Zuidelijke Stadsrand_Toelichting.pdf
Tekst van het document
5.6 Kabels en leidingen Gastransportleiding Het plangebied wordt doorsneden door twee gasleidingen met een ontwerpdruk van 40 en 66,2 bar. De leidingen hebben een aandachtszone van 200 meter.
Hoogspanningsleiding In het oostelijke deel van het plangebied lopen twee hoogspanningsleidingen. Deze leidingen lopen parallel aan elkaar. De spanning van de westelijk gelegen hoogspanningsleiding bedraagt 380 kV en de spanning van de oostelijk gelegen hoogspanningsleiding 50 kV.
44
bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003 Volgens Tennet gelden voor de westelijk gelegen hoogspanningsleiding en de oostelijk gelegen hoogspanningsleiding respectievelijk de volgende afstanden voor een zakelijke rechtstrook, te weten 30-40 meter en 17,5 meter ter weerszijden van het hart van de hoogspanningslijnen. Een zakelijke rechtstrook is een strook die vrijgehouden moet worden van bebouwing. De bedrijfsgebouwen van de houthandel aan de Zandlaan 7 liggen op een afstand van circa 350 meter.
45
bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003
46
bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische aspecten
Inleiding
In het vorige hoofdstuk is naar voren gekomen op welke wijze de functies in het plangebied worden beheerd en eventueel worden ontwikkeld. Daarbij is het beleid zoveel mogelijk vertaald naar uitgangspunten voor de bestemmingsplanopzet. Voor zover deze vertaling van de uitgangspunten in de juridische regeling nog toelichting behoeft, wordt dit vermeld in dit hoofdstuk.
6.1.1
Uitgangspunten
Van groot belang is dat het bestemmingsplan en de verbeelding goed (af-)leesbaar is voor zowel de bewoners als de gemeente zelf. Dit is des te belangrijker, nu de bestemmingsplannen digitaal beschikbaar worden gesteld. Verder hecht de gemeente aan rechtszekerheid voor de burgers, zonder al teveel afwijkingsprocedures. Als uitgangspunt wordt dan ook gekozen voor een gedetailleerd plan, maar wel een plan waarin de mate van detail afhangt van de lokale situatie. Voorkomen moet worden dat te gedetailleerd wordt bestemd, waar dat niet nodig is.
6.1.2
Juridische regeling
Voor het plangebied is een regeling ontworpen, die de bestaande situatie vastlegt en tegelijkertijd enige ruimte biedt voor aanpassing aan veranderende wensen. Het plan biedt rechtszekerheid omtrent de ruimte voor verandering en biedt tegelijkertijd de nodige bescherming tegen ontwikkelingen die schadelijk zijn voor anderen. Bescherming tegen een zodanige ontwikkeling wordt samengevat in de term rechtsbescherming. Dit betekent dat in principe aan de gebruiker van gronden en opstallen zoveel mogelijk vrijheden worden gegeven. Deze zijn als recht in het plan geformuleerd. Als in bepaalde gevallen een mogelijke beschadiging van de belangen van andere burgers wordt verwacht, geeft het plan als recht meer beperkte mogelijkheden. Voor uitzonderingssituaties biedt het plan ruimere mogelijkheden in de vorm van binnenplans afwijken van het bestemmingsplan bij omgevingsvergunning.
6.1.3
Afwijken van de regels
In een bestemmingsplan kunnen regels worden opgenomen inzake afwijking van het bestemmingsplan bij omgevingsvergunning. Deze afwijkingen van de regels zijn bedoeld om de nodige flexibiliteit in het plan te brengen, zodat kan worden gereageerd op onvoorziene omstandigheden. Het gaat daarbij om relatief kleinschalige ruimtelijke ingrepen. Bij grotere ingrepen ligt het voor de hand een wijzigingsbevoegdheid op te nemen, of tot een planherziening te komen. Algemene regels voor afwijken in het plan betreffen: a.
b. c. d.
niet voor bewoning bestemde gebouwen en bouwwerken in het openbaar gebied. Deze mogen een hoogte hebben van maximaal 5 meter en een oppervlakte van ten hoogste 25 m2. Het betreft bouwwerken ten dienste van het openbaar nut; bouw van erkers, balkons, luifels, bordessen, pergola's en dergelijke bouwwerken aan de voorgevel met een diepte van maximaal 1,50 meter; bouwen van antennes met een bouwhoogte van maximaal 25 meter; de maatvoering. De maatvoering van bouwwerken mag afwijken met ten hoogste 10^0.
6.1.4
Verbeelding
De regels moeten worden gelezen in samenhang met de verbeelding. De verbeelding geeft op een zodanige wijze informatie dat hierop kan worden afgelezen waar en hoe er gebouwd kan worden. In de regels wordt deze informatie nader toegelicht, uitgewerkt en juridisch vastgelegd. Het laatste betekent dat de regels uiteindelijk bepalen op welke wijze de informatie op de verbeelding moet worden geïnterpreteerd. Het is dus altijd van belang om de regels te bekijken in samenhang met de verbeelding, als er daadwerkelijk gebouwd gaat worden, of als andere ontwikkelingen worden gepland.
47
bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003
6.2
Algemene uitgangspunten
Voor het bestemmingsplan 'Zuidelijke Stadsrand' worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: »
de bestaande, legale situatie is een belangrijk referentiepunt in de planregels. Dit betreft zowel het aantal aanwezige gebouwen als de bestaande inhoud en maten van deze gebouwen;
»
er is sprake van meer en minder gedetailleerde bestemmingen. Binnen de bestemmingen is in de bestemmingsomschrijving aangegeven, welk gebruik binnen de desbetreffende bestemming is toegestaan. Binnen de bestemming Wonen vallen alle eengezinswoningen, alsmede de tuinen, verhardingen en erftoegangswegen;
»
om de globaliteit van de bestemmingen niet ten koste te laten gaan van de ruimtelijke kwaliteit en de rechtszekerheid, is gebruik gemaakt van bouwvlakken.
6.3
Verantwoording Handboek Harderwijk
De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld aan de hand van de Standaard Handboek Harderwijk, versie 2016-02. »
Voor de woningen is zoveel mogelijk uitgegaan van de regeling in de Standaard Handboek Harderwijk. Daarnaast zijn de vigerende bouwmogelijkheden in het plangebied leidraad geweest. Hierdoor is een regeling ontworpen waarbij de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw maximaal 75 m2 mag bedragen en indien het perceel groter is dan 2.100 m2, maximaal 150 m2. Bij de berekening wordt de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoofdgebouw' niet meegerekend.
»
Schuilstallen en paardenbakken: het college heeft op 1 oktober 2019 de Beleidsregels schuilstallen en paardenbakken vastgesteld. Deze geldt voor het gehele Buitengebied van Harderwijk. Via een dynamische verwijzing naar deze beleidsregels maken deze onderdeel uit van dit bestemmingsplan. In het geval van een aanvraag voor een schuilgelegenheid , wordt de aanvraag getoetst aan de beleidsuitgangspunten en randvoorwaarden van deze beleidsregels.
»
In het kader van externe veiligheid zijn de regels op een aantal onderdelen anders dan in het handboek. Zo zijn ter verduidelijking de volgende twee begrippen opgenomen:
Zeer kwetsbaar object Objecten waar groepen personen verblijven met een beperkte zelfredzaamheid, zoals minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten. Zeer kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld ziekenhuizen en andere zorginstellingen, gebouwen voor onderwijs voor minderjarigen of buitenschoolse opvang, peuterspeelzalen, kinderdagverblijven, justitiële inrichtingen en asielzoekerscentra. (Deze definitie is in de lijn met de Circulaire LPG zoals deze op 1 april 2016 van kracht is.)
