CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

210107 TVW Hardinxveld-Giessendam - def.pdf

Gemeenteraad GHG 23 september 2021, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 19: Transitie Visie Warmte HG 2021 - Raadsvoorstel18.929 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 1.

2021

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

Opdrachtgever: Gemeente Hardinxveld- Giessendam Projectnummer: DWTM 20001-GHG-TVW Auteurs: De WarmteTransitiemakers, Matty van Ewijk, Meike van de

Linde, Niek Brinkhof, Laura van der Noort Datum: 21 juni 2021

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

2

Inhoud 1

4.3

Warmtebronnen ................................................................................................... 22

4.4

Warmtebronnen voor individuele oplossingen ....................................... 22 Warmtebronnen voor een warmtenet of buurtnet ................................... 22 Groen gas ............................................................................................... 24 Samenvatting warmtebronnen ............................................................................. 24

Inleiding ............................................................................................................... 5 1.1

Waarom een warmtevisie? .................................................................................... 5

1.2

Doel van dit plan ................................................................................................... 5

1.3

Van Transitievisie 1.0 naar Transitievisie 2021 .................................................... 5

1.4

Wie heeft dit plan gemaakt? .................................................................................. 6

1.5

Hoe gaat het hierna verder? ................................................................................... 6

2

5

Kansrijke warmtevoorziening per buurt in 2050............................................ 26 5.1

Woonwijken ........................................................................................................ 26

5.2

Bedrijven en kantoren.......................................................................................... 29

5.3

Bedrijventerrein ..................................................................................... 29 Kantoren................................................................................................. 29 Betaalbaarheid en zekerheid oplossing ................................................................ 29

Wat verandert er in de woning?......................................................................... 9 2.1

Koken .................................................................................................................... 9

2.2

Energiebesparing ................................................................................................... 9

2.3

Verwarming en warm water .................................................................................. 9

6.1

Verkenningsbuurten ............................................................................................ 32

Uitgangspunten .................................................................................................. 11

6.2

Buurten met natuurlijk tempo (2020-2050) ......................................................... 32

3.1

Uitgangspunten ................................................................................................... 11

6.3

Middellange termijn & natuurlijk moment (2025-2035) ..................................... 33

3.2

De kracht van de kleinschalige warmtecoalitie ................................................... 12

6.4

Middellange termijn (2025-2040)........................................................................ 33

6.5

Lange termijn (2040-2050) .................................................................................. 34

6.6

Bedrijventerreinen ............................................................................................... 34

6.7

Inschatting van het tempo .................................................................................... 35

3

4

6

Warmtevraag en warmtebronnen .................................................................... 14 4.1

Huidige warmtevraag .......................................................................................... 14

4.2

Huidig aardgasverbruik.......................................................................... 14 Woningvoorraad .................................................................................... 15 Utiliteitsgebouwen ................................................................................. 15 Toekomstige warmtevraag .................................................................................. 16 Energiebesparing ................................................................................... 16 Toekomstige warmte- en koudevraag .................................................... 16 Hoge, midden- of lage temperatuur ....................................................... 18 Concentratie van de warmtevraag .......................................................... 20

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

Wanneer wordt welk gebied aardgasvrij? ....................................................... 30

7

Vervolgstappen .................................................................................................. 36 7.1

Uitvoeringsagenda ............................................................................................... 36

7.2

Aanpak verkenningsbuurten ................................................................................ 37

7.3

Aanpak buurten gebouwd na 2005 ...................................................................... 38

7.4

Aanpak overige buurten: energiebesparing ......................................................... 39

3

7.5

Aanpak bedrijventerreinen, utiliteit en maatschappelijk vastgoed ...................... 39

7.6

Regie op collectieve warmtebronnen .................................................................. 39

7.7

Communicatie en informatievoorziening ............................................................ 40

7.8

Participatieplan.................................................................................................... 40

Bijlage A Uitgangspunten voor de Transitievisies warmte 2021 in de regio Drechtsteden ............................................................................................................................................ 41 Uitgangspunten voor de transitievisie warmte ............................................................... 41 Afwegingscriteria voor keuzes in de transitievisie warmte ............................................ 42 Afwegingscriteria voorkeurswarmteoptie per buurt ............................................ 42 Afwegingscriteria fasering .................................................................................. 43 Bijlage B Bouwjaren ................................................................................................ 44 Bijlage C

Toelichting technische analyse ................................................................ 45

Bijlage D

Toelichting warmtebronnen.................................................................... 48

Bijlage E

Toelichting andere rekenmodellen ......................................................... 49

De Startanalyse van de Leidraad – versie september 2020 ............................................ 49 Openingsbod Stedin ....................................................................................................... 51 Colofon............................................................................................................................... 54

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

4

1 Inleiding In Nederland gaan we stoppen met het gebruik van aardgas. Ook in Hardinxveld-Giessendam zullen we tussen nu en 2050 het aardgas vervangen door een duurzaam alternatief. Dat doen we samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners gaan we als gemeente op zoek naar de beste oplossingen voor een duurzaam Hardinxveld-Giessendam, waar onze én volgende generaties een prettige en leefbare toekomst hebben. In deze Transitievisie Warmte schetsen we het pad naar een duurzame en toekomstbestendige warmtevoorziening.

1.1 Waarom een warmtevisie? Het klimaat verandert door toename van CO2 in de lucht en de negatieve gevolgen daarvan worden steeds zichtbaarder. Tijdens de eenentwintigste klimaatconferentie (COP21) van de Verenigde Naties in Parijs, eind 2015, bereikten de bijna 200 deelnemende landen overeenstemming over een klimaatakkoord. Daarmee moet de opwarming van de aarde beperkt worden tot maximaal 2 graden, met 1,5 graad als streefwaarde. Vervolgens ondertekenden in Nederland in 2019 meer dan 100 partijen het landelijke klimaatakkoord waaronder via de VNG ook de gemeente Hardinxveld-Giessendam. In 2050 moet de CO2uitstoot met 95% verminderd zijn. Dit vraagt ingrijpende veranderingen in allerlei sectoren: industrie, landbouw, mobiliteit, de productie van elektriciteit en de wijze waarop we gebouwen verwarmen. Om de klimaatdoelen te behalen moeten we uiterlijk in 2050 gestopt zijn met het gebruik van fossiele brandstoffen en dus ook van het gebruik van aardgas voor koken, verwarming en warm water. Daar komt bij dat de aardgaswinning in Groningen wordt afgebouwd. Tientallen jaren heeft de aardgasvoorraad in Groningen Nederland voorzien van een goedkope manier om onze huizen te verwarmen, te douchen en te koken. Maar aardbevingen dwingen ons de aardgaswinning af te bouwen. Ook de gemeente Hardinxveld-Giessendam zet zich in voor een duurzame toekomst.

In 2019 werd de Lokale Energieagenda vastgesteld door de gemeenteraad. De Energieagenda beschrijft op welke manier de gemeente haar bijdrage levert om klimaatverandering tegen te gaan en een duurzamere wereld te maken in relatie tot het Klimaatakkoord. Centraal staat meer energie te besparen en de energie die we verbruiken op een duurzame manier op te wekken. Inmiddels wordt de Lokale Energie Agenda aangevuld met de Duurzaamheidsagenda 2021 waarin meerdere duurzaamheidsthema’s zijn opgenomen, en integraal worden bekeken. De Transitievisie Warmte, als plan voor het geleidelijk stoppen

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

met het gebruik van aardgas, is opgenomen als een van de hoofdthema's in de Duurzaamheidsagenda.

