CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Zuidelijke Stadsrand_Toelichting.pdf

Commissie Ruimte 5 januari 2021, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Bestemmingsplan zuidelijke stadsrand30.887 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

3.9

Groenbeleid

In het Handboek Harderwijks Groen staat het Harderwijks groenbeleid voor stad, landschap en bos in samenhang met elkaar beschreven. Dit beleidsplan is in december 2007 door de raad van de gemeente Harderwijk vastgesteld. Hoofddoelstelling van beleid is de hoofdstructuur van stedelijk groen in stand te houden en te versterken. Belangrijk onderdeel daarin zijn de bomen, die de dragers van de groenstructuur vormen. In het plangebied behoren de Deventerweg, als verbinding tussen stad en Veluwe, en de (bos)strook tussen A28 en Ceintuurbaan als uitloper van de Veluwe tot de hoofdgroenstructuur. Daarnaast wordt in het Handboek Harderwijks Groen een aantal thema's benoemd waarin de koers voor het Harderwijks groen (bezien vanuit kwaliteiten en knelpunten) wordt uitgewerkt. Voor de Zuidelijke stadsrand zijn daarin met name van belang de thema's:

»

»

»

Harderwijk en route, over de beleving van stad en landschap vanuit auto en trein en de vormgeving van de entrees naar Stad en Veluwe (Poort naar de Veluwe). Langs de A28 is de overgang zichtbaar en voelbaar van water (Wolderwijd) naar bos (Veluwe). De snelwegafslagen en het station vormen in feite de entrees tot te stad; de nieuwe stadspoorten. In de omgeving Boekhorstlaan vormt juist de uitwerking van de 'stadspoort' de stad uit, de Poort naar de Veluwe een belangrijk aandachtspunt. Deze plek moet de sfeer van de Veluwe duidelijk uitstralen. Toegankelijkheid van het landschap. Het buitengebied vervult een belangrijke functie als uitloopgebied voor de harderwijkers. Langs de A28 is dat vooral de Veluwe en meer zuidelijk de groene Zoom en het buitengebied van Ermelo. De A28 en ook de Ceintuurbaan vormen een barrière voor de ontsluitingsmogelijkheden naar deze aantrekkelijke landschappen. Overgang stad-landschap. Harderwijk is uitgegroeid van een kleine Hanzestad tot een stad met ruim 45.000 inwoners en een regionaal voorzieningenniveau. De stad is uitgedijd over het landschap. Grote infrastructurele lijnen, zoals de A28, omsingelen de stad. Langs de randen daarvan kunnen

24

bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003 rommelzones ontstaan. Ook langs de A28 verdient de overgang tussen stad en landschap daarom speciale aandacht. Een goede ruimtelijke en functionele overgang is belangrijk, waarbij bestaande en eventueel nieuw te ontwikkelen groenstructuren in combinatie met aantrekkelijke recreatieve routes kunnen zorgen voor een goede verbinding van de stad naar het landschap. Langs de A28 vormen de oude laanstructuren een goed aangrijpingspunt om in elk geval de verbindingen visueel te versterken, maar ook wellicht functioneel.

3.10 Verkeers- en vervoersbeleid Het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Harderwijk is opgenomen in het Verkeersstructuurplan (VSP). Het VSP is in december 2010 vastgesteld door de gemeenteraad van Harderwijk. Het plan bestaat uit een deel Mobiliteitsvisie (met een doorkijk naar 2030) en een deel Gemeentelijk Verkeersen Vervoersplan (met een doorkijk tot 2015). Het VSP geeft aan dat de komende jaren prioriteit wordt gegeven aan het aanpakken van verkeersonveiligheid in algemene zin en verkeersonveilige locaties in het bijzonder en daarnaast het stimuleren van het fietsverkeer in de gemeente Harderwijk. Momenteel staan er geen concrete acties gepland voor de Zuidelijke Stadsrand.

Op 23 mei 2013 is door de gemeenteraad een Parkeernormennota vastgesteld. Deze Parkeernormennota is een uitwerking van de vastgestelde visie op parkeren in Harderwijk (GVVP). De Parkeernormennota dient tevens als uitbreiding/toevoeging aan de parkeerfondsregeling. Omdat er geen wettelijke, door de rijksoverheid vastgestelde en voorgeschreven parkeernormen bestaan, heeft de gemeente Harderwijk besloten om de parkeernormen in één document vast te stellen met normen die specifiek toepasbaar zijn voor de situaties binnen de gemeente Harderwijk. Deze parkeernormen worden gebruikt bij het berekenen van de parkeerbehoefte bij voorzieningen als woningen, scholen, winkels, kantoren en bedrijven. Het vaststellen van deze parkeernormen is onder meer voor burgers, projectontwikkelaars en de gemeente Harderwijk zelf van belang. Door het vaststellen is het namelijk voor iedere belanghebbende duidelijk en inzichtelijk welke parkeernormen voor een bepaalde functie gehanteerd worden. Hierdoor ontstaat eenduidigheid in het parkeernormenbeleid.

3.11 Economisch beleid Het economische beleid is gericht op het optimaal benutten van de beschikbare ruimte en het bieden van meer uitgesproken, gedifferentieerde werkmilieus. Verder wordt er ruimte geboden aan kleinschalige werkgelegenheid in de woonomgeving waar dat kan (functiemenging). De milieuhinder van bestaande en nieuwe bedrijvigheid dient tot een zo laag mogelijk niveau te worden beperkt, terwijl milieuhinderlijke activiteiten dienen te worden geweerd uit de directe woonomgeving.

25

bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003

26

bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de planopzet beschreven voor de belangrijkste beleidsvelden. De beschrijving van de huidige situatie heeft al plaatsgevonden in hoofdstuk 2. Na eerst de uitgangspunten van het plan te vermelden, wordt in dit hoofdstuk, voor zover daar sprake van is, stilgestaan bij een aantal nieuwe ontwikkelingen en/of ervaren knelpunten. Vervolgens wordt beschreven op welke wijze daarmee in dit bestemmingsplan wordt omgegaan. Dit kan door middel van kleinschalige oplossingen binnen de bestemming (beheersmaatregelen) of door de introductie van nieuwe of gewijzigde bestemmingen voor meer ingrijpende veranderingen.

4.2

Uitgangspunten

Uitgangspunt van dit bestemmingsplan is het zoveel mogelijk consolideren van de bestaande situatie. Dit betekent dat de bestaande ruimtelijke opzet gehandhaafd zal blijven. Aan de Boekhorstlaan zijn ontwikkelingen in de leisure-sfeer gedacht. Omdat voor het plan Boekhorstlaan een afzonderlijke uitgebreide omgevingsvergunningsprocedure is doorlopen, zijn de ontwikkelingen in het voorliggende bestemmingsplan planologisch-juridisch mogelijk gemaakt. Met dit nieuwe bestemmingsplan ontstaat nu voor elke bewoner een bestemmingsplanregeling die zoveel mogelijk in lijn is met de bestemmingsplanregelingen zoals die voor vergelijkbare gebieden in Harderwijk worden gehanteerd. Verder wordt rekening gehouden met de maatschappelijke ontwikkelingen in de loop der jaren. Dit uit zich in het plan door bijvoorbeeld flexibelere gebruiksmogelijkheden van de woning, zoals bijvoorbeeld het toestaan van bed & breakfast in de woning en/of mantelzorg en de regeling voor een beroep of bedrijf aan huis.

