CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting BP Buitengebied - Park Onze Woudstee.pdf

Raadsvergadering 17 juni 2021, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplannen Buitengebied Park Onze Woudstee en Buitengebied Recreatiewoningen Park Onze Woudstee26.815 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Vanwege een goede inpassing in de omgeving is het gewenst dat er voldoende groene buffer aanwezig is. Daar waar dit niet of onvoldoende het geval is zal deze buffer versterkt moeten worden. Zowel vanuit de ruimtelijke kwaliteit als vanuit de woningbouwprogrammering zal de ruimtelijke opzet en de woningtypologie behouden moeten blijven. De nieuwe woongebieden moeten zich blijvend onderscheiden van ande­ re woonwijken in de gemeente. Vanwege het behoud van het bosVparkachtige karakter zal de oppervlakte van de vlakken met de bestemming "Wonen" en de bijbehorende bouwvlakken zo beperkt mogelijk moeten zijn. Er moet worden uitgegaan van de bestaande oppervlakte van de woningen, dan wel de oppervlakte van 75 m2 uit het vigerende bestemmingsplan. Ook de bouwregels uit het vigerende bestemmingsplan voor de recreatiewoningen moeten in beginsel gehandhaafd blijven. De bestemmingen zouden zo gekozen moeten worden dat de mogelijk­ heden voor vergunningsvrij bouwen tot een minimum beperkt blijven. Dit alles om het ruimtelijk karakter te behou­ den en te voorkomen dat de woonmilieus onvoldoende onderscheidend zijn. Dit laatste is immers een deel van de legitimatie om de recreatiewoningen een de reguliere woningvoorraad toe te voegen.

Bijzondere regelingen Binnen een reguliere woonbestemming geldt een aantal bijzondere regelingen, zoals een regeling voor aan huis verbonden beroepen, een regeling voor bed-and-breakfast en een regeling voor mantelzorg. Deze regelingen worden doorgaans opgenomen in de bestemmingsplannen. Dit zijn functies die ten koste gaan van het woonoppervlak. Aangezien juist wordt ingezet op het behoud van de kleinschalige woonmilieus wordt de extra ruimtevraag van deze functies en de extra druk op het gebied door commerciële activiteiten niet passend gevonden. Een tweede reden hiervoor is dat de gezamenlijke fysieke ruimte privaat eigendom is, waarbij de toegankelijke vaak via een slagboom is geregeld. Dit bemoeilijkt de bereikbaarheid door klanten en leveranciers.

Door de transformatie van Onze Woudstee voegt de gemeente maximaal 155 woningen toe aan de woningvoorraad. In 2014 is de woningbehoefte voor de periode 2013-2025 becijferd op een toename van 2.615 woningen. Dit aantal is ontleend aan een provinciaal uitgevoerde be­ volkingsprognose en is afgestemd met de regiogemeenten. Na verdeling van een ingecalcu­ leerde reserve is de woningbouwopgave in 2016 verhoogd met 262 woningen. Besloten is om dit aantal te reserveren voor de herbestemming van recreatiewoningen in het kader van het

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

23

project Vitale Vakantieparken. Daarmee past voorliggend plan binnen het kwantitatieve woningbouwkader. Ook kwalitatief past dit plan binnen de woonvisie. De woningen vallen grotendeels binnen het goedkope segment. Binnen dit prijssegment vormt Onze Woudstee -samen met de andere re­ creatieparken- een unieke woonplek. Mensen met een smalle beurs hebben op dit moment weinig keuzevrijheid ten aanzien van de woonomgeving. Het aanbod bevindt zich vrijwel zonder uitzondering binnen een stedelijke omgeving. Voor mensen die snel overprikkeld zijn of moeite hebben met sociale interactie kan dat tot problemen leiden. De vrije ligging van de (recrea­ tiewoningen, in combinatie met het groene karakter maakt de plek uitermate geschikt voor mensen die gebaat zijn bij rust. 3.4.5. Woonvisie 2017-2027 De uitgangspunten van het woonbeleid staan geformuleerd in de Woonvisie 2017-2027. Deze is op 25 april 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. Met het woonbeleid werkt de gemeente aan een duurzame balans tussen vraag en aanbod op de woningmarkt. De inzet van het ge­ meentebestuur richt zich primair op woningmarktsegmenten waar commerciële partijen weinig aandacht voor hebben. Op die manier zorgt de gemeente ervoor dat iedereen in Harderwijk terecht kan voor een woning die past bij zijn of haar wensen en behoeften op het gebied van betaalbaarheid, toegankelijkheid en woonmilieu.

Door de transformatie van Onze Woudstee voegt de gemeente maximaal 155 woningen toe aan de woningvoorraad. In 2014 is de woningbehoefte voor de periode 2013-2025 becijferd op een toename van 2.615 woningen. Dit aantal is ontleend aan een provinciaal uitgevoerde be­ volkingsprognose en is afgestemd met de regiogemeenten. Na verdeling van een ingecalcu­ leerde reserve is de woningbouwopgave in 2016 verhoogd met 262 woningen. Besloten is om dit aantal te reserveren voor de herbestemming van recreatiewoningen in het kader van het project Vitale Vakantieparken. Daarmee past voorliggend plan binnen het kwantitatieve woningbouwkader. Ook kwalitatief past dit plan binnen de woonvisie. De woningen vallen grotendeels binnen het goedkope segment. Binnen dit prijssegment vormt Onze Woudstee -samen met de andere re­ creatieparken- een unieke woonplek. Mensen met een smalle beurs hebben op dit moment weinig keuzevrijheid ten aanzien van de woonomgeving. Het aanbod bevindt zich vrijwel zonder uitzondering binnen een stedelijke omgeving. Voor mensen die snel overprikkeld zijn of moeite hebben met sociale interactie kan dat tot problemen leiden. De vrije ligging van de (recrea­ tie oningen, in combinatie met het groene karakter maakt de plek uitermate geschikt voor mensen die gebaat zijn bij rust.

w

3.4.6. Milieubeleidsplan Harderwijk De gemeente Harderwijk streeft naar samenhang in het bestaande veelomvattende milieube­ leid. Het milieubeleidsplan (zie ook op de website www.harderwijk.nl/milieu) maakt inzichtelijk waar Harderwijk voor staat, geeft richting aan het beleid voor de komende periode en vervult

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

24

een aanjaagfunctie om verbeteringen te realiseren. Vanuit deze gedachte worden twee speer­ punten benoemd waarbij rekening is gehouden met de landelijke beleidsontwikkeling: klimaat­ beleid en een gebiedsgericht milieubeleid. Het zorgdragen voor een duurzame leefomgeving is het hoofddoel van dit milieubeleid. Onder een duurzame leefomgeving wordt het voorzien in behoeften verstaan, zonder de toekomstige generaties de mogelijkheden voor dezelfde behoeftes te ontnemen. Dit milieubeleidsplan geeft kaders voor beleid en laat de bevolking van Harderwijk en Hierden zien hoe de gemeente zich inzet om de lokale milieuproblemen op te lossen. Binnen de gemeentegrenzen bestaat een grote diversiteit in gebieden, met elk hun eigen ken­ merken en functies. Bij ruimtelijke ontwikkeling streeft de gemeente naar een optimale leefomgevingskwaliteit. Door gebieden te onderscheiden wordt duidelijk welke milieukwaliteit gewenst is en of een ontwikkeling in het desbetreffende gebied past. Deze gebiedsgerichte benadering biedt ruimte om milieubeleid beter te laten aansluiten bij de dynamiek van ruimtelijke ontwikkelingen. In het milieubeleidsplan zijn voor verschillende delen van Harderwijk milieugebiedsvisies opge­ steld. Door het opstellen van een milieugebiedsvisie komen de specifieke kwaliteiten, knelpun­ ten, de milieubelasting en de milieuambities van het gebied in beeld.

