CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

210107 TVW Hardinxveld-Giessendam - def.pdf

Gemeenteraad GHG 23 september 2021, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 19: Transitie Visie Warmte HG 2021 - Raadsvoorstel18.929 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

13 Bron: Warmteatlas

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

24

Tabel 4. Overzicht warmtebronnen Hardinxveld Giessendam Warmtebron

Potentie (TJ/jaar)

Individuele bronnen

Hoog (geen beperking)

Bodemwarmtepomp

Hoog

Lage temperatuur (<55)

Luchtwarmtepomp

Hoog

Lage temperatuur (<55) of middentemperatuur (5570)

Zonnewarmte (dak)

Hoog

Midden/hoge temperatuur (> 55)

Pelletkachels

Incidenteel inzetten

Hoge temperatuur (>70)

Infraroodpanelen

Incidenteel inzetten

Stralingswarmte

Bronnen buurtenergiesysteem

Temperatuurniveau (°C)

voor Hoog (vooral op lage temperatuur)

Aquathermie

Hoog

Lage temperatuur (<55)

Riothermie

170 TJ

Lage temperatuur (<55)

Zonnewarmte (veld)

10 TJ per hectare

Midden/hoge temperatuur (> 55)

Aardwarmte (lokaal)

270 TJ

Hoge temperatuur (>70)

Duurzaam gas

170 TJ

Biogas

170 TJ

Waterstof

Importeren gemeente

Hoge temperatuur (>70) van

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

buiten Hoge temperatuur (>70)

25

5 Kansrijke warmtevoorziening per buurt in 2050 In hoofdstuk 4 zijn de warmtevraag en de warmtebronnen in kaart gebracht. In dit hoofdstuk brengen we alle informatie samen: welke warmtebronnen passen het best bij de warmtevraag in elke buurt? Op de kaart van Hardinxveld-Giessendam geven we aan welke oplossing het meest kansrijk is op welke plek, en waar dat nog onzeker is.

Buitengebied, delen van de lintbebouwing Ook in gebieden met een lagere bebouwingsdichtheid, waar bijvoorbeeld veel vrijstaande huizen of twee-onder-één-kap woningen staan, zijn oplossingen per woning vaak de meest betaalbare oplossing. Een warmtenet is hier namelijk al snel te kostbaar om aan te leggen, omdat de huizen ver uit elkaar liggen. Voor de meeste individuele oplossingen moeten de woningen eerst goed geïsoleerd worden.

Kansrijk voor warmtenet

Dit hoofdstuk geeft een visie op de mogelijke warmtevoorziening in 2050. Dit beeld voor 2050 ligt nog niet vast – dat is immers niet mogelijk omdat er nieuwe ontwikkelingen en innovaties zullen komen in de komende 30 jaar. De visie geeft wel houvast voor de verkenningsbuurten: het zorgt ervoor dat keuzes voor de verkenningsbuurten goed in een totaalbeeld voor de hele gemeente passen. Zo zorgen we dat schaarse warmtebronnen daar ingezet worden, waar ze het beste passen. Voor de verkenningsbuurten (zie hoofdstuk 6) worden de komende jaren diverse scenario’s grondiger uitgewerkt en met elkaar vergeleken. Het totaalbeeld zal (net als de Transitievisie Warmte) elke vijf jaar worden herzien, om zo te leren van opgedane ervaringen. Op die manier kunnen ook nieuwe inzichten worden verwerkt, bijvoorbeeld de resultaten van meer gedetailleerde onderzoeken naar de potentie van aardwarmte, of ontwikkelingen rond waterstof.

De Peulen, Neder-Hardinxveld (Wielwijk) en Giessendam In de oranje gebieden zijn er kansen voor een collectieve oplossing waarmee de lokale of regionale warmtebronnen in Hardinxveld-Giessendam benut kunnen worden. Het gaat om gebieden waar de warmtevraagdichtheid (Figuur 8) hoog is, en waar een lokale of regionale warmtebron beschikbaar is. Die combinatie maakt een warmtenet vaak zowel qua betaalbaarheid, als energetisch de meest voordelige oplossing. Volgens een eerste verkenning ligt de betaalbaarheid van een aantal opties dicht bij elkaar. Daarom zal steeds voor kleinere gebieden, met vergelijkbare bebouwing (bijvoorbeeld allemaal uit dezelfde bouwperiode) een warmtecoalitie gevormd worden, waar bewoners samen op zoek gaan naar de beste gezamenlijk oplossing voor hun type woning. (Zie paragraaf 7.2 voor de werkwijze.)

5.1 Woonwijken

Een collectieve oplossing kan op verschillende schaalniveaus gerealiseerd worden. We focussen we in eerste instantie op deze kleinere gebieden, warmtecoalities, waarin we op korte of middellange termijn stappen kunnen zetten. Kleinschalige (buurt)warmtenetten kunnen later alsnog op elkaar worden aangesloten wanneer dat schaalvoordelen biedt.

Welke warmtevoorziening het meest geschikt is, is te zien in Figuur 9. Op de kaart zijn de volgende zones te zien: Individuele oplossingen Recente bouw (vanaf 1992) in Giessendam en Boven-Hardinxveld Als woningen goed geïsoleerd zijn (label A, groen in het warmteprofiel van Figuur 7), zijn een luchtwarmtepomp of bodemwarmtepomp (op lage temperatuur) erg geschikt. Voor redelijk geïsoleerde woningen (oranje in het warmteprofiel van Figuur 7Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.), kan gekozen worden om eerst verder te isoleren, of voor bijvoorbeeld een warmtepomp op middentemperatuur (circa 70 °C). Ook klein-collectieve oplossingen zijn hier een optie, zoals een gezamenlijke bodemwarmtepomp voor 3 tot 7 woningen.

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

Tot slot betekent de keuze voor een warmtenet in een buurt niet dat alle woningen daar verplicht op worden aangesloten. Voor eigenaren van een goed geïsoleerde woning kan het bijvoorbeeld aantrekkelijker zijn een warmtepomp te nemen. Individueel of met warmtenet of buurtenergiesysteem Delen van Neder-Hardinxveld, De Peulen en Giessendam In de gebieden die oranje-grijs gearceerd zijn, is nog onzeker wat de meest rendabele oplossing is: individueel of met een warmtenet. In deze gebieden moet in meer detail onderzoek gedaan worden naar de besparingsmogelijkheden van de woningen en de precieze

26

kenmerken van de warmtebronnen. In de uitvoeringsplannen zullen de opties zorgvuldig vergeleken worden. Wanneer in aangrenzende gebieden een warmtenet gerealiseerd wordt, lokaal of regionaal, kan het een koppelkans zijn om een gearceerd gebied hier ook op aan te sluiten. Boven-Hardinxveld In Boven-Hardinxveld zijn individuele oplossingen of een buurtenergiesysteem (lokaal warmtenet) ongeveer even aantrekkelijk, blijkt uit de eerste analyse. Er moet in meer detail onderzoek gedaan worden naar de besparingsmogelijkheden, de voorkeur van bewoners, de kenmerken van nabije warmtebronnen en de kosten van het exploiteren van de warmtebronnen, om duidelijk te krijgen wat het beste uitpakt.

Individueel of groen gas In een aantal linten, zowel langs het water als meer in de bebouwde kom, staan veel oudere woningen en monumenten, die ook in de toekomst waarschijnlijk een hogere temperatuur warmteafgifte nodig hebben (de rode gebieden in het warmteprofiel van Figuur 7). De bebouwingsdichtheid is hier laag. Dit zijn gebieden waar een hybride warmtepomp in combinatie met een cv-ketel op groen gas mogelijk de beste optie is in 2050. De toekomstige beschikbaarheid van groen gas is echter onzeker. Landelijk is groen gas schaars, en zal dat naar verwachting blijven. Daarom zijn ook individuele oplossingen, zoals een warmtepomp, hier een optie. Hiervoor moeten de meeste woningen wel eerst vergaand geïsoleerd worden. Vanwege deze onzekerheid, zullen deze gebieden niet als eerste aangepakt worden – we wachten de ontwikkelingen rond groen gas af. In de tussenliggende jaren zetten we in op energiebesparing via isolatie en met hybride warmtepompen. Warmtenet of groen gas Tot slot zijn er enkele gebieden waar de meest aantrekkelijke optie óf een warmtenet, óf groen gas is. Net als bij de keuze tussen individueel en groen gas geldt dat er pas een besluit genomen wordt over deze gebieden als er meer bekend is over de toekomstige beschikbaarheid van duurzaam gas. In de tussenliggende jaren zetten we in op energiebesparing via isolatie en met hybride warmtepompen.