4.3

Gewijzigde bestemmingen in dit bestemmingsplan

4.3.1

Vervallen van bestemming "Uit te werken Gemengde doeleinden"

Voor de woningen die ingeklemd liggen tussen de Weisteeg, bedrijvenpark Tonsel en de Harderwijkerweg geldt op dit moment nog bestemmingsplan Drielanden-Oost (onherroepelijk geworden in 2000). In verband met het versterken van de aanwezige woonfunctie rond de Weisteeg hebben de gronden destijds de bestemming "Uit te werken Gemengde doeleinden" gekregen en kunnen uitgewerkt worden voor de vestiging van categorie 1 en 2 bedrijven en woningen. De resterende gronden ten zuiden van de bestaande woningen zijn destijds uitgewerkt als bedrijventerrein en inmiddels opgenomen in het onherroepelijke bestemmingsplan Drielanden - Bedrijvenpark Tonsel 2013. In de uit te werken bestemming wordt voor het wonen uitgegaan van de bestaande woningen eventueel in combinatie met kleinschalige bedrijven. In het geldende bestemmingsplan is een bouwverbod opgenomen. Daarnaast is opgenomen dat het aantal woningen in het gebied mag worden vermeerderd met ten hoogste 5 woningen. Inmiddels zijn er 2 woningen in bestaande bebouwing gerealiseerd. Op het perceel Weisteeg 5/7 is in 1986 een vergunning verleend voor een inwoningssituatie. Tot de zomer van 2015 is er ook altijd sprake van inwoning geweest. Tot voor kort stond een deel van de woning echter leeg en is het verzoek ingediend om de woning te mogen splitsen.

Omdat er op grond van het vigerende bestemmingsplan mogelijkheden zijn om aan dit verzoek mee te werken, worden in het voorliggende bestemmingsplan op het perceel Weisteeg 5/7 twee zelfstandige woningen in de bestaande boerderij mogelijk gemaakt. Hierdoor is er sprake van in totaal 3 (van de maximaal 5) te realiseren woningen die op grond van het vigerende bestemmingsplan mogelijk zijn. Er wordt wel naar gestreefd om de stedenbouwkundige situatie ter plaatse te verbeteren en de huidige oppervlakte aan voormalige agrarische bebouwing zoveel mogelijk te slopen. Omdat er in de huidige situatie geen programma meer is voor de nieuwbouw van extra woningen in dit gebied en de nieuwbouw bovendien ook niet op grond van de Wet geluidhinder mogelijk gemaakt kan worden, is ervoor gekozen om deze uitwerkingsbevoegdheid (voor nog ten hoogste 2 woningen) te laten vervallen.

27

bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003 Voor een perceel ten zuiden van de Weisteeg bestaat vanuit bovengenoemd bestemmingsplan de mogelijkheid om via een uitwerkingsplan bedrijvigheid te realiseren. De behoefte aan bedrijvigheid op dit perceel is niet meer van toepassing. Ook vanuit provnciaal beleid is het ongewenst om nieuwe bedrijvigheid op deze locatie toe te staan aangezien eerst inbreidingsmogelijkheden benut moeten worden voordat aan uitbreiding wordt gedacht. Daarom vervalt in voorliggend bestemmingsplan deze uit te werken bestemming.

4.3.2

Bestemming bestaande woningen Weisteeg en Fazantlaan/Eekhoornlaan

Voor de woningen aan weerszijden van de Weisteeg en de woningen aan de Fazantlaan/ Eekhoornlaan zijn er verschillende bestemmingsplannen met verschillende bijbehorende regelingen van kracht. De woningen aan de noordzijde van de Weisteeg zijn als vrijstaande woningen bestemd, waarbij een deel van de bijbehorende gronden niet bebouwd mag worden (bestemming onbebouwd erf op voorerf en Agrarisch gebied met landschapswaarden op groot deel van het achtererf). De woningen aan de zuidzijde van de Weisteeg hebben de uit te werken bestemming Gemende doeleinden en zijn aangeduid als wonen. Er geldt onder voorwaarden een bouwverbod. De woningen aan de Fazantlaan/ Eekhoornlaan hebben de bestemming 'Eengezinshuizen in open bebouwing' en 'Eengezinshuizen villa's met bijbehorende erven'. Om nu alle woningen in het plangebied dezelfde bouwmogelijkheden toe te kennen, wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de bestemmingsplanregelingen zoals die voor de overige woningen in Harderwijk worden gehanteerd. De bestaande woningen krijgen een woonbestemming. De woningen mogen een goot- en bouwhoogte hebben van respectievelijk 6 meter en 10 meter. Het hoofdgebouw is op de plankaart aangegeven door een afzonderlijk maatvoeringsvlak. Voor de vrijstaande woningen is een maatvoeringsvlak met een diepte van 15 meter opgenomen. Voor twee-onder-één-kapwoningen bedraagt de diepte 12 meter.

Voor enkele woningen is maatwerk uitgevoerd. Dit maatvoeringsvlak geeft de mogelijkheid om het hoofdgebouw over de volle hoogte te vergroten. In het algemeen wordt terughoudend omgegaan met uitbreidingen aan de voorkant met het oog op de ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte. De standaardregel is dat de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 75 m2, met dien verstande dat indien het perceel groter is dan 2.100 m2, de oppervlakte 150 m2 mag bedragen. De gronden mogen voor niet meer dan 500Zo worden bebouwd. Op sommige woonpercelen is sprake van een historisch gegroeide situatie waarbij een groter oppervlak aan bijbehorende bouwwerken vergund is. Deze grotere oppervlakte is per adres opgenomen in de regels. In het bestemmingsplan zijn regelingen opgenomen om een groter oppervlak aan bijbehorende bouwwerken te kunnen bouwen/ gebruiken. Deze regelingen zijn gebaseerd om de vigerende bestemmingsplannen en op het bestemmingsplan Buitengebied. Aan de Weisteeg staan enkele woningen waar in het verleden een agrarisch bedrijf was gevestigd. Dat gebruik is reeds lange tijd gestaakt alleen staat er nog een grote oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken. In het vorige bestemmingsplan zijn deze bijbehorende bouwwerken onder het overgangsrecht gebracht.

Aangezien deze niet voor een tweede keer onder het algemene overgangsrecht gebracht mogen worden is voor deze percelen een persoonsgebonden overgangsrecht toegepast. De kenmerkende groene en onbebouwde gronden rondom de woningen zijn bestemd tot 'Groen'. Hiermee wordt aangesloten op de regeling zoals die voor de woningen in de Groene Zoom is opgenomen. Op de gronden met deze bestemming mag per woning één veldschuur worden gebouwd met een oppervlakte van 15 m2.

