Risicoanalyse NC - Project Windturbines Lorentz - Gemeente Harderwijk - 18-9-2025
Tekst van het document
RISICOANALYSE
NADEELCOMPENSATIE
PLAATSING VAN 3 WINDTURBINES OP INDUSTRIETERREIN LORENTZ TE HARDERWIJK
Definitief 18 september
2025
Inhoud 1.
Inleiding 1. 1 Opdrachtgever en contactpersoon Deskundigen 1. 2 Opdracht en opdrachtafbakening 1. 3 1. 4 Ontvangen stukken 1. 5 Procedure en opmerkingen en constateringen vooraf 1. 6 Regels voor deskundige vanwege zijn beroep als taxateur: het NRVT
2.
Het Project en de in deze analyse onderzochte
3.
Nadeelcompensatie en de regeling ervan 3. 1 Regelgeving 3. 2 Criteria 3. 2. 1 Belanghebbende 3. 2. 2 Onherroepelijkheid en de peildatum voor de schade bij een schadeoorzaak 3. 2. 3 Het causale verband tussen schade en de omgevingsvergunningen 3. 2. 4 Zijn de effecten ten gevolge van de omgevingsvergunningen voor belanghebbende(n) nadeliger dan in de huidige situatie? 3. 2. 5 Welke schade lijdt een belanghebbende ten gevolge van een eventueel nadeligere omgevingsvergunning? 3. 2. 6 Is de schade anderszins verzekerd (subsidiariteit)? 3. 2. 7 Verjaringstermijn voor aanvragen tot nadeelcompensatie 3. 2. 8 Normaal maatschappelijk risico 3. 2. 9 Voorzienbaarheid en risicoaanvaarding 3. 2. 10 Kosten van deskundige bijstand , wettelijke rente en belastingschade 3. 2. 11 Voordeel zowel als nadeel 3. 2. 12 Andersoortige compensatie dan in geld
4.
Vergelijking huidige situatie met de nieuwe situatie Huidige situatie 4. 1 4. 2 Nieuwe situatie 4. 2. 1 Het Project 4. 2. 2 Het bedrijventerrein Lorentz 4. 2. 3 Milieueffecten 4. 2. 4 Hinderfactoren in de sfeer van nadeelcompensatie 4. 2. 5 Onderzochte objecten
5.
Waarde en waardevermindering Bedrijfsgebouwen of -percelen op het bedrijventerrein Lorentz die binnen 5. 1 de contouren van de veiligheidszone rondom de te plaatsen windturbines komen te liggen 5. 2 Bedrijfsgebouwen of -percelen op het bedrijventerrein Lorentz die buiten de contouren van de veiligheidszones rondom de te plaatsen windturbines komen te liggen 5. 3 Woningen die buiten het bedrijventerrein Lorentz liggen , maar binnen een straal van ongeveer 1 kilometer en die wellicht te maken kunnen krijgen met hinder vanwege de te plaatsen windturbines
6.
Conclusie
Bijlage
gebieden
1.
Inleiding
1. 1 Opdrachtgever en contactpersoon Gemeente Harderwijk , Havendam 56 te 3841
AA
(geanonimiseerd)
Harderwijk ,
namens
deze
de heer
(geanonimiserd)
(geanonimiseerd) MN
1. 2 Deskundigen De heer ing. (geanonimiseerd) MRE MRICS RT , registertaxateur van onroerende EN in de kamer zaken , ingeschreven Bedrijfsmatig Vastgoed met aantekening Grootzakelijk en in de kamer Vastgoed Landelijk en Agrarisch Vastgoed bij het Nederlands Register Taxateurs Vastgoed (NRVT) , tevens Professional Member van de Royal Institution of Chartered Surveyors (RICS) , ingeschreven in het VRS-register als RICS Registered Valuer , tevens ingeschreven in het register van Stichting Deskundigen Onteigening en Bestuursrechtelijke Schadevergoeding (DOBS) en tevens ingeschreven in het register van
Stichting Landelijk Register
van
Gerechtelijke Deskundigen
(LRGD);
en
drs (geanonimiseerd) En
de heer
adeeicompensatiedeskundige
en
registertaxateur van onroerende zaken , ingeschreven in de kamer Landelijk en Agrarisch Vastgoed en in de kamer Wonen bij het NRVT , tevens ingeschreven in het register van Stichting Deskundigen Onteigening en Bestuursrechtelijke Schadevergoeding (DOBS); beide
verbonden
aan
Parijsboulevard
209
en
30175573 hierna
te
noemen:
Steenhuijs Grondzaken B.V. , gevestigd te 3541 CS Utrecht , ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer
de deskundige(n)
in enkelvoud
of meervoud.
1. 3 Opdracht en opdrachtafbakening In het kader van een zogenoemde risicoanalyse nadeelcompensatie zal worden onderzocht wat eventuele schade in de vorm van waardevermindering ex artikel de Omgevingswet zou kunnen zijn voor: 1.
Bedrijfsgebouwen contouren
2.
van
of -percelen op het bedrijventerrein Lorentz die binnen de de veiligheidszones rondom de te plaatsen windturbines komen
te
of -percelen op het bedrijventerrein Lorentz die buiten de de veiligheidszones rondom de te plaatsen windturbines komen
te
liggen. Bedrijfsgebouwen contouren
3.
van
liggen. Woningen die buiten het bedrijventerrein Lorentz liggen , maar binnen een straal van (ongeveer) 1 kilometer en die wellicht te maken krijgen met hinder vanwege de te plaatsen windturbines.
Deskundigen merken op dat hun onderzoek en deze risicoanalyse alleen zien op waardevermindering als schadesoort en niet (ook) op mogelijke inkomensschade. met opdrachtgever besproken en expliciet ook zo afgesproken. Voorts
15. 1 van
is er door
en dit is met opdrachtgever gekozen bij offerte ook zo afgestemd de taak- en rolverdeling in het onderzoek en met de rapportage erover als risicoanalyse zo in te richten dat de bedrijfsmatige objecten door de heer (geanonimise rd) (geanonimiseerd) zullen worden onderzocht (zie de Punten 1. en 2. hiervoor) , waarbij voor de objecten die hiervoor onder Punt 2. zijn genoemd met opdrachtgever is afgesproken dat dienaangaande eerst een signaleringsonderzoek zal worden gedaan. -
deskundigen
Dit is
voor
-
STEENHUIJS Mogelijk en in nader overleg tussen opdrachtgever en opdrachtnemer zal deze risicoanalyse dan vervolgens worden aangevuld met onderzoek naar en rapportage over bedrijfsgebouwen of -percelen die weliswaar buiten de contouren van de veiligheidszones rondom de windturbines komen te liggen , maar wel op het bedrijventerrein Lorentz en waarvan de heer (geanonimiseerd) (in overleg met de heer (geanonimiseerd) ) meent dat ook deze Met opdrachtgever is objecten risico’s p nadeelcompensatie met zich brengen. afgesproken dat dan nader wordt bepaald of en zo ja , hoe die objecten dan onderzocht zullen worden. Dat , mogelijk additionele onderzoek is nog niet in deze risicoanalyse uitgevoerd of opgenomen; het blijft voor deze categorie objecten thans bij de genoemde zal zorg dragen voor het opstellen van de signalering. De heer (geanonimiseerd) MMM voorts , met van de delen die de heer (geanonimiseerd) voor zijn rekening risicoanalyse , aanvulling ME zal nemen en de heers tevens de die risico’s (geanonimiseerd) deskundige op nadeelcompensatie voor woningen in de omgeving van het bedrijventerrein Lorentz in beeld zal brengen (zie Punt 3. hiervoor).
on n
In het bijzonder is door opdrachtgever nog aandacht gevraagd voor het bedrijfsgebouw aan de Daltonstraat 42-44. Dat bedrijfsgebouw bevindt zich voor een deel binnen de voor de veiligheidszone noordoostelijke windturbine aan de Lorentzdijk 5 , de Windturbine 2. Uit een NEN-meting blijkt dat het bedrijfsgebouw een bruto zogenoemde van meer dan 1. 500m? kantoorruimte heeft. De eigenaar heeft in een vloeroppervlak kort procedure betoogt , gezegd , dat het bedrijfsgebouw vanwege deze oppervlakte aan kantoorruimte moet worden gekwalificeerd als een ‘kwetsbaar object’ en dat het plan en de omgevingsvergunning met het oog op de externe veiligheid niet kon worden vastgesteld respectievelijk kon worden verleend. Zoals hierna onder paragraaf 1. 5 nader wordt uiteengezet , heeft dit argument in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) stand gehouden en er onder meer voor gezorgd dat het hoger beroep op (ook) dit onderwerp gegrond is verklaard.