1.2 Doel van dit plan De Transitievisie Warmte (verder in dit document: de transitievisie) brengt in beeld wat ons de komende dertig jaar te doen staat om een aardgasvrije gemeente te worden. Inwoners kunnen beslissingen over hun woning hierop op afstemmen. We gaan daartoe in op een aantal hoofdvragen: ● Welk alternatief voor aardgas is geschikt in de verschillende gebieden in Hardinxveld-Giessendam? Een warmtenet voor een hele buurt, een elektrische oplossing per gebouw of duurzaam gas? Is aansluiten op een regionaal warmtenet dat in de regio Drechtsteden wordt aangelegd ook aantrekkelijk voor HardinxveldGiessendam? ● Wanneer gaat welk deel van de gemeente van het aardgas af? We schetsen een tijdpad tussen nu en 2050. ● Welke (tussen)stappen gaan we de komende jaren zetten en wie doet wat? Als gemeente Hardinxveld-Giessendam streven wij ernaar om de warmtetransitie zoveel mogelijk samen met inwoners, maatschappelijke partners en bedrijven uit te voeren. De Transitievisie Warmte is dan ook geen dichtgetimmerd plan, maar het geeft de kaders waarbinnen de komende jaren lokale projecten worden opgestart. Het beoogde resultaat is een Transitievisie Warmte die begrepen en gedragen wordt en die goed onderbouwt welke warmteopties interessant zijn.

1.3 Van Transitievisie 1.0 naar Transitievisie 2021 Samen met gemeenten in de regio Drechtsteden is in 2019 de Transitievisie Warmte 1.0 opgesteld. Deze is vastgesteld door alle gemeenteraden in de regio Drechtsteden. Zo zijn we er zeker van dat de plannen in de regio goed op elkaar aansluiten. De Transitievisie Warmte 1.0 was een eerste stap vanuit een regionale benadering. Hierin lag de nadruk op een grootschalig warmtenet dat in de regio Drechtsteden wordt ontwikkeld. In de Transitievisie Warmte 2021 is een lokale uitwerking gedaan met meer lokale details van de warmtevraag en –opties. In het bijzonder is bij deze nadere berekeningen en uit besprekingen met afvalverwerkings- en energiebedrijf HVC gebleken dat een grootschalig, regionaal warmtenet voor Hardinxveld-Giessendam moeilijk haalbaar is en geen realistische optie. We zetten daarom in op kleinschalige, lokale oplossingen per buurt, straat, bouwblok of gebouw. Hierover leest u meer in hoofdstuk 3.2, 4.3 en 4.4.

5

1.4 Wie heeft dit plan gemaakt? De gemeente heeft dit plan niet alleen opgesteld. De WarmteTransitieMakers en Greenvis hebben ons, de gemeente, hierin ondersteund. Daarnaast spraken we met allerlei partijen om hun mogelijkheden en wensen in kaart te brengen. We werkten intensief samen met een kerngroep bestaande uit woningcorporatie Fien Wonen, netbeheerder Stedin en afvalverwerkings- en energiebedrijf HVC. HVC ontwikkelt een warmtenet in onder andere Dordrecht en Sliedrecht-Oost. Zij hebben meegedacht om na te gaan of dit warmtenet ook voor Hardinxveld-Giessendam kansen biedt en hun kennis ingebracht ten aanzien van de realisatie van warmtenetten. Stedin beheert het elektriciteitsnetwerk en de gasleidingen. Fien Wonen heeft veel woningen in bezit en is daarom een belangrijke partij. Woningcorporaties worden vanwege de omvang van hun woningbezit gezien als ‘startmotor’ van de transitie naar aardgasvrij. Samen met Fien Wonen bekijken we hoe zij deze rol op zich kunnen nemen. Ideeën en zorgen van bewoners en ondernemers haalden we op met een enquête, waar een goede respons op was (met 500 reacties). Zie de infografic op pagina 8. We organiseerden een meedenkgroep, waar inwoners zijn geïnformeerd, bevraagd en mee hebben gedacht. Er is gesproken met ondernemers en er zijn meerdere bewonersavonden georganiseerd.

De bijeenkomsten waren allen online, deelnemersaantallen varieerden tussen de 20 en 40 aanmeldingen. De uitkomsten zijn zoveel mogelijk verwerkt in deze visie. Dit alles combineerden we met gedegen onderzoeken, en technische en sociale informatie over de buurten.

Figuur 1. Bewoners en ondernemers hebben meegedacht gedurende het opstellen van de visie.

1.5 Hoe gaat het hierna verder? De opstelling van deze transitievisie is de start van een proces om de gemeente HardinxveldGiessendam stap voor stap aardgasvrij te maken. We selecteren in deze transitievisie een aantal ‘verkenningsbuurten’, die kansrijk zijn om als eerste van het aardgas af te gaan (voor 2030). Voor deze buurten worden de komende jaren ‘uitvoeringsplannen’ gemaakt (zie Figuur 2). Hierin worden de plannen concreter, en zal per buurt, cluster van gebouwen of zelfs per huishouden worden gekeken wat er mogelijk is. Deze uitvoeringsplannen maken we samen met bewoners en andere betrokkenen – hiervoor volgt per buurt een participatietraject. Het besluit om daadwerkelijk over te stappen wordt pas genomen als bekend is wat de consequenties zijn voor de woonlasten van bewoners en ondernemers. Draagvlak is een voorwaarde om te komen tot dit besluit. Om de consequenties in beeld te brengen, zal een gedegen haalbaarheidsstudie uitgevoerd worden. Als het aardgas in een buurt wordt afgesloten, krijgen bewoners dat ruim van tevoren (circa 8 jaar) te horen1. In hoofdstuk 7 wordt uitgebreider ingegaan op de vervolgstappen.

1

De termijn van 8 jaar is voorlopig in het klimaatakkoord opgenomen en zal uiterlijk 2022 worden geëvalueerd. Dan wordt definitief vastgesteld wat een goede termijn is.

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

6

hebben op de leefomgeving is er een nauwe samenhang tussen de twee visies. De tijdspaden van de Transitievisie Warmte en de Omgevingsvisie lopen niet synchroon. De transitievisie zal eerder gereed zijn dan de Omgevingsvisie. De transitievisie vormt daarom (net als de Regionale Energiestrategie) een bouwsteen voor de Omgevingsvisie en komt naar verwachting als programma daar in terug.

Relatie met de Regionale Energiestrategie (RES)

Figuur 2. Na de Transitievisie Warmte (TVW) volgen uitvoeringsplannen. De Transitievisie Warmte wordt iedere 5 jaar geüpdatet. Energietransitie is een onderwerp dat volop in beweging is. Techniek ontwikkelt zich, en ook wetgeving is nog in de maak. Zo wordt er vanuit de landelijke overheid gewerkt aan een nieuwe warmtewet en aan streefwaarden voor de isolatie van woningen. De transitievisie zal daarom minimaal eens in de Wilt u meedenken? vijf jaar bijgesteld worden en in de loop van de tijd steeds nauwkeuriger beschrijven welke warmteoplossing het beste past in elke We zijn benieuwd naar uw mening buurt. Voor nu nemen we de stappen die we na het lezen van de Transitievisie nu met zekerheid kunnen nemen. Warmte. U kunt uw reactie achterlaten via Daarnaast is de gemeente bezig met het duurzaam@hardinxveldopstellen van een Omgevingsvisie. In de giessendam.nl. Ook kunt u hier uw Omgevingsvisie wordt de (integrale) e-mailadres achterlaten, als u op de langetermijnvisie van de gemeente voor de hoogte wilt worden gehouden van de hele fysieke leefomgeving en haar ontwikkelingen. grondgebied beschreven. Aangezien sommige mogelijke warmtebronnen een beslag leggen op het grondgebied en impact

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

De Transitie Visie Warmte is gerelateerd aan de Regionale Energiestrategie (RES). De gemeente Hardinxveld-Giessendam is onderdeel van de RES Regio Drechtsteden. De RES 1.0 beschrijft op welke wijze de omschakeling naar hernieuwbare energie gemaakt wordt, maar ook hoe energiebesparing vorm krijgt. Hier ligt de relatie met de TVW. Immers, ook warmte (en koeling) vraagt energie. De verschillende warmteoplossingen die onderdeel zijn van deze Transitie Visie Warmte veronderstellen in meer of mindere mate het gebruik van elektriciteit. Bijvoorbeeld om beschikbare warmte op te waarderen naar het gewenste temperatuurniveau. Dit betekent dat deze energie ook meegenomen moet worden in het energieverbruik van de regio, en daarmee de doelstelling voor zelf op te wekken energie. Maar ook het elektriciteitsnetwerk moet voldoende zijn toegerust. Kortom, de Transitievisies Warmte die door gemeenten lokaal zijn opgesteld worden met elkaar in samenhang gebracht en zijn via de Regionale Structuur Warmte (RSW) onderdeel van de RES 1.0. Meer informatie over de RES 1.0 vindt u op: http://www.drechtstedenenergie.nl.

