2012 - 2022

37

Door voetgangers worden de volgende locaties als verkeersonveilig ervaren:  oversteek Troelstrastraat/Thorbeckestraat (hier liggen op korte loopafstand van de Troelstrastraat al twee zebrapaden en bovendien is het door ruimtegebrek moeilijk om een goed vormgegeven oversteekvoorziening aan te brengen);  Weideveld (hier zijn aanvullende maatregelen getroffen);  de spoorwegovergang ter hoogte van het station (Parallelweg/Damstraat);  de Peulenstraat;  ter hoogte van scholen in Boven-Hardinxveld (gemeente geeft aan dat hier ten tijde van de enquête, werkzaamheden werden uitgevoerd).

4.6

Verkeersveilige schoolroutes en schoolomgeving Veilige schoolomgevingen en school-thuisroutes vormen een belangrijk onderwerp in het beleid van de gemeente. Enerzijds om ongelukken te voorkomen, anderzijds om het fietsgebruik onder scholieren te stimuleren, zodat zij later zelfstandig naar het voortgezet onderwijs kunnen fietsen. Om dit te realiseren zullen de wijkscholen via veilige school-thuis-fietsroutes bereikbaar moeten zijn. In 2007 is er een onderzoek uitgevoerd naar de schoolroutes. Knelpunten die uit dit onderzoek naar voren zijn gekomen, zijn door de gemeente inmiddels aangepakt. Het is belangrijk om de veiligheid op schoolroutes te blijven monitoren. Wanneer zich knelpunten voordoen, wil de gemeente per schoolomgeving maatwerkoplossingen bieden en afhankelijk van de (verkeers)situatie nagaan hoe de schoolomgeving objectief én subjectief duurzaam veiliger kan worden gemaakt. De gemeente periodiek overleg met vertegenwoordigers van alle scholen om de vinger aan de pols te kunnen houden. Gestreefd wordt naar deelname van alle basisscholen in de gemeente Hardinxveld-Giessendam aan ‘SCHOOL op SEEF’ en naar deelname van alle scholen in het voortgezet onderwijs aan ‘Totally Traffic’.

38

GVVP 2012 - 2022

5

Thema Voetgangers/minder validen Bijna iedereen is vrijwel elke dag voetganger; of het nu is om naar de auto of bushalte te lopen, of vanaf de fietsenstalling naar de winkel. Mede vanwege de vergrijzing is het steeds belangrijker dat voetgangersvoorzieningen ook goed toegankelijk zijn voor minder validen. De gemeente Hardinxveld-Giessendam vindt het daarom belangrijk dat voorzieningen voor voetgangers en minder validen op orde zijn. In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de doelstelling ten aanzien van het thema voetgangers/minder validen, aan de infrastructuur voor voetgangers, toegankelijke bushaltes, looproutes naar scholen en recreatieve wandelroutes.

5.1

Doelstelling Het doel dat de gemeente Hardinxveld-Giessendam nastreeft als het gaat om voetgangers/minder validen, is het bieden van goede voorzieningen voor alle soorten voetgangers, zodat alle functies in Hardinxveld-Giessendam voor iedereen toegankelijk zijn. De soms krappe wegprofielen en het drukke autoverkeer zorgen op een aantal locaties voor beperkte ruimte en weinig comfort voor voetgangers en minder validen. De kans bestaat dat dit effect alleen maar extra wordt versterkt. Omdat het oncomfortabel is voor voetgangers, zijn zij eerder geneigd de auto te pakken, zelfs voor korte ritjes binnen de gemeente. Door extra autoverkeer wordt het ook weer minder comfortabel om te lopen. De kans op deze vicieuze cirkel moet beperkt worden.

5.2

Infrastructuur voor voetgangers Voetgangers hebben ruimte nodig. Weliswaar weten de meeste voetgangers zich prima te redden, maar dit geldt niet voor minder goed ter been zijnde voetgangers, rolstoelers en voetgangers met kinderwagen. Versmallingen, oneffenheden en stoeprandjes kunnen voor deze groepen mensen een ware hindernisbaan vormen.

GVVP 2012 - 2022

39

Met de toenemende vergrijzing neemt het aantal voetgangers naar verwachting de komende jaren toe. Evenals het gebruik van scootmobielen, rollators en rolstoelen op straat. De gemeente zet zich daarom in voor voldoende brede trottoirs en voor middeneilanden om oversteken van drukke straten te vergemakkelijken. Huidige knelpunten zoals het ontbreken van, of juist te steile op- en afritjes van het trottoir, worden door de gemeente samen met betrokken partijen geïnventariseerd. Ernstige knelpunten krijgen van de gemeente prioriteit, de overige worden meegenomen in combinatie met onderhoud. Parkeren (half) op het trottoir wordt alleen bij hoge uitzondering als oplossing voor parkeerproblemen gehanteerd. De gemeente neemt de situaties die het betreft onder de loep en zoekt hiervoor een oplossing. Dit kan leiden tot minder parkeervoorzieningen, doordat aan één zijde parkeren wordt gefaciliteerd en aan de andere zijde ruimte voor de voetganger wordt geboden.

5.3

Toegankelijke bushaltes Een betere toegankelijkheid van bushaltes zorgt er voor dat ook mensen met een functiebeperking of ouderen zelfstandig en gelijkwaardig aan de maatschappij kunnen deelnemen. Bijkomend voordeel van een betere toegankelijkheid is een algemene kwaliteitsimpuls van het openbaar vervoer. Ook gebruikers zonder fysieke of mentale beperking zijn immers gebaat bij een gemakkelijke in- en uitstap; bijvoorbeeld reizigers met een kinderwagen of veel bagage. De gemeente steekt de komende tijd in op het toegankelijk maken van haar bushaltes. De provincie Zuid-Holland streeft ernaar om 50 procent van de haltes toegankelijk te hebben in 2015. De gemeente Hardinxveld-Giessendam gaat deze doelstelling zeker halen, maar streeft ernaar om ook de overige haltes (indien technisch mogelijk) in de komende jaren toegankelijk te maken. De provincie Zuid-Holland hanteert de volgende basiscriteria voor een toegankelijke halte:  Hoogte perron: 18 centimeter.  Een zodanige inrichting dat het mogelijk is de afstand tussen halte en voertuig te beperken tot: - horizontaal maximum 5 centimeter; - verticaal maximum 5 centimeter.  Breedte: minimaal 1,50 meter op de plaats van in- en uitstappen, over overig deel van perron 1,0 meter.

