CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting BP Buitengebied - Park Onze Woudstee.pdf

Raadsvergadering 17 juni 2021, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplannen Buitengebied Park Onze Woudstee en Buitengebied Recreatiewoningen Park Onze Woudstee26.815 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

43

bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van een nieuwe gevoelige functie. Milieugevoelige functie In de Handreiking Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009) die bij de afweging van o.a. geluid van bedrijven vaak wordt gebruikt, wordt de term milieugevoelige functie gehanteerd. Als voor­ beelden worden daar woningen, ziekenhuizen, scholen en verblijfrecreatie genoemd. (ABRvS d.d. 29 februari 2012, nr. 201002029/1/T1/R2 over recreatiewoningen). Bedrijven in de directe nabijheid van verblijfsrecreatieterrein dienen derhalve reeds rekening te houden met de milieugevoeligheid van een terrein met deze bestemming. Bij herbestemming van de recreatiewoningen naar woningen verandert er feitelijk niets in het beoordelingskader. De woningen hebben ten opzichte van bijvoorbeeld het bedrijfsgeluid hetzelfde beschermings­ niveau als een recreatiewoning. Richtafstanden De Handreiking Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009) wordt gehanteerd voor het bepalen van de aan te houden afstanden. Deze Handreiking bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. In de VNG-brochure staat dat de richtafstanden die in de brochure zijn opgenomen, gelden tus­ sen de grens van de bestemming die de bedrijven toelaat en de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan mogelijk is. De afstanden zijn volgens de VNG-brochure algemene richtafstanden en geen harde afstandseisen. Gemotiveerd afwijken van deze afstanden is mogelijk met name indien bekend is welke activiteiten het concreet be­ treft, alsdan kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieube­ lasting (in plaats van de richtafstanden). Afbeelding 12: Omgevingstype. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2

Richtafstand tot omgevingstype rustige woon­ Richtafstand tot omgevingstype gemengd wijk en rustig buitengebied gebied 10 meter 0 meter 30 meter 10 meter 50 meter 30 meter 100 meter 50 meter 200 meter 100 meter 300 meter 200 meter

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

44

Omgevingstypen In de Handreiking is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'ge­ mengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Situatie plangebied Het plangebied ligt in de directe nabijheid van de hoofdinfrastructuur van rijk en gemeente. Het plangebied moet daarom worden aangemerkt als 'gemengd gebied'. Op basis daarvan kunnen de richtafstanden één stap worden teruggeschaald (zie afbeelding 12). Voor zover richtafstanden worden gehanteerd zijn kleinere richtafstanden, met name voor het aspect 'geluid', hierdoor gerechtvaardigd. Dit standpunt wordt bevestigd in de Structuurvisie Vitale Vakantieparken. Onze Woudstee Onze Woudstee grenst aan de westzijde aan het voormalige verblijfsrecreatieterrein "De Den­ nenhoek", gevestigd aan de Parallelweg 25 te Hierden. Voor dit terrein heeft de gemeenteraad van Harderwijk op 10 september 2020 een bestemmingsplan vastgesteld dat eveneens voorziet in de transformatie van de bestaande recreatiewoningen in het noordelijk deel naar "Wonen". Het zuidelijk deel van het voormalig vakantiepark zal worden benut voor flexwonen ten behoeve van de huisvesting voor arbeidsmigranten. Defensie Aan de zuidzijde van de A28 ligt het militair oefenterrein Beekhuizerzand.

In afbeelding 13 zijn de relevante bedrijfsactiviteiten opgenomen. Afbeelding 13: Relevante bedrijfsactiviteiten defensie. SBI-1993

SBI-2008

OMSCHRIJVING

AFSTANDEN IN METERS

Grootste afstand rustige woonwijk

tfstand gemengd gebied

Luchthavens Heiikopterlandplaatsen Defensie inrichtingen Schietinnchtingen: buitenbanen met voorzieningen pistoolbanen vrije buitenbanen: geweertianen vrije buitenbanen, pistoolbanen

« Schietbaan bij Van der Valk Voor de schietbaan (zie afbeelding 14) is een milieuvergunning afgegeven waarbij een akoes­ tisch onderzoek is gevoegd. Hiervoor gelden twee type normen: het jaargemiddelde (Lr = maxi­ maal 50 dB(A) voor nieuwe situaties)) en het niveau op een maximale gebruikersdag (Lmg = 60 dB(A) voor nieuwe situaties)). Deze zijn op een aantal rekenpunten bepaald. Op punt 6 op een afstand 830 meter van de schietbaan (zie afbeelding 14) is de geluidbelasting Lr 46 dB(A) en bedraagt Lmg 50,7 dB(A). Beide waarden liggen ruim onder de destijds gehanteerde normen. Het onderhavige plangebied

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

45

Park Onze Woudstee ligt op 2,2 kilometer van de schietbaan. De geluidbelasting zal daar aan­ merkelijk lager liggen, waardoor sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit wordt nog eens onderstreept door de afstanden uit de bedrijvenlijst. Deze is namelijk 1 kilome­ ter, terwijl de werkelijke afstand 2,2 kilometer is. Afbeelding 14: Locatie schietinrichting Harderwijk. WA\

Ue^Heerick-l

V-íï!---- ÏÏ1----- - * LO\ öHjv,

'įk —Y----- VA, Ċblthooveh' mm* 'wk

c^kw

yÇ’Dĩĩ f ŵk

^Çķįorp-*--*AÌ~įpfoj . -'""J

r

ene

í Wfl '^SįSįSŝj^V

È, ĵfe'FfäinkřjjřÄife

vįSSàtè&gűįfom

ÄlplŴpiJíS mmppm

WĒĘmSOm

įf fÄ

ļï SÍ^Şİl,'*íį''Ť“-ŵ **i 1t İ;.Vąkaņtiepark’;;V^ ĩåįDëņ n ėņh?ek^*

‘

\© .vį İ&'

■jW ŷì ļl-V.^ŷr' ^ |Hi\ r'į \ è«^i|r3d)ïŝ*ié

fett i į lŭfeJSsaaMSfaB

fetmij*" . .— „.Ti i ■KA-’ļr— aļdPìšsĶ2

ŨĘmMčìĚSÊ ŭmSfãÊĘm

5 Iff'

y:ÿ:Ĵ:

Sįki

į

if# l:: w;:' | r. ff . ;s4bietirtnpt^^v#C Jļ Idcrvjļlt^"""’..... " i

fflliì

\•

í'M'iliťáïďvċTehtėrŕeiñl ;ä

-T/iŵ 'ŵşr.'

íHžA ’

;

‘

*

n '"mĚįįwiïĩċìĩieboåjélïĘ^^ -

^

' \'}-

•^7 -

Z

- í"

í'-:

|5 !

