CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Drielanden - Groene Zoomweg 49_Toelichting

Raadsvergadering 9 november 2023, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 4920.361 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Drielanden - Groene Zoomweg 49

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

3 Inleiding

3

1.1

Aanleiding

3

1.2

Plangebied

3

1.3

De bij het plan behorende stukken

5

1.4

Leeswijzer

5

Hoofdstuk 2

Beleidskader

6

2.1

Algemeen

6

2.2

Ruimtelijk beleid

6

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

17

3.1

Huidige situatie

17

3.2

Beoogde situatie

17

Hoofdstuk 4

Onderzoek

22

4.1

Ecologie

22

4.2

Cultuurhistorie en archeologie

25

4.3

Water

26

4.4

Milieu

28

4.5

Explosieven

46

4.6

Kabels en leidingen

46

4.7

Verkeer en parkeren

47

Hoofdstuk 5

Juridische aspecten

50

5.1

Inleiding

50

5.2

Juridische regeling

50

5.3

Bestemmingsbepalingen

50

5.4

Handhaving

51

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

52

Hoofdstuk 7

Inspraak en overleg

53

7.1

Inspraak

53

7.2

Vooroverleg

53

7.3

Zienswijzen

53

2

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De initiatiefnemer is voornemens om de locatie ter plaatse van de Groene Zoomweg 49 en Fokko Kortlanglaan 137 te ontwikkelen voor woningbouw. Het plan voorziet in de realisatie van 98 woningen. Het betreft een variëteit aan twee-onder-een-kap woningen, rijtjeshuizen, rug-aan-rug woningen en bebo's/appartementen. Het gebied wordt ingericht met veel ruimte voor groen. Het plangebied grenst aan relatief open gebieden met enkele woonhuizen. Het doel van het onderhavige bestemmingsplan 'Drielanden - Groene Zoomweg 49' is het juridisch en planologisch verankeren van de stedenbouwkundige randvoorwaarden voor de realisatie van een nieuwe gebiedsontwikkeling voor 98 woonhuizen. Het bestemmingsplan 'Drielanden - Groene Zoomweg 49' vervangt bij inwerkingtreding het geldende bestemmingsplan 'Drielanden - Groene Zoom'.

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt ten zuidwesten van Harderwijk en wordt globaal begrensd door de Groene Zoomweg in het noordwesten en de gemeentegrens met Ermelo en de Fokko Kortlanglaan aan het zuidoosten. Ten noorden van het plangebied liggen enkele woningen, die op hun beurt aan de noordkant begrensd worden door de Kolbaanweg. Aan de zuidkant van het perceel zijn eveneens woningen aanwezig, samen met akkerbouwgebied. Voor dit akkerbouwgebied is in juni 2021 een wijzigingsplan vastgesteld om het gebied te transformeren naar een woongebied met 7 vrijstaande woningen op ruime kavels. Het plangebied is kadastraal bekend Harderwijk, sectie K nummers 179, 188, 1095 en 1096. Op onderstaande afbeeldingen is de ligging van het plangebied globaal weergegeven, met de gemeentegrens in geel aangegeven en een afbeelding van de kadastrale percelen van het plangebied.

3

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

Globale ligging plangebied (bron: ruimtelijk eplannen.nl)

Kadastrale percelen in het plangebied (bron: ruimtelijk eplannen.nl)

4

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan 'Drielanden - Groene Zoomweg 49' heeft als IMRO-idn: NL.IMRO.0243.BP00302-0002 en bestaat uit een gml-bestand, regels en een toelichting. Het gml-bestand kent een analoge en een digitale verbeelding. De analoge versie van het plan betreft een boekje met kaarten (.pdf of hardcopy). De digitale versie is te raadplegen via de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl). De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en dienen in samenhang gelezen te worden. Op de verbeelding is de nieuwe bestemming van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemming zijn regels gekoppeld. De toelichting van dit wijzigingsplan heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een onderdeel van het plan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

1.4

Leesw ijzer

De toelichting van het bestemmingsplan 'Drielanden - Groene Zoomweg 49' bestaat uit de volgende hoofdstukken: In Hoofdstuk 2 wordt een schets gegeven van het beleidskader dat van belang is voor het functioneren en de ontwikkeling van het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt de nieuwe planontwikkeling beschreven. In Hoofdstuk 4 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan bod. In Hoofdstuk 5 worden kort de woonbestemming, de groenbestemming en de juridische planopzet behandeld en wordt verantwoording gegeven van het gebruik van de standaarden voor bestemmingsplannen in Harderwijk. In Hoofdstuk 6 wordt ingegaan op het kostenverhaal en de economische uitvoerbaarheid van het plan. De toelichting wordt afgesloten met Hoofdstuk 7 waarin wordt ingegaan op het proces van inspraak en overleg in relatie tot dit bestemmingsplan.

5

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

Hoofdstuk 2 2.1

Beleidskader

Algem een

Het (inter)nationale en provinciale beleid is neergelegd in verschillende nota's betreffende de ruimtelijke ordening, alsmede in de verschillende visies. Een doorwerking van dit beleid vindt veelal plaats in verschillende gemeentelijke en provinciale uitwerkingsnota's, beleidsplannen en bestemmingsplannen. Ook binnen de gemeente Harderwijk is dit het geval. Het beleid zoals dat door de hogere overheden wordt voorgestaan, is veelal van een andere schaal en aard dan die noodzakelijk is voor het opstellen van een bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt dan ook uitsluitend ingegaan op het voor de ontwikkeling van het plangebied relevante beleid.

2.2

Ruim telijk beleid

2.2.1 Rijk sbeleid 2.2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI, 2020), geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI wordt ingegaan op urgente opgaven die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Deze opgaven omvatten onder andere klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Het uitgangspunt in de aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Nationale be lange n e n vie r priorite ite n Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Er zijn 21 nationale belangen beschreven waarop de nationale overheid zich in de NOVI richt. Nationale belangen zijn de inhoudelijke belangen bij de fysieke leefomgeving waarbij het Rijk een rol voor zichzelf ziet en waarvoor het kabinet in politieke zin aanspreekbaar is. De behartiging van de nationale belangen en de realisatie van de daaruit voortvloeiende beleidsdoelen en opgaven gebeurt niet alleen door het Rijk.