28

bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003

4.3.3

Driehoek HarderwijkerwegfCeintuurbaanfA28

In de Structuurvisie Harderwijk 2031 is deze locatie in het kader van de ondernemende stad aangeduid als kantoorlocatie. In verband met de bestaande overprogrammering aan kantoorlocaties in de provincie Gelderland, werkt de provincie niet mee aan de ontwikkeling van nieuwe kantoorlocaties. Het opnemen van een uit te werken kantoorbestemming is planologisch gezien dan ook niet haalbaar. Omdat nieuwe initiatieven alleen mogelijk zijn als zij de toets van de Ladder van duurzame verstedelijking kunnen doorstaan, is ervoor gekozen om de gronden de bestemming Groen te geven. Er zijn initiatiefnemers die gezamenlijk een crematorium om deze locatie willen ontwikkelen. Omdat de plannen op dit moment echter nog niet concreet genoeg zijn, is deze beoogde ontwikkeling nog niet meegenomen in dit bestemmingsplan. Hiervoor zal te zijner tijd een afzonderlijke ruimtelijke procedure met de bijbehorende onderzoeken doorlopen moeten worden. Mochten zich er nog concrete andere initiatieven aandienen voor deze locatie en de locatie aan de overzijde van de Ceintuurbaan (aangrenzend aan locatie Post) dan zal op dat moment worden overwogen of het initiatief haalbaar en uitvoerbaar is. Opslag- en transportbedrijf Post is als zodanig bestemd en beperkt tot de van oorsprong aanwezige bedrijfskavel.

In verband met de gewenste aanleg van een fietspad langs de Harderwijkerweg heeft er in 2015 een grondruil plaatsgevonden tussen de gemeente en de eigenaar van locatie Post. Omdat de geruilde gronden vervuild zijn hebben zij de huidige agrarische bestemming gekregen. Daarnaast ligt er een onderzoeks- en saneringsverplichting op het perceel. Een deel van het perceel gelegen achter de bedrijfsbestemming wordt al geruime tijd in strijd met de bestemming gebruikt door het bedrijf. Er heeft een legaliseringsonderzoek plaats gevonden waarbij geconcludeerd is dat permanente legalisatie niet mogelijk/ gewenst is. Gezien de lange periode dat het bedrijf hier al gevestigd is, is voorgesteld om een persoonsgebonden overgangsrecht toe te passen voor dit deel. Dit recht regelt dat de huidige eigenaar van het bedrijf de activteiten door mag zetten totdat deze vertrekt of totdat het bedrijf zijn activiteiten op de locatie beëindigt. In dat geval herleeft de agrarische bestemming.

4.3.4

Omgeving Boekhorstlaan f Hotel Van der Valk

Boekhorstlaan De bestaande bebouwing aan de Boekhorstlaan heeft op dit moment de bestemming 'Agrarische doeleinden bebouwing toegestaan'. Er is op dit moment echter geen agrarische bedrijfsvoering meer op de percelen aanwezig en omdat de percelen binnen een afstand van 250 meter van de zone kwetsbaar gebied liggen, is het oprichten van een agrarisch veebedrijf ook niet meer mogelijk. Bovendien zijn de woningen veelal al een lange periode in gebruik als burgerwoning. Omdat een woonsituatie ter plaatse eigenlijk niet wenselijk is en de bewoners hebben aangegeven graag te willen vertrekken, heeft initiatiefnemer Veluwe Transferium Boekhorstlaan B.V. (VTB) plannen ontwikkeld om het gebied te ontwikkelen als leisurelocatie, gecombineerd met horeca. Door op deze goed bereikbare locatie een toeristisch recreatief knooppunt te realiseren, wordt Harderwijk langs de A28 op de kaart gezet en kan het gebied als Poortfunctie naar de Veluwe functioneren. Voor deze ontwikkeling is op 26 juni 2018 de omgevingsvergunning onherroepelijk geworden. De in die vergunning mogelijk gemaakt gebouwen, bouwwerken en gebruik zijn één op één vertaald naar onderliggend bestemmingsplan.

Hotel van der Valk De gemeente is voorstander van uitbreiding van Hotel Van der Valk. Echter omdat de benodigde Nb-wet vergunning voor de beoogde uitbreidingsplannen door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is vernietigd, wordt Hotel Van der Valk conform de bestaande situatie inclusief een kleine gewenste aanleg van een serre en veranda in het voorliggende bestemmingsplan opgenomen. Voor de gewenste uitbreiding zal te zijner tijd een afzonderlijke ruimtelijke procedure doorlopen moeten worden.

29

bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003

4.3.5

Omgeving Zandlaan

De bestaande bestemmingen en nadien verleende omgevingsvergunningen aan de Zandlaan worden overgenomen, te weten meerdere gebouwen ten behoeve van het houthandelsbedrijf en nutsbedrijf. Bij het houthandelsbedrijf zijn twee bedrijfswoningen aanwezig die overeenkomstig blijven bestemd. De bedrijfswoningen bij het oorspronkelijke nutsbedrijf (Vitens) zijn al sinds 1973 wegbestemd en ook niet meer als zodanig in gebruik. In verband met een te hoge geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai zijn nieuwe bedrijfswoningen in dit gebied ook niet mogelijk. De gronden zijn op dit moment in eigendom van een projectontwikkelaar die de locatie graag wil herontwikkelen. In verband met de bestaande overprogrammering aan kantoor- en bedrijfslocaties in de provincie Gelderland, werkt de provincie niet mee aan uitbreiding van deze functies. De ontwikkeling van een zonnepark zou een passende invulling kunnen zijn die nog nader onderzoek vergt.

30

bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003

Hoofdstuk 5

5.1

Onderzoek

Algemeen

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van het verrichtte onderzoek naar relevante feiten en af te wegen belangen (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht). Per onderzoeksaspect wordt een beschrijving gegeven van de situatie ter plaatse.

5.2

Cultuurhistorie en archeologie

5.2.1

Inleiding

Op 1 januari 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening aangepast als uitwerking van het in 2009 door het rijk ingezette beleid Modernisering Monumentenzorg (MoMo). Voor de ruimtelijke ordening betekent dit een omschakeling van een objectgerichte naar omgevingsgerichte benadering. Door deze modernisering moet bij het opstellen van een bestemmingsplan meer rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Dit betekent dat naast archeologie, ook een beschrijving moet worden gegeven van de historische (steden)bouwkunde en historische geografie en hoe in het bestemmingsplan rekening is gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. De gemeente Harderwijk heeft in 2015 een cultuurhistorische waardenkaart laten opstellen, waarin alle cultuurhistorische waarden in de gemeente Harderwijk zijn geïnventariseerd en gewaardeerd. De gemeente Harderwijk hanteert het uitgangspunt dat bij ruimtelijke ingrepen in de bestaande ruimtelijke structuur cultuurhistorische waarden waar mogelijk worden ingepast. Wanneer er geen sprake sprake is van ingrepen in de ruimtelijk structuur (actualisatieplannen), is het uitgangspunt dat cultuurhistorische waarden geen directe reden zijn om bestaande rechten in te perken. De beschermde gemeentelijke- en rijksmonumenten worden sectoraal beschermd via de monumentenverordening of Monumentenwet

5.2.2

Historische geografie

Historisch geografische waarden verwijzen naar de ontstaanswijze en bijzondere plekken van het cultuurlandschap. Dit betreffen de historische karakteristieken van het landschap. Bijzonder waardevol zijn elementen, zoals houtopstanden, verkavelingspatronen wegenpatronen die al lange tijd in het gebied aanwezig zijn. Volgens de cultuurhistorische waardenkaart zijn de volgende elementen in het plangebied van waarde: « » » » « » » »

de Weisteeg en de laanbeplanting (beuken) langs de Weisteeg de Korhoenlaan de Fazantlaan en de laanbeplanting langs de Fazantlaan de Eekhoornlaan de Leuvenumseweg/ N302 de Boekhorstlaan en de laanbeplanting langs de Boekhorstlaan de beplantingsstroken langs de A28 de spoorlijn Amersfoort-Zwolle

