CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

172c Waardlanden - Jaarrekening 2025.pdf

Gemeenteraad GHG 28 mei 2026, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 7: Vaststellen Lijst ingekomen stukken 28 mei 2026 -23.740 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

via telefoon, mail, het

contactformulier op de website of de Waardlanden-app. Het aantal meldingen is in de tabel hieronder weergegeven. In 2024, het jaar dat de gedifferentieerde tarieven in gingen, nam het aantal meldingen ruim 2,5 keer toe. Maar dat stabiliseerde zich weer afgelopen jaar. Meldingen die inwoners deden bij hun gemeente maken geen onderdeel uit van de data van Waardlanden. Meldingen

2023

2024

2025

Bijgeplaatste zakken

129

296

65

Bijgeplaatst grofvuil

70

232

81

Zwerfafval op straat

39

99

21

Totaal

238

627

167

Tabel 7: Aantal meldingen bijplaatsingen en zwerfvuil 2023-2025 bij Waardlanden

Tweemaal per jaar worden bijplaatsingen bij ondergrondse containers gemonitord. Uit grafiek 18 blijkt dat vanaf 2023 het aandeel niveau C (laag) en D (zeer laag) langzaam toeneemt. In mei 2025 is een piek te zien en in oktober 2025 vindt er weer verbetering plaats tot het hoge niveau A (netjes, verzorgd en comfortabel).

38

u

Grafiek 18: Bijplaatsingen Waardlanden totaal 2020-2025 (bron: Monitoring Zwerfafval 2025, Ecoconsult)

Onze toezichthouders houden zich bezig met afval dat wordt neergezet bij verzamelcontainers of ergens gedumpt. Door het afval te bekijken kunnen zij achterhalen van wie het is. We passen spoedeisende bestuursdwang toe. Dit betekent dat we het afval direct opruimen om de onveilige of ongezonde situatie weg te nemen en de omgeving schoon achter te laten. De vervuilers betalen hiervoor de opruimkosten en krijgen daarvoor een beschikking. Dat kan aanvoelen als een boete, maar is het niet; de vervuiler betaalt de opruimkosten. Na jaren van onderbezetting is het team Handhaving eind 2025 volledig aangevuld tot vier toezichthouders. Dit heeft tot gevolg dat het aantal gecontroleerde locaties, waargenomen bijplaatsingen en verzonden beschikkingen zijn toegenomen. In 2024 werden 579 beschikkingen verstuurd (data is geactualiseerd ten opzichte van jaarverslag 2024) en in 2025 792 beschikkingen; een toename van 37%. Ongeveer een vijfde van de inwoners die een beschikking ontvangt, maakt bezwaar. Waardlanden behandelt deze bezwaren. De gemeente is verantwoordelijk voor het ‘horen’ van de bezwaren, waarbij indieners hun bezwaar mondeling kunnen toelichten. In samenwerking hebben Waardlanden en de gemeente onderzocht wat de oorzaak van deze bezwaren kunnen zijn. Op basis daarvan zijn verbeteringen doorgevoerd in het taalgebruik van de beschikkingsbrief en in de juridische onderbouwing.

Ook is gestart met een pilotproject hotspots bijplaatsingen in Gorinchem. Bij verzamelcontainers waar vaak afval wordt bij gezet is de basis op orde gebracht door de ondergrondse containers schoon te maken, vrij van graffiti, verf, grote deuken en roestplekken. In 2026 pakt de gemeente het vervolg van de maatwerkaanpak op om de buurt rondom de hotspots in te gaan en de bewoners te betrekken. Dan komen ook de andere gemeenten aan de beurt.

39

u

Zwerfafval Naast het inzamelen van afval en grondstoffen helpen we gemeenten bij de aanpak van zwerfafval. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de faciliteiten, Waardlanden stimuleert wenselijk gedrag. In 2025 lag de focus op het verminderen van het meest voorkomende en milieubelastende zwerfafval: sigarettenpeuken. Om dit probleem aan te pakken, hebben we: • •

zakasbakken uitgedeeld om peuken op straat te voorkomen; een “peuk-meuk-schoonmaakactie” in vier gemeenten georganiseerd om bewustwording te vergroten en een oplossing te bieden.

Daarnaast hebben we voor het overige zwerfafval: • • • •

openbare prullenbakken een make-over gegeven; vrijwilligers in het zonnetje gezet in onze ZAP-nieuwsbrief, speciaal voor zwerfafvalpakkers; opruimmaterialen uitgereikt aan vrijwilligers; Landelijke Opschoondag en World Cleanup Day gefaciliteerd.

Helaas bleek uit de zwerfafvalmonitor dat ondanks onze inspanningen de hoeveelheid zwerfafval in onze regio stijgt. 2.1.2

Product Overige Diensten (DVO’S)

Onder het product Dienstverleningsovereenkomsten vallen aanvullende diensten die gemeenten, naast het reguliere product Afval- en Grondstoffenbeheer, bij Waardlanden kunnen afnemen. Voor een deel van de dienstverlening was tot voor kort geen actuele DVO beschikbaar. In 2025 zijn de DVO’s opgesteld en/of herzien, zodat de afspraken aansluiten op de actuele situatie. Niet alle DVO’s zijn echter al definitief of ondertekend. In 2026 wordt hier vervolg aan gegeven en vinden gesprekken plaats met alle betrokken gemeenten om voor lopende en toekomstige werkzaamheden duidelijke afspraken vast te leggen. De voorschotbedragen per gemeente worden jaarlijks gefactureerd en in 12 gelijke maandelijkse termijnen voldaan. We volgen de voortgang van de werkzaamheden, rapporteren regelmatig en voeren hierover gesprekken met de gemeenten. Hiertoe zijn de eerste stappen gezet, maar in de praktijk verloopt het proces nog niet volledig gestroomlijnd. In 2026 wordt dit verder verbeterd, zodat de communicatie volledig open is en we waarborgen dat alle werkzaamheden voldoen aan de afgesproken standaarden. In de onderstaande tabel zijn de werkelijk gerealiseerde kosten over 2025 per DVO op totaalniveau weergegeven. Totaal per product (DVO+) (bedragen x 1.000 euro)

Totaal 2025

Straatreiniging uitvoering

850

Straatreiniging verwerkingskosten

157

Onkruidbestrijding

153

DVO’s extra

626

Werkplaats

121

40

u

Polderbus Totaal

71 1.977

Tabel 8: Totalen per DVO product

Voor een volledig overzicht van de DVO’s per gemeente wordt verwezen naar paragraaf 3.5 Overige diensten (DVO’s). 2.1.3

Product Bedrijfsafval

Sponsorregelingen Waardlanden sponsort van oudsher maatschappelijke initiatieven en evenementen met dienstverlening. In 2025 hebben we 29 maatschappelijke initiatieven gesteund, zoals buurthuizen, voedselbanken, kinderboerderijen en circulaire partners. Daarnaast verzorgden we de afval en grondstoffen inzameling op meer dan 100 evenementen, waaronder Oranjefeesten, zomer- en winterfeesten, (rommel)markten, timmerdorpen en sportevenementen. In totaal bedroeg de gesponsorde dienstverlening een waarde van zo'n € 80.000. Vanwege de grote administratieve druk op Waardlanden en de behoefte aan meer lokale betrokkenheid zullen de sponsorregelingen in 2026 door de gemeenten worden verzorgd. Waardlanden levert hiervoor wel de financiering aan de gemeenten. Organisaties kunnen nog steeds voor de dienstverlening bij Waardlanden BV terecht. 2.1.4

