Drielanden - Groene Zoomweg 49_Toelichting
Tekst van het document
27
bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49
Le gge rwate rgang In de Keur en de legger van het waterschap is informatie vastgelegd over de bestaande watergangen. Het is van belang dat het plan geen negatieve invloed heeft op de aan- en afvoerfunctie van de watergang en de watergang bereikbaar is voor onderhoud. Om A- en B-watergangen te kunnen onderhouden, moet er bijvoorbeeld een vrije ruimte (onderhoudsstrook) van minimaal 5 meter aan één of beide kanten (afhankelijk van breedte watergang) van de watergang beschikbaar zijn. In overleg met het waterschap is bekeken wat in de huidige situatie van belang is en hoe binnen het plan omgegaan kan worden met de aanwezige watergang(en). De adviezen van het overleg van het waterschap zijn meegenomen in het planontwerp en de benodigde afstanden zijn aangehouden.
4.3.1 Conclusie Het planvoornemen is voorgelegd aan het waterschap omwille van geldende waterbelangen. De adviezen en relevantie informatie en adviezen is meegenomen in het planontwerp. Het aspect water vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.4
Milieu
4.4.1 M.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. In een milieueffectrapport worden de gevolgen voor het milieu beschreven. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken. Het doel van m.e.r. is om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en projecten. In een m.e.r.-beoordeling kijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Wanneer speelt een m.e.r.-beoordeling? In het Besluit m.e.r. staat wanneer m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de C- en D-lijst in de Bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. Boven de C-drempel geldt een m.e.r.-plicht, tussen de C- en D-drempel geldt een plan-m.e.r.-plicht en onder de D-drempel geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient onderbouwd te worden of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft.
Sinds de implementatie van de gewijzigde M.e.r.-richtlijn op 16 mei 2017 is de procedure voor de vormvrije en de formele m.e.r.-beoordeling bijna gelijk. Het enige verschil is dat van het besluit bij de vormvrije m.e.r.- beoordeling geen kennisgeving wordt gedaan. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op, waarover het bevoegd gezag binnen zes weken een m.e.r.- beoordelingsbesluit moet nemen. Het bevoegd gezag motiveert het besluit door in te gaan op de selectiecriteria van Bijlage III van de M.e.r.-richtlijn. Het gaat daarbij om de hoofdcategorieën: 1. kenmerken van het project 2. plaats van het project 3. kenmerken van het potentiële effect. Voor het planvoornemen is een aanmeldnotitie m.e.r. opgesteld. Het volledige bestand is te lezen in Bijlage 8. Hierin is het planvoornemen getoetst aan de hand van relevante wet- en regelgeving. Samenvattend zijn de volgende conclusies aan de toetsing verbonden.
28
bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49
De voorgenomen activiteiten worden passend gemaakt binnen het geldende bestemmingsplan, waar de aanmeldnotitie op ziet. De activiteiten zijn mogelijk binnen de vereisten gesteld krachtens de Wet ruimtelijke ordening, het Besluit milieueffectrapportage, de Wet milieubeheer, de Wet ammoniak en veehouderij, de Wet geurhinder en veehouderij, de Wet natuurbescherming en diverse aanverwante ministeriële regelingen. Mogelijk negatieve stikstofeffecten op de omliggende Vogel-Habitatrichtlijngebieden zijn uitgesloten. Overige milieueffecten zijn voldoende geborgd middels maatregelen op de locatie. De woningen worden energiezuinig en zonder gasaansluiting gerealiseerd. Door de combinatie van factoren en een feitelijke milieukundige verbetering bestaan er geen noemenswaardige risico's voor de volksgezondheid. Er is geen sprake van cumulatieve effecten. Op basis hiervan kan, gelet op de kenmerken en plaats van het project en de kenmerken van potentiële effecten, worden geconcludeerd dat de voorgenomen activiteiten niet zullen leiden tot significant negatieve effecten. Vanwege het ontbreken van belangrijke nadelige effecten is er geen formele beoordeling op grond van het Besluit m.e.r. noodzakelijk. 4.4.1.1
Conclusie
Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.4.2 Bedrijven en milieuzonering 4.4.2.1 Inleiding Om tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijven op milieuhygiënische aspecten te komen wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. De milieuzonering zorgt voor voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen. Hiertoe zijn bedrijven voorzien van een zone waar mogelijke nadelige effecten zijn voor woningen. Maatgevend zijn de thema's geur, geluid, stof en gevaar. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten van belang. Daarnaast mogen bedrijven niet onnodig worden beperkt in hun mogelijkheden. Om mogelijke hinder van bedrijven voor bewoners te voorkomen wordt de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) gebruikt. In deze uitgave is de potentiële milieubelasting voor een hele reeks van bedrijven bepaald aan de hand van een aantal milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. De milieubelasting is voor die aspecten vertaald in richtlijnen voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Deze richtafstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Bovendien zijn deze afstanden alleen van toepassing op nieuwe situaties en niet op bestaande situaties.
Het milieuaspect met de grootste afstand is maatgevend en bepaalt in welke milieucategorie een bedrijfstype wordt ingedeeld. Hoe gevoelig een gebied is voor bedrijfsactiviteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De in de bedrijvenlijst geadviseerde afstanden zijn gericht op het omgevingstype "rustige woonwijk" of een vergelijkbaar omgevingstype, zoals een "rustig buitengebied". Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor.