Er zijn vier prioriteiten waar het Rijk op wil sturen en richting geven: Prioriteit 1: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Prioriteit 2: Duurzaam economisch groeipotentieel Prioriteit 3: Sterke en gezonde steden en regio's Prioriteit 4: Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Afwe gingsprincipe s De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat

6

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

van die van toekomstige generaties. Uitvoe ring De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda vindt u onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. Conclusie De NOVI bevat beleid op een hoog schaalniveau en doet geen uitspraken over dit initiatief of over het plangebied. Het initiatief is daarmee niet strijdig met de NOVI. 2.2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijk e ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel de AMvB Ruimte genoemd, is op 22 augustus 2011 vastgesteld en in oktober 2012 aangevuld. Het Barro heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De AMvB is het inhoudelijke beleidskader van het rijk waaraan ruimtelijke besluiten op provinciaal en gemeentelijk niveau moeten voldoen. Dat betekent dat de AMvB regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Inhoudelijk gaat het om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies, zoals natuur in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), of met het vrijwaren van functies. Het besluit bevat alleen die nationale ruimtelijke belangen, die via het stellen van regels aan de inhoud of toelichting van bestemmingsplannen (of daarmee vergelijkbare besluiten) beschermd kunnen worden. Conclusie Het Barro doet geen uitspraken over dit initiatief of over het plangebied. 2.2.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijk ing

De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. De regeling is opgenomen in artikel 3.1.6 Bro. Het doel van de Ladder is het bewerkstelligen van zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de NOVI binnen een breder kader van een goede ruimtelijke ordening. De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing als er sprake is van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i Bro: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Als een ruimtelijk besluit, zoals een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning met een goede ruimtelijke onderbouwing, voorziet in nieuwe planologische bouwmogelijkheden, dan kwalificeren deze

7

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

bouwmogelijkheden in beginsel als een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder i Besluit ruimtelijke ordening (Bro), mits het gaat om bouwmogelijkheden van enige omvang. Zeer kleinschalige bebouwingsmogelijkheden of functiewijzigingen sec die niet voorzien in een toename van het ruimtebeslag kwalificeren niet als een stedelijke ontwikkeling. In de Handreiking ladder voor duurzame verstedelijking staat dat er geen ondergrens is bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015, nr. 201407135/1/R1). Dit bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van 98 woningen. Woningen zijn als een stedelijke functie aangemerkt. Om deze reden dient een toetsing aan de 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' plaats te vinden. In dat kader worden de volgende stappen doorlopen: 1. Is er sprak e van een stedelijk e ontwik k eling? In de eerste plaats dient onderzocht te worden of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De realisatie van woningen is primair aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Een verdere toetsing aan de ladder is noodzakelijk. 2. Is de stedelijk e ontwik k eling nieuw? In de tweede plaats moet onderzocht worden of de stedelijke ontwikkeling nieuw is.

Op basis van jurisprudentie is bepaald dat een stedelijke ontwikkeling met woningen als nieuw is aan te merken wanneer er sprake is van 12 of meer woningen. Dat is hier het geval. Een verdere toetsing is noodzakelijk. 3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? De woningen voorzien in de invulling van een lokale woningbehoefte. Het verzorgingsgebied vult een behoefte in voor de gehele gemeente Harderwijk en een deel van het omliggende gebied. Uit de Woonvisie Harderwijk blijkt een duidelijk tekort aan woningen in het sociale koopsegment (Tot 216.500 euro, prijspeil 1-1-2022). Deze ontwikkeling voorziet in 30 goedkope koopwoningen die in deze prijsklasse liggen. Daarmee wordt bijgedragen aan het verkleinen van het genoemde tekort en wordt uitvoering gegeven aan het woonbeleid van de gemeente. 4. Is er behoefte aan de ontwik k eling? Op basis van de woonvisie blijkt dat behoefte is aan meer woningen passend bij de doelgroepen in de gemeente Harderwijk. Deze behoefte wordt verder beschreven in paragraaf 2.2.4.3. 5. Ligt de ontwik k eling in bestaand stedelijk gebied? De ambitie om in het plangebied woningbouw mogelijk te maken komt voort uit de vastgestelde structuurvisie 'De Groene Zoom'. De Groene Zoom wordt gezien als een stedelijk uitloopgebied voor Ermelo en Harderwijk, met daarin recreatieve functies die overeenkomen met de schaalgrootte van het gebied.

Het groene karakter dient daarbij te overheersen. Nieuwe 'rode' functies moeten passen binnen dit groene karakter en vormen de financiële drager van deze groene functies. Daarbij is het van belang dat de rode ontwikkelingen aansluiten bij het behoud van het groene karakter en bijdragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Het plangebied ligt in deelgebied E. In de structuurvisie is voor deelgebied E gesteld dat er een gezichtsbepalend bedrijf is gevestigd dat niet passend is voor de Groene Zoom. In de visie van de gemeente is het wenselijk om dit bedrijf op termijn te laten verdwijnen. Om dit financieel haalbaar te kunnen maken zou nog een laatste brinkdorp met eigen identiteit en ruimtelijke karakteristiek en aansluitend aan de bestaande bebouwing ten noorden van het bedrijf kunnen worden gerealiseerd.

8

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

Uitsnede Structuurvisie Groene Zoom Conclusie Geconcludeerd mag worden dat er wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

2.2.2 Provinciaal beleid Op 19 december 2018 hebben provinciale staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. In de provinciale Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de fysieke leefomgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening wordt vooruit gelopen op de aankomende Omgevingswet, die in 2023 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is worden onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening geactualiseerd. Ook zal de Omgevingsverordening anticiperen op de eisen van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie gaat over 'Gaaf Gelderland'. 'Gaaf' is een woord met twee betekenissen. 'Gaaf' betekent 'mooi' en gaat over wat – historisch en landschappelijk gezien - heel en mooi en ongeschonden is. Het beschermen waard. Maar 'Gaaf' verwijst ook naar dat wat 'cool' en nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties: het ontwikkelen waard. Beide kanten zijn van toepassing op Gelderland en onlosmakelijk verbonden met de Gelderlanders. Beide aspecten zijn dan ook opgenomen in de Gelderse Omgevingsvisie. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal.

Gezond en veilig is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van flora en fauna. Dat is voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.