7

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

8

2 Wat verandert er in de woning? Het omschakelen van verwarming met aardgas naar verwarming met een duurzame bron is complex. Alle huishoudens en bedrijven in Hardinxveld-Giessendam krijgen ermee te maken. In dit hoofdstuk omschrijven we in het kort welke technische mogelijkheden er zijn en wat de keuze voor die technieken betekent in het dagelijks leven van bewoners en ondernemers. Bijna alle huizen in de gemeente gebruiken aardgas. Het wordt gebruikt om het huis te verwarmen (via cv en radiatoren), om te koken, en voor warm water uit de kraan. Ook de meeste bedrijven gebruiken aardgas. Soms alleen voor verwarming, soms ook in het bedrijfsproces. De belangrijkste aanpassingen die in woningen en andere gebouwen nodig zijn om over te stappen op een duurzame warmtebron, zijn hieronder kort toegelicht.

2.1 Koken Koken kan elektrisch met een inductieplaat, elektrische kookplaat of keramische kookplaat. De meeste mensen kiezen voor inductie. Dat verbruikt minder stroom dan andere elektrische kookplaten, en het lijkt op koken op gas: je kunt de temperatuur snel regelen.

2.2 Energiebesparing Om aan de klimaatdoelstelling te voldoen, is energie besparen een belangrijke eerste stap en een startpunt voor de warmtetransitie. Veel duurzame warmtebronnen zijn schaars, het is daarom goed om eerst het energiegebruik terug te dringen, voordat op een duurzame warmtebron wordt overgestapt. Energiebesparing kan door zuinig gedrag, zoals kort douchen of de verwarming een graadje lager zetten. Maar bovenal is het belangrijk om huizen beter te isoleren. Dat is niet alleen goed voor het milieu, het verlaagt ook de energierekening, en verbetert het comfort in de woning. Het isoleren van de buitenmuur, dak en vloer en het plaatsen van goed isolerend glas zijn effectieve maatregelen. Daarna kan ook de temperatuur van het water dat door onze verwarmingen stroomt verlaagd worden. Dat maakt het systeem efficiënter en zorgt voor extra besparing. Met het isoleren van huizen en bedrijfspanden kan nu al worden gestart. In paragraaf 4.2 wordt nader ingegaan op de isolatiemogelijkheden.

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

2.3 Verwarming en warm water De oplossingen die er zijn in plaats van aardgas, zijn in te delen in drie groepen:  Individuele oplossing: een oplossing per woning, gebouw of woonblok. Dit is meestal een warmtepomp, soms infraroodpanelen of een pelletkachel.  Warmtenet: dit is een collectieve oplossing voor een groter gebied met afnemers. Warm water stroomt door leidingen onder de grond naar de huizen. Er bestaan grootschalige, regionale warmtenetten, maar ook kleinschalige warmtenetten, of buurtnetten, zijn mogelijk: daarbij maken enkele honderden woningen gebruik van een lokale warmtebron.  Duurzaam gas: we stappen over op een ander type gas, zoals biogas of waterstof, en gebruiken hiervoor de bestaande gasleidingen, met enkele aanpassingen. Het hangt onder andere van het type woning en type buurt af, welke oplossing het meest geschikt is. Welke aanpassingen nodig zijn in de woning verschilt per oplossing. In de figuur op de volgende bladzijde is dit schematisch weergegeven. In hoofdstuk 4 en 5 komt aan bod welke oplossing het beste past bij de verschillende buurten in Hardinxveld-Giessendam.

Nieuwe streefwaarden voor woningisolatie In maart 2021 heeft de Rijksoverheid nieuwe streefwaarden aangekondigd voor de isolatie van particuliere woningen. Uitgangspunt voor de nieuwe standaard is dat naoorlogse woningen geschikt te maken zijn voor lage-temperatuurverwarming: verwarming met water van circa 50 °C. Woningen van vóór 1945 zijn lastiger te isoleren, waardoor verwarming op hogere temperaturen (70 °C of hoger) voor deze woningen nodig lijkt. De nieuwe woningstandaard wordt (op dit moment) niet verplicht gesteld voor particulieren. Het is de bedoeling van het Rijk om de nieuwe standaard onderdeel uit te laten maken van het verplichte energielabel voor verkoop van woningen. Zo kunnen kopers van de woning beter inschatten of er (en zo ja, welke) kosten nodig zijn om de woning te verduurzamen en geschikt te maken voor verwarming op 50 °C.

9

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

10

3 Uitgangspunten

Wie betaalt wat? De overstap naar een duurzame warmteoplossing kost geld, en een deel van die kosten worden weer terugverdiend door een lagere energierekening. Maar wie betaalt wat? Zo kost het de eigenaar van de woning geld om een warmtepomp aan te schaffen, of het gebouw te isoleren. Een lagere energierekening komt terecht bij de gebruiker van het pand: een huiseigenaar of huurder. Als de elektriciteitskabel verzwaard moet worden, kost dat de netbeheerder geld. Een warmteleiding kost het warmtebedrijf geld en subsidies worden door de overheid gefinancierd.

Hardinxveld-Giessendam wil in 2050 een betaalbare, betrouwbare en duurzame warmtevoorziening hebben zonder aardgas. Dit betekent dat we keuzes moeten maken. Waar gaan we starten en waarom? Voor welke alternatieve warmteoplossing kiezen we? Om deze beslissingen weloverwogen te maken, benoemen we in deze transitievisie een aantal belangrijke uitgangspunten.

3.1 Uitgangspunten De gebouwde omgeving is divers, met variaties in de samenstelling van bewoners en gebouwen, en verschillende omgevingen en warmtebronnen. De benadering zal dus op maat zijn per buurt, per huizenblok of per straat. Toch streven we in de hele gemeente hetzelfde doel na, en willen we overal zorgvuldig omgaan met de belangen van bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. We hebben daarom een aantal uitgangspunten benoemd die gedurende het hele proces centraal zullen staan. De uitgangspunten zijn door de gemeente opgesteld in samenwerking met Fien wonen, Stedin en HVC, en besproken met de werkgroep Duurzaamheid van de gemeenteraad. Ook een enquête onder bewoners was belangrijke input (zie pagina 8). De uitgangspunten zoals geformuleerd voor de gemeente HardinxveldGiessendam zijn in lijn met de uitgangspunten zoals die ook binnen andere regio-gemeenten zijn vastgesteld (zie bijlage A). Dit maakt afstemming op elkaar en mogelijke samenwerking in warmteoplossing gemakkelijker. Toekomstig beleid en toekomstige uitvoeringsplannen zullen we steeds toetsen aan deze uitgangspunten. 1.

2.

