CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Risicoanalyse NC - Project Windturbines Lorentz - Gemeente Harderwijk - 18-9-2025

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Windpark Lorentz28.665 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Fragment met daarop aangegeven de locaties voor de nieuwe windturbines en met daaromheen de contouren van de veiligheidszones (aangeleverd door de gemeente per mail van 3 september 2025)

Via de voorgestane BOPA wordt ingezet om een windpark van drie moderne windturbines met bijbehorende kraanopstelplaatsen , infrastructuur , technische ruimte (meterkasthuisje) en bekabeling te realiseren. De beoogde windturbines krijgen een tiphoogte van ten hoogste 146 meter. In de onderstaande afbeelding is een en ander weergegeven. 24

STEENHUIJS

E o

T = x kj

Rotorblad

E v

E) 8

45 ES

F

Fundenng

Bron:

De

Bestemmingsplan “Lorentz

effecten

-

Partiële

Herziening Windmolens”, Toelichting

bladzijde

16

eerder beoogde windturbines zijn als effecten van het alternatief 2a in de MER beschreven en inmiddels is er aanvullend onderzoek op deze

van

doorlopen procedure

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

4.2.2 Het bedrijventerrein Lorentz Lorentz is een bedrijventerrein dat nog in ontwikkeling is. Zo is het bedrijventerrein onlangs uitgebreid met nieuwe uitgeefbare kavels ten oosten van het huidige bedrijventerrein. Ook is de Lorentzhaven uitgebreid met een opgespoten stuk in het Veluwemeer. Dit opgespoten land biedt plaats aan twee van de drie windturbines (wt1 en wt2). Bedrijventerrein Lorentz is een gezoneerd industrieterrein. Momenteel bevinden zich ter plaatste van de planlocaties geen gebouwen of activiteiten. Ter hoogte van wt1 en wt2 is de grond bouwrijp gemaakt, maar zijn er nog geen gebouwen. Ter hoogte van wt3 ligt een grasveld met struiken en bomen dat geen specifieke gebruiksfunctie heeft en behoort tot het terrein van de RWZI. Het plangebied grenst aan Natura 2000-gebied Veluwerandmeren. Binnen dit gebied wordt prioriteit gegeven aan behoud en herstel van natuurwaarden.

Daarnaast

recreatiegebied

(oeverrecreatie

Er vindt

op

kleine

schaal

waterstaatkundig gezien

vervullen en

de

randmeren

een

belangrijke

functie

als natuur-

en

toervaart).

ook vrachtvervoer per schip functioneren als eindboezem

plaats, terwijl voor

het oude

de randmeren land.

25

STEENHUIJS 4.2.3 Milieueffecten In het “Onderzoek milieunormen windenergie Windpark doo het volgende te lezen.

Lorentz

(geanonimiseerd)

Harderwijk”, opgesteld

De gemeente Harderwijk is voornemens drie windturbines ruimtelijk mogelijk te maken op bedrijventerrein Lorentz. Deze windturbines dragen bij aan de hoeveelheid duurzame energie die in de gemeente opgewekt wordt. De gemeente ambieert namelijk een CO2-reductie van 45% in 2031. Windenergie zal hier een grote bijdrage aan leveren. Als en

gevolg van de uitspraak van de ABRvS van 30 juni 2021 inzake het Activiteitenbesluit -regeling als kader kan voor een beoordeling van de aanvaardbaarheid van een

milieueffect van windturbines niet meer worden verwezen naar de in dit besluit daarover opgenomen normen (de windturbinebepalingen). Er is een nieuw besluit over deze landelijke normen in voorbereiding. Hiervoor is een ontwerpbesluit eind 2023 gepubliceerd. Het definitieve besluit over deze normen en de inwerkingtreding zijn echter voor een onbekende termijn uitgesteld, waardoor onduidelijk is wanneer een besluit op basis van nieuwe landelijke normen kan worden genomen. Om die reden zal het bevoegd gezag, de gemeente Harderwijk, eigen normen stellen. Waar mogelijk en relevant wordt daarbij ook aangegeven hoe deze zich verhouden tot de voorgestelde normen in het ontwerpbesluit van het Rijk. Om deze redenen is in de genoemde rapportage voor de milieuthema's die genormeerd waren in Activiteitenbesluit en -

regeling e

(geluid, slagschaduw, inzichtelijk gemaakt

externe

welke

veiligheid

effecten

lichtschittering):

en

verwacht

kunnen

worden

bij

realisatie

van

windturbines e

aangegeven

e

inzichtelijk inzichtelijk project en

e

of de

aan de hand van welke criteria en (reken)methodieken deze effecten kunnen worden gemaakt en beoordeeld gemaakt hoe deze effecten zich lokaal manifesteren in het beoogde

methodiek van aspecten, voldoende aanvaardbaar woon-

Over “Geluid het volgende

van

de normstelling, informatie geeft en leefklimaat.

windturbines”

wordt

rekening om

te

houdend met alle relevante kunnen toetsen aan een

in Hoofdstuk

2

van

het onderzoek

onder

meer

geschreven.

Net

als alle andere mechanische installaties produceren windturbines geluid. Dit geluid wordt deels veroorzaakt door de bewegende onderdelen in de gondel, maar is voornamelijk afkomstig van de bladen die door de lucht ‘zoeven’. Het geluid van windturbines kan als hinderlijk worden ervaren. Net als voor andere geluidbronnen waaronder wegverkeersgeluid, industriegeluid, railverkeer- en luchtvaartgeluid is het wenselijk om normen vast te leggen voor de hoeveelheid geluid die mag optreden op de omgeving teneinde de hinder hiervan te beperken tot een aanvaardbaar niveau. Met het beperken van het geluid tot een aanvaardbaar niveau is tevens sprake van een beperking van gevolgen in het kader van de bescherming van het milieu. Om te komen tot een normstelling speelt het daadwerkelijk optredende geluidniveau, de betreffende omgeving en de hinderlijkheid van het specifieke geluid een rol.

26

De geluidbelasting dient in decibel (dB) L den of dB L night te worden uitgedrukt. De geluidbelasting in dB L den wordt ook wel de dag-avond-nachtgeluidbelastingsindicator genoemd. L den is een berekend gewogen jaargemiddelde van de geluidbelasting tijdens de dag- , de avond- en de nachtperiode. De avond- en nachtperiode krijgen een opslag van respectievelijk +5 en +10 omdat in deze periode geluid hinderlijker wordt ervaren en deze periodes worden derhalve zwaarder meegewogen. De geluidbelasting in dB L night is de nacht-geluidbelastingsindicator. Voor het bepalen van de hinder wordt gebruik gemaakt van L den . L night wordt gebruikt om effecten die kunnen leiden tot slaapverstoring te bepalen. Voor bijzondere geluidbelasting situaties zijn aanvullende indicatoren tevens mogelijk. Redenen hiervoor kunnen bijvoorbeeld zijn: • • •

Combinatie van geluid uit verschillende bronnen; Relatief stille zones in het buitengebied; De lage frequentiecomponent (LFG) van het geluid is sterk.

Windturbinegeluid is , ten opzichte van andere geluidbronnen , relatief constant van karakter. De maximale optredende geluidniveaus die door een windturbine worden veroorzaakt zijn circa 2-4 dB(A) hoger dan het optredende jaargemiddelde geluidniveau van een windturbine. Bij een geluidbelasting van 47 dB L den op een punt is het daadwerkelijk optredende gemiddelde geluidniveau op de gevel (bij hoge windsnelheden op ashoogte) circa 43-45 dB(A). De hoeveelheid geluid die een windturbine produceert is afhankelijk van het geluidsbronvermogen van de windturbine. Het geluid van een windturbine kan desgewenst worden beperkt door toepassing van een voorziening op de bladen of door het vermogen te reduceren. Dit leidt tot verlies van energieproductie. De hoeveelheid geluid heeft tevens een rechtstreeks verband met de optredende windsnelheid. Tot een bepaalde windsnelheid neemt de geluidproductie toe , vanaf deze specifieke windsnelheid blijft de geluidproductie gelijk. De windsnelheid is door het KNMI voor geheel Nederland op ashoogtes tussen 10 en 260 meter boven het maaiveld beschikbaar gesteld. Met deze verdelingen kan een goede voorspelling per beoordelingsperiode worden gegeven van de te verwachten geluidbelasting op de omgeving.