Opdrachtgever heeft aan opdrachtnemer in dat kader verzocht aan dit bedrijf in het bijzonder genuanceerder aandacht te besteden , nu opdrachtgever met de eigenaar van dit bedrijf afspraken wil maken over het vervolg van de procedure(s) en gesprekken wil voeren met de eigenaar om tot een oplossing te komen waarbij minimaal het betreffende bedrijfsgebouw , althans het gedeelte wat onder de veiligheidszone ligt , niet langer als kwetsbaar object wordt beschouwd. Hoewel de veiligheidscontour vanwege aanpassing daarvan inmiddels door de procedure heen minder stringent over het genoemde vastgoed is komen te liggen , ligt die er nog steeds wel voor een klein gedeelte over. Onder paragraaf 5. 1 komen deskundigen op het vorenstaande dan ook nog nader
terug.
stukken betreft de beschrijving van de relevante objecten , de naaste omgeving , het project en de bestaande omstandigheden is gebruik gemaakt van via de opdrachtgever ontvangen stukken en uit eigen waarneming verzamelde informatie. In deze risicoanalyse zal in het vervolg de Omgevingswet als Ow worden aangeduid en de Algemene wet bestuursrecht als Awb.
1. 4 Voor
Ontvangen
wat
Ter uitvoering van de opdracht zijn onder meer de volgende , voor zover relevant geachte stukken gebruikt: e Een overzichtskaart , ontvangen van de gemeente Harderwijk met daarop de locaties (bij indicatie) voor de nieuwe windmolens van 16-1-2025
(Tekeningnummer
M2501-2661).
STEENHUIJS Een overzichtskaart , ontvangen van de gemeente locaties (bij indicatie) voor de nieuwe windmolens
Harderwijk en
met
de daar
daarop
de
het dichtstbij
gelegen woningen (ongedateerd). Een overzichtskaart , ontvangen van de gemeente Harderwijk met daarop de locaties (bij indicatie) voor de nieuwe windmolens en de daar het dichtstbij gelegen bedrijfswoningen op het industrieterrein Lorentz (ongedateerd). Het “Voorstel aan college en raad” van 3 maart 2025 met nummer 02430000204703 inzake de doorstart van het windproject Lorentz. Het Rapport MER Windpark Lorentz Harderwijk (Deel 1: MER Hoofdrapport) van 13 september 2019 door Royal Haskoning met daarbij het toetsingsadvies door de Commissie voor de milieueffectrapportage van 23 maart 2020 , projectnummer 3246. Een overzicht ,
aangeleverd door de gemeente , met de momenteel vigerende bestemmingsplannen voor het industrieterrein Lorenz en de nabije omgeving (straal ongeveer 1 kilometer vanaf de windturbines). Informatie over het bestemmingsplan “Lorentz Partiële herziening windmolens " en de uitspraak (onder meer) daarover van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 april 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1401). Het Rapport “Windturbines Harderwijk Bedrijventerrein Lorentz” , projectnummer 0502041.100 , definitief revisie O1 , 17 juli 2025 waarin het meest recent is onderzocht of de windturbines voldoen aan de normering vanuit het omgevingsveiligheidsbeleid. Diverse Bouw- en Milieutekeningen , -vergunningen en inventarisaties met daarin maatvoeringen voor de bedrijven onder de veiligheidscontouren. Het Rapport “Onderzoek milieunormen windenergie Windpark Lorentz definitief op 22 juli 2025 met daarin Harderwijk” , opgesteld (geanonimiseerd) MM —
resultaten
uit onderzoek
naar
diverse
milieueffecten
vanwege
de windmolens
bijvoorbeeld het gebied van geluid , lichtschittering en slagschaduw. Een fragment met daarop aangegeven de locaties voor de nieuwe windturbines met daaromheen de contouren van de veiligheidszones (aangeleverd door de gemeente per mail van 3 september 2025). 1. 5
Procedure
en
opmerkingen
en
constateringen
op
en
vooraf
Procedure vanwege de plan ologie tot nu toe en straks Het project windpark Lorentz maakt de oprichting en exploitatie mogelijk van een inrichting voor het opwekken van energie door middel van wind. De inrichting bestaat uit drie windturbines met een maximale tiphoogte van 146 m ten opzichte van NAP. De twee noordelijke windturbines zijn voorzien aan de Lorentzdijk 5 en 25 in Harderwijk , nabij een bouwterrein met nieuw gevestigde industrie. De derde windturbine is geprojecteerd aan de Lorentzstraat 5-01 , achter de rioolwaterzuiveringsinstallatie van Harderwijk. De ontwikkelt samen met het het gemeente Harderwijk waterschap project. Voor 3. 30
het project zijn eerder al diverse besluiten genomen die met de Wro gecoördineerd zijn voorbereid en hierover is een Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State doorlopen. van
toepassing rechtsgang
artikel de bij
van
STEENHUIJS Bij
besluit
14 augustus Gelderland op
2020
het college van gedeputeerde staten van artikel 3.3 en artikel 3.8 van de Wet provincie grond de aan de natuurbescherming (hierna: Wnb) gemeente Harderwijk voor de tot december een 31 2050 periode ontheffing verleend van de verbodsbepalingen de artikelen en van de Wnb voor de in het besluit genoemde in 3.1 3.5 vogel- en van
de
heeft van
vleermuissoorten. De ontheffing is verleend ten behoeve van exploitatie van drie windturbines in de gemeente Harderwijk
de
bouw
(hierna:
en
de
Wnb-
ontheffing). Bij besluit van 19 oktober 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van provincie Gelderland aan de gemeente Harderwijk een vergunning als bedoeld artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb verleend ten behoeve van de bouw en exploitatie van drie windturbines in de gemeente Harderwijk. Bij besluit van 1 oktober 2020 heeft de raad van de gemeente Harderwijk Partiële herziening windmolens" vastgesteld. bestemmingsplan “Lorentz
de in
het
-
Bij besluit van 15 oktober 2020 heeft het college van B&W aan de gemeente Harderwijk een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en e‚ van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: verleend voor de bouw en de ingebruikname van drie windturbines op de Wabo) Lorentzstraat 5-01 te Harderwijk en Lorentzdijk 5 en 25 te Harderwijk. percelen Over de genoemde besluiten is beroep ingesteld wat uiteindelijk ertoe heeft geleid dat op 3 april 2024 het vaststellingsbesluit voor het bestemmingsplan “Lorentz-partiële herziening Windmolens”, de daaraan gekoppelde omgevingsvergunning voor de bouw en de ingebruikname van drie windturbines op de percelen Lorentzstraat 5-01 en Lorentzdijk 5 en 25 te Harderwijk en de vergunning volgens de Wet natuurbescherming, zijn vernietigd door de Afdeling. De verleende ontheffing en de rechtsgevolgen van de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming zijn wel in stand gebleven. Voor
de doorstart van het project wordt gewerkt met risicoanalyse
de procedures en daarmee ook in deze dezelfde uitgangspunten als uit het vernietigde bestemmingsplan, gelet op bijvoorbeeld de hoogte van de windmolens en de drie gekozen locaties. Dit keer wordt de procedure evenwel gevoerd via een besluit tot omgevingsvergunning in de vorm van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA) zoals bedoeld in de Omgevingswet. In verband met de voorbereiding van dit en
-
-
besluit
wenst de gemeente geïnformeerd te worden over de omvang van te verwachten nadeelcompensatievergoedingen in verband met de wijziging van de planologische omgeving. Opgemerkt wordt daarbij nog dat de contouren van de veiligheidszones die rondom de te plaatsen windturbines komen te liggen, ten opzichte van de wijze in het vernietigde bestemmingsplan wél anders volgens de laatste inzichten en beschikbare rekenmodule berekend en vorm en ook zijn de resultaten uit de eerder gegeven zijn MER heronderzocht en inmiddels definitief in het Onderzoek uitgevoerde neergelegd “Windturbines Harderwijk Bedrijventerrein Lorentz” door Antea (projectnummer —
-
(geanonimiseerd) analyse zijn uitgegaan. Deskundigen
merken
aangaande
het vorenstaande
ook
het
volgende
nog
op.