Indien de fysieke mogelijkheid ontbreekt om aan de eisen van de minimale haltebreedte op de plaats van in- en uitstappen te voldoen, kan worden volstaan met een haltebreedte van 1,0 meter.  Attentiemarkering met noppenprofiel om plaats van instap te markeren.  Geleidelijnen met ribbelprofiel, als natuurlijke gidslijnen onvoldoende oriëntatie bieden.  Visuele blokmarkering perronrand. Per halte wordt bekeken of, en zo ja, op welke wijze de geleidelijnen moeten worden aangesloten op de natuurlijke omgeving. Om wachtende reizigers te beschermen tegen weersinvloeden als regen, wind en zon streeft de gemeente bovendien naar realisatie van minimaal één abri per haltepaar.

40

GVVP 2012 - 2022

5.4

Looproutes naar scholen De gemeente Hardinxveld-Giessendam wil graag extra aandacht besteden aan veilige looproutes van en naar scholen. Nu al worden schoolomgevingen, indien nodig, herkenbaar gemaakt met speciaal straatmeubilair, maar ook op wat grotere afstand van de scholen moeten kinderen veilig en comfortabel kunnen lopen. Naast een goede infrastructuur, draagt ook het gedrag van weggebruikers bij aan de veiligheid en het comfort van looproutes. Gedragsbeïnvloedende maatregelen, afbeelding 5.1 Schoolomgeving waardoor ouders van kinderen zich in de schoolomgeving netjes gedragen, en bijvoorbeeld niet op het trottoir parkeren, kunnen hieraan een bijdrage leveren. Ook het stimuleren van lopen (en fietsen) naar school, in plaats van het brengen en halen met de auto sluit hierbij aan.

5.5

Recreatieve wandelroutes Recreatieve wandelroutes dragen bij aan het woongenot. Bovendien geven ze een impuls aan de toeristische sector. Voldoende mogelijkheden voor recreatief wandelen zijn daarom belangrijk. De gemeente Hardinxveld-Giessendam sluit zich daarom aan bij het provinciale beleid op dit thema, dat is vastgelegd in de Nota Wandelroutenetwerk Zuid-Holland 2010-2020. De gemeente zal op dit terrein geen eigen beleid formuleren. De wens voor een voetpad langs de Spoorweg, zodat voetgangers veilig de route richting verlengde Schapedrift of de Tiendweg (molen) kunnen bewandelen wordt in regionaal verband kenbaar gemaakt.

GVVP 2012 - 2022

41

6

Thema Fiets Op korte afstanden is de fiets in Nederland het meest populaire vervoermiddel. Dat is niet verwonderlijk, want fietsen is betrouwbaar (qua reistijd), efficiënt (weinig ruimte- en energiegebruik), milieuvriendelijk (geen schadelijke stoffen) en gezond. Bovendien is fietsen leuk om te doen en heeft Nederland uitstekende fietsvoorzieningen. Hoewel ook in Hardinxveld-Giessendam veel wordt gefietst, bestaan er nog diverse verbetermogelijkheden. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de doelstelling ten aanzien van het thema Fiets, en vervolgens op het fietsnetwerk en de fietsparkeervoorzieningen.

6.1

Doelstelling Ten aanzien van het thema Fiets stelt de gemeente Hardinxveld-Giessendam zich ten doel om het

fietsgebruik te stimuleren door het bieden van een fijnmazig netwerk van hoogwaardige fietsroutes en voldoende en kwalitatief goede fietsparkeervoorzieningen op belangrijke bestemmingslocaties. Vanwege alle voordelen die het gebruik van de fiets met zich meebrengt (betrouwbaar, efficiënt, milieuvriendelijk en gezond), is het van belang om ervoor te zorgen dat, zeker voor verplaatsingen binnen de gemeente, de concurrentiepositie van de fiets ten opzichte van de auto goed is. Snelle en comfortabele fietsroutes en het bieden van voldoende en goede fietsparkeervoorzieningen op de juiste locatie dragen daaraan bij.

6.2

Fietsnetwerk De gemeente zet zich in voor een aantrekkelijk, samenhangend netwerk van utilitaire en recreatieve fietspaden. Voor het utilitaire fietsverkeer zijn met name de volgende kwaliteitsaspecten van belang:  Samenhang: het fietsnetwerk moet een samenhangend geheel vormen van routes die belangrijke herkomsten en bestemmingen met elkaar verbinden.  Directheid: fietsroutes moeten zo direct mogelijk zijn.  Aantrekkelijkheid: fietsinfrastructuur moet aantrekkelijk zijn voor fietsers en goed zijn ingepast in de omgeving.  Verkeersveiligheid: de infrastructuur moet veilig zijn voor alle weggebruikers.  Comfort: de fietsinfrastructuur moet een vlotte en comfortabele doorstroming mogelijk maken. 42

GVVP 2012 - 2022

6.2.1

Kwaliteitseisen fietsnetwerk Voor het primaire fietsnetwerk zijn kwaliteitseisen opgesteld. Deze kwaliteitseisen hebben betrekking op verharding, de soort fietsvoorzieningen, de breedte van fietsvoorzieningen, herkenbaarheid, onderhoud, gladheidbestrijding en bewegwijzering. Verharding Voor het primaire fietsnetwerk geldt dat comfort en snelheid van zodanig groot belang is dat een vlakke verharding, bijvoorbeeld van betontegels of asfalt, wordt nagestreefd. Fietsvoorzieningen Voor de primaire fietsroutes geldt dat de voorkeur uitgaat naar vrijliggende fietspaden. Op het moment dat vrijliggende fietspaden niet inpasbaar zijn, kan eventueel gekozen worden voor de realisatie van fietsstroken. Rotondes worden in principe altijd uitgerust met vrijliggende fietspaden, waarbij het fietspad, conform de CROW-richtlijnen, in situaties binnen de bebouwde kom ín de voorrang ligt en buiten de bebouwde kom úit de voorrang ligt. Breedte fietsvoorzieningen Voor de primaire fietsroute geldt dat de breedte van een eenrichtingsfietspad minimaal 1,80 meter moet bedragen, zodat strooi- en veegwagens de fietspaden schoon en sneeuwvrij kunnen houden. De voorkeursbreedte is echter minimaal 2,00 meter. Voor tweerichtingsfietspaden geldt een minimale breedte van 3,50 meter. Voor fietsstroken geldt dat minimaal moet worden voldaan aan de landelijke richtlijn van minimaal 1,50 meter breedte.

In tabel 6.1 zijn deze streefwaarden per fietsvoorziening af te lezen. tabel 6.1 Streefbeeld breedte fietsvoorzieningen

Primair fietsnetwerk

Minimale breedte

Minimale breedte

eenrichtingsfietspaden

tweerichtingsfietspad

1,80 meter

3,50 meter

Minimale breedte fietsstrook 1,50 meter

Herkenbaarheid Voor alle fietsroutes in het primaire fietsnetwerk geldt dat ze bij voorkeur in een herkenbare rode kleur (bij voorkeur rood asfalt) uitgevoerd worden. Daarnaast geldt dat de toegepaste markering het verloop van doorgaande fietsroutes moet benadrukken. Onderhoud Voor alle fietsroutes in Hardinxveld-Giessendam geldt dat de kwaliteit bewaakt moet worden en dat fietsvoorzieningen dus goed onderhouden worden. De bestrating en belijning wordt op een hoog peil gehouden door het plegen van intensief onderhoud en door het toepassen van duurzame materialen. Zie ook Beheerplan wegen 2006-2010. Naast uitvoering van periodieke inspectie en acties naar aanleiding daarvan, wordt ook direct actie ondernomen op basis van klachten en meldingen. In relatie met het binnenkort open te stellen nieuwe Klantcontactcentrum (KCC) van de gemeente Hardinxveld-Giessendam, worden afspraken over de afhandeling van klachten en meldingen vastgelegd.