5.2.3

(Steden)bouwkundige waarden

Beschermde monumenten In het plangebied zijn de volgende beschermde gemeentelijke monumenten aanwezig » » »

Fazantlaan 2, woning Eekhoornlaan 4,woning Eekhoornlaan 6,woning

Er zijn geen beschermde rijksmonumenten in het plangebied aanwezig

31

bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003 Karakteristieke panden Volgens de cultuurhistorische waardenkaart zijn de volgende karakteristieke panden in het plangebied van waarde: « » »

Weisteeg 6, 8, 12 en 13, boerderijen Boekhorstlaan 1, woning Boekhorstlaan 2 en 4, boerderijen

5.2.4

Archeologie

In het plangebied zijn verschillende archeologische verwachtingswaarden aanwezig. Globaal gezien heeft het gebied tussen de kruising van de N302 met de A28 en de Oranjelaa^N303 een hoge verwachtingswaarde (zie donkere/oranje kleur in onderstaande afbeelding). Het westelijke deel van het plangebied valt voor een gedeelte binnen een AMK- terrein. Conform het archeologiebeleid zijn in het AMK-gebied bodemingrepen met een omvang groter dan 50 m2 gebied belast met een onderzoeksplicht. Gebieden met een hoge archeologische verwachting zijn bodemingrepen met een omvang groter dan 100 m2 en dieper dan 0,3 meter belast met een onderzoeksplicht. In het gebied met een middelhoge archeologische verwachting zijn bodemingrepen groter dan 1.000 m2 en dieper dan 0,3 meter belast met een onderzoeksplicht. En voor het gebied met een lage archeologische verwachting geldt de onderzoeksplicht vanaf bodemingrepen groter dan 5.000 m2 en dieper dan 0,3 meter. Dit gebeurt door het opleggen van een dubbelbestemming "Waarde archeologie" met bijbehorende bouwregels en de verplichting te beschikken over een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde (aanlegvergunning). Conform het beleid wordt er bij verstoorde gebieden geen nader archeologisch vooronderzoek uitgevoerd.

Ook wordt er conform het beleid geen dubbelbestemming archeologische waarde in het bestemmingsplan opgenomen. Mochten er in de toekomst nog andere locaties herontwikkeld worden, dan zal te zijner tijd een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd in het kader van de dan te doorlopen planologisch-juridische procedure.

\į W

’ A/^x

şmm e fa. ~

ľ ~Į;ñS'

essř

vķůś&ř jļŗ

mm

ïš’

'fì ‘àîCn

WÍM

32

U ļ

bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003

5.3 Ecologie Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een ruimtelijk plan mag namelijk geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort.

Gebiedsbescherming Voor de gebiedsbescherming zijn in het kader van de Europese richtlijnen in Nederland speciale beschermingszones aangewezen met een hoge wettelijke bescherming. Hiervoor zijn Natura 2000-gebieden en gebieden onderdeel uitmakend van het Nederlands Natuurnetwerk opgenomen. Het westelijk deel van het plangebied grenst aan het Natura 2000-gebied (Veluwerandmeren). De Veluwerandmeren ontstonden bij de drooglegging van de polders van Flevoland vanaf 1957 en worden gevormd door vier ondiepe zoetwatermeren op de overgang van de Veluwe naar Flevoland. De oostelijke helft van het plangebied grenst aan het Natura 2000-gebied (Veluwe). Hotel Van der Valk maakt zelfs deel uit van het Gelders Natuur Netwerk. De Veluwe bestaat overwegend uit droge bossen, droge en natte heide, vennen en stuifzanden. Voor met name nieuwe ontwikkelingen in het plangebied moet rekening gehouden worden met zogenaamde externe werking van naastgelegen Natura 2000-gebieden. Dat wil zeggen dat ook op afstand van de aangewezen Natura 2000-gebieden geen sprake mag zijn van significante gevolgen voor de in deze gebieden beschermde flora en fauna. Hiernaar moet in voorkomende gevallen nader ecologisch onderzoek plaats vinden.

Soortbescherming De werkingssfeer van de Flora- en faunawet is niet beperkt tot of gerelateerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft soorten overal in Nederland bescherming. Op grond van de Flora- en faunawet gelden algemene verboden tot het verwijderen van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten en het beschadigen of verstoren van voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten. Omdat dit bestemmingsplan conserverend van aard is, zijn geen significante gevolgen voor de flora en fauna te verwachten. Naast het aanwijzen van gebieden zijn ook aangewezen dier- en plantensoorten beschermd op basis van de Flora- en faunawet. Ook hierbij geldt dat omdat het bestemmingsplan verder een conserverend karakter heeft, geen ontheffing op basis van deze wet is vereist. Voor de locaties die in de toekomst herontwikkeld kunnen gaan worden, zal in het kader van de dan te doorlopen procedure zo nodig ecologisch onderzoek worden uitgevoerd.

33

bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003

5.4 Watertoets 5.4.1

Inleiding

Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin staat de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan op de waterhuishouding. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan gevolgen heeft voor de waterhuishouding (waaronder grondwater en waterveiligheid). Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets: 'het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren (door de waterbeheerder), afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten'. In een regulier watertoetsoverleg tussen gemeente en waterschap wordt de planvorming voor de ruimtelijke ontwikkelingen besproken. Gezamenlijke conclusie is dat de ruimtelijke ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt met dit bestemmingsplan geen of nauwelijks gevolgen voor het watersysteem hebben. Uit bijlage 3 blijkt dat er in het plangebied geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde A-wateren), waterkeringen of gebieden liggen die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Ook wordt er niet meer dan 1500 m2 extra verhard oppervlak aangelegd (t.o.v. de bestaande situatie). Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven.

Waterschap Vallei en Veluwe heeft voor ontwikkelingen waar geen of nauwelijks een waterbelang bestaat een standaard waterparagraaf opgesteld.

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen gelden de volgende algemene uitgangspunten: »

» » » » »

Hemelwater wordt op basis van de trits 'vasthouden-bergen-afvoeren' zoveel mogelijk ter plaatse vastgehouden. Wanneer lozen in de bodem redelijkerwijs niet mogelijk is kan geloosd worden op oppervlaktewater. Lozen op de riolering is in principe niet toegestaan; Afvalwater niet zijnde 'schoon' hemelwater aansluiten op het riool; Houdt bij het ontwerp rekening met de gemiddelde hoogste grondwaterstand; De ontwikkeling dient in de gebruiksfase grondwaterneutraal te zijn. Structurele drainage of andere middelen om grondwater af te voeren zijn in principe niet toegestaan; Geen uitlogende materialen gebruiken op plaatsen die in contact kunnen komen met (grond)water; Mogelijk is een watervergunning of melding nodig. Een watervergunning van het waterschap is bijvoorbeeld nodig voor het dempen en/of vergraven van watergangen, het lozen van water op oppervlaktewater en het onttrekken van grondwater.