STEENHUIJS Toepasselijk schadevergoedingsstelsel Voor het betreffende project is inmiddels de Omgevingswet van toepassing. De in de Omgevingswet opgenomen Afdeling 15.1 over nadeelcompensatie is daardoor van toepassing als er schade aan de orde is vanwege de planologische inpassing van het project via de voorgestane BOPA. Eén
vergunning en één schadebeoordeling het planologische Deskundigen gaan ervan uit dat met één Omgevingsvergunning gedeelte voor afwijking via de BOPA, het technische en planologische gedeelte bij vergunning voor de activiteit bouwen en tevens die voor het gebruik (ook als milieubelastende activiteit) via één en dezelfde Omgevingsvergunning mogelijk zullen worden gemaakt. Zou dit anders zijn, dan zouden er mogelijk additionele vragen kunnen ontstaan over bijvoorbeeld welke vergunning dan eventuele schade veroorzaakt (hetgeen een causaliteitsvraag is) en ook op welk moment in tijd nadeelcompensatie dan aan de orde kan komen (hetgeen een vraag naar de peildatum betreft). -
-
in de toekomst liggende datum van schadebeoordeling Afdeling 15.1 Ow gaat voor de datum van schadebepaling, de zogenoemde peildatum, bij een omgevingsvergunning volgens artikel 15.3 Ow uit van het moment waarop van een verleende omgevingsvergunning wordt kennisgegeven. Hoewel dit mogelijk een dag eerder is dan de dag waarop een omgevingsvergunning in werking treedt verwezen wordt naar artikel 16.79 lid Ow, waarin is geregeld dat een omgevingsvergunning in werking treedt met ingang van de dag na de dag waarop het besluit is bekendgemaakt Ff(geanonimiserd) te doen gebruikelijk was bij nadeelcompensatieen daarmee een dag later dan voorheen moment en planschadebeoordeling, het van ligt schadebepaling in casu daarmee hoe dan ook vooralsnog in de toekomst. De verwachting van opdrachtgever vooralsnog is dat de De
-
BOPA definitief wordt in het laatste kwartaal van 2026/eerste kwartaal van 2027 en dat is wellicht nog zo’n anderhalf jaar vanaf nu. Deskundigen merken daarover op dat het hen niet mogelijk is waarde- of waardevermindering te bepalen in de toekomst, terwijl daartoe sowieso ook nog geen concrete datum vaststaat. Om die reden is met
opdrachtgever afgesproken dat als datum waarop de waarde en eventuele waardevermindering wordt geschat, de datum van dit advies is. Dat is daarmee de waardepeildatum en de peildatum voor eventuele waardevermindering die deskundigen in deze analyse aanhouden. Deskundigen
merken bij het vorenstaande nog uitdrukkelijk op dat de uiteindelijk te situatie voor de waarde- en schadebepaling op het moment van kennisgeving van de betreffende omgevingsvergunning in fysiek, technisch, juridisch, economisch en mogelijk sociaal opzicht, dan anders kan zijn dan per de door deskundigen in deze analyse aangehouden (waarde)peildatum en dit kan gevolgen hebben voor de geschatte waarden en eventuele waardevermindering. Diverse zaken kunnen immers nog wijzigingen, zoals bijvoorbeeld die met betrekking tot het project, die in de omgeving van het project, die vanwege wetgeving en rechtspraak, vanwege de onderzoeken
economie,
vanwege
het betreffende
vastgoed
en
veel
meer
nog.
Deze analyse is enkel en alleen bedoeld als risico-inschatting voor nadeelcompensatie Op 10 mei en op 2 en 3 augustus 2025 zijn de diverse te onderzoeken vastgoedobjecten met daarbij het omliggende gebied en de projectlocatie door deskundige voor het eerst bezichtigd. Deze bezichtiging is enkel visueel gedaan, met geen van mogelijk belanghebbenden is (daarbij) gesproken en de bezichtiging heeft plaatsgevonden vanaf de
openbare
weg.
Deskundigen wijzen opdrachtgever er uitdrukkelijk op dat de bezichtiging enkel is gedaan ten behoeve van een schatting van waarden en eventuele waardevermindering ten titel van nadeelcompensatie en dat de uitvoerde inspectie (en de analyse met deze rapportage) niets anders is dan dit en dat het daarmee bijvoorbeeld geen bouwkundige , milieukundige of welke andere dan ook analyse , onderzoek en rapportage betreft. Met een bezichtiging vanaf de openbare weg kan bovendien niet met eenzelfde nauwkeurigheid waarde en eventuele waardevermindering worden geschat dan wanneer bijvoorbeeld een expliciete vastgoedinspectie en een gesprek met de eigenaar zou kunnen plaatsvinden. Besluitvorming met zelfstandige afweging en de ontwikkeling in procedure en rechtspraak Deze risicoanalyse is gebaseerd op de huidige stand van de rechtspraak en tevens op inzichten van deskundigen op het gebied van nadeelcompensatie zoals bedoeld in de Omgevingswet , inzichten op het gebied van planschadebeoordeling zoals dat was geregeld in Afdeling 6. 1 van de per 1 januari 2024 ingetrokken Wet ruimtelijke ordening en op het stelsel van nadeelcompensatie zoals dat gold vóór 1 januari 2024.
Hoewel in dit advies een duidelijke indicatie wordt gegeven van de te verwachten gevolgen voor de voorgenomen waardeontwikkeling voor het onderzochte vastgoed en de onderzochte omgeving en hoewel deze indicatie in voorkomend geval tot uitdrukking wordt gebracht in een specifiek bedrag , is het niet uitgesloten dat een schadebeoordelingscommissie , indien die te zijner tijd door de gemeente wordt ingeschakeld , in haar onafhankelijke beoordeling van een aanvraag om nadeelcompensatie dan tot een ander oordeel komt. Daarenboven zal het college van burgemeester en wethouders van de gemeente in eerste aanleg op een aanvraag om nadeelcompensatie een besluit dienen te nemen en het college heeft daarbij een eigen beslissingsbevoegdheid en -plicht die onder omstandigheden ook kan leiden tot afwijking van hetgeen wordt geadviseerd. Tegen het besluit op zo’n aanvraag kan vervolgens daarna nog bezwaar worden aangetekend en vervolgens beroep en hoger beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter , respectievelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Dit alles maakt dat deze risicoanalyse derhalve niet meer weergeeft dan een indicatie van de mogelijke gevolgen van het voorgenomen project met het plaatsen van drie windturbines zoals die door de deskundigen worden gezien en waaraan geen rechtsgevolgen in (ook) de zin van bijvoorbeeld mogelijke aansprakelijkheid dezerzijds verbonden kunnen worden. Opdrachtgever wordt ook hierop nog uitdrukkelijk gewezen.
8
Regels voor deskundigen vanwege hun beroep als taxateur: het NRVT 1. 6 Deskundigen zijn als taxateur geregistreerd bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (hierna: het NRVT). Volgens de reglementen bij dit register moet een waardebepaling worden uitgevoerd als Professionele Taxatie Dienst (PTD) óf als Specifiek overeengekomen werkzaamheden (Sow) , dit laatste dan veelal in de vorm van een advies(dienst). Ingeval van een PTD moet het onderzoek en het product objectief en onafhankelijk tot stand komen en het product kan dan volgens het NRVT omwille van de duidelijkheid het beste een taxatie en een taxatierapport worden genoemd. Wordt een opdracht gegeven tot het bepalen van waarde en schade en hoort daarbij bijvoorbeeld ook advisering , dan spreekt het NRVT van Specifiek overeengekomen werkzaamheden , in wezen van een adviesdienst daarmee , waarbij de schatting van de waarde van het betreffende vastgoed ten minste ook een onderdeel is , maar niet zijnde een Professionele Taxatiedienst. In dat geval wordt in de regel dan niet gesproken van onder meer taxeren , taxateur en taxatie , maar worden termen gebruikt zoals waarde , adviseur en waardebepaling.