Product Algemene baten en lasten

Het product Algemene baten en lasten omvat alle baten en lasten die niet direct aan een specifiek product of taakveld binnen Waardlanden zijn toe te rekenen. Hieronder vallen onder andere overheadkosten, rente en vennootschapsbelasting. Deze zijn opgenomen in de taakvelden 0.4 Overhead, 0.5 Treasury en 0.9 Vennootschapsbelasting. Ook de belastingen uit taakveld 0.62 OZB – niet woningen en taakveld 7.2 Riolering vallen onder dit product. De cijfers en toelichting van overhead zijn apart opgenomen in paragraaf 2.1.5 Overhead. Een volledig overzicht van de gerealiseerde bedragen per taakveld is te vinden in paragraaf 3.13 Taakvelden. In deze paragraaf wordt het product op hoofdlijnen toegelicht. De specificatie van de afzonderlijke posten, zoals rente, overhead en belastingen is opgenomen in hoofdstuk 3. In 2025 ligt de realisatie grotendeels in lijn met de begroting 2025. Een uitzondering vormen de rentelasten. Deze bedroegen € 508.000, tegenover€ 677.000 begroot. Deze lagere rentelasten komen doordat in 2025 geen nieuwe leningen zijn aangegaan, terwijl hier in de begroting wel rekening was gehouden. Voor een verdere toelichting verwijzen we naar paragraaf 2.4.3 Financiering. Het saldo van het product Algemene baten en lasten draagt bij aan het totale rekeningresultaat van Waardlanden en is verwerkt in de resultaatbestemming 2025. 41

u

2.1.5

Overhead

De paragraaf Overhead geeft inzicht in de kosten die niet direct aan een specifiek product of taakveld kunnen worden toegerekend, maar die noodzakelijk zijn voor het functioneren van Waardlanden als geheel. Hieronder vallen onder andere personeelskosten voor management en ondersteuning, huisvestingskosten, ICT, en overige organisatiebrede kosten die de uitvoering van beleidsprogramma’s en bedrijfsvoering ondersteunen. In de paragraaf 2.4.4 Bedrijfsvoering wordt hierop verdere toelichting gegeven. In 2025 bedroegen de overheadkosten € 3.839.000. Ten opzichte van de totale begrotingsomvang van € 27.828.000 komt dit neer op een aandeel van 13,8%, wat lager is dan het aandeel in 2024 van 17,5%. In de begroting 2025 was uitgegaan van 13,0%. De realisatie ligt iets hoger, doordat de overheadkosten hoger uitvielen (met name inhuurkosten en automatiseringskosten), terwijl de totale lasten lager waren dan voorzien. Ten opzichte van 2024 is het aandeel overhead daarmee wel afgenomen. Voor de verwerking van overhead in de jaarrekening geldt dat deze kosten worden verdeeld over de producten en taakvelden, conform de vastgestelde BBV-systematiek. Een uitgebreid overzicht van de overheadkosten per categorie is opgenomen in paragraaf 3.2 Toelichting op de gerealiseerde baten en lasten.

2.2

Incidentele baten en lasten

Incidentele baten en lasten (bedragen x 1.000 euro)

Incidentele baten 2025

Incidentele lasten 2025

Rekeningresultaat

342

Verkoop materieel

9

Zoutloods

10

Voorziening langdurige ziekte en voorziening WW-eigenrisicodrager

161

ICT-projecten Engage en Spotmaster

90

Onttrekking reserve Diftar

75

Incidentele baten en lasten

84

Incidenteel resultaat

-177

Gezuiverd structureel resultaat

518

Tabel 9: Incidentele baten en lasten

42

261

u

2.3

Aanwending bedrag onvoorzien

In 2025 is € 215.000 uitgegeven van het begrote bedrag van € 250.000 op de post onvoorzien. Deze uitgaven bestaan uit: Onvoorzien bedragen

Onvoorzien

(bedragen x 1.000 euro)

lasten

Extern advies zoutloods

10

Evaluatie strategienota 2021-2025 Dotatie voorziening langdurig zieken

44 118

Dotatie voorziening WW-eigenrisicodrager

43

Totaal realisatie onvoorzien

215

Totaal begroot onvoorzien

250

Resultaat op onvoorzien

35

Tabel 10: Onvoorzien baten en lasten

2.4

Paragrafen (inclusief verplichte BBV-paragrafen)

Van de verplichte BBV-paragrafen zijn alleen de voor deze GR relevante paragrafen opgenomen; Lokale heffingen en Grondbeleid zijn niet van toepassing.

2.4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.4.1.1 Risico’s en weerstandscapaciteit Het weerstandsvermogen laat zien hoe financieel sterk Waardlanden is. Dit is belangrijk als er onverwachte kosten zijn. Een goed weerstandsvermogen zorgt ervoor dat financiële tegenvallers niet meteen leiden tot hogere kosten voor de deelnemende gemeenten. Om te bepalen hoe financieel sterk Waardlanden is, moet duidelijk zijn hoe groot de risico’s zijn en welke middelen beschikbaar zijn om onverwachte kosten op te vangen. Deze middelen, zoals de algemene reserve, kunnen helpen om tegenvallers te betalen. Het weerstandsvermogen gaat alleen over risico’s waarvoor nog geen oplossing is. Risico’s die regelmatig voorkomen en goed te voorspellen zijn, vallen hier niet onder. Voor die risico’s kan Waardlanden een verzekering afsluiten of geld reserveren. Bij projecten worden risico’s meegenomen in de kostenberekening. Dit bedrag bepaalt hoeveel geld nodig is om een project uit te voeren. Hoe dichter een project bij de afronding komt, hoe beter de risico’s in beeld zijn en hoe kleiner de kans wordt dat er onverwachte kosten ontstaan. Voor een financieel gezonde organisatie is het belangrijk om bij keuzes ook te kijken naar de financieringsstructuur. Dit betekent dat we letten op de verhouding tussen eigen en geleend geld, of er 43

u

genoeg ruimte is om onverwachte kosten op te vangen en hoe we noodzakelijke investeringen kunnen betalen. Bij publieke organisaties, zoals gemeenschappelijke regelingen, wordt eigen geld vaak alleen gezien als een reserve om onverwachte kosten op te vangen. Maar dat is niet altijd genoeg. Soms is het juist nodig om een deel van dat eigen geld te gebruiken voor investeringen, zodat de organisatie kan blijven werken zonder extra geld te lenen. Om de financiën van de gemeenschappelijke regeling goed te beheren, is het belangrijk om te kijken naar de verhouding tussen eigen en geleend geld, zowel nu als in de toekomst. Daarbij gebruiken we vaak het solvabiliteitspercentage. Dit laat zien hoeveel van het totale vermogen uit eigen geld bestaat. Voor een gemeenschappelijke regeling die zelf financiële risico’s draagt, is een percentage tussen de 20% en 30% het beste. Dit zorgt ervoor dat er genoeg geld is om financiële tegenvallers op te vangen zonder meteen geld te moeten lenen. Weerstandscapaciteit Bij Waardlanden kunnen bij de bepaling van de weerstandscapaciteit de volgende posten gebruikt worden: • De algemene reserve; •

De reserve assurantie eigen risico;

•

De reserve grondwaardering;

•

De eventuele ruimte in de bedrijfsvoering.

Uitwerking weerstandsniveau vanuit de risico-inventarisatie Het gewenste weerstandsniveau wordt bepaald op basis van een risico-inventarisatie door het management van Waardlanden. Om de risico’s en hun financiële gevolgen actueel te houden, moet deze inventarisatie minimaal eens per vier jaar worden uitgevoerd of herzien. De meest recente inventarisatie vond plaats in februari 2026. De risico-inventarisatie is uitgebreid en kijkt naar risico’s op het gebied van personeel, exploitatie en het wagenpark. Op basis van deze inventarisatie wordt bepaald of een risico verzekerd kan worden, of er al een verzekering is en of de dekking nog toereikend is, of een risico niet verzekerd kan of hoeft te worden en daarom wordt meegenomen in de berekening van het weerstandsvermogen. Sommige risico’s hebben geen financiële gevolgen, zoals risico’s bij budgetneutrale activiteiten. De mogelijke financiële mee- en tegenvallers zijn in kaart gebracht in de bijgevoegde risico-inventarisatie en -analyse. De gewogen berekening van de geïdentificeerde risico’s bedraagt € 2.510.998. Hierbij is reeds rekening gehouden met de geringe waarschijnlijkheid dat alle risico’s zich gelijktijdig voordoen. Voorgesteld wordt dit bedrag vast te stellen als het minimale gewenste weerstandsvermogen voor exploitatierisico’s.

44

u

Weerstandsvermogen Onderstaande tabel geeft de ratio van het weerstandsvermogen voor en na de voorgestelde resultaatbestemming over 2025 weer en geeft inzicht in de middelen die Waardlanden beschikbaar heeft om onverwachte kosten op te vangen.

Ratio weerstandsvermogen

2025

2025

(bedragen x 1.000 euro)

voor

na voorgestelde

resultaatbestemming

resultaatbestemming

Reserves per 31/12/2025

1.940

2.282

Budget onvoorzien

250

250

(A) Beschikbare weerstandscapaciteit

2.190

2.532

Totaal risico’s

2.511

2.511

(B) Benodigde weerstandscapaciteit

2.511

2.511

Vrij beschikbare ruimte (alg.) reserve

-

-

0,87

1,01

Ratio (A / B) Tabel 11: Ratio weerstandsvermogen

Het positieve resultaat van 2025 wordt via de resultaatbestemming toegevoegd aan de algemene reserve. Hierdoor stijgt de beschikbare weerstandscapaciteit van € 2.190.000 vóór resultaatbestemming naar € 2.532.000 ná resultaatbestemming. Uitgedrukt als ratio van het benodigde weerstandsvermogen betekent dit een stijging van 0,87 naar 1,01. Volgens de onderstaande beoordelingstabel valt een ratio van 1,01 binnen de categorie “Voldoende”. Waardlanden streeft naar een ratio van 1,0. Dit laat zien dat de beschikbare middelen de geraamde risico’s voldoende dekken.