GVVP 2012 - 2022

43

Gladheidbestrijding De mate waarin sneeuw en ijs problemen geven, verschilt sterk van jaar tot jaar. Bovendien gaat het meestal om een beperkt aantal dagen in het jaar. Maar als het winterweer toeslaat, leidt dit vaak tot grote aantallen glijpartijen onder fietsers en helaas ook tot veel verwondingen. Het is daarom belangrijk om, bij verwachte gladheid, fietsroutes preventief te strooien. Bij sneeuwval is alleen strooien niet toereikend. Het is dan belangrijk ook te borstelen of te schuiven. Ook moet worden voorkomen dat de sneeuw van de hoofdrijbaan naar een fietsstrook of de toegang tot het fietspad geschoven wordt. De wijze waarop de gemeente HardinxveldGiessendam met gladheidsbestrijding omgaat, is uitgewerkt in het gladheidbestrijdingsplan dat in 1999 is vastgesteld. De exacte strooiroutes zijn door het college vastgesteld op basis van de evaluatie van de strooiseizoenen 2009-2010 en 2010-2011. Bewegwijzering Het fietsbewegwijzeringssysteem moet gesloten zijn; een eenmaal in de bewegwijzering opgenomen bestemming moet op elke volgende wegwijzer worden vermeld, totdat de bestemming is bereikt. De huidige bewegwijzering is op hoofdlijnen reeds compleet, maar wordt gecontroleerd en waar nodig op detailniveau nog aangepast.

6.2.2

Primair fietsnetwerk Het primaire fietsnetwerk is in onderstaande afbeelding weergegeven. Hierop zijn ook de recreatieve (knooppunt)routes weergegeven.

44

GVVP 2012 - 2022

afbeelding 6.1 Primair fietsnetwerk GVVP 2012 - 2022

45

De belangrijkste wijziging ten opzichte van het netwerk zoals dat in het Verkeersveiligheidsplan van 1998 was opgenomen, is de route door Boven-Hardinxveld. In plaats van de route Nassaustraat – Juliana van Stolbergstraat – Rembrandtstraat, is nu de meer voor de hand liggende route over De Buurt aangewezen als primaire fietsroute. Een nadere studie moet uitwijzen welke mogelijkheden bestaan om deze route beter geschikt te maken als fietsroute. Alle primaire fietsverbindingen worden op termijn zo veel mogelijk ingericht conform de uitgangspunten zoals deze in voorgaande paragraaf zijn gepresenteerd. Per situatie wordt bekeken in hoeverre het mogelijk is om aan de gewenste kwaliteitscriteria te voldoen. Fietsroute over industrieterrein Nieuweweg en langs de A15 Momenteel loopt er geen primaire fietsroute over het industrieterrein Nieuweweg. Hoewel bij de gemeente wel verschillende verzoeken zijn binnengekomen om hier een volwaardige fietsroute aan te leggen, kiest de gemeente er vooralsnog niet voor om het primaire fietsroutenetwerk op deze locatie uit te breiden. De alternatieve routes, via het fietspad langs de snelweg en via de Parallelweg, maakt een dergelijke route overbodig. Bovendien kunnen fietsers wel gewoon gebruik maken gebruik maken van de wegen op het industrieterrein, maar deze zijn minder comfortabel dan de alternatieven.

Een echt veilige route, in de vorm van vrijliggende fietsvoorzieningen, is op het industrieterrein Nieuweweg niet te realiseren. Op lange termijn worden mogelijk plannen ontwikkeld voor de ontwikkeling van het gebied tussen industrieterrein Nieuweweg en de Parallelweg. De realisatie van een fietsroute langs de Middenwetering kan mogelijk in deze plannen worden meegenomen. Tussen de Nieuweweg en de Sluisweg ligt, direct langs de A15 een fietspad. Indien de A15 in de toekomst wordt verbreed, biedt dit wellicht mogelijkheden om het fietspad dan door te trekken parallel aan de A15 naar de Kanaaldijk Noord. Fietsers hoeven dan niet langer om te fietsen via Sluisweg en Rivierdijk.

6.3

Fietsparkeren Behalve een goed, samenhangend, veilig, comfortabel en aantrekkelijk fietsnetwerk, is het van belang dat voldoende en kwalitatief goede stallingsmogelijkheden bij herkomst- en bestemmingslocaties worden aangeboden. Fietsers moeten hun fiets kunnen stallen zonder risico op diefstal of schade. Het voeren van een goed fietsparkeerbeleid kan ertoe bijdragen dat meer mensen hun fiets daadwerkelijk gaan gebruiken. Daarnaast draagt een goed fietsparkeerbeleid bij aan het terugdringen van het aantal losgestalde fietsen en daarmee aan een betere aanblik van de openbare ruimte. Voldoende en kwalitatief goede stallingsvoorzieningen Uitgangspunt is het bieden van voldoende en kwalitatief goede fietsenstallingen bij de stations, openbaar vervoerhaltes (inclusief de veerpont), bij winkelcentra, toeristische rustplaatsen en bij openbare voorzieningen als scholen en sportvoorzieningen. De gemeente bekijkt per geval welke mogelijkheden bestaan om het aantal stallingsvoorzieningen uit te breiden. Het streven is om binnen de gemeente Hardinxveld-Giessendam een uniforme uitstraling voor fietsparkeren te realiseren. De gemeente stelt zich ten doel om (verouderde) rekken zonder aanbindmogelijkheid in de komende jaren te vervangen door aanleunbeugels of door stallingen die voldoen aan het keurmerk ‘Fietsparkeur’.

46

GVVP 2012 - 2022

In 1999 is de stichting FietsParKeur opgericht om de kwaliteit van fietsparkeervoorzieningen (fietsenrekken, fietsenstallingen et cetera) te verbeteren. De stichting FietsParKeur heeft kwaliteitseisen opgesteld die zijn neergelegd in een zogenaamd Normstellend Document. FietsParKeur omvat diverse kwaliteitseisen waaraan fietsparkeervoorzieningen moeten voldoen. Het stelt, rekening houdend met verschillende typen fietsen, eisen aan gemak bij het plaatsen en vastzetten van een fiets, kans op letsel bij gebruiker of passant, kans op schade aan de fiets, kraakbestendigheid, vandalismebestendigheid, duurzaamheid en informatie over het systeem. Fabrikanten die voldoen aan de eisen van het Normstellend Document kunnen bij de stichting het zogenaamde FietsParKeurmerk aanvragen.