Een registertaxateur heeft zich in dat geval in beginsel overigens evengoed te houden aan de regels zoals die voor een taxatie in de reglementen vanwege het NRVT zijn neergelegd , maar hij heeft dan meer vrijheid ten aanzien van het beginsel van objectiviteit. Een schatting van nadeelcompensatie voorts , zo staat deskundigen dat althans voor , wordt als een Wettelijke Taxatie bedoeld zoals aangegeven in het Reglement Definities van het NRVT. De daarmee te verrichten werkzaamheden op het gebied van waarde- en schadebepaling worden in zo’n geval dan (mede) beheerst door regels die voortkomen uit wet- en regelgeving en de daarop gebaseerde rechtspraak , alsmede (ongeschreven) regels van best practice in de praktijk van advisering over nadeelcompensatie. Te lezen valt in het Reglement Definities onder meer , dat bij een Wettelijke Taxatie de wet- en regelgeving en jurisprudentie de registertaxateur mogelijk dwingen af te wijken van één of meer bepalingen uit de NRVT-Reglementen. Afwijkingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit de wijze van opdrachtverstrekking , het waardebegrip , de omvang van de onderzoekplicht en de rapportagevereisten. Een registertaxateur mag daarbij en alleen dan afwijken indien en voor zover de wet , regelgeving , best practice van het vakgebied of rechtspraak hem daartoe dwingt , zo menen deskundigen.
Waar dat niet zo is , moeten de regels vanwege het NRVT voor een PTD , dan wel een Sow onverkort worden gevolgd. De registertaxateur die een Wettelijke Taxatie uitvoert blijft tevens en onverkort gehouden aan de fundamentele beginselen verwoord in het Reglement Gedrags- en Beroepsregels (eveneens te vinden op www. nrvt. nl). Ingeval van tegenstrijdigheden tussen de wettelijke en jurisprudentiële kaders , alsook de daarmee samenhangende bestendige praktijk met het voor de betreffende onroerende zaak toepasselijke kamerreglement , staan de wettelijke en jurisprudentiële kaders , alsook de daarmee samenhangende bestendige praktijk , in rangorde boven de reglementen van het NRVT. In casu is deskundigen gevraagd advies te geven over risico’s op nadeelcompensatie voor door opdrachtgever aangewezen vastgoedobjecten , waardoor ook een schatting van de waarde van die objecten een onderdeel is van de opdracht. Deskundigen verrichten daarom in het kader van een Wettelijke Taxatie , Specifiek overeengekomen werkzaamheden voor opdrachtgever als adviesdienst. Deskundigen merken nog op dat deze scope voor de opdracht voor aanvang daarvan is gewijzigd ten opzichte van de eerder door deskundigen uitgebrachte offerte voor opdracht.
9
2. Het Project en de in deze analyse onderzochte gebieden De gemeente Harderwijk is voornemens de bouw van drie windturbines op het bedrijventerrein Lorentz mogelijk te maken. Deze windturbines dragen bij aan de hoeveelheid duurzame energie die in de gemeente opgewekt wordt. Een bestemmingsplan , “Lorentz - Partiële Herziening Windmolens” , is destijds opgesteld om het windpark planologisch mogelijk te maken , maar is vernietigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De thans daarom nog steeds vigerende , bestaande bestemmingsplannen - zoals deze nu deel uitmaken van het omgevingsplan Harderwijk (tijdelijk deel) - voorzien niet in de realisatie van de voorgestane nieuwe windturbines. Derhalve is het noodzakelijk voor het windpark een nieuw planologisch regime te bewerkstelligen. Het plangebied bevindt zich in het noorden van de stad Harderwijk en de beoogde locaties van de windturbines liggen op bedrijventerrein Lorentz. Het bestemmingplan “Lorentz - Partiële Herziening Windmolens” behelsde een herziening van de locaties waar de windturbines geplaatst worden met de daarbij behorende veiligheidszones rondom deze turbines. Dit voornemen van de gemeente is op zich niet gewijzigd. Op basis van nieuwe inzichten en de meest actuele rekenmodule van het RIVM zijn de veiligheidscontouren opnieuw berekend en is de ligging daarvan iets gewijzigd.
Met de voorgestane BOPA worden straks de drie windturbines mogelijk gemaakt met de berekende onderstaande contouren voor de veiligheidszones. Deze worden uiteindelijk verwerkt in het omgevingsplan Harderwijk.
Fragment met daarop aangegeven de locaties voor de nieuwe windturbines en met daaromheen de contouren van de veiligheidszones (aangeleverd door de gemeente per mail van 3 september 2025)
10
Het voornemen is om een windpark van drie moderne windturbines met bijbehorende kraanopstelplaatsen , infrastructuur , technische ruimte (meterkast-huisje) en bekabeling te realiseren. De beoogde windturbines krijgen een tiphoogte van ten hoogste 146 meter.
Het (grotere) gebied van het bedrijventerrein Lorentz is door deskundigen onderzocht , dit in overleg met de gemeente. Zoals onder Paragraaf 1. 3 hiervoor als opdracht is aangeven , hebben deskundigen de volgende vastgoedobjecten onderzocht. 1. Bedrijfsgebouwen of -percelen op het bedrijventerrein Lorentz die binnen de contouren van de veiligheidszone rondom de te plaatsen windturbines komen te liggen. 2. Bedrijfsgebouwen of -percelen op het bedrijventerrein Lorentz die buiten de contouren van de veiligheidszones rondom de te plaatsen windturbines komen te liggen. 3. Woningen die buiten het bedrijventerrein Lorentz liggen , maar binnen een straal van (ongeveer) 1 kilometer en die wellicht te maken krijgen met hinder vanwege de te plaatsen windturbines. Het gehele bedrijventerrein Lorentz en het gebied binnen een straal van ongeveer 1 kilometer vanaf de drie windturbines is op de onderstaande uitsnede van Kadastralekaart. com globaal aangegeven.
WT1
WT2
WT3
11
Vanaf de vorenstaande kaart valt af te leiden dat voor WT1 , met groen aangegeven , binnen een straal van 1 kilometer enkel bedrijven op het bedrijventerrein Lorentz liggen. Voor WT2 , met geel aangegeven , liggen binnen een straal van 1 kilometer grotendeels bedrijven op het bedrijventerrein Lorentz en voor een klein gedeelte langs of net over een deel van een paar bedrijven langs de Archimedesstraat en Zeppelinstraat ten zuiden van de Newtonweg in Hierden. Voor WT3 , met rood aangegeven , liggen binnen een straal van 1 kilometer bedrijven op het bedrijventerrein Lorentz en vier bedrijfswoningen aldaar , woningen aan de noordoostkant van de wijk Broekland , twee bedrijfsgebouwen en daar ten zuiden van woningen in de noordelijke kop van de wijk Broekland , kantoren en enkele woningen in de noordelijke kop van de wijk Stadsdennen , woningen tot ver in de wijk Zeebuurt , de woningen in de wijken Waterfront , De Stadserven , De Kades en De Eilanden , woningen en een diversiteit aan bedrijven (voornamelijk horeca en detailhandel) in de noordelijke kop van de binnenstad , een deel van het Dolfinarium Harderwijk en een deel van Jachthaven De Knar.
12
3.
Nadeelcompensatie
en de regeling
ervan
3. 1 Regelgeving Met de Omgevingswet is tevens titel 4. 5 (Nadeelcompensatie) van de Algemene wet bestuursrecht per 1 januari 2024 in werking getreden. Met het in werking treden van deze titel bevat de Algemene wet bestuursrecht thans een generieke regeling voor nadeelcompensatie. In Afdeling 15. 1 voorts van de Omgevingswet , is aanvullend een specifieke regeling in het leven geroepen voor nadeelcompensatie als gevolg van diverse in de Omgevingswet opgenomen ruimtelijke besluiten en activiteiten. Over nadeelcompensatie zijn in de Omgevingswet in de artikelen 15. 1 tot en met 15. 10 daartoe regels neergelegd. De relevant geachte regels daaruit voor deze risicoanalyse komen hierna aan de orde. In artikel 15. 1 Ow zijn , limitatief , de grondslagen neergelegd op basis waarvan om nadeelcompensatie kan worden verzocht. Dit artikel luidt als volgt. 1.