9

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

De visie geeft zeven ambities voor een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland, onder andere op het terrein van economisch vestigingsklimaat en het woon- en leefklimaat. Met vier spelregels of Doe-principes' – DOEN, LATEN, ZELF en SAMEN – geeft de provincie hier toepassing aan. Tezamen vormen zij het kader waarbinnen de provincie werkt en afwegingen maakt. Met betrekking tot nieuwe woonlocaties is bijvoorbeeld in de Omgevingsverordening de volgende bepaling opgenomen: “In een bestemmingsplan worden nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts toegestaan wanneer dit past in het geldende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma voor de betreffende regio successievelijk het door Gedeputeerde Staten vastgestelde Regionaal Programma Wonen.” Op basis van voornoemde afspraken is binnen de Regio Noord-Veluwe de regionale woonopgave voor de periode 2013-2024 verdeeld over de deelnemende gemeenten. Als afgeleide daarvan is door de gemeente de gemeentelijke woonvisie 2017-2027 opgesteld. De woningen in het huidige planvoornemen passen binnen deze plannen. Dit wordt toegelicht in paragraaf 2.2.4.3. Conclusie Het initiatief is in overeenstemming met de Omgevingsvisie van Gelderland.

2.2.3 Regionaal beleid De provincie, gemeenten, het Rijk, woningbouwcorporaties, ontwikkelaars en andere partijen zetten zich gezamenlijk in om fijne plekken te realiseren om te wonen voor iedereen, nu en in de toekomst. Hierbij staan 3 doelen centraal: voldoende woningen voor alle Gelderlanders, betaalbare woningen met speciale aandacht voor sociale huur en toekomstbestendig en duurzaam wonen in een goede leefomgeving. Hierover zijn gezamenlijk afspraken gemaakt in de regionale woonagenda. Nieuwe woonlocaties en daar te bouwen woningen moeten passen binnen deze afspraken. De woningbouwontwikkeling Drielanden - Groene Zoom 49 past in de regionale woningbouwafspraken. Het plan maakt onderdeel uit van de regionale woondeal Noord-Veluwe en past binnen de woningbehoefte. Het plan voorziet in 30 koopwoningen in de gemeentelijke categorie goedkoop II (180.000 tot 240.000), 14 woningen in de gemeentelijke categorie midden II (330.000 tot 485.000). 54 woningen vallen in de categorie duur (vanaf 385.000). Er wordt daarnaast op dit moment de mogelijkheid verkend om zes goedkope koopwoningen naar sociale huurwoning om te zetten. 44% van de woningen in dit plan vallen daarmee in de categorie betaalbaar (cf. definitie Woondeal).

Het totale aandeel betaalbare woningen dat de gemeente Harderwijk heeft opgenomen in de regionale woondeal bedraagt 68% en is daarmee conform de afspraken tussen gemeenten, Rijk en provincie.

2.2.4 Gemeentelijk beleid 2.2.4.1 Structuurvisie Harderwijk 2031 De structuurvisie Harderwijk 2031 is op 20 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze integrale structuurvisie is een uitwerking van de in juni 2010 door de gemeenteraad vastgestelde stadsvisie. In de structuurvisie wordt aangegeven wat in de periode tot 2031 voor de gemeente Harderwijk de belangrijkste thema's zijn waar integraal aan gewerkt gaat worden door de gemeente, het bedrijfsleven, de maatschappelijke organisaties en door inwoners zelf. De visie is een document waar het economische, sociale en ruimtelijke beleid met elkaar in verband is gebracht. Het betreft een visie waarin kaders zijn gesteld met doelstellingen om de in de Stadsvisie verwoorde ambitie te verwezenlijken. Deze doelstellingen zijn ondergebracht in vier ontwikkelsporen: Zorgzame stad, Ondernemende stad, Aantrekkelijke stad en Verbindende stad. De structuurvisie functioneert als beoordeling- en sturingsinstrument op alle gemeentelijke

10

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

beleidsterreinen. Het is daarmee een beleidsdocument dat de gemeente bindt. De gemeente kan daar alleen van afwijken indien daar een goede motivering voor is. Daarnaast wordt richting gegeven aan te verrichten inspanningen en te nemen maatregelen die moeten leiden tot de realisatie en totstandkoming van de in het beleid nagestreefde doelen. De structuurvisie is: een visie op de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkelingen in Harderwijk voor de middellange en lange termijn; een integrale visie met de hoofdlijnen van voorgenomen ontwikkelingen betreffende het leven, werken en verblijven in Harderwijk; de wijze waarop de gemeente de doelstellingen denkt te realiseren. Op de visiekaart 'Aantrekkelijke stad' is de Groene Zoom aangegeven als 'Groene stadsrand'. Dit geeft invulling aan de doelstelling uit de structuurvisie: 'Het waarborgen van een goede kwaliteit van de leefomgeving'. Plekken die een belangrijke publieke en/of toeristische functie hebben en het openbaar groen langs de hoofd-, recreatieve én cultuurhistorische infrastructuur alsmede de in deze structuurvisie benoemde ontmoetingsplekken krijgen een hogere onderhoudskwaliteit. Van belang voor de kwaliteit van de leefomgeving zijn ook de waterbelvedères en het groen in en om de stad die op de beleidskaart staan aangegeven, zoals de Poort naar de Veluwe, de Groene Zoom en de Natura-2000 gebieden.

De algemene doelstelling is het realiseren en in stand houden van een aantrekkelijke stad om in te wonen, werken, leven en verblijven. Ieder ruimtelijk initiatief draagt bij aan de kwaliteit van de woonomgeving. De wijze waarop dat wordt bewerkstelligd, is mede door: initiatieven bij te laten dragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Ter bevordering van de aantrekkelijkheid van de stad is bij iedere ruimtelijke ontwikkeling ruimtelijke kwaliteitsverbetering voorwaarde; waarborgen behoud van monumenten en cultuurhistorische waarden. De gemeente streeft naar het behoud, herstel en (her)gebruik van monumenten en cultuurhistorische waarden. Daartoe worden mogelijkheden gezocht om nieuwe functies toe te kennen aan monumenten; Cultuurhistorische waarden worden in ruimtelijke plannen zoveel mogelijk beschermd. stimuleren van aansprekende architectuur. Het ontwerp van gebouwen en plekken dient bij te dragen aan de aantrekkelijkheid van de stad. De waarde van architectuur is: herkenbare beeldentaal uit het verleden als het ware door te vertellen, de bijdrage aan de inrichting van de openbare ruimte, gevelopeningen als ‘ogen’ van de openbare ruimte, begane grond als ondersteunende functie aan de openbare ruimte, herkenbaarheid/leesbaarheid van de stad en goede architectuur is duurzaam.