" De helikopterlandplaats en schieten op Beekhuizerzand Voor een helikopterlandplaats geldt in gemengd gebied een richtafstand van 200 meter. De afstand tussen de helikopterlandplaats Beekhuizerzand en Park Onze Woudstee bedraagt on­ geveer 780 meter. Dit is ruim buiten de 200 meter uit de bedrijvenlijst. Derhalve vormt de aan­ wezigheid van de helikopterlandplaats geen belemmering voor het onderhavige bestemmings­ plan. Bovendien geeft de toelichting van de vastgestelde luchthavenregeling aan dat de geluid­ belasting binnen de begrenzing van de helihaven blijft en dat in verband met de grenswaarde voor de geluidbelasting een maximum van 400 vliegtuigbewegingen per jaar wordt vastgesteld. Ook op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat het woon- en leefklimaat aan de overzijde van de A28 niet door de aanwezigheid van de helikopterlandplaats wordt beïnvloed. Er zijn bin­ nen de denkbeeldige hindercontour al woningen aanwezig, die als maatgevend kunnen worden aangemerkt. Het toevoegen van extra woningen zal Defensie dan ook niet extra beperken in haar activiteiten.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

46

Overige bedrijven/voorzieningen Voor het overige zijn geen bedrijven of voorzieningen in de nabijheid van het plangebied aan­ wezig waarvan de richtafstanden reiken tot het plangebied. Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmeringen voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

4.8.

Kabels en leidingen In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezig­ heid van ondergrondse planologisch relevante leidingen. Indien daartoe aanleiding bestaat dient rondom een leiding een zone te worden aangegeven waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Langs de zuidrand van het plangebied liggen een drinkwatertransportleiding en een gasleiding. In het plangebied bevinden zich voor het overige geen planologisch relevante leidingen. Wel is sprake van rioolleidingen, leidingen nutsvoorzieningen, drainageleidingen. Bij graafwerkzaam­ heden op het terrein dient hiermee rekening te worden gehouden.

4.9.

Verkeer en parkeren.

4.9.1. Verkeer De bestaande infrastructuur en ontsluiting in het plangebied is voldoende geschikt voor het aan­ tal bestaande en nieuw te bouwen woningen. De nieuwe woningen aan de zijde van de Paral­ lelweg worden niet rechtstreeks ontsloten vanaf de Parallelweg, maar via de bestaande aanslui­ tingen van het park. Door de transformatie van de recreatiewoningen neemt het aantal verkeersbewegingen in de omgeving van het plangebied niet toe, omdat het aantal verblijfseenheden (woningen en woonunits) in de toekomstige situatie niet toeneemt. De nieuwe woningen worden ontsloten vanaf de Parallelweg. Uit paragraaf 6.3.3.2 van de ASVV2012 blijkt dat vrijstaande woningen in matig stedelijk gebied in het buitengebied 7,8 tot 8,6 autobewegingen per woning per etmaal genereren. Goedkope en middeldure huurwoningen genereren 3,7 tot 4,5 autobewegingen per woning per etmaal. Wanneer uitgegaan wordt van de worst case situatie betekent dit voor 7 vrijstaande woningen en de 9 appartementen 100,7 (8,6*7+4,5*9) autobewegingen per etmaal. Bij een spitsuurintensiteit van 100Zo betekent dit 10,1 auto's op het drukste uur van de dag, of te wel één auto per 6 minuten. Op het perceel mag in de huidige situatie echter een horecabedrijf worden gevestigd met een vloeroppervlak van 380 m2. Deze mogelijkheid om een horecabedrijf te vestigen komt te vervallen.

Voor een restaurant geldt op basis van de ASVV2012 een verkeersintensiteit van 14,0 tot 16,0 autobewegingen per 100 m2. Wanneer ook hiervoor uitgegaan wordt van het hoogste aantal betekent dit dat norma­

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

47

tief 60,8 autobewegingen per etmaal worden gegenereerd. Het aantal verkeersbewegingen neemt daardoor met 39,9 autobewegingen per etmaal toe. Omgerekend is dat in de spits onge­ veer één autobeweging per 15 minuten. Bovendien zal er, in tegenstelling tot bij een horecavestiging (bevoorrading), nauwelijks sprake zijn van vrachtverkeer. Gelet op de bestaande ver­ keersintensiteit is deze toename door de transformatie van horeca naar wonen verwaarloos­ baar. Aangezien in de huidige situatie geen problemen worden ervaren voor wat betreft het verkeer, is het aannemelijk om te veronderstellen dat er ook in de toekomst geen problemen zullen zijn. 4.9.2. Parkeren De parkeernorm wordt bepaald door de Parkeernormennota Harderwijk 2013. Ingevolge deze nota dient de parkeernorm van 1,8 parkeerplaats per woning als uitgangspunt te dienen. Bij de functiewijziging naar wonen dient derhalve rekening te worden gehouden met de aanwezigheid voldoende parkeervoorzieningen overeenkomstig deze normering. Gelet op de omvang van het dit plandeel in relatie tot het aantal woningen, is hier voldoende ruimte voor beschikbaar. 4.9.3. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.10. Watertoets 4.10.1. Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nage­ streefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige as­ pecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan rele­ vant zijn. 4.10.2. Beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2003) De Europese Kaderrichtlijn Water gaat er vanuit dat water geen gewone handelswaar is, maar een erfgoed dat moet worden beschermd en verdedigd. Het hoofddoel van de richtlijn is daarop gebaseerd. De Kaderrichtlijn Water geeft het kader voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater. Dat moet ertoe leiden dat: aquatische eco­ systemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen, voor verdere achteruitgang worden behoed; emissies worden verbeterd; duurzaam gebruik van water wordt bevorderd op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn; er wordt gezorgd voor een aanzienlijke vermindering van de verontreiniging van grondwater.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

48

Nationaal Waterplan De hoofddoelstelling voor waterbeheer in Nederland is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP): Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. Het Nationaal Water­ plan is tevens een structuurvisie op basis van de Waterwet en de Wet ruimtelijke ordening en is opgesteld voor de planperiode 2016-2021. Waterbeleid in de 21e eeuw (2000) De hoge waterstanden in de rivieren in 1995 en 1996 en de klimaatscenario's waarin naast de zeespiegelstijging ook meer en heviger buien worden voorspeld hebben geleid tot vernieuwde aandacht voor water. Nederland is met zijn lage ligging en hoge verstedelijkingsgraad kwets­ baar voor wateroverlast en de veiligheid is in de toekomst in het geding. Maar ook door de dro­ gere zomers is er het risico van watertekorten en verdroging. De commissie "Waterbeheer 21e eeuw" heeft in opdracht van de regering duidelijk gemaakt dat we anders moeten omgaan met water en ruimte. Ruimte die nu beschikbaar is voor de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast moet ten minste behouden blijven. De aanwezige ruimte mag niet sluipenderwijs verloren gaan bij de uitvoering van nieuwe projecten voor infrastructuur, woningbouw, landbouw of bedrijventerreinen. Daarbij zijn de voorkeurtritsen 'vasthouden, bergen en afvoeren' en 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' belangrijke uitgangspunten.

De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms in een stroomgebied wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthou­ den en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhou­ den en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) Het thema 'water als ordenend principe' loopt als een rode draad door het gehele plan. Dit houdt in dat, voordat er beslissingen worden genomen op ruimtelijk gebied, er wordt bekeken welke gevolgen die hebben voor watersystemen. Het rijk, provincies, gemeenten, waterschap­ pen en drinkwaterbedrijven, hebben besloten maatregelen voor een doelmatiger waterbeheer overeen te komen in dit Bestuursakkoord Water. Het waterschap gaat zich inzetten voor een mooi, veilig, schoon, gezond en duurzaam beheer van het watersysteem en de waterketen. Het doel is om de kwaliteit van het beheer te vergroten tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. De burger laten zien wat wordt bereikt en transparant zijn over de kosten.