Waarderingscijfer

Ratio weerstandsvermogen

Betekenis

A

> 2,00

Uitstekend

B

1,40 < x ≤ 2,00

Ruim voldoende

C

1,00 < x ≤ 1,40

Voldoende

D

0,80 < x ≤ 1,00

Matig

E

0,60 < x ≤ 0,80

Onvoldoende

F

≤ 0,60

Ruim onvoldoende

Tabel 12: Beoordelingstabel weerstandsvermogen (VNG, Handreiking Weerstandsvermogen en Risicobeheersing)

45

u

Risicoprofiel Hieronder de meest recente risico-inventarisatie van februari 2026. Nr.

Omschrijving risico:

Maatregelen

Risico

Bedrag

Kans

Benodigd weerstandsvermogen

Personeel gerelateerd 1

Met terugwerkende kracht cao-gerelateerde stijging van de loonkosten.

Voor zover mogelijk inschatten op basis van publicaties.

3% van salarispost

314.400

50%

157.200

2

Ziekteverzuim (kort en lang)

Actief Arbo beleid, BHV, etc.

5% van salarispost

524.000

50%

262.000

3

Productiviteit verlies

Scholing/opleiding/begeleiding

5% van salarispost

524.000

25%

131.000

4

Arbeidsconflicten

Dossieropbouw/beoordelingen

2% van salarispost

209.600

50%

104.800

5

Transitievergoedingen

Dossieropbouw/beoordelingen

1% van salarispost

104.800

50%

52.400

6

Eigen risicodrager WW/PP

Dossieropbouw/beoordelingen

1% van salarispost

104.800

50%

52.400

7

Niet verzekerde schade door ongelukken

Periodieke controle verzekeringen

1% van salarispost

104.800

25%

26.200

8

Onvoldoende vakbekwaam personeel

Inzetten recruitment

5% van salarispost

524.000

50%

Subtotaal personeel gerelateerde risico's

262.000 1.048.000

Exploitatie gerelateerd 9

Invoeren afvalverbrandings correctie factor

Opvoeren in de begroting

pm

-

0%

-

10

Niet gedekte schade onroerend goed

Periodieke beoordeling risico's

11

Tegenvervallende opbrengsten/kosten afvalstoffen

Opvoeren in de begroting

2% van waarde o.g.

174.240

25%

43.560

2% van de verwerkingsbaten

116.990

50%

58.495

12

Debiteurenrisico a.g.v. faillissementen verwerking

13

Debiteurenrisico a.g.v. faillissementen overig

Strakke debiteurenbewaking

5% van verwerkingsbaten

292.475

10%

29.248

Strakke debiteurenbewaking

5% van overige taken

129.850

50%

64.925

14

Productiviteitsverlies door achterblijvende digitalisering

Ontwikkelen ICT-plan

3% van de kosten voor inzameling

689.040

25%

172.260

15

Prijsstijgingen brandstof

Niet in te schatten

10% van brandstofkosten

91.884

50%

45.942

16

Bijzonder groot onderhoud wagenpark

Onderhoud volgens schema

25% van onderhoudskosten

286.250

25%

71.563

17

Boekverliezen wagenpark a.g.v. buiten gebruik

Realistisch begroten en afschrijven

5% van waarde wagenpark

302.250

25%

75.563

18

Gevolgen nieuw/gewijzigd beleid

Strategienota, juridische control

5% van omzet

1.166.150

25%

291.538

19

Milieurisico's en calamiteiten

Voldoen aan wet- en regelgeving

3% van omzet

699.690

25%

174.923

20

Niet verzekerde schades aan containers etc.

Periodiek beoordelen op noodzaak verzekeren

5% van waarde containers

561.450

25%

140.363

21

Niet voldoen aan wettelijke eisen

Bijhouden wetgeving

3% van omzet

699.690

25%

174.923

22

Stroomuitval

Uitbreiden netcongestie

1% van omzet

233.230

10%

Subtotaal exploitatie gerelateerde risico's

23.323 1.366.623

KWD gerelateerd 23

Dekkingsverlies a.g.v. terugvallen omzet

Realistisch begroten

25% van omzet KWD

463.750

10%

24

Dekkingsverlies a.g.v. terugvallen dividend Waardlanden B.V.

Realistisch begroten

Begrotingsbedrag dividend

150.000

33%

KWD gerelateerd Totaal benodigd weerstandsvermogen

Tabel 13: Risicoprofiel

46

46.375

50.000 96.375 2.510.998

u

2.4.1.2 Kengetallen In deze paragraaf worden de belangrijkste financiële kengetallen van Waardlanden over 2025 weergegeven. De kengetallen geven inzicht in de financiële positie en de risico’s van de organisatie. Voor Waardlanden zijn de volgende kengetallen opgenomen: •

Netto-schuldquote – geeft het aandeel van de schulden ten opzichte van het balanstotaal weer.

•

Netto-schuldquote – gecorrigeerd – gecorrigeerd voor verstrekte leningen aan derden.

•

Solvabiliteit – geeft de verhouding van eigen vermogen tot totaal vermogen weer.

•

Structurele exploitatieruimte – laat zien in hoeverre de structurele baten de structurele lasten dekken.

•

Belastingcapaciteit – geeft het vermogen weer om eigen belastingen te heffen en is bij Waardlanden niet van toepassing.

•

Grondexploitatie – geeft de financiële positie van grondexploitaties weer en is bij Waardlanden niet van toepassing.

Voor de kengetallen die niet van toepassing zijn, is dit in de toelichting nader toegelicht. Bij de beoordeling van de kengetallen worden de signaleringswaarden uit onderstaande tabel gehanteerd. Kengetal

gezond

neutraal

risicovol

Netto schuldquote

< 90%

90% - 130%

> 130%

Netto schuldquote gecorrigeerd

< 90%

90% - 130%

> 130%

Solvabiliteitsratio

> 50%

20% - 50%

< 20%

Structurele exploitatieruimte

> 0%

0%

< 0%

Belastingcapaciteit

< 95%

95% - 105%

> 105%

Grondexploitatie

< 20%

20% - 35%

> 35%

Tabel 14: signaleringswaarden (bron: provincie Zuid-Holland)

Netto-schuldquote Het kengetal netto schuldquote wordt als volgt berekend: + Vaste schulden + totaal van de netto vlottende schulden + totaal van de overlopende passiva – financiële vaste activa – uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar – alle liquide middelen – overlopende activa gedeeld door totaal saldo van de baten

47

u

Netto schuldquote

2022

2023

2024

2025

+ Vaste schulden

20.797

28.494

25.808

23.248

+ Totaal van de netto vlottende schulden

7.099

2.291

2.118

1.026

+ Totaal van de overlopende passiva

1.308

2.475

3.306

4.043

-1

-1

-1

-1

-3.103

-4.632

-4.446

-4.163

- Alle liquide middelen

-20

-19

-27

-108

- Overlopende activa

-1.742

-2.897

-2.899

-2.049

Saldo van baten

22.009

26.815

26.481

28.094

Netto schuldquote

110,6%

95,9%

90,1%

78,3%

(bedragen x 1.000 euro)

- Financiële vaste activa - Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar

Tabel 15: Netto schuldquote 2022-2025

Volgens de signaleringswaardentabel (tabel 14) wordt dit percentage aangemerkt als “gezond”. Netto-schuldquote - gecorrigeerd Aangezien Waardlanden geen leningen verstrekt, is de gecorrigeerde netto-schuldquote gelijk aan de nettoschuldquote zoals weergegeven in tabel 15. Solvabiliteit Het kengetal voor de solvabiliteit bedraagt (totaal eigen vermogen / totaal van de passiva): Solvabiliteit

2022

2023

2024

2025

(bedragen x 1.000 euro)

Totaal eigen vermogen

1.920

1.655

2.016

2.282

Totaal van de passiva

31.561

35.428

33.965

31.531

Solvabiliteit

6,1%

4,7%

5,9%

7,2%

Tabel 16: Solvabiliteit 2022-2025

Volgens de signaleringswaardentabel (tabel 14) wordt dit percentage aangemerkt als “risicovol”.