Als een bestuursorgaan in de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak op grond van deze wet schade veroorzaakt , is titel 4. 5 van de Algemene wet bestuursrecht alleen van toepassing op de toekenning van vergoeding van schade als bedoeld in artikel 4:126 , eerste lid , van die wet die wordt veroorzaakt door het vaststellen , verlenen , stellen , treffen of , voor zover van toepassing , wijzigen of intrekken van: a.
b. c.
d. e.
f. g.
h. i. j. k. l.
m. n. o.
een peilbesluit als bedoeld in artikel 2. 41 , een besluit op grond van artikel 2. 45 , eerste of derde lid , een in een programma opgenomen beschrijving van een activiteit als gevolg waarvan de activiteit is toegestaan , een regel in het omgevingsplan , als het gaat om een regel als bedoeld
in artikel 4. 1 , eerste lid , een regel in een waterschapsverordening , als het gaat om een regel als bedoeld in artikel 4. 1 , eerste lid , een regel in een omgevingsverordening , als het gaat om een regel als bedoeld in artikel 4. 1 , eerste lid , een regel in een algemene maatregel van bestuur , als het gaat om een regel als bedoeld in artikel 4. 3 , eerste of tweede lid , een regel in een ministeriële regeling , als het gaat om een regel als bedoeld in artikel 4. 1 , tweede lid , of 4. 3 , derde lid , een maatwerkvoorschrift , een toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen , een omgevingsvergunning of het weigeren daarvan , een projectbesluit , een beslissing tot het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 19. 4 , een beslissing tot het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 19. 5 , een maatregel als bedoeld in artikel 19. 15.
2.
Als voor een activiteit een omgevingsvergunning is vereist op grond van een regel als bedoeld in het eerste lid , onder d tot en met f , of op grond van artikel 5. 1 Ow , geldt alleen het besluit tot het verlenen , wijzigen , intrekken of weigeren van de omgevingsvergunning voor die activiteit als schadeveroorzakend besluit.
3.
Als op grond van artikel 5. 52 , eerste lid Ow een omgevingsplan wordt gewijzigd , geldt alleen het projectbesluit als schadeveroorzakend besluit. 13
Criteria 3. 2 Voor het beoordelen van schade als bedoeld in Afdeling 15. 1 Ow , al dan niet in samenhang met titel 4. 5 Awb , geldt (in het algemeen) een aantal criteria dat hierna eerst aan de orde zal worden gesteld. Deskundigen merken op dat , vanwege het goeddeels nog ontbreken van rechtspraak over nadeelcompensatie in de stijl van de Omgevingswet , het onderstaande vooral voortkomt uit rechtspraak op het gebied van planschade zoals dat was bedoeld in de op 1 januari 2024 ingetrokken Wro en uit rechtspraak op het gebied van nadeelcompensatie van vóór 1 januari 2024. 3. 2. 1 Belanghebbende Naar de mening van deskundigen dient in beginsel als belanghebbende bij een nadeelcompensatiebeoordeling eenieder te worden aangemerkt die belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn aanvraag. Degene die gemotiveerd stelt dat hij schade lijdt als gevolg van bijvoorbeeld een omgevingsvergunning of activiteit , zal daarom naar de mening van deskundigen dan in beginsel reeds als belanghebbende in de zin van Afdeling 15. 1 Ow dienen te worden aangemerkt. Doorgaans zal daarbij echter diegene worden beschouwd , die op het moment van het inwerking treden van de omgevingsvergunning of bij de melding , dan wel start van de activiteit , een zaken- of verbintenisrechtelijke relatie heeft met de onroerende zaak in verband waarmee om nadeelcompensatie wordt gevraagd. In Afdeling 15.
1 Ow is hierover evenwel geen definitie opgenomen en rechtspraak daarover is thans nog niet voorhanden. In deze analyse zal de term “belanghebbende” daarom worden gebruikt voor degene die (mogelijk) schade lijdt in de vorm van nadeelcompensatie als gevolg van de te verlenen BOPA. Deskundigen nemen als uitgangspunt in deze analyse dat de huidige eigenaren van de onderzochte vastgoedobjecten daarbij als belanghebbende beschouwd moeten worden. Het bevoegd gezag kan volgens artikel 13. 3c Ow een toe te kennen schadevergoeding en de daarmee samenhangende kosten (geheel of gedeeltelijk) verhalen op een initiatiefnemer. Dit kan worden geregeld bij overeenkomst en de initiatiefnemer kan dan eveneens als een (als zodanig genoemde: derde) belanghebbende bij het besluit over de gevraagde schadevergoeding worden aangemerkt. Van opdrachtgever menen deskundigen te hebben begrepen dat zulke derde-belanghebbenden in casu niet bestaan. Onherroepelijkheid en de peildatum voor de schade bij een schadeoorzaak Artikel 15. 1 Ow gaat onder meer uit van de verlening van een omgevingsvergunning als schadeoorzaak.
Als zo’n vergunning in werking is getreden kan een aanvraag om nadeelcompensatie worden ingediend en kan erop worden beslist , hoewel een bestuursorgaan met een beslissing mogelijk zal wachten totdat de omgevingsvergunning onherroepelijk is en een eerder dan dat ingediende aanvraag om nadeelcompensatie tot dat moment zal aanhouden. Tot het moment van onherroepelijkheid kan er immers nog iets veranderen in , aan of met de aangevraagde omgevingsvergunning. Daarbij merken deskundigen op , dat het moment waarop van in dit geval van de BOPA wordt kennisgegeven , niettemin het moment is waarop schade moet worden beoordeeld en in voorkomend geval vastgesteld. Dit moment wordt de peildatum voor de schade genoemd. Tijdens het opstellen van deze risicoanalyse is nog geen sprake van een dergelijke status van de voorgenomen te verlenen omgevingsvergunning. 3. 2. 2
14
Omdat enerzijds de vastgoedmarkt en anderzijds effecten van (mogelijk ook nog te wijzigen wetgeving en) rechtspraak op termijn niet of nauwelijks kunnen worden ingeschat , wordt voor het eventueel bepalen van waarden en schade in deze analyse uitgegaan van een fictieve peildatum , zoals eerder in deze analyse aangegeven de datum van ondertekening van dit advies. Opgemerkt wordt daarover nog dat tussen de in deze analyse (mogelijk) genoemde bedragen en de te zijner tijd eventueel daadwerkelijk uit te keren nadeelcompensatie verschillen kunnen optreden wanneer het nog een tijd duurt voordat de omgevingsvergunning rechtskracht verkrijgt en onherroepelijk wordt , ook terwijl als uitgangspunt voor deze analyse wordt aangenomen dat te zijner tijd de definitieve omgevingsvergunning één op één zal aansluiten op de in deze risicoanalyse geanalyseerde beeldvorming en vormgeving voor het project dienaangaande. 3. 2. 3 Het causale verband tussen schade en de omgevingsvergunningen Tussen schade en - in dit geval - de te verlenen omgevingsvergunning moet een causaal verband bestaan , waarbij schade in een zodanig rechtstreeks en noodzakelijk verband moet staan tot de oorzaak , dat die schade als een gevolg daarvan kan worden toegerekend.
In dit geval achten deskundigen het causale verband tussen eventuele schade voor de voornoemde en nog te noemen betrokken onroerende zaken en het voorgenomen project , althans de BOPA die dit te zijner tijd mogelijk zal gaan maken , aanwezig. Door de planologische inpassing van het nieuwe project kunnen immers effecten ontstaan die nadelig zijn voor de waarde van de betreffende vastgoedobjecten. 3. 2. 4
Zijn de effecten ten gevolge van de omgevingsvergunningen voor belanghebbende(n) nadeliger dan in de huidige situatie? Bij de beoordeling van een aanvraag om nadeelcompensatie op grond van artikel 15. 1 Ow , dient te worden bezien of sprake is van een wijziging van de bestaande , fysieke situatie waardoor een belanghebbende in een nadeliger positie komt te verkeren ten gevolge waarvan hij schade zal lijden. Onderzocht moet daarbij worden of er schade wordt veroorzaakt door een nieuwe omgevingsplanregeling via , in dit geval , een omgevingsvergunning op grond waarvan nieuwe of gewijzigde bouw en gebruik als activiteit(en) mogen plaatsvinden. Het gaat daarbij om een vergelijking van vooral de fysieke situatie (in termen van de feitelijke , technische , economische , juridische en sociale kwaliteiten) vóór de verlening van de omgevingsvergunning met de vergunde situatie ná de verlening van diezelfde omgevingsvergunning. Er wordt daarbij uitgegaan van een maximale benutting van de te verlenen omgevingsvergunning , wat bijvoorbeeld betekent dat als de vergunninghouder ervoor kiest om maar een deel van een met een omgevingsvergunning mogelijk gemaakte activiteit te realiseren , toch wordt vergeleken met wat de vergunning in zijn geheel mogelijk maakt en dus niet met enkel het feitelijk gerealiseerde gedeelte.