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

27

Figuur 9 Toekomstige warmtevoorziening (mogelijk eindbeeld voor 2050).

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

28

5.2 Bedrijven en kantoren Bedrijven die gevestigd zijn in buurten met een mix van woningen, winkels en kantoren, gaan gelijk op met de rest van de buurt. Immers, als er een alternatief komt voor warmte, heeft dat consequenties voor alle gebouwen in een buurt. Voor bedrijventerreinen en kantorenparken zijn aparte plannen nodig. Het doel is om in de transitie van bedrijventerreinen zoveel mogelijk aan te sluiten op natuurlijke (gebieds-)ontwikkelingen van de bedrijventerreinen zelf.

Bedrijventerrein Industrie en maakbedrijven gebruiken aardgas niet alleen om gebouwen te verwarmen, maar soms ook in het bedrijfsproces. Tegelijkertijd hoeft niet elk gebouw verwarmd te worden. Zo hebben opslagloodsen meestal weinig verwarming nodig. Bedrijventerreinen vragen daarom maatwerk: een afzonderlijk traject, waarin naar de specifieke behoeften van alle bedrijven wordt gekeken. Net als bij woningen zijn er een aantal belangrijke overwegingen:  

 

Energiebesparing is ook hier stap 1. Dat geldt zowel voor bedrijfsprocessen als voor verwarming en koeling van de gebouwen. Op bedrijventerreinen kan het interessant zijn om een warmtenet aan te leggen, bijvoorbeeld als er grotere bedrijfspanden zijn met een grote warmtevraag. Dat warmtenet kan, als de warmtebron groot genoeg is, doorgetrokken worden naar omliggende woningen. Andersom kan een warmtenet vanuit een woonwijk worden doorgetrokken naar een bedrijventerrein. Een andere mogelijkheid is dat ieder bedrijf individueel een alternatieve warmtevoorziening kiest, zoals een luchtwarmtepomp of bodemenergie. Een lage-temperatuur warmtenet is aantrekkelijk voor locaties waar de warmtedichtheid redelijk hoog is en er op lage temperatuur warmte en koude uitgewisseld kan worden.

Kantoren Kantoren hebben over het algemeen een grotere vraag naar koeling dan woningen. Bodemenergie is daarom erg geschikt: warmte die in de zomer aan de gebouwen wordt onttrokken, wordt in de winter weer gebruikt. Dit kan per gebouw, of voor een cluster gebouwen worden aangelegd. Ook luchtwarmtepompen en luchtkoelers behoren tot de mogelijkheden. Ook hier geldt dat er gekozen kan worden voor een aanpak waarbij elk bedrijf zelf aanpak en tempo kiest, of voor een gezamenlijke aanpak. Bij intensief gebruik van de ondergrond is het wel zaak om gezamenlijk op te trekken, en een ordening aan te brengen in de warmte- en koude-bronnen, om interferentie te voorkomen.

5.3 Betaalbaarheid en zekerheid oplossing Eén van de belangrijkste uitgangspunten, is het zoeken naar de optie met de laagste kosten. Voor een eerste inschatting van de totale kosten van de diverse warmte-opties is gebruik gemaakt van de Leidraad Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Hierin wordt de oplossing berekend met de laagste “nationale kosten”: de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn voor een warmteoplossing, ongeacht wie die kosten betaalt . In Bijlage E is een vergelijking van de Visie Warmtevoorziening met de Startanalyse opgenomen. In deze bijlage gaan we ook in op andere bestaande modellen, namelijk het Openingsbod van Stedin.

Behalve technische en financiële argumenten speelt ook mee in hoeverre bedrijven een gezamenlijke aanpak prefereren. Gezamenlijkheid ontzorgt ondernemers deels, en heeft soms financiële voordelen (denk aan gezamenlijke inkoop), maar het beperkt de vrijheden voor ondernemers om bijvoorbeeld zelf het moment van investering te bepalen. Een aantal ondernemers heeft al aangegeven concreet aan de slag te willen met verduurzamen, onder andere op bedrijventerrein Nieuweweg. De gemeente biedt ook ruimte voor dit soort initiatieven en wil hierin graag een faciliterende rol in spelen.

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

29

6 Wanneer wordt welk gebied aardgasvrij? Dit hoofdstuk beschrijft het tijdpad. In welke buurten is er de meeste aanleiding om op korte termijn warmtecoalities te vormen om samen de stap van het aardgas te onderzoeken? Welke buurten zijn pas later, op middellange of lange termijn, aan de beurt? We zoeken daarbij steeds naar logische clusters van bebouwing (zie de kaart), dit hoeft dus niet per se een hele buurt te zijn. Met dit tijdpad kunnen bewoners, bedrijven, woningbouwcorporaties en de netbeheerder rekening houden bij hun investeringen. We onderstrepen dat de planning in dit hoofdstuk een globale planning is. Er blijft ruimte om in te spelen op nieuwe kansen, bewonersinitiatieven, of initiatieven van bedrijven.

Uitgangspunten voor het tijdpad De volgende afwegingen hebben meegespeeld bij het bepalen van het tijdpad: Warmtecoalities: waar in de gemeente zijn clusters van vergelijkbare gebouwen aan te wijzen, waar de overstap naar een duurzame warmtebron dezelfde aanpak zal vragen. Bewoners, ondernemers en de woningbouwcorporatie kunnen hier samen optrekken. Zekerheid: hoe zeker is de oplossingsrichting? We beginnen in die buurten waar de meeste zekerheid is. Andersom werkt dit ook: buurten waar bijvoorbeeld duurzaam gas een optie is, zijn naar achteren geschoven in de planning, omdat de toekomstige beschikbaarheid van duurzaam gas op dit moment nog moeilijk te voorspellen is. Initiatieven in de buurt: zijn er al bestaande initiatieven om met de warmtetransitie aan de slag te gaan? Natuurlijke momenten: waar kan een combinatie gemaakt worden met andere werkzaamheden, zoals werkzaamheden aan het riool? En waar is binnenkort het moment om de cv-ketel te vervangen? Er zijn weinig grootschalige werkzaamheden gepland in de openbare ruimte. Wel is meegewogen dat in BovenHardinxveld onlangs het riool vervangen is. Het is niet wenselijk om hier op korte termijn de straat opnieuw open te breken.

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

-

Schaalbaarheid hoeveel woningen of bedrijven kunnen meegenomen in de aanpak? Daarbij, kan Fien Wonen als startmotor/vliegwiel een rol spelen in dit gebied? Dit heeft geleid tot een planning, die weergegeven is in Figuur 10. In paragraaf 6.1 t/m 6.5 wordt voor de verschillende buurten meer informatie gegeven. In hoofdstuk 7 staat vervolgens in meer detail beschreven hoe het proces eruit zal zien. Verkenningsbuurt (2022-2030) - Buurten waar aardgasvrije oplossingen goed haalbaar lijken en we voldoende draagvlak verwachten, ook vanwege de aanwezigheid van bezit van woningcorporatie Fien Wonen. Voor deze buurten starten we tussen 2022 en 2025 met het vormen van kleinschalige warmtecoalities en het maken van uitvoeringsplannen. Daarbij staat draagvlak, de haalbaarheid (technisch en financieel) en de samenwerking met bewoners, ondernemers en andere lokale partijen centraal. We benadrukken dat we in deze buurten starten met onderzoek, maar dat nog niet besloten is wanneer en hoe de buurt van het aardgas gaat. Natuurlijk tempo (2022-2050) - Voor deze gebieden liggen individuele warmteoplossingen per gebouw voor de hand. De gemeente kiest hier voor een natuurlijk tempo: niet de hele buurt tegelijk, maar elk gebouw op een logisch moment, bijvoorbeeld bij een verbouwing of verhuizing.