Het onderhavige plangebied behoort tot het deelgebied 11: "Parallelweg incl. Overveld". Voor het gebied zijn een aantal milieu-ambities opgenomen zoals: « de bodemverontreiniging die aanwezig is (eenden-velden) gebruiken in stedenbouwkundig/landschapsontwerp; « binnen de toetsafstanden van de gasleidingen geen kwetsbare objecten projecteren; « voor maximaal 100Zo van de te projecteren geluidgevoelige bestemmingen een hogere grenswaarde vaststellen; « de geluidbelasting van binnenplanse wegen moet onder de voorkeursgrenswaarde blijven; « de geurcontouren van agrarische bedrijven in beeld brengen en knelpunten opsporen; « binnen de geurcontouren van agrarische bedrijven geen geurgevoelige objecten plaatsen; « geen scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en verzorgings- en verpleeghuizen binnen 50 meter van de A28 bouwen. Binnen de contour van 50 tot 300 meter is dit alleen mogelijk bij zwaarwegende redenen; « het gebruik van biomassa in Harderwijk onderzoeken en de groene ruimte zodanig inrichten dat er meer en makkelijker hout geoogst kan worden voor biomassa. In het milieubeleidsplan van de gemeente Harderwijk zijn stadsambities vastgelegd die richting geven aan het behalen van een veilige en gezonde leefomgevingskwaliteit. Voor geluid van wegverkeerslawaai is in het milieubeleidsplan als stadsambitie opgenomen dat het percentage geluidgehinderden niet toeneemt.

Voor de nieuw te realiseren woningen geldt dat niet aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan. Door de bouw van het geluidscherm (zie paragraaf

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

25

4.3) neemt de geluidhinder per saldo echter voor alle huidige gebruikers in het gehele plange­ bied af. Voor luchtkwaliteit is een ambitie opgesteld voor het realiseren van voorzieningen voor kwets­ bare groepen zoals scholen, kinderdagverblijven of verzorgingstehuizen op een minimale af­ stand van de A28. Omdat in het plangebied geen sprake is van dit soort voorzieningen is deze ambitie niet van toepassing. In de Structuurvisie Vitale Vakantieparken zijn, in het kader van de transformatie van de be­ stemming recreatie naar wonen reeds verschillende milieuaspecten beschreven en beoordeeld. In hoofdstuk 4 is het initiatief getoetst aan de Milieugebiedsvisie en de Milieuparagraaf van de Structuurvisie Vitale Vakantieparken Harderwijk. Geconcludeerd wordt dat het initiatief bijdraagt aan het streven naar een optimale leefomgevingskwaliteit. Het initiatief zoals hiervoor beschre­ ven past dan ook binnen de kaders en het gedachtegoed van Milieubeleidsplan Harderwijk. 3.4.7. Energieke Stad De gemeente Harderwijk heeft voorts de Energieke Stad - een routekaart naar een klimaatneutraal Harderwijk-, vastgesteld. Met behulp van deze route wil de gemeente Harderwijk in 2031 de uitstoot van CO2 met 450Zo reduceren. De energietransitie, het overstappen op duurzame energiebronnen, is één van de drie belangrijke pijlers uit de routekaart.

Volgens inschatting is 2607o van het huidige energieverbruik in de gemeente te halen uit hernieuwbare energie. Van deze energie maakt windenergie voor 480Zo deel uit op basis van beschikbare ruimte en bewe­ zen techniek. Met onderhavig initiatief wordt, voor zover nodig, door gevel- en dakisolatie de EPC van de be­ staande woningen verbeterd. Daarnaast wordt vanwege te treffen geluidsmaatregelen bereikt dat alle woningen voorzien moeten zijn van dubbelglas en kierafdichting. Ook wenst de exploi­ tant de gemeenschappelijke infrastructurele voorzieningen (straatverlichting, camerabewaking, en overige elektrische installaties) van het terrein aan te gaan sturen door elektriciteit afkomstig van zonnepanelen. Het initiatief sluit hiermee aan op de door de gemeente Harderwijk voorge­ stane energietransitie. 3.4.8. Beleidsvisie externe veiligheid Veluwe Noord De Gezamenlijke beleidsvisie externe veiligheid gemeenten in de regio Veluwe-Noord uit 2013 biedt aan de Noord-Veluwse gemeenten (Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek en Putten) een kader om op gestructureerde wijze keuzes te maken over ex­ terne veiligheid en met name in de samenhang tussen ruimtelijke ordening en externe veilig­ heid. Daarnaast biedt de beleidsvisie ook een platform voor een samenwerking tussen de afde­ lingen van de gemeenten en bijvoorbeeld de hulpdiensten.

Een belangrijk nevendoel van de beleidsvisie is om de beschikbare gemeentelijke middelen efficiënt in te zetten. Vanuit de externe veiligheidswetgeving gelden verplichtingen waarvan de

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

26

invulling een inspanning vraagt van het gemeentelijk apparaat. De systematiek in de beleidsvi­ sie externe veiligheid voorziet in het concentreren van de aandacht op gebieden waar deze 'winst' is te realiseren en in het volstaan met algemene beleidsregels voor gebieden op grotere afstand. Geld en kennis worden daarmee ingezet op plaatsen waar deze nodig zijn. Veel externe veiligheidsbeleid is vastgelegd in landelijke wet- en regelgeving, maar gemeenten zijn grotendeels verantwoordelijk voor de invulling en uitvoering daarvan. Gemeenten dienen een antwoord te hebben op nieuwe technische en juridische inzichten, alsook ontwikkeling van nieuwe risicobronnen. Bij het invullen en uitvoeren van externe veiligheidsbeleid zijn drie thema's te onderscheiden: " inzicht verkrijgen in de externe veiligheidssituatie; " keuzes maken; " samenwerken. Woningen wordt opgevat als kwetsbare objecten. In de beleidsvisie is aangegeven op welk ni­ veau het groepsrisico verantwoord dient te worden. Uit afbeelding 7 blijkt dat voor de A28, de spoorlijn en de aardgastransportleiding een verantwoording op verantwoordingsniveau 1 nood­ zakelijk is, omdat het plangebied op ongeveer 80 meter vanaf de A28 is gesitueerd, 50 meter vanaf de spoorlijn Amersfoort-Zwolle en tussen de 10-6-contour en de 100%-letaliteitscontour die op 180 meter vanaf de gasleiding ligt.

Afbeelding 7: Verantwoordingsniveau groepsrisico.

Zonering spoorwegen en Rijksweg A28 30-200 meter zeer kwetsbaar object

verantwoordingsniveau 1

kwetsbaar object

verantwoordingsniveau 1

beperkt kwetsbaar object

verantwoordingsniveau 2

Zonenn^iogedrul^ardgastj^nsgortleiding PR 10

-100% letaliteitcontour

zeer kwetsbaar object

verantwoordingsniveau 1

kv/etsbaar object

verantwoordingsniveau 1

beperkt kwetsbaar object

verantwoordingsniveau 2

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

27

4.