Deskundigen merken bij het vorenstaande op dat als een legaliserende omgevingsvergunning de schade veroorzaakt , het door de wetgever onredelijk wordt geacht om de waarde die de geschade onroerende zaak vóór de peildatum heeft , vast te stellen aan de hand van fysiek-feitelijke situaties. Een feitelijke vergelijking voor en na de peildatum zou daarbij mogelijk immers niet of nauwelijks tot schade leiden en daarvan zou bijvoorbeeld degene kunnen profiteren die oorspronkelijk (reeds) in strijd met de planologie heeft gehandeld en derde-belanghebbende is.
15
Afdeling 15. 1 Ow moet daarom in zo’n situatie dan zo worden gelezen dat die waarde van de geschade onroerende zaak vóór de peildatum moet worden beschouwd die deze zou hebben als zou niet in strijd met de planologie zijn gehandeld voor het planologisch te wijzigen vastgoed. Deskundigen nemen overigens als uitgangspunt aan dat dit in casu niet aan de orde is. Deskundigen merken overigens op dat artikel 22. 13 Ow bepaalt dat een omgevingsvergunning die wordt verleend op grond van een regel in het tijdelijke Omgevingsplan zoals bedoeld in artikel 22. 1 , aanhef en onder a , waarvan er voor iedere gemeente in Nederland één is gaan gelden vanaf 1 januari 2024 , niet geldt als schadeveroorzakend besluit als bedoeld in artikel 15. 1 , lid 2 Ow. Als op basis van zo’n Omgevingsplan reguliere vergunningen worden verleend , dan betreft het immers omgevingsvergunningen voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit die onder de Wabo reguliere omgevingsvergunningen worden genoemd. Dit betreft dan omgevingsvergunningen die worden verleend in overeenstemming met het tijdelijk deel van het Omgevingsplan dat in essentie bestaat uit de planologische situatie (onder meer bestemmingsplannen en verleende omgevingsvergunningen) van vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op basis waarvan de vergunning dus reeds regulier verleend kon worden.
Dan is in wezen , althans in materieel opzicht , dus geen planwijziging aan de orde en dat kan in de ogen van de wetgever daarom dan geen aanleiding geven tot nadeelcompensatie. In casu is het vorenstaande overigens niet aan de hand , nu een nieuwe activiteit (voor afwijking , bebouwing en gebruik) mogelijk wordt gemaakt met de voorgestane BOPA voor het realiseren van het project met drie windturbines , wat momenteel planologisch niet is toegestaan. In de praktijk en literatuur wordt voorts (vooral) gesteld dat bestaande , fysieke of feitelijke situaties met elkaar moeten worden vergeleken , waarbij de gedachte - ook van deskundigen - is dat daarmee een geobjectiveerde vergelijking wordt bedoeld met als het ware vergelijking op aspecten in het gehele feiten- en feitelijke complex aan fysieke , technische , juridische , economische en sociale veranderingen. Een belanghebbende komt daarbij dán in een nadeliger situatie te verkeren , wanneer de bouw- of gebruiksmogelijkheden die op basis van de omgevingsvergunning tot realisatie van een activiteit mogen komen , nadeliger gevolgen hebben dan in de per peildatum bestaande zogenoemde feitelijke situatie daarvóór.
In wezen worden alle parameters die de waarde in de huidige en in de nieuwe situatie bepalen dan geacht hetzelfde te blijven , terwijl de wijziging via de omgevingsvergunning enkel de verandering betreft die in het onderzoek naar nadeelcompensatie nu juist wordt onderzocht. Dan wordt de waardevermindering verondersteld dus ook enkel door de aspecten te worden veroorzaakt die de verandering aangaan. Het gaat daarbij dan , in casu , overigens over activiteiten die wel of niet op eigendom van een belanghebbende(n) zelf plaatsvinden , waartoe in termen van nadeelcompensatie dan wordt gesproken over directe , respectievelijk indirecte schade. Beide vormen zijn in casu aan de hand , zoals hierna nog nader zal worden toelicht. Het vorenstaande is expliciet zo opgenomen , om (ook) het contrast weer te geven ten aanzien van hoe in termen van planschade ex artikel 6. 1 Wro nog moest worden omgegaan met de vergelijking van oude en nieuwe situaties. Dat moest in termen van planschadebeoordeling gebeuren door beide planologische regimes maximaal in te vullen en dat ook (bij indirecte schade) in de meest ongunstige situatie. Dit systeem van vergelijking heeft de wetgever nadrukkelijk verlaten met nadeelcompensatie in de nieuwe stijl van de Omgevingswet.
Planmaximalisatie en het zoeken naar de meest ongunstige invulling voor een aanvrager om een tegemoetkoming in planschade hebben plaatsgemaakt , systematisch , voor een praktischere en realistischere vergelijking. 16
Het is evenwel nog niet geheel duidelijk , rechtspraak ontbreekt er nog over , of de wetgever nu letterlijk een feitelijke vergelijking voor ogen staat of dat de bestaande en nieuwe , fysieke situaties met elkaar moeten worden vergeleken , waarbij de gedachte in literatuur en praktijk vooralsnog - en ook van deskundigen - thans is dat daarmee een geobjectiveerde vergelijking wordt bedoeld met als het ware vergelijking op aspecten in het gehele feitelijke complex aan fysieke , technische , juridische , economische en sociale aspecten die waarde van vastgoed vormen en beïnvloeden. Een belanghebbende in termen van nadeelcompensatie komt daarbij dán in een nadeliger situatie te verkeren , wanneer de bouw- of gebruiksmogelijkheden die op basis van de omgevingsvergunning tot realisatie van een nieuwe activiteit mogen komen , nadeliger gevolgen hebben dan in de per peildatum bestaande zogenoemde situatie daarvóór. In wezen worden alle parameters die de waarde in de huidige en in de nieuwe situatie bepalen dan geacht hetzelfde te blijven , terwijl de wijziging via de omgevingsvergunning enkel de verandering betreft die in het onderzoek naar nadeelcompensatie nu juist wordt onderzocht. Dan wordt de waardevermindering verondersteld dus ook enkel door de aspecten te worden veroorzaakt die de verandering aangaan.
Het gaat daarbij dan , in casu , overigens over activiteiten die wel of niet op eigendom van een belanghebbende(n) zelf plaatsvinden , waartoe in termen van nadeelcompensatie dan wordt gesproken over directe , respectievelijk indirecte schade. Beide vormen zijn in casu aan de hand , zoals hierna nog nader zal worden toelicht. In casu maakt het vorenstaande naar de mening van deskundigen dan dat de te overwegen situatie , voor en na de mutatie met in dit geval de BOPA , zoals gesteld anders dan bij planschade , meer op een overweging lijkt zoals een taxateur die maakt uit realisme en (veel) minder op hoe een planschadebeoordelaar dat (nog) doet. De taxateur kijkt daarbij niet louter naar de feitelijke situatie , maar naar alle feitelijke , functionele , technische , economische , juridische en sociale omstandigheden van het geval die van invloed zijn op de door hem te schatten waarde , in beide te vergelijken situaties. Daarmee is planologie dus ook relevant , zo denk deskundigen althans , maar niet in planmaximaal opzicht , evenmin in meest ongunstig opzicht voor een aanvrager om schadevergoeding , maar wel op een zodanige manier dat er bij de waardebepaling rekening mee moet worden gehouden. 3. 2. 5
Welke schade lijdt een belanghebbende ten gevolge van een eventueel nadeligere omgevingsvergunning? Als blijkt dat een belanghebbende in een nadeliger positie is komen te verkeren , dan dient de daaruit voortvloeiende schade per peildatum vastgesteld te worden. Schade in de zin van artikel 15. 1 Ow zal doorgaans bestaan uit waardevermindering van een onroerende zaak of uit inkomensderving. Immateriële schade , zoals bijvoorbeeld het verlies van woongenot (op zichzelf) , wordt volgens artikel 15. 2 Ow niet vergoed. Deskundigen menen dat dit ook geldt voor bijvoorbeeld fysieke of bouwschade. In het kader van deze risicoanalyse hebben deskundigen , zoals afgesproken met opdrachtgever , niet onderzocht of schadevergoeding ten titel van nadeelcompensatie aan de orde zou kunnen zijn vanwege bijvoorbeeld permanente inkomensschade , tijdelijke inkomensschade door bouwactiviteiten of tijdelijke derving van woongenot door bouwactiviteiten. Dergelijke schade kan naar de mening van deskundigen niet (zinvol) worden onderzocht zonder onderzoek naar bijvoorbeeld exploitatie en resultaten daaruit per bedrijf.