Dat doen de partijen vanuit eigen verantwoordelijkheden waarbij we de expertise en deskundigheid met el­ kaar delen. Waterbeheerprogramma Waterschap Vallei en Veluwe In het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 heeft waterschap Vallei en Veluwe tactische doelen geformuleerd. Per jaarplan geven wij concreet invulling aan de daadwerkelijke realisatie van deze doelen.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

49

Keur Waterschap Vallei en Veluwe Op 1 januari 2014 is de nieuwe Keur met de Algemene - en Beleidsregels van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt deze regels vast ter behartiging van de waterschapstaak en het bereiken van de doelstelling zoals genoemd in artikel 2.1 van de Waterwet. Alle handelingen in of nabij een waterstaatswerk worden hieraan getoetst. Een belangrijk principe is dat zoveel mogelijk van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het opper­ vlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdro­ ging wordt tegengegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structu­ reel onttrekken Z draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voor­ komen.

Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikke­ ling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Zuiveringskring Afvalwaterketen Plan WHEP 2015-2020 (ZAP) Het Zuiveringskring Afvalwaterketen Plan WHEP 2015-2020 (ZAP) is een gezamenlijk plan van gemeenten Harderwijk, Ermelo en Putten alsmede Waterschap Vallei en Veluwe en heeft de status van het (wettelijk verplicht) verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP). In het plan zijn de volgende beleidsmatige uitgangspunten gedefinieerd voor de wettelijke gemeentelijk zorg­ plichten stedelijke afvalwater, hemelwater en grondwater. Stedelijk Afvalwater Uitgangspunt voor stedelijk afvalwater zijn de wettelijke verplichtingen Wet milieubeheer artikel 10.33. Stedelijk afvalwater bestaat uit huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. De zorgplicht voor stedelijk afvalwater kent in vergelijking met de andere zorgplichten weinig vrijheid: inzamelen, transporteren en zuiveren (door het waterschap) is verplicht. Hemelwater Op het gebied van hemelwater is de belangrijkste opgave de gevolgen van de klimaatverande­ ring op te vangen.

Dit gebeurt door aanpassingen van de systemen en door meer gebruik te gaan maken van de openbare ruimte voor opvang en afvoer van hemelwater. Vanuit de Water­ wet artikel 3.5 zijn gemeenten verantwoordelijk voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. Deze verantwoordelijkheid geldt alleen zolang degenen die zich wil

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

50

ontdoen van hemelwater niet redelijkerwijs de mogelijkheid heeft om het hemelwater zelf in de bodem of op een oppervlaktewater te lozen. Uitgangspunten hierbij zijn: " perceeleigenaar is in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor inzameling en verwerking van hemelwater (infiltratie op eigen terrein). Indien dit redelijkerwijs niet van de perceeleige­ naar kan worden verwacht, zal de gemeente de zorgplicht over moeten nemen; " perceeleigenaren van bestaande bebouwing worden gestimuleerd om hemelwater van de vuilwater riolering af te koppelen. " bij eventuele reconstructie: hemelwater van openbaar gebied afkoppelen van riolering, tenzij dit niet doelmatig blijkt te zijn; " bij eventuele nieuwe grootschalige ontwikkelingen (inbreiding en/of herinrichting): hemelwa­ ter in principe bij voorkeur lokaal inzamelen en verwerken (infiltratie of lozing op oppervlak­ tewater), tenzij dit ondoelmatig blijkt te zijn (bijvoorbeeld bij hoge grondwaterstand of be­ staand dicht stedelijk gebied). Om het afstromend hemelwater schoon te houden worden geen uitlogende materialen gebruikt bij de woningbouw en in de openbare ruimte (straatmeubilair en dergelijke). Op nieuwe bouwlo­ caties zal alleen het huishoudelijk afvalwater worden aangesloten op de gemeentelijke riolering. Voor het hemelwater moet een andere wijze van afvoeren worden gevonden.

Hiervoor bestaan in principe twee mogelijkheden, namelijk infiltratie in de bodem en lozing op het oppervlaktewa­ ter. Grondwater De bewoner heeft de verplichting om grondwater op eigen terrein te verwerken (Waterwet arti­ kel 3.6). De gemeente heeft een regierol wat inhoudt dat in overleg met degene die overlast ervaart er wordt gekeken naar een mogelijke oplossing. Uitgangspunten hierbij zijn: " de perceeleigenaar: verwerkt grondwater op eigen terrein en zorgt voor een waterdicht pand; " de gemeente: neemt meldingen in ontvangst en zoekt naar een oplossing; " alleen als geen enkele andere partij een oplossing kan of hoeft te bieden, dan neemt de ge­ meente maatregelen. Er worden alleen maatregelen genomen als sprake is van structurele grondwateroverlast die de gemeente op een doelmatige manier kan oplossen; " het waterschap: neemt peilbesluiten en beïnvloedt hiermee de grondwaterstand. Vooral bui­ ten de bebouwde kom speelt het waterschap hiermee een belangrijke rol. Ook verleent het waterschap vergunning voor kleinere grondwateronttrekkingen; " de provincie: verleent vergunningen voor grotere industriële grondwateronttrekkingen, ont­ trekkingen voor de drinkwatervoorziening en onttrekkingen voor een bodemenergiesysteem. Ook werkt de provincie aan natuurontwikkeling. Vooral als ergens sprake is van verdroging zal grondwater voor de provincie een belangrijk onderwerp zijn.

Grondwaterneutraal bouwen Voor de bouw van eventuele ondergrondse ruimten (kelders) moet de grondwaterstand gedu­ rende de uitvoeringsperiode mogelijk worden verlaagd. De constructie van de kelder(s) moet zodanig waterdicht worden uitgevoerd dat na de bouw in de gebruiksfase geen (permanente)

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

51

grondwaterstandverlaging nodig is. Kelders zijn in het onderhavige bestemmingsplan echter niet toegestaan. Bij nieuwbouw moet het vloerpeil (bijvoorbeeld ophogen) of de bouwwijze (bij­ voorbeeld kruipruimteloos) worden afgestemd op de grondwaterstand, zodat er geen perma­ nente drainage nodig is. Om grondwateroverlast te voorkomen moet er een watertoets worden uitgevoerd. Waterplan Harderwijk 2013-2018 Het Waterplan Harderwijk 2013-2018 is op 8 oktober 2013 vastgesteld en is een gezamenlijk plan van de gemeente Harderwijk en Waterschap Vallei en Veluwe. Met dit plan willen beide partijen, samen met burgers, verenigingen en andere betrokkenen, verder werken aan het ver­ beteren van het water in Harderwijk. De hoofddoelstelling van het Waterplan Harderwijk is: "In beeld te brengen en uitvoeren van de benodigde maatregelen voor het realiseren en behouden van een veilig, veerkrachtig en ecologisch gezond functionerend watersysteem met het oog op een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving". In dit Waterplan is onder meer een Kansen- en knelpuntenkaart opgenomen en een Visiekaart. Voor het betreffende plangebied gelden geen specifieke aandachtspunten of maatregelen. Ge­ neriek beleid voor het buitengebied is dat geen overtollige hemelwater of grondwater wordt ge­ loosd op het rioolstelsel. Hemelwater dient op eigen terrein verwerkt te worden.