48

u

Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is berekend als de structurele baten minus de structurele lasten. Incidentele baten en lasten, zoals opgenomen in paragraaf 3.8, blijven buiten beschouwing. Voor 2025 bedraagt de structurele exploitatieruimte 1,8%. Structurele exploitatieruimte

2025

(bedragen x 1.000 euro)

Totale baten

28.170

Incidentele baten

84

Structurele baten

28.086

Totale lasten

27.828

Incidentele lasten

261

Structurele lasten

27.567

Structureel saldo

518

Structurele exploitatieruimte

1,8%

Tabel 17: Structurele exploitatieruimte 2025

Volgens de signaleringswaardentabel (tabel 14) wordt dit percentage aangemerkt als “gezond”. Belastingcapaciteit Niet van toepassing, aangezien Waardlanden geen eigen belastingheffing kent. Grondexploitatie Niet van toepassing, aangezien geen grondexploitaties worden gevoerd. Wat zeggen deze kengetallen? Netto schuldquote Een daling van de netto schuldquote betekent dat de verhouding tussen de schuldenlast en de baten verbetert. Dit wijst op een afname van de financiële afhankelijkheid van vreemd vermogen en een versterking van de financiële positie. De netto schuldquote daalt van 110,6% in 2022 naar 78,3% in 2025. Deze verbetering wordt veroorzaakt door een combinatie van factoren: een afname van de vlottende schulden vanaf 2022, een verdere afbouw van de vaste schulden vanaf 2023 en een stijging van de baten. In 2025 zet deze ontwikkeling door, mede doordat minder langlopende leningen zijn aangetrokken dan vooraf geraamd. In de begroting 2025 was de netto schuldquote geraamd op 88,5%. De gerealiseerde schuldquote van 78,3% valt aanzienlijk lager uit. Dit wordt met name verklaard door het uitstellen van investeringen, waardoor geen aanvullende financiering nodig was en de vaste schulden verder konden worden afgebouwd. Ondanks een licht lagere batenrealisatie is de financiële positie daarmee gunstiger dan begroot.

Volgens de signaleringswaarden wordt een netto schuldquote van deze omvang aangemerkt als “gezond”. 49

u

Solvabiliteit De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin de organisatie haar activa financiert met eigen vermogen. Een hogere solvabiliteit betekent dat de organisatie minder afhankelijk is van vreemd vermogen en beter bestand is tegen financiële tegenvallers. De solvabiliteit ontwikkelt zich van 6,1% in 2022 naar 7,2% in 2025. Na een daling in 2023, als gevolg van een afname van het eigen vermogen en een toename van de passiva, is vanaf 2024 weer sprake van herstel. Dit komt door een toename van het eigen vermogen en een daling van de schuldenpositie. Ondanks deze positieve ontwikkeling blijft de solvabiliteit relatief laag. Volgens de signaleringswaarden wordt dit kengetal nog steeds als “risicovol” aangemerkt. Dit betekent dat de organisatie in beperkte mate beschikt over eigen vermogen om financiële tegenvallers op te vangen. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft inzicht in de mate waarin structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Incidentele baten en lasten blijven hierbij buiten beschouwing. Voor 2025 bedraagt de structurele exploitatieruimte 1,8%, wat betekent dat de structurele baten de structurele lasten overstijgen. Volgens de signaleringswaarden wordt dit percentage aangemerkt als “gezond”.

2.4.2 Onderhoud kapitaalgoederen Waardlanden beschikt over de grond en de accommodaties aan de Boezem te Gorinchem en de grond GrootAmmers als kapitaalgoederen. Daarnaast is het pand en de werkplaats aan de Boezem 5 aangekocht. Door de voormalige eigenaar is een recht van opstal verleend. De erfpacht constructie geeft recht tot koop na 10 jaar en eindigt uiterlijk 22 april 2032. De intentie is om iedere drie jaar het meerjaren onderhoudsplan (MJOP) te actualiseren. Een, gedeeltelijke, herwaardering heeft in 2020 plaatsgevonden. Het huidige MJOP is in 2023 geactualiseerd. In 2026 zal een nieuwe opname plaatsvinden van de actuele staat van bouwkundige en installatietechnische componenten op de diverse locaties.

2.4.3 Financiering De beleidskaders voor de financieringsfunctie zijn vastgelegd in het Financieringsstatuut 2020 van Waardlanden, dat door het bestuur is vastgesteld. Deze kaders voldoen aan de bepalingen uit de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en overige relevante wet- en regelgeving, zoals opgenomen in het geldende normenkader. De treasuryfunctie heeft betrekking op het sturen en beheersen van financiële geldstromen, posities en de hieraan verbonden risico’s. Dit omvat onder meer het aantrekken en uitzetten van middelen, het beheren van liquiditeiten en het uitvoeren van het betalingsverkeer. 50

u

Een financieel gezonde organisatie kenmerkt zich door: •

het kunnen voldoen van de reguliere uitgaven vanuit structurele inkomstenbronnen;

•

leningen voor materiële vaste activa (zoals gebouwen, voertuigen of apparatuur) een looptijd hebben die aansluit bij de verwachte technische en economische levensduur van deze activa;

•

het waarborgen van een toereikende liquiditeitspositie, zodat te allen tijde aan de financiële verplichtingen kan worden voldaan;

•

het beheersen en spreiden van financiële risico’s, zoals rente- en liquiditeitsrisico’s, binnen de kaders van wet- en regelgeving.

2.4.3.1 Treasury In de onderstaande tabellen wordt de renteverantwoording weergegeven. Het renteschema toont de gerealiseerde externe rentelasten en -baten en het saldo dat aan producten wordt toegerekend. De tabel doorbelaste rente geeft vervolgens weer hoe deze aan producten toegerekende rente is verdeeld over de verschillende producten. Renteschema (bedragen x 1.000 euro)

Renteschema Externe rentelasten over korte en lange financiering

Realisatie 2025 580 6

Externe rentebaten

-78

Saldo rentelasten en rentebaten

508

Rentelasten grondexploitatie

-

Rentelasten projectfinanciering

-

Aan producten toe te rekenen externe rente

508

Rente over eigen vermogen*

-

Rente over voorzieningen*

-

Totaal geraamde aan producten toe te rekenen externe rente

508

Aan producten toegerekende rente (renteomslag 1,97%)

508

Verwacht renteresultaat Tabel 18: Renteschema * Waardlanden past deze werkwijze niet toe

51

-

u

Doorbelaste rente

Realisatie

(bedragen x 1.000 euro)

2025

Voertuigen

75

Containers

252

Huisvesting

179

Automatisering

2

Totaal doorbelaste rente

508

Tabel 19: Doorbelaste rente

Het verschil tussen de berekende rente en de daadwerkelijke rente is € 1,00, wat neerkomt op 0%. Dit verschil is acceptabel, omdat het binnen de vastgestelde normen valt. Alleen als de afwijking groter is dan 25%, is een correctie verplicht. 2.4.3.2 Liquide middelen Waardlanden heeft op 31 december 2025 de volgende rekening-courantfaciliteiten: Bank Nederlandse Gemeenten

€ 1.500.000

saldo 31 december 2025 € 242.074 schuld

€0

saldo 31 december 2025 € 105.043 tegoed

Rabobank Nederland De kaspositie per eind 2025 bedraagt € 2.698.

De saldi vallen binnen de voor Waardlanden geldende wettelijke normen voor kasgeldlimieten. De toegestane kasgeldlimiet voor 2025 is € 2.340.000, dit is 8,2% van het totale begrotingsbedrag. Hieronder wordt de ontwikkeling van de kasgeldlimiet in 2025 weergegeven.