Laagste kosten en betaalbaarheid voor bewoners en bedrijven We streven naar de warmteoplossing met de meest optimale kosten en baten. Daarbij kijken we naar de combinatie van maatregelen aan gebouwen, energieinfrastructuur en warmtebronnen. Dit kan per wijk verschillen. Ook starten we op de plekken waar de kosten het laagst zijn en waar de keuze voor een alternatief voor aardgas het meest zeker is. Naast de zogeheten ‘nationale kosten’ (zie kader) kijken we specifiek naar de betaalbaarheid voor inwoners en bedrijven. Iedereen moet mee kunnen in de warmtetransitie. We pakken het gefaseerd aan en gaan pas van aardgas af als het alternatief voor aardgas maatschappelijk aanvaardbaar en voor iedereen toegankelijk is. Iedere gebouweigenaar, bewoner en andere eindgebruiker moet de overstap naar een

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

De nationale kosten zijn alle kosten en investeringen voor de opwek en distributie van stroom en warmte. Het is inclusief de kosten en baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Het gaat hier om alle kosten die de maatschappij als geheel maakt. Om de betaalbaarheid voor inwoners en bedrijven te waarborgen, is het belangrijk om ook te kijken naar de eindgebruikerskosten. Het gaat hier om de energierekening, maar voor pandeigenaren ook om de kosten voor de gebouwaanpak om de woning of de bedrijfshal toekomstbestendig te maken. Voor zowel de organisatie en uitvoering van de TVW 1.0 als het haalbaar en betaalbaar houden van de transitie naar aardgasvrij is een Rijksbijdrage onontbeerlijk. Dit standpunt is door de VNG (februari 2021) kracht bijgezet.

duurzame warmtevoorziening kunnen maken. We stemmen daarom de keuzes in de wijken af met gebouweigenaren en bewoners en betrekken ze in de uitvoering.

3.

Natuurlijke momenten benutten In het kiezen van de verkenningsbuurten en het tijdpad van de warmtetransitie worden ‘natuurlijke momenten’ benut. Bijvoorbeeld reeds geplande werkzaamheden aan de infrastructuur of gebouwen.

11

4.

Beperken warmtevraag en isolatie Beperken van de warmtevraag is een randvoorwaarde om de gebouwde omgeving op een aardgasvrije en duurzame manier te verwarmen. Isolatie en ventilatie vormen daarom een belangrijk onderdeel van de aanpak.

5.

Samen met bewoners en bedrijven, draagvlak staat voorop Om te komen tot gedragen oplossingen betrekken we bewoners en bedrijven actief bij het maken van afwegingen en het nemen van besluiten. Via het uitvoeringsplan komen we in een zorgvuldig proces met bewoners en bedrijven tot een keuze en zorgen we zo voor een besluit met voldoende draagvlak. Bewoners en bedrijven kunnen daarbij ook zelf het initiatief nemen. Gebouweigenaren houden ook de mogelijkheid om voor een eigen, individuele duurzame oplossing te kiezen. Wat wel vaststaat is dat aardgas op termijn geen optie meer is.

6.

Volksgezondheid en milieuvriendelijke oplossingen Volksgezondheid en milieu spelen ook een rol in het kiezen van de optimale oplossing. Wat is de impact op luchtkwaliteit, bodem- en waterkwaliteit? Geeft de oplossing geluidhinder? Welke invloed heeft de oplossing op de duurzaamheid van de hele keten (bijvoorbeeld de CO2-uitstoot door gebruik van grondstoffen en transport, of ontbossing elders)? Hoe groot is de impact op het landschap?

7.

Ruimte en rekening houden met nieuwe technologieën De transitievisie gaat over een lange periode, tot en met 2050. Daarom biedt de visie voldoende flexibiliteit voor het toepassen van nieuwe (te ontwikkelen) technieken.

3.2 De kracht van de kleinschalige warmtecoalitie Deze uitgangspunten, de inbreng van bewoners en de gesprekken met de woningbouwcorporatie, HVC en netbeheerder hebben we vertaald in het centrale concept van deze transitievisie: de kleinschalige warmtecoalitie.

Een warmtecoalitie is een samenwerking tussen bewoners, ondernemers en de woningbouwcorporatie in een buurt (of buurtje), die – bijvoorbeeld omdat hun woningen/gebouwen allemaal uit dezelfde bouwperiode stammen – samen optrekken bij het vinden van een nieuwe warmtevoorziening. De gemeente pakt hierin de regierol en helpt met de oprichting van deze warmtecoalities. Ze hebben de volgende eigenschappen: Kleinschalig: er zijn misschien maar een paar straten of een kleine buurt nodig om te kunnen starten met een klein warmtenet of een andere oplossing. Mensen kunnen ook samen optrekken bij individuele oplossingen, waarbij ze bijvoorbeeld gezamenlijk inkopen of deels samen isoleren (gedeelde spouwmuren of het dak van een rij woningen in één keer isoleren). Flexibel: start je ergens, dan kunnen anderen in een later stadium aanhaken. Met een kleinschalig warmtenet, kan een buurt op termijn wellicht samen aansluiten bij een grootschaliger warmteoplossing. De optie voor een grootschaligere collectieve oplossing blijft open door het modulair op te bouwen. Zo kan de warmte-oplossing geleidelijk groeien als dit tot een meer toekomstbestendige oplossing leidt. Inspirerend: goed voorbeeld doet goed volgen. Mensen gaan bij elkaar op bezoek, we richten voorbeeldwoningen in, koplopers delen hun ervaringen. Deze koplopers inspireren de volgende groep geïnteresseerden,, enzovoorts.

Warmtecoalities kunnen om verschillende redenen ontstaan of in het leven geroepen worden: Samenwerking tussen enthousiaste buren die een coöperatie opzetten en hun energieproductie graag in eigen hand nemen Samenwerking tussen bedrijven op een bedrijventerrein en omliggende woningen Samenwerking tussen Fien Wonen en tussenliggende koopwoningen Samenwerking tussen bijvoorbeeld een school of verzorgingstehuis en omliggende koop- en/of huurwoningen Kansrijke plekken – met bijvoorbeeld aquathermie of andere warmtebronnen beschikbaar, of woningen die al erg goed geïsoleerd zijn. Zo hebben inwoners en ondernemers de ruimte en de vrijheid om oplossingen te vinden en hun eigen keuzes te maken.

In Hardinxveld-Giessendam is op basis van kosten geen duidelijke voorkeur voor individuele of collectieve oplossingen. Daarom focussen we op een aanpak met kleinschalige, flexibele, inspirerende warmtecoalities in de wijken. Zo wordt voor elke buurt, straat of huizenblok een geschikte oplossing gezocht op maat, en hebben bewoners en lokale ondernemers de meeste invloed op hun warmtevoorziening.

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

12

Rol van de gemeente Als gemeente zullen we (indien gewenst door de gebouweigenaren en bewoners) deelnemen aan de warmtecoalities, zeker in de eerste jaren. De gemeente heeft daarbij de volgende rol: 1. Ondersteunen in het proces. Denk aan ondersteuning bij de oprichting, kennisdeling, financieren van onderzoeken, organisatorische ondersteuning, etc. 2. In de gaten houden of de oplossing voor een buurt past in het grote plaatje voor Hardinxveld-Giessendam 3. Bewaken van het tempo: wordt het tempo dat in hoofdstuk 6 beschreven wordt – met als doel dat in 2050 de hele gemeente aardgasvrij is – gehaald? De precieze samenwerkingsvorm in de warmtecoalities zal de komende jaren verder vormkrijgen, in samenspraak met de deelnemende partijen. Dat kan per keer sterk verschillen: een gebied met veel particuliere woningeigenaren vraagt een andere samenwerkingsvorm dan een gebied waar bijvoorbeeld woningbouwcorporatie en een aantal grote bedrijven veel panden in bezit hebben. De mate waarin de gemeente haar regierol vorm kan geven is mede afhankelijk van het beschikbaar komen van additionele financiering (van Rijkswege).

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

13

4 Warmtevraag en warmtebronnen Dit hoofdstuk beschrijft de warmtevraag van woningen en bedrijven in HardinxveldGiessendam, nu en in de toekomst. Daarbij kijken we naar de hoeveelheid warmte die in een gebied nodig is, de concentratie van de warmtevraag en de temperatuur van de warmte die nodig is. Daarna volgt het potentiële aanbod van duurzame warmtebronnen. Deze analyse is de opmaat naar hoofdstuk 5, waarin gezocht wordt naar de match tussen warmtevraag en warmtebronnen.