Fietsparkeren bij nieuwe ontwikkelingen Voor het bepalen van het aantal te realiseren fietsparkeervoorzieningen bij nieuwe ontwikkelingen worden de kengetallen uit de Fietsparkeertool van het Fietsberaad gebruikt, die via www.fietsberaad.nl te benaderen is. Oplaadpunten elektrische fietsen Steeds meer mensen maken gebruik van een elektrische fiets. Voor het parkeren van deze fietsen zijn stallingen met aanbindmogelijkheid erg belangrijk. Ook de zichtbaarheid van de stallingen is belangrijk, vanwege de gewenste sociale controle. Het gaat immers om dure fietsen. Oplaadpunten zijn van minder belang, aangezien de meeste fietsritten veel korter zijn dan 50 kilometer en de meeste accu's afneembaar zijn. Voor het recreatief fietsverkeer kunnen oplaadpunten wel een toegevoegde waarde hebben. Het ligt echter voor de hand dat (horeca)ondernemers uit oogpunt van klantvriendelijkheid en gastvrijheid hier zelf zorg voor dragen. De gemeente Hardinxveld-Giessendam staat er echter niet onwelwillend tegenover om initiatiefnemers hierbij, waar mogelijk, ondersteuning te bieden. Ook kan worden aangehaakt bij regionale initiatieven. Een actueel voorbeeld is het initiatief van ‘Den Haneker’, dat door de regio is aangemerkt als een ‘Leader project’. Dit project wordt momenteel door de gemeente financieel ondersteund. Dit project voorziet in het inrichten van oplaadpunten langs toeristische routes.

6.4

School-thuisroutes Onderweg naar school kan er van alles gebeuren; pech onderweg (kapotte fiets, ongelukjes), pesterijen, slecht weer. Het idee achter het project Veilig Honk is om de schoolgaande jongeren wat extra veiligheid te geven. Op bepaalde plaatsen langs de schoolgaande routes vinden de kinderen ‘Veilig Honken’. Een Veilig Honk is een huis waar vrijwilligers wonen die een veilige plek bieden. Dat doen ze door kortdurende hulp te geven aan de kinderen als ze daarom vragen. De scholieren kunnen een Veilig Honk herkennen aan het bord dat is aangebracht bij/op de woning. GVVP 2012 - 2022

afbeelding 6.2 Veilig Honk

47

In de gemeente Hardinxveld-Giessendam bestaan nog geen Veilige Honken. De gemeente wil daarom onderzoeken wat de behoefte en wat de mogelijkheden zijn om dit in HardinxveldGiessendam te introduceren. De partners (onder andere politie en scholen) die meedoen met Veilig Honk zijn van mening dat het project voorziet in de behoefte. Vanuit de ouderraden van de scholen komt het signaal dat kinderen, maar zeker ook de ouders/verzorgers, zich door het project veiliger voelen. Het is immers een geruststellend idee ergens aan te kunnen kloppen voor hulp tijdens het fietsen van en naar school.

48

GVVP 2012 - 2022

7

Thema Parkeren Parkeren is in Hardinxveld-Giessendam een belangrijk thema. Veel mensen hebben hier dagelijks mee te maken. En hoewel in HardinxveldGiessendam weinig parkeerproblemen spelen, is een goede parkeersituatie wel een randvoorwaarde voor het economisch functioneren van het centrumgebied en voor het woongenot van burgers. In dit hoofdstuk wordt de doelstelling ten aanzien van parkeren gepresenteerd en wordt ingegaan op parkeren in het centrum en parkeren in woongebieden. Tot slot wordt aandacht besteed aan parkeerrichtlijnen, waarbij expliciet wordt ingegaan op gehandicaptenparkeren.

7.1

Doelstelling De doelstelling ten aanzien van parkeren is het voeren van een vraagvolgend parkeerbeleid,

waarbij wordt gestreefd naar een zodanig aanbod van parkeerplaatsen in de kernen, dat economische functies en diverse voorzieningen goed kunnen (blijven) functioneren en dat de bereikbaarheid en daarmee de aantrekkelijkheid van de kernen/woongebieden er omheen, gewaarborgd blijft. Dit streven mag echter niet ten koste gaan van de toegankelijkheid voor voetgangers. Het faciliteren van de parkeervraag, zowel in het centrumgebied als in de woongebieden is dus het uitgangspunt. Een efficiënt gebruik van parkeerplaatsen, door middel van dubbelgebruik, wordt zoveel mogelijk nagestreefd.

7.2

Parkeren in het centrumgebied In het centrum van Hardinxveld-Giessendam is een parkeerschijfzone van kracht. De maximale parkeerduur is 1,5 uur. Mede hierdoor is het relatief eenvoudig om een parkeerplaats te vinden. Aanvullende regulerende maatregelen, zoals de invoering van betaald parkeren, zijn dan ook niet nodig. In het verleden heeft de gemeente afspraken met ondernemers gemaakt om te voorkomen dat zij zelf parkeerplaatsen in de blauwe zone bezet houden. Afgesproken is dat ondernemers parkeren op de Houweningeplaats en op zaterdag op de parkeerplaats achter het gemeentehuis. De gemeente brengt deze afspraken voortdurend onder de aandacht in het Centrummanagement.

GVVP 2012 - 2022

49

De gemeente heeft de ambitie om de Peulenstraat aantrekkelijker te maken als winkelgebied en wil daarom het verblijfsklimaat een impuls geven. Het verminderen van het aantal parkeerplaatsen in de winkelstraat, zodat meer ruimte beschikbaar komt voor voetgangers en fietsers en winkelgevels beter zichtbaar worden, kan hier mogelijk aan bijdragen. De gemeente gaat in het kader van de herinrichting in overleg met belanghebbenden bekijken welke mogelijkheden er zijn om het verblijfsklimaat te versterken.

7.3

afbeelding 7.1 Parkeerschijfzone Peulenstraat

Parkeren in woonwijken Vanwege de groei van het autobezit in de afgelopen decennia zijn steeds meer geparkeerde voertuigen te vinden in de woonwijken van Hardinxveld-Giessendam. Dit kan leiden tot overlast en onbegrip. Bij klachten wordt per gebied nagegaan hoe groot het vermeende probleem is en op welke wijze hier een oplossing voor kan worden gevonden. De communicatie met bewoners is hierbij van groot belang. Bewoners moeten zich namelijk realiseren dat het onmogelijk is dat elk huishouden twee of drie auto’s parkeert in een smalle woonstraat, en dat de bereikbaarheid van hulpdiensten in het geding komt als mensen parkeren op plekken waar dat niet is toegestaan. Van belang is dat voor minder validen parkeergelegenheid op korte afstand van de woning beschikbaar is. De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) bepaalt dat het verboden is grote voertuigen (een voertuig, dat met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter) binnen de gemeente te parkeren. De gemeente heeft een aantal locaties aangewezen waarvoor dit verbod niet geldt. Het betreft een aantal straten op industrieterrein De Peulen, industrieterrein Nieuweweg, industrieterrein Langeveer en industrieterrein BovenHardinxveld. Hierop wordt in de gemeente streng gehandhaafd.