Kasgeldlimiet

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

(bedragen x 1.000 euro)

gemiddeld

gemiddeld

gemiddeld

gemiddeld

Omvang rekening 2025 € 28.537.000 (=grondslag) 1 Toegestane kasgeldlimiet - in procenten van de grondslag

8,20%

8,20%

8,20%

8,20%

- in bedrag

2.340

2.340

2.340

2.340

2 Omvang vlottende schuld

-376

-759

-446

-242

- schuld in rekening courant

-376

-759

-446

-242

3 Vlottende middelen

106

34

25

105

- opgenomen gelden < 1 jaar

52

u

- tegoeden in rekening courant

106

34

25

105

4 Totaal vlottende schuld (2-3)

-270

-724

-421

-137

Toegestane kasgeldlimiet (1)

2.340

2.340

2.340

2.340

Ruimte

2.070

1.616

1.919

2.203

Toets kasgeldlimiet

Tabel 20: Kasgeldlimiet

2.4.3.3 Schatkistbankieren Door de invoering van schatkistbankieren mag Waardlanden per kwartaal gemiddeld maximaal € 1.000.000 aan liquide middelen aanhouden. De rekening-courant bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) wordt automatisch afgeroomd. Hierdoor voldoet Waardlanden altijd aan de eisen van het schatkistbankieren. 2.4.3.4 Langlopende leningen Het wettelijk kader heeft betrekking op afdekken van de renterisico’s in verband met het herfinancieren van leningen. De wettelijke renterisiconorm bedraagt € 5.707.400 (20% van het begrotingstotaal). Er is geen sprake van risico’s met betrekking tot herfinanciering. De aangegane leningen hebben een vastgestelde rente voor de gehele looptijd. De leningenportefeuille van Waardlanden is opgenomen in bijlage C van deze jaarrekening. 2.4.3.5 EMU saldo Het EMU-saldo, zoals berekend in overeenstemming met de methodiek van het CBS, bedraagt: EMU-saldo bedragen x 1.000 euro

Exploitatiesaldo Afschrijvingen Dotatie voorzieningen Investeringen Ten laste gebracht van voorzieningen EMU-saldo

Begroting

Realisatie

2025

2025

2.751 174 -2.907 -309

267 2.584 382 -1.227 -167

-291

1.839

Tabel 21: EMU-saldo 2025

De afwijking wordt voornamelijk veroorzaakt door verschillen in het exploitatiesaldo en de investeringen. In de begroting wordt uitgegaan van een neutraal exploitatiesaldo terwijl in de realisatie een positief exploitatiesaldo ven € 267.000 is gerealiseerd. Daarnaast wijken de investeringen af van de begroting. De 53

u

lagere investeringsuitgaven in 2025 hebben een positief effect op het EMU-saldo. Het verschil wordt grotendeels verklaard doordat een deel van de geplande investeringen is doorgeschoven naar volgend jaar.

2.4.4 Bedrijfsvoering 2.4.4.1 (Interne) controle Door personeelswisselingen, ziekte en het vertrek van medewerkers zijn in 2025 geen adequate interne controles uitgevoerd. Met de aanstelling van een business controller worden deze controles in 2026 weer integraal opgepakt. De notitie frauderisico’s is in concept gereed en zal in 2026 worden voorgelegd aan het bestuur. In de financiële verordening Bedrijfsvoeringsorganisatie Waardlanden is vastgelegd dat de directie verslag doet aangaande financieel rechtmatig beheer. In 2025 is er voor een totaal bedrag van afgerond € 1.107.000 ten onrechte niet Europees aanbesteed. 2.4.4.2 Rechtmatigheidsverantwoording De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijkt een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het bestuur van de ‘Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Reinigingsdienst Waardlanden’ toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd.

Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het bestuur vastgestelde kaders

zoals

de

begroting

en

verordeningen

van

de

“Gemeenschappelijke

Regeling

Bedrijfsvoeringsorganisatie Reinigingsdienst Waardlanden” en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het bestuur op 8 december 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed In het verslagjaar 2025 is voor een bedrag van afgerond € 1.107.000 aan opdrachten voor dienstverlening en inhuur niet Europees aanbesteed, terwijl deze (geaggregeerd) boven de geldende drempelbedragen uitkwamen. Hiermee is sprake van een rechtmatigheidsafwijking inzake de aanbestedingsregels.

54

u

Categorie

Bedrag 2025 (in euro's)

Verzekeringen (wagenpark)

182.755

Externe inhuur - management

436.035

Externe inhuur - beleids-/staf-functies

254.767

Externe inhuur – ICT/consultancy (software)

66.704

Uitbesteding werkzaamheden – onkruidbestrijding

166.723

Totaal

1.106.984

Tabel 22: Inkopen ten onrechte niet aanbesteed

Uit bovenstaande tabel blijkt dat een groot deel van inkopen die niet rechtmatig zijn aanbesteed, betrekking heeft op de inzet van externe inhuur. Dit betreft inhuur voor specialistische werkzaamheden en kritieke functies die nodig zijn om de voortgang van de werkzaamheden te waarborgen. Een deel van deze inhuur is reeds in 2024 gestart. Doordat externe inhuur relatief kostbaar is en de inzet in een aantal gevallen langer duurde dan aanvankelijk voorzien, is in 2025 het drempelbedrag voor de aanbesteding in een aantal gevallen overschreden. Inmiddels zijn meerdere vacatures uitgezet en is een deel van de externe inhuur vervangen door vast personeel. Hiermee wordt beoogd verdere overschrijdingen te beperken en nieuwe overschrijdingen zoveel mogelijk te voorkomen. In 2025 is het inkoopproces ingericht en zijn taken en verantwoordelijkheden binnen het inkoopproces verduidelijkt. Daarnaast zijn medewerkers geïnformeerd over de Europese aanbestedingsregels. Door deze maatregelen vindt in een eerder stadium afstemming plaats over voorgenomen opdrachten en wordt vooraf beter beoordeeld of een Europese aanbesteding nodig is. Hiermee is de naleving van de regels versterkt. Op basis van de eerste ervaringen wordt verwacht dat het aantal overschrijdingen van aanbestedingsdrempels zal afnemen. Tegelijkertijd blijft het belangrijk om dit goed te volgen.

In 2026 wordt bekeken of de getroffen maatregelen goed werken en waar nodig aangepast. Hiermee wordt het risico op nieuwe overschrijdingen beperkt. 2.4.4.3 Klachten en meldingen Op grond van artikel 9:12a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden alle schriftelijke klachten geregistreerd en jaarlijks gepubliceerd. In 2025 zijn 20 klachten ontvangen, die allen binnen de wettelijke termijn zijn afgehandeld. In enkele gevallen kon een klacht niet in behandeling worden genomen omdat deze niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden; de klagers zijn hierover geïnformeerd. Een aantal klachten werd tussentijds opgelost door extra uitleg te geven over de geldende regels.

55

u

Uit de klachten blijkt dat bebording en informatie op de milieustraten aandacht verdienen. Klagers gaven aan dat zij onverwacht werden aangesproken over de manier waarop zij hun afval aanboden. Op basis hiervan wordt onderzocht hoe de informatievoorziening en bebording op de milieustraten kan worden verbeterd, zodat klachten in de toekomst kunnen worden voorkomen. 2.4.4.4 Personeel en organisatie Sinds januari 2024 heeft Waardlanden een interim-directeur. In deze periode zijn verschillende organisatieontwikkelingen in gang gezet op het gebied van automatisering, data-analyse, financiële beheersing en veiligheid. Deze trajecten lopen door in 2025. Om de voortgang en aansturing van deze ontwikkelingen te borgen is besloten om in 2025 geen directiewissel te laten plaatsvinden. Het aantal medewerkers is in 2025 stabiel gebleven op gemiddeld 103 fte. Dit is lager dan begroot. Het verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door moeilijk vervulbare vacatures, met name binnen de bedrijfsvoering en het midden- en hoger management. Op deze functies zijn tijdelijk externen ingezet, die ook expertise meebrengen om de meer specialistische taken op te pakken. Daardoor kunnen sneller stappen gezet worden op het gebied van data-analyse, rapportages en beleid. Bij het invullen van vacatures wordt ook rekening gehouden met veranderingen in de uitvoering.

Door verdere automatisering en data-analyse ontstaat beter inzicht in de inzet van mensen en middelen. Dit kan gevolgen hebben voor de personele bezetting, qua aantallen maar ook qua werkinhoud. Om flexibiliteit te behouden en de structurele behoefte aan capaciteit en expertise goed te kunnen bepalen, worden sommige vacatures tijdelijk ingevuld. De gemiddelde leeftijd van het personeel bij Waardlanden is 49 jaar met een gemiddelde diensttijd van 12 jaar. Door de combinatie van een ouder personeelsbestand en fysiek zwaar werk in de uitvoering, blijft duurzame

inzetbaarheid

een

belangrijk

aandachtspunt.

Ook

vanuit

het

medewerkertevredenheidsonderzoek, dat in maart 2025 is gehouden, komt naar voren dat medewerkers aandacht vragen voor vitaliteit. Het ziekteverzuim in 2025 is 10,52%, een forse stijging ten opzichte van 2024 toen het verzuim 7,61% was. Ter vergelijking: het sectorgemiddelde in 2024 was 6,5% (bron: CBS, sector waterbedrijf en afvalbeheer). Het relatief hoge verzuimpercentage wordt in belangrijke mate beïnvloed door een aantal langdurige verzuimdossiers: 9% van het verzuim duurt langer dan 42 dagen. Het aandeel kort verzuim daarentegen blijft beperkt. Hieruit kan worden afgeleid dat het ingezette verzuimbeleid, gericht op preventie en tijdige begeleiding, effect heeft.