Toe tsing aan de Structuurvisie Harde rwijk 2031 Voorliggend plan betreft de planologische toevoeging van 98 woningen. Deze woningen worden ingepast in een kwalitatief hoogwaardige, groene omgeving. Met deze ontwikkeling wordt een kwaliteitsverbetering van de leefomgeving bereikt en een versterking voor het landschap in de omgeving. In de structuurvisie Harderwijk 2031 wordt het gebied een overgangslandschap, een 'stadsrandzone' genoemd. In dit stedelijk uitloopgebied overheerst het groene karakter, maar zijn rode elementen mogelijk, mits ze op een verantwoorde manier worden ingepast in het groene kader. Deze stedenbouwkundige visie gaat over het toevoegen van rode ontwikkelingen maar het is de ambitie om daarbij een grote verbetering te bereiken in de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Dit wordt nagestreefd door te kiezen voor een agrarisch landschap als onderlegger van de rode ontwikkelingen met daaraan toegevoegd een flora en fauna laag. De structuurvisie stelt heel duidelijk dat nieuwe groene ontwikkelingen ook een recreatieve waarde dienen te krijgen. De inrichting van het landschap in deze stedenbouwkundige visie krijgt daarom ook een stelsel van wandel en fietspaden. De forse huidige 'agrarische' bebouwing wordt gesloopt. Aan de noordzijde van het gebied wordt een

11

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

geluidsscherm van vier meter hoog gerealiseerd. Conclusie Het initiatief is in overeenstemming met de structuurvisie Harderwijk 2031. 2.2.4.2

Structuurvisie Groene Zoom

Begin jaren negentig is voor de Groene Zoom een intergemeentelijke studie gemaakt. Doel van deze studie was het door de gemeenten Harderwijk en Ermelo gezamenlijk opstellen van een ruimtelijke visie op het gebied, zodat ruimtelijke ontwikkelingen op elkaar konden worden afgestemd. Op 21 juni 2001 is tussen de gemeenten Harderwijk en Ermelo een convenant gesloten over de Groene Zoom. In het convenant is een gezamenlijke ruimtelijke visie vastgelegd op de invulling van het gebied. Op 20 januari 2011 heeft de gemeenteraad van Harderwijk de structuurvisie Groene Zoom vastgesteld. Deze structuurvisie is in samenwerking met de gemeente Ermelo opgesteld. De centrale doelstelling voor het gebied luidt: “Het realiseren van een samenhangend en aantrek k elijk vormgegeven stedelijk uitloopgebied tussen Ermelo en Harderwijk , waarbij het groene k arak ter overheerst en waarin rode elementen op een verantwoorde manier worden ingepast binnen dit groene k ader”. De visie, om bovenstaand doel te bereiken, is: Bestaande groene ruimten worden zoveel mogelijk gevrijwaard van bebouwing zodat de openheid van het gebied bewaard blijft. Deze groene ruimten kunnen een recreatieve functie krijgen. Het bestaande groen wordt zoveel mogelijk gespaard met name daar waar het monumentaal groen betreft. zoveel mogelijk ongebruikte agrarische bebouwing wordt gesloopt.

Dit wordt financieel mogelijk gemaakt door beperkt rode ontwikkelingen mogelijk te maken (rood-voor-rood regeling). in het meest oostelijke deel van de Groene Zoom (deelgebied F) wonen niet mogelijk is vanwege de milieu-technische beperkingen van het gebied. Het gebied ligt geïsoleerd van het westelijk deel door de spoorlijn Zwolle-Amersfoort. Daarom wordt in dit deel het concept van Groene Werklandschappen toegepast. om verbindingen in het langgerekte gebied te leggen, een aantal markante locaties zijn aangewezen die een scharnierpuntfunctie zijn toegedacht. Dit vergroot de herkenbaarheid van het gebied. De Groene Zoom wordt gezien als een stedelijk uitloopgebied. Deze uitloopfunctie is bedoeld voor de bewoners van Ermelo en Harderwijk. In de praktijk zal de Groene Zoom in eerste instantie een uitloopfunctie vervullen voor de in- en omwonenden van het plangebied. Voor de structuurvisie zijn een aantal basisprincipes uitgewerkt voor de ontwikkeling van de Groene Zoom: Ontwikkeling tot stedelijk uitloopgebied Behoud en versterking groene karakter Vergroten ruimtelijke samenhang Toevoegen rode functies ter bevordening ruimtelijke kwaliteit Toe tsing Structuurvisie Groe ne Zoom Voorliggend plan voorziet in het realiseren van 98 woningen binnen zone E, zoals te zien is op onderstaande uitsnede. Deze zone is aangewezen voor de mogelijke realisatie van een brinkdorp.

Ook is expliciet aangegeven dat het gezichtsbepalende bedrijf dat hier nu gevestigd is niet passend is voor de Groene Zoom

12

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

De woningen worden gerealiseerd door het creëren van twee brinken. Hiermee wordt het initiatief passend gemaakt bij de omgeving en sluit het aan bij de basisprincipes van de structuurvisie. Het plangebied is in de huidige staat volledig verhard en er is weinig groen aanwezig. Door de beoogde inrichting en inpassing van voorliggend plan wordt een prettige woonomgeving gecreëerd met meer water en meer groen. Hiermee past het plan binnen de visie zoals vastgelegd in de Structuurvisie Groene Zoom.

Uitsnede structuurvisiek aart Groene Zoom (bron: ruimtelijk eplannen.nl) 2.2.4.3

Woonvisie Harderwijk

De uitgangspunten van het woonbeleid staan geformuleerd in de Woonvisie 2017-2027. Deze is op 24 mei 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. De woonvisie wordt in 2023 herzien. Onderstaande tekst vat het huidige beleid samen en gaat ook in op de aspecten die in 2023 in het beleid worden opgenomen. Met het woonbeleid werkt de gemeente Harderwijk aan de balans tussen vraag en aanbod op de woningmarkt. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de huidige bewoners, maar ook naar die van de toekomst. Uitgangspunt is dat iedereen in Harderwijk een woning kan vinden die past bij zijn of haar wensen en behoeften op het gebied van betaalbaarheid, toegankelijkheid en woonmilieu. Door natuurlijke aanwas en migratie zal Harderwijk de komende decennia blijven groeien. Het aantal inwoners nu is 49.000 en zal naar verwachting toenemen tot 55.000 in 2040. Om deze groei te faciliteren wil de gemeente voor die tijd nog ruim 4.000 woningen bijbouwen (conform het aanbod aan provincie in het kader van de Nationale Woon- en Bouwagenda van september 2022). Voor ongeveer 3.400 woningen is inmiddels plancapaciteit beschikbaar. Qua woningbouwtypes wordt ingezet op variatie en aanpasbaarheid maar ook op tijdelijke woningen om pieken in de vraag op te vangen. Aanpasbare woningen om flexibel mee te bewegen met veranderende wensen en behoeften en gevarieerde woonwijken voor een vitale mix van bewoners.