Gezien het constante karakter van windturbinegeluid (de verschillen tussen dag- , avonden nachtperiode zijn beperkt) is er op zichzelf geen aanleiding een L night normering te hanteren aanvullend op een L den -normering . Bij constante geluidniveaus bedraagt het verschil tussen de geluidbelasting in dB L den en dB L night circa 6 dB en biedt een aparte norm voor L night geen extra bescherming , tenzij deze 7 dB of meer lager is dan de L den normering. Daarnaast kan er op basis van onderzoeken nog geen conclusie worden getrokken over de samenhang tussen geluid van windturbines en slaapverstoring. De WHO geeft in haar rapport van 2018 dan ook geen advies over een L night -norm voor windturbines. Blootstelling aan geluid kan leiden tot hinder of stressgerelateerde klachten , met name in de nachtperiode wanneer dit kan leiden tot slaapverstoring. Een recent literatuuronderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) concludeert hierover specifiek voor windturbines dat “wonen in de buurt van een windturbine of het horen van geluid van windturbines kan leiden tot chronische hinder onder omwonenden”. Voor andere gezondheidseffecten (slaapverstoring , slapeloosheid en geestelijke gezondheidseffecten) ontbreekt overigens consistent bewijs.

27

In 2018 heeft de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) een rapport uitgebracht ten aanzien van geluidrichtlijnen voor verschillende geluidbronnen binnen de Europese Unie. In aansluiting op de bevindingen van het RIVM volgt uit dit rapport ook dat er geen andere gezondheidseffecten dan hinder optreden als gevolg van de aanwezigheid van windturbinegeluid. Op basis van diverse onderzoeken wordt door de WHO gesteld dat op basis van een geluidniveau van 45 dB Lden ongeveer 10% van de omwonenden ernstige hinder buitenshuis ervaart. Het bewijs dat dit leidt tot gezondheidseffecten wordt echter aangemerkt als van lage kwaliteit. Er wordt geen percentage binnenshuis genoemd , noch wordt aangegeven welke percentages verwacht worden bij andere geluidbelastingen. Omdat de kwaliteit van dit bewijs als laag wordt beschouwd , is het advies wat hieruit voortkomt , door de WHO , aangeduid als voorwaardelijk.

In het rapport wordt verder opgemerkt dat effecten veroorzaakt door de houding tegenover windturbines moeilijk zijn los te koppelen van de beleving van geluid , dat het percentage van de bevolking dat wordt gehinderd door windturbinegeluid beperkt is ten opzichte van gehinderden door andere geluidbronnen en dat wordt verwacht dat zorg voor communicatie , betrokkenheid en raadpleging van omwonenden tijdens het planningsproces een positieve invloed kan hebben op de beleving van de milieueffecten van windturbines. Om de geluidsbelasting door windturbines te berekenen is een rekenmethodiek vereist die rekening houdt met de specifieke eigenschappen van windturbinegeluid. Het Rekenen meetvoorschrift windturbines is specifiek opgesteld voor het berekenen van windturbinegeluid. De overdrachtsberekeningen van deze rekenmethode zijn integraal overgenomen van de ”Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai“ (HMRI) , uitgave 1999 van het Ministerie van VROM , methode II. 8. De HMRI is op zijn beurt op vele fronten vergelijkbaar met ISO 9613-2 , de volgens de EU-richtlijn aanbevolen methode voor overdrachtsberekeningen voor industriegeluid (windturbinegeluid wordt niet genoemd in de EU-richtlijn). Het Reken- en meetvoorschrift windturbines is gebaseerd op de HMRI , maar is aangevuld met onderdelen die specifiek voor windturbines van belang zijn.

Zo komt de beschreven methode om geluidbronmetingen uit te voeren grotendeels overeen met de methode die in IEC 61400-11 wordt beschreven. Daarnaast worden , om de jaargemiddelde geluidemissie van een windturbine te bepalen , windsnelheidsverdelingen beschikbaar gesteld op ashoogtes tussen 10 en 260 meter. Het Reken- en meetvoorschrift windturbines is daarmee de best beschikbare methode voor het bepalen van windturbinegeluid. Op basis van voorgenoemde redenen wordt het Reken- en meetvoorschrift windturbines dan ook toepasbaar geacht om geluidberekeningen uit te voeren voor windturbinegeluid. De methodiek in het Reken- en meetvoorschrift is de best beschikbare methode waarmee de gevolgen voor het milieu inzichtelijk kunnen worden gemaakt. Als rekenmodel is gebruik gemaakt van een akoestisch rekenmodel in Geomilieu®. Dit rekenmodel bevat informatie over de bodemgebieden voor het berekenen van de geluidoverdracht en toetspunten ter plaatse van gevoelige objecten. De modellering en de overdrachtsberekening zijn uitgevoerd conform het Rekenen meetvoorschrift windturbines. Over de lokale situatie voor het project Lorentz Harderwijk wordt vervolgens in het onderzoek het volgende geschreven. Bij de beoordeling van geluid wordt primair gekeken naar de effecten op geluidgevoelige objecten. In dit verband betreft dat woningen , niet zijnde bedrijfswoningen.

De bedrijfswoningen op het bedrijventerrein zijn wel meegenomen in het onderzoek , maar zijn in principe niet geluidgevoelig omdat zij door de ligging op een bedrijventerrein of bij een bedrijf reeds geluidhinder kunnen ondervinden als gevolg van de nabijheid van bedrijven. 28

STEENHUIJS Scholen of bijvoorbeeld ziekenhuizen kunnen ook geluidgevoelig zijn , maar deze zijn binnen de invloedssfeer van de windturbines niet aanwezig. Overige objecten en terreinen worden niet beschermd tegen andersoortige geluidbronnen en worden daarom voor windturbinegeluid eveneens buiten beschouwing en normering gelaten. Ten behoeve van het MER in 2019 en het vast te stellen bestemmingsplan in 2020 is er door (geanonimiseerd) een uitgebreid geluidsonderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting van windturbines in het kader van het MER en de bestemmingsplanprocedure. Bij het vast te stellen bestemmingsplan is uitgegaan van en een rotor van type (geanonimiseerd) met een ashoogte varlllheter (geanonimiseerd) De van deze turbines is boven maaiveld. (geanonimiseerd) tiphoogte (geanonimiseerd) Op basis van dit Bllmeter is dat deze binnen de turbinetype destijds geconcludeerd paste toenmalige wetgeving en dB Lden 47 bij geluidgevoelige objecten). Vanwege veranderende normering (maximaal inzichten en veranderingen in wetgeving en normering ten aanzien van windturbines is nu evenwel een ander type windturbine onderzocht en vergeleken met de situatie in 2020. Het gaat om de (geanonimiseerd) met een hubhoogte van maximaal (geanonimiseerd) meter en een tiphoogte van eveneens maximaal (geanonimise rd) met boven maaiveld in verband met de hoogtebeperking die ter plaatse geldt.

De invoergegevens van de gebruikte rekenmodellen , waaronder de beoogde locaties van de windturbines , zijn weergegeven in bijlage 1 van het onderzoek. Er wordt steeds uitgegaan van 3 windturbines van hetzelfde type. Voor de beoordeling van het geluidniveau vanwege de windturbines is op een groot aantal toetspunten de geluidbelasting berekend. Dit is gedaan op verschillende hoogtes , waarbij de hoogste waarde per gebouw als uitgangspunt is gehanteerd. Ter informatie is ook een rekenpunt op het (geanonimiseerd) opgenomen (RP-10) , dit is geen gevoelig object , maar omdat er zorgen zijn geuit door de eigenaar is hier ook een rekenpunt geplaatst. De volledige rekenresultaten zijn weergegeven in bijlage 2 van het onderzoek. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de berekende waarden met de (geanonimiseerd) n de thans berekende waarden met de MN (geanonimiseerd) Tevens is het verschil aangeduid.