5.4.2

Verantwoordelijkheden

Hemelwater Een belangrijk principe is dat zoveel mogelijk van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij ontwikkelingen van enige omvang betekent dit in de praktijk een ruimtelijke claim voor hemelwater infiltratiesystemen van ordegrootte 10oZo van een eventueel te ontwikkelen plangebied. Indien beschikbaar oppervak krap is, zijn er ook andere (ondergrondse) oplossingen mogelijk met een kleiner benodigd oppervlak. Bij lozing op opperVaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap.

Grondwater Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) of representatieve hoogste grondwaterstand (RHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG/RHG. Het structureel onttrekken Z draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar.

34

bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003 Oppervlaktewater Het waterschap is verantwoordelijk voor het peilbeheer in regionaal oppervlaktewater. Daarbij heeft het waterschap de taak om het oppervlaktewatersysteem zo in te richten dat er geen inundatie plaatsvindt tot 1 maal per 100 jaar in stedelijk en 1 maal per 10 jaar in landelijk gebied.

Samenvatting Vanwege het consoliderend karakter van het bestemmingsplan en het generiek beleid dat in dit plan is geformuleerd voor nieuwe ontwikkelingen, heeft dit plan geen nadelige gevolgen voor het watersysteem en de daarmee samenhangende natuur- en belevingswaarde.

5.5 Milieu 5.5.1

Inleiding

In dit hoofdstuk komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod. Het betreffen hier de randvoorwaarden en beperkingen die voorkomen uit het beleid en wetgeving op het gebied van: geluid (Wet geluidhinder), luchtkwaliteit (Wet luchtkwaliteit), bodem (Wet bodembescherming), bedrijvigheid (Wet milieubeheer) en externe veiligheid (BRZO, REVI, Bevi, Wet milieubeheer). Dit bestemmingsplan is grotendeels een consoliderend plan, daarom is een algemene beschrijving gegeven van de reeds beschikbare informatie en onderzoeken. Ontwikkelingen die via een wijzigingsbevoegdheid kunnen worden toegestaan worden bij toepassing van de bevoegdheid getoetst aan de haalbaarheidaspecten.

5.5.2

Geluidhinder

De mate waarin geluid, veroorzaakt door het wegverkeer en/of door een industrieterrein, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In de Wet geluidhinder zijn normen opgenomen voor de toelaatbare geluidbelasting als gevolg van de verschillende geluidbronnen. De Wgh maakt een onderscheid tussen de voorkeursgrenswaarde en de hoogst toelaatbare geluidbelasting. Wanneer de geluidbelasting onder de voorkeursgrenswaarde valt, worden de effecten van geluid zonder meer toelaatbaar geacht. Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, maar de geluidbelasting de ten hoogste toelaatbare geluidwaarde niet te boven gaat, is de overschrijding na een afweging, toelaatbaar. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai is 48 dB en de ten hoogst toelaatbare waarde is 63 dB, voor binnenstedelijk gebied. De voorkeursgrenswaarde vanwege een gezoneerd industrieterrein is 50 dB(A) en de ten hoogst toelaatbare waarde is 55 dB(A). Wegverkeerslawaai Verkeerswegen hebben volgens de Wet geluidhinder aan weerszijden zones. Een zone kan, afhankelijk van de situatie, een breedte hebben van 100 tot 600 m. Binnen deze wettelijke zones geldt het grenswaardensysteem van de Wgh voor het toetsen van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen. Akoestisch onderzoek is noodzakelijk, wanneer dergelijke bestemmingen nieuw in de wettelijke zones worden geprojecteerd.

Het gebied wordt voor grote delen overlapt door de akoestische aandachtszones van de A28 en de N302, beide met een afstand van 400 meter. De aandachtszone van de N303 (250 meter) overlapt het gebied slechts in een klein deel. De Ceintuurbaan die door het gebied heen loopt heeft een aandachtszone van 250 meter. De geluidzone voor spoorweglawaai ligt op 300 meter aan weerszijden van het spoor. De Zuidelijke stadsrand ligt in zijn geheel buiten de bebouwde kom en is op grond van de Wet geluidhinder buitenstedelijk gebied. Dit betekend dat de voorkeursgrenswaarde 48 dB is en de maximaal te ontheffen hogere grenswaarde 53 dB. In onderstaande afbeelding is de geluidbelasting vertaald in

35

bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003 milieugezondheidskwaliteit.

Nagenoeg het gehele plangebied wordt belast met een geluidsniveau dat aanmerkelijk hoger ligt dan 53 dB. De bouw van geluidgevoelige bestemmingen is hier dan ook niet mogelijk. De milieugezondheidskwaliteit is in het gehele plangebied zeer matig (donker oranje gebieden) tot onvoldoende/zeer onvoldoende (rode gebieden). In de gele zone is woningbouw minder geschikt maar eventueel met gebruikmaking van hogere grenswaarde kunnen hier geluidgevoelige bestemmingen geprojecteerd worden. Hogere grenswaarden worden alleen verleend wanneer akoestische maatregelen niet toereikend zijn om het geluidniveau terug te dringen naar 48 dB.Groene zones zijn geschikt voor de bouw van geluidgevoelige bestemmingen, de voorkeursgrenswaarde wordt daar niet overschreden.

Bescherming bestaande geluidgevoelige bestemmingen Geluid van rijkswegen en spoorwegen is aan grenzen gebonden om omwonenden tegen geluidoverlast te beschermen. Hierdoor zijn er wettelijke normen voor de hoeveelheid geluid die het verkeer op een weg of spoorweg maximaal mag produceren. Deze norm wordt een geluidproductieplafond (GPP) genoemd. In de Wet milieubeheer, hoofdstuk 11 is vastgelegd dat het geluid rond rijkswegen niet onbeheerst mag toenemen. Dit hoofdstuk is sinds 1 juli 2012 van kracht. Op punten langs rijkswegen en spoorwegen (zogenaamde referentiepunten) is met de GPP's de maximaal toegestane hoeveelheid geluid vastgesteld. Per punt verschilt de waarde van de geluidproductieplafond's. De punten liggen op 50 meter van de infrastructuur en 100 meter van elkaar. De geluidproductieplafonds moeten door Rijkswaterstaat en ProRail worden nageleefd. Rijkswaterstaat en ProRail controleren dit ieder jaar en rapporteren daarover aan de minister van Infrastructuur en Milieu. Bij dreigende overschrijding van de geluidproductieplafonds moeten Rijkswaterstaat en ProRail maatregelen nemen om te voorkomen dat er een overschrijding ontstaat. Op deze wijze worden bestaande geluidgevoelige bestemmingen beschermd tegen onbeheerste toename van de geluidbelasting.

Industrielawaai Het plangebied ligt niet in de geluidszone van het bedrijventerrein Lorentz. Buiten deze zone mag de

36

bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003 geluidsbelasting, vanwege het bedrijventerrein Lorentz, de waarde van 50 dB(A) niet te boven gaan. Binnen de geluidszone dient terughoudend te worden omgegaan met eventuele toevoegingen van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen.