Op deze manier blijft Harderwijk ook naar

13

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

de toekomst betaalbaar en aantrekkelijk voor een breed publiek. Samenvattend zijn de belangrijkste opgaven in het woondomein: Nieuwbouw Uitbreiding van het aanbod goedkope en betaalbare koopwoningen tot de NHG-grens Uitbreiding van het aantal sociale huurwoningen Meer variatie in het woningaanbod passend bij de veranderende bevolking Terugdringen van de wachttijd in de sociale huursector Tijdelijke woonruimte om pieken in de vraag op te vangen Inbreiding en transformatie Bestaande woningvoorraad Bevorderen van doorstroming op de woningmarkt Verduurzaming van de bestaande woningvoorraad Bestaande woningvoorraad toekomst- en zorgbestendig maken Wijk en en buurten Ontwikkelen van woonzorgzones Gemixte en inclusieve wijken en buurten Op dit moment worden uitbreidingswijken Waterfront en Drielanden in hoog tempo volgebouwd. De toekomstige nieuwbouwopgave zal grotendeels in de bestaande stad worden gerealiseerd. Binnenstedelijk bouwen brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Denk aan hogere bouwkosten, veel direct belanghebbenden en een meer complexe ruimtelijke inpassing. Het wordt een uitdaging om voldoende woningen te bouwen in de lagere prijssegmenten, draagvlak te creëren onder omwonenden en de ruimtelijke kwaliteit hoog te houden. Naast nieuwbouw wordt ook gewerkt aan de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad.

Samen met de partners in het woondomein staat de gemeente voor een aantal grote maatschappelijke opgaven. Op het gebied van duurzaamheid, wordt onder andere gestreefd naar een forse reductie van het energieverbruik, duurzame energieopwekking en ruimte voor klimaatadaptatie. Betaalbaarheid is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Een andere opgave is de voortschrijdende vergrijzing. Om de veiligheid en het comfort van oudere bewoners te borgen, is het noodzakelijk om de toegankelijkheid van bestaande woningen te verbeteren. Ook moeten woningen geschikt worden gemaakt voor zorgen dienstverlening aan huis. Daarbij gaat het niet alleen om individuele woningen maar ook om de woonomgeving en infrastructuur van de wijk. De ontwikkeling van het planvoornemen voorziet in de realisatie van 98 nieuwe koopwoningen. Er wordt ingespeeld op de nieuw te verwachten ontwikkelingen door woningen aan te bieden voor verschillende doelgroepen, dus zowel in de goedkope (31%), middeldure (14%) als vrije sector (55%). Het aspect duurzaamheid staat hoog in het vaandel bij de ontwikkeling van het planvoornemen, de nieuwe woningen zijn aardgasvrij. Daarnaast draagt de brink-structuur van het plan bij aan het creëren van sociale cohesie tussen bewoners.

Het plangebied wordt een aantrekkelijk gebied waarin royaal ruimte voor groen en onverhard gebied gecreëerd wordt, zodat wordt bijgedragen aan een rustige en gezonde leefomgeving. Conclusie Met het realiseren van 98 nieuwe woningen voorziet het plan in een deel van de woonbehoefte van de gemeente Harderwijk, zoals deze is geïdentificeerd in de Woonvisie. Daarnaast draagt het planvoornemen bij aan een prettige leefomgeving en speelt het in op aanvullende wensen rondom de

14

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

onderwerpen duurzaamheid en voldoende groen in de directe omgeving. 2.2.4.4

Waterbeleid

In de gemeente Harderwijk is het beleid rondom (afval)water vertaald in het Waterplan Harderwijk (2013-2018) en het Zuiveringskring Afvalwaterketen Plan Waterschap-Harderwijk-Ermelo-Putten (ZAP WHEP 2016-2023). In het Waterplan zijn de benodigde maatregelen uitgewerkt voor het realiseren en behouden van een veilig, veerkrachtig en ecologisch gezond functionerend watersysteem, met het oog op een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. Het ZAP WHEP heeft de status van een verbreed gemeentelijke rioleringsplan (vGRP). Hier staat dan ook in uitgewerkt hoe de gemeente invulling geeft aan de gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van het rijk, provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in de ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. In paragraaf 4.3 wordt dit aspect verder beschreven. 2.2.4.5

Duurzaamheid Harderwijk (2020)

De Duurzaamheidsvisie De Duurzame Stad -Duurzaam Harderwijk is vastgesteld op 25 juni 2020 door de gemeenteraad van Harderwijk. De basis van de visie bestaat uit de mondiale Sustainable Development Goals (deze duurzame ontwikkelingsdoelen zijn in 2015 door de Verenigde Naties opgesteld) die vertaald zijn naar vier lokale pijlers; circulariteit, biodiversiteit, klimaatadaptatie en energietransitie. Iedere pijler heeft een eigen doelstelling: Circulariteit: Afvalstoffen worden grondstoffen en we sluiten kringlopen. Biodiversiteit: We behouden en verbeteren de natuur. Klimaatadaptatie: We beperken hittestress en droogte en voorkomen wateroverlast (de effecten van klimaatsverandering). Energietransitie: In 2031 is de CO2 uitstoot met 45% verminderd. Samen vormen de pijlers de integrale visie op duurzaamheid voor de gemeente Harderwijk. De duurzaamheidvisie omvat verschillende beleidsvelden. Aan het ene beleidsveld zoals de energietransitie wordt al jarenlang gewerkt, terwijl het andere beleidsveld, zoals circulariteit nog geheel aan het begin van ontwikkeling staat en er eerst een nulmeting moet worden uitgevoerd. De duurzame ontwikkelingsdoelstellingen zijn uitgewerkt in 17 doelen en hebben betrekking op zowel het sociale domein, het fysieke domein als het bestuurlijke domein. Ze hebben aandacht voor vrede en veiligheid, economische ontwikkeling en milieuthema’s.