BM

recreatieterrein

29

STEENHUIJS Tabel 2-3 Rekenresultaten uit 2020

en

2025 met elkaar vergeleken

(geanonimiserd)

kl

Ke el No

|

ge

4 4

JE || Fed

EN

4 Kel erf Kel

|

EN

al

Bovenstaande

tabel laat zien dat de maximale geluidbelasting bij woningen door de nu windturbines van (geanonimiseerd) is. Dit is 1 dB lager dan in 2020 werd (geanonimise rd)dviseerd berekend. De waarde die door de WHO wordt als maximale waarde is 45 dB Lden. Op het eiland ' een maximale waarde van 41 dB Lagen berekend , ruim (geanonimiseerd) e. onder de WHO adv Bij de bedrijfswoningen wordt in de regel een maximum van 65 dB Lagen toegelaten. Als gevolg van de windturbines is een waarde van maximaal 47 dB Lagen berekend. Dit is gelijk aan de norm voor woningen zoals die in Nederland gold vóór het Névele-arrest.

voorgestelde

|

7

30

STEENHUIJS In het onderzoek van 2020 is ook de cumulatie van geluid berekend vanwege de diverse bronnen voor geluid: industrie , verkeer en de windturbines. Uit die beschouwing bleek dat de gecumuleerde geluidbelasting bij gevoelige bestemmingen ten opzichte van de referentiesituatie alleen aan de ((geganeonaimnisoeenrdi)miseerd) met 1 dB toenam , terwijl de geluidbelasting MN als gevolg van de windturbines op deze woningen maximaal 40 dB Lden bedroeg (zie ook bovenstaande tabel). Die toename werd gekwalificeerd als niet waarneembaar , zeker omdat het industrielawaai en het wegverkeerslawaai hier veel nadrukkelijker aanwezig zijn (respectievelijk met 54 en 55 dB Lden). Omdat het berekende geluid van de nu voorgestelde windturbines 1 a 2 dB lager is , is deze conclusie nog steeds valide: als er al een toename van het geluid is in de cumulatie , is deze zeker niet waarneembaar. Voor bleek in 2020 dat in het cumulatieve vooral het verkeerslawaai overige woningen geluid bepalend was. Voor de bedrijfswoningen was , zoals te verwachten , vooral het industrielawaai bepalend. Ook hier was op enkele punten een toename van maximaal 1 (geanonimiseerd) dB , welke als niet of nauwelijks waarneembaar kwalificeert. Alleen op het eiland was een toename van het cumulatieve geluid van circa 3 dB te verwachten die gekwalificeerd kon worden als juist waarneembaar.

Voor windpark Lorentz is derhalve gebleken dat de windturbines niet of nauwelijks van invloed zijn op het akoestische klimaat ter plaatse van hiervoor gevoelige objecten. Ook voor andere objecten zoals bedrijfswoningen en het recreatie (geanonimiseerd) aanvullende normen of voorschriften eveneens geen voorgesteld , omdat de dat de windturbines of aan het akoestische klimaat. niet aangeven nauwelijks bijdragen

e rberekeninrgenr

Over “Slagschaduw van windturbines (en zonlichtreflectie)” van het onderzoek onder meer het volgende geschreven.

wordt

in Hoofdstuk

2

De draaiende rotorbladen van windturbines kunnen een bewegende schaduw op hun omgeving werpen op het moment dat de zon schijnt. Deze zogenaamde ‘slagschaduw’ kan onder bepaalde omstandigheden als hinderlijk worden ervaren door personen in de omgeving. Daarnaast kan (zon)licht reflecteren van onderdelen van de windturbine , dit wordt ‘lichtschittering’ genoemd. Beide fenomenen kunnen zich alleen voordoen indien er sprake is van zonneschijn. In bewolkte weersomstandigheden treden deze effecten niet op. Gladde

glimmende oppervlakken (bijvoorbeeld glas , maar ook geschilderde oppervlakken) kunnen invallend zonlicht reflecteren. Wanneer dit licht bij de ontvanger aankomt kan dit een hinderlijk (verblindend) effect hebben of tot gevaarlijke situaties leiden , bijvoorbeeld voor wegverkeer. Dit effect kan echter eenvoudig worden voorkomen door de betreffende objecten en oppervlakken te voorzien van een anti-reflecterende coating of gebruik te maken van niet reflecterende materialen. Voor windturbines is dit standaardpraktijk en wordt dit geborgd door reflectiewaarden te controleren via de certificering en de NEN EN-ISO 2813 of een daaraan ten minste gelijkwaardige meetmethode. Er is daarmee geen noodzaak tot het opnemen van nadere regels of voorschriften om gevolgen van lichtschittering te beperken. en

De impact van slagschaduw op de omgeving verschilt sterk , afhankelijk van de locatie van de windturbine , de locatie van de plek waar een waarnemer verblijft , de afmetingen van de windturbine en de windrichting en zonneschijnduur. Niet op alle plekken waar theoretisch kan er van een milieu- of hindereffect. In slagschaduw optreden is sprake een weiland of op open water , waar geen of zeer weinig mensen aanwezig (kunnen) zijn , leidt de slagschaduw immers niet tot een waarneembare hinder. 31

In zoverre is dit vergelijkbaar met geluid , waar de beoordeling plaatsvindt op geluidgevoelige objecten. Voor slagschaduw is er echter aanleiding dit te verfijnen omdat er ook verschillen bestaan tussen de effecten van geluid en slagschaduw. Bijvoorbeeld in een gebouw zonder ramen in de gevel in de richting van de windturbine kan geluid nog steeds een effect veroorzaken , echter een effect van slagschaduw is per definitie uitgesloten omdat er geen licht door een dichte gevel kan dringen. Voor de definitie van een slagschaduw gevoelig object of terrein maken we onderscheid tussen objecten of terreinen bedoelt voor permanent verblijf van personen (o. a. woningen) en objecten of terreinen waar gedurende een langere tijdsduur (bijvoorbeeld een werkdag) mensen aanwezig zijn , maar niet permanent wonen. Daarvoor hanteren we de volgende definities. Een slagschaduwgevoelig object of terrein is ieder object bedoeld voor bewoning of anderszins voor permanent verblijf van personen (woningen , woonboten of woonwagens en zorginstellingen) en voor zover de gevel of het dakvlak voorzien is van één of meerdere lichtdoorlatende vlakken in de richting van de windturbine(s).

Overige slagschaduwgevoelige objecten zijn overige objecten voor zover personen in een ruimte binnen dit object gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven tijdens de daglichtperiode , en voor zover dit een gebouw of bouwwerk betreft , de gevel of het dakvlak voorzien is van één of meerdere lichtdoorlatende vlakken in de richting van de windturbine(s). Voorbeelden van overige slagschaduwgevoelige objecten (anders dan woningen en zorginstellingen) zijn dan onder andere: scholen , kantoorgebouwen , horecagelegenheden en kampeerterreinen. Een stal , opslagloods , landbouwgrond , sportveld of parkeerterrein zijn voorbeelden van niet-slagschaduwgevoelige objecten of terreinen. Voor zover slechts een deel van een object als slagschaduwgevoelig kan worden aangemerkt (bijvoorbeeld een bedrijfspand met bijbehorend kantoorgedeelte) , hoeft alleen dat deel als slagschaduwgevoelig te worden beschouwd. Het menselijk oog is gevoelig voor optredende verschillen tussen licht en donker en voor snelle bewegingen. Dit trekt aandacht en leidt af , waardoor dit als hinderlijk kan worden ervaren door de waarnemer. De mate van hinder van een passerende schaduw wordt onder meer bepaald door de frequentie van het passeren (rotortoerental) , door de blootstellingsduur en door de intensiteit van de wisselingen in lichtsterkte.

Uit onderzoek dat in 1999 in Duitsland is verricht blijkt dat omwonenden van windturbines die een netto slagschaduwduur van meer dan 15 uur per jaar ervaren een hogere mate van dagelijkse hinder ervaren in hun leefomgeving. Herhaaldelijke of langdurige blootstelling hieraan kan bovendien leiden tot stress en concentratieverlies. Onderzoekers van de Universiteit van Kiel vonden in dezelfde laboratoriumstudie een duidelijke relatie tussen blootstellingsduur aan slagschaduw en de ervaren hinder voor de testpersonen. Uit het laboratoriumonderzoek komt specifiek naar voren dat in de eerste 20 minuten dat contrastrijke slagschaduw optreedt , een fysieke reactie wordt veroorzaakt die bij langere blootstelling daarna door het lichaam wordt gecompenseerd. De onderzoekers hebben aanbevolen de slagschaduwduur te beperken om effecten op langere termijn te voorkomen vanwege de energie die deze compensatie kost. Bij frequenties hoger dan 25, Hz (aantal passeringen per seconde) kan als gevolg daarvan sprake zijn een fysiologisch effect in de vorm van een kans op een epileptische aanval bij personen die gevoelig zijn voor licht. Bij grote moderne windturbines treedt dit niet op aangezien de frequentie veel lager dan 25, Hz (veelal beneden de 1 Hz) is , omdat de rotorbladen relatief weinig omwentelingen per minuut maken.