56

u

10,0% 2,4% 8,0% 6,0%

3,3% 6,6%

4,0% 2,3% 2,0%

1,3%

0,0%

0,7%

0,6% 0,9%

2024

2025

0-7 dagen

8 - 42 dagen

43 - 365 dagen

> 365 dagen

Grafiek 19: Verzuim naar duur (2024 versus 2025)

Om het ziekteverzuim te beheersen, de inzet van eigen krachten te verbeteren en de externe inhuur te beperken, zijn verschillende maatregelen ingezet, zoals: •

het aanbieden van een generatiepact;

•

het verder terugdringen van structurele overuren;

•

blijvende aandacht voor veilig en gezond werken;

•

aandacht voor opleidings- en doorstroomtrajecten.

Deze aanpak wordt in 2026 verder voortgezet en waar nodig aangescherpt.

2.4.4.5 Arbo, veiligheid, milieu en duurzaamheid Arbo In het najaar van 2025 is het traject voor een nieuwe Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) gestart. De uitkomsten hiervan worden begin 2026 verwacht. Op basis daarvan wordt het Arbo- en milieubeleid bijgewerkt. In 2025 zijn in totaal 41 incidenten gemeld, bestaande uit 11 milieu-incidenten, 12 meldingen van gevaarlijke situaties, 2 meldingen van agressie, 3 meldingen van materiële schade en 13 arbeidsongevallen. Van de 13 arbeidsongevallen gingen er 5 gepaard met letsel, waarvan 4 met verzuim. Eén arbeidsongeval is gemeld bij de Nederlandse Arbeidsinspectie; dit betrof een ongeval met een vrijwilliger met ernstig letsel. Alle incidenten zijn onderzocht op mogelijke oorzaken. Naar aanleiding hiervan zijn verbetervoorstellen opgesteld om incidenten in de toekomst te voorkomen. Naar aanleiding van het arbeidsongeval met een vrijwilliger is Waardlanden in 2025 gestart met een e-learning voor vrijwilligers die papier inzamelen, met als doel veiligheid nadrukkelijker onder de aandacht te 57

u

brengen. In totaal hebben 612 vrijwilligers de e-learning met succes afgerond en hiervoor een certificaat ontvangen. Bedrijfshulpverlening Bedrijfshulpverleners (BHV’ers) zijn opgeleid om in geval van nood werknemers en bezoekers in veiligheid te brengen. De taken van een BHV’er bestaan onder andere uit: •

het verlenen van eerste hulp bij ongevallen;

•

het beperken en bestrijden van brand;

•

het voorkomen en beperken van ongevallen.

Waardlanden beschikt over 30 gecertificeerde BHV’ers. De hoofdlocatie in Gorinchem telt 14 BHV’ers. De overige 16 BHV’ers zijn verdeeld over de andere vijf locaties. Verduurzamen van de eigen organisatie In 2025 namen we geen nieuwe stappen om de organisatie duurzamer of meer circulair te maken. Er was wel milieuwinst door maatregelen die in eerdere jaren zijn genomen. Zo is door het gebruik van zogenaamde future fuels (blauwe diesel) voor ons wagenpark over 2025 in vergelijking met conventionele diesel in totaal een vermindering van ruim 1.420 ton CO₂ gerealiseerd (2024: 1.527 ton). 2.4.4.6 Wet Open Overheid (Woo) Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden als opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Het doel van deze wet is een transparante overheid met een goede en toegankelijke informatievoorziening. De Woo verplicht bestuursorganen om actiever informatie openbaar te maken. Dit betekent dat in de begroting en het verantwoordingsverslag moet worden aangegeven hoe hier rekening mee wordt gehouden. Dit onderdeel in de jaarrekening 2025 geeft invulling aan deze verplichting. De Woo kent vier belangrijke verplichtingen: 1.

De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen;

2. Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking; 3.

Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking;

4. Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Woo-contactfunctionaris Waardlanden heeft een Woo-contactfunctionaris aangesteld om het makkelijker te maken om informatie op te vragen en de dienstverlening te verbeteren. De Woo-functionaris heeft een actieve voorlichtingsfunctie. Inwoners en andere belangstellenden hoeven niet direct een Woo-verzoek in te dienen; zij kunnen eerst met vragen terecht bij de Woo-contactfunctionaris, die uitleg geeft en helpt bij het vinden van de juiste informatie.

58

u

Passieve openbaarmaking Om inwoners de mogelijkheid te geven een Woo-verzoek ook digitaal in te dienen, is op de website van Waardlanden hiervoor een optie toegevoegd. Daarnaast is de procedure voor het indienen van een Wooverzoek beschreven en is nadere informatie beschikbaar gesteld. In 2025 heeft Waardlanden één verzoek ontvangen. Dit betrof geen Woo-verzoek, maar een informatieverzoek in het kader van een klachtbehandeling. Het verzoek is naar tevredenheid afgehandeld. Omdat het geen Woo-verzoek betrof, valt het niet onder de passieve openbaarmaking. Voor Woo-verzoeken die wél binnenkomen, inclusief de schriftelijke beslissingen en verstrekte informatie, geldt dat deze op de website worden gepubliceerd. Actieve openbaarmaking Waardlanden publiceert uit eigen beweging informatie om de transparantie te bevorderen en te voldoen aan de Woo-verplichtingen. Dit draagt bij aan een toegankelijke en goed geïnformeerde omgeving voor inwoners en andere belangstellenden. Medewerkers worden zich bewust gemaakt van de invloed van de Woo op hun werk en het belang van een transparante overheid. Informatievoorziening op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen zes jaar op orde wordt gebracht. Dit houdt in dat, op basis van een op te stellen meerjarenplan, maatregelen worden genomen om informatiebestanden duurzaam toegankelijk te maken en te houden.

Informatie wordt als duurzaam toegankelijk beschouwd als deze gedurende de vastgestelde bewaartermijn voldoet aan de DUTO-kenmerken: vindbaar, beschikbaar, leesbaar, interpreteerbaar, betrouwbaar en toekomstbestendig. Dit geldt voor iedereen die daar recht op heeft en voor zo lang als noodzakelijk. In 2025 is het meerjarenplan opgesteld en is een start gemaakt met de uitvoering. De ingezette werkzaamheden worden in 2026 voortgezet.

2.4.5 Verbonden partijen Beleidsvisie Waardlanden hanteert het beleid dat een verbonden partij moet bijdragen aan de doelstellingen van de organisatie. Dit betekent dat commerciële activiteiten op het gebied van bedrijfsafval worden uitgevoerd onder eigen naam en voor eigen risico. Verbonden partijen Waardlanden kent als verbonden partij Waardlanden Reinigingsbedrijf BV. Omschrijving belang Waardlanden is voor 100% aandeelhouder in Waardlanden Reinigingsbedrijf BV. 59

u

Belang aan het begin en einde jaar Er is sprake van een 100% belang aan het begin en einde van het jaar. Resultaat boekjaar Het voorlopige resultaat over het boekjaar 2025 bedraagt €163.867 vóór belasting en € 132.732 na belasting.

60

JAARREKENING

61

u

3 Jaarrekening 3.1

Gerealiseerde baten en lasten

Gerealiseerde baten en lasten (bedragen x 1.000 euro)

Realisatie

Begroting

Realisatie

Verschil

2024

2025

2025

2025

LASTEN Lonen en salarissen Inhuur derden Overige personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingskosten Kantoorkosten Voertuigkosten Materieel Bankkosten Rente Overige kosten Verwerkingskosten Vennootschapsbelasting Totaal lasten

8.135 2.202 362 2.804 994 801 2.413 445 5 580 1.450 5.927 1 26.120

10.447 164 484 2.751 1.219 1.266 2.472 683 5 677 1.350 7.020 28.537

8.020 3.024 564 2.584 1.020 1.129 2.468 863 5 508 1.526 6.117 1 27.828

-2.427 2.860 80 -167 -199 -137 -4 180 -169 176 -903 1 -709

BATEN Algemene baten Doorbelastingen Overige baten Nedvang Verwerkingsopbrengsten KWD opbrengsten Dividend Vennootschapsbelasting Totaal baten

18.243 83 467 959 4.584 1.929 215 26.481

19.781 121 684 587 5.637 1.578 150 28.537

19.688 685 1.248 4.519 1.877 77 28.094

-93 -121 1 661 -1.118 299 -73 -443

Saldo van baten en lasten

361

-

267

267

Toevoegingen (-) en onttrekkingen aan de reserves Reserve grondwaardering Reserve verzekering eigen risico Bestemmingsreserve Diftar