Risicobedrijf Een inrichting waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, een richtwaarde voor het risico dan wel een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in genoemd Besluit en/of een inrichting waarbinnen een risicobron aanwezig met een contour voor het plaatsgebonden risico 10-6 per jaar berekend conform de uitgangspunten zoals vastgelegd in de Regeling externe veiligheid inrichtingen. Voor de veiligheid en het verblijf van zeer kwetsbare personen (mensen met een beperkte zelfredzaamheid, zoals minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten) is een beperking opgenomen in de regeling voor aan huis verbonden beroepen of bedrijven. Binnen invloedsgebieden van risicobronnen is de ontwikkeling van een mogelijk zeer kwetsbaar object als kinderopvang en buitenschoolse opvang uitgesloten. Bij verkeersbronnen (weg en spoor) dient een afstand aangehouden te worden van 200 meter, ten aanzien van LPG-tankstations een afstand van 160 meter en bij buisleidingen de 100%-letaliteitsgrens. De regeling luidt nu als volgt (de onderstreepte tekst is toegevoegd):
48
bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003
Aan huis verbonden beroep Onder wonen is het uitoefenen van het aan huis verbonden beroep of bedrijf, niet zijnde kinderopvang en buitenschoolse opvang, mede begrepen, met dien verstande dat:... «
Veiligheidszones m.b.t. externe veiligheid. In het plangebied ligt een aantal veiligheidszones, zoals de 'Veiligheidszone - lpg' , 'Veiligheidszone CNG' en 'Veiligheidszone - waterstof. Binnen deze zones mogen, in afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemmingen, geen nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd.
6.4 Bestemmingsbepalingen In de regels is het beschreven beleid vertaald in de bestemmingsbepalingen. De volgende bestemmingen worden in het plan onderscheiden: « » » » « » » » « »
Agrarisch Bedrijf Groen Horeca Recreatie - Dagrecreatie Verkeer Wonen Leiding - Gas Leiding - Hoogspanningsverbinding Waarde - Archeologie
Bij elk van deze bestemmingen zal in deze paragraaf een korte toelichting worden gegeven omtrent doel en inhoud.
6.4.1
Agrarisch
Een perceel aan de Weisteeg en de gronden op de hoek Ceintuurbaan/Harderwijkerweg hebben de bestemming Agrarisch gekregen. De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor akkerbouw- of tuinbouwbedrijven, zodat bijvoorbeeld de teelt van mais mogelijk wordt gemaakt. Het plaatsen van gebouwen is echter niet toegestaan.
6.4.2
Bedrijf
De bedrijven in het plangebied zijn specifiek bestemd. De eventuele aanwezige bedrijfswoningen zijn als zodanig aangeduid. Detailhandel is onder voorwaarden als ondergeschikte nevenactiviteit toegestaan.
6.4.3
Gemengd
De gronden in de omgeving van de Boekhorstlaan hebben de bestemming Gemengd gekregen. De gronden met deze bestemming zijn onder meer bestemd voor het al dan niet bedrijfsmatig verrichten van activiteiten gericht op sport, spel, vermaak en ontspanning, met bijbehorend informatie en/of educatiecentrum, alsmede ondergeschikte detailhandel en ondergeschikte horeca. Daarnaast zijn de gronden -onder voorwaarden- bestemd voor ten hoogste 3 zelfstandige horecagelegenheden en voor detailhandel in de vorm van een boerderijwinkel met streekprodukten. Bovendien is de vestiging van een verkooppunt motorbrandstoffen onder voorwaarden mogelijk en is de openbaar toegankelijke uitkijktoren opgenomen.
49
bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003
6.4.4
Groen
De open delen van percelen tussen de woningen aan de Weisteeg en de langgerekte gronden tussen de A28 en de Ceintuurbaan zijn bestemd tot 'Groen'. Binnen de bestemming ‘Groen’ is het niet mogelijk om wegen en parkeerplaatsen te realiseren. Wel is het plaatsen van voorzieningen, ter ondersteuning van en passend in de groene ruimte mogelijk, alsmede wandel- en fietspaden, een volkstuin, dierenweide en/of één veldschuur per perceel.
6.4.5
Horeca
Hotel van der Valk en het eethuis De Bosrand hebben de bestemming 'Horeca' gekregen. In de bijlage van de planregels is een Staat van Horeca-activiteiten opgenomen, zodat duidelijk is welke type horeca ter plaatse is toegestaan.
6.4.6
Natuur
De gronden rondom Hotel van de Valk maken als uitloper van Natura 2000 gebied de Veluwe deel uit van het Gelders Natuurnetwerk en zijn bestemd tot 'Natuur'. Op de gronden met deze bestemming mogen geen gebouwen worden opgericht.
6.4.7
Verkeer
Hierin vallen de wegen met een doorstroomfunctie voor de gehele stad. Binnen het plangebied gaat het dan om de A28, N302, N303, Ceintuurbaan, Harderwijkerweg en Groene Zoomweg. De verkeersfunctie gaat binnen deze bestemming vóór de verblijfsfunctie.
6.4.8
Wonen
Binnen deze bestemming vormt wonen de hoofdfunctie. Er is gestreefd naar een eenduidige bebouwingsregeling voor het gehele plangebied. Er is geen onderscheid gemaakt tussen tuin en erfgedeelte. Daarnaast valt ook het openbare verblijfsgebied rondom de woningen binnen deze bestemming. Het verblijfskarakter in deze gebieden staat voorop. De woning is voorzien van een maatvoeringsvlak en specifiek op de plankaart aangeduid als hoofdgebouw. Voor vrijstaande woningen is een maatvoeringsvlak met een diepte van 15 meter opgenomen. Voor twee-onder-één-kapwoningen bedraagt de diepte 12 meter. Dit geeft de mogelijkheid om het hoofdgebouw over de volle hoogte te vergroten. In het algemeen wordt terughoudend omgegaan met uitbreidingen aan de voorkant ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte. Aan de voorgevel is een erker toegestaan, mits de bouwdiepte niet meer bedraagt dan 1,5 meter, de goothoogte lager is dan 3 meter en de breedte niet meer dan 7507o van de voorgevelbreedte van de woning bedraagt. De goot- en bouwhoogten zijn zoveel mogelijk aangegeven in de verbeelding. De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw mag maximaal 75 m*2 1 bedragen en indien het perceel groter is dan 2.100 m2, maximaal 150 m2.
Daarnaast wordt er ruimte gegeven aan het uitoefenen van met wonen verenigbare functies in de woning, zoals Bed à Breakfast en bedrijvigheid aan huis.
Bed à Breakfast Onder wonen is Bed à Breakfast mede begrepen. Met deze regeling voorziet de gemeente in een toenemende behoefte aan geschikte bed- en breakfastruimten. De voorwaarden voor het toestaan van Bed à Breakfast zijn mede gebaseerd op de in 2009 verschenen "Beleidsnotitie Bed à Breakfast" van het Platform Bed à Breakfast Nederland. Deze voorwaarden houden verband met de ruimtelijke consequenties die toelating van een verblijfsrecreatieve functie binnen de woonbestemming kan hebben en de gevolgen voor het toeristisch product in kwalitatieve zin. Belangrijke voorwaarden zijn dat: 1. 2.
de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat het een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; het een kleinschalige verblijfsaccommodatie betreft met maximaal 7 slaapkamers, die deel uitmaakt van een woning;
50
bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003 3. 4. 5.
het een ondergeschikte nevenactiviteit ten opzichte van de functie wonen betreft, waarbij het gebruik beperkt is tot 400Zo van het gebruiksoppervlak van de woning met een maximum van 100 m2; de recreatieve nevenactiviteit mag geen afbreuk doen aan de woonfunctie; voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, uitgaande van de parkeernormen zoals opgenomen in de laatst vastgestelde Parkeernormennota Harderwijk.
Mantelzorg Ruim 2,6 miljoen Nederlanders zorgen langere tijd intensief voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, ouder, kind of ander familielid, vriend of kennis. Deze vorm van onbetaalde zorg heet mantelzorg en omvat dus niet de alledaagse zorg voor bijvoorbeeld een gezond kind. Mantelzorgers zijn geen beroepsmatige zorgverleners, maar geven zorg omdat zij een persoonlijke band hebben met degene voor wie ze zorgen. Mantelzorg is in woningen vanzelfsprekend toegestaan, in vrijstaande bijbehorende bouwwerken echter niet. In dit bestemmingsplan is geregeld dat er ten behoeve van mantelzorg een grotere gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken is toegestaan, met dien verstande dat de uitbreiding niet meer bedraagt dan 50 m2. Daarnaast is mantelzorg toegestaan in een vrijstaande speciaal voor mantelzorg bedoelde unit. Deze regeling is bedoeld om mantelzorg te ondersteunen en is niet bedoeld voor het vergroten van de te bebouwen oppervlakte. Daarom geldt deze regeling alleen tijdelijk, voor zolang mantelzorg wordt gegeven. Daarna moet het perceel weer in de oorspronkelijke staat worden teruggebracht, danwel in overeenstemming worden gebracht met de bouwregels.