Milieuhygiënische en planologische verantwoording

4.1.

Ladder voor duurzame verstedelijking Omdat door onderhavig bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, dient de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen. Ingevolge artikel 3.1.6, tweede en derde lid van het Bro dient de toelichting bij een bestem­ mingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Kort gezegd is het de bedoeling dat bij het toepassen van de ladder wordt beschreven welke behoefte (en niet actuele regionale behoefte) aan de ontwikkeling bestaat, en, als de ontwikke­ ling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Ingevolge artikel 1.1.1, eerste lid en onder f, van het Bro wordt onder stedelijke ontwikkeling verstaan: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. De voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele behoefte.

In paragraaf 3.3.2 is een samenvatting opgenomen van het onderzoek 'Verblijfsrecreatie op de Veluwe". Parken worden daarin onderverdeeld naar leefstijlen. Hierin wordt geconstateerd dat er met betrekking tot Onze Woudstee, dat is geclassificeerd als 'rustig groen', sprake is van een overcapaciteit. De mogelijkheden voor een transitie van het verblijfsrecreatieterrein naar een andere leefstijl is beperkt. Er is derhalve, gelet op de feitelijke situatie en de marktsituatie, geen duurzaam perspectief voor het behoud van de recreatieve bestemming. De herbestemming zal bijdragen aan een beter perspectief voor de bestaande recreatiebedrijven in Harderwijk en de regio. In het geldende bestemmingsplan "Buitengebied 2014" heeft het recreatieterrein de bestem­ ming "Verblijfsrecreatie". Evenwel komt op Onze Woudstee een gebruik voor woondoeleinden voor. De voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een (gebleken) actuele behoefte: On­ ze Woudstee voorziet in een actuele behoefte aan huisvesting voor met name ouderen en star­ ters op de woningmarkt. Door het herbestemmen van de recreatiewoningen ten behoeve van 'wonen' wordt een aantrekkelijk, uniek en betaalbaar woonklimaat gecreëerd voor onder andere starters en ouderen. Dit geldt eveneens voor de transformatie van de Herberg Onze Woudstee naar appartementen in het sociale en het middensegment.

Daarnaast past een functiewijziging naar wonen in het gemeentelijke woningbouwprogramma.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

28

Behoefte opvangen binnen bestaand stedelijk gebied. Nu uit voorgaande moet worden geconcludeerd dat sprake is van een actuele regionale behoef­ te, moet tevens worden beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins.

Met betrekking tot de vraag of de behoefte binnen bestaand stedelijk gebied kan worden opge­ vangen overweegt de Afdeling, onder verwijzing naar haar uitspraak van 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4654, dat bij de uitleg van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' wordt uit­ gegaan van hetgeen planologisch is toegestaan op grond van het voorheen geldende plan.

Het voorheen geldende plan maakte een recreatieterrein met 232 recreatiewoningen, chalets, trekkershutten en staanplaatsen mogelijk en voorzag daarmee in een stedenbouwkundig sa­ menstel van bebouwing ten behoeve van dienstverlening als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder h, van het Bro. Gelet op het voorgaande moet het plangebied dan ook als bestaand ste­ delijk gebied worden aangemerkt.

Op grond van vorenstaande kan worden geconcludeerd dat het plan voldoet aan de Ladder. De herbestemming is dan ook niet in strijd met artikel 3.1.6 van het Bro.

4.2.

Bodem In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6) is bepaald dat in verband met de uitvoerbaar­ heid van het plan onder meer onderzoek moeten worden verricht naar de milieuhygiënische bodemgesteldheid in een plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bo­ demkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging.

In de Structuurvisie Vitale Vakantieparken Harderwijk is voor wat dit aspect betreft aangegeven dat voor het transformeren van bestaande recreatiewoningen naar de bestemming "Wonen" het uitvoeren van een bodemonderzoek niet noodzakelijk is.

Voor de nieuw te realiseren woningen (in het kader van de kavelsplitsing, de bouw van wonin­ gen op de 2 onbebouwde kavels en de 4 woningen voor de Herberg Onze Woudstee aan de zijde van Parallelweg is bodemonderzoek1’2 uitgevoerd.

1

Grondvitaal BV, Verkennend bodemonderzoek en asbest in puinonderzoek Parallelweg 26 kavels 238 en 239, Projectnummer 2128013, Versie: 01: Definitief, Putten, 5 februari 2021 2 Grondvitaal BV, Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Parallelweg 26, Projectnummer 2027131, Versie: 01: Definitief, Putten, 5 februari 2021

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

29

Onbebouwde kavels Voor het onderzoek voor de 2 onbebouwde kavels is op grond van het uitgevoerde historisch onderzoek uitgegaan van de hypothese 'niet verdachte locatie'. Deze onderzoekshypothese kan op grond van de analyseresultaten van de grondwatermonsters heel strikt genomen niet worden gehandhaafd. Formeel gesproken is de kwalificatie verdacht van toepassing. De aangetroffen concentraties zijn echter van lichte aard en geven geen aanleiding tot aanvullend onderzoek. De invloed hiervan op de volksgezondheid en het milieu is nihil. Het verhardingspad van puingranulaat aanwezig op kavel 238 is echter verdacht op de aanwe­ zigheid van asbest in puin. Het uitgevoerde onderzoek naar asbest in de bodem heeft als doel­ stelling het vaststellen of ter plaatse van de onderzoekslocatie aan de Parallelweg 26 (kavel 238) te Hierden, mogelijk een onaanvaardbare verontreiniging van het puin aanwezig is met asbest. De maximaal toegestane concentratie asbest in bodem bedraagt 100 mg/kg ds. Tijdens de terreininspectie en visuele waarneming tijdens de uitvoering van het onderzoek is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Ook uit de analyseresultaten blijkt dat in het sa­ mengestelde grondmonster van de fijne zeeffractie ^20 mm.) geen asbest is aangetroffen.

De onderzoekshypothese verdacht wordt op basis van de analyseresultaten en het berekende ge­ wogen gehalten asbest verworpen. Er is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetroffen in het puin. Kavels voor Herberg Onze Woudstee Ook voor de 4 kavels voor de Herberg Onze Woudstee langs de Parallelweg is op grond van het uitgevoerde historisch onderzoek uitgegaan van de hypothese 'niet verdachte locatie'. Deze onderzoekshypothese kan op grond van de analyseresultaten van de grond- en grondwater­ monsters niet worden gehandhaafd. Naar aanleiding van een matige verontreiniging met PAK in de bovengrond in één mengmonster is een separate analyse uitgevoerd. Uit de resultaten van het aanvullend onderzoek blijkt dat in één boring de interventiewaarde wordt overschreden voor PAK. In de overige boringen zijn maximaal alleen overschrijdingen van de achtergrondwaarde aangetroffen. In overleg met de opdrachtgever is besloten direct afperkend onderzoek uit te voeren. Rondom die boring zijn 4 afperkende boringen geplaatst. Tevens is ter plaatse van die boring een nieu­ we boring geplaatst voor de verticale (naar de diepte toe) afperking. Geconcludeerd kan worden dat de PAK verontreiniging in zowel horizontale als verticale richting tot de streefwaarde is af­ geperkt. De hoeveelheid matig tot sterk verontreinigde grond met PAK blijft beperkt.