Bij bedrijven hangt het aardgasverbruik sterk af van het type bedrijf. Sommige bedrijven gebruiken aardgas namelijk niet alleen voor verwarming, maar ook in het bedrijfsproces. In gemeente HardinxveldGiessendam is een aanzienlijk deel van het gasverbruik van bedrijven toe te wijzen aan de industriële sector. In deze sector is het lastiger in te schatten voor welk proces of voor welk type ruimteverwarming het aardgas benut wordt .

TJ of terajoule is een eenheid voor de hoeveelheid energie. 1 TJ = 1.000.000.000.000 joule. 1 TJ komt overeen met het gebruik van ongeveer 31.600 m3 aardgas, of het jaarlijkse warmtegebruik van 21 gemiddelde Nederlandse woningen.

Gegevens over de gebouwde omgeving zijn grotendeels afkomstig uit openbare data en deels uit kengetallen van De WarmteTransitieMakers. De Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving is gebruikt om inzicht te krijgen in de kosten voor verschillende oplossingen.

4.1 Huidige warmtevraag Huidig aardgasverbruik De woningvoorraad in gemeente Hardinxveld-Giessendam bestaat uit 7.451 woningen en circa 1.750 bedrijfspanden.2 Het aardgasverbruik voor verschillende sectoren staat weergegeven in Figuur 33. Het overgrote deel van de woningen en de bedrijven is aangesloten op het aardgasnet. Huishoudens verbruiken aanzienlijk meer energie uit aardgas dan uit elektriciteit (zie Figuur 3Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.). Het stoppen met aardgas is daarom een belangrijke, maar ook omvangrijke stap in de reductie van CO2. Huishoudens gebruiken het aardgas hoofdzakelijk voor  verwarming (75%),  een kleiner deel wordt gebruikt voor warm water (20%)  en om te koken (5%).

2

Bron: CBS Statline Woningvoorraad (cijfers uit 2020) & allecijfers.nl bedrijfsvestigingen (cijfers uit 2019)

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

Figuur 3. Totaal energieverbruik in Hardinxveld-Giessendam, onderverdeeld in aardgasverbruik en elektriciteitsverbruik.

3 Bron: Klimaatmonitor, 2019

14

Woningvoorraad

Utiliteitsgebouwen

De mogelijkheden om woningen te verduurzamen verschillen sterk per bouwperiode. In Hardinxveld-Giessendam is 19% van de woningen vooroorlogs. In Figuur 4 is te zien welk deel van de huidige woningvoorraad in de verschillende bouwperiodes gebouwd is. In bijlage B staat een kaart met de bouwjaren.

Naast woningen zijn er de utiliteitsgebouwen, bijvoorbeeld kantoren, bakkers, winkels, sporthallen, opslagloodsen en fabrieken. Een groot deel van de utiliteitsgebouwen in Hardinxveld-Giessendam is gevestigd op bedrijventerreinen en een deel is verspreid over de woonwijken. In Figuur 5 zijn de bouwperiodes van de utiliteitsgebouwen terug te zien.

In Hardinxveld-Giessendam staan meer koop- dan huurwoningen (65%). Van alle woningen is 28% in het bezit van de woningcorporatie Fien Wonen4. Dit inzicht is belangrijk in de warmtetransitie: het keuzeproces is immers anders voor eigenaar-bewoners (die in meer of mindere mate investeren in hun eigen woning en het resultaat van hun keuzes terugzien op hun energierekening), verhuurders (die investeren in hun bezit en niet direct de baten van de energiebesparing terugkrijgen) en huurders (die niet of beperkt bijdragen aan de investeringen, maar hebben te maken met de gevolgen van de keuzes die de verhuurder maakt).

In gemeente Hardinxveld-Giessendam zijn meerdere grotere bedrijventerreinen, zoals De Peulen in de buurt De Peulen en Nieuweweg en Lange Veer-Merwede in de buurt NederHardinxveld. Op deze bedrijventerreinen komen met name kantoren en gebouwen met industriefuncties voor.

Figuur 5 Bouwjaren utiliteitsobjecten HardinxveldGiessendam Figuur 4 Bouwjaren woningen Hardinxveld-Giessendam

4

Bron: CBS, 2018

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

15

4.2 Toekomstige warmtevraag Energiebesparing Om de CO2-uitstoot terug te dringen en woningen van het aardgas af te halen, is energiebesparing de eerste en belangrijkste stap. Voor energie die niet gebruikt wordt, hoeft immers geen alternatief gevonden te worden. Woningcorporaties hebben met de overheid afgesproken om hun woningen vergaand te isoleren. Ook voor eigenaren van kantoorpanden gelden strenge isolatie-eisen: deze panden zullen, waar nodig, in de komende jaren grondig aangepakt worden. De verwachting is daarnaast dat in de komende decennia veel particuliere woningeigenaren met isolatie aan de slag gaan. Voor woningeigenaren zijn er verschillende redenen om energie te gaan besparen. Zo kan hiermee de energierekening aanzienlijk verlaagd worden. Ook is een goed geïsoleerde woning comfortabel en heeft een prettig binnenklimaat. Goede ventilatie en aandacht voor de koudevraag in de zomer zijn ook belangrijk om dit wooncomfort te kunnen realiseren. Als laatste, maar zeker niet onbelangrijk: een lager energiegebruik zorgt direct voor minder CO2-uitstoot en dus minder milieu-impact. De mogelijkheden voor isolatie verschillen per bouwperiode en type gebouw. Zie Figuur 6 voor een overzicht.

Toekomstige warmte- en koudevraag Om een inschatting te maken van de toekomstige warmtevraag wordt rekening gehouden met de verwachte isolatie van bestaande woningen en de verwachte nieuwbouw. Voor de energiebesparing in bestaande woningen is een analyse gemaakt die rekening houdt met de kenmerken van de woningvoorraad in gemeente Hardinxveld-Giessendam (bouwjaar, energielabel, oppervlakte van de woningen). We gaan hierbij uit van de isolatie die economisch rendabel is (zich binnen een redelijke termijn terugverdient). Voor verschillende bouwperiodes gelden verschillende besparingspotenties. De gehanteerde getallen zijn terug te vinden in bijlage C (Tabel 5).

(een kledingwinkel en opslagloods zijn heel anders qua comforteisen en bouwstijl), heeft het besparingspotentieel hiervan een grotere onzekerheid. In goed geïsoleerde panden is ook koeling in warme zomermaanden een aandachtspunt. Wanneer woningen of bedrijfspanden gerenoveerd worden, is het belangrijk om ook daar rekening mee te houden. Maar ook in slecht geïsoleerde woningen kan koeling noodzakelijk zijn. Een goede warmtevoorziening in de winter, koudevoorziening in de zomer en gedurende het hele jaar een goede ventilatie zorgen voor een comfortabele woon- of werkomgeving. Tot slot worden er ook woningen gebouwd in Hardinxveld-Giessendam, met name in ’t Oog. In totaal zijn er plannen voor ongeveer 1500 nieuwbouwwoningen, waardoor de warmtevraag toeneemt met 27 TJ. Deze woningen worden sowieso goed geïsoleerd en aardgasvrij gebouwd. Tabel 1. Huidige en toekomstige warmtevraag. Categorie

Aardgasverbruik [TJ/jaar]

Toekomstige warmtevraag in 2050 [TJ/jaar]

Woningen

285

254

Utiliteit

64

45

Hernieuwbare warmte

22

15

Totaal

371

314

De gecombineerde warmtevraag 5 voor bedrijven en woningen in HardinxveldGiessendam zal circa 314 TJ/jaar zijn in 2050. Dit is dan ook de warmtevraag waarvoor we passende warmtebronnen moeten gaan zoeken. Voorwaarde hiervoor is wel dat woningen eerst geïsoleerd worden.