Bedrijvigheid aan huis In de maatschappij is een trend waarneembaar in het starten van eigen ondernemingen aan huis. Woongebieden kunnen zo een belangrijke broedplaats worden voor startende bedrijvigheid. Hoewel (nog) gering in aantal, gaan ook steeds meer mensen thuiswerken. Deze ontwikkelingen stellen nadere eisen aan de woning. De beschikbare ruimte, de lichtinval en de inrichtingsmogelijkheden gaan een belangrijke rol spelen. Niet alleen heeft het werken aan huis gevolgen voor de woning, maar ook voor de woonomgeving. Binnen een woongebied worden deze gevolgen al gauw gezien als overlast, zoals het aantrekken van extra verkeer en het ontstaan van geluidsoverlast. Aan de andere kant kunnen met wonen verenigbare functies een bijdrage leveren aan de levendigheid en de sociale controle in het gebied. Aan huis verbonden beroepen of bedrijven worden in het bestemmingsplan -onder voorwaarden mogelijk gemaakt. Het is in ieder geval belangrijk dat de woonfunctie altijd de hoofdfunctie blijft. De bedrijvigheid is beperkt tot maximaal 75 m2. Op 7 februari 2013 is de Beleidsregel voor beroepen en bedrijven aan huis in werking getreden.
Deze beleidsregel is het kader om aanvragen voor bepaalde beroeps- of bedrijfsuitoefening in vrijstaande bijbehorende bouwwerken aan te toetsen, alsmede voor aanvragen voor beroepen of bedrijven die niet in het bestemmingsplan bij recht zijn toegestaan, zoals bijvoorbeeld webwinkels.
6.4.9
Leiding - Gas en Leiding - Hoogspanning
De in het plangebied voorkomende hoofdgastransportleidingen en hoogspanningsleidingen zijn apart bestemd als dubbelbestemming met de bijbehorende zakelijke rechtstrook.
51
bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003
6.4.10 Waarde - Archeologie 1, 2, 3, 4 of 5 Voor de bescherming van mogelijk archeologische waarden in het plangebied is deze dubbelbestemming opgenomen. Het betreft gebieden die op de Archeologische Verwachtingskaart zijn aangeduid als AMK-terrein of gebieden met een hoge, middelhoge of lage archeologische verwachtingswaarde. In het AMK-gebied zijn bodemingrepen met een omvang groter dan 50 m2 belast met een onderzoeksplicht. Voor gebieden met een hoge archeologische verwachting zijn bodemingrepen met een omvang groter dan 100 m2 en dieper dan 0,3 meter belast met een onderzoeksplicht. In gebieden met een middelhoge archeologische verwachting zijn bodemingrepen groter dan 1.000 m2 en dieper dan 0,3 meter belast met een onderzoeksplicht. En voor het gebied met een lage archeologische verwachting geldt de onderzoeksplicht vanaf bodemingrepen groter dan 5.000 m2 en dieper dan 0,3 meter. Dit gebeurt door het opleggen van een dubbelbestemming "Waarde archeologie". In het centrale deel van het te ontwikkelen gebied Boekhorstlaan wordt een vindplaats uit de prehistorie verwacht. Deze locatie wordt dan ook specifiek beschermd door een ''zware'' archeologische dubbelbestemming (Waarde - Archeologie 5) waardoor voorkomen wordt dat de grond dieper dan 40 cm wordt geroerd.
De rijks- en/of gemeentelijke monumenten worden afdoende beschermd door de Monumentenwet en/of de gemeentelijk monumentverordening. In het voorliggende bestemmingsplan wordt hiervoor geen specifieke regeling opgenomen.
6.5 Handhaving Met het vaststellen van het bestemmingsplan zijn de werkzaamheden niet beëindigd. De instandhouding en ontwikkeling van een kwalitatief hoogwaardige woonomgeving vereist, dat er daarna, ook op het gebied van de handhaving, de nodige activiteiten worden verricht.
Handhavingsbeleid bouwen, ruimtelijke ordening en milieu 2014-2018 Op 14 januari 2014 is het handhavingsbeleid bouwen, ruimtelijke ordening en milieu 2014-2018 vastgesteld. De gemeente Harderwijk gunt iedereen zijn of haar vrijheid om te doen en laten wat hij of zij wil. Echter, daar waar de vrijheid van de één die van een ander schaadt, daar moet worden ingegrepen. In de vorm van kaderstelling in verschillende nota's legt de gemeente vast wat de spelregels zijn. Handhaving van deze regels is essentieel in het bewaken van orde, regelmaat én veiligheid in een leefgemeenschap. Als de handhaving onvoldoende is, verliezen de regels hun kracht. En daarom geldt: Vertrouwen waar het kan, handhaven waar het moet!
Milieu Het milieu is misschien wel de meest collectieve 'ruimte' die er is. Een goed milieu is essentieel voor een gezonde leefomgeving. Omdat een goed milieu zo belangrijk is, moeten de regels die daarvoor zijn, strak worden nageleefd. Het streven is om te zorgen voor een duurzame leefomgeving waar huidige en toekomstige generaties gezond kunnen wonen.
Ruimtelijke ordening Een stad is een levend organisme en heeft behoefte aan evenwicht in de ordening van schaarse ruimte. De samenleving en ruimte moeten zo goed mogelijk met elkaar in harmonie zijn. Omdat ruimtelijke ordening vaak grote objecten betreft, is handhaving erg belangrijk. Het nalaten van deze taak zou leiden tot een onevenwichtige stad, waar wonen, werken en infrastructuur niet op elkaar zouden zijn afgestemd.
Bouwen Bouwen en veiligheid zijn termen die hand in hand behoren te gaan. Iedereen in het bezit van een valide
52
bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003 bouwvergunning heeft het recht om te bouwen conform de verleende vergunning. Veiligheid is een belangrijk argument om bouwvoorschriften te handhaven. Zodra er sprake is van een overtreding is het de plicht van de gemeente of brandweer een handhavingsprocedure te starten. Deze kan som heel urgent zijn als er sprake is van overtreding die bijvoorbeeld de brandveiligheid in de weg staat. Een goede naleving van de regels verkleint de kans op ernstige calamiteiten. Een ander punt is welstand. Met name de stijl van het vooraanzicht van een pand is bepalend voor de sfeer en uitstraling van een buurt. Als deze stijl niet aansluit bij de uitstraling die in de buurt gewenst is, dan moet er worden ingegrepen. Richtlijnen voor welstand zijn daarom nodig. Naleving van deze regels is net zo hard nodig. Op deze manier draagt ook een stijlvolle welstand bij aan een evenwichtige stad die voor iedereen aangenaam is.
Collegeprogramma 2018 - 2022 In november 2014 is het collegeprogramma 2018 - 2022 vastgesteld. Dit collegeprogramma heeft als titel 'vernieuwing door verandering' en bevat de doelstellingen voor de komende vier jaar. Toezicht en handhaving is daarbij een belangrijk speerpunt omdat beiden bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen.
Nota integrale toezicht en handhaving Op 8 september 2015 heeft het college de Nota integrale toezicht en handhaving vastgesteld. Deze nota is op 19 november 2015 in werking getreden. Deze nota geeft onder andere inzicht en antwoord op wat de gemeentelijke doelstellingen zijn en welke toezicht- en handhavingsonderwerpen daarbij horen. Daarnaast wordt ingegaan op wat de bouwstenen zijn voor het jaarlijkse uitvoeringsprogramma integraal toezicht/handhaving en hoe dat in de praktijk plaatsvindt. Toezichthouders controleren of inwoners en ondernemers zich houden aan regels. Toezicht heeft een belangrijk preventief karakter. Door toezicht te houden, kan een overtreding worden voorkomen. Als men weet dat ergens op gelet wordt, is men minder geneigd regels te overtreden. Handhaving gaat een stap verder dan toezicht. Bij handhaving schrijft het gemeentebestuur iemand aan om een overtreding te beëindigen. Het gemeentebestuur neemt een handhavingsbesluit. Deze is gericht op herstel. Bij integraal toezicht en handhaving vindt het toezicht plaats op basis van gestelde prioriteiten en doelen waarbij de prioriteit leidend is voor de frequentie van het toezicht. Toezichthouders hebben een signaalfunctie voor elkaar. En waar dit mogelijk/wenselijk is wordt samen toezicht/controle uitgevoerd.