Middellange termijn / natuurlijk moment (2025-2035) - Over vijf à vijftien jaar moet bij de meeste van deze woningen de cv-ketel vervangen worden. Dit natuurlijke moment wordt zoveel mogelijk benut. Woningen hoeven niet allemaal tegelijkertijd over te stappen. Middellange termijn (2025-2040) - In deze gebieden zien we kansen om een warmtecoalitie te vormen, maar zijn er geen directe aanknopingspunten om al op korte termijn te beginnen. Hier kunnen we leren van de goede voorbeelden in de eerste buurten. Lange termijn (2040-2050) – Voor sommige gebieden, vooral oude woningen, is groen gas een serieuze optie. De beschikbaarheid en prijs van groen gas is op dit moment nog erg onzeker. De gebieden zijn daarom laat in de planning gezet: we wachten de ontwikkelingen rond groen gas af.

30

Figuur 10 Tijdpad voor het aardgasvrij maken van de buurten.

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

31

6.1 Verkenningsbuurten

6.2 Buurten met natuurlijk tempo (2020-2050)

De gebieden waar als eerst warmtecoalities gevormd worden: Wielwijk, De Peulen, BovenHardinxveld en eind jaren ’90 / begin jaren ’00 woningen in Giessendam.

Sommige buurten hebben een lage bebouwingsdichtheid, met veel vrijstaande huizen of twee-onder-een-kap woningen. Dit zijn de buitengebieden van de vier buurten.

Waarom op korte termijn onderzoeken? / Waarom hier starten? In buurten van de De Peulen, De Wielen en Boven-Hardinxveld liggen kansen om met een homogeen cluster van gebouwen, waarin zowel Fien Wonen als particulieren vertegenwoordigd zijn, aan de slag te gaan in een warmtecoalitie. Zowel De Giessen en Beneden-Merwede als de rioolwaterzuiveringsinstallatie zijn lokale warmtebronnen die in deze clusters kansen bieden.

Waarom deze buurten met een natuurlijk tempo? Bij individuele oplossingen hoeven niet alle bewoners op hetzelfde moment van het aardgas af te gaan. Dat heeft een aantal voordelen: het meenemen van energiemaatregelen als er toch verbouwd wordt scheelt gedoe en kosten. Het huis stap voor stap verduurzamen zorgt ervoor dat investeringen verdeeld worden over meerdere jaren.

In de buurt Giessendam is een deel van de woningen gebouwd eind jaren ’90 en begin jaren ’00. Hier is de cv-ketel nu of zeer binnenkort aan vervanging toe. Dat biedt kansen om nu de overstap naar een aardgasvrij alternatief te maken in woningen die al relatief goed geïsoleerd zijn. Wanneer? Start van de verkenning tussen 2022-2025. Als de alternatieve warmtevoorziening haalbaar en betaalbaar is en voldoende draagvlak heeft, start daarna de uitvoering. Het uitvoeren van de plannen kan meer tijd in beslag nemen: tussen de 5 en de 10 jaar. Wat? Voor deze buurten starten we met het vormen van warmtecoalities en het maken van een uitvoeringsplan. Met bewoners wordt onderzocht welke warmtevoorziening het best past en hun voorkeur geniet. Dit hoeft niet voor de hele buurt dezelfde oplossing te zijn. In het traject worden de haalbaarheid en financiële gevolgen van diverse opties in detail doorgerekend.

Koplopers welkom, ook buiten verkenningsbuurten Woont u niet in één van de verkenningsbuurten, maar wilt u wel al aan de slag met aardgasvrij worden? Alleen of met uw buren? Dat kan altijd. Kijk op https://regionaalenergieloket.nl/hardinxveld-giessendam voor meer informatie, of neem contact op met de gemeente via duurzaam@hardinxveld-giessendam.nl.

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

Wanneer? In deze buurten kiezen we voor een geleidelijk tempo: niet de hele buurt tegelijk, maar elk gebouw op een logisch moment, bijvoorbeeld bij een verbouwing of verhuizing. De gemeente wil bewoners hier zo lang mogelijk de tijd voor geven, en heeft de einddatum daarom op 2050 gezet. Dat lijkt lang, maar in een periode van 30 jaar komt bij veel bewoners maar één keer een echt groot ‘natuurlijk moment’ voor om de woning aardgasvrij of aardgasvrij-ready te maken. We roepen bewoners daarom op om verhuizingen, verbouwingen en opknapwerkzaamheden (ook binnenshuis) daadwerkelijk te benutten om de woning (stapsgewijs) aardgasvrij te maken. Daarom beginnen we vanaf nu met voorlichting geven aan bewoners.

Tip: stel na isolatiemaatregelen de aanvoertemperatuur voor verwarming op uw cv-ketel in op 55 of 60 graden in (zie handleiding van uw ketel). Als bewoner spaart dat energie uit en op deze manier kunt zelf ervaren of uw woning geschikt is voor een warmtepomp. Indien u uw woning niet voldoende warm krijgt in de winter, dan kunt u de ketel altijd weer op een hogere temperatuur instellen. Zie meer informatie op www.zetmop60.nl.

Wat? Hier liggen individuele oplossingen, zoals een warmtepomp, het meest voor de hand (zie hoofdstuk 5). Woningeigenaren kunnen stap voor stap maatregelen nemen, bijvoorbeeld door eerst te isoleren en een paar jaar later de cv-ketel te vervangen door een warmtepomp. Bewoners kunnen hierbij ondersteuning krijgen van de gemeente (zie paragraaf 7.4).

32

6.3 Middellange termijn & natuurlijk moment (2025-2035) In de planning is er speciale aandacht voor de recent gebouwde woningen in Giessendam en Boven-Hardinxveld (bouwjaar na 2005, grotendeels na 2015).

6.4 Middellange termijn (2025-2040) Op middellange termijn volgen relatief dichtbebouwde gebieden van de vier wijken in Hardinxveld-Giessendam, met zowel woningen als bedrijven.

Waarom deze buurten tussen 2025 en 2030? In deze buurten zijn woningen gebouwd in de afgelopen vijf à tien jaar. De woningen zijn nog voorzien van een cv-ketel. Een cv-ketel gaat gemiddeld zo’n 15 jaar mee, en zal daarom in deze woningen over 5-15 jaar aan vervanging toe zijn.

Waarom op de middellange termijn? In deze gebieden zijn de buurten vaak wat minder homogeen, of is de warmteoplossing minder duidelijk dan in de verkenningsbuurten. Wel is het hier interessant om collectieve systemen te verkennen, maar zijn er geen directe aanknopingspunten om al op korte termijn te beginnen. Hier kunnen we leren van de goede voorbeelden in de eerste warmtecoalities.

Wanneer? Afhankelijk van het bouwjaar wordt vanaf 2025 of later samen met bewoners gekeken naar de alternatieven voor een cv-ketel. Hierin kan geleerd worden van de eerste warmtecoalities waar de cv-ketel vervangen is. Het vervangen hoeft niet voor alle bewoners in de buurt op precies hetzelfde moment plaats te vinden.

Wanneer? Verkenningen starten, cluster voor cluster, vanaf 2025. Het uitvoeren van de plannen kan meer tijd in beslag nemen: tussen de 5 en de 10 jaar na het afronden van de planvorming. Als er vóór 2025 op initiatief van bewoners of ondernemers al actieve warmtecoalities ontstaan, zijn die meer dan welkom!

Wat? De gemeente zorgt voor gerichte voorlichting aan bewoners als het vervangingsmoment voor de cv nadert. Er kan een gezamenlijke inkoopactie worden opgezet, en mogelijk kunnen koplopers een rol spelen om hun ervaringen met de buren te delen. Dat geldt zowel op het gebied van de installatie als de isolatieaanpak.

Wat? Voor deze buurten volgt op termijn een uitvoeringsplan: hierin wordt onderzocht welke warmtevoorziening het best past. De haalbaarheid en financiële gevolgen van diverse opties worden doorgerekend. Vervolgens wordt met bewoners een keuze gemaakt. Dit hoeft niet voor de hele buurt dezelfde oplossing te zijn.

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

33

6.5 Lange termijn (2040-2050)

6.6 Bedrijventerreinen

De gebieden waar veel oude woningen en bedrijven staan, bijvoorbeeld de lintbebouwing langs de Giessen, zijn moeilijker goed te isoleren. Soms beperkt de bouwkundige staat de maatregelen of hebben panden een monumentale status. Deze gebieden verspreid over de gemeente zijn als laatst aan de beurt.