32

Er is geen bewijs gevonden dat directe blootstelling aan slagschaduw bij frequenties beneden de 25, Hz an sich gezondheidseffecten veroorzaakt. In de periode sinds dit onderzoek zijn in Europa vele duizenden windturbines gerealiseerd waaruit geen wetenschappelijk vastgestelde gevallen van gezondheidseffecten als gevolg van slagschaduw bekend zijn en er zijn ook geen andere onderzoeken gepubliceerd die een andere conclusie geven op dit punt. Directe gevolgen voor de gezondheid als gevolg van blootstelling aan slagschaduw - mits frequenties beneden 25, Hz blijven - zijn daarmee niet aannemelijk. Slagschaduw wordt echter wel als hinderlijk beschouwd en dit is aanleiding de slagschaduw te normeren. Uit een vergelijkende literatuurstudie uit 2017 van Koppen et al blijkt dat in veel landen een maximale slagschaduwduur op een slagschaduwgevoelig object wordt gehanteerd van 8 uur per jaar , in sommige gevallen aangevuld met een maximum per dag van 30 minuten. Jaarlijks schijnt de zon , volgens het KNMI , gemiddeld zo'n 1. 550 uur in Nederland (minimaal circa 1. 400 uur en maximaal circa 1. 700 uur). Een jaar telt 8. 760 uren en de daglichtperiode is ongeveer de helft daarvan (4. 380 uur). Dit betekent dat ongeveer 15% van het jaar de zon schijnt. Er is dus slechts een beperkt deel van het jaar dat slagschaduw kan optreden.

In onderstaande tabel is deze verhouding tussen de totale zonneschijn en daglichtduur per jaar afgezet tegen een bepaalde slagschaduwduur.

In Nederland wordt nu veelal een maximale slagschaduwduur van 6 uur op een slagschaduwgevoelig object gehanteerd. Als uitgegaan wordt van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar , dan bedraagt dit circa 04, % van het gehele maximale percentage aan zonuren per jaar. Vervolgens wordt er ook vanuit gegaan dat gedurende deze 6 uur slagschaduw daadwerkelijk iemand zich bevindt in een ruimte waarop de slagschaduw optreedt. In praktijk kan iemand op dat moment niet thuis zijn of zich ergens in huis bevinden waar de slagschaduw niet merkbaar is. Blootstelling aan slagschaduw volgens deze beoordelingssystematiek is op jaarbasis dus zeer beperkt. Er is internationaal beperkt onderzoek beschikbaar naar de relatie tussen blootstellingsduur en slagschaduw effecten hiervan op personen. In 2016 heeft Health Canada aanvullend onderzoek gedaan naar variabelen die de hoogte van de ervaren hinder beïnvloeden. Hieruit is gebleken dat wanneer de aaneengesloten blootstellingsduur van slagschaduw onder de 10 minuten is , de hinder beperkt is tot 38, % van de blootgestelde personen. 33

Indien de blootstellingsduur meer dan 30 aaneengesloten minuten bedraagt , ervaart 211, % van de personen ernstige hinder. Deze en de tussenliggende waardes zijn uiteengezet in Tabel 3. 2. Dit is voor zover bekend de enige dosis-effectrelatie studie die bekend is in relatie tot slagschaduw van windturbines.

Tot slot wordt opgemerkt dat verscheidene landen een bruto slagschaduwnorm hanteren. Omdat de dosis-effectrelatie gaat over de daadwerkelijke blootstelling aan slagschaduw wordt een netto blootstellingsduur als een betere beoordelingsmaat gezien. Bij een bruto beoordelingsmaat is namelijk nog steeds onduidelijk welke netto belasting en dus welke effecten op de omgeving dit daadwerkelijk oplevert. In theorie kan een slagschaduw bij een heel lage zonnestand en een vrij blikveld zeer ver reiken. Echter , er is een beperking aan de afstand waarop nog gesproken kan worden van enige mate van invloed. Specifiek voor slagschaduw geldt dat de schaduw minder scherp wordt naarmate de afstand toeneemt , omdat op grotere afstanden de afdekking van de zon door het windturbineblad nog maar beperkt is. Een minimale afdekking moet bestaan van 20% om te spreken van enige waarneembare schaduw. Bij moderne windturbines is dit – afhankelijk van de afmeting van de windturbine - op afstanden van circa 1. 800 – 2. 000 meter niet meer aan de orde. De afstand geldt van een punt op ashoogte van de windturbine tot de gevel van het slagschaduwgevoelige object. Zoals hiervoor is aangegeven , is met name de blootstellingsduur de meest gebruikte parameter om de effecten van optredende slagschaduw te beoordelen.

Daarom dient in slagschaduwonderzoeken de optredende cumulatieve slagschaduw op gevoelige objecten of terreinen van alle windturbines in een omgeving gezamenlijk inzichtelijk te worden gemaakt. Dit kan visueel worden verbeeld in slagschaduwduurcontouren (in uren per jaar) op kaart. De uiterste contour waarbuiten slagschaduw als verwaarloosbaar kan worden beschouwd (de ‘0 uur per jaar contour’) ligt maximaal op een afstand waarbij de zon voor minimaal 20% (of meer) kan worden afgeschermd. Daarnaast wordt per individueel schaduwgevoelig object inzichtelijk gemaakt wat de verwachte jaarlijks optredende slagschaduwduur zal zijn. In de rekenmodellen die worden gehanteerd om slagschaduw te bepalen wordt ervan uitgegaan dat er altijd een ‘line of sight’ bestaat tussen de windturbine en de gevel van een gevoelig object of het schaduwgevoelige terrein. Dit betekent dat afscherming door bijvoorbeeld andere gebouwen of bomen niet wordt meegenomen. Deze afscherming speelt echter wel een belangrijke rol in het al dan niet optreden van slagschaduw op de gevel of het terrein. Ter illustratie: wanneer een object met een hoogte van 10 meter zich binnen circa 45 meter van de gevel van het gevoelige object bevindt tussen de windturbine en het object , zal de schaduw geblokkeerd worden. 34

STEENHUIJS Uiteraard geldt dit voor (loof)bomen alleen in de zomerperiode , echter voor gebouwen geldt deze afscherming het gehele jaar. Deze afscherming wordt in de rekenmodellen niet meegenomen , echter kan in voorkomende gevallen wel een belangrijke factor van betekenis zijn. Met name op grotere afstanden en lage zonnestanden zal dit in het algemeen snel optreden. Door de afstand waarop slagschaduw wordt beoordeeld te begrenzen is echter al deels rekening gehouden met dit effect.

Gebied waarbinnen de slagschaduw wordt afgeschermd door obstakels

Figuur 3-3: Effect afscherming.

is een slagschaduw-onderzoek uitgevoerd door (geanonimiseerd) In det GN is rekening gehouden met de woningbouw in de wijk het Waterfront in Harderwijk. In dat onderzoek zijn verschillende contouren van slagschaduw berekend op basis waarvan de gemeente een afweging ten aanzien van lokale normen kan maken. Er is in dat onderzoek een turbinetype gehanteerd met dezelfde tiphoogte als de turbines die thans in beeld zijn , waardoor er sprake is van een representatief beeld. De hierna opgenomen afbeelding geeft een overzicht van de ligging van die contouren. Het aantal gevoelige objecten binnen de verschillende contouren is ook berekend. Hierbij dient opgemerkt te worden dat er dus geen rekening is gehouden met de afschermende werking van objecten voor andere objecten (line of sight). Eind 2021 onderzoek

Tabel

3-3: Aantal gevoelige

objecten binnen

verschillende

contouren

Woningen Contour

Aantal

Verschil

Binnen

8 uur

260

Binnen

6 uur

422

162

Binnen

4 uur

531

109

Binnen

2 uur

TE)