Door dit vooraf met de verschillende afdelingen af te stemmen wordt integrale samenwerking gestimuleerd. Dat levert efficiencyvoordelen op maar ook een afname van de toezichtlast voor inwoners en ondernemers.
53
bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003
54
bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening rust op de gemeente de verplichting tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren indien het bestemmingsplan een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) mogelijk maakt. In voorliggend bestemmingsplan wordt -met uitzondering van de ontwikkeling van de Boekhorstlaan- de bestaande situatie planologisch vastgelegd. Het bestemmingsplan maakt verder geen bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.12 Wro mogelijk. Omdat het kostenverhaal met betrekking tot de ontwikkeling Boekhorstlaan door middel van een anterieure overeenkomst anderszins is verzekerd, hoeft geen exploitatieplan vastgesteld te worden. De ontwikkeling van dit bestemmingsplan brengt voor de gemeente alleen plankosten met zich mee. Deze kosten worden betaald uit de algemene middelen. De economische uitvoerbaarheid van dit plan is hiermee aangetoond.
55
bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003
56
bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003
Hoofdstuk 8
8.1
Inspraak en overleg
Inspraak
Het voorontwerpbestemmingsplan "Zuidelijke Stadsrand" heeft op basis van de gemeentelijke inspraakverordening (onder toepassing van afdeling 3.4 Awb) met ingang van 1 februari 2017 gedurende 6 weken voor eenieder ter inzage gelegen. Er zijn negen inspraakreacties ontvangen. De inspraakreacties zijn samengevat en van een antwoord voorzien in het Eindverslag inspraak. Bij elke inspraakreactie is aangegeven of er aanleiding was om het bestemmingsplan aan te passen. Dit Eindverslag inspraak is integraal als bijlage 7 opgenomen.
8.2
Vooroverleg
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet in het kader van het overleg als bedoeld in art. 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening overleg worden gepleegd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Tegelijkertijd wordt het bestemmingsplan voorgelegd aan andere relevante instanties. Het voorontwerpbestemmingsplan "Zuidelijke Stadsrand" is op 1 februari 2017 aan de relevante wettelijke vooroverlegpartners gezonden. De vooroverlegreacties en de beantwoording daarvan zijn in bijlage 8 van deze toelichting opgenomen. Ook is genoemd of een reactie aanleiding is geweest om het bestemmingsplan aan te passen.
8.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 4 juni 2020 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. In deze termijn heeft eenieder een zienswijze schriftelijk of mondeling kunnen indienen conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Er zijn acht zienswijzen door zes verschillende reclamanten ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan. De zienswijzen hebben geleid tot een aantal aanpassingen ten opzichte van het ontwerp. Deze staan genoemd in het Eindverslag zienswijzen ontwerp bestemmingsplan "Zuidelijke Stadsrand". Dit verslag is toegevoegd in bijlage 9.
57
bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003
58
bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003
Bijlagen bij de toelichting
59
bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003
60
bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003
Bijlage 1 Milieugebiedsvisie Tonsel
61
DEELGEBIED 08
i ^
Lí ^rvfiMSrl İJW«™
are5
ril ĴflSi
«ŵ*Ş ŗyvş
Mar: ■į'^
-
.'i!.' -. !r
'^ļĩľv4 "- '
Deelgebied 08 > Tonsel > Milieubeleidsplan Harderwijk 2009-2012
1/6
VERKENNING b
Woongebied
Bedrijventerrein
'■"“'“tam,,
'5^
figuur 1 Deelgebied Tonsel
Het buurtschap Tonsel ligt aan de zuidkant van Harderwijk op het knooppunt van de A28 en de N303. In het bosrijke woongebied staan ongeveer 500 huizen. Het westelijke deel van de streek Tonsel is inmiddels veranderd van weiden en akkers in bedrijventerrein Tonsel. Het 10 hectare grote bedrijventerrein is voornamelijk bedoeld voor bedrijven uit de sector ‘automotive’. Een reeks autodealers heeft zich hier inmiddels gevestigd. Naast de bovengenoemde sector is op het bedrijventerrein ook grootschalige detail handel mogelijk. In het noordelijke deel van dit deelgebied ligt de Weisteeg. Deze bomenlaan, met oude boerderijen op grote kavels, vormt een fietsverbinding naar de woonwijk Drielanden.
figuur 2 Bedrijventerrein Tonsel
figuur 3 Weisteeg
2/6
Deelgebied 08 > Tonsel > Milieubeleidsplan Harderwijk 2009-2012
Bodem Het deelgebied, wat tegenwoordig het bedrijventerrein Tonsel is, was tot en met 2005 voornamelijk agrarisch in gebruik.
'"ųu
Uit de asbestkansenkaart blijkt dat er over het algemeen een kleine kans is op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Echter, ter hoogte van de oorspronkelijke bebouwing, in het noorden en in de noordoosthoek van het gebied, is wel sprake van een grote kans op de aanwezigheid van asbest. Bronnen van asbest kunnen golfplaten daken van stallen en schuren zijn. Ook werden veel erven en wegen verhard met restmateriaal van asbest.
Externe veiligheid In het deelgebied is één risicobron aanwezig: 914 mm/6.620 kPa buisleiding aardgastransportleiding. Voor de 914 mm/6.620 kPa buisleiding leiding geldt een inventarisatieafstand van 430 meter. Bijna het hele deelgebied ligt binnen deze inventarisatieafstand. Daarnaast wordt Tonsel ingesloten door risicobronnen die buiten het deelgebied zelf liggen en waarvan de invloedsgebieden over het deelgebied liggen. Het deelgebied is aan drie zijden ingesloten door risicobronnen: - aan de westzijde ligt het spoor; - aan de noordzijde liggen 2 bronnen: de A28 en een LPG tankstation; - aan de oostzijde ligt de N303. Deelgebied Tonsel grenst aan de gemeente Ermelo. Voor zover bekend zijn in de gemeente Ermelo geen risicobronnen aanwezig die gevolgen hebben voor Tonsel.
figuur 5 Invloedsgebieden risicobronnen A28 (rood), N303 (blauw) en spoor (geel)
Geluid Het deelgebied ligt ingeklemd tussen een aantal akoestische bronnen. Het spoor ligt aan de westzijde en heeft een akoestisch aandachtszone van 300 meter in het deelgebied. De A28, gelegen aan de noordzijde, heeft een aandachtszone van 400 meter in het deel gebied. De akoestische aandachtszone van de gemeente lijke wegen beslaan zo goed als het gehele gebied.
m
m sJwiľmm/
fiïÿ
/Blo M
figuur 6 Geluidaandachtszones gemeentelijke wegen
figuur 4 Invloedsgebieden risicobronnen buisleiding (paars) en LPG-tankstation (grijs en blauw)
Deelgebied 08 > Tonsel > Milieubeleidsplan Harderwijk 2009-2012
3/6
•* 'e v'
A, figuur 9 Kruising A28 en N303
figuur 7 Geluidaandachtszones A28 (Oranje) en het spoor (geel)
Geur Lucht De automobiliteit op de A28 en de N303 heeft invloed op de luchtkwaliteit binnen het deelgebied Tonsel. De 300 meter contour van de A28, op grond van het besluit gevoelige bestemmingen luchtkwaliteitseisen, overlapt voor een deel het gebied. De 50 meter contour van de N303 ligt ook deels over het plangebied.
Aan de Weisteeg liggen een aantal woningen. Deze woningen zijn geurgevoelig. Het bestemmingsplan maakt het bedrijven mogelijk die geur produceren. Door in het bestemmingsplan vast te leggen welke categorie bedrijven er gesitueerd mogen worden met de daarbij behorende afstand wordt hinder voorkomen.