Het bovenstaande tijdpad geldt ook voor bedrijven, winkels en kantoren die verspreid in de buurten gevestigd zijn – zij gaan mee in de transitie met de buurt waarin ze liggen. Verspreid over de gemeente ligt ook een aantal bedrijventerreinen. Voor bedrijventerreinen wil de gemeente zoveel mogelijk aansluiten op ambities van ondernemers en herontwikkeling van bedrijventerreinen. Indien er zich in naastgelegen wijken ontwikkelingen voordoen, zal de gemeente overwegen om ook het nabijgelegen bedrijventerrein te betrekken. Anderzijds nodigt de gemeente ondernemers uit om zich te melden, zodra er plannen of ambities zijn om het terrein te moderniseren of te verduurzamen. Immers, ook bedrijven zullen zich moeten voorbereiden op een toekomst zonder aardgas. Waar nodig zal per bedrijventerrein een specifiek traject met de bedrijven opgezet worden. Onder andere op bedrijventerrein Nieuweweg hebben ondernemers kenbaar gemaakt met verduurzaming aan de slag te willen. Gemeente Hardinxveld-Giessendam gaat zich de inzetten om samen met de ondernemers tot een plan te komen.

Waarom deze buurten op de lange termijn aanpakken? Er staan hier vrij veel oude gebouwen en monumenten die lastig te verduurzamen zijn. Dit alles maakt het lastig om te bepalen wat de beste duurzame techniek is. We wachten daarom verdere technologische ontwikkelingen af. Mogelijk is duurzaam gas (waterstof of biogas) hier een geschikte oplossing, maar het is op dit moment niet te zeggen of daar op termijn in Nederland voldoende van beschikbaar komt. Pas als daar meer duidelijkheid over is, starten we een verkenning voor deze buurten. Wanneer? Vanaf 2040 wordt gestart met gedetailleerd onderzoek en het opstellen van uitvoeringsplannen. Uiterlijk 2050 zullen de laatste buurten van het aardgas gehaald worden.

Voor een deel van de bedrijventerreinen is mogelijk een gezamenlijke oplossing met aangrenzende woningen interessant. In de buurten De Peulen en Neder-Hardinxveld is dit ook terug te zien op de Visie Warmtevoorziening en Fasering kaarten. In de verkenningen voor deze woonwijken zullen de aangrenzende bedrijven daarom ook worden meegenomen.

Wat?We wachten technologische ontwikkelingen en de ervaringen in de andere buurten af voordat we besluiten welke warmtevoorziening hier komt. Tot die tijd is het van belang nu al energie te besparen en de woning zo goed mogelijk voor te bereiden op aardgasvrij. Bewoners kunnen daarom ondersteuning krijgen bij het isoleren van hun woning (zie paragraaf 7.4).

De uitnodiging Bovenstaand tijdpad is niet in beton gegoten. We willen nadrukkelijk bewonersgroepen, ondernemers(verenigingen), energiecorporaties, energiebedrijven en andere initiatiefnemers uitnodigen om een warmtecoalitie te vormen en aan de slag te gaan! De gemeente kan helpen bij het vormgeven van het proces. U kunt contact opnemen via duurzaam@hardinxveld-giessendam.nl.

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

34

6.7 Inschatting van het tempo Onderstaande grafiek (Figuur 11) geeft een globale inschatting van het aantal woningen dat per jaar van het aardgas afgaat, als we de planning die hierboven beschreven is aanhouden14. Dit gebruiken we als referentie om de voortgang (exclusief bedrijventerreinen) in de komende decennia te monitoren. Door in de komende jaren het aantal woningen dat van het aardgas af is, af te zetten tegen onderstaande grafiek, wordt duidelijk of het aardgasvrij maken van Hardinxveld-Giessendam op schema ligt en haalbaar is.

Disclaimer Zowel het opstellen van een Transitievisie Warmte als het opstellen van uitvoeringsplannen zal een aanzienlijke inzet vragen van de gemeentelijke organisatie. Om hier in te kunnen voorzien zijn we als gemeente grotendeels afhankelijk van de financiële middelen van de Rijksoverheid. Zonder of met beperkte middelen van het Rijk zal het tempo dat geschetst is in deze Transitievisie Warmte moeten worden bijgesteld. We zullen dan bijvoorbeeld in minder en of met vertraging in gebieden starten met de verkenning en het opstellen van de uitvoeringsplannen.

Figuur 11: Tempo van de transitie. Grove inschatting van het aantal woningen dat per jaar van het aardgas gaat (gele balken) en van het percentage aardgasgebruik ten opzichte van 2020 dat dan overblijft (groene lijn). Het percentage in de gekleurde balken onderaan geeft aan welk deel van de woningen in deze categorie valt.

14

Hierbij is (als eerste indicatie) het aantal woningen steeds gelijkmatig verdeeld over het tijdvak.

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

35

7 Vervolgstappen De komende jaren zetten we de eerste stappen om uiteindelijk in 2050 een volledig aardgasvrije gemeente te zijn. De activiteiten die de gemeente al organiseert en nog wil opzetten worden in dit hoofdstuk uiteengezet.

7.1 Uitvoeringsagenda Hoe we de komende jaren te werk gaan, beschrijven we in onderstaande uitvoeringsagenda: Onderdeel

Periode

Toelichting

1. Aanpak verkenningsbuurten

2021-2026

2. Aanpak nieuwbouwwijken (na 2005)

2021-2026

3. Aanpak overige buurten

Doorlopend

4. Aanpak bedrijventerreinen, utiliteit en maatschappelijk vastgoed

2021-2026

In de verkenningsbuurten stellen we in samenwerking met inwoners en lokale partijen een uitvoeringsplan op. Zie paragraaf 7.2.  Gerichte communicatie vóór vervangingsmoment cv-ketel.  Gezamenlijke inkoopacties (onder meer isolatie) Hier staat energiebesparing centraal.  De gemeente (via energiecontactfunctionaris, het Regionaal Energieloket en lokale bedrijvenalliantie) informeert bewoners over verduurzaming eigen woning.  Ondersteuning voor bewonersinitiatieven Zie paragraaf 7.4  Met ondernemers aan de slag Zie paragraaf 7.5

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

1. Regie op collectieve warmtebronnen

2021-2022

6. Communicatie en informatievoorziening

Doorlopend

7. Participatieplan

2022

8. Doorontwikkeling Transitievisie Warmte

2025-2026

Bepalen van spelregels voor collectieve warmte Zie paragraaf 7.6 De gemeente stelt een communicatie- plan op, om te zorgen dat diverse doelgroepen op de hoogte zijn en voldoende informatie kunnen vinden. Zie paragraaf 7.7. De gemeente stelt een participatieplan op om de werkwijze voor het betrekken van bewoners in de uitvoeringsplannen vorm te geven. Zie paragraaf 7.8. De Transitievisie Warmte wordt iedere 5 jaar geactualiseerd. Zo kunnen we inspelen op nieuwe technologieën en ontwikkelingen, en leren van opgedane ervaringen.

36

7.2 Aanpak verkenningsbuurten De komende jaren start de gemeente met het maken van uitvoeringsplannen voor de verkenningsbuurten. Dat is maatwerk. Elke buurt heeft eigen kenmerken, en bewoners hebben zoveel mogelijk invloed op hun eigen buurt. Rechts een schets van de stappen die in die buurten doorlopen worden. Het begint met het vormen van een warmtecoalitie: gebouweigenaren, bewoners en ondernemers die samen op kunnen trekken, bijvoorbeeld omdat hun panden allemaal uit dezelfde bouwperiode stammen. Vervolgens kiezen deze partijen gezamenlijk welk alternatief voor aardgas gewenst is. Een uitvoeringsplan komt altijd tot stand in nauwe samenwerking met bewoners, woningbouwcorporatie, bedrijven en andere lokale partijen. Bewoners kunnen deelnemen in een klankbordgroep om zo direct input te leveren. De gemeente zorgt (indien gewenst door de partijen in de warmtecoalitie) voor een procesbegeleider en organiseert het participatietraject. De gemeente toetst tevens op de uitgangspunten zoals die onderdeel zijn van deze TVW (Hoofdstuk 3). De woningcorporatie speelt een grote rol in de communicatie met hun huurders, en uiteraard in de aanpak voor hun vastgoed. Ook Stedin is nauw betrokken. Een ander vast onderdeel is een gedetailleerde studie van de kosten en technische haalbaarheid.