182

Binnen

O uur

785

72

35

Het gebied waarbinnen slagschaduw op kan treden bevat 785 woningen. Deze woningen zijn vooral gelegen in het Waterfront. Er zijn ook woningen in de wijk Frankrijk gelegen binnen de contouren (4 uur en minder). Hier is echter sprake van een aanzienlijke afscherming door bomen , waardoor het optreden van slagschaduw niet of nauwelijks aan de orde zal zijn. Vooral doordat de mogelijke slagschaduw optreedt in de zomerperiode. Voor de woningen in Waterfront is (visueel) nagegaan in hoeverre er mogelijk zicht is op de windturbines. Dit is vrijwel alleen vanaf de eerstelijns bebouwing (nabij de N302). Een deel van deze woningen is gelegen binnen de 8 uur-contour. Alle woningen van de eerstelijns bebouwing zijn ook gelegen binnen de 6 uur-contour. Gezien het feit dat er nauwelijks zicht is op de turbines vanuit de rest van het Waterfront , is de toename binnen de overige contouren (4 , 2 en 0 uur) als nauwelijks relevant te beschouwen. De slagschaduw in het Waterfront treedt vooral op als gevolg van de windturbine bij het waterschap (WT3) in de ochtend uren tussen ca 6 uur en 8. 30 uur in de periode van april tot medio september. De overige windturbines kunnen leiden tot een beperkte slagschaduw in een nog kortere periode. Er zijn geen andere gevoelige objecten gelegen binnen de berekende contouren.

Uit de (beperkt) beschikbare wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat - hoewel er geen directe gevolgen voor de gezondheid te verwachten zijn als gevolg van slagschaduw van Windpark Lorentz - het wel wenselijk is de totale optredende hoeveelheid slagschaduw ter plaatse van gevoelige objecten te beperken. 36

Voor slagschaduw is geruime tijd een norm gehanteerd van maximaal 17 dagen meer dan 20 minuten per dag (in de regel maximaal zes uur per jaar) op de gevel van woningen. Als deze norm wordt toegepast voor het windpark Lorentz wordt , zonder maatregelen , deze norm overschreden bij ca. 537 woningen , waarvan het overgrote deel nieuwe woningen in de wijk Waterfront zijn. De voornaamste hinder treedt dus op binnen het Waterfront , waarbij vanaf de 6 uur-contour alle woningen op de eerstelijns bebouwing hinder kunnen ondervinden. Het ligt daarmee vanuit het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat voor de hand om de norm zodanig te stellen dat de optredende hoeveelheid slagschaduw juist voor deze gebieden wordt beperkt. Als uitgegaan wordt van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar , dan bedraagt dit circa 04, % van het gehele maximale percentage aan zonuren per jaar (zie ook paragraaf 3. 3). In dit specifieke geval betekent dit dat er 00, 04% van de totale bedrijfstijd aan stilstand noodzakelijk is ten behoeve van de woningen binnen de 6 uur-contour. Deze stilstand geldt vooral voor WT3 in de vroege ochtenduren in de periode van april tot en met september. Vervolgens wordt er ook vanuit gegaan dat gedurende deze 6 uur slagschaduw daadwerkelijk iemand zich bevindt in een ruimte waarop de slagschaduw optreedt.

In de praktijk kan iemand op dat moment niet thuis zijn of zich ergens in huis bevinden waar de slagschaduw niet merkbaar is. Blootstelling aan slagschaduw volgens deze beoordelingssystematiek is op jaarbasis dus zeer beperkt en hier een redelijke normering om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen. Het voorstel voor een voor dit project specifieke normstelling van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar op woningen , niet zijnde bedrijfswoningen , wijkt niet of nauwelijks af van de normstelling zoals die er was onder het Activiteitenbesluit. De enige nuancering is dat alle waarden die optellen tot 6 uur hier binnen vallen en niet , zoals in het Activiteitenbesluit , alleen de woningen waar meer dan 20 minuten per dag ten minste 17 dagen per jaar slagschaduw optreedt. Dit heeft te maken met de beperkingen van het softwareprogramma waarmee de contouren berekend worden. Het programma neemt daarin alle punten samen waar in totaal 6 uur slagschaduw op kan treden. Er dient derhalve een stilstandvoorziening aan de windturbines aangebracht te worden , zodat de overschrijding van de norm voorkomen kan worden. De stilstandvoorziening schakelt de windturbine uit op het moment dat er te veel slagschaduw veroorzaakt wordt. Hierdoor zullen er uiteindelijk geen woningen zijn waar meer dan zes uur per jaar slagschaduw optreedt.

Over “Omgevingsveiligheid” wordt in Hoofdstuk 4 van het onderzoek nog geschreven , maar dit gaat over hetzelfde als wat eerder in deze risicoanalyse al is opgenomen over faalkansen en met Veiligheidszones te borgen grenswaarden voor de zeer kwetsbare en kwetsbare functies.

37

STEENHUIJS 4. 2. 4 Hinderfactoren in de sfeer van nadeelcompensatie Voor zover het hinderfactoren betreft , anders dan die aangaande kunnen spelen als indirecte schadefactoren , denken deskundigen

veiligheid , die een rol in eerste aanleg aan de

volgende: 1. 2. 3. 4.

Geluid

(inclusief trilling Slagschaduw

en

laagfrequent geluid)

Lichtreflectie Uitzicht en situering

Over deze hinderfactoren menen telkens casu , het volgende.

deskundigen

in het algemeen ,

en

daarna

of daarbij

in

4. 2. 4. 1 Geluid (inclusief trilling en laagfrequent geluid) De geluidemissie van de turbines zowel overdag als in de avond en nacht blijven (ruim) onder de wettelijk vastgestelde waarden blijft. De windturbines voldoen dus aan de wettelijke normen , zover die althans door de gemeente zelf nog moeten worden gesteld. Toch kan het zijn dat omwonenden overlast ervaren , bijvoorbeeld wanneer ramen of deuren zijn geopend of bij gebruik van de tuin. Bij de beoordeling van nadeelcompensatie gaat het niet om de vraag of de geluidemissie voldoet aan de wettelijke normen. De vraag is , of de geluidbelasting is toegenomen door de gebruiksmogelijkheden die mogelijk worden gemaakt door het nieuwe omgevingsregime en of daardoor schade wordt veroorzaakt. Het gaat in de onderhavige kwestie om

waardevermindering

van

bedrijven

en

van

woningen.

Aangaande geluid wordt door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) , verwezen wordt onder meer naar de uitspraak van 29 mei 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2224) en een reeks van uitspraken van 21 mei 2025 (onder meer ECLI:NL:RVS:2025:2317) , in de regel overwogen dat wanneer de gestelde schade is te herleiden tot een gestelde toename van de geluidsbelasting onder het nieuwe regime , bij de vergelijking in het kader van het onderzoek naar de geluidsbelasting onder het oude en nieuwe regime , op de peildatum een reële prognose moet worden gemaakt van het gebruik van de desbetreffende gronden met de daaruit voortvloeiende redelijkerwijs te verwachten geluidsbelasting. Daarbij moet inzichtelijk worden gemaakt wat onder het oude regime de geluidbelasting was en wat onder het nieuwe regime de gecumuleerde geluidsbelasting van de windturbines en de andere , reeds bestaande , geluidsbronnen is. Daarbij moet in beginsel dus evenzo een reële prognose worden gemaakt van de geluidbelasting die (andere) geluidsbronnen uit de buurt (kunnen) maken. Er is in casu ook sprake is van geluidhinder van andere bronnen , oordeelt (geanonimiseerd) Mkoals aangegeven onder Paragraaf 4. 2. 4 hiervoor , en voor windpark Lorentz blijkt dat de windturbines niet of nauwelijks van invloed zijn op het akoestische klimaat ter plaatse van hiervoor gevoelige objecten.

Voor andere objecten zoals bedrijfswoningen en het recreatie eiland (geanonimiseerd) worden geen aanvullende normen of voorschriften voorgesteld , waarbij evenwel evenzo geldt dat de berekeningen aangeven dat de windturbines niet of nauwelijks bijdragen aan het akoestische klimaat. Kort en goed hebben deskundigen met deze conclusie dan ook rekening te houden en gehouden in het vervolg van deze analyse.