Bij nieuwbouw dient de ontwateringsdiepte ten opzichte van het bouwpeil minimaal 0,9 meter te zijn. 4.10.3. Proces Door de functiewijziging van recreatie naar wonen neemt het verhard oppervlak niet toe en heeft dit onderdeel van het plan geen nadelige gevolgen voor het watersysteem en de daarmee samenhangende natuur- en belevingswaarde. In het plangebied liggen geen belangrijke opper­ vlaktewateren (zogenaamde A-wateren), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Ook wordt er niet meer dan 4.000 m2 extra verhard oppervlak aange­ legd (ten opzichte van de bestaande situatie). Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. 4.10.4. Watertoets Onderhavig plan betreft deels een functiewijziging van bestaande bebouwing van recreatie naar wonen. Door de uitvoering van het plan neemt het verhard oppervlak nauwelijks toe en heeft dit plan geen nadelige gevolgen voor het watersysteem en de daarmee samenhangende natuuren belevingswaarde. Op 27 november 2020 is de digitale watertoets doorlopen. Hieruit blijkt dat er geen waterbelang is. Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.11. Ecologie Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De wet heeft tot doel het behouden en herstellen van de natuur. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

52

planten- en diersoorten zijn. Sommige soorten zijn kwetsbaar. Een goede natuurbescherming is belangrijk. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. De wet kent twee soorten bescherming: gebiedsbescher­ ming en soortenbescherming. Om te bepalen of de planontwikkeling hiervoor gevolgen heeft, is ecologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek bestaat uit twee delen, te weten onderzoek in verband met de realisatie van de 6 woningen (onbenutte plancapaciteit) en de transformatie van de Herberg Onze Woudstee10 en onderzoek in verband met de realisatie van het geluidscherm11.

Gebiedsbescherming Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het Europees beleid voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet alleen ter bescherming van gebieden, maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Natura 2000 omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Voor de Natura 2000-gebieden geldt ook de zogenaamde externe werking. Dit betekent dat ook gekeken moet worden of er negatieve effecten zijn van ontwikkelingen buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebieden die van invloed kunnen zijn. Het plangebied ligt op een afstand van ongeveer 150 meter van het Natura 2000-gebied Veluwe en 2,8 kilometer van het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren. Doordat er een snelweg tussen het plangebied en Veluwe ligt, is niet te verwachten dat er door de beoogde ontwikkeling directe verstoringen zullen ontstaan op de nabijgelegen Veluwe. De werkzaamheden in het plangebied zullen de al aanwezige verstoringen vanaf de snelweg naar verwachting niet overstemmen. Ook is het door afstand en de verstoringen vanuit Hierden en Harderwijk niet te verwachten dat de beoogde ontwikkeling verstoring op de ten noorden gele­ gen Veluwerandmeren zal veroorzaken.

Soortenbescherming De soortenbescherming in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van dier- en plan­ tensoorten. In grote lijnen blijft de bescherming gelijk aan de Flora- en Faunawet. Het doel van deze wet is het in stand houden en bescherming van in het wild voorkomende dier- en planten­ soorten. De wet hanteert het 'nee, tenzij'-principe Dit betekent dat alle schadelijke handelingen ten aanzien beschermde dier- en plantensoorten in principe verboden zijn. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiervoor moet een ontheffing worden aangevraagd bij de provincie. De aanvraag moet onderbouwd worden met een onder­ zoek naar het voorkomen van en de effecten op beschermde soorten.

10 Groenewold Adviesbureau voor milieu & natuur, Quickscan natuur soorten Herberg Onze Woudstee en splitsing twee percelen Park Onze Woudstee Parallelweg 26 Hierden, 2020-123, Versie Jan.21-v2, Ermelo, 8 januari 2021 11 Groenewold Adviesbureau voor milieu & natuur, Quickscan natuur soorten realisatie geluidscherm Park Onze Woudstee Parallelweg 26 Hierden, 2020-038, Versie Jun.20-v3, Ermelo, 8 juni 2020

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

53

In de nieuwe wet is daarnaast een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorg­ plicht is van toepassing op alle planten en dieren, ongeacht of ze wettelijk beschermd zijn. De zorgplicht houdt in dat er bij ingrepen, zoals bouwactiviteiten altijd zorgvuldig moet worden om­ gegaan met aanwezige planten en dieren. Schadelijke activiteiten moeten zoveel mogelijk wor­ den voorkomen. Bij het locatiebezoek ten behoeve van het onderzoek in verband met de realisatie van de wo­ ningen en het splitsen van de percelen zijn geen beschermde soorten of verblijfplaatsen gevon­ den. Specifiek is gekeken naar mogelijke verblijfplaatsen van eekhoorn, marters en uilen. Er zijn geen nesten of grotere holtes of sporen gevonden. De berm langs de Parallelweg en de kavel 188 is potentieel leefgebied van de hazelworm. Ter plaatse van de appartementen, kavel 163 en op het grasveld en het parkeerterrein voor de herberg, is deze soort uit te sluiten. De hazel­ worm en zijn leefgebied is beschermd onder de Wet natuurbescherming (Andere soorten, On­ derdeel A). Behoudens deze soort zijn verder geen beschermde soorten of verblijfplaatsen ge­ vonden of te verwachten. Alleen in het broedseizoen is een kleine kans op nesten van broedbroeders. Alle broedende vogels zijn beschermd en ook de nesten totdat de jonge vogels zijn uitgevlogen.

Er verdwijnen met zekerheid geen vaste verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes of foerageergebied van vleermuizen. Ook is gezocht naar aanwijzingen voor verblijfplaatsen van marters. Deze zijn niet aangetroffen en op basis van de locatiekenmerken, ook niet te verwach­ ten. Er geldt een vrijstelling voor de algemeen beschermde soorten (Omgevingsverordening Gelderland). Om te bepalen of de hazelworm ook feitelijk in de betreffende kavels is uit te sluiten, is nader onderzoek nodig. Advies is de berm voor de beoogde vier woningen en kavel 188 voordat de winterslaap is afgelopen (medio maart 2021) af te schermen met een hazelworm kerend scherm (bijvoorbeeld kunststof of worteldoek, 30 cm hoog en 10 cm ingegraven). In april kan dan worden onderzocht of de soort binnen de afscherming aanwezig is. Als dat niet het geval is, kan de soort er ook niet meer komen. Als er wel hazelwormen worden aangetroffen is een ont­ heffing Wnb nodig, omdat er dan sprake is van een overwinteringsplaats. Bij het locatiebezoek ten behoeve van het onderzoek met betrekking tot de realisatie van het geluidscherm is een aantal hagedissen gezien. Deze leven in de berm tussen spoor en Paral­ lelweg. Hagedissen (zandhagedis, levendbarende hagedis en hazelworm) en zijn leefgebied zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (Andere soorten, Onderdeel A).