Uitgaande van een oppervlakte van circa 18 m2 en een laagdikte van 1,0 meter komt dit neer op circa 18 m3. Er is daarom geen aanleiding om de aangetroffen verontreiniging als een ernstige bodem­ verontreiniging te kwalificeren. De kwalificatie ernstige bodemverontreiniging is van toepassing wanneer meer dan 25 m3 grond, of meer dan 100 m3 grondwatervolume is verontreinigd met concentraties boven de interventiewaarde. Wanneer graafwerkzaamheden op de locatie uitgevoerd gaan worden dienen de volgende maatregelen te worden genomen:

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

30

" " " " "

4.3.

voorafgaand aan de werkzaamheden dient een plan van aanpak te worden ingediend bij het bevoegd gezag (gemeente Harderwijk); de verontreinigde grond dient te worden ontgraven en afgevoerd naar een erkend verwerker; de sanering dient bij voorkeur te worden begeleid door een BRL SIKB 6000 gecertificeerd bedrijf; de ontgraving en uitvoering van de sanering dient bij voorkeur plaats te vinden door een BRL SIKB 7000 gecertificeerd bedrijf.

Geluid

4.3.1. Algemeen Reguliere woningen zijn in de relevante wetgeving geluidgevoelige bestemmingen. In de para­ grafen 4.3.2, 4.3.3 en 4.3.5 wordt daarom ingegaan op de aspecten wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai en de eisen vanuit het Bouwbesluit. In paragraaf 4.3.6 is aange­ geven hoe de uit te voeren maatregelen worden geborgd. 4.3.2. Wegverkeer Wet geluidhinder Ingevolge de Wet geluidhinder (Wgh) zijn woningen geluidgevoelige bestemmingen. Volgens artikel 77 van de Wet geluidhinder is het nodig akoestisch onderzoek te verrichten naar wonin­ gen die in een geluidszone vallen. In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen geluidszones, met uitzondering van: " woonerven; " 30 km/uur-gebieden. De Wet geluidhinder streeft een voorkeursgrenswaarde van gevelbelasting veroorzaakt door wegverkeerslawaai na van ten hoogste 48 dB. Voor de recreatiewoningen die worden omgezet in woningen en de nieuw op te richten woningen moet de geluidbelasting in het plangebied on­ derzocht worden voor de wegen waarvan de wettelijke geluidscontour het plangebied overlapt. De Wet geluidhinder schrijft voor dat, wanneer de geluidbelasting hoger is dan 48 dB, maatre­ gelen onderzocht moeten worden om aan 48 dB te voldoen.

Indien technische maatregelen, zoals het plaatsen van geluidschermen, niet doelmatig zijn of op financiële, landschappelijk, stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuiten, kan een hogere geluidbelasting wor­ den toegestaan. Burgemeester en Wethouders hebben de mogelijkheid om tot aan een geluid­ belasting van 53 dB, hogere grenswaarden vast te stellen. Gemeentelijk milieubeleid De gemeente Harderwijk heeft geluidbeleid voor wegverkeerslawaai in aanvulling op het milieu­ beleidsplan (zie paragraaf 3.4.6) vastgesteld. In deze beleidsregels wordt onder andere om­ schreven hoe het College omgaat met die gevallen waarbij er gebruik gemaakt moet worden van hogere grenswaarde. In nieuwbouwprojecten wordt bijvoorbeeld uitgegaan van een percen­ tage van maximaal 10 procent van de woningen waar een hogere waarde voor vastgesteld mag

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

31

worden. De beleidsregels voor wegverkeerslawaai van de gemeente is bedoeld voor nieuw­ bouwprojecten en niet voor transformatieprojecten. In het geval van herbestemming van Onze Woudstee gaat het grotendeels om bestaande en vergunde bouw van recreatiewoningen en een bestaande indeling van het park, waardoor op de inrichting van het terrein en de woningen niet meer gestuurd kan worden. Om een goed binnenklimaat te waarborgen heeft de gemeente nadere voorwaarden geformuleerd die het geluidniveau binnen de bestaande woningen maxi­ meren op 33 dB. Verderop in deze paragraaf wordt hier nader op ingegaan. Structuurvisie Vitale Vakantieparken In de Structuurvisie Vitale Vakantieparken heeft de gemeente Harderwijk beleidsregels vastge­ steld waaraan de bestemmingsplannen in het kader van het project Vitale Vakantieparken, ge­ toetst moeten worden. Daarbij is een beleidskeuze gemaakt voor het onderdeel 'geluid bij trans­ formeren'. Deze beleidskeuze luidt als volgt: Voor de woningen die transformeren naar be­ stemming wonen is het uitgangspunt dat deze voldoen aan de maximaal te ontheffen waarde van 53 decibel. Het park neemt hiervoor maatregelen indien noodzakelijk, zoals het plaatsen van een geluidscherm. Het college van B&W stelt tot 53 dB hogere waarden vast als dit nood­ zakelijk is.

Als voorwaarde voor het vaststellen van de hogere waarde geldt dat het binnenniveau van alle te transformeren recreatiewoningen waar het bestemmingsplan betrekking op heeft, maximaal 33 dB bedraagt. Woningen waarvoor een hogere waarde moet worden vastgesteld, hebben twee opties te weten het treffen van met name genoemde geluidwerende maatregelen zoals in de Structuurvisie beschreven danwel het treffen van andere maatregelen waarmee het binnen­ niveau het maximum van 33 dB niet overschrijdt. 4.3.3. Railverkeer Onze Woudstee ligt nabij de spoorlijn Amersfoort - Zwolle. Ingevolge de Wet geluidhinder dient ook de geluidsbelasting vanwege een spoorweg te worden beoordeeld in het belang van het voorkomen of beperken van geluid- of trillinghinder, veroorzaakt door het gebruik van een spoorweg. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting Lden op de gevels van een geluid­ gevoelige bestemming ten gevolge van een spoorweg bedraagt 55 dB. Onder bepaalde voor­ waarden kan voor een geluidgevoelige bestemming door burgemeester en wethouders een ontheffing worden verleend tot een hogere grenswaarde van maximaal 68 dB voor spoorweglawaai (Besluit geluidhinder artikel 4.11) Op 1 juli 2012 zijn door een wetwijziging van de Wet Milieubeheer de geluidproductieplafonds (gpp's) van hoofdspoorwegen van kracht geworden.

De gpp's stellen een heldere grens over de toelaatbare hoeveelheid geluid en voorkomen van onbelemmerde groei van geluid door het toenemende verkeer. 4.3.4. Onderzoek Het plan voorziet in de transformatie van 199 bestaande recreatiewoningen en het realiseren van 6 nieuwe woningen gelegen binnen het Park Onze Woudstee te Hierden en maximaal 1

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

32

woning en 9 appartementen in de Herberg Onze Woudstee. Zowel voor de transformatie3 van de recreatiewoning als voor de transformatie van de herberg Onze Woudstee4 is akoestisch onderzoek uitgevoerd in verband met wegverkeerslawaai en met railverkeerslawaai. Omdat na de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan nog 4 eigenaren hebben besloten om als­ nog te transformeren van "Recreatie" naar "Wonen" is een aanvullende akoestische memo5 vervaardigd.

De geluidbelasting op de gevels van de woningen bedraagt zonder maatregelen Lden= 40-61 dB vanwege de Rijksweg A28 en 40-68 dB vanwege de Spoorbaan. Hiermee wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van Lden=48 dB. Uit de berekeningen blijkt dat ten gevolge van het wegverkeerslawaai op de wegen Parallelweg en de Paasloweg de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden.