In 2022 zijn de geformuleerde klimaatambities herijkt. Hierin zijn enkele nieuwe doelen opgenomen met betrekking tot de verwachte klimaatproblematiek: Wateroverlast 1. Wateroverlast accepteren we volgens de wateroverlast-acceptatiecriteria 2. De kans op falen van vitale functies door extreme buien is kleiner dan 1 keer per 100 jaar 3. Al het bebouwde areaal (binnen de bebouwde kom) heeft een ontwateringsdiepte van tenminste 0,7 m. Droogte

15

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

1. Minimaal 40% van het oppervlak is onverhard (privaat en openbaar); en/of 2. minimaal 50% van de wijk heeft een duurzaam gescheiden rioolstelsel Hittestress 1. In het openbare gebied is minimaal 20% schaduw, op een onbewolkte midzomerdag tussen 12:00 en 18:00u. 2. Iedere inwoner woont binnen 300m afstand tot een koelteeiland. Bij de inrichting van het plangebied is zorgvuldig rekening gehouden met bovenstaande ambities: de verharding neemt af, de ruimte wordt op een groene manier ingericht waardoor bijgedragen wordt aan de koelte eilanden waarover gesproken wordt. Daarnaast wordt er een nieuw rioolstelsel aangelegd dat voldoet aan de geldende eisen. In Hoofdstuk 4 wordt uitgebreider ingegaan op de verschillende milieu-aspecten en hoe hier rekening mee is gehouden in dit plan.

16

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Ligging e n omge ving Het plangebied is gelegen aan de Groene Zoomweg 49 en Fokko Kortlanglaan 13 in Harderwijk. Het perceel is momenteel in gebruik door een hoveniersbedrijf, waarbij het bouwvlak volledig is bebouwd en het bijbehorende terrein is verhard voor parkeren en bedrijfgerelateerde zaken. De andere helft van het perceel heeft een groenbestemming. De omgeving van het plangebied kent een diversiteit aan functies, met name agrarisch en woningbouw.

Huidige situatie in vogelvlucht, gezien vanaf de Fok k o Kortlanglaan (bron: initiatiefnemer)

3.2

Beoogde situatie

In de nieuwe situatie worden 98 woningen gerealiseerd. Het concept is gebaseerd op het idee van wonen in een brink. Er zullen twee brinken worden gerealiseerd, omgeven door groen en bomen. Een agrarisch woonlandschap is het gevolg: een woonmilieu dat een sterke harmonie kent met flora en fauna en klimaatadaptatie. De bebouwing en de openbare buitenruimte dragen bij aan biodiversiteit en woon- en recreatiegenot. Daarnaast draagt de inrichting met bomen bij aan het tegengaan van hittestress in warmere perioden. De huidige situatie heeft een groot percentage verharding, wat in de nieuwe situatie aanzienlijk minder is. Onderstaande afbeelding geeft een impressie van de beoogde eindsituatie.

17

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

Ontwerp plangebied in vogelvlucht (bron: initiatiefnemer)

Ontwerp plangebied gezien van bovenaf (bron: initiatiefnemer) Het gebied zal voor gemotoriseerd verkeer worden ontsloten via de Groene Zoomweg. Voetgangers en fietsers hebben tevens de mogelijkheid om via de zuidzijde het gebied te benaderen en via de Fokko Kortlanglaan. Er zal een variëteit aan huizen gebouwd worden, voor verschillende prijsklassen en met verschillende uitstralingen. Zo komen er rug aan rug-woningen, twee-onder-een-kap woningen, rijwoningen en beneden/bovenwoningen. Alles wordt vervlochten met royaal groen en water om het plangebied een uniform en prettig leefklimaat te geven. Onderstaande afbeelding geeft inzicht in de doelgroepen voor de woningen. Daarnaast is de groenstructuur van het plangebied afleesbaar.

18

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

Uitsnede plangebied met type woningen aangegeven (bron: initiatiefnemer) 3.2.1 Beeldk waliteit Het gehele plan is zorgvuldig ingepast in de omgeving. Hiervoor is een beeldkwaliteitsplan opgesteld (zie Bijlage 1). Een van de uitgangspunten hierbij is het behoud van de al aanwezige bomen in het plangebied. Hiervoor is een bomen effect analyse uitgevoerd (zie Bijlage 4en Bijlage 5). De resultaten zijn vertaald in het definitieve ontwerp. Onderstaande afbeeldingen geven een impressie van de woningen die in het plangebied komen te staan. Gezamenlijk vormen zij een harmonieus geheel, individueel verschillen zij in onder andere goothoogte en structuur.

19

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

Overzicht van alle woningtypen (bron: initiatiefnemer)

Impressie 2-onder-1-k ap woning in noordwestelijk deel van het plangebied, gezien vanuit noordoostelijk e richting (bron: initiatiefnemer)

20

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

Impressie rug-aan-rugwoning met twee 'torentjes', gezien in vogelvlucht vanuit oostelijk e richting (bron: initiatiefnemer) De Groene Zoomweg, die het plangebied ontsluit, is een drukke weg met veel dagelijkse verkeersbewegingen. Om geluidsoverlast vanwege deze weg te voorkomen en zo een goede leefomgeving te creeëren, wordt een vier meter hoog geluidsscherm gerealiseerd aan de westrand van het plangebied. Deze wordt landschappelijk ingepast.

21

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

Hoofdstuk 4 4.1

Onderzoek

Ecologie

Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het doel van de wet is het behouden en herstellen van de natuur. Biodiversiteit is belangrijk voor de natuur. Sommige soorten zijn extra kwetsbaar. Een goede natuurbescherming is belangrijk. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. De wet kent twee soorten bescherming: gebiedsbescherming en soortenbescherming. Ter inventarisatie is een ecologische quickscan en een stikstofberekening uitgevoerd, om te onderzoeken of er beschermde natuurwaarden zijn die mogelijk een negatief effect van het planvoornemen kunnen ondervinden (zie Bijlage 2 en Bijlage 3). Hieronder zullen beide typen bescherming individueel besproken worden.

4.1.1 Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb.

De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan of de omgevingsvergunningaanvraag moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming aan de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Plange bie d Om de aanwezigheid van soorten in het plangebied te inventariseren is een verkennend onderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn te lezen in Bijlage 2. Er is geconstateerd dat er geen geschikte habitats in het plangebied zijn van soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen. Er zijn tijdens het veldonderzoek evenmin waarnemingen gedaan in het plangebied van beschermde soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen. Ook zijn er geen sporen van soorten gevonden die tot deze categorie worden gerekend. Er is geen aanleiding voor een nader soortgericht onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming.

22

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

4.1.2 Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura 2000 -gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura 2000-gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft.

De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Plange bie d De gevolgen van het planvoornemen op het gebied van gebiedsbescherming zijn verkend. Hierbij is voornamelijk ingezoomd op stikstofemissie. Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe, gelegen op een afstand van 1,3 km. Gezien deze afstand, de tussenliggende infrastructuur en bebouwing en de aard van de ingreep zijn geen negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied te verwachten. Wat betreft stikstofemissie kan het volgende geconcludeerd worden: Aanlegfase Op grond van artikel 2.9a Wnb jo. 2.5 Bsn zijn de bouwactiviteiten per 1 juli 2021 vrijgesteld van een beoordelingsplicht voor de Wet natuurbescherming. Met het oog op recente jurisprudentie van de Raad van State wordt de aanlegfase toch beschouwd.