7.4

Vrachtwagenparkeren De gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft zich verbonden aan het samenwerkingsverband ROM-S, de Regionale OntwikkelingsMaatschappij Schelluinen-West. Deze maatschappij heeft tot doel het realiseren van een regionaal logistiek bedrijventerrein nabij de woonkern Schelluinen in de gemeente Giessenlanden. Daarnaast is flankerend beleid geformuleerd dat onder meer inhoudt dat op enkele plaatsen in de regio subregionale parkeerterreinen worden ingericht voor vrachtwagens. Deze parkeerterreinen worden afgesloten en bewaakt met camera’s. Transportondernemers binnen de regio moeten in principe zorgen voor voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. In uitzonderlijke situaties kan ook worden uitgeweken naar de subregionale parkeerfaciliteit. Kleine transportondernemingen of chauffeurs die in dienst zijn bij bedrijven van binnen of buiten de regio kunnen op deze terreinen een parkeerplaats huren. Op het moment dat dit subregionale parkeren wordt gerealiseerd, zal het parkeren langs de openbare weg met vrachtwagens overal worden verboden en zal door de gemeente hierop worden gehandhaafd. 50

GVVP 2012 - 2022

7.5

Parkeerrichtlijnen

7.5.1

Parkeerrichtlijnen bij nieuwbouw Parkeerproblemen als gevolg van nieuwbouw moeten worden voorkomen. In geval van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten daarom, op basis van de parkeerkencijfers van het CROW, voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd; in principe op eigen terrein. De parkeerkencijfers staan uitgebreid beschreven in de ASVV 2004 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom, van het CROW) en CROW publicatie 182 (Parkeerkencijfers). Daarbij moet voor de gemeente Hardinxveld-Giessendam gekeken worden in de categorie weinig stedelijk. In bijlage 3 zijn de parkeerrichtlijnen van Hardinxveld-Giessendam opgenomen. In nieuwe situaties worden deze parkeerkencijfers als uitgangspunt gebruikt bij de raming van de parkeerbehoefte. Het berekenen van de parkeerbehoefte is altijd maatwerk en wordt sterk bepaald door de specifieke locatie en specifieke ontwikkeling. In hoeverre de boven- of ondergrens wordt gehanteerd, moet per situatie worden bepaald. Na het verschijnen van de geactualiseerde ASVV in 2012, worden de nieuwe parkeerkencijfers conform de geactualiseerde ASVV als uitgangspunt gehanteerd. Van de CROW-kengetallen kan alleen worden afgeweken met een onderbouwend onderzoek. De gemeente Hardinxveld-Giessendam zou ervoor kunnen kiezen om voor nieuwbouwontwikkelingen een parkeerplaatsverplichting met afkoopregeling in te stellen.

Wanneer een ontwikkelaar niet het benodigd aantal parkeerplaatsen realiseert, ontvangt de gemeente een afkoopsom. De hoogte van de afkoopsom is dan afhankelijk van het aantal af te kopen parkeerplaatsen en de afkoopsom wordt in een mobiliteitsfonds ondergebracht. Met behulp van de gelden in dit fonds kan de gemeente de aanleg van voldoende openbare parkeerplaatsen bekostigen, of andere maatregelen treffen waarmee de parkeerdruk wordt opgevangen. Vooralsnog kiest de gemeente echter niet voor het instellen van een afkoopregeling. Uitgangspunt blijft dat de ontwikkelaar, conform artikel 2.5.30 van de Bouwverordening, in principe voldoende parkeerplaatsen aanlegt, maar dat hiervan om moverende redenen kan worden afgeweken. Deze redenen kunnen zijn (artikel 2.5.30, lid 4):  indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of  voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.

7.5.2

Parkeerrichtlijnen algemene gehandicaptenplaatsen Bij publieke voorzieningen zoals een restaurant, bibliotheek en gemeentehuis moet minimaal 5 procent van de parkeerplaatsen algemene gehandicaptenparkeerplaatsen zijn. Deze parkeerplaatsen moeten zo dicht mogelijk bij de ingang van het gebouw liggen. De afstand tot de ingang moet minder zijn dan 100 meter. De norm voor het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart is het niet in staat zijn een afstand van 100 meter te voet zonder onderbreking te overbruggen. Minimaal één aangepaste parkeerplaats moet op minder dan 50 meter aanwezig zijn. Voor grote (openbare) parkeerterreinen die niet voor een specifieke voorziening bedoeld zijn, geldt een verhouding van één aangepaste parkeerplaats op 50 gewone parkeerplaatsen (dus 2% van de capaciteit moet dan voor gehandicapten gereserveerd zijn). Gezien de maatvoering kan men bij een terrein ervoor kiezen om van drie gewone plaatsen twee gehandicaptenparkeerplaatsen te GVVP 2012 - 2022

51

maken. Hierdoor blijft de terreinindeling gehandhaafd. Het werkelijke aantal van deze plaatsen is afhankelijk van de vraag en kan door monitoring, overleg met belangenorganisaties en evaluatie van de situatie worden bepaald en eventueel worden aangepast. Het mogen er echter nooit minder zijn dan zoals hierboven aangegeven. Bij het werk is de werkgever verantwoordelijk voor een parkeerplek voor gehandicapten. Gehandicapten hebben recht op een parkeerplaats op kenteken op het terrein van de werkgever (dus niet in de openbare ruimte). Een gehandicaptenparkeerplaats moet altijd zijn aangeduid met het verkeersbord E6. Tevens dient op de parkeerplaats witte kruismarkering aangebracht te worden. Eventueel kan de parkeerplaats met behulp van een onderbord (met vermelding van het kenteken) worden gereserveerd voor één specifieke auto.