Voor de meest kansrijke warmteopties wordt in detail in kaart gebracht welke voordelen, nadelen, kosten en besparingen realistisch zijn. Ook financieringsmogelijkheden worden uitgewerkt. Op dit moment mag een gemeente nog niet besluiten om het aardgas in een buurt weg te halen. Wetgeving hierover is nog volop in ontwikkeling. De verwachting is dat er binnen enkele jaren nieuwe wetgeving komt, waarin de gemeente meer bevoegdheden krijgt (zie kader Warmtewet). In de uitvoeringsplannen kan dan (naar verwachting) het besluit worden genomen om het aardgas in een bepaalde buurt of straat te verwijderen, en ook kan de gemeente dan waarschijnlijk gebieden aanwijzen voor collectieve warmte. Gebouweigenaren blijven zelf beslissen over de maatregelen in hun woning of gebouw. Om tot besluitvorming te komen over het verwijderen van het aardgas is het nodig om aan een aantal randvoorwaarden te voldoen.

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

37

De gemeenteraad wordt pas gevraagd definitief in te stemmen als voldaan is aan voorwaarden, zoals: a. er is een oplossing die duurzaam en technisch haalbaar is b. de oplossing is voor alle belanghebbenden in principe financierbaar c. er is draagvlak bij een ruime meerderheid van bewoners, bedrijven en andere belanghebbende organisaties die nodig zijn voor de realisatie d. bewoners en andere gebouweigenaren krijgen voldoende tijd om de aanpassingen uit te voeren. e. juridisch wordt voldaan aan alle wettelijke voorwaarden. Als de gemeenteraad en andere partijen akkoord zijn, worden daarna afspraken gemaakt over de realisatiefase. Bijvoorbeeld over de tijdplanning en het contracteren van partijen.

Warmtewet 2: waar gaan we naartoe? Wetgeving over de warmtetransitie is nog volop in ontwikkeling. Een belangrijke wet die in de maak is, is de warmtewet 2. Deze wet geeft de kaders bij de ontwikkeling en exploitatie van warmtenetten. De Warmtewet 2 moet per 1 januari 2022 ingaan, al lijkt de kans aanwezig dat die datum niet gehaald wordt. In een kamerbrief van 20 december 2019 heeft minister Wiebes aangegeven welke kant het opgaat met de Warmtewet 2. De belangrijkste kenmerken van de nieuwe wet zijn: A.

7.3 Aanpak buurten gebouwd na 2005 Een cv-ketel gaat gemiddeld zo’n 15 jaar mee. Woningen met een bouwjaar na 2005 naderen de komende jaren dus dit vervangingsmoment. Bovendien zijn deze woningen vaak al goed genoeg geïsoleerd om direct op een warmtepomp over te stappen. De gemeente onderneemt de volgende activiteiten om dit natuurlijke moment te benutten:  Gerichte voorlichting aan bewoners, zo’n 10-15 jaar na oplevering.  Organiseren van gezamenlijke inkoopacties  Organiseren van het samen optrekken bewoners (bijvoorbeeld gezamenlijk offertes aanvragen, informatie uitwisselen).  Afstemming de regio met als onderdeel daarvan afstemming met Stedin over de beschikbare netcapaciteit van het elektriciteitsnet.

B.

C.

D.

De gemeente bepaalt, binnen landelijke kaders, voor welk gebied (het warmtekavel) een warmtebedrijf wordt aangewezen. Het warmtebedrijf heeft de wettelijke taak om binnen een warmtekavel een collectief warmtesysteem tegen zo efficiënt mogelijke kosten en met een duurzame en betrouwbare kwaliteit te realiseren. Het warmtebedrijf wordt daarbij integraal verantwoordelijk voor de gehele warmteketen, van productie en distributie tot levering. Er wordt de mogelijkheid gecreëerd om vanuit het Rijk een warmtetransportbeheerder aan te wijzen, voor uitzonderlijke situaties waarin regionale belangen de regierol van gemeenten overstijgen. De nieuwe tariefmethodiek zal (meer) kosten-gebaseerd worden. Dat biedt consumenten de zekerheid dat ze een redelijk tarief betalen voor de warmte die ze afnemen. Warmtebedrijven krijgen de zekerheid dat efficiënte kosten die zij maken voor de uitvoering van hun taak terugverdiend kunnen worden inclusief een redelijk rendement.

Kortom, in de voorlopige versie van de warmtewet krijgen gemeenten de rol om te besluiten in welke gebieden er een collectieve voorziening komt. Daarnaast komen er regels voor de tarieven, zodat consumenten kunnen rekenen op een eerlijke prijs.

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

38

7.4 Aanpak overige buurten: energiebesparing Voor woningen die pas later van het aardgas afgaan, kunnen nu al stappen worden gezet met energiebesparing en met de voorbereiding op een aardgasvrije toekomst. Energiebesparing is immers een cruciale stap! Door isolatie daalt het energieverbruik, wordt de energierekening lager en de woning comfortabeler. De gemeente ondersteunt bewoners en bewonersgroepen die hun huis willen verduurzamen op verschillende manieren. De volgende activiteiten zijn al in gang gezet:  Regionaal Energieloket informeert bewoners over verduurzaming eigen woning.  Voorbeeldwoningen laten zien wat de mogelijkheden zijn voor eigenaren van soortgelijke woningen.  Er wordt een bijdrage voor kleine energiebesparende maatregelen en voorlichting gegeven op grond van het RRE-W programma  In samenwerking met het Energiecollectief Zuid-Holland-Zuid en andere lokale ondernemers wordt een lokaal aanbod gedaan voor energiebesparende maatregelen. Aanvullend focust de gemeente op het verstrekken van informatie, onder andere in samenwerking met het Regionaal Energieloket, op onderstaande thema’s:  Financiering en subsidies. Bewoners geven aan dat subsidiemogelijkheden soms nog lastig te vinden zijn.  Geen-spijt perspectief: deze Transitievisie Warmte geeft aan welke eindoplossing het meest waarschijnlijk is en wanneer verschillende kernen/linten aan de beurt zijn.

Bewoners moeten ondersteuning krijgen hoe ze maatregelen om hun woning hierop af kunnen stemmen. Welke energiebesparende maatregelen, zoals isoleren en hybride warmtepompen, zijn geschikte tussenstappen?  De ervaringen delen van koplopers via diverse communicatiekanalen en bijeenkomsten  Ervaringen delen uit andere gemeenten

ook individuele oplossingen kiezen die passen bij bijvoorbeeld grotere gebouwen en/of hun specifieke warmtevraag. Het aardgasvrij maken van bedrijventerreinen willen we zoveel mogelijk hand in hand laten gaan met ontwikkelingen op de bedrijventerreinen zelf. Daar waar er sprake is van herontwikkeling van bedrijventerreinen, of daar waar bedrijven willen verduurzamen, wil de gemeente graag om tafel met de lokale partijen om tot een optimale gebiedsoplossing te komen. Er is daarom al een informatiesessie georganiseerd om ondernemers op de hoogte te stellen van de ontwikkeling van de Transitievisie Warmte. Uit deze informatiesessie kwam naar voren dat een aantal ondernemers graag aan de slag gaat met verduurzaming. De gemeente zal hier in een faciliterende rol in spelen om samen tot toekomstbestendige en rendabele oplossingen te komen.

7.6 Regie op collectieve warmtebronnen De gemeente kiest er voor om de kracht van de samenleving te benutten in plaats van dat de overheid alles zelf doet. We verlenen daarom medewerking aan initiatieven uit de markt en de samenleving. Om dit in goede banen te leiden, worden kaders ontwikkeld, in samenwerking met de RES-regio. Deze gelden voor alle initiatieven met collectieve warmte, waarbij er op gemeentegrond warmte-infrastructuur wordt aangelegd. Dat kan van heel kleinschalig (enkele gebouwen) tot groot (bijvoorbeeld cluster- of wijkniveau). Waar gebouweigenaren stappen willen zetten richting aardgasvrij die passen binnen de kaders van deze transitievisie warmte, verlenen we graag medewerking om deze initiatieven uit te voeren.