Daarmee kan deze beoordeling onaangetast blijven indien iets aan de vrijstelling zou wijzigen of deze vervalt. Het bedrijf aan de Groene Zoomweg 49 / Fokko Kortlanglaan 137 te Harderwijk wordt beëindigd in het kader van deze ontwikkeling. Er is sprake van een vergunde situatie van voor de aanwijsdatum van het Natura 2000-gebied Veluwe en er is sprake van een directe samenhang.

23

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

Ook zou de activiteit direct weer hervat kunnen worden. Hiermee kan derhalve intern gesaldeerd worden. Op grond van deze interne saldering is ook dan geen sprake van significante effecten. - Intern salderen is vergunningsvrij op basis van de Logtsebaan-jurisprudentie. De conclusie is dat de aanlegfase beoordelingsvrij is. Als deze zekerheidshalve wel beoordeeld wordt, is er eveneens geen sprake van significant negatieve effecten en is de gebruikte interne saldering vergunningsvrij. Significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden kunnen derhalve op voorhand worden uitgesloten. Gebruik sfase Op basis van de stelregels van de Provincie Gelderland en de Omgevingsdienst Noord Veluwe zijn lijnbronnen ten behoeve van verkeer van toekomstige bewoners ingevoerd. Er is een gedetailleerd overzicht van lijnbronnen gemaakt, welke per huizenblok uiteenvalt. Het verkeer in de gebruiksfase leidt niet tot stikstofdepositie. De conclusie is dat in de gebruiksfase geen sprake is van significant negatieve effecten. Significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden kunnen derhalve op voorhand worden uitgesloten.

4.1.3 Bomen effect analyse Naast een ecologische quickscan is ook een bomen effect analyse (BEA) uitgevoerd in het plangebied. De centrale vraag bij een BEA is: zijn de bomen duurzaam inpasbaar in het nieuwbouwplan? Het doel van deze BEA is te beoordelen of de bomen duurzaam inpasbaar zijn en zo ja, aanbevelingen te doen over de randvoorwaarden waaronder deze bomen ingepast kunnen worden. Hiervoor zijn alle bomen in het projectgebied, visueel gecontroleerd op mechanische kwaliteit, conditie en resterende levensverwachting. Daarnaast heeft ondergronds onderzoek plaats gevonden naar de beworteling. Hiervoor zijn die plaatsen bekeken waar de nieuwe ontwikkeling van invloed kunnen zijn op de te behouden bomen. Geconcludeerd is dat dertig van de eenendertig onderzochte bomen veilig zijn te handhaven nadat bij twee bomen maatregelen zijn genomen. Het ontwerp is getoetst op inpasbaarheid van de bomen. De meeste bomen zijn inpasbaar. Bij enkele bomen zijn aanbevelingen gedaan voor de aanpassing van het initiële ontwerp, waarmee een duurzame inpassing beter gewaarborgd is. Deze aanpassingen zijn uitgevoerd. Hiermee zijn de bestaande bomen nagenoeg allemaal inpasbaar in het planvoornemen.

4.1.4 Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

24

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

4.2

Cultuurhistorie en archeologie

4.2.1 Inleiding Op 1 januari 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening aangepast als uitwerking van het in 2009 door het rijk ingezette beleid Modernisering Monumentenzorg (MoMo). Voor de ruimtelijke ordening betekent dit een omschakeling van een objectgerichte naar omgevingsgerichte benadering. Door deze modernisering moet bij het opstellen van een bestemmingsplan meer rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Dit betekent dat naast archeologie, ook een beschrijving moet worden gegeven van de historische (steden)bouwkunde en historische geografie en hoe in het bestemmingsplan rekening is gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. De gemeente Harderwijk hanteert het uitgangspunt dat bij ruimtelijke ingrepen in de bestaande ruimtelijke structuur cultuurhistorische waarden waar mogelijk worden ingepast. Wanneer er geen sprake is van ingrepen in de ruimtelijke structuur (actualisatieplannen), is het uitgangspunt dat cultuurhistorische waarden geen directe reden zijn om bestaande rechten in te perken.

4.2.2 Cultuurhistorie De in de nabijheid van het plangebied gelegen Fokko Kortlanglaan maakt onderdeel uit van het historische wegenpatroon in dit landschappelijk gebied tussen Harderwijk en Ermelo. De Fokko Kortlanglaan is een lange straat die vanaf de N303, de oude Zuiderzeestraatweg, kaarsrecht naar het zuidwesten loopt tot de Julianalaan. Daar buigt de straat naar het noordwesten af om vervolgens weer met een bocht naar het zuiden te gaan. De weg vormde de verbinding tussen Harderwijk en 's-Heerenloo en staat als onverharde weg al op de kaarten van De Man uit 1810. De verharding is omstreeks 1910 aangebracht. De weg heette toen nog Koesteeg. Het is een vrij smalle klinkerweg met laanbeplanting langs een groot deel van het tracé. In het plangebied zelf of in de directe omgeving zijn geen beschermde gemeentelijke of rijksmonumenten aanwezig of panden die zijn aangeduid als 'karakteristiek'.

4.2.3 Archeologie Op basis van de Erfgoedwet moet de gemeente bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten. Het gemeentelijk archeologisch beleid is verwoord in het in april 2011 vastgestelde archeologiebeleid 2011-1015. Hieraan is de beleidskaart archeologie gekoppeld. De Beleidskaart Archeologie is tot stand gekomen door onderzoek van archeologisch adviesbureau RAAP (RAAP- rapport 2050 "Een actualisatie en herziening van de archeologische verwachting"). In de beleidskaart Archeologie is aangegeven wanneer bij nieuwe planontwikkelingen archeologisch vooronderzoek plaats dient te vinden. Doel van het archeologisch (voor)onderzoek is het waar nodig beschermen van archeologische waarden en het streven naar behoud van de waarden in de bodem (in situ). De essentie van het archeologisch (voor)onderzoek is het verkrijgen van gegevens over de archeologische resten in de bodem teneinde in een vroeg stadium een goede afweging te kunnen maken van alle bij een ruimtelijk besluit betrokken belangen. Bij een bestemmingsplan kan worden bepaald, dat een aanvrager van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, of een aanlegactiviteit van werken geen bouwwerken zijnde, een rapport over de archeologische waarden dient te overleggen.