BM

38

STEENHUIJS 4. 2. 4. 2 Slagschaduw De passerende schaduw van draaiende wieken van een windturbine veroorzaakt op bepaalde plaatsen en onder bepaalde omstandigheden een hinderlijk schaduweffect of wisseling van lichtsterkte. Dit kan vooral hinderlijk zijn als de schaduw over ramen valt. De mate van hinder en daarmee samenhangende gezondheidsklachten wordt bepaald door onder meer de frequentie van het passeren (rotortoerental) , de blootstellingsduur en de intensiteit van de wisselingen in lichtsterkte. De bestaande jurisprudentie van de Afdeling en het onderzoek daarvoor , geeft het volgende beeld: e

_Slagschaduw

beneden 25, Hz leidt niet tot verhoogde kans op epileptische of andere gezondheidsklachten. _Slagschaduw kan als hinderlijk worden ervaren en kan effect op het welbevinden van mensen hebben. Het beperken van de duur kan de hinder verminderen. De afstand is relevant voor de hinder , omdat de hardheid van de schaduw afneemt bij met het vergroten van de afstand. aanvallen

e

e

BW ,

In casu , zo stelt het onderzoek door (geanonimiseerd) zal er een stilstandvoorziening aan de windturbines aangebracht worden , zodat de overschrijding van de norm voorkomen kan worden. De stilstandvoorziening schakelt de windturbine uit op het moment dat er te veel slagschaduw veroorzaakt wordt. Hierdoor zullen er uiteindelijk geen woningen zijn waarvoor meer dan 6 uur per jaar slagschaduw optreedt. Kort en goed hebben met deze conclusie dan ook rekening te houden en gehouden in het vervolg deskundigen van deze analyse. 4. 2. 4. 3

Lichtreflectie in haar onderzoek aan dat effecten van lichtreflectie (eenvoudig) zullen worden voorkomen door de betreffende objecten en oppervlakken te voorzien van een anti-reflecterende coating of gebruik te maken van niet reflecterende materialen. Kort en goed hebben deskundigen met deze conclusie dan ook rekening te houden en gehouden in het vervolg van deze analyse.

(geanonimiseerd) geeft

4. 2. 4. 4 Uitzicht en situering Voor uitzicht en situering bestaan geen wettelijke of te meten en te stellen normen. Per (cluster van) object(en) in deze analyse zullen deskundigen wel , geen of in zekere mate rekening houden met de aspecten van uitzicht en situering in termen van

waardevermindering.

39

STEENHUIJS 4.2.5 Zoals

Onderzochte objecten onder Paragraaf 1.3 is aangegeven, vastgoedobjecten onderzocht: 1.

Bedrijfsgebouwen contouren

2.

de

liggen. Bedrijfsgebouwen contouren

3.

van

van

de

hebben

deskundigen

drie

categorieën

aan

of

-percelen op het bedrijventerrein Lorentz die binnen de veiligheidszones rondom de te plaatsen windturbines komen

te

of -percelen op het bedrijventerrein Lorentz die buiten de veiligheidszones rondom de te plaatsen windturbines komen

te

liggen. Woningen die buiten het bedrijventerrein Lorentz liggen, maar binnen een straal van (ongeveer) 1 kilometer en die wellicht te maken krijgen met hinder Be (geanonimiseerd) de te plaatsen windturbines.

De specifieke orde.

(clusters van) objecten

komen

hierna

onder

Hoofdstuk

5 nader

aan

de

40

Waarde en waardevermindering 5. Hierna zullen , per paragraaf de drie door deskundigen onderzochte categorieën aan vastgoedobjecten nader worden onderzocht op waarde , hinder en waardevermindering. Deskundigen merken voorts nog het volgende op. Schatting van waarde Deskundigen merken uitdrukkelijk nog op dat de waardebepaling hierna globale schattingen betreffen waarbij door hen bijvoorbeeld geen uitvoerig marktonderzoek is gedaan , geen referentieanalyse , geen parameter of -contourenanalyse , geen SWOTanalyse , geen courantheid-analyse en geen onderzoek naar optimale aanwending. In het kader van de onderhavige opdracht tot het schatten van waardevermindering achten deskundigen dat niet nodig. Schatting van waardevermindering Omdat van een feitelijke aan- en/of verkoop van het betreffende vastgoed op exact de peildatum naar deskundigen aannemen , geen sprake is , staat bij de bepaling van schade in de vorm van waardevermindering de vraag centraal op welke wijze de waardevermindering moet worden vastgesteld. De bedoeling van de bestuursrechter lijkt deskundige vooral te zijn , dat deze waarde direct ná de wijziging net als de waarde daar juist vóór , ook daadwerkelijk moet worden geschat.

Deskundige heeft dit in het onderhavige geval ook gedaan , echter met dien verstande dat hij van mening is dat ten behoeve van een waardeoordeel direct ná de wijziging op de peildatum niet meer kan worden teruggevallen op scherp referent gemaakte transactie- of verkoopprijzen , dan wel WOZ-waarden. Daarvoor zijn het feitencomplex in casu met de diverse hindereffecten daarvan te exclusief voor precies de betreffende woningen en overigens het (markt)onderzoek en de analyse door deskundige ook te globaal. Het leidmotief in deze is voor deskundige dan ook zeker mede geweest de inzichten op basis van zijn kennis , kunde en ervaring met schadeadviezen zoals de onderhavige. In de praktijk van beoordelingen voor nadeelcompensatie wordt bij het schatten van nadeel en schade vaak gebruik gemaakt van controlepercentages , die als toets ten minste een indicatie kunnen geven voor waardevermindering. Het bepalen van de in casu ge- en onderzochte waardevermindering is immers meer dan een optelsom van de effecten van (de) diverse schadefactoren zelf. Er valt , maar wel met de nodige terughoudendheid , ook te wijzen op schadebepaling waarin de cumulatie van schadefactoren naar aard en zwaarte worden gerelateerd aan een percentage van de oorspronkelijke waarde en waarmee de waardevermindering dan tot uitdrukking wordt gebracht als methode op zich , zo meent deskundige.

Uit de rechtspraak , voor het eerst behoorlijk expliciet met onder meer de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 april 2004 (ECLI:NL:RVS:2004:AO8492) , komt naar voren dat bij planschade - op het gebied van nadeelcompensatie vanwege de Omgevingswet is de rechtspraak nog niet zo ver - vaak drie schadecategorieën worden overwogen te weten: • • •

enigszins nadeliger en lichte schade (0‑5%) zwaar(der) nadelige en zware schade (5-10%) en bovenmatig nadeliger en bovenmatige schade ( > 10%)

41

Deze percentages betreffen volgens rechtspraak overigens geen vaststaande normen , maar dienen louter ter controle van de overwegingen ten aanzien van geleden nadeel. Ze geven daarmee echter wel een beeld , al is het in controle , of de waarden vóór en ná de mutatie , althans de gezochte waardevermindering als verschil daartussen , correct is benaderd. De toetsing aan vorenstaande categorieën is ook door deskundige in casu gedaan en de genoemde categorieën komen hem overigens als voldoende onderscheidend voor en tevens als voldoende bruikbaar voor een schadeoordeel in deze risicoanalyse. In een tweetal uitspraken van de Afdeling van 14 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1579 en ECLI:NL:RVS:2017:1580) werd tevens toegestaan dat de bepaling van de waardevermindering , in die kwesties , niet was gebeurd door vergelijking van de waarden vóór en ná inwerkingtreding van de desbetreffende schadeveroorzakende maatregel , maar door het schatten van de waardevermindering op zichzelf , een en ander zoals die voortvloeide uit de hinderfactoren die volgden uit de planvergelijking in die kwestie. In de betreffende zaken had de planschadeadviseur zich primair laten leiden door zijn kennis , ervaring en intuïtie op het gebied van planschadebepaling en de classificaties zoals die zijn terug te vinden in de rechtspraak en zoals hiervoor reeds aangeduid.