Afwijken van de voorkeursgrenswaarde tot de maximaal toegestane grenswaarde kan alleen indien maatregelen overwegende bezwaren ontmoeten van financiële, stedenbouwkundige, verkeerskundige of landschappelijke aard. Maatregelen om de geluidbelasting te reduceren worden onderzocht in de volgorde bronmaatregelen en overdrachtsmaatregelen. De Rijksweg A28 is reeds voorzien van ZOAB. Met een nog stiller asfalt, zoals een dunne deklaag, is een reductie van circa 2 dB haalbaar. De voorkeursgrenswaarde wordt ook in dat geval nog steeds overschreden. Het vergroten van de afstand van de woningen tot aan de bron is niet mogelijk. Ook het beperken van het aantal voertuigen is niet mogelijk. Om nagenoeg te kunnen voldoen aan de voorkeursgrenswaarde is een scherm nodig van circa 11 meter hoog en 800 meter lang. Dit is geen reële optie. Met een scherm van 6 meter hoog langs de grens van ProRail en circa 590 meter lang (westelijk deel 363 meter, open ruimte 7,5 meter, oostelijk deel 227 meter) is de geluidbelasting op alle woningen te reduceren tot Lden=53 dB of lager. De geluidbelasting be­ draagt dan 40-53 dB vanwege de A28 en 40-58 dB vanwege de spoorbaan. De meeste wonin­ gen hebben een geluidluwe noordgevel.

Na realisatie van het scherm resteert vaststelling van een hogere grenswaarde van Lden=49-53 dB vanwege de Rijksweg A28 en 56-58 dB vanwege de spoorbaan.

De geadviseerde karakteristieke geluidwering bedraagt Ga^20-24 dB, voor een binnenniveau van 33 dB. Dit is in de meeste gevallen te realiseren door toepassing van een enkele kierdichting op draaiende delen en door toepassing van geluidgedempte ventilatie in de verblijfsruimten. Transformatie van de recreatiewoningen is hiermee vanuit het aspect geluid realiseerbaar.

3 4 5

Groenewold Adviesbureau voor milieu & natuur, Akoestisch onderzoek wijziging bestemmingsplan Park Onze Woudstee Parallelweg 26 Hierden, 2018069, Versie Apr.20-v5, Ermelo, 8 april 2020 Groenewold Adviesbureau voor milieu & natuur, Akoestisch onderzoek transformatie Herberg Onze Woudstee Parallelweg 26 Hierden, 2020-123, Versie Jan21-v4, Ermelo, 8 januari 2021 Groenewold Adviesbureau voor milieu & natuur, Aanvullend memo 4 woningen wijziging bestemmingsplan Park Onze Woudstee Parallelweg 26 Hierden, 2018069, Versie Apr.21-v1, Ermelo, 20 april 2021

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

33

Afbeelding 8: Benodigde hogere waarden transformatie recreatiewoningen. Begane grond

Lden dB 49 50 51 52 53 56 57 58

1e Verdieping 30 10 16 7 3 2 -

1 4 21 42 135 3 1 1

Bron A28 A28 A28 A28 A28 Spoor Spoor Spoor

De geadviseerde karakteristieke geluidwering bedraagt Ga^20-24 dB, voor een binnenniveau van 33 dB. Dit is in de meeste gevallen te realiseren door toepassing van een enkele kierdichting op draaiende delen en door toepassing van geluidgedempte ventilatie in de verblijfsruimten. Transformatie van de recreatiewoningen is hiermee vanuit het aspect geluid realiseerbaar. Bij het onderzoek voor de nieuw te bouwen woningen tussen de Parallelweg en de Herberg Onze Woudstee en voor de appartementen in die Herberg is uitgegaan van de realisatie van het geluidscherm van 6 meter hoog zoals gepland voor de transformatie van de rest van het park. Daarmee is de geluidbelasting vanwege de A28 op alle woningen en appartementen te reduceren tot Lden=53 dB of lager (inclusief aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder). De geluid­ belasting bedraagt dan 51 dB of lager vanwege de spoorbaan en voldoet daarmee aan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB. Alle woningen hebben een geluidluwe noordgevel op de begane grond. Ook de appartementen op de begane grond hebben een geluidluwe gevel. Voor de 3 geplande appartementen op de verdieping is dat ook mogelijk bij een noord-zuid oriëntatie (geluidluwe noordgevel). Voor deze appartementen is wellicht een aparte gezamenlijke geluidluwe buitenruimte te creëren rond het pand.

Uitgaande van realisatie van het geluidscherm langs de spoorbaan van 6 meter hoog is de vaststelling van een hogere grenswaarde van Lden=53 dB vanwege de Rijksweg A28 noodzake­ lijk. De indeling van de appartementen is nog niet bekend. Afbeelding 9: Benodigde hogere waarden transformatie Onze Woudstee. Type Woning 1-4 App 5 App 7-9

Gevel Zuid Oost West Zuid

Begane grond

1e Verdieping 51 -

Aantal 53 53 53 53

Bron 4 A28 1 A28 A28 3 A28

De geadviseerde karakteristieke geluidwering bedraagt Ga^20-26 dB, voor een binnenniveau van 33 dB. In de nieuwe woningen is dit met de huidige eisen ten aanzien van isolatie en me­ chanische ventilatie vrij eenvoudig te realiseren. Bij de appartementen is de vereiste geluidwe­ ring te realiseren door toepassing van een enkele kierdichting op draaiende delen en door toe-

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

34

passing van geluidgedempte ventilatie in de verblijfsruimten. Ook dit plandeel is hiermee vanuit het aspect geluid realiseerbaar. 4.3.5. Bouwbesluit Het Bouwbesluit stelt eisen aan de geluidbelasting in woningen. Het besluit eist een bescher­ mingsniveau van maximaal 33 dB ter plaatse van de verblijfsgebieden. Deze waarde geldt al­ leen voor nieuwbouwwoningen en niet voor woningen waarvan de bestemming getransfor­ meerd wordt naar wonen. Voor het realiseren van geluidgevoelige functies in bestaande ge­ bouwen geldt volgens het Bouwbesluit alleen het rechtens verkregen niveau. Om voor de te transformeren recreatiewoningen, in het kader van een goede ruimtelijke orde­ ning, toch een gelijkwaardig beschermingsniveau te bereiken, is als voorwaarde voor het voe­ ren en vaststellen van een hogere waarde van maximaal 53 dB overeenkomstig de Wet geluid­ hinder, bepaald dat bij transformatie van recreatiewoningen naar woningen een binnenniveau van maximaal 33 dB gegarandeerd moet zijn. Dit sluit aan bij het beleid van de gemeente Harderwijk om een toename van geluidgehinderden te voorkomen.