Behoudens deze soort zijn verder geen beschermde soorten of verblijfplaatsen gevonden of te verwachten. Alleen in het broedseizoen is een kleine kans op nesten van broedvogels. Alle broedende vogels zijn beschermd en ook de nesten totdat de jonge vogels zijn uitgevlogen. Er verdwijnen met zekerheid geen vaste verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes of foerageergebied van vleermuizen. Ook is gezocht naar aanwijzingen voor verblijfplaatsen van marters. Deze zijn niet aangetroffen en op basis van de locatiekenmerken, ook niet te verwachten.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

54

Er geldt een vrijstelling voor de algemeen beschermde soorten (Omgevingsverordening Gelder­ land). Bij uitvoering van de werkzaamheden altijd invulling geven aan de 'algemene zorgplicht' (artikel 1.11 Wet natuurbescherming). De zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Concreet houdt de zorgplicht hier in om de eventuele kap van bomen en het bouwrijp maken van de terreindelen buiten de broedtijd uit te voeren. Overigens mogen eventuele vroe­ ge of late legsels niet worden verstoord. De beste tijd is dan tussen 15 juli en 15 maart. Bij start van de werkzaamheden in de broedtijd dient vooraf een extra controle te worden uitgevoerd op aanwezigheid van broedende vogels. Als grotere bomen (0 ^5 cm) moeten worden gekapt en de boom is vanaf de grond niet goed te inspecteren, dan is vooraf aan de kap een extra faunainspectie nodig op aanwezigheid van holtes en verblijfplaatsen. Voor graafwerkzaamheden ter plaatse van de berm en de in kavel 188 moet het nader onderzoek ten behoeve van de reptie­ len worden afgewacht. Als onverhoopt beschermde soorten worden aangetroffen moet het werk worden stilgelegd tot er een passende oplossing is gevonden. Advies is dan daarbij een ter zake deskundige in te schakelen.

Verder wordt geadviseerd bij de realisatie de nieuwe wonin­ gen en bij de realisatie van het scherm aandacht besteden aan natuurinclusief bouwen (wense­ lijk maar niet verplicht). Dat kan door een aantal voorzieningen in de nieuwbouw mee te nemen en door een groene inpassing van het scherm. Voor het bepalen van de effecten op en eventuele maatregelen voor reptielen door de plaatsing van het geluidscherm is nader onderzoek12 uitgevoerd. Uit het nader onderzoek blijkt dat er een populatie zandhagedissen aanwezig is. De omstandigheden voor de soort zijn blijkbaar gunstig. Aan de rand van de weg aan de zijde van Onze Woudstee is een hazelworm gevonden (ver­ keersslachtoffer). Daarmee moet worden aangenomen dat de hazelworm ook in het plangebied kan en waarschijnlijk zal voorkomen. Realisatie van het scherm heeft een forse impact op het lokale leefgebied van vooral de zandhagedis. De bezonning wordt geheel anders. Vanaf de randen van het beoogde scherm dient een strook tussen spoorhek en de Parallelweg weg in ieder geval tijdelijk geschikt te worden gemaakt voor de zandhagedis en de hazelworm met zandplekken, geschikte overgangsvegetatie en takkenrillen. Dit moet ruim voor aanvang van de werkzaamheden gereed zijn, liefst minimaal een jaar. De uitvoering moet plaatsvinden in de minst kwetsbare periode, te weten april - mei.

In de winter moeten de struiken worden verwij­ derd om broedvogels te voorkomen. Hierbij mag niet worden gegraven omdat zandhagedissen in de ondergrond kunnen overwinteren. De maatregelen, periode, werktijden e.d. moeten wor­ den opgenomen in een ecologisch werkprotocol. Deze moet op het werk aanwezig zijn. Voor de uitvoering is een ontheffing van de Wet Natuurbescherming noodzakelijk. Deze is op 6 novem­ ber 2020 bij de provincie Gelderland is aangevraagd. Ook is een ecologisch werkprotocol ver­ vaardigd, waarin maatregelen en werkafspraken zijn vastgelegd.

12 Groenewold Adviesbureau voor milieu ã natuur, Nader onderzoek reptielen realisatie geluidscherm Park Onze Woudstee Parallelweg 26 Hierden, 2020-038, Versie Sept.20-v4, Ermelo, 3 september 2020

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

55

Conclusie Het aspect ecologie vormt, indien bovenstaande aspecten in acht worden genomen en de ont­ heffing Wnb wordt verleend, geen belemmering voor de functiewijziging van het recreatieterrein en de bouw van de woningen en het splitsen van de kavels.

4.12. Archeologie Algemeen Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventu­ eel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Archeologisch onderzoek zal moeten worden uitgevoerd indien sprake is van een hoge of middelhoge trefkans, of indien het plangebied niet is gekarteerd. In het bestemmingsplan Buitengebied 2014 is het gemeentelijk archeologiebeleid als uitgangs­ punt gebruikt. Ingevolge dit bestemmingsplan zijn aan de gronden in het plangebied de archeo­ logische dubbelbestemmingen toegekend. De voor "Waarde - Archeologie 2, 3 en 4" aangewe­ zen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. In verband met de planontwikkeling is de regioarcheoloog geraadpleegd. De regioarcheoloog constateert dat met het oog op de historische ontwikkeling van het gebied alsmede met het ge­ bruik van de gronden de kans op het aantreffen van archeologische waarden klein wordt ge­ acht. Daarom wordt geadviseerd om hier geen aanvullend archeologisch onderzoek te verlan­ gen in het kader van de wijziging van het bestemmingsplan.

Indien men bij grondwerkzaamhe­ den onverhoopt toch vondsten tegen komt, waarvan men redelijkerwijs kan vermoeden dat die een archeologische waarde hebben, is men verplicht conform de Erfgoedwet om deze vondst terstond te melden bij de gemeente. Het aspect archeologie vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.13. Trillingshinder Er bestaat in Nederland geen wettelijk kader voor de beoordeling van trillingshinder in gebou­ wen. Wel geldt dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening kan worden verzocht om trillingen mee te nemen bij de wijziging van bestemmingsplannen waar trillingen een rol kunnen spelen. Op basis van jurisprudentie wordt al enkele decennia gebruik gemaakt van de SBRrichtlijn om trillingen in gebouwen te beoordelen. Voor de beoordeling van de in de woning te verwachten trillingen gelden de streefwaarden voor de maximaal optredende trillingssnelheden zoals opgenomen in de Richtlijn deel B "Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet- en beoordelingsrichtlijn" van de Stichting Bouwresearch (SBR) van augustus 2006. Deze richtlijn sluit grotendeels aan bij internationale richtlijnen (Duitse norm DIN 4150, ISO 2631/2). Omdat Park Onze Woudstee langs de spoorlijn Amersfoort-Zwolle ligt, kan trillingshinder als gevolg van treinverkeer niet op voorhand worden uitgesloten. De klachten over trillingshinder van de huidige bewoners zijn echter beperkt. Het overschrijden van de richt- en streefwaarden

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

56

is derhalve niet aannemelijk. Langs het spoor zal een geluidscherm met een hoogte van 6 me­ ter worden gebouwd. De fundering van dit scherm zal naar verwachting een dempende invloed hebben op de eventueel merkbare trilling in het plangebied. De wijze waarop het scherm gefun­ deerd zal worden, is echter nog niet bekend. Daarom is het nog niet zinvol om een trillingshinderonderzoek uit te voeren voor de transformatie van De Herberg van horeca naar wonen en de nieuw te bouwen woningen op het voorterrein.. Om de toekomstige bewoners van de nieuwe woningen te beschermen tegen een onaanvaardbare trillingshinder is een voorwaardelijke ver­ plichting opgenomen in de woonbestemmingen, die de bouw van nieuwe woningen mogelijk maken: "Wonen - 1", “Wonen - 2” en "Wonen - 3".

4.14. Vormvrije m.e.r.-beoordeling In het kader van het project is het volgende van belang. Het Europees parlement heeft op 12 maart 2014 en de Europese Raad op 16 april 2014 ingestemd met de Wijzigingsrichtlijn m.e.r. (2014/52/EU). De Wijzigingsrichtlijn m.e.r. moest uiterlijk 16 mei 2017 in de Nederlandse regel­ geving zijn geïmplementeerd. Dit is in artikel 2 van de Wijzigingsrichtlijn m.e.r. vastgelegd. Met de wijziging wordt beoogd de m.e.r.-beoordelingsprocedure te verduidelijken, de kwaliteit en de inhoud van het MER te verbeteren en de m.e.r.-procedure te stroomlijnen met milieubeoordelingen uit hoofde van andere EU-regelgeving, teneinde het milieu beter te beschermen, hulp­ bronnen efficiënter te gebruiken en duurzame groei in de Europese Unie te bevorderen.