In plaats van het bepalen van de waarde vóór en ná de planmutatie , is in deze uitspraken door de Afdeling daarbij aanvaard dat een beredeneerde waardevermindering van de onroerende zaak in wezen ook op zichzelf wordt geschat. De waardeverminderende gevolgen van een aantal schadefactoren vanwege de invloed van het nieuwe planologische regime in die kwestie , werd eerst gekwalificeerd in een planologische vergelijking en daarna gekwantificeerd. Aldus werd beredeneerd welke schadelijke invloed hing aan de in die kwestie bepalende elementen voor de waarde van de betreffende onroerende zaak en de invloed daarop door de nieuwe planologie. Deze wijze van , in wezen het schatten van waardevermindering op zichzelf dus , was volgens de planschadeadviseur in dat geval gepast , omdat de woning waarover het in die kwestie ging zich slecht tot niet liet vergelijken met andere woningen en zeker niet in de nieuwe planologische situatie. Overwogen werd daaromtrent dat deze methode van het schatten van waardevermindering zelf , ook via percentages dus , niet onredelijker en onaannemelijker hoeft te zijn dan een anders eigenlijk enkel gekunstelde en in wezen louter op schijnwaarheid gebaseerde vaststelling van de waarde van de onroerende zaak ná de peildatum , al dan niet opgetuigd met min of meer erbij gezochte transacties. De Afdeling achtte deze benadering niet onjuist.

In casu heeft deskundige daarom ook (nog) op deze wijze waardevermindering als zelfstandige entiteit beoordeeld. In Bijlage 1 aan deze analyse , tot slot , is nog een uiteenzetting opgenomen van uitgangspunten die door deskundigen redelijkerwijs aanvaardbaar zijn geacht en volgens hen voor realistisch kunnen worden gehouden zonder de noodzaak van een specifiek (nader) onderzoek of verificatie , alsmede enkele mededelingen , ook in het kader van de waarde- en in voorkomend geval schadebepaling door deskundigen. Opdrachtgever wordt daarop nog uitdrukkelijk gewezen.

42

STEENHUIJS Bel,

Bedrijfsgebouwen de contouren van komen te liggen

of de

-percelen op het bedrijventerrein Lorentz die binnen veiligheidszone rondom de te plaatsen windturbines

Harderwijk, Bedrijventerrein Lorentz” (geanonimiseerd) van Antea Group volgt dat moet worden uitgegaan van een veiligheidszone met een straal van 87 m vanuit de as van de windturbines. Binnen deze veiligheidszone zijn bedrijfsobjecten gesitueerd, zijnde: het bedrijfsgebouw het bedrijfsgebouw het bedrijfscomple: Uit

de

rapportage “Windturbines

-

-

-

-

het

gm

ì

ot

Omschrijving een Het object MM perceel bedrijfsterrein van Het tussen de openbare weg bedrijfsgebouwen. perceel ligt De bedrijfsgebouwen bestaan uit heeft een oppervlakte van circa BEE Bvo, inclusief De bouwwijze is als volgt: betonvloeren, betonnen/damwand wanden, zadeldak met kunststof dakbedekking, geheel voorzien van PV-installatie eeft een oppervlakte van

em vat

Epe bou

7

5

zadeldak

met kunststof dakbedekking, geheel voorzien van betonnen/damwand wanden, heeft een oppervlakte van circa inclusief een De bouwwijze is als volgt: zadeldak kunststof met betonvloeren, betonnen/damwand wanden, dakbedekking. Het buitenterrein is verhard met betonplaten. Het terrein beschikt over een kade van circa

PV-installatie.

43

STEENHUIJS Huidige planologische situatie Het object ligt in het plangebied van Omgevingsplan gemeente Harderwijk, tijdelijk deel bestemmingsplan “Waterfront Noord II”. Volgens de verbeelding is aan het perceel de bestemming Bedrijf’ gegeven. Het hele object is (met de belendende percelen) aangeduid als bouwvlak met de maatvoeringsaanduidingen ‘maximum bouwhoogte (m): 12’. Aan een 45m’ gedeelte van het perceel is de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding gegeven. Aan een gedeelte van het perceel is de gebiedsaanduiding ‘wro-zone wijzigingsgebied’ gegeven. —

—

Nieuwe planologische situatie In de nieuwe planologische situatie zal een gedeelte als veiligheidszone (10-6 contour) waarbinnen geen VI Besluit

kwaliteit leefomgeving zijn toegestaan. situatie ongewijzigd.

van het perceel worden aanwezen kwetsbare functies conform bijlage

Voor het verdere

en

overige blijft

de

planologische

In de nieuwe planologische situatie zal een gedeelte van het perceel worden aanwezen als veiligheidszone (10:® contour) waarbinnen geen kwetsbare functies conform bijlage Besluit kwaliteit leefomgeving zijn toegestaan. Voor het verdere en overige blijft de

planologische

situatie

VI

ongewijzigd.

(geanonimiseerd) Waardevermindering Als mogelijke oorzaken van waardevermindering veiligheidszone (10-6 contour); geluidhinder; slagschaduw; zonlichtreflectie; uitzicht en situeringswaarde.

worden

de

volgende

onderscheiden:

-

-

-

-

-

44

STEENHUIJS Veiligheidszone De veiligheidszone is geprojecteerd over een gedeelte van de gebouwen. Wanneer binnen de veiligheidszone een bij het bedrijf behorend kantoor gevestigd is met een groter oppervlak heeft dan 1.500m?2 , dan is dit een belemmering voor het in gebruik nemen van de windturbine. In dat geval is er immers sprake van een kwetsbare functie op grond van het Bkl waarvoor een oplossing gezocht moet worden , bijvoorbeeld een beperking van deze gebruiksmogelijkheid. De kantoorruimte van dit bedrijf blijft echter ruim onder de grens van de 1.500m? , wat inhoudt dar er van een belemmering geen sprake is en niet kan leiden tot schade in de vorm van waardevermindering. Geluidhinder Het object is gesitueerd op een gezoneerd bedrijfsterrein. Uit het “Onderzoek milieunormen windenergie , Windpark Lorentz Harderwijk” d. d. 22 juli 2025 van (geanonimiseerd) GM volgt dat het windpark niet of nauwelijks van invloed is op het akoestische klimaat ter plaatse alsmede de cumulatieve geluidsbelasting. Toename van geluidhinder is derhalve geen relevante factor.

Slagschaduw

Uit voornoemd onderzoek var(geanonimiseerd)volgt dat sprake is van slagschaduw gedurende maximaal 6 uur per jaar c. q. 18 dagen à maximaal 20 minuten per dag. Ingeval de maximale duur van 6 uur wordt overschreden wordt een stopfunctie geactiveerd. Met name voor het gebruik van kantoorruimten kan slagschaduw als hinderlijk worden ervaren. Gelet op de zeer geringe duur (maximaal 6 uur per jaar c. q. 18 dagen à maximaal 20 minuten per dag) wordt het aspect slagschaduw niet als schadeveroorzakend effect beschouwd , althans niet in een mate die van invloed is op het gebruik van de kantoorruimten. Zonlichtreflectie Uit voornoemd onderzoek van (geanonimiseerd) volgt dat de bewegende onderdelen van de windturbines worden voorzien van een anti-reflecterende coating waarmee zonlichtreflectie wordt voorkomen. Deskundigen gaan ervan uit dat geen sprake is van hinderveroorzakende zonlichtreflectie die leidt tot gebruiksbeperkingen.

BM

Uitzicht Uitzicht

en

situeringswaarde

kan worden omschreven als het visuele beeld vanuit het gebouw of vanaf het perceel waarop het gebouw is gesitueerd naar buiten toe , inclusief uitzicht op water , groen , stadsgezichten en/of andere aantrekkelijke elementen. Voor bedrijfsgebouwen op bedrijfsterreinen is dit aspect naar het oordeel van deskundigen ondergeschikt aan het gebruik en de gebruiksmogelijkheden van het vastgoedobject zelf. Dit kan anders zijn voor hoogwaardige kantorenlocaties (A-locaties) waar esthetische aspecten van invloed kunnen zijn op de voorkeur van gebruikers , de huurwaarde en de vastgoedwaarde. In het onderhavige geval is sprake van bedrijfsgebouwen op een gezoneerd bedrijfsterrein waarvan de kantoorfunctie ondergeschikt is aan de bedrijvigheid. Naar het oordeel van deskundigen leidt het toevoegen van windturbines in de (directe) nabijheid niet tot een verslechtering van uitzicht , althans niet in een zodanige mate dat deze van invloed is op de waarde van bedrijfsmatig geëxploiteerde vastgoedobjecten. Situeringsaspecten als ligging ten opzichte van voorzieningen , infrastructuur , zichtbaarheid vanaf de openbare weg en bereikbaarheid worden niet gewijzigd door de toevoeging van windturbines op onderhavig bedrijfsterrein , zodat dit aspect naar het oordeel van deskundigen niet van invloed is op de waarde van bedrijfsmatig geëxploiteerde vastgoedobjecten.