Woningen waarvoor een hogere waarde moet worden vastgesteld, kunnen op twee manieren aan de voorwaarde voldoen: " Realiseren van voldoende geluidwering van de gevels door het nemen van de volgende maatregelen: n dubbele beglazing; n geluidwerende ventilatieroosters; n kierdichting van draaiende delen en dakbeschot (indien niet geïsoleerd); n gevelisolatie (indien geen stenen spouwmuur aanwezig is); " Realiseren van andere of minder maatregelen waarbij wordt voldaan aan maximaal 33 dB in de woning, aan te tonen door middel van onderzoek. Om de uitvoering hiervan te bewerkstelligen is in de planregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Eigenaren van de recreatiewoningen waarvan de bestemming wijzigt in de bestemming "Wo­ nen" dienen te voldoen aan de hiervoor beschreven verplichting. Deze verplichting zal worden bekrachtigd in de (anterieure) overeenkomst tussen gemeente, Stichting Functiewijziging Park Onze Woudstee en eigenaar. Bij de bouw van de nieuwe woningen zal aan de vigerende Bouwbesluit eisen worden voldaan. Het Bouwbesluit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. 4.3.6. Uit te voeren maatregelen De verplichting tot het treffen van de beschreven geluidwerende maatregelen aan de particulie­ re woningen wordt verankerd in de tussen de Stichting Functiewijziging Park Onze Woud-

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

35

stee/eigenaar en de gemeente te sluiten anterieure overeenkomst. De Stichting Functiewijziging Park Onze Woudstee/eigenaar legt deze verplichting door naar de eigenaren van de particuliere woningen. In de planregels is een gebruiksverbod opgenomen om zeker te stellen dat de aan de woningen te treffen geluidwerende maatregelen binnen 18 maanden na inwerkingtreding van het be­ stemmingsplan zijn uitgevoerd. Het aspect geluid vormt met in achtneming van vorenstaande geen belemmering voor de uit­ voerbaarheid van het plan.

4.4.

Externe Veiligheid

4.4.1. Algemeen Externe veiligheid heeft betrekking op situaties waar een ongeval kan plaatsvinden met gevaar­ lijke stoffen waardoor mensen: " die verder niets met de risicodragende activiteit te maken hebben; " om het leven zouden kunnen komen. 4.4.2. Beoordelingskader Bij externe veiligheid wordt een onderscheid gemaakt in: " externe veiligheid voor inrichtingen; " externe veiligheid voor transport van gevaarlijke stoffen in buisleidingen; " externe veiligheid voor transport van gevaarlijke stoffen over de weg, water en spoor. De kern van het externe veiligheidsbeleid is ruimtelijke scheiding aanhouden (zoneren) tussen (geprojecteerde) kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en risicobronnen. Hiervoor is het noodzakelijk dat te verlenen besluiten over omgevingsvergunningen en bestemmingsplannen onderling goed op elkaar zijn afgestemd. Risicobronnen voor de externe veiligheid zijn bedrijven (inrichtingen) waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn en transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (via weg, water, spoor, buisleidingen). De aan te houden veiligheidsafstanden zijn meestal geba­ seerd op (berekende) risico's en soms op te verwachten effecten bij een calamiteit.

Het huidige beleid voor inrichtingen (bedrijven) is afkomstig uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het beleid voor transportmodaliteiten staat beschreven in het besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het beleid met betrekking tot buisleidingen is opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Binnen het beleidskader voor externe veilig­ heid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

36

Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weerge­ ven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 /jaar PR-contour (die als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden.

Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N), de fN- curve. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risico­ volle activiteit. Dit invloedsgebied wordt doorgaans begrensd door de 1o0o letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald), ofwel door de afstand waarop nog 10 van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen.

In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastge­ legd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht.

4.4.3. Aanwezige risicobronnen Het plangebied ligt binnen de risicocontouren van de volgende risicobronnen: "

hogedruk aardgasleidingen N570-20 deel 1, en A510;

"

snelweg A28

"

spoorlijn Amersfoort - Zwolle (toxisch invloedsgebied).

Aardgastransportleidingen De aardgastransportleidingen hebben respectievelijk een diameter van 36 inch (ontwerpdruk 66,2 bar) en een diameter van 12,5 inch (ontwerpdruk 40 bar). Volgens het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is slechts de PR 10-6-contour rele­ vant als grenswaarde voor (beperkt) kwetsbare objecten. Uit een risicoberekening6 blijkt dat het plaatsgebonden risico voor beide leidingen op de leiding ligt.

6 Omgevingsdienst Noord Veluwe/Omgevingsdienst Veluwe IJssel/Omgevingsdienst Achterhoek, Carola risicoberekening Vakantieparken Woudstee en Dennenhoek te Harderwijk, Definitief, Harderwijk, 26 april 2018

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

37

Afbeelding 10: Verantwoording groepsrisico aardgastransportleidingen. In de plantoelichting wordt bij een volledige verantwoording ingegaan op de volgende onderdelen: * de personendichtheid in het invloedsgebied van de buisleiding en een uitspraak over verwachte toekomstige personendichtheid in het geval er concrete ontwikkelingen in het invloedsgebied zijn; * de mogelijkheden tot bestrijding en beperking van rampen; * de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van personen in het plangebied; * het GR per kilometer buisleiding vergeleken met de oriënterende waarde; * de maatregelen die door de exploitant worden genomen ter beperking van het GR; * alternatieve mogelijkheden voor een ruimtelijke ontwikkeling met een lager GR en de voor- en nadelen daar­ van. Verantwoording VNOG Omdat de hogedruk aardgasleiding N-570-20 op relatief korte afstand van het plangebied ligt wordt geadviseerd de volgende (bouwkundige) maatregelen (zie tevens artikel 2.4 van de Regeling Bouwbesluit 2012): * beperk het glasoppervlak van de recreatiewoningen en objecten - indien relevant - aan de zijde van de ho­ gedruk aardgasleiding, het spoor en de A28. * tref voorzieningen in objecten zodat de (mechanische) ventilatie (evt. op afstand) afgeschakeld kan worden bij een incident met een toxische (vloei)stof of een brand in de omgeving van het pand.

* zorg voor een opgeleide en getrainde BHV-organisatie bij het recreatiepark. Een BHV-organisatie kan er toe bijdragen dat het handelingsperspectief van de aanwezige personen wordt vergroot in geval van een incident bij Park Onze Woudstee of bij een incident in de omgeving ervan (brand in object/bosschage of bij incident op het spoor/ in de omgeving). Borging van deze maatregel zal door middel van een voorschrift in de omgevingsvergunning (onderdeel: bouwen) moeten plaatsvinden. Bestrijdbaarheid - bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid Het plangebied is via de openbare weg voldoende bereikbaar voor hulpverleningsdiensten. Het plangebied be­ vindt zich aan de rand van Hierden. De bluswatervoorziening in de nabijheid van het plangebied is beperkt. Op het terrein zijn 3 blusputten aanwezig. Voor wat betreft het plangebied is het van belang dat - ten behoeve van een adequate (geneeskundige) hulpverlening - er rekening wordt gehouden met onderstaande bereikbaarheidsaspecten: * creëer voor ambulances een goede bereikbaarheid door minimaal twee toe- en uitgangswegen te realiseren (N.B. Park Onze Woudstee beschikt over 6 toegangspoorten).