] afbeelding 7.2 Verkeersbord E6

Gehandicaptenparkeerplaatsen op kenteken Gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen op kenteken bij een woon- of werkadres kunnen via de gemeente worden aangevraagd. De gemeente heeft ten behoeve hiervan op 21 augustus 2001 de ‘Beleidsregels voor het verkrijgen van een gehandicaptenplaats op kenteken’ vastgesteld. Maatvoering algemene gehandicaptenparkeerplaatsen De gemeente Hardinxveld-Giessendam sluit zich aan bij de maatvoeringen die CROW voor algemene gehandicaptenparkeerplaatsen hanteert. Hierbij is onderscheid gemaakt naar haaks parkeren en langsparkeren. Haaks parkeren Een haaks gehandicaptenparkeervak dient een breedte van 3,00 meter te hebben. Wanneer er geen vrije uitstapstrook naast het parkeervak is, bijvoorbeeld wanneer het vak ligt ingesloten tussen twee ‘normale’ parkeerplaatsen, wordt een breedte van 3,50 meter aangeraden. De aanbevolen diepte van het parkeervak is (net als bij een gewone parkeerplaats) 5,00 meter. Langsparkeren Een langsparkeervak voor gehandicapten dient minimaal 6,00 meter lang te zijn. Bij veelvuldig gebruik door voertuigen waar aan de achterkant wordt uitgestapt, zoals taxibusjes, wordt een lengte van 7,50 meter aangeraden.

De breedte van het parkeervak is minimaal 2,00 meter, waarbij een vrije ruimte van minimaal 3,50 meter (inclusief het parkeervak zelf) in acht moet worden genomen in verband met manoeuvreerruimte voor bijvoorbeeld een rolstoel.

7.6

Parkeren scootmobielen Met name bij seniorenflats spelen problemen rondom het parkeren van scootmobielen. De gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft niet de intentie om algemeen beleid op te stellen voor het parkeren door scootmobielen. Zij zal aanvragen die omtrent dit onderwerp binnenkomen per geval in ogenschouw nemen en zoeken naar een geschikte maatwerkoplossing.

52

GVVP 2012 - 2022

7.7

Carpoolplaatsen In de gemeente Hardinxveld-Giessendam zijn twee carpoolplaatsen aanwezig die gezamenlijk voldoende capaciteit bieden:  Peulenlaan;  Breedeway. De gemeente heeft momenteel geen intentie het aantal carpoolplaatsen uit te breiden.

GVVP 2012 - 2022

53

8

Thema Bereikbaarheid en verkeerscirculatie Een goede bereikbaarheid voor gemotoriseerd verkeer is een noodzakelijke randvoorwaarde voor het functioneren van de gemeente HardinxveldGiessendam. Negatieve effecten moeten echter zo veel mogelijk worden voorkomen. In dit hoofdstuk wordt, na de doelstelling, ingegaan op de verkeerscirculatie van het autoverkeer, bewegwijzering, het tegengaan van sluipverkeer en de bereikbaarheid voor hulpdiensten in de gemeente.

8.1

Doelstelling De doelstelling op het gebied van bereikbaarheid en verkeerscirculatie is het garanderen van een

betrouwbare bereikbaarheid voor alle modaliteiten en het zo veel mogelijk voorkomen van overlast. Een duidelijke bewegwijzering moet ervoor zorgen dat (vracht)verkeer zo veel mogelijk gebruik maakt van de gewenste routes. Sluipverkeer moet worden tegengegaan en de bereikbaarheid van hulpdiensten moet worden gegarandeerd.

8.2

Verkeerscirculatie De huidige verkeerscirculatie in de gemeente Hardinxveld-Giessendam voldoet in principe prima. Voor de toekomst is er een drietal aandachtspunten: de Nieuweweg, de Peulenstraat en de bussluis tussen Kerkweg en Pauwtjesmolen. Nieuweweg Vanwege het smalle profiel van de Nieuweweg en de alternatieven die het autoverkeer heeft, is het wenselijk om doorgaand verkeer zo veel mogelijk via andere routes te laten rijden. De Nieuweweg blijft gewoon toegankelijk voor al het verkeer, maar in de bewegwijzering (zie ook paragraaf 8.3) kunnen andere routes worden opgenomen. Peulenstraat In de Peulenstraat geldt eenrichtingsverkeer voor gemotoriseerd verkeer; vanaf de Rabobank aan de Wielingzijde tot de Talmastraat in noordelijke richting en vanaf Damstraat tot de Talmastraat in zuidelijke richting. In de straat komt in principe alleen bestemmingsverkeer. Om de verblijfskwaliteit van deze winkelstraat te vergroten, is het in theorie mogelijk om, met uitzondering van bevoorradend verkeer in venstertijden, de Peulenstraat af te sluiten voor gemotoriseerd verkeer. Vooralsnog wordt er echter voor gekozen om de huidige situatie te 54

GVVP 2012 - 2022

handhaven. Mogelijk kan op korte termijn, in overleg met de ondernemers, worden onderzocht wat de voor- en nadelen zijn van het afsluiten van deze straat. Bussluis tussen Kerkweg en Pauwtjesmolen De bussluis tussen Kerkweg en Pauwtjesmolen zorgt ervoor dat de Spindermolen niet wordt gebruikt als doorgaande route tussen Wieling en Kerkweg/Parallelweg. Bij de gemeente komen veel klachten binnen over autoverkeer dat de geslotenverklaring negeert. Dat maakt de huidige situatie (wel een geslotenverklaring, maar geen fysieke belemmering) ongewenst. Het toepassen van een fysieke bussluis zou in afbeelding 8.1 Bussluis Pauwtjesmolen theorie mogelijk zijn, ware het niet dat in de daluren met kleine busjes wordt gereden. Deze kleine busjes kunnen, net als personenauto’s een bussluis niet passeren. En alternatief kan zijn het realiseren van een beweegbare afsluiting, bijvoorbeeld een pollar. Nadeel daarvan is dat de kosten voor aanleg en onderhoud relatief hoog zijn en dat deze oplossing gevoelig is voor vandalisme. Het volledig afsluiten van de doorgang (met uitzondering van fietsers en voetgangers) betekent dat de busroute zou moeten worden aangepast. De bus zou bijvoorbeeld kunnen gaan rijden via de Nieuweweg, maar dan komen de haltes aan de Spindermolen te vervallen.

Ook zou de bus via de Thorbeckestraat naar het station kunnen rijden, om daar te keren en richting Sliedrecht verder te rijden. Bij het station is echter geen keermogelijkheid. Het opheffen van de geslotenverklaring en het aldus volledig openstellen van de doorgang tussen Kerkweg en Pauwtjesmolen leidt naar verwachting tot extra verkeersbewegingen door de Spindermolen en de Kerkweg. Door de Spindermolen, door middel van een herinrichting, meer verkeersluw te maken, kunnen de hoeveelheid doorgaand verkeer en de negatieve effecten van dit verkeer worden beperkt. Een nadere studie moet uitwijzen wat de meest gewenste inrichting van de Spindermolen is, rekening houdend met de busroute en rekening houdend met de gewenste verkeersluwe uitstraling.

8.3

Bewegwijzering In de gemeente Hardinxveld-Giessendam wordt gestreefd naar een bewegwijzering die voldoet aan de volgende uitgangspunten:  uniformiteit;  continuïteit;  leesbaarheid;  begrijpelijkheid.