Klimaat
figuur 8 Aandachtszones luchtkwaliteit A28 en N303
Bij nieuw te bouwen bedrijven liggen kansen op het gebied van energiezuinig bouwen en voor toepassing van duurzame energie. De bodem is onder voorwaarden geschikt voor warmte/koude opslag. Met name de hoge grondwaterstand en stroomsnelheid zijn een aandachtspunt. De clustering van bedrijven zorgt ervoor dat er veel bedrijven zitten met een ongeveer gelijkwaardige energiehuishouding. Hierdoor is het voor bedrijven makkelijker om het op elkaar af te stemmen. Meerdere bedrijven zouden gebruik kunnen maken van dezelfde bron. Afstemming is in een vroeg stadium noodzakelijk. Vegetatiedaken kunnen zorgen voor een natuurlijke overgang naar de Groene zoom. Schoner transport is een aandachtspunt voor zowel luchtkwaliteit als het klimaat. De bedrijven kunnen actief benaderd worden om schonere voertuigen onder de aandacht te brengen. De grote daken van de nieuw te vestigen bedrijven zijn bij uitstek geschikt voor het plaatsen van zonne-pvcellen.
4/6
Deelgebied 08 > Tonsel > Milieubeleidsplan Harderwijk 2009-2012
ANALYSE ^BODEM
^EXTERNE VEILIGHEID
> Volgens de bodemkwaliteitskaart valt het deelgebied binnen bodembeheerszone B: over het algemeen schoon met verhoogde gehalten aan arseen. > Voor het gehele deelgebied Tonsel zijn geen ondergrondse tanks bekend. Er kunnen gewoon andere brandstoffen zijn gebruikt, maar het is ook mogelijk dat eventuele ondergrondse HBO-tanks nooit zijn gemeld. > Het gehele deelgebied is onderzocht met uit zondering van een aantal percelen langs de zuidzijde van de Weisteeg. Uit de verschillende bodemonderzoeken blijkt de bovengrond licht verontreinigd is met zware metalen, PAK en minerale olie. De ondergrond blijkt vaak geen verhoogde gehalten te bevatten. In het grondwater zijn verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. > De gehalten aan arseen, nikkel en koper worden bijna altijd verhoogd en vaak ook matig tot sterk verhoogd aangetoond in de bodem van Harderwijk. Het verhoogde gehalte aan arseen kan verklaard worden door de kwelsituatie vanuit de Veluwe. De verhoogde gehalten aan nikkel en koper kunnen verklaard worden door het agrarische verleden van het gebied, waarbij de grond regelmatig bemest werd.
Transportroutes
> Het plaatsgebonden risico van de A28 ligt binnen het wegvak en vormt geen probleem. > Het plaatsgebonden risico van de N303 is niet bekend. > Het plaatsgebonden risico van het spoor ligt binnen het baanvak en vormt geen probleem. > Het groepsrisico moet onder andere bij plan vorming in beeld gebracht worden. Dit geldt voor een zone van 200 meter vanaf rand van de rechter rijbaan en het buitenste baanvak van het spoor. Het groepsrisico is afhankelijk van het type ruimtelijke ontwikkeling. > De oriëntatiewaarde van het groepsrisico, berekend voor de A28 en het spoor, wordt in het deelgebied niet overschreden. > De oriëntatiewaarde van het groepsrisico is voor de N303 niet bekend. LPG-tankstation
> Het plaatsgebonden risico ligt buiten het deel gebied en vormt geen probleem. > Het groepsrisico moet onder andere bij plan vorming in beeld gebracht worden. Dit geldt voor een zone van 150 meter vanaf de LPG-tank en het LPG-vulpunt. Het groepsrisico is afhankelijk van het type ruimtelijke ontwikkeling. > De oriëntatiewaarde van het groepsrisico wordt niet overschreden. Buisleidingen
'v '
: ïř * figuur 10 Bodemonderzoek
> Het plaatsgebonden risico ligt op de aardgas transportleiding. > Het groepsrisico moet onder andere bij plan vorming in beeld gebracht worden. Dit geldt voor een zone van 430 meter van beide zijden van de buisleiding. Het groepsrisico is afhankelijk van het type ruimtelijke ontwikkeling. > De oriëntatiewaarde van het groepsrisico wordt niet overschreden.
Deelgebied 08 > Tonsel > Milieubeleidsplan Harderwijk 2009-2012
5/6
^GELUID
ľ^GEUR
> Figuur 11 laat de milieugezondheidskwaliteit in het gebied zien. Het gaat hier om de milieu gezondheidskwaliteit door de verschillende wegen. Uit figuur 11 blijkt dat de geluidbelasting in het gebied zeer matig is. Langs de A28 is de milieu gezondheidskwaliteit onvoldoende. Het gebied is daarom ongeschikt voor extra geluidgevoelige bestemmingen. > Het spoor veroorzaakt verhoogde geluidsniveaus in het grootste deel van het gebied. De voorkeurs grenswaarde uit de Wet geluidhinder is 55 dB. Figuur 12 geeft het gebied aan rond het spoor waarin de geluidbelasting meer is dan 55 dB.
> Aan de noordzijde van het bedrijventerrein liggen i geurgevoelige objecten. De hindercontouren van de bedrijven liggen niet over deze objecten. ; Geuroverlast valt dan ook niet te verwachten.
gpLIMAAT > Door het toepassen van vegetatiedaken ontstaat er een meer geleidelijke overgang naar de Groene zoom. Daarnaast draagt dit bij aan de vermin dering van de CO2-uitstoot, de luchtkwaliteit, i waterberging en biodiversiteit. Bedrijven uit dezelfde branche die ongeveer tegelijk gaan bouwen kunnen met elkaar in contact worden gebracht. Mogelijk kunnen ze de energiehuis| houding op elkaar afstemmen en gebruikmaken ; van bijvoorbeeld één WKO-bron. De bodem is hiervoor onder voorwaarden geschikt, nader onderzoek zal de mogelijkheden verder in beeld moeten brengen. |
; į į ; Geluid belasting
Milieugezondheids kwaliteit
^ 33
Zeer goed
^ 38
Zeer goed
^ 43
Goed
^ 48
Redelijk
Bij nieuwbouw liggen er kansen op gebied van energiezuinig bouwen. Bedrijven kunnen een energiebesparingsonderzoek laten uitvoeren. De grote daken zijn bij uitstel geschikt voor zonne-pv-cellen. Door panden gunstig ten opzichte van de zon te oriënteren kan het energieverbruik worden verlaagd.
»» 53
figuur 11 Milieugezondheids kwaliteit wegverkeerslawaai
mmm. ţįļŞňti
«58
Zeer matig
^ 63
Onvoldoende
^ 68
Ruim onvoldoende
^ 73
Zeer onvoldoende
m mam* Mm*
ļŵ iM
5wäÿSįĚňmňOňňí I é~W
i
MMM mw ļ 'V «
? 9 ŭlm
\
A M
S v /«WáVA'Cvtl
i
figuur 12 55 dB-contour spoorweglawaai
figuur 13 Zonnecellen op een vegetatiedak
Į^lucht > Binnen een afstand van 50 meter van zowel de A28 als de N303 is de bouw van nieuwe scholen, kinderdagverblijven, bejaarden-, verzorgings- en/of verpleeghuizen (kwetsbare groepen) niet mogelijk. > Wanneer er in de zone tussen 50 en 300 meter bestemmingen voor kwetsbare groepen worden geprojecteerd kunnen er knelpunten ontstaan.
6/6
Deelgebied 08 > Tonsel > Milieubeleidsplan Harderwijk 2009-2012
MIUEUKWAUTEITSBEELD TONSEL > Daar waar werkzaamheden plaatsvinden, de eventueel aanwezige HBO-tank met verontreiniging saneren. > Aangetroffen verontreinigingen met asbest verwijderen uit de bodem in het gebied. > Bewust omgaan met uitbreiden bestaande risicobronnen. > Bewust omgaan met vestigen nieuwe risicobronnen en beperkt kwetsbare functies. > Ruimtelijke scheiding van nieuwe (beperkt) kwetsbare functies ten opzichte van risicobronnen. > Bij verhoging van het groepsrisico nagaan welke stedenbouwkundige inrichting en aanvullende maatregelen de gevolgen van calamiteiten kunnen beperken. > Objecten met niet-zelfredzame personen en objecten met een hoge bezettingsgraad zijn niet toestaan in het deelgebied Tonsel. > Geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen toestaan in het gehele deelgebied. > Bedrijven laten bij nieuwbouw een energiebesparingsonderzoek uitvoeren. > Door de toepassing van vegetatiedaken wordt er minder CO2 uitgestoten en meer CO2 opgenomen. De biodiversiteit en de waterberging wordt vergroot. Daarnaast zorgen vegetatiedaken voor een natuurlijke overgang naar de Groene zoom. > Toepassing van zonne-pv-cellen en zongeoriënteerd bouwen. > Bij gelijktijdige bouw worden de mogelijkheden voor een gezamenlijk energiehuishouding onderzocht. > Bij nieuwbouw de mogelijkheden van WKO verder onderzoeken.