Voor gemeente Hardinxveld-Giessendam leidt dit model tot een totale besparingspotentie van circa 20% van de warmtevraag in bestaande woningen. Het besparingspotentieel van bedrijven is ca. 30% (het landelijk gemiddelde). Omdat bedrijven diverser zijn dan huizen 5

De toekomstige warmtevraag bestaat uit de voorspelde 227 TJ warmtevraag voor woningen + 45 TJ voor de Publieke en Commerciële dienstverlening. In 2019 werd al 22 TJ warmte gebruikt op basis van

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

hernieuwbare warmtebronnen (houtkachels en overige biomassaketels). Voor de toekomstige warmtevraag is hier ook 30% besparing gerekend (Bron: Klimaatmonitor, 2019)

16

Mogelijkheden voor isolatie Slecht geïsoleerd

<1940

Gemiddeld geïsoleerd

1941-1964

1965-1982

E

C

Goed geïsoleerd

1983-2005

>2005

Energielabel F

G

 Gebouwd zonder isolatie, geen spouwmuur  Historisch uiterlijk  Beperkte isolatie mogelijk

F

D

E

B

C

D

A

B

 Gebouwd zonder goede isolatie, vaak  Gebouwd met dakwel met spouwmuur en soms gevelisolatie  Nieuwe uitstraling soms wenselijk  Rendabel te isoleren  Rendabel te isoleren

 Gebouwd met redelijke isolatie  Woningen uit jaren ’80: isolatie vaak kostbaar  Woningen uit jaren’90 gebouwd met dubbel glas en redelijke isolatie

 Gebouwd met goede isolatie  Lage temperatuur verwarming vaak al mogelijk

 Spouwmuur isolatie of isolatie gevel aan de buitenkant  Op natuurlijke onderhoudsmomenten dakisolatie  HR++ of triple glas

 Op natuurlijke moment is isolatie (dak, gevel, vloer) goed mogelijk  Bij voldoende isolatie focus op duurzame installaties

 Extra isolatie meestal niet zinvol  Focus op duurzame installaties

Maatregelen  Isolatie van binnenuit (dak, gevel, vloer)  Maatwerk bij monumenten  HR++ of triple glas, monumentenglas of voorzetramen

 Spouwmuur isolatie of isolatie gevel aan de buitenkant  Op natuurlijke onderhoudsmomenten dakisolatie  HR++ of triple glas

Toekomstig Energielabel B

C

D

A

B

C

A

B

A

B

A

Temperatuur nodig in 2050 Hoge temperatuur >70 ͦC

Midden of lage temperatuur tussen 50 ͦC en 70 ͦC

Lage temperatuur <50 ͦC

Passende aardgasvrije technieken  Biomassa  Groen gas  Hoge temperatuur warmtenet 

 Warmtenetten op midden- of lage temperatuur  Middentemperatuur warmtepomp

 Na aanpassing van de radiatoren vrijwel elke techniek geschikt

Figuur 6. Niet elke woning heeft dezelfde mogelijkheden voor isolatie.

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

17

Hoge, midden- of lage temperatuur Naast de vraag hoevéél warmte er nodig is per buurt of woning, is ook van belang op welke temperatuur deze warmte beschikbaar moet zijn. Dit noemen we het warmteprofiel. De temperatuur waarop de warmte in de woning verspreid wordt via de radiatoren of vloerverwarming (de zogeheten afgifte-temperatuur) moet passen bij de mate van isolatie van het gebouw en het type radiator (en andere installaties). Hoe beter de woning geïsoleerd is, hoe lager de afgifte-temperatuur kan zijn (zie Tabel 2). Lagere temperatuur heeft als voordeel dat er meer duurzame warmtebronnen beschikbaar zijn, en het rendement is vaak beter.

zeer hoge temperatuur nodig. Deze panden zijn in de warmteprofielen (Figuur 7) niet meegenomen. Tabel 3. Voorspelde warmteprofielen bedrijven (exclusief industrie). Omdat voor kantoorpanden strengere regelgeving geldt, is de verwachting dat veel oudere kantoren grondig gerenoveerd (of nieuw gebouwd) gaan worden. Daardoor is een groot deel van de kantoorpanden in de toekomst geschikt voor lage-temperatuurverwarming.

Tabel 2. Voorspelde energiebesparing en verbetering van het energielabel6 door isolatie. Hier is uitgegaan van de isolatie die economisch rendabel is. Voor uitgebreidere uitleg over gebruikte methodes en kentallen, zie bijlage C.

In Figuur 7 is voor clusters woningen, kantoren en overige utiliteit het warmteprofiel weergegeven: de afgifte-temperatuur die op termijn realistisch is. Op dit moment (2021) gebruiken bijna alle woningen in Hardinxveld-Giessendam nog een cv-ketel met een hoge afgifte-temperatuur: alle huizen zou je daarom rood kunnen in kleuren op een gemeenteplattegrond. Wanneer alle huizen de besparingsstap zetten die past bij hun huis, (zie Tabel 2) verbetert hun warmteprofiel. Deze verbeterde warmteprofielen zijn per cluster van huizen op de kaart gezet in Figuur 7. Bedrijfspanden Voor kantoorpanden gelden vanaf 2023 strengere energie-eisen. Label C is vanaf dan minimaal vereist voor alle grotere kantoren (>100 m2). Voor kleinere bedrijfsgebouwen gelden deze regels niet. De verwachting is dat de eisen voor utiliteitsbouw en kantoren binnen de EU en binnen Nederland verder aangescherpt zullen worden. De verwachting is daarmee dat het merendeel van de kantoren in 2050 geschikt zal zijn voor warmte op lage of middelhoge temperatuur (zie Tabel 3). Bij andere bedrijfspanden hangt de warmtevraag sterk af van de functie van het gebouw. Zo is het vaak niet nodig om een opslagloods tot 20°C te verwarmen. Voor bedrijfspanden moet per pand gekeken worden welke warmtevoorziening volstaat. Industriepanden gebruiken soms ook warmte in processen. Hiervoor is vaak een

De techniek die gekozen wordt voor de warmtevoorziening ligt hiermee natuurlijk nog niet vast: immers, voor elke temperatuur bestaan diverse oplossingen, per woning of collectief (met een warmtenet of een buurtenergiesysteem).

Warmteprofiel als startpunt van samenwerking Het warmteprofiel geeft weer welke gebouwen een vergelijkbare oplossing nodig hebben. Met behulp van het warmteprofiel kunnen warmtecoalities gevormd worden in gebieden waar de panden een vergelijkbare aanpak vragen.

6

Hoewel energielabels niet heel nauwkeurig zijn en er flink verschil kan zitten in het energiegebruik van woningen met een bepaald label, geven ze gemiddeld over de hele gemeente een goed beeld.

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

18

Figuur 7 Warmteprofiel gemeente Hardinxveld-Giessendam de afgifte-temperatuur die nodig is nadat alle rendabele isolatiestappen gezet zijn. We geven clusters weer van huizen met een zelfde warmteprofiel. Individuele huizen zijn niet in kaart gebracht.

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

19

Concentratie van de warmtevraag Hoe de warmtevraag over de gemeente verdeeld is, is van belang voor de mogelijke alternatieven voor aardgas. Gebieden met een geconcentreerde warmtevraag (veel panden bij elkaar of panden met een hoge warmtevraag) zijn eerder geschikt voor de aanleg van een warmtenet. Voor gebieden met een lage warmtevraagdichtheid liggen individuele oplossingen, zoals een warmtepomp, meer voor de hand. Uiteraard hangt dit ook af van de beschikbare warmtebronnen (zie paragraaf 4.3). Voor Hardinxveld-Giessendam is de verdeling van de toekomstige warmtevraag van woningen en bedrijven zichtbaar gemaakt in Figuur 8. In deze kaart is in de gebieden met de donkerste tinten, vanaf 1000 GJ/ha, een warmtenet kansrijk, als er een geschikte warmtebron in de buurt is. Onder de 500 GJ/ha is een warmtenet in veel gevallen financieel niet haalbaar, en zijn individuele oplossingen voordeliger. Tussen 500 en 1000 GJ/ha hangt het af van de omstandigheden, zoals het type warmtebron en de afstand tussen woningen en warmtebron.