Voor ambulances is het namelijk niet alleen van belang om zo snel mogelijk bij objecten te komen, maar ook om zo snel mogelijk weer weg te kunnen rij­ den zonder hinder te ondervinden van andere (hulpverlenings)voertuigen; * ambulances dienen dichtbij woningen geparkeerd te kunnen worden. Obstakels op de weg, de stoep en het terrein dienen dus zodanig te worden ingericht dat ambulances snel en goed bij een object kunnen komen en dat brancards over de stoep kunnen worden vervoerd. Het beperken van verhogingen van de stoep, trappen, paaltjes, drempels e.d. draagt bij aan een goede bereikbaarheid van de bouwwerken voor ambulances en brancards; * zorg voor een eenduidige, duidelijke bewegwijzering van het terrein en de woningen, waarbij (straat­ naamborden en (huis)nummers zodanig zijn geplaatst, dat bij een calamiteit duidelijk is waar de hulpverle­ ners naar toe moeten; * om bouwwerken voor brancards goed begaanbaar te houden, is het van belang om met name de ingang begaanbaar te houden. Grind voor de ingang en het gebruik van grote rubberen ringmatten vormen voor am­ bulancepersoneel en het slachtoffer op de brancard namelijk een obstakel. Een schoonloopmat is een goed alternatief om binnen bij de ingang te plaatsen.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied

Park Onze Woudstee

38

Zelfredzaamheid De zelfredzaamheid van de burgers kan vergroot worden door het gebruik van NL-alert. Hierop wordt door de overheid de komende jaren verder geïnvesteerd. Burgers zullen echter zelf het initiatief moeten nemen om hun mobiele telefoon hiervoor geschikt te maken (zie: http://www.crisis.nl/nl-alert). Andere maatregelen die getroffen kunnen worden om de zelfredzaamheid te vergroten is het realiseren van voorzieningen waarmee de (mechani­ sche) ventilatie - eventueel op afstand - afgeschakeld kan worden, als sprake is van een incident (spoor en A28) waarbij een toxische gaswolk ontstaat of een brand waarbij sprake is van grote rookvorming in de omgeving van het recreatiepark. De zelfredzaamheid van bewoners op het recreatiepark kan worden vergroot door hen te atten­ deren op deelname aan 'Stan the CPR network' [voorheen Hartveilig Wonen]. Dit is een hulpsysteem waarbij vrijwilligers opgeroepen kunnen worden om iemand te reanimeren (met AED), in afwachting van een ambulance. Deelname aan 'Stan the CPR network' kan levens redden. Zelfredzaamheid - natuurbrandrisico Recreatiepark Onze Woudstee bevindt zich in een bosrijke omgeving. Daarom vraagt VNOG natuurbrandpreventie in de omliggende bosschage vragen nadrukkelijk aandacht. Het is namelijk niet ondenkbaar dat een (natuur)brand ontstaat als gevolg van de vonken van aanlopende remmen van een trein.

Zaken waarmee de veilig­ heid kan worden vergroot kunnen zijn: * Het beperken van brandrisicovolle vegetatie (soort, samenstelling en compartimenten) rondom objecten. Denk dan aan het inrichten van bufferzones met bijvoorbeeld loofhout waardoor de kans op uitbreiding naar bouwwerken wordt verkleind. * Door voldoende afstand te creëren tussen vegetatie en bouwwerken kan de kans op branduitbreiding (naar het bos of naar het bouwwerk) worden verkleind. * Tref fysieke maatregelen die de ontvluchting van het recreatiepark en de bouwwerken te verbeteren. * Laat de eigenaar aandacht besteden aan de planvorming ter voorbereiding op een grootschalige ontruiming. Ook hier wordt het belang van een opgeleide en getrainde BHV-organisatie onderschreven. Voor de aardgasleiding A-510 is geen groepsrisico berekend in de bestaande en nieuwe situa­ tie. Voor de aardgasbuisleiding N-570-20 is wel een groepsrisico berekend. Deze is in de huidi­ ge en nieuwe situatie gelijk. Omdat het groepsrisico onder 1007o van de oriëntatiewaarde blijft en niet meer dan 1007o toeneemt, kan volstaan worden met een beperkte verantwoording, conform het Bevb artikel 12, lid 1 en 3.

Uit de berekeningen met het programma Carola volgt dat de wijziging van de bestemming het groepsrisico niet significant toeneemt. De Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) heeft op 18 februari 2019 advies uitgebracht met betrekking tot het groepsrisico.

Snelweg A28 Uit een Risicoberekening transport gevaarlijke stoffen A287 blijkt dat de Rijksweg A28 een plasbrandaandachtsgebied van 30 meter heeft. Het plangebied ligt niet binnen het plasbrandaandachtsgebied. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de rijksweg A28. De PR 10-6-contour is niet aanwezig. Dit komt overeen met de gegevens in het basisnet. De basisnetafstand ofwel het

7 Omgevingsdienst Noord Veluwe/Omgevingsdienst Veluwe IJssel/Omgevingsdienst Achterhoek, Risicoberekening rijksweg A28 Vakantieparken Onze Woudstee en Dennenhoek Harderwijk, Definitief, Harderwijk, 26 april 2018

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

39

plaatsgebonden risico 10-6 vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van woningen in het plangebied Onze Woudstee en Dennenhoek in Harderwijk. Uit een berekening van het groepsrisico blijkt er geen waarneembare verschillen zijn tussen de huidige en de toekomstige situatie. Daarom kan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico worden volstaan. Afbeelding 11: Verantwoording groepsrisico A28. In de plantoelichting wordt bij een beperkte verantwoording ingegaan op de volgende onderdelen: * de mogelijke aanwezigheid van een plasbrandaandachtsgebied en de ligging van dit gebied ten opzichte van het plangebied; * de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg; * voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet; de veiligheidsregio moet in de gelegenheid worden gesteld om advies uit te brengen met betrekking tot de voorbereiding van bestrijding tot beperking van de omvang van rampen en de zelfredzaamheid van de aan­ wezige personen. Verantwoording (bron: Oranjewoud, Gezamenlijke beleidsvisie externe veiligheid gemeenten in de regio Veluwe-Noord, projectnr.

249182, revisie 1.2, juni 2013) Ontwikkeling groepsrisico * Het plangebied ligt op circa 80 meter afstand van de A28 en 50meter van de spoorlijn, binnen de 200 meter zone. Het groepsrisico is rekentechnisch vastgesteld en blijkt in de huidige en toekomstige situatie niet te ver­ schillen en onder de oriëntatiewaarde te liggen. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico * De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is op deze grote afstand tot de risicobron geen item. Zoals gesteld heeft op deze afstand een toe- of afname van perso­ nendichtheid geen invloed op het groepsrisico. Daarnaast is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen is in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. Veiligheidsmaatregelen aan de bron zijn daarom niet realistisch. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval * Ook het bestrijdbaarheid vraagstuk speelt op deze afstand van de risicobron niet. Bestrijding vindt plaats bij de bron. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid "

In geval van een calamiteit moeten personen kunnen schuilen. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters.

"

Nieuwe bouwwerken zijn goed geïsoleerd, waardoor ze een goede bescherming bieden tegen het binnen­ dringen van het toxisch gas. Belangrijk is wel dat luchtbehandelinginstallaties met één druk op de knop uit te schakelen zijn. Dit is echter niet af te dwingen in deze ruimtelijke procedure.

Uit de berekening van het groepsrisico is gebleken dat het groepsrisico in de huidige situatie onder 100Zo van de oriëntatiewaarde ligt. Tevens is er geen significant verschil in het groepsrisi­ co zichtbaar tussen de huidige situatie en de situatie met de ontwikkeling van 289 woningen vakantieparken Onze Woudstee en Dennenhoek in Harderwijk. Conform het Bevt is een ver­ antwoording van het groepsrisico alleen noodzakelijk bij toename van het groepsrisico of een groepsrisico boven de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico ligt beneden 1007o van de oriëntatie­ waarde. Conform het Bevt artikel 8, lid 2, onder a, mag de gedetailleerde toelichting op het

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

40

groepsrisico zoals uiteengezet in lid 1, buiten beschouwing gelaten worden. Wel dient conform het Bevt artikel 7 aandacht besteed te worden aan de rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Op grond van artikel 9 van het Bevt dient de Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland (VNOG) om advies gevraagd te worden.