7.5 Aanpak bedrijventerreinen, utiliteit en maatschappelijk vastgoed Voor bedrijven en utiliteitbouw die in buurten staan met veel woningen, zal tijdens een buurtverkenning bekeken worden of de warmtevoorziening die bij de buurt past ook gunstig is voor de bedrijven en utiliteitsbouw. Indien nodig kunnen bedrijven en utiliteitsgebouwen

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

39

7.7 Communicatie en informatievoorziening In het voorgaande is de rol van de gemeente is de communicatie met bewoners over wat er op hen afkomt, al meerdere keren genoemd. Om de communicatie op de verschillende onderdelen goed af te stemmen, zal de gemeente een communicatieplan opzetten.

7.8 Participatieplan De uitvoeringsplannen maken we samen met bewoners en andere betrokkenen. Om de participatie vorm te geven stelt de gemeente een participatieplan op. Hierin wordt opgenomen dat het besluit om daadwerkelijk over te stappen pas wordt genomen als bekend is wat de consequenties zijn voor de woonlasten van bewoners en ondernemers, en er een gedegen haalbaarheidsstudie is afgerond en er voldoende draagvlak is. Het plan omschrijft nader wanneer er voldoende draagvlak is.

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

Advies van bewoners Tijdens de tweede meedenkavond is met bewoners besproken hoe zij de participatie en communicatie het liefst zien. Daar kwam het volgende advies uit:

Zet ambassadeurs in

Maak een praatje bij de viskraam of de voetbalclub

Schakel de kerken in

Laat mensen op wijkniveau de kar trekken

Zet energiecoaches in

Actie vanuit Regionaal Energieloket

Schakel de regionale omroep in

Laat goede voorbeelden zien

40

Bijlage A Uitgangspunten voor de Transitievisies warmte 2021 in de regio Drechtsteden

maatschappelijk aanvaardbaar en voor iedereen toegankelijk is. We erkennen dat deze transitie veel meer is dan een technische operatie. Oog voor de sociaal-maatschappelijke kant van de transitie is dan ook essentieel. Voldoende beschikbaarheid van goede begeleiding en ondersteuning voor gebouweigenaren is daarbij een randvoorwaarde. 3.

Keuzevrijheid in alternatieven, maar aardgas is op termijn geen keuze meer Gebouweigenaren en/of bewoners worden altijd betrokken bij de keuze voor de warmtevoorziening in hun wijk. De gebouweigenaar maakt zelf de keuze over het alternatief voor zijn of haar woning of gebouw. De praktijk zal echter ook uitwijzen dat er niet altijd sprake is van een vrije keuze uit alle oplossingen, vanwege technische of financiële beperkingen. Niet overal zijn bijvoorbeeld warmtenetten mogelijk. Ook is het niet realistisch om te verwachten dat overal duurzaam gas beschikbaar zal komen, gezien de beperkte verwachte beschikbaarheid daarvan voor de gebouwde omgeving. Het is belangrijk om een balans te vinden tussen keuzevrijheid en betaalbaarheid, want meer van het één betekent soms minder van het ander. Dit speelt bijvoorbeeld wanneer in een wijk meerdere eigenaren kiezen voor een individuele oplossing in een gebied waar een collectieve oplossing de meest betaalbare optie is. Die keuze maakt de collectieve oplossing minder betaalbaar. In wijken waar een collectieve warmteoplossing voor de hand ligt, is het daarom niet vanzelfsprekend om particulieren aan te moedigen te kiezen voor een individuele warmtepomp. Desalniettemin heeft een gebouweigenaar altijd een optie om niet mee te doen met het voorkeursalternatief voor de wijk en zelf een duurzaam alternatief te kiezen.

Maar aardgas is op termijn geen optie meer.

4.

Durven stappen te zetten naar een duurzame gebouwde omgeving Uit de participatie blijkt dat veel mensen de overstap naar aardgasvrij op dit moment (nog) niet willen maken. Dat is begrijpelijk, aangezien belangrijke randvoorwaarden zoals de betaalbaarheid nog niet op orde zijn. Tegelijkertijd willen we onze verantwoordelijkheid nemen voor het klimaat, en onderschrijven we het uitgangspunt van het Klimaatakkoord van een CO2 neutrale gebouwde omgeving in 2050. De transitie naar aardgasvrije gebouwen is een essentieel onderdeel van die opgave. We kunnen en willen dus niet wachten, en we durven stappen te zetten. Wel doen we dat pragmatisch: we starten alleen daar waar de overstap haalbaar en betaalbaar is, we leren van initiatieven binnen en buiten de Drechtsteden, we houden rekening met natuurlijke momenten en hebben altijd oog voor de duurzaamheid van keuzes die we maken, met als einddoel een volledig CO2-neutrale gebouwde omgeving in de Drechtsteden.

Onderdeel van ‘Notitie van uitgangspunten’, 17 december 2020

Uitgangspunten voor de transitievisie warmte Samen met stakeholders en met de input uit de eerste participatieronde (enquête en platform) zijn de uitgangspunten voor de TVW opgesteld. Deze uitgangspunten vormen de basis voor de warmtetransitie van de zes genoemde gemeenten in de Drechtsteden. 1.

2.

Voortvarend aan de slag met isolatie en andere vormen van energiebesparing Goede isolatie, ventilatie en de overstap naar elektrisch koken zijn essentieel om onze gebouwde omgeving op een aardgasvrije en duurzame manier te verwarmen. Het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving is een stapsgewijs proces. Ook in buurten waar nu nog geen betaalbare of passende oplossing is om van het aardgas af te gaan, kunnen woningen en gebouwen zich al voorbereiden op de transitie. In die buurten is het van belang gebouweigenaren te stimuleren en te ondersteunen om gebouwen “transitiegereed” te maken door aan de slag te gaan met tussenstappen zoals isoleren en hybride oplossingen. Zowel uit de enquête als de reacties op het participatieplatform blijkt dat veel bewoners zien dat er op het gebied van isolatie nog veel winst te behalen valt. Iedereen moet mee kunnen doen Betaalbaarheid is voor inwoners van de Drechtsteden een belangrijk vraagstuk en komt in de participatie met stip naar voren als het belangrijkste thema. Er is nog veel onzekerheid over de kosten van de warmtetransitie en de verdeling van de kosten en er ligt een taak bij de Rijksoverheid om dit op te lossen. Wat we wel weten is dat de warmtetransitie alleen kan slagen als iedereen mee kan doen, ook mensen met lagere inkomens, en dat daar oplossingen voor moeten komen.

Daarom pakken we de transitie gefaseerd aan en gaan we pas van het aardgas af als het alternatief voor aardgas

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

41

niet over de diverse instrumenten die kunnen zorgen voor een eerlijke verdeling van de kosten. Dat zijn vraagstukken waar de Rijksoverheid zich over buigt en waar in de eerste wijkuitvoeringsplannen ervaring mee wordt opgedaan.

Afwegingscriteria voor keuzes in de transitievisie warmte In samenwerking met stakeholders en met de input uit de samenleving zijn de volgende afwegingscriteria opgesteld. De afwegingscriteria bestaan uit twee delen, (1) criteria om de voorkeurswarmteoptie per buurt te bepalen en (2) criteria om de volgorde oftewel de fasering te bepalen waarin we aan de slag gaan met de warmtetransitie. Beide delen worden hieronder separaat toegelicht

Afwegingscriteria voorkeurswarmteoptie per buurt Onderstaande criteria zijn van toepassing op het bepalen van de voorkeursinfrastructuur per buurt, ook wel de warmteoptie genoemd. In de transitievisie warmte wordt naar het volledige spectrum aan warmteopties gekeken, van hoge tot lage temperatuur en van tussenoplossing tot eindoplossing. Alle aardgasvrije warmteoplossingen vallen binnen drie infrastructuren: warmtenet, elektriciteitsnet of gasnet (in combinatie met hernieuwbaar gas). In lijn met het Klimaatakkoord zal in de transitievisie warmte per buurt een voorkeursrichting voor de aardgasvrije infrastructuur worden bepaald, waarvoor onderstaande criteria worden gehanteerd. 1. Laagste maatschappelijke kosten We streven naar warmteoplossingen met de meest optimale balans tussen kosten en baten. Daarbij kijken we naar de kosten van de combinatie van gebouwgebonden maatregelen, energie-infrastructuur en energiebronnen, samen de “maatschappelijke kosten” genoemd. Dit kan per wijk verschillen. Daarnaast is het belangrijk om rekening te houden met de kosten voor het totale systeem, dus niet alleen naar de kosten die specifiek gelden voor een betreffend gebied of buurt, om versnippering van infrastructuren te voorkomen.