Bestaande situaties Het bestemmingsplan laat geen nieuwe geluidsgevoelige functies toe en er vinden geen ontwikkelingen plaats waarop de Wet geluidhinder van toepassing is. Uit onderzoek blijkt dat er zich binnen het plangebied ook geen bestaande woningen bevinden waarop de Wet geluidhinder van toepassing is. Bij bestaande situaties waar geen nieuwe geluidsgevoelige functies zijn voorzien, wordt de geluidsbelasting met betrekking tot de wettelijke normen voor binnenniveaus geregeld via het Bouwbesluit. Wanneer een bestaande woning of een andere geluidsgevoelige bestemming een uitbreiding wenst te realiseren, moet bij de omgevingsvergunning voor het bouwen worden aangetoond dat sprake is van een aanvaardbare binnenwaarde (bijvoorbeeld 33 dB bij woningen).

5.5.3

Bestaande b edrijven

Weisteeg 13 (vormt met Weisteeg 11 één inrichting) Besluit van 15 september 1994 voor het houden van 34 stuks melk- en kafkoeien. Van rechtswege valt de veehouderij nu onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. Vergunning is dus melding geworden. Er is geen sprake dat de vergunning van 15 september 1994 gezien kan worden als een OBM (Omgevingsvergunning beperkte milieutoets). De vergunning van 15 september 1995 is daarom van rechtswege komen te vervallen. Harderwijkerweg 266 Op de Harderwijkerweg 266 is Post Rental à Trading gevestigd. Het bedrijf verhuurt materieel voor infra-bedrijven, bouwondernemingen, kabelgravers, hoveniers, loonbedrijven, etc.. Daarnaast wordt er ook zand en grind verkocht (ook aan particulieren). Het bedrijf heeft een melding opslag- en transportbedrijven gedaan. Het bedrijf valt nu van rechtswege onder het Activiteitenbesluit. Volgens de tabel met de richtafstanden van de VNG valt het bedrijf onder de categorie Verhuur van transportmiddelen, machines, andere roerende goederen en subcategorie verhuurbedrijven voor machines en werktuigen. Hier gelden voor de aspecten geur, stof en geluid de richtafstanden van respectievelijk 10 meter, 0 meter en 50 meter. De activiteiten met betrekking tot de handel en opslag van zand en grind vinden plaats op het noordelijke deel van het verharde terrein.

De afstand van de handel en opslag van zand en grind tot de kortst bijgelegen woning is groter dan 100 meter en daarmee inpasbaar. Bovendien ligt het bedrijf in de oksel van de Harderwijkerweg en de Ceintuurbaan. Het verharde deel van het terrein ligt binnen de geluidcontour van de Harderwijkerweg en de Ceintuurbaan. Het is aannemelijk dat het geluid van het bedrijf opgaat in het achtergrondgeluid van de weg. Omdat er binnen een afstand van 50 meter geen woningen zijn gelegen en er bovendien door de combinatie van de rond het perceel liggende wal/muur en de loods sprake is van een afschermende werking, is er sprake van een goed woon- en leefklimaat. Leuvenumseweg 7 en 10 Hotel Van der Valk is gevestigd op Leuvenumseweg 7; het daar tegenover liggende eethuis “De Bosrand” op Leuvenumseweg 10. Voor hotel Van der Valk is op 8 maart 2010 een melding Activiteitenbesluit gedaan. Volgens de tabel met de richtafstanden van de VNG valt hotel Van der Valk onder de noemer “Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra en eethuis "De Bosrand" onder de noemer “Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d. Voor beiden gelden voor de aspecten geur, stof en geluid respectievelijk de richtafstanden 10 meter, 0 meter en 10 meter. De dichtst bijgelegen woningen liggen op meer dan 10 meter afstand.

Dat betekent dat wordt voldaan aan de richtafstanden van de VNG. Er is daarom sprake van een goed woon- en leefklimaat.

37

bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003 Boekhorstlaan 10 De Boekhorstlaan 10 is in gebruik door Dienst WVV afdeling BOW - prov (Openbaar bestuur, overheidsdiensten, Sociale verzekeringen). Volgens de tabel met de richtafstanden van de VNG is dit adres onder te brengen in diverse organisaties, Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren). Hiervoor gelden voor de aspecten geur, stof en geluid respectievelijk de afstanden 0 meter, 0 meter en 10 meter. De afstand tot dichtst bijgelegen woningen bedraagt ten minste 10 meter. Aan de afstand van 10 voor het aspect geluid wordt voldaan. Dat betekent dat voor wat betreft geluid er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Zandlaan 7 Op deze percelen is een Houtzagerij, houthandel en een bijbehorend transportbedrijf gevestigd. Op 26 mei 2008 is een melding Activiteitenbesluit gedaan voor het verzagen van bomen naar planken. Volgens de tabel met de richtafstanden van de VNG valt de houtzagerij onder Houtindustrie en vervaardiging artikelen van hout, Riet, Kurk E.D. Hiervoor gelden voor de aspecten geur, stof en geluid respectievelijk de afstanden 0 meter, stof 50 meter en geluid 100 meter. Het transportbedrijf is volgens de tabel met de richtafstanden van de VNG onder te brengen in de categorie Goederenvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. ^ 1000 m2 . Hiervoor gelden voor de aspecten geur, stof en geluid respectievelijk de afstanden 0 meter, 0 meter en geluid 50 meter. Voor het aspect stof geldt het volgende. In het bedrijf worden boomstammen verzaagd tot planken. Deze activiteit vindt inpandig plaats. De houtzagerij valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. In paragraaf 4.3.1 “mechanische bewerkingen van hout of kurk dan wel van houten, kurk of houtachtige voorwerpen” zijn voor stof emissiegrenswaarden opgenomen. Het bedrijf zal aan deze voorschriften moeten voldoen. De houtzagerij, houthandel en het transportbedrijf bevnden zich op hetzelfde perceel. Er wordt niet voldaan aan de aan te houden onderling richtafstanden met betrekking tot geluid van de VNG.

Op 190 meter afstand is de snelweg A 28 gelegen. Ter hoogte van de bedrijfswoningen op het perceel bedraagt het achtergrondniveau van de snelweg A 28 in de dag-, avond- en nachtperiode respectievelijk 60 dB(A), 58 dB(A) en 54 dB(A). Het niet voldoen aan de afstand van 50 meter volgens de richtafstanden van de VNG is voor wat betreft geluid ondergeschikt aan de geluidsbelasting van de snelweg A28. Met andere woorden het wel voldoen aan de richtafstand van de VNG levert geen verbetering op van het woon- en leefklimaat. Het bestemmingsplan betreft een conserverend plan. Het is de bedoeling dat de bestaande bedrijven in het nieuwe (conserverende bestemmingsplan) dezelfde specifieke bestemming behouden. Dat in combinatie met het feit dat het zagen inpandig plaats vndt en er voldaan moet worden aan de emissiegrenswaarden zoals genoemd in de voorschriften van het activiteitenbesluit is het verdedigbaar om te stellen dat er voor wat betreft stof sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Zandlaan 9-13 Op dit perceel was voorheen Vitens Gelderland gevestigd. De huidige bestemming nutsvoorzieningen zal vooralsnog worden gehandhaafd aangezien er nog geen sprake is van een nieuwe ontwikkeling.