> Nieuwe scholen (basisonderwijs, voorgezet onderwijs of overig onderwijs aan minderjarigen), kinderdagverblijven, bejaarden-, verzorgings- en/of verpleeghuizen worden niet binnen 50 meter vanaf de A28 en de N303 gebouwd. Voor de contour van 50 tot 300 meter van de A28 moeten er zwaarwegende financiële, landschappelijke, stedenbouwkundig, verkeers kundig of vervoerskundige redenen zijn om deze functies binnen de contour te plaatsen.
bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003
Bijlage 2 Milieugebiedsvisie Zuidelijke Stadsrand
69
DEELGEBIED 26
'
- -
Deelgebied 26 > Zuidelijke stadsrand > Milieubeleidsplan Harderwijk 2009-2012
1/8
VERKENNING > \Y
Woningen Bouw- en infrapark
Sportpark
figuur 1 Deelgebied Zuidelijke stadsrand
Aan de zuidzijde van de rijksweg A28 tussen de afslagen Harderwijk-zuid en Harderwijk/Lelystad ligt het deelgebied Zuidelijke stadsrand. Op figuur 1 is de begrenzing van het gebied weergegeven. Binnen het deelgebied Zuidelijke stadsrand bevinden zich onder andere het sportpark De Strokel en het opleidingsinstituut in de bouwnijverheid; Bouw & Infra Park. Aan de Leuvenumseweg is een transformatorstation van de NUON gesitueerd. De rest van het deelgebied wordt gekenmerkt door een brede groenstrook langs de A28 met daarin enkele vrijstaande woningen en het Natura 2000-gebied, de Veluwe. Voor het gebied Zuidelijke stadsrand zijn verschillende plannen en ideeën. Inmiddels wordt er gebouwd aan een Van der Valk hotel en is er een transferium (Boekhorstlaan) gesitueerd. Voor de strook langs de A28 worden uiteenlopende scenario’s ontwikkeld; van het
.. rr P:íîiļįį'
ļpŵtëĮļ
c-My
figuur 2 De Strokel met op de achtergrond het transformatorstation
behouden van de huidige situatie, tot het aanleggen van een intensieve kantoren/bedrijven zone waarmee Harderwijk zich profileert en gericht is op de A28 (Poort van Harderwijk).
2/8
Deelgebied 26 > Zuidelijke stadsrand > Milieubeleidsplan Harderwijk 2009-2012
Bodem
Externe veiligheid
Uit de asbestkansenkaart blijkt dat alleen ter plaatse van en nabij de bebouwing binnen het deelgebied Zuidelijke stadsrand een grote kans op de aanwezig heid van asbest is. Ter plaatse van de onbebouwde delen binnen dit deelgebied is er volgens de asbest kansenkaart juist een zeer kleine kans op de aanwezig heid van asbest.
Om de A28 ligt een invloedsgebied van 200 meter aan beide zijden vanaf de wegas. Binnen deze zone moet het groepsrisico in beeld gebracht worden. Voor de N302 geldt dezelfde zone. In het plangebied liggen twee aardgastransport leidingen. De leidingen hebben een diameter van 36 inch (ontwerpdruk 66 bar) en een diameter van 12 inch (ontwerpdruk 40 bar). Op grond van het externe veiligheidsbeleid geldt een aandachtszone van 200 meter. Aan de rand van het gebied liggen bij twee campings/ bungalowparken 3 propaantanks; 1 ondergrondse tank van 20.000 liter en 2 bovengrondse tanks van elk 5.000 liter. In figuur 5 zijn de verschillende aandachtzones weergegeven.
•X
ì:: Hr r
mĒmÊ
Legenda ::
| Niet aanwezig I (funtioneel) gesaneerd
figuur 3 Asbestsignaleringskaart
«BB mmm
Kleine kans | Gemiddelde kans Grote kans
Voor Harderwijk wordt een H Aanwezig | Te saneren asbestwegen fase 2 bodemfunctiekaart opgesteld Niet bepaald Op deze kaart wordt aan Water gegeven welke bodemkwa liteit gewenst is (dus niet de huidige situatie). Op de bodemfunctiekaart zijn de categorieën wonen, industrie en AW2000 (achtergrondwaarde 2000) opgenomen. AW2000 is het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de bodem. Met de bodemfunctiekaart kan beoordeeld worden op welke locatie grond toepasbaar is. De schoonste functie (AW2000) kan overal aangewend worden. De categorie wonen kan alleen binnen de woongebieden en industriezones aangewend worden. Grond met de indicatie industrie kan alleen binnen de eigen zone gebruikt worden.
w'mĚk
figuur 5 Aandachtszone vervoer gevaarlijke stoffen over de weg
'mğãí
figuur 6 Aandachtzones externe veiligheid buisleidingen
Straling Langs de Zuidelijke stadsrand lopen twee hoog spanningslijnen met verschillende spanningen van 50 kV en 150 kV. De indicatieve zone rond de hoogspanningslijnen in Harderwijk is aan weerszijden vanuit het hart van de lijnen 40 meter voor de lijnen met een spanning van 50 kV en 80 meter voor de lijnen met een spanning van 150 kV. ļ___ ĵ Wonen ;______ ļ Industrie
|___ ĵ AW 2000
figuur 4 Bodemfunctiekaart Zuidelijke stadsrand
Deelgebied 26 > Zuidelijke stadsrand > Milieubeleidsplan Harderwijk 2009-2012
áSHEj?
3/8
Klimaat Bij het intensiveren van een kantorenstrook langs de A28 nieuwbouw zijn er kansen voor de toepassing van duurzame energie. Vegetatiedaken hebben verschillende positieve effecten op de duurzaamheid van zowel het gebouw zelf als de omgeving: ^ CO2 reductie (door binding en isolatie koud/warmte): 100 m2 vegetatiedak bindt evenveel CO2 bindt als
figuur 7 Indicatieve zone hoogspanningslijnen
Geluid Het gebied wordt voor grote delen overlapt door de akoestische aandachtszones van de A28 en de N302, beide met een afstand van 400 meter. De aandachtszone van de N303 (250 meter) overlapt het gebied slechts voor een klein deel.
1 boom. De temperatuur in ruimten gelegen onder een vegetatiedak kan minimaal 3-4 QC lager zijn wanneer de buitentemperatuur tussen de 25-30 QC is. ^ Waterberging: 62 tot 100% van het regenwater kan door vegetatiedaken worden opgevangen. ^ Luchtkwaliteit: vegetatiedaken filteren 10-20% van de stof in de lucht. ^ Geluid: vegetatiedaken verminderen de geluidsweerkaatsing met ongeveer 3 dB en verhogen de geluidsisolatie met ongeveer 8 dB. ^ Verbetering biodiversiteit.