29
bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49
4.4.2.2
Plangebied
Onderzocht is of het planvoornemen voor het realiseren van woningbouw mogelijk is en of een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden. Tevens is onderzocht of het planvoornemen belemmerend kan werken op omliggende bedrijven (omgekeerde werking). Het complete rapport hiervan is te lezen in Bijlage 9. Het onderzoek omvat niet het aspect geluid, hier wordt in paragraaf 4.4.3 separaat op ingegaan. Het gebied is als zodanig in ruimtelijke zin te kwalificeren als een gemengd gebied met meerdere functies, waardoor de voorgeschreven richtafstanden met één afstandsstap verkleind mogen worden, met uitzondering van de richtafstand ten behoeve van externe veiligheid. Er is geen sprake van agrarische bedrijven in de omgeving, waardoor hier ook geen toetsing over hoeft te worden uitgevoerd. Deze wet- en regelgeving wordt dan ook buiten beschouwing gelaten. Op basis van de verleende vergunningen en het planologische regime wordt geanalyseerd welke milieucategorie van toepassing is. De volgende afstanden zijn opgenomen, welke door het gemengde gebied dus met één categorie verlaagd kunnen worden:
In casu doen zich verschillende functies voor in de omgeving, te weten bedrijven, woningen alsmede diverse hoofdinfrastructuur. Het gebied vormt daarmee een overgangsgebied tussen stad, bedrijventerrein en infrastructuur. Een dergelijk gebied is aan te merken als gemengd gebied op basis van de VNG-brochure. Dit volgt eveneens uit een uitspraak d.d. 14 december 2016 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, ECLI:NL:RVS:2016:3309, r.o. 7.3. Het plangebied is derhalve gelegen in gemengd gebied. Plange bie d Om de mogelijke risico's in kaart te brengen is een aantal bedrijven in de nabijheid van het plangebied onderzocht. De volledige beoordelingen zijn terug te lezen in Bijlage 9. Hieronder zullen de belangrijkste conclusies gedeeld worden. Lok horstweg 27 Ermelo – Presswood / Vierhouten Groep B.V. Het bedrijf aan de Lokhorstweg 27 ligt op ca. 500m afstand ten zuidoosten van de planlocatie. Tussen het bedrijf en de planlocatie zijn een spoorlijn, doorgaande weg en andere bedrijven gelegen. Het betreft een complex van gebouwen dat gebruikt wordt voor de productie en opslag van pallets en ander verpakkingsmateriaal. Wanneer het plangebied in ontwikkeling wordt gebracht dient 50m afstand te worden gehouden tussen de inrichtingsgrens en de woningen om zonder nader onderzoek
30
bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49
het plangebied tot ontwikkeling te brengen. De afstand voldoet planologisch. De vigerende Omgevingsvergunning biedt evenmin een belemmering. Lok horstweg 34 Ermelo – Gerbuvet / Technivet Ermelo B.V. Het bedrijf aan de Lokhorstweg 34 ligt op ca. 380m afstand ten zuidoosten van de planlocatie. Tussen het bedrijf en de planlocatie zijn een spoorlijn, doorgaande weg en andere bedrijven gelegen. Het betreft een complex van gebouwen dat gebruikt wordt voor de verwerking, recycling en opslag van vetproducten. De bedrijfsactiviteiten van Gerbuvet B.V. zijn gericht op de recycling van frituurolie en frituurvet. Opgewerkte frituurolie wordt gebruikt voor de fabricage van biodiesel en opgewerkt frituurvet wordt gebruikt door energiebedrijven voor de opwekking van stroom. Wanneer het plangebied in ontwikkeling wordt gebracht dient 200m afstand te worden gehouden tussen de inrichtingsgrens en de woningen om zonder nader onderzoek het plangebied tot ontwikkeling te brengen. De afstand voldoet planologisch. De vigerende Omgevingsvergunning biedt evenmin een belemmering. Oude Nijk erk erweg 159 Ermelo – Timmershoeve V.O.F. Het bedrijf aan de Oude Nijkerkerweg 159 ligt op ca. 370m afstand ten zuidoosten van de planlocatie. Tussen het bedrijf en de planlocatie zijn enkele andere bedrijven en de Fokko Kortlanglaan gelegen. Het betreft een agrarisch bedrijf waar vleeskalveren worden gehouden.
Agrarische bedrijven worden in beginsel beoordeeld op basis van de Wet geurhinder en veehouderij dan wel artikel 3.115 t/m 3.119 van het Activiteitenbesluit milieubeheer (afhankelijk van de omvang). Er dient getoetst te worden aan een minimale afstand van 100m binnen de bebouwde kom. Wanneer het plangebied in ontwikkeling wordt gebracht dient 100m afstand te worden gehouden tussen de inrichtingsgrens en de woningen om zonder nader onderzoek het plangebied tot ontwikkeling te brengen. Daarnaast dient op de te ontwikkelen woningen sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aangenomen mag worden dat hier sprake van is als de geurbelasting niet hoger is dan de toegestane norm. Met 1,3 odour op de dichtstbijzijnde woning bestaat geen belemmering voor dit plan en is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De afstand voldoet planologisch. De vigerende Omgevingsvergunning biedt evenmin een belemmering. De geurbelasting valt ruim binnen de norm. Oude Nijk erk erweg 165 Ermelo – diverse bedrijven De bedrijven aan de Oude Nijkerkerweg 165 te Ermelo liggen op ca. 280m afstand ten zuidoosten van de planlocatie. Tussen het bedrijf en de planlocatie zijn enkele andere bedrijven en de Fokko Kortlanglaan gelegen. Er zijn diverse bedrijven gelegen, te weten: grondwerk H. van Grevenhof, A&M occasions en Taxi Service Harderwijk.
Wanneer het plangebied in ontwikkeling wordt gebracht dient 30m afstand te worden gehouden tussen de inrichtingsgrens en de woningen om zonder nader onderzoek het plangebied tot ontwikkeling te brengen. De afstand voldoet planologisch en vergunningstechnisch ruimschoots. Fok k o Kortlanglaan 116 Ermelo – Tomassen Duck -To B.V. Het bedrijf aan de Fokko Kortlanglaan 116 Ermelo ligt op ca. 330m afstand ten zuiden van de planlocatie. Tussen het bedrijf en de planlocatie zijn de Fokko Kortlanglaan, enkele andere bedrijven en woningen gelegen. Het betreft een complex van gebouwen dat gebruikt wordt als pluimveeslachterij. Wanneer het plangebied in ontwikkeling wordt gebracht dient 50m afstand te worden gehouden tussen de inrichtingsgrens en de woningen om zonder nader onderzoek het plangebied tot ontwikkeling te brengen. De afstand voldoet planologisch. De vigerende Omgevingsvergunningen en meldingen bieden evenmin een belemmering.
31
bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49
Oude Nijk erk erweg 167 Ermelo – De Struuk ak k ers V.O.F. Het bedrijf aan de Oude Nijkerkerweg 167 Ermelo ligt op ca. 230m afstand ten zuiden van de planlocatie. Tussen het bedrijf en de planlocatie zijn de Fokko Kortlanglaan, enkele andere bedrijven en woningen gelegen. Het betreft een complex van gebouwen dat gebruikt wordt als tuincentrum. Wanneer het plangebied in ontwikkeling wordt gebracht dient 10m afstand te worden gehouden tussen de inrichtingsgrens en de woningen om zonder nader onderzoek het plangebied tot ontwikkeling te brengen. De afstand voldoet planologisch. Er bestaat geen aanleiding om de vigerende Omgevingsvergunningen en meldingen te analyseren. Fok k o Kortlanglaan 140 Ermelo – G.J. Groen Installatie- en Zwembadtechniek B.V. Het bedrijf aan de Fokko Kortlanglaan 140 Ermelo ligt op ca. 60m afstand ten zuidoosten van de planlocatie. Tussen het bedrijf en de planlocatie is de Fokko Kortlanglaan en enkele groenstructuren gelegen. Het betreft een installatiebedrijf. Wanneer het plangebied in ontwikkeling wordt gebracht dient 10m afstand te worden gehouden tussen de inrichtingsgrens en de woningen om zonder nader onderzoek het plangebied tot ontwikkeling te brengen. De afstand voldoet planologisch. Er bestaat geen aanleiding om de vigerende Omgevingsvergunningen en meldingen te analyseren. Fok k o Kortlanglaan 120 Ermelo – Rozendaal Trading B.V.
Het bedrijf aan de Fokko Kortlanglaan 120 Ermelo ligt op ca. 290m afstand ten zuiden van de planlocatie. Tussen het bedrijf en de planlocatie is de Fokko Kortlanglaan en enkele groenstructuren gelegen. Het betreft een bedrijf voor handel in consumentenvuurwerk en scooters/brommers. Wanneer het plangebied in ontwikkeling wordt gebracht dient 10m afstand te worden gehouden tussen de inrichtingsgrens en de woningen om zonder nader onderzoek het plangebied tot ontwikkeling te brengen. De afstand voldoet planologisch. Er bestaat geen aanleiding om de vigerende Omgevingsvergunningen en meldingen te analyseren. Omgek eerde werk ing Bij de realisatie van gevoelige functies nabij bedrijven moet sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de betreffende woningen. Naast dit ‘beschermingsniveau’ voor het nieuwe plan dienen omliggende bedrijven niet onevenredig in hun belangen te worden geschaad. Milieuwetgeving werkt niet rechtstreeks door in het bestemmingsplan, nu dit gescheiden wetgeving betreft. Door echter te toetsen aan hoe de nieuwe functies van invloed zijn op de omliggende bedrijven kan wel worden bepaald of er sprake is van negatieve omgekeerde werking. Dit begrip bepaalt of de nieuwe functie het bedrijf als zodanig belemmert, wanneer het zijn vergunde rechten zou willen uitbreiden.
Van belang daarbij is dat dergelijke voorgenomen ontwikkelingen van de bedrijven voldoende concreet en bepaalbaar zijn. Een en ander is niet gebleken en bij een dergelijke beoordeling mogen planologische maar ook privaatrechtelijke belemmeringen worden betrokken. De mate waarin bedrijven al dan niet belemmerd worden is opgenomen in de toelichting per bedrijf in hoofdstuk 3. Daarbij is van belang dat bij alle bedrijven reeds bestaande woningen dichter op de bedrijven zijn gelegen en derhalve reeds belemmerd worden. 4.4.2.3
Conclusie
De boogde ontwikkelingen passen binnen de kaders en daarbij behorende afstandscriteria van de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering'. Daarmee vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor het planvoornemen.
32
bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49
4.4.3 Geluidhinder Het wettelijk kader voor het berekenen en beoordelen van de geluidbelasting door wegverkeer wordt in grote lijnen bepaald door de Wet Geluidhinder (Wgh), de Wet Ruimtelijke ordening (Wro) en het Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012. Er ligt langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen veelal een planologisch aandachtsgebied, de geluidzone. Binnen deze zone biedt de Wet Geluidhinder (Wgh) in een aantal gevallen bescherming tegen verkeerslawaai aan geluidgevoelige bestemmingen. Er ligt geen geluidzone langs 30/km/uwegen en langs wegen op een woonerf. Het beschermingsniveau voor nieuwe geluidgevoelige objecten is beschreven in de Wet Geluidhinder en in het Besluit Geluidhinder. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting bedraagt 48 dB op de gevels van de woning t.g.v. een weg (Wgh art 82) en eveneens 48 dB op andere geluidgevoelige gebouwen (Bgh art 3.1). Het bevoegd gezag kan van dit beschermingsniveau afwijken door voor woningen een hogere waarde vast te stellen tot ten hoogste de maximale ontheffingswaarde. Een hogere waarde voor wegverkeer mag alleen worden vastgesteld als maatregelen om de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde te beperken onvoldoende doeltreffend zijn of als deze maatregelen ernstige bezwaren hebben van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard (Wgh art 110-a).
De gemeente Harderwijk heeft haar criteria voor het afgeven van een hogere grenswaarde vastgelegd in de “Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk houdende regels omtrent de Beleidsregels wegverkeerslawaai Gemeente Harderwijk” van 1-10-2010. Wegen De breedte van de geluidzone is omschreven in Wgh art 74 en is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de aard van de omgeving, te weten stedelijk of buitenstedelijk gebied. Binnenstedelijk gebied is het gebied binnen de bebouwde kom, buitenstedelijk gebied is het gebied buiten de bebouwde kom. De zone langs een auto(snel)weg is echter altijd buitenstedelijk gebied, ongeacht of deze zone binnen of buiten de bebouwde kom ligt. Spoorwegen Voor spoorwegen die zijn aangegeven op de geluidplafondkaart wordt in art. 1.4a van het Besluit Geluidhinder de omvang van de geluidzone geregeld. De breedte van de zone is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond. Industrieterreinen De zone rond een industrieterrein is vastgelegd in een bestemmingsplan. De grootte van de zone is afhankelijk van de benodigde of gewenste geluidruimte van het gezoneerde terrein. Binnen de zone rond het industrieterrein kunnen geluidgevoelige bestemmingen liggen waarvoor een maximale hogere waarde kan worden vastgesteld. Warmtepompen In het plangebied worden 50 warmtepompen gerealiseerd.
Om te onderzoeken of een goed woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd is onderzoek uitgevoerd naar de geluidsniveaus als gevolg van de aanwezigheid van de aangegeven hoeveelheid warmtepompen.
33
bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49
4.4.3.1
Plangebied
Toetsing wegverk eer De ontwikkeling bestaat uit het realiseren van woningbouw. De woningen liggen binnen de bebouwde kom van Harderwijk binnen de geluidzone van de Groene Zoomweg, op ten minste 40 m uit de wegas en van de Kolbaanweg, op ten minste 75 m uit de wegas. De woningen liggen tevens binnen de zone van de Fokko Kortlanglaan. Dit is een weg met een zeer lage verkeersintensiteit, deze weg is daarom akoestisch niet relevant. De woningen liggen tevens binnen de geluidzone van de spoorlijn, op ten minste 100 meter (tot 300 m voor de meest westelijk gelegen woningen) vanaf het spoor. De geluidbelasting door wegverkeer op de Groene Zoomweg bedraagt op de gevels van de woningen ten hoogste 54 dB na aftrek van 5 dB ex art 110-g Wgh in de situatie zonder extra scherm en ten hoogste 53 dB met extra scherm. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt in de situatie zonder extra scherm in 7 rekenpunten overschreden en met extra scherm in 5 rekenpunten. De maximale hogere waarde van 63 dB wordt niet overschreden. De geluidbelasting door wegverkeer op de Kolbaanweg bedraagt op de gevels van de woningen ten hoogste 48 dB na aftrek van 5 dB ex art 110-g Wgh. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt niet overschreden. Toetsing railverk eer De geluidbelasting door railverkeer op de ontwikkeling bedraagt ten hoogste 61 dB.
De voorkeursgrenswaarde van 55 dB wordt op de woningen op 4 rekenpunten overschreden. Toetsing cumulatief De voorkeursgrenswaarde wordt in geen van de rekenpunten voor zowel wegverkeer als railverkeer overschreden. Er hoeft daarom geen gecumuleerde geluidbelasting te worden bepaald. Vanuit het geluidbeleid is deze cumulatie echter gewenst, deze is weergegeven in tabel V.1
Een hogere waarde voor de geluidbelasting op de Groene Zoomweg kan slechts worden vastgesteld als maatregelen tot het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde onvoldoende doeltreffend zijn, of als er ernstige bezwaren zijn op het gebied van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.
34
bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49
Maatregelen wegverk eer Er wordt een extra scherm langs de Groene Zoomweg aangebracht met een hoogte van 4 meter. Het realiseren van een geluidwal, al of niet met een topscherm is niet goed mogelijk vanwege de ligging van een gasleiding. Bij een scherm speelt dit probleem niet. Berekend is daarom het effect van een geluidscherm met een hoogte van 4 meter. Uit vergelijking van de geluidbelastingen in tabel III.3 en tabel III.7 blijkt dat door deze maatregel de geluidbelasting direct achter het scherm op de begane grond tot 14 dB afneemt en op de 1ste verdieping tot 8 dB. Er is nagenoeg geen effect op de 2de verdieping. Om ook de 2de verdieping af te schermen zou een scherm nodig zijn met een hoogte van ten minste 7 meter. Een dergelijk hoog scherm is op deze locatie niet haalbaar uit stedenbouwkundige overwegingen. Voor de gevels van de woningen met een geluidbelasting van meer dan 48 dB na aftrek, dient voor de situatie met extra afscherming een hogere waarde te worden aangevraagd van ten hoogste 53 dB door wegverkeer op de Groene Zoomweg conform tabel V.2 in Bijlage 10. Toetsing RO Bij het toetsen of sprake is van een “goede ruimtelijke ordening” is aangesloten bij bovengenoemd toetsingskader van de Wgh en het hogere waardenbeleid van de gemeente. Aan deze kaders wordt voldaan na het treffen van maatregelen als hierboven omschreven.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is nagegaan of alle woningen een geluidluwe gevel en buitenruimte hebben. Daarbij is ook de geluidbelasting door de ontsluitingsweg en de interne wegen beschouwd. De geluidbelasting ligt in alle rekenpunten beneden de 53 dB zonder aftrek (zie tabel III.9 van het akoestisch onderzoek). Er is dus voor deze wegen sprake van geluidluwe gevels en buitenruimte. Zoals blijkt uit tabel V.1 in en uit figuur 4 in Bijlage II hebben ook gecumuleerd alle woningen een geluidluwe gevel en buitenruimte. Van geen van de woningen ondervinden alle gevels een geluidbelasting van meer dan 53 dB. Het is de gemeentelijke ambitie om door het treffen van maatregelen een GES score van 1 (= goed) te behalen op woningbouwplannen in gebied B van de Groene Zoom. Figuur 4 in Bijlage II en figuur 6 in Bijlage III geven een overzicht van de GES score voor wegverkeer en railverkeer. In kleur is de GES score op de hoogste verdieping weergegeven. Een GES score van 1 wordt voor wegverkeerslawaai gehaald bij een geluidbelasting zonder aftrek van ten hoogste 47 dB. Op alle hoogst geluidbelaste woningen wordt een GES score van 1 bereikt op de begane grond (zie tabel III.10 in Bijlage 10) na het aanleggen van een geluidscherm met een hoogte van 4 meter.
Om op de verdiepingen van deze woningen ook een GES score van 1 te bereiken zou een nog veel hogere afscherming nodig zijn. Het aanleggen van een dergelijke afscherming stuit echter op stedenbouwkundige bezwaren. Een GES score van 1 wordt voor railverkeerslawaai gehaald bij een geluidbelasting zonder aftrek van ten hoogste 57 dB. Doordat de woningen reeds zijn afgeschermd van het spoor met een geluidwal met een topscherm wordt op alle hoogst geluidbelaste woningen een GES score van 1 bereikt op de begane grond (zie tabel IV.1). Om op de verdiepingen van de hoogste geluidbelaste woning (rekenpunt 60 en 62) ook een GES score van 1 te bereiken zou een veel hogere afscherming nodig zijn. Het aanleggen van een dergelijke afscherming stuit echter op stedenbouwkundige bezwaren. Aan de gemeentelijke ambitie van een GES score van 1 wordt op de begane grond van alle woningen voldaan. Op de verdiepingen kan daaraan niet worden voldaan waardoor voor dit aspect een ontheffing nodig is van de gemeentelijke ambitie. Voor het aspect geluid zal sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening als daarnaast voor de woningen wordt voldaan aan de eisen voor de geluidwering conform het Bouwbesluit.
35
bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49
Toetsing warmtepompen Uit de resultaten van het uitgevoerde onderzoek, zoals opgenomen in Bijlage 11, blijkt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT t.g.v. alle warmtepompen gezamenlijk in de immissiepunten 1 - 8 bij de bestaande woningen in de omgeving hooguit 15 dB(A) overdag, 16 dB(A) in de avond en 10 dB(A) in de nacht bedraagt. Daarmee worden de richtwaarden niet overschreden. De installaties zullen bij de omliggende (bestaande) woningen niet hoorbaar zijn. De richtwaarden voor de langtijdgemiddelde (en maximale) geluidniveaus worden bij de woningen niet overschreden. Er is in de omgeving dus sprake van een goed woon- en leefklimaat. 4.4.3.2
Conclusie
Voor een deel van het plangebied geldt dat de geluidsnormen overschreden worden. Alle woningen hebben, conform de eisen uit het geluidbeleid van de gemeente, een geluidluwe gevel. De woningen hebben tevens een geluidluwe buitenruimte aan de geluidluwe zijde. Daarnaast komt tussen de Groene Zoomweg en het plangebied een geluidsscherm van vier meter hoog. Voor verschillende gevels dient een hogere waarde te worden aangevraagd voor het overschrijden van de geldende verkeerswaarden. De aanwezigheid van de warmtepompen in het plangebied heeft geen negatieve invloed op het goede woon- en leefklimaat.
4.4.4 Luchtk waliteit Op de grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland, gepubliceerd door het RIVM zijn op een schaal van vierkante kilometervlakken de gemiddelde achtergrondconcentraties aangegeven van diverse luchtverontreinigende stoffen. Binnen het kilometervak waarin de locatie is gelegen blijkt dat de achtergrondconcentratie ruim voldoet aan de grenswaarde van de Wet Milieubeheer en de WHO-advieswaarde. De bijdrage van het project als zodanig en de al dan niet daarmee gepaard gaande 'bedreiging' voor een goede luchtkwaliteit moet eveneens beoordeeld worden. De Regeling NIBM geeft voor specifieke projecten kwantitatieve grenzen. Zo is een nieuwbouwproject met maximaal 1500 woningen (bij 1 ontsluitingsweg) per definitie NIBM (niet in betekenende mate). Met andere woorden: een project van ca. 100 woningen met een ontsluitingsweg is niet betekenend en dit onderdeel hoeft niet nader te worden onderbouwd. Voor toekomstige bewoners dient sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat met een zo laag mogelijke blootstelling aan fijnstof. In dit kader heeft de gemeente Harderwijk in het milieubeleid vastgelegd dat kwetsbare groepen zoveel mogelijk beschermd moeten worden tegen ongezonde lucht en geldt de volgende ambitie: "Geen nieuwe scholen, kinderdagverblijven en zorginstellingen binnen 50 meter van provinciale wegen en de snelweg.
Binnen de zone van 50 tot 300 meter vanaf de snelweg is dit alleen mogelijk als hiervoor zwaarwegende financiële, landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige of vervoerskundige redenen zijn om deze functies hier te plaatsen. Het college van burgemeester en wethouders beslist of hieraan wordt voldaan." Er is in dit plan geen sprake van de genoemde functies. De GGD adviseert om nieuwe gevoelige bestemmingen, inclusief woningen, bij voorkeur niet binnen 300 m van de snelweg te bouwen, onafhankelijk van de vraag of aan de grenswaarden wordt voldaan. De locatie ligt op ca. 1 km van de snelweg A28. Er hoeft dan ook niet nader getoetst te worden aan dit voorkeursadvies. Daarnaast adviseert de GGD om nieuwe gevoelige bestemmingen, inclusief woningen, bij voorkeur niet binnen 50 m van provinciale wegen te bouwen en niet direct aan drukke binnenstedelijke wegen, waarbij 'druk' gedefinieerd is als een verkeersintensiteit van meer dan 10.000 motorvoertuigen per etmaal. Het plan is niet gelegen binnen 50 m van een provinciale weg. Er hoeft dan ook niet nader getoetst te worden aan dit voorkeursadvies. Het plangebied is wel gelegen aan en nabij de Groene Zoomweg met een verkeersintensiteit van meer
36
bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49
dan 10.000 mvt/e. De woningen, zullen, met name gelet op de ligging van de hogedruk aardgasleiding, niet op een kleinere afstand dan ca. 30m van de weg komen te liggen. Dit kan niet worden gedefinieerd als 'direct aan'. Het merendeel van het plangebied wordt op een veel grotere afstand van de weg ingericht. Er wordt derhalve voldaan aan het voorkeursscenario van de GGD. Het plangebied ligt op een afstand van minimaal 57 m van de Kolbaanweg. De Kolbaanweg is ook een weg met een verkeersintensiteit van meer dan 10.000 mvt/e. Deze afstand is groter dan de voorkeursafstand bij provinciale wegen, waar een voorkeursafstand van 50 m wordt gehanteerd. Er wordt derhalve voldaan aan het voorkeursscenario van de GGD. Het plan zelf draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan de bovenwettelijke adviesrichtlijn van de GGD gevolgd worden. Dienovereenkomstig is op het onderdeel luchtkwaliteit een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen. 4.4.4.1
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.4.5 Bodemk waliteit Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemk waliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft (Wbb): Niet saneren Indien de verontreiniging voor het beoogde doel niet hoeft te worden gesaneerd kan het ruimtelijke plan voor wat betreft deze verontreiniging zonder meer doorgang vinden. Saneren Indien de verontreiniging moet worden gesaneerd dient dit te worden gemeld en samen met een saneringsplan bij de provincie Gelderland of de Omgevingsdienst Rivierenland in worden gediend. In sommige gevallen kan worden volstaan met het indienen van een BUS-melding (Besluit Uniforme Saneringen). Na goedkeuring door het bevoegd gezag kan de sanering doorgang vinden. Na afloop dient de sanering te worden geëvalueerd en ook dit verslag dient ter goedkeuring te worden voorgelegd. Tijdens de saneringsprocedure kan de ruimtelijke procedure worden voortgezet.
Echter, een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen kan pas inwerking treden nadat is vastgesteld dat er geen sprake is van een ernstige en spoedeisende sanering (art. 6.2. c. Wabo). Een onderzoeks- en saneringstraject heeft soms grote financiële consequenties voor de beoogde plannen. Enerzijds omdat de kosten van sanering hoog kunnen zijn, anderzijds omdat deze trajecten van grote invloed kunnen zijn op de planning. In het kader van de Grondexploitatiewet dienen deze kosten tijdig in kaart te worden gebracht. Het is daarom aan te bevelen reeds in een vroeg stadium van planvorming (historisch-) bodemonderzoek voor het hele plangebied uit te voeren. Deze bodemonderzoeken zijn ook noodzakelijk bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen. Plange bie d In het plangebied is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd om de bodemkwaliteit vast te stellen en om vast te stellen of het plangebied acceptabel is voor de beoogde nieuwe bestemming. Het
37
bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49
rapport van dit onderzoek is te lezen in Bijlage 12. De belangrijkste conclusies en aanbevelingen worden hieronder besproken. De onderzoekshypothese 'onverdacht' kan op grond van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters heel strikt genomen niet worden gehandhaafd. Formeel gesproken is de kwalificatie 'verdacht' van toepassing. In totaal zijn er 6 bovengrondmengmonsters en 5 ondergrondmengmonsters geanalyseerd. Alleen in bovengrondmengmonster mm1 is een licht verhoogd gehalte kobalt en in bovengrondmengmonster mm5 is een licht verhoogd gehalte PCB (som 7) aangetroffen. In geen van de overige mengmonsters zijn de geanalyseerde stoffen (standaard NEN5740 stoffenpakket) boven de achtergrondwaarde aangetroffen. In het grondwater zijn enkele zware metalen (nikkel, barium, molybdeen, koper en zink) licht verhoogd aangetroffen. Tevens is in twee peilbuizen een sterk verhoogd gehalte arseen aangetroffen. Arseen komt in deze regio vaker (sterk) verhoogd voor (natuurlijke oorzaak), derhalve is nader/aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. Met betrekking tot de voorgenomen onroerend goedtransactie van de onderzochte locatie, zijn milieutechnisch geen belemmeringen aan te geven. Aanbevolen wordt dit rapport te gebruiken bij de overdracht van het perceel en een mogelijke aanvraag van een bestemmingsplanwijziging naar wonen van de onderzoekslocatie.
Vanwege de hoge aangetroffen concentraties arseen die van nature in het grondwater voorkomen op de onderzoekslocatie, wordt geadviseerd geen grondwater te gebruiken als drinkwater of beregeningswater. De resultaten zijn voorgelegd aan de Omgevingsdienst Noord-Veluwe. Door haar is geadviseerd een aanvullend bodemonderzoek uit te voeren naar bestrijdingsmiddelen. Dit aanvullende bodemonderzoek is te lezen in Bijlage 12. In dit onderzoek wordt geconcludeerd dat er geen milieutechnische belemmeringen aan te geven zijn in het plangebied, de onderzochte verdachte locaties in het plangebied zijn niet verontreinigd gebleken. 4.4.5.1
Conclusie
Het aspect bodem vormt, afgezien van het advies om geen grondwater als beregenings- of drinkwater te gebruiken, geen belemmering voor het planvoornemen.
4.4.6 Geur Kade r Geur in de leefomgeving is grotendeels afkomstig van bedrijvigheid. Elke geur kan boven een bepaalde concentratie hinder veroorzaken. Om hinder van agrarische bedrijven te voorkomen is de Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) van toepassing. De wet regelt onderlinge afstanden tussen geurgevoelige functies, zoals woningen, recreatieobjecten en agrarische bedrijvigheid. Plange bie d Binnen de omgeving van het plangebied liggen geen agrarische bedrijven. Het bestemmingsplan voorziet ook niet in nieuwe mogelijkheden voor agrarische bedrijven. De afstand tussen geurgevoelige objecten en agrarsiche bedrijvigheid uit omliggende gebieden wordt niet verkleind. 4.4.6.1
Conclusie
Het milieuaspect geurhinder vormt wel/geen belemmering voor het bestemmingsplan.
38
bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49
4.4.7 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiliheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd.
Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijk stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge va neen ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg). Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet.
Transport van gevaarlijk e stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand met worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. Beleidsvisie externe veiligheid In april 2014 is de Beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Uitgangspunt van deze beleidsvisie is de toepassing van verschillende restrictieniveaus voor het al dan niet toestaan van risicovolle bedrijven op bedrijventerreinen. Elk bedrijventerrein is gekoppeld aan een restrictieniveau. Nieuwe risicobedrijven die onder het Bevi vallen worden dus niet per definitie uitgesloten, maar dit is wel als restrictieniveau opgenomen. Het oprichten van nieuwe risicovolle bedrijven buiten bedrijventerreinen wordt tevens niet per definitie uitgesloten, al moet wel rekening worden gehouden met een optimale ruimtelijke ordening en veiligheid.
39
bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49
4.4.7.1
Plangebied
Voor het plangebied zijn de risico's voor het aspect geïnventariseerd en onderzocht. Het volledige rapport is in Bijlage 13 te lezen. Op de volgende kaart zijn de rondom het plangebied aanwezige risicobronnen aangegeven, te weten de hogedruk-aardgasleiding A-510 (rode stippellijn) en het spoorwegtraject Zwolle-Amersfoort (geel gearceerd).
Uitsnede risicok aart ter hoogte van het plangebied De aardgastransportleiding A-510 (druk 66 bar, diameter 36 inch) heeft een 99% letaliteitsgrens op 170 meter en 1% letaliteitsgrens op 450 meter. Op circa 100 meter van de grens van het plangebied ligt de spoorlijn Amersfoort-Zwolle. Dit is een transportroute voor gevaarlijke stoffen. Over dit spoor worden brandbare vloeistoffen, brandbaar gas, toxische vloeistoffen en toxisch gas vervoerd. Er is een plasbrandaandachtsgebied van 30 meter gemeten vanaf de buitenste spoorstaven. De plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6) ligt op 1 meter. Het plangebied ligt binnen de verantwoordingszone voor het groepsrisico (200 meter). In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is onder andere verwoord dat de hoogte van het groepsrisico verantwoord moet worden. Het groepsrisico is een maat om de kans weer te geven dat een incident met dodelijke slachtoffers voorkomt. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd en verantwoord door het bevoegd gezag. Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe
40
bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49
veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het verschil tussen zwaar en licht verantwoorden (verantwoordingsniveau 1 en 2) wordt gevormd door de intensiviteit van de onderbouwing van mogelijke maatregelen, nut en noodzaak, en omvang/inrichting van het plan. Bij een zware verantwoording worden alle mogelijke alternatieven en maatregelen beschouwd vanuit juridisch, technisch, praktisch en financieel oogpunt. In de onderbouwing wordt nader ingegaan waarom een maatregel of alternatief plan wel of niet acceptabel is. Bij een lichte verantwoording kan worden volstaan met een eenvoudige verwijzing naar de ruimtelijke onderbouwing voor wat betreft nut en noodzaak van een plan van deze omvang op deze locatie, en is een algemene beschouwing ten aanzien van maatregelen mogelijk. Groe psrisico aardgastransportle iding ne e mt nie t toe maar toch uitge bre ide ve rantwoording Allereerst moet worden opgemerkt dat het groepsrisico van de aardgastransportleiding niet toeneemt ten opzichte van de huidige situatie. Het groepsrisico is weliswaar 3,61 keer groter dan de oriëntatiewaarde, maar neemt niet toe door de voorgenomen woningbouw. Het groepsrisico is namelijk in zowel de huidige als de toekomstige situatie groter dan de oriëntatiewaarde.
De 'slechtste' kilometer leiding (met het hoogste groepsrisico) blijft ook na de realisatie van dit plan de kilometer met het hoogste groepsrisico. Die 'slechtste' kilometer heeft een dermate hoger groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde, dat het groepsrisico in het plangebied niet toeneemt ondanks de stijging van het aantal personen in het plangebied. Het onderzoek opgenomen in Bijlage 13 gaat hier uitgebreid op in. Noodzaak Voor de noodzakelijkheid van de realisatie van het plan juist op deze locatie wordt verwezen naar paragrafen 2.2.4.1, 2.2.4.2 en Hoofdstuk 3. De woningbehoefte is groot en er is in Harderwijk een duidelijk tekort aan woningen in het sociale koopsegment (Tot 216.500 euro, prijspeil 1-1-2022). Deze ontwikkeling voorziet in 30 goedkope koopwoningen die in deze prijsklasse liggen. Daarmee wordt bijgedragen aan het verkleinen van het genoemde tekort en wordt uitvoering gegeven aan het woonbeleid van de gemeente. De 98 woningen worden op twee brinken gesitueerd zodat dit passend is binnen het gebied De Groene Zoom. Door het grote aantal goedkope woningen ten opzichte van het totaal aantal te realiseren woningen (1/3 deel), is het plan niet haalbaar als er minder woningen worden gerealiseerd. Het verplaatsen van woningen verder van de risicobronnen af is vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt niet wenselijk.
Ruimte lijke ve ilighe idsmaatre ge le n In de opzet van het plan is bij de situering van de bebouwing zoveel mogelijk rekening gehouden met de externe risicobronnen, door zoveel mogelijk afstand te creëren tussen bron en bebouwing. Bovendien wordt er een 4 meter hoog geluidscherm tussen de aardgastransportleiding en de woningen gerealiseerd, waardoor de woningen ook enigszins afgeschermd worden. Bronmaatre ge le n Aardgastransportleiding De VNOG geeft aan dat er vanwege (graaf)werkzaamheden een breuk kan ontstaan in de hogedruk aardgastransportleiding. Het aardgas stroomt er dan onder hoge druk uit. Het brandbare gas ontsteekt waardoor er een fakkelbrand optreedt. De effecten van een fakkelbrand zijn hoge warmtestraling en
41
bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49
rook. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden of raken ze gewond: van zeer zwaargewond tot lichtgewond. De schade aan objecten varieert van onherstelbare schade tot lichte schade. Ter hoogte van de aardgastransportleiding vinden geen graafwerkzaamheden ten behoeve van de woningen plaats. Alle gebouwen liggen op een afstand groter dan 5 meter van de bebouwingsvrije zone voor buisleidingen. Ook de bestaande aansluiting op de Groene Zoomweg blijft ongewijzigd. Wel wordt er een geluidscherm gerealiseerd. Hierover heeft afstemming plaatsgevonden met de Gasunie. Bij de daadwerkelijke aanleg van het geluidscherm zal een verhoogd contact plaatsvinden tussen Gasunie en de initiatiefnemer. Om de risico's zoveel mogelijk te beperken wordt het geluidscherm gerealiseerd voordat de woningen worden gebouwd en bewoond. Spoorlijn Amersfoort-Zwolle De VNOG geeft aan dat door een ongeval op het spoor bij een ketelwagen gevuld met een toxisch gas of toxisch vloeistof de aansluiting van de afsluiter kan afbreken. Er ontstaat dan een gat waardoor in korte tijd een groot deel van het toxische gas of de vloeistof vrijkomt. De toxische vloeistof verspreidt zich over het spoorbed, dampt uit en er ontstaat een giftige wolk die zich snel met de wind mee verspreidt. De toxische wolk kan bij lage concentraties worden geroken.
Hogere concentraties veroorzaken vergiftiging. Hierdoor kunnen personen in de omgeving slachtoffer worden. De omvang van de giftige wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving en de weersomstandigheden. Een warme BLEVE kan worden veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de ketel doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de ketel. LPG komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. De effecten van een warme BLEVE zijn warmtestraling, overdruk en scherfwerking. Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. De initiatiefnemer heeft geen invloed op het transport van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn. Dit is een verantwoordelijkheid van de spoorbeheerder. Obje ct ge re late e rde ve ilighe idsmaatre ge le n, ze lfre dzaamhe id e n be strijdbaarhe id De onderstaande cursieve onderwerpen worden geadviseerd door de VNOG met daaronder de verantwoording daarvan voor dit plan: 4. De zelfredzaamheid van de aanwezige personen zo groot mogelijk te laten zijn door gebruik te mak en van NL-alert. Toekomstige bewoners zullen bij aankoop/overdracht van de woning zoveel mogelijk geattendeerd worden op de adviezen van de VNOG over brandveiligheid, toegankelijkheid en vluchtroutes.
De nieuwe bewoners zullen echter zelf het initiatief moeten nemen om hun mobiele telefoon hiervoor geschikt te maken (zie: http://www.crisis.nl/nl-alert). 5. De gebouwen dusdanig te situeren dat aanwezigen bij een (dreigende) brand bij een risicobron gelegenheid hebben te vluchten. Hierbij dient minimaal één (nood)uitgang van de risicobron af gericht te zijn. Alle (nood)uitgangen dienen aan te sluiten op de infrastructuur binnen en buiten het plangebied. Het plangebied wordt aan de noordzijde ontsloten richting de Groene Zoomweg. Aan de zuidzijde wordt een fiets- en wandelpad gerealiseerd en een ingang voor hulpdiensten. In noodgevallen kan dus van beide risicobronnen af worden gevlucht. 6. Voor de ontsluitingswegen en de bluswatervoorziening is geadviseerd om contact op te nemen met de lok ale accounthouder namens de VNOG. Er heeft in maart/april 2023 overleg plaatsgevonden tussen initiatiefnemer en de VNOG. Afgesproken is dat er twee bluswatervoorzieningen in het plangebied worden gerealiseerd. Vitens gaat in eerste instantie een ontwerp maken voor de posities van twee brandkranen op het leidingnet. Dit voorstel wordt opnieuw voorgelegd aan de VNOG. In het geval dat de VNOG niet akkoord gaat, dan zullen er twee brandputten moeten worden geboord. 7. Zorg te dragen dat het ventilatiesysteem goed functioneert. Om te k unnen schuilen voor een
42
bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49
toxisch scenario, is het noodzak elijk dat bewoners in zo'n situatie naar binnen gaan, ramen en deuren sluiten en dat de eventueel aanwezige mechanische ventilatie handmatig door de gebruik ers k an worden uitgezet. Deze maatregel k unt u borgen in de vergunningverleningsprocedures van diverse objecten. De woningen zullen vanzelfsprekend voldoen aan het Bouwbesluit en worden voorzien van mechanische ventilatie. Deze mechanische ventilatie kan altijd handmatig worden uitgezet door de stekker uit het stopcontact te trekken of de schakelaar in de meterkast om te zetten. 8. Zorg te dragen voor een goede informatievoorziening aan de aanwezige personen, opdat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit. U k unt hierbij denk en aan publiek e voorlichtingscampagnes als 'Denk vooruit'/ 'Wees Voorbereid'. De toekomstige bewoners zullen bij aankoop/overdracht van de woning worden geïnformeerd over hoe te handelen tijdens een calamiteit. 9. Creëer voor ambulances een goede bereik baarheid door voldoende toe- en uitgangswegen te realiseren. Voor ambulances is het namelijk niet alleen van belang om zo snel mogelijk bij bouwwerk en te k unnen k omen, maar ook om zo snel mogelijk weer weg te k unnen rijden zonder hinder te ondervinden van andere (hulpverlenings-)voertuigen.
Het plangebied is voor hulpdiensten goed bereikbaar, namelijk zowel vanaf de Groene Zoomweg in noordwestelijke richting als de Fokko Kortlanglaan in zuidoostelijke richting. 10. Ambulances dienen dichtbij bouwwerk en gepark eerd te k unnen worden. Obstak els op de weg, de stoep en het terrein dienen dus zodanig te worden ingericht dat ambulances snel en goed bij bouwwerk en k unnen k omen. Het beperk en van trappen, paaltjes, drempels, grote bloembak k en, e.d. draagt bij aan een goede bereik baarheid van het gebouw voor ambulances en brancards. Alle woningen in het plangebied liggen met de voorzijde aan een openbare straat en zijn hiermee goed bereikbaar. Het plaatsen van drempels is niet nodig en wordt anders zoveel mogelijk beperkt. Het plaatsen van paaltjes en/of bloembakken is niet aan de orde. 11. Zorg voor een eenduidige, duidelijk e bewegwijzering, waarbij borden en nummers zodanig zijn geplaatst, dat bij een calamiteit het plangebied duidelijk is waar de hulpverleners naar toe moeten. Het nieuwe woongebied zal van de gebruikelijke bewegwijzering worden voorzien. 12. Voor zowel ambulancepersoneel als een slachtoffer is het een grote belasting om een brancard met slachtoffer de trappen af te dragen.
Het advies is dan ook om een brancardlift te installeren bij hoogbouwobjecten (indien deze worden voorzien in het plangebied), zodat een slachtoffer op een brancard niet via de trappen vervoerd hoeft te worden. De vloeroppervlak te van een brancardlift betreft 1,05 bij 2,10 meter. Bij brand mag een lift gebruik t worden mits hiervoor bouwk undige en installatietechnische maatregelen zijn genomen die dit mogelijk mak en. Voorstel moet aan de gemeente ter goedk euring voorgelegd worden. In het plangebied wordt geen hoogbouw gerealiseerd. Het realiseren van brancardliften is dan ook niet aan de orde. 13. Om bouwwerk en voor brancards goed begaanbaar te houden, is het van belang om met name de ingang begaanbaar te houden. Grind voor de ingang en het gebruik van grote rubberen ringmatten vormen voor ambulancepersoneel en het slachtoffer op de brancard namelijk een obstak el. Een schoonloopmat is een goed alternatief om binnen bij de ingang te plaatsen. Wij hebben geen invloed op het begaanbaar houden en blijven van de ingang. Dat is de verantwoordelijkheid van de toekomstige bewoners. 14. Burgers te attenderen op deelname aan 'Stan the CPR-network '. Dit is een hulpsysteem waarbij vrijwilligers opgeroepen k unnen worden om iemand te reanimeren (met AED), in afwachting van een ambulance. Deelname aan Stan the CPR-network k an levens redden.
Toekomstige bewoners zullen bij aankoop/overdracht van de woning zoveel mogelijk geattendeerd worden op de adviezen van de VNOG over brandveiligheid, toegankelijkheid en vluchtroutes. 15. Plaats een AED op een strategische locatie. In geval van een circulatiestilstand wordt, door
43
bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49
z.s.m. te defibrilleren, de overlevingsk ans van de betreffende persoon vergroot. Als deze AED aan een buitenmuur wordt bevestigd en beschik baar wordt gesteld voor algemeen gebruik , k an deze AED ook gebruik t worden bij nood in de omgeving. Er worden geen openbaar toegankelijke gebouwen in het plangebied gerealiseerd. Het is aan de toekomstige bewoners zelf of zij zich aanmelden voor burgerhulpverlener en een AED willen beheren. 16. Plaats een Stop de bloeding-set naast de AED. Dit is een pak k etje met extra hulpmiddelen om bloedingen te stoppen. Omstanders en niet-medische hulpverleners k unnen de overlevingsk ansen van slachtoffers van (grote) ongeluk k en aanzienlijk verhogen. Door ernstig bloedverlies meteen adequaat te stelpen, worden levens gered. Dat geldt natuurlijk ook voor meer alledaagse verwondingen waarbij levensbedreigend bloedverlies optreedt, bijvoorbeeld bij een val door een glazen deur of ernstige open botbreuk en. Er worden geen openbaar toegankelijke gebouwen in het plangebied gerealiseerd. Het is aan de toekomstige bewoners zelf of zij een Stop de bloeding-set naast een eventuele AED willen plaatsen. Ze lfre dzaamhe id Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert.
Burgers zullen echter zelf het initiatief moeten nemen om hun mobiele telefoon hiervoor geschikt te maken (zie: http://www.crisis.nl/nl-alert). Daarnaast kan de zelfredzaamheid van bewoners worden vergroot door hen te attenderen op deelname aan 'Stan the CPR network' [voorheen Hartveilig Wonen]. Dit is een hulpsysteem waarbij vrijwilligers opgeroepen kunnen worden om iemand te reanimeren (met AED), in afwachting van een ambulance. Deelname aan 'Stan the CPR network' kan levens redden. De gebouwen worden uitgevoerd met ramen, deuren en ventilatie die gesloten kunnen worden. Hierdoor kunnen bezoekers veilig schuilen bij een scenario waarin toxische stoffen vrijkomen. Bij een wolkbrandexplosie scenario kunnen bezoekers vluchten van de risicobron af. Be strijdbaarhe id Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om effecten ten gevolge van het incident te beperken of te voorkomen. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. Eventuele secundaire branden in het plangebied kunnen met behulp van de primaire bluswatervoorzieningen worden bestreden door de brandweer. In het plangebied worden eigen bluswatervoorzieningen aangelegd. Het plangebied is via de openbare weg voldoende bereikbaar voor hulpverleningsdiensten. 4.4.7.2
Conclusie
Ondanks dat er door de voorgenomen ontwikkeling meer personen in het gebied zullen gaan verblijven ten opzichte van de huidige bedrijfssituatie, neemt het groepsrisico niet toe. Mogelijke incidenten kunnen veroorzaakt worden door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor. Daarnaast kan er een ongeval met de hoge druk aardgastransportleiding optreden. De kans op dergelijke incidenten wordt minimaal geacht, maar blijft wel aanwezig. Het plaatsgebonden risico van de aardgastransportleiding en de spoorlijn vormt geen belemmering voor het plangebied. Ook ligt het plangebied buiten de belemmeringenstrook van de aardgastransportleiding en buiten het plasbrandaandachtsgebied van de spoorlijn. Het groepsrisico van de aardgastransportleiding A-510 is echter in zowel de huidige als toekomstige situatie hoger dan de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico van de spoorlijn is in zowel de huidige als toekomstige situatie kleiner dan 0,1 de oriëntatiewaarde.
44
bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49
Het plan voldoet aan de wettelijke eisen met betrekking tot externe veiligheid. Het groepsrisico is namelijk een oriënterende waarde en geen absolute grenswaarde. Het plaatsgebonden risico wordt niet overschreden. Het groepsrisico van de aardgastransportleiding is weliswaar 3,61 keer groter dan de oriëntatiewaarde, maar neemt niet toe door de voorgenomen woningbouw. Het groepsrisico is namelijk in zowel de huidige als de toekomstige situatie groter dan de oriëntatiewaarde. Om in het geval van een incident het aantal dodelijke slachtoffers zoveel mogelijk te beperken, worden de bovengenoemde maatregelen genomen om onder meer de bestrijdbaarheid van de calamiteit en de zelfredzaamheid van de bewoners te vergroten. Bovendien zijn de bewoners in het plangebied over het algemeen zelfredzame personen of kinderen onder begeleiding van zelfredzame personen. Er worden immers geen voorzieningen gerealiseerd die met name door niet- zelfredzame personen in gebruik worden genomen, zoals bijvoorbeeld een kinderdagverblijf of ziekenhuis.
4.4.8 Trillingshinder In Nederland bestaat geen wet voor het voorkomen van hinder of schade door trillingen. Het aspect trillingshinder is echter wel een aandachtspunt in het kader van 'een goede ruimtelijke ordening' in de zin van artikel 3.1, lid 1 Wro. Hiervoor wordt een aantal richtlijnen en beleidsregels gebruikt. De Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen adviseert om bij initiatieven die dichter dan 100 m van het spoor gelegen zijn een QuickScan met betrekking tot trillingen uit te voeren. Het volledige rapport is te lezen in Bijlage 14, hieronder worden de voornaamste resultaten besproken. Plange bie d Aan de zuid-oostzijde van voorliggend plan ligt de doorgaande spoorlijn Amersfoort - Zwolle. De kortste afstand tussen de spoorlijn en een nieuwe woning bedraagt ca. 100 meter, de grootste afstand bedraagt meer dan 300 meter. Effect trillingen: k ans op schade aan gebouwen Kans op schade aan de constructie van nieuwe woning als gevolg van trillingen door het spoor is niet aanwezig te achten omdat op een afstand van meer dan 100 meter de kritische waarde van 1 mm/s bij het fundament niet zal worden overschreden. Effect trillingen: k ans op hinder in de woning In sommige situaties kan een waarde van 0.1 mm/s (in een woning die op korte afstand van een spoorlijn is gesitueerd) wel worden overschreden.
Bij een dergelijk trillingsniveau kunnen trillingen in de woning licht worden gevoeld, als de situatie op het spoor (de bron) en de woning (de bouw van de woning) ongunstig is. Wettelijk k ader met betrek k ing tot trillingshinder Op dit moment bestaat er in Nederland geen wetgeving met betrekking tot de aanvaardbaarheid van spoortrillingen. De SBR richtlijn deel B wordt wel vaak als toetsingskader gehanteerd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening en ter voorkoming van (toekomstige) klachten is een kwalitatief onderzoek uitgevoerd in de vorm van een QuickScan. Hoewel in potentie het risico op hinder door trillingen bij een deel van de woningen binnen het plangebied aanwezig is, zorgen de afstand tot het spoor, het ontbreken van wissels en ES-lassen in de directe omgeving in combinatie met de bodem met zand (fijn) voor een beperkt risico. Ervan uitgaande dat de nieuwe woningen voldoende rigide wordt gebouwd, is de kans op trillingshinder als gevolg van spoortrillingen voor de dichtstbijgelegen nieuwe woningen binnen het plangebied naar onze verwachting beperkt en bezien op planniveau zeer beperkt.