Tankstation rijksweg A28 Langs de rijksweg A28 bevndt zich ter hoogte van de wijk Drielanden een tankstation. Bij dit tankstation wordt LPG verkocht. Volgens de tabel met de richtafstanden van de VNG valt het tankstation onder de categorie benzinestations. De tabel maakt onderscheid in doorzet van LPG ( doorzet M000 m^jr en doorzet c 1000 m^jr). Volgens de richtafstanden betreffen de afstanden voor geur, stof en geluid respectievelijk 30 meter, 0 meter en 30 meter. Deze afstanden zijn onafhankelijk van de hoogte van de doorzet van LPG/jaar.

38

bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003 De richtafstand voor het aspect gevaar bedraagt als volgt: Met LPG > 1000 m^jr

200 meter.

Met LPG < 1000 m^jr

50 meter.

De dichtst bijgelegen kwetsbare objecten zijn gelegen op een afstand van meer dan 200 meter vanaf het vulpunt van de LPG tank. Aan de richtafstanden van de VNG wordt voldaan. Op grond van de richtafstanden van de VNG kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd.

5.5.4

Luchtk waliteit

De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet Milieubeheer hoofdstuk 5, titel 2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit, waarin ter bescherming van mens en milieu onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht (o.a. fijn stof en stikstofdioxide) zijn vastgesteld. De wet stelt bij een (dreigende) grenswaardenoverschrijding aanvullende eisen en beperkingen voor ruimtelijke plannen die "in betekenende mate" (IBM) leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast moet uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening afgewogen worden of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij speelt de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol, ook als het plan "niet in betekende mate" (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Naast de Wet luchtkwaliteit heeft de gemeente Harderwijk aanvullend beleid vastgesteld met betrekking tot projecteren van gevoelige bestemmingen op minder dan 300 meter van een rijksweg en 50 meter van een provinciale weg. Doel van dit beleid is om kwetsbare groepen, zoals kinderen, astmapatiënten en ouderen, zoveel mogelijk te beschermen tegen ongezonde lucht. Deze groepen hebben een verhoogde gevoeligheid voor luchtverontreiniging.

Het beleid bepaalt dat nieuwe scholen (basisonderwijs, voorgezet onderwijs of overig onderwijs aan minderjarigen), kinderdagverblijven, bejaarden-, verzorgings- en verpleeghuizen niet meer binnen 50 meter vanaf de provinciale weg en 300 meter van een rijksweg gebouwd mogen. In het kader van dit bestemmingsplan worden er geen nieuwe ontwikkelingen of uitbreidingen mogelijk gemaakt, die in betekende mate leiden tot een verbetering of verslechtering van de luchtkwaliteit. Zowel vanuit de Wet milieubeheer als vanuit een goede ruimtelijke ordening vormt de luchtkwaliteit geen belemmering voor het bestemmingsplan.

5.5.5

Bodemkwaliteit

Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's daardoor zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. De bodem bestaat voornamelijk uit hoge enkeerdgronden en dekzandwelvingen en ruggen. Uit de asbestkansenkaarten blijkt dat alleen ter plaatse van de bebouwde gebiedsdelen en het terrein Zandlaan binnen de Zuidelijke stadsrand een grote kans op de aanwezigheid van asbest is. In de onbebouwde gebiedsdelen is volgens de asbestkansenkaarten juist een zeer kleine kans op de aanwezigheid van asbest. Tijdens bodemonderzoek moet men altijd alert zijn op de aanwezigheid van asbest en zeker in de nabijheid van gebouwen.

39

bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003

Harderwijk

Legenda kleine kans Kieme kans Matige kans

Grote kans

Voor Harderwijk is een bodemfunctiekaart opgesteld. Op deze kaart wordt aangegeven welke bodemkwaliteit gewenst is (dus niet de huidige situatie). Op de bodemfunctiekaart zijn de categorieën wonen, industrie en AW 2000 (achtergondwaarde 2000) opgenomen. AW 2000 is het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de bodem. Met de bodemfunctiekaart kan beoordeeld worden op welke locatie grond toepasbaar is. De schoonste functie (AW2000) kan overal aangewend worden. De categorie wonen kan alleen binnen de woongebieden en industriezones aangewend worden. Grond met de indicatie industrie kan alleen binnen de eigen zone gebruikt worden. In de bodemkwaliteitskaart geldt voor het gehele gebied dat deze ligt in de Klasse landbouw-natuur voor zowel de ontgravingskaart als de toepassingskaart voor de boven- en ondergrond.

5.5.6

Geur

Geur in de leefomgeving is grotendeels afkomstig van bedrijvigheid. Elke geur kan boven een bepaalde concentratie hinder veroorzaken. Om hinder van agrarische bedrijven te voorkomen is de Wet geurhinder en veehouderij (Wg\) van toepassing. De wet regelt onderlinge afstanden tussen geurgevoelige functies, zoals woningen, recreatieobjecten en agrarische bedrijvigheid. Binnen het plangebied liggen geen agrarische bedrijven. Het bestemmingsplan voorziet ook niet in nieuwe mogelijkheden voor agrarische bedrijven. Ook voor geurgevoelige objecten wordt het bestemmingsplan niet gewijzigd. De afstand tussen geurgevoelige objecten en agrarische bedrijvigheid uit omliggende gebieden wordt niet verkleind. Het milieuaspect geurhinder vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

5.5.7

Externe veiligheid

Inleiding Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de

40

bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003 Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd.

Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. Beleidsvisie externe veiligheid In april 2014 is de Beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Uitgangspunt van deze beleidsvisie is de toepassing van verschillende restrictieniveaus voor het al dan niet toestaan van risicovolle bedrijven op bedrijventerreinen. Elk bedrijventerrein is gekoppeld aan een restrictieniveau. Nieuwe risicobedrijven die onder het Bevi vallen worden dus niet per definitie uitgesloten, maar dit is wel als restrictieniveau opgenomen. Het oprichten van nieuwe risicovolle bedrijven buiten bedrijventerreinen wordt tevens niet per definitie uitgesloten, al moet wel rekening worden gehouden met een optimale ruimtelijke ordening en veiligheid.

De Omgevngsdienst ODNV heeft beoordeeld welke externe veiligheidsconsequenties voortvloeien uit het vaststellen van bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand te Harderwijk. In bijlage 6 van deze toelichting op het bestemmingsplan is een uitgebreide beoordeling van de binnen en nabij het plangebied gelegen risicobronnen opgenomen. In deze beoordeling is de ontwikkeling van de Boekhorstlaan njet meegenomen. Onderzoeksresultaten Onderstaand figuur geeft een overzicht van het plangebied in relatie tot de risicobronnen binnen en nabij het plangebied.

41

bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003 ļi .t - 1 |b4«wf» rm*tie r*ndļ

IPO UflàtUllOA Truco

BufcMdfa« n sn) ĩo

ASM

IPG tanktUlkon ■Ormį#bwi

fro^MnUnk Mrt VriKholM Dorp

Pro^åMliAk

Stationaire risicobronnen Plaatsgebonden risico Binnen/nabij de planlocatie zijn ver stationaire risicobronnen gelegen te weten LPG-tankstation Texaco Drielander, LPG-tankstation Shell Oranjelaan, propaantanks camping 'de Konijnenberg' en propaantank Het Verscholen Dorp. Uit de beoordelingsresultaten dan wel de berekeningen valt af te leiden dat het plaatsgebonden risico van de stationaire risicobronnen geen belemmering ten aanzien van dit bestemmingsplan vormt. Groepsrisico Het groepsrisico ten gevolge van deze stationaire risicobronnen binnen/nabij het plangebied overschrijdt nergens de oriëntatiewaarde. Doordat er binnen het plangebied geen ontwikkelingen plaatsvinden neemt het groepsrisico niet toe.