Lucht Automobiliteit op de A28 en de provinciale wegen heeft invloed op de luchtkwaliteit binnen het gebied de Zuidelijke stadsrand. Binnen 300 meter afstand aan weerszijden van de A28 en 50 meter van de N302 moet worden afgewogen of er nieuwe scholen, kinderdagverblijven, bejaarden-, verzorgings- en/of verpleeghuizen (gevoelige bestemmingen) gebouwd kunnen worden.
es®
Ejšŵm
figuur 8 Aandachtszones geluid A28 (blauw), N302 en N303 (oranje)
ŴW ..VŴSŴŴÄlí ' /'mw? fiWtWÊ WMŬČM
De Ceintuurbaan die door het gebied heen loopt heeft een aandachtszone van 250 meter.
ví C.ïí»' vi CC í« ■Bra
“♦»4 V^-.ľ P« 1
MS
iffťM
: '. . - íý ',"
figuur 9 Aandachtzones geluid gemeentelijke wegen
Aan de noordoostzijde van het deelgebied ligt een militaire schietbaan die wekelijks gebruikt wordt. De schietbaan heeft een milieuvergunning (afgegeven door VROM) waarin geluidsvoorschriften zijn opgenomen.
figuur 10 Aandachtzones luchtkwaliteit A28 en N302
4/8
Deelgebied 26 > Zuidelijke stadsrand > Milieubeleidsplan Harderwijk 2009-2012
ANALYSE NBODEM De Zuidelijke stadsrand ligt binnen bodembeheerszone A, schoon, van de bodemkwaliteitskaart. > Het voormalige kazerneterrein, huidige Bouw & Infra Park, is inmiddels gesaneerd, maar er is nog sprake van een PAK-verontreiniging in de grond. > Er zijn mogelijk nog een aantal ondergrondse HBO-tanks aan de Fazantlaan en Eekhoornlaan aanwezig. Een aantal tanks zijn begin jaren ’80 en ’90 gesaneerd. Echter dit hield destijds meestal in dat de tanks alleen werden leeggezogen, gereinigd en afgevuld, maar niet verwijderd. Daarnaast werd de bodem rondom de tank vaak alleen zintuiglijk onderzocht. De (voormalige) aanwezigheid van een ondergrondse tank kan dus een aanwijzing zijn voor een mogelijke verontreiniging van de bodem met minerale olie en aromaten. > In het verleden is aan de Leuvenumseweg een tankstation gevestigd geweest. Van deze locatie is geen bodemonderzoek bekend.
Nexterneveiugheid > Plaatsgebonden risicocontour voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg ligt binnen het wegvak van de A28 en vormt geen probleem. > Het groepsrisico moet bij planvorming in beeld | gebracht worden. Dit geldt voor een zone van ; 200 meter vanaf de wegas van de rijksweg. Het groepsrisico is afhankelijk van het type ruimtelijke | ontwikkeling. Bij het scenario van een intensieve ; kantoren/bedrijvenzone zal het groepsrisico aanzienlijk toenemen. > Uit onderzoek blijkt dat de plaatsgebonden risicoļ contour niet buiten het tracé van de N302 ligt. > Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkeling langs de weg moet het groepsrisico in beeld gebracht worden. | Dit geldt voor een zone van 200 meter vanaf de wegas van de N302. > De plaatsgebonden risicocontour ligt binnen het tracé van de buisleiding. Op 1 locatie is deze | contour groter (zie figuur 11). > Voor de 36 inch gasleidingen geldt een toetsingsi afstand van 115 meter en afhankelijk van het ;
figuur 11 Plaatsgebonden risicocontour buisleiding
type object een bebouwingsafstand van 51 of 352 meter. > Voor de 12 inch gasleidingen geldt een toetsingsafstand van 30 meter en afhankelijk van het type object een bebouwingsafstand van 41 of 142 meter. > Het groepsrisico rondom de gasleiding moet bij planvorming in beeld gebracht worden. Dit geldt voor een zone van 200 meter vanaf het hart van de leiding. Het groepsrisico is afhankelijk van het type ruimtelijke ontwikkeling. Bij het scenario van een intensieve kantoren/bedrijvenzone zal het groepsrisico aanzienlijk toenemen. 1 Incidentele bebouwing en bijzondere objecten categorie II 2 Woonwijk, flatgebouw en bijzondere objecten categorie I
INSTRALING > De specifieke zone is de magneetveldzone die zich aan beide zijden langs de hoogspannings lijn uitstrekt en waarbinnen het magneetveld ! gemiddeld over een jaar niet hoger dan 0,4 pT mag zijn.
Deelgebied 26 > Zuidelijke stadsrand > Milieubeleidsplan Harderwijk 2009-2012
^GELUID > De Zuidelijke stadsrand ligt in zijn geheel buiten de bebouwde kom en is op grond van de Wet geluidhinder buitenstedelijk gebied. Dit betekent dat de voorkeursgrenswaarde 48 dB is en de maximaal te ontheffen hogere grenswaarde 53 dB. In figuur 12 is de geluidbelasting vertaald in milieugezondheidskwaliteit. > De zone tussen de A28 en de Ceintuurbaan/ N302 wordt belast met een geluidsniveau dat aanmerkelijk hoger ligt dan 53 dB. De bouw van geluidgevoelige bestemmingen is hier dan ook niet mogelijk. > De groene zones zijn geschikt voor de bouw van geluidgevoelige bestemmingen, de voorkeursgrens waarde wordt hier namelijk niet overschreden. > De gele zone is minder geschikt maar eventueel met gebruikmaking van hogere grenswaarde kunnen hier geluidgevoelige bestemmingen geprojecteerd worden. Hogere grenswaarden worden alleen verleend wanneer akoestische maatregelen niet toereikend zijn om het geluid niveau terug te dringen naar 48 dB. > De geluidsnormen van de schietbaan zijn vast gesteld op een aantal punten in de omgeving van de schietbaan. De geluidbelasting is - ten behoeve van de milieuvergunning - onderzocht op deze punten. De geluidbelasting op andere locaties is niet bekend. Er zijn geen geluidsklachten bekend ten gevolge van de schietbaan. > In de monitor Leefbaarheid en veiligheid valt de Zuidelijke stadsrand onder het recreatie gebied.
Het gebied dat in de enquête is gebruikt is vele malen ruimer dan de Zuidelijke stadsrand. Daarnaast zijn er slecht 6 respondenten geweest. De gegevens uit de monitor Leefbaarheid en veiligheid en is dan ook niet bruikbaar voor de analyse van dit deelgebied. > Het transformatiestation van de NUON is op basis van het inrichtingen- en vergunningbesluit Wet milieubeheer een grote lawaaimaker. Dit houdt in dat er een geluidszone om het terrein van de NUON moet liggen. Deze zone is echter nooit vastgelegd. De geluiduitstralling van het transformatorstation is in de praktijk zeer beperkt.
KLIMAAT > De Poort van Harderwijk moet de toegang van Harderwijk worden. Dit biedt goede kansen om beeldbepalende kantoren te realiseren die tegelijkertijd ook ‘beeldbepalend’ zijn qua energie verbruik. Bijvoorbeeld het bouwen van energie-nul kantoren. Dit zijn gebouwen die weinig tot geen energie gebruiken die is opgewekt uit fossiele brandstoffen. Dat betekent dat (bijna) alle energie die dat gebouw nodig heeft voor verwarming, koeling, verlichting en overig elektriciteitsverbruik afkomstig is uit duurzame energiebronnen. Vooral lokale energiebronnen zoals warmte en koude uit de bodem, zonne-energie, energie uit biomassa (hout, mest) komen hiervoor in aanmerking. > Door het toepassen van vegetatiedaken in de bedrijven/kantorenzone ontstaat er een meer geleidelijke overgang van de Veluwe naar de stad. Tevens draagt het bij aan verbetering van de CO2 uitstoot, luchtkwaliteit, waterberging en biodiversiteit. > Aan de Boekhorstlaan zijn voorzieningen aangelegd voor carpoolen. Dit draagt bij aan minder automobiliteit. > Het opleidingscentrum Bouw & Infra Park biedt kansen voor energiezuinig bouwen. Tevens zijn er mogelijkheden om duurzaamheid op te nemen in het lespakket.
ļ^LÜCHT > Binnen een afstand van 50 meter van zowel de A28 als de N302 is de bouw van nieuwe scholen, kinderdagverblijven, bejaarden-, verzorgings- en/of verpleeghuizen (kwetsbare groepen) niet mogelijk. > Binnen de afstand tussen de 50 en 300 meter van de A28 moet worden afgewogen of er nieuwe scholen, kinderdagverblijven, bejaarden-, verzor gings- en/of verpleeghuizen gebouwd kunnen worden.
ľ^GEUR > Binnen het deelgebied Zuidelijke stadsrand liggen geen bedrijven die stankhinder voor de omgeving veroorzaken. Er liggen dan ook geen geurcontouren over het plangebied Zuidelijke stadsrand.