Sinds 16 mei 2017 is het op basis van artikel 7.17 Wet milieubeheer verplicht een aanmeldnotitie op te stellen wanneer sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De aanmeldnotitie dient door het bevoegd gezag (in het onderhavige geval dus het college van burgemeester en wethouders voorafgaand aan de procedure van het ruimtelijke plan te worden vastgesteld.

Derhalve is ten behoeve van de transformatie van recreatieparken Park Ceintuurbaan, Slenck à Horst, Dennenhoek en Onze Woudstee een aanmeldnotitie13 vervaardigd, die op 9 juli 2019 door Burgemeester en Wethouders van Harderwijk is vastgesteld. Deze beschrijft of er (moge­ lijk) sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Aan de vormgeving van deze notitie wordt slechts één belangrijke randvoorwaarde gesteld: er moet aandacht besteed worden aan de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn "betreffende de milieubeoordeling van bepaal­ de openbare en particuliere projecten".

Het vaststellen van bestemmingsplannen voor de transformatie van recreatieparken kan wor­ den aangemerkt als een besluit in de zin van kolom 4, bij categorie D 11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. (nieuwe stedelijke ontwikkeling). Ondanks het feit dat de mogelijk gemaakte ont­ wikkeling bij lange na niet aan de drempelwaarden van de gevallen (kolom 2) uit het Besluit m.e.r. voldoet, heeft een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats gevonden.

13 buRO, Aanmeldnotitie m.e.r. Transformatie recreatieparken, 0243-03-N01, Amersfoort, 14 mei 2019

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

57

De in de toelichting van de in dit hoofdstuk (en de daarop gebaseerde Aanmeldnotitie) voldoet niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kan ook worden opgevat als de vorm-vrije m.e.r.-beoordeling.

Artikel 5, lid 1 van de "Europese richtlijn milieu-beoordeling projecten" geeft aan dat de op­ drachtgever in "passende vorm" de in bijlage III bedoelde informatie verstrekt. Gelet op de aard van de nu voorgestelde ontwikkeling kan worden gesteld dat de "Kenmerken van het project", de "Plaats van het project" en de "Kenmerken van het potentiële effect" zo kleinschalig en niet significant voor de omgeving zijn dat met de in dit hoofdstuk beschreven kenmerken en gevol­ gen voldaan is aan de criteria van 'Bijlage III Europese richtlijn milieu-beoordeling projecten'.

De in het voorgaande beschreven criteria geven aan dat belangrijke nadelige milieugevolgen, als gevolg van de beschreven ontwikkeling, zijn uitgesloten, dan wel door mitigerende maatre­ gelen worden ondervangen. Er zijn geen significante effecten voor de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura2000-gebied Veluwe. Geconcludeerd kan worden dat er geen m.e.r.(beoordeling) noodzakelijk is.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

58

5.

Juridische planbeschrijving

5.1.

Planuitgangspunten Dit bestemmingsplan voorziet in een nieuwe planologische regeling voor het plangebied Onze Woudstee waarbij het mogelijk wordt gemaakt om het plangebied te gebruiken voor woondoeleinden.

Voor de transformatie zijn de eigenaren van de woningen op Onze Woudstee actief benaderd en twee keuzes voorgelegd. Eigenaren konden daarbij zelf aangeven waar zij hun woning had­ den uitgebreid of wilden uitbreiden en waar de bijbehorende bouwwerken zijn of dienen te wor­ den gesitueerd. De 23 percelen van eigenaren met wie geen transformatie overeenkomst is aangegaan, vallen buiten het plangebied. Voor deze 23 woningen wordt tegelijkertijd met dit bestemmingsplan een bestemmingsplan (contraplan) gemaakt dat de verblijfsrecreatieve be­ stemming vastlegt.

Voorwaarde voor herbestemming van de recreatiewoningen is dat de landschappelijke kwaliteit van Onze Woudstee behouden moet blijven en er sprake moet zijn van een verbetering van de leefomgeving. Daarbij dient met name het bosparkkarakter behouden te blijven en dient vol­ doende groene buffer aanwezig te zijn. De nieuwe woon- en verblijfsgebieden dienen zich bo­ vendien blijvend te onderscheiden van andere woonwijken in de gemeente Harderwijk. De eerste keuze was daarbij dat de recreatieve bestemming min of meer één-op-één wordt omgezet in de bestemming "Wonen". Bij die keuze blijft de gezamenlijke oppervlakte van een recreatiewoning inclusief eventuele berging maximaal 75 m2 en mogen alle legaal gerealiseerde bijbehorende bouwwerken worden gehandhaafd. Deze woningen krijgen de bestemming "Wo­ nen - 2".

Verreweg de meeste eigenaren hebben gekozen voor de bestemming "Wonen - 1". Deze be­ stemming die meer bebouwing toelaat, is opgenomen om de eigenaren te stimuleren, zoveel mogelijk bouwsels te saneren. Een dergelijke sanering levert een aanzienlijke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van het park. In de bestemming "Wonen - 1" mag maximaal 100 m2 bebou­ wing per perceel worden gebouwd, bestaande uit een hoofdgebouw van 80 m2 en één bijbeho­ rende bouwwerk van 20 m2. Voor het hoofdgebouw is een bouwvlak op de verbeelding aange­ geven en voor het bijbehorend bouwwerk een bestemmingsvlak. Alle overige bebouwing (legaal of illegaal) in de bestemming "Bos - Bostuin" dient binnen 5 jaar na ondertekening van de anterieure overeenkomst te zijn verwijderd. Indien een eigenaar binnen 5 jaar gaat bouwen, dient alle bebouwing in de bestemming "Bos - Bostuin" te worden verwijderd nadat de bouw is afge­ rond. Het gedeelte van het perceel met de bestemming "Bos - Bostuin" dient daarna permanent volledig bebouwingsvrij te blijven, met uitzondering van tuinmeubilair en sport-of speeltoestel en erfafscheidingen. Eén en ander wordt geborgd door een tussen Stichting Functiewijziging Park Onze Woudstee en eigenaar te sluiten transformatieovereenkomst, waarin de eigenaar de ver­ plichting op zich neemt alle bestaande bebouwing te verwijderen.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

59

De bestemmingen zijn zo gekozen dat de mogelijkheden voor vergunningsvrij bouwen zo veel als mogelijk zijn uitgesloten. Dit alles om het ruimtelijk karakter te behouden en te voorkomen dat het woonmilieu onvoldoende onderscheidend is. Om de ruimtelijke opzet en de kleinschaligheid van de bebouwing ten dienste van de bestem­ ming "Wonen" te behouden zal bovendien geen gebruik worden gemaakt van de binnenplanse of wettelijke mogelijkheden om af te wijken van deze bestemmingsplanregels. Zo zal geen toe­ passing worden gegeven aan paragraaf 5.1.2 van de beleidsregel Omgevingsvergunning afwij­ ken bestemmingsplan 2015.