300

-

75

75

Resultaat

661

-

342

342

Tabel 23: Gerealiseerde baten en lasten

62

u

3.2

Toelichting op gerealiseerde baten en lasten

Het resultaat over 2025 bedraagt na mutaties in de reserves afgerond € 342.000 positief. Het resultaat vóór mutaties in de reserves bedraagt € 267.000 positief. Dit is vóór resultaatbestemming en vennootschapsbelasting. Hieronder wordt per categorie een nadere toelichting gegeven op de afwijkingen tussen de realisatie en de begroting. Personele kosten

Begroting 2025

Realisatie 2025

Verschil 2025

10.447.000

8.020.000

-2.427.000

Inhuur derden

164.000

3.024.000

2.860.000

Overige personeelslasten

484.000

564.000

80.000

11.095.000

11.608.000

513.000

(bedragen afgerond in 1.000 euro)

Lonen en salarissen

Totaal Tabel 24: Afwijking personele kosten 2025

Er is een verschuiving zichtbaar tussen de kosten voor lonen en salarissen en inhuur. De hogere kosten voor inhuur hangen samen met de inzet van specialisten en capaciteit die nodig was voor de voortgang van de werkzaamheden. Daarnaast is een deel van de inhuur ingezet om openstaande vacatures tijdelijk op te vangen en cruciale functies te blijven vervullen tijdens periodes van ziekte of afwezigheid binnen de organisatie. Per saldo zijn de totale kosten met € 433.000 toegenomen. Zie bijlage D voor de staat van personele sterkte en inhuur. De overige personeelslasten zijn € 80.000 hoger dan begroot, In deze lasten zijn onder andere een nieuw gevormde voorziening met betrekking tot kosten van langdurige ziekte van € 118.000 en WW-eigen risicodrager van € 43.000 opgenomen. De kosten voor verzuimbegeleiding waren, als gevolg van het hogere ziekteverzuim, € 27.000 hoger dan begroot. Daarnaast bedragen de kosten voor werving en selectie € 15.000 hoger dan begroot, voornamelijk door externe begeleiding bij de werving managementfuncties. De opleidingen en cursussen zijn € 63.000 lager dan begroot, evenals de overige personeelslasten die een onderschrijding laat zien van € 60.000. Kapitaallasten

Begroting 2025

Realisatie 2025

Verschil 2025

Afschrijvingen

2.751.000

2.584.000

-167.000

Rente

677.000

508.000

-169.000

Totaal

3.428.000

3.091.000

-337.000

(bedragen afgerond in 1.000 euro)

Tabel 25: Afwijking kapitaallasten 2025

De afschrijvingskosten zijn € 167.000 lager dan begroot. Dit komt doordat een aantal geplande investeringen is doorgeschoven naar latere jaren. Voor de inzamelvoertuigen heeft een Europese aanbesteding 63

u

plaatsgevonden, die doorgaans een langere doorlooptijd kent. Hierdoor zijn enkele investeringen doorgeschoven naar 2026. De betreffende voertuigen zijn inmiddels besteld en de levering zal in 2026 plaatsvinden, mede vanwege de relatief lange levertijden van deze voertuigen. De rentelasten zijn € 169.000 lager dan begroot. Dit is het gevolg van meerdere factoren. In 2025 zijn rentebaten uit hoofde van schatkistbankieren gerealiseerd van € 79.000. Deze baten waren niet begroot en zijn het gevolg van een betere kaspositie dan verwacht. Daarnaast is in voorgaande jaren minder geïnvesteerd dan gepland, waardoor in 2025 geen aanvullende financiering voor investeringen nodig was. Hiertegenover staat dat de rentelasten op de rekening-courant € 6.000 bedragen, waarvoor geen bedrag was begroot. Uitvoeringskosten

Begroting 2025

Realisatie 2025

Verschil 2025

2.472.000

2.468.000

-4.000

Materieel

683.000

863.000

180.000

Totaal

3.155.000

3.330.000

176.000

(bedragen afgerond in 1.000 euro)

Voertuigkosten

Tabel 26: Afwijking uitvoeringskosten 2025

Containerkosten De kosten voor materieel, met name de afzetcontainers en wijkverzamelcontainers, zijn circa € 180.000 hoger uitgekomen dan begroot. De hogere kosten bij de wijkverzamelcontainers zijn het gevolg van veelvuldig noodzakelijk onderhoud en reparaties, doordat onderdelen sneller slijten of kapot gaan dan verwacht. Daarnaast dragen herstelkosten als gevolg van vandalisme bij aan de hogere uitgaven. Voor de afzetcontainers spelen vooral de hogere onderhoudskosten een rol. Een aantal containers is later vervangen dan oorspronkelijk gepland, vergelijkbaar met de vertraging bij de voertuigen, wat bijdraagt aan de hogere uitgaven. Voertuigkosten De voertuigkosten laten een saldo zien van diverse voor- en nadelen (per saldo € 4.000 lager). Zo is er een nadeel van € 68.000 op de onderhoudskosten van materieel. Door uitgestelde investeringen zijn oudere voertuigen in gebruik, die meer onderhoud vereisen. De noodzakelijke vervangingsinvesteringen staan gepland voor 2026 en later. Als gevolg van het doen van een Europese aanbesteding voor de inzamelvoertuigen hebben investeringen niet eerder plaats kunnen vinden. Daarnaast is er een nadeel van € 68.000 op overige materieelkosten, dit betreft de huur van inzamelwagens. Deze inzet was nodig vanwege uitval en onderhoud van eigen voertuigen en was niet als zodanig begroot.

Een voordeel van € 171.000 is gerealiseerd op brandstofkosten. De oorspronkelijke begroting ging uit van hogere kosten, mede door geopolitieke ontwikkelingen ten tijde van het opstellen van de begroting. De werkelijke kosten vielen echter

64

u

lager uit, zelfs iets onder het niveau van 2024. Het resterende verschil van € 31.000 betreft het saldo van diverse andere posten, waaronder eigen risico, verzekeringen en belastingen. Verwerkingskosten

Begroting 2025

Realisatie 2025

Verschil 2025

Verwerkingskosten

7.020.000

6.117.000

-903.000

Totaal

7.020.000

6.117.000

-903.000

(bedragen afgerond in 1.000 euro)

Tabel 27: Afwijking Verwerkingskosten 2025

De verwerkingskosten vanuit de huis-aan-huisinzameling laten een voordelig saldo zien van € 476.000. De grootste afwijking betreft het zogenoemde fijn huishoudelijk afval, met een voordeel van € 303.000. Dit voordeel wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere ingezamelde hoeveelheden dan begroot. De afgelopen jaren is er een duidelijke trendbreuk zichtbaar in de hoeveelheid aangeboden restafval per inwoner. In 2024 is in drie van de vier gemeenten het recycletarief ingevoerd. De begroting voor 2025 is begin 2024 opgesteld. Op dat moment liet het effect van de invoering van het recycletarief op de totale hoeveelheid restafval en grondstoffen zich niet makkelijk voorspellen. Daarom is de hoeveelheid restafval voor 2025 bewust conservatief begroot, om te voorkomen dat tegenvallend resultaten zouden leiden tot aanzienlijke financiële tegenvallers in de verwerkingskosten voor de gemeenten. Ten slotte is er een aanzienlijk voordeel gerealiseerd op de verwerking van huishoudelijk papier (een opbrengst) van € 326.000. Vanuit het voorzichtigheidsprincipe wordt in de begroting uitgegaan van een minimumprijs; in de praktijk ligt de gerealiseerde verkoopprijs doorgaans hoger.