17
3. 2. 6 Is de schade anderszins verzekerd (subsidiariteit)? Een benadeelde kan slechts aanspraak maken op nadeelcompensatie voor zover daartoe of daarin niet op andere wijze is of kan worden voorzien. Dit criterium van subsidiariteit beoogt te voorkomen dat een belanghebbende wordt verrijkt doordat dezelfde schade meer dan eens wordt vergoed. Het beginsel daartoe is neergelegd in artikel 4:126 , lid 2 sub d Awb. Schade kan anderszins verzekerd zijn door bijvoorbeeld aankoop , onteigening , vergoeding in natura , op grond van een specifieke wettelijke regeling , bij privaatrechtelijke overeenkomst of op andere wijze , zoals bijvoorbeeld met het additioneel mogelijk maken van een voor een benadeelde aanvrager voordelige activiteit. In casu nemen deskundigen als uitgangspunt dat subsidiariteit niet aan de orde is , behalve voor het bedrijf aan de Daltonweg 42-44. Verwezen wordt dienaangaande naar Paragraaf 1. 3 hiervoor. 3. 2.
7 Verjaringstermijn voor aanvragen tot nadeelcompensatie Artikel 4:131 , lid 2 Awb bepaalt dat het betreffende bestuursorgaan een aanvraag tot nadeelcompensatie kan afwijzen indien op het tijdstip van de aanvraag vijf jaren zijn verstreken na aanvang van de dag na die waarop de benadeelde bekend is geworden zowel met de schade als met het voor de schadeveroorzakende gebeurtenis verantwoordelijke bestuursorgaan , en in ieder geval na verloop van twintig jaren nadat de schade is veroorzaakt. Indien een aanvraag betrekking heeft op schade veroorzaakt door een besluit waartegen beroep kan worden ingesteld , dan vangt de termijn van vijf jaren aan nadat het besluit tot het verlenen daartoe onherroepelijk is geworden. Met deze laatste regel is bepaald dat voor een recht op nadeelcompensatie vanwege bijvoorbeeld een omgevingsvergunning , zoals dat in casu aan de orde is , een verjaringstermijn bestaat van 5 jaar na de dag waarop die vergunning onherroepelijk is geworden. Deskundigen nemen als uitgangpunt dat geen sprake is of zal zijn van verjaring. 3. 2. 8 Normaal maatschappelijk risico In artikel 15.
7 , lid 1 Ow is bepaald dat bij een aanvraag om vergoeding van schade die bestaat uit waardevermindering van een onroerende zaak , die wordt veroorzaakt door een besluit op grond waarvan een of meer activiteiten is of zijn toegestaan buiten de locatie waar de onroerende zaak is gelegen of door een maatregel die buiten die locatie wordt getroffen , een deel ter grootte van 4% van de waarde van de geschade onroerende zaak onmiddellijk voor het ontstaan van de schade dan wordt aangemerkt als behorend tot het normaal maatschappelijke risico of het normale ondernemersrisico zoals bedoeld in artikel 4:126 , lid 1 Awb. Enkele uitzonderingen hierop zijn mogelijk , maar in beginsel is het genoemde percentage forfaitair - niet meer en niet minder dus - en op iedere maatregel telkens opnieuw van toepassing , althans in die kwesties die gaan over indirecte schade waarbij waardevermindering aan de orde is en die niet gaan over bij elkaar behorende planmutaties. Deskundigen merken nog op dat het in paragraaf 5. 1 niet gaat over indirecte schade , maar over directe schade , vanwege (mogelijke) beperkingen op eigendom zelf. Daarop is het forfait van 4% niet van toepassing , maar dient een passend percentage aan normaal maatschappelijk risico te worden bepaald voor de omstandigheden van het geval.
Op basis van aard , ernst en duur en ook overwegingen over het passen van de windmolens in de planologische omgeving , zowel als in sedert jaren gevoed beleid door de gemeente , hanteren deskundigen op dat onderwerp het standpunt dat voor directe schade redelijkerwijs (ook) 4% vanwege het normaal maatschappelijk risico kan worden aangehouden. 18
3. 2. 9 Voorzienbaarheid en risicoaanvaarding Indien een belang tot de betrokken onroerende zaak werd verkregen nadat de schadeveroorzakende planologische maatregel bekend is gemaakt , leidt dat in beginsel tot het oordeel dat een belanghebbende ten tijde van het verkrijgen van dit belang behoorde te weten van deze voor hem negatieve planologische ontwikkeling. In dat geval wordt hij doorgaans geacht (actief) het risico op een dergelijke ontwikkeling te hebben aanvaard als hij zijn belang toch is aangegaan en dan blijft eventuele schade ten zijnen laste. Een en ander geldt eveneens als ten tijde van het verkrijgen van het belang een belanghebbende reeds wist of redelijkerwijs reeds behoorde te weten dat een bestuursorgaan voornemens was de planologische situatie in schadeveroorzakende zin te wijzigen. Dit betekent dat bijvoorbeeld een omgevingsvisie , een ter inzage gelegd ontwerp voor een omgevings- of bestemmingsplan , of een ander publiekelijk gemaakt en voldoende concreet (beleids)voornemen kan leiden tot de conclusie dat een belanghebbende die , nadat dergelijke ontwikkelingen voldoende duidelijk en voldoende kenbaar afgekondigd zijn zich toch ter plaatse vestigde , daarmee de kans en dus het risico op eventuele nadeelcompensatie actief heeft aanvaard.
In passieve zin kan voorzienbaarheid met risicoaanvaarding overigens ook een rol spelen , waarbij het dan gaat om vervallen , onbenut gelaten planologische mogelijkheden van bebouwing of gebruik op eigen grond. Voor een aantal planmutaties , zoals die via een omgevingsvergunning , geldt bij nadeelcompensatie zoals bedoeld in Afdeling 15. 1 Ow dat niet het moment waarop een activiteit planologisch wordt mogelijk gemaakt het moment is waarop om nadeelcompensatie kan worden gevraagd , maar het moment waarop van een verleende omgevingsvergunning dienaangaande kennis wordt gegeven. Omdat tussen deze momenten (behoorlijk wat) tijd kan liggen , heeft de wetgever in artikel 15. 5 Ow een regeling opgenomen die aangeeft dat risicoaanvaarding een belanghebbende niet wordt aangerekend als die de betreffende onroerende zaak heeft gekocht ná de vaststelling of wijziging van een omgevingsplan waarin de schadeveroorzakende bepaling is opgenomen en vóór het moment van verlenen , wijzigen , intrekken of weigeren van een omgevingsvergunning dienaangaande. Deze uitzondering op het leerstuk van risicoaanvaarding geldt volgens lid 3 van het genoemde artikel overigens alleen voor waardevermindering , dat ook enkel voor een als woning bestemde onroerende zaak en bovendien enkel als de koper daarvan een eindconsument is.