De situering van de bestaande recreatiewoningen op het terrein blijft gehandhaafd, inclusief het daarbij behorende wegen- en padenpatroon.

De woningen zijn opgenomen in de bestemming "Wonen - 1" en "Wonen - 2". De maximum goothoogte en bouwhoogte in de bestemming "Wonen - 1" bedraagt respectievelijk 3,75 en 7 meter en in "Wonen - 2" respectievelijk 3 en 6 meter.

De voormalige Herberg Onze Woudstee krijgt de bestemming "Wonen - 3". Binnen het bouw­ vlak mogen maximaal 1 woning en 9 appartementen worden gebouwd. Buiten het bouwvlak zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan.

Het resterende deel van het plangebied krijgt de bestemmingen "Bos" en "Bos - Bostuin". Het realiseren van nieuwe bebouwing in de bestemming "Bos - Bostuin" is niet toegestaan met uit­ zondering van gemeenschappelijke voorzieningen. De perceelsgedeelten met deze bestem­ ming worden niet aangemerkt als achtererfgebied in de zin van het Besluit omgevingsrecht. Vergunningsvrij bouwen in deze bestemming is dan ook niet toegestaan.

Op deze manier wordt bereikt dat het bestaande bospark-beeld in stand blijft. Door de omvang van de beplante percelen en het in verhouding daarmee geringe bebouwde oppervlakte, ont­ staat het beeld van verspreid in een park gelegen woningen dat als uitgangspunt dient bij dit initiatief.

5.2.

Het plan In de voorgaande hoofdstukken is een beschrijving gegeven van het plangebied en de beoogde ontwikkeling, welke zijn juridische vertaling krijgt in bestemmingen. Deze bestemmingen rege­ len de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden binnen het plangebied. De bepalingen die be­ trekking hebben op de te onderscheiden bestemmingen zijn vastgelegd in de regels en op de verbeelding. Het bestemmingsplan geeft aldus aan voor welke doeleinden de gronden zijn be­ stemd. De regels vormen tezamen met de verbeelding het juridische bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Ze bevatten bepalingen ten aanzien van het grondgebruik en van de maat­ voering en situering van de bebouwing.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

60

5.3.

Plansystematiek Voor de systematiek van het bestemmingsplan is gekozen voor een gedetailleerd bestem­ mingsplan, dat wil zeggen, een plan waarin de gewenste bestemmingen in detail zijn vastge­ legd. Hierdoor zijn afwijkingen van het gewenste ruimtelijk-planologische beeld zoveel mogelijk beperkt.

5.4.

Indeling regels per bestemming De regels zijn als volgt ingedeeld: "

Bestemmingsomschrijving Hierin staat voor welke functie(s) de gronden mogen worden gebruikt en hoe de onderlinge rangorde van functies is;

"

Bouwregels Hierin is aangegeven welke gebouwen en andere bouwwerken in principe zijn toegestaan en welke maatvoering daarbij moet worden aangehouden;

"

Specifieke gebruiksregels In principe moeten de gronden en de gebouwen worden gebruikt overeenkomstig de be­ stemming. Waar nodig zijn voor de duidelijkheid en ten behoeve van het aangeven van de reikwijdte van de bestemming gebruiksvormen vermeld, die in ieder geval als strijdig met de bestemming moeten worden aangemerkt;

"

Afwijken van de gebruiksregels Omdat van een aantal gebruiksvormen niet op voorhand gezegd kan worden of ze aan­ vaardbaar zijn of niet, is het college bevoegd om bij een omgevingsvergunning af te wijken van de specifieke gebruiksregels. Deze omgevingsvergunning wordt verleend na een zorg­ vuldige afweging van functies en waarden binnen de bestemming;

"

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Deze omgevingsvergunning kan worden verleend voor het uitvoeren van werken en werk­ zaamheden, die anders zijn dan bouwen. Hiermee kan de gemeente ook ongewenste ruim­ telijke ontwikkelingen tegenhouden, zoals het ophogen van gronden.

5.5.

Bestemmingen "

Bos

Rondom het grootste deel van het plangebied heeft een strook grond de bestemming "Bos". Deze gronden zijn bestemd voor bos, groenvoorzieningen, behoud en herstel van de natuurlijke waterhuishouding en landschappelijke waarden en voor wegen en paden.

"

Bos - Bostuin

In het plangebied komt veel groen voor. Er is sprake van relatief geringe bebouwing in een groene setting. De gemeenschappelijke waardevolle open groene ruimten afgewisseld met boom- en heester vakken gecombineerd met de geringe bebouwing op ruime kavels en het vele particuliere groen dragen bij aan de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van het plangebied.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

61

Dit betekent dat de mogelijkheden tot uitbreiding van de bestaande bebouwing in het plange­ bied beperkt is. De bestemming "Bos-Bostuin" is er met name op gericht om de bijzondere landschappelijke waarde van het plangebied in stand te houden en te versterken. Daarom wordt binnen de bestemming geen bebouwing mogelijk gemaakt. De gronden zijn bestemd voor bos, groenvoorzieningen, en gemeenschappelijke wegen en paden. De perceelsgedeelten met deze bestemming worden niet aangemerkt als achtererfgebied in de zin van het Besluit omgevingsrecht. Binnen de bestemming is geen bebouwing mogelijk gemaakt. Ook vergunningsvrije bouwwerken zijn hier niet toegestaan. De gronden zijn onder meer bestemd voor groenvoorzie­ ningen en bostuin. Het begrip bostuin is daarbij als volgt gedefinieerd: een veelal omvangrijke tuin, grotendeels bestaande uit bos, of met een bosachtige uitstraling, waar het intensievere gebruik en de specifieke tuininrichting zoals niet gebiedseigen beplanting, vijver, speeltoestel­ len, terrassen en andere verharding niet zijnde één ontsluitende oprit, zich beperkt tot 10% van het perceel waarop het bouwvlak is gelegen met een maximum van 400 m2 per perceel. «

Verkeer

Omdat aan de overzijde van de Parallelweg een geluidscherm wordt gebouwd, is het gebied ten zuiden van Park Onze Woudstee tot aan de plangrens in het onderhavige plangebied opgeno­ men. Net als in het huidige bestemmingsplan hebben deze gronden de bestemming "Verkeer". In aanvulling op de bestaande regeling is door middel van een aanduiding de locatie van het geluidscherm op de verbeelding vastgelegd.

«

Wonen - 1, Wonen - 2 en Wonen - 3

De bestaande recreatiewoningen hebben de bestemmingen "Wonen - 1" en "Wonen - 2". Op ieder bouwperceel is door middel van een bestemmings- en tevens bouwvlak ter plaatse van de bestaande of de te realiseren bebouwing aangegeven waarbinnen de woning gesitueerd moet zijn.

In de bestemming "Wonen - 1" mag maximaal 100 m2 bebouwing per perceel worden gebouwd, bestaande uit een hoofdgebouw van 80 m2 en één bijbehorende bouwwerk van 20 m2. De ge­ zamenlijke oppervlakte van een hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken in de bestemming "Wonen - 2" mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 75 m2.