GJ/ha of GigaJoule per hectare is een eenheid voor de concentratie of dichtheid van de warmtevraag. Als woningen dicht op elkaar staan of een hoge warmtevraag hebben, is deze hoger.

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

Warmtenetten Warmtenetten (of collectieve oplossingen) bestaan uit leidingen onder de grond, die warm water transporteren van een warmtebron naar de woningen. Warmtenetten bestaan in verschillende soorten, maten en temperaturen. Er zit verschil in de temperatuur van de bron, en de temperatuur van de warmte die in de woning wordt aangeleverd. Zo kan een warmtenet op een temperatuur aangelegd worden die direct in de woning gebruikt kan worden – dat is mogelijk bij een wat hogere temperatuur van de bron. Ook kan een lage brontemperatuur in de woning of per buurt met een warmtepomp verder worden verhoogd. Waarom een warmtenet? Een deel van de beschikbare warmtebronnen is alleen in te zetten als er een warmtenet wordt aangelegd om de warmte van de bron naar de woningen te transporteren. Vaak is een warmtenet een efficiënte oplossing, waarvoor minder elektriciteit nodig is dan voor bijvoorbeeld een individuele warmtepomp. Dit hangt wel af van welke warmtebron gebruikt wordt. Een voordeel van overschakelen op een warmtenet is dat het in veel gevallen een minder grote ingreep in de woning vraagt, dan overschakelen op een warmtepomp. Bewoners worden dus ontzorgd. Aanleg van een warmtenet vergt echter wel een grote ingreep in de openbare ruimte voor de aanleg van de ondergrondse infrastructuur.

Soms is een warmtenet de goedkoopste oplossing, maar alleen als de concentratie van de warmtevraag groot genoeg is. Prijzen en regelgeving Landelijk wordt de regelgeving over warmtenetten aangepast. Er is een nieuwe warmtewet aangekondigd voor 2022 (zie pagina 38). De verwachting is dat in ieder geval wordt vastgelegd dat als er een warmtenet in de wijk aanwezig is, bewoners het recht hebben op een aansluiting, maar niet de plicht om aan te sluiten. Een bewoner houdt dus de vrijheid om zelf voor de woning een andere oplossing te kiezen, zoals een warmtepomp. De prijs van warmte uit een warmtenet wordt tot nog toe bepaald met het Niet Meer Dan Anders (NMDA)-principe, waarbij de prijs gekoppeld is aan de prijs van aardgas. Maar ook dit staat momenteel ter discussie en gaat op termijn veranderen. In de nieuwe warmtewet zullen nieuwe afspraken worden gemaakt over de prijstelling. De gemeente houdt de landelijke ontwikkelingen en nieuwe wetgeving in de gaten.

20

Figuur 8 De verwachte toekomstige warmtedichtheid in gemeente Hardinxveld-Giessendam. De warmtedichtheid is gebaseerd op de warmtevraag die over blijft na isolatie zoals in Tabel 2. Voor utiliteit is een besparing van 30% aangehouden.

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

21

4.3

Warmtebronnen

In dit hoofdstuk noemen we welke warmtebronnen in gemeente Hardinxveld-Giessendam beschikbaar zijn om in 2050 in de overgebleven warmtevraag te voorzien. We noemen eerst de warmtebronnen die individueel (per woning of appartementencomplex) in te zetten zijn, daarna de bronnen die geschikt zijn voor een warmtenet. Warmtebronnen die weinig kansrijk zijn in gemeente Hardinxveld-Giessendam, zijn toegelicht in bijlage D. Ter vergelijking: de totale warmtevraag die we verwachten in 2050 is circa 314 TJ (zie paragraaf 4.1).

Warmtebronnen voor individuele oplossingen Bodemenergie (bodemwarmtepomp) Omdat de bodem een vrij constante temperatuur heeft, kan in de zomer relatieve koude en in de winter warmte gewonnen worden uit de bodem. Er bestaan individuele en collectieve vormen van bodemenergie. Ze benutten de bovenste laag van de bodem, tussen de 20 en 300 m diep. Op deze diepte kan warmte op lage temperatuur gewonnen worden (< 20 °C). Om de bodem in balans te houden, dient het overschot aan warmte dat in de winter aan de bodem onttrokken wordt in de zomer weer toegevoegd te worden. Dit heet regeneratie van de bron. In een groot deel van Hardinxveld-Giessendam is de inzet van bodemenergie mogelijk. Er zijn geen restricties aangewezen voor het boren naar bodemwarmte.7 Lokaal bodemonderzoek is nodig op het moment dat de inzet van bodemenergie concreet wordt. Luchtwarmtepomp Luchtwarmtepompen onttrekken warmte aan de buitenlucht om de woning te verwarmen, en gebruiken hiervoor elektriciteit. Het is een individuele oplossing, die per woning of per appartementencomplex toegepast kan worden. De standaard luchtwarmtepomp geeft warmte op lage temperatuur. Een woning moet dan – net als voor andere lage temperatuur-oplossingen – goed geïsoleerd zijn en er is een passend warmte-afgiftesysteem nodig, zoals vloerverwarming of lage temperatuur-radiatoren.

Er zijn ook midden- en hoge temperatuur warmtepompen op de markt. Deze hebben wel een hoger elektriciteitsverbruik. Luchtwarmtepompen zijn op grote schaal inzetbaar in de gehele gemeente.

7

Bron: NP RES viewer

8

Bron: Berenschot position paper: Kansen voor zonnewarmte in het hart van de energietransitie

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

Zonnewarmte (dak) Warmte uit zonnecollectoren kan in zowel grootschalige als kleinschalige oplossingen ingezet worden. Er bestaan gecombineerde panelen die zowel elektriciteit als warmte leveren, die worden PVT-panelen genoemd (fotovoltaïsch-thermisch). Bij toepassing op daken worden de zonthermische panelen gecombineerd met een warmtepomp in de woning. Het maximaal potentieel voor zonnewarmte is ongeveer 2 GJ per vierkante meter in een dakopstelling.8 Pelletkachels In een pelletkachel of pellet-cv worden korrels van houtachtig materiaal verstookt. Omdat hierbij fijn stof vrij komt, is de techniek niet geschikt om op grote schaal toe te passen in woonwijken. In het buitengebied kan het echter op kleine schaal een optie zijn. We zijn ons bewust van de maatschappelijke discussie rond het gebruik van houtachtige biomassa. We richten ons daarom op duurzame alternatieven wanneer die beschikbaar zijn. Infraroodpanelen Infraroodpanelen maken stralingswarmte. In tegenstelling tot wat we gewend zijn, wordt niet alle lucht in de ruimte verwarmd, maar alleen die plekken waar mensen zijn. Ze gebruiken aanzienlijk meer elektriciteit dan een warmtepomp, maar doordat de warmte heel gericht wordt ingezet, kan het toch voordelig zijn. Infraroodpanelen zijn vooral geschikt voor ruimtes die maar af en toe gebruikt worden, zoals een zolder.

Warmtebronnen voor een warmtenet of buurtnet Ook lokale warmtenetten, zijn een mogelijkheid. We noemen dit verder een buurtnet. De omvang van een buurtnet kan variëren tussen heel kleinschalig, bijvoorbeeld één straat, en grotere schaalgroottes met meer dan 1000 aansluitingen. Het is ook een mogelijkheid dat kleine buurtnetten later samen tot schaalvoordelen kunnen komen door de warmteleidingen met elkaar te verbinden. Hardinxveld-Giessendam kent diverse bronnen voor zo’n systeem.