Mobiele risicobronnen Plaatsgebonden risico Binnen/nabij de planlocatie zijn zeven mobiele risicobronnen gelegen te weten de doorgaande spoorlijn Zwolle-Amersfoort, Rijksweg A28, de gemeentelijke weg Oranjelaan (Stationslaan), de provnciale wegen N302 en N303 en de buisleidingen N-570-20 en A-510. Uit de beoordelingsresultaten dan wel de berekeningen valt af te leiden dat het plaatsgebonden risico van de mobiele risicobronnen geen belemmering ten aanzien van dit bestemmingsplan vormt. Groepsrisico Het groepsrisico ten gevolge van deze mobiele risicobronnen binnen/nabij het plangebied overschrijdt nergens de oriëntatiewaarde, behalve ten aanzien van buisleiding A-510 (ter hoogte van het Bouw- en Infrapark).

Ontwikkeling nieuwe risicobedrijven Bedrijventerrein Overveld Conform de ambities die beschreven zijn in de beleidsvisie Externe veiligheid is de ontwikkeling van nieuwe risicobronnen ter plaatse van het bedrijventerrein Overveld niet toegestaan.

42

bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003 Ontwikkeling risicovolle objecten De oprichting van zeer kwetsbare objecten, kwetsbare objecten en/of (beperkt) kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan wanneer de in de planregels aangegeven restricties niet van toepassing zijn.

Verantwoording Groepsrisico Ten behoeve van de verantwoording van het groepsrisico is advies opgevraagd bij de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). Op 29-01-2016 met kenmerk 15-26492/16-040992 is dit advies ontvangen en verwerkt in deze paragraaf verantwoording groepsrisico. Provinciale wegen N302 en N303, Rijksweg A28, Spoorlijn Zwolle-Amersfoort en gemeentelijke weg Oranjelaan (Stationslaan) Gezien de ligging binnen het invloedsgebied van de Provinciale weg N303, De A28 en de doorgaande spoorlijn is gekeken naar: «

De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op deze wegen en spoorweg;

»

De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op deze wegen en spoorweg een ramp voordoet. Dit is alleen van toepassing op nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten.

Maatgevende scenario's De maatgevende scenario's voor de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid waarbij het plangebied binnen het invloedsgebied van brandbare gassen en toxische vloeistoffen/gassen ligt is een wolkbrandexplosie en een toxische wolk. Onderstaand is vanuit deze scenario's ingegaan op de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. In navolging op het advies van de Veiligheidsregio wordt kort ingegaan op het groepsrisico van de spoorlijn. Het groepsrisico van de spoorlijn is in het kader van een andere ontwikkeling binnen de gemeente Harderwijk in november 2015 doorgerekend. Uit deze berekening blijkt dat het groepsrisico ruim onder de oriëntatiewaarde en onder 0,1 maal de oriëntatiewaarde is gelegen, met een waarde van 0,033. Hiermee kan geconcludeerd worden dat er geen knelpunt aanwezig is. Buisleiding N-570-20 en A-510 In het invloedsgebied van de hogedruk aardgasleidingen bevinden zich een aantal woningen en bedrijfsbestemmingen. De hoogte van het groepsrisico is in 2013 berekend door Tebodin in de rapportage met nummer 123418002, dd. 31-10-2013. Er is een groepsrisico berekend dat onder de oriëntatiewaarde is gelegen, echter ten aanzien van buisleiding A-510 wordt ter hoogte van het Bouw- en Infrapark wel een groepsrisico geconstateerd dat boven de oriëntatiewaarde is gelegen.

Het aantal personen wijzigt niet ten opzichte van de vigerende situatie en hierdoor zal het groepsrisico niet toenemen.

Maatgevende scenario Maatgevend is het scenario warmtestraling (brandbaar aardgas). Het instantaan falen van de aardgasleiding kan een explosie tot gevolg hebben. LPG-tankstations Texaco Drielander en Shell Oranjelaan en propaantank Het Verscholen Dorp In het invloedsgebied van de LPG-tankstations en de propaantank bevinden zich een aantal woningen en bedrijfsbestemmingen. De hoogte van het groepsrisico van propaantank Het Verscholen Dorp is in 2013 berekend door Antea Group in de rapportage met dd. 17-12-2013. De hoogte van het groepsrisico van LPG-tankstation Shell Oranjelaan is in 2008 berekend en overgenomen uit bestemmingsplan Tweelingstad-Slingerbos (Groepsrisico LPG-tankstation Oranjelaan te Harderwijk, 13 mei 2008). In beide gevallen is een groepsrisico berekend dat onder de oriëntatiewaarde is gelegen. Ten aanzien van

43

bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (vastgesteld) NL. IMRO. 0243. BP00163-0003 Texaco Drielander wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een groepsrisico, omdat er zich binnen het invloedsgebied geen personen bevnden.

Maatgevende scenario Maatgevend scenario is een warme BLEVE. Deze kan ontstaan door een lossende tankwagen die voldoende lang wordt aangestraald door een warmtebron. De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om effecten ten gevolge van het incident te beperken of te voorkomen. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. Eventuele secundaire branden in het plangebied kunnen met behulp van de primaire bluswatervoorzieningen worden bestreden door de brandweer. Dit wordt bevestigd in het advies van de VNOG. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen). In het advies van de VNOG wordt geconstateerd dat het bereik van de WAS-palen niet het hele plangebied dekt. Op termijn verdwijnen de WAS-palen en wordt meer ingezet op 'modernere' communicatiemiddelen, zoals NL-alert en sociale media.

Daarnaast zijn de fysieke kenmerken van een incident met gevaarlijke stoffen in veel gevallen direct waar te nemen. Bij een scenario waarin toxische stoffen vrijkomen, is het advies om te schuilen in een gebouw, waarvan ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. Bij een wolkbrandexplosie scenario is het advies om te vluchten van de risicobron af.

5.5.8

Klimaat en energie

Om de klimaatverandering tegen te gaan heeft het Rijk ingezet op een energiebesparing van 20Zo per jaar. Daarnaast moet 200Zo van de gebruikte energie in 2020 duurzaam zijn en zal de uitstoot van broeikasgassen gereduceerd moeten zijn met 300Zo (ten opzichte van 1990). Om dit structureel te bereiken zetten gemeenten, provncies en Rijk zich in op verschillende vlakken. De gemeente Harderwijk heeft zich aan deze doelstellingen gecommitteerd en heeft in het milieubeleidsplan beleidsdoelen opgenomen om de leefomgeving klimaatbestendig te maken. Met behulp van 6 thema's waaronder woningbouw moet een bijdrage geleverd worden. Om innovatie te stimuleren wordt landelijk de EPC (Energie Prestatie Coëfficiënt) voor nieuwe woningen aangescherpt. Anticiperend op het landelijk beleid zal binnen de gemeente Harderwijk de EPC ten opzichte van het vigerende bouwbesluit met 100Zo verlaagd worden. Op het gebied van duurzaamheid valt veel te winnen. In het plangebied bevinden zich voornamelijk oudere woningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=3b6352dc-7422-4a58-8e99-b89d0f8234ef