Het bestemmingsplan is mede gericht op de bescherming van de woonfunctie. Binnen de wo­ ningen bestaat, mede vanwege de situering in een afgebakend terrein en het relatief kleine op­ pervlak van de woningen, niet de mogelijkheid om de woningen te gebruiken als zorgwoning en/of voor de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of van een aan-huis-verbonden bedrijfsactiviteit, waaronder mede wordt verstaan het bieden van huisvesting aan arbeidsmi­ granten en Z of begeleid wonen. Binnen de bestemming "Wonen" is de aanwezigheid van seksinrichtingen en/of escortbedrijven eveneens niet toegestaan. In de regels van het bestem­ mingsplan worden specifieke gebruiksregels opgenomen, waarbij het verboden is de gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken voor de hiervoor beschreven activiteiten.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

62

Voor de bestemming "Wonen - 3" geldt dat maximaal 9 appartementen in het huidige bouwvlak van de Herberg Onze Woudstee mogen worden gebouwd.

In de bestemming "Wonen - 1", "Wonen - 2" en "Wonen - 3" is een voorwaardelijke verplichting opgenomen met het oog op trillingshinder. Op grond van die voorwaardelijke verplichting mo­ gen de woningen in deze bestemming pas worden gebouwd nadat een onderzoek naar moge­ lijke trillingshinder heeft plaatsgevonden. Het bouwen van de woningen is uitsluitend toegestaan wanneer uit een dynamische berekening van de trillingssterkte blijkt dat de streefwaarden voor 'Wonen nieuwe situatie', zoals bedoeld in Richtlijn deel B van Stichting Bouwresearch, niet wor­ den overschreden. In afwijking daarvan is de bouw van die woningen eveneens toegestaan als alle doelmatige en kosteneffectieve maatregelen om de trillingssterkte te verminderen worden getroffen en uit een dynamische berekening blijkt dat de streefwaarden voor 'Wonen in be­ staande situatie', zoals bedoeld in Richtlijn deel B van Stichting Bouwresearch, niet worden overschreden.

"

Leiding - Gas

De voor "Leiding - Gas" aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de instandhouding van ondergrondse hoge druk gastrans­ portleidingen, inclusief voorzieningen, met de daarbij behorende belemmeringenstrook.

"

Leiding - Water

De drinkwatertransportleiding langs de zuidgrens van het plangebied heeft de dubbelbestemming "Leiding - Water". Bouwen ten behoeve van andere bestemmingen is uitsluitend toege­ staan als de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en advies is gevraagd aan de leidingbeheerder. Daarnaast is voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden waarbij graafwerkzaamheden en dergelijke plaatsvinden een omgevingsvergunning noodzakelijk.

"

Dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 2, 3 en 4

Omdat de gronden binnen het onderhavige plangebied een archeologische verwachtingswaarde hebben, hebben zij de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 2", "Waarde - Archeologie 3" en "Waarde - Archeologie 4" gekregen, om te voorkomen dat men bij bodemverstorende activiteiten eventuele archeologische waarden gaat verstoren. Het bodemarchief is beschermd door deze dubbelbestemming waarbij voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een omgevingsvergunning noodzakelijk is. Voor de dubbelbestemmingen "Waarde - Archeologie 2", "Waarde - Archeologie 3" en "Waarde - Archeologie 4" geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen vanaf respectievelijk 100, 1.000 en 5.000 m2.

"

Dubbelbestemming Waarde - Landschap

Door middel van de dubbelbestemming "Waarde - Landschap" is de noordzijde van het plan­ gebied tevens bestemd voor het behoud en ontwikkeling van landschappelijke waarden, die ontleend worden aan het ter plaatse aanwezige bosachtige karakter. Extra bebouwing is niet toegestaan. De dubbelbestemming wordt versterkt met een bouwverbod. De dubbelbestem-

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

63

ming "Waarde - Landschap" vormt daarmee tevens de planologisch beperking voor vergunningsvrije bouwwerken.

5.6.

Overige regelingen In dit bestemmingsplan worden de gronden in het plangebied voor verschillende doeleinden bestemd. Daarbij worden regels gegeven voor het gebruik van de gronden en van de daarop voorkomende bouwwerken en gebouwen, voor zover dat in het belang van een goede ruimtelij­ ke ordening nodig is.

Een bestemmingsplan bevat niet alle regels die het bouwen op- en het gebruik van de grond regelen. Zo zijn er bijvoorbeeld nog andere gemeentelijke verordeningen, de milieuwetten en de waterschapskeur, waarin eisen en beperkingen kunnen voorkomen, waarover het bestem­ mingsplan zich niet uitspreekt.

Bij een procedure waarbij vergunningen (bijvoorbeeld een omgevingsvergunning voor het bou­ wen) worden verleend, kunnen die andere regels beperkingen opleggen op andere gronden dan planologische.

5.7.

Overgangsrecht Het overgangsrecht geldt voor bouwwerken die ooit met een bouwvergunning of een melding zijn gebouwd, of een gebruik dat ooit is toegestaan, maar die nu vanwege een bestemmings- of beleidswijziging onder het overgangsrecht zijn gebracht.

Het overgangsrecht is er op gericht dat deze bouwwerken uiteindelijk zullen verdwijnen of het gebruik ervan wordt beëindigd, zodat de situatie in overeenstemming komt met de gegeven bestemming. In beginsel mogen de bouwwerken die onder het overgangsrecht vallen, slechts in ondergeschikte mate gedeeltelijk worden vernieuwd en veranderd. Meestal is dat een eenmali­ ge handeling aan het bouwwerk. Het is niet mogelijk om hiermee geheel of in stappen tot een nieuw bouwwerk te komen.

Met alle eigenaren van de recreatiewoningen die hun eigendom willen laten bestemmen voor "Wonen" zijn anterieure contractuele afspraken gemaakt over de voorwaarden voor het be­ stemmen van hun eigendom ten behoeve van onder meer "Wonen" en "Bos-Bostuin". Legale of illegale bebouwing in de bestemming "Bos - Bostuin" dient op grond van die overeenkomst te worden verwijderd en verwijderd te worden gehouden binnen 5 jaar na het tekenen van de an­ terieure overeenkomst. De bouwwerken die op verzoek van de eigenaren (en hun eventuele rechtsopvolgers) de bestemming "Bos-Bostuin" hebben gekregen zijn dus feitelijk wegbestemd. Door de evident privaatrechtelijke beperking (gesloten anterieure overeenkomst) kan geen be­ roep meer worden gedaan op het overgangsrecht.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

64

6.

Handhaving Uit de jurisprudentie zoals die door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is gevormd, blijkt dat de gemeente haar handhavingstaak serieus moet nemen. Handhaving is een verplichting, waarvan alleen mag worden afgezien als er concreet zicht is op legalisatie van de overtreding, dan wel als handhaving zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. In de gemeentelijke beleidsnota "Integrale handhaving gemeente Harderwijk" neemt naleving van bestemmingsplannen een belangrijke plaats in. Handhaving is voor de gemeente meer dan alleen met bestuurlijke sancties optreden tegen overtredingen. Er wordt ook grote waarde gehecht aan preventie door middel van communicatie en voorlichting naar burgers en bedrijven, advisering, stimulering, toezicht en zichtbaar optre­ den. Daar waar overtredingen worden geconstateerd, treedt de gemeente zo vroeg mogelijk op. Als de overtreder de overtreding niet vrijwillig beëindigt, dan maakt de gemeente gebruik van de haar ter beschikking staande handhavingsinstrumenten. Van handhaving kan alleen worden afgezien in situaties waarin dit op grond van de jurisprudentie is toegelaten. Blijkens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is het verboden om gronden en bouwwerken te gebrui­ ken in strijd met een bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=102ee312-66cc-4328-9c76-946e691c4405