Spoorlijn In verband met het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor op het traject AmersfoortZwolle is een risicoberekening8 uitgevoerd welke veiligheidsrisico's er hierdoor zijn. Uit de bere­ kening blijkt dat op het traject Amersfoort-Zwolle sprake is van een 10-6-contour. Dit komt over­ een met de gegevens in het basisnet. De basisnetafstand ofwel het plaatsgebonden risico 10-6 vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van woningen in het plangebied Onze Woudstee en Dennenhoek in Harderwijk.

Uit de berekening van het groepsrisico is gebleken dat het groepsrisico in de huidige situatie onder 100Zo van de oriëntatiewaarde ligt. Tevens is er geen significant verschil in het groepsrisi­ co zichtbaar tussen de huidige situatie en de situatie met de ontwikkeling van woningen vakan­ tieparken Onze Woudstee en Dennenhoek in Harderwijk. Conform het Bevt is een verantwoor­ ding van het groepsrisico alleen noodzakelijk bij toename van het groepsrisico of een groepsri­ sico boven de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico ligt beneden 1007o van de oriëntatiewaarde. Conform het Bevt artikel 8, lid 2, onder a, mag de gedetailleerde toelichting op het groepsrisico zoals uiteengezet in lid 1, buiten beschouwing gelaten worden. Wel dient conform het Bevt arti­ kel 7 aandacht besteed te worden aan de rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Op grond van artikel 9 van het Bevt dient de VNOG om advies gevraagd te worden.

Uit toetsing aan de signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het onderhavige bestemmings­ plan betrekking heeft op het mogelijk maken van (beperkt) kwetsbare objecten binnen het invloedsgebied van toxische stoffen over de Amersfoort - Zwolle en gedeeltelijk binnen de 200 meter van de transportroute.

Op basis van het Bevt dient voor een ruimtelijk besluit buiten de 200 meter vanaf de transport­ route ingegaan te worden op: "

de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een

"

de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg,

ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater;

spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet. Dit is alleen van toepassing op nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten.

8 Omgevingsdienst Noord Veluwe/Omgevingsdienst Veluwe IJssel/Omgevingsdienst Achterhoek, Risicoberekening Spoor Vakantieparken Onze Woudstee en Dennenhoek Harderwijk, Definitief, Harderwijk, 26 april 2018

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

41

Daarnaast stelt het Bevt dat de Veiligheidsregio in de gelegenheid gesteld moet worden om advies uit te brengen over de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Uit de notitie 'VGR voor standaard externe veiligheidssituaties' blijkt dat wanneer het plangebied van een ruimtelijk besluit buiten de 200 meter zone van een transportroute ligt en het besluit geen objecten toestaat voor verminderd zelfredzame personen, er sprake is van een standaard externe veiligheidssituatie. Voor deze situaties wordt de standaardverantwoording van het groepsrisico gehanteerd (zie afbeelding 11).

Een deel van het plangebied is echter ook gesitueerd binnen die 200 meter zone. Omdat in dit geval het groepsrisico in de huidige situatie onder 100Zo van de oriëntatiewaarde ligt en er te­ vens geen significant verschil is in het groepsrisico zichtbaar tussen de huidige situatie en de toekomstige situatie, kan ook voor die zone worden volstaan met een standaardverantwoording van het groepsrisico.

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de planontwikkeling.

4.5.

Geur De gemeente Harderwijk heeft het volgende in het milieubeleidsplan opgenomen: "De gemeen­ te past de landelijke wet- en regelgeving met betrekking tot geur toe om te streven naar zo min mogelijk geurhinder in de gemeente en om zo, op lokaal niveau de stad én het buitengebied leefbaarder, duurzamer, veiliger en gezonder te maken.

Ten noordwesten van het plangebied is aan de Beekhuizerweg 1 een intensieve veehouderij (vleeskalveren en vleeseenden) gevestigd. Uit geurhinderonderzoek9 dat is uitgevoerd ten be­ hoeve van het bestemmingsplan De Dennenhoek blijkt dat de geurnorm van 14,0 OUE/m3 op de woningen in Onze Woudstee niet wordt overschreden.

Er ontstaat geen strijdigheid met de geldende wet- en regelgeving met betrekking tot geur af­ komstig van agrarische bedrijven omdat er sprake is van vergund recht.

4.6.

Luchtkwaliteit Algemeen De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implemen­ tatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgeven­ de stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen.

9 EnviVice, Geuronderzoek ten behoeve van milieuplanologische haalbaarheid woningbouw Dennenhoek Hierden, R EV-01758a, Berghem, 22 juni 2018

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

42

De wet stelt bij een (dreigende) grenswaardenoverschrijding aanvullende eisen en beperkingen voor ruimtelijke plannen die 'in betekenende mate' leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast moet uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening afgewogen worden of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij speelt de blootstelling aan lucht­ verontreiniging een rol, ook als het plan 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de luchtveront­ reiniging. De structuurvisie Vitale Vakantieparken vermeldt met betrekking tot het aspect Luchtkwaliteit het volgende: "De transformatie van de woningen leidt niet tot een 'in betekenende mate' ver­ slechtering van de luchtkwaliteit. Volgens de ministeriële regeling NIBM draagt een plan van deze omvang (minder dan 1.500 woningen) niet in betekenende mate bij aan de luchtverontrei­ niging. Hierbij wordt uitgegaan van de realisatie van nieuwe woningen. In dit geval is al sprake van recreatiewoningen met bijbehorende verkeersbewegingen, waardoor de daadwerkelijke verslechtering van de luchtkwaliteit minimaal is. Verder worden in totaal maximaal 15 woningen toegevoegd. Toetsing aan de grenswaarden is derhalve niet noodzakelijk. Verder voldoet de locatie van Onze Woudstee aan de wettelijke grenswaarden voor stikstofdi­ oxide en fijn stof.

Uit de atlas voor de leefomgeving (peiljaar 2018, bron: www.atlasleefomgeving.nl) blijkt dat de achtergrondconcentratie stikstofdioxide (17,3 microgram per m3) en fijn stof (17,5 microgram per m3) zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 microgram per m3 bevinden. De concentratie zeer fijn stof (10,2 microgram per m3) be­ vindt zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 20 microgram per m3. Uit een inventarisatie die is uitgevoerd in het kader van de Structuurvisie Vitale Vakantieparken (pagina 46) blijkt dat er geen pluimveehouderijen in de nabijheid van de parken zijn gesitueerd, die de grenswaarde voor fijnstof overschrijden. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.7.

Bedrijven en milieuzonering Algemeen Milieuzonering voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelas­ tende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten ( zoals bedrijven) en gevoelige functies ( zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardba­ re voorwaarden te vestigen. Indien door middel van een plan nieuwe milieugevoelige functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu mogelijk is. Anderzijds mogen omliggende

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Buitengebied - Park Onze Woudstee

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=102ee312-66cc-4328-9c76-946e691c4405