De gemeente heeft deskundigen op hun verzoek aangegeven dat het project voor de drie windturbines teruggaat tot in ieder geval 2013 (zie www. harderwijk. nl en dan onder “Wat is er tot nu toe gedaan”). Bij de NRD - in voorbereiding op de planMER - zijn in 2017 de inwoners van Harderwijk voorts betrokken geweest en publicaties in zowel het huis-aanhuis blad als op de projectwebsite hebben plaatsgevonden. De provincie heeft haar bevoegdheid daarnaast overgedragen en dit ook openbaar gepubliceerd , verwezen wordt naar https://www. gelderland. nl/besluiten/2017-07-11. Ik vond net op een archiefwebsite van de gemeente Harderwijk In juni 2017 is voorts de NRD ter inzage gelegd , verwezen wordt naar https://harderwijk. archiefweb. eu/#archive en naar https://www. gelderland. nl/besluiten/2017-07-11 en https://www. harderwijk. nl/over-degemeente/projecten-in-harderwijk/windenergie. De eerste formele bekendmaking voor de plannen tot het plaatsen van de windmolens is voorts in januari en oktober 2020 geplaatst in de Staatscourant. Verwezen wordt naar https://zoek. officielebekendmakingen. nl/stcrt-2020-2606. pdf en https://zoek. officielebekendmakingen. nl/stcrt-2020-54522. pdf. 19
Deskundigen hebben in overleg met de gemeente vanwege het vorenstaande juni 2017 aangehouden voor deze analyse in termen van voorzienbaarheid , maar sluiten daarbij zeker niet uit dat de datum waarop voorzienbaarheid na nader onderzoek zal blijken aan te sluiten , eerder in tijd ligt. Een dergelijke , nadere overweging is door deskundigen niet uitgevoerd. 3. 2. 10 Kosten van deskundige bijstand , wettelijke rente en belastingschade In artikel 4:129 Awb is bepaald dat het bestuursorgaan bij toekenning van een vergoeding tot nadeelcompensatie als bedoeld in artikel 4:126 Awb , tevens vergoedt de redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade als die zijn gemaakt , de redelijke kosten ter zake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand of andere deskundige bijstand bij de vaststelling van de schade als die zijn gemaakt , het voor het in behandeling nemen van de aanvraag betaalde recht en de wettelijke rente vanaf de ontvangst van de aanvraag , of indien de schade op een later tijdstip ontstaat vanaf dat tijdstip , tot het moment van uitbetaling. Overigens kan het blijkens rechtspraak , dit onderwerp is niet wettelijk geregeld , ook voorkomen dat zogenoemde belastingschade - waarmee wordt bedoeld de eerdere of meerdere te betalen belasting als gevolg van een éénmalige uitkering van schadevergoeding - als nadeelcompensatie moet worden vergoed.
Dit onderwerp is niet wettelijk vastgelegd 3. 2. 11 Voordeel zowel als nadeel In artikel 4:126 , lid 3 Awb is bepaald dat als een schadeveroorzakende gebeurtenis zoals bedoeld in het eerste lid tevens voordeel voor de benadeelde heeft opgeleverd , ook dit voordeel bij de vaststelling van nadeelcompensatie in aanmerking moet worden genomen.
3. 2. 12 Andersoortige compensatie dan in geld In artikel 4:126 , lid 4 Awb is bepaald dat het betreffende bestuursorgaan een vergoeding kan toekennen in andere vorm dan betaling van een geldsom. Gedacht kan daarbij bijvoorbeeld worden aan compensatie in natura , ook bijvoorbeeld door aanpassing van de planologie of door het nemen van een additionele feitelijke , voor een aanvrager tot nadeelcompensatie voordelige maatregel.
20
Vergelijking van de huidige situatie met de nieuwe situatie 4. Bij het beantwoorden van de vraag of sprake is van schade ex artikel 15. 1 Ow moet in casu een vergelijking worden gemaakt van de huidige situatie met die waarin de mogelijkheden uit de nieuwe omgevingsvergunning bestaan. Bezien moet worden of een belanghebbende , enkelvoud of meervoud in dit geval , in een nadeliger positie komt. In casu wordt een vergelijking gemaakt tussen de huidige bestaande en feitelijke situatie enerzijds met anderzijds exact diezelfde situatie maar waarin de bouw en het gebruik van de betreffende drie windturbines dan mogelijk is gemaakt via de voorgestane BOPA. 4. 1 Huidige situatie Zoals onder paragraaf 2. 2 reeds is aangegeven , vigeren daar waar de voorgestane BOPA op ziet , thans ter plaatse diverse bestemmingsplannen. Windturbines 1 en 2 (WT1 en WT2) Ter plaatse waar straks de windturbines 1 en 2 komen , vigeert thans volgens het bestemmingsplan “Waterfront Noord II” (vastgesteld op 12-08-2010) de bestemming 'Bedrijf - Watergebonden'. Er zijn geen regels omtrent windmolens ten behoeve van deze bestemming opgenomen , er geldt wél een maximale bouwhoogte van 12 meter voor gebouwen en bouwwerken.
Onder nadere verwijzing naar de regels uit artikel 3 van het bestemmingsplan , geldt in hoofdlijn voor de bestemming 'Bedrijf - Watergebonden' dat de ter plaatse als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven die zijn aangegeven in de bijlage 'Staat van Bedrijfsactiviteiten' (met uitzondering van de bedrijven die zijn aangegeven onder SBI code 1993: 351). Voor het bouwen van gebouwen geldt ter plaatse dat gebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd mogen worden , het bebouwingspercentage per bouwperceel niet meer mag bedragen dan 80% en dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 12 meter. Ook voor bouwwerken , geen gebouwen zijnde geldt deze maximale bouwhoogte. De feitelijke situatie geeft per peildatum een braakliggend perceel te zien , een en ander zoals op de onderstaande foto is weergegeven.
Foto gemaakt
door deskundige op 10 mei 2025
21
Windturbine 3 (WT3) Daar waar straks windturbine 3 komt , vigeert thans volgens het bestemmingsplan “Lorentz I en II 2013” (vastgesteld op 13-06-2013) ter plaatse de bestemming 'Bedrijf’. Windturbines van meer dan 25 meter hoog zijn niet toegestaan binnen deze bestemming. Onder nadere verwijzing naar de regels uit artikel 3 van het bestemmingsplan , geldt in hoofdlijn voor de bestemming 'Bedrijf' dat de ter plaatse als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven behorend tot categorie 1 tot en met 5. 3 welke zijn opgenomen in Bijlage 1 , de Staat van bedrijfsactiviteiten. Voor het bouwen van gebouwen ter plaatse geldt onder meer dat gebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd , de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 165, 0 meter en dat per bouwperceel het bebouwingspercentage niet meer mag bedragen dan 70%. Diverse bouwwerken , geen gebouwen zijn toegestaan variërend tot een hoogte van 20 meter , behoudens windmolens waarvoor de bouwhoogte 25 meter mag bedragen. De feitelijke situatie geeft per peildatum een onderdeel te zien van de Waterzuiveringsinstallatie op het bedrijventerrein Lorentz , een en ander zoals op het onderstaande fragment is weergegeven en waar ter plaatse momenteel nog bomen en planten aanwezig zijn. Deskundigen hebben dit terrein niet betreden en daarom niet zelf een foto kunnen maken van de locatie.
Fragment van kadastralekaart. com met daarop in rood gemarkeerd aangegeven de locatie voor WT3
22
Bron: fragment aangeleverd door opdrachtgever
23
4. 2
Nieuwe
situatie
4. 2. 1 Het Project De gemeente Harderwijk is voornemens de bouw van drie windturbines op het bedrijventerrein Lorentz mogelijk te maken. De thans nog (steeds) vigerende bestemmingsplannen voorzien niet in de realisatie van windturbines , een en ander zoals in de vorige paragraaf uiteen is gezet. Derhalve is het noodzakelijk voor het windpark een nieuwe planologische regeling te treffen. Het plangebied voor het project bevindt zich in het noorden van de stad Harderwijk , de beoogde locaties van de windturbines liggen op bedrijventerrein Lorentz. Via de procedure omgevingsvergunning BOPA wordt beoogd medewerking te verlenen aan dit project door deze vergunning voor alle relevante activiteiten te verlenen. In de navolgende afbeelding zijn de locaties van de windturbines weergegeven , met daarbij de veiligheidszones waarbinnen geen (zeer)kwetsbare objecten aanwezig mogen zijn.