GVVP 2012 - 2022

55

Op het gebied van uniformiteit, leesbaarheid en begrijpelijkheid is de bewegwijzering in Hardinxveld-Giessendam over het algemeen op orde, aangezien is aangesloten bij de landelijke (ANWB) bewegwijzering. De continuïteit is echter niet overal gewaarborgd. Onder continuïteit wordt verstaan dat de verwijzing naar een eenmaal in de bewegwijzering opgenomen doel wordt voortgezet totdat het desbetreffende doel is bereikt, of totdat de aanduiding niet meer noodzakelijk is. Met name in Boven-Hardinxveld moet de bewegwijzering hierop worden verbeterd. Dit geldt zowel voor autobewegwijzering als voor fietsbewegwijzering. Voor meer informatie over dit onderwerp wordt verder verwezen naar de Beleidsnotitie bewegwijzering (2009).

afbeelding 8.2 Fietsbewegwijzering

afbeelding 8.3 Autobewegwijzering

Wanneer de bewegwijzering conform de genoemde beleidsnotie tegen het licht wordt gehouden, is het wenselijk om ook te kijken naar de meest wenselijke routes.

8.4

Vervoer gevaarlijke stoffen Op 27 april 2000 zijn door de Gemeenteraad de routes vastgesteld waarover gevaarlijke stoffen, als bedoeld in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, zonder ontheffing mogen worden vervoerd. Deze routes zijn vastgelegd in het Besluit Routes Gevaarlijke stoffen. In afbeelding 8.4 zijn deze routes op kaart weergegeven.

56

GVVP 2012 - 2022

afbeelding 8.4 Routes vervoer gevaarlijke stoffen

8.5

Tegengaan sluipverkeer Vanuit verschillende perspectieven heeft de gemeente Hardinxveld-Giessendam belang bij een goede doorstroming op de Rijksweg A15 en de A27. Een goede doorstroming op deze Rijkswegen voorkomt sluipverkeer en zorgt voor een goede bereikbaarheid van de gemeente. De gemeente wil er samen met de regiogemeenten voor zorgen dat de verbreding van de A15 hoger op de politieke agenda van het Rijk wordt geplaatst. Op momenten dat sprake is van file op de A15, heeft de gemeente Hardinxveld-Giessendam last van sluipverkeer via de Wieling/Peulenlaan en/of Binnendams. Daarnaast bestaan er klachten over zwaar vrachtverkeer dat, onder andere via de Rivierdijk/Nieuweweg, de weegpunten op de A15 tussen Gorinchem en Hardinxveld-Giessendam probeert te omzeilen. Behalve voor overlast zorgt dit zware vrachtverkeer voor extra schades aan het wegdek. In regionaal verband zal de gemeente de problematiek van het sluipverkeer aankaarten om gezamenlijk met de regiogemeenten te zoeken naar mogelijke oplossingen.

8.6

Bereikbaarheid hulpdiensten In geval van een calamiteit moeten hulpdiensten binnen een vastgestelde tijd, de zogenaamde zorgnorm, ter plaatse kunnen zijn. Voor de brandweer gaat het om een tijd van acht minuten. De vrije doorgang voor hulpdiensten moet 3,50 meter bedragen. Een geparkeerde auto neemt een wegbreedte van circa 2,0 meter in beslag. Dit betekent dat de wegbreedte minimaal 5,50 meter moet bedragen om het parkeren van auto’s toe te staan en de bereikbaarheid van de hulpdiensten overal te garanderen. In smallere straten zal een parkeerverbod moeten worden ingesteld, waarop GVVP 2012 - 2022

57

streng moet worden gehandhaafd. Bij een tekort aan parkeercapaciteit wordt samen met bewoners bekeken of er oplossingsmogelijkheden zijn.

8.7

Bereikbaarheid bedrijventerreinen De verkeersstructuur en de ontsluiting van de bedrijventerreinen in Hardinxveld-Giessendam is historisch zo gegroeid. Momenteel is er geen budget beschikbaar om grootschalige wijzigingen in de structuur aan te brengen. Wel wil de gemeente in de toekomst meeliften met kansen die zich als gevolg van ontwikkelingen voordoen en in dat kader zoeken naar oplossingen om de bereikbaarheid te verbeteren. Daarnaast staat de gemeente niet onwelwillend tegenover mobiliteitsmanagement-acties en zal de gemeente actief meedenken met bedrijven over wat zij zelf kunnen doen om hun bereikbaarheid te verbeteren.

58

GVVP 2012 - 2022

9

Thema Openbaar Vervoer Het openbaar vervoer speelt een belangrijke rol in HardinxveldGiessendam. Met name de bereikbaarheid per trein is, zeker na de realisatie van de twee extra treinstations, uitstekend te noemen. In dit hoofdstuk wordt eerst aandacht besteed aan de doelstelling op het gebied van openbaar vervoer. Daarna wordt achtereenvolgens ingegaan op het openbaar vervoer over spoor, over de weg en personenvervoer over water.

9.1

Doelstelling De gemeente Hardinxveld-Giessendam wil dat het openbaar vervoer voor alle doelgroepen een alternatief vormt voor het gebruik van de auto. Er spelen verschillende ontwikkelingen op het gebied van openbaar vervoer die de bereikbaarheid per openbaar vervoer positief beïnvloeden. Zo worden twee extra treinstations gerealiseerd en de verkeersregelinstallatie Peulenlaan-Sportlaan in de gemeente Hardinxveld-Giessendam voorzien van KAR (Korte Afstands Ratio) waarmee het openbaar vervoer prioriteit krijgt. De gemeente is positief over de geplande ontwikkelingen en verwacht dat deze bijdragen aan een nog betere bereikbaarheid per openbaar vervoer in de toekomst.

9.2

Huidige openbaar vervoer systeem Op afbeelding 9.1 is het huidige openbaar vervoer systeem op kaart weergegeven.

GVVP 2012 - 2022

59

afbeelding 9.1 OV-netwerk Hardinxveld-Giessendam

60

GVVP 2012 - 2022

9.3

Vervoer over water Veertaxi Hardinxveld-Giessendam De Veerdienst van de gemeente Gorinchem gaat in het kader van de samenwerking tussen de gemeenten Werkendam, Hardinxveld-Giessendam en Gorinchem vanaf 2012 ook veerdiensten tussen deze gemeenten verzorgen. Een nieuwe snelle veerverbinding moet daarbij aansluiten op het bestaande traject Gorinchem-Sleeuwijk. De gemeente streeft ernaar de dienstregeling van de veertaxi en de (Arriva)bus beter op elkaar af te stemmen en zal hiervoor in overleg treden met de provincie Zuid-Holland en de gemeente Gorinchem. Vanaf april 2012 wordt een nieuwe, snelle veerboot in gebruik genomen die gaat varen vanaf Boven-Hardinxveld, via Werkendam, Gorinchem en Sleeuwijk en weer terug. De gemeente gaat onderzoeken of er een goed bereikbare aanlegsteiger gerealiseerd kan worden op een alternatieve locatie. Het is wenselijk om bij de aanlegsteiger enkele parkeerplaatsen te realiseren. Dit geldt zowel bij de huidige als bij een eventuele alternatieve locatie. De veertaxi valt niet onder de Wet Personenvervoer en is daarmee niet aan te merken als openbaar vervoer. Waterbus De Gemeente Hardinxveld-Giessendam kiest er voorlopig voor om niet aan te sluiten bij de ontwikkelingen van de waterbus, maar de ontwikkelingen van de veertaxi en het verwachte succes hiervan af te wachten.