In de verder uitwerking van plannen in de wijken is het belangrijk ook oog te hebben voor maatschappelijke baten in bredere zin, bijvoorbeeld in de vorm van werkgelegenheid, inclusiviteit, en leefbaarheid. Uit zowel de enquête als discussies op het participatieplatform blijkt dat er onder bewoners zorgen bestaan over de kosten van de overstap naar aardgasvrij. De transitievisie warmte geeft geen uitsluitsel over alle onzekerheden over de kosten, maar sorteert wel voor op betaalbare oplossingen door per wijk de aardgasvrije oplossing met de laagste maatschappelijke kosten voorrang te geven. Door de laagste maatschappelijke kosten als uitgangspunt te nemen brengen we de betaalbaarheid voor bewoners dichterbij. De transitievisie warmte geeft geen antwoord op de vraag hoe de kosten vervolgens eerlijk verdeeld worden, en gaat

2.

Duurzaamheid: CO2 reductie en inpassing van lokale energiebronnen Bij de keuze van warmteoplossingen krijgt de infrastructuur die de meeste CO2 reductie levert en waarbij lokale energiebronnen kunnen worden ingezet de voorkeur. Het gaat hierbij niet alleen om verduurzaming op korte termijn, maar ook om het kiezen voor de infrastructuur die toekomstige duurzame bronnen (warmte, elektriciteit en in de toekomst mogelijk ook hernieuwbaar gas) het beste kan ontsluiten, om zo toegang te bieden tot een CO2-neutrale energievoorziening. Vanuit de RES is bekend dat er in de regio een grote aanwezigheid van warmtebronnen is, en dat de ruimte voor het opwekken van duurzame elektriciteit schaars is. Ook bewoners geven op het platform aan zich zorgen te maken over de verzwaring van het elektriciteitsnet, en zijn benieuwd of waterstof in de toekomst een rol kan spelen in de warmtevoorziening. De voorkeursvolgorde van bronnen voor nieuwe manieren van verwarming zoals vastgesteld in de concept-RES15 houdt rekening met deze aspecten, en is leidend voor de transitievisies warmte: 1. Direct bruikbare warmte 2. Op te waarderen warmte 3. Te maken warmte Zie voor meer toelichting bijlage 4. In de TVW wordt ook rekening gehouden met de temperatuurregimes passend bij de verschillende bronnen en infrastructuren.

Het behoud van lucht- bodem- en waterkwaliteit is een randvoorwaardelijk voor een duurzame transitie naar aardgasvrij. De milieueffecten van verschillende bronnen worden in de RES verder geïnventariseerd. 3.

Inpasbaarheid in de ondergrond en de openbare ruimte Een alternatief voor aardgas moet inpasbaar zijn in de ondergrond en openbare ruimte. Zo is het aanleggen een warmtenet niet altijd mogelijk door drukte in de ondergronden die bijvoorbeeld voorkomt in historische stadscentra. All-electric oplossingen vragen vaak om verzwaring van het elektriciteitsnet, wat impact kan hebben op de openbare ruimte in de vorm van extra transformatorhuisjes in de wijk. De inpasbaarheid van alternatieven worden meegenomen in de afweging in de transitievisie warmte, om tot realistische voorkeursopties per buurt te komen.

15

Deze voorkeursvolgorde voor nieuwe manieren van verwarmen is opgesteld door de Provincie ZuidHolland en overgenomen in de Concept-RES.

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

42

huidige gasnet, rioolvervanging, werkzaamheden aan de openbare ruimte, verbouwingen of de vervanging van Cv-ketels. Daarnaast wordt er gekeken naar de samenhang met aardgasvrije nieuwbouwlocaties, niet alleen bij het bepalen van de fasering maar ook om in infrastructuur en brongebruik af te stemmen. Waar logische “koppelkansen” liggen met deze planningen of andere opgaven in de gemeente, maken we daar gebruik van. Een aandachtspunt hierbij is dat afstemming in planningen niet tot veel vertraging moet leiden doordat partijen op elkaar gaan wachten.

Afwegingscriteria fasering Op basis van onderstaande criteria zal het tijdspad dat wordt gegeven in de transitievisie warmte tot stand komen. We maken in lijn met het klimaatakkoord onderscheid tussen starten voor of na 2030. Buurten of gebouwcategorieën die op basis van de criteria als kansrijk worden beschouwd zullen eerder aan bod komen. 1.

Er is een haalbare en betaalbare oplossing in zicht Een buurt is kansrijk om voor 2030 te starten op het moment dat er een betaalbare alternatieve warmteoptie voorhanden is die voor het merendeel van de betrokken partijen tegen de laagste maatschappelijke kosten realiseerbaar is. Randvoorwaarde daarbij is dat partijen voldoende capaciteit en investeringsruimte hebben om het beoogde alternatief ook daadwerkelijk te realiseren.

2.

En zijn kansen om energie te besparen Veel bewoners uiten op het participatieplatform een voorkeur voor een prioriteit op CO2-reductie door isolatie. De kansen op CO2-reductie door energiebesparing wordt meegenomen in de afwegingen in de TVW’s. Buurten of gebouwcategorieën waar veel kansen liggen om energie te besparen, bijvoorbeeld door te isoleren, komen eerder aan bod in de fasering. Een thema dat in deze afweging wordt meegenomen is energiearmoede. Gebieden waar (de kans op) energiearmoede bestaat kunnen eerder in aanmerking komen voor aanpakken gericht op isolatie of aardgasvrij, met het oog op het verlagen van de woonlasten.

3.

Aanwezigheid van woningcorporaties en andere grote gebouweigenaren Als in een wijk grote eigenaren met veel aardgasgebruik aanwezig zijn, biedt dat kansen voor collectieve warmteoplossingen en kan er kostenvoordeel ontstaan ten opzichte van individuele oplossingen. Hierbij kan gedacht worden woningcorporaties of bedrijventerreinen. Woningcorporaties in de Drechtsteden spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van warmtenetten. In 2020 hebben de woningcorporaties in de Drechtsteden SAH (Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen) subsidie ontvangen voor het aansluiten van 6000 extra woningen op het warmtenet voor 2025, verspreid over 5 gemeenten. Dit is een belangrijke ontwikkeling die wordt meegenomen in de wijkfasering.

4.

Er kan een combinatie worden gemaakt met natuurlijke vervangingsmomenten of werkzaamheden We geven voorrang aan locaties waar een combinatie kan worden gemaakt met natuurlijke vervangingsmomenten of werkzaamheden, zoals renovatiemomenten van woningcorporaties of andere grote eigenaren, vervanging of sanering van het

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

5.

Lokale initiatieven en betrokkenheid van inwoners en ondernemers In wijken waar inwoners en/of ondernemers positief staan tegenover de warmtetransitie en zich georganiseerd hebben, kunnen sneller stappen gezet worden en draagvlak worden behaald. Wijken waar bewoners zich verenigen in concrete initiatieven op het gebied van energiebesparing of aardgasvrij kunnen daarom voorrang krijgen in de prioritering. Dit sluit aan bij de resultaten uit de enquête, waar een groot deel aangeeft het verstandig te vinden te starten in wijken waar bewoners de overstap willen maken. Bewonersinitiatieven kunnen ook gedurende de looptijd van de TVW 2021 ontstaan.

43

Bijlage B

Bouwjaren

Figuur 12 Bouwjaren van de panden in gemeente Hardinxveld-Giessendam

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

44

Bijlage C Toelichting technische analyse In hoofdstuk 4 is een voorspelling gegeven van de energiebesparing. In deze bijlage lichten we de analyse achter de besparingen toe.

Inventarisatie huidige energielabels en warmtevraag De huidige energielabels komen van verschillende (landelijke) bronnen. In eerste instantie zijn afgemelde(/geregistreerde) of voorlopige energielabels van het RVO gebruikt. Wanneer er geen energielabel beschikbaar is, is een inschatting gemaakt voor het label op basis van het bouwjaar van de woning. Dit geldt voor ongeveer 1% van de woningen. Voor utiliteit is maar een klein deel van de energielabels bekend. Dat betekent dat een groot deel van de energielabels zelf ingeschat is op basis van het bouwjaar, zie Figuur 14.