22

Thermische energie uit oppervlaktewater (Aquathermie) Uit oppervlaktewater is warmte te winnen met een warmtewisselaar. Deze warmte kan in de bodem worden opgeslagen en in de winter worden gebruikt. Met een warmtenet komt de warmte bij de gebruikers. HardinxveldGiessendam is gelegen aan de oevers van de rivieren Beneden-Merwede en De Giessen. De rivier Beneden-Merwede heeft een potentie om warmte te winnen velen malen groter dan de warmtevraag in Hardinxveld-Giessendam. Bij deze warmtebron is de beschikbaarheid van warmte dus geen limiterende factor. De Giessen heeft een potentie van ongeveer 50 TJ (ongeveer duizend woningen) en het Kanaal van Steenhoek heeft een potentie van 225 TJ, maar ligt verder weg van de gebouwde omgeving dan De Giessen en BenedenMerwede.9

Aardwarmte (ondiep en diep) Aardwarmte of geothermie is het winnen van de warmte van de aarde, vanaf 500 m tot 1500 m (ondiep, tot 40-50 °C) en van 1,5 tot 7 km diep (diep/ultradiep, tot > 100 °C). Afval- en energiebedrijf HVC heeft een opsporingsvergunning om in de regio Drechtsteden te onderzoeken of aardwarmte beschikbaar is en het te winnen. In de komende jaren zullen zij een proefboring uitvoeren in Sliedrecht. Daarna is pas met zekerheid te zeggen wat de potentie van aardwarmte in deze regio is. Er is een inschatting gemaakt voor de potentie:  voor ondiepe geothermie in gemeente Hardinxveld-Giessendam is ingeschat op 1.7 TJ/ha. Dit komt neer op een maximale theoretische potentie van ongeveer 3.000 TJ, ruim voldoende voor heel Hardinxveld-Giessendam.  voor diepe geothermie is de potentie ingeschat op ongeveer 270 TJ per boring.10 11 De winning van warmte uit de aarde kan een grote potentie hebben, maar vraagt ook relatief grote investeringen. In een aparte studie12 is deze optie uitgebreid onderzocht, en met HVC is uitgebreid besproken of geothermie inzetbaar is in Hardinxveld-Giessendam, Hieruit is gebleken dat een geothermieproject pas realiseerbaar is als er minimaal 5000 woningen aansluiten. Deze schaalgrootte is niet realistisch in Hardinxveld-Giessendam.

Zonnewarmte Warmte uit zonnecollectoren kan in zowel grootschalige als kleinschalige oplossingen ingezet worden. Bij een veldopstelling wordt de warmte via een warmtenet verspreid. Het maximaal potentieel voor zonnewarmte is ongeveer 10 TJ per hectare in een veldopstelling. De techniek is nog niet op grote schaal ingezet voor het verwarmen van de gebouwde omgeving, maar gezien het grote potentieel interessant om te onderzoeken. Zonnewarmte wordt al wel grootschalig ingezet in de glastuinbouwsector in combinatie met seizoensopslag.

Biomassa alleen waar nodig Houtachtige biomassa is de verzamelnaam voor diverse soorten organisch materiaal, zoals snoeihout en hout uit productiebossen. Bij verbranding kan het gebruikt worden als warmtebron voor een warmtenet. Het is niet ruim voorhanden. Momenteel wordt er al biomassa uit het buitenland geïmporteerd voor energieproductie in Nederland. De gemeente ziet houtachtige biomassa dan ook niet als wenselijke warmtebron wanneer er alternatieven beschikbaar zijn. Toepassing op kleine schaal, bijvoorbeeld in pelletkachels, is mogelijk als andere mogelijkheden ontbreken. Als er zich in de toekomst nieuwe ontwikkelingen voordoen, worden die op hun duurzaamheid beoordeeld.

Riothermie (Thermische Energie uit Afvalwater – TEA) In Hardinxveld-Giessendam staat een Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) met een potentie voor het winnen van restwarmte van ongeveer 17 TJ. De locatie van de RWZI is dichtbij de gebieden in De Peulen en NederHardinxveld waar een warmtenet voor een beperkt aantal woningen (circa 350) kansrijk is. Bij de RWZI staat ook een rioolgemaal, maar de rioolgemalen in Hardinxveld-Giessendam (drie in totaal) hebben een (te) kleine potentie (< 5 TJ) en zijn daarom niet meegenomen in de analyse.

9

Bron: Stowa Aquathermie Potentiekaart Bron: Warmteatlas. Voor diepe geothermie een potentie van 15 MWth ingeschat in combinatie met 5000 vollasturen. 10

Transitievisie Warmte Hardinxveld-Giessendam 2021

11

Beide potenties zijn lager dan gegeven in een inventarisatie van OverMorgen met daarin de theoretische potentie per gemeente in regio Drechtsteden. Bron: Analyse update inventarisatie Transitievisies Warmte Drechtsteden 12 Resultaten warmteopties De Peulen en Hardinxveld-Giessendam, Greenvis (2020).

23

Groen gas Biogas Biogas wordt geproduceerd door organisch materiaal te vergisten. Verschillende vormen van biomassa kunnen als grondstof dienen voor het produceren van biogas, waaronder vloeibare mest, GFT-afval en de bio restfractie van akkerbouw en grasland. De beschikbaarheid van deze reststromen op het grondgebied van gemeente Hardinxveld-Giessendam is genoeg voor circa 170 TJ per jaar.13 In Nederland als geheel is biogas echter schaars. Bovendien is biogas essentieel voor verduurzaming van bijvoorbeeld de industrie en de vliegtuigsector. We zetten in Hardinxveld-Giessendam daarom alleen in op de inzet van biogas voor woningen die lastig op een andere manier te verduurzamen zijn, zoals monumenten.

4.4 Samenvatting warmtebronnen Nadat gebouwen geïsoleerd zijn, blijft er naar verwachting in 2050 een warmtevraag over van circa 314 TJ. Er zijn in de gemeente ruimschoots voldoende warmtebronnen aanwezig om hierin te voorzien. Daarnaast is er nog de mogelijkheid om warmte binnen de regio uit te wisselen. Uit een analyse van kosten en haalbaarheid en uit gesprekken met HVC, dat in de regio een warmtenet ontwikkelt, is gebleken dat grootschalige warmtebronnen, zoals aardwarmte, lastig haalbaar zijn in Hardinxveld-Giessendam. Het minimale aantal aansluitingen voor een dergelijk project, circa 5.000, is zeer lastig te halen, en het is onzeker of een dergelijke grootschalige oplossing een financieel voordeel geeft. We zetten daarom in op kleinschalige, lokale warmtebronnen.

Waterstof Waterstof is geen energiebron, maar een energiedrager. Om waterstof te maken wordt tot nog toe meestal aardgas gebruikt en elektriciteit gebruikt uit fossiele gas- en kolencentrales (grijze of blauwe waterstof). Het is ook mogelijk om water als grondstof te gebruiken, en duurzame energie voor de productie (groene waterstof). Groene waterstof is vooralsnog duur en schaars, en zal dat voorlopig waarschijnlijk blijven. Waterstof is bij uitstek geschikt om hoge temperaturen te maken. Het is dan ook het meest logisch om waterstof in eerste instantie in te zetten daar waar hoge temperaturen noodzakelijk zijn, zoals in de industrie, zwaar transport of het balanceren van het elektriciteitsnet. Een voordeel van waterstof is wel dat – met beperkte aanpassingen – het bestaande gasnet gebruikt kan worden. Ook zijn de vereiste ingrepen in de woning beperkt. Omdat waterstof duur is (veel duurder dan aardgas), zal isolatie van de woning wel wenselijk blijven. In Nederland worden tot aan 2030 een aantal kleinschalige pilots gedaan. Op de langere termijn is waterstof misschien een optie voor lastig te verwarmen gebouwen zoals monumenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/607/documents/19387