Het resterende saldo van € 102.000 bestaat uit diverse minder omvangrijke afwijkingen, waaronder een nadeel bij drukhouders van € 48.000, een voordeel bij matrassen van € 95.000, een nadeel bij metaal van € 76.000 en overige afwijkingen waarover geen bijzonderheden zijn te melden. Kosten bedrijfsvoering

Begroting 2025

Realisatie 2025

Verschil 2025

Huisvestingskosten

1.219.000

1.020.000

-199.000

Kantoorkosten

1.266.000

1.129.000

-137.000

5.000

5.000

-

1.350.000

1.526.000

176.000

-

1.000

1.000

3.839.000

3.681.000

-159.000

(bedragen afgerond in 1.000 euro)

Bankkosten Overige kosten Vennootschapsbelasting Totaal Tabel 28: Afwijking kosten bedrijfsvoering 2025

65

u

Huisvestingskosten De huisvestingskosten zijn € 199.000 lager dan begroot. De lagere onderhoudskosten verklaren een onderschrijding van € 45.000. Het grootste deel van de afwijking wordt veroorzaakt door de in de begroting opgenomen post van € 140.000 ten behoeve van de reserve grondwaardering. Deze post is in de begroting opgenomen om de liquiditeitsbehoefte als gevolg van de ophoging van de reserve grondwaardering af te dekken. In de realisatie kan deze toevoeging echter pas plaatsvinden bij de resultaatbestemming. De energiekosten zijn € 21.000 hoger dan begroot, doordat de opbrengst uit de salderingsregeling lager was dan geraamd. Daartegenover staan lagere verzekeringskosten van € 26.000 ten opzichte van de begroting. Kantoorkosten De kantoorkosten zijn in de realisatie € 137.000 lager dan begroot. De voornaamste afwijkingen bestaan uit: Betreft

(bedragen in euro)

Automatiseringskosten

247.000

Accountantskosten

18.000

Communicatiekosten

-98.000

Telefoonkosten

-18.000

Overige bedrijfsvoering kosten

-296.000

Diverse minder omvangrijke posten

10.000

Totaal

-137.000

Tabel 29: Afwijkingen kantoorkosten 2025

De automatiseringskosten omvatten onder meer licentiekosten, ondersteuning bij de ontwikkeling van BI, systeembeheer en de inrichting van softwarepakketten. Deze kosten zijn in 2025 hoger uitgevallen dan begroot. Dit komt doordat de oorspronkelijke raming te laag was, met name in het licht van de realisatie in 2024. De kosten voor ondersteuning en gegevenskoppelingen zijn namelijk gestegen. Daarnaast zijn in 2025 twee projecten uitgevoerd: Engage (€ 45.000) en Spotmaster (€ 45.000). Deze uitgaven hebben een incidenteel karakter. De accountantskosten zijn € 18.000 hoger dan begroot. De controle van de jaarrekening 2024 heeft meer tijd in

beslag

genomen,

onder

andere

vanwege

de

afrekening

richting

de

gemeente

en

de

rechtmatigheidsverklaring. De communicatiekosten zijn € 98.000 lager dan begroot. Door een niet volledige bezetting gedurende het jaar is een aantal beoogde projecten niet of later uitgevoerd, waardoor een onderschrijding van € 98.000 ten opzichte van de begroting is ontstaan.

66

u

De telefoonkosten zijn € 18.000 lager dan begroot. Dit is onder andere gerealiseerd door het afsluiten van een nieuw en voordeliger contract voor mobiele telefonie. De lagere kosten voor overige bedrijfsvoering zijn het gevolg van twee factoren. Ten eerste heeft Circulus € 91.000 minder in rekening gebracht dan verwacht voor werkzaamheden bij het registreren en verwerken van afvalcontainers; bij het opstellen van de begroting waren deze kosten te hoog ingeschat. Daarnaast is er een onderschrijding van € 250.000 op de post “onvoorzien”. In de tabel in paragraaf 2.3 “Aanwending bedrag onvoorzien” wordt toegelicht waaraan dit bedrag is besteed. De werkelijke uitgaven zijn op andere plekken in de jaarrekening verwerkt. Zo zijn de kosten voor de evaluatie van de strategienota (€ 44.000) in overeenstemming met het bestuursbesluit geboekt, maar niet begroot. Hierdoor ontstaat een verschil tussen het begrote bedrag en de uiteindelijke uitgaven. Overige kosten De overige kosten zijn in de realisatie € 176.000 hoger dan begroot. De voornaamste afwijkingen bestaan uit: Betreft

(bedragen in euro)

Dotatie dubieuze debiteuren

34.000

Transportkosten derden

-38.000

Projectkosten

75.000

Uitvoeringskosten DVO

105.000

Totaal

176.000

Tabel 30: Afwijkingen overige kosten 2025

De projectkosten hebben betrekking op de start van de Plasklas, een initiatief dat ouders en kinderen ondersteunt bij het zindelijk worden en daarmee bijdraagt aan het verminderen van luierafval. De uitvoeringskosten DVO zijn € 105.000 hoger dan begroot, en betreft een saldo van over- en onderschrijdingen op diverse DVO’s. Een belangrijk deel betreft de inzet van de polderbus als DVO in de realisatie, die in de begroting niet als DVO was opgenomen. Algemene baten

Begroting 2025

Realisatie 2025

Verschil 2025

Algemene baten

19.781.000

19.688.000

-93.000

Totaal

19.781.000

19.688.000

-93.000

(bedragen afgerond in 1.000 euro)

Tabel 31: Afwijking Algemene baten 2025

Het nadeel op de algemene baten bedraagt € 93.000 en betreft het saldo van twee posten. Enerzijds is ten opzichte van de begroting € 178.000 meer aan voorschotten voor de DVO’s gefactureerd. Dit heeft betrekking op de DVO voor de werkplaats en de DVO’s voor de polderbus. In de begroting waren deze kosten elders 67

u

opgenomen en niet afzonderlijk als DVO begroot. Daartegenover staat een negatief saldo van € 271.000 uit de afrekeningen van alle DVO’s per jaareinde, dat door Waardlanden aan de gemeenten moet worden terugbetaald. Per saldo leidt dit tot een nadeel van € 93.000. Verwerkingsopbrengsten

Begroting 2025

Realisatie 2025

Verschil 2025

Verwerkingsopbrengsten

5.637.000

4.519.000

-1.118.000

Totaal

5.637.000

4.519.000

-1.118.000

(bedragen afgerond in 1.000 euro)

Tabel 32: Afwijking Verwerkingsopbrengsten 2025

De lagere verwerkingskosten hebben geleid tot lagere verwerkingsopbrengsten. Deze posten kunnen echter niet één-op-één worden vergeleken of verrekend, omdat ook kosten en baten via derden lopen. Zoals reeds eerder vermeld, staan de prijzen voor textiel sterk onder druk. In 2025 is geen vergoeding voor textiel ontvangen, terwijl hiervoor een bedrag van € 69.000 was begroot.

KWD opbrengsten

Begroting 2025

Realisatie 2025

Verschil 2025

KWD opbrengsten

1.578.000

1.877.000

299.000

Totaal

1.578.000

1.877.000

299.000

(bedragen afgerond in 1.000 euro)

Tabel 33: Afwijkingen KWD opbrengsten 2025

De KWD opbrengsten (Waardlanden BV) zijn € 299.000 hoger dan begroot. De specificatie van de afwijking is als volgt. Betreft

(bedragen in euro)

Ledigingen ondergronds containers met bedrijfspas

152.000

Huur en lediging putten

129.000

Overhead

76.000

Doorbelaste verwerkingskosten

-58.000

Totaal

299.000

Tabel 34: Afwijkingen KWD opbrengsten 2025

In 2024 is aan bedrijven een bedrijfspas uitgereikt voor het gebruik van ondergrondse containers. Deze opbrengsten waren niet begroot omdat afspraken omtrent afrekening pas in 2024 zijn gemaakt een ook niet in de begroting 2025 waren opgenomen. Om die reden waren ook de opbrengsten uit huur en lediging niet begroot. De overhead is hoger dan begroot doordat de omzet bij Waardlanden B.V. hoger is dan voorzien. De verwerkingskosten zijn lager dan begroot. Dit komt door een daling van 621 ton aan ingezameld afval. 68

u

Overige baten

Begroting 2025

Realisatie 2025

Verschil 2025

Nedvang

587.000

1.248.000

661.000

Doorbelastingen

121.000

-

-121.000

Dividend

150.000

77.000

-73.000

Overige baten

684.000

685.000

1.000

1.542.000

2.010.000

468.000

(bedragen afgerond in 1.000 euro)

Totaal Tabel 35: Afwijkingen overige baten 2025

De opbrengsten uit de pmd-afvalstroom (Nedvang) zijn € 661.000 hoger dan begroot. Hoewel de totale hoeveelheid pmd per saldo gelijk is gebleven, is er in de onderliggende cijfers een duidelijke verschuiving zichtbaar. Zo is de hoeveelheid brongescheiden PMD met ruim 38% toegenomen, terwijl de aanvoer van pmd naar de nascheidingsinstallatie juist sterk is afgenomen. Dit komt onder andere doordat sinds 2025 het pmd uit het buitengebied via bronscheiding ingezameld in plaats van via nascheiding. Daarentegen zijn de opbrengsten uit de doorbelasting € 121.000 lager dan begroot. Deze begrote opbrengst is namelijk in de realisatie ondergebracht onder de DVO werkplaats. De dividenduitkering Waardlanden B.V. over het jaar 2024 bedroeg € 77.000, terwijl in de begroting € 150.000 was opgenomen. Dit leidt tot een onderschrijding van € 73.000 ten opzichte van de begroting. De afwijkingen op de overige baten worden als volgt gespecificeerd. Betreft

(bedragen in euro)

Overige bijdragen en inkomsten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1197/documents/35573