5/8
figuur 13 Aandachtzones luchtkwaliteit
6/8
Deelgebied 26 > Zuidelijke stadsrand > Milieubeleidsplan Harderwijk 2009-2012
12M
Vi.V.t, .
rí27* A®
ļjţf^AjP
rŵ íraiřjŕK
»ŵ*:
*Ťï fJÉ.Ĩi
ÿSŕČ*-’-
' Geluid belasting
Milieugezondheidskwaliteit Zeer goed Zeer goed Goed Redelijk
figuur 12 Milieugezondheidskwaliteit wegverkeerslawaai ^ 58
Zeer matig Onvoldoende Ruim onvoldoende Zeer onvoldoende
Deelgebied 26 > Zuidelijke stadsrand > Milieubeleidsplan Harderwijk 2009-2012
7/8
MILIEUKWALITEITSBEELD ZUIDELIJKE STADSRAND > Bij bouwplannen in dit deelgebied moet rekening gehouden worden met de bodemfuncties industrie, wonen en AW2000. Bij de vestiging van bedrijven in verband met de Poort van Harderwijk kunnen voorwaarden worden gesteld aan het soort bedrijven. Een kantoorpand bijvoorbeeld vormt een minder groot risico voor de bodemkwaliteit dan een tankstation. > Geregistreerde ondergrondse HBO-tanks bij de woningen saneren. > Bij bodemonderzoek ter plaatse van of nabij bebouwing in dit deelgebied moet altijd met de mogelijke aanwezigheid van asbestverdachte materialen en/of asbest in bodem rekening worden gehouden, dus altijd een asbestanalyse van de bovengrond laten uitvoeren. > Bewust omgaan met uitbreiden bestaande risicobronnen. > Bewust omgaan met vestigen nieuwe risicobronnen en beperkt kwetsbare functies. > Ruimtelijke scheiding van nieuwe (beperkt) kwetsbare functies ten opzichte van risicobronnen. > Bij verhoging van het groepsrisico nagaan welke stedenbouwkundige inrichting en aanvullende maatregelen de gevolgen van calamiteiten kunnen beperken. > Objecten met niet-zelfredzame personen en objecten met hoge bezettingsgraad niet in de buurt van risicobronnen brengen. > Bij ruimtelijke ontwikkelingen geen gevoelige bestemmingen projecteren binnen de specifieke zone.
> De strook tussen de A28 en de N302ZCeintuurbaan niet bestemmen voor geluidgevoelige bestemmingen. > Zeer terughoudend omgaan met het inplannen van geluidgevoelige bestemmingen in de gele zone rondom de N302 (figuur 12). > Wanneer in de omgeving van het NUON transformatorstation geluid gevoelige bestemmingen worden geprojecteerd, hiermee samengaand een geluidszone in het bestemmingsplan vastleggen. > Bij ontwikkeling van geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving van de schietbaan moet inzichtelijk worden gemaakt welke geluidbelastingen er zijn te verwachten. Een geluidcontourkaart moet dan onderdeel uitmaken van het onderzoek.
8/8
Deelgebied 26 > Zuidelijke stadsrand > Milieubeleidsplan Harderwijk 2009-2012
> Bij de Poort naar Harderwijk en de kantoren/bedrijvenzone eisen stellen aan de energiezuinigheid. Meerdere kantoren dienen energienul te zijn.
figuur 13 CO2-neutraal kantoor en expeditiecentrum TNT in Veenendaal
Expeditiecentrum TNT Veenendaal Uitgangspunt is geweest om door gebruik te maken van bestaande technieken en het gebouw optimaal op de zonnestand te richten een zo energiezuinig mogelijk gebouw te ontwerpen. Daarbij komen nog een hele hoge isolatie van gevels, dak en vloer en de bewustwording van de gebruikers van het pand. Al deze maatregelen leiden ertoe dat het gebouw in het gebruik CO2 neutraal is. Er wordt zelfs gestreefd naar het leveren van energie. Ook in de keuze van bouwsysteem (alles demontabel) en de bouwmaterialen (veel vernieuwbare of hergebruikte materialen) is er gekozen voor energiezuinig en milieubewust. TNT verwacht dat het unieke ontwerp van het distributiecentrum er toe zal leiden dat er meer dan 70aÁ energie wordt bespaard in vergelijking met een traditioneel distribu tiecentrum. Het gebouw bijvoorbeeld, is ontworpen om zoveel mogelijk daglicht binnen te laten waarmee de noodzaak van kunstlicht zoveel mogelijk wordt beperkt. Het produceert ook zijn eigen duurzame energie door gebruik te maken van meer dan 300 photovoltaische cellen, die zonlicht omzetten in energie. Water uit de bodem wordt gebruikt voor het verwarmen en koelen van het gebouw.
> Carpoolplaats Boekhorstlaan optimaal inrichten als transferium: oplaadpunten voor elektrisch vervoer (bijvoorbeeld door zonne-energie), stallingplaatsen voor auto’s en fietsen. > Bouw & Infra Park: in samenspraak met het opleidingsinstituut een voorbeeldcentrum voor energiezuinig/duurzaam bouwen ontwikkelen. > Nieuwe scholen (basisonderwijs, voortgezet onderwijs of overig onderwijs aan minderjarigen), kinderdagverblijven, bejaarden-, verzorgings- en/of verpleeghuizen worden niet binnen 50 meter vanaf de A28 en de N302 gebouwd. Voor de contour van 50 tot 300 meter van de snelweg moeten er zwaarwegende financiële, landschappelijke, stedenbouwkundig, verkeers kundig of vervoerskundige redenen zijn om deze functies binnen de contour te plaatsen.
bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003
Bijlage 3 Themakaart Water
79
bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003
Bijlage 4 Karterend archeologisch onderzoek Boekhorstlaan
81
Boekhorstlaan, Harderwijk (gemeente Harderwijk) Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek
I.S.J. Beckers
ArcheoProjecten
2
Colofon ADC Rapport 4201 Boekhorstlaan, Harderwijk (gemeente Harderwijk) Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek Auteur: I.S.J. Beckers In opdracht van: Veluwe Transferium Boekhorst B.V. © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 11 oktober 2016 Foto's en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status onderzoek: concept Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
Autorisatie: R.M. van der Zee
ISSN 1875-1067
ADC ArcheoProjecten Postbus 1513 3800 BM Amersfoort Tel 033-299 81 81 Fax 033-299 81 80 Email info@archeologie.nl
3
Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding en administratieve gegevens 2 Vooronderzoek 2.1 Inleiding 2.2 Resultaten booronderzoek 2.3 Conclusies en advies 3 Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) 3.1 Plan van Aanpak 3.1.1 Inleiding 3.1.2 Uitvoeringsplan veldwerkzaamheden 3.1.3 Monsternameplan 3.2 Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) 3.2.1 Omstandigheden 3.2.2 Lithologische beschrijving en interpretatie 3.2.3 Archeologische indicatoren 3.3 Conclusies 4 Aanbeveling Literatuur Geraadpleegde websites Lijst van afbeeldingen en tabellen
4 6 8 8 8 8 9 9 9 9 10 10 10 10 11 12 13 14 14 14
Bijlage 1 boorgegevens
20
4
Samenvatting In opdracht van Veluwe Transferium Boekhorst B.V. heeft ADC ArcheoProjecten in september en oktober 2016 een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor de herontwikkeling van het gebied rondom de Boekhorstlaan te Harderwijk (gemeente Harderwijk). Het onderzoek bestond uit een karterend booronderzoek en betrof een vervolg op het in 2015 uitgevoerde bureau- en verkennend booronderzoek. Uit het voorafgaande bureauonderzoek en verkennend booronderzoek blijkt dat in een groot deel van het plangebied de podzolbodem intact is gebleven. Boven de intacte podzolbodem is een overwegend 20 cm dikke uitspoelingslaag met daarboven een ca. 20 cm dikke bouwvoor aangetroffen. Het gedeelte van het plangebied tussen de Boekhorstlaan en de A28 is verstoord geraakt. Het karterende booronderzoek bestond uit 45 boringen, verspreid over een 25 x 20 m boorgrid. De boringen zijn doorgezet tot ten minste 25 cm in de C-horizont. De top van de podzolbodem (A-, E-, en B-horizonten) en de basis van het cultuurdek zijn bemonsterd. De monsters zijn gezeefd en uit het zeefresidu zijn determineerbare archeologische indicatoren geselecteerd. Tijdens het karterend booronderzoek is in een groot deel van het plangebied een intacte podzolbodem aangetroffen. De randen van het onderzochte gebied lijken verstoord te zijn geraakt.