45

STEENHUIJS Waardedaling en n adeelcompensatie Op basis van hetgeen hiervoor is overwogen waardevermindering. 2

is geen

sprake

van

nadelen

die leiden

tot

(geanonimiseerd)

Omschrijving Het object Daltonstraatb (geanonimiseerd) mvat een perceel bedrijfsterrein van (geanonimiseerd) Het bedrijfsgebouw. perceel op de hoek (geanonimiseerd) et bedrijfsgebouw heeft een oppervlakte van circd (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) bedrijfsruimte (48%) en circa (geanonimiseerd) De bouwwijze van de kantoorruimte is als volgt: betonvloeren , baksteen wanden , plat dak met bitumen dakbedekking. De bouwwijze van de bedrijfsruimte is als volgt: betonvloeren , wanden van damwand , plat dak met bitumen dakbedekking en lichtstraat. Het buitenterrein is verhard. (grotendeels)

(geanonimise rd) Huidige planolo gische situatie Het object ligt in het plangebied van Omgevingsplan gemeente Harderwijk , tijdelijk deel bestemmingsplan “Lorentz | en Il 2013”. Volgens de verbeelding is aan het perceel de bestemming ‘Bedrijf’ gegeven. Het hele object is (met de belendende percelen) aangeduid als bouwvlak met de maatvoeringsaanduidingen ‘maximum bouwhoogte (m): 75’. , Nieuwe planologische situatie In de nieuwe planologische situatie zal een gedeelte van het perceel worden aanwezen als veiligheidszone (10-6 contour) waarbinnen geen kwetsbare functies conform bijlage VI Besluit kwaliteit leefomgeving zijn toegestaan. De overlap met het bedrijfsgebouw bedraagt circa 3 m. Voor het verdere en overige blijft de planologische situatie

ongewijzigd.

46

STEENHUIJS

(geanonimise rd) Waardever mindering

Als mogelijke -

oorzaken van waardevermindering veiligheidszone (10-6 contour); geluidhinder; slagschaduw; zonlichtreflectie; uitzicht en situeringswaarde.

worden

de volgende

onderscheiden:

Veiligheidszone De veiligheidszone is geprojecteerd over een gedeelte van de gebouwen. De overlap bedraagt circa 3 m. Voor dit pand is vastgesteld dat er sprake is van meer dan 1. 500m?2 kantoor , wat inhoudt dat het daarmee aangemerkt wordt als kwetsbaar object. Als gevolg van de veiligheidszone is gebruik als kantoorruimte van dit gedeelte van het gebouw niet meer toegestaan (bijlage VI Besluit kwaliteit leefomgeving). Hiervoor komt een gedeelte van de inpandige kantoorruimte te vervallen. Dit leidt tot schade in de vorm van waardevermindering. Geluidhinder Het object is gesitueerd op een gezoneerd bedrijfsterrein. Uit het “Onderzoek milieunormen windenergie , Windpark Lorentz Harderwijk” d. d. 22 juli 2025 van Sweco volgt dat het windpark niet of nauwelijks van invloed is op het akoestische klimaat ter plaatse alsmede de cumulatieve geluidsbelasting. Toename van geluidhinder is derhalve geen relevante factor.

Slagschaduw

Uit voornoemd onderzoek van (geanonimiseerd) BW volgt dat sprake is van slagschaduw gedurende maximaal 6 uur per jaar c. q. 18 dagen à maximaal 20 minuten per dag. Ingeval de maximale duur van 6 uur wordt overschreden wordt een stopfunctie geactiveerd. Met name voor het gebruik van kantoorruimten kan slagschaduw als hinderlijk worden ervaren.

47

STEENHUIJS Gelet op de zeer geringe duur (maximaal 6 uur per jaar c. q. 18 dagen à maximaal 20 minuten per dag) wordt het aspect slagschaduw niet als schadeveroorzakend effect beschouwd , althans niet in een mate die van invloed is op het gebruik van de kantoorruimten. Zonlichtreflectie Uit voornoemd onderzoek van (geanonimiseerd) Pe dat de bewegende onderdelen van de windturbines worden voorzien van eel (geanonimise rd) anti-reflecterende coating waarmee zonlichtreflectie wordt voorkomen. Deskundigen gaan ervan uit dat geen sprake is van hinderveroorzakende zonlichtreflectie die leidt tot gebruiksbeperkingen.

nn

Uitzicht Uitzicht

en

situeringswaarde

kan worden omschreven als het visuele beeld vanuit het gebouw of vanaf het perceel waarop het gebouw is gesitueerd naar buiten toe , inclusief uitzicht op water , groen , stadsgezichten en/of andere aantrekkelijke elementen. Voor bedrijfsgebouwen op bedrijfsterreinen is dit aspect naar het oordeel van deskundigen ondergeschikt aan het gebruik en de gebruiksmogelijkheden van het vastgoedobject zelf. Dit kan anders zijn voor hoogwaardige kantorenlocaties (A-locaties) waar esthetische aspecten van invloed kunnen zijn op de voorkeur van gebruikers , de huurwaarde en de vastgoedwaarde. In het onderhavige geval is sprake van bedrijfsgebouwen op een gezoneerd bedrijfsterrein waarvan de kantoorfunctie ondergeschikt is aan de bedrijvigheid. Naar het oordeel van deskundigen leidt het toevoegen van windturbines in de (directe) nabijheid niet tot een verslechtering van uitzicht , althans niet in een zodanige mate dat deze van invloed is op de waarde van bedrijfsmatig geëxploiteerde vastgoedobjecten. Situeringsaspecten als ligging ten opzichte van voorzieningen , infrastructuur , zichtbaarheid vanaf de openbare weg en bereikbaarheid worden niet gewijzigd door de toevoeging van windturbines op onderhavig bedrijfsterrein , zodat dit aspect naar het oordeel van deskundigen niet van invloed is op de waarde van bedrijfsmatig geëxploiteerde vastgoedobjecten.

Waardedaling en n adeelcompensatie Op basis van hetgeen hiervoor is overwogen leidt alleen het aspect veiligheidszone tot schade in de vorm van waardevermindering. De schade is begroot door de marktwaarde van het vastgoedobject voor en na de planologische maatregel te schatten. Voor de schatting van de marktwaarden is gebruik gemaakt van de netto aanvangsrendementmethode. Hierbij wordt met behulp van referentietransacties de markthuur van het vastgoedobject bepaald. De verkregen bruto huurwaarde wordt gecorrigeerd voor eigenaarslasten. De verkregen netto markthuur wordt gekapitaliseerd met behulp van een netto aanvangsrendement. Indien noodzakelijk wordt de huurwaarde voor onder andere meer- of minderhuur , gekapitaliseerde gecorrigeerd en onderhoud. De marktwaarde leegstand achterstallig verkregen vrij op naam (VON) wordt vervolgens gecorrigeerd voor verwervingskosten (overdrachtsbelasting , notaris en kadastraal recht) en afgerond. uit van (geanonimiseerd) In de situatie na de (geanonimiseerd) zal een van de kantoorruimte planologische maatregel gedeelte op de begane grond en meer als kunnen worden. verdieping niet zodanig gebruikt Deskundigen gaan ervan uit dat een redelijk handelend en denkend vastgoedeigenaar ervoor kiest om de functie van deze ruimte te wijzigen van kantoorruimte naar ruimte waar geen personen verblijven , zoals archief- of opslagruimte. In de toestand

voor

de

planologische maatregel

gaat taxateur

48

Rekening houdend met de indeling van het gebouw verwachten deskundigen dat hiervoor op de begane grond en verdieping hierdoor circa (Ppgeanonimise rd) m2 kantoorruimte vervalt. De vrijgekomen ruimte wordt toegevoegd aan het metrage bedrijfsruimte waarvoor een lagere huurwaarde geldt. Voor noodzakelijke bouwkundige aanpassingen en afwerking is een additionele kostenpost van (geanonimiseerd) opgenomen. Bij de waardering zijn deskundigen van de door taxatie d. d. 15 uitgegaan (geanonimiseerd) 2025. juni

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=a5ed9ddc-7101-4be4-918c-335b516ca4c4