Figuur 14. Herkomst energielabels utiliteitspanden gemeente Hardinxveld-Giessendam. Vervolgens bepalen we door middel van de energielabels de warmtevraag van de woningen. Bij elk energielabel hoort een inschatting voor de warmtevraag per m2. De gebruikte waardes zijn gegeven in Tabel 5. De waardes zijn gebaseerd op literatuur en een analyse van de warmtevraag in Nederland. Door de warmtevraag per m2 te vermenigvuldigen met de oppervlakte van de woningen (gegeven in de BAG) kunnen we uiteindelijk de huidige warmtevraag per woning inschatten. De inschatting van de huidige warmtevraag wordt altijd gecheckt met het gemeten aardgasverbruik in de gemeente.

Voorspelling toekomstige energielabel

Figuur 13. Herkomst energielabels gemeente Hardinxveld-Giessendam.

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

Aan de hand van de huidige energielabels voorspellen we een toekomstig energielabel. Voor elk huidig energielabel gaan we uit van een labelstap die als economisch rendabel wordt beschouwd. Deze labelstappen zijn gebaseerd op basis van expertise van De WarmteTransitieMakers en literatuur. Een voorbeeld: slecht geïsoleerde woningen, met energielabel G of F of bouwjaar voor 1940, hebben een beperkt aantal betaalbare isolatiemogelijkheden. Dit komt doordat er vaak geen spouwmuur aanwezig is en een deel van de woningen een beschermd aangezicht of monumentenstatus heeft. Als alleen economisch rendabele isolatiemaatregelen worden uitgevoerd, blijft de verbetering van het energielabel steken op label D of C.

45

De voorspelde energielabels bij de huidige energielabels zijn weergegeven in Tabel 3. De labelsprongen in Tabel 3 zijn enigszins conservatief ten opzichte van de labelsprongen die RVO geeft in het rapport over voorbeeldwoningen.16 Dit is met name voor labels F en G het geval, omdat we hier de soms beperkte mogelijkheden in de praktijk willen meenemen in de methodiek. Tot slot bepalen we de besparing in warmtevraag door de huidige en toekomstige warmtevraag met elkaar te vergelijken. Gebruiksfunctie Warmtevraag Toekenning temperatuurniveau [GJ/m2/jaar] Het laatste onderdeel van de analyse is het 0.53 bepalen van het temperatuurniveau, dat Bijeenkomstfunctie nodig is voor de warmte-afgifte. In Tabel 5 Celfunctie 0.65 is deze koppeling terug te zien voor Gezondheidszorgfunctie 0.55 woningen. Industriefunctie

0.30

Kantoorfunctie

0.40

Logiesfunctie

0.56

Onderwijsfunctie

0.39

Overige gebruiksfunctie

0.17

Sportfunctie

0.47

Winkelfunctie

0.35

16

Tabel 5. Voorspelde energiebesparing en verbetering van het energielabel door isolatie. We gaan uit van de isolatie die economisch rendabel is. De mogelijke besparing is berekend door de warmtevraag van het huidige en het toekomstige energielabel te vergelijken.

Bedrijfspanden Door de diversiteit in functies en soorten gebouwen is er bij bedrijfspanden een grotere onzekerheid over de warmtevraag. Daarnaast gelden er andere energie-eisen voor utiliteitsbouw dan voor woningbouw. In de warmteanalyse wordt voor alle bedrijfspanden een besparing van 30% geschat. Voor kantoorpanden gelden vanaf 2023 strengere energie-eisen. Label C is vanaf dan minimaal vereist voor grotere kantoren (>100 m2). Voor kleinere bedrijfsgebouwen gelden deze regels niet.17 De verwachting is dat de eisen voor utiliteitsbouw en kantoren binnen de EU en binnen Nederland verder aangescherpt zullen worden. De verwachting is daarmee dat het merendeel van de kantoren in 2050 geschikt zal zijn voor lagere of middelhoge temperatuur warmte (zie Tabel 6). Bij andere bedrijfspanden hangt de warmtevraag sterk af van de functie van een gebouw. Zo is het vaak niet nodig om een opslagloods tot 20°C te verwarmen. Voor bedrijfspanden moet meer op individueel niveau gekeken worden welke warmtevoorziening volstaat. Industriepanden gebruiken afhankelijk van de precieze functie ook warmte in processen. Hiervoor is vaak zeer hoge temperatuur warmte nodig.

17

https://www.rvo.nl/sites/default/files/bijlagen/4.%20Brochure%20Voorbeeldwoningen%202011%20be staande%20bouw.pdf

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels/bestaandebouw/energielabel-c-kantoren

46

Tabel 7. Kentallen warmtevraag voor verschillen type gebruiksfuncties utiliteit. Tabel 6. Voorspelde warmteprofielen bedrijven (exclusief industrie). Omdat voor kantoorpanden strengere regelgeving geldt, is de verwachting dat veel oudere kantoren grondig gerenoveerd (of nieuw gebouwd) gaan worden. Daardoor is een groot deel van de kantoorpanden in de toekomst geschikt voor lagetemperatuurverwarming.

Gebruiksfunctie

Warmtevraag [GJ/m2/jaar]

Bijeenkomstfunctie

0.53

Celfunctie

0.65

Gezondheidszorgfunctie

0.55

Industriefunctie

0.30

Kantoorfunctie

0.40

Logiesfunctie

0.56

Onderwijsfunctie

0.39

Overige gebruiksfunctie

0.17

Sportfunctie

0.47

Winkelfunctie

0.35

Ondanks dat er meer onzekerheid is bij het inschatten van de warmtevraag in bedrijfspanden, zijn er wel kentallen beschikbaar die een indicatie geven voor de warmtevraag op basis van landelijke gemiddeldes.18 Dat betekent dat er op lokaal niveau wel grote foutmarges kunnen optreden. Zo vallen loodsen onder ‘industriefunctie’, maar bijvoorbeeld een bakker ook. Daarnaast hebben veel bedrijfspanden meerdere functies, waardoor er ook onzekerheden zitten in het toekennen van de juiste kentallen. In

Tabel 7 staan de kentallen weergegeven.

18

Bron: Greenvis, Innax en CBS

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

47

Bijlage D Toelichting warmtebronnen

Energie uit Afvalwater) en TEO-bronnen (Thermische Energie uit Oppervlaktewater). Op de website zijn ook handleidingen te downloaden waarin het bepalen van de potentie toegelicht wordt.

In hoofdstuk 4 zijn de aanwezige warmtebronnen in Hardinxveld-Giessendam beschreven. Onderstaande warmtebronnen werden ook onderzocht, maar bleken niet voldoende aanwezig.

Warmtebronnen met weinig of geen potentie Restwarmte Bedrijven

Bij industriële processen blijft soms warmte over, die niet binnen het bedrijf gebruikt kan worden. Afhankelijk van het type bedrijf is dit lage, middelhoge of hoge temperatuur warmte, die door middel van een warmtenet ingezet kan worden voor verwarming. In gemeente Hardinxveld-Giessendam zijn geen bedrijven aanwezig met hogere temperatuur restwarmte. Er zijn een aantal bedrijven die in potentie lage temperatuur restwarmte beschikbaar hebben, tussen de 30 en 45°C. Het gaat hier om Bakker de Paauwe (6 TJ) en supermarkten Albert Heijn en Dirk van den Broek (beide 7 TJ). Supermarkten en bakkers kunnen echter ook hun eigen bedrijfsproces efficiënt inrichten, zodat ze zelf hun restwarmte kunnen inzetten of de hoeveelheid restwarmte beperken.

Geraadpleegde informatiebronnen Het overzicht van warmtebronnen in hoofdstuk 4 is gebaseerd op onderstaande openbare informatiebronnen. Wanneer in een buurt een uitvoeringsplan wordt gestart, zal altijd een specialistische studie van de warmtebron worden gemaakt. Warmteatlas In de Warmteatlas19 is veel informatie te vinden over het potentieel aan duurzame energie. Voor alle kaartlagen kan de informatie per warmtebron of per gebied verkregen worden door op de kaart te klikken. Daarnaast heeft het RVO een toelichting uitgewerkt die links op de website te vinden is. In de EnergieWiki staat bijvoorbeeld uitgelegd hoe de potentie van verschillende warmtebronnen is bepaald. Stowa aquathermie potentiekaart Stowa heeft in samenwerking met Syntraal en Deltares de beschikbare omgevingswarmte in kaart gebracht.20 Op deze website is informatie te vinden over TEA-bronnen (Thermische 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/607/documents/19387