9.4

Collectief vraagafhankelijk vervoer – De MolenHopper De MolenHopper rijdt al sinds 2003 dagelijks als aanvullend openbaar vervoersysteem in de regio Alblasserwaard – Vijfheerenlanden van 06.00 uur tot 01.00 uur. Door het instellen van de MolenHopper bieden de gemeenten vervoer aan voor ouderen en gehandicapten in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Daarnaast is het een aanvulling op het openbaar vervoer en dus toegankelijk voor iedereen. Het enige verschil tussen het vervoer in het kader van de WMO en het openbaar vervoer is het tarief. Mensen met een WMO-indicatie betalen een lager tarief. De MolenHopper is een collectieve vorm van taxi vervoer waarbij de klant de taxi moet delen met andere klanten en derhalve andere regels gelden in vergelijking met het reguliere taxivervoer (flexibele ophaaltijden, omrijdmogelijkheden, et cetera).

GVVP 2012 - 2022

61

10

Thema communicatie, educatie en handhaving Om het effect van infrastructurele maatregelen zo groot mogelijk te laten zijn, blijft de gemeente de komende jaren sterk inzetten op ondersteunend beleid in de vorm van educatie en voorlichting op het gebied van verkeer. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de doelstelling op het gebied van communicatie, educatie en handhaving. Vervolgens wordt aandacht geschonken aan het beleid ten aanzien van permanente verkeerseducatie, voorlichting en handhaving.

10.1

Doelstelling De doelstelling van de gemeente Hardinxveld-Giessendam op het gebied van communicatie, educatie en handhaving is dat communicatie, educatie en handhaving volwaardig deel gaan

uitmaken van het verkeers- en vervoersbeleid in de gemeente. Communicatie heeft een belangrijke functie voor het creëren van begrip voor plannen en zal hiervoor door de gemeente waar mogelijk worden ingezet. Communicatie zal zich niet alleen richten op het uitdragen van informatie, maar op het gezamenlijk uitwerken van plannen, vergroting van draagvlak en –waar mogelijk– aanzetten tot gedragsverandering.

10.2

Permanente verkeerseducatie Educatie is van groot belang; jong geleerd is oud gedaan. Daarom wordt vanaf de jongste jaren ondersteuning gegeven in verkeersonderwijs. Vanaf het kinderdagverblijf tot en met het voortgezet onderwijs geeft de gemeente scholen de gelegenheid aandacht te besteden aan verkeerseducatie. Deels in de vorm van subsidie en deels in het ondersteunen van acties en het veiliger maken van de schoolomgeving. De gemeente is in regionaal verband actief in het geven van voorlichting aan verschillende doelgroepen op het gebied van verkeer en vervoer. VVN participeert daarin. De voorlichting richt zich met name op de doelgroepen scholieren, beginnende bestuurders en senioren. Voor scholen in Zuid-Holland is de structurele aanpak van verkeerseducatie vormgegeven door middel van het programma SCHOOL op SEEF en Totally Traffic. Gestreefd wordt naar deelname van alle basisscholen in de gemeente Hardinxveld-Giessendam aan ‘SCHOOL op SEEF’ en naar deelname van alle scholen in het voortgezet onderwijs aan ‘Totally Traffic’.

62

GVVP 2012 - 2022

Voor beginnende bestuurders is de pilot 'Young Drivers experience” gestart. In dit project leren beginnende bestuurders op een oefenterrein te handelen bij plotselinge gebeurtenissen als het maken van een noodstop of in de slip raken. Voor senioren worden al jaren structureel BROEM-ritten en opfriscursussen en scootmobielcursussen georganiseerd en uitgevoerd. In overleg met het WMO-platform wordt bekeken op welke wijze deze doelgroep het best kan worden bereikt.

10.3

Voorlichting De Gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft zich samen met de regiogemeenten geconformeerd aan de landelijke campagnekalender van het Ministerie van Infrafructuur en Milieu. Zo worden gedurende het hele jaar verschillende campagnes gevoerd. Voorbeelden hiervan zijn: “de scholen zijn weer begonnen” na de zomervakantie en de fietsverlichtingsactie in het najaar. De gemeente maakt hierbij gebruik van voorlichtingsmaterialen van het Regionaal Ondersteuningsbureau Verkeersveiligheid Zuid-Holland (ROV Z-H).

10.4

Handhaving In Zuid-Holland heeft elk politiekorps een speciale eenheid, het regionale verkeershandhavingsteam, waarvan de medewerkers toezicht houden op de naleving van vijf speerpunten: 1. 2. 3. 4. 5.

maximum snelheden in het verkeer; helmgebruik op de bromfiets/motorfiets; alcoholgebruik in het verkeer; rood licht overtredingen; verkeersovertredingen ten aanzien van het gebruik van de veiligheidsgordel/ beveiligingsmiddelen.

Bij het inplannen van verkeershandhavingsacties werkt de gemeente Hardinxveld-Giessendam nauw samen met VVN en de politie. Regionaal vindt afstemming plaats over het handhavingsarrangement. Handhaving, communicatie/educatie, en eventuele aanpassingen aan de infrastructuur worden op die manier bij elkaar gebracht om een zo hoog mogelijk rendement te halen bij de aanpak van verkeersonveiligheid. Momenteel heeft de gemeente maandelijks overleg met de politie en pleit de gemeente ervoor dat voorlichting en handhaving altijd hand in hand gaan. Waar mogelijk wordt bij de planning van handhavingsacties afstemming gezocht met de planning van voorlichtingsacties conform de landelijke campagnekalender. Naast de politie, handhaaft de gemeente ook zelf. De gemeente heeft hiervoor een BOA (Buitengewoon Opsporingsambtenaar) in dienst. Met de buurtagent vindt overleg plaats over gerichte handhaving op microniveau. Vanuit bewoners komen veel wensen binnen voor handhaving in 30 kilometer per uur zones. Momenteel ligt hier geen prioriteit bij de politie. De gemeente wil de komende periode gebruiken om er op aan te sturen bij de politie om hier in de toekomst meer prioriteit aan te geven. De inrichting moet dan wel voldoen aan de eisen die aan 30 kilometer per uur zones worden gesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/796/documents/27632