Aan de omgevingsvergunning kunnen indien nodig archeologische voorschriften worden verbonden. Deze verplichting geldt niet bij projecten met een oppervlakte kleiner dan 100 m². Op de beleidskaart archeologie zijn per waarde- of verwachtingsgebied de vrijstellingsgrenzen aangegeven. Het beleid is om in bestemmingsplannen een dubbelbestemming "Waarde - archeologie" op te nemen met bijhorende bouwregels en aanlegvergunningstelsel met inachtneming van de

25

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

vrijstellingsgrenzen. Plange bie d Op de beleidskaart archeologie is het plangebied aangewezen als gebied met een middelhoge archeologische verwachting. Bijbehorend geldt dat archeologisch vooronderzoek nodig is bij plangebieden groter dan 1.000 m2. Aangezien het planvoornemen dit oppervlak overschrijdt is archeologisch verkennend booronderzoek uitgevoerd. Het rapport hiervan is te lezen in Bijlage 6. Het gebied bestaat uit dekzandwelvingen, waar op de hogere delen archeologische waarden zijn te verwachten. Er is een aantal archeologische onderzoeken uitgevoerd, welke direct grenzen aan het plangebied. Deze onderzoeken hebben aangetoond dat het gebied overwegend te nat is geweest om in (pre-) historische perioden te wonen. Archeologische waarden zijn dan ook niet aangetroffen. Het deel dat in 1832 in gebruik was als bouwland is nu bebouwd. Het westelijk deel was in gebruik als hakhout en is nu grasland. In 1916 zag het gebied er anders uit. Het hele perceel is dan bebost. Archeologisch onderzoek en historische kaarten leren dat de kans om archeologische waarden aan te treffen niet groot is. Bodemkundig lijkt het gebied niet aantrekkelijk geweest voor bewoning en ook het historisch grondgebruik is niet bevorderlijk geweest voor eventuele waarden. Met de huidige bebouwing is de bodem ook danig verstoord.

Tijdens het booronderzoek is het beeld dat in het verleden natte omstandigheden geheerst hebben bevestigd. De natuurlijke ondergrond bestaat uit slecht gesorteerd, verspoeld dekzand zonder pod-zolbodem. De verspoelde aard van het zand, plaatselijk sterke roestvorming en de restanten van een venige A-horizont die in enkele boringen is aangetroffen, duidt erop dat in het verleden sprake was van een laaggelegen, nat gebied met ongunstige bewoningsomstandigheden. Bovendien is de bodem in het gehele plangebied verstoord tot in de C-horizont. Eventuele vindplaatsen in de top van het dekzand zullen hierdoor grotendeels verloren zijn gegaan. Op basis van het booronderzoek worden geen archeologische vindplaatsen meer in het plangebied verwacht.

4.2.4 Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.3

Water

Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Voor de organisatie van het waterbeheer bevat het Waterbesluit de toedeling van oppervlaktewaterlichamen in beheer bij het Rijk en regels over het verstrekken van informatie met betrekking tot het waterbeheer. Ook regelt het Waterbesluit procedurele en inhoudelijke aspecten van het nationale waterplan en het beheerplan voor de rijkswateren en enkele inhoudelijke aspecten van de plannen in verband met implementatie van de kaderrichtlijn water en de richtlijn overstromingsrisico's. Vergunningplichtige handelingen volgen uit de Waterwet en uit de Keur van het Waterschap. Meerdere handelingen in het watersysteem vallen onder algemene regels en dan is er geen watervergunning nodig.

Een melding is vaak wel noodzakelijk. Het Waterbesluit bevat bepalingen over de wijze waarop de aanvraag om een watervergunning wordt gedaan.

26

bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoomweg 49

Wate rtoe ts Bij ruimtelijke plannen dient een watertoets te worden uitgevoerd. Doel van de watertoets is om de relatie tussen planvorming en waterhuishouding te versterken. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen daartoe te worden getoetst door de waterbeheerder. Bij een watertoets moeten de gevolgen voor de waterhuishouding in beeld worden gebracht. Voor het plangebied is de watertoets uitgevoerd. Uit de watertoets blijkt dat de gangbare watertoetsprocedure gevolgd moet worden. In dat kader is het plan voorgelegd aan het waterschap. Het resultaat van de watertoets is te vinden in Bijlage 7. Wate rinclusie ve be bouwde omge ving Stedelijke in- en uitbreiding, ten behoeve van de groeiende bevolking, moet worden gekoppeld aan klimaat- en duurzaamheidsopgaven. Dit biedt enorme kansen om de stad aantrekkelijker te maken. Idealiter wordt overal waar wordt gebouwd, rekening gehouden met het aspect water(waterinclusief bouwen) en wordt de buffercapaciteit van de bodem verbeterd waarbij het risico op wateroverlast door extreme neerslag tot een acceptabel niveau beperkt blijft: de stad als spons. Groenblauwe dooradering in de openbare ruimte en op de daken houdt de stad bovendien leefbaar bij toenemende hittestress en heftige regenval. Dit vraagt om zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik en de garantie op voldoende ruimte bij binnenstedelijke verdichting.

In het plan moet rekening gehouden worden met de volgende drie aandachtspunten: 1. Vasthouden - bergen - afvoeren. Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegengegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. 2. Grondwaterneutraal bouwen. Om de grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken/draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. 3. Schoon houden - scheiden - schoon maken.

Om verontreiniging van de bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen/randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Het waterschap vraagt de initiatiefnemer duurzame bouwmaterialen te gebruiken. Toe name ve rharding Bij nieuwe lozingen vanaf verhard oppervlak op oppervlaktewater geldt dat de hoeveelheid te lozen water geen nadelig effect mag hebben op het ontvangende watersysteem. Het hemelwater wordt opgevangen op de dakvlakken, daarna stroomt het via de gevels op eigen terrein verder af het agrarisch woonlandschap in. Hierbij wordt voldaan aan de door het waterschap gestelde regel om minimaal 60 mm berging te realiseren (60 liter per aangesloten vierkante meter (dak)verharding). Deze berging mag een combinatie zijn van voorzieningen op private en openbare ruimte, mits het duurzaam in stand gehouden kan worden. In het agrarisch woonlandschap is een waterbuffer opgenomen die tevens als speelvoorziening kan dienen. Verder wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van halfverharding op de parkeerplaatsen en in de straten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=5539819b-a539-4306-87